CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4a 2 Bijlage 1 Toelichting regels en bijlagen bp Kampweg 2 te Soesterberg.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 12 mei 2022, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Kampweg 2 te Soesterberg24.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl

© copyright Ecoresult B.V. 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

INHOUDSOPGAVE

1 Inleiding.................................................................................................................................................................................................................................5 1.1 Aanleiding....................................................................................................................................................................................................................5 1.2 Doel..................................................................................................................................................................................................................................5 1.3 Leeswijzer.....................................................................................................................................................................................................................5 2 Toelichting onderzoekskader...................................................................................................................................................................................7 2.1 Wet natuurbescherming....................................................................................................................................................................................7 2.2 Provinciale ruimtelijke

verordening.............................................................................................................................................................8 3 Omschrijving plangebied........................................................................................................................................................................................11 3.1 Algemeen..................................................................................................................................................................................................................11 3.2 Beschrijving..............................................................................................................................................................................................................11 3.3 Voorgenomen ontwikkelingen...................................................................................................................................................................13 3.4 Planning.....................................................................................................................................................................................................................14 4 Onderzoeksresultaten beschermde

gebieden..........................................................................................................................................15 4.1 Wet natuurbescherming..................................................................................................................................................................................15 4.2 Verordening ruimte.............................................................................................................................................................................................16 5 Beschermde houtopstanden................................................................................................................................................................................19 6 Onderzoeksresultaten beschermde soorten..............................................................................................................................................21 6.1 Algemeen..................................................................................................................................................................................................................21 6.2 Soorten Vogelrichtlijn........................................................................................................................................................................................22

6.3 Soorten Habitatrichtlijn....................................................................................................................................................................................26 6.4 Nationaal beschermde soorten..................................................................................................................................................................29 7 Conclusies en aanbevelingen...............................................................................................................................................................................33 7.1 Beschermde gebieden.....................................................................................................................................................................................33 7.2 Houtopstanden.....................................................................................................................................................................................................33 7.3 Beschermde soorten..........................................................................................................................................................................................33 8 Geraadpleegde

bronnen.........................................................................................................................................................................................37 8.1 Internet.......................................................................................................................................................................................................................37 Bijlage 1 Foto-impressie plangebied....................................................................................................................................................................39

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Kampweg 2, Soesterberg. De aanleiding voor dit verzoek is (gedeeltelijke) herontwikkeling van het plangebied (zie verder Hoofdstuk 3.3). Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden.

1.2

Doel

Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: •

Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).

•

Een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).

•

Een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogel gebieden). In het kader van de Verordening ruimte.

1.3

Leeswijzer

In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waar aan getoetst wordt. Vervolgens wordt het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten beschreven en beoordeelt. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samen gevat en wordt 5

(indien van toepassing) geadviseerd welk aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek.

6

2

Toelichting onderzoekskader

2.1

Wet natuurbescherming

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden; per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:

2.1.1

Bescherming van gebieden

De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000 gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde dier- en plantsoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf ) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

2.1.2

Bescherming van soorten

De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2. 1 2

www.rvo.nl Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen

7

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren. wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. ontwortelen of te vernielen.

Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb

2.1.3

Bescherming van houtopstanden

De bescherming van houtopstanden betreft een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.

2.2

Provinciale ruimtelijke verordening

In de Provinciale ruimtelijke verordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de 8

Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN wordt beschermd via het planologisch kader. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale ruimtelijke verordening zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Naast het NNN kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van Belangrijke weidevogelgebieden. Het NNN kent geen uniform beschermingsregime. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige beschermde op provinciaal niveau gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.

9

3

Omschrijving plangebied

3.1

Algemeen

Het plangebied voor deze quickscan omvat een voormalig politiebureau inclusief een garage, een achterplaats en omliggend groen (zie Afbeelding 1). Het plangebied is gelegen in het noordelijke deel van de bebouwde kom van Soesterberg, gemeente Soest, provincie Utrecht.

Afbeelding 1: Plangebied Kampweg 2. Kaartbron: Openstreetmaps

3.2

Beschrijving •

Het voormalig politiekantoor bestaat uit 2 etages met een dakpannen schilddak en een kelder.

•

De muren van het politiekantoor hebben een luchtspouw en een bakstenen buitenmuur zonder open stootvoegen.

•

Aan de voorzijde van het pand op de eerste etage bevindt zich een ca. 10 cm. geboord gat naar de luchtspouw wat is dichtstopt.

•

De kunststof kozijnen zijn afgekit en er zijn geen kieren tussen de muren en de kozijnen.

•

Het schilddak is bedekt met dakpannen. Aan de zuidzijde zijn een aantal dakpannen verschoven, waardoor er ruimtes onder de dakpannen zijn ontstaan. Het dak steekt rondom ca. 60 cm uit. De onderzijde is geheel van hout en is in goede staat. Tussen de muren en het hout zijn geen kieren aanwezig. 11

•

Aan de noord en zuidzijde bevinden zich 2 regenpijpen die door de houten onderzijde van het dak naar de dakgoot leiden. Rond de regenpijpen en de houten onderzijde van het dak bevinden zich ronde kieren van ca. 1-2 cm. breed.

•

Boven op het dak staan 2 bakstenen schoorstenen zonder kieren en open stootvoegen.

•

Het gebouw beschikt over een kelderruimte. Deze kelderruimte is van buitenaf niet toegankelijk. Al raampjes zijn dichtgemaakt. Aan de achterzijde bevindt zich een raampje met spijlen, waar de afvoer van de airconditioning naar binnen gaat. De ruimte achter het raampje is direct erachter door een muur afgeschermd van de kelder.

•

De garage gelegen aan de zuidwestzijde van het plangebied is één etage hoog en heeft dezelfde bouwstijl en enkelvoudige bakstenen muren zonder luchtspouw en een ventilatiekier nabij de grond.

•

Aan de voor- en achterzijde van de garage (zuidkant en noordkant) bevinden zich 2 tweevoudige houten deuren.

•

Het schilddak van de garage is bedekt met dakpannen. Op veel plaatsen liggen de dakpannen scheef en of los, waardoor er ruimte is ontstaan onder deze dakpannen.

•

De onderzijde van het ca. 40 cm. overstekende dak van de garage is geheel van hout. Tussen de muren en de houten onderzijde bevinden zich geen gaten en kieren.

•

Het achterterrein (noordwestzijde plangebied) betreft een met klinkers betegeld parkeerterrein.

•

Verlichting is aan de achterzijde (westkant) aanwezig onder de dakrand en bestaat uit 2 lampen.

•

Beplanting is aan de buitenrand van het plangebied aanwezig in de vorm van maximaal 12 meter hoge loofbomen, lage struiken, heesters en een ca. 7 meter hoge conifeer.

•

Open water is afwezig.

Zie Bijlage 1 voor een algehele foto-impressie van het plangebied.

12

Afbeelding 2: Voorzijde plangebied. Foto: K. de Vries| Ecoresult B.V.

3.3

Voorgenomen ontwikkelingen

Het plangebied zal in zijn geheel worden herontwikkeld (zie Afbeelding 3 en 4).. De voorgenomen ontwikkelingen betreffen: •

Het voormalige politiebureau inclusief de garage zullen omgebouwd worden tot een appartementencomplex.

•

Hierbij zullen de noord-, zuid- en oostgevel behouden blijven. De westzijde zal worden uitgebouwd en worden verbonden met de garage, wat uiteindelijk ook een woonfunctie krijgt.

•

Het schilddak van het voormalige politiebureau zal worden verwijderd en maakt plaats voor een derde etage met een plat dak.

•

Het dak van de garage zal worden gerenoveerd of geheel worden vervangen door een nieuw dak.

•

De uitbouw aan de westzijde zal een groot deel van het achterterrein in beslag nemen.

•

Het meeste van de huidige opgaande begroeiing (bomen en struiken) zal worden verwijderd. Er komen nieuwe bomen, struiken en gazons voor in de plaats.

13

3.4

Planning

De exacte planning van de voorgenomen ontwikkelingen is op dit moment nog niet bekend.

Tekening: Studio Studio Larkemika Larkemika Afbeelding 4: 3: Nieuwe situatie gezien vanaf de zuidwestzijde. zuidoostzijde. Tekening:

14

4

Onderzoeksresultaten beschermde gebieden

4.1

Wet natuurbescherming

4.1.1

Natura 2000

Het meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Oostelijke Vechtplassen op circa 11,5 kilometer afstand ten noordwesten van het plangebied, zie ook Afbeelding 5. Invloeden (ook van buitenaf ) mogen de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden niet in gevaar brengen. Negatieve effecten van stikstofemissie als gevolg van de geplande werkzaamheden (gedeelte herinrichting) kunnen worden uitgesloten op basis van de grote afstand. Ook (tijdelijke) negatieve impact op bovengenoemd gebied kunnen op basis van de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden worden uitgesloten. Aanvullende onderzoek is niet

Afbeelding 5: Natura 2000-gebieden (groene en blauwe arcering) ten opzichte van het plangebied (rode stip ). Bron: AERIUS Calculator

15

4.2 4.2.1

Verordening ruimte Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dichtstbijzijnd Natuurnetwerk Nederland gebied ligt op een afstand van 540 meter ten noorden van het plangebied, aan de noordzijde van de N237 (zie Afbeelding 6). De provincie Utrecht kent geen toetsing van externe werking van Natuurnetwerk Nederland. Op basis van de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt derhalve op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke waarden en kenmerken van bovengenoemde gebieden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Verordening ruimte wordt niet overtreden.

4.2.2

Groene Contour

Het plangebied is niet gelegen in de Groene Contour. De meest dichtstbijzijnde onderdelen van de Groene Contour liggen op een afstand van circa 4,9 kilometer ten noorden (zie afbeelding 7) van het plangebied. Gebieden die behoren tot de Groene contour betreffen landbouwgronden welke in de toekomst omgevormd zullen worden tot natuurgebied en opgenomen zullen worden in de NNN. Op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke waarden en kenmerken van bovengenoemde gebieden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Provinciale ruimtelijke verordening wordt niet overtreden.

16

Afbeelding 6: Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (groen) Bron: https://webkaart.provincie-utrecht.nl/

4.2.3

Weidevogelkerngebied

Het plangebied is niet gelegen in een Weidevogelkerngebied3. De dichtstbijzijnde Weidevogelkerngebieden liggen op meer dan 8,9 km afstand ten noorden van het plangebied in polder Zeldert en de Eempolder (zie Afbeelding 7). Op basis van de afstand van de Weidevogelkerngebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op bovengenoemd gebied. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Provinciale ruimtelijke verordening wordt niet overtreden.

3

https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SVNatuur2016-VA01? s=SAGsXDZ2AV7aikfER0EdcZ_AAAAYQwAc

17

Afbeelding 7: Weidevogelkerngebieden Utrecht en Groene Contour ten opzichte van het plangebied (rode cirkel).

18

5

Beschermde houtopstanden

Er zijn enkele bomen aanwezig binnen het plangebied. Het plangebied bevindt bevindt zich echter binnen de bebouwde kom en er zijn geen werkzaamheden gepland waarbij houtopstanden groter dan 10 are of 20 bomen in een rij verwijderd worden. In dit geval wordt de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet overtreden.

19

6

Onderzoeksresultaten beschermde soorten

6.1

Algemeen

Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 17-02-2020 door K. de Vries, ecologisch deskundige4 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied is – daar waar nodig – met hulp van een verrekijker onderzocht. De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd om een indruk te krijgen over de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied. De tabellen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF-database van de afgelopen 5 jaar in het weergeven grid (zie Afbeelding 8). Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken. Voorliggende quickscan heeft een geldigheid van maximaal 3 jaar na uitvoering van het onderzoek.

4

Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar https://mijn.rvo.nl/ecologischdeskundige?inheritRedirect=true

21

Afbeelding 8: Grid waarbinnen NDFF-waarnemingen zijn gezocht op 17-02-2020 Bron: NDFF

6.2

Soorten Vogelrichtlijn

6.2.1

Bronnenonderzoek

6.2.1.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten

S oor t B oomvalk B uizer d Gier zwaluw Gr ote gele k wik s taar t Havik Huis mus R ans uil S lechtvalk S per wer S teenuil Wes pendief

S oor t gr oe p Vogels met vas te r us t- of ver blijfplaats Vogels met vas te r us t- of ver blijfplaats Vogels met vas te r us t- of ver blijfplaats Vogels met vas te r us t- of ver blijfplaats Vogels met vas te r us t- of ver blijfplaats Vogels met vas te r us t- of ver blijfplaats Vogels met vas te r us t- of ver blijfplaats Vogels met vas te r us t- of ver blijfplaats Vogels met vas te r us t- of ver blijfplaats Vogels met vas te r us t- of ver blijfplaats Vogels met vas te r us t- of ver blijfplaats

Tabel 2: Vogels met jaarrond beschermde nesten tot een afstand van 5 km tot het plangebied. Bron: NDFF 22

6.2.2

Verkennend veldonderzoek

6.2.2.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Geschikte plekken voor vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus bevinden zich onder de scheef- en losliggende dakpannen aan de zuidzijde van het schilddak van het voormalige politiebureau en het schilddak van de garage. De scheef liggende dakpannen aan de zuidzijde van het schilddak van het oude politiebureau zijn ook geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gierzwaluw, die hier onder de dakpannen kunnen komen. Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen. In geen van de bomen zijn boomnesten waargenomen en er zijn geen sporen van aanwezigheid aangetroffen (braakballen, poepstrepen, prooiresten). Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid. Voor kerkuil en steenuil is het plangebied niet geschikt. Er zijn geen openingen in de bebouwing die toegang bieden tot mogelijke nestplaatsen. Ook zijn er geen nestkasten aanwezig. Voor grote gele kwikstaart is het plangebied ongeschikt. Deze soort broedt langs stromende beken. Binnen het plangebied en de directe omgeving kom dit landschap niet voor. Slechtvalk broedt in zeer hoge gebouwen en torens, meestal in nestkasten.

Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen hoge gebouwen en torens aanwezig, waardoor deze soort kan worden uitgesloten.

6.2.2.2

Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5)

Het plangebied is geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5 soorten). Hoewel er geen boomnesten zijn aangetroffen kunnen soorten als zwarte kraai en ekster in de bomen aan de rand van het plangebied tot broeden komen. In deze bomen zijn geen holtes aangetroffen.

6.2.2.3

Algemene broedvogels

Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor verscheidenheid aan algemene vogelsoorten zoals merel, heggenmus en winterkoning. Geschikte locaties voor nesten zijn aanwezig in de bomen en struiken aan de rand van het plangebied rondom de bebouwing. 23

6.2.3

Effectbeoordeling en toetsing

6.2.3.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is geschikt als voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaats van gebouwbewonende vogels met jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen, te weten huismus en gierzwaluw. De werkzaamheden betreffen het verwijderen van het schilddak van het voormalige politiebureau en het renoveren of vervangen van het schilddak van de garage. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van huismus en gierzwaluw zijn niet uitgesloten. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.1 lid 2, 4 en 5 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Aanvullend veldonderzoek is daardoor nodig om te bepalen: •

of voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van huismus in het plangebied aanwezig zijn. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd in de periode 1 april - 15 mei door middel van 2 veldonderzoeken of in de periode 10 maart - 20 juni door middel van 4 veldonderzoeken. De tussenliggende tijd tussen beide veldonderzoeken is minimaal 10 dagen. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen 5 die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen aanwezig zijn én door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart.

•

of voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw in het plangebied aanwezig zijn. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd in de periode 1 juni - 15 juli door middel van 3 veldonderzoeken. De tussenliggende tijd tussen beide veldonderzoeken is minimaal 10 dagen. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen 6 die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aanwezig zijn én door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart.

6.2.3.2

Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5)

Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet-jaarrond beschermde nesten, zoals zwarte kraai en ekster. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren 5https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf 6https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-Kennisdocument-Gierzwaluw-1.0.pdf

24

naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. •

Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.

6.2.3.3

Algemene broedvogels

Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels zoals merel, heggenmus en winterkoning om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bomen en struiken aan de rand van het plangebied rondom de de bebouwing. •

Tijdelijke schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.

25

6.3

Soorten Habitatrichtlijn

6.3.1

Bronnenonderzoek

Soort Baardvleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis Zandhagedis Heikikker Kamsalamander Poelkikker Vroedmeesterpad Gevlekte witsnuitlibel

Soortgroep Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – vleermuizen Reptielen Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Libellen

Tabel 3: Habitatrichtlijnsoorten tot een afstand van 5 km tot het plangebied. Bron: NDFF

6.3.2

Verkennend veldonderzoek

6.3.2.1

Vleermuizen

De bebouwing in het plangebied is geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. De kieren tussen de regenpijpen en de onderzijde van de overkapping van het dak van het voormalige politiebureau bieden toegang tot mogelijke verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis en baardvleermuis. Het gaat om de volgende functies verblijfplaatsen; zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen. Het politiekantoor is niet geschikt als massawinterverblijf vanwege de geringe hoogte van het gebouw. Franjestaart gebruikt alleen bebouwing in de vorm van bunkers ten behoeve van overwintering en kan op basis hiervan worden uitgesloten. Voor grotere vleermuissoorten, zoals laatvlieger zijn deze kieren (1-2 cm breed) te smal. Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen. In de bomen binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen scheuren en holtes vastgesteld. 26

Het plangebied is ongeschikt als essentieel functioneel leefgebied voor vleermuizen vanwege het ontbreken van geschikte structuren zoals grotere bosschages, lijnstructuren en watergangen. Wel kan het plangebied af en toe gebruikt worden als foerageergebied door soorten als gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis.

6.3.2.2

Amfibieën

Het plangebied is ongeschikt voor beschermde amfibieën waaronder heikikker, kamsalamander, poelkikker en vroedmeesterpad. Open water is in en direct grenzend aan het plangebied afwezig, waardoor aanwezigheid kan worden uitgesloten.

6.3.2.3

Reptielen

Dichtstbijzijnde plek waar zandhagedis voorkomt is de naastgelegen vliegbasis Soesterberg. Duingebied, zandheuvels of anderzijds open zandgronden en half open terreinen zijn binnen het plangebied afwezig, waardoor zandhagedis kan worden uitgesloten.

6.3.2.4

Overige Habitatrichtlijn soorten

Het plangebied is ongeschikt voor overige in de omgeving waargenomen habitatrichtlijnsoorten als gevlekte witsnuitlibel. Open water is in het plangebied geheel afwezig waardoor aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten.

6.3.3

Effectbeoordeling en toetsing

6.3.3.1

Vleermuizen

Aanwezigheid van de soorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en baardvleermuis is niet uitgesloten. Het gaat om de functies voor de functies zomer-, kraam-, paar-, en winterverblijfplaats bij gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis en zomer-, kraam-, en paarverblijfplaats bij baardvleermuis. Het verwijderen van het schilddak van het voormalige politiebureau kan negatieve effecten hebben op mogelijk aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Aanvullend onderzoek is nodig in de periode 1 juni tot en met 15 juli middels 2 bezoeken en tussen 15 augustus tot 15 september middels 2 bezoeken om te bepalen of: •

Zomer-, kraam- paar- en winterverblijfplaatsen mede als essentieel functioneel leefgebied 27

aanwezig zijn. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien vleermuizen aanwezig zijn dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verstorende (sloop)werkzaamheden kan worden gestart. Bij aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen wordt er van uitgegaan dat de bebouwing ook geschikt is als winterverblijfplaats voor enkele dieren tijdens milde winters.

28

6.4

Nationaal beschermde soorten

6.4.1

Bronnenonderzoek NDFF

S oor t S oor t gr oe p Aar dmuis Over ige zoogdier en B oommar ter Over ige zoogdier en B os muis Over ige zoogdier en B unzing Over ige zoogdier en Das Over ige zoogdier en Dwer gmuis Over ige zoogdier en Dwer gs pits muis Over ige zoogdier en E ek hoor n Over ige zoogdier en E gel Over ige zoogdier en Haas Over ige zoogdier en Her melijn Over ige zoogdier en Huis s pits muis Over ige zoogdier en K onijn Over ige zoogdier en R ee Over ige zoogdier en R os s e woelmuis Over ige zoogdier en Veldmuis Over ige zoogdier en Vos Over ige zoogdier en Wezel Over ige zoogdier en Hazelwor m R eptielen L evendbar ende hagedis R eptielen R ings lang R eptielen Alpenwater s alamander Amfibieën B as taar dk ik k er Amfibieën B r uine k ik k er Amfibieën Gewone pad Amfibieën K leine water s alamander Amfibieën Meer k ik k er Amfibieën Gr ote vos Dagvlinder s K ommavlinder Dagvlinder s S leedoor npage Dagvlinder s Vliegend her t K ever s Dennenor chis Vaatplanten Glad biggenk r uid Vaatplanten K nols pir ea Vaatplanten K or ens la Vaatplanten

P r ovinc ia le vr ijs t e lling ja nee ja ja nee ja ja nee ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja nee nee nee nee ja ja ja ja ja nee nee nee nee nee nee nee nee

Tabel 4: Nationaal beschermde soorten tot een afstand van 5 km tot het plangebied. Bron: NDFF

29

6.4.2

Verkennend veldonderzoek

6.4.2.1

Grondgebonden zoogdieren

Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde Nationaal beschermde soorten. Geschikt habitat voor vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied is niet aanwezig voor boommarter en eekhoorn. Binnen het plangebied ontbreken bossen en zijn er geen bomen met holtes die geschikt zijn als verblijfplaats voor de boommarter. Hierdoor kan de boommarter worden uitgesloten. Eekhoorns leven in een bosrijke omgeving. Vanwege het ontbreken van bos binnen het plangebied kan eekhoorn worden uitgesloten. Wel zijn incidentele waarnemingen van passerende eekhoorns en boommarters binnen het plangebied niet uitgesloten, omdat Soesterberg in een bosrijke omgeving ligt. Aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van das kan worden uitgesloten. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen (burchten, losse pijpen) van das aanwezig. Het plangebied is tevens geschikt voor grondgebonden zoogdiersoorten waar een provinciale vrijstelling voor geldt (diverse algemene (spits)muissoorten en egel).

6.4.2.2

Amfibieën

Het plangebied is ongeschikt voor alpenwatersalamander. In het plangebied is open water afwezig waardoor aanwezigheid van de soort kan worden uitgesloten. Het plangebied is enkel matig geschikt voor amfibieën die vrijgesteld zijn in de provincie Utrecht zoals bruine kikker en gewone pad, dit betreft terrestrisch habitat.

6.4.2.3

Reptielen

Het plangebied is ongeschikt voor levendbarende hagedis, ringslang en hazelworm. Geschikt habitat voor de levendbarende hagedis en de hazelworm in de vorm van bosgebieden met een structuurrijke onderbegroeiing is afwezig, waardoor deze soorten zijn uitgesloten. Ringslang is gebonden aan waterrijke habitats. Vanwege het ontbreken van open water binnen het plangebied kan ook de ringslang worden uitgesloten.

6.4.2.4

Dagvlinders en kevers

Het plangebied is ongeschikt voor de kommavlinder. De kommavlinder is rondom het plangebied 30

regelmatig waargenomen op het terrein van de vliegbasis Soesterberg wat ca. 500 meter ten noorden van het plangebied ligt. Kommavlinder is afhankelijk van bloem- en kruidenrijke vegetaties met een hoge dichtheid aan nectarplanten. De eieren worden afgezet op zwenk- en buntgrassen. Deze vegetatie ontbreekt binnen het plangebied, waardoor deze soorten is uitgesloten. Grote vos is in Nederland een trekkende vlinder die voornamelijk wordt gezien op doortocht of overwintering. Voortplantingsplaatsen van de soort zijn in Nederland niet bekend. Daarnaast is in het plangebied geen geschikt habitat voor de soort aanwezig (wilgenbossen) waardoor aanwezigheid kan worden uitgesloten. Aanwezigheid van sleedoornpage kan worden uitgesloten wegens het ontbreken van sleedoorn in het plangebied. Het vliegend hert is voor de ontwikkeling van haar larven, afhankelijk van door schimmels aangetast rottend eikenhout. In het plangebied zijn geen eiken aanwezig, waardoor het vliegend hert kan worden uitgesloten.

6.4.2.5

Vaatplanten

Beschermde plantensoorten zijn tijdens het verkennend veldonderzoek niet aangetroffen. Ook wordt niet verwacht dat zij in het plangebied aanwezig zijn. Geschikt habitat voor dennenorchis, knolspirea en korensla in de vorm van een open bosbodem met een humuslaag van dennennaalden, heiden met basische rotsbodem en heideterreinen op kalkarme zure zandgrond is afwezig binnen het plangebied.

6.4.3

Effectbeoordeling en toetsing

Het plangebied is alleen geschikt voor Nationaal beschermde soorten met een provinciale vrijstelling. Verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van o.a. diverse algemene (spits)muissoorten, egel, bruine kikker en gewone pad,) zijn in het plangebied niet uit te sluiten. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het werken in één richting waarbij de dieren een vlucht mogelijkheid hebben.

31

7

Conclusies en aanbevelingen

7.1

Beschermde gebieden

7.1.1

Wet natuurbescherming

Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing of vergunning is niet nodig.

7.1.2

Provinciale ruimtelijke verordening

Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt op voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op het Natuurnetwerk Nederland (NNN), Groene Contour en Weidevogelkerngebieden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.

7.2

Houtopstanden

Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom en er zijn geen werkzaamheden gepland waarbij houtopstanden groter dan 10 are of 20 bomen in een rij verwijderd worden buiten de bebouwde kom. In dit geval wordt de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet overtreden.

7.3

Beschermde soorten

7.3.1

Soorten Vogelrichtlijn

7.3.1.1

Jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is geschikt als voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaats van gebouwbewonende 33

vogels met jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen, te weten huismus en gierzwaluw. Door de werkzaamheden zullen de potentiële verblijfplaatsen verwijderd worden. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.1 lid 2, 4 en 5 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Aanvullend veldonderzoek is daardoor nodig om te bepalen: •

of voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van huismus in het plangebied aanwezig zijn. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen7 die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen aanwezig zijn én door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart.

•

of voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw in het plangebied aanwezig zijn. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen 8 die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aanwezig zijn én door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart.

7.3.1.2

Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten

In de directe omgeving van het plangebied kan potentieel geschikt zijn als voortplantingsplaats voor algemene vogelsoorten waarvan de nesten (in dezen) niet jaarrond beschermd zijn, zoals zwarte kraai en ekster. In gebruik zijnde nesten mogen in principe nooit worden verstoord. Door onder andere buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart – 15 augustus) te werken zijn schadelijke effecten op nesten van algemene vogels te voorkomen. Indien niet kan worden voorkomen dat in het broedseizoen wordt gewerkt, dient het plangebied ongeschikt gemaakt te worden voorafgaand aan het broedseizoen, en dient voorafgaand aan het werk een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd.

7.3.2

Soorten Habitatrichtlijn

7.3.2.1

Vleermuizen

Aanwezigheid van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis voor de functies zomer-, kraam-, paar-, en winterverblijfplaats is niet uitgesloten. Het verwijderen van het schilddak van het voormalige politie kan negatieve effecten hebben op mogelijk aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen. 7https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf 8https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-Kennisdocument-Gierzwaluw-1.0.pdf

34

Aanvullend onderzoek is nodig in de periode 15 mei tot en met 15 juli middels 2 bezoeken en tussen 15 augustus tot 1 oktober middels 2 bezoeken om te bepalen of: •

Zomer-, kraam- paar- en winterverblijfplaatsen mede als essentieel functioneel leefgebied aanwezig zijn. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien vleermuizen aanwezig zijn dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verstorende (sloop)werkzaamheden kan worden gestart. Bij aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen wordt er van uitgegaan dat de bebouwing ook geschikt is als winterverblijfplaats voor enkele dieren tijdens milde winters.

7.3.2.2

Overige soorten

Aanwezigheid van verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van overige Habitatrichtlijnsoorten zijn in het plangebied redelijkwijs uit te sluiten, geschikt habitat ontbreekt. Aanvullend (veld)onderzoek is niet nodig. De activiteiten kunnen worden uitgevoerd. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.

7.3.3

Nationaal beschermde soorten

Het plangebied enkel geschikt voor verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van nationaal beschermde soorten die met een provinciale vrijstelling, o.a. diverse algemene (spits)muissoorten, egel, bruine kikker en gewone pad. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het werken in één richting waarbij de dieren een vlucht mogelijkheid hebben.

35

8

Geraadpleegde bronnen

8.1

Internet

Beschermde gebieden http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://www.provincie-utrecht.nl/loket/kaarten/geo/nnn/ Kadastrale Kaarten https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html Kennisdocumenten soorten https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingenwet-natuurbescherming/ Nationale Databank Flora en Fauna http://app.quickscanhulp.nl/ Natuurwetgeving www.rvo.nl PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart http://pdokviewer.pdok.nl Provinciale ruimtelijke verordening https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/provinciale-0/ Vleermuisprotocol 2017 http://ecoresult.nl/algemeen/vleermuisprotocol-2017/ Weidevogelkerngebieden https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SVNatuur2016-VA01? 37

s=SAGsXDZ2AV7aikfER0EdcZ_AAAAYQwAc

38

Bijlage 1 Foto-impressie plangebied

Het voormalige politiebureau gezien vanaf de voorzijde. Foto: K. de Vries | Ecoresult BV

De garage gezien vanaf het achterterrein. Foto: K. de Vries | Ecoresult BV

39

Aan de zuidzijde van het schilddak van het voormalige politiebureau liggen meerdere dakpannen scheef of los waardoor er ruimte onder de dakpannen is ontstaan. Deze ruimtes kunnen huismus en gierzwaluw als nestplaats gebruikt worden. Foto: K. de Vries | Ecoresult BV

Ook op het schilddak van de garage liggen meerdere dakpannen los en of scheef, waardoor ruimtes zijn ontstaan onder de dakpannen. Deze ruimtes kunnen door huismus als nestplaats worden gebruikt. Foto: K. de Vries | Ecoresult BV

40

Op de plaats waar de regenpijp de onderzijde van de dak van het voormalige politiebureau binnen gaat bevinden zich kieren van 1-2 cm breed. Foto: K. de Vries | Ecoresult BV

41

Bijlage 3 Aanvullend ecologisch onderzoek

Soesterberg - Kampweg 2

46

Aanvullend onderzoek vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten ten behoeve van de herontwikkeling van Kampweg 2 te Soesterberg

November 2020

Pagina 2

Colofon

Titel: Subtitel:

Aanvullend onderzoek vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten ten behoeve van de herontwikkeling van Kampweg 2 te Soesterberg

Auteur: Datum:

drs. T.P. Seip 16 november 2020

Opdrachtnemer:

Tiko Seip Ecologisch Advies Delflandstraat 60 2631 HE Nootdorp

Opdrachtgever:

Kubiek Ruimtelijke Plannen T.a.v. R. de Jong Kerkewijk 117 3904 JB Veenendaal

Aanvullend onderzoek vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten ten behoeve van de herontwikkeling van Kampweg 2 te Soesterberg

Pagina 3

Inhoudsopgave 1. Inleiding ....................................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................................... 4 1.2 Locatie .......................................................................................................................................................... 4 1.3 Activiteiten ................................................................................................................................................... 5 2. Methode ...................................................................................................................................................... 6 2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten ..................................................................................................... 6 2.2 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 6 3. Resultaten ....................................................................................................................................................

8 3.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten ..................................................................................................... 8 3.2 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 8 4. Conclusie ...................................................................................................................................................... 9 4.1 Effecten......................................................................................................................................................... 9 4.2 Vervolgstappen............................................................................................................................................. 9 Bronnen ......................................................................................................................................................... 10

Aanvullend onderzoek vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten ten behoeve van de herontwikkeling van Kampweg 2 te Soesterberg

Pagina 4

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is van plan om het voormalig politiebureau aan Kampweg 2 te Soesterberg te herontwikkelen tot een appartementencomplex. Naar aanleiding van dit voornemen is in februari 2020 een quickscan uitgevoerd om de mogelijke aanwezigheid van beschermde natuurwaarden in beeld te krijgen (Ecoresult B.V., februari 2020). Uit de quickscan komt naar voren dat aanvullend onderzoek nodig was naar de aanwezigheid van de volgende soortgroepen: 

Vogels met jaarrond beschermde nesten: Dit betreft onderzoek naar de aanwezigheid van nestplaatsen van huismus en gierzwaluw in de bebouwing.

Vleermuizen: Dit betreft onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuisverblijven in de bebouwing. Het gaat hier in het bijzonder om de volgende soorten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger.

In de voorliggende rapportage worden de resultaten van dit aanvullende onderzoek beschreven.

1.2 Locatie Het plangebied betreft een oud politiebureau en garage aan Kampweg 2 te Soesterberg. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 1: Ligging van het plangebied (plangebied is rood omlijnd).

Aanvullend onderzoek vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten ten behoeve van de herontwikkeling van Kampweg 2 te Soesterberg

Pagina 5

1.3 Activiteiten De voorgenomen activiteit betreft de herontwikkeling van het oude politiebureau en garage tot een appartementencomplex. Hierbij zullen de noord-, zuid- en oostgevel behouden blijven. De westzijde zal worden uitgebouwd en worden verbonden met de garage, wat uiteindelijk ook een woonfunctie krijgt. Het schilddak van het voormalige politiebureau zal worden verwijderd en zal plaatsmaken voor een derde etage met een plat dak. Het dak van de garage zal worden gerenoveerd of geheel worden vervangen door een nieuw dak. De uitbouw aan de westzijde zal een groot deel van het achter terrein in beslag nemen. Het meeste van de huidige opgaande begroeiing (bomen en struiken) zal worden verwijderd. Er komen nieuwe bomen, struiken en gazons voor in de plaats.

Aanvullend onderzoek vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten ten behoeve van de herontwikkeling van Kampweg 2 te Soesterberg

Pagina 6

2. Methode In de onderstaande tekst wordt de gevolgde werkwijze per soortgroep weergegeven.

2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Huismus Voor het onderzoek naar de huismus is in de periode van mei tot en met juni 3 maal overdag gericht naar huismussen gekeken. De momenten waarop onderzoek naar aanwezigheid van huismussen is verricht zijn weergegeven in tabel 1. Ook tijdens de andere onderzoeken is gelet op activiteit van huismussen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen voor onderzoek zoals vastgelegd in de soorteninventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus. Gierzwaluw Voor de gierzwaluw is op de locatie 2 maal in juni en 1 maal in juli onderzoek uitgevoerd. De momenten waarop onderzoek naar aanwezigheid van gierzwaluwen is verricht zijn weergegeven in tabel 1. Ook tijdens de aanwezigheid voor andere onderzoeken is gelet op activiteit van gierzwaluwen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen voor onderzoek zoals vastgelegd in de soorteninventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus.

2.2 Vleermuizen Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de periode mei tot en met september 2020. Het onderzoek is gericht op de aanwezigheid van kraamverblijven, zomerverblijven, paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. Tijdens het onderzoek is echter ook gelet op aanwezigheid van andere gebruiksfuncties en andere vleermuissoorten. In tabel 1 zijn de data, onderzochte typen verblijfplaatsen en de weersomstandigheden bij de uitgevoerde onderzoeksronden aangegeven. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een batdetector met time-expansion (Petterson D240x en een Batlogger van Elekon). Hiermee zijn vertraagde opnames gemaakt. Het onderzoek met de batdetector is uitgevoerd volgens de richtlijnen van het vleermuisprotocol van 2017 (Vleermuisvakberaad; Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur).

Aanvullend onderzoek vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten ten behoeve van de herontwikkeling van Kampweg 2 te Soesterberg

Pagina 7

Tabel 1: Overzichtstabel met de datum, tijd, onderzochte weersomstandigheden voor de uitgevoerde onderzoeksronden. Datum Tijd Onderzoek naar Weer

typen

verblijfplaatsen

en

Zon op/onder

11-05-2020 21-05-2020 03-06-2020

1500u1630u 0305u0800u 1900u0000u

13-06-2020

1900u0000u

03-07-2020

2200u0005u 2300u0100u 2115u2315u

21-08-2020 12-09-2020

huismussen (nesten) vleermuizen (zomer-/kraamverblijven) huismussen (nesten) huismussen (nesten) gierzwaluwen (nesten) vleermuizen (zomer-/kraamverblijven) huismussen (nesten) gierzwaluwen (nesten) vleermuizen (zomer-/kraamverblijven) gierzwaluwen (nesten) vleermuizen (zomer-/kraamverblijven) vleermuizen (paarverblijven) vleermuizen (paarverblijven)

12℃, droog, 4 Bft, bewolking 4/8 10℃, droog, 1 Bft, bewolking 0/8 18℃, droog, 3 Bft, bewolking 7/8

0551u

24℃, droog, 2 Bft, bewolking 3/8

2200u

17℃, droog, 3 Bft, bewolking 3/8 20℃, droog, 2 Bft, bewolking 1/8 11℃, droog, 1 Bft, bewolking 0/8

2201u

0535u 2152u

2047u 1959u

De onderzoeken zijn uitgevoerd door Tiko Seip. Tiko heeft ruim 13 jaar ervaring met onderzoek naar vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten en is ter zake kundig volgens de richtlijnen van ‘ecologisch deskundige’ van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). (https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffingvrijstelling/ecologisch-deskundige)

Aanvullend onderzoek vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten ten behoeve van de herontwikkeling van Kampweg 2 te Soesterberg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=952aaeff-f3f6-4c25-87d6-f86174f516c6