CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2 - PLANDOCUMENT - 2025-06-03 - Ruimtelijke Onderbouwing V2 0342-75-T02

Beeldvormende vergadering (Kamer 2.03) 11 september 2025, gemeente SoestBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen over aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van het kantoorpand Birkstraat 95 tot 32 appartementen16.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Soest

Birkstraat 95

Ruimtelijke onderbouwing

Juni 2025 Kenmerk 0342-75-T03 Projectnummer 0342-75

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

1.5. Hoofdstuk 2. 2.1. 2.2.

2.3.

2.4.

2.5.

Inleiding Aanleiding Doelstelling Ligging van het projectgebied Vigerende bestemmingsplannen 1.4.1. Bestemmingsplan Soest Midden en Zuid 1.4.2. Parapluplan omissies en Nota parkeernormen auto en fiets, 4e herziening Leeswijzer

1 1 1 2 2 2 2 3

Beleidskaders 4 Inleiding 4 Rijksbeleid 4 2.2.1. Nationale Omgevingsvisie 4 2.2.2. Ladder voor duurzame verstedelijking 6 2.2.3. Verdrag van Malta 6 2.2.4. Wet natuurbescherming 7 2.2.5. Natuurnetwerk Nederland 7 2.2.6. Nationaal bestuursakkoord Water 7 2.2.7. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 8 2.2.8. Watertoets 8 2.2.9. De Europese kaderrichtlijn Water 9 2.2.10. Wet gemeentelijke watertaken 9 Provinciaal beleid 9 2.3.1. Omgevingsvisie Provincie Utrecht 9 2.3.2. Interim Omgevingsverordening 10 Regionaal beleid 11 2.4.1. Blauwe Omgevingsvisie 2050 11 2.4.2. Blauw omgevingsprogramma 2022-2027 11 2.4.3. Keur en Legger 12 2.4.4. Ontwikkelbeeld regio Amersfoort 2030-2040: Regio Amersfoort Centraal! 13 Gemeentelijk beleid 14 2.5.1. Omgevingsvisie Soest en Soesterberg 14 2.5.2. Doelgroepenverordening gemeente Soest 2021 15 2.5.3. Gemeentelijk verkeer- en vervoersplan 15 2.5.4. Groenstructuurplan 16 2.5.5. De groene kernkwaliteit van Soest 2014 16 2.5.6. Bescherming en kap van bomen 2012 17 2.5.7. Nota Parkeernormen auto en fiets 4e herziening 17

2.5.8. Programma Energietransitie 2020-2025 20 2.5.9. Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 21 2.5.10. Plan van aanpak Diffuse bronnen 22 2.5.11. Welstandsbeleid 22 2.5.12. Grondstoffenaanpak 2021-2023 23 2.5.13. Toetsingskader ruimte voor bedrijven in Soest en Soesterberg 2017-2027 24 2.5.14. Cultureel erfgoed in de omgevingstafel 25 Hoofdstuk 3. 3.1.

3.2.

Hoofdstuk 4. 4.1. 4.2.

4.3. 4.4. 4.5. 4.6. Hoofdstuk 5. 5.1. 5.2.

Planbeschrijving Bestaande situatie 3.1.1. Cultuurhistorie 3.1.2. Stedenbouw 3.1.3. Verkeersstructuur 3.1.4. Groen 3.1.5. Water Toekomstige situatie 3.2.1. Stedenbouw 3.2.2. Woningbouwprogramma 3.2.3. Verkeer 3.2.4. Groen 3.2.5. Water

26 26 26 28 29 29 29 30 30 32 32 32 33

Resultaten onderzoeken Algemeen Milieuaspecten 4.2.1. Milieueffectrapportage 4.2.2. Bodem 4.2.3. Milieuzonering 4.2.4. Geluidhinder 4.2.5. Luchtkwaliteit 4.2.6. Externe veiligheid 4.2.7. Geurhinder Water Natuurwaarden Archeologie en cultuurhistorie Kabels en leidingen

34 34 34 34 36 37 38 41 42 42 43 44 46 46

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47 47 47

1

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1. Aanleiding Het kantoorpand Birkstaete aan de Birkstraat 95 voldoet niet meer aan de eisen die hedendaagse kantoorgebruikers aan een kantoorpand stellen. Daarom is een plan ontwikkeld om het kantoorgebouw te transformeren naar een appartementengebouw met 32 appartementen. In het souterrain wordt ongeveer 500 m² kantoorruimte en bergingen voor de appartementen gerealiseerd. Het bestemmingsplan Soest Midden en Zuid staat de beoogde ontwikkeling echter niet toe binnen de vigerende kantoorbestemming. Afbeelding 1: Plangebied.

De aanvraag omgevingsvergunning is voor 1 januari 2024 ingediend. Dat betekent dat de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nog van toepassing zijn op deze aanvraag. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken hebben burgemeester en wethouders het voornemen om op grond van artikel 2.1, lid 1, sub c in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wabo door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan (projectafwijkingsbesluit). Voor die procedure is een goede ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Deze rapportage omvat die ruimtelijke onderbouwing.

1.2. Doelstelling De doelstelling van het verlenen van de omgevingsvergunning met behulp van het projectafwijkingsbesluit is om de transformatie van Birkstraat 95 van kantoor naar een appartementengebouw mogelijk te maken.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

2

1.3. Ligging van het projectgebied Het plangebied ligt aan de oostkant van de kern Soest.

1.4. Vigerende bestemmingsplannen 1.4.1. Bestemmingsplan Soest Midden en Zuid Voor het perceel vigeert het bestemmingsplan Soest Midden en Zuid dat door de gemeenteraad van Soest op 15 december 2011 is vastgesteld. Birkstraat 95 heeft daarin de bestemmingen "Kantoor" en "Verkeer". Binnen de bestemming "Kantoor" mogen geen woningen worden gebouwd. In de bestemming is een bouwvlak aangegeven. Door middel van een maatvoeringsaanduiding is de bouw- en goothoogte gemaximeerd op respectievelijk 11 en 7 meter. Het openbare trottoir behoort tot het kadastrale perceel Birkstraat 95 en heeft de bestemming "Verkeer". Afbeelding 2: Vigerend bestemmingsplan.

Het perceel heeft daarnaast de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie middelhoge verwachting (AWV 2)". Op grond van deze bestemming is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien daarvoor dieper dan 0,30 meter, te rekenen vanaf het maaiveld, in de bodem zal worden geroerd en de oppervlakte van het nieuwe bouwwerk of de uitbreiding van het bestaande bouwwerk meer dan 500 m² bedraagt. 1.4.2. Parapluplan omissies en Nota parkeernormen auto en fiets, 4e herziening Op 14 oktober 2021 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan "Parapluplan omissies en Nota parkeernormen auto en fiets, 4e herziening" vastgesteld. Dit paraplubestemmingsplan is van toepassing in de gehele gemeente Soest. Via dit paraplubestemmingsplan wordt juridisch geregeld dat alle ontwikkelingen in de bestemmingsplangebieden moeten voldoen aan de parkeernormen uit de beleidsnota 'Nota parkeernormen auto en fiets, 4e herziening', waarvan in paragraaf 2.5.7 een samenvatting is opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

3

1.5. Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld op basis van de opzet voor bestemmingsplantoelichtingen uit het Handboek Digitale Ruimtelijke Plannen zoals dat is opgesteld begin 2009 en vervolgens een aantal malen is geactualiseerd. Allereerst wordt kort ingegaan op het beleidskader in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 is de bestaande en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 4 verwoordt de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek naar milieu- en overige aspecten. Tot slotte komt in hoofdstuk 5 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid aan de orde. Omdat de aanvraag omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van Birkstraat 95 is ingediend voor inwerkingtreding van de Omgevingswet c.a. op 1 januari 2024 wordt in deze ruimtelijke onderbouwing uitgegaan van de wetgeving en het beleid zoals dat tot aan die datum van toepassing was.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

4

Hoofdstuk 2. Beleidskaders 2.1. Inleiding Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid voor het plan op rijks-, provinciaal- en lokaal niveau. Dit beleid vormt het kader van toetsing van de huidige situatie en nieuwe ontwikkelingen. Het beschreven beleidskader is daarmee een van de belangrijkste bouwstenen voor de visie op het plangebied en de opzet van de juridische regelingen.

2.2. Rijksbeleid 2.2.1. Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven. Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden.

De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

5

Prioriteit 1 gaat over de ambitie van Nederland om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Daarnaast gaat het ook over de ambitie van Nederland om in 2050 een duurzame energievoorziening te hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen en de bijbehorende energie infrastructuur voor opslag en transport van duurzame energie. Bij prioriteit 2 wordt aangegeven dat de ambitie voor de lange termijn is: het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Er wordt ingezet op een aantrekkelijke, gezonde en veilige omgeving en een goed vestigingsklimaat, inclusief een goede bereikbaarheid en duurzame mobiliteit. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. Er wordt daarbij ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors.

Nieuwvestiging van toerisme vindt bij voorkeur plaats buiten de huidige toplocaties en in de nabijheid van OV of bestaande aansluitingen op het hoofdwegennet. Bij prioriteit 3 wordt beschreven dat er wordt ingezet op het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. De ambitie is om een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren door te werken aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Hieraan wordt een stevige impuls gegeven. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. Bij prioriteit 4 wordt ingegaan op het belang van natuurlijke systemen en het landschap. In sommige regio's staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als het waterpeil omhoog gaat, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt.

In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd willen we de kwaliteiten van het landschap graag behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege ons cultureel erfgoed. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: ▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale com-

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

6

▪

▪

binatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Planspecifiek Vanuit de vier prioriteiten is het vervangen van een bestaand kantoorgebouw door appartementen niet van belang. Bij de definitieve uitwerking van de bouwplannen zal onderzocht worden of er mogelijkheden zijn om de biodiversiteit te vergroten en de lokale populatie van gebouwbewonende soorten zoals vleermuizen en huismussen te versterken door natuurinclusief te bouwen. De planontwikkeling is niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI. 2.2.2. Ladder voor duurzame verstedelijking Om de ruimte zorgvuldig te benutten en overprogrammering te voorkomen is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Omdat het ruimtebeslag in dit geval niet toeneemt, is de ladder in dit geval niet van toepassing. Het woningbouwprogramma past overigens binnen de regionale programmering wonen en werken (zie paragraaf 2.3.2). 2.2.3. Verdrag van Malta Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. De uitgangspunten van het Verdrag van Malta vormen de basis voor de omgang met archeologie in deze wet. Samen met Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het Nederlandse cultureel erfgoed mogelijk. In de Omgevingswet worden alle onderdelen rond de omgang met cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving samen gebracht.

Tot de invoering van deze wet zijn alle over te nemen delen van de Monumentenwet uit 1988 van kracht gebleven. Ze zijn opgenomen in het overgangsrecht in de Erfgoedwet. Op grond van de Monumentenwet was het verplicht rekening te houden met de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Archeologische beleidskaart Deze waarden en verwachtingen zijn aangegeven op de gemeentelijk archeologische beleidskaart (versie 2016). Deze kaart is op basis van archeologische waarnemingen en vondsten en landschappelijke en historische gegevens tot stand gekomen. De archeologische beleidskaart is door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. De beleidskaart kent een onderverdeling in gebieden. Per gebied is een beleidsadvies geformuleerd. Naast archeologische Rijksmonumenten zijn er gebieden met een hoge archeologische waarde aangewezen. Ook is er een verdeling gemaakt tussen gebieden met een hoge, middelhoge en een lage archeologische verwachting.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

7

Ter voldoening aan artikel 38a van de Monumentenwet heeft de gemeente Soest in bestemmingsplannen een regeling opgenomen ten aanzien van de gebieden met archeologische waarden en verwachtingen, voor zover die al niet (anderszins) zijn beschermd via de Monumentenwet. Op grond van het vigerende bestemmingsplan geldt een onderzoeksplicht indien daarvoor dieper dan 0,30 meter, te rekenen vanaf het maaiveld, in de bodem zal worden geroerd en de oppervlakte van het nieuwe bouwwerk of de uitbreiding van het bestaande bouwwerk meer dan 500 m² bedraagt. Omdat geen bodemingrepen plaatsvinden is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. 2.2.4. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) maakt onderscheid in het beschermen van gebieden (hoofdstuk 2), dier- en plantensoorten (hoofdstuk 3) en houtopstanden (hoofdstuk 4). De Wnb gaat in op de bescherming van natuurgebieden van Europees belang die behoren tot het zogenoemde Natura-2000-netwerk. In feite verandert er niet veel ten opzichte van de Natuurbeschermingswet 1998. Natura 2000-gebieden zijn belangrijke delen van het NNN en dragen veel bij aan het bereiken van een goede biologische diversiteit. De provincies zijn vanaf 1 januari 2017 verantwoordelijk voor het beleidsveld natuur en krijgen te maken met extra taken, bevoegdheden en verplichtingen, waarbij het nieuwe stelsel de Europese regelgeving als uitgangspunt neemt.

De provincies hebben de opdracht om de Wnb nader uit te werken in een provinciale Natuurvisie die de strategische hoofdlijnen van het natuurbeleid moet weerspiegelen. 2.2.5. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN)) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: ▪ bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; ▪ landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); ▪ grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is opgenomen in het Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Het plangebied ligt niet binnen het NNN. 2.2.6. Nationaal bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW 2003) is samen met provincies, waterschappen en gemeenten, het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. Daarbij is vastgelegd op welke wijze, met welke middelen en langs welk tijdpad zij gezamenlijk de wateropgave voor Nederland in de 21e eeuw willen aanpakken.

Aanleiding voor het akkoord vormen de structurele veranderingen die zich voordoen in de aard en omvang van de nationale waterproblematiek. Klimaatveranderingen, zeespiegelstijging, bodemdaling en

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

8

verstedelijking maken een nieuwe aanpak in het waterbeleid noodzakelijk. Kern van die aanpak is dat water meer ruimte zal moeten krijgen voordat het die ruimte zelf neemt. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen van de dijken en het verminderen van wateroverlast door piekbuien door het hebben van "droge voeten". Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan duurzame ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. In 2008 is het NBW geactualiseerd. Het NBW-actueel benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het op orde krijgen en houden van het totale watersysteem. Het geeft aan welke instrumenten ingezet worden om de opgave te realiseren, welke taken en verantwoordelijkheden iedere partij daarbij heeft en hoe partijen elkaar in staat willen stellen hun taken uit te voeren. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. 2.2.7. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben op 18 maart 2022 het Nationaal Water programma (NWP) 2022 – 2027 vastgesteld. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 20162021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan.

Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Klimaatverandering, milieuverontreiniging en ruimtedruk vormen de komende jaren grote uitdagingen. Ook moet infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand worden gehouden en waar nodig vervangen of gerenoveerd. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Het NWP beschrijft hoe we hiermee omgaan en hoe we zorgen dat water een leidend principe is in de ruimtelijke inrichting van Nederland. 2.2.8. Watertoets Bij ruimtelijke plannen geldt vanaf 1 november 2003 de wettelijke verplichting van een waterparagraaf/watertoets. De watertoets is één van de pijlers van het Waterbeleid voor de 21e eeuw, waarin aan water een meesturende rol in de ruimtelijke ordening is toegekend. Met de watertoets wordt beoogd waterbeheerders vroegtijdig in het ruimtelijke ordeningsproces te betrekken. De watertoets betreft het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

Het doel van een waterparagraaf is een samenhangend beeld te geven van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met duurzaam waterbeheer en de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het voorkomen van negatieve effecten op de waterhuishouding staat bij de watertoets voorop. Dan pas komen inrichtingsmaatregelen en compensatie in beeld.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

9

2.2.9. De Europese kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet er toe leiden dat: ▪ aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; ▪ verbetering van aquatisch milieu wordt bereikt, onder andere door een forse vermindering van lozingen en emissies; ▪ duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; ▪ er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op het aspect water binnen het plangebied. 2.2.10.Wet gemeentelijke watertaken In de Wet Verankering en bekostiging Gemeentelijke Watertaken is de verbreding van het gemeentelijke rioolrecht tot een bestemmingsheffing geregeld. Hiermee kunnen gemeenten ook voorzieningen bekostigen voor regenwaterafvoer en de aanpak van grondwaterproblemen in bebouwd gebied. De nieuwe wet is per 1 januari 2008 in werking getreden.

Gemeenten hebben via een zorgplicht een formele rol toegekend in de aanpak van stedelijke grondwaterproblemen. Het gemeentelijke grondwaterbeleid moet zijn opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Indien er in het bebouwd gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aanwezige bestemming, dan heeft de gemeente een zorgplicht. Dit betekent dat de gemeente maatregelen moet nemen waarmee de problemen zoveel mogelijk voorkomen worden. De gemeentelijke zorgplicht geldt alleen als het gaat om maatregelen die doelmatig zijn en niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of provincie behoren. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor de doelmatige inzameling van afstromend hemelwater, voor zover de perceelseigenaar dit water zelf niet kan verwerken. Alle voorzieningen die direct of indirect samenhangen met de gemeentelijke stelsels voor afvalwater, hemelwater en grondwater kunnen uit de verbrede rioolheffing worden bekostigd. Iedere gemeente dient de grondwaterzorgplicht te concretiseren naar de eigen lokale situatie. Er is beleidsruimte om op gemeentelijk niveau vast te stellen wanneer er bijvoorbeeld sprake is van structurele overlast en welke minimale ontwateringsdiepte gewenst is.

2.3. Provinciaal beleid 2.3.1. Omgevingsvisie Provincie Utrecht Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Provincie Utrecht vastgesteld. De Omgevingsvisie is op 1 april 2021 in werking getreden. Met vaststelling van de

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

10

Omgevingsvisie en de (Interim) Omgevingsverordening provincie Utrecht leggen Provinciale Staten de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast (Omgevingsvisie) en de juridische doorwerking hiervan (Omgevingsverordening). De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht bevat een uitwerking in thema's en in gebieden. De uitwerking is in 7 thema's gevat: ▪ stad en land gezond; ▪ klimaatbestendig en waterrobuust; ▪ duurzame energie; ▪ vitale steden en dorpen; ▪ duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; ▪ levend landschap, erfgoed en cultuur; ▪ toekomstbestendige natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie staan zowel de ambities, als de wijze waarop de provincie daar uitvoering aan wil geven. De uitwerking in gebieden valt uiteen in drie regio's: U16, Amersfoort en Food-valley. Soest behoort tot de regio Amersfoort. In de uitwerking van het beleid brengt de provincie gebiedsgericht samenhang aan tussen de thematische ambities. De planontwikkeling betreft de transformatie van een bestaand kantoorpand naar een appartementengebouw binnen bebouwde kom van Soest. Daarmee wordt aangesloten op het uitgangspunt van de provincie om in te zetten op binnenstedelijke ontwikkeling.

Verder is de ontwikkeling in overeenstemming met het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. De beoogde ontwikkeling gaat namelijk uit van het hergebruik van een bestaand pand, dat door duurzame vervolgfunctie krijgt als appartementen gebouw. Voor het overige past de onderhavige planontwikkeling binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Provincie Utrecht. 2.3.2. Interim Omgevingsverordening De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De aanvraag omgevingsvergunning voor de transformatie van het kantoorpand naar woningbouw is voor die datum ingediend. Op dat moment was de Interim Omgevingsverordening van toepassing die op 1 april 2021 in werking is getreden. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Hierbij kan worden gedacht aan het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en bebouwingsmogelijkheden in het stedelijk en het landelijk gebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de NNN.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

11

De locatie ligt in het 'stedelijk gebied'. Op grond van artikel 9.15 van de Interim Omgevingsverordening kan een bestemmingsplan1 dat betrekking heeft op locaties binnen het stedelijk gebied bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. Voorwaarde daarbij is dat de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken. Soest behoort tot de Regio Amersfoort. In de periode 2020 tot en met 2039 zijn hier op basis van het Kader voor regionale programmering wonen en werken (PS Utrecht, 30 september 2020) 26.100-31.000 woningen noodzakelijk. De bouw van 32 appartementen past binnen deze aantallen. Uit de Interim Omgevingsverordening vloeien verder geen specifieke aandachtspunten voort met betrekking voor het anders situeren van het schoolgebouw op een bestaand schoolterrein. De Interim Omgevingsverordening heeft daarom geen gevolgen voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor transformatie van Birkstraat 95 van kantoor naar wonen.

2.4. Regionaal beleid 2.4.1. Blauwe Omgevingsvisie 2050 De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet het waterschap op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt het waterschap integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: ▪ water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening; ▪ maximaal vasthouden en schoonhouden van water; ▪ partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van het waterschap: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. 2.4.2. Blauw omgevingsprogramma 2022-2027 Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel.

Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. ▪ Waterveiligheid

1

Op grond van artikel 1.3 van de Interim Omgevingsverordening geldt deze bepaling ook voor omgevingsvergunningen die met de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure worden verleend.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

12

Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem  Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren  Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie  Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie  Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie.

 ▪

▪

▪

▪

2.4.3. Keur en Legger Daarnaast heeft het Waterschap Vallei en Veluwe toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's en speerpunten uit het waterbeheerprogramma. Ook heeft het waterschap een eigen verordening: de Keur met bijbehorende uitvoeringsregels. Deze zijn onder andere te raadplegen via de website van het waterschap. De belangrijkste regels uit de Keur met betrekking tot dit project zijn hieronder weergegeven: ▪ oppervlaktewater mag niet zonder compensatie gedempt worden. Het onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam of het lozen van water erop is eveneens verboden zonder vergunning; ▪ het profiel van de watergangen mag niet zonder vergunning veranderd worden. Ook mogen er niet zonder vergunning werkzaamheden verricht worden in beschermingszones van oppervlaktewaterlichamen.

Voor oppervlaktewaterlichamen A bedragen de beschermingszones aan beide zijden 5 meter, gemeten vanuit de insteek van het oppervlaktewaterlichaam; ▪ het is in beginsel verboden zonder watervergunning een waterstaatswerk (zoals een duiker) te wijzigen of aan te leggen; ▪ het is in beginsel verboden zonder watervergunning grondwater te onttrekken of water in de bodem te infiltreren; ▪ het is in beginsel verboden het waterpeil in een oppervlaktewater te wijzigen door middel van een werk; daaronder begrepen de onderbemaling; ▪ het toevoegen van water aan oppervlaktewater via werken is in principe verboden. Hiervoor gelden de volgende uitzonderingen:  buiten de bebouwde kom: er geldt een vrijstelling wanneer water via nieuw verhard oppervlak in een oppervlaktewaterlichaam (categorie A, B of C) gebracht wordt indien het totaal aaneengesloten nieuwe oppervlak maximaal 0,15 ha bedraagt (voor HenSed wateren) of 0,40 ha (voor niet-Hen-Sed wateren).  binnen de bebouwde kom: er geldt een vrijstelling wanneer water via nieuw verhard oppervlak in een oppervlaktewaterlichaam (categorie A, B of C) gebracht wordt indien het totaal aaneengesloten nieuwe oppervlak maximaal 0,15 ha bedraagt.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

13

▪ het toevoegen van verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden. Dit om te voorko-

▪

▪

men dat hemelwater versneld wordt afgevoerd naar het watersysteem. Hiervoor gelden de volgende regels en uitgangspunten:  Waterschap Vallei en Veluwe gaat ervan uit dat zonder maatregelen door een verhardingstoename 60 mm meer geloosd wordt op oppervlaktewater dan in een onverharde situatie. Deze hoeveelheid dient daarom gecompenseerd te worden;  de wijze van compensatie is aan de initiatiefnemer. De initiatiefnemer dient aan te tonen dat de compenserende maatregelen in staat zijn de genoemde hoeveelheid van 60 mm vast te houden. Indien mogelijk heeft het de voorkeur het water te laten infiltreren;  Waterschap Vallei en Veluwe hanteert een richtlijn voor de infiltratiecapaciteit van verschillende bodemsoorten (tabel 1 Beleidsregels). De infiltratiecapaciteit varieert van 500 mm/h voor grof zand tot 0,4 mm/h voor kleiig leem. De infiltratiecapaciteit ter plaatse mag worden afgetrokken van de te compenseren 60 mm, mits infiltratie ter plaatse mogelijk is; voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van bouwputbemaling geldt een vrijstelling van het verbod, mits:  de onttrekking maximaal 3.000 m³ per dag bedraagt, en  de onttrekking maximaal zes maanden duurt, en  de onttrekking niet tot gevolg heeft dat de grondwaterstand meer dan 0,5 m verlaagd wordt ten opzichte van het gewenste ontgravings- of saneringsniveau.

Waterschap Vallei en Veluwe kan algemene regels stellen die mede kunnen inhouden een vrijstelling van de watervergunningplicht of een algeheel verbod voor het verrichten van bepaalde handelingen. Ook kan de verplichting worden opgelegd handelingen te melden, metingen uit te voeren, gegevens te registreren en daarvan opgave te doen het waterschap.

Ten slotte kent het waterschap een Legger. De Legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen zij moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor ingrepen rond waterstaatswerken een watervergunning van het waterschap benodigd. Voor dit project is het volgende uit de Legger van belang: ▪ voor waterkeringen en beschermingszones (van zowel keringen als watergangen) gelden strenge eisen ten aanzien van wijzigingen. In dit project zijn keringen niet van belang, maar de beschermingszones van watergangen wel. ▪ voor waterlopen de A, B en C watergangen en de kunstwerken. 2.4.4. Ontwikkelbeeld regio Amersfoort 2030-2040: Regio Amersfoort Centraal! Ook na 2030 kent de regio Amersfoort een groeiopgave. Het is een geliefd vestigingsgebied, met als keerzijde dat ruimte en leefbaarheid onder druk komen te staan. Het ontwikkelbeeld schetst een integraal perspectief voor de verschillende ruimtevragers. Het ontwikkelbeeld rust op een zestal pijlers: ▪ robuust maken unieke landschappelijke structuren voor de leefkwaliteit; ▪ combineren en prioriteren van ruimtevragers in buitengebied om lokale vitaliteit te waarborgen; ▪ wonen en werken in focusgebieden rondom bestaande knopen;

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

14

▪ aanjagen nationale betekenis van regio met unieke economische clusters; ▪ inzetten op gezonde mobiliteit als volwaardig keuze-alternatief; ▪ integraal aanpakken bereikbaarheid op de multimodale corridors. Met de bijbehorende strategie voor het buitengebied, wonen-werken en bereikbaarheidmobiliteit: ▪ de Grebbelinie en beken zijn de basis voor een robuust landschap; ▪ concentratie van wonen en werken vormt de katalysator om de regio te verankeren in het Stedelijk Netwerk Nederland; ▪ OV en fiets worden volwaardige keuzealternatieven naast de auto; ▪ Metropoolpoort Amersfoort Centraal-Schothorst en de regiopoorten Barneveld en Nijkerk vormen de focusgebieden van de regio; ▪ voor de andere kernen geldt dat er gebouwd wordt voor vitaliteit met een sterke binding en meerwaarde voor het omliggende landschap.

2.5. Gemeentelijk beleid 2.5.1. Omgevingsvisie Soest en Soesterberg De Omgevingsvisie Soest en Soesterberg, die is vastgesteld op 21 december 2021, bevat de integrale (middel)lange termijnvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Soest en Soesterberg. De visie maakt duidelijk wat de komende decennia de grote ruimtelijke uitdagingen zijn, hoe het gemeentebestuur daarmee omgaat en in welke richting de gemeente Soest zich zou moeten doorontwikkelen richting 2040. Alle beleidsthema's die betrekking hebben op de leefomgeving komen in de omgevingsvisie samen. De onderdelen van de leefomgeving waar Soest trots op is, willen het gemeentebestuur graag beschermen en verbeteren (waarden). Daarnaast bevat de omgevingsvisie hoofdlijnen uit reeds vigerend beleid en ook nieuwe doelen die we met de visie willen bereiken (ambities). Die thema's, waarden en ambities vormen de kaders voor nieuwe initiatieven en ontwikkelingen. In 2040 zijn er in de gemeente Soest meer woningen dan nu. Met een jaarlijkse groei van 125-200 woningen tot 2030 kan de Soester manier van (samen)leven behouden blijven. Inwoners bepalen samen met de gemeente waar nieuwe woningen komen. Daarbij in de volle breedte gekeken naar verdichten en uitleglocaties en ook naar 'rood voor rood' en 'rood voor groen'. In 2040 zijn er meer banen en meer bedrijven.

Bedrijfsterreinen zijn even groot als nu, maar worden intensiever gebruikt. Soest heeft in dat jaar 7 levendige centrumgebieden, 5 in Soest en 2 in Soesterberg, elk met hun eigen identiteit en mix van functies. De inwoners van Soest lopen en fietsen meer en gebruiken vaker het OV en de deelauto. Het plangebied ligt op de visiekaart in 'de kern Soest'. Het plangebied en zijn omgeving hebben de aanduiding 'optimalisatie door verdichting'. Daarnaast heeft de Birkstraat de aanduiding 'doorstroming autoverkeer prioriteit'. De Birkstraat is een hoofdverbinding van de kern Soest en daarom wordt ernaar gestreefd dat deze zo weinig mogelijk aansluitingen heeft. Door de onderhavige planontwikkeling zal het aantal aansluitingen niet toenemen.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

15

In de omgevingsvisie zijn geen grotere woningbouwlocaties opgenomen. De visie gaat evenmin in op individuele initiatieven. Afbeelding 3: Fragment visiekaart.

2.5.2. Doelgroepenverordening gemeente Soest 2023 Op 26 oktober 2023 heeft de gemeenteraad de Doelgroepenverordening gemeente Soest 2023 vastgesteld. In die verordening is bepaald dat woningbouwontwikkelingen vanaf 15 woningen in de kern Soest minimaal moeten bestaan uit 30% sociale huur, 5% middenhuur, 15% sociale koop en 15% betaalbare koop. Het overige deel van de ontwikkeling is vrij in te vullen. Daarnaast zijn bepalingen opgenomen over bijvoorbeeld de instandhoudingstermijn en de inkomensdoelgroepen. Het plan voldoet niet aan de verordening. In plaats van sociale huurwoningen worden sociale koopwoningen gerealiseerd. Hiervoor dient een bijdrage via het compensatiefonds sociale huur te worden afgedragen. 2.5.3. Gemeentelijk verkeer- en vervoersplan In 2008 heeft de gemeente het Gemeentelijke verkeer- en vervoersplan (GVVP) vastgesteld. Verkeer- en vervoerstromen zijn de laatste decennia sterk aan verandering onderhevig. Ruimtelijke en economische ontwikkelingen en de hiermee samenhangende, groeiende vraag naar mobiliteit zijn daarvan de oorzaken. Alle verkeer- en vervoerstromen moeten in goede banen worden geleid. Er moet tijdig ingespeeld kunnen worden op ontwikkelingen en de overlast van verkeer moet zoveel mogelijk worden ingeperkt. De bereikbaarheid van de gemeente Soest is van groot belang voor de ruimtelijke en economische ambities.

Om de bereikbaarheid ook in de toekomst te kunnen waarborgen wordt ingezet op de regionale pakketstudies. In regionaal verband wordt bekeken hoe de doorstroming op het hoofdwegennet (de rijkswegen) en het onderliggende wegennet kan worden verbeterd.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

16

Binnen de gemeente zal de verkeersveiligheid en de doorstroming verbeterd worden door functionele weginrichting. De inrichting van de weg dient aan te sluiten bij de functie van de weg. De belangrijkste knelpunten op het gebied van de verkeersveiligheid zullen de komende jaren worden aangepakt. De Birkstraat behoort tot de hoofdwegenstructuur. In de spitsuren is de doorstroming op de verbinding Ossendamweg/Vondellaan/Birkstraat problematisch. Een intensivering van de ontsluiting op de Birkstraat zou de doorstroming voor het verkeer beperken en daarmee afbreuk doen aan de bereikbaarheid van Soest. De Birkstraat vormt de belangrijkste ontsluiting van Soest naar Amersfoort. Zowel voor auto-, bus- als fietsverkeer. Uit dat oogpunt is het ongewenst dat het aantal verkeersbewegingen van en naar de Birkstraat vanaf het perceel toeneemt. Er zal geen rechtstreekse uitrit vanaf het perceel naar de Birkstraat worden aangelegd. Net als in de huidige situatie zal autoverkeer gebruik maken van de Van Lenneplaan. In het GVVP is opgenomen dat vraag en aanbod naar parkeerplaatsen met elkaar in balans moeten blijven. In verband daarmee heeft de gemeenteraad op 18 februari 2010 de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) vastgesteld. Op 14 oktober 2021 is deze beleidsnota voor het laatst herzien. In paragraaf 3.2.3 is aangetoond aan de parkeernormering wordt voldaan.

De woningbouw op het perceel Birkstraat 95 voldoet aan de uitgangspunten en doelstelling van het gemeentelijk verkeer- en vervoersplan. 2.5.4. Groenstructuurplan In het Groenstructuurplan van de gemeente Soest ("Staalkaart in het Groen") is de hoofdgroen- en bomenstructuur voor het stedelijk gebied aangegeven. Het Groenstructuurplan beschrijft het groen binnen de bebouwde kommen van Soest en Soesterberg en de kern Soestduinen. De Birkstraat vormt een belangrijke entree van het dorp. De overgang vanuit het fraaie coulisselandschap is nogal abrupt, door de grootschalige bedrijvigheid die er prominent aanwezig is. Vanuit het buitengebied wordt de openbare ruimte bepaald door imposante laanbeplanting. Deze karakteristiek dient zover mogelijk in het dorp te worden doorgetrokken, waar mogelijk met onverharde bermen. Deze laanbeplanting zou in het openbaar gebied moeten worden geplant. De Birkstraat zelf is geen onderdeel van het onderhavige plangebied. Het plangebied zelf behoort niet tot de hoofdgroenstructuur. Het groenstructuurplan heeft zodoende geen consequenties voor vervanging van een kantoorpand door een appartementengebouw. 2.5.5. De groene kernkwaliteit van Soest 2014 In de nota De groene kernkwaliteit van Soest (2014) is het groenbeleid van de gemeente Soest vastgelegd.

De gemeente Soest heeft een uitgebreide groenstructuur zowel binnen de bebouwde kom als in het groene buitengebied. Daarbij zijn nog veel landschappelijke cultuurhistorische elementen aanwezig. De kernkwaliteit van het groen in Soest bestaat uit een combinatie van visueel-ruimtelijke, functioneel-ruimtelijke en economische kwaliteiten. Het

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

17

groen op dorps- en wijkniveau draagt bij aan de collectieve beleving van de groene kernkwaliteit, waarbij bomen de belangrijkste groenelementen zijn. Het groen dat bepalend is voor de groene kernkwaliteit is vastgelegd op de groenstructuurkaart. Het doel van de nota en de groenstructuurkaart is: ▪ het behouden en versterken van de groene kernkwaliteit van Soest; ▪ het herstel van landschappelijke cultuurhistorische elementen; ▪ het bieden van kaders voor het herstel van lanenstructuren en landschappelijke cultuurhistorische elementen. Het plangebied vormt geen onderdeel van het structureel groen in Soest. De gronden rondom het appartementengebouw worden ingericht als parkeerplaats en als tuin. 2.5.6. Bescherming en kap van bomen 2012 In de nota Bescherming en kap van bomen (2012) is het beleid rondom het duurzaam beschermen van bomen en de regels voor het kappen vastgelegd. De te beschermen bomen zijn onderverdeeld in 5 categorieën: ▪ bomenstructuren zoals vastgelegd op de groenstructuurkaart, en de parkwijken; ▪ monumentale bomen (particulier en gemeentelijk); ▪ waardevolle bomen (gemeentelijk); ▪ toekomstig monumentale particuliere bomen op percelen meer dan 175 m²; ▪ overige openbare bomen. De beschermwaardige bomen van categorieën 1 t/m 3 zijn vastgelegd op de bomenkaart van Soest. Voor deze bomen geldt een concreet verbod op het vellen.

Er wordt géén vergunning verleend voor kap tenzij sprake is van een zwaarwegend verwijderingsbelang. Daarbij wordt altijd een herplantplicht opgelegd. Voor de bomen in categorie 4 en 5 geldt dat een vergunning wordt verleend mits geen sprake is van een weigeringsgrond. Daarbij kan een herplantplicht worden opgelegd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen spelen aanwezige bomen een belangrijke rol. Aan de hand van een bomeninventarisatie in de oriëntatiefase wordt bepaald welke bomen behouden moeten blijven en worden randvoorwaarden omtrent de bomen opgesteld. Uit de digitale bomenkaart blijkt dat de Birkstraat behoort tot de bomenstructuur. Bomenstructuren zijn onder meer lanen, oude houtwallen, parken en bos- en natuurgebieden die bepalend zijn voor het groene karakter van Soest. Bomenstructuren versterken de opzet en de identiteit van de gemeente. Daarnaast vertellen zij iets over het aanwezige landschap en onderstrepen deze de cultuurhistorische achtergrond van het gebied. Binnen de bomenstructuur is een omgevingsvergunning voor het kappen nodig, indien de houtopstand een stamomtrek heeft van minimaal 30 centimeter, gemeten op 1,3 meter boven maaiveld. Ook de gronden langs de perceelsgrens op het perceel Birkstraat 95 behoren tot de bomenstructuur. Hierin staan geen bomen. 2.5.7.

Nota Parkeernormen auto en fiets 4e herziening In de Nota Parkeernormen auto en fiets 4e herziening, die op 14 oktober 2021 is vastgesteld, is het parkeerbeleid van de gemeente Soest verwoord. In de parkeernota staan eisen over bijvoorbeeld de afmetingen van parkeerplaatsen en toegangswegen, over loopafstanden, over het opladen van elektrische auto's en de aanleg van gehandicaptenparkeerplaatsen. Deze 4e herziening is op 26 oktober 2021 in werking getreden.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

18

In de Nota Parkeernormen staan de mogelijkheden van andere mobiliteitsdiensten, zoals deelauto's beschreven. Het effect daarvan op de parkeernorm is beperkt. Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen tellen niet volledig mee. Dat komt omdat deze parkeerplaatsen minder goed gebruikt worden dan openbare parkeerplaatsen. In de nota staat uitleg over de berekening van de parkeereisen en hoe daaraan te voldoen. Op basis van de parkeernormen wordt berekend hoeveel autoparkeerplaatsen benodigd zijn voor een bepaalde ontwikkeling; de parkeereis. Aan deze parkeereis moet minimaal worden voldaan. Het is altijd toegestaan om meer parkeerplaatsen te realiseren dan het aantal dat wordt vastgelegd in de parkeereis. Bij woningbouw moet (een deel van) de autoparkeerplaatsen voor bezoekers openbaar zijn. Bij een ontwikkeling van 6 of meer woningen moet per 3 woningen ten minste 1 parkeerplaats openbaar zijn. Afbeelding 4: Parkeernormen woningbouw.

Om de parkeerbehoefte te bepalen is een berekening gemaakt. Hieruit blijkt dat voor de planontwikkeling 50 parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. Wanneer in totaal 113 fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd zijn er 47 (46,3) parkeerplaatsen noodzakelijk. Daarvan zijn er 11 voor bezoekers (1 parkeerplaats per 3 woningen). Bij die berekening kan echter rekening gehouden met dubbelgebruik op basis van aanwezigheidspercentages. Er is namelijk een verschillend patroon van tijden waarop bewoners en bezoekers van de woningen aanwezig zijn en wanneer het kantoorpersoneel aanwezig is. Bewoners en bezoekers zijn als van elkaar te onderscheiden functies aangemerkt conform de CROW. Zo is de parkeerdruk bij woningen bijvoorbeeld 's nachts groot, terwijl er dan geen bezoek is. Op zaterdagavond is er het meeste bezoek, terwijl dan een deel van de bewoners niet thuis is. Dit biedt mogelijkheden om op dat moment het bezoek deze ruimte te laten benutten. Zo kan dubbelgebruik van parkeerplaatsen plaatsvinden.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

19

Afbeelding 5: Benodigde parkeerplaatsen. Type

Parkeernorm (auto)

Woning van 41 tot en met 55 m² Woning van 56 tot en met 70 m² Woning van 86 tot en met 100 m² Woning van 101 tot en met 115 m² Woning van 116 tot en met 130 m² Kantoor

0,9 1,2 1,7 1,9 2,0 1,9 /100m² bvo

Totaal

Parkeernorm (auto +fiets)

Aan- Parkeertal norm (auto) totaal 0,8 15 13,5 +2 fiets 1,1 6 7,2 +3 fiets 1,6 7 11,9 +5 fiets 1,8 2 3,8 +5 fiets 1,9 2 4,0 +6 fiets 1,8 503 9,6 +1,5 fiets /100 m² bvo 50,0

Aantal woningen met fiets parkeren 12,0

Parkeernorm (fiets) totaal 30

6,6

18

11,2

35

3,6

10

3,8

12

9,1

7,5

46,3

112,5

Afbeelding 6: Te hanteren aanwezigheidspercentages. Doelgroep bewoners bedrijf en/of kantoor

werkwerkwerkkoopwerkzaterzaterzondag dag dag avond dag dagdagdagochtend middag avond nacht middag avond middag 50% 50% 90% 80% 100% 60% 80% 70% 100% 100% 5% 5% 0% 0% 0% 0%

Afbeelding 7: Parkeerbehoefte op basis van aanwezigheidspercentages. Doelgroep

Woning van 41 tot en met 55 m² Woning van 56 tot en met 70 m² Woning van 86 tot en met 100 m² Woning van 101 tot en met 115 m² Woning van 116 tot en met 130 m² kantoor Totaal

werk- werkwerkkoopwerkzaterzaterzondag dag dag avond dag dagdagdagochmiddag avond nacht middag avond middag tend 6,0 6,0 10,8 9,6 12,0 7,2 9,6 8,4

3,3

3,3

5,9

5,3

6,6

4,0

5,3

4,6

5,6

5,6

10,1

9,0

11,2

6,7

9,0

7,8

1,8

1,8

3,2

2,9

3,6

2,2

2,9

2,5

1,9

1,9

3,4

3,0

3,8

2,3

3,0

2,7

9,1 27,7

9,1 27,7

0,5 33,9

0,5 30,2

0,0 37,2

0,0 22,3

0,0 29,8

0,0 26,0

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

20

Op basis van de aanwezigheidspercentages uit de gemeentelijke Nota Parkeernormen is de parkeerbehoefte berekend. De parkeereis wordt in dergelijke gevallen gebaseerd op de berekende parkeerbehoefte van verschillende functies op het geldende maatgevende (drukste) moment zoals deze gedurende een dagdeel in de week optreedt. Voor de 32 appartementen zijn zonder dubbelgebruik 47 (46,3) parkeerplaatsen en 113 (112,5) fietsparkeerplaatsen noodzakelijk. Uit de berekening blijkt dat werkdagnacht maatgevend is. Op dat moment mag voor het benodigde aantal parkeerplaatsen worden uitgegaan van een factor van 100% voor de appartementen en 0% voor de kantoren. Op basis van de aanwezigheidspercentages zijn 38 (37,2) parkeerplaatsen noodzakelijk ten behoeve van de planontwikkeling. Op het achterterrein worden 38 parkeerplaatsen aangelegd. De planontwikkeling voldoet aan de Nota parkeernormen 4e herziening. 2.5.8. Programma Energietransitie 2020-2025 De gemeenteraad van Soest heeft op 6 februari 2020 het Programma Energietransitie 20202025 vastgesteld. In dit programma zijn de doelstellingen voor de programmaperiode tot en met 2025 vastgelegd en zijn de bijbehorende projecten gezamenlijk bepaald. Het programma is opgebouwd aan de hand van de pijlers wonen, werken, mobiliteit en gemeente als voorbeeld. Daarnaast zijn er projecten gedefinieerd voor energieopwekking.

Deze projecten zijn van invloed op alle pijlers. Ook maakt het strategisch communicatieplan onderdeel uit van het programma. Met dit programma wordt een vervolg gegeven aan wat er met het Gemeentelijk Duurzaamheidsplan 2016 – 2020 in gang is gezet. Alle nieuwbouwprojecten moeten voldoen aan het bouwbesluit. In het Bouwbesluit is vastgelegd dat alle nieuwe gebouwen aardgasvrij moeten worden gerealiseerd en minimaal moeten voldoen aan de BENG vereisten (Bijna energieneutrale gebouwen). De BENG-eisen zijn een aanscherping ten opzichte van de EPC. In BENG wordt de energieprestatie van een gebouw uitgedrukt met drie indicatoren: ▪ BENG 1 Energiebehoefte: de hoeveelheid energie die een gebouw nodig heeft voor verwarming en koeling uitgedrukt in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar. Deze indicator gaat over het beperken van de energievraag van het gebouw zelf. Aandachtspunten: stedenbouwkundig ontwerp, oriëntatie, compact ontwerp, schilisolatie, luchtdichtheid, zomernachtventilatie, ventilatiesysteem en zonwering. ▪ BENG 2 Primair energiegebruik: de hoeveelheid fossiele brandstof in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar die nodig is voor verwarming, koeling, warm water en installaties. Let op: voor netstroom wordt het rendement van elektriciteitsproductie verrekend.

Aandachtspunten: efficiënte installaties, warmteafgifte op lage temperatuur, warmwater met korte leidingen en warmteterugwinning en toepassing van hernieuwbare energie (ook BENG 3). ▪ BENG 3 Aandeel hernieuwbare energie: het percentage (in procenten) hernieuwbare energie van het totale energiegebruik. Aandachtspunten: toepassing van PV, zonneboiler, bodemenergie, omgevingswarmte, biomassa en externe warmtelevering (mits hernieuwbaar).

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

21

Het woningbouwontwerp voldoet aan de gestelde eisen conform Bouwbesluit 2012. 2.5.9. Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 Op 21 december 2017 heeft de gemeenteraad van Soest het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 vastgesteld. Op 1 december 2022 is vervolgens door de gemeenteraad besloten de werkingsduur van dit plan met twee jaar te verlengen. Het plan heeft betrekking op alle gemeentelijke watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater), het stedelijk oppervlaktewater en de integratie met de leefomgeving. Het plan beschrijft de achtergronden, het beleid, het programma en de financiën. Ook komen de rollen van gemeente, waterschap, bewoners en bedrijven aan bod. Daarnaast houdt het plan rekening met recente ontwikkelingen en het pas afgeronde technische onderzoek Basiswaterketenplan. Doelstelling is het maken van een duurzaam en robuust watersysteem en rioleringsstelsel, zodat deze de effecten van de klimaatverandering kunnen opvangen. Dit gebeurt in samenhang met andere ingrepen in de (stedelijke) omgeving, waarbij de kansen worden benut en effectgericht wordt gewerkt. Het hemelwater van de bebouwing zal niet worden aangesloten op de riolering. Het water dat op straat valt zal naar straatkolken worden geleid. In het plangebied zal voor afvalwater een leiding worden aangelegd tot aan de perceelsgrens.

Het hemelwater zal op eigen terrein worden hergebruikt en/of op het perceel worden geïnfiltreerd. Ook zal er een overstortkolk worden opgenomen welke loost richting de Van Lenneplaan. Nieuwe ontwikkelingen worden 'waterneutraal' ontworpen (geen extra afvoer van hemelwater). Het afvalwater wordt als bron van grondstoffen en energie gezien. Waar kansen zich voordoen, maken we het afvalwater onderdeel van de circulaire economie. Het grond- en oppervlaktewaterbeleid richt zich op waterbestendig bouwen, zodat de natuurlijke waterhuishouding behouden blijft. Onder het motto wat groen is moet groen blijven probeert het gemeentebestuur het verharden van tuinen te beperken. Door de klimaatverandering zal hevige neerslag vaker voorkomen en nog heviger worden. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Bewoners en bedrijven zullen vaker hinder ondervinden, maar de gemeente wil de kans op overlast beperken en waterschade zoveel mogelijk voorkomen. De gemeente zet het beleid voort om vuil water en schoon hemelwater te scheiden. Het schone hemelwater wordt van de riolering afgekoppeld. Dit afkoppelen is duurzaam en nodig om de gemeente klimaatbestendig te maken. Voor nieuwbouw is de inzet om de ideale situatie steeds meer te benaderen op basis van de stand van de techniek. Dit vraagt om een vroegtijdige verbinding tussen disciplines als ruimtelijke ordening en stedelijk waterbeheer.

De initiatiefnemer zal over de definitieve uitvoering in overleg treden met gemeente. De voorgenomen ontwikkeling valt in binnenstedelijk gebied. Steden krijgen te maken met een toename van hittestress en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering en verdichting. Het uitvallen van stedelijke functies en hoge kosten op lange termijn kunnen voorko-

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

22

men worden door beperking van wateroverlast en hitte als ontwerpuitgangspunt op te nemen bij de (her)inrichting van de stad. Doordat het verhard oppervlak afneemt en er een daktuin wordt gerealiseerd wordt er een bijdrage geleverd aan een meer klimaatbestendige omgeving dan in de huidige situatie. Door infiltratiekratten onder de parkeerplaats aan te brengen wordt rekening gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering. 2.5.10.Plan van aanpak Diffuse bronnen Alle lozingen van afvalwater op oppervlaktewater zijn gesaneerd. Het afvalwater wordt nu gezuiverd op de rioolwaterzuivering. De kwaliteit van het oppervlaktewater is hierdoor sterk verbeterd. Waterschap Vallei & Veluwe, als waterbeheerder, streeft ernaar om de kwaliteit van het oppervlaktewater nog verder te verbeteren. Voor een groot deel wordt de overgebleven verontreiniging van het oppervlaktewater veroorzaakt door diffuse bronnen, bijvoorbeeld metalen en bestrijdingsmiddelen. Het plan bevat een inventarisatie van diffuse bronnen en omschrijft hoe en wanneer de gemeente de diffuse bronnen aanpakt en hoe de gemeente de aanpak nog wil intensiveren. 2.5.11.Welstandsbeleid Op 13 februari 2014 heeft de gemeenteraad van Soest de nieuwe Welstandsnota vastgesteld om transparant welstandsbeleid te kunnen voeren.

Het welstandsbeleid is bedoeld om te zorgen dat bij bouwen en verbouwen de omgeving niet visueel wordt aangetast. In de Welstandsnota is de gemeente in verschillende gebieden ingedeeld. Het plangebied ligt in deelgebied III: Entrees van Soest (zie afbeelding 8). Voor dit deelgebied is het beeldkwaliteitplan Entree's van Soest (2005) van kracht. Het noordelijke deel van de Birkstraat heeft een rustig straatbeeld door de eenduidige bebouwing. De bebouwing bestaat uit vrijstaande, twee- en drie onder-één kapwoningen van één en twee bouwlagen met kap. De aard van de bebouwing is gevarieerd, van traditioneel tot redelijk modern. Er wordt hoofdzakelijk gewoond. De welstandsnota gaat uit van 3 toetsingsniveaus, te weten: ▪ Gebieden met monumenten en beschermde dorpsgezichten – De Soester Eng - hebben welstandsniveau 1 (beschermend); ▪ Gebieden waarvoor een beeldkwaliteitsplan is opgesteld, zoals voor de entrees van Soest waaronder de Birkstraat. Hiervoor geldt welstandsniveau 2 (bijzonder); ▪ De rest van de gemeente heeft een basisniveau (niveau 3) waarbij een eenvoudige toets volstaat.

Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Soest – Birkstraat 95

23

Afbeelding 8: Gebiedsindeling Welstandsnota.

Het bouwplan zal door de Commissie ruimtelijke kwaliteit (CRK) aan het beeldkwaliteitsplan worden getoetst. Bij een eerste beoordeling heeft de CRK verzocht om bakken met hoge beplanting op het dak te plaatsen, zodat er wat groen vanaf de straat zichtbaar is. Deze suggestie is meegenomen in het ontwerp. 2.5.12.Grondstoffenaanpak 2021-2023 In de Wet Milieubeheer is opgenomen dat de gemeente verplicht is bij ieder perceel in de gemeente huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Voor de inzameling van de diverse soorten huishoudelijke afvalstoffen stelt de gemeente vast via welk inzamelmiddel een bepaalde afvalstroom wordt ingezameld. In de meeste gevallen is dit een mini-container of een ondergrondse container. Voor beide inzamelmiddelen dient voldoende ruimte te worden gereserveerd zodat deze inzamelmiddelen goed bereikbaar zijn voor de inzameldienst. De milieu impact van het verbranden van afval is groot en de kosten hiervan stijgen. De vraag naar grondstoffen neemt toe, en beschikbaarheid neemt af. Dit alles vereist dat er op een andere manier moet worden omgegaan met afval en de daarvan deel uitmakende grondstoffen. Daarom is in de Grondstoffenaanpak als doel opgenomen huishoudelijk restafval te verminderen en afvalscheiding te stimuleren. Dit bereiken we door enerzijds meer service te bieden op herbruikbare afvalstromen en anderzijds minder service te bieden op restafval.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=9810f8d9-30dd-4132-b50c-1ad10478bacf