3a 2 Bijlage 1 Ontwerp Omgevingsvisie Soest en Soesterberg.pdf
Tekst van het document
Huidig beleid Gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan: “We hanteren de uitgangspunten van een Duurzaam Veilig Wegverkeer. Dat houdt in dat de verkeersomgeving zó is ingericht, dat er geen ernstige ongevallen kunnen gebeuren. En dat als er tóch een ongeval plaatsvindt, de ernst van de afloop beperkt blijft.” Wat speelt er? Omgevingskwaliteit (milieu, gezondheid , erfgoed, beeldkwaliteit) Noot: groen, natuur, en bewegingsbevordering worden besproken bij waardevol groen.
Vanwege de gelaagdheid en diversiteit van onze cultuurhistorie werkt een ‘beschermingsregime’ niet goed. De waarde van historische kwaliteiten is vaak pas te bepalen in de onderlinge samenhang van ondergrond, ontginning, objecten en beeld. Bij de ontwikkeling van nieuwe plannen is het realiseren van een goede beeldkwaliteit belangrijk. Iedere nieuwe ontwikkeling is een kans om onze leefomgeving beter te maken maar ook een bedreiging om iets van waarde weg te halen. Cultuurhistorie speelt vaak een belangrijke rol in beeldkwaliteitsdiscussies. Het kan inspiratie bieden voor het nieuwe, maar de cultuurhistorie kan ook een dwangbuis zijn die in de weg staat van nieuwe kwaliteit.
Erfgoed Soest is een gemeente met een rijke en gevarieerde historie. Uit alle perioden van de geschiedenis zijn er wel overblijfselen. Veel van onze inwoners zijn in de geschiedenis geïnteresseerd zoals de Historische vereni- Huidig beleid Verkeersveiligheid op hoofdwegen staat ging Soest en Soesterberg. Op het gebied van erfgoed is er de ter discussie. Deze wegen zijn niet volleErfgoedverordening gemeente Soest 2014. dig ingericht volgens de principes van een Waar moet je aan denken bij onze cultuurhis- Hierin staat beschreven hoe om te gaan Duurzaam Veilig verkeer. De vele inritten torie? Bijvoorbeeld de duinen die een over- met monumenten en beschermde dorpsgemet slecht zicht, geparkeerde auto’s langs blijfsel en onbedoeld effect zijn van een oud zichten. Verder is ook de archeologische be50 km/h wegen, de veiligheid van fietsers op landbouwsysteem, de Wegh der Weegen die leidsadvieskaart opgenomen in deze verorrotondes en de positie van de speed pedelec tussen Amersfoort en Utrecht ligt, de vorm dening. Er is geen aanvullend beleid op het vragen om antwoorden. Gaan we in de kern van Soest aan de rand van de Soester Eng, gebied van cultuurhistorie.
Er zijn wel culSoest ook mee in de landelijke opgave van de Eem, de vaarontginning van Wieksloot en tuurhistorische inspiratiekaarten gemaakt, 30 km/h als standaard binnen de bebouwde natuurlijk diverse gebouwen en ensembles maar deze zijn niet opgenomen in beleid. kom? In Soesterberg doen we dat al. En wat van gebouwen zoals Oud Soest. Daarnaast betekent dat voor het verkeer door woonwij- hebben we jong erfgoed als de gebouwen- Milieu en gezondheid ken als de hoofwegen niet meer sneller zijn? sembles van de voormalige vliegbasis en de Noot: Het bevorderen van beweging bespreAls we sterker gaan inzetten op voorzienin- Windhond. Erfgoed van na 65 is niet geïn- ken we bij waardevol groen, de gezonde leefgenclusters, bijvoorbeeld voor scholen, dan ventariseerd en heeft geen beschermde sta- omgeving op deze plek. moeten we daar een passende infrastructuur tus. Dit erfgoed verdwijnt erg snel in verband bij hebben. met nieuwe ontwikkelingen/inbreiding. Ten aanzien van de gezonde leefomgeving heeft een gemeente een beperkte invloed. 50
Maar soms kunnen we wel wat doen aan de luchtkwaliteit en het geluid. De lucht in de kern Soest is, als het gaat om vervuiling door verkeer en bedrijven, relatief goed, en in Soesterberg matig. Vooral de afstanden tot snelwegen en vervuilende bedrijven zijn daarbij bepalend. Onlangs is gebleken dat particuliere houtstook een veel grotere bijdrage aan de luchtvervuiling levert dan gedacht. Landelijk gezien bijna net zoveel als het verkeer. Luchtvervuiling is een serieus probleem voor de gezondheid. Particuliere houtstook is daar een onderdeel van. De omgevingswet vraagt ons gezondheid expliciet mee te nemen in onze afwegingen. Wij staan dan ook voor de vraag of, en onder welke voorwaarden, we houtstook willen blijven toestaan. Een wettelijk kader voor interventies ontbreekt vooralsnog.
Percentage groei woningvoorraad per jaar
• Ontmoeten en ontmoetingsplekken (waaronder winkelgebieden, cultuur en samenleven) • Voorzieningen (zorg, scholen etc.) • Mobiliteit • Omgevingskwaliteit (groen, milieu (gezondheid), erfgoed en beeldkwaliteit) In 2040 zijn we meegegroeid met Nederland. We hebben adequaat op de belangrijkste trends gereageerd en onze kernen op tijd en adequaat omgebouwd. Gelijktijdig hebben Ook voor geluid geldt dat de situatie in Soest we de ontspannen leefwijze en de groene beter is dan in Soesterberg. In het participa- omgeving behouden. Dat is gelukt door de tietraject is getoetst hoe belangrijk deelne- ombouw op onze eigen wijze te doen. mers dit aspect vinden. En er is weinig over naar voren gebracht. In het algemeen is er in Woningen het land in het afgelopen jaar meer aandacht In 2040 zijn er 12-20% meer woningen in voor de geluidsoverlast van motoren, quads onze gemeente. We hebben ieder jaar tused. Door corona zijn mensen meer buiten en sen de 0,6% en 1% (het landelijk gemiddelvalt die vorm van overlast meer op. Maar de de) bijgebouwd. Dat zijn er tussen de 125 en bewoners hebben geen ‘hotspots’ van over- 200 per jaar in de gemeente. Met deze wolast aangegeven (uitzondering KLM-flats ningen, en de keuzes voor de types hebben aan de Koningsweg).
we de bevolkingssamenstelling van 2021 in hoofdlijnen in stand weten te houden (onWat willen we? danks vergrijzing ook een behoorlijk percen• Woningen bestaand en nieuw tage gezinnen). • Bedrijventerreinen en werken
(proces) Om te besluiten welke onbebouwde ruimte gebruikt kan worden voor woningen hanteren we een openbare en gemeentebrede selectie-methode waarbij de maatschappelijke waarde van de onbebouwde ruimte het uitgangspunt is. De vormgeving van dit proces wordt verder uitgewerkt in een opdracht voor een omgevingsprogramma. Tussen 2021 en 2040 zijn er jaarlijks 50 particuliere woningen gesloopt en weer herbouwd, vaak wat groter dan ze eerst waren. Een deel van de nieuwe woningen is op deze wijze toegevoegd aan bestaande woningen. Bedrijfslocaties In 2040 hebben we dezelfde bedrijfslocaties als in 2021, behalve in Soesterberg waar het masterplan is uitgevoerd en een deel verplaatst is. De totale omvang van bedrijfslocaties is gelijk aan nu. Vooral de oudere terreinen (zoals Soestdijkse Grachten) zien er anders uit en hebben meer arbeidsplaatsen en vestigingen per ha dan nu. We zetten in op klimaatneutrale bedrijventerreinen waarin optimaal gebruik 51
wordt gemaakt van de beschikbare ruimte, onderlinge netwerken, reststromen, mogelijkheden voor lokale opwekking van stroom (zoals zonnepanelen op dak) en kwalitatief hoogwaardig groen. De ruimte wordt intensiever benut door het stimuleren van moge- Componenten centrumplekken lijkheden voor gestapeld ruimtegebruik en de ruimte voor parkeren te verkleinen zonder dat er parkeerplaatsen verloren gaan of Voorzieningen parkeerproblemen ontstaan. (Noot: voor scholen vatten we hier het IHP in een visiebeeld) In 2040 zit de helft van de Het bedrijventerrein Soesterberg-Noord basisscholen en het Griftlandcollege in een heeft plaatsgemaakt voor woningbouw. De nieuw gebouw. Die gebouwen zijn ruim en bedrijven die hier zaten zijn verplaatst naar flexibel en worden door verschillende orgaeen andere locatie. nisaties gebruikt. In de meeste zit in ieder geval één hele school. Vaak zit er nog een Ontmoeten en centrum tweede bij en worden er samen met andere In 2040 kent Soest 5 en Soesterberg 2 ont- scholen speciale lessen gegeven. Natuurlijk moetings/centrumgebieden op kernniveau heeft de BSO er een plek en op twee plek• Winkelgebied Van Weedestraat ken zit de buurtcoach ook in het gebouw. De • Winkelgebied Soest Zuid scholen en bijbehorende buitenruimtes heb• Oud Soest/station Soest ben daardoor hun buurtfunctie nog verder • De Zuidelijke Eng versterkt.
• De Dalweg (het visiegebied) • Winkelgebied de Rademakerstraat Elders zien we dat maatschappelijke (zorg) • De rand van Soesterberg met de organisaties over een breed pallet elkaar Vliegbasis gevonden hebben in gedeelde gebouwen Dat zijn de centrale plekken waar de inwo- die verspreid door de wijken staan. Er is ners elkaar in de openbare ruimte ontmoe- meer samenwerking tussen de organisaten. Deze plekken trekken eigen bewoners ties. Organisaties hebben meer eigen uiten recreanten uit de regio, veel meer dan nu. voeringsruimte. De positie en rol van de geIedere plek heeft een eigen mix van functies meente ten opzichte van maatschappelijke (winkels, horeca, wonen, groen, architec- partijen is verduidelijkt. tuur, kunst- en cultuur, bewegingsmogelijkheden). Er zijn meer ontmoetingen, een In Soesterberg zijn er veel nieuwe voorziesterker gevoel van identiteit en er is meer ningen bij gekomen waardoor de voorzieninondernemerschap. gen passen bij de bevolkingsomvang.
52
Mobiliteit In 2040 wonen er meer mensen dan nu in de gemeente, zijn er meer regiorecreanten en zijn er meer arbeidsplaatsen op onze bedrijventerreinen. Er werken meer mensen thuis, maar er is toch meer mobiliteit. Er zijn meer multimodaliteit voorzieningen (aansluiting vervoersvormen) en het verkeer stroomt beter door. Toelichting De opgaven voor wonen, werken en recreëren gaan hand in hand met het werken aan een goede bereikbaarheid. De aanpak is verbetering, aanpassing en (waar nodig) uitbreiding van het mobiliteitssysteem voor alle modaliteiten. Een groter deel van de mobiliteit zit in de eerste stappen van het STOMP principe. Eerst stappen (lopen), dan trappen (fietsen), dan openbaar vervoer, vervolgens slimme nieuwe mobiliteitsconcepten (mobility as a service) en tot slot de privéauto. • Er is procentueel minder autobezit, we maken veel meer gebruik van deelauto’s en andere mobiliteitsdiensten. • De openbare ruimte is comfortabeler voor voetganger en de fietser
• In 2040 hebben we veel meer fietsinfrastructuur met snelfietsroutes naar Amersfoort, Hilversum en Utrecht en voldoende stallingscapaciteit voor fietsen bij voorzieningen, winkels en stations. • De stations zijn belangrijke OVknooppunten, reizigersaantallen zijn zo gegroeid dat de toekomst van de spoorlijn door Soest gewaarborgd is. • Soesterberg is aangesloten op hoogwaardig openbaar vervoer tussen Amersfoort en Utrecht. • Vraag en aanbod naar parkeerplaatsen zijn in balans. Waar we geen ruimte hebben voor extra parkeerplaatsen is de vraag beperkt door vergunning parkeren of betaald parkeren.
De Birkstraat en de Amersfoorsestraat hebben primair tot doel verkeer te laten doorrijden. Dit zijn in 2040 nog meer de toegangswegen geworden die Soest en Soesterberg bereikbaar maken. Voor de Birkt is een gebiedsplan gemaakt. Via de Birkstraat zijn veel meer autobewegingen mogelijk (van 20.000 naar 25.000), waarbij de percelen langs deze weg op een veilige manier worden ontsloten en hier ook weer ontwikkelmogelijkheden ontstaan. Omgevingskwaliteit Cultuurhistorie is samen met natuur en beeldkwaliteit een aspect dat zichtbaarder, herkenbaarder is geworden in ontwikkelingen. Proces: cultuurhistorie, natuur en beeldkwa-
liteit worden ingezet om ontwikkelingen een bij de gemeente Soest passende richting uit te sturen. Ze worden niet als rem op ontwikkeling gebruikt. In 2040 is de luchtkwaliteit beter dan nu en is er minder geluid. Houtstook is sterk afgenomen. Het verkeer is, vooral in de kernen, veel stiller en ook schoner (elektrisch vervoer voor alle modaliteiten). Bedrijfsprocessen zijn schoner en stiller (veel processen zijn geelectrificeerd).
In 2040 zorgen ontwikkelingen in dataverwerking (big data), zelfrijdende auto’s, automatisering in verkeers- en mobiliteitsmanagement en nieuwe mobiliteitsdiensten ervoor dat we de openbare ruimte dynamischer kunnen gebruiken. Verkeerslichten prioriteren met connected-voertuigen de belangrijkste doelgroepen en sturen deze vanuit een regionale verkeerscentrale over het beschikbare netwerk. Dat kan elke dag een andere doelgroep en een ander netwerk zijn. Het recreatieve autoverkeer wordt met Smart mobility nog meer dan nu opgevangen op TOP’s. Iedereen kan zich ongeacht de modaliteit die hij of zij kiest, veilig van A naar B bewegen. Het aantal verkeersslachtoffers is in 2040 naar nul teruggebracht. Voormalig station Soestduinen, voorbeeld locatie waar cultuurhistorie, natuur en beeldkwaliteit samenkomen 53
5.3 Soest in beweging
Wat speelt er?
De kernkwaliteiten van de kern Soest zijn in het beeld hiernaast aangegeven. Soest is tot de jaren 60 grotendeels ‘organisch’ gegroeid langs wegen en paden over, langs en vanaf de Eng. Veel kwaliteiten van Soest volgen op deze groeiwijze. Soest heeft bijvoorbeeld verspreide ‘centrumplekken’ die identiteit geven. Belangrijkste zijn de twee winkel-centra, Oud Soest rond de kerk en de Zuidelijke Eng die inmiddels een bijzondere groene plek in de kern is geworden. De woongebieden en de centrale plekken zijn hierdoor erg divers en gericht op verschillende functies en economische activiteiten. De verspreiding van dergelijke plekken enerzijds en de samenhang die door de Eng wordt gegeven maakt van Soest ruimtelijk een heel bijzondere kern. De groeiwijze van de kern heeft ook invloed op het groen, en de beleving daarvan, in het dorp. Door de organische groei ontstaan er ‘reststukjes’ in de verkaveling waar bijvoorbeeld vaker dan Bebouwing kern Soest op de hoogtekaart (Bron: AHN3 normaal een boom oud kan worden. en kaartlaag BAG panden)
Groei kern Soest tot 1960 (Bron: op basis van topotijdreis.nl)
De vraag in hoeverre dat je een ‘eenduidig’ centrum zou moeten kunnen en willen hebben is een onderwerp dat uitgebreid is besproken met inwoners. De uitkomst daarvan is dat ‘het centrum de plek is waar de mensen zijn’. Vanuit die manier van denken kun je zeggen dat de opgave is om de belevingswaarde van kansrijke ontmoetingsplekken verder te ontwikkelen. We werken momenteel aan de visie voor de Dalweg. Dit gebied zal een nieuwe, en extra centrumplek
ganiseerd moeten worden. Wonen in de gemeente Soest is ‘verbonden’ wonen. In de kern Soest is de lokale verbondenheid heel sterk, denk aan de middelbare school (die voor een groot deel door Soester leerlingen wordt bezocht), de culturele activiteiten en de voorzieningen. Een flink deel van de inwoners woont een leven lang in de kern waar niet zelden ook hun ouders en kinderen wonen. Deze situatie leidt niet tot gevoelens van uitsluiting voor mensen die ‘van
54
worden. In het participatietraject is onderzocht of we, meer dan nu, wijkgericht moeten gaan werken. De uitkomst daarvan is niet eenduidig, het hangt van het onderwerp en de wijk af. Dit is, gezien de ontstaanswijze van de kern ook logisch. Misschien maar de helft van de kern bestaat uit herkenbare wijken. Wijkgericht werken hoeft geen algemeen sturingsprincipe te zijn, maar de samenwerking met de bewoners zou wel structureler geor-
Visiekaart keuzes voor de kern Soest
buiten komen’, (dergelijke geluiden hebben we niet opgevangen in de participatie). Wel is het onvermijdelijk dat door deze sociale kenmerken oude structuren (sportverenigingen bijvoorbeeld) soms lastig aan te passen zijn.
komst van dit terrein. Algemene wens is dat bestaande bedrijventerreinen behouden blijven, intensiveren maar minder ‘uitstoot’ hebben.
Wat willen we
De algemeen lijn is: Soest in 2040 is de leEr is een groot werkgebied in de kern, de vendige en gevarieerde plaats die het nu ook Soestdijkse grachten. In de participatie is al is. Er zijn meer woningen (waarvoor ook er intensief discussie gevoerd over de toe- deels open ruimte is gebuikt), 5 aantrekkelij-
ke ontmoetingsgebieden (centra). Er is meer werkgelegenheid, er wordt er vaker gewandeld en gefietst of met het OV gereisd dan nu en de openbare ruimte wordt veel intensiever gebruikt. Specifieke keuzes voor Soest die nog niet in de andere paragrafen zijn aangegeven: Voor de ontmoetings (centrum)plekken 1. In de Van Weedestraat en Soest-Zuid zijn 55
5.4 Samen Soesterberg verder versterken
Wat speelt er
met winkels en horeca (met ‘blurring’ en ‘multichanneling) de bezoekersaantallen op hetzelfde peil als nu. De programmering is verbreed. 2. De Soestereng is in 2040 een gemeentebrede, en zelfs regionale, ontmoetingsplek. Met een bijzonder combinatie van natuur, landbouw, historie en cultuur. De bezoekersaantallen (wandelaars en fietsers) zijn veel hoger. In de ‘skyline’ zijn enkele objecten toegevoegd. 3. Oud Soest, tot station Soest, is een primair op de voetganger en fietser gericht gebied, de auto is te gast. De functionele invulling is nu nog niet duidelijk (moet volgen uit proces) 4. Voor de Dalweg wachten we nu nog af wat het proces oplevert.
De kernkwaliteiten van Soesterberg zijn in het beeld hiernaast aangegeven.
Uitsnede ‘ skyline’ vanaf de Soestereng
In de Birkt is er meer recreatie. De natuurverbinding tussen de bossen en de Eem is sterker. (zie ook bij de polder). De bereikbaarheid is onafhankelijk van de Birkstraat geregeld.
Torenstraat in Oud Soest momenteel voornamelijk ingericht op autoverkeer 56
Wat zijn de ruimtelijke kwaliteiten? • De groene setting • Het centrum op de lijn van de oude weg • De verbondenheid van Soesterberg met de vliegbasis, via de overkapping van de N237 • De nabijheid van de vliegbasis als aantrekkelijk deel van de heuvelrug, ook cultuurhistorisch van belang. • De herschikking van bedrijventerreinen en de woonkwaliteit die daarmee gemaakt wordt (lopend) • Zowel het dorp als de bedrijven zijn goed bereikbaar via de snelweg.
Ruimtelijke kwaliteiten Soesterberg 57
De ‘Wegh der Weegen’ is een kwaliteit van Soesterberg. Dit is een project uit de 17de eeuw waarbij de aanleg van een nieuwe verbinding tussen Utrecht en Amersfoort werd gecombineerd met een enorme gebiedsontwikkeling aan weerzijden. Dit gebied heeft niet alleen een voorkant aan de Amersfoortseweg maar ook een achterkant. Beide zijn deels herkenbaar in de opzet van Soesterberg. (aleen de ‘Amerikaanse wijk’ ligt erbuiten). Op deze afbeelding is in groen het gebied aangegeven waar de hoofdopzet uit de 17de eeuw nog steeds bestaat.
Sorties Wegh der Weegen (Op basis van topotijdreis.nl)
Soesterberg groeit waardoor de vraag hoe en of het voorzieningenniveau die groei kan bijbenen op de agenda staat. Inwoners zijn gewend om veel gebruik te maken van voorzieningen in de aanliggende kernen (vooral gemeente Zeist) en dergelijke vaste patronen worden slechts langzaam omgebogen. Er is een soort ‘kip-ei’ situatie: er is een kans om meer winkels te maken maar die kans is er vooral als meer kopers hun boodschappen gaan doen in dit centrum. In het participatietraject is er een sterke wens uitgesproken om gezamenlijk te bouwen aan de voorzieningen in Soesterberg met de kansen die de groei van de kern biedt. Dit loopt uiteen van winkels en ontmoetingsplekken tot ruimte voor sport en verenigingen. Veel aandacht is er in het participatietraject gevraagd voor het maken van een betere toegankelijkheid van de vliegbasis. En dat is ook logisch als je ziet waar de belangrijkste groene kwaliteit is. Maar de openstelling van de vliegbasis loopt niet zo makkelijk omdat er ook hoge natuurdoelen op liggen. Rond de N237 speelt over een groot gebied 58
een groot aantal projecten zowel in Soest als Zeist en Amersfoort. Dat zijn niet de minste projecten. Denk alleen al aan de nationale goudkluis en de concentratie van defensieactiviteiten ten oosten van de aansluiting van de N413. Maar er zijn veel meer projecten. Die hebben ook direct te maken met de leef- en werkomgeving van Soesterberg. Het cumulatieve effect van al die ontwikkelingen en de relatie met de ontwikkeling van Soesterberg is dan ook een belangrijk aandachtspunt.
werken, kunnen ze meestal naast elkaar bestaan. De milieubelasting in Soesterberg is relatief hoog. Een uitbreiding van het bedrijventerrein van defensie levert mogelijk extra milieubelasting op.
Wat willen we
De hoofdlijn is dat Soesterberg in 2040 gevarieerder en groter is, een kern met een nog sterkere eigen cultuur en identiteit. In die cultuur zijn de bestaande waarden rond Hoe zetten we de historie van de Wegh der dorps, kleinschalig, groen en bereikbaar aanWeegen in om Soesterberg en omgeving gevuld met de ontmoetingskwaliteiten die verder te ontwikkelen en hoe vertellen we nu, in 2021,nog voor een deel ontbreken. het historische verhaal (hoe maken we het beleefbaar)? Proces: we zetten een platform op waarmee we intensief met de samenleving blijven praIn Soesterberg zien we twee participatie- ten over lopende projecten en plannen en sporen: in het ene spoor zijn er zorgen over waar nieuwe initiatieven worden ingebracht. de grote veranderingen (vooral zorgen over aantasting van het groen), en in het andere Specifieke keuzes voor Soesterberg die nog spoor zien we dus de vraag om veranderin- niet in de andere paragrafen zijn aangegeven: gen te gebruiken om de ‘kracht van het dorp’ groter te maken. Hoewel deze sporen zo nu Voor de voorzieningen en dan in tegengestelde richtingen kunnen 1. De Rademakerstraat is een levendig
Visiekaart keuzes voor de kern Soesterberg
centrum met winkels, horeca en andere publiekstrekkers. 2. De rand van Soesterberg en de vliegbasis is een ontmoetings- en verblijfslijn, de pleisterplaats was een start. 3. De basisscholen zijn ‘buurtknooppunten’. In het dorp zijn er meer publieksvoorzieningen dan nu.
Voor bereikbaarheid: • In Soesterberg is er nabij de Rademakerstraat een halte op de HOV verbinding naar Utrecht en Amersfoort • Er is een lokale ov-verbinding met Station den Dolder
dan nu, er is ontwikkeld aan de achterzijde van de percelen. • De opzet van de Wegh der Weegen is beter herkenbaar en beleefbaar dan nu
Op bijgaande kaart zijn alle voor Soesterberg relevante keuzes aangegeven, de en bij elkaar gebracht, in een kaart.
Voor het Soesterdeel van Amersfoortsestraat: De milieubelasting in Soesterberg is lager • De Amersfoortsestraat kent weinig of dan nu. geen opstroping en files • Vanaf de Amersfoortsestraat is het beeld Het bedrijventerrein van defensie is aangegroener dan nu legd en zoveel mogelijk inwaards gezoneerd. • In de zone langs de Amersfoortsestraat zijn meer woningen en arbeidsplaatsen
59
5.5 Waardevol groen
De groene omgeving is belangrijk voor de gemeente Soest. Daarom is het een eigen onderwerp in deze omgevingsvisie. Hier bespreken we • Het groen in de kernen • Het buitengebied (natuur, landschap, ruimtegebruik) • Sport en beweging Noot: • Landbouw als functie wordt gebiedsgericht bij ‘de bruikbare polder besproken’ • Cultuurhistorie wordt bij ‘ontspannen woon en leefmilieu’ besproken
Omdat wij als gemeente op een knooppunt wegen. Natuurgebieden zijn een betrouwin natuurlijke systemen liggen (droog-nat, bare bron van ruimte voor beweging. noord-zuid, oost-west) zal het belang van • De toegenomen behoefte aan beleving natuur voor ons eerder groter dan kleiner van de samenleving biedt kansen voor worden. De vraag is tot welk niveau deze het beweegvriendelijk maken van de omWat speelt er? natuur belast kan worden door bijvoorbeeld geving. Recreatie, ontspanning, vermaak Het groen in de kernen wordt erg hoog ge- recreatie. en sport gaan steeds meer vervlechten. waardeerd en is een belangrijke reden om in • Big data en technologische middelen bieSoest of Soesterberg te willen wonen. Landelijk staan onze natuur en ecosystemen den veel mogelijkheden om omgevingen De vraag of er groene ruimte gebruikt kan blijvend onder druk. Door klimaatverandemeer beweegvriendelijk te maken. Denk worden voor ruimtegebruikers als woning- ring, verstedelijking en een gewijzigd agraaan: zelfmonitoren, gebruikte fiets- en bouw, bedrijventerreinen en zonnevelden risch bodemgebruik gaat het bijvoorbeeld hardlooproutes in planning integreren is waarschijnlijk de belangrijkste vraag waar slecht met de insecten in ons land.
Er zijn (zie de Stravakaart), apps die de bruikwe mee worstelen als het gaat om de fysieke zorgen over de houdbaarheid van stabiele baarheid en vindbaarheid van een omgeleefomgeving. Vooral voor woningbouw is ecosystemen, ze moeten robuuster worden. ving vergroten, gamification , technologidit een groot dilemma omdat we beide (wo- In Soest zijn wij deel van de oplossing van sche elementen in de openbare ruimte. ningen en groen) belangrijk vinden. dit probleem. Een groot deel van ons gebied • De bestuurlijke en maatschappelijke aanis al natuur. Daar waar we extra verbinden dacht voor beweging groeit In de participatie is aangegeven dat er een naar omgeving van onze kerngebieden kunwens is om het, hooggewaardeerde, groen nen maken vergroten we de robuustheid van Bron van deze trends: https://www.sportenin en buiten de kernen meer te kunnen ge- de natuur. Vooral onze kwelzones hebben bewegenincijfers.nl/toekomstverkenning/ bruiken. Het gaat om veel verschillende in- daarin een groot potentieel. trendscenario/beweegvriendelijke-omgeving vullingen.
Je ziet daarin een flinke stapeling van doelen voor groene gebieden: natuur/ Een aantal landelijke trends op het onder- Wat willen we biodiversiteit, gebruiksgroen voor de mens werp bewegen en sport is voor ons extra van Onze hoofdgroenstructuur is in 2040 intact (toegankelijkheid, gebruikskwaliteit, ont- belang vanwege onze groene gebieden: en zal in beginsel niet in de afweging voor moetingskwaliteit), klimaatadaptatie, lanen • Groei van de bevolking zet de ruimte on- woningbouw worden meegenomen. en verkeersbermen der druk en daarmee de ruimte om te be60
Dorpsgroen en wijkgroen hoofdgroenstructuur (Gemeente Soest)
Een deel van onze onbebouwde ruimte is in De onbebouwde ruimte buiten de kernen 2040 in gebruik voor woningbouw. (bossen en landbouwgebieden) is in 2040 natuurlijker en klimaatrobuuster. Delen In 2040 wordt de openbare ruimte in de daarvan worden intensiever gebruikt dan nu, kernen, groen en verhard, meer gebruikt en andere delen niet. is natuurlijker en klimaatrobuuster dan nu. Daarmee is de openbare ruimte waardevol- Voor een aantal gebieden is de natuurwaarde ler dan nu. in 2040 in ieder geval verhoogd, met name het gebied rond de Wieksloot (bijzondere (Proces) Voor alle openbare ruimte die om natuur) en de polder (wordt uitgewerkt bij een of andere reden ‘op de schop’ gaat komt de polder en bij adaptatie). een integraal ontwerpproces(je) waarin doelen voor gebruik, natuur en klimaat worden Sportvelden en -accommodaties zijn in 2040 geïntegreerd. behouden. Ze zijn opengesteld voor nieuwe vormen van gebruik, en voor nieuwe gebrui-
kers. Het zijn ook ontmoetingsplekken. Technologische middelen worden volop ingezet om mensen te activeren en naar buiten te krijgen.
61
5.6 Ruimte voor recreatie en toerisme
5.7 Een groene bruikbare polder
Gebiedsspecifieke aspecten komen aan bod in de paragrafen over Soest, Soesterberg en de polder.
Wat speelt er
Wat speelt er
De recreatiedruk uit de regio zal blijft toenemen. Waarschijnlijk niet zo sterk als het afgelopen pandemiejaar 2020-2021, maar wel structureel. We zien langs de Eem een toenemende druk op het water tijdens warme dagen. Er is met name meer recreatie op de oevers van de Eem. Ook wordt er veel meer gezwommen en dat is een gevaarlijke situatie. Met de groei van Soesterberg neemt ook de vraag naar ruimte voor recreatie en ontspanning toe. Er is gebrek aan plekken waar je Ondanks dat zwemmen in de Eem gevaarlijk is, zoeken inwoners hier toch verkoeling. heen kunt. De spin-off van recreatie naar onze kernen valt tegen. Wij zetten daar al jaren op in Wat willen we maar er zit weinig schot in. Bezoekers van In 2040 wordt het groen in de kernen intenhet NMM bijvoorbeeld komen maar spora- siever dan nu gebruikt voor recreatie. disch ook in onze kernen. Onze ‘centrumgebieden’ trekken veel meer recreanten en daar heeft de lokale econoHet grote hondenlosloopgebied in de dui- mie profijt van. Recreatie en toerisme wordt nen is bijzonder en er wordt veel gebruik daardoor in de kernen een belangrijkere ecovan gemaakt. Bij steeds meer van dit soort nomische sector dan het nu is en draagt ook losloopgebieden worden beperkingen opge- bij aan het versterken van het groen en de legd voor uitlaatservices. Hierdoor wordt het beleving van de centrumgebieden.
losloopgebied de Soesterduinen op termijn mogelijk nog populairder en drukker. In de bos- en natuurgebieden zijn er (beperkt) meer recreanten dan nu en is er meer Huidig beleid onderscheid tussen drukke en stille delen Beleidsplan Recreatie en Toerisme 2012-2020 dan nu. Nergens is de recreatiedruk zo hoog dat de natuur er wezenlijk onder leidt. 62
Er is minder gemotoriseerd verkeer in de bossen, een groter deel van dit verkeer wordt opgevangen aan de randen van die bossen. In 2040 zijn er in de polder veel meer recreanten dan nu en is er ook veel meer te doen.
Het open gebied ten noorden van Soest vormt samen met de aanliggende gebieden in Amersfoort en Baarn een groene zone die op regionaal niveau ruimte maakt. Tot aan de A1 is dit gebied ongeveer 1000 ha. De ruimtelijke kwaliteit van dit gebied op regionaal niveau wordt gedragen door twee kenmerken: • De grote maat over het centrale deel van het gebied • De diepe punten die de verschillende kernen uit elkaar houden. Dat gaat dan bij ons met name om de gebieden rond de RWZI, tussen Baarn en Soest en het gebied rond de Birkt tussen Amersfoort en Soest. We zien de polder nu als een open landschap en voor een deel is dat ook zo. Interessante kwaliteit is dat er her en der nog restanten van het historische landschap zijn. Dat zijn veelal restanten van houtsingels. Bijgaande afbeelding laat zien waar zo’n 100 jaar geleden die houtsingels stonden. Ook de verkaveling en de Eem zijn cultuurhistorisch van belang. Door de polder loopt de Eem. Een functioneel belangrijke rivier voor waterafvoer en natuur én steeds meer in de beleving van fietser en wandelaar. Op regionaal niveau worden er plannen gemaakt voor woningbouw. Dat gaat om grote aantallen en locatiekeuzes hebben effect op het regionale verstedelijkingspatroon. Voor Soest is het van groot belang dat de regio Hagen zoals die er in 1860 waren in de polder (op basis van topotijdreis.nl) 63
5.8 A Adequaat reageren op klimaatverandering (mitigatie) Wat speelt er?
vanuit het groene perspectief vorm krijgt zodat openheid van de hele polder daarin goed wordt meegewogen. De hele polder is een aantrekkelijk gebied om te recreëren maar de ‘opvangcapaciteit’ is beperkt, er zijn niet veel voorzieningen, er is maar een beperkt padenstelsel en door de openheid lijkt het al snel erg vol. De Eem trekt steeds meer waterrecreatie tijdens warme dagen aan, de ‘trek naar water’ is bij ons de ‘trek naar de Eem’ (hoewel natuurlijk ook de vijvers in de woonwijken gebruikt worden). Maar de rivier is daar niet voor bedoeld, er is geen controle op de zwemwaterkwaliteit, en bewaking van de waterkwaliteit zou ook lastig uit te voeren zijn. Ook is er meer vraag voor bootverhuur en horeca. Voor de natuur is er een dilemma, het open deel van de polder trekt weidevogels, hoewel op het Soester deel van de polder steeds minder. Anderzijds heeft de polder een potentieel voor veel andere vormen van natuur, omdat het aan de lage flank van de Heuvelrug ligt: het grootste gebiedspotentieel is een overgang van de bossen naar de openheid van de polder en de Eem. In de participatie zijn vragen voor ander gebruik van het Soester deel van de polder naar voren gekomen. Denk aan voedselbossen, boomgaarden. In de participatie voor deze visie is gebleken dat veel inwoners van Soest best veranderingsmogelijkheden in de polder zien maar dat de groene sfeer moet 64
Strava heatmap waterrecreatie in de omgeving van Soest (Strava, 2021)
blijven.
der dan nu en er zijn veel meer gebruiksmogelijkheden. Ook de natuur is versterkt en er Wij hebben maar enkele agrarische bedrij- is ruimte gemaakt voor het vasthouden van ven in Soest, meestal jongere actieve onder- water. nemers. Voor iedere 30 ha grond (indicatie) die aan de landbouw onttrokken wordt zal (proces) Het regionale park willen we samen een agrarisch bedrijf moeten stoppen. met Baarn en Amersfoort, en natuurlijk met gebiedspartijen ontwikkelen. Geld moet uit Wat willen we de opbrengsten van de regionale verstedeIn 2040 is de polder tot aan de A1 omge- lijking komen. In de randen moet in de gevormd tot landschapspark. Het gebied wordt meente Soest afwegingsruimte blijven voor door recreanten druk bezocht. Duurzame, uitbreiding van de kern voor woningbouw. op de lokale consument-gerichte, landbouw, is de basis. Ruimtelijk is de polder gevarieer-
culair zijn. In een circulaire economie bestaat geen afval meer: producten worden efficiënter ontworpen en materialen zoveel mogelijk hergebruikt. Op deze manier willen we het gebruik van grondstoffen terugdringen. Deze doelstelling raakt ook de ruimtelijke omgeving. We moeten nog concreet maken met welke stappen we naar dit doel toe willen werken, maar het doel voor 2050 wordt in deze visie wel meegenomen.
Klimaatverandering leidt tot twee nieuwe beleidsvragen bij gemeenten. De eerste vraag is hoe de klimaatverandering kan worden afgeremd door uitstoot van broeikasgassen te verminderen en uiteindelijk neutraal maken (mitigatie). De tweede vraag is hoe we tijdig en adequaat kunnen en moeten inspelen op de verandering die nu al bezig is en voorlopig ook door zal gaan. Die tweede beleidsvraag wordt samengepakt onder het kopje klimaatadaptatie. In dit hoofdstuk 5.7 In de opgave voor Soest gaan we ervanuit A richten we ons op de mitigatie. dat we de hele opgave op ons eigen grondgebied gaan oplossen. In de Regionale Wat speelt er: Mitigatie Energiestrategie (E01) onderzoeken we De veranderingen in het energiesysteem samen in de regio Amersfoort (met de gezijn omvangrijk. De opgave is om in 2030 meenten Baarn, Amersfoort, Eemnes, 49% CO2 te besparen ten opzichte van ons Bunschoten, Leusden, Woudenberg, aangepeiljaar 2016. Daarvoor is de eerste stap vuld met provincie, waterschap en STEDIN) om zoveel mogelijk energie te besparen. hoeveel duurzame elektriciteit we in de regio Vervolgens is het van belang dat de ener- tot 2030 kunnen opwekken, hoe globaal de gie die we nog gebruiken duurzaam wordt warmtetransitie er voor de regio uitziet en opgewerkt. In het rijksKlimaatakkoord is af- bijbehorende infrastructuur.
gesproken dat al onze woningen en gebouwen moeten overstappen op een duurzame Het is mogelijk dat er in de RES-keuzes worvorm van warmte, zonder aardgas. Ook in den gemaakt die van invloed zijn op de opSoest gaan we in stappen stoppen met het gave van Soest. gebruiken van aardgas voor verwarmen en koken. In de mobiliteitssector maken we ook In Soest maken we, als onderdeel van de de stap naar aardgasvrij en stappen we over Omgevingsvisie, beleid voor zonnevelden en op CO2 neutrale vormen van vervoer. Dit al- windturbines. Daarbij hebben we gezocht in les vraagt om een grote verandering van de de bandbreedte tussen wat er voor Soest uit energieinfrastructuur. Omdat dit ons alle- de concept RES kwam en de eigen ambitie. maal ook persoonlijk raakt is de energietran- De uiteindelijke keuze voor elektriciteitsopsitie ook een sociale opgave. We moeten het wekking is van invloed op de eigen ambitie samen doen. uit het Programma Energietransitie.
king is het realiseren van zon op alle daken prioriteit. Dat faciliteren we op diverse manieren. De warmtetransitie is ook een grote opgave. Uiteindelijk moeten ook alle gebouwen in Soest in 2050 aardgasvrij zijn volgens het Klimaatakkoord. Dat hoeft niet allemaal tegelijk. Eerst maken we een visie op hoofdlijnen in de Transitievisie Warmte. Daarin geven we aan welke wijken als eerste aan de beurt zijn. Daar starten we samen met alle inwoners en gebruikers van de wijk om een Wijkuitvoeringsplan te maken. Samen kijken we naar de beste haalbare en betaalbare oplossing voor de wijk.
Wat willen we
In 2030, 49% CO2-reductie ten opzichte van het peiljaar 2016.
In 2050 willen we in Nederland volledig cir- Los van grootschalige elektriciteitsopwek65
5.8 B Adequaat reageren op klimaatverandering (adaptatie) Wat speelt er
Klimaatverandering leidt tot twee nieuwe beleidsvragen bij gemeenten. De eerste vraag is hoe de klimaatverandering kan worden afgeremd door uitstoot van broeikasgassen te verminderen en uiteindelijk naar 0 te brengen (mitigatie). De tweede vraag is hoe we tijdig en adequaat kunnen en moeten inspelen op de verandering die nu al bezig is en voorlopig ook door zal gaan. Die tweede beleidsvraag wordt samengepakt onder het kopje klimaatadaptatie. In dit hoofdstuk 5.5B richten we ons op de adaptatie. Klimaatadaptatie, de lange termijn Klimaatadaptatie omvat een aantal uiteenlopende onderwerpen die allemaal eigen trends kennen. We geven hier een overzicht. Waterveiligheid. Door veranderende weerpatronen en zeespiegelstijging kunnen rivieren overstromen. De veranderende weerpatronen treden nu al op en de verwachting is dat die steeds extremer worden naarmate de gemiddelde temperatuur stijgt. Er is een uitgebreid landelijk programma voor veilige dijken, ook langs de Eem, waardoor overstromingsrisico’s lager worden. De zeespiegel stijgt bij Nederland nog niet sneller dan in de afgelopen millennia (20 cm/eeuw). Meetbare effecten van versnelling van de stijging worden niet voor 2050 verwacht.
66
De heuvelrug is belangrijk voor de waterhuishouding in een groot gebied. Regenwater wordt in de heuvelrug opgeslagen en zakt via de ondergrond geleidelijk weg naar de omgeving. Het is dus een grote waterbuffer die zowel voor natte als droge tijden van belang is. Vanwege hoge kwaliteit van het water in de heuvelrug is het extra belangrijk waar het water dat verdwijnt naar toe gaat. Dit water willen we niet zomaar weggooien. Voor ons is de belangrijkste opgave om samen met Wateroverlast en droogte Het extremere klimaat leidt tot nattere en tot drogere periodes. Deze effecten zijn er nu al. (bijvoorbeeld voor funderingen van oudere gebouwen) Te verwachten is dat de weersuitersten groter zullen zijn in 2040 dan nu. Om hier mee om te gaan wordt er vanaf 2000 gewerkt met een drietrapsaanpak vasthouden-bergen-afvoeren. Dit leidt tot een ‘ombouw van het land’, zowel voor het stedelijk als het landelijk gebied, want tot 2000 waren de beheersystemen gericht op afvoer. Die ombouw vraagt ruimtelijke aanpassingen en loopt nog wel langer dan 2040. Hitteoverlast Vooral in stedelijke gebieden kan de temperatuur ‘s zomers hoog oplopen. Het beperken van het hitte-eilandeffect leidt tot diverse maatregelen waar we in 2040 nog volop mee bezig zullen zijn. Achter deze link zit een mooi overzicht van een aantal effecten en maatregelen:
andere partijen zoveel mogelijk water in het heuvelrugsysteem op te slaan en om het water dat eruit stroomt of dat we eruit halen, te gebruiken voor de juiste doelen en zo lang mogelijk schoon te houden. In onze gemeente is water overal belangrijk maar in het gebied Pijnenburg-Wieksloot is het nog weer extra van belang. Daar komt schoon kwelwater van nature naar boven en dat leidt daar tot bijzondere natuurlijke omstandigheden, zoals de groei van hoogveen. Vanwege de klimaatverandering, met hefhttps://www.hittebestendigestad.nl/ mindmap/ Ecosystemen uit balans De weersextremen veroorzaken stress op de natuur die daar onder leidt. Soorten migreren met de veranderende temperatuur mee en komen in ecosystemen waar zo nog niet ingebed zijn en waardoor ze plagen kunnen worden (bijvoorbeeld de eikenprocessierups). Ecosystemen raken uit balans. We zitten al midden in deze trend maar omdat-ie de temperatuurstijging vertraagt volgt staat ons nog veel meer te wachten. Natuurbranden Vooral bos en heidegebieden zijn kwetsbaar voor natuurbranden bij langdurige droogte. Het is denkbaar dat we ons moeten gaan voorbereiden op onbeheersbare natuurbranden. Ook snelle waarschuwingssystemen zijn mogelijk nodig.
tigere natte tijden en langere droge tijden moet ons watersysteem opnieuw worden ingericht. Dit heeft ook gevolgen voor de wijze waarop we ruimtelijke ontwikkelingen plannen en uitvoeren. Die moeten aangepast zijn aan de natuurlijke watersituatie.
Onze natuur-en bosgebieden zijn, gegeven de ruimtelijke situatie in onze gemeente, maximaal met elkaar verbonden en daardoor zo robuust als mogelijk is. Alleen in de polder en bij de koppeling van polder aan de heuvel zijn nog verbeteringen mogelijk.
Aandacht vragen de kwelgebieden aan de voet van alle heuvels. Omdat als we steeds meer water in de grond laten zakken kan het zijn dat het iets hogere waterpeil hier schade kan veroorzaken. We moeten dit nog nader onderzoeken om te weten wat de maximaal haalbare hoeveelheden vast te houden water zijn.
Wat willen we
Aandacht vraagt ook de mogelijke schade die bij zware buien kan ontstaan. Vanwege het reliëf in onze gemeente kan die schade plaatselijk aanzienlijk zijn.
(Her)ontwikkelde locaties hebben een grondwaterpeil dat zo dicht mogelijk bij het natuurlijke peil ligt (zonder overlast aan aanliggende gronden te veroorzaken).
In het participatietraject zien we dat bewoners ook een steentje willen bijdragen, bijvoorbeeld door water op hun perceel in de grond te laten zakken grond te infiltreren. Meer groen in de openbare ruimte, minder verharding zorgt voor minder hittestress en meer waterberging. Bovendien vangt het fijnstof op. De inrichting van het groen moet vaker worden gericht op het opvangen van water bij piekbuien. Hemelwater vasthouden waar het valt.
Al het oppervlaktewater is net zo schoon als toen het uit de heuvel stroomde. Tot aan de Eem.
In 2040 wordt er meer water in de heuvelrug vastgehouden dan nu door er minder aan te onttrekken en meer te infiltreren. We hebben een nauwkeuriger beeld van de (on) mogelijkheden daarvoor dan nu. De nieuwe (grond)waterpeilen zitten nabij het maximum dat maatschappelijk acceptabel is.
In de polder is een ecosysteem gemaakt dat samenhangt met de rest van ons (bos) gebied waardoor we een maximaal robuust systeem hebben.
Alle openbare ruimtes die na 2021 zijn ingericht zijn klimaatrobuuster en ingericht in overeenstemming met de doelen die we bij Volgens de klimaateffectatlas is ons bosge- waardevol groen hebben aangegeven. bied niet kwetsbaar voor natuurbranden, maar algemeen speelt wel de zorg voor een kans op zogenaamde onbeheersbare branden. 67
De polder
68
De Wieksloot
Utrechtse Heuvelrug
69
Intermezzo data en technologie voor de fysieke leefomgeving Technologie
Kennis
Een belangrijke ontwikkeling is de technologische ontwikkeling. Vooral digitalisering heeft grote gevolgen. Deze gaat vaak sneller dan we denken. De landbouwbedrijfsvoering is volop aan het veranderen en technologie en robotisering zijn daar een steeds belangrijker onderdeel van. Op het gebied van toerisme en recreatie spelen diverse ontwikkelingen. Eén voorbeeld daarvan is de introductie van ‘real time’ informatie over een gebied. Hoeveel mensen zijn er aan het recreëren op de Lange Duinen of zitten langs de Eem?, is er ergens een bepaalde vogel gespot?, is er een ‘pop-up’-nachtelijk (en illegaal) evenement in het bos? ‘Virtual en augmented reality’ ontwikkelen zich snel. Dit opent geheel nieuwe mogelijkheden voor de beleving van onze omgeving. Stel je voor dat je met een AR-bril op een wandeling langs de Wegh der Weegen maakt en steeds verschillende tijdsmomenten kunt kiezen? Dit is geen sciencefiction, maar een van de commerciële lijnen van technologie.
Waar technologie een voortdurende motor achter verandering is, komt kennis in onze samenleving centraal te staan. Met kennis kun je de samenleving beïnvloeden, organiseren én inspelen op mogelijkheden van technologie. Daar komt bij dat het bewaren van gegevens zo goedkoop geworden is dat er geen (bewaar)selectie meer nodig is. Kennis is dermate waardevol geworden dat er een soort ‘jacht op data’ ontstaan is. Omdat kennis zo waardevol is, is het onverantwoord deze te verspillen. Overheden, ook wij als gemeente Soest, zijn een van de
grootste dataverzamelaars en de grootste speler in de verdeling van rechten op data; direct en indirect. Zo registreren wij bijvoorbeeld alle verhuisbewegingen van onze inwoners. Maar wij doen daar niets collectiefs mee, wij weten bijvoorbeeld niet welke veralgemeniseerde verhuisbewegingen er binnen onze gemeente zijn. De opgave voor kennis is dat we als overheid een strategie voor het omgaan met kennis en data ontwikkelen. Een onderdeel daarvan is het organiseren van kennisdeling. De VNG stimuleert al enige tijd het datagerichte gemeentelijke beleid. Daarvoor is een
Technologische ontwikkelingen zijn, vanuit gemeentelijk perspectief, autonome ontwikkelingen. Ze vragen een lokaal antwoord en een inbedding. Wie de ontwikkelingen rond Airbnb in Amsterdam volgt, ziet dat dat nog een hele klus kan zijn. De opgave rond technologie is om de impact en mogelijkheden van ontwikkelingen te duiden (omdat ze nieuw zijn is dit wezenlijk, er is geen bestaand kader voor) én om Afbeelding Ontwikkelmodel datagedreven gemeenten (Bron: VNG en A&O fonds gemeenten, klik hier om ze adequaat te begeleiden. naar het document te gaan) 70
‘ontwikkelmodel datagedreven gemeenten’ opgesteld. Voor de implementatie, die dus bij gemeenten ligt, is uiteindelijk nogal wat nodig zoals uit onderstaande schema blijkt. Maar in de praktijk is het handig om bij de inhoud van het beleid te beginnen, en de kern daarvan is het werken volgens de kennisketen. Daarom voegen we in Hoofdstuk 7 een aanpak voor een andere manier van beleidsproductie toe. Kennis ontwikkelt zich in een kennisketen. De hoofdstappen zijn:• Data (geregistreerde gegevens);• Informatie (toegankelijk gemaakte data);• Kennis (betekenisvolle informatie);• Actie (toegepaste kennis). Verspreid door deze omgevingsvisie zijn kennis en technologievoorstellen opgenomen. Om deze voorstellen ook te kunnen uitvoeren is een structuur nodig waarbinnen beslissingen over kennis genomen kunnen worden. We gaan een start maken met technologie en kennisbeleid. In eerste instantie willen we een fundament rond de kennisketen opbouwen.
Datagerichte beleidsontwikkeling, datamining, privacy en monitoring In 2020 en 2021 maken we als samenleving intensief kennis met datagerichte beleidsontwikkeling rond de pandemie. Er worden meetbare doelen gesteld (bijvoorbeeld aantallen ziekenhuisopnames), signaalwaarden gezocht, en voortdurend wordt er door middel van trail- and error beleid rond openstelling van de economie ontwikkeld. Langzaamaan ontstaat zo inzicht in de re-
Afbeelding
De kennisketen
latie tussen de beleidskeuzes enerzijds en ken om data te verzamelen, waar bewaar je de effecten anderzijds. Dit is een ‘lerende de data, van wie zijn ze etc? beleidsomgeving’. Voor ons als overheid is de situatie vrij eenDergelijke lerende beleidsomgevingen zijn voudig. Wij verzamelen soms persoonsdata bij ons in ieder geval zinvol rond vragen van omdat dat wettelijk moet. Daarnaast kunrecreatief gebruik van ons gebied, kwelwater- nen wij alleen data verzamelen die in anostromingen (en de bijbehorende ontwikke- nieme vorm waarde hebben of openbaar ling van de watervoorraad in Heuvelrug) op- gemaakt kunnen worden, dus in principe timaal woninggebruik, bezoekersstromen in anoniem zijn. Als we bijvoorbeeld stellen dat de (centra van de) kernen, mobiliteitskeuzes opbrengstgegevens van zonnepanelen realen de ontwikkeling van ons energiegebruik. time met ons gedeeld moeten worden dan Rond deze onderwerpen zullen we gaan is het voor ons uitstekend als een particubouwen aan een lerende beleidsomgeving. liere eigenaar van de data die anoniem doorDaarmee borgen we direct ook de monito- geeft, bijvoorbeeld via de leverancier van de ring van beleid die de omgevingswet van ons panelen. vraagt. Het verzamelen van data die de basis van deze lerende beleidsomgevingen kunnen zijn is een belangrijk punt. Hoe kun je de privacy waarborgen, hoeveel kosten wil je ma71
6. Doelen voor gebieden
Visiekaart ontwerp omgevingsvisie Soest en Soesterberg
74
75
6.1 Inleiding
6.2 Bos- en natuurgebieden
In dit hoofdstuk beschrijven we per gebied welke onderwerpen uit hoofdstuk 5 er spelen en op welke manier. De gebieden die we in de gemeente Soest van elkaar onderscheiden zijn: • De polder • De kern Soest • De Birkt • De Wieksloot en de laagte van Pijnenburg • De Soester Duinen • De heuvelrug • Vliegbasis Soesterberg • De kern Soesterberg en de Wegh der Weegen • Bedrijvengebieden op de flank • Omgeving Kamp Zeist Op de kaart op de vorige pagina is een overzicht van de gebieden en de doelen voor deze gebieden te zien.
• De Wieksloot en de laagte van Pijnenburg • De Soester Duinen • De heuvelrug • Vliegbasis Soesterberg
Voor de doelen voor recreatie en de waterhuishouding zijn er wel verschillen tussen de onderstaande gebieden.
Deze vier deelgebieden zijn bos- en natuurgebieden. Voor al deze gebieden geldt een focus op de doelen voor natuur, recreatie en de waterhuishouding.
In dit gebied worden natuurwaarden verhoogd. De waterhuishouding is bijzonder, er is schoon kwelwater dat hier niet snel wegstroomt. Natuurmonumenten onderhoudt een bijzonder natuurgebied, het Soesterveen. Natuurontwikkeling die op deze bijzondere basis gericht is, is dan ook gewenst.
• De natuur is in 2040 robuuster • Er zijn meer regionale recreanten • Technologie wordt gebruikt om recreatie en bewegen te bevorderen. • Er wordt meer (grond)water vastgehouden
Wieksloot en Pijnenburg
Op de onderstaande historische kaart is te zien waar de veenbodem ruim 150 jaar geleden voorkwam.
Drie gebieden zijn al apart uitgelicht in hoofdstuk 5: Soest, Soesterberg/Wegh der Weegen en de polder. Deze drie gebieden komen om die reden niet terug in dit hoofdstuk.
Doelen • In het natte deel: gemiddeld een hogere grondwaterstand dan nu. De nieuwe (grond)waterpeilen zitten nabij het maximum dat maatschappelijk acceptabel is. • Op deze grondwatersituatie is meer bijzondere natuur ontstaan. • Voor de sportvelden: sportvelden en -accommodaties zijn in 2040 behouden. Ze zijn opengesteld voor nieuwe vormen van gebruik, en voor nieuwe gebruikers. Het zijn ook ontmoetingsplekken.
Soester Duinen
Doelen • Lange Duinen blijft een recreatieve hotspot • Autoverkeer door bezoekers worden verder naar de randen afgevangen om opvangcapaciteit voor recreatie te vergroten. • Door de sturing op bezoekersstromen naar de Lange Duinen blijven andere delen, zoals de Korte Duinen, rustiger en stiller. • Voor buurtschap Soesterduinen zijn geen aanvullende doelen.
De Heuvelrug
Soest, kadastrale minuutplan Sectie G met gemarkeerde percelen (grijs) waar indertijd (1840) vervening door Gedeputeerde Staten was toegestaan (Archief Eemland, KDN.0005) 76
Doelen • Er wordt zo veel mogelijk water vastgehouden in de heuvelrug. • Geluid/stilte: de openbare bossen in dit gebied rustiger en stiller. • Defensieterrein de Vlasakkers: voor de defensieterreinen in de omgeving worden allerlei ontwikkelingsplannen gemaakt. De Vlasakkers is ook onderdeel van die ontwikkelingen. Defensie ‘zoneert’ haar
gebieden zoveel mogelijk ‘naar binnen’ zodat de uitstralinseffceten op de omgeving beperkt. • De natuurlijke verbindingen die zijn ingezet met de aanleg van de ecoducten functioneren goed voor de natuur.
• Het NMM is, maar nog meer dan nu, een recreatieve hotspot en een overstappunt voor recreatie in de bossen. • De bijzondere natuur op de vliegbasis floreert.
Vliegbasis Soesterberg
Geen specifieke doelen
Doelen • De militaire (jonge) cultuurhistorie blijft bewaard.
Omgeving Kamp Zeist
77
6.3 Bijzondere gebieden
De Birkt
Doelen • Bereikbaar Soest door goede doorstroming Birkstraat met een hogere capaciteit dan nu. • Landschappelijke, cultuurhistorische natuurverbinding tussen het bos en de Eem • Ruimte voor recreatie binnen het kader voor natuur • Consumentgerichte voedselproductie
Bedrijvengebieden op de flank
Doelen • Er is veel meer defensiebedrijvigheid in het gebied • De milieubelasting van deze terreinen en de uitstralingseffecten zijn zo beperkt mogelijk gehouden. • Bedrijventerrein Richelleweg is net ontwikkeld en zal niet veranderen.
Situatietekening van percelen (gemarkeerd A t/m M) toebehorende aan het klooster Mariënhof en gelegen ten zuiden van de Eem in De Birkt (polder Middelwijk) onder Soest in 1639. (Gemeentearchief Amersfoort, Kaart_007)
78
79
7. de inrichting van ons beleid en onze beleidsproductie voor de fysieke leefomgeving Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop we met het maken van beleid omgaan. Ten eerste leggen we de hoofdlijnen van de inrichting van ons beleid vast: hoe organiseren we beleid voor de fysieke leefomgeving. Uitgangspunt is natuurlijk het wettelijk kader van de omgevingswet, hier gaat het om de accenten die we als gemeente daarin kunnen leggen. Ten tweede geven we op hoofdlijnen aan hoe we beleid gaan produceren en monitoren.
7.1 De inrichting van ons beleid
Explorerend beleid
Met deze omgevingsvisie richten we ons beleid samenhangend en overzichtelijk in. Al ons beleid voor de fysieke leefomgeving wordt gekoppeld aan de visie, zo kunnen we er ook daadwerkelijk vanuit sturen. In onderstaand schema staat hoe we het beleid gaan organiseren. We richten ons specifiek op de relatie omgevingsvisie-omgevingsprogramma. In de visie beschrijven we de gewenste situatie. Daarnaast bepalen we omgevingsprogramma’s. In een omgevingsprogramma staat hoe we de huidige situatie naar de gewenste situatie willen komen. Er zijn theAfbeelding matische programma’s en gebiedsgerichte programma’s, en programma’s kunnen vrijwillig en verplicht zijn. Wij hebben alleen met vrijwillige omgevingsprogramma’s te Een omgevingsprogramma begin met een startnotitie. Daarin staat op welke wijze de maken. opdracht concreet uitgewerkt gaat worden. De omgevingsprogramma’s die we gaan ma- De kern van die startnotitie wordt later verken worden geïntroduceerd in een apart do- werkt in de inleiding van het programma zocument dat we bijsluiten bij deze visie. Voor dat iedereen weet wat het verband is tussen ieder programma wordt daar een ‘opdracht dat programma en opdrachten die naar aanvoor een omgevingsprogramma’ beschre- leiding van de visie waren vastgesteld. ven.
In zo’n opdracht staat wat de bijdrage van dat programma aan het behalen van de Onder de Omgevingswet is de omgevingsvisie de bevoegdheid van ons als gemeengewenste situatie moet zijn. teraad. En de programma’s zijn de beDe omgevingsprogramma’s gaan we in de voegdheid van het college. Om voldoende komende jaren maken. In de begrotingscy- inhoudelijke samenhang te creëren tussen clus kiezen we jaarlijks welke programma’s beide instrumenten kiezen wij ervoor om we gaan starten. De urgentie wordt bepaald gelijktijdig met de omgevingsvisie ook opop basis van de verwachte bijdrage van een drachten voor uitwerking naar programma’s programma aan de doelen van de visie en de op te stellen. Door deze opdrachten ook actualiteit, in een jaarlijkse discussie over de door ons te laten vaststellen, en later de startnotities, creëren we een kader voor de optimale inzet van de middelen programma’s. 82
Er kan altijd behoefte zijn aan visieontwikkeling op specifieke onderwerpen. De uitkomsten daarvan kunnen leiden tot aanpassing van de omgevingsvisie. Waar wij daar een aanleiding voor zien zullen we die visieontwikkeling opstarten en daarbij expliciet aangeven hoe het zich verhoudt tot de omgevingsvisie en hoe de doorwerking op de visie zal zijn.
Herijking van de visie, de beleidscyclus Samenhang omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s
Wat is een omgevingsprogramma? https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/regelgeving/instrumenten/ programma/kenmerken-programma/
Na vaststelling van deze visie maken we alleen nog beleidsnota’s (programma’s) die aan de omgevingsvisie gekoppeld zijn. (Alle beleidsnota’s van na 23 maart 2016 worden automatisch programma. We beoordelen welke van de bestaande beleidsnota’s (omgevingsprogramma’s) nog binnen de visie passen, welke geactualiseerd moeten worden en waar iets nieuws voor moet worden opgesteld/opgestart. Deze nota’s noemen we in de visie.
Een nieuwe raad/coalitie zal aan het begin van een raadscyclus de omgevingsvisie waarschijnlijk willen actualiseren aan de hand van het coalitieprogramma. De koppeling van de visie aan de programma’s is inhoudelijk via de opdrachten in H 7 en de startnotities bij de programma’s. Daarnaast is er een koppeling aan de begrotingscyclus om te bepalen welke programma’s prioriteit hebben en krijgen. Om daadwerkelijk een cyclus te kunnen maken moet er gemonitord worden.
83
7.2 Slimme beleidsproductie
Op dit moment zien we het maken van een beleidsproduct als een opzichzelfstaande, unieke gebeurtenis. We formuleren een opdracht, we organiseren een proces, we verzamelen en verwerken data, en we ontwikkelen het beleid. Vervolgens is er een document waarmee we jaren werken, geleidelijk wordt het minder relevant en op een gegeven moment maken we nieuw beleid, of, liever, een update. Deze manier van werken kost vrij veel tijd, het beleid is lastig aanpasbaar en vaak lastig te monitoren. Door al het beleid te koppelen aan de omgevingsvisie komt er meer samenhang, maar het maken van beleid zelf zal er nog niet door veranderen.
(een vereiste van de omgevingswet) in te bouwen in onze beleidsproductie gaan we voortaan werken met ‘slimme beleidsproductie’. Dat is beleidsproductie waarin de wijze van dataverwerking centraal staat en dat georganiseerd is volgens de kennisketen: data-informatie-analyse-wijsheid. Hoe gaat dit werken? een stappenplan (zie ook het intermezzo over kennis)
Dataverzameling Voor ieder programma bepalen we welke data nodig zijn om het programma te maken. Vervolgens zoeken we een permanente bron van die data. Het kan zijn dat we zelf de data hebben, het kan zijn dat ze ergens publiekelijk verzameld worden (CBS). Om de nadelen van het huidige beleidspro- Mogelijk betrekken we daar ook onze eigen ductieproces aan te pakken en monitoring inwoners en ondernemers bij. In een enkel
geval wordt de benodigde data nog niet geregistreerd en in een aantal gevallen wordt de data commercieel verzameld. Ook zijn er regionale data uit samenwerkingen. We zullen creatief zijn en zoeken naar data waar we geen kosten voor hoeven te maken. Want we willen jarenlang dezelfde data als input kunnen gebruiken. Los van de programma’s zullen we alle openbare data die we nu al verzamelen op een gestructureerde manier in een ‘datamagazijn’ plaatsen. Of het nu gaat om het verpompen van rioolwater of verkeerslichten die schakelen, we verzamelen het. Zo groeit ons ‘datawarehouse’. En hoe voller dat is hoe vaker het data zal bevatten die voor verschillende programma’s bruikbaar zijn.
Informatieroutines
Vervolgens bepalen we welke informatie we uit de data willen halen voor dat specifieke programma. Daar ontwikkelen we routines voor. Een routine is een op een vaste wijze uitgevoerde ‘oogst van data’. Dit doen we op de openbare data en in de raad wordt apart afgesproken welke routines we op nietopenbare data zullen uitvoeren. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan een routine die eenmaal per kwartaal geaggregeerde informatie ophaalt over verhuisbewegingen binnen de gemeente. Aan het bouwen van een routine zijn eenmalig beperkte kosten verbonden en daarna kunnen we er jaren mee vooruit. 84
Analyses
programma en verbeteren het indien nodig Als volgende stap bepalen we, vanuit de op- (stappen 1,2, en 3). En we bedenken nieuwe dracht van het programma, welke analyses acties. zinvol zijn. Zo nu en dan, bijvoorbeeld als er nieuwe routines zijn uitgevoerd, wordt de informatie geanalyseerd. Deze analyses gebruiken we zelf maar we kunnen ze ook bijvoorbeeld met een vaste groep inwoners en ondernemers delen. Daarmee creëren we een structurele monitoring. Mogelijk bouwen we een gemeenteinformatiesite waarop alle analyses (en achterliggende informatie) op een publieksvriendelijke manier wordt gepubliceerd. Tot nu toe zijn alle stappen, nadat ze zijn ingericht, in principe geheel geautomatiseerd.
Keuzes en acties (‘wijsheid’)
Tijdens de opbouw van het programma richten we de voorgaande drie stappen in en bedenken we in de vierde stap acties, daar passen we de inzichten toe (we willen immers ergens naar toe!). Die acties zijn het sturende deel van het programma waarin de keuzes zitten. Stappen 1,2 en 3 zijn het permanente deel van het programma, stap 4 het flexibele deel. Op een gegeven moment kan het zo zijn dat er behoefte ontstaat aan nieuwe beleidsontwikkeling. Misschien blijkt uit de analyses dat de doelen niet gehaald worden. Misschien zijn er nieuwe kansen voor het programma ontstaan. Er kunnen veel redenen zijn. Dan kijken we opnieuw naar de input voor dit 85