CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4a 12 Bijlage 11 Bezwaar 30-10-19.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente SoestBij agendapunt: RV 21-27: Beslissing op bewaar weigering wijziging bestemmingsplan t.b.v. nieuw agrarisch bedrijf aan de Peter van den Breemerweg tegenover nr 1 en 331.217 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen. 1.70

speelvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van spelende kinderen in de buitenlucht, zoals speelvelden en speeltoestellen, zoals een wip-wap, glijbaan, wipkip en klimrek, alsmede een skate-baan. 1.71

straatmeubilair

meubilair, dat langs de openbare weg staat zoals lantaarnpalen, banken en afvalbakken. 1.72

verbeelding

de kaart met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen, alsmede de aanduidingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen. 1.73

vlak

een geografisch bepaald gebied. 1.74

verkoop streekeigen producten:

het te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van agrarische producten aan particulieren, bij wijze van neventak van een agrarisch bedrijf, voor zover deze agrarische producten op het eigen bedrijf/in de regio zijn geteeld en hooguit op ambachtelijke wijze op het eigen bedrijf/in de regio zijn verwerkt of bewerkt. 1.75

vervolgfunctie

de nieuwe bestemming van het bouwperceel, indien het aldaar gevestigde bedrijf is opgeheven. 1.76

volwaardig agrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf met een omvang, passend bij ten minste één fte. 1.77

voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.78

waardevolle archeologische laag

de grondlaag in de bodem waarin de archeologische waarden zijn te verwachten.

Rho adviseurs voor leefruimte

034200.20180197

68

1.79

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.80

zijdelingse perceeisgrens

de grens tussen twee percelen, die de voor- en achterzijde van een perceel verbindt. 1.81

zijerf

de gronden, die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel. 1.82

zomerseizoen

de periode vanaf 1 maart tot en met 31 oktober. 1.83

zorgboerderij

een bij een (agrarisch) bedrijf behorende toelaatbare activiteit, gericht op het verlenen van zorg en begeleiding door middel van dagbesteding aan mensen waarbij het meewerken aan agrarische activiteiten in, bij en rond het ter plaatse aanwezige (agrarisch) bedrijf een wezenlijk onderdeel is of kan zijn van resocialisatie of therapie.

Rho adviseurs voor leefruimte

034200.20180197

69

Artikel 2 2.1

Wijze van meten

Meetregels

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a.

afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens

de kortste afstand van een bouwwerk tot de (zijdelingse) perceelsgrens. b.

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. c.

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Indien het terrein voor en achter het bouwwerk niet even hoog ligt, wordt de goothoogte gemeten aan de voorgevel; voor de achtergevel liggen in dat geval de goothoogten op dezelfde werkelijke hoogte als bij de voorgevel. Indien de voorgevel wordt uitgevoerd als opgaande topgevel, gelden de goothoogten voor de zijgevels. Zij worden gemeten uit het terrein, aanliggende aan de voorgevel. d.

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een ander bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. e.

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. f.

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. g.

breedte, lengte en diepte van een gebouw

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. h.

verticale bouwdiepte van een bouwwerk

vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. i.

vloeroppervlakte

de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580. 2.2

Aanvullende meetregels

Bij het meten gelden de volgende aanvullende regels: a.

ondergeschikte bouwonderdelen

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, bestemmings- en aanduidingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. b.

het peil voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst

mag niet meer dan 20 centimeter boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van

Rho adviseurs voor leefruimte

034200.20180197

70

die hoofdtoegang worden gesitueerd. Indien het peil voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst hoger is gelegen dan 20 centimeter boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang, wordt voor het bepalen van de bouw- en goothoogte van een bouwwerk vanaf die hoogte gerekend. c. het peil in andere gevallen mag niet meer dan 20 centimeter boven de gemiddelde hoogte van het rondom afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw, worden gesitueerd. Indien het peil voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst hoger is gelegen dan 20 centimeter boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang, wordt voor het bepalen van de bouw- of goothoogte van een bouwwerk vanaf die hoogte gerekend.

Rho adviseurs voor leefruimte

034200.20180197

71

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

3.2

het uitoefenen van een grondgebonden veehouderijbedrijf zoals genoemd in artikel 1.43; behoud, herstel en instandhouding van de voorkomende visueel-ruimtelijke kwaliteit, zoals beschreven in bijlage 3 bij de regels; behoud en herstel van de voorkomende natuurlijke waarden; ondergeschikte extensieve dagrecreatie en kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; kleinschalige natuur- en landschapsontwikkeling; voorzieningen zoals groen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, ontsluitingswegen en voet- en fietspaden, bruggen, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding waaronder ook voorzieningen ten behoeve van het bergen van water. Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels; 3.2.1 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bedrijfsgebouwen, andere bouwwerken, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, en (half)verharding mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd; b. bouwvlakken mogen geheel bebouwd worden; c. voor bedrijfsgebouwen gelden maximale goot- en bouwhoogten van respectievelijk 6 meter en 10 meter. 3.2.2 Bedrijfswoning Voor het bouwen van bedrijfswoningen, inclusief aan- en uitbouwen, gelden de volgende bepalingen: a. per bouwvlak mag één bedrijfswoning in het bouwvlak gebouwd worden; b. de inhoud per bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 600 m3; c. de goot- en bouwhoogte van bedrijfswoningen mogen respectievelijk ten hoogste 5,5 meter en 10 meter bedragen. 3.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoning a. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan op een afstand van 3 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 20% van de oppervlakte van de bijbehorende gronden, tot een maximum van 100 m2, bedragen; c.

de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

Rho adviseurs voor leefruimte

034200.20180197

72

bijbehorend bouwwerk

goothoogte

gebouwen

3 meter

bouwhoogte

5 meter 3 meter 3 meter d. van bijbehorende bouwwerken mag geen deel uitsteken buiten de denkbeeldige vlakken, die vanaf een hoogte van 3 meter op de zijdelingse perceelsgrenzen onder een hoek van 52 graden met de horizon omhooglopen. overkappingen

3.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. faciliteiten ten behoeve van paarden, zoals paardenbakken, tredmolens, uitloopvoorzieningen en b.

mestplaten, zijn niet toegestaan buiten het bouwvlak; de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven: situering

bouwhoogte

voor de voorgevel van het hoofdgebouw

1 meter

achter de voorgevel van het hoofdgebouw

2 meter

erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak 1,5 meter

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Overschrijding bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in lid 3.2.1 onder a ten behoeve van de overschrijding van het bouwvlak, met inachtneming van het volgende: a. overschrijding van het bouwvlak is alleen toelaatbaar, voor zover een doelmatige bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt; hiervan is in ieder geval sprake, indien de overschrijding van het bouwvlak vanwege milieuwetgeving of het dierwelzijn is vereist; b. het bouwvlak mag eenmalig en aan één zijde worden overschreden met niet meer dan 25 meter; c. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan de oppervlakte van het bouwvlak; d. omliggende agrarische bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt; e. de overschrijding moet passen binnen de in bijlage 3 beschreven bestaande visueel-ruimtelijke kwaliteit; f. de aanvrager dient aan de hand van een door een deskundige op te stellen advies aan te tonen, dat wordt voldaan aan het in dit lid bepaalde. 3.3.2 Schuilstallen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder a voor de bouw van schuilstallen buiten het bouwvlak, met inachtneming van het volgende: a. de schuilstallen mogen uitsluitend gebruikt worden voor hobbymatige agrarische activiteiten; b. de oppervlakte mag niet meer dan 25 m2 bedragen; c. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; d.

de schuilstal is gelegen op een afstand van ten hoogste 50 meter van een bouwvlak; e. per 3 ha aaneengesloten grond mag slechts één schuilstal worden gebouwd; f. de overschrijding dient te passen binnen de in bijlage 3 beschreven bestaande visueel-ruimtelijke kwaliteit en gewenste beeldkwaliteit; g. de aanvrager dient aan de hand van een door een deskundige op te stellen advies aan te tonen, dat wordt voldaan aan het in dit lid bepaalde. 3.3.3 Innovatieve stalsystemen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de maatvoeringen zoals genoemd in 3.2.1 onder c, teneinde een afwijkende dakvorm voor bedrijfsgebouwen te realiseren, met inachtneming van het volgende:

Rho adviseurs voor leefruimte

034200.20180197

73

a. b. c. d.

van de bevoegdheid tot afwijken wordt uitsluitend gebruik gemaakt voor zover een doelmatige bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt; de afwijkende dakvorm dient te passen binnen de in bijlage 3 beschreven bestaande visueel-ruimtelijke kwaliteit en gewenste beeldkwaliteit; de overschrijding van de goot- en/of bouwhoogte mag maximaal 2 meter bedragen; de aanvrager dient aan de hand van een door een deskundige op te stellen advies aan te tonen dat wordt voldaan aan het in dit lid bepaalde.

3.3.4 Vergroten inhoudsmaat bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder b om een grotere inhoudsmaat van de bedrijfswoning toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. de inhoud van de bedrijfswoning mag vergroot worden tot ten hoogste 800 m3; b. de vergroting van de woning dient binnen het bouwvlak plaats te vinden; c. de vergroting van de woning dient te passen binnen de in bijlage 3 beschreven bestaande visueel-ruimtelijke kwaliteit en gewenste beeldkwaliteit; d. de aanvrager dient aan de hand van een door een deskundige op te stellen advies aan te tonen, dat wordt voldaan aan het in dit lid bepaalde. 3.4

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. faciliteiten ten behoeve van paarden, zoals paardenbakken, tredmolens, uitloopvoorzieningen en mestplaten, zijn niet toegestaan buiten het bouwvlak; b. het gebruik van een bedrijfswoning als zelfstandige burgerwoning door derden, anders dan de hoofdgebruiker van het agrarisch bedrijf, is niet toegestaan; c. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage is niet toegestaan, in de gevallen zoals bedoeld in kolom 2 van de desbetreffende bijlage. d. het gebruiken van gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken conform de bestemming Agrarisch met waarden is alleen toegestaan indien binnen één jaar na start van de bouw het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1, is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1 Nevenfuncties bij agrarische bedrijven Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 onder a ten behoeve van het gebruiken van bestaande agrarische bedrijfsgebouwen en terreinen voor niet-agrarische nevenfuncties, waarbij de volgende bepalingen in acht worden genomen: a. de niet-agrarische nevenfuncties dienen milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; er mogen geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden); b. in vergelijking met het agrarisch gebruik mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden; c. het parkeren behorende bij de niet-agrarische nevenactiviteit dient binnen het bouwvlak plaats te vinden met dien verstande dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernorm; d. het oprichten van lichtmasten, lichtbakken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van reclameborden en/of neonreclame is niet toegestaan; e. opslag van stoffen en producten die gevaar of milieuoverlast kunnen opleveren, is in geen geval f. g.

toegestaan; buitenopslag is in geen geval toegestaan; niet-agrarisch gebruik mag door de visuele aspecten, zoals redame-uitingen en technische installaties, het landelijk karakter van de omgeving niet aantasten;

Rho adviseurs voor leefruimte

034200.20180197

74

h. i.

het oprichten van nieuwe bebouwing voor de niet-agrarische nevenactiviteiten is niet toegestaan; de niet-agrarische nevenfunctie mag de in bijlage 3 van de planregels beschreven bestaande visueel-ruimtelijke kwaliteit en gewenste beeldkwaliteit niet onevenredig aantasten; j. bij het inpassen van een niet-agrarische nevenfunctie dient, voor zover relevant, zorg te worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; k. de aanvrager dient door middel van een schriftelijk advies van een deskundige inzake cultuurhistorie, landschap en natuur in te gaan op het bepaalde onder i en j van dit lid; l. per nevenfunctie mag maximaal 300 m2 netto vloeroppervlak in bestaande bebouwing in gebruik worden genomen; m. bij een combinatie van nevenfuncties mag het gezamenlijk netto vloeroppervlak in bestaande bebouwing eveneens niet meer bedragen dan 300 m2; n. voor kleinschalige verblijfsrecreatie gelden de volgende regels: 1. kampeermiddelen mogen uitsluitend aanwezig zijn in de periode vanaf 1 maart tot en met 31 oktober; 2. het plaatsen van stacaravans is niet toegestaan; 3. verblijfsrecreatie is toegestaan tot maximaal 15 standplaatsen. o. p. q. r. s. t.

recreatieappartementen zijn toegestaan tot maximaal 15 slaapplaatsen; detailhandel is slechts toegestaan in de vorm van detailhandel in lokaal of regionaal voortgebrachte producten, waarbij het netto verkoopvloeroppervlak niet meer mag bedragen dan 100 m2; horeca is slechts toegestaan in de vorm van lichte horeca volgens categorie 1 van de Staat van horeca-activiteiten, zulks met uitzondering van bezorg- en afhaalservice; het aantal slaapplaatsen bij bed and breakfast mag niet meer bedragen, dan zoals genoemd onder sub o van dit lid; bedrijven uit categorie 3 of hoger van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 2) zijn niet toegestaan; de aanvrager dient aan de hand van een door een deskundige op te stellen advies aan te tonen dat wordt voldaan aan het in dit lid bepaalde.

3.5.2 Zorgboerderij bij agrarische bedrijven Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 onder a ten behoeve van het gebruiken van bestaande agrarische bedrijfsgebouwen als zorgboerderij, met dien verstande dat: a. in vergelijking met het agrarisch gebruik mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden; b. het parkeren behorende bij de zorgboerderij dient binnen het bouwvlak plaats te vinden met dien verstande dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernorm; c. het oprichten van lichtmasten, lichtbakken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van reclameborden en/of neonreclame is niet toegestaan; d. het oprichten van nieuwe bebouwing voor de zorgboerderij is niet toegestaan; e. voor de zorgboerderij mag maximaal 300 m2 netto vloeroppervlak in bestaande bebouwing in f.

gebruik worden genomen; de aanvrager dient aan de hand van een door een deskundige op te stellen advies aan te tonen dat wordt voldaan aan het in dit lid bepaalde.

3.5.3 Gebruik als plattelandswoning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen in dit bestemmingsplan ten behoeve van het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning met inachtneming van het volgende: a. de afwijking wordt uitsluitend toegepast indien de bedrijfswoning in gebruik komt als burgerwoning en het bedrijf waartoe de bedrijfswoning behoort de bedrijfsactiviteiten niet heeft beëindigd;

Rho adviseurs voor leefruimte

034200.20180197

75

b.

c. d.

e.

er mogen geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven mogen optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreiding- en ontwikkelingsmogelijkheden); door toepassing vervalt de mogelijkheid van het realiseren van een bedrijfswoning behorende bij het bedrijf als bedoeld in artikel 3.2.2; voor het overige blijven de bouwregels en de gebruiksregels die van toepassing zijn op de bedrijfswoning, die volgens een omgevingsvergunning mag worden gebruikt als plattelandswoning ook na het verlenen van de omgevingsvergunning van toepassing; de aanvrager dient aan de hand van een door een deskundige op te stellen advies aan te tonen, dat wordt voldaan aan het in dit lid bepaalde.

3.6

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van

werkzaamheden

3.6.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in gronden als bedoeld in artikel 3.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage (uitgezonderd het vervangen van bestaande drainage); b. graven en dempen van sloten, afdammen, herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater, aanbrengen van oeverbeschoeiing; c. het beplanten van gronden van houtgewassen, ter plaatse van de gronden op het tijdstip van het van kracht worden van het plan niet reeds met houtgewassen waren beplant; d. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; e. de aanleg van verhardingen groter dan 50 m2 (zoals verharde wandel- of fietspaden en kavelpaden); f. g. h.

het aanleggen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; omzetten van grasland naar bouwland; het telen van ruwvoedergewassen als bedoeld in artikel 1.65;

3.6.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van 3.6.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; d. binnen het bouwvlak plaatsvinden. 3.6.3 Voorwoorden van een omgevingsvergunning Onverminderd de op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'parkeerterrein, zijn werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.6.1 slechts toelaatbaar, indien daardoor de in bijlage 3 beschreven bestaande visueel-ruimtelijke kwaliteit en gewenste beeldkwaliteit, alsmede de natuurwaarden, de cultuurhistorische waarden en de landschappelijke waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, hetgeen door de aanvrager aan de hand van een door een onafhankelijk deskundige op te stellen advies wordt aangetoond.

3.7

Wijzigingsbevoegdheid

3.7.1

Niet-agrarische vervotgfuncties

Rho adviseurs voor leefruimte

034200.20180197

76

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming 'Agrarisch met waarden' zodanig te wijzigen dat - indien sprake is van een algehele beëindiging van een agrarisch bedrijf - vervolgfuncties toegestaan zijn, met dien verstande dat: a. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast, indien het bedrijfsmatig agrarisch gebruik aantoonbaar is beëindigd; b. er na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid geen nieuwe gebouwen mogen worden gebouwd en bestaande gebouwen niet mogen worden uitgebreid; c. in afwijking van het bepaalde onder b geldt, dat indien bestaande vrijkomende bedrijfsgebouwen niet geschikt zijn voor een vervolgfunctie, aanspraak gemaakt kan worden op de saneringsregeling, waarbij de huidige bebouwing gesloopt wordt, waarna 50% van het voormalige bebouwingsoppervlak met een maximum van 400 m2 teruggebouwd mag worden; d. de bestemmingswijziging zich richt op de gronden, waar bebouwing aanwezig is; e. bij de bestemmingswijziging een bestemming wordt opgenomen, die op de vervolgfunctie betrekking heeft; f. bij de bestemmingswijziging een regeling wordt opgenomen, dat de niet-agrarische nevenfuncties als bedoeld in artikel 3.5.1, die op het moment van ter visie legging van het ontwerpwijzigingsplan g. h. i. j.

k.

rechtens aanwezig zijn, mogen worden voortgezet; er geen sprake mag zijn van buitenopslag of andere bedrijfsactiviteiten, die buiten de bebouwing plaatsvinden; de vervolgfunctie de in bijlage 3 van de planregels beschreven bestaande visueel-ruimtelijke kwaliteit en gewenste beeldkwaliteit niet onevenredig mag aantasten; er sprake dient te zijn van een goede landschappelijke inpassing; de aanvrager dient middels een schriftelijk advies van een deskundige inzake cultuurhistorie, landschap en natuur in te gaan op het bepaalde onder h en i van dit lid. Dit advies is een onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing als bedoeld onder s; de publiek- en/of verkeersaantrekkende werking van vervolgfuncties niet onevenredig wordt

vergroot en dat de bestaande infrastructuur berekend moet zijn op de nieuwe activiteit; er geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven mogen optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreiding- en ontwikkelingsmogelijkheden); m. het parkeren binnen het bouwvlak moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernorm; n. het aantal woningen niet mag toenemen; o. detailhandel is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie, die ten dienste staat van de nieuwe hoofdbestemming; p. horeca is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie, die ten dienste staat van de nieuwe hoofdbestemming; q. bedrijven uit categorie 3 of hoger van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 2) zijn niet l.

r. s.

toegestaan; stapeling van vervolgfuncties niet is toegestaan; de aanvrager aan de hand van een door een deskundige op te stellen ruimtelijke onderbouwing dient aan te tonen, dat wordt voldaan aan het in dit lid bepaalde en dat de voorgestelde wijziging vanuit het oogpunt van stedenbouw, verkeer, milieu, geluid, cultuurhistorie, archeologie, landschap, natuur, flora en fauna, externe veiligheid en risiconormering geen beletsel vormt. Een inrichtingsplan dient onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing te zijn.

3.7.2 Wijziging naar Natuur Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch met waarden’ als bedoeld in dit artikel te wijzigen in de bestemming 'Bos - Natuur’, met dien verstande dat: a. een besluit tot planwijziging wordt niet eerder genomen nadat contractueel is vastgelegd, dat de gronden worden overgedragen aan een terreinbeherende instantie, dan wel via particulier natuurbeheerschap worden gerealiseerd;

Rho adviseurs voor leefruimte

034200.20180197

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=fce444ef-d1dd-4e97-8c48-d1bbd15fde65