CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

2. RK Onderzoek Klimaatadaptatie - Gemeente Soest_def

Beeldvormende vergadering (Kamer 2.03) 25 april 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Onderzoek Klimaatadaptatie Rekenkamer Soest14.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Afspraken bosbranden bosnota Bosnota 2015 Landschaps- en natuurontwikkelingsplan

Score doeltreffendheid 3 2

Tabel 5. Score maatregelen hitte en droogte op effectiviteit en doelmatigheid.

9Hitte- en eenzaamheidskaart voor alle gemeenten, klimaatadaptatienederland.nl

[20]

Score doelmatigheid 3 3

3.4. Analyse maatregelen We analyseren de maatregelen op basis van twee theorieën: de cirkels van invloed en de veranderlogica. In bijlage I hebben we deze theorieën nader toelicht.

3.4.1. Cirkels van invloed Een gemeente kan met behulp van maatregelen op verschillende manieren proberen een doel te bereiken. De invloed van de gemeente op dit doel is niet altijd direct. In sommige gevallen zit de gemeente zelf direct aan het stuur (denk aan de inrichting van de openbare ruimte of de bestrating van gemeentelijke parkeerplekken). In andere gevallen is de gemeente afhankelijk van andere actoren om het beoogde resultaat te bereiken (denk aan het ontkoppelen van hemelwaterafvoer of bestrating in tuinen). Om dit inzichtelijk te maken, maken we gebruik van de cirkels van sturing. Hiermee ontstaat onderscheid in het aangrijpingspunt van de maatregelen: 1. Cirkel van controle: maatregelen waar je als gemeente zelf de controle hebt over het doelbereik door de maatregel uit te voeren. Denk aan het aanpassen van de bestrating van een gemeentelijke parkeerplaats. 2. Cirkel van invloed: maatregelen waar je als gemeente andere actoren door middel van prikkels, bijvoorbeeld financiële, probeert te beïnvloeden om een doel te bereiken. Denk aan het geven van een subsidie voor het plaatsen van een regenton. 3. Cirkel van lobby en kennisontwikkeling: maatregelen waarmee je de kennis probeert te vergroten om op die manier meer begrip of bewustzijn voor maatregelen te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan een communicatiecampagne voor het belang van groen in de openbare ruimte.

De figuur hierna toont in welke categorie de maatregelen vallen die de gemeente Soest heeft getroffen. In bijlage III is per maatregel opgenomen in welke categorie ze zijn geplaatst. Hieruit volgt dat de meeste maatregelen op het gebied van wateroverlast zitten. Voor droogte en hitte zijn veel minder maatregelen getroffen. Daarnaast blijkt dat maatregelen voornamelijk in de cirkel van controle en de cirkel van lobby en kennisontwikkeling zitten. Maatregelen hebben dus vooral betrekking op zaken die de gemeente zelf kan uitvoeren, of die inzetten op kennisontwikkeling en het beïnvloeden van derden. Er worden weinig maatregelen ingezet om anderen te beïnvloeden. De voorbeelden op dit vlak hebben vooral betrekking op subsidies voor vergroening en afkoppelen en Steenbreek. Tot slot blijkt dat vooral de maatregelen in de binnenste kring (cirkel van controle) succesvol zijn uitgevoerd. Maatregelen in de cirkel van invloed (middelste kring) zijn deels succesvol, denk aan subsidie voor afkoppelen die pas in tweede helft vaker is aangevraagd. Maatregelen in buitenste kring (cirkel van lobby en kennisontwikkeling) zijn in een aantal gevallen niet uitgevoerd. Denk bijvoorbeeld aan de maatregelen op het gebied van communicatie.

[21]

Figuur 1. Overzicht van de maatregelen in de cirkel van sturing.

3.4.2. Veranderlogica Om te bepalen welke maatregelen doeltreffend en doelmatig zijn is het ook van belang te weten welke alternatieve maatregelen er hadden kunnen worden genomen om bij te dragen aan hetzelfde doel. Om dit inzichtelijk te maken gebruiken we de veranderlogica. Hierbij richten we ons op de maatregelen die tot doel hebben andere actoren te beïnvloeden (buitenste twee cirkels in cirkels van sturing). Hierbij is het uitgangspunt dat deze maatregelen worden ingezet om een verandering bij bepaalde actoren te weeg te brengen. Bijvoorbeeld om een huiseigenaar stenen uit de tuin te laten halen of om een bedrijf een groen dak te laten aanleggen. Al deze veranderingen kunnen op verschillende wijzen worden bereikt maar telkens zijn vier factoren van belang: 1. Kennis: er moet een geschikte oplossing beschikbaar zijn die aan technische eisen voldoet en hier moet kennis over zijn. Maatregelen die in deze categorie vallen kunnen dus onderzoeken betreffen om die kennis op te doen of activiteiten om de kennis beschikbaar te stellen. 2. Middelen: het moet financieel rendabel/aantrekkelijk zijn om de verandering door te maken. 3. Draagvlak en samenwerking: iemand moet de verandering intrinsiek willen maken. Met maatregelen om samen te werken of te overtuigen kan dit worden beïnvloed. 4. Wet- en regelgeving: moet niet knellen en kan worden ingezet om verandering af te dwingen.

De tabel hierna toont in welke categorie de maatregelen van de gemeente Soest voornamelijk zitten. In bijlage III is per maatregel opgenomen in welke categorie ze zijn geplaatst. Uit de figuur blijkt dat de meeste maatregelen tot doel hebben gehad het draagvlak te vergroten. Daarnaast is in mindere mate ingezet in maatregelen om oplossingen te vinden en om de businesscase te verbeteren. Er is niet ingezet op maatregelen op het gebied van wet- en regelgeving. Eventuele belemmeringen op het gebied van wet- en regelgeving hebben we ook niet gevonden maar dit betekent ook dat er geen maatregelen zijn getroffen om verandering af te dwingen. Daarbij valt op dat maatregelen op het gebied van draagvlak zelf (Steenbreek, communicatie en beleving van water) niet of nauwelijks zijn uitgevoerd.

[22]

Tabel 6. Type maatregelen in die zijn getroffen weergegeven in de veranderlogica voor klimaatadaptatie.

3.4.3. Bevindingen De maatregelen die de gemeente Soest heeft getroffen op het gebied van klimaatadaptatie hebben vooral betrekking op wateroverlast. Daarbij worden maatregelen getroffen om de eigen infrastructuur, zoals de riolering, aan te passen en om kennis te vergroten. Er worden minder maatregelen getroffen om derden te beïnvloeden. Van de maatregelen die kennis vergroten of andere beïnvloeden doen de meeste dat via draagvlak en kennisontwikkeling. Een enkele maatregel heeft betrekking op beschikbaar stellen van middelen en er worden geen maatregelen getroffen die door middel van regels verandering afdwingen.

[23]

4. DOELTREFFENDHEID EN DOELMATIGHEID VAN BELEID In het vorige hoofdstuk is de doeltreffendheid en doelmatigheid van individuele maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie beschreven. In dit hoofdstuk gaan we in op de doeltreffendheid van het volledige klimaatadaptatiebeleid van gemeente Soest. Dit doen we aan de hand van doelbereik (paragraaf 4.1) en vier aspecten participatie & samenwerking, communicatie, navolgbaarheid & leesbaarheid en monitoring & informatie (paragraaf 4.2 tot en met 4.5). We beoordelen deze aspecten in aan de hand van een normenkader waarbij wordt gescoord op basis van de bijdrage aan doeltreffendheid. In de onderstaande tabel is dit normenkader weergegeven. In bijlage I is een volledige toelichting van het normenkader opgenomen. Tot slot gaan we in dit hoofdstuk in op doelmatigheid (paragraaf 4.6) en rechtmatigheid (paragraaf 4.7) van het beleid. Beoordeling Aspect draagt bij aan doeltreffend beleid

Score 4

Aannemelijk dat aspect bijdraagt aan doeltreffend beleid

3

Aannemelijk dat aspect belemmerend werkt voor doeltreffendheid beleid Aspect werkt belemmerend voor doeltreffendheid beleid

2

1

Norm • Vast te stellen dat de manier waarop de aspect is uitgevoerd bijdraagt aan de doeltreffendheid van het beleid. • Niet direct vast te stellen maar gesprekspartners zijn over het algemeen van mening dat manier waarop aspect is uitgevoerd bijdraagt aan doeltreffendheid van het beleid. • Niet direct vast te stellen maar gesprekspartners zijn over het algemeen van mening dat manier waarop aspect is uitgevoerd belemmerend werkt voor doeltreffendheid van het beleid. • Vast te stellen dat de manier waarop de aspect is uitgevoerd belemmerend werkt voor de doeltreffendheid van het beleid.

Tabel 7. Wijze waarop score voor aspecten in paragraaf 4.2, 4.3, 4.4 en 4.5 tot stand is gekomen.

4.1. Doelbereik Feiten De behaalde resultaten worden feitelijk beschreven in hoofdstuk 3 van dit onderzoek. In het kader van de totstandkoming van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie zijn de knelpunten in beeld gebracht (bijlage 2 van de startnotitie voor het omgevingsprogramma). Hierbij is gebruik gemaakt van de klimaatatlas (Vallei en Veluwe Klimaatbestendig) en de het klimaatportaal (Provincie Utrecht). Deze kaarten zijn gecombineerd met de lokale kennis over de aandachtsgebieden zodat de daadwerkelijke opgave in beeld is. Ten behoeve van deze opgave is inmiddels een voorlopige uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opgesteld. De uitvoering hiervan is nog niet gestart, deze zal verder worden uitgewerkt in het omgevingsprogramma. Percepties Er zijn weinig uitspraken gedaan over het wel of niet behalen van de gestelde doelstellingen. Er is wel door gesprekspartners bevestigd dat voor hitte en droogte geen doelen of maatregelen zijn getroffen. Hieruit volgt dat er weinig aandacht is geweest voor hitte en droogte vanuit gemeente Soest. Vanuit de extern gesprekspartners blijkt dat dit ook bij andere overheden in het gebied het geval is.

[24]

Bevindingen Via de klimaateffectatlas van Vallei en Veluwe Klimaatbestendig is de opgave op het gebied van klimaatadaptatie regionaal in beeld gebracht. In het GWRP (p74) en uit de tussenevaluatie van het GWRP (p1) blijkt dat er doelstellingen voor wateroverlast zijn bepaald en deze grotendeels zijn behaald. Voor hitte en droogte zijn geen doelstellingen opgesteld. Er is daarom geen uitspraak te doen over het doelbereik voor hitte en droogte.

4.2. Participatie en samenwerking Participatie en samenwerking zijn opgedeeld in drie onderdelen: betrokkenheid maatschappelijke organisaties en inwoners, betrokkenheid van medeoverheden en samenwerking interne organisatie.

4.2.1. Met inwoners en maatschappelijke organisaties Feiten Bij de totstandkoming van het GWRP is in 2017 een regenwatermarkt voor zowel raadsleden als inwoners georganiseerd. Ruim 200 bezoekers hebben deze markt bezocht. Er is geen verdere participatie of samenwerking met maatschappelijke partners geweest in de totstandkoming van het GWRP. De scope van het onderzoek kijkt terug tot 2018 maar omdat dit ter voorbereiding op het beleid dat we onderzoeken is uitgevoerd nemen we dit mee. In het GWRP is een aantal maatregelen opgenomen voor het betrekken van inwoners. Zo zijn voorlichtingen georganiseerd, subsidies verstrekt en zijn inwoners geholpen met afkoppelen door een afkoppelcoach. Het totale palet aan maatregelen om inwoners te betrekken is maar deels uitgevoerd (zie hoofdstuk 3). Voor de uitvoer van ruimtelijke ingrepen in bijvoorbeeld de riolering worden inwoners wel betrokken. Er wordt weinig met maatschappelijke partners samengewerkt. Gemeente Soest heeft een lidmaatschap bij stichting Steenbreek, maar vult dit lidmaatschap niet in met projecten of acties voor inwoners. Er zijn daarnaast ad hoc gesprekken met de woningbouwcoöperatie en projectontwikkelaars waarbij de adaptatieopgave is aangekaart. Inwoners zijn voor de totstandkoming van het omgevingsprogramma middels ‘Stadsgesprekken’ betrokken. Dit is in lijn met risicodialogen-aanpak van het DPRA.

De input die de inwoners hebben geleverd in dit traject vormde de basis voor de voorlopige uitvoeringsagenda en zal worden meegenomen in het omgevingsprogramma. Percepties Door gesprekspartners binnen de gemeente is aangegeven dat inwoners en maatschappelijke organisaties beperkt betrokken zijn bij de beleidsvorming. Wel wordt aangegeven dat de omgeving wordt betrokken bij projecten met een ruimtelijke impact, zoals onderhoud werkzaamheden of afkoppelen van publieke hemelwaterafvoer. Er wordt door gesprekspartners verschillend gedacht over de mate waarin inwoners zijn meegenomen in het beleid. Inwoners zijn meegenomen bij de totstandkoming van stukken. De afkoppelcoach wordt in elk geval als een positieve en effectieve aanvulling in het beleid gezien. Daarnaast wordt aangegeven dat een gecombineerde aanpak van het afkoppelen van een hele wijk of straat de voorkeur geniet boven het afkoppelen van een enkele woning. Samenwerking met grootschalige vastgoedbezitters zoals de woningbouwcorporatie is daarom interessant. Eventueel in combinatie met andere verduurzamingsopties. Gesprekspartners geven aan dat kansen bij woningbouwcorporaties meer zouden kunnen worden benut door als gemeente hardere eisen te stellen in de prestatieafspraken met de woningbouwcorporatie.

[25]

4.2.2. Met bestuurlijke partners Feiten Bij de totstandkoming van het GWRP zijn de gemeente Baarn en het waterschap Vallei en Veluwe betrokken. Het plan is ook voorgelegd aan de provincie Utrecht. Daarnaast wordt in het waterteam samengewerkt aan (afval)watervraagstukken tussen Baarn, Soest en Waterschap Vallei en Veluwe. In het beheergebied van het waterschap bevinden zich nog twee werkregio’s: Platform Water Vallei en Eem, die in samenwerking met twee andere Veluwse werkregio’s tot de Manifest Regio Vallei en Veluwe Klimaatbestendig behoort. Zie voor een nadere toelichting ook paragraaf 2.3 en 3.1. Percepties Over de samenwerking met Baarn en het waterschap (watermanagementoverleg of afvalwaterteam) wordt aangegeven dat deze voorspoedig en doelmatig verloopt. Het is een professionele samenwerking die wordt gedreven door het vinden van inhoudelijke oplossingen. Hier wordt met name gekeken wanneer het mogelijk is om gezamenlijk aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld om te kijken of het mogelijk is om samen op te trekken in een aanbesteding. De gemeente Soest heeft een faciliterende rol maar er wordt aangegeven dat er een actievere rol zou kunnen zijn vanwege de grootte van de opgave. Over de samenwerking in de werkregio’s wordt aangegeven dat hier het volledige potentieel wordt benut.

Een kanttekening dat bij de regionale samenwerkingsverbanden wordt aangegeven is dat alle overheidspartners op het gebied van hitte en droogte nog zoekende zijn naar de juiste rolverdeling en -invulling.

4.2.3. Binnen de gemeente Feiten Er is geen beleidsgrondslag voor het samenwerken tussen de verschillende afdelingen waarbinnen thema’s van klimaatadaptatie vallen. Er wordt intern wel samengewerkt aan de omgevingstafel waar vanuit de verschillende beleidsthema’s op ruimtelijke plannen wordt meegekeken. Percepties Er wordt door verschillende intern betrokkenen aangegeven dat het samenwerken in ruimtelijke ordening en het werk met werk maken goed verloopt, maar dat dit niet is ingegeven vanuit beleid. Er wordt aangegeven dat er wordt meegedacht over waar en wanneer vervangingsopgaven in de ondergrond zijn waarbij ook kan worden afgekoppeld. Daarnaast wordt aangegeven dat er binnen de afdeling groen en afdeling gezondheid weinig budget en uren beschikbaar zijn om klimaatadaptatie mee te nemen. Hierdoor blijven koppelkansen op het raakvlak van, waterberging, het tegengaan van hittestress en droogte onbenut. Wel is aangegeven dat binnen de uitvoering op basis van gezond verstand klimaatadaptatie wordt meegenomen in projecten, ondanks dat er geen duidelijke beleidsuitgangspunten liggen. Denk bijvoorbeeld aan het rekening houden met groen in stedelijke ontwikkeling of het diversifiëren in soorten in bosgebieden.

4.2.4. Bevindingen De mate waarin inwoners en maatschappelijke partners zijn betrokken bij het beleid is beperkt in zowel de totstandkoming als de uitvoer. Voor de uitvoer van ruimtelijke ingrepen worden inwoners wel betrokken. Omdat de klimaatadaptatie opgave een grote ruimtelijke component heeft en niet alleen over openbare ruimte gaat, kan worden gesteld dat dit een gemiste kans is. De manier waarop participatie en samenwerking met inwoners en maatschappelijke partners is uitgevoerd werkt daarom belemmerend voor de doeltreffendheid van het beleid.

[26]

De gemeente Soest participeert in de werkregio Vallei en Eem en de manifestregio Vallei en Veluwe. Soest speelt hier een actieve rol en de samenwerking draagt bij aan de doeltreffendheid van het beleid omdat wordt gezorgd voor kennisverbreding en doordat DPRA-gelden kunnen worden benut. De samenwerking binnen de organisatie op het gebied van wateroverlast en het GWBP is goed geborgd. Dit komt mede omdat dit onderwerp niet nieuw is en er bestaande overleggremia en werkwijzen bestaan om de opgave aan te pakken. Deze interne samenwerking draagt bij aan een doeltreffend beleid. Aan de opgaven hitte en droogte wordt momenteel niet beleidsmatig gewerkt. Hiervoor is het dan ook niet mogelijk een oordeel over doeltreffendheid te geven. H 4.2

Aspect Participatie en samenwerking

4.2.1

• Stakeholders

4.2.2

• Overheden

4.2.3

• Interne organisatie

Toelichting De mate waarin stakeholders betrokken zijn geweest bij het beleid.

Water

H&D

De mate waarin is samengewerkt met inwoners en maatschappelijke organisaties. De mate waarin is samengewerkt met de bestuurlijke partners. De mate waarin is samengewerkt binnen de interne organisatie.

2

Nvt

3

Nvt

3

Nvt

Tabel 9. Overzicht scores voor doeltreffendheid voor aspect participatie en samenwerking.

4.3. Communicatie In 4.2 is gekeken naar het betrekken van inwoners bij het beleid. In 4.3 wordt enkel ingegaan op het communicatieve aspect. Feiten In het GWRP zijn maatregelen opgenomen die voorzien in een actieve communicatie richting inwoners. Deze maatregelen worden besproken in paragraaf 3.2.2. In de tussenevaluatie van het GWRP wordt aangegeven dat de doelstellingen ten behoeve van communicatie niet zijn behaald. Er is geen websitepagina voor klimaat of klimaatadaptatie. Er is geen relevante communicatie over klimaatadaptatie, anders dan de pagina over subsidies.10 Percepties Vrijwel alle gesprekspartners, zowel intern als extern, geven aan dat er op het gebied van communicatie vrijwel geen activiteiten zijn geweest. Er wordt aangegeven dat dit het draagvlak en de bekendheid van klimaatadaptatie en de onderdelen die hierbij horen niet ten goede komt. Door de gesprekspartners wordt hierover aangegeven dat dit een gemiste kans is, omdat inwoners en maatschappelijke organisaties weldegelijk een grote rol hebben binnen de klimaatadaptatie opgave. Er wordt verwezen naar de beperkte bekendheid van inwoners en woningbouwcorporaties met afkoppelen, of het aanleggen van groen of groene daken. Deze bekendheid kan niet enkel met een subsidieregeling worden “gekocht”.

Daarnaast kan meer kennis en begrip over klimaatadaptatie ook een positief effect hebben op eventuele weerstand tegen ruimtelijke aanpassingen.

10 Zie: Gemeentelijke subsidieregelingen | Gemeente Soest.

[27]

Bevindingen Op het gebied van communicatie richting inwoners en bedrijven in de gemeente is er in de onderzochte periode weinig activiteit geweest. Dit werkt belemmerend voor het behalen van de doelen op het gebied van klimaatadaptatie omdat klimaatadaptatie ook over particuliere ruimte gaat.

H 4.3

Aspect Communicatie

Toelichting De mate waarin communicatie helder en navolgbaar is voor verschillende doelgroepen.

Water 1

H&D nvt

Tabel 8. Score van aspect communicatie op bijdrage aan doeltreffendheid.

4.4. Navolgbaarheid en leesbaarheid Feiten De beleidscontext is te vinden in hoofdstuk 2. De vastgestelde, geldende beleidsstukken zijn niet eenvoudig online beschikbaar. Ze zijn wel aangeboden aan de raad ter vaststelling en daarmee in het raadsinformatiesysteem beschikbaar. De maatregelen die getroffen zijn op het gebied van klimaatadaptatie zijn verspreid over verschillende programma’s en beleidsstukken. Daarbij ontbreekt een overkoepelend visie op het thema. Percepties Weinig gesprekspartners zijn daadwerkelijk bekend met het klimaatadaptatiebeleid of de maatregelen die in dat kader worden uitgevoerd. Ondanks dat er ook een GWRP is vastgesteld, zijn ook weinig gesprekspartners bekend met het GWRP. Bevindingen Vanuit klimaatadaptatieperspectief is het beleid slecht navolgbaar. Het beleid is verdeeld over verschillende beleidsterreinen en overkoepelende communicatie via digitale kanalen ontbreekt. Daarmee hebben we indicaties dat dit belemmerend werkt voor de doeltreffendheid. H 4.4

Aspect Navolgbaarheid en leesbaarheid

Toelichting De mate waarin doelstellingen helder zijn geformuleerd en bijvoorbeeld beleidsstukken en uitvoeringsagenda’s leesbaar en duidelijk zijn;

Water 2

H&D nvt

Tabel 9. Score van aspect navolgbaarheid en leesbaarheid op bijdrage aan doeltreffendheid.

4.5. Monitoring en evaluatie Feiten Er is geen structurele monitoring. Er zijn geen beleidsindicatoren om de effectiviteit van het beleid te monitoren of op basis van effect bij te sturen. Ook valt op dat cijfers met betrekking tot verstrekte subsidies of aantallen afgekoppelde woningen uitsluitend beschikbaar zijn door dit aan te vragen bij de persoon die dit bijhoudt. Maar dat deze niet regulier worden gemonitord. Het GWRP is in lijn met de toezegging aan de raad geëvalueerd. Daarbij is vooral vanuit doelbereik van individuele maatregelen gekeken en minder vanuit bereik van overkoepelende doelstelling. Namelijk, dragen maatregelen inderdaad bij aan een klimaatbestendige gemeente? Met behulp van de evaluatie is bijgestuurd op de subsidiemaatregelen.

[28]

Percepties Er wordt door de intern gesprekspartners bevestigd dat er geen structurele monitoring plaatsvindt maar dat er wel bekend is welke maatregelen wel of niet zijn uitgevoerd. Bevindingen Monitoringsinformatie is op aanvraag beschikbaar, en vindt niet periodiek plaats. Wel is tussentijds een evaluatie van het GWRP uitgevoerd op basis waarvan bijsturing heeft plaatsgevonden. De doeltreffendheid is daardoor toegenomen maar dit had meer kunnen zijn bij structurele monitoring. H 4.5

Aspect Monitoring en evaluatie

Toelichting De mate waarin periodiek wordt gemonitord en geëvalueerd ten einde te kunnen bijsturen.

Water 3

H&D nvt

Tabel 10. Score van aspect monitoring en evaluatie op bijdrage aan doeltreffendheid.

4.6. Doelmatigheid Feiten De gemeente heeft 1,6 FTE voor de opgaven water, riolering en adaptatie. Er was geen aparte functie voor klimaatadaptatie. Deze was opgenomen binnen de functie adviseur water- en afvalwatermanagement. Voor hitte en droogte is binnen het groenteam geen expliciete capaciteit of budget gereserveerd. Ook bij ander teams zoals gezondheid en ruimtelijke ordening zijn deze middelen er niet. Percepties Klimaatadaptatie is in Soest momenteel vooral meegenomen als onderdeel van de water- en rioleringstaken. Gesprekspartners geven aan dat het onderwerp daardoor wegvalt en minder aandacht krijgt dan zou moeten. Er wordt dan ook door gesprekspartners geopperd om klimaatadaptatie los te trekken van deze functie. Hierdoor ontstaat er automatisch een functie die zich eenvoudiger op alle opgaven kan bezighouden en eventuele koppelkansen van tevoren kan bepalen. Dit heeft ook voordeel in het kader van de uitvoer of eventuele benodigde budgetten op voorhand kan aanvragen. Er wordt ook door gesprekspartners aangegeven dat de coördinatie tussen beleid en uitvoering ontbreekt. In de uitvoering wordt klimaatadaptatie meegenomen vanuit een gezond verstand mentaliteit. Hier ligt echter niet altijd een budget of beleid onder waardoor continuïteit onzeker is en afhankelijk is van individuele medewerkers.

Andersom worden niet alle keuzes die in beleid worden gemaakt volledig uitgevoerd in de uitvoering. Denk bijvoorbeeld aan de risicogestuurde inspecties. Daarnaast vragen sommige gesprekspartners zich af in hoeverre er ook gekeken wordt of opgesteld beleid uitvoerbaar is met de middelen die beschikbaar zijn. De financiële implicaties van afkoppelen of andere ruimtelijke ingrepen kunnen zowel in aanleg als structureel beheer best aanzienlijk zijn, en kunnen niet worden meegenomen als dit niet in de begroting past of hier niet van tevoren budget voor is opgenomen. Bevindingen Op het gebied van water en riolering is een duidelijk plan geformuleerd en is tussentijds bijgestuurd. Ook is geborgd dat middelen binnen de begroting konden worden verschoven om zo ingezet te kunnen worden op de meest urgente opgave. We achten het daarom aannemelijk dat het beleid op het gebied van water doelmatig is geweest. Op het gebied van hitte en droogte is geen duidelijk beleid geformuleerd. Dit zegt niet dat er niets gebeurt. Ad hoc zijn diverse maatregelen in de uitvoering meegenomen. Dit kan doelmatig zijn omdat daarmee de inzet gaat naar die onderwerpen die op een bepaald moment om aandacht vragen. Echter maakt het ontbreken van een overkoepelende doelstelling het onmogelijk om dit inzichtelijk te maken.

[29]

4.7. Rechtmatigheid Feiten In paragraaf 2.1. hebben we de verplichtingen van de gemeente op het gebied van klimaatadaptatie beschreven. Deze vallen uiteen in een wettelijke taak en bestuurlijke afspraken. Wat betreft de wettelijke zorgplicht op het gebied van de afvoer van stedelijk afvalwater, hemelwaterafvoer en het voorkomen van negatieve gevolgen van grondwaterstanden voldoet de gemeente Soest. Er is een grondwater en rioleringsplan beschikbaar en de maatregelen uit dit plan zijn over het algemeen uitgevoerd. Ook voldoet de gemeente aan de afspraken uit het bestuursakkoord klimaatadaptatie. De stresstest klimaatadaptatie is in regionaal verband uitgevoerd en in 2022 heeft de gemeente gebruik gemaakt van de mogelijkheid uit het bestuursakkoord om een bijdrage uit de impulsregeling te vragen. Deze impulsgelden zijn voor aanstaand jaar niet aangevraagd in verband met capaciteitsgebrek. Percepties De meeste gesprekspartners binnen en buiten de gemeenten hebben geen scherp beeld bij de wettelijke taak van de gemeente op het gebied van klimaatadaptatie. Een aantal gesprekspartners weet wel te benoemen dat deze taak zich richt op de zorgplicht op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwaterafvoer en het voorkomen van negatieve gevolgen van grondwaterstanden.

Enkele gesprekspartners geven aan dat de taak een stap verder zou mogen gaan in de zin van een algemene zorgplicht voor inwoners op het gebied van gezondheid en welzijn. In dat licht zou de gemeente meer kunnen doen op het gebied van hittestress. Bevindingen De gemeente Soest voldoet aan de wettelijke en bestuurlijke taken op het gebied van klimaatadaptatie.

[30]

5. ROLINVULLING RAAD In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag in hoeverre de gemeenteraad de kaderstellende en controlerende rol heeft kunnen vervullen op het gebied van klimaatadaptatie. Deze analyse is gebaseerd op de raadsinformatiestukken die we in het kader van het onderzoek hebben kunnen terugvinden. We beperken ons tot de feitelijke informatie die beschikbaar is over de communicatie met de gemeenteraad en hebben in dit hoofdstuk geen percepties opgenomen. Feiten Eind 2017 heeft de gemeenteraad van Soest het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan (GWRP) vastgesteld. Daarbij heeft de gemeenteraad gevraagd in 2020 een tussenevaluatie uit te voeren. In mei 2021 is een raadsinformatiemail gestuurd waarin de resultaten van de tussenevaluatie van het GWRP met de gemeenteraad werden gedeeld. Op het gebied van hitte en droogte is de raad niet specifiek geïnformeerd maar dit is wel meegenomen in de bredere raadsinformatiebrieven zoals hierna benoemd. Op 19 februari 2020 en op 6 juli 2021 heeft de raad een informatiemail ontvangen met betrekking tot de voortgang op het gebied van het klimaatadaptatiebeleid. De eerste gaat in op de aanpak van het op te stellen klimaatadaptatieplan, (omgevingsprogramma klimaatadaptatie). De tweede brief gaat in op de gewijzigde aanpak met betrekking tot het klimaatadaptatieplan in verband met corona.

Medio 2022 is de gemeenteraad geïnformeerd over de voorlopige uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. Deze uitvoeringsagenda bevat een voorlopig overzicht van maatregelen waarbij de toezegging is gedaan in 2023 de definitieve uitgewerkte agenda ter vaststelling aan de raad voor te leggen. In 2024 zou dan het Programma Water, Riolering en Klimaatadaptatie worden voorgelegd. Bij afronding van het onderzoek waren deze stukken nog niet beschikbaar. Bevindingen We maken onderscheid tussen wateroverlast en hitte/droogte. Op het gebied van wateroverlast heeft de gemeenteraad het GWRP aan de voorkant vastgesteld. Op verzoek van de gemeenteraad is een tussenevaluatie uitgevoerd waarover de gemeente is geïnformeerd. De kaderstellende en controlerende rol heeft de gemeenteraad daarmee kunnen invullen. Op het gebied van hitte/droogte is de raad wel geïnformeerd over voorgenomen maatregelen maar hiervoor is nog geen duidelijk beleid vastgesteld en daarmee ontbreekt ook monitoringsinformatie. Op dit vlak kan de gemeenteraad de kaderstellende en controlerende rol tot dusver dus niet goed invullen.

[31]

BIJLAGE I. NORMENKADER In het normenkader maken we onderscheid tussen twee niveaus: 1. Maatregelniveau: in hoeverre zijn te getroffen maatregelen doeltreffend en doelmatig? 2. Beleidsniveau: in hoeverre is het totaal van het gevoerde beleid doeltreffend en doelmatig? Hierna beschrijven we voor beide het normenkader.

Beoordeling maatregelniveau Om te kunnen bepalen of maatregelen doeltreffend en doelmatig zijn is het eerst van belang te weten wat het beoogde effect van een maatregel is en welke alternatieven er zijn. We hebben daarvoor de volgende twee methoden gebruikt: a. Beoogd effect: categoriseren van de maatregelen aan de hand van de cirkels van sturing. b. Alternatieven: gebruik van de veranderlogica om te bezien of er andere type maatregelen mogelijk waren om hetzelfde doel te bereiken. A. Beoogd effect: Cirkels van sturing Door een maatregel te nemen kan de gemeente op verschillende wijze beogen een doel te bereiken. De invloed van de gemeente op dit doel is niet altijd even direct. Soms zit je zelf direct aan het stuur (denk aan de inrichting van de openbare ruimte of de bestrating van gemeentelijke parkeerplekken) maar soms ben je afhankelijk van andere actoren om daadwerkelijk het beoogde resultaat te boeken (denk aan het ontkoppelen van hemelwaterafvoer of bestrating in tuinen). Om dit inzichtelijk te maken hebben we de cirkels van sturing gebruikt. Hiermee ontstaat onderscheid tussen drie type maatregelen (zie figuur hierna): 1. Cirkel van controle: maatregelen waar je als gemeente zelf de controle hebt over het doelbereik door de maatregel uit te voeren. Denk aan het aanpassen van de bestrating van een gemeentelijke parkeerplaats. 2.

Cirkel van invloed: maatregelen waar je als gemeente andere actoren door middel van prikkels, bijvoorbeeld financiële, probeert te beïnvloeden om een doel te bereiken. Denk aan het geven van een subsidie voor het plaatsen van een regenton. 3. Cirkel van lobby en kennisontwikkeling: maatregelen waarmee je de kennis probeert te vergroten om op die manier meer begrip of bewustzijn voor maatregelen te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan een campagne voor het belang van groen in de openbare ruimte.

[32]

Figuur 22. We hebben de maatregelen gecategoriseerd in de cirkels van sturing. Daarbij maken we onderscheid in de verschillende type uitdagingen op het gebied van klimaatadaptatie.

B. Alternatieven: Veranderlogica Om te weten welke maatregelen doeltreffend en doelmatig zijn is het ook van belang te weten welke alternatieve maatregelen er hadden kunnen worden genomen om bij te dragen aan hetzelfde doel. Om dit inzichtelijk te maken gebruiken we de veranderlogica. Hierbij hebben we ons gericht op de maatregelen die tot doel hebben andere actoren te beïnvloeden (buitenste twee cirkels in cirkels van sturing). Hierbij is het uitgangspunt dat deze maatregelen worden ingezet om een verandering bij bepaalde actoren te weeg te brengen. Bijvoorbeeld om een huiseigenaar stenen uit de tuin te laten halen of om een bedrijf een groen dak te laten aanleggen. Al deze veranderingen kunnen op verschillende wijzen worden bereikt maar telkens zijn vier factoren van belang: 1. Oplossing/techniek: er moet een geschikte oplossing beschikbaar zijn die aan technische eisen voldoet. Bij een groen dak kan dit bijvoorbeeld ingewikkelder zijn dan bij het afkoppelen van een hemelwaterafvoer. 2. Businesscase: het moet financieel rendabel/aantrekkelijk zijn om de verandering door te maken. 3. Draagvlak: iemand moet de verandering intrinsiek willen maken. 4. Wet- en regelgeving: moet niet knellen en kan soms worden ingezet om verandering af te dwingen. Als in een bepaalde configuratie aan deze factoren is voldaan verandert iemand zijn gedrag en komt het beoogde doel dichterbij.

Dat kan door heel veel in te zetten op één factor. Bijvoorbeeld heel veel subsidie om iets financieel heel gunstig te maken. Of door van alle factoren een beetje gebruik te maken.

[33]

Figuur 33. Een voorbeeld van de veranderlogica.

Weging doeltreffendheid en doelmatigheid Mede op basis van voorgaande analyses hebben we een weging van de doeltreffendheid en doelmatigheid van maatregelen gemaakt. Hierbij zien we de doeltreffendheid als de relatie tussen het beoogde doel van een maatregel en de daadwerkelijke mate waarin dit doel is opgetreden. De doelmatigheid zien we als de relatie tussen de mate waarin het doel is behaald en de hoeveelheid mensen en middelen die hiervoor nodig waren. Omdat we niet in een afgesloten experiment werken maar beleid onderdeel uitmaakt van een veel groter systeem met vele andere factoren die het doelbereik beïnvloeden is het vaak lastig om harde uitspraken te doen over doeltreffendheid en doelmatigheid. Om hier toch waardevolle uitspraken over te kunnen doen hebben we alle maatregelen beoordeeld conform het in de tabel hierna uitgewerkte normenkader. Daarbij merken we op dat van maatregelen in de cirkel van invloed en de cirkel van kennisontwikkeling/lobby over het algemeen lastige is om de causaliteit in doeltreffendheid en doelmatigheid vast te stellen. Daarom scoren deze maatregelen eerder in categorie 2 of 3. Beoordeling Maatregel is doeltreffend en/of doelmatig

Score 4

Aannemelijk dat maatregel doeltreffend en/of doelmatig is

3

Norm • Doeltreffend: We kunnen vaststellen op basis van documenten dat het beoogde doel is bereikt en dat de maatregel hier een substantiële bijdrage aan geleverd heeft. • Doeltreffend: We vinden geen indicaties dat alternatieve maatregelen effectiever hadden kunnen zijn. • Doelmatig: we vinden geen indicaties dat alternatieve maatregelen hetzelfde of een beter doel hadden kunnen bereiken met dezelfde of minder inzet. • Doelmatig: we vinden geen indicaties dat de maatregel goedkoper had kunnen worden uitgevoerd. • Doeltreffend: We hebben indicaties dat het beoogde doel bereikt zal worden en dat de maatregel hieraan bijdraagt of we kunnen vaststellen dat het beoogde doel behaald wordt en hebben indicaties dat de maatregel daaraan een bijdrage heeft geleverd. • Doeltreffend: We vinden geen indicaties dat alternatieve maatregelen effectiever hadden kunnen zijn.

[34]

Mogelijk dat maatregel doeltreffend en/of doelmatig is

2

Maatregel is niet doeltreffend en/of doelmatig

1

• Doelmatig: we vinden geen indicaties dat alternatieve maatregelen hetzelfde of een beter doel hadden kunnen bereiken met dezelfde of minder inzet. • Doelmatig: we vinden geen indicaties dat de maatregel goedkoper had kunnen worden uitgevoerd. • Doeltreffend: Volgens algemene beleidstheorieën (bijvoorbeeld economische of gedragspsychologische) kan een maatregel bijdragen aan het bereiken van het beoogde doel maar dit kan nog niet worden vastgesteld. • Doeltreffend: Er zouden alternatieve maatregelen kunnen zijn maar daarvan is het onduidelijk of ze een groter effect zouden bereiken. • Doelmatig: De begroting/kosten voor uitvoering van de maatregel lijken realistisch. • Doelmatig: Alternatieve maatregelen zijn vergelijkbaar of duurder qua kosteninschatting. • Doeltreffend: Het doel is niet behaald of de maatregel levert duidelijk geen bijdrage aan het doel. • Doeltreffend: Er zijn andere maatregelen waarvan het aannemelijk/aantoonbaar is dat ze meer effect zouden hebben. • Doelmatig: Er zijn alternatieve maatregelen waarmee het beoogde doel tegen lagere kosten behaald had kunnen worden. • Doelmatig: Dezelfde maatregel had goedkoper en/of sneller kunnen worden uitgevoerd.

Tabel 13. Normenkader voor het beoordelen van doeltreffendheid en doelmatigheid van maatregelen.

Beoordeling beleidsniveau Op het niveau van het totale klimaatadaptatiebeleid hebben we naar een aantal aspecten gekeken om te beoordelen of de uitvoering van het beleid doeltreffend is. Deze aspecten betreffen participatie & samenwerking, communicatie, navolgbaarheid & leesbaarheid en monitoring & informatie. In de tabel hierna is opgenomen naar welke aspecten we kijken en aan de hand van welke normen we deze beoordelen. Aspect Participatie en samenwerking

Communicatie Navolgbaarheid en leesbaarheid beleid Monitoring en evaluatie

Norm • De mate waarin stakeholders (organisaties en inwoners) betrokken zijn geweest bij het beleid. • De mate waarin is samengewerkt met de relevante (bestuurlijke) partners en de effectiviteit van die samenwerking. • De mate waarin communicatie helder en navolgbaar is voor verschillende doelgroepen. • De mate waarin doelstellingen helder zijn geformuleerd en bijvoorbeeld beleidsstukken en uitvoeringsagenda’s leesbaar en duidelijk zijn. •

De mate waarin periodiek wordt gemonitord en geëvalueerd ten einde te kunnen bijsturen.

Deze aspecten hebben we beoordeeld op de bijdrage aan de doeltreffendheid van het beleid. In de tabel hierna is opgenomen hoe dit is geoperationaliseerd.

[35]

Beoordeling Aspect draagt bij aan doeltreffend beleid

Score 4

Aannemelijk dat aspect bijdraagt aan doeltreffend beleid

3

Aannemelijk dat aspect belemmerend werkt voor doeltreffendheid beleid Aspect werkt belemmerend voor doeltreffendheid beleid

2

1

Norm • Vast te stellen dat de manier waarop de aspect is uitgevoerd bijdraagt aan de doeltreffendheid van het beleid. • Niet direct vast te stellen maar gesprekspartners zijn over het algemeen van mening dat manier waarop aspect is uitgevoerd bijdraagt aan doeltreffendheid van het beleid. • Niet direct vast te stellen maar gesprekspartners zijn over het algemeen van mening dat manier waarop aspect is uitgevoerd belemmerend werkt voor doeltreffendheid van het beleid. • Vast te stellen dat de manier waarop de aspect is uitgevoerd belemmerend werkt voor de doeltreffendheid van het beleid.

[36]

BIJLAGE II. OVERZICHT GESPREKSPARTNERS In het kader van het onderzoeken zijn gesprekken gevoerd met de volgende organisaties: • • • • •

Waterschap Vallei en Veluwe Provincie Utrecht Afkoppelcoach (Roerdink Advies) Contactpersoon Stichting Steenbreek Veiligheidsregio Utrecht

Vanuit de gemeente zelf zijn gesprekken gevoerd met betrokkenen vanuit de volgende functies: • • • • • • • • •

Wethouder klimaatadaptatie Teamleider realisatie Teamleider beleid ontwikkeling Beleidsadviseur water, riolering en klimaatadaptatie Projectleider beheer rioleringen Beheerder buitengebied groen Beleidsadviseur gezondheid Beleidsadviseur groen en landschap Adviseur crisisbeheersing

[37]

BIJLAGE III. OVERZICHT MAATREGELEN In de tabel hierna is per maatregel opgenomen in welke categorie we ze hebben ingedeeld in de cirkel van sturing en de veranderlogica. De overkoepelende analyse is in paragraaf 3.4 beschreven. Nr 1.

Cirkels van sturing

7.

Maatregel Participatie in DPRA werkregio Platform Water Vallei en Eem Participatie in manifestregio Vallei en Veluwe Klimaatbesteding (uitvoeren stresstesten, risicodialoog, uitvoeringsagenda op orde) Verhogen bijdrage afkoppelen Inzetten Afkoppelcoach Evaluatie lopende subsidies (afkoppelen, regenton, groene daken) Eenmalige onderzoeken in planperiode (ontharden tuinen, voorstel D66, afkoppelverordening) Lidmaatschap Operatie Steenbreek

8.

Beleefbaar maken van water

Kennisontwikkeling

9.

Communicatie bewoners bewust

Kennisontwikkeling

10. 11.

Onderhoud infiltratievoorzieningen Risicogestuurd beheeren onderhoudsplan voorzieningen Uitbreiden grondwatermeetnet (met 2 peilbuizen) Grondwatermodel (en optimaliseren meetnet) Hemelwaterstructuurplan (en afkoppelplan) Uitvoeren maatregelen investeringsprogramma GWRP Externe advisering en ondersteuning Afspraken bosbranden Bosnota 2015 Landschaps- en natuurontwikkelingsplan

2.

3. 4. 5. 6.

12. 13. 14. 15. 16. 17. 18.

[38]

Kennisontwikkeling

Veranderlogica Draagvlak en samenwerking

Kennisontwikkeling Invloed Kennisontwikkeling Invloed

Draagvlak en samenwerking Middelen Kennis Middelen

Kennisontwikkeling

Kennis

Invloed

Controle Controle

Draagvlak en samenwerking Draagvlak en samenwerking Draagvlak en samenwerking Nvt Nvt

Controle Controle Controle Controle Kennisontwikkeling Controle Nvt

Nvt Nvt Nvt Nvt Kennis Nvt Nvt

BIJLAGE IV. BESTUURLIJKE REACTIE COLLEGE VAN B EN W

[39]

[40]

[41]

[42]

BIJLAGE V. NAWOORD REKENKAMER Klimaatbestendigheid is een landelijke opgave die vraagt om een lokale aanpak en lokale implementatie. Uit het onderzoek naar Klimaatadaptatie blijkt dat de gemeente Soest beleid heeft gevoerd op het gebied van wateroverlast maar niet op het gebied van hitte en droogte. Daardoor komen potentiële oplossingen op het raakvlak van hitte, droogte en wateroverlast (zoals groenstructuren) minder snel in beeld. Dat draagt niet bij aan het doeltreffend en doelmatig klimaatbestendig inrichten van Soest. De Rekenkamer is blij om van het college van B en W te vernemen dat het zich herkent in de conclusies van het onderzoek en dat diverse aanbevelingen reeds opgepakt worden. Toch zien wij aanleiding om op basis van de reactie van het college van B en W een nawoord aan dit rapport toe te voegen. Dat komt doordat het college geen concrete acties verbindt aan de vertaling van de aanbevelingen. Verder geeft het college aan het jammer te vinden dat de Rekenkamer niet de meest recente inspanningen en de ingezette verbreding in de aanpak rond klimaatadaptatie meegenomen heeft. Echter, het is gebruikelijk dat beleidsevaluerend onderzoek van de Rekenkamer zich richt op vastgestelde beleidskaders en niet op beleid wat in ontwikkeling is.

Hieronder gaan wij specifiek in op twee reacties van het college van B en W ten aanzien van de aanbevelingen: - Ten aanzien aanbeveling 4 ‘Overweeg als gemeenteraad om naast stimuleringsmaatregelen ook in te zetten op maatregelen die transitie ten behoeve van klimaatadaptatie kunnen afdwingen’ stelt het college dat landelijke wetgeving nodig is om lokaal maatregelen af te kunnen dwingen. We willen benadrukken dat dit ook in het huidige wettelijke kader al kan. Het is uiteraard aan uw raad om deze politieke keuze te maken. - Ten aanzien van aanbeveling 6 ‘Breng als college, in lijn met aanbeveling 2, klimaatadaptatie binnen de interne organisatie bij elkaar om de integraliteit te borgen’. Wij hebben door middel van het voorbeeld van een overleggremium getracht het belang van integraliteit met betrekking tot klimaatadaptatie te concretiseren. De aanbeveling is en blijft om zorg te dragen voor borging van de integraliteit. Wij blijven nieuwsgierig naar (andere) mogelijkheden die het college ziet om dit te bewerkstelligen. Het college geeft aan voornemens te zijn om de aanbevelingen verder uit te werken zodat de aanpak met betrekking tot klimaatadaptatie via het omgevingsprogramma effectiever wordt. Wij bevelen de raad aan om het college van B en W te vragen binnen 3 maanden aan de raad te rapporteren over de aanpak of implementatie van de overgenomen aanbevelingen.

[43]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=dc971d66-992f-4fd3-8b42-31b8db47c298