CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4a 2 Bijlage 1 Toelichting regels en bijlagen bp Kampweg 2 te Soesterberg.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 12 mei 2022, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Kampweg 2 te Soesterberg24.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting Ontwerp bestemmingsplan Soesterberg – Kampweg 2 NL.IMRO.0342.BPSTB0028-0201 18 januari 2021

Bestemmingsplan Soesterberg - Kampweg 2 Gemeente Soest TOELICHTING

GEGEVENS VAN DE AANVRAGER RemarBouw Kerkewijk 117 3904 JB Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:

NL.IMRO.0342.BPSTB0028-0201 Soesterberg - Kampweg 2

Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

Datum 23-06-2020 n.v.t. 18-01-2021

Projectleider:

ir. den Heijer

Auteur:

R. de Jong MSc

Inhoudsopgave

TOELICHTING

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Bestemmingsplan Soesterberg Parapluplan Retail en Nota parkeernormen auto en fiets Opzet bestemmingsplan en toelichting

6 6 7 7 9 9

Beschrijving van de situatie

10

Inleiding Ontstaansgeschiedenis Ruimtelijke structuur Bebouwingsstructuur Verkeersstructuur Groensstructuur Waterstructuur Functionele structuur

10 10 12 12 12 13 13 14

Planbeschrijving

15

Huidige situatie Gewenste situatie

15 16

Beleidskader

20

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie Provinciale Ruimtelijke Verordening Gemeentelijk beleid Structuurvisie Soest (2009-2030) Masterplan Wonen Soest Welstandsnota De groene kernkwaliteit van Soest 2014 Bescherming en kap van bomen 2012

20 20 21 21 22 22 22 24 24 24 24 25 25

Uitvoeringsaspecten

27

Flora en fauna

27

1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 Hoofdstuk 4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 Hoofdstuk 5 5.1

Soesterberg - Kampweg 2

3

5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.4.4 5.5 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.6 5.6.1 5.6.2 5.6.3 5.6.4 5.7 5.7.1 5.7.2 5.7.3 5.8 5.8.1 5.8.2 5.9 5.9.1 5.9.2 5.9.3 5.10 5.10.1 5.10.2 5.10.3 5.11 5.12 5.12.1 5.12.2 5.12.3 5.12.4 5.13

Wettelijk kader Effect te vergunnen activiteiten Conclusie Stikstofdepositie Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Resultaten onderzoek Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie Conclusie Luchtkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Parkeren en verkeer Beleid Parkeren Verkeer Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Geur Wettelijk kader Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie Duurzaamheid

Soesterberg - Kampweg 2

27 28 29 29 29 29 30 30 30 30 31 31 31 31 31 32 32 32 32 32 33 33 33 34 34 34 34 35 35 35 35 36 36 36 37 37 37 37 39 39 40 40 40 40 42 42 42

4

5.13.1 Beleidskader 5.13.2 Planspecifiek 5.13.3 Conclusie 5.14 M.e.r.-beoordeling 5.14.1 Wettelijk kader 5.14.2 Conclusie Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3 6.3.1 6.3.2 6.4 6.4.1 6.4.2 6.5 6.5.1 6.5.2 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.2.1 7.2.2

42 43 43 43 43 43

Juridische planbeschrijving

44

Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels Overgangsregel Slotregel

44 44 44 44 45 45 45 45 45 45 45 45 46

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

47

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg met omwonenden Overleg met overheidsinstanties

47 47 47 47

Soesterberg - Kampweg 2

5

T OELICHT ING Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Kampweg 2 was tot een aantal jaar terug het politiekantoor van Soesterberg gevestigd. Inmiddels is het pand door het Rijksvastgoedbedrijf verkocht. De initiatiefnemer is voornemens het pand te verbouwen om het zo geschikt te maken voor maximaal zes appartementen. Hiertoe wordt ook een opbouw en uitbouw aan de achterzijde gerealiseerd. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat de bestemming 'Maatschappelijk - Militaire zaken' bewoning niet toestaat. Om de appartementen planologisch-juridisch mogelijk te maken, is een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk. Op 9 mei 2017 heeft het college ingestemd met het verzoek om de bestemming te wijzigen naar onder andere 'Wonen' (zie bijlage 1). Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Kampweg 2 in Soesterberg. De locatie ligt in het bebouwde kom, aan de rand van het centrum van de kern met zo'n 7.000 inwoners. De omgeving bestaat voornamelijk uit woningbouw met afwisselende bouwstijlen en grootschalige bedrijfscomplexen, zoals het voormalige Officierscasino en een militair complex. Op het tegenover gelegen braakliggende terrein is een nieuwbouwproject gepland, waarvan een deel reeds is opgeleverd. In de nabijheid is tevens de winkelstraat van het dorp. De planlocatie is gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Soest, sectie E, perceel 2658. Het voormalige politiebureau is gesitueerd op een deel van het genoemde perceel, en de ontwikkeling heeft betrekking op het gehele perceel. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 847 m2. In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied weergegeven

Figuur: Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: PDOK viewer)

Soesterberg - Kampweg 2

6

Figuur: Uitsnede kadastrale kaart (bron: perceelloep.nl) 1.3

Vigerende planologische situatie

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Soesterberg'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Soest op 4 juli 2013. Daarnaast ligt de planlocatie binnen het bestemmingsplan 'Parapluplan Retail en Nota parkeernormen auto en fiets' welke is vastgesteld op 28 september 2017. 1.3.1

Bestemmingsplan Soesterberg

In het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming 'Maatschappelijk - Militaire zaken' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie lage verwachting'. Tevens kent het plangebied de gebiedsaanduiding 'geluidzone - weg' en deels de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - vuurwerk'. Daarnaast gelden ten aanzien van de maatvoering specifieke regels.

Figuur: Uitsnede bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Soesterberg - Kampweg 2

7

1.3.1.1 Maatschappelijk - Militaire zaken De voor 'Maatschappelijk - Militaire zaken' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. defensiedoeleinden met de daarbij behorende bebouwing; b. opslagterreinen; met de daarbij behorende: c. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen; d. groenvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals duikers, bruggen en stuwen; met dien verstande dat: f.

bedrijfswoningen zijn niet toegestaan;

1.3.1.2 Waarde - archeologie lage verwachting De voor 'Waarde - archeologie lage verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde, waarbij de bestemming 'Waarde - archeologie lage verwachting' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). Op de voor 'Waarde - Archeologie lage verwachting' mede bestemde gronden is het verboden om zonder een afwijking van het bevoegd gezag te bouwen of te laten bouwen krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen. 1.3.1.3 Geluidzone - weg a. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - weg' mogen geen nieuwe woningen of andere geluidgevoelige gebouwen worden gebouwd, geluidsgevoelige ruimten worden ingericht of gronden in gebruik worden genomen, waardoor die aangemerkt kunnen worden als geluidsgevoelig object, tenzij: 1. uit akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden; 2. voor deze woningen een hogere grenswaarde is verleend op grond van artikel 110 van de Wet geluidhinder; 3.

de geluidsgevoelige ruimten in de woningen of andere geluidsgevoelige objecten zodanig worden vernieuwd, veranderd of vergroot dat: daarbij de afstand tot de weg niet wordt verkleind of; de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op de gevels van de woning of geluidsgevoelige ruimte niet hoger zal zijn dan de geldende voorkeursgrenswaarde of; de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op de woning of de geluidsgevoelige ruimte niet hoger zal zijn dan een vastgestelde hogere grenswaarde. b. het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 33.6 onder a ten behoeve van de bouw of uitbreiding van een woning of ander geluidsgevoelig object, met dien verstande dat de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten vanwege het wegverkeerslawaai niet hoger zal zijn dan de verkregen of daarbij te verkrijgen hogere grenswaarde. 1.3.1.4 Veiligheidszone - vuurwerk Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - vuurwerk' is het bouwen van nieuwe gebouwen, in overeenstemming met het bepaalde in hoofdstuk 2 van het vigerende bestemmingsplan, uitsluitend toegestaan indien is gebleken dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de voorgestane ontwikkelingen.

Conclusie Onderhavig initiatief is in strijd met het bestemmingsplan 'Soesterberg', omdat de enkelbestemming 'Maatschappelijk - Militaire zaken' bewoning van de planlocatie niet toestaat. Ook zal op basis van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - weg' een akoestisch rapport moeten worden opgesteld.

Soesterberg - Kampweg 2

8

1.3.2

Parapluplan Retail en Nota parkeernormen auto en fiets

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Overige zone - parkeernormen auto en fiets' geldt de 'Nota parkeernormen auto en fiets (3e herziening)' d.d. 28 september 2017 waarbij conform hoofdstuk 3 uit deze nota voldaan moet worden aan de parkeernormen zoals opgenomen in bijlage 1 van deze nota (opgenomen als bijlage 1 van de planregels). Dit wordt in paragraaf 5.6 nader behandeld en toegelicht. 1.4

Opzet bestemmingsplan en toelichting

Het bestemmingsplan 'Soesterberg - Kampweg 2' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding (IDN nummer: NL.IMRO.0342.BPSTB0028-0201; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen.

De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving van de situatie in de gemeente Soest en de kern Soesterberg; Hoofdstuk 3 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van de planlocatie; in hoofdstuk 4 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in hoofdstuk 5 beschreven; in hoofdstuk 6 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 7 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin worden de resultaten beschreven van de gevolgde inspraakprocedure en het vooroverleg conform artikel 3.1.1 Bro.

Soesterberg - Kampweg 2

9

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van de situatie

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de bestaande situatie van het plangebied en geeft een beeld van alle voor dit bestemmingsplan relevante aspecten. Allereerst wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Daarna komt de ruimtelijke structuur aan de orde. Deze ruimtelijke structuur wordt opgesplitst in de deelstructuren, waaronder de bebouwingsstructuur, de verkeersstructuur en de groenstructuur. 2.2

Ontstaansgeschiedenis

Het dorp Soesterberg dankt zijn ontstaan aan de aanleg van de Amersfoortseweg (ontworpen door Jacob van Campen) in de jaren 1652 en 1653. De Staten van Utrecht verwachtten dat de rijke inwoners van Amersfoort en Utrecht graag een buitenverblijf aan deze ruime nieuwe weg zouden willen hebben. De orthogonale structuur is het gevolg van de uitgifte van gronden bij de aanleg van de weg. Om deze weg te bekostigen zijn aan weerszijden de woeste gronden ontgonnen in regelmatige kavels van 100 roe (376m) breed. Binnen enkele jaren ontstonden er langs deze weg enkele buitenplaatsen, bijvoorbeeld het op Soester grondgebied gelegen Sterrenberg. Gaandeweg vestigden zich langs de Amersfoortseweg ook minder welgestelde lieden, die een stukje heide ontgonnen en er een schamel onderkomen bouwden. In 1786 was het inwonertal van Soesterberg -ook wel Agter den Berg genoemd- 116 inwoners.

Figuur: Soesterberg eind zeventiende eeuw De bestrating van de Amersfoortseweg in de jaren 1808 en 1809 en de komst van militairen, die sinds circa 1815 iedere zomer hun bivak opsloegen in het Kamp van Zeist, konden het dorp geen beter aanblik geven. Bij Koninklijk Besluit van 18 juli 1837 werd vastgesteld dat het zuidelijk gedeelte van de gemeente Soest voortaan de naam Soesterberg zou dragen.

Soesterberg - Kampweg 2

10

Figuur:Soesterberg begin negentiende eeuw Gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw vertoonde Soesterberg nauwelijks enige groeikracht, maar dit veranderde met de aanleg van de vliegheide in 1910. Met name de vestiging van de militaire Luchtvaartafdeling bij Soesterberg in 1913 betekende een geweldige stimulans voor de ontwikkeling van het dorp. Om het op de luchthaven werkzame personeel te kunnen huisvesten werden direct na de Eerste Wereldoorlog verscheidene complexen gebouwd aan de Amersfoortsestraat en aan de huidige Generaal Winkelmanstraat.

Soesterberg - Kampweg 2

11

Figuur: Soesterberg in 1913 met de oude Banningstraat als route naar Soestduinen In het begin van de jaren '70 van de vorige eeuw werd besloten het doorgaande verkeer uit de Rademakerstraat/Banningstraat te weren en over een nieuw noordelijker gelegen tracé de Amersfoortsestraat te leiden. Voor de Amerikanen werd later, in de jaren '80, een aparte woonwijk gebouwd met straatnamen als Apollo, Gemini en Mercury. De opening van de rijksweg A28 eind jaren '80 en de latere aansluiting daarop via de Richelleweg maakten de ontsluiting van Soesterberg beter. Tegenwoordig telt Soesterberg zo'n 6.600 inwoners. 2.3

Ruimtelijke structuur

2.3.1

Bebouwingsstructuur

Het plangebied is gelegen aan de Kampweg 2 te Soesterberg. Het bebouwingslint aan de Kampweg kenmerkt zich door een verscheidenheid aan woningtypen, vormgeving / architectuur en kleurgebruik. Alle voorgevels zijn op de Kampweg gericht. Ten westen van het plangebied bevindt zich een woonwijk met voornamelijk rijwoningen en gestapelde woningen. De belangrijkste ruimtelijke structuurdrager is de Kampweg en de snelweg A28. 2.3.2

Verkeersstructuur

Gemotoriseerd verkeer Binnen Soesterberg vormen de N237 (Amersfoortsestraat) en N413 (Richelleweg) de belangrijkste ontsluitingswegen. Deze liggen buiten de bebouwde kom (de N237 doorsnijdt Soesterberg in een noordelijk en zuidelijk deel) en er geldt een maximumsnelheid van 80 km/u. De bebouwde kom van

Soesterberg - Kampweg 2

12

Soesterberg is aangewezen als verblijfsgebied. Op de meeste wegen in Soesterberg geldt een maximumsnelheid van 30 km/u. Uitzondering hierop vormen de Kampweg en Banningstraat waar – mede bepaald door de huidige inrichting van de weg – een maximumsnelheid geldt van 50 km/u. De Moerbessenberg welke ten zuiden van de planlocatie loopt heeft een maximum snelheid van 30 km/u. Daarnaast geldt dat de hoofdwegen van Soesterberg opnieuw gaan worden ingericht. Er is besloten om de maximum snelheid voor heel Soesterberg in de toekomst te verlagen tot 30 km/u. Parkeren Parkeren is een belangrijk aandachtspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het toenemende autobezit vraagt om steeds meer parkeerruimte. In het plangebied is rekening gehouden met voldoende parkeerplaatsen op grond van de 'Parapluplan Retail en Nota parkeernormen auto en fiets' (d.d. 28 september 2017). Buiten het plangebied biedt het Odijkplein plaats aan 15 auto's. Daarnaast is er de mogelijkheid voor langsparkeren aan de Kampweg en de Moerbessenstraat. Langzaam verkeer Aan de Banningstraat ligt een separaat in twee richtingen te berijden fietspad. Het fietspad en de rijweg zijn gescheiden door een groenstrook. Op de Kampweg zijn stroken voor fietsers ingetekend die mogen worden overschreden door gemotoriseerd verkeer. Openbaar vervoer Binnen Soesterberg bevinden zich een aantal busroutes.

De lijnvoering voert over de provinciale weg N237 (Amersfoortsestraat), Veldmaarschalk Montgomeryweg (tussen N237 en Rademakerstraat), Kampweg (tussen Rademakerstraat en Kamerlingh Onneslaan), Kamerlingh Onneslaan (tussen Kampweg en Oude Tempellaan), Oude Tempellaan (tussen Banningstraat en Kamerlingh Onneslaan) en Banningstraat. De aspecten verkeer en parkeren wordt nader toegelicht in paragraaf 5.6. 2.3.3

Groensstructuur

Soesterberg ligt te midden van veel groen en de kern heeft een zeer groen karakter. De planlocatie maakt echter geen deel uit van Natura 2000-gebied en is evenmin onderdeel van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS). Wel is er veel aandacht voor het in stand houden van groen binnen de kern Soesterberg. Langs de Kampweg is veel gelegen, onder andere de hagen en bomen rondom het Monument voor de Vrijheid (voor het pand gelegen). Deze hebben een belangrijke functie, niet alleen vanwege de groene beleving van de omgeving, maar ook zeker gezien de monumentale status van de bodem in relatie tot het monument. Daarnaast maakt de Kampweg onderdeel uit van de oorspronkelijke en derhalve cultuurhistorische verkaveling van de Amersfoortsestraat. Het is één van de sorties. De bomen langs de Kampweg, voor zover deze onderdeel zijn van de bomenstructuur, maken dan ook onderdeel uit van de hoofdbomenstructuur, zoals vastgelegd op de gemeentelijke bomenkaart, welke onderdeel is van het beleid 'bescherming en kap van bomen'. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.3. Voorts staan langs de Moerbessenberg twee bomen. Deze zullen worden gekapt ten behoeve van de aanleg van parkeerplaatsen. De twee bomen maken geen onderdeel uit van de bomenstructuur. Tegenover de kap van de twee bomen staat een vergroening van het terrein. 2.3.4

Waterstructuur

Grondwater Soesterberg ligt hooggelegen en heeft een erg lage grondwaterstand. Oppervlak tewater Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig (de grondwaterstand is relatief laag). Afval- en regenwater

Soesterberg - Kampweg 2

13

Regenwater dat op onverharde gebieden is gevallen wordt grotendeels afgevoerd op een natuurlijke manier, te weten via grondwaterstromen en verdamping via de grond en via de beplanting. Regenwater dat op verharde gebieden is gevallen wordt afgevoerd via het rioolstelsel of geïnfiltreerd in de bodem. Infiltratie in de bodem is gezien de lage grondwaterstand een goede oplossing voor het voorkomen van wateroverlast. De oude bebouwde gedeeltes van Soesterberg zijn voorzien van een gemengd stelsel. De recent bebouwde gedeeltes in de kern van Soesterberg zijn voorzien van een gescheiden stelsel. Bij een gemengd stelsel wordt regenwater van daken en van de verharding en afvalwater gemengd en wordt al het water afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Bij een gescheiden stelsel wordt regenwater van verhardingen en afvalwater in twee aparte stelsels ingezameld en getransporteerd. Het afvalwater wordt naar een pompstation aan de zuidkant van de Rijksweg A28 geleid (buiten het plangebied) en van daaruit via een persleiding naar Soest. 2.3.5

Functionele structuur

De functionele structuur ten zuiden van de planlocatie wordt voornamelijk bepaald door de functie 'wonen'. Aan de Rademakerstraat, ten noorden van de planlocatie, zijn veel winkels gelegen, alsmede horeca. Dit past goed bij de functie van deze straat als centrum van de kern Soesterberg. De gewenste ontwikkeling zal geen belemmering vormen voor de bestaande bedrijvigheid. Voor dit aspect zal in paragraaf 5.9 nader aandacht zijn.

Soesterberg - Kampweg 2

14

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Aan de Kampweg 2 te Soesterberg is een gebouw gelegen dat in gebruik was voor militaire zaken. Zo was er onder meer het Bureau Luchtvaart Geneeskundige Aangelegenheden en een politiebureau. In 2017 is het gebouw door het Rijksvastgoedbedrijf te koop aangeboden. Op het perceel zijn parkeerplaatsen aangelegd en er staat ook een dubbele garage. Het terrein is omheind en bereikbaar via een poort met hekwerk. Het gebouw is gebouwd omstreeks 1955 en bestaat uit een kelder, twee bouwlagen en een zolder. De bouw aard is traditioneel en heeft dakbedekking met dakpannen. De gevels zijn opgebouwd met traditioneel metselwerk en natuurstenen dorpels. Tegenover de planlocatie wordt een nieuwbouw project ontwikkeld en de wijk ten zuiden en westen is zeer planmatig van aard. Daarnaast ligt de planlocatie vlakbij de kern van Soesterberg, in de nabijheid van winkels en horeca. De gewenste ontwikkeling sluit goed aan bij de omgeving.

Soesterberg - Kampweg 2

15

Figuren: Beelden bestaande situatie 3.2

Gewenste situatie

De initiatiefnemer is voornemens om het pand te verbouwen en geschikt te maken voor maximaal zes appartementen. Het college van burgemeester en wethouders heeft aangegeven positief tegenover de ontwikkeling te staan. Om de zes appartementen te kunnen realiseren wordt het puntdak welke nu nog op het gebouw zit verwijderd. In plaats van de zolder onder het puntdak, wordt een opbouw geplaatst, waarmee een extra etage wordt gerealiseerd waar kan worden gewoond. Om dit mogelijk te maken worden de bestaande baksteengevels iets verhoogd en wordt de bestaande dakrand iets hoger geplaatst. De entree van het huidige gebouw blijft behouden en fungeert als entree voor de zes appartementen. De Commissie Ruimtelijke Kraliteit heeft over het ontwerp een positief oordeel gegeven. Voorwaarde die is gesteld is dat de bestaande garage wordt geïntegreerd in het project. Van de garage wordt ook het puntdak verwijderd en er wordt deels een terras op geplaatst. De garage wordt als woonruimte bij één van de twee appartementen op de begane grond toegevoegd. Ook zullen de appartementen op de begane grond een eigen tuin krijgen. Voor de overige appartementen geldt dat deze buitenruimte zullen hebben door de aanwezigheid van ruime balkons. De grootte van de zes appartementen varieert van circa 110 m² tot 185 m². De appartementen zullen op de markt worden aangeboden als woningen in het hogere segment.

De kelder, met een bvo van circa 200 m² wordt verdeeld in zes bergingen. Hier kunnen de bewoners van de bovengelegen appartementen hun spullen opslaan. De kelder is te bereiken via de centrale entree. Vanuit de kelder loopt een lift die voert tot en met de tweede verdieping.

Soesterberg - Kampweg 2

16

Figuren: Impressie nieuwe situatie

Soesterberg - Kampweg 2

17

Figuur: Plattegrond begane grond

Soesterberg - Kampweg 2

18

Figuur: Aan te leggen parkeerplaatsen langs de Moerbessenberg

Soesterberg - Kampweg 2

19

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, vormt de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Daarbij wordt ingezet op een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Het Rijk gaat voor verstedelijking en economische activiteiten uit van de bundelingsstrategie. Voordelen hiervan zijn dat steden ondersteund worden in hun economische en culturele functie. Zowel in dorpen als steden wordt het draagvlak voor voorzieningen ondersteund. Het bundelingsbeleid is een taak van decentrale overheden. Het Rijk heeft een stimulerende rol. Doel is dat in iedere gemeente voldoende mogelijkheid is om in de natuurlijke bevolkingsaanwas te voorzien. Naast de eigen bevolkingsaanwas moet ook voldoende ruimte zijn voor de lokaal gerichte bedrijvigheid. Bundeling houdt in dat nieuwe bebouwing geconcentreerd tot stand komt, dat wil zeggen in bestaand bebouwd gebied of direct aansluitend aan het bestaand bebouwd gebied. Voor geheel Nederland is een basiskwaliteit geformuleerd waaraan moet worden voldaan. Verdere verfijning wordt overgelaten aan de decentrale bestuurslagen. De gebieden en netwerken die het kabinet van nationaal belang acht, zijn bestemd als Ruimtelijke Hoofdstructuur. In deze gebieden wil het Rijk nadrukkelijk een rol vervullen. Voor de gemeente Soest betekent dit het volgende: Verstedelijking: bundeling van verstedelijking en economische activiteiten ondersteunt de functie van steden als economische motor.

Nieuwe bebouwing moet geconcentreerd tot stand komen: in het bestaande bebouwde gebied, aansluitend op het bestaande bebouwde gebied of in clusters daarbuiten. Uitgangspunt is dat iedere gemeente voldoende ruimte krijgt om te voorzien in de natuurlijke aanwas; Vitaal platteland: een economisch vitale grondgebonden landbouw is belangrijk voor het beheer van het buitengebied. Het economisch draagvlak en de vitaliteit van landelijke gebieden staat onder druk. Om daarin verlichting te brengen moeten de mogelijkheden voor hergebruik, nieuwbouw en de mogelijkheden voor een brede(re) bedrijfsvoering ruimer worden; Borging van bijzondere landschappelijke waarden: Nationale landschappen zijn gebieden met internationaal zeldzame en nationaal kenmerkende kwaliteiten op landschappelijk, cultuurhistorisch en natuurlijk gebied. Uitgangspunt voor de Nationale landschappen is 'behoud door ontwikkeling'. De polders aan de oostkant van Soest vallen gedeeltelijk in het Nationale landschap Arkemheen-Eemland. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De SVIR is niet relevant voor de gewenste ontwikkeling van zes appartementen. De ladder voor

Soesterberg - Kampweg 2

20

duurzame verstedelijking komt in paragraaf 4.1.3 aan de orde. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1.

er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling

Soesterberg - Kampweg 2

21

Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van twaalf woningen. Onderhavig initiatief betreft de transformatie van een gebouw met een maatschappelijke bestemming om zes appartementen te realiseren. Hierdoor is het doorlopen van de laddertoets niet noodzakelijk is. Conclusie Op basis van jurisprudentie blijkt dat het doorlopen van de laddertoets voor voorliggend initiatief niet noodzakelijk is. 4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie

De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie van de provincie Utrecht is op 4 februari 2013 vastgesteld door de Provinciale Staten en in 2016 herijkt, en voor de tweemaal partieel herzien in 2018. De visie is toegespitst op de periode 2013-2018. In het provinciale beleid richt de provincie Utrecht zich op het aantrekkelijk houden van de provincie via de binnenstedelijke opgave en het versterken en behouden van de kwaliteit van het landelijke gebied. Er wordt onderkend dat dit een complexe opgave is. Door de ontwikkeling van wonen en werken vooral in het bestaande stedelijke gebied te laten plaatsvinden, blijven vitale dorpen behouden. De transformatie van leegstaand vastgoed wordt gestimuleerd. In de structuurvisie is speciale aandacht voor de woningbouwopgave van de gemeente Soest. In de gemeente Soest liggen de bebouwingskernen Soest en Soesterberg. Voor de totale gemeente wordt uitgegaan van een woningbouwprogramma van 1165 woningen binnen de rode contouren, waarvan 165 woningen op de voormalige Vliegbasis Soesterberg. De overige 1000 woningen kunnen hoofdzakelijk op diverse locaties in Soest en Soesterberg worden gerealiseerd. Voor Soesterberg zijn dit onder andere Apollo Noord en Masterplan/ Campuszone. In Soest wordt de ontwikkeling van woningen voorzien op onder andere de locatie Molenschot.

In het kader van het programma Hart van de Heuvelrug is de rode contour achter De Open Ankh in Soesterberg aangepast. 4.2.2

Provinciale Ruimtelijke Verordening

De provinciale ruimtelijke verordening is geconsolideerd in december 2018 en gebaseerd op artikel 4.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Hierbij kan worden gedacht aan de EHS en de rode contouren. De verordening bevat daartoe bepalingen die bij het opstellen van gemeentelijke bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen, in acht moeten worden genomen. De verordening heeft alleen betrekking op nieuwe plannen en besluiten. Dit betekent dat vigerende bestemmingsplannen niet onder de werking van de verordening vallen. De verordening bevat geen bepalingen die de burger rechtstreeks binden. Normen uit de verordening moeten eerst vertaald worden in een gemeentelijk planologisch besluit. Er wordt gesteld dat binnenstedelijke ontwikkeling, zoals de transformatie en aanpak van leegstand, bovengemeentelijke aspecten heeft. Dit komt omdat er een regionale markt bestaat betreffende woonlocaties. Regionale afstemming en het creëren van een gelijk speelveld in alle gemeenten is dus nodig. Ook geldt dat bij het bouwen en renoveren van panden het belang is dat initiatiefnemers en gemeenten nadenken over het gebruik van alternatieve vormen van energie en energiebesparende technieken.

De planlocatie is gelegen binnen de Cultuurhistorsiche Hoofdstructuur (CHS), zoals te zien in onderstaande figuur. Hierbinnen valt het binnen de begrenzing Militair erfgoed, Historische buitenplaatszone en Archeologie.

Soesterberg - Kampweg 2

22

1. Militair erfgoed: behoud door ontwikkeling is het uitgangspunt. Er is ruimte voor ontwikkelingen, inclusief verstedelijking, gericht op het creëren van economische kostendragers indien deze bijdragen aan het herstel van de cultuurhistorische waarde van het militair erfgoed. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van de linies is het behouden van de openheid van de voormalige inundatie gebieden en van de samenhang tussen de elementen van de linie van groot belang. De linies zijn bepalend voor de ontwikkelingsrichting en vorm van verstedelijking en grootschalige infrastructuur. Voor de voormalige vliegbasis en omgeving ligt de cultuurhistorische waarde in de historische structuren en objecten van land- en luchtmacht. 2. Historische buitenplaatszone: behoud door ontwikkeling is het uitgangspunt. Er is ruimte voor ontwikkelingen, inclusief verstedelijking, gericht op het creëren van economische kostendragers indien deze bijdragen aan het herstel van de cultuurhistorische waarde van de buitenplaatszone. Hierbij kan gedacht worden aan kleinschalige stedelijke functies c.q. bebouwing. Deze kan op de buitenplaats of, indien zo een betere inpassing mogelijk is, in de nabijheid van de buitenplaats worden gerealiseerd. 3. Archeologie: Bij het behouden van archeologische waarden gaat het om regels die aantasting van archeologisch erfgoed voorkomen of tot het uiterste beperken.

Daartoe moeten zowel bekende als te verwachten waarden worden beschermd. Behoud in situ (in de bodem) heeft altijd de voorkeur. Het geven van een dubbelbestemming verdient aanbeveling als de archeologische waarden zich over meerdere andere bestemmingen uitstrekken. Daarbij dient de rangorde tussen de bestemmingen te worden aangegeven. Ter bescherming van de waarden dienen zo nodig aanleg voorschriften te worden opgenomen. Deze aandachtspunten zullen verder worden besproken in paragraaf 5.4.

Figuur: Ligging planlocatie in Cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS) (kaart 4 PRV) Conclusie Vanuit provinciaal beleid zijn er geen belemmeringen voor de gewenste ontwikkeling.

Soesterberg - Kampweg 2

23

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Soest (2009-2030)

In de structuurvisie is globaal vastgelegd hoe de gemeente Soest er in 2030 ongeveer uit moet zien. De kracht van de structuurvisie zit in de samenhang tussen elementen als aantal en soort woningen, werkgelegenheid, voorzieningen en verkeersafwikkeling. Het speerpunt van de structuurvisie is om het dorp Soest levendig en groen te houden. In de structuurvisie wordt gestreefd naar een evenwichtige bevolkingsopbouw. Alle bevolkingsgroepen moeten kunnen blijven wonen, werken en gebruik maken van voorzieningen in de gemeente Soest. Daarom wordt er gebouwd voor de eigen bevolking en wordt rekening gehouden met een kleine instroom. Het toevoegen van woningen, voornamelijk voor het goedkope segment en voor doorstromers, mag niet ten koste gaan van het groene en dorpse karakter. Het combineren van deze punten leidt tot een integrale visie voor de kern Soest met enkele nieuwe ontwikkelmogelijkheden. Deze nieuwe mogelijkheden worden, waar mogelijk vertaald naar het bestemmingsplan. Conclusie De kern Soesterberg en de vliegbasis Soesterberg zijn in de structuurvisie niet meegenomen, omdat hiervoor al plannen zijn opgesteld met een eigen besluitvorming. Toetsing aan de 'Structuurvisie Soest' is derhalve niet mogelijk. 4.3.2

Masterplan Wonen Soest

Op 20 mei 2020 heeft de gemeenteraad van Soest het Masterplan Wonen Soest vastgesteld. Het Masterplan is gebouw op drie pijlers, te weten de behoefte, de locaties en de instrumenten. Hoewel het voornamelijk gaat om de woningbehoefte in de kern Soest, kan het Masterplan niet los worden gezien van ontwikkelingen in Soesterberg. In 2019 is de kwalitatieve woningbehoefte in de gemeente Soest onderzocht. Sinds 2015 is de bevolking van Soest gegroeid, met een vestigingsoverschot als belangrijkste oorzaak van de groei. De transactieprijzen zijn de laatste jaren toegenomen. Daarnaast wordt genoemd dat jongeren vaker een woning willen open en ouderen vaker willen huren, waarbij ouderen sterk geörienteerd zijn op zowel huurals koopappartementen. Er ligt in de gemeente dan ook een sterke opgave in de toevoeging van appartementen, zowel koop als huur. De vraag naar appartementen is dus groter dan het beschikbare aanbod. Hoewel het Masterplan focust op de kern Soest, kan Soesterberg een deel van de in Soest aanwezige vraag naar appartementen opvangen. Conclusie Hoewel het Masterplan een sterke focus heeft op de kern Soest, levert de ontwikkeling een bijdrage aan het laten afnemen van het tekort aan appartementen in de gehele gemeente, waarbij de ontwikkeling zich toespitst op appartementen in het duurdere segment. 4.3.3

Welstandsnota

De planlocatie is gelegen in het ontwikkelingsgebied C 'Woon-werkgebied Soesterberg'. Volgens de Welstandsnota 2014 geldt hier het gewone welstandsregime en wordt alleen op hoofdaspecten getoetst, zoals onder andere een evenwichtige compositie van de massavorm van het object, een evenwichtige compositie van de gevelopbouw en de afstemming van de gevelopbouw van het object op die van de belendingen. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) heeft haar waardering uitgesproken voor de functionele en architectonische transformatie van het bestaande pand. De commissie vindt de beoogde transformatie, inclusief verwijdering van de kap op het hoofdgebouw en het behoud van de kap op de garage voorstelbaar. De commissie adviseert het volgende (7 februari 2020): "De commissie waardeert de zoek tocht van de architect om het advies van de commissie te verwerken. De commissie constateert dat de keuze voor een ontwerp waarbij zowel bij het hoofdgebouw als bij de garage de kap wordt verwijderd, architectonisch bevredigend is, omdat hiermee de bestaande gebouwen

Soesterberg - Kampweg 2

24

voldoende autonoom blijven ten opzichte van de uitbreiding. Om de architectonische ambitie van de uitbreiding te realiseren wijst de commissie er op dat materialisering en detaillering van de nieuwbouw bijzonder nauw luisteren en derhalve bijzonder zorgvuldig moeten worden uitgewerkt en uitgevoerd." Conclusie De transformatie van het voormalige militaire gebouw draagt bij aan de levendigheid van Soest en doet geen afbreuk aan de bestaande situatie in Soest en draagt bij aan de vraag naar duurdere appartementen. 4.3.4

De groene kernkwaliteit van Soest 2014

Het groenbeleid is vastgelegd in de nota 'de groene kernkwaliteit van Soest' (2014). De gemeente Soest heeft een uitgebreide groenstructuur zowel binnen de bebouwde kom als in het groene buitengebied. Daarbij zijn nog veel landschappelijke cultuurhistorische elementen aanwezig. De kernkwaliteit van het groen in Soest bestaat uit een combinatie van visueel-ruimtelijke, functioneel-ruimtelijke en economische kwaliteiten. Het groen op dorps- en wijkniveau draagt bij aan de collectieve beleving van de groene kernkwaliteit, waarbij bomen de belangrijkste groenelementen zijn. Het groen dat bepalend is voor de groene kernkwaliteit is vastgelegd op de groenstructuurkaart. Het doel van de nota 'de groene kernkwaliteit van Soest' en de groenstructuurkaart is: Het behouden en versterken van de groene kernkwaliteit van Soest; Het herstel van landschappelijke cultuurhistorische elementen; Het bieden van kaders voor het herstel van lanenstructuren en landschappelijke cultuurhistorische elementen. In het bestemmingsplan zijn de belangrijke groenstructuren vastgelegd. De belangrijkste structuurbepalende elementen zijn opgenomen in de bestemming 'Groen - Structuurgroen', waarin beschermende bepalingen zijn opgenomen. De overige groenstructuren dan wel groengebieden zijn opgenomen in de bestemming 'Groen - Wijkgroen'.

Conclusie Hoewel er voor de hoofdingang van het voormalige kantoorpand een groenstrook is aangelegd met daarin het Monument voor de Vrijheid is het niet als zodanig bestemd. desondanks zal met de ontwikkeling de groene kernkwaliteit niet worden geschaad. 4.3.5

Bescherming en kap van bomen 2012

In de nota 'Bescherming en kap van bomen' is het beleid rondom het duurzaam beschermen van bomen en de regels voor het kappen vastgelegd. De juridische regels rondom het beschermen en kappen van bomen zijn vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening Soest (APV Soest). Het beschermen van bomen is gericht op het behoud van het groene karakter van de gemeente Soest, dat hoofdzakelijk wordt bepaald door bomenstructuren. Daarnaast kunnen individuele bomen of bomengroepen van grote waarde zijn voor een bepaalde plek. De te beschermen bomen zijn onderverdeeld in 5 categorieën: Bomenstructuren zoals vastgelegd op de groenstructuurkaart, en de parkwijken; Monumentale bomen (particulier en gemeentelijk); Waardevolle bomen (gemeentelijk); Toekomstig monumentale particuliere bomen op percelen = 175m²; Overige openbare bomen. De beschermwaardige bomen van categorieën 1 t/m 3 zijn vastgelegd op de bomenkaart van Soest. Voor deze bomen geldt een concreet verbod op het vellen. Er wordt géén vergunning verleend voor kap, tenzij sprake is van een zwaarwegend planologisch argument van algemeen belang. Daarbij geldt de juridische voorwaarde dat eerst aantoonbaar gekeken moet worden naar alternatieve ruimtelijke en boomkundige oplossingen om de monumentale boom te behouden. Er wordt altijd een herplantplicht opgelegd.

Soesterberg - Kampweg 2

25

Voor de bomen in categorie 4 en 5 geldt dat een vergunning wordt verleend mist geen sprake is van een weigeringsgrond. Daarbij dient aangetoond te worden dat de boom in de planvorming uitdrukkelijk is meegewogen, er géén haalbare alternatieven zijn en het belang van het doorgaan van de plannen/ontwikkeling(en) groter is dan de waarde van de boom. Bij vergunningverlening kan een herplantplicht worden opgelegd. Bomen en ruimtelijke ontwikkelingen In de oriëntatiefase van een planontwikkeling moet door de initiatiefnemer het aanwezige groen en de bomen/houtopstanden worden ingemeten, geïnventariseerd en gewaardeerd. Bij het inventariseren is het van belang dat ook de kroonprojectie wordt ingemeten en de mogelijkheid tot verplanten van de bomen wordt onderzocht. Op basis van deze inventarisatie beoordeeld de gemeente welke bomen behouden moeten blijven en worden randvoorwaarden gesteld. Ook bomen binnen de directe invloedssfeer van de ontwikkeling (5 meter uit bouwwerk (rondom) of binnen 5 meter uit perceelsgrens) moeten geïnventariseerd worden, om mogelijke schade / noodzaak tot vellen vooraf in beeld te hebben en bepalend te laten zijn voor de vergunningverlening van het bouwwerk. In de ontwerp-/ voorbereidende fase moet inzichtelijk worden gemaakt wat het effect is van het (bouw)plan / de werkzaamheden op de bomen.

Een Bomeneffectanalyse (BEA) beoordeelt of de boom/houtopstand, in het perspectief van de voorgenomen bouw/aanleg, in zijn huidige verschijningsvorm en standplaats, duurzaam behouden kan blijven. Ook worden knelpunten in beeld gebracht. Op basis van een BEA worden passende oplossingen gezocht. Tevens worden maatregelen en randvoorwaarden (ontwerpeisen) aangegeven met als doel de bomen duurzaam te behouden, zowel tijdens de sloop, de bouw als daarna.

Figuur: Uitsnede bomenkaart Soest 2014 Uit de bomenkaart blijkt dat de planlocatie is gelegen langs een bomenstructuur categorie 1; lanen. Daarnaast is er een monumentale boom (nummer 190) gelegen op circa 14 meter van de perceelgrens. Voorts geldt dat de 33 bomen aan het Odijkplein staan voor de 33 gesneuvelde bewoners van Soesterberg tijdens de Tweede Wereldoorlog. Conclusie De waardevolle boom ligt op ruime afstand van de perceelgrens. De monumentale boom (en de overige bomen) zal behouden blijven en dit bestemmingsplan zal de bomenstructuur (categorie 1) niet schaden. Om het plan mogelijk te maken zullen er twee bomen langs de Moerbessenberg, welke buiten de bomenstructuur vallen, worden gekapt. Hiervoor in de plaats zal het perceel worden vergroend.

Soesterberg - Kampweg 2

26

Hoofdstuk 5

Uitvoeringsaspecten

In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid. 5.1

Flora en fauna

5.1.1

Wettelijk kader

Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.

Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee en alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk.

Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De bescherming van de EHS betekent niet dat bijvoorbeeld woningbouw en bedrijvigheid altijd verboden zijn. Ontwikkelingen zijn onder bepaalde voorwaarden mogelijk. Het Rijk en de provincies hebben hiervoor samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties, spelregels opgesteld. In de EHS geldt het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gecompenseerd. Ook hierover zijn afspraken gemaakt.

Soesterberg - Kampweg 2

27

5.1.2

Effect te vergunnen activiteiten

Het plangebied is niet gelegen in een NNN gebied. Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland gebied ligt op een afstand van zo'n 540 meter ten noorden van de planlocatie. Ook is de planlocatie niet gelegen in een Groene Contour. Wel is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Op 17 februari 2020 is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd door Ecoresult B.V. (bijlage 2). Dit gespecialiseerde ecologische bureau heeft het complete plangebied onderzocht. Jaarrond beschermde nesten Uit het onderzoek blijkt dat de planlocatie geschikt is als voortplantings- en vast rust- en verblijfplaats van gebouwbewonende vogels met jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen, te weten de huismus en gierzwaluw. Door de werkzaamheden zullen de potentiële verblijfplaatsen verwijderd worden. Artikel 3.1, lid 2, 4 en 5 van de Wnb worden hiermee mogelijk overtreden. Aanvullend veldonderzoek is nodig om te bepalen: of voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van huismus in het plangebied aanwezig zijn. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen die het bevoegd gezag hieraan stelt.

Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen aanwezig zijn én door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart; of voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw in het plangebied aanwezig zijn. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aanwezig zijn én door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart. Daarnaast geldt dat de directe omgeving van het plangebied potentieel geschikt kan zijn als voortplantingsplaats voor algemene vogelsoorten waarvan de nesten (in dezen) niet jaarrond beschermd zijn, zoals de zwarte kraai en de ekster. Voor werkzaamheden zal dan ook een broedvogelcontrole worden uitgevoerd. Vleermuizen Ook geldt dat de aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis voor de functies zomer-, kraam-, paar-, en winterverblijfplaats niet is uitgesloten.

Het verwijderen van het schilddak van het voormalige politiegebouw kan negatieve effecten hebben op mogelijk aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen. Aanvullend onderzoek is nodig in de periode 15 mei tot en met 15 juli middels 2 bezoeken en tussen 15 augustus tot 1 oktober middels 2 bezoeken om te bepalen of zomer-, kraampaar- en winterverblijfplaatsen mede als essentieel functioneel leefgebied aanwezig zijn. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien vleermuizen aanwezig zijn dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verstorende (sloop)werkzaamheden kan worden gestart. Bij aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen wordt er van uitgegaan dat de bebouwing ook geschikt is als winterverblijfplaats voor enkele dieren tijdens milde winters. Overige soorten Aanwezigheid van verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van overige Habitatrichtlijnsoorten zijn in het plangebied redelijkerwijs uit te sluiten, geschikt habitat ontbreekt. Aanvullend (veld)onderzoek is niet nodig. De activiteiten kunnen worden uitgevoerd. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. Nationaal beschermde soorten Het plangebied is enkel geschikt voor verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van nationaal beschermde soorten die met een provinciale vrijstelling, o.a.

diverse algemene (spits)muissoorten, egel, bruine kikker en gewone pad. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten zoveel mogelijk dient te

Soesterberg - Kampweg 2

28

worden voorkomen. Te denken valt aan het werken in één richting waarbij de dieren een vlucht mogelijkheid hebben. Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. Aanvullend onderzoek Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd conform de aanbevelingen uit de quickscan. Dit onderzoek is uitgevoerd door Tiko Seip Ecologisch Advies (zie bijlage 3). De belangrijkste conclusie is de volgende: Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde vogelnesten of verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Directe effecten op jaarrond beschermde nesten en/of vleermuisverblijven zijn daarmee uitgesloten. Wel kunnen werkzaamheden bij gebruik van nachtelijke verlichting leiden tot verstoring van foeragerende en passerende vleermuizen rond het plangebied. Door het treffen van de juiste maatregelen kan verstoring vleermuizen worden voorkomen.

Geconcludeerd kan worden dat de werkzaamheden zonder overtreding van de verbodsbepalingen worden uitgevoerd. 5.1.3

Conclusie

Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de flora- en faunaregelgeving geen beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief. 5.2

Stikstofdepositie

5.2.1

Wettelijk kader

Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Sinds 2015 was tot voor kort het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht. Het programma bevatte een integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen werden getroffen in en nabij de Natura 2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) geldt het PAS voor geen enkel Natura 2000-gebied meer. Dit betekent ook dat de collectieve passende beoordeling via het PAS door de uitspraak is komen te vervallen. Met de AERIUS Calculator 2020 (15 oktober 2020) kunnen de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden worden bepaald. Door de uitspraak is in het kader van dit bestemmingsplan ook gekeken naar de mogelijk te verwachten effecten. 5.2.2

Onderzoek

De drie Natura 2000-gebieden die het dichtst bij de planlocatie liggen zijn de volgende: Arkemheen (op circa 15 kilometer afstand); Oostelijke Vechtplassen (op circa 11 kilometer), en Rijntakken (op circa 10kilometer). De Arkemheen is niet stikstofgevoelig en kan met betrekking tot stikstofdepositie buiten beschouwing worden gelaten. De afstanden tot de Oostelijke Vechtplassen en de Rijntakken zijn dermate groot dat een effect door de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen op stikstofdepositie dan ook niet te verwachten is.

Soesterberg - Kampweg 2

29

Daarnaast wordt door de nu voorziene transformatie van het verouderde gebouw naar appartementen verwacht dat deze een positief effect op emissies zal hebben door een vermindering van emissies door nieuwe technische installaties en betere isolatie. Er is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator versie 2020. Hieruit blijkt dat er door de gewenste ontwikkeling geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar plaatsvindt op Natura 2000-gebieden. Het rapport is opgenomen in bijlage 4. De berekeningen zijn te vinden in bijlagen 5 en 6. 5.2.3

Conclusie

Er is een stikstofdepositieberekening.uitgevoerd. Hieruit volgen geen belemmeringen voor de gewenste ontwikkeling. 5.3

Bodemkwaliteit

5.3.1

Wettelijk kader

De Wet Bodembescherming schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van een dergelijk onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 5.3.2

Resultaten onderzoek

Voorliggend initiatief voorziet in een functiewijziging van Maatschappelijk naar Wonen. Vink Milieutechnisch Adviesbureau B.V (hierna: Vink). heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, aangezien er ten aanzien van het initiatief graafwerkzaamheden zullen worden uitgevoerd. Daarnaast geldt dat de nieuwe planologische functie een milieugevoelige functie is, aangezien er meerder personen voor langere tijd aanwezig kunnen zijn in het pand. Vooronderzoek Voor het veldonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd. Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet, of slechts in lichte mate is aangetast. Er is geen sprake van een lijnvormige bron. De hypothese voor de locatie luidt; (kleinschalig) onverdacht'. Verkennend veldonderzoek Op 17 februari 2020 heeft Vink veldwerk uitgevoerd (zie bijlage 7). Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, verdachte geuren en kleuren en eventuele bodem- vreemde bestanddelen zoals puin, afval of asbestverdachte materialen. De waarnemingen zijn in het veld in profielbeschrijvingen vastgelegd. Alle monsters zijn individueel verpakt in geschikte monsterverpakkingen en zijn volgens de geldende richtlijnen geconserveerd. Systematisch verdeeld over de locatie zijn in totaal 6 boringen verricht tot een diepte van 0,5 m-mv.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=952aaeff-f3f6-4c25-87d6-f86174f516c6