CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2 Startnotitie Werken

Besluitvormende Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente SoestBij agendapunt: Startnotities omgevingsprogramma’s Mobiliteit, Wonen, Werken, Energietransitie, Water/riolering en Groen en Landschap19.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Omgevingsprogramma werken Startnotitie voor het omgevingsprogramma Versie 1.0 - 23-02-2023

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

Aanleiding

4

1.1 Achtergrond

5

1.2 Probleem

5

1.3 Doelstelling

7

1.4 Rol van de gemeente

9

1.5 Rol van het omgevingsprogramma

10

Kaderstelling

12

2.1 Europese en landelijke kaders

12

2.2 Provinciale en regionale kaders

13

2.3 Omgevingsvisie en lokale kaders

18

2.4 Kaders van partners

20

2.5 Financiële en organisatorische kaders

20

2.6 Aandachtspunten bij kaderstelling

21

Opdracht

23

3.1 Opdrachtformulering

23

3.2 Raakvlakken en samenhang met andere programma’s

23

Samenhang met andere Omgevingsprogramma’s

4.

24

3.3 Afbakening van het programma

26

3.4 Randvoorwaarden en vereisten voor het opstellen van het programma

27

3.5 Strategie en afwegingskader

28

3.6 Eindresultaat

30

Plan van Aanpak

32

4.1 Globale aanpak

32

4.2 Onderzoek, informatie en kwaliteit

33

Deelprogramma: Bedrijventerreinen

33

Deelprogramma: Kantoren

34

Deelprogramma: Retail

34

Deelprogramma: Recreatie & Toerisme

34

Integraal aangepakt

35

4.3 Programma-organisatie

36

4.4 Participatie

37

Integrale aanpak

38

Uitvoering

38

4.5 Procedures

40

4.6 Budget

42

4.7 Planning

43

4.8 Communicatie

43

4.9 Uitvoering van het programma

44

BIJLAGE 1: Afkortingen, begrippen en digitale vindplaatsen

47

BIJLAGE 2: Samenvatting beleidskaders

48

Europese en landelijke kaders

48

Provinciale en regionale kaders

48

Omgevingsvisie en lokale kaders

54

1.

Aanleiding

Eind 2021 is de Omgevingsvisie Soest en Soesterberg ‘Stap voor Stap ver komen’ door de gemeenteraad vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de ambities, doelen en uitdagingen van de gemeente voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft een beeld van waar de gemeente naartoe werkt in de periode tot 2040. Alle instrumenten van de Omgevingswet sturen, zoals de wetgever dat zegt, op ‘beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving’. Bijna alle beleidsvelden waar we als gemeente mee te maken hebben, hebben wel een raakvlak met de fysieke leefomgeving. De bedoeling is om de ruimtelijke component van al die beleidsvelden in samenhang te benaderen. Twee instrumenten, de omgevingsvisie en de omgevingsprogramma’s, sturen in samenhang op de overgang van de bestaande situatie naar de gewenste situatie. • In de omgevingsvisie geven we als gemeente aan wat de gewenste situatie voor de fysieke leefomgeving is. • In omgevingsprogramma’s geven we aan hoe we van de bestaande situatie naar de gewenste situatie willen komen en welk beleid en welke gebiedsprojecten daarvoor nodig zijn. De omgevingsprogramma’s waar we nu aan werken (Wonen, Mobiliteit, Werken, Energietransitie, Water en Groen) dekken de belangrijkste ruimtevragers in onze gemeente af en zullen de hoofdlijnen uit de Omgevingsvisie de komende jaren verder in moeten kleuren.

Voor alle programma’s geldt dat er in meer of minder mate een samenhang en/of (in)directe afhankelijkheid is met andere programma’s. Bij de vaststelling van de Omgevingsvisie is de afspraak gemaakt om bij het uitwerken van een omgevingsprogramma te beginnen met het opstellen van een startnotitie. In de startnotitie staat op welke wijze de opdracht concreet uitgewerkt wordt. De kern van die startnotitie wordt later verwerkt in de inleiding van het programma, zodat iedereen weet wat het verband is tussen dat programma en de opdrachten die naar aanleiding van de visie waren vastgesteld. De startnotities voor de omgevingsprogramma’s zijn kaderstellend (bedoeld voor een nadere beleidsmatige inkadering). Doel van de kaderstellende startnotitie is immers dat de raad aan de voorkant het (door college voorgestelde) nadere kader toetst. Het college geeft daarna het betreffende programma verder invulling en gaat daadwerkelijk aan de slag met het behalen van de strategische doelen zoals door de raad vastgelegd in de omgevingsvisie. Het Omgevingsprogramma Werken is een sectoraal (thematisch) programma. In het programma ‘werken’ staat in grote lijnen hoe we met onze werkgelegenheid om willen gaan en welke ruimtebehoefte daarmee samenhangt.

4

Er is op veel vlakken behoefte aan vernieuwing of vorming van beleid. Door het formuleren van beleid zetten we een duidelijke stip op de horizon. Daarnaast biedt beleid de mogelijkheid goed te sturen op particuliere initiatieven; het biedt een toetsingskader en bewaakt op deze manier de wijze waarop Soest zich ontwikkelt op langere termijn. In de bijlage is een overzicht opgenomen van afkortingen, begrippen en digitale vindplaatsen van documenten die in deze startnotitie worden genoemd.

1.1 Achtergrond In het Omgevingsprogramma Werken is de rode draad hoe we met werken en werkgelegenheid om willen gaan. De arbeidsmarkt is immers volop in beweging en dat heeft ook zijn weerslag op het ruimtegebruik. Met de groei van het aantal inwoners binnen en buiten de gemeentegrenzen, neemt de druk op de ruimte bovendien toe. Werklocaties zijn grote ruimtevragers, of dit nu gaat om bedrijventerreinen, kantoren, retailvoorzieningen of voorzieningen voor recreatie & toerisme. Een breed palet aan werkgelegenheid binnen de gemeentegrenzen draagt bij aan de leefkwaliteit en vitaliteit van de gemeente. Immers, hoe meer mensen zowel in Soest wonen en werken, des te meer de inwoners bijdragen aan de plaatselijke economie (detailhandel, horeca, enz.) en des te groter hun verbondenheid aan en betrokkenheid bij Soest zal zijn.

1.2 Probleem Druk op het ruimtegebruik Er is vanuit de verschillende deelprogramma’s behoefte aan ruimte voor werken. Zo verandert de behoefte aan kantoorruimte en aanverwante functies, is de ruimtebehoefte voor winkels stabiel, maar verandert wel het karakter van onze centrumgebieden en ligt er voor ons een uitdaging als het gaat om het uitbreiden van onze recreatieve sector. De hoeveelheid ruimte in Soest is echter beperkt en de behoefte naar ruimte is groot, ook gelet op andere ruimtevragers zoals Wonen. Daarnaast hangen onderwerpen als verduurzaming en mobiliteit hier nauw mee samen. Het parallel opstellen van een Omgevingsprogramma Werken samen met een aantal andere omgevingsprogramma’s zorgt ervoor dat we een integrale afweging kunnen maken. Werkfuncties op bedrijventerreinen zijn onderhevig aan diverse trends en ontwikkelingen (robotisering, automatisering, digitalisering, etc.) die een effect hebben op het type werk dat plaats vindt op bedrijventerreinen. Daarnaast is het door de externe druk (wonen, recreëren, energie, milieu, mobiliteit, etc.) nodig om de ruimte niet alleen effectiever en efficiënter te

gebruiken, maar ook om te kijken naar functieverandering en -menging om bedrijventerreinen geschikt(er) te maken voor de banen van de toekomst. Bovendien is de omvang van de hoeveelheid bedrijventerrein de laatste jaren afgenomen door transformatie, wat effect heeft op de werkgelegenheid. Het gaat hierbij om transformatie van verspreide bedrijvenlocaties. Het Omgevingsprogramma Werken geeft richting in waar we als gemeente naar toe willen. Opstellen van beleid voor bedrijventerreinen binnen het omgevingsprogramma Werken is tenslotte nodig om richting regio en provincie een duidelijk standpunt in te kunnen nemen in de discussie over nieuw te realiseren bedrijventerrein binnen onze gemeente richting de toekomst. Voldoende kantoorruimte voor bedrijven of ZZP-ers draagt eveneens bij aan de vitaliteit. Elke inwoner die woont én werkt in Soest zal meer binnen de gemeentegrenzen besteden. Dat komt ten goede aan de retailvoorzieningen (detailhandel, horeca, dienstverlening) en daarmee aan de vitaliteit. Aan de slag met toekomstbestendige centrumgebieden Het hebben van detailhandel dat past bij de inwoners van Soest en Soesterberg, gelegen in aantrekkelijke retailconcentraties met toekomstbestendige supermarkten en aanvullend aanbod draagt eveneens bij aan de vitaliteit en leefkwaliteit. Op dit moment is het aanbod niet in alle concentraties op orde.

Ook is er her en der sprake van (structurele) leegstand, wat afbreuk doet aan de beleving en de verblijfskwaliteit. Het omgevingsprogramma Werken moet (nieuwe) handvatten bieden om onze winkelgebieden aantrekkelijk(er) te maken en te houden Meer aandacht nodig voor recreatie & toerisme Onderdeel van een vitale en kwalitatief hoogwaardige woon- en werkomgeving is de mogelijkheid om te recreëren. Hier ligt voor Soest een belangrijke opgave, voor haar eigen inwoners, maar ook voor de regio. De sector recreatie & toerisme neemt een ander / aanvullend type werkgelegenheid met zich mee, die van grotere toegevoegde waarde kan zijn dan die op dit moment is in het brede palet van werkgelegenheid dat we nastreven. Samengevat: onze opgave Als we geen antwoord geven op de hierboven genoemde ontwikkelingen, komt de werkgelegenheid van Soest in het geding. De gemeente Soest staat daarom voor de opgave om met de bovenstaande uitdagingen aan de slag te gaan. We vertalen dat in onze hoofdopgave: “DE OPGAVE IS OM TE STUREN OP MEER ARBEIDSPLAATSEN EN INTENSIVERING OP ONZE BEDRIJVENTERREINEN, AANDACHT VOOR DOENERS EN DENKERS. EEN GOEDE BALANS TUSSEN WONEN EN WERKEN, MET PASSENDE VOORZIENINGEN EN RUIMTE OM TE VERBLIJVEN EN TE RECREËREN”.

1.3 Doelstelling Soest is een aantrekkelijke gemeente waarin het goed wonen, werken, leven en recreëren is. De doelstelling is binnen de gemeente een breed palet aan werkgelegenheid te bieden, zodat wie in Soest woont, de mogelijkheid heeft hier ook te werken. Zo optimaliseren we de vitaliteit en leefkwaliteit van onze gemeente.

De zes doelen zijn hogere doelen. Dat betekent dat niet alleen het omgevingsprogramma werken bijdraagt aan het behalen van de doelen, maar bijvoorbeeld ook de andere omgevingsprogramma’s (Wonen, Mobiliteit, Energietransitie, Water en Groen). De doelen die geformuleerd zijn, sluiten aan bij de global goals van de Verenigde Naties. De hoofddoelen van programma werken sluiten aan bij de volgende global goals:

Binnen de zes hoofddoelen wordt ingegaan op subthema’s (onder de stippellijn). Dit is geen uitputtende lijst. Onderwerpen zoals luchtkwaliteit, geluid en (cultureel) erfgoed zijn ook onderwerpen waar aandacht voor moet en zal zijn (zie ook het schema in 3.2). Voor elk thema worden (zo mogelijk) in het omgevingsprogramma doelen geformuleerd die meetbaar en te monitoren zijn.

Ruimtelijke samenhang Doel: een eenduidige, heldere ruimtelijke structuur voor bedrijfslocaties, kantoorlocaties, centrum- & winkelgebieden en locaties voor toerisme & recreatie. We streven naar een eenduidige en heldere ruimtelijke structuur. Dit geldt in algemene zin en daarmee ook voor onze werklocaties. Zo helpt het klusteren van bedrijven op een bedrijventerrein om overlast te voorkomen. Als voorzieningen geclusterd worden, kunnen inwoners in één keer deze voorzieningen bezoeken. Als we onze kantoren zoveel mogelijk op goed per OV bereikbare locaties realiseren, dan draagt dit bij aan duurzame mobiliteit. Functionele samenhang Doel: een eenduidig functioneel samenhangend geheel van werklocaties, met een duidelijk en toekomstbestendig profiel. Een eenduidige ruimtelijke structuur hangt nauw samen met een eenduidige functionele structuur. Bedrijven kunnen elkaar versterken door bij elkaar in de buurt te zitten. Dat geldt voor bedrijven op een bedrijventerrein (denk aan een logistiek bedrijf dat wordt ingeschakeld door de overige bedrijven op het terrein), maar ook voor voorzieningen in de centrumgebieden. Het geheel is meer dan de som der delen, trekkracht genereer je juist door elkaars aanwezigheid, wat ten goede komt aan de vitaliteit. En: organiseer je werklocaties bij je voorzieningen, ook dan zal er positieve wisselwerking ontstaan.

Leefomgeving Doel: zorgen voor een prettige en leefbare omgeving Het groene en dorpse karakter van de gemeente Soest moet behouden blijven. Dit karakter bevordert de sociale cohesie, nodigt uit elkaar te ontmoeten, heeft een positief effect op het welbevinden en is daarmee de basis voor een prettige leefomgeving. Daar horen ook passende centrumgebieden bij met een diversiteit aan voorzieningen, waar mensen elkaar ontmoeten en verblijven, waar ouderen hun sociale contacten onderhouden en de leefomgeving haar steentje kan bijdragen aan het voorkomen van (sociaal) isolement. Dit alles draagt bij aan de vitaliteit, net zoals bedrijventerreinen met een groene(re) en natuurlijke(re) inrichting en recreatieve voorzieningen in de nabije werkomgeving. Klimaat Doel: Verminderen van CO2 uitstoot, wateroverlast en hittestress. Bijdrage leveren aan de energietransitie. - Werklocaties - en specifiek het vastgoed dat hierbij hoort - moeten bijdragen aan de verduurzaming. Denk aan duurzaam en natuur inclusief bouwen, het vasthouden van water op / bij gebouwen, gebouwen benutten voor energieopwekking, vergroening, waardoor er vermindering van hittestress bereikt kan worden. Soest heeft zich aangesloten bij het convenant duurzaam bouwen. De eisen in het convenant zorgen ervoor dat nieuwbouw beter bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittegolven en hevige regenbuien.

Dit voorkomt kosten en schade in de toekomst. Bovendien zorgen de energie-eisen voor een lagere energierekening voor ondernemers. Grote bedrijfsgebouwen lenen zich bovendien veelal voor duurzame opwekking van energie. Duurzame bouw heeft een kleinere impact op het klimaat. Daardoor draagt duurzame bouw minder bij aan klimaatverandering en de kosten die dat met zich meebrengt.

-

Door het bieden van een breed palet aan werkgelegenheid, kan wie woont in Soest, ook werken in Soest. Dat scheelt autokilometers. Op die manier wordt de CO2 uitstoot teruggedrongen.

Inclusiviteit Doel: randvoorwaarden voor evenwichtige werkgelegenheid creëren. We zoeken naar manieren om de vitaliteit in onze kernen te versterken door voor verschillende doelgroepen passende werk te bieden. Hiervoor kijken we naar werkgelegenheidssectoren en een mix van praktisch en theoretisch geschoolde arbeid. De werkgelegenheid is een afspiegeling van de Soester samenleving, met kansen voor diverse doelgroepen wat betreft opleidingsniveau en leeftijd, passend bij de (toekomstige) inwoners van Soest. - Door het bieden van een breed palet aan werkgelegenheid, kan wie woont in Soest, ook werken in Soest. Hierdoor worden reiskosten bespaard en wordt mobiliteitsarmoede voorkomen. Sinds juli 2016 is in Nederland het VN-Verdrag Handicap van kracht. Dit verdrag legt de rechten van mensen met een beperking vast en gaat over vele thema’s en terreinen, waaronder arbeid, onderwijs, wonen, verkeer en vervoer, zorg, ondersteuning, sport, cultuur, vrijetijdsbesteding en uitgaan. Binnen al deze thema’s is de ambitie gelijk: zorg ervoor dat mensen met een beperking gelijkwaardig kunnen meedoen in de samenleving (bron: VNG website). We vragen (ver)bouwers ervoor te zorgen dat de bedrijfsgebouwen toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel of met een rollator. Door bij het ontwerp hiermee rekening te houden kan dat (veelal) zonder extra kosten.

Bedrijven met een sociale doelstelling, die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij hen laten werken, dragen direct bij aan een inclusieve Soester samenleving. Hoe we in Soest met dit sociaal ondernemerschap om willen gaan, is ter uitwerking. Gezondheid Doel: bevorderen van een gezonde leefstijl met evenwicht tussen werken en ontspannen in de nabije omgeving Een vitale en evenwichtige leefomgeving biedt een optimale balans tussen werken enerzijds en ontspannen anderzijds. Naast ruimte om te werken is er ook ruimte nodig om te ontspannen, te recreëren. Ontwikkelen van werkgelegenheid betekent dus ook ontwikkelen van recreatie (& toerisme). Het behoud of versterking van natuur en biodiversiteit, plekken om te recreëren en het borgen en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan de gezondheid van onze inwoners. We stellen ons daarbij ook de vraag: wat verstaan we onder recreatie? Binnen en buiten de bebouwde kom, op een plek of als een route, actief of passief.

1.4 Rol van de gemeente Als gemeente hebben we een belangrijke rol in het scheppen van de randvoorwaarden, die nodig zijn voor het creëren van voldoende werkgelegenheid, die past bij de inwoners van Soest. Om de doelstellingen zoals omschreven in de voorgaande paragraaf, te bereiken en te borgen, hebben we sturingsmogelijkheden nodig.

Kaderstellend Diverse maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot meer druk op de beschikbare ruimte voor werken. Hier moeten we in ons beleid rekening mee houden en op inspelen. Het scheppen van ontwikkelmogelijkheden in ruimtelijke kaders is de primaire verantwoordelijkheid van de gemeente. Samenwerkend Het bereiken van onze doelstelling is alleen mogelijk door samenwerking met anderen. Met name ondernemers zijn in hierin belangrijk, maar ook investeerders en ontwikkelaars in vastgoed hebben een belangrijke rol. Zij zorgen voor de middelen en expertise in het realiseren van bedrijfsgebouwen, kantoren en ruimte voor voorzieningen. De gemeente Soest neemt haar plaats in binnen het grotere geheel van de regio Amersfoort en de Provincie Utrecht. Zowel op regionaal als op provinciaal niveau zijn er afspraken over de ontwikkeling van werklocaties, vastgelegd in het Regionaal Programma Wonen en Werken en het Ontwikkelbeeld 2030-2040 regio Amersfoort. Toetsend Vergunningverlening is een taak van de gemeente. Het toetsen of een voorgenomen programma voor ontwikkeling passend is binnen het ruimtelijk kader en bijdraagt aan de doelstellingen voor werken is een gemeentelijke rol. Uitvoerend Als gemeente hebben we een belangrijke rol voor een goede aansluiting van de werklocaties op de omgeving. Immers, een goede ruimtelijke ordening bepaald de leefbaarheid en omgevingskwaliteit.

De inrichting van de openbare ruimte is voor de gemeente, als eigenaar van die ruimte, een uitvoerende taak.

1.5 Rol van het omgevingsprogramma Zoals al aangegeven is een omgevingsprogramma een uitwerking van de Omgevingsvisie. In het programma werken we uit hoe we van de bestaande situatie naar de gewenst situatie willen komen. We formuleren beleid en maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het programma bevat de volgende onderdelen: - De uitwerking van het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving (artikel 3.5, onder a, Omgevingswet). - Maatregelen om aan omgevingswaarden te voldoen of maatregelen om een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken (artikel 3.5, onder b, Omgevingswet). Het Omgevingsprogramma Werken is een vrijwillig programma onder de Omgevingswet. Een vrijwillig programma wil zeggen dat dit type programma uit eigen initiatief en behoefte inzetbaar is. De Omgevingswet (Ow) noemt dit een onverplicht programma.

Onder de Omgevingswet vormen onze programma’s straks een belangrijke schakel tussen (de strategische beleidsdoelen uit) de Omgevingsvisie en (de juridische doorvertaling in de regels van) het Omgevingsplan. Een van de doelen van(uit) de programma's is dan ook om (zo mogelijk) (nieuwe) regels voor het toekomstig Omgevingsplan op te leveren. De regels in het Omgevingsplan bepalen immers uiteindelijk welke ontwikkelingen / initiatieven we willen toestaan.

2.

Kaderstelling

In dit hoofdstuk beschrijven we de kaders die vanuit het bestaande beleid aan het programma werken gesteld worden. Het gaat daarbij om zowel de Europese, landelijke, provinciale, regionale als lokale ‘Soester’ en financiële kaders. Ook is gekeken naar mogelijke relevante kaders van overige partners. We hebben een vertaling gemaakt naar wat deze kaders voor ons programma betekenen. We hebben daarbij aangegeven welke beleidsruimte is er, of dat deze mogelijk gecreëerd moet worden. Ook kijken we naar relevante kaders die vanuit ander beleid, andere omgevingsprogramma’s of andere documenten zijn vastgesteld. Tot slot is gekeken of er naast een inkadering van de opdracht in paragraaf 3.1 Opdrachtformulering ook inhoudelijke kaders voor de uitwerking zijn meegegeven in het coalitieakkoord, in de begroting (bijvoorbeeld financiële kaders) of in toezeggingen aan de gemeenteraad. In paragraaf 2.6 Benodigde aanpassing van kaders is aangegeven of er kaders ontbreken of dat juist kaders in tegenspraak met elkaar zijn. Wat dit mogelijk betekent, of bestaand beleid wellicht moet worden aangepast en wat daarvoor nodig is, wordt hierbij aangegeven. In onderstaande tekst wordt ingegaan op de belangrijkste kaders en wat deze voor Soest betekenen. In de bijlage is van diverse beleidsstukken een samenvatting opgenomen ter achtergrondinformatie.

2.1 Europese en landelijke kaders Klimaatakkoord De nieuwe klimaatwet uit het voorjaar van 2022 zet in op 55% CO2 reductie in 2030 en 95% CO2 reductie in 2050. De Rijksoverheid heeft deze doelstelling overgenomen in het coalitieakkoord en roept op om beleidsmatig in te zetten op 60% CO2 reductie om de beoogde 55% CO2 reductie te halen. Hiermee wordt verder invulling gegeven aan het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 waarin afgesproken is om de gemiddelde mondiale temperatuurstijging te beperken tot 2°C met inspanningen om het te beperken tot 1,5°C. In Nederland is met vele klimaatpartners een klimaatakkoord gesloten met de volgende doelstellingen CO2 reductie per thema: • • • • •

Elektriciteit: 20,2 Mton (megaton) Industrie: 14,3 Mton Gebouwde omgeving 3,4 Mton Mobiliteit 7,3 Mton Landbouw en landgebruik 3,5 Mton

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (de NOVI) is een langetermijnvisie voor het omgevingsbeleid van Nederland.

Wat betekent de NOVI voor Soest? Binnen de NOVI valt Soest onder de provincie Utrecht en daarna onder de regio Amersfoort. De NOVI doet op hoofdlijnen uitspraken over het landsdeel Noordwest, waarbij het belangrijkste voor Soest is dat de balans tussen economische groei en leefbaarheid de centrale opgave is. Dat betekent een opgave om continue een goede afweging te maken tussen economische ontwikkeling (waaronder de grootste ruimtevrager bedrijventerrein) en het behoud van onze groene omgeving: er wordt ingezet op een groene, gezonde en slimme leefomgeving. Soest bij uitstek voelt dit spanningsveld in de vragen die er voor onze gemeente voorliggen. Deze opgave vanuit de NOVI heeft zijn beslag gekregen in de POVI. Ladder duurzame verstedelijking Een laddertoets is nodig indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dat is een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouw of andere stedelijke voorzieningen’. Er is geen minimale omvang vastgelegd, er wordt gekeken naar de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Daarbij wordt ook gesteld dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt. Dit geldt ook als oppervlakte voor een toe te voegen gebouw.

Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Wat betekent de Ladder duurzame verstedelijking voor Soest? Op dit moment wordt er al getoetst aan de Ladder duurzame verstedelijking. Het overgrote deel van de activiteiten op het gebied van werken vinden plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Voor retail en kantoren zijn geen ontwikkelingen te verwachten buiten stedelijk gebied. In geval er sprake is van een nieuw bedrijventerrein of recreatieve of toeristische functies buiten stedelijk gebied dan zal de toets sowieso moeten plaatsvinden.

2.2 Provinciale en regionale kaders Provinciale Omgevingsvisie (POVI) In de provinciale omgevingsvisie (POVI, maart 2021 vastgesteld) staat hoe de provincie Utrecht de komende jaren wil omgaan met thema’s als groeiende woonbehoefte, de aantrekkende economie, bereikbaarheid en de energietransitie. De provincie Utrecht wil in 2050 duurzaam, gezond en veilig bereikbaar zijn. Wat betekent de POVI voor Soest? Met name het gebrek aan ruimte en daarmee de behoefte aan intensivering van het ruimtegebruik wordt vanuit de POVI gevoeld. Dit is op zich niet erg, maar brengt wel een

aantal uitdagingen met zich mee, met name daar waar het gaat om herstructurering en revitalisering van bedrijventerreinen. De kantorenmarkt in Soest is niet groot en hoewel het aanbod goed afgestemd moet zijn op de vraag en de kantorenvoorraad ook qua duurzaamheid toekomstbestendig dient te zijn, zit hier geen (ruimtelijk) knelpunt. M.b.t. de retail heeft Soest al geruime tijd het beleid om in te zetten op bestaande centrumgebieden en het verder concentreren hiervan. Binnen het kader van de POVI kan dit verder worden uitgewerkt zonder dat hier tegenstellingen zijn / ontstaan. Qua recreatie & toerisme moet een flinke stap voorwaarts worden gezet. Dit vereist het verkrijgen van nader inzicht in behoeften middels onderzoek) en een integrale benadering daar waar het gaat om het toevoegen van functies binnen en buitende bebouwde kom. Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal 2030 – 2040 Het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort laat de toekomst zien van de regio. Er is een directe relatie tussen het RPWW en het Ontwikkelbeeld. Wat betekent het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort voor Soest? In het Ontwikkelbeeld wordt de centrale positie van de regio, maar ook van Soest bevestigd. We liggen centraal in Nederland en in de provincie, hebben en mooie mix van wonen en werken en een van nature aantrekkelijk landschap. Echter, we hebben (mede hierdoor) ook gebrek aan ruimte.

Dat betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt. Daarbij is wel duidelijk dat het gaat om behoud en versterking van vitaliteit en economische dynamiek. Ook het kunnen bieden van een breed palet aan werkgelegenheid voor zowel denkers als doeners komt hier wederom naar voren. Het Ontwikkelbeeld gaat uit van knooppuntontwikkeling: gebruik maken van bestaande stations en een voorgenomen HOV-lijn langs Soesterberg. Voor Soest geldt dat de ruimte in de kern zeer beperkt is, dus daarmee zijn de ontwikkelmogelijkheden ook beperkt. Voor Soesterberg geldt dat er al veel ontwikkelingen gaande zijn en verdere grootschalige verstedelijking ligt gezien de aanwezigheid van natuur niet voor de hand. De ontwikkeling van werklocaties spitst zich derhalve toe aan (primair) de eigen behoefte, gericht op behoud en versterking van de vitaliteit. De regionale vraag ligt primair aan de noord- en oostkant van Amersfoort. Provinciaal Programma Wonen en Werken (PPWW) Doel van het PPWW is om als overheden met elkaar in gesprek te blijven over de opgave voor wonen en werken via een cyclisch proces van programmering, monitoring, evaluatie en bijsturing. Hierdoor kan worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en kansen die zich voordoen waarmee flexibel en adaptief kan worden geprogrammeerd. Het PPWW bevat de essentie van de drie regionale programma’s (RPWW).

Het PPWW wordt elke anderhalf jaar geactualiseerd (parallel cyclus aan regionaal programmeren), inclusief een planMER. Het PPWW is uitgewerkt in het RPWW (zie hieronder).

Regionaal Programmeren Wonen en Werken (RPWW) In de provinciale Ontwerp-Omgevingsvisie en verordening is een nieuwe systematiek voor woon- en werklocaties geïntroduceerd. Daarin neemt regionale programmering een belangrijke plaats in: gemeenten, regio en provincie stellen samen een regionaal programma voor woon- en werklocaties op, dat op basis van monitoring en evaluatie regelmatig kan worden bijgesteld. Provinciale staten stellen de kaders voor deze regionale programma’s vast. Wat betekent RPWW voor Soest? Bedrijventerreinen - Er is beperkt ruimte voor uitbreiding van de bedrijventerreinen, de vraag is groter dan het aanbod1. - De provincie wil primair inzetten op herstructurering, revitalisering, verduurzaming en efficiënt ruimtegebruik op bestaande terreinen. Voor uitbreiding of nieuwe locaties spreekt men van terughoudendheid. Toch staat in het algemene deel van de POVI (onderdeel 4) een interessante alinea die stelt: in specifieke gevallen wel ruimte voor uitbreiding van een bedrijventerrein, mits er geen mogelijkheden zijn voor herstructurering, geen mogelijkheden in bestaand stedelijk gebied en het past in de aanwezige infrastructuur. Dit biedt wellicht mogelijkheden die nader onderzocht moeten worden. - Ook stelt de provincie in de POVI dat men in eerste instantie alleen de behoefte van lokaal en regionaal gevestigd bedrijfsleven wil accommoderen.

Ruimte voor andere bedrijven lijkt beperkt. De omvang en wijze wil zij bepalen met gemeenten en regio in een regionaal programma bedrijventerreinen. De verhouding ruimtevraag en aanvulling aantal arbeidsplaatsen is onderdeel van de afweging. Dit vraagt dus aandacht, al lijkt er door het voorstel van opstellen van het regionaal programma bedrijventerreinen wel ruimte te zijn om hier maatwerk over af te gaan spreken. Dat betekent wel dat Soest en daarmee ook de regio Amersfoort strak in de wedstrijd moet gaan zitten, wil ze hier ruimte krijgen. - In het Regionaal Programma Wonen en Werken vindt regionale afstemming plaats op welke locaties er bedrijventerreinontwikkelingen (mogen) plaatsvinden. Na deze afstemming beoordeelt de Provincie in de 1,5-jaarlijkse cyclus de voorgestelde locaties. Bij verplaatsing van bedrijven stelt de Provincie dat 80% van het oorspronkelijke oppervlak terug mag komen in verband met de beoogde intensivering. In het RPWW zoals dat onlangs voor de tweede cyclus is opgesteld wordt uitgegaan van 21 – 36,3 ha totaal nog in te vullen bedrijventerrein in de periode 2022 – 2040 voor de regio Amersfoort. Als compensatie voor de transformatie van Soesterberg-Noord (Kamer 2 en 3) wordt nu een metrage aangehouden van 9 ha bedrijventerrein. Rekening houdend met de intensiveringsopgave van 20% zou Soest dus 7,2 ha. ‘tegoed’ hebben.

Dit staat los van de uitgegeven kavels op de Richelleweg, die inmiddels reeds uitgegeven zijn en waar bedrijven uit Kamer 1 naar zijn uitgeplaatst. 1 De Provincie liet bureau Stec in 2019 / 2020 een onderzoek uitvoeren naar de ruimtevraag voor

bedrijventerreinen. Hier kwam uit dat er tot 2030 behoefte was aan circa 85 ha (met verrekening van harde plancapaciteit en potentiële vervangingsvraag). Vervolgens is de Provincie gestart met het Regionaal Programmeren Wonen en Werken (RPWW), waar in een cyclus wordt gestuurd op de uitbreidingsbehoefte en mogelijkheden.

-

-

Bij intensivering is schuifruimte nodig. Bij een frictieleegstand van 5% gaat dat in principe goed. Op dit moment is de leegstand lager dan de frictieleegstand. Dat beperkt de mogelijkheden om te schuiven. Extra uitbreidingsruime is dan erg belangrijk. Het is dus essentieel om ruimte die vrijkomt zoveel mogelijk als ‘schuifruimte’ in te zetten, om in de rest van het gebied verhuisbewegingen op gang te helpen. Voorbeeld is de toekomstige invulling van het TBS-terrein. Voor Soest is het belangrijk dat enerzijds de ruimte voor bedrijven wordt gecompenseerd voor de hectares die getransformeerd zijn en worden (vanaf 1-1-2019) met een oppervlak kleiner dan 1 ha.. Tussen 1-1-2019 en 1-1-2023 ging het om 4,3 ha. Anderzijds is het belangrijk om het kazerneterrein bij Soesterberg geprogrammeerd te krijgen als nieuwe locatie. Deze locatie zal zijn plek moeten krijgen in de nieuwe behoefteraming, waarvan de uitkomsten in Q2/Q3 van 2023 bekend zijn. Dat betekent dat dit input wordt voor de 3e cyclus regionaal programmeren, die wordt vastgesteld door de provincie in 2024.

Kantoorlocaties De provincie zet nadrukkelijk in op kantoorlocaties op een beperkt aantal knooppunten. Soest is daarbij niet in beeld, wat betekent dat de kantoren die de gemeente rijk is, voor de provincie niet heel relevant zijn. Daar waar sprake is van structurele leegstand zal de provincie transformatie naar andere functies conform hun uitgangspunten niet in de weg staan. Met betrekking tot het toevoegen van kantoormeters betekent dit dat grootschalige ontwikkelingen in Soest een no-go zijn, maar dat kleinschalige ontwikkelingen nabij knooppunten voor de eigen markt niet op voorhand op bezwaren lijken te stuiten. Hetzelfde zal waarschijnlijk gelden voor kantoormeters die verplaatst worden – en daarmee incourant aanbod doen verdwijnen (qua gebouw dan wel locatie). Hier worden geen specifieke uitspraken over gedaan. Retail De provincie geeft aan dat er voldoende planologische ruimte (in bestaande plannen) beschikbaar is voor perifere detailhandel (PDV). Nieuwe concentraties zijn niet gewenst. In Soest hebben we een paar PDV locaties, waar mogelijk op korte of langere termijn veranderingen plaatsvinden. Binnen de vigerende bestemmingen zijn de mogelijkheden van de gemeente overigens beperkt als het gaat om het bepalen van de toekomstige functies. Er wordt m.b.t. centrumgebieden geen directe uitspraken gedaan.

Aanknopingspunt zit echter wel in de inzet van de provincie voor het realiseren van informele kleinschalige bedrijfsruimten. Hier ligt een duidelijke koppelkans met (het versterken van) de centrumgebieden. Recreatie & Toerisme - De zone tussen Amersfoort en Soest is aangemerkt als recreatieve zone. Dit is de groene buffer tussen de twee stedelijke gebieden. Om dit gebied verder op de kaart te zetten als recreatiezone, is het mogelijk om hier recreatieve voorzieningen toe te voegen.

-

-

Het is zinvol om de recreatieparken met het huidig gebruik goed op het netvlies te hebben. Dit is de intentie van de provincie en kan Soest helpen in het verbeteren en optimaliseren van haar parken (als onderdeel van de integrale visie). Er liggen kansen om recreatieve functies te combineren met landbouw. Wat de mogelijkheden zijn moet onderzocht worden. De Eem biedt mogelijkheden voor het uitbouwen als toeristische/ recreatieve bestemming.

Groen groeit mee In 2022 heeft de gemeente Soest het Provinciaal convenant Groen Groeit Mee ondertekend. In dit programma werken de provincie Utrecht, drie regio’s (U16, het Utrechtse deel van Foodvalley en Regio Amersfoort) en vier waterschappen samen aan de realisatie van groene opgaven. Doel van het programma is het in balans brengen van de verstedelijkingsopgaven (infrastructuur, woningbouw, werklocatie en energie) en de groene ontwikkeling van de regio. Wat betekent Groen Groeit Mee voor Soest? Voor de ontwikkelingen in Soest zijn de volgende twee punten uit dit convenant van belang: 1. De gemeente neemt de opgave van Groen Groeit Mee in de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, omgevingsbeleid en in visies voor te ontwikkelen gebieden. 2. De gemeente zet zich ervoor in dat bij integrale gebiedsontwikkeling (waaronder woningbouw) de bijbehorende groenopgave gelijkwaardig meegenomen wordt. Retailvisie Provincie Utrecht In de Provinciale Retailvisie wordt een beeld geschetst van de detailhandelsstructuur in de provincie Utrecht, de knelpunten en de rol van de provincie. Wat betekent het Retailbeleid van de Provincie Utrecht voor Soest? De inzet op de bestaande winkelvoorzieningen en geen nieuwe concentraties toe te staan is ook het beleid dat Soest al geruime tijd heeft.

Ook het belang van de supermarkt als drager voor het functioneren van de winkelgebieden wordt in Soest zo ervaren. Onder de noemer van het behoud aan vitaliteit lijkt het logisch om goed te kijken naar andere functies dan detailhandel die onze centrumgebieden ook op langere termijn kunnen versterken. Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (actualisatie 2016) In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) wordt het ruimtelijk beleid van de provincie Utrecht voor de periode tot 2028 beschreven. Het primaire doel van de PRS is de provincie aantrekkelijk houden om te wonen, werken en recreëren. Wat betekent de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie voor Soest? In de Provinciale ruimtelijke Structuurvisie staan geen andere beleidskaders dan al in andere documenten zijn genoemd.

2.3 Omgevingsvisie en lokale kaders Omgevingsvisie gemeente Soest De Omgevingsvisie is hét document waarin de doelen en ambities staan waar via de omgevingsprogramma’s aan wordt gewerkt. De strategische doelen als omschreven in de Omgevingsvisie zijn: - In 2040 is de omvang van onze bedrijventerreinen even groot als nu, maar de bestaande terreinen worden intensiever gebruikt. Per hectare zijn er meer arbeidsplaatsen en meer bedrijven. - Er zijn 7 specifieke gebieden om elkaar te ontmoeten; de centrumgebieden. - In 2040 zijn onze OV-knooppunten levendiger en ze trekken meer in- en uitstappers. Het zijn gebieden voor recreëren en ontspannen, wonen en werken. - In 2040 zijn er meer regionale recreanten dan nu in onze gemeente, vooral meer dan nu in de kernen en in de polder. In de bossen en de natuurgebieden is er een groter verschil dan nu tussen drukke en rustige delen. - In de polder is een gevarieerder gebruik van de ruimte. Niet alleen maar landbouw, maar ook verschillende vormen van recreatie, natuurontwikkeling, zwemplekken of kleine plukbossen. Coalitieakkoord gemeente Soest Hieronder staan de voor het Omgevingsprogramma Werken relevante passages weergegeven. Algemeen: Een sterke lokale economie, waaronder in onze groene gemeente ook recreatie en toerisme, is van groot belang voor ons.

We willen een sterk ondernemersklimaat: openstaan voor nieuwe, innovatieve ideeën en (maatschappelijk) ondernemerschap. Daarom werken we voortdurend aan de ontwikkeling van de lokale economie en de werkgelegenheid. Hoofdthema’s: 1. Transformatie Defensieterreinen: het huidige Defensieterrein is in beeld voor een grote transformatie, met kansen op het gebied van werkgelegenheid, volkshuisvesting, verduurzaming, energieopwekking of m.b.t. cultureel erfgoed. Deze plannen komen nog boven op de beoogde aankoop van Defensieterreinen voor de uitplaatsing van bedrijven op de kamers 2 en 3 van Soesterberg. 2. Zondagsopenstelling: de openingstijden op zondag zijn in de omliggende gemeenten Baarn en Amersfoort nu ruimer dan in Soest. De wens ligt er om met de samenleving het gesprek over aan te gaan. 3. Transformatie niet-woningen naar woningen: het toevoegen van (leegstaande) nietwoningen aan het woningbestand wordt als positieve ontwikkeling gezien. Dit moet evenwel weloverwogen gebeuren, met verantwoorde keuzes. Bovendien willen we dit onderwerp in samenhang bezien met het gemeentelijk retailbeleid. 4. TBS-terrein: naar aanleiding van een door de raad aangenomen motie is er een onderzoek uitgevoerd naar werklocaties en de mogelijkheden van intensivering van het

ruimtegebruik, verkleuring naar andere vormen van bedrijvigheid en transformatie naar woningen. Dit onderzoek is een bouwsteen voor het Omgevingsprogramma Werken. 5. Parkeren is en blijft gratis. Lokale kaders – huidige beleidsdocumenten gemeente Soest Op dit moment is er een aantal beleidsdocumenten vigerend, dat als onderdeel van het Omgevingsprogramma Werken opgesteld, herzien of herijkt zal worden. Hieronder volgt kort een weergave van het vigerende beleid Toetsingskader Ruimte voor bedrijven 2017 - 2027 Het toetsingskader geeft inzicht in de (fysieke) ruimtevraag voor bedrijfs- en kantoorpanden in Soest en Soesterberg voor de periode tot en met 2027. Bij schrijven van het toetsingskader (2017) waren er nog kavels op bedrijventerrein Richelleweg beschikbaar. Dit is inmiddels achterhaald. Wel was toen al duidelijk dat door de lokale binding die veel Soester bedrijven hebben met Soest, er uitbreidingsbehoefte zou gaan ontstaan. Met betrekking tot de kantoorruimte werd al geconstateerd dat er meer aanbod dan vraag was. In Soesterberg was er ruimte voor transformatie naar andere functies, in Soest was en is vraag en aanbod meer in balans en lag en ligt transformatie minder voor de hand. Bij het opstellen van het Omgevingsprogramma Werken wordt het toetsingskader gebruikt als vertrekpunt voor het nieuw op te stellen beleid.

Het recente onderzoek van Decisio (2022) als ook diverse regionale onderzoeken naar bedrijventerreinen en kantoorlocaties dienen eveneens als input. Naar alle waarschijnlijkheid zal er voor het deelprogramma Bedrijven als ook voor het deelprogramma Kantoren een apart document worden opgesteld als onderdeel van het totale Omgevingsprogramma Werken. Retailbeleid 2016 – 2026 In 2016 is het Retailbeleid 2016 – 2026 van de gemeente Soest vastgesteld. Het beleid schetst de uitgangspunten voor de ontwikkelruimte voor de retail in Soest en Soesterberg. Kernwaarden in het lokale beleid zijn: concentratie, vernieuwing en versterking. In het beleid wordt onder andere het volgende benoemd: - Detailhandel is voorbehouden aan de winkelgebieden. Perifere detailhandelsvestigingen en grootschalige detailhandelsvestigingen zijn niet gewenst in winkelgebieden. - Distributief is er geen ruimte om winkelmeters toe te voegen voor grootschalige en perifere detailhandel. De gemeente staat het niet toe dat er nieuwe meters aan het aanbod worden toegevoegd, tenzij de noodzaak tot toevoeging van meters wordt aangetoond. - De beste plekken voor grootschalige en perifere detailhandel zijn goed bereikbare zichtlocaties. - Winkelcentrum Overhees en Smitshof worden bij voorkeur samengevoegd. - De solitaire supermarkten Hoogvliet en Boni verplaatsen naar een van de bestaande centrumgebieden.

Bij het opstellen van het Omgevingsprogramma Werken wordt het retailbeleid herijkt. Er zijn sinds 2016 diverse ontwikkelingen geweest in het winkelaanbod die hiertoe aanleiding zijn. Daarbij spelen de supermarkten een belangrijke rol, maar ook de veranderende functie van onze centrumgebieden en autonome ontwikkelingen, zoals de toekomst van het voormalige Wooncentrum Soesterberg dat is afgebrand. Naar alle waarschijnlijkheid zal er voor het deelprogramma Retail een apart document worden opgesteld als onderdeel van het totale Omgevingsprogramma Werken. Beleidsplan Recreatie en Toerisme 2012 – 2022 Het vigerende beleidsplan Recreatie en Toerisme is een (eerste) integraal beleidsdocument voor deze sector. Centrale ambitie was met behoud en versterking van het groene karakter gecontroleerd de recreatiemogelijkheden vergroten en het laten groeien van de toeristische bestedingen tot 100 miljoen in 2020 om zo de werkgelegenheid en economische vitaliteit van de gemeente te stimuleren. Het beleidsplan is inmiddels ruim 10 jaar oud en toe aan vernieuwing. Bij het opstellen van het Omgevingsprogramma Werken wordt deze sector meegenomen. Naar alle waarschijnlijkheid zal er voor het deelprogramma Recreatie & Toerisme een apart document worden opgesteld als onderdeel van het totale Omgevingsprogramma Werken.

Horecabeleid buitengebied Soest 2019 - 2029 Het beleidsdocument ‘Horecabeleid Buitengebied’ is recent en up to date. Insteek van het beleid is ervoor zorgen dat enerzijds genoten kan worden van het buitengebied met ondersteuning van horeca, anderzijds verdient het buitengebied ook een zekere mate van bescherming. Het document moet handvatten voor afweging geven voor het al dan niet toestaan van nieuwe horeca initiatieven. Genoemde horecabeleid wordt als een gegeven beschouwd en onder de ‘kapstok’ Omgevingsprogramma Werken gehangen. Horeca binnen de bebouwde kom valt onder het retailbeleid.

2.4 Kaders van partners Er zijn geen kaders voor buurgemeenten of andere partners.

2.5 Financiële en organisatorische kaders Het huidige uitvoeringsbudget voor Economische Zaken bedraagt circa € 170.000,- per jaar, waarvan ongeveer € 120.000,- wordt besteed aan diverse terugkerende zaken zoals aankoop van data, bijdragen aan regionale en provinciale organisaties en ondersteuning van diverse platforms zoals BMO (Bedrijven Management Organisatie) en RBT (Regionaal Bureau voor Toerisme). Er is (beperkt) ruimte voor het laten uitvoeren van onderzoek en aanpassen van beleid. Er is momenteel geen uitvoeringsprogramma.

Voor de uitvoering van het op te stellen omgevingsprogramma Werken (in principe uit te werken in een uitvoeringsprogramma) is het huidige budget niet voldoende. Immers, met de ambities en doelstellingen als geformuleerd in deze startnotitie is duidelijk dat er meer inzet nodig is bijvoorbeeld voor: - Uitwerking en actief acteren op / stimuleren van het verwezenlijken van het recreatieve en toeristische aanbod; - Verduurzamen van de huidige bedrijven(terreinen) met alle maatregelen en werkzaamheden die hierbij horen. Dit gaat niet alleen over projectmanagement, maar mogelijk ook over het voeren van een actief grondbeleid om zo écht tot een verduurzaming van onze terreinen te komen (meer groen, meer blauw, bevorderen biodiversiteit en klimaatadaptatie), te intensiveren en meervoudig ruimtegebruik actief te stimuleren; - Structurele inzet voor verbetering van de centrumgebieden, bijvoorbeeld door middel van een centrummanager; - Stimuleren werkgelegenheid voor ondervertegenwoordigde branches, om zo de werkgelengheid breed te krijgen / te houden / te verbreden en inclusiever te maken waar nodig. De omvang van het benodigde budget wordt duidelijk bij de uitwerking van het omgevingsprogramma zelf. Daarnaast is het nadrukkelijk de bedoeling om te gaan werken met een uitvoeringsprogramma.

Ten opzichte van het huidige (beperkte) budget is de verwachting dat er extra middelen beschikbaar gesteld moeten worden. We zoeken naar koppelkansen met doelstellingen uit andere programma’s en sluiten aan bij reeds geplande maatregelen, waardoor meerwaarde en efficiëntie wordt bereikt. Waar nodig worden in projecten aanvullende voorbereidingskosten geraamd, om tijdelijke capaciteit in te huren of projecten extern te kunnen beleggen. We kunnen een deel van de investeringen die nodig zijn voor de ruimtelijke ontwikkelingen verhalen op de initiatiefnemers. Dat gaat enerzijds over de openbare ruimte (hiervoor zijn onlangs richtlijnen opgesteld) maar het gaat anderzijds ook op kosten die door ons gemaakt moeten worden om initiatiefnemers van advies te voorzien.

2.6 Aandachtspunten bij kaderstelling We nemen de in dit hoofdstuk omschreven kaders mee bij het schrijven van het omgevingsprogramma Werken. We beschouwen dit als richtinggevende kaders. Daarmee bedoelen we dat deze kaders wel het uitgangspunt vormen voor het programma, maar dat ze niet bindend zijn. Waar nodig kunnen we bij het schrijven van het programma gemotiveerd van deze kaders afwijken. Dat betekent dat we bij afwijkingen van kaders terugkomen bij de gemeenteraad voor aanpassing van de kaders. In lijn hiermee kunnen we constateren we wel dat bij Bedrijven(terreinen) het beleid schuurt: - Een van de kaders is het uitgangspunt dat ‘de omvang van de hoeveelheid bedrijventerrein in 2040 gelijk is aan dat van nu’, maar dan intensiever gebruikt. Dit

-

-

-

komt in een aantal beleidsdocumenten terug, waaronder de Omgevingsvisie. Hier tegenover staat de druk op de ruimte en de behoefte (en opgave vanuit de provincie) om te intensiveren. Dit betekent dat we niet alleen kijken naar de kwantiteit (van het oppervlak bedrijventerrein) maar ook naar de kwaliteit (omvang en breedte van de werkgelegenheid). Daarom sturen we niet alleen op de omvang van onze bedrijventerreinen – denk daarbij aan uitbreidingsruimte voor bedrijven en compensatie voor getransformeerde bedrijfslocaties in de regio en bij de provincie – maar kijken we ook kritisch naar wel type werkgelegenheid we in Soest willen hebben en welke ruimtebehoefte dit met zich meebrengt. Kwalitatieve en kwantitatieve aspecten wegen we tegen elkaar af. Het nuanceren van het uitgangspunt ‘kwantiteit’ heeft vooral consequenties voor onszelf, aangezien we geen regionale opgave hebben. We hebben evenwel ruimte nodig voor uitbreiding van ons bedrijventerreinen areaal, te meer er de afgelopen jaren bedrijfsruimte is verdwenen doordat kleine bedrijfslocaties zijn getransformeerd naar woningbouw. We willen deze ruimte graag ‘gecompenseerd’ zien in het overleg met regio en provincie via het Regionaal Programmeren Wonen en Werken. Hier is inmiddels ruimte voor geboden, mits goed onderbouwd.

In de uitwerking van het omgevingsprogramma zal moeten blijken wat de mogelijkheden zijn voor kwalitatieve verbetering en of met de gewenst verdichtingsopgave er ook daadwerkelijk voldoende bedrijven zich blijvend binnen de gemeente zich kunnen vestigen en de werkgelegenheid kan toenemen. Om bij bestaande bedrijventerreinen tot vernieuwing, intensivering en verduurzaming te komen, is het nodig om enige schuifruimte te hebben. Op die manier kunnen bedrijven nieuwe panden betreden en oud vastgoed worden gesloopt of gerenoveerd.

Voor het omgevingsprogramma Werken is verder de doelstelling vanuit energietransitie van belang: we gaan uit van het verhogen van de doelstelling voor het reduceren van de CO2 uitstoot in 2030 tot 55% ten opzichte van 1990, zoals voorgesteld wordt in de startnotitie van het omgevingsprogramma energietransitie.

3.

Opdracht

In dit hoofdstuk staat de opdracht om te komen tot een omgevingsprogramma centraal. Wat doet het programma wel en niet, wat is nodig om tot een programma te komen en wat verwachten we van het eindresultaat?

3.1 Opdrachtformulering In het Omgevingsprogramma Werken kijken we vooruit tot 2040 en brengen we in beeld hoe we de werkgelegenheid in de toekomst laten meegroeien met het aantal inwoners, hoe we deze breed houden, voor denkers en doeners, en hoe we deze werkgelegenheid ruimtelijk optimaal kunnen faciliteren. Daarbij maken we integrale afwegingen tussen werken, wonen en recreëren, zetten we in op verduurzaming in brede zin en zorgen we voor een goede en toekomstbestendige bereikbaarheid.

3.2 Raakvlakken en samenhang met andere programma’s Een van de doelen van de Omgevingswet is het in samenhang benaderen van de fysieke leefomgeving, om zo een balans te bereiken tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving. Het Omgevingsprogramma Werken kan dan ook niet los worden gezien van andere ruimtevragers in de fysieke leefomgeving. Het gaat hierbij niet alleen over Wonen, Mobiliteit, Energie, Water en Groen, waarvoor we nu ook de Omgevingsprogramma’s opstellen. Ook andere ruimtevragers, zoals groen, natuur en sporten hangen nauw samen met het programma Werken, evenals op te stellen gebiedsvisies, zoals de ontwikkeling rond Defensie/ Amersfoortsestraat.

Figuur: de radars met de Omgevingsprogramma’s die momenteel worden uitgewerkt. Daar ligt op dit moment de focus op en zijn daarom centraal en groot afgebeeld.

De ruimtevragers zijn allen onlosmakelijke verbonden met elkaar. Als radars, waarbij het draaien aan één radar direct invloed heeft op een ander radar. Dit betekent dat het opstellen van het omgevingsprogramma vanuit deze integrale benadering bezien wordt. Niet alleen m.b.t. de programma’s die nu worden uitgewerkt, maar ook als het gaat om de interactie met andere onderwerpen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan cultureel erfgoed of beleid m.b.t. geluid en lucht in relatie tot de kwaliteit van de leefomgeving. Ook in de uitvoering van het programma krijgen we te maken met een integrale aanpak. Doelstellingen die een integrale aanpak vergen, buiten de kaders van het eigen omgevingsprogramma, worden integraal aangepakt. Deze integrale ‘projecten’ komen dan ook terug in de verschillende (uitvoerings-)programma’s.

Samenhang met andere Omgevingsprogramma’s Voor ‘Werken’ geldt dat er ontwikkelingen gaande zijn die een nauwe samenhang hebben met de andere programma’s. Zo ‘concurreert’ Werken met Wonen als het gaat om de beperkte ruimte, maar kunnen doelstellingen m.b.t. energietransitie en verduurzaming van onder meer onze bedrijventerreinen alleen gehaald worden als er sprake is van een integrale aanpak tussen de programma’s. En willen we bereikbaar blijven, dan zullen de mogelijkheden en onmogelijkheden vanuit Mobiliteit ook diverse ruimtelijke afwegingen m.b.t. ‘Werken’ beïnvloeden. Deze en meer zaken zijn hieronder uitgewerkt. Wonen - Wonen en Werken strijden met elkaar om ruimte, maar zijn tegelijkertijd nauw met elkaar verbonden; ze hebben elkaar nodig en horen in zekere zin bij elkaar. Woon- en werklocaties hebben soms wel, maar soms ook geen overlap. Voor de potentiële ontwikkellocatie zal per locatie een afweging gemaakt moeten worden van de gewenste invulling.

- Aan de hand van (on)mogelijkheden voor transformatie en verkleuring op bestaande locaties zal geïnventariseerd worden in hoeverre het mogelijk en wenselijk is om de bestaande ruimte óók te kunnen benutten voor het realiseren van toekomstige woonopgaven op bedrijventerreinen Mobiliteit - De mobiliteitsvisie zal inzichtelijk moeten maken welke kansen voor intensivering, verkleuring en transformatie ook daadwerkelijk verzilverd kunnen worden. Daarnaast moet het investeringskansen in de infrastructuur, uitgaande van het STOMP-principe, inzichtelijk maken.

-

-

Diverse zaken zijn ter uitwerking op het snijvlak werken en mobiliteit, zoals welke kansen er zijn om stationslocaties ook als werklocatie te ontwikkelen in de toekomst en hoe we in de toekomst omgaan met de bereikbaarheid van onze centrumgebieden in relatie tot leefbaarheid en verblijfskwaliteit. Inzichtelijk moet worden wat de ontwikkeling van Recreatie & Toerisme heeft op de verkeersbewegingen, hoe het STOMP principe hier kan worden toegepast en – indien zich hier knelpunten voordoen – hoe dit op te lossen is.

Energietransitie Vanuit Energietransitie is er een aantal raakvlakken met het omgevingsprogramma Werken evident. Het gaat dan onder meer om: - Het duurzaam en energieneutraal (CO2Figuur: voorbeeld van samenhang tussen neutraal) bouwen. drie omgevingsprogramma’s - Gebruik van het vastgoed, zowel dakoppervlakten als gevels, voor het opwekken van energie (met name zon). - Installeren van collectieve warmtepompen bij (grootschaligere) nieuwbouw of om gebieden van het gas af te krijgen. Water, riolering en klimaatadaptatie - Op het raakvlak van het Omgevingsprogramma Werken en het programma Water, Riolering en Klimaatadaptatie moet worden onderzocht of er in de gebieden van de werklocaties meer kan worden gedaan aan klimaatadaptatie en wat eventuele veranderingen in functiegebruik of intensivering van functies betekenen voor het programma Water, riolering en klimaatadaptatie. Groen In het programma Groen staan enerzijds het stedelijk groen en anderzijds het landschap rondom de kernen centraal. Het in stand houden en het ontwikkelen van groen en hoe dit bijdraagt aan een gezonde leefomgeving is de basis van dit programma. Voor het programma Werken is groen essentieel, niet alleen voor de leefkwaliteit, maar ook als tegenhanger voor het ‘vastgoed’ dat nodig is om in te kunnen werken. We willen daarom integrale kansen benutten door samen te werken aan vergroening van onze werklocaties.

3.3 Afbakening van het programma Het Omgevingsprogramma Werken gaat in de basis over de werkgelegenheid in Soest en de ruimtebehoefte die deze werkgelegenheid heeft. Het gaat over het karakter van onze arbeidsmarkt en het sturen op sectoren om dit te bewerkstelligen / te behouden of verbeteren. Het gaat ook over werkgelegenheid in onze retail, in toerisme en recreatie en over de ruimtevraag van kantoren en bedrijfsruimten. Gezien de sterke onderlinge samenhang tussen de verschillende 'arbeidssectoren’ in de gemeente, is het programma opgebouwd uit 4 deelprogramma’s: 1. 2. 3. 4.

Bedrijventerreinen – inclusief informele werklocaties Kantoren – inclusief de ZZP-ers Retail – (grootschalige) detailhandel, diensterlening en horeca (in de kernen) Recreatie & Toerisme – inclusief horeca buitengebied, maar exclusief zaken die betrekking hebben op landschap en natuur (maar worden wel in onderlinge samenhang bezien).

-

Bedrijventerreinen: hier gaat het met name om bedrijven die vanwege hun activiteiten – denk aan milieu- / hinderzones of verkeersbewegingen) bij voorkeur op een bedrijventerrein gevestigd moeten zijn. Van oudsher heeft Soest ook nog op diverse solitaire locaties de nodige bedrijvigheid. Hoewel de omvang van de kantorenmarkt in de gemeente relatief beperkt is, is voldoende en passend aanbod wel belangrijk voor de vitaliteit. Soest kent een relatief hoog percentrage (hoogopgeleide) ZZP-ers, met hun eigen behoeften voor het goed kunnen uitvoeren van hun werkzaamheden (kantoorverzamelgebouwen, flexibele werkplekconcepten e.d.). Grootschalige detailhandel is een ruimtevrager die zich doorgaans op een bedrijventerrein(achtige) locatie huisvest, maar wel onderdeel is van de totale retailstructuur. Daarnaast hebben we diverse centrumgebieden van verschillende omvang en functie in Soest en Soesterberg die in het veranderende retaillandschap blijvend om aandacht vragen. Slimme oplossingen voor stadsdistributie vallen onder dit programma en worden nader afgestemd met het programma mobiliteit. De gemeente ontwikkelt zich steeds meer tot een aantrekkelijke gemeenten voor recreatie en toerisme en heeft ook het doel om zich hierin door te ontwikkelen. Zeker met de verdergaande groei van Amersfoort biedt Soest met haar Soesterduinen, de Eem en de bossen een prachtige omgeving.

Neemt het toerisme toe, dan zal dat ruimtelijke gevolgen hebben. Denk aan meer overnachtingsmogelijkheden, toenemende behoefte aan horecagelegenheden en een toename van (sportieve) activiteiten en functies in het buitengebied.

-

-

-

-

Het huidige beleid van deze deelprogramma’s is ofwel verouderd, ofwel aan een update toe. Mede in verband met de totstandkoming van onze Omgevingsvisie en onze ambities op het gebied van duurzaamheid (waaronder Soest klimaatneutraal), wonen en mobiliteit is er nu behoefte aan een meer integraal overkoepelend programma, in samenhang met de andere omgevingsprogramma’s.

De deelprogramma’s worden in principe allemaal tot op hetzelfde niveau uitgewerkt, met uitzondering van het deelprogramma recreatie & toerisme. Dit deelprogramma zal naar verwachting in eerste instantie meer op hoofdlijnen worden uitgewerkt, een en ander afhankelijk van de tijd en capaciteit die nodig is voor de andere deelprogramma’s. Uitwerking volgt dan zo snel mogelijk. Werkgelegenheid in maatschappelijke branches (denk aan maatschappelijke voorzieningen zoals de zorg, politie, brandweer) zijn buiten beschouwing gelaten. Culturele voorzieningen, kerken en gemeenschapscentra eveneens. Zij hebben uiteraard wel een ruimtebehoefte, die zeer zeker onderkend moet worden en van belang zijn voor een goed functionerende gemeente, maar zijn allen sterk ingebed in het sociale domein. Dit betekent dat voor dergelijke voorzieningen bij de uitvoering van het programma er nadrukkelijk aandacht nodig is voor de raakvlakken en samenwerking tussen het sociale en ruimtelijke domein een must is. Dit geldt in zekere zin ook voor landbouw. Deze sector is in Soest in aantallen arbeidsplaatsen beperkt, maar heeft een groot ruimtebeslag. Dit raakt tevens direct aan het programma Groen en aan recreatie & toerisme. Dat vindt voor een belangrijk deel in het buitengebied plaats. Dit betekent dat we vraagstukken hieromtrent integraal zullen benaderen.

3.4 Randvoorwaarden en vereisten voor het opstellen van het programma Voor het opstellen van het Omgevingsprogramma Werken is in de begroting voor 2023 nog geen geld beschikbaar gesteld (in tegenstelling tot diverse andere programma’s). Dit betekent dat er in deze startnotitie budget wordt aangevraagd. Wij gaan ervan uit dat een bedrag van € 185.000,- voldoende is om het programma op te stellen. Hiervoor worden nog diverse onderzoeken uitgevoerd, waaronder voor retail en recreatie & toerisme. Dit is nodig om tot gefundeerd beleid te komen. Ook wordt hieruit de participatie (extern in te schakelen bureau) betaald (samen met de andere omgevingsprogramma’s). Voor een nadere onderbouwing van het budget wordt verwezen naar paragraaf 4.6. Belangrijk is daarnaast de beschikbaarheid van mensen. De (begeleiding van de) participatie en het schrijven van de stukken is voor een groot deel afhankelijk van de eigen medewerkers van de gemeente dan wel structurele inhuur. Dat zit niet in het hierboven opgenomen bedrag, we maken hier geen onderscheid tussen medewerkers die zijn ingehuurd of in dienst zijn. Doordat de diverse omgevingsprogramma’s parallel lopen aan elkaar kunnen we de integraliteit tussen de verschillende uitwerkingen van de omgevingsvisie beter borgen en behalen we ook voordelen m.b.t. de inzet van mensen.

3.5 Strategie en afwegingskader Met het omgevingsprogramma Werken willen we een aantal doelen bereiken. Deze doelen gaan over de werkgelegenheid binnen onze gemeenten en hoe we de ruimtebehoefte van de ‘bijbehorende’ werklocaties vormgeven. We onderscheiden in het programma straks meerdere strategieën om onze werkgelegenheid en bijbehorende werklocaties te beïnvloeden, namelijk: 1. Reguleren, bijvoorbeeld door het retailbeleid aan te passen aan de behoeftes van nu. 2. Faciliteren, bijvoorbeeld door recreatieve voorzieningen aan te leggen. 3. Stimuleren, bijvoorbeeld subsidies op duurzaamheidsmaatregelen voor bedrijven. 4. Zelf uitvoeren, bijvoorbeeld door een actief grondbeleid te voeren. We zetten daarbij verschillende instrumenten in, zoals subsidies, RO-maatregelen, cofinanciering of het actief inzetten van mankracht vanuit de gemeente. We verwachten dat tijdens de uitwerking van het omgevingsprogramma een groot aantal maatregelen naar voren komt. Bij het samenstellen van het programma stellen we prioriteiten, maken we keuzes en scoren we de maatregelen op de volgende criteria: - Oplossend vermogen: Draagt de maatregel bij aan één of meerdere doelen van het omgevingsprogramma Werken? Daarbij wegen ook negatieve effecten voor andere doelen van het omgevingsprogramma Werken of voor de doelen van andere omgevingsprogramma's mee.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=f7b12341-5a8f-4fd5-b34f-97b0aae9152b