CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage A2 Advies CVAH

Beeldvormende vergadering (Kamer 2.03) 21 mei 2025, gemeente SoestBij agendapunt: Marktverordening Soest 202530.977 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wat in 2016 werd bedoeld, is dat aangetoond moet worden dat de belangen van de bestaande vergunninghouders niet ten koste gaan van de belangen van potentiele nieuwkomers. De vraag die zich voordoet is wat de overgangsrechten van een bestaande vergunninghouder van een vergunning voor onbepaalde tijd dan wel zijn? Mogelijk zijn deze geregeld in de marktverordening. Zo niet, dan zijn deze rechten niet omschreven of bepaald. Enig houvast biedt een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over de overgang van de Amsterdamse Watertaxi Centrale (ECLI:NL:RBAMS:2015:4960). 31 De rechtbank heeft onder meer het volgende aangegeven: dat de vergunninghouder de gevolgen van het nieuwe beleid moet kunnen opvangen, dat hij de tijd moet he bben om zich in te stellen op de nieuwe situatie en dat het niet nodig is dat hij na afloop van de termijn al zijn investeringen heeft terug verdiend. Verder moet de lengte van de overgangsperiode goed onderbouwd worden waarbij de belangen van de bestaande vergunninghouders worden afgewogen tegen de belangen van de potentiële nieuwkomers. De rechtbank oordeelde daarom dat een overgangstermijn van 6 jaar voor de exploitanten van rondvaartboten in Amsterdam wel redelijk was 32. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij de beleidswijziging vorm geven. Zij zouden zelfs ook maatwerk kunnen leveren.

Een beknopte inventarisatie levert op dat er gemeenten zijn die geen overgangsregeling hebben en er zijn gemeenten die dat wel hebben. Enkele voorbeelden van gemeenten met een overgangsregeling: −

De gemeente Hellevoetsluis (2018) verstrekt voor vaste standplaatsen vergunningen met een beperkte looptijd van 5 jaar. Bij het inwerkingtreden van deze beleidsregel worden de bestaande verleende vergunningen vanaf dat moment voor een periode van maximaal vijf jaar aangemerkt als vergunningen krachtens de nieuwe beleidsregel;

−

In de gemeenten Losser en Zundert (2018) wordt een vergunning voor een vaste (solitaire) standplaats voor maximaal 3 jaar verleend. Het overgangsrecht luidt, dat voornoemde beleidsregel van toepassing is op vergunningaanvragen die na de

30

Factsheet VNG, Het nieuwe normenstelsel voor schaarse besluiten: keuzes voor gemeenten.

31

Zie hiervoor ook: Zicht op schaarse vergunningstelsels, Rekenkamer Metropool Amsterdam (RMA), 17 januari 2019.

32

A. Drahmann (2016), Verlenging van kansspelvergunning in strijd met transparantiebeginsel: wat te doen in een overgangsperiode, Stibbeblog, 01 -12-2016.

42

42

inwerkingtreding worden ingediend. Reeds verstrekte vergunningen blijven van kracht tot de einddatum van de betreffende vergunning; −

De gemeente Nijmegen verleend voor vaste marktstandplaatsen vergunningen met een duur van maximaal 10 jaar. Alle huidige (i.c. bestaande) vaste marktstandplaatshouders hebben een nieuwe vergunning gekregen voor 10 jaar. Dit wordt door de gemeente gezien als een redelijke overgangstermijn van de oude naar de nieuwe vergunningssituatie.

−

De gemeente Schouwen-Duiveland (2017) verstrekt (solitaire) standplaatsvergunningen voor een duur van maximaal 5 jaar. Standplaatsexploitanten die op het moment van inwerkingtreding van de nieuwe beleidsregels in het bezit zijn van een standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd krijgen binnen een redelijke termijn na vaststelling van deze beleidsregels een aanvullend besluit op hun standplaatsvergunning waarin de looptijd van hun vergunning wordt gewijzigd van onbepaalde tijd naar bepaalde tijd (5 jaar vanaf datum besluit);

−

De gemeente Coevorden verleent vergunningen voor een vaste solitaire standplaats met een maximale duur van 2 jaar. Vergunninghouders, waarvan een locatie komt te vervallen of waarvan de schaarse vergunning door loting niet voor verlenging in aanmerking komt, geldt een overgangsregeling. Is een standplaats 2-6 jaar ingenomen dan kan de bestaande vergunning eenmaal met 2 jaar verlengd worden; was dat 6-12 jaar dan kan deze twee keer verlengd worden en was dit meer dan 12 jaar dan kan deze drie keer met twee aaneengesloten jaren verlengd worden. Dit is meer een gecombineerde regeling.

Uit deze voorbeelden blijkt, dat in deze gevallen verworven rechten worden gerespecteerd (beginsel van rechtszekerheid). Er is dus veel mogelijk, voor zover dat voldoet aan datgene wat de Amsterdamse rechtbank heeft uitgesproken: de vergunninghouder moet de gevolgen van het nieuwe beleid kunnen opvangen en hij moet de tijd hebben om zich in te stellen op de nieuwe situatie. 33

33

A. Drahmann, Verlenging van kansspelvergunning in strijd met transparantiebeginsel: wat te doen in de overgangsperiode?, Stibbeblog, 1 november 2016.

43

43

6

Gemeenten in actie met schaarse vergunningen 6.1

Inleiding

Hoewel de eerste uitspraken van de Raad van State over de toepassing van het regime ‘schaarse vergunningen’ al bijna 10 jaar geleden werden gedaan, is er nog de nodige onduidelijkheid over die toepassing in de ambulante handel. Er is veel onduidelijkheid over de gevolgen voor de ambulante handel en over de gewenste, meest bedrijfseconomische of praktisch gehanteerde looptijd van de vergunning. Ook is er onduidelijkheid over de eventueel te hanteren selectiemethoden en bijvoorbeeld de kwaliteitscriteria en de weging van de verschillende criteria. Hier zal bij ontbreken van jurisprudentie meer duidelijkheid in moeten komen evenals in de voorkeuren en overwegingen van de ambulante handel zelf. Er is – voor zover bekend - geen onderzoek bij gemeenten uitgevoerd naar de wijze waarop zij omgaan met schaarse vergunningen voor de ambulante handel 34. Door de VNG zijn wel enkele publicaties onder meer in de vorm van een handreiking uitgebracht. Maar deze publicaties zijn niet specifiek gericht op de ambulante handel.

6.2

Onderzoek naar gemeentelijk beleid

Omdat er niet veel bekend is over de wijze waarop gemeenten omgaan met ‘schaarse vergunningen’ is in het kader van het onderzoek CVAH2019 een beknopte online search gedaan naar het beleid van gemeenten en zijn enkele interviews met gemeenten gehouden. De online search levert wel enig inzicht op 35. De interviews voor het onderzoek CVAH2019 zijn gehouden met de VNG en met 3 gemeenten die al een ‘schaarse vergunningen beleid’ voor de ambulante handel hebben geformuleerd (Almere, Nijmegen en Utrechtse Heuvelrug). Uit de online search blijkt, dat gemeenten enerzijds gebruik maken van de mogelijkheden die de Dienstenrichtlijn biedt om zelf keuzes te maken over bijvoorbeeld de vergunningstermijn of de eventuele overgangsregeling van het oude naar het nieuwe vergunningenstelsel. Anderzijds blijkt ook, dat er nog veel onduidelijkheid is over het vergunningenbeleid dat door gemeenten wordt gehanteerd inzake de ‘schaarse vergunningen’. Dit neemt niet weg, dat al een groot aantal gemeenten ermee aan de gang zijn gegaan, waaronder Hellevoetsluis, Nijmegen, Edam -Volendam, Westerveld, Losser, Coevorden, Almere, Zundert, Smallingerland, Zevenaar, Lingewaard, Amsterdam, Utrechtse Heuvelrug, Hilversum, Hardenberg, Venray en anderen. Ook de gemeente Den Haag (zie box 3). Enkele voorbeelden: −

De gemeente Venray (2019) verleent een vergunning voor vaste standplaatsen voor de duur van maximaal 5 jaar omdat ‘dit leidt tot meer rechtszekerheid bij de

34

Dat gemeenten hier ook wel mee in hun maag kunnen zitten blijkt er wel uit dat de gemeenteraad van Bunschoten-Spakenburg in april 2019 een motie heeft aangenomen waarin het College is verzocht zich op de jaarvergadering van de VNG in juni 2019 hard te maken voor een gezamenlijke aanpak van de schaarse vergunningen problematiek van de ambulante handel. Het College van Bunschoten Spakenburg heeft op 22 mei 2019 een brief gestuurd naar de wethouders Economische Z aken van 354 gemeenten om eveneens aandacht voor deze problematiek te vragen.

35

Het betreft een beknopte QuickScan. Mogelijk bevat deze paragraaf enkele onjuistheden vanwege de gebruikte bronnen. De mogelijk bestaat dat niet de meest recente informatie is weergegeven.

44

44

ondernemers en een administratieve lastenverlichting aan de kant van de gemeente’. De verdeling van vergunningen vindt via loting plaats; −

De gemeente Edam-Volendam (2018) kiest voor een duur van maximaal 5 jaar voor vaste standplaatsen. Voor seizoenstandplaatsen moet de vergunning jaarlijks verleend worden. Selectie vindt in beginsel plaats via loting;

Box 3

Toewijzing standplaatsen Den Haag

Beleidsregel methodiek toewijzing ambulante standplaatsen Den Haag (2017) Den Haag heeft voor de toewijzing van standplaatsen op een aantal geselecteerde nieuwe locaties de Verordening Straathandel Den Haag van 2017 uitgewerkt in een beleidsregel. Deze beleidsregel beschrijft de methodiek waarop ambulante standplaatsen worden toegewezen. Enkele onderdelen van deze beleidsregel zijn de volgende. De standplaatsvergunningen zijn niet overdraagbaar en worden verleend voor de duur van maximaal 5 jaar. De afhandeling van de vergunningaanvragen gebeurt door loting. Dat de aanvragen kunnen worden ingediend wordt bekend gemaakt via de Stadskrant en de website van de gemeente. De aanvragen worden beoordeeld op ontvankelijkheid en op het voldoen van de verkoopinrichting aan enkele kwalitatieve toetsingscriteria (waaronder: passen in de openbare ruimte, voldoen aan redelijke eisen van welstand, maximaal 3 meter hoog, geen vlaggen en windzeilen en dergelijke, reclamevoering onder voorwaarden, geen objecten buiten het vergunningsoppervlak). Er wordt van de afvallers geen wachtlijst bijgehouden. Bron: Gemeenteblad Nr. 37503, Uitgave van de gemeente ’s -Gravenhage, 8 maart 2017

−

De gemeente Hellevoetsluis (2018) kiest eveneens voor een looptijd van de vergunning voor vaste standplaatsen van 5 jaar. In de toelichting van de gemeente staat het volgende: ‘Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU kan worden afgeleid dat de looptijd moet worden beperkt en de totale geldigheidsduur afgestemd moet worden op de terugverdientijd van de investeringen van de ondernemer. Het uitgangspunt is hierbij een geldigheidsduur van vijf jaar. Dit wordt als redelijke periode beschouwd om zowel de gedane investeringen als het verdienmodel overeind te houden’. De verdeling van standplaatsen vindt via loting plaats;

−

De gemeente Coevorden (2018) verleent voor een solitaire standplaats een vergunning met een maximale geldigheidsduur van 2 jaar. Voor solitaire standplaatsen op locaties wordt een uitsterfbeleid gehanteerd gedurende de tijd dat de lopende vergunning nog geldig is. Bovendien is er een overgangsregeling gemaakt voor vergunninghouders die niet meer op een huidige locatie kunnen blijven staan;

−

De gemeente Smallingerland (2018) heeft een procedure gevolgd voor het verlenen van een organisatievergunning voor de verzelfstandigde markt in Drachten. De vergunningsduur is 5 jaar. De gemeente heeft drie rechtsnormen gevolgd die gelden bij het verlenen van een schaarse vergunning (1) mededingingsruimte ofwel gelijke kansen voor iedereen (2) een vergunning voor bepaalde tijd en (3) transparantie, een passende mate van openbaarheid. Er is een selectiesysteem met 7 harde wegingscriteria gevolgd. Een van de belangrijkste criteria is dat een plan wordt ingediend, dat er voor zorgt dat de markt van Drachten binnen 5 jaar tot de top3 van markten in Friesland behoort. Hiertoe zijn op basis van de toekomstvisie op de warenmarkt van Drachten. 15 onderliggende voorwaarden ge-

45

45

formuleerd. Die beogen dat de positie van de warenmarkt in Drachten wordt versterkt en de recreatieve aantrekkelijkheid ervan wordt vergroot; −

De gemeente Lingewaard (2018) verstrekt vaste standplaatsvergunningen voor

−

De gemeente Zevenaar (2019) verstrekt vergunningen voor vaste standplaatsen

10 jaar. Het verdelen van de standplaatsen gebeurt op basis van loting; op de markt voor een periode van 10 jaar. De gemeente Zundert (2017) verleent vergunningen voor vaste standplaatsen voor maximaal 5 jaar. Een seizoengebonden standplaatsvergunning wordt per jaar verleend; −

De gemeente Lansingerland (2018) heeft de marktverordening in 2018 nog opgesteld volgens de oude regels. De vergunningen voor standplaatsen op de markt zijn voor onbepaalde tijd verleend. Vrijgekomen standplaatsen worden volgens een wachtlijst toegewezen. Voor nieuwe marktstandplaatsen wordt een selectiestelsel gehanteerd. Beoordelingscriteria zijn de toegevoegde waarde van het assortiment, de uitstraling van de verkoopunit of –wagen, het marktverleden van de gegadigde en de aandacht voor MVO;

−

De marktverordening van Hilversum (2019) geeft vaste standplaatsvergunningen uit voor onbepaalde tijd, “tenzij bij de vergunning anders is bepaald of de aard van de vergunning of de wetgever zich daartegen verzet.” Het college stelt voor elke markt een inrichtingsplan vast, waaronder de branchering en het selectiestelsel bestaande uit her assortiment, de uitstraling, het marktverleden van de gegadigde en MVO. De selectie wordt gedaan door een commissie bestaande uit 2 leden van de marktcommissie, de marktmeester en wordt eventueel bijg estaan door een adviseur;

−

De gemeente Hardenberg (APV, 2017) verleent vergunningen voor onbepaalde tijd aan (solitaire) standplaatshouders. Indien de gemeente vergunningen voor bepaalde tijd wil verlenen dan moet gemotiveerd worden waarom dit van belang is in het kader van onder meer de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid en milieu. Of vanwege redelijke eisen van welstand en ruimtelijke plannen. In de marktverordening van Hardenberg (2018) staat dat ook een vergunning voor een vaste standplaats voor onbepaalde tijd wordt verleend. Naast de anciënniteitslijst is er een wachtlijst voor het innemen van vrijvallende standplaatsen;

−

Rotterdam (2017) heeft zich al wat langer geleden beraden op het schaarse vergunningenbeleid. Rotterdam kent ook al langer een marktvergunning voor de duur van 5 jaar en een standwerkersvergunning eveneens voor een periode van 5 jaar. Dit geldt ook voor de vergunningsduur van een verzelfstandigde markt, waarbij de vergunning wordt verleend aan een rechtspersoon. Laatstgenoemde gegadigden worden mede beoordeeld op de mate waarin de continuïteit, kwaliteit en doelmatigheid van de organisatie van de markt is gewaarborgd.

−

Amsterdam (2016) heeft de marktverordening gedeeltelijk afgestem d op de Dienstenrichtlijn. Een ‘markt op afstand’ (verzelfstandigde markt) wordt een vergunning verleend aan de beherende organisatie van maximaal 7 jaar. Een vergunning voor een vaste standplaats wordt verleend voor onbepaalde tijd. Kramenzetters krijgen een vergunning voor maximaal 10 jaar.

Hieronder volgt informatie van 3 gemeenten, waarmee gesprekken zijn gevoerd, te weten Almere, Nijmegen en Utrechtse Heuvelrug. Almere In Almere is in 2016 een onderzoek verricht naar de verschillende vormen van ambulante handel. Er is heel veel overleg geweest van gemeente, Markt Adviescommissie en marktondernemers om tot een nieuwe marktverordening en een nieuw marktreglement (2019) te komen. Er is onder meer onderzoek gedaan naar de aandachtspun-

46

46

ten van de marktondernemers. Belangrijkste gespreksonderwerpen waren de problematiek met betrekking tot schaarse vergunningen, anciënniteit en branchering . Dit heeft ertoe geleid dat stukken momenteel (dd juni 2018) geagendeerd staan voor bespreking in de Raad met een vereenvoudigde branchering op hoofdlijnen en een vergunningverlening voor vaste standplaatsen voor onbepaalde tijd. De basis daarvan is een uitspraak van de RvS uit 2016 waarin is bepaald dat verlening van een vergunning anderen niet voorgoed of voor zeer lange tijd van deze vergunning mag uitgesloten. De gemeente Almere heeft de oplossing (in de concept stukken) gevonden in de beschikbare ruimte op de markt in combinatie met de branchering op hoofdlijnen. Volgens de gemeente is vanwege de in- en uitstroom van ondernemers, de vergunning wel in juridische zin schaars, maar niet in economische zin. En kan daarom voor onbepaalde tijd worden afgegeven. Wat betreft vergunningen voor standplaatsen buiten de markt heeft de gemeente pas op de plaats gemaakt. Almere was van plan het aantal standplaatsen te verminderen en wilde de vergunningsduur van deze standplaatsen beperken tot 5 jaar. In afwachting van het onderzoek dat als follow up van de motie van de Tweede Kamer wordt uitgevoerd. Nijmegen In Nijmegen is er veel inzet gepleegd om tot een nieuw beleid voor de ware nmarkten te komen.

Zo werd in 2017 een toekomstvisie voor de centrummarkt opgesteld . De beleidsontwikkeling werd doorkruist doordat in 2017 de Dienstenrichtlijn ook op de ambulante handel van toepassing werd. Na overleg met de marktondernemers werden in de nieuwe marktverordening vergunningen voor vaste marktstandplaatsen verleend met een duur van maximaal 10 jaar. Met deze vergunningsduur is rekening gehouden met de mogelijkheid die kooplieden moeten hebben om hun investeringen terug te kunnen verdienen. Alle huidige vaste marktstandplaatshouders hebben een nieuwe vergunning gekregen voor 10 jaar. Dit wordt door de gemeente gezien als een redelijke overgangstermijn van de oude naar de nieuwe vergunningssituatie. Ook in Nijmegen is vastgehouden aan branchering. Dit om een gevarieerde markt in stand te houden. De marktverordening biedt ook een grondslag voor het verzelfstandigen van de markt door middel van een organisatievergunning. Nijmegen heeft enkele verzelfstandigde markten (een wijkmarkt en een boekenmarkt) en het is de bedoeling dat ook de centrummarkt verzelfstandigd wordt. Ook een organisatievergunning voor een markt wordt verleend met een duur van maximaal 10 jaar. De vergunning voor vaste (solitaire) standplaatsen wordt verleend voor een periode va n maximaal 5 jaar. Ook hier hebben de houders van een vaste standplaatsvergunning een nieuwe vergunning voor 5 jaar gekregen.

Daar waar op een locatie een beperkt aantal standplaatsen toegestaan zijn, worden vrijgekomen standplaatsen gepubliceerd. Hierbij kunnen eventueel criteria opgesteld worden waaraan wordt getoetst. Zijn er meer vergelijkbare aanvragers dan beschikbare vergunningen, dan wordt geloot. Utrechtse Heuvelrug De aanleiding voor het herijken van het standplaatsenbeleid van de gemeente Utrechtse Heuvelrug was de wens om het ondernemingsklimaat in de gemeente te verbeteren. Het resultaat was dat de gemeente samen met de ondernemers enkele projecten heeft gedefinieerd waaronder het actualiseren van het standplaatsenbeleid. Als onderdeel van de actualisatie van het standplaatsenbeleid is gesproken met bijna alle standplaatshouders. Dit vanwege de consequenties voor hun bedrijfsvoering. Hoofdlijn van het beleid is dat het aantal standplaatsen werd beperkt, passend bij het inwoneraantal van de gemeente. De vergunningsduur werd op maximaal 3 jaar werd gesteld in plaats van voorheen onbepaalde tijd. Met als toelichting, “dat zo rekening kan worden gehouden met actuele ontwikkelingen, dat de kwa-

47

47

liteit van het voorzieningen niveau voor de inwoners hoog kan worden gehouden, dat kan worden afgewogen of de kraam nog een toegevoegde waarde heeft voor de inwoners en dat andere standplaatshouders ook de kans wordt gegeven om een vergunning in de gemeente te krijgen. Het beperken van de duur van de vergunning is in lijn met de jurisprudentie over het verlenen van schaarse vergunningen.” Er wordt een selectiestelsel gebruikt om de vergunning aan gegadigden toe te wijzen. De 5 criteria zijn: bestaande vergunninghouders, assortiment, uitstraling, ambulante handelsve rleden en MVO. De beoordeling vindt plaats door een commissie waarin de gemeente, kooplieden en de winkeliersvereniging vertegenwoordigd zijn. Alle criteria krijgen een gewicht van 20 punten Voor de vaste standplaatsen op de markt is de verordening van 2014 nog van toepassing.

48

48

7

Schaarse vergunningen: de stand van zaken bij de ambulante handel 7.1

Bekendheid met en bezit van schaarse vergunningen Bezit van vergunningen

In het onderzoek CVAH2019 is gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot het verstrekken van vergunningen aan ambulante ondernemers. Ook is gevraagd naar de kennis en ervaring die ambulante ondernemers met schaarse vergunningen hebben. In tabel 4 is een overzicht opgenomen van het bezit van vergunningen van ambulante ondernemers. Zowel voor de food als non-foodsector. Tabel 4

Enkele mediane kengetallen voor food als non-food

Aantallen (mediaan)

Food

Non-Food

Totaal

Aantal warenmarkten

4,5

3,8

4,4

Gemeenten warenmarkten

3,7

3,3

3,6

Vergunningen onbepaalde tijd

4,2

3,2

4,0

Vergunningen bepaalde tijd

0,9

0,5

0,8

Aantal solitaire standplaatsen

2,0

1,4

1,9

Aantal gemeenten

1,7

1,3

1,6

Vergunningen onbepaalde tijd

1,8

1,2

1,7

Vergunningen bepaalde tijd

1,4

1,1

1,4

Warenmarkten

Solitaire standplaatsen

In de tabel zijn de medianen aangegeven, dat wil zeggen de waarneming waarvoor geldt dat de helft van ondernemers een hoger aantal hebben dan de mediaan en de andere helft een lager aantal. In het algemeen geldt voor de foodsector, dat de ondernemers op meer markten staan, in meer gemeenten en meer vergunningen voor onbepaalde tijd voor vaste standplaatsen op warenmarkten hebben dan in de nonfood. Maar ook komen vergunningen voor onbepaalde tijd voor. Wel komen vergunningen voor bepaalde tijd aanmerkelijk minder vaak voor dan vergunningen voor onbepaalde tijd. De mediaan van het aantal solitaire standplaatsen is 1,9 bij 1,6 gemeenten. Voor solitaire standplaatsen komen vergunningen voor bepaalde tijd vaker voor dan vergunningen voor vaste standplaatsen op warenmarkten. In de tabellen 1.15 en 1.16 van bijlage 1 zijn de kengetallen opgenomen voor de wijk- en centrummarkten en voor de dag- en weekmarkten. Bekendheid en ervaring met schaarse vergunningen Van de ambulante ondernemers in het onderzoek heeft 11% nog nooit van schaarse vergunningen gehoord. Van de ambulante ondernemers heeft 68% ervan gehoord maar er nog niet mee te maken gehad. Van deze ondernemers heeft 21% al wel te maken gehad met schaarse vergunningen die voor een beperkte tijd worden verleend.

De hierna volgende informatie heeft uitsluitend betrekking op de circa 100 (van de 487) ondernemers in het onderzoek CVAH2019, die al te maken hebben gehad met schaarse vergunningen.

49

49

Gemiddeld zijn de ondernemers die ermee te maken hebben gehad bij 1,8 procedures betrokken geweest. Zowel in de food als in de non-food. Op wijkmarkten (gemiddeld 2,15) is men er vaker bij betrokken geweest dan op centrummark ten (1,13) en op weekmarkten (1,64) vaker dan op dagmarkten (0,83). Ondernemers in middelgrote gemeenten (met 20.000 tot 50.000 inwoners) zijn vaker betrokken geweest bij procedures (1,9 keer) dan ondernemers in kleine gemeente (met minder dan 20.000 inwoners (1,1 keer) en ondernemers in grotere gemeenten (1,3 keer). Van de ondernemers die betrokken zijn geweest bij een procedure heeft ongeveer één derde een vergunningsaanvraag bij de gemeente ingediend, één derde heeft dit niet gedaan en eveneens één derde heeft geantwoord ‘weet niet’. Ervaring met het vergunningsproces Van de ondernemers die ervaring hebben met een vergunningsproces is 47% door de gemeente op de hoogte gesteld van of voldoende geïnformeerd over de eisen waaraan de vergunningsaanvraag moest voldoen. Van de ondernemers vindt 41% dat dit niet het geval is geweest en 12% ‘weet het niet’. Van de ondernemers meent 56% dat de gemeente bij de inschrijving geen gegevens heeft gevraagd over de kwaliteit van de verkoopinrichting of van de buitenruimte.

Één op de vijf ondernemers zegt dat er gevraagd is naar gegevens over de kwaliteit van de verkoopinrichting en één op de 15 ondernemers dat gevraagd is naar de kwaliteit van de buitenruimte. Deze kwaliteitscriteria speelden dan ook bij de beoordeling van de vergunningsaanvraag door de gemeente nauwelijks een rol. Van de ondernemers zegt niet meer dan 3% dat kwalitatieve beoordeling met bekende beoordelingsscores een rol hebben gespeeld bij het toewijzen van de vergunningsaanvraag. En slechts 1% zegt dat kwalitatieve beoordeling zonder vooraf bekende beoordelingsscores een rol hebben gespeeld bij het toewijzen van de vergunningsaanvraag. Van de ondernemers zegt 16% dat de vergunningen zijn toegewezen op basis van ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’, 18% zegt dat dit is gebeurd via loting, 33% via andere criteria en 29% zegt het niet te weten. Er is ook gevraagd welk selectiesysteem de voorkeur heeft van de ambulante ondernemers. Hieruit spreekt een duidelijke voorkeur voor selectie op basis van een vergelijking van kwalitatieve kenmerken van de ondernemer en/of de standplaats (vergelijkende toets). Hieraan geeft 77% van de ondernemers de voorkeur. Een voorkeur voor loting heeft slechts 2% en een voorkeur voor ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ krijgt de voorkeur van 21% van de ondernemers.

In 48% van de gevallen is de vergunning verleend door de gemeente en is het besluit toegelicht. In 20% van de gevallen is de vergunning verleend door de gemeente en is het besluit niet toegelicht. In 2% van de gevallen is de vergunning niet verleend door de gemeente en is het besluit ook niet toegelicht. In 4% van de gevallen is de vergunning niet verleend, maar is het besluit wel toegelicht. In 13% van de gevallen moet de besluitvorming nog plaats vinden. !3% van de ondernemers weet het niet.

7.2

De vergunningsduur

Gemiddeld voor alle ondernemers die in het onderzoek hebben aangegeven dat zij een of meer schaarse vergunningen met een beperkte vergunningsduur hebben, bedraagt die vergunningsduur 5,2 jaar (de mediaan is 4,7 jaar). Er zijn echter wel overeenkomsten en verschillen aan te geven: −

Food en non-food hebben dezelfde ervaring: voor beide segmenten is de gemiddelde maximale vergunningsduur 5,2 jaar; Dit geldt ook voor de ervaringen van ondernemers is kleinere, middelgrote en grotere gemeenten;

50

50

−

Ondernemers op dagmarkten hebben een langere maximale duur aangegeven (gemiddeld 6,3 jaar) dan ondernemers op weekmarkten (5,1 jaar). Ondernemers die op beide typen markten staan ervaren een gemiddelde maximale vergunningsduur 5,2 jaar;

−

Voor wijkmarkten is de maximale duur korter (3,5 jaar) dan voor centrummarkten (5,8 jaar). Voor ondernemers die beide typen markten bedienen is gemiddelde maximale vergunningsduur 5,2 jaar;

−

Op door de gemeente ingestelde markten is de gemiddelde maximale vergunningsduur 5 jaar. Op verzelfstandigde markten 3 jaar en voor ondernemers die beide typen markten bedienen is gemiddelde maximale vergunningsduur 5,1 jaar;

−

Ondernemers die uitsluitend op warenmarkten staan, meldden een gemiddelde (maximale) vergunningsduur van meer dan 7 jaar. Ondernemers met solitaire standplaatsen al dan niet in combinatie met standplaatsen op warenmarkten meldden een (maximale) vergunningsduur van gemiddeld 4 jaar.

Zoals uit tabel 5 blijkt, hanteren gemeenten – volgens de ondernemers - meerdere argumenten bij het toepassen van de maximale vergunningsduur. Tabel 5

Argumenten gemeenten bij bepalen van de vergunningstermijn

Argument gemeente: Wij willen…………….

Kleine ge-

Middelgrote

Grote

meenten

gemeente

gemeente

< 20.000

20.000-

> 50.000

inwoners

50.000

inwoners

Totaal

inwoners …rekening houden met actuele

%

%

%

%

20

20

27

20

9

2

20

8

12

2

14

10

23

27

39

29

5

11

14

9

7

13

8

8

33

22

33

30

ontwikkelingen in de ambulante handel ….ambulante ondernemers voldoende tijd geven om hun investering terug te verdienen ….een zo hoog mogelijke kwaliteit van de standplaatsen voor onze inwoners ….alle ondernemers de kans geven een standplaats te verwerven ….afwegen of een kraam nog voldoende toegevoegde waarde heeft ….ondernemers zoveel mogelijk zekerheid bieden Andere argumenten

Volgens de ondernemers noemen gemeenten als argumenten, dat zij alle ondernemers een gelijke kans willen geven (29%), rekening willen houden met actuele ontwikkelingen in de ambulante handel (19%) en/of afwegen of de kraam nog voldoende toegevoegde waarde heeft (9%). Argumenten die te maken hebben met de belangen van de ambulante ondernemers worden door gemeenten minder vaak genoemd: ambulante ondernemers voldoende tijd geven om hun investering terug te verdienen (8%) en ondernemers zoveel mogelijk zekerheid bieden (eveneens 8%).

51

51

7.3

De (on)tevredenheid van ambulante ondernemers

Gevraagd is ook naar de (on)tevredenheid van de ondernemers met het toewijzen van (vaste of solitaire) standplaatsen op basis van “schaarse vergunningen”. Hierover is 83% (zeer) ontevreden en 8% is (zeer) tevreden. Van de ondernemers oordeelt 9% neutraal, niet tevreden, niet ontevreden. In bijlage 4 is een lijst opgenomen met bezwaren van de ondernemers tegen het “schaarse vergunningen beleid”. Deze opmerkingen zijn geplaatst als toelichting op de vraag naar de (on)tevredenheid over het toewijzingsbeleid van de v ergunningen. Deze bezwaren zijn ingebracht door de circa 100 ondernemers die te maken hebben gehad met een procedure schaarse vergunningen. De stellingen in tabel 4 zijn beantwoord door alle ondernemers die hebben deelgenomen aan het onderzoek CVAH2019. Over vergunningen met een duur van (maximaal) 10 jaar zijn de ambulante ondernemers meer verdeeld. Zeker is, dat 78% van de ondernemers tegen vergunningen is met een duur van minder dan 10 jaar. 26% van de ondernemers vindt een vergunningsduur van maximaal 10 jaar uitstekend. 17% staat hier neutraal tegenover en 56 staat negatief tegenover een vergunningsduur van 10 jaar. De opmerkingen van ambulante ondernemers die zijn opgenomen in bijlage 4 sluiten voor een groot deel aan op de reacties op de stellingen in tabel 4.

7.4

Wat vinden nu alle ondernemers er van?

Aan alle 487 ondernemers zijn 26 stellingen voorgelegd. Van elke stelling werd gevraagd of met het er (zeer) mee oneens is, niet eens, niet oneens of (zeer) mee eens. De stellingen en de antwoorden zijn opgenomen in tabel 6. Samengevat zijn de ondernemers het in meerderheid eens over het volgende: Wat betreft de duur van de vergunningen: −

Vergunningen met een duur van maximaal 5 jaar worden afgewezen;

−

Een korte vergunningsduur is niet goed voor de dynamiek van de ambulante handel;

−

Zij willen de garantie hebben dat zij de investeringen in onderneming kunnen terugverdienen.

Wat betreft de rol van gemeenten: −

Dat gemeenten veel meer met de ambulante handel moeten overleggen over de wijze van vergunningverlening;

−

Dat er veel verschillen dreigen te ontstaan in het beleid van gemeenten.

Wat betreft het overgaan naar schaarse vergunningen met beperkte duur: −

Dat gemeenten de duur van bestaande vergunningen moeten handhaven;

−

Dat gemeenten een uitsterfbeleid moeten voeren voor bestaande vergunningen.

52

52

(Zeer )

Stelling

Neutraal

oneens

(Zeer) eeens

Ik investeer veel in klantenbinding op de locatie van mijn standplaats

2

2

96

Ik vind het prima dat vergunningen worden verleend met een korte duur

94

4

2

93

4

3

2

5

93

2

5

93

3

4

93

2

6

92

6

2

92

2

8

90

88

7

5

88

7

5

4

11

85

3

13

84

5

12

83

4

14

82

5

15

80

8

14

78

Ik ben tegen vergunningen die een duur hebben van minder dan 10 jaar

9

13

78

Vergunningen met een duur van meer dan 5 jaar belemmeren de toetreding

70

13

17

Bij een vergunningsduur van 2 jaar wordt mijn bedrijf verliesgevend

7

20

73

Inschrijven voor een schaarse vergunning kost mij veel te veel tijd

10

27

63

Bij gebruik van een nieuwe systeem met schaarse vergunningen moet de

27

16

57

Ik vind een vergunningsduur van 10 jaar uitstekend

56

17

26

Schaarse vergunningen moeten minimaal voor 5 jaar worden verleend

34

17

49

Bij een vergunning met een duur van 5 jaar of langer blijf ik vast personeel

20

27

48

45

27

28

van maximaal 5 jaar Een korte duur van een vergunning is goed voor de dynamiek van de ambulante handel Ik moet de garantie hebben dat ik de investering in mijn verkoopwagen en ander materieel kan terug verdienen Gemeenten moeten veel meer overleggen met de ambulante handel over de wijze van vergunningen verlenen Bij een systeem van vergunningen met een duur van korter dan 5 jaar kan ik mijn bedrijfsvoering niet meer goed plannen Vergunningen met een duur van minder dan 5 jaar zullen leiden tot minder werkgelegenheid in de ambulante handel Als een vergunning een looptijd heeft van 4 jaar of minder, komt de continuïteit van mijn bedrijf in gevaar Ik vrees dat er grote verschillen gaan ontstaan in het vergunningenbeleid van gemeenten Het is uitstekend dat vergunningen voor onbepaalde tijd niet meer verleend mogen worden Het nieuwe systeem van vergunningen met beperkte duur is g oed voor de kwaliteit van de ambulante handel De concurrentiepositie van de ambulante handel met de gevestigde detailhandel verzwakt sterk door kortdurende “schaarse vergunningen” De ambulante handel van de toekomst moet zich heel snel kunnen aanpassen bij veranderingen in het consumentengedrag Bij gebruik van het nieuwe systeem met schaarse vergunningen moet de gemeente de duur van de bestaande vergunningen handhaven Als de vergunningsduur beperkt wordt tot 4 jaar of minder, neem ik geen vast personeel

meer in dienst Mijn bank gaat hogere eisen aan mijn kredietverle ning stellen bij een vergunning met duur van korter dan 5 jaar Gemeenten zijn onvoldoende in staat om de kwaliteit van een marktondernemer te beoordelen

van nieuwe en jonge ondernemers

gemeente een uitsterfbeleid voeren voor bestaande vergunningen

in dienst nemen Ik vind het uitstekend dat marktondernemers gelijke kansen krijgen om een standplaats te verwerven

Tabel 6

Beoordeling ambulante ondernemers van 26 stellingen

53

53

Wat betreft de bedrijfsvoering: −

Dat zij bij een korte vergunningsduur de bedrijfsvoering niet meer goed kunnen plannen;

−

Dat bij een korte vergunningsduur de continuïteit van het bedrijf in gevaar komt;

−

Dat zij veel investeren in klantenbinding op de locatie van de standplaats;

−

Dat de bank bij een korte vergunningsduur van 5 jaar hogere eisen gaat stellen;

−

Dat inschrijvingsprocedures veel te veel tijd kosten;

−

Dat bij een vergunningsduur van 2 jaar het bedrijf onmiddellijk verliesgevend wordt.

Wat betreft de werkgelegenheid: −

Dat bij een vergunningsduur van korter dan 5 jaar de werkgelegenheid in de am-

−

Dat zij bij een korte vergunningsduur geen vast personeel meer in dienst nemen.

bulante detailhandel zal afnemen;

Met betrekking tot de sector ambulante handel −

Dat een korte vergunningsduur schadelijk is voor de kwaliteit van de ambulante

−

Dat een korte vergunningsduur niet belemmerend is voor de toetreding van nieu-

handel; we en jonge ondernemers; −

Dat de concurrentie van de ambulante handel door kortdurende schaarse vergun-

−

Dat de ambulante handel van de toekomst zich heel snel moet kunnen aanpassen

ningen wordt verzwakt; bij veranderingen in het consumentengedrag.

54

54

55

Bijlage 1 Tabellen Tabel 1.1

Aantal bedrijven en vestigingen per branche 2007 – 2019

Jaar

2019

2019

2019

Aantal bedrijven

Aantal vestigingen

Aantal vestigingen per bedrijf

Groenten en fruit

875

900

1,03

Overige voeding

3.030

3.105

1,02

Totaal food

3.905

4.005

1,03

Textiel en kleding

2.285

2.355

1,03

Bloemen, planten

605

635

1,05

2e handsgoederen

880

900

1,02

Overige goederen

3.035

3.120

1,03

Totaal non-food

6.805

7.010

1,03

Totaal markthandel

10.710

11.015

1,03

Tabel 1.2

Ontwikkeling aantal bedrijven per branche 2007 – 2019

Perioden

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Groenten en fruit

865

880

930

945

920

880

860

855

890

920

915

905

900

Overige voeding

2.035

2.125

2.225

2.270

2.350

2.430

2.440

2.540

2.820

3.020

3.065

3.130

3.105

Totaal food

2.900

3.005

3.155

3.215

3.270

3.310

3.300

3.395

3.710

3.940

3.980

4.035

4.005

Textiel en kleding

2.995

3.125

3.145

2.880

2.880

2.780

2.600

2.530

2.660

2.655

2.485

2.460

2.355

Bloemen, planten

695

695

710

680

655

645

630

610

645

645

640

650

635

2e handsgoederen

1.300

1.360

1.365

1.220

1.185

1.110

1.005

935

960

975

950

925

900

Overige goederen

3.190

3.495

3.685

3.440

3.450

3.370

3.210

3.160

3.380

3.430

3.325

3.265

3.120

Totaal non-food

8.180

8.675

8.905

8.220

8.170

7.905

7.445

7.235

7.645

7.705

7.400

7.300

7.010

Totaal markthandel

11.080

11.680

12.060

11.435

11.440

11.215

10.745

10.630

11.355

11.645

11.380

11.335

11.015

56

56

Tabel 1.3

Ontwikkeling aantal bedrijven per provincie 2007 – 2019

Jaar

2007

2013

2019

2007

2013

2013

2007

2013

2019

Provincie

Food

Food

Food

Non-food

Non-food

Non-Food

Totaal

Totaal

Totaal

Groningen

80

110

115

200

190

300

280

300

305

Friesland

70

80

90

250

235

315

320

315

320

Drenthe

95

90

115

240

220

305

335

305

335

Overijssel

220

230

280

530

465

700

750

700

700

Flevoland

60

75

70

205

190

265

265

265

250

Gelderland

350

415

465

725

665

1.075

1.075

1.075

1.115

Utrecht

360

390

470

455

435

825

815

825

895

Noord-Holland

470

545

770

2.185

1.975

2.520

2.655

2.520

2.560

Zuid-Holland

665

760

930

1.680

1.600

2.365

2.345

2.365

2.410

Zeeland

70

85

95

110

110

195

180

195

200

Noord-Brabant

315

350

400

1.185

985

1.340

1.500

1.340

1.330

Limburg

140

170

195

405

365

540

545

540

590

Nederland

2.900

3.300

4.005

8.180

7.435

10.745

11.065

10.745

11.010

Tabel 1.4

Schaalgrootte en rechtsvorm ambulante ondernemingen (per 2e kwartaal 20 19)

Aantal werkzame per-

Markthandel

Markthandel

Markthandel in textiel

Markthandel in

sonen

totaal

food

en kleding

overige non food

1

8.300

2.495

1.900

3.905

2

1.445

715

285

445

3-5

665

450

80

135

5 -10

240

190

20

35

10 - 20

50

40

0

5

20 - 50

10

10

0

0

50 - 100

0

0

0

0

100 of meer

0

0

0

0

Totaal bedrijven

10.710

3.905

2.285

4.525

Natuurlijke personen

10.530

3.805

2.260

4.470

180

100

25

55

Rechtspersonen

57

57

Tabel 1.5 Oprichtingen en opheffingen ondernemingen in de ambulante handel Jaar

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Oprichtingen

2.220

1.765

1.680

1.665

1.545

1.565

1.355

1.410

1.405

1.075

915

695

170

Opheffingen

1.380

1.570

1.580

1.425

1.660

1.810

1.365

1.040

1.060

1.265

960

930

305

195

100

240

-115

-245

-10

370

345

-190

Oprichtingen minus

840

-45

-235

-135

opheffingen

Tabel 1.6

Inkomens zelfstandigen in de markthandel en detailhandel (€ per jaar)

Branche

Mediaan

Mediaan

Mediaan

Mediaan

Mediaan

Mediaan

Mediaan

Mediaan

inkomen

inkomen

inkomen

inkomen

inkomen

inkomen

inkomen

vermogen

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2017

Markthandel, waarvan:

14.500

13.900

13.700

14.200

14.500

15.600

16.300

102.900

Markthandel food

22.600

22.000

22.000

23.300

23.100

24.500

25.300

147.700

Markthandel textiel en kleding

9.600

9.000

8.300

8.300

8.400

8.900

9.400

80.500

Markthandel overige non-food

9.700

9.000

8.600

9.000

9.300

9.800

10.500

62.100

Zelfstandigen markthandel (n)

8.900

8.900

8.800

9.100

9.100

9.100

9.100

9.100

20.900

19.600

18.700

20.100

21.300

22.700

.

148.100

Supermarkten

28.100

27.500

26.400

27.600

31.800

32.900

35.600

94.600

Speciaalzaken food

24.600

23.800

23.300

25.200

26.600

28.500

29.700

140.700

Textielwinkels

11.500

8.600

8.400

9.000

8.200

9.100

.

201.200

Kledingwinkels

18.000

15.800

15.300

17.900

20.200

22.100

24.600

153.500

Schoenen, lederwaren

25.100

24.000

22.300

23.200

25.600

26.200

28.900

241.900

Bloemen, planten, dieren

19.900

19.000

17.700

19.500

20.300

21.700

23.400

181.700

Webshops en postorder

7.100

6.700

6.500

7.300

8.100

9.900

10.600

61.900

Alle zelfstandigen Nederland

28.200

27.100

26.500

27.500

28.400

30.000

30.900

139.300

Detailhandel (niet in auto’s), waarvan:

58

58

Tabel 1.7

Arbeids- en financiële gegevens markthandel 2009 - 2017

Jaar

2009

2013

2017

Totale opbrengsten ( in €, * 1 mln)

1.231

1.139

1.300

In %

In %

In %

100

100

100,0

Inkoopwaarde

58,4

56,6

57,9

Personeelskosten

7,4

7,2

6,9

Overige bedrijfskosten

16,1

15,8

15,2

Afschrijvingen vaste activa

2,4

2,6

1,7

Saldo buitengewoon baten en lasten

0,2

1,2

0,2

Resultaat voor belastingen

15,6

17,7

18,2

Banen werknemers (n)

8.600

8.300

6.700

Banen ondernemers etc.

12.600

13.600

13.400

Banen totaal (n)

21.200

21.900

20.100

Totale opbrengsten (in %) Waarvan:

Fte werknemers (n)

3.900

4.000

3.100

Fte ondernemers etc.

10.300

11.400

12.300

Fte totaal (n)

14.200

15.800

15.400

Totale opbrengsten ( in €, * 1 mln)

1.231

1.139

1.300

omzet/fte (€)

86.690

72.089

84.416

omzet/wp (€)

58.066

52.009

64.677

Tabel 1.8

Overige bedrijfskosten en afschrijvingen markthandel 2009 - 2017

Jaar

2009

2013

2017

€ 1 mln

€ 1 mln

€ 1 mln

Totale opbrengsten ( in €, * 1 mln)

1037

937

1062

Totale overige bedrijfskosten

198

180

198

Kosten energieverbruik

9

7

8

Huisvestingskosten

43

39

41

Kosten apparatuur en inventaris

10

8

8

Kosten vervoermiddelen

38

39

43

Verkoopkosten

44

40

42

Communicatiekosten

7

7

8

Kosten van overige diensten

12

11

11

Bedrijfskosten n.e.g.

35

29

37

Afschrijvingen vaste activa

29

30

22

Waarvan:

59

59

Tabel 1.9

Klasse investeringen food en non-food

Investeringsklasse (€)

Food

Totaal 36

Non-Food %

%

%

Tot 25.000

4,3

29,4

8,6

20.000 - 50.000

6,1

17,6

8,1

50.000 - 100.000

15,8

22,1

16,9

100.000 - 150,000

16,4

19,1

16,9

150.000 - 200.000

14,6

2,9

12,6

200.000 - 300.000

16,7

7,4

15,1

300.000 - 500.000

15,5

0,0

12,8

500.000 en meer

10,6

1,5

9,1

Totaal

100,0

100,0

100,0

Tabel 1.10

Omzet, investeringen en afschrijvingstermijn, per activiteit

Bedragen, in € excl. BTW

Uitsluitend

Uitsluitend

Standplaats en

warenmarkt

standplaats

warenmarkt

Omzet 2018

572.900

222.900

684.500

560.000

Totale investeringen

186.700

129.400

228.500

192.900

8,7

8,7

8,7

8,7

Afschrijvingstermijn (jaar)

Tabel 1.11

Totaal

Omzet, investeringen en afschrijvingstermijn, per activiteit

Bedragen, in € excl. BTW

Uitsluitend

Uitsluitend

Dagmarkt en

dagmarkt

weekmarkt

weekmarkt

Omzet 2018

616.900

554.100

804.900

625.000

Totale investeringen

216.400

189.900

233.600

205.000

9,6

8,7

9,3

8,8

Afschrijvingstermijn (jaar)

Tabel 12

Totaal

Omzet, investeringen en afschrijvingstermijn, naar type markt

Bedragen, in € excl. BTW

Uitsluitend

Uitsluitend cen-

Zowel wijk- als

wijkmarkt

trummarkt

centrummarkt

Omzet 2018

357.000

443.500

756.600

625.000

Totale investeringen

189.400

171.900

228.700

205.000

7,7

9,1

9,1

8,8

Afschrijvingstermijn (jaar)

Tabel 1.13

Totaal

Omzet, investeringen en afschrijvingstermijn, par marktvvorm

Bedragen, in € excl. BTW

Uitsluitend

Uitsluitend ver-

Beide typen mark-

gemeentelij-

zelfstandigde

ten

ke markt

markt

Omzet 2018

509.800

70.000

814.400

625.000

Totale investeringen

193.800

26.200

220.100

205.000

8,7

7,2

9,4

8,8

Afschrijvingstermijn (jaar)

36

Totaal

In de tabellen wordt met de kolom “Totaal” bedoeld het berekende gemiddelde van alle bedrijven.

60

60

Tabel 1.14

Investeringen markthandel in materiele vaste activa, 2009 – 2017 (bedragen in miljoen €)

Jaar

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Investeringen in vaste activa

79,3

18,3

28,1

23,0

58,8

Grond en terreinen

0

1,6

0

1,8

1,8

7,5

0

0,8

0

Bedrijfsgebouwen

5,4

1,2

0,8

4,7

19,4

86,8

5,7

10,5

3,8

0

1,3

0

0

0,1

1,8

0

0

0,3

Vervoermiddelen

22,6

7,9

21

11,6

28,6

56,7

26,6

38,1

25

Computers en randapparatuur

0,2

0,3

0,7

0,6

1,6

2,8

1,5

1,8

1,8

Machines en installaties

4,5

5,2

3

1,8

3,7

8,4

10,2

3,1

2,4

Overige materiële vaste activa

46,6

0,8

2,6

2,5

3,6

6,4

18,7

9,4

1,5

170,3

2015

2016

2017

62,7

63,7

34,7

Waarvan:

Grond-,water- en wegenbouwkundige werken

Tabel 1.15

Enkele mediane kengetallen voor wijk- centrummarkten en combinatie

Aantallen (mediaan)

Uitsluitend

Uitsluitend

Zowel wijk- als

wijkmarkt

centrummarkt

centrummarkt

Totaal

Aantal warenmarkten

3,0

3,8

4,9

4,4

Gemeenten warenmarkten

2,1

3,1

4,1

3,6

Vergunningen onbepaalde tijd

2,4

3,5

4,5

4,0

Vergunningen bepaalde tijd

1,3

0,5

1,0

0,8

Aantal solitaire standplaatsen

2,0

1,5

1,8

1,8

Aantal gemeenten

1,6

1,6

1,7

1,6

Vergunningen onbepaalde tijd

1,0

1,3

1,9

1,8

Vergunningen bepaalde tijd

1,7

1,1

1,0

1,2

Warenmarkten

Solitaire standplaatsen

Tabel 1.16

Enkele mediane kengetallen voor dag-, weekmarkten en combinatie

Aantallen (mediaan)

Uitsluitend

Uitsluitend

Dagmarkt en

dagmarkt

weekmarkt

weekmarkt

Totaal

Aantal warenmarkten

3,5

4,4

4,7

4,4

Gemeenten warenmarkten

2,5

3,6

3,7

3,6

Vergunningen onbepaalde tijd

2,7

4,0

4,1

4,0

Vergunningen bepaalde tijd

1,0

0,6

1,5

0,8

Aantal solitaire standplaatsen

1,9

1,6

2,0

1,8

Aantal gemeenten

1,6

1,6

1,7

1,7

Vergunningen onbepaalde tijd

2,1

1,7

1,9

1,8

Vergunningen bepaalde tijd

0,9

1,5

1,2

1,2

Warenmarkten

Solitaire standplaatsen

61 61

Bijlage 2 Gesprekspartners en informanten Ambulante ondernemers − W. van Bemmel, de Woerdense Kaasboer, Bunschoten; − B. van Diermen, Vishandel Van Diermen, Spakenburg; − L. de Groot, Formulemanager kaas, Vandersterre Groep Nederland BV; − I. van Hamersveld, IvySchoenen, Den Haag; − L. van Popering, voorzitter Stichting Haagse Markt, voorzitter Nieuw Koopmansbelang, voormalig lid hoofdbestuur CVAH; − J. Sjouwerman, AGF handel Joop Sjouwerman bv, Hilversum. Gemeenten − F. Boxman, Programmamanager, Utrechtse Heuvelrug; − L. Eijkhout, beleidsadviseur Economische Zaken, S. Vloet, juridische adviseur en D. Boerboom, bureau vergunningen, Nijmegen; − K. Passet, teammanager APV en Markten en C. Aben, Juridisch adviseur, Almere. Experts − A. Drahmann, Universitair hoofddocent bestuursrecht, Universiteit Leiden − M. Geertsema, wetgevingsjurist, J. Evers, juridisch adviseur en C. De Vlieger, teammanager gemeenterecht, Vereniging Nederlandse Gemeenten; − J. Voss, sectormanager retail Rabobank, Utrecht. Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH) − H. Achterhuis, voorzitter − M. Bleeker-Steenstra, landelijk secretaris − A. Şen, juridisch loket

62

62

Bijlage 3 Online onderzoek bij ambulante ondernemers Onderzoeksmethode Van 16 tot 30 april 2019 heeft een online onderzoek plaatsgevonden bij ambulante ondernemers. Het veldwerk van dit onderzoek is uitgevoerd door bureau DESAN uit Amsterdam. De vragenlijst en het coderingsschema zijn opgesteld door Henk Gianotten. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de ledenlijst van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH). Door de CVAH zijn de contactgegevens met emailadressen van 1.783 leden aan DESAN doorgegeven. Al deze leden zijn benaderd met het verzoek om aan het onderzoek deel te nemen. De vooraankondiging van het onderzoek is op vrijdag 12 april via email verzonden. Deze vooraankondiging bevatte een verantwoording en motivatie voor deelname aan het onderzoek. Deze email met vooraankondiging is ondertekend door mw. M. Bleeker-Steenstra, secretaris van de CVAH. De aankondiging van het onderzoek is ook opgenomen in de Nieuwsbrief en op de website van de CVAH. Op vrijdag 19 april en op maandag 29 april is een herinneringsmail gestuurd. Gedurende de looptijd van het veldwerk is een helpdesk ingericht voor inhoudelijke vragen bij de CVAH en voor technische vragen bij DESAN. In de uitnodigingsmail voor deelname is een hyperlink naar de online vragenlijst opgenomen plus voor elke respondent een unieke inlogcode, die toegang geeft tot de vragenlijst.

Zo is verzekerd dat elke respondent de vragenlijst slechts eenmaal kan invullen en het invullen tijdelijk kan onderbreken om later terug te keren en de vragenlijst te voltooien. De vragenlijst kon via desktop computer of laptop worden ingevuld of via de mobiele telefoon. Na afsluiting van het veldwerk bleken 546 ambulante ondernemers de vragenlijst te hebben ingevuld. Daarvan hebben 278 ondernemers de lijst ingevuld via een laptop of desktop computer en 268 ondernemers via hun mobiele telefoon . Het bruto response percentage bedraagt derhalve 30,6%. De doelgroep van het onderzoek bestond uit ambulante ondernemers op warenmarkten en/of op solitaire standplaatsen. Leden van de CVAH die uitsluitend actief zijn op verkoop op braderieën en/f via venten zijn van het onderzoek uitgesloten. Tot deze laatste groep behoorden 23 ondernemers, die verder zijn uitgesloten van het onderzoek. Voorts bleken nog 36 ondernemers een incomplete vragenlijst met antwoorden te hebben ingediend. Exclusief deze in totaal 59 ingevulde vragenlijsten komt het totaal op 487 complete vragenlijsten met antwoorden. Dit brengt de netto response op 27,3%. De gedeeltelijk ingevulde vragenlijsten zijn voor zover mogelijk meegenomen in de analyse. Representativiteit: brancheverdeling In tabel 3.1 is de verdeling gegeven van de branches waarbinnen de 522 ondernemers actief zijn (24 ondernemers met missing data).

In totaal zijn zij actief in 591 branches. Van de aan het onderzoek deelnemende ambulante handelaren zijn er 402 (77%) actief in de food en 120 (23%) in de non food De vraag doet zich voor, in hoeverre de ambulante ondernemers in het online onderzoek representatief zijn voor alle ambulante ondernemers. Hierbij doet zich het probleem voor, dat na het opheffen van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) in 2013 er geen branchegegevens van de sector ambulante handel beschikbaar zijn. Ook het CBS verschaft geen gegevens op brancheniveau. Het laatste structuuronderzoek

63

63

dateert van 2011. 37 Deze “structuurgegevens” zijn echter niet gebaseerd op integrale tellingen of registraties maar ook op steekproefgegevens. In dat onderzoek ble ken er in 2011 rond 10.800 ambulante markthandelaren te zijn, plus 2.500 standplaatsondernemers. Bij elkaar zijn dat 13.300 ondernemers. En bovendien nog 5.10 0 ondernemers die uitsluitend actief zijn met braderieën en/of venten. Totaal kwam I&O op 18.400 actieve ondernemingen. Van de ambulante ondernemers op warenmarkten schatte I&O dat ca. 45% actief was in de food en 55% in de non-food. Tabel 3.1

Brancheverdeling online onderzoek ambulante ondernemers (2019) plus vergelijking met structuuronderzoek 2011 (SO 2011)

Branche

CVAH

CVAH

SO

SO

2019

2019

2011

2011

Aantal

In %

Aantal

In %

Vis, schaal- en schelpdieren

105

17,8

Vlees en vleeswaren

21

3,6

Kip, poeliersproducten

21

3,6

Aardappelen, groenten, fruit

71

12,0

Kaas, Zuivel, noten etc.

114

19,3

Brood, koek en banket

46

7,7

Snoep en chocolaterie

13

2,2

Biologisch en fair trade

17

2,9

Drogisterij, parfumerie

5

0,8

Kleding, lederwaren, schoenen

37

6,3

Wonen en leven

6

1,0

Groei en bloei

29

4,9

Overige non-foodbranches

106

17,9

Totaal aantal branches

591

100,0

Aantal ambulante ondernemers:

522

100

13.300

100

Waarvan: in foodbranches

402

77

6.400

45,4

Waarvan: in non-foodbranches

120

23

6.900

54,6

Actief in aantal branches:

591

100

Waarvan: aantal branches food

408

69,0

Waarvan: aantal branches non-food

183

31,0

38

De vergelijking van de verhouding food/non-food tussen 2011 en 2019 duidt op 2 zaken. Ten eerste dat het segment food groeit en ten tweede dat de food ten opzichte van non-food is oververtegenwoordigd in het onderzoek. Het eerste zou verklaard kunnen worden doordat net zoals in de gevestigde detailhandel, de non-foodsector veel meer concurrentie ondervindt van internetverkopen aan consumen ten dan de foodsector. Een tweede verklaring kan zijn, dat foodondernemers, vanwege hun aanzienlijke investeringen in warehousing, koelwagens en –cellen en transportmiddelen,

37

Zie: Structuur in de Markt – Structuuronderzoek ambulante handel 2011, uitgave van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel HBD, I&O Research BV.

38

Dit zijn branches als elektro- en beeld- en geluidsdragers, diensten, variatiehandel, antiek & boeken etc.

64

64

meer gemotiveerd zijn geweest aan het onderzoek naar ‘schaarse vergunningen ’ deel te nemen. Een derde verklaring kan zijn, dat de leden van de CVAH niet representatief zijn voor alle ambulante handelaren in ons land. Omdat ‘harde’ populatiegegevens van de afgelopen (bijna) 10 jaar ontbreken, moet deze verklaring genuanceerd worden opgevat. Vanwege het ontbreken van populatiegegevens wordt derhalve geen herweging toegepast van de onderzoekgegevens die in het CVAH-onderzoek van 2019 zijn verzameld. Representativiteit: bedrijfsgrootte Er kan ook nog worden gekeken naar de bedrijfsomvang van de bedrijven. Vanuit het structuuronderzoek van 2011 is een verdeling te herleiden van ondernemers op de warenmarkt en op standplaatsen naar omzetvolume (zie tabel 3.2). In de tabel de verdeling van het structuuronderzoek 2011 (SO2011) en het onderhavige onde rzoek uit 2019 (CVAH2019). Tabel 3.2

Bedrijfsgrootte steekproeven 2011 en 2019

Omzetklasse

SO2011

CVAH2019

In € incl. BTW

%

%

Tot 25.000

33

4

25.000-50.000

19

2

50.000-100.000

16

8

100.000-250.000

18

23

Meer dan 250.000

Totaal

14

61

100

100

Uit tabel 3.2 blijkt, dat kleine bedrijven zeer beperkt zijn vertegenwoordigd in de steekproef van het onderzoek. Dit kan te maken hebben met (1) beperkte aanwezigheid van kleine bedrijven in het ledenbestand van de CVAH en (2) minder betrokkenheid bij, niet geïnteresseerd in of onbekendheid met het onderwerp van het onderzoek “schaarse vergunningen”. Het omgekeerde is het geval wat betreft de grote bedrijven, met name in de food. Dan is er ook de mogelijkheid, dat sinds 2011 de omvang van de bedrijven in de markthandel is toegenomen. Activiteiten van de ambulante ondernemers Van alle ondernemers staat 48% uitsluitend op een warenmarkt, 17% neemt uitsluitend een solitaire standplaats in en 35% staat zowel op een warenmarkt als op een solitaire standplaats (zie tabel 3.3). Tabel 3.3

Activiteiten ondernemers in de ambulante handel

Ondernemers

Food

Non-food

Totaal

%

%

%

Uitsluitend warenmarkt

44

60

48

Uitsluitend solitaire standplaats

15

22

16

Warenmarkt & solitaire standplaats

41

18

36

Totaal

100

100

100

Zowel absoluut als relatief zijn ondernemers in de food meer actief op solitaire standplaatsen dan ondernemers in de non-food. Dagmarkten zijn markten die minimaal 4 dagen per week op eenzelfde locatie worden gehouden, terwijl weekmarkten eens per week plaatsvinden. Van alle ambulante ondernemers is 10% uitsluitend actief op dagmarkten en 61% uitsluitend op weekmark-

65

65

ten. Van alle ondernemers is 29% zowel actief op dag- als weekmarkten. Zie tabel 3.4. Non-foodondernemers zijn wat minder actief op dagmarkten dan foodondernemers. Tabel 3.4

Aanwezigheid ondernemers op dag- en/of weekmarkten

Aanwezigheid op dag- en/of

Food

Non-food

Totaal

weekmarkt %

%

%

Uitsluitend op dagmarkten

10

13

10

Uitsluitend op weekmarkten

58

69

61

Zowel op dag- als weekmarkten

32

18

29

Totaal

100

100

100

Er kan ook onderscheid worden gemaakt tussen centrumma rkten en wijkmarkten. Centrummarkten zijn vrijwel altijd in de binnensteden gelokaliseerd en bieden een breed en gespecialiseerd assortiment. Naast een lokale hebben ze bovendien een regionale functie. Daarnaast hebben centrummarkten een evenement functie voor de binnenstad. Wijkmarkten zijn vaak in de nabijheid van buurtwinkelcentra gelokaliseerd, hebben een sterk lokale functie. Van de ondernemers staat 58% op beide typen markten. 6% staat uitsluitend op een wijkmarkt en 36% uitsluitend op een centrummarkt (zie tabel 3.5). Tabel 3.5

Aanwezigheid ondernemers op wijk- en/of centrummarkt

Aanwezigheid op wijk- en/of

Food

Non-food

Totaal

%

%

%

centrummarkt Uitsluitend op wijkmarkten

7

4

6

Uitsluitend op centrummarkten

31

55

36

Zowel op wijk- als centrummarkten

62

41

58

Totaal

100

100

100

Tot slot kunnen ambulante ondernemers worden onderverdeeld naar hun aanwezigheid op door gemeenten ingestelde markten of verzelfstandigde markten (tabel 3.6). Tabel 3.5

Aanwezigheid ondernemers naar type markt

Aanwezigheid op gemeentelijke

Food

Non-food

Totaal

of verzelfstandigde markt Uitsluitend gemeentelijke markt

%

%

%

61

57

60

Uitsluitend verzelfstandigde markt

1

2

1

Beide typen markten

38

41

39

Totaal

100

100

100

Van alle ondernemers staat 60% uitsluitend op door een door een gemeente ingestelde markt. Er zijn vrijwel geen ondernemingen die uitsluitend op een verzelfstandigde markt (eveneens door de gemeente ingesteld) staan. De verschillen tussen de food en non-food branches zijn klein.

66

66

67

Bijlage 4 Beoordeling schaarse vergunningen (door ondernemers die betrokken zijn geweest bij een vergunningsprocedure)

68

68

Toelichting op de mate van (on) tevredenheid over de toewijzing van schaarse vergunningen Er is absoluut geen duidelijk beleid. De gemeente weet zelf geen raad met deze nieuwe regels. De gemeenten weten ook helemaal niet wat er speelt in deze branches. Alhoewel wij dus gewend zijn ieder jaar de vergunning op één standplaats op nieuw aan te moeten vragen, is er geen sprake van een beleidsmatige aanpak, men is het zo al jaren gewend. Als ambulante ondernemer zie je alles wat je hebt opgebouwd zoals de gedane investeringen in materieel, in markten opbouwen, personeel, toekomst voor je zelf als voor mijn zoon teniet gedaan worden. Mijn oude dag voorziening ik mag nog 7 jaar voordat mijn zoon het bedrijf overneemt is als de regering niet ingrijpt kansloos verloren alle zekerheid is weg. bij een volgende investering kan de bank doen besluiten om voor mij of mijn zoon niet meer garant te staan voor de financiële kant. Namelijk bij een schaarse vergunning heeft de bank geen enkele zekerheid dat de gedane investeringen/lening betaald gaat /kan worden.

Als je als ondernemer 25 jaar op een standplaats staat en je een vaste klanten kring hebt opgebouwd personeel hebt voor die standplaats, een groot gedeelte van je inkomen is dan wil en heb je zekerheid nodig, en is het niet wenselijk dat een ander ook recht heeft op die plaats daar je jaren energie en geld hebt gestoken om de plaats zo goedmogelijk op te bouwen en te exploiteren. En dan denkt een collega hé die plaats is mooi opgebouwd die wil ik ook wel, maar je begint met niks op een standplaats, en bouw een relatie op met je klanten, en dat gaat niet van vandaag op morgen, dat kost moei te en doorzettingsvermogen. als kleine ondernemer kun je niet op tegen de groet ondernemers. zij schrijven zich in met meerder KvK nummers, ik als kleine ondernemer kan dat niet. de kans dat ik dus een plek krijg is dus klein. de gemeente Veghel heeft nu besloten om alles 'stil' te zetten, maar als dit wel doorgaat in alle gemeenten, kan ik als kleine ondernemer stoppen.. Biedt weinig zekerheid. Kan herinvestering in 5 jaar niet terug verdienen Bij de gemeente Nijmegen was geen onderhandeling mogelijk. Het besluit was al genomen . Onze vergunningen voor onbepaalde tijd zijn ingenomen en wij hebben een vergunning voor tien jaar gekregen.

Bij gemeentes lijkt het zo te zijn dat ze niet beseffen wat het betekent voor serieuze ondernemers (met of zonder medewerkers) om een 'tijdelijke' vergunning te krijgen. Er hangt zoveel van af wat voor vergunning er gegeven wordt bv investeringen, personeel, de tijd dat het duurt om een goede markt op te bouwen (en na een x aantal jaren profiteert een 'collega' die de nieuwe vergunning krijgt van d e markt die wij hebben opgebouwd), zelfs een hypotheek wordt moeilijk af te sluiten wanneer er tijdelijke vergunningen af ge geven worden. Geen hypotheekverstrekker die je geld geeft als niet zeker is of je (al !) je markten kan houden. Een ambtenaar in een gemeente waar een infoavond werd belegt omtrent deze vergunningen zei dat het toch geweldig was als je over 10 jaar weer ergens anders kon beginnen.....Kortom, zeer, zeer slechte zaak voor serieuze ondernemers. Ik heb de afgelopen 2 jaar voor ongeveer 800 .000 geïnvesteerd, moet er niet aan denken dat ik de helft van mijn markten kwijt raak Bij ons is een overgangsperiode van toepassing, maar straks bij schaarse vergunning en openbare inschrijving zal je geen hoge investeringen meer kunnen doen en gaat kwa liteit omlaag Bij ons is nog niets bekend tis nog grijs gebied.

Markt Gouda zijn we in overleg De gehele procedure omtrent de vergunning verlening in het algemeen is een willekeur per gemeente geen gehoor of inspraak en hun wet is wil zeer jammer dat er zo met ondernemers die er voor kiezen op deze wijze hun brood te willen verdienen mee omgegaan wordt in het verleden was het beduidend anders De gemeente Rotterdam doet al minstens 25 jaar toewijzing met bepaalde tijd. Echter wordt het wel verlengt aan vergunninghouder en niet in loting gegooid. De gemeente Zandvoort is erg ambulant, vriendelijk. Top gemeente De gevolgen van "schaarse vergunningen" voor de ambulante handel zijn desastreus. Als alle ambulante handelaren hun vak serieus nemen, niet gaan zitten wachten tot een verlengingsaanvraag eventueel wordt afgewezen, zich indekken en voor de bewuste dag waarvan de vergunni ng verloopt ook elders alternatieve vergunningaanvragen doet ontstaat er een tombola van standplaatsen. Van continuïteit in vraag en aanbod zal geen sprake meer zijn. Consumenten zien continu (jaarlijks, 3 -jaarlijks, 5-jaarlijks????) andere standplaatshouders verschijnen, klantenkringen die ambulante handelaren in jaren hebben opgebouwd, verdwijnen als sneeuw voor de zon. Dit heeft alleen maar verliezers tot gevolg, geen handelaar zal nog investe-

69

69

ren, de (markt)waarde van het ambulante bedrijf reduceert tot 0, verkoop van het bedrijf wordt onmogelijk want zonder zekerheid over vergunningen is je bedrijf niks waard. Het Europese Hof heeft niet nagedacht over de gevolgen van deze uitspraak!!!!!! De huidige vergunninghouder krijgt opnieuw onbepaalde tijd. Bij eventuele overname in de toekomst geldt een bepaalde tijd van 10 jaar de inschrijving vond plaats via E-mail op Vrijdagmiddag klokslag 12.00 uur. Diegene die het eerste binnenkomt heeft hem. Je kan dus door een defect aan de computer of telefoon misgrijpen en zo je plaats waar je al tientallen jaren staat kwijt zijn De markt wordt kapot gemaakt zo , je gaat niet meer investeren , geen verjonging meer daar er geen opvolgers meer komen uit het gezin , je kunt voor de toekomst niets meer plannen , en je vaste klanten kunnen ook niet meer bij jouw terecht dus komen op een gegeven moment ook niet meer op de markt , De onzekerheid is beangstigend De toekomst ziet er onzeker uit. Dit vindt plaats in de gemeente Almere. Er is nog geen beslissing over genome n, maar het is zeer zorgelijk, gezien de hoge investeringen die zijn gedaan en het aantal personeelsleden die wij hebben werken. Dit geeft onzekerheid en iedereen weet dat je dit niet in 10 jaar tijd kan terug verdienen.

Gezien de investeringen maar niet te vergeten de ontslag vergoedingen die betaald moeten worden als je, je vergunning verliest. Dit betekent voor een hoop ondernemers het einde van hun bedrijf. Het is oneerlijke manier van vergunning verstrekken. Wij staan al jaar en dag op de markt en dit zou zomaar het einde kunnen zijn, maar met mij velen. Wij bieden naast de retail die het ook moeilijk heeft een mooie aanvulling op een w inkelcentrum. De markt houdt het centrum leefbaar en dynamisch. Door schaarse vergunningen zal er een vaste marktkooplui verdwijnen en de motivatie verliezen om verder te gaan met ondernemen. We leven helaas in een tijd, dat alles beter, groter en efficiënter moet zijn. Maar degene die dit volhouden zijn alleen de grootwinkelbedrijven, de kleine mkb'er die er vol gaat en p lezier in het werk heeft. Wordt ontmoedigd, vaak hebben wij een laag tot midden hoge opleiding gevolgd. We kunnen volhouden, maar dit is schoolvoorbeeld. Waarbij de regelzucht en efficiënte verbeter nog kant of wal slaat. Ik hoop op het beste. Door deze werkwijze worden we erg onzeker over onze toekomst. Kunnen we onze investering wel terug verdienen, en hoe gast het met ons personeel ? We hebben geen zekerheid meer. Onze klantenklantenkring hebben we jaren opgebouwd en valt weg. Het is onacceptabel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=b41a6cca-cfb4-42c8-95e4-0aa44e9e72f7