CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

2. RK Onderzoek Klimaatadaptatie - Gemeente Soest_def

Beeldvormende vergadering (Kamer 2.03) 25 april 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Onderzoek Klimaatadaptatie Rekenkamer Soest14.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

EVALUATIE KLIMAATADAPTATIEBELEID Rekenkameronderzoek gemeente Soest

EVALUATIE KLIMAATADAPTATIEBELEID Rekenkameronderzoek gemeente Soest Versie Definitief Auteurs Wieke Meijer MSc. Ir. Freek Kuiperi Jesse de Graaff MSc.

Opdrachtgever Rekenkamer Gemeente Soest

Datum 5-4-2024

Plaats Utrecht

MANAGEMENTSAMENVATTING EN CONCLUSIES Inleiding Het klimaat verandert, en dat brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Verdere opwarming betekent voor Nederland dat we te maken krijgen met meer droogte, hitte en wateroverlast. Deze veranderingen brengen verschillende risico’s met zich mee op het gebied van gezondheid, economie en natuur. Nederland bestendig maken voor de gevolgen van klimaatverandering noemen we klimaatadaptatie. Klimaatbestendigheid is een landelijk opgave, die vraagt om een lokale aanpak en lokale implementatie. Gemeenten spelen daarom een sleutelrol in het nemen van beslissingen en het uitvoeren van (ruimtelijke) maatregelen. Zo ook de gemeente Soest.

Aanpak De rekenkamer wil voor de gemeenteraad in beeld brengen of het gevoerde beleid van de afgelopen vijf jaar op het gebied van klimaatadaptatie doeltreffend en doelmatig is geweest. In aanvulling hierop wil de rekenkamer ook weten of Soest op schema loopt om de doelen uit de nationale klimaatadaptatiestrategie en het Deltaprogramma te behalen. De hoofdvraag waarmee dit is getoetst is als volgt: “Welke maatregelen heeft de gemeente Soest de afgelopen vijf jaar genomen op het gebied van klimaatadaptatie in de breedste zin van het woord (dus te nat, te droog en te heet), waren deze maatregelen doelmatig en doeltreffend, en op welke wijze werden inwoners, bedrijven en instellingen betrokken en gestimuleerd om klimaatadaptieve maatregelen te nemen?” Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden hebben we een normenkader opgesteld. In bijlage I is dit normenkader opgenomen. Het onderzoek zelf bestond uit de volgende stappen: 1. Verkennende gesprekken met de wethouder en ambtelijke organisatie. 2. Documentonderzoek naar relevante beleidsstukken, onderzoeken en monitoringsgegevens. 3. Verdiepende gesprekken met maatschappelijke en bestuurlijke partners en bredere groep betrokkenen uit ambtelijke organisatie. Bijlage II bevat een overzicht van de gesprekspartners.

Achtergrond beleid klimaatadaptatie Het beleid van gemeente Soest is gestoeld op landelijk en regionaal beleid en regionale samenwerkingen. Daarnaast is er een aantal wettelijke taken waar de gemeente zorg voor moet dragen. Wettelijke verplichtingen en bestuurlijke afspraken De gemeente heeft met betrekking tot klimaatadaptatie wettelijk enkel verplichtingen op het gebied van water. Het gaat om een zorgplicht, die is vastgelegd in de Wet milieubeheer. De zorgplicht houdt in dat: • De gemeente zorgt voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, • De gemeente zorgt voor de verwerking van afvloeiend hemelwater, • De gemeente zorgt voor het beperken van de nadelige gevolgen van de grondwaterstand. Hoe de gemeente voornemens is deze taken uit te voeren staat in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Met het opgaan van de Wet milieubeheer in de Omgevingswet op 1 januari 2024 vallen de wettelijke taken onder de Omgevingswet. De taken blijven vergelijkbaar maar onder de Omgevingswet dienen de maatregelen te worden beschreven in een water- of rioleringsprogramma in plaats van een gemeentelijk rioleringsplan.

[2]

Naast de wettelijke taak zijn in het Bestuursakkoord klimaatadaptatie van 2018 afspraken vastgelegd door Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. Voor gemeenten zijn hieruit twee afspraken het meest relevant: • Gemeenten zijn verplicht om voor 2020 een stresstest op het gebied van klimaatadaptatie uit te voeren. • Gemeenten hebben de mogelijkheid om in regionaal verband aanvragen voor de impulsregeling in te dienen. Regionale samenwerking De gemeente Soest maakt op grond van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) onderdeel uit van de werkregio Platform Water Vallei en Eem. Dit is een samenwerkingsverband tussen het waterschap Vallei en Veluwe en 16 gemeenten waarin wordt gewerkt aan de opgaven op het gebied van klimaatadaptatie (te nat, te heet en te droog). De werkregio Platform Water Vallei en Eem werkt met twee andere werkregio’s samen in de Manifest Regio Vallei en Veluwe. Deze manifestregio heeft een regionale adaptatiestrategie opgesteld. Begin 2018 heeft het college van de gemeente Soest zich hieraan gecommitteerd. Dit heeft in 2018 onder andere geleid tot de regionale stresstesten. Hierna zijn in navolging van de bestuurlijke afspraken in het DPRA in 2021 risicodialogen gevoerd. In de aanpak van Soest heetten deze gesprekken StadsDialogen. Tot nu toe heeft nog geen monitoring of evaluatie van de afspraken in de regionale adaptatiestrategie plaatsgevonden.

Specifiek voor het watersysteem (afvalwater, hemelwater en watergangen) werkt Soest apart samen met waterschap Vallei en Veluwe en een aantal andere gemeenten in de regio. Tot slot heeft Soest een aantal concrete opgaven en plannen samen met de gemeente Baarn uitgewerkt omdat de opgave vergelijkbaar is. Denk bijvoorbeeld aan het Gemeentelijk Water en Rioleringsplan. Beleid gemeente Soest Het beleid voor klimaatadaptatie op het gebied van water krijgt concreet vorm in het gemeentelijk water- en rioleringsplan 2018-2022 (GWRP). In het GWRP zijn maatregelen op het gebied van riolering, hemelwaterafvoer en communicatie met inwoners opgenomen. Het GWRP is in 2022 verlengd om de periode tot de totstandkoming van het omgevingsprogramma water, riolering en klimaatadaptatie te overbruggen. Klimaatadaptatiebeleid op het gebied van hitte en droogte komt niet expliciet terug in de beleidsstukken van de gemeente Soest. Wel is er een aantal aanpalende beleidsdossiers waarbinnen klimaatadaptatie een rol heeft of zou kunnen hebben. Zo bevat de Bosnota 2015 een maatregel op het gebied van bosbranden en in het landschaps- en natuurontwikkelingsplan 2019 – 2024 is klimaatadaptatie als thema geïntroduceerd. Concrete maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie zijn in het landschaps- en natuurontwikkelingsplan echter niet benoemd.

Momenteel wordt door de gemeente gewerkt aan gemeentelijke omgevingsprogramma’s, waaronder een programma op het gebied van water, riolering en klimaatadaptatie en een programma op het gebied van groen. In dat kader is een voorlopige uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opgesteld. Omdat dit nog geen vastgesteld beleid is en nog niet in uitvoering is, is deze voorlopige uitvoeringsagenda niet meegenomen in dit onderzoek.

[3]

Conclusies De conclusies zijn opgedeeld in drie onderdelen: conclusies over de maatregelen, conclusies over het beleid in zijn geheel en conclusies over de rolinvulling van de raad.

Overkoepelend De doeltreffendheid van het volledige klimaatadapatiebeleid meten we af door te kijken naar de mate waarin de doelstelling is behaald. De gemeente heeft zich in de regionale adaptatiestrategie gecommitteerd aan de doelstelling om in 2050 klimaatrobuust te zijn ingericht. Met stresstesten is een eerste stap gezet om de opgave om deze doelstellingen te behalen, in beeld te brengen. Dit is alleen nog niet vertaald in een concrete opgave per wijk of straat of perceel. De mate waarin de gemeente doeltreffend is met het volledige beleid is dus ook niet vast te stellen. Wel concluderen we dat de gemeente op het gebied van wateroverlast maatregelen heeft genomen om de omgeving klimaatbestendig in te richten. Deze maatregelen zijn over het algemeen doeltreffend en doelmatig uitgevoerd. Wel zou de doeltreffendheid en doelmatigheid kunnen worden vergroot door meer in te zetten op maatregelen om derden te beïnvloeden.

Maatregelen We hebben een analyse gemaakt van de uitgevoerde maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie (zie hoofdstuk 3). Daaruit blijkt dat de maatregelen die de gemeente Soest heeft getroffen op het gebied van klimaatadaptatie vooral betrekking hebben op wateroverlast. Daarbij worden maatregelen getroffen om de eigen infrastructuur, zoals de riolering, aan te passen en om kennis bij eigen organisatie en bij inwoners en bedrijven te vergroten. Er worden minder maatregelen getroffen om inwoners en bedrijven te beïnvloeden. Waar maatregelen wel tot doel hebben inwoners en bedrijven te beïnvloeden is dit voornamelijk met financiële prikkels (subsidies) en niet door verandering af te dwingen met behulp van wet- en regelgeving. Maatregelen op het gebied van samenwerking Soest werkt in de werkregio Platform Water Vallei en Eem en de manifestregio Vallei en Veluwe Klimaatbestendig samen aan klimaatadaptatie. De samenwerking heeft er onder andere toe geleid dat stresstesten zijn uitgevoerd en Soest impulsgelden voor de uitvoering van klimaatadaptatiemaatregelen heeft kunnen binnenhalen. Daarmee heeft de samenwerking tot meer middelen voor en kennis over klimaatadaptatie geleid. Ook is een aantal acties, zoals het uitvoeren van stresstesten, in samenwerking opgepakt waardoor deze efficiënter konden worden uitgevoerd. Deze regionale samenwerking is dus succesvol gebleken.

Maatregelen op het gebied van Wateroverlast In het Grondwater en Rioleringsplan 2018-2022 (GWRP) van de gemeente Soest is een aantal maatregelen getroffen om wateroverlast te voorkomen. De doeltreffendheid van de maatregelen verschilt. Met name maatregelen die de gemeente zelf uitvoert, zijn behaald en doeltreffend. Maatregelen op het gebied van het afkoppelen van openbare oppervlakten zijn deels doeltreffend. Het stimuleren van het afkoppelen van particuliere oppervlakten is minder doeltreffend. De maatregelen op het gebied van communicatie en bewustwording zijn niet of nauwelijks uitgevoerd en hebben dus niet of nauwelijks hun doel bereikt. Maatregelen op het gebied van Hitte en droogte Op het gebied van hitte en droogte is tot nu toe weinig ingezet. De opgave was niet in beeld en een overkoepelend beleidskader op het gebied van hitte en droogte ontbrak. Dit zegt niet dat er niets is gebeurd maar inzet was vaak ad hoc en op basis van individuele inzet in de uitvoering. In de nieuwe programma’s onder de Omgevingswet en de onderliggende uitvoeringsagenda zullen deze opgaven wel terugkomen.

Beleid Overkoepelend concluderen we dat de gemeente Soest beleid heeft gevoerd op het gebied van wateroverlast maar niet op het gebied van hitte en droogte. Daardoor komen potentiële oplossingen op het raakvlak van hitte, droogte en wateroverlast (zoals groenstructuren) minder snel in beeld. Dat draagt niet bij aan het doeltreffend en doelmatig klimaatbestendig inrichten van Soest.

[4]

De conclusies met betrekking tot het klimaatadaptatiebeleid op het gebied van wateroverlast worden hierna aan de hand van verschillende aspecten beschreven. Omdat er voor hitte en droogte geen expliciet beleid is gevoerd laten we dat buiten beschouwing. Doelbereik Via de klimaateffectatlas van Vallei en Veluwe Klimaatbestendig is de opgave op het gebied van klimaatadaptatie regionaal in beeld gebracht. In het GWRP (p74) en uit de tussenevaluatie van het GWRP (p1) blijkt dat er doelstellingen voor wateroverlast zijn bepaald en deze grotendeels zijn behaald. Participatie en samenwerking De mate waarin inwoners en maatschappelijke partners zijn betrokken bij het beleid (GWRP) is beperkt in zowel de totstandkoming als de uitvoering. Voor de uitvoering van ruimtelijke ingrepen in het kader van het GWRP worden inwoners overigens wel betrokken als onderdeel van de standaard werkwijze van de gemeente met betrekking tot aanpassingen in de openbare ruimte. Intern werkt de gemeente goed samen in het combineren van ruimtelijke opgaven waardoor koppelkansen kunnen worden benut. Bijvoorbeeld door afkoppelen te combineren met de herinrichting van een straat. Wel kan de samenwerking tussen beleid en uitvoering nog versterkt worden. Zo wordt niet al het beleid zo uitgevoerd als gepland en zijn bij beleid cijfers over aantallen subsidieverstrekkingen onbekend.

Communicatie Ondanks de geformuleerde maatregelen in het beleid heeft de gemeente op het gebied van communicatie richting inwoners en bedrijven weinig activiteiten uitgevoerd. De gemeente is bijvoorbeeld lid van stichting Steenbreek maar er is geen gebruik gemaakt van de instrumenten die Steenbreek biedt. De beperkte inzet op communicatie werkt belemmerend voor het behalen van de doelen op het gebied van klimaatadaptatie omdat klimaatadaptatie ook over de inrichting van de particuliere ruimte gaat en er dus ook inzet van inwoners nodig is om de doelen te behalen. Navolgbaarheid en leesbaarheid Het klimaatadaptatiebeleid is slecht navolgbaar. De verschillende thema’s van klimaatadaptatie zijn verdeeld over verschillende beleidsterreinen. Het beleid en de stukken zijn niet online beschikbaar, evenals eventuele publieke informatie en communicatie over de doelen of maatregelen die de gemeente nastreeft. Monitoring en evaluatie Monitoringsinformatie is op aanvraag beschikbaar maar monitoring lijkt niet structureel en periodiek plaats te vinden. Wel is tussentijds een evaluatie van het GWRP uitgevoerd op basis waarvan bijsturing heeft plaatsgevonden. Deze bijsturing had bijvoorbeeld betrekking op de conclusie in de tussentijdse evaluatie dat inwoners beperkt bekend waren met de afkoppelsubsidie.

Door bij te sturen zijn er in de periode na de tussentijdse evaluatie meer subsidies verstrekt. Doelmatigheid Op het gebied van water en riolering is met het GWRP een duidelijk plan geformuleerd en is tussentijds bijgestuurd. Ook is geborgd dat middelen binnen de begroting konden worden verschoven om zo ingezet te kunnen worden op de meest urgente opgave. We concluderen daarom dat het beleid op het gebied van water doelmatig is geweest. Wel liggen er nog verbetermogelijkheden op het gebied van bijvoorbeeld monitoring. Op het gebied van hitte en droogte is geen duidelijk beleid geformuleerd. Dit zegt niet dat er niets gebeurt. Ad hoc zijn diverse maatregelen in de uitvoering meegenomen. Echter maakt het ontbreken van beleid het onmogelijk om inzichtelijk te maken of dit doelmatig is. Rechtmatigheid De gemeente Soest voldoet aan de wettelijke en bestuurlijke taken op het gebied van klimaatadaptatie in de zin dat de gemeente de zorgplicht invult (GWRP) en Soest de regionale adaptatiestrategie heeft vastgesteld.

Rolinvulling raad We maken onderscheid tussen wateroverlast en hitte/droogte bij de rolinvulling van de raad. Op het gebied van wateroverlast heeft de gemeenteraad het GWRP aan de voorkant vastgesteld. Op verzoek van de gemeenteraad [5]

is een tussenevaluatie uitgevoerd waarover de gemeente is geïnformeerd. De raad heeft hiermee haar kaderstellende en controlerende rol kunnen invullen. Op het gebied van hitte en of droogte is de raad wel geïnformeerd over voorgenomen maatregelen die nu zijn geformuleerd voor het omgevingsprogramma op het gebied van klimaatadaptatie maar hiervoor is nog geen beleid vastgesteld en daarmee ontbreekt ook monitoringsinformatie. Op dit vlak kan de gemeenteraad de kaderstellende en controlerende rol niet goed invullen.

Aanbevelingen Hierna zijn de aanbevelingen naar aanleiding van het rekenkameronderzoek opgenomen. 1. Breng als college de opgave om de gemeente klimaatrobuust in te richten in beeld. De doelstelling vanuit het deltaprogramma klimaatadaptatie en de regionale adaptatiestrategie is een klimaatrobuuste inrichting in 2050. Om dit doel te realiseren is het van belang in beeld te hebben wat de opgave is om hier te komen. Regionaal zijn er stresstesten uitgevoerd om een eerste stap te zetten om de opgave in beeld te brengen maar dit biedt nog geen concreet handelingsperspectief op wijk, straat en perceelniveau. We bevelen aan om dit wel in beeld te brengen zodat inzichtelijk wordt waar de gemeente staat en wat er qua inrichting dient te worden aangepast om aan de doelstelling te voldoen. Om hier invulling aan te geven zou bijvoorbeeld gebruik kunnen worden gemaakt van klimaatadaptatie labels waarmee per perceel inzichtelijk kan worden gemaakt hoe het perceel scoort op uitgangspunten als waterberging, hittevorming en verharding. 2. Stel als gemeenteraad integraal klimaatadaptiebeleid vast waarin zowel hitte, droogte als wateroverlast een plek krijgen op basis van de opgave (zie aanbeveling 1). Momenteel wordt met de ontwikkeling van omgevingsprogramma’s een stap gezet om tot nadere invulling van klimaatadaptatie te komen. Klimaatadaptatie komt daarin in verschillende programma’s terug.

Door deze opsplitsing verwachten wij dat er opnieuw te weinig aandacht zal zijn voor integrale (ruimtelijke) oplossingen die een bijdrage leveren aan problematiek op zowel hitte, als droogte, als wateroverlast. Denk bijvoorbeeld aan wadi’s en groenontwikkeling, die veelal voor zowel wateroverlast, droogte als hitte een positieve bijdrage leveren en daarnaast de leefbaarheid en biodiversiteit kunnen versterken. We adviseren daarom om integraal klimaatadaptatiebeleid op te stellen en daarbij gebruik te maken van een heldere beleidslogica. Daarmee wordt het beleid navolgbaar en kunnen verantwoordelijkheden helder worden belegd. 3. Zet als gemeenteraad bij het vaststellen van het klimaatadaptatiebeleid, meer in op het meenemen en stimuleren van inwoners en bedrijven bij maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie is niet alleen een opgave in de openbare ruimte. Ook op private gronden dragen aanpassingen bij. Het is daarom van belang inwoners en bedrijven ook te stimuleren maatregelen te treffen. Op het gebied van wateroverlast heeft de gemeente Soest afgelopen periode wel een aantal maatregelen gedefinieerd maar die zijn niet altijd (succesvol) uitgevoerd. Op het gebied van hitte en droogte hebben wij geen maatregelen teruggevonden. Aanbeveling is om hier komende periode meer op in te zetten.

In elk geval door gebruik te maken van de instrumenten die stichting Steenbreek kan bieden en door online- en offlinecommunicatie over klimaatadaptatiebeleid richting inwoners te verbeteren. Maar bijvoorbeeld ook door te overwegen prestatieafspraken met woningbouwcorporaties te maken over het verminderen van verharding en afkoppelen. 4. Overweeg als gemeenteraad om naast stimuleringsmaatregelen ook in te zetten op maatregelen die transitie ten behoeve van klimaatadaptatie kunnen afdwingen. Aanbeveling 3 gaat in op het

[6]

stimuleren van inwoners en bedrijven om af te koppelen. Om het stimuleringsinstrument effectief te laten zijn zou het doeltreffend en doelmatig zijn om ook het afdwingen van het afkoppelen mogelijk te maken. Hier heeft de VNG bijvoorbeeld een modelverordening voor opgesteld. Wat ons betreft is het een politieke keus of een stap naar afdwingen wordt gezet. We bevelen daarom aan deze keus expliciet te maken. 5. Vraag als gemeenteraad om een monitor op het gebied van klimaatadaptatie in te richten. Momenteel is het beleid verspreid over verschillende beleidsterreinen en het is daarom moeilijk navolgbaar wat de stand van zaken op het gebied klimaatadaptatie is. Ook blijken gegevens niet structureel te worden bijgehouden. We adviseren daarom een monitor in te richten zodat de uitvoering kan worden bijgehouden en tijdig kan worden bijgestuurd. Dit is ook belangrijk gezien de dynamische landelijke beleidscontext op het gebied van klimaatadaptatie. 6. Breng als college, in lijn met aanbeveling 2, klimaatadaptatie binnen de interne organisatie bij elkaar om de integraliteit te borgen. Bijvoorbeeld door een samenwerkingsgremium klimaatadaptatie in te richten met deelnemers op het gebied van ruimtelijke ordening, bouwen, groen en uitvoering.

[7]

INHOUD Managementsamenvatting en conclusies .............................................................................................................. 2 Inleiding ........................................................................................................................................................... 2 Aanpak ............................................................................................................................................................ 2 Achtergrond beleid klimaatadaptatie ............................................................................................................. 2 Conclusies............................................................................................................................................................ 4 Overkoepelend ................................................................................................................................................ 4 Maatregelen .................................................................................................................................................... 4 Beleid ..............................................................................................................................................................

4 Rolinvulling raad.............................................................................................................................................. 5 Aanbevelingen..................................................................................................................................................... 6 1. Inleiding ............................................................................................................................................................. 10 1.1. Doel en onderzoeksvragen ......................................................................................................................... 10 1.2. Aanpak ....................................................................................................................................................... 11 1.3. Leeswijzer ................................................................................................................................................... 11 2. Beleidscontext ................................................................................................................................................... 12 2.1. Verplichtingen gemeenten op gebied klimaatadaptatie ............................................................................ 12 2.2.

Landelijk beleid .......................................................................................................................................... 12 2.3. Regionale samenwerking ........................................................................................................................... 13 2.4. Beleid gemeente Soest ............................................................................................................................... 13 3. Doeltreffendheid maatregelen gemeente Soest .............................................................................................. 15 3.1. Overkoepelende maatregelen ................................................................................................................... 15 3.2. Maatregelen wateroverlast........................................................................................................................ 16 3.2.1. Afkoppelen en Steenbreek .................................................................................................................. 16 3.2.2. Eenmalige onderzoeken ...................................................................................................................... 17 3.2.3. Communicatie en beleving .................................................................................................................. 18 3.2.4.

Onderhoud en beheer ......................................................................................................................... 18 3.2.5. Grondwatermodel ............................................................................................................................... 18 3.2.6. Aanpassingen ten behoeve voorkomen wateroverlast ...................................................................... 18 3.2.7. Externe advisering en ondersteuning ................................................................................................. 19 3.2.8. Bevindingen ......................................................................................................................................... 19 3.3. Maatregelen hitte en droogte .................................................................................................................... 20 3.4. Analyse maatregelen .................................................................................................................................. 21 3.4.1. Cirkels van invloed .............................................................................................................................. 21 3.4.2. Veranderlogica .................................................................................................................................... 22 3.4.3.

Bevindingen ......................................................................................................................................... 23

[8]

4. Doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid ................................................................................................ 24 4.1. Doelbereik .................................................................................................................................................. 24 4.2. Participatie en samenwerking .................................................................................................................... 25 4.2.1. Met inwoners en maatschappelijke organisaties ................................................................................ 25 4.2.2. Met bestuurlijke partners ................................................................................................................... 26 4.2.3. Binnen de gemeente ........................................................................................................................... 26 4.2.4. Bevindingen ......................................................................................................................................... 26 4.3. Communicatie ............................................................................................................................................ 27 4.4. Navolgbaarheid en leesbaarheid................................................................................................................ 28 4.5.

Monitoring en evaluatie ............................................................................................................................. 28 4.6. Doelmatigheid ............................................................................................................................................ 29 4.7. Rechtmatigheid .......................................................................................................................................... 30 5. Rolinvulling raad ................................................................................................................................................ 31 Bijlage I. Normenkader.......................................................................................................................................... 32 Beoordeling maatregelniveau ........................................................................................................................... 32 Beoordeling beleidsniveau ................................................................................................................................ 35 Bijlage II. Overzicht gesprekspartners ................................................................................................................... 37 Bijlage III.

Overzicht maatregelen ......................................................................................................................... 38 Bijlage IV. BESTUURLIJKE REACTIE COLLEGE VAN B EN W .................................................................................... 39 Bijlage V. NAWOORD REKENKAMER ..................................................................................................................... 43

[9]

1. INLEIDING Het klimaat verandert, en dat brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Recentelijk heeft het KNMI vier nieuwe klimaatscenario’s gepresenteerd die inzicht geven in hoe klimaatverandering in Nederland tot 2100 zich waarschijnlijk zal ontwikkelen. 1 Verdere opwarming betekent voor Nederland hoe dan ook dat we te maken krijgen met drogere zomers en nattere winters. Deze veranderingen brengen verschillende risico’s met zich mee: • Wateroverlast en overstromingen: intensere regenbuien leiden tot wateroverlast omdat water niet in de bodem kan infiltreren en het rioolsysteem niet bestand is tegen grote hoeveelheden in een kort tijdsbestek. Door een toename van regen in de winter moeten rivieren meer water afvoeren en neemt de kans op overstromingen toe. • Watervoorraad en -kwaliteit: langdurige perioden van droogte zullen vaker leiden tot watertekorten. Een stijging in de temperatuur van het oppervlaktewater heeft effect op aquatische ecologie, en leidt bijvoorbeeld tot meer blauwalg. Oppervlaktewater is dan minder geschikt voor drinkwaterproductie en om in te zwemmen. • Gezondheid: door stijgende temperaturen komen hittegolven en smog vaker voor en neemt oversterfte zomers toe. Daarbij zullen bepaalde infectieziekten vaker voorkomen omdat ons klimaat geschikter wordt voor bijvoorbeeld teken en muggen die deze ziekten overbrengen.

• Natuur: ecosystemen die afhankelijk zijn van neerslag ondervinden nadelen. Bepaalde plant- en diersoorten zullen afnemen of juist toenemen. Daarbij neemt ook de kans op natuurbranden toe, met de gevolgen van dien. • Vitale en kwetsbare infrastructuur: door extremere weer situaties kunnen vitale en kwetsbare functies, zoals energievoorziening, hoofdinfrastructuur, en ziekenhuizen (deels) uitvallen. Terwijl deze functies juist nodig zijn in een crisissituatie, bijvoorbeeld bij een overstroming. • Economische schade: als gevolg van extremer weer en het optreden van voorgaande risico’s. Dit zijn enkele praktijkvoorbeelden van risico’s die gepaard gaan met klimaatverandering. Deze uitdagingen vragen om maatregelen om zo goed mogelijk met de veranderingen en bijkomstige risico’s om te gaan. Nederland bestendig maken voor de gevolgen van klimaatverandering noemen we klimaatadaptatie. Klimaatbestendigheid is een landelijke opgave, die vraagt om een lokale aanpak en lokale implementatie. Gemeenten spelen daarom een sleutelrol in het nemen van beslissingen en het uitvoeren van maatregelen. Zo ook de gemeente Soest.

De rekenkamer wil voor de gemeenteraad in beeld brengen of het gevoerde beleid van de afgelopen vijf jaar op het gebied van klimaatadaptatie doeltreffend en doelmatig is geweest, en of Soest op schema loopt om de doelen uit de nationale klimaatadaptatiestrategie en het Deltaprogramma te behalen.

1.1. Doel en onderzoeksvragen De centrale onderzoeksvraag luidt: “Welke maatregelen heeft de gemeente Soest de afgelopen vijf jaar genomen op het gebied van klimaatadaptatie in de breedste zin van het woord (dus te nat, te droog en te heet), waren deze maatregelen doelmatig en doeltreffend, en op welke wijze werden inwoners,

1 KNMI, 2023: KNMI’23-klimaatscenario’s voor Nederland, KNMI, De Bilt, KNMI-Publicatie 23-03.

[10]

bedrijven en instellingen betrokken en gestimuleerd om klimaatadaptieve maatregelen te nemen?” Daarbij zijn de volgende deelvragen geformuleerd: a. Wat is op dit moment de eigen taakopvatting van de gemeente Soest en in welke mate sluit dat aan bij de percepties van de andere overheden/maatschappelijke partners? b. Welke maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie zijn in het beleid verankerd? c. Welke maatregelen zijn tot uitvoering gekomen, zijn die effectief en worden die efficiënt uitgevoerd? d. Op welke wijze, in welke mate en met welk resultaat werden inwoners, instellingen en bedrijven betrokken en gestimuleerd (participatie) tot het nemen van klimaatadaptieve maatregelen? e. Van welke bronnen (denk hierbij aan instrumenten, gegevens en datasets) maakt de gemeente gebruik om klimaatadaptieve maatregelen te nemen? f. Op welke wijze was de raad betrokken bij dit beleidsveld en op welke wijze wordt de voortgang en de effectiviteit gemonitord en wordt de gemeenteraad daarover geïnformeerd?

1.2. Aanpak Ten behoeve van de beantwoording van de onderzoeksvragen hebben we een normenkader opgesteld waarin we gebruik maken van twee theorieën: de cirkels van sturing en de veranderlogica. Dit normenkader is toegelicht in bijlage I. Het onderzoek zelf bestond uit de volgende stappen: 1. Verkennende gesprekken met wethouder en ambtelijke organisatie. 2. Documentonderzoek naar relevante beleidsstukken en onderzoeken. 3. Verdiepende gesprekken met maatschappelijke en bestuurlijke partners en andere betrokkenen uit ambtelijke organisatie. In bijlage II is een overzicht van de betrokken gesprekspartners opgenomen.

1.3. Leeswijzer In deze nota van bevindingen presenteren we de bevindingen van het onderzoek. De nota is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 beschrijven we eerst de context en het relevante landelijke, regionale en gemeentelijke beleid op het gebied van klimaatadaptatie. In hoofdstuk 3 beschrijven we de bevindingen met betrekking tot de doelmatigheid en effectiviteit van de maatregelen. In hoofdstuk 4 beschrijven we de bevindingen over de doelmatigheid en effectiviteit van het gevoerde klimaatadaptatiebeleid in het geheel. De verschillende deelvragen worden beantwoord in de hoofdstukken. In de hoofdstukken met bevindingen werken we steeds met een samenvattende tekst die vervolgens wordt onderbouwd met feiten (uit documenten) en percepties (vanuit gesprekken). Bijlage I bevat het normenkader dat is gebruikt voor de analyse. Bijlage II bevat een lijst met gesprekspartners. Bijlage III bevat overzicht met de scores van maatregelen in de analyse behorend bij paragraaf 3.4.

[11]

2. BELEIDSCONTEXT In dit hoofdstuk beschrijven we de beleidscontext. We gaan achtereenvolgens in op de verplichtingen voor de gemeente op het gebied van klimaatadaptatie, het landelijke beleid, de regionale samenwerking en het beleid van Soest zelf.

2.1. Verplichtingen gemeenten op gebied klimaatadaptatie Wettelijke verplichting Met betrekking tot klimaatadaptatie heeft de gemeente wettelijk enkel verplichtingen op het gebied van water. Het gaat om een zorgplicht, die is vastgelegd in de Wet milieubeheer. De zorgplicht heeft betrekking op: • De gemeente zorgt voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, • De gemeente zorgt voor de verwerking van afvloeiend hemelwater, • De gemeente zorgt voor het beperken van de nadelige gevolgen van de grondwaterstand. Hoe de gemeente haar taken uitvoert of denkt uit te voeren staat in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Dit plan moet de gemeente op grond van de Wet milieubeheer maken. De gebruikelijke planperiode is 4 jaar, maar de wet laat gemeenten hierin vrij. Met het opgaan van de Wet milieubeheer in de Omgevingswet op 1 januari 2024 vallen de wettelijke taken onder de Omgevingswet. De taken zelf zijn vergelijkbaar maar onder de Omgevingswet dienen de maatregelen te worden beschreven in een water- of rioleringsprogramma in plaats van een gemeentelijk rioleringsplan. Bestuurlijke afspraken Naast de wettelijke taak zijn er interbestuurlijk in het Bestuursakkoord klimaatadaptatie2 van 2018 afspraken vastgelegd door Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten.

Voor gemeenten zijn hieruit twee afspraken het meest relevant: • Gemeenten zijn verplicht om voor 2020 een stresstest op het gebied van klimaatadaptatie uit te voeren. • Gemeenten hebben de mogelijkheid om in regionaal verband aanvragen voor de impulsregeling in te dienen.

2.2. Landelijk beleid Landelijk speelt er veel op het gebied van klimaatadaptatie. Er is een Nationale klimaatadaptatiestrategie en het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) waarin nationale keuzes worden beschreven om Nederland waterrobuust en klimaatbestendig te hebben ingericht in 2050. Hiertoe heeft het DPRA zeven ambities opgesteld waarlangs dit doel bereikt kan worden. Landelijk wordt gekeken naar vier opgaven als gevolg van klimaatverandering: hitte, droogte, wateroverlast en overstromingsrisico. De laatste valt niet direct binnen het taakveld van de gemeente en laten we daarom buiten beschouwing in het vervolg.

2 Zie: Versnelde uitvoering dankzij Bestuursakkoord Klimaatadaptatie - Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl).

[12]

2.3. Regionale samenwerking In het kader van het DPRA zijn 45 werkregio’s samengesteld waarin gemeenten, waterschappen, provincies en andere stakeholders samenwerken aan het klimaatbestendig maken van de openbare ruimte. Het DPRA vraagt per regio stresstesten uit te voeren en een regionale adaptatiestrategie op te stellen. In deze regionale adaptatiestrategie staan keuzes en maatregelen om regionaal om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering. De gemeente Soest maakt onderdeel uit van de DPRA werkregio Platform Water Vallei en Eem. Dit is een samenwerkingsverband tussen het waterschap Vallei en Veluwe en 16 gemeenten. De werkregio Platform Water Vallei en Eem werkt met twee andere werkregio’s samen in de Manifest Regio Vallei en Veluwe. Een aantal opgaven hebben de werkregio’s gezamenlijk in deze Manifest regio opgepakt. Dit betreft bijvoorbeeld het uitvoeren van stresstesten. Specifiek voor het watersysteem (afvalwater, hemelwater en watergangen) werkt Soest apart samen met het waterschap en een aantal andere gemeenten in de regio. Met de provincie werkt Soest voornamelijk op ad hoc basis samen. De provincie heeft een eigen programma klimaatadaptatie ontwikkeld 3 en voert ook stresstesten uit 4 . Met het programma stimuleert de provincie concrete acties die gericht zijn op het vergroten van de klimaatbestendigheid.

Zo stimuleert de provincie bijvoorbeeld lokale hitteplannen. De gemeente Soest heeft een dergelijk plan nog niet. Tot slot heeft Soest een aantal concrete opgaven en plannen samen met de gemeente Baarn uitgewerkt omdat de opgave vergelijkbaar is. Denk bijvoorbeeld aan het Gemeentelijk Water en Rioleringsplan. De resultaten van de regionale samenwerking worden besproken in paragraaf 3.1.

2.4. Beleid gemeente Soest Het gemeentelijk beleid voor klimaatadaptatie is ingegeven vanuit het water- en rioleringsbeleid van de gemeente. Voorafgaand aan de onderzoeksperiode waren er op dit thema de volgende beleidsdossiers: het Rioleringsplan (2012 – 2017), het waterplan (2011-2015) en het grondwaterplan (2011-2015). Deze plannen werden in 2018 opgevolgd door het gemeentelijk water- en rioleringsplan (GWRP, 2018 – 2022), welke is opgesteld voor zowel Soest als Baarn, omdat beide gemeenten een rioleringssysteem delen. Het GWRP is in 2022 verlengd om de periode tot de totstandkoming van het omgevingsprogramma water, riolering en klimaatadaptatie te overbruggen. Het GWRP 2018 – 2022 beschrijft hoe de gemeente haar zorgtaken voor afvalwater, hemelwater en grondwater uitvoert. Ook het deel van het oppervlaktewater dat in het beheer van de gemeente is, is in dit plan opgenomen. Het plan gaat daarbij ook in op de gevolgen van en het omgaan met klimaatverandering, het verduurzamen van de afvalwaterketen en hoe inwoners en bedrijven hierin te betrekken. En dit alles op een beheersbare en betaalbare manier.5 Naast het GWRP heeft de gemeente ook een Basiswaterketenplan (BWKP). Deze vormt een technisch inhoudelijke onderlegger van het GWRP met concrete investeringsmaatregelen voor het water- en rioleringssysteem. Het BWKP is in 2018 vastgesteld.

Specifiek voor hemelwater is er voor het deelgebied Korte en Lange Brinkweg een Hemelwaterstructuurplan uitgewerkt. Ook dit plan is in 2018 vastgesteld.

3 Op weg naar een klimaatbestendig Utrecht, Provincie Utrecht 4 Klimaatportaal, Provincie Utrecht 5 Zie GWRP pagina 11.

[13]

Begin 2018 heeft het college zich gecommitteerd aan het Regionaal Manifest Ruimtelijke Adaptatie van de manifestregio Vallei en Veluwe. Hiermee onderschreef de gemeente de regionale aanpak van de onderdelen van klimaatadaptatie, die op regionale schaal spelen en hoe deze opgepakt kunnen worden. Dit heeft in 2018 onder andere geleid tot de regionale stresstesten. Hierna zijn in navolging van de bestuurlijke afspraken in het DPRA in 2021 risicodialogen gevoerd. In de aanpak van Soest heette deze gesprekken StadsDialogen. Momenteel wordt door de gemeente gewerkt aan een gemeentelijk omgevingsprogramma water riolering en klimaatadaptatie. In dat kader is een voorlopige uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opgesteld. Deze vormt samen met de inbreng uit de risicodialogen input voor het in ontwikkeling zijnde omgevingsprogramma. Omdat dit nog geen vastgesteld beleid is en nog niet in uitvoering is, nemen we deze voorlopige uitvoeringsagenda niet mee in dit onderzoek. Naast het GWRP en de totstandkoming van het omgevingsprogramma is er een aantal aanpalende beleidsdossiers waarbinnen klimaatadaptatie een rol heeft of zou kunnen hebben. De Bosnota 2015 bevat een maatregel op het gebied van bosbranden. In het landschaps- en natuurontwikkelingsplan 2019 – 2024 is klimaatadaptatie als thema geïntroduceerd.

Concrete maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie zijn in het landschaps- en natuurontwikkelingsplan echter niet benoemd. Er zijn geen andere beleidsdossiers waarbinnen klimaatadaptatie een plek heeft gekregen.

[14]

3. DOELTREFFENDHEID MAATREGELEN GEMEENTE SOEST In dit hoofdstuk gaan we in op de doeltreffendheid van de maatregelen die de gemeente Soest heeft getroffen op het gebied van klimaatadaptatie. We gaan eerst in op een aantal overkoepelende maatregelen (paragraaf 3.1). Vervolgens analyseren we de maatregelen die specifiek zijn genomen met betrekking tot wateroverlast, hitte en droogte (paragraaf 3.2 en 3.3). Per paragraaf beschrijven we eerst de feiten (op basis van cijfers en onderzoeken) en de percepties (van gesprekspartners) en vervolgens de bevindingen op basis van die feiten en percepties. De maatregelen worden gescoord op doeltreffendheid en doelmatigheid. In de tabel hierna is opgenomen waar de scores voor staan. In bijlage I is het normenkader met een volledige toelichting op de totstandkoming van de scores opgenomen. Beoordeling Maatregel is doeltreffend en/of doelmatig Aannemelijk dat maatregel doeltreffend en/of doelmatig is Mogelijk dat maatregel doeltreffend en/of doelmatig is Maatregel is niet doeltreffend en/of doelmatig

Score 4 3 2 1

Tabel 1. Normenkader voor het beoordelen van effectiviteit en doelmatigheid van maatregelen.

Tot slot analyseren we in dit hoofdstuk de totale samenstelling van de maatregelen. Dit doen we in paragraaf 3.4.

3.1. Overkoepelende maatregelen Feiten De gemeente Soest is onderdeel van de DPRA werkregio Platform Water Vallei en Eem. In paragraaf 2.2 en 2.3 is nadere toelichting gegeven op de opzet van de werkregio. Voor een aantal opgaven werkt de werkregio samen met een aantal andere werkregio’s in de zogenaamde manifestregio Vallei en Veluwe Klimaatbesteding. De regionale samenwerking heeft geresulteerd in het zetten van de volgende stappen: • Stresstesten: Vanuit het DPRA is afgesproken dat alle overheden in uiterlijk 2019 een regionale stresstest hebben uitgevoerd, die de kwetsbaarheden in beeld brengt voor de effecten van wateroverlast, hitte, droogte, en overstromingen. Voor de Manifestregio Vallei en Veluwe zijn deze hier te vinden. Er is een aantal opvallende zaken voor de gemeente Soest: o Er bestaat risico voor wateroverlast bij hevige regenbuien o Soest ligt in een natuurbrand gevoelig gebied o In het stedelijke gebied kan de gevoelstemperatuur op een hete dag hoog oplopen. • Risicodialogen: In 2020-2021 hebben stadsdialogen plaatsgevonden. Dit is de Soester invulling van de risicodialoog. • Voorlopige uitvoeringsagenda: In 2021 is een voorlopige uitvoeringsagenda opgesteld die verder wordt uitgewerkt in 2022-2023.

• Aanvraag DPRA impuls gelden: In 2022 is in totaal 1,4 miljoen euro DPRA-impulsgeld aangevraagd voor de uitvoering van klimaatadaptatiemaatregelen in de regio Vallei en Eem. De gemeente Soest heeft hiervan € 206.000,- toegekend gekregen. Aan de impulsronde in 2023 heeft Soest niet deelgenomen vanwege een gebrek aan capaciteit.

[15]

De wethouder van de gemeente Soest is voorzitter van het Platform Water Vallei en Eem. Vanuit die rol wordt ook het platform in de manifestregio vertegenwoordigd. Op deze manier is Soest nauw betrokken bij de samenwerking en de agendavorming. Voor zover bekend zijn er geen evaluaties van de samenwerking in de werkregio en de manifestregio uitgevoerd. Percepties Over het algemeen zijn gesprekspartners positief over de samenwerking in de regio’s. Soest vervult een actieve rol, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Een aantal gesprekspartners noemt wel dat de gemeente Soest de laatste periode een minder actieve rol speelt vanwege capaciteitsgebrek. Daarbij geven gesprekspartners wel aan dat betrokkenheid van Soest veelal vanuit het waterdomein is en er minder betrokkenheid en urgentie wordt gevoeld op andere thema’s zoals hitte en droogte. Bevindingen Soest werkt in de werkregio Platform Water Vallei en Eem en de manifestregio Vallei en Veluwe Klimaatbestendig samen aan klimaatadaptatie. De samenwerking heeft er onder andere toe geleid dat stresstesten zijn uitgevoerd en Soest impulsgelden voor de uitvoer van klimaatadaptatiemaatregelen heeft kunnen binnenhalen. Daarmee heeft de samenwerking tot meer middelen voor en kennis over klimaatadaptatie geleid. Ook is een aantal acties in samenwerking opgepakt waardoor deze efficiënter konden worden uitgevoerd.

Daarmee achten we het aannemelijk dat de overkoepelende maatregelen op het gebied van samenwerking doeltreffend en doelmatig zijn. Nr.

Maatregel

1.

Participatie in DPRA werkregio Platform Water Vallei en Eem Participatie in manifestregio Vallei en Veluwe Klimaatbesteding (uitvoeren stresstesten, risicodialoog, uitvoeringsagenda op orde)

2.

Score doeltreffendheid 3

Score doelmatigheid

3

3

3

Tabel 2. Score overkoepelende maatregelen op doeltreffendheid en doelmatigheid.

3.2. Maatregelen wateroverlast 3.2.1. Afkoppelen en Steenbreek Feiten Eén van de maatregelen in het GWRP betreft het afkoppelen van de afvoer van hemelwater van het riool. Hier zijn twee type maatregelen voor getroffen: • Maatregelen om gebouweigenaren te stimuleren af te koppelen door middel van bijvoorbeeld subsidies en de inzet van een afkoppelcoach. • Maatregelen om de hemelwaterafvoer van verhard openbaar oppervlakte af te koppelen van het riool door bijvoorbeeld infiltratiekratten aan te brengen of wadi’s aan te leggen. Uit de tussenevaluatie van het GWRP die in 2021 is uitgevoerd blijkt dat de maatregelen op het gebied van de beïnvloeding van gebouweigenaren achterlopen op schema. De subsidiepot van € 100.000,- per jaar werd lang niet benut en tot 2021 werd slechts 41% van het beoogde doel behaald. 6 Hier is op bijgestuurd door het subsidieprogramma meer onder de aandacht te brengen. Uit de toenamen in het verstrekte subsidiebedrag sinds 2021 is te zien dat dit effect heeft gehad hoewel het volledige budget nog steeds niet wordt benut (zie tabel 3).

6 Zie pagina 4 van de tussenevaluatie GWRP.

[16]

Jaar Verstrekte subsidiebedrag x € 1.000,-

2017

2018 3

1

2019 13

2020 34

2021 78

2022 82

Tabel 3. Overzicht uitgekeerde subsidiebedrag voor afkoppelen tussen 2017 en 2023.

Op het gebied van de openbare verharde ruimte die is afgekoppeld bleek in de tussenevaluatie dat de gemeente voor liep op schema. Tot 2021 is 6,5 ha verhard oppervlakte afgekoppeld van het riool. Sinds 2021 is nog eens 5,3 ha afgekoppeld.7 De meest toegepaste methode om af te koppelen betreffen technische maatregelen zoals infiltratiekratten en -buizen. Het aanleggen van natuurlijke oplossingen, zoals wadi’s of verminderen verharding gebeurt minder. Wel heeft de gemeente plannen geformuleerd om verhard oppervlak bij particulieren te verminderen. De gemeente is lid geworden van de stichting Steenbreek. Steenbreek heeft als missie om de trend van verstening te stoppen, in publieke en private ruimte, door onze leefomgeving te vergroenen. Steenbreek adviseert gemeenten en helpt bij het opzetten van inwonersacties acties, zoals het samen aanleggen van geveltuintjes. In Soest is er echter weinig gebeurd met het lidmaatschap. Er heeft een enkel gesprek tussen Steenbreek en de ambtelijke organisatie plaatsgevonden maar uiteindelijk heeft dit niet tot concrete campagnes geleid. Naast het lidmaatschap zelf is er weinig inzet geweest op het gebied van projecten met Stichting Steenbreek in de evaluatieperiode. Percepties Gesprekspartners geven aan dat het afkoppelen van hemelwaterafvoer van het riool effectief is als het om grotere oppervlakten gaat.

Dit kan bijvoorbeeld om een hele wijk, straat of parkeerterrein gaan. Over het algemeen wordt dit meegenomen op het moment dat er een herinrichtingsopgave is. Daarnaast geven gesprekspartners aan dat het afkoppelen van particuliere daken minder effectief is. De inzet van de afkoppelcoach werkt goed om mensen te enthousiasmeren maar kost betrekkelijk veel tijd. Verder ontbreekt een gestructureerde aanpak om gebiedsgericht de grootste knelpunten aan te pakken. Zo is de communicatie over de subsidieregeling bijvoorbeeld gemeente breed ingezet en niet specifiek gericht op bepaalde wijken of straten. Wel was er inzet op mee-afkoppelen. Dat houdt in dat inwoners direct mee konden doen bij vervangingsopgaven. Tot slot wordt aangegeven dat de stok ontbreekt om particulieren te overtuigen om af te koppelen. De gemeente Soest heeft geen maatregelen in de regelgeving getroffen om afkoppelen wettelijk te kunnen (gaan) afdwingen. Gesprekspartners geven aan dat het de efficiëntie ten goede zou komen als een dergelijk instrument wel kan worden ingezet. Dit gebeurd bijvoorbeeld in andere gemeenten wel en de VNG heeft hiervoor een modelverordening opgesteld. 8 Op het gebied van de vermindering van verharding geven gesprekspartners aan dat er naast het lidmaatschap van Steenbreek weinig is gebeurd.

Er is wel een contactpersoon bij Steenbreek maar er zijn niet tot nauwelijks gezamenlijke acties georganiseerd.

3.2.2. Eenmalige onderzoeken Feiten In het GWRP is aangegeven een aantal eenmalige onderzoeken uit te voeren op het gebied van bijvoorbeeld afkoppelen en de ontharding van tuinen. In het kader van het onderzoek heeft de gemeente ons deze onderzoeksresultaten niet toe kunnen sturen. Het is dus ook onduidelijk of de onderzoeken daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Percepties Gesprekspartners binnen de gemeente geven aan dat een aantal onderzoeken wel is uitgevoerd maar dat zij daar niet direct bij betrokken waren en dus ook niet beschikken over de resultaten.

7 Gebaseerd op afkoppeloverzicht van 27 oktober 2023. 8 Zie: Afvoer hemel- en grondwater | VNG.

[17]

3.2.3. Communicatie en beleving Feiten In het GWRP zijn maatregelen op het gebied van communicatie en beleving geformuleerd om inwoners te informeren over hemelwater afkoppeling en andere wenselijke gedragsverandering op het gebied van waterhuishouding. Hier is jaarlijks € 40.000,- voor beschikbaar gesteld. In de tussenevaluatie is geconcludeerd dat de inzet op communicatie achter bleef en hier weinig aandacht voor is geweest. Voor zover we hebben kunnen terugvinden is dit in de periode na de tussenevaluatie niet veranderd. Wel is in het kader van bijvoorbeeld onderhoudswerk aan groen of riolering aandacht geweest om inwoners mee te nemen in de verandering in het systeem (mee-afkoppelen). Denk hierbij aan het informeren van inwoners over wat het afkoppelen betekent qua risico’s op vervuiling en verstopping. Percepties Gesprekspartners geven aan dat er meer had kunnen worden ingezet op communicatie. Vanuit gesprekspartners binnen de gemeente is aangegeven dat in 2020 wel een startnotitie voor een communicatieplan is opgesteld maar dat hier vervolgens geen uitvoering aan is gegeven. Wel wordt aangegeven dat door de middelen die niet zijn uitgegeven aan communicatie wel aan andere opgaven op het gebied van het GWRP zijn besteed.

3.2.4. Onderhoud en beheer In het GWRP staan twee maatregelen op het gebied van onderhoud en beheer: • Onderhoud infiltratievoorzieningen • Risicogestuurd beheer- en onderhoudsplan voorzieningen Wat betreft de infiltratievoorzieningen zoals infiltratie kratten en buizen is het onderhoud uitgevoerd zoals gepland op basis van een jaarlijks analyse. Hier is € 30.000,- per jaar voor beschikbaar. Het risicogestuurd beheer is niet toegepast. Vanuit uitvoering is aangegeven bewust niet voor risicogestuurd te beheren maar voor periodieke inspecties te kiezen. Het risico dat een mankement wordt gemist als risicogestuurd beheer wordt toegepast wordt te groot geacht. Daarmee wordt deze maatregel dus niet uitgevoerd.

3.2.5. Grondwatermodel In het GWRP is aangekondigd dat het grondwatermodel en het meetnet geoptimaliseerd zouden moeten worden. De gemeente Amersfoort is in de regio penvoerder voor het optimaliseren van het grondwatermodel. De gemeente Soest participeert hierin. Naar verwachting leidt dit in 2024 tot resultaat. Specifiek in Soest zijn, conform de maatregelen uit het GWRP, twee extra meetpunten gerealiseerd in de afgelopen jaren.

3.2.6. Aanpassingen ten behoeve voorkomen wateroverlast In het kader van het GWRP zijn specifieke investeringsmaatregelen aangekondigd om wateroverlast te verhelpen of voorkomen. Ook in het Basiswaterketenplan (BWKP) zijn dergelijke maatregelen opgenomen. Over het algemeen wordt de uitvoering van deze maatregelen gecombineerd met herinrichtingsopgaven om te voorkomen dat de straat twee keer moet worden opengebroken. Van al deze investeringsmaatregelen hebben we geanalyseerd in hoeverre ze zijn uitgevoerd. In de tabel hierna wordt dit weergegeven. Status Afgerond Deels afgerond Uitvoering gepland 2023-2024 Uitvoering nog niet gepland Vervallen

Investeringsmaatregelen GWRP 18 1 3 13 3

Tabel 4. Status van realisatie aangekondigde investeringen in GWRP en BKWP.

[18]

Investeringsmaatregelen BWKP 4 1 7 12 -

Van de maatregelen in het GWRP en BWKP wordt aangegeven dat een deel nog niet is uitgevoerd vanwege verschillende redenen: • Een aantal maatregelen is gekoppeld aan de woningbouwopgave in Soesterberg die vertraagd is. • Een aantal maatregelen wordt uitgevoerd op het moment dat een herinrichting plaatsvindt (bijvoorbeeld van de Ferdinand Huycklaan, de Soesterbergsestraat en de Oude Utrechtseweg). De urgentie van de maatregelen rechtvaardigt eerder openbreken van de straat en de extra kosten die daarmee samenhangen niet. Daarnaast is in het GWRP aangekondigd een hemelwaterstructuurplan op te stellen met als doel situaties van wateroverlast te voorkomen. In 2018 is een dergelijk plan opgesteld voor de Korte en Lange Brinkweg. Dit plan is tot op heden nog niet uitgevoerd omdat er nog gesprekken lopen met inwoners over de wijze waarop de straat zal worden ingericht. Inmiddels is vorig jaar ook voor Soesterberg een hemelwaterstructuurplan opgesteld. Daarbij is er gekozen Soesterberg eerst te doen omdat daar de urgentie op het gebied van waterafvoer het grootst is.

3.2.7. Externe advisering en ondersteuning In het GWRP wordt het inzetten op externe advisering ook genoemd als maatregel. Het gaat dan om het inhuren van expertise voor het analyseren van data uit het meetnet, over gegevensbeheer, het laten uitvoeren van hydraulische en milieutechnische berekeningen en over het bijdragen aan beleidsplannen en onderzoeken. In het kader van het onderzoek hebben we geen voorbeelden teruggevonden waarin dit is gebeurd. Wel is door gesprekspartners aangegeven dat bijvoorbeeld intern is geadviseerd in het kader van herinrichtingsopgaven. Dit wordt ook meegenomen in het op te stellen omgevingsprogramma.

3.2.8. Bevindingen In het Grondwater en Rioleringsplan 2018-2022 (GWRP) van de gemeente Soest is een aantal maatregelen getroffen om wateroverlast te voorkomen. De doeltreffendheid en doelmatigheid van de maatregelen verschilt. Met name maatregelen die de gemeente zelf uitvoert zijn behaald en daarvan is het aannemelijk dat ze doelmatig zijn uitgevoerd. Maatregelen op het gebied van afkoppelen zijn deels doeltreffend (openbaar oppervlakte afkoppelen) en deels minder doeltreffend (particulieren stimuleren). De maatregelen op het gebied van communicatie en bewustwording zijn niet of nauwelijks uitgevoerd en hebben dus niet tot nauwelijks hun doel bereikt. Nr.

Maatregel

3. 4. 5.

Verhogen bijdrage afkoppelen Inzetten Afkoppelcoach Evaluatie lopende subsidies (afkoppelen, regenton, groene daken) Eenmalige onderzoeken in planperiode (ontharden tuinen, voorstel D66, afkoppelverordening) Lidmaatschap Operatie Steenbreek Beleefbaar maken van water Communicatie bewoners bewust Onderhoud infiltratievoorzieningen Risicogestuurd beheer- en onderhoudsplan voorzieningen Uitbreiden grondwatermeetnet (met 2 peilbuizen) Grondwatermodel (en optimaliseren meetnet) Hemelwaterstructuurplan (en afkoppelplan) Uitvoeren maatregelen investeringsprogramma GWRP Externe advisering en ondersteuning

6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16.

Score doeltreffendheid 2 3 2

Score doelmatigheid

2

2

2 1 1 3 1 4 3 2 3 2

2 Nvt Nvt 2 Nvt 3 3 3 3 2

Tabel 4. Overzicht beoordeling maatregelen wateroverlast op doeltreffendheid en doelmatigheid.

[19]

2 2 2

3.3. Maatregelen hitte en droogte Feiten Op het gebied van hitte en droogte is geen overkoepelend beleid opgesteld. Wel is in het kader van de regionale samenwerking een stresstest uitgevoerd waarin hitte en droogte terugkomen (zie paragraaf 3.1). Ook is in 2020 een hitte- en eenzaamheidskaart voor Soest ontwikkeld. 9 De stresstest en de hitte- en eenzaamheidskaart hebben niet tot maatregelen geleid in de evaluatieperiode. Wel zijn in aanpalend beleid maatregelen opgenomen die betrekking hebben op hitte en droogte. Zo is de Bosnota 2013 - 2022 opgesteld. Hierin zijn weinig maatregelen genoemd die te maken hebben met klimaatadaptatie. Brandgevaar komt echter wel in enige mate ter sprake, met name op het gebied van het voorlichten en informeren van inwoners. Verder is uit gesprekken gebleken dat Soest ook maatregelen heeft zoals het onderhouden van brandgangen en het voorzien in bluswater. Daarnaast heeft Soest een landschaps- en natuurontwikkelingsplan. Hierin is weinig aandacht voor klimaatadaptatie. Er wordt enkel in algemene zin gesproken over belang om klimaatadaptatie mee te nemen in landschapsontwikkeling. Daarnaast wordt meer specifiek voorgesorteerd op aanpassing qua soorten om bestand te zijn tegen gevolgen klimaatverandering. In hoeverre dit daadwerkelijk tot aanpassingen heeft geleid is niet duidelijk.

Ook in het uitvoeringsprogramma onder het landschaps- en natuurontwikkelingsplan is er geen aandacht voor projecten op het gebied van klimaatadaptatie. Momenteel wordt gewerkt aan de voorbereiding van een aantal programma’s onder de Omgevingswet. Hitte en droogte zouden in deze programma’s een meer vooraanstaande rol moeten gaan spelen. Daartoe zijn bij het opstellen van de voorlopige uitvoeringsagenda de opgave en mogelijke maatregelen op het gebied van hitte reeds in beeld gebracht. Percepties Gesprekspartners herkennen dat er weinig beleid is geformuleerd op het gebied van hitte en droogte in Soest. Zo heeft Soest tot nu toe geen lokaal hitteplan terwijl het de ambitie van de provincie Utrecht is dat alle gemeenten in 2023 een hitteplan hebben. Gesprekspartners merken wel op dat het gebrek aan een uitgewerkt beleid er niet toe leidt dat er niets gebeurt. In de uitvoering wordt bijvoorbeeld op het vlak van gebiedsinrichting wel rekening gehouden met klimaatadaptatiemaatregelen en ook bij het beheer van het groen weegt dit mee. Bevindingen Op het gebied van hitte en droogte is tot nu toe weinig ingezet. De opgave was niet in beeld en een overkoepelend beleidskader op het gebied van hitte en droogte ontbrak. Dit zegt niet dat er niets is gebeurd maar inzet was vaak ad hoc en op basis van individuele inzet in de uitvoering.

In de nieuwe programma’s onder de Omgevingswet en onderliggende uitvoeringsagenda zullen deze opgaven wel terugkomen. Nr.

Maatregel

17. 18.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=dc971d66-992f-4fd3-8b42-31b8db47c298