3. Bijlage 2 Startnotitie Werken
Tekst van het document
Retailvisie Provincie Utrecht In de Provinciale Retailvisie wordt een beeld geschetst van de detailhandelsstructuur in de provincie Utrecht, de knelpunten en de rol van de provincie. Het uitgangspunt van de visie is een integrale aanpak van de knelpunten in de stads- en dorpscentra, waarbij de nadruk ligt op de ontwikkelingen in de detailhandel. De visie dateert uit 2018 en is gericht op een toekomst bestendige detailhandelsstructuur met voldoende ruimte voor ondernemerschap en een adequaat niveau van voorzieningen. De provincie richt zich op versterking van de bestaande winkelstructuur en het behoud van de vitale centra. Omdat met name de afnemende winkelfunctie in niet-dagelijkse goederen in veel centra een feit is, ligt er een uitdaging om de centrumgebieden vitaal en aantrekkelijk te houden voor inwoners, bezoekers en ondernemers. Dit vertaalt zich als volgt: De provincie staat buiten de bestaande winkelstructuur in principe geen nieuwe uitbreidingen toe. Ook binnen de bestaande structuur moet worden nagegaan welke gebieden wel en niet kansrijk zijn. Lokale hoofdcentra zijn perspectiefrijker dan middelgrote centra door hun sterke oriëntatie op dagelijks aanbod. Om de leefbaarheid in stand te houden, moeten deze centra zich herpositioneren op dit verzorgingsniveau en rekening houden met een afnemend, niet-dagelijks aanbod van winkelvoorzieningen.
Hierop moet geanticipeerd worden. Eventuele toeristisch recreatieve bestedingen kunnen enige compensatie bieden. Door deze ontwikkeling is bijzondere aandacht nodig voor de ruimtelijke inpassing van supermarkten als dé dragers (publiekstrekkers) voor centra. Gelijk speelveld. De provincie faciliteert vooral nieuwe ontwikkelingen in de bestaande centra. Hierbij is het belangrijk nieuwe winkelvoorzieningen buiten de bestaande winkelgebieden af te remmen. Er is een steeds grotere vraag naar ruimte voor ontmoeting, werken en wonen op levendige en centrale plekken. Deze centra bieden daarvoor een ideale omgeving. Het toevoegen van nieuwe / andere functies is een kans voor behoud en versterking. Het provinciaal beleid is gericht op de bestaande winkelgebieden, daarbuiten zijn geen detailhandelsontwikkelingen toegestaan. Door de ‘druk’ (ruimtelijke schaarste) zoveel mogelijk te richten op bestaande winkelgebieden, wordt de markt gefaciliteerd: investeringen op (complexe) centrumlocaties worden daarmee eerder haalbaar. De provincie faciliteert nieuwe ontwikkelingen vooral in de bestaande centra. Hierbij is het ook belangrijk nieuwe winkelvoorzieningen buiten de bestaande winkelgebieden af te remmen.
Concentratie van winkels betekent ook een concentratie van koopstromen, wat het functioneren van het centrum bevordert Er zijn nog wel winkelconcepten die de periferie willen opzoeken, vanwege de bereikbaarheid en lage kosten. Doordat de behoefte aan fysieke winkels afneemt, zal dit ten koste gaan van de bestaande
winkellocaties. Vestiging van perifere, grootschalige detailhandel wordt in beginsel niet toegestaan buiten de bestaande mogelijkheden in vigerende ruimtelijke plannen van de gemeenten. Vestiging is uitsluitend toegestaan van winkels die vanwege aard en omvang en het gevoerde assortiment, moeilijk inpasbaar zijn in centrumgebieden zoals bouwmarkten en tuincentra. Op de bestaande perifere locaties zijn nog voldoende mogelijkheden beschikbaar. De totale plancapaciteit op bedrijventerreinen (nog niet benutte, maar wel planologisch mogelijke detailhandel) wordt geschat op ruim 8 mln. m², waarvan 850.000 m² op onbebouwde gronden. Voor de kleine kernen zijn de bestaande detailhandelsbestemmingen leidend.
-
Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat het met het oog op de leefbaarheid noodzakelijk is bestaande detailhandelsbestemmingen in kleine kernen buiten bestaand winkelgebied te vergroten. Als uitbreiding aan de orde is, kan dit met het oog op de vitaliteit van bestaande winkelgebieden op het platteland, plaatsvinden in de betreffende hoofdkern. De verkoop van streekproducten bij agrarische bedrijven is wel mogelijk.
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (actualisatie 2016) In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) wordt het ruimtelijk beleid van de provincie Utrecht voor de periode tot 2028 beschreven. Het primaire doel van de PRS is de provincie aantrekkelijk houden om te wonen, werken en recreëren. De PRS is opgesteld in lijn met de door de door de regio’s opgestelde visie (Strategie Utrecht 2040). Het ruimtelijk beleid van de provincie Utrecht richt zich op drie pijlers: een duurzame leefomgeving; vitale dorpen en steden; landelijk gebied met kwaliteit. Beleid retailstructuur Een goede retailstructuur is van belang voor een vitale economie, het bieden van kwalitatieve en voldoende vestigingslocaties voor het bedrijfsleven en uit oogpunt van leefbaarheid: de nabijheid en bereikbaarheid van winkelvoorzieningen. Teneinde de bestaande winkelgebieden te behouden en versterken, zet de provincie in op het concentreren van nieuwe ontwikkelingen.
Ruimtelijke plannen met detailhandel buiten de bestaande winkelgebieden staat de provincie in beginsel niet toe, tenzij sprake is van: aantoonbare behoefte als gevolg van een grootschalige stedelijke ontwikkeling; brand- of explosiegevaarlijke detailhandel op bedrijventerreinen; er een aantoonbaar tekort is aan perifere vestigingsmogelijkheden voor volumineuze detailhandel en er in regionaal verband geen alternatieve vestigingsmogelijkheden zijn; verplaatsing van volumineuze detailhandel die vanuit het oogpunt van hinder, veiligheid, verkeersaantrekkende werking of economisch functioneren noodzakelijk is; verplaatsing of uitbreiding in aansluiting op het ‘bestaand winkelgebied’ indien dit noodzakelijk is voor het economisch of maatschappelijk functioneren van dat winkelgebied. Om te voorkomen dat ongewenste vestiging van detailhandel buiten bestaande winkelgebieden plaatsvindt, wil de provincie bestaande vestigingsmogelijkheden in nieuwe, dus ook conserverende, ruimtelijke plannen beperken. De ontwikkeling van detailhandel buiten de rode contouren (anders dan de verkoop van eigen producten als nevenfunctie op een agrarisch bedrijf) worden niet toegestaan.
Omgevingsvisie en lokale kaders Omgevingsvisie gemeente Soest De strategische doelen als omschreven in de Omgevingsvisie zijn: In 2040 is de omvang van onze bedrijventerreinen even groot als nu, maar de bestaande terreinen worden intensiever gebruikt. Per hectare zijn er meer arbeidsplaatsen en meer bedrijven.
-
-
Er zijn 7 specifieke gebieden om elkaar te ontmoeten; de centrumgebieden. In 2040 zijn onze OV-knooppunten levendiger en ze trekken meer in- en uitstappers. Het zijn gebieden voor recreëren en ontspannen, wonen en werken. In 2040 zijn er meer regionale recreanten dan nu in onze gemeente, vooral meer dan nu in de kernen en in de polder. In de bossen en de natuurgebieden is er een groter verschil dan nu tussen drukke en rustige delen. In de polder is een gevarieerder gebruik van de ruimte. Niet alleen maar landbouw, maar ook verschillende vormen van recreatie, natuurontwikkeling, zwemplekken of kleine plukbossen.
Wat speelt er: bedrijventerreinen en werken: Er is meer vraag naar bedrijventerreinen dan aanbod. De bedrijventerreinen zijn momenteel volledig uitgegeven en er is zeer weinig ruimte voor uitbreiding. Het aantal kleine bedrijven neemt zeer sterk toe. Er worden nieuwe sectoren op bedrijventerreinen gehuisvest met een ander type vastgoedvraag. De externe druk op bedrijventerreinen neemt toe met name door de woningbouwopgave.; De ontwikkelingen gaan richting een meer multifunctionele terreinen met verblijfskwaliteit en een hogere arbeidsplaatsendichtheid. Trends zoals gebruik en inzet van duurzame, circulaire en ambachtelijk productiemethoden en technologieën maken dat het ruimtegebruik van bedrijven verandert. Voor Soesterberg is de voorgenomen ontwikkeling van defensie op het terrein rond het Zeisterspoor van belang, er zal daardoor meer bedrijvigheid in het gebied komen. Doorkijk 2040: In 2040 hebben we dezelfde bedrijfslocaties als nu, behalve in Soesterberg waar het Masterplan is uitgevoerd. De totale omvang van bedrijfslocaties is gelijk aan nu. De oudere terreinen zien er anders uit en hebben meer arbeidsplaatsen en vestigingen per hectare dan nu. Ingezet is op klimaat neutrale bedrijventerreinen. De gemeente probeert waar mogelijk circulaire bedrijvigheid te stimuleren.
De ruimte wordt intensiever benut door het stimuleren van mogelijkheden voor gestapeld ruimtegebruik en de ruimte voor parkeren te verkleinen zonder dat er parkeerplaatsen verloren gaan of parkeerproblemen ontstaan. Wat speelt er: ontmoeten en ontmoetingsplekken: 1. De ‘centra’ liggen verspreid. Centrumplekken noemen we de plekken waar de hele gemeenschap komt en die ook bezoekers van buitenaf (kunnen) trekken. En: het centrum is waar de mensen zijn. 2. In Soest zijn er 5 locaties met die potentie, in Soesterberg 2. De opgave is om het potentieel van deze gebieden passend te ontwikkelen. 3. 3 trends die van invloed zijn op de centrumbeleving: 1. Afname van de fysieke detailhandel door afvloeiing naar internet. Wat er overblijft is gericht op beleving. 2. Horeca speelt een belangrijke rol als ‘publieke huiskamer’. 3. Evenementen worden steeds belangrijker en worden steeds vaker op bijzondere plekken georganiseerd. Steeds meer menging met andere functies vindt plaats. Doorkijk 2040: In 2040 kent Soest 5 en Soesterberg 2 ontmoetingsplekken: 1. Winkelgebied Van Weedestraat 2. Winkelgebied Soest-Zuid 3. Oud Soest / station Soest 4. De Zuidelijke Eng 5. De Dalweg 6. Winkelgebied de Rademakerstraat 7. De rand van Soesterberg met de Vliegbasis Dit zijn de centrale plekken waar inwoners elkaar ontmoeten, deze plekken trekken bewoners en recreanten uit de regio, meer dan nu.
Elke pek heeft en eigen mix van functies (winkels, horeca, wonen, groen, enzovoorts).
Voor Soest geldt: In de Van Weedestraat en Soest-Zuid zijn met winkels en horeca (met ‘blurring’ en ‘multichanneling) de bezoekersaantallen op hetzelfde peil als nu. De programmering is verbreed. De Soestereng is in 2040 een gemeente brede en zelfs regionale, ontmoetingsplek. Met een bijzonder combinatie van natuur, landbouw, historie en cultuur. De bezoekersaantallen (wandelaars en fietsers) zijn veel hoger. In de ‘skyline’ zijn enkele objecten toegevoegd. Oud Soest, tot station Soest, is een primair op de voetganger en fietser gericht gebied, de auto is te gast. De functionele invulling is nu nog niet duidelijk. Voor de Dalweg geldt dat met de Dalwegvisie dit gebied in beweging is en nog verder zijn beslag moet krijgen. In de Birkt is er meer recreatie. De natuurverbinding tussen de bossen en de Eem is sterker. De bereikbaarheid is onafhankelijk van de Birkstraat geregeld. Voor Soesterberg geldt: De Rademakerstraat is een levendig centrum met winkels, horeca en andere publiekstrekkers. De rand van Soesterberg en de vliegbasis is een ontmoetings- en verblijfslijn, de pleisterplaats was een start. In het dorp zijn meer publieksvoorzieningen dan nu. Het bedrijventerrein van defensie is aangelegd. Wat speelt er: recreatie & toerisme: De recreatiedruk neemt toe. Langs de Eem is er een toenemende drukte waarneembaar op het water en langs de oevers.
De spin-off van recreatie naar onze kernen – ondanks de nodige inzet - valt tegen. Het grote hondenlosloopgebied wordt veel gebruikt. Mogelijk wordt dit in de toekomst nog populairder en dus drukker. Doorkijk 2040: In 2040 wordt het groen in de kernen intensiever dan nu gebruikt voor recreatie. Onze centrumgebieden trekken veel meer recreanten en daar profiteert de lokale economie van. Recreatie en toerisme wordt een belangrijkere economische sector en draagt bij aan het versterken van het groen en de beleving van de centrumgebieden. In de bos- en natuurgebieden zijn er meer recreanten dan nu en is er meer onderscheid tussen drukke en stillen delen dan nu. Er is minder gemotoriseerd verkeer in de bossen. In 2040 zijn er in de polder veel meer recreanten dan u en is er ook veel meer te doen.