CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Bijlage 3. Bestemmingsplan Dalweg_Toelichting NL.IMRO.0342.BPSOE0076-0201

Besluitvormende Raadsvergadering 9 februari 2023, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Dalweg e.o.24.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting ontwerp bestemmingsplan Dalweg e.o. NL.IMRO.0342.BPSOE0076-0201 Mei 2022

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp

Bestemmingsplan Dalweg e.o.

Gemeente: Soest Plannaam: Dalweg e.o. IMRO-nr: NL.IMRO.0342.BPSOE0076-0201 Plantype: Bestemmingsplan Status: Ontwerp Datum: Mei 2022

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ............................................ 6 1.1 1.2 1.3 1.4

AANLEIDING......................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED .................................................................................... 6 VIGERENDE PLANNEN ............................................................................................... 6 LEESWIJZER ......................................................................................................... 8

HOOFDSTUK 2 BESTAANDE SITUATIE ......................... 10 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

INLEIDING .......................................................................................................... 10 ONTSTAANSGESCHIEDENIS SOEST ............................................................................... 10 ONTWIKKELING VAN HET DALWEGGEBIED ........................................................................ 11 RUIMTELIJK-FUNCTIONELE STRUCTUUR ........................................................................... 12 VERKEERSSTRUCTUUR ............................................................................................. 12 GROEN ............................................................................................................. 12 WATER ............................................................................................................. 13 MONUMENTEN EN BESCHERMD DORPSGEZICHT .................................................................. 13

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ............................ 16 3.1 3.2 3.3 3.4

INLEIDING .......................................................................................................... 16 GEWENSTE SITUATIE .............................................................................................. 16 KADERSTELLEND KARAKTER PLANGEBIED ......................................................................... 17 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................ 19

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADERS .................................. 22 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID ....................................................................................................... 22 PROVINCIAAL BELEID .............................................................................................. 25 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................................. 29

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ...... 35 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

INLEIDING .......................................................................................................... 35 MILIEUASPECTEN .................................................................................................. 35 WATER ............................................................................................................. 44 ECOLOGIE .......................................................................................................... 49 ARCHEOLOGIE...................................................................................................... 51 CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 51 KABELS EN LEIDINGEN ............................................................................................. 52 DUURZAAMHEID ................................................................................................... 52 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................. 53

HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE PLANOPZET ..................... 55 6.1 6.2 6.3

INLEIDING .......................................................................................................... 55 DE REGELS ......................................................................................................... 55 DE VERBEELDING .................................................................................................. 58

HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ..... 59 BIJLAGEN .................................................................... 61 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

UITWERKINGSDOCUMENT ................................................................................. 62 VERKEERSONDERZOEK FUNCTIE DALWEG ................................................................ 63 AANVULLEND VERKEERSONDERZOEK ..................................................................... 64 AKOESTISCHE VERKENNING WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................... 65 AERIUS-BEREKENING .................................................................................... 66 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................. 67 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ............................................................................ 68 CONSULTATIEMOMENTEN .................................................................................. 69

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp

HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de gronden aan de Dalweg en omgeving in Soest. Voor het plangebied is een gebiedsvisie opgesteld en vastgesteld, de gebiedsvisie ‘Dalweggebied’. Het ontwikkelingsgebied uit de gebiedsvisie bestaat kortweg uit Dalweg Noord en Dalweg Zuid. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op Dalweg Noord. In de gebiedsvisie is een globale invulling van het plangebied geschetst. Het plangebied moet in de toekomst ruimte bieden voor maximaal 250 woningen en toevoeging van 1.100 m² bvo aan maatschappelijke voorzieningen. De maatschappelijke voorzieningen worden ondergebracht in een gebouw dat naast de huisvesting van de gemeente Soest (gemeentehuis) tevens huis biedt aan maatschappelijke en culturele functies om de cohesie in Soest te versterken. Mede gelet op de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet is het gewenst om het plangebied, vooruitlopend op de concretisering van de bouwplannen, te voorzien van globale uit te werken woonbestemming. Op een later tijdstip kan dan onder uitwerkingsvoorwaarden uitvoering worden gegeven aan de uit te werken bestemming. De gronden van en rondom het gemeentehuis krijgen wel een directe eindbestemming. De gewenste ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan “De Eng”. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

Er zal worden aangetoond dat het plan (op hoofdlijnen) uitvoerbaar is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt grofweg tussen de Dalweg, de Beukenlaan, de Heetakker, het Klinkveld en de Soesterengweg. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Soest en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1:

Ligging plangebied (Bron: PDOK)

1.3

Vigerende plannen

1.3.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “De Eng” (vastgesteld d.d. 15 mei 2012), het paraplubestemmingsplan “Retail en Nota parkeernormen auto en fiets”

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp (vastgesteld d.d. 28 september 2017) en het paraplubestemmingsplan “omissies en Nota parkeernormen auto en fiets, 4e herziening” (vastgesteld d.d. 14 oktober 2021). In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende planologische regime opgenomen. Het plangebied is hierop indicatief aangegeven met de rode omlijning. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Afbeelding 1.2:

Uitsnede van verbeelding geldend planologisch regime (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3.2

Bestemmingsplan “De Eng”

Op basis van het geldende bestemmingsplan “De Eng” zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de enkelbestemmingen ‘Groen – Structuurgroen’, ‘Maatschappelijk’, ‘Sport en ‘Verkeer’. Verder geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting (AWV1)’. Tevens zijn binnen de bestemmingen bouwvlakken opgenomen, waarbinnen maatvoeringen zijn opgenomen voor maximale goot- en bouwhoogtes. Binnen de groen- en maatschappelijke bestemmingen is voor bepaalde delen de aanduiding ‘houtwal’ opgenomen ter bescherming van de aanwezige groenstructuren. Hierna worden de geldende bestemmingen in het plangebied bondig toegelicht. ‘Groen – Structuurgroen’ De voor 'Groen - Structuurgroen' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor groenvoorzieningen die deel uit maken van de hoofdgroenstructuur van Soest, alsmede voor de instandhouding van de ter plaatse voorkomende houtwal ter plaatse van de functieaanduiding 'houtwal'. ‘Maatschappelijk’ De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen op het gebied van religie, verenigingsleven, cultuur, onderwijs, opvoeding, kinderopvang voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar, recreatie, gezondheids- en revalidatiezorg, ouderenzorg en – huisvesting, alsmede openbare en bijzondere dienstverlening.

Voor de gronden binnen deze bestemming gelden een aantal bouwregels, zoals dat de gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd en de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen maximaal de op de verbeelding aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte mogen bedragen. Tevens mag het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage %’ aangegeven bebouwingspercentage bedragen. ‘Sport’ De voor ‘Sport’ aangewezen gronden zijn bestemd voor sportvoorzieningen, zoals sportvelden en hallen en tennisbanen met de daarbij behorende kantinefaciliteiten en parkeervoorzieningen met

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp bijbehorende ontsluitingsverhardingen. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. ‘Verkeer’ De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor wegen, rijbanen, inclusief in-, uitvoeg- en opstelstroken, verkeerstekens en verkeersborden, met de daarbij behorende parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen, voet- en fietspaden. Gebouwen mogen niet worden gebouwd. ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting (AWV1)’ De voor ‘Waarde - Archeologie middelhoge verwachting (AWV1)’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde. Het is verboden om op deze gronden zonder een omgevingsvergunning bepaalde werken en werkzaamheden uit te voeren. De vergunning wordt verleend, indien de werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, of indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 1.3.3

Paraplubestemmingsplan “Retail en Nota parkeernormen auto en fiets”

Op basis van het paraplubestemmingsplan “Retail en Nota parkeernormen auto en fiets” is de actuele parkeernorm, de 'Nota parkeernormen auto en fiets (3e herziening)’ d.d. 28 september 2017, van toepassing verklaard. Dit bestemmingsplan is een actualisering van een aantal geldende bestemmingsplannen ten aanzien van de parkeernormen. In 2008 heeft de gemeenteraad van Soest het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan (GVVP) vastgesteld. Daarin is opgenomen dat vraag en aanbod naar parkeerplaatsen met elkaar in balans moeten blijven. Het hebben van voldoende parkeerplaatsen levert immers een bijdrage aan de bereikbaarheid, leefbaarheid en (economische) vitaliteit van Soest en Soesterberg. Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen voor een dergelijke functie nodig zijn per eenheid of per oppervlakte. Het hanteren van parkeernormen en het vasthouden aan de parkeereis bij ruimtelijke ontwikkelingen is van belang om de bereikbaarheid, leefbaarheid en economische vitaliteit te borgen. 1.3.4

Paraplubestemmingsplan “Omissies en Nota parkeernormen auto en fiets, 4e herziening”

Op basis van het paraplubestemmingsplan “Omissies en Nota parkeernormen auto en fiets, 4e herziening” voorziet in het herstellen van omissies uit het paraplubestemmingsplan “Retail en Nota parkeernormen auto en fiets”. De gronden in het plangebied zijn in dit parapluplan voorzien van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – omissies en nota parkeernormen auto en fiets 4e herziening’. Hiermee is de 'Nota parkeernormen auto en fiets (4e herziening)’ d.d. 14 oktober 2021, de meest de actuele parkeernorm, van toepassing verklaard. Deze meest recente parkeernormering wordt overgenomen in voorliggend plan. 1.3.5

Strijdigheid met het geldende planologische regime

De voorgenomen ontwikkeling is op basis van het geldende planologische regime niet toegestaan, aangezien hiervoor de bouw- en gebruiksregels ontbreken. In dit geval wordt een uit te werken woonbestemming opgenomen. De uit te werken woonbestemming is kaderstellend en voorziet niet in een direct bouwrecht. Voor wat betreft de maatschappelijke bestemming wordt voorzien in een directe eindbestemming. Om het vorenstaande mogelijk te maken is een partiële herziening van het bestemmingsplan benodigd.

1.4

Leeswijzer

De toelichting is opgesteld aan de hand van het Handboek Digitale Ruimtelijke Plannen. Allereerst wordt in hoofdstuk 2 de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Hier komen onderwerpen aan bod als ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In hoofdstuk 3 wordt

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp een planbeschrijving gegeven. De beschrijving van deze elementen zijn als uitgangspunt gebruikt bij het verdere ontwerp van het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hoofdstuk 5 verwoordt de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek naar milieu- en overige aspecten. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de planregels en geeft aan waarom voor een bepaalde regeling is gekozen. Vervolgens wordt per bestemming kort ingegaan op de (on)mogelijkheden binnen de betreffende bestemming. Tot slot beschrijft hoofdstuk 7 de economische en hoofdstuk 8 de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Ook de resultaten van de inspraak en het overleg worden in dit laatste hoofdstuk opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp

HOOFDSTUK 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Alvorens wordt ingezoomd op de planlocatie zelf, wordt in eerste instantie kort de bestaande structuur van het omliggende gebied beschreven. Daarbij wordt allereerst ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het gebied, waarna vervolgens de ruimtelijke en functionele structuur aan de orde komen.

2.2

Ontstaansgeschiedenis Soest

Zoals aangegeven ligt plangebied binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “De Eng”. Onder het bestemmingsplan "De Eng" vallen de wijken: Noordelijke Eng, Oostelijke Eng, Zuidelijke Eng en Dalweg. Deze vier wijken liggen in de Soester Eng. De Soester Eng vindt zijn oorsprong in de periode van de derde ijstijd (Saalien) ongeveer 250.000 jaar geleden. In deze periode hebben uitlopers van het landijs een stuwende en daarmee reliëf vormende, invloed op het land uitgeoefend. Hierdoor ontstond een patroon van (stuw)wallen en dalen, die later ten gevolge van erosie, enigszins werden afgevlakt. In het geologisch opzicht meer recente verleden (Holoceen, 10.000 jaar geleden) begonnen kleinschaliger ontwikkelingen in het landschap plaats te vinden, met name door de vorming van veengebieden op de plaats waar de waterafvoer stagneerde. Met de komst van de mens in dit gebied werd dit proces versterkt. Het bestaan van relatief grote hoogteverschillen bood de toenmalige mens een bestaansmogelijkheid, waarbij in harmonie met natuur en landschap geleefd werd. Door deze hoogteverschillen kon de voor de toenmalige agrarische bedrijfjes noodzakelijke zogenaamde viereenheid ontstaan, bestaande uit bos, heide, bouwland en hooiland. Dit laatste bevond zich in de lager en daardoor natter gelegen gebieden in de richting van de Eem.

Op heidevelden werden schapen gehouden waarvan de verzamelde mest uit poststallen gebruikt werd voor het bemesten van het bouwland. Deze vorm van bedrijfsvoering heeft vele eeuwen geduurd tot aan het einde van de 19e eeuw. Tegen het einde van de vorige eeuw kwam er een einde aan het tot dan toe vrij evenwichtige bedrijfsvoeringspatroon. Op de overgang van hoog naar laag is al vóór 1300 een nederzetting met een langgerekte vorm ontstaan. Tijdens het ontstaan van de nederzetting was de Eemvallei moerasachtig en bestonden de enggronden uit woeste grond en heide. De omgeving van de Oude Kerk is de kern van die eerste nederzetting. Van daaruit waaieren de wegen in de Eemvallei in de richting van Baarn en Amersfoort. Het Kerkpad vormde de verbinding tussen Amersfoort en Baarn. De Soesterbergsestraat vormde de verbinding naar Soesterberg. In de periode tot 1800 is de Eemvallei geleidelijk in een slagenverkaveling ontgonnen en ontstond er weiland. De verkaveling van de Eemvallei, de boerenerven, de Oude Kerk, de Lange Brinkweg, de Soesterbergsestraat en de Birkstraat zijn nog als herkenbare elementen aanwezig. In de periode tussen 1800 en 1930 vond een aantal structurele veranderingen plaats. Deze hebben geleid tot de huidige ruimtelijke situatie.

De geleidelijke overgang “weiland - erven en agrarische bebouwing – akkerbouw” verdween en in de zone met erven, agrarische bebouwing en akkerland ontstond eind vorige eeuw een losse villaachtige bebouwing langs de Rijksstraatweg (tracé Soesterbergsestraat-Kerkstraat- TorenstraatMiddelwijkstraat-Steenhoffstraat). Nu is het gebied vrijwel geheel verstedelijkt en hebben nog maar een paar boerderijen een agrarische functie. Op de hoge zandgronden van Soest wordt al sinds de prehistorie gewoond, zoals de grafheuvels in de gemeente aantonen. In de Middeleeuwen ontwikkelde Soest zich op de grens van hoge en lage gronden (omgeving Lange Brinkweg) met als belangrijkste bestaansbronnen landbouw op de hoge Eng, turfwinning in het Soesterveen en schapenhouderij op de uitgestrekte heidevelden. Er was een gesloten dorpseconomie met de keten heideplant-schaap-mest-bouwland. De Eng wordt vanouds voor de verbouw van granen gebruikt. De kruin van de Eng was vrijwel boomloos. Op de omringende dekzanden waren er houtwallen op perceelscheidingen. Soest groeide uit tot een wegdorp met een lint van boerderijen langs de voet van de Eng.

Behalve het agrarische lint, dat zich ongeveer uitstrekte van de huidige Ferdinand Huijcklaan tot de huidige Burgemeester Grothestraat (verbonden door het Kerkpad), ontwikkelden zich buurtschappen, te weten het Hart, de Bunt (Soest Zuid), Den Eng, het Veen, de Birkt en Soesterberg. De buurtschap Den Eng lag als lint langs de huidige Beukenlaan-Nieuweweg. Er woonden waarschijnlijk kleine boeren,

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp ambachtslieden, schapenhouders en turfstekers. Er waren tal van wegen dwars over De Eng, onder meer tussen de buurtschappen Den Eng en Soest. Er was een Turfweg, te weten de huidige Waldeck Pyrmontlaan. Ook de huidige Verlengde Talmalaan heeft een agrarisch verleden, als holle weg met houtwallen, die eindigde op de Molenweg (de huidige Soesterengweg). De Dalweg bestond ook al als holle weg, maar alleen het deel tussen Soest (Kerkstraat) en de Molenweg (Soesterengweg). De Molenweg, de enige weg dwars over De Eng, van Enge Berg naar de Lazarusberg, dankt zijn naam aan de korenmolen De Windhond, die lag destijds op de kruising met de huidige Molenstraat. Zoals blijkt uit de topografische kaart van 1905 lagen aan de Molenweg nog enkele schaapskooien, onder meer bij de kruising met de huidige Prins Hendriklaan en bij de kruising met de huidige Verlengde Talmalaan. De komst van kunstmest, tegen het einde van de 19e eeuw, maakte een eind aan het houden van schapen. Na de aanleg van de ‘lokaalspoorlijn’ Utrecht-Baarn in 1898 vond een snelle groei van de bevolking plaats. Vooral op de noordelijke Enghelling, aan de Molenweg (Julianalaan) werden villa’s en herenhuizen gebouwd. Daarmee begon de aantasting van de historische Eng.

Wat later ontwikkelde zich bebouwing langs de Molenstraat en vooral op het noordelijk deel van de Eng (Soestdijk) tot aan de voet van de Lazarusberg, langs de oude Turfweg etc. Na 1960 veranderde etage- en flatbouw het karakter van de Eng, omdat ook de nog open delen er sterk visueel door werden beïnvloed (aan beide zijden van de Eng). De wat latere bebouwing in de jaren zeventig tussen Talmalaan, Soesterengweg en Dalweg (net buiten het plangebied) paste wat schaal betreft beter in het beeld, maar niet wat betreft verkavelingsrichting en verschijningsvorm. De zandafgravingen, gevolgd door puinstort, alsmede de toename van bedrijven langs de Beukenlaan, deden het resterende open deel van De Eng ook geen goed. De Dalweg werd vóór 1911 de ‘Kerksholleweg’ genoemd. Het was een diep in de Eng-helling uitgeslepen holle weg, die naar de Rooms Katholieke kerk liep en via de Korte Kerkstraat tot de Lange Brinkweg ging. Het was samen met de Prins Bernhardlaan en de Kolonieweg één van de drie holle wegen in Soest. In afbeelding 2.1 is de ontwikkeling van de van Soest weergegeven rondom het plangebied. Het plangebied is aangegeven met de rode cirkel.

Afbeelding 2.1:

Topografisch kaarten van 1900, 1950 en 2020 (Bron: topotijdreis.nl)

2.3

Ontwikkeling van het Dalweggebied

Het plangebied dankt zijn structuur aan de ligging op één van de uitlopers van de Utrechtse Heuvelrug. Het is een hoger gelegen geaccidenteerd, van oorsprong agrarisch, gebied tussen het veenweidegebied ‘Soesterveen’ en het poldergebied van de Eem. Deze Eng is een uniek landschappelijk element. Rondom deze Eng is het dorp Soest ontwikkeld. De van oorsprong ‘kale’ Eng met slechts een agrarisch gebruik, heeft haar groene aankleding en inrichting pas gekregen bij de ontwikkeling van de woningbouw die hier tussen 1960 en 2500 heeft plaatsgevonden. De stedenbouwkundige tijdvakken zijn dan ook terug te lezen in het groen in dit gebied. De Soesterengweg is een belangrijke historische weg in dit gebied die in het verleden over het hoogste deel van de Eng liep van zuid naar noord. Het vormt de landschappelijke verbinding van noord naar zuid. De haaks op de Soesterengweg staande Dalweg (de heuvel opgaand), vanaf de Steenhofstraat (de RK-kerk) tot de Soesterengweg, dateert uit de 18e eeuw en was de verbindingsweg naar de kerk. Deze weg ligt precies op het lage deel tussen 2 heuvels van de Eng.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp De oostflank van de Dalweg is ontwikkeld in de periode tussen 1960 en 1975. De groene ruimte wordt gevormd door bomen langs de wegen (verkeersbegeleiding) en veel groen in de vorm van gazons en heesters tussen de flats waar ontmoeten centraal staat. De lineaire opbouw van de wijk wordt ook met groen (bomen) versterkt. Ook de Dalweg heeft een sterke bomenstructuur met gazons. Naar het westen toe, tussen de Albert Cuyplaan en de Beukenlaan, bepaalt het groen het beeld en staat de bebouwing los in het groene landschap. Gazons, heesters en verspreid staande bomen bepalen hier het groene beeld. Er is veel groene ruimte rondom de bebouwing. Het gebied rondom het gemeentehuis, tussen de Soesterengweg en de Beukenlaan was tot de jaren 70 een agrarisch gebied met begin 30er jaren een grote boomkwekerij. Verspreid in dit gebied zijn bomenrijen aangeplant. Pas rond 1975 vonden in dit gebied de eerste ontwikkelingen plaats (vanuit de westkant). Daarbij zijn de bomen die op en rondom de boomkwekerij stonden deels behouden en ingepast. Ook is in deze periode de Dalweg doorgetrokken naar de Beukenlaan. Daarbij doorsnijdt de Dalweg het landschap (de voormalige Eng). Hiermee wordt de hoge ligging van de Eng verder geaccentueerd.

2.4

Ruimtelijk-functionele structuur

2.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt aan de Dalweg. Door de centrale ligging van de Dalweg in Soest zijn aan de Dalweg het gemeentehuis, het politiebureau, verzorgingstehuizen en andere maatschappelijke voorzieningen gevestigd. De voorzieningen liggen aan beide zijden van de Dalweg. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich vooral woningbouw, die is georiënteerd op de wegenstructuur. Met de bouw van de woningen zijn de bestaande bomenrijen zoveel mogelijk gehandhaafd. De Dalweg is onderdeel van de hoofdwegenstructuur en heeft daardoor een vrij breed profiel waarbij langzaam en snelverkeer gescheiden zijn door groenzones. Kenmerken van dit gebied zijn: - zeldzame overblijfselen van de historische holle weg; - belangrijke verbinding over de Eng tussen de Koningsweg en Steenhofstraat. 2.4.2

Inrichting plangebied huidige situatie

In plangebied zijn in de huidige situatie het gemeentehuis en de bijbehorende gemeentetuin, het politiebureau, een nevenpost van de brandweer en een sporthal met de bijbehorende voorzieningen aanwezig.

2.5

Verkeersstructuur

De wegen rondom het plangebied betreffen, op de Dalweg na, woonstraten voor langzaam verkeer (30 km/uur-zone). De Dalweg betreft een 50 km/uur weg en dient als ontsluiting op de Koningsweg (N221). Het plangebied zelf wordt ontsloten op de Dalweg (via het Raadhuisplein) en de Beukenlaan.

2.6

Groen

De omgeving kenmerkt zich door grote groengebieden met veel gras en verspreid staande bomen tussen opgaande bebouwing, kenmerkend voor de 60-er jaren van de vorige eeuw. In het plangebied zijn houtwallen aanwezig die van belang zijn voor de groenstructuur van Soest. In paragraaf 3.4.5 wordt nader ingegaan op het beleidskader omtrent groen. De kern Soest is ontstaan langs linten rond en op de hoger gelegen Soester Eng. Deze oude linten vormen nu nog steeds de hoofdstructuur van de kern. Tussen de linten, bovenop de Eng, ligt een groene verbinding die open en weidse delen van de Eng met elkaar verbindt. Tussen de linten liggen verschillende intieme verbindingen die van laag, via hoog de linten met elkaar verbinden en waarlangs houtwallen en hagen liggen. Binnen deze structuur is ook de Dalweg één van de verbindende routes.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp De bosgebieden op de Dalweg zijn een onderdeel van de passage tussen de noordelijke en de zuidelijke Eng en hierdoor belangrijk voor de flora en fauna in Soest. Ze vallen dan ook onder de bomenstructuur ‘de groene parels van Soest’. In afbeelding 2.2 wordt dit weergegeven.

Afbeelding 2.2:

Illustratie passage tussen de noordelijke en de zuidelijke Eng (Bron: Gemeente Soest)

2.7

Water

Het gehele ontwikkelgebied loopt op van circa +6 aan de zijde van de Beukenlaan tot +14 bij de Soesterengweg. De beide gebieden aan weerszijden van de Dalweg en de Dalweg zelf kennen een ander hoogteverloop. De grondwaterstand in het hele gebied is diep en ligt op ongeveer 2 a 3 meter NAP. Aan de zijde van de Beukenlaan kan het nat zijn bij veel regenval. De hogere delen kennen bij droge perioden uitdrogingsverschijnselen. Het plangebied ontvangt het water van de van nature hoger gelegen percelen zonder dat er schade ontstaat. In de wijk is, vanwege diep gelegen grondwater, geen sprake van grondwateroverlast. Het gebied is juist erg droog.

2.8

Monumenten en beschermd dorpsgezicht

Binnen het plangebied komen geen rijks- of gemeentelijke monumenten voor. Tevens is plangebied niet gelegen in een beschermde dorps- of stadsgezicht. In afbeelding 2.3 tot en met 2.6 is de huidige situatie van het plangebied weergegeven middels een luchtfoto en enkele straatbeeldfoto’s.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp

Afbeelding 2.3:

Luchtfoto plangebied en omgeving (Bron: Google Maps)

Afbeelding 2.4:

Straatbeelden van het plangebied vanaf de Dalweg (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp

Afbeelding 2.5:

Straatbeelden van het plangebied vanaf de Dalweg (Bron: Google Streetview)

Afbeelding 2.6:

Straatbeelden van het plangebied vanaf de Dalweg (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING 3.1

Inleiding

In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie van het plangebied en de (directe) omgeving beschreven. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de gewenste situatie.

3.2

Gewenste situatie

3.2.1

Algemeen

De gemeente Soest is voornemens het gebied aan de Dalweg en omgeving te herontwikkelen. Hier ligt de gebiedsvisie voor het Dalweggebied aan ten grondslag (zie hiervoor ook paragraaf 3.4.1). De visie schetst een toekomstperspectief voor de komende 10 jaar en geeft een beeld van de mogelijkheden voor de ontwikkeling en potenties voor de verdere uitwerking van het gebied. Het Dalweggebied moet een aantrekkelijke, levendige, herkenbare en karakteristieke plek voor Soest worden. Daarvoor is het nodig de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied aan te passen, woningen toe te voegen en het huidige cultuur maatschappelijke voorzieningenniveau toekomstbestendig op niveau te brengen. Het gebied rondom de Dalweg staat op het punt zijn kansen als hart van Soest te verzilveren. In het geografisch midden van de kern, tussen de beide linten en grenzend aan de centraal gelegen Eng, ligt een dynamisch gebied waar door het toevoegen van functies en herinrichten van de openbare ruimte een kwalitatief hoogwaardig ‘groenstedelijk’ gebied gerealiseerd kan worden voor alle inwoners van Soest. 3.2.2

Kernwaarden

Voor de identiteit van de gebiedsontwikkeling Dalweg staan drie kernwaarden centraal: landschap en groen, samenleving centraal en een toekomstbestendig leefklimaat. 1.

Landschap en groen

In de beleving van het gebied staat het landschap centraal. Nieuw en bestaand groen maken deel uit van een doorgaande groene ruimte die verbonden is met de Dalweg en via de Dalweg met de Eng. Het landschap heeft een hoge belevingswaarde en de bebouwing, verkeer en parkeren is er te gast. Continuïteit in het groen staat centraal, zowel in tijd (verwijzend naar het verleden en toekomstbestendig) als in beeld (hoofdzakelijk één landschappelijke karakteristiek). 2. Samenleving centraal Het Dalweggebied is een gebied voor iedereen. Waar je kunt ontspannen en inspannen. Waar volop ruimte is voor beleven en ontmoeten. Waar wordt gewoond, gewerkt en gesport. Door het toevoegen van functies in de culturele en maatschappelijke sector, bijvoorbeeld door multifunctioneel gebruik van het gemeentehuis, krijgt het gebied een plek in de gemeenschap van Soest. De functies hebben een zo’n openbaar mogelijk karakter en ook de omringende groene buitenruimte is er voor alle inwoners. Het toe te voegen woningbouwprogramma draagt bij aan het realiseren van een gevarieerd gebied als goede afspiegeling van de samenleving. 3. Toekomstbestendig leefklimaat In de gebiedsontwikkeling Dalweg realiseert de gemeente een toekomstbestendig leefklimaat voor bewoners en bezoekers van het gebied.

De inrichting is toegerust op een veranderend klimaat (is dus klimaatbestendig) en de bebouwing is voorbereid op de energietransitie. Er is aandacht voor diversiteit in bewoners en in flora en fauna; bebouwing en openbare ruimte zijn natuurvriendelijk en circulair. Het gebied wordt ingericht op voetgangers en fietsers. Auto’s zijn te gast in een gebied dat is ontworpen op een aantrekkelijk groen stedelijk leefklimaat. Het ruimtelijk concept voor het Dalweggebied is gebaseerd op de drie kernwaarden en beoogd in het gebied meer samenhang te creëren. Met de Dalwegvisie wordt antwoord gegeven op de uitdagingen en doelstellingen die door het gemeentebestuur zijn geformuleerd. Het Dalweggebied wordt met en voor zijn inwoners getransformeerd tot een plek waar inwoners elkaar ontmoeten en waar het goed wonen is. Kernwaarden zijn hierbij duurzaam, levendig en gelijkwaardig. De focus ligt daarbij op:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp 1. 2. 3. 4.

wonen en wonen op het gebied van wonen met zorg en welzijn; maatschappelijke activiteiten; groen; duurzaamheid.

Hierna wordt kort ingegaan op deze thema’s en hoe zich dat heeft vertaald naar de beoogde ontwikkeling in het plangebied: 3.2.2.1

Wonen & wonen met zorg en welzijn

De gemeente Soest wil het wonen in de gemeente Soest aantrekkelijk houden en anticiperen op effecten van demografische ontwikkelingen, zoals het teruglopen van de bevolkingsomvang en het toenemen van de vergrijzing. Een goede mix van leeftijdsgroepen en het aantrekken van jonge huishoudens van buiten de gemeente is gewenst. Het streven is dat de bevolkingsopbouw op die manier ook meer in lijn komt met het landelijk gemiddelde. In dit bestemmingsplan wordt een uit te werken woonbestemming opgenomen waardoor een kader wordt geschept voor passende gelaagde woningbouw. Hierdoor wordt ingespeeld op een breed scala aan mogelijke woningen in het plangebied. In het plangebied wordt voorzien in gestapelde woningbouw en grondgebonden woningen. Binnen de planontwikkeling is ruimte voor maximaal 250 woningen. 3.2.2.2

Maatschappelijke activiteiten

De sporthal en het politiebureau in het plangebied zijn verouderd en worden gesloopt. Daarnaast is het de wens om maatschappelijke en culturele activiteiten bij elkaar te brengen om elkaar te versterken en zo een bijdrage te leveren aan de levendigheid in het gebied. Het cultuurmaatschappelijke voorzieningenniveau binnen het plangebied wordt op toekomstbestendig niveau gebracht. Hierbij wordt een divers voorzieningenaanbod van culturele en maatschappelijke voorzieningen en ondergeschikte dag-horeca mogelijk gemaakt. Verder verandert de gemeentelijke huisvesting in de toekomst. Het huidige gemeentehuis past enerzijds niet meer in het toekomstbeeld van de gewenste open en toegankelijke werkwijze van de gemeente als gevolg van de veranderende rol die de gemeente in de samenleving heeft. Anderzijds beschikt het gemeentehuis praktisch gezien momenteel niet over voldoende werk- en overlegplekken. Naast de hiervoor genoemde voorzieningen is er eventueel ook ruimte voor een bezoek- en informatiepunt en (dag)horeca op de begane grond. Het gemeentehuis wordt getransformeerd naar een ontmoetingsplek voor bewoners, midden in de Soester samenleving.

Het toevoegen van sociaal maatschappelijke en culturele voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een theater, een bibliotheek, zorgen ervoor dat er meer mensen naar het Dalweggebied zullen komen en daarmee wordt de samenleving sterker met elkaar verbonden. Er worden mogelijkheden gecreëerd voor ontmoeting en ontspanning in de (groene) buitenruimte. Hiertoe wordt concreet een actuele en passende maatschappelijke bestemming opgenomen in dit bestemmingsplan die de bovenstaande culturele- en maatschappelijke functies mogelijk maakt. Concreet betekent dit dat binnen de maatschappelijke bestemming van gemeentehuis het bouwvlak wordt vergroot en hierbinnen circa 1.100 m2 bvo extra wordt toegestaan. Per saldo is er, gelet op de te vervallen maatschappelijke bestemmingen ter plaatse van de beoogde uit te werken woonbestemmingen, geen sprake van een toename van oppervlak (zowel bebouwd als bvo) van maatschappelijke functies. Het politiebureau heeft circa 1.200 m2 bvo. De uitbreiding van het m2 maatschappelijke bestemming blijft als gevolg van deze ontwikkeling min of meer gelijk. De brandweerpost in het plangebied wordt verplaatst. De exacte locatie is in deze fase van de planvorming nog niet concreet.

3.3

Kaderstellend karakter plangebied

Voor de ontwikkeling van het Dalweggebied is een uitwerkingsdocument opgesteld met onder meer een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) en een ruimtelijk kader. In het SPvE zijn de (harde) beleidsmatige uitgangspunten en ambities voor het gebied vastgelegd. In het ruimtelijk kader zijn de kwalitatieve doelstellingen beschreven. In dit ruimtelijk kader wordt ingegaan op de beoogde beeldkwaliteit van het gebied en worden de spelregels voor de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte bepaald. Het uitwerkingsdocument is opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp 3.3.1

Een groen en toekomstbestendig gebied

3.3.1.1

Groen

De sfeer van het plangebied wordt door het groen gedomineerd. Het gaat om landschappelijk groen, houtwallen, en nieuw groen in een tuin-achtige setting. Het zal daarom een vriendelijk en uitnodigend beeld oproepen. De bebouwing is hier ondergeschikt aan en de gebouwen zullen ook groen en uitnodigend zijn. Het groen leeft en leeft mee met de seizoenen, hiermee blijft het gebied een veranderende en levendige uitstraling houden. In de uitwerkingsvoorwaarden wordt hier nadrukkelijk rekening mee gehouden. Hiervoor wordt verwezen naar de planverantwoording in hoofdstuk 6. Met de ontwikkeling is een zo groot mogelijk aaneengesloten groengebied beoogd. Daarbij moeten de houtwallen worden ingepast en zoveel mogelijk van de waardevolle delen van het bosplantsoen worden behouden. Laanstructuren, met name langs de Beukenaan en houtwallen, worden aangeheeld. Solitaire bomen en monumentale bomen met voldoende toekomstwaarde moeten worden ingepast. Wanneer dit niet mogelijk is moeten de gekapte bomen binnen het gebied worden gecompenseerd. Zie ook de nota bescherming en kap van bomen (De groene parels van Soest). De bomenstructuur langs de Dalweg moet versterkt worden (aangeheeld en / of aangevuld met een extra rij) om zo het profiel robuuster te maken. 3.3.1.2

Natuur

De inrichting draagt bij aan het behouden en versterken van lokale biotopen en ecosystemen. Dat betekent inheemse beplanting en het vergroten van de biodiversiteit. Zowel bebouwing als de inrichting van de openbare ruimte is natuurinclusief en draagt bij aan het versterken van leefgebieden voor flora en fauna. Nieuwe bomen worden geplant in de volle grond en op voldoende afstand van bebouwing zodat ze de ruimte hebben om uit te groeien. Er wordt ruimte gemaakt voor volwassen bomen; zowel bij het inpassen van bestaande bomen als bij nieuwe bomen. Er wordt gestreefd naar het behoud en versterken van het leefgebied van aanwezige dieren. Er wordt maximaal ingezet op natuurinclusief bouwen. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar het uitwerkingsdocument in bijlage 1 bij deze toelichting. 3.3.1.3

Klimaatbestendigheid

Het gebied wordt klimaatbestendig ingericht. Dat betekent dat maatregelen worden genomen ter voorkoming van hittestress en dat water zoveel mogelijk binnen het gebied wordt vastgehouden en vertraagd wordt afgevoerd, zonder dat dit overlast veroorzaakt. 3.3.1.4

Duurzaamheid

De gemeente Soest wil bijdragen aan een duurzame samenleving. Dit gaat om het verkleinen van de footprint en ook om het bieden van een veilige en gezonde leefomgeving. Belangrijke thema’s die worden vertaald naar het plangebied zijn energieopwekking, klimaatadaptatie, aardgasvrij, afvalwerking en elektrisch rijden. In de uitwerkingsvoorwaarden wordt met deze aspecten nadrukkelijk rekening gehouden. De ambities op het gebied van duurzaamheid zijn voor het gebied hoog. In het hele ontwikkelgebied zullen maatregelen genomen worden om het toekomstgericht te maken. Fietsgebruik wordt gestimuleerd door toegankelijke routes en comfortabele stallingen met voldoende sociale controle. Er wordt voldoende ruimte gecreëerd voor deelmobiliteit en elektrisch laden. Woningen worden minimaal BENG maar de nadrukkelijk wens is ENG. De woningen worden gasloos. 3.3.2

Stedenbouwkundige context

Op basis van de gewenste ruimtelijke hoofdopzet zijn voor de ontwikkeling de harde stedenbouwkundige spelregels bepaald. De bouwhoogte bedraagt maximaal 3 bouwlagen voor gebouwen grenzend aan de omliggende laagbouw. Verder wordt verdeeld in het plangebied voorzien in gelaagde woningbouw variërend van 6 tot 10 bouwlagen. In beginsel is sprake van 6

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp bouwlagen. Op twee plekken in het woongebied is ruimte voor een hoogteaccent. Op deze plekken wordt de bebouwing hoger met een maximum van 10 bouwlagen. De bouwvolumes wordt zo gesitueerd dat doorzichten mogelijk zijn en de hele diepte van de zone vanaf de Dalweg te ervaren is en dat zowel besloten als doorgaande ruimten ontstaan. De gebouwen worden als het ware onderdeel van het landschap. Er is sprake van een groene uitstraling en het geheel vormt een stedenbouwkundig en architectonisch ensemble. Voor een nadere uitwerking van de stedenbouwkundige en architectonische kenmerken wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. In afbeelding 3.1 is een mogelijke invulling van het gebied weergeven middels een overzichtskaart.

Afbeelding 3.1:

Overzichtkaart mogelijke indeling plangebied (Bron: BGSV)

3.4

Verkeer en parkeren

3.4.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd. In dit geval worden deze berekeningen gedaan op basis van de gemeentelijke ‘Nota Parkeernormen auto en fiets' (4e herziening, 14 oktober 2021). 3.4.2

Situatie plangebied

3.4.2.1

Parkeren

Ten aanzien van de maatschappelijke functies in het plangebied geldt dat dient te worden voldaan aan het meest recente parkeerbeleid van de gemeente. In deze fase is nog niet bekend hoe het gebouw met maatschappelijke functies concreet wordt vormgegeven. Daar is in de bestemmingsregels opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen moet worden voldaan aan de gemeentelijke Nota parkeernormen auto en fiets 4e herziening. Voorliggend bestemmingsplan voorziet ten aanzien van de woningen in een uit te werken woonbestemming. Voorwaarde voor de uitwerkingsbevoegdheid is dat wordt voldaan aan de meest recente gemeentelijke parkeernormen. Dit betekent dat de nieuwe ontwikkeling en functies binnen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp het plangebied moeten voldoen aan de gemeentelijke Nota parkeernormen auto en fiets 4e herziening. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden om te voldoen aan de parkeereisen. Parkeren vindt maximaal plaats uit het zicht. Het aantal onbebouwde parkeerplaatsen mag niet toenemen in het plangebied. Daarmee is het uitvoerbaarheid voor wat betreft de parkeeraspecten geregeld. Voor een nadere uitwerking van de parkeeraspecten wordt verwezen naar het uitwerkingsdocument in bijlage 1 bij deze toelichting. 3.4.2.2

Verkeer

Dalweg De ontwikkelingen uit dit bestemmingsplan maken onderdeel uit van de gehele herontwikkeling van het Dalweggebied. Het ontwikkelingsgebied bestaat kortweg uit Dalweg Noord en Dalweg Zuid. De Dalweg is een belangrijke hoofdverkeersfunctie en tevens de scheidslijn tussen noord en zuid. De Dalweg is een ontsluitingsweg met 50 km/uur regime. Dit regime blijft behouden. De weg zelf ligt buiten het plangebied, maar vormt wel onderdeel van de Dalwegvisie en speelt een belangrijke rol in het ‘één worden’ van het gebied. In de huidige situatie wordt de Dalweg ervaren als een ‘snelweg’ die voor een scheiding zorgt. Met de herontwikkeling van het Dalweggebied wordt de Dalweg geherprofileerd. De weg wordt smaller en gebruiksvriendelijker. Tevens wordt de oversteekbaarheid van de weg vergroot en vergemakkelijkt. Dit past in het idee dat het hele Dalweggebied (zowel ten noorden als ten zuiden van de Dalweg) meer met elkaar verbonden wordt. Voor een nadere toelichting op de Dalweg in relatie tot het plangebied wordt verwezen naar het uitwerkingsdocument in bijlage 1 bij deze toelichting. Situatie plangebied In mei 2021 is door Royal HaskoningDHV een rapport uitgebracht over het functioneren van de Dalweg (opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting). In dit rapport is geadviseerd om de Dalweg een 50 km/uur-gebiedsontsluitingsweg (GOW50) te laten.

Sindsdien zijn de ideeën over de invulling van het Dalweggebied enigszins gewijzigd. Voorliggend plan gaat ervan uit dat het plangebied twee auto-ontsluitingen krijgt, namelijk op de Dalweg en op de Beukenlaan. Wat de exacte verdeling van het verkeer over deze twee ontsluitingen zal zijn, is nog niet bekend. Daarom is door Royal HaskoningDHV in een aanvullend verkeersonderzoek voor beide situaties een worst-case-scenario doorgerekend. Voor beide aansluitingen wordt gekeken wat het effect is wanneer alle verkeersbewegingen via één van deze twee aansluitingen verlopen. Hierna wordt beknopt ingegaan op de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 3 van deze toelichting. Specifiek wordt voor de functies in onderhavig bestemmingsplan in dit verkeersonderzoek (op basis van de parkeernormen van de CROW-publicatie ‘toekomstbestendig parkeren’, december 2018) uitgegaan van circa 2.637 verkeersbewegingen per werkdagetmaal. In tabel 3.1 is dit weergegeven.

totale verkeersgeneratie

Reken-eenheid

verkeersgenera-tie per eenheid

Eenheid

Aantal/ opper-vlakte

Functie i.r.t. parkeernorm

Input worst-caseprogramma plan Dalweg

aansluiting Raadhuisplein/Beukenlaan gemeentehuis gemeentehuis nieuwe maatschappelijke functies daghoreca nieuwe woningen Totaal

kantoorfunctie baliefunctie (dienstverlening) huisartspraktijk cafetaria regulier woningen

8231 100 m² bvo 557 100 m² bvo

7.20 13.60

82.31 5.57

592.6 75.8

600 behandel kamer 500 100 m² bvo 250 woning

25.60

6

153.6

60.00 6.06

5 250

300.0 1515.0 2637.0

Tabel 3.1: Berekening verkeersgeneratie

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp De toekomstige verkeersintensiteiten zijn binnen de huidige wegprofielen goed te verwerken voor beide varianten (ontsluiting via de Dalweg of ontsluiting via de Beukenlaan). De aansluiting van het plan op de Dalweg kan zonder aanpassingen worden gebruikt; de aanwezige middengeleider van circa 6 meter breed dient wel te worden gehandhaafd, opdat personenauto’s in twee etappes kunnen oversteken of (linksaf) invoegen. De aansluiting van het plan op de Beukenlaan behoeft slechts duidelijker als T-aansluiting te worden vormgegeven: dat wil zeggen dat de huidige parkeerstrook dient te worden ingekort tot vóór de aansluiting. Er hoeft vanuit oogpunt van verkeersafwikkeling geen middengeleider te worden gerealiseerd; eventueel kan uit oogpunt van comfort en veiligheid voor langzaam verkeer wel een middengeleider worden aangelegd, zodat gebruikers in twee etappes kan oversteken. Voor het overige treden er geen relevante verschillen op ten opzichte van de oorspronkelijke Dalwegstudie. Het omliggende wegennet is van voldoende omvang om de 2.637 verkeersbewegingen per werkdagetmaal op verkeersveilige wijze af te wikkelen. 3.4.3

Conclusie

Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit plan besloten ontwikkelingen. Het bestemmingsplan is voor wat betreft de aspecten verkeer en parkeren uitvoerbaar.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADERS Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid voor dit bestemmingsplan op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het beschreven beleidskader is daarmee één van de belangrijkste bouwstenen voor de visie op het plangebied en de opzet van de juridische regelingen.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1

Algemeen

Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2

Vier prioriteiten

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp 4.1.1.3

Afwegingsprincipes

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de NOVI

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke relatief kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de voorloper van de NOVI, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.4

Toetsing van initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking

De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is van toepassing bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp Hierna wordt separaat op de verschillende onderdelen van de ontwikkeling, in het kader van de ladder, ingegaan. Hierbij is een tweedeling gemaakt in de woningen en maatschappelijke voorzieningen. Woningen Op het realiseren van woningen zijn ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 (11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling) en ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953 (12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling) van belang. Uit deze uitspraken blijkt dat het realiseren van 11 woningen of minder niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval wordt ten aanzien van de woningen gewerkt met een uit te werken bestemming. Bij uit te werken bestemmingen betekent in beginsel dat de behoefte dient te worden aangetoond indien gebruik wordt gemaakt van de uitwerkingsbevoegdheid. Dat betekent dat aannemelijk moet zijn dat er binnen de planperiode behoefte bestaat aan de ontwikkeling die het moederplan mogelijk maakt. In paragraaf 4.4.2 wordt de behoefte aangetoond en dat de voorgenomen ontwikkeling zowel kwalitatief als kwantitatief passend is binnen het actuele gemeentelijke woonbeleid. Op basis van het gemeentelijke woonbeleid blijkt er tot 2025 behoefte te zijn aan 770 extra woningen in de kern Soest.

Op deze plaats wordt dan ook geconcludeerd dat voldoende is aangetoond dat er sprake is van een actuele behoefte naar de voorgenomen woningbouw. Voor een verdere toetsing aan het gemeentelijke woonbeleid wordt verwezen naar paragraaf 4.3 in deze toelichting. De ladder voor duurzame verstedelijking is in dit geval verder niet van toepassing. Maatschappelijke voorzieningen Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ten opzichte van het huidige planologische regime de oppervlakte van de maatschappelijke bestemmingen en de bouwvlakken binnen maatschappelijke bestemmingen kleiner. Verder wordt de bestaande brandweerpost verplaatst. De exacte locatie is nog niet bekend. De brandweerpost is beoogd op gronden met een uit te werken woonbestemming. In relatie tot de bestaande planologische mogelijkheden is er in het kader van de maatschappelijke voorzieningen sprake van toename van oppervlak die planologisch al mogelijk is. Dit geldt zowel voor het bebouwde oppervlak in m2 als het m2 bruto vloeroppervlak. De oppervlakte blijft min of meer gelijk. Verder is geen sprake van een vergroting van de bouwhoogte.

Die is zowel in de huidige situatie (voor het politiebureau) als in de nieuwe situatie 11 meter. Bovendien zijn de maatschappelijke functies die worden toegestaan in dit bestemmingsplan (zie 3.3.1) naar aard en omvang vergelijkbaar met de maatschappelijke voorzieningen die reeds zijn toegestaan binnen het huidige planologisch regime. Het gaat in beide gevallen om functies die goed te verenigen zijn binnen een bestemming ‘maatschappelijk’. Hiermee is, in relatie tot het bestaande planologisch regime, geen sprake van een ontwikkeling die aan te merken is als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Verder heeft de maatschappelijke bestemming geen verslechterende invloed op het woon- en leefklimaat van omliggende functies (zie paragraaf 4.2.2). Tot slot wordt opgemerkt dat er geen sprake is van een onevenredige toename van bebouwingsmogelijkheden binnen maatschappelijke bestemmingen in het plangebied. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is in dit geval verder niet van toepassing. 4.1.5

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Met het vastgestelde Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (30 december 2011), ook wel Barro genoemd, geeft het Rijk algemene regels voor bestemmingsplannen en wordt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen uit de voormalige Nota Ruimte en voormalige PKB’s in regelgeving geborgd. Doel van dit Besluit is bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, te verwezenlijken, danwel te beschermen. Het gaat hierbij om de volgende onderwerpen: •

Rijksvaarwegen;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan “Dalweg e.o.” Ontwerp • • • • • •

Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische hoofdstructuur); Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte).

Het plangebied maakt geen deel uit van een van de bovengenoemde gebieden. Daarmee is het plan niet strijdig met het nationaal ruimtelijk belang, zoals neergelegd in het Barro. 4.1.6

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=6e9f4498-a5ed-49cf-b645-3c3a48e34a2d