CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage Kadernota 2026

Oordeelsvormende vergadering (Raadzaal) 26 juni 2025, gemeente SoestBij agendapunt: Kadernota 2026 e.v.17.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2026 Richtinggevend voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting 2026

Inclusief actualisatie meerjarenperspectief 2027-2029

Kadernota 2026

2

Kadernota 2026

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................... 3 Leeswijzer ............................................................................................... 4 Hoofdstuk 1 – Bestuurlijke inleiding ....................................................... 5 Hoofdstuk 2 – Richtinggevende voorstellen en ontwikkelingen............. 10 2.1

Programma 1 – Bestuurlijke omgeving ...............................................10

2.1.1

Deelprogramma Bestuur ...............................................................10

2.1.2

Deelprogramma Dienstverlening ....................................................12

2.1.3

Deelprogramma Veiligheid ............................................................13

2.1.4

Deelprogramma Accommodaties en eigendommen ............................14

2.2

Programma Fysieke Leefomgeving ....................................................15

2.2.1

Deelprogramma Wonen ................................................................15

2.2.2

Deelprogramma Klimaat ...............................................................19

2.2.3

Deelprogramma Economie.............................................................22

2.2.4

Deelprogramma Mobiliteit en infrastructuur ......................................23

2.2.5

Deelprogramma Natuur en landschap..............................................25

2.3

Programma Sociale leefomgeving ......................................................27

2.3.1

Deelprogramma Sociaal domein .....................................................27

2.3.2

Deelprogramma Onderwijs ............................................................38

2.4

Programma Overhead .....................................................................43

Hoofdstuk 3 –

Financiële hoofdlijnen .................................................. 45

3.1

Uitgangspunten ramingen programmabegroting 2026-2029 ..................45

3.2

Verkenning financieel meerjarenperspectief 2026-2029 ........................47

3.3

Overzicht richtinggevende voorstellen kadernota 2026 .........................49

3.4

Voorstellen kadernota en financieel meerjarenperspectief .....................52

3

Kadernota 2026

Leeswijzer Hoofdstuk 1 bestaat uit de bestuurlijke inleiding met de bestuurlijke boodschap: hoe dragen de geïnventariseerde richtinggevende beleidsvoorstellen bij aan de nadere invulling van het coalitieakkoord 2022-2026 en hoe past dit binnen de financiële kaders. Hoofdstuk 2 richtinggevende voorstellen en ontwikkelingen per deelprogramma Hier worden de richtinggevende voorstellen en ontwikkelingen per deelprogramma beschreven. Hoofdstuk 3 Financiële hoofdlijnen Dit hoofdstuk schetst de financiële uitgangspunten voor de ramingen van de begroting 2026-2029. Verder wordt in kaart gebracht welke (financiële) ontwikkelingen op ons afkomen (verkenning meerjarenperspectief). Daarnaast worden de richtinggevende voorstellen in dit hoofdstuk samenvattend weergegeven.

4

Kadernota 2026

Hoofdstuk 1 – Bestuurlijke inleiding De kadernota maken we jaarlijks als voorbereiding op de programmabegroting. Met de kadernota 2026 actualiseren we het financieel beeld voor de komende vier jaren en maken we waar nodig nieuwe keuzes, waarbij de begroting 2025-2028 samen met het coalitieakkoord 2022-2026 de basis is. We zijn inmiddels in het laatste jaar van deze raadsperiode beland. Op 18 maart 2026 zijn er verkiezingen voor een nieuwe gemeenteraad. Dat maakt dat we in deze kadernota terughoudend zijn met het doen van nieuwe voorstellen. Nieuw beleid laten we vooral aan het nieuwe gemeentebestuur. Dat neemt niet weg dat er ook nu ontwikkelingen zijn die nopen tot nadere voorstellen. Die leggen wij in deze kadernota aan u voor. Het coalitieakkoord ‘Bouwen aan de toekomst, samen aan de slag!’ is voor ons het kompas geweest waarop we ons beleid hebben gestoeld. Nu we ons in het laatste jaar van deze bestuursperiode bevinden, vinden we het passend om in deze inleiding niet alleen vooruit te kijken, maar ook een blik te werpen op wat we samen met onze inwoners, ondernemers en organisatie hebben bereikt. Bouwen aan de toekomst, samen aan de slag! In het coalitieakkoord hebben partijen niet alleen aangegeven wat zij willen bereiken, maar ook hoe zij dat willen doen.

Het hoe is samengevat in vijf leidende principes: • we zorgen ervoor dat iedereen zijn inbreng kan leveren • we voeren het gesprek op basis van kennis, inhoud en argumenten • we tonen respect voor elkaars rollen en handelen vanuit vertrouwen • we zorgen voor transparantie in ons handelen • we houden rekening met belangen van minderheden. We vinden het belangrijk deze leidende principes nog eens voor het voetlicht te brengen. Ze vormen een richtsnoer voor ons handelen, zowel in de interactie met onze inwoners, ondernemers en organisaties, als in het bestuurlijk (en bestuurlijk-ambtelijk) samenspel. Samen aan de slag voor onze kwetsbare inwoners Aan de hand van de vraag ‘wat voor een gemeente willen we zijn als het gaat om zorgen voor elkaar?’ hebben we gewerkt aan een integrale visie voor het sociaal domein, sport en cultuur. We werken nu, samen met inwoners, verenigingen en organisaties, hard aan de uitvoering van deze visie. We willen de zorg voor onze kwetsbare inwoners ook voor de toekomst betaalbaar houden. Om de nog altijd sterk stijgende kosten van de jeugdzorg te beheersen, is de landelijke ‘hervormingsagenda jeugd’ in het leven geroepen. We werken eraan om deze landelijke agenda ook op lokaal niveau te vertalen in een plan van aanpak.

5

Kadernota 2026

We streven ernaar om met de gemeenten Baarn en Bunschoten per 1 januari 2026 samen te werken in de beoogde nieuwe uitvoeringsorganisatie voor het sociaal domein Eemkracht. 2026 wordt een belangrijk jaar om de nieuwe organisatie met integrale teams op te bouwen en de bedrijfsvoering te versterken. Tegelijkertijd werken we samen met onze subsidiepartners aan een voorstel voor een lokale laagdrempelige integrale toegang voor het sociaal domein. Samen aan de slag voor een leefbaar Soest en Soesterberg Trots zijn we op De Basis, het nieuwe sociaal-cultureel centrum voor Soesterberg, dat in 2024 feestelijk werd geopend door Koningin Máxima. In De Basis bieden verschillende organisaties hun activiteiten aan de inwoners van Soesterberg aan, op een centrale plek in het dorp. De Basis krijgt daarmee een onmisbare functie in Soesterberg voor de uitvoering van de Integrale Visie Sociaal Domein. Het jaar 2025 - het experimenteerjaar - benutten we om de inhoudelijke samenwerking en het beheer en de exploitatie op basis van de uitgevoerde verkenning nader vorm te geven. Zo ontstaat beter inzicht in de inkomsten uit verhuur en horeca-exploitatie, waarmee een meerjarig perspectief op de financiële haalbaarheid kan worden ontwikkeld. Op basis hiervan kan in 2026 een definitieve keuze worden gemaakt voor een exploitatiemodel.

Blij zijn we met het recente (principe)besluit om een nieuw zwembad te realiseren op de huidige locatie. Samen met de eerder al in deze bestuursperiode opgeleverde nieuwe sporthal ontstaat een robuust complex van sportvoorzieningen, waaraan onze inwoners nog vele jaren plezier kunnen beleven. Trots zijn we ook op het nieuwe integrale huisvestingsplan onderwijs. Met de vaststelling van het integraal huisvestingsplan onderwijs in 2024 investeert de gemeente de komende tien jaar een bedrag van € 70 miljoen in de huisvesting van scholen. De nieuwbouw van het Griftland College, de 2e Van der Huchtschool en de Postiljon staan als eerste in de planning. Omdat we in de praktijk zien dat het vastgestelde accommodatiebeleid niet meer geheel aansluit bij de maatschappelijke vraag, hebben we onze rolneming voor de verschillende beleidsterreinen (sport, kunst, cultuur, welzijn, zorg) herijkt. Dit is door uw raad vastgelegd in een aanvulling (addendum) op het accommodatiebeleid. Deze herijking geeft niet alleen meer duidelijkheid, maar betekent in enkele gevallen ook dat de gemeente een actievere rol zal innemen. Samen werken aan een veilig Soest We hebben gericht geïnvesteerd in de versterking van de keten zorg en veiligheid.

In lijn met het Integraal Veiligheidsplan 2023–2026 zijn het jeugdteam, sociaal team en jongerenwerk uitgebreid om kwetsbare jongeren en mensen met onbegrepen gedrag beter te ondersteunen. Zo voorkomen we dat mensen met complexe problemen pas in beeld komen bij ernstige overlast of verstoring van de openbare orde.

6

Kadernota 2026

We investeren dit jaar nog in extra capaciteit voor het organiseren van maatschappelijke weerbaarheid bij langdurige crisis. En we stellen voor de tijdelijke middelen voor de uitvoering van Wet Bibob structureel in de begroting op te nemen. Samen aan de slag om meer woningen te bouwen De schaarste aan woningen en met name betaalbare woningen blijft een speerpunt voor ons ruimtelijk beleid. Daarom zijn we blij met de in gang gezette ontwikkelingen, bijvoorbeeld in het Dalweggebied, Soesterberg en het Orlandoterrein. We streven ernaar om nog in deze bestuursperiode te starten met de bouw van ruim 200 woningen in het Dalweggebied, waarvan 75% betaalbaar. Op het voormalige Orlandoterrein is gestart met de bouw van 50 appartementen, waarvan 28 sociale huurwoningen. Voor Soesterberg-Noord is een ontwikkelstrategie vastgesteld, waarbij voor Kamer 2 wordt ingezet op transformatie van bedrijven naar woningen. Bij onze inzet voor betaalbare woningbouw maken we gebruik van instrumenten als de doelgroepenverordening en het Compensatiefonds, beide in deze bestuursperiode tot stand gekomen. Een van de locaties waarop betaalbare woningbouw kan worden gerealiseerd is de locatie Paulus Potter. Hierbij richten we ons vooral op starters en spoedzoekers.

In navolging van het coalitieakkoord hebben we in deze bestuursperiode een uitgebreid participatietraject uitgevoerd, met de vraag waar woningbouw na 2030 zou kunnen plaatsvinden. Op basis van deze participatie en het daarna vastgestelde afwegingskader, zijn twee locaties aangewezen: de locatie Inspecteur Schreuderlaan-Stadhouderslaan en de locatie Stadhouderslaan-Korte Brinkweg. Samen met medeoverheden aan de slag De samenwerking met andere overheden wordt steeds belangrijer. Steeds meer opgaven vragen om regionale samenwerking, zoals woningbouw, mobiliteit en de energietransitie. In de regio Amersfoort en ook in de Metropoolregio Utrecht groeit het belang van gezamenlijke uitvoeringskracht. Als regio boekten we in gezamenlijke lobby meerdere successen de afgelopen tijd, denk aan de Woondeal en de tijdelijke maatregelen voor het knooppunt Hoevelaken. De komende jaren werken we, samen met zeven partijen (met Defensie als initiator), verder aan de gebiedsontwikkeling van A tot Z. Partijen hebben afgesproken om gezamenlijk te werken aan de opgaven in het gebied tussen Amersfoort en Zeist. Voor het gebied wordt een gemeenschappelijk, integraal perspectief ontwikkeld, waarin alle opgaven in samenhang worden uitgewerkt.

Samen aan de slag om de klimaatdoelstellingen te halen De landelijke doelstellingen op het gebied van energie hebben wij lokaal vertaald in het energieprogramma ‘Energie van Soest 2024-2030’. Dat is het beleidskader waarbinnen we werken. 7

Kadernota 2026

Samen werken aan de uitvoering van de Omgevingswet en de omgevingsvisie Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet eindelijk in werking getreden. Nieuwe instrumenten als het omgevingsplan, waarin al onze bestemmingsplannen worden opgenomen, hebben hun intrede gedaan. We werken de komende jaren (tot uiterlijk 2032) aan de transitie om de Omgevingswet ten volle uit te voeren. Tegelijkertijd werken we aan de uitwerking van de gemeentelijke omgevingsvisie, die ontwikkelingen schetst tot het jaar 2040. Door middel van omgevingsprogramma’s (wonen, werken, mobiliteit, water en groen & landschap) vertalen we de visie in concrete programma’s, met als basis het door de raad vastgestelde afwegingskader. Soest is financieel gezond We bieden u een kadernota aan die voor de eerste drie begrotingsjaren sluitend is. Hierbij hebben we gebruikgemaakt van de in de perspectiefnota 2026 vastgelegde voorkeursvolgorde, waarlangs we de route naar tekortreductie willen afleggen. Overeenkomstig de door uw raad vastgestelde amendementen hebben we alleen de opties ‘opschonen’ en ‘besparen’ geeffectueerd. In de kadernota hebben we ook de uitkomsten van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk verwerkt. Daarover hebben we u op 9 mei geïnformeerd.

Hierbij geldt dat we een voorbehoud moeten maken, omdat de besluiten in de Voorjaarsnota van het Rijk nog vertaald moeten worden in de meicirculaire, die geen onderdeel vormt van deze kadernota. Het laatste begrotingsjaar vertoont vooralsnog een tekort. Dit tekort hangt direct samen met de door het Rijk beoogde bezuinigingen op de jeugdzorg. Omdat het maar zeer de vraag is of deze bezuinigingen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd, is de kans aannemelijk dat deze kortingen weer worden teruggedraaid. Door de voordelige jaarresultaten van de afgelopen jaren (met als belangrijke verklarende factor de niet volledig benodigde middelen voor de opvang van Oekraïense ontheemden) is onze algemene reserve fors toegenomen, tot ruim € 33 miljoen. Daarmee is onze financiële weerbaarheid robuust te noemen. Overigens is deze reserve bij de begroting 2025 deels al nader bestemd, zodat de echt vrije ruime aanzienlijk lager is. Zie hiervoor paragraaf 3 van de kadernota. Wij zijn er trots op dat we in deze periode, anders dan veel andere gemeenten, niet hebben besloten de ozb extra te verhogen. Daarmee hebben we een belofte uit het coalitieakkoord gestand gedaan. Wij zijn van oordeel dat we met een sluitende begroting voor de jaren 2026, 2027 en 2028 en een robuuste algemene reserve een solide financiële basis achterlaten.

Dat biedt het volgende gemeentebestuur kansen om nieuwe keuzes te maken, maar ook om samen verder te werken aan wat we voor onze inwoners in de afgelopen jaren hebben bereikt en in gang hebben gezet.

8

Kadernota 2026

Tot slot Wij danken uw raad voor het in ons gestelde vertrouwen in de afgelopen bestuursperiode. We kijken terug op een constructieve samenwerking en stellen vast dat de hiervoor aangehaalde leidende principes zijn vruchten lijken af te werpen. We spreken de hoop uit dat we ook het komende jaar met uw raad, samen met onze inwoners, ondernemers en organisaties verder kunnen bouwen aan een mooi, toekomstbestendig Soest en Soesterberg. Burgemeester en wethouders van Soest 5 juni 2025

9

Kadernota 2026

Hoofdstuk 2 – Richtinggevende voorstellen en ontwikkelingen 2.1

Programma 1 – Bestuurlijke omgeving

Tot het programma Bestuurlijke omgeving behoren de volgende deelprogramma’s: 2.1.1 Bestuur 2.1.2 Dienstverlening 2.1.3 Veiligheid 2.1.4 Accommodaties en eigendommen

2.1.1 Deelprogramma Bestuur

A.

Landelijke/regionale ontwikkelingen

Zie de toelichting onder B. B.

Beleidsvoornemens 2026

Nieuwjaarsontmoeting Zo’n 5 jaar geleden rees de vraag of we nog wel een nieuwjaarsreceptie moesten organiseren. De meningen waren hierover verdeeld. De traditionele vorm - waarbij gemeentebestuur in contact kwam met voornamelijk vertegenwoordigers van lokale verenigingen en organisaties - leek niet meer in een behoefte te voorzien. Er was behoefte om in contact te komen met díe inwoners die we niet met enige regelmaat zien of spreken. Dat vraagt wel om een heel ander programma. Een programma dat inspeelt op de behoeften van inwoners. Dat vraagt meer dan hapjes en drankjes in het gemeentehuis. In 2020 organiseerden we de ‘new years bash’. Na corona gingen we in 2024 naar het Nationaal Militair Museum en in 2025 naar De Basis, Idea en het Griftland. Goede dienstverlening en grote opgaven vragen om goede communicatie De gemeente streeft ernaar haar inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en partners te informeren, te betrekken en te ondersteunen. Dagelijks communiceert de gemeente op diverse manieren met deze doelgroepen: via de website, TIP, sociale media, bewonersbrieven, nieuwsbrieven, participatietrajecten (zowel online als fysiek), persberichten, kranten en in de gemeente tijdens werkbezoeken, een-op-een-communicatie met de inwoners.

10

Kadernota 2026

We zien een verandering in de behoefte in de samenleving. In de verhoudingen tussen inwoners onderling en tussen inwoners en overheid. En in het communicatielandschap. Door de groei aan digitale kanalen en de opkomst van sociale media is er meer vraag naar frequente en relevante content om inwoners te bereiken (onder andere video). Ook is er steeds meer behoefte aan écht contact, zichtbaarheid en (proactieve) communicatie richting inwoners. Tegelijkertijd vragen inwoners om transparantie en dialoog. Dit leidt ertoe dat de vraag naar goede - daadwerkelijk verbindende - communicatie tussen inwoners en de gemeente alleen maar toeneemt. Momenteel is de communicatie richting inwoners en pers vaak projectgericht. Hierbij ontbreekt een centrale communicatiestrategie; een overkoepelend kader. In 2026 willen we deze communicatiestrategie ontwikkelen en gaan toepassen op alle gemeentelijke communicatie. Hiermee verhogen we de doelgroepgerichtheid en toegevoegde waarde voor onze inwoners. Waardoor de effectiviteit en kwaliteit van onze gemeentelijke communicatie toeneemt. Dit versterkt het vertrouwen van inwoners en partners en bevordert hun betrokkenheid. Onderdelen van de communicatiestrategie zijn onder andere de communicatievormen en -kanalen die we inzetten om doelstellingen te behalen en die het beste aansluiten bij de behoeften van onze doelgroepen. C.

Financiële ontwikkelingen en voorstellen

Nieuwe opzet nieuwjaarsontmoeting € 13.000 structureel Het beschikbare budget van € 7.000 voor een dergelijke nieuwe vorm van ontmoeten is niet toereikend. Ook de reguliere organisatiecapaciteit is niet toegerust op een professionele organisatie van een dergelijk evenement waarbij niet alleen aandacht is voor het programma maar ook voor de communicatie, veiligheids-/vergunningseisen, gastenregistratie (met voedselallergieën) e.d. Om een aansprekende ontmoeting op een professionele manier te organiseren is jaarlijks een budget nodig van € 20.000. Goede dienstverlening en grote opgaven vragen om goede communicatie € 100.000 incidenteel voor 2026 en voor 2027 Zoals onder A. beschreven zullen we voor de ontwikkeling en uitvoering van de communicatiestrategie extra inspanningen moeten leveren. We ramen hiervoor voor zowel 2026 als 2027 een incidenteel budget van € 100.000. Voorstellen griffie/raad Zichtbaarheid raad € 14.000 structureel Voor het jaar 2025 heeft uw raad - met het oog op het toen bekende financieel meerjarenperspectief - alleen een incidenteel budget beschikbaar gesteld voor het verhogen van de zichtbaarheid van de raad in de samenleving. We stellen nu voor om het budget structureel in de begroting op te nemen.

11

Kadernota 2026

Gemeenteraadsverkiezingen 2026 € 10.000 incidenteel 2026 Om inwoners optimaal te betrekken bij de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 willen wij hen het volgende bieden: • een digitale stemwijzer (in 2022 raadpleegden 7.150 inwoners onze lokale stemwijzer); • een verkiezingskrant, bezorgd bij alle abonnees van de Soester Courant en alle ontvangers van Soest huis-aan-huis (een oplage van ongeveer 19.000 stuks); • een jongerencampagne (Jouw stem telt) om ook jonge kiezers te informeren en motiveren; • een uitslagenavond voor alle belangstellenden uit de gemeente Soest; • diverse bijeenkomsten in de aanloop naar de verkiezingen om aandacht te vragen voor onze lokale democratie. Omdat dit meer vraagt dan nu incidenteel in de begroting is opgenomen, vragen wij om een aanvulling van eenmalig €10.000. Raad in Ontwikkeling € 15.000 in 2026, €10.000 structureel vanaf 2027 e.v. De ervaring van de afgelopen raadsperiode qua inwerkprogramma en ‘opleidingsbudget’ heeft laten zien dat er meer middelen nodig zijn. Het is wellicht beter om niet zozeer te spreken over inwerkprogramma, maar over ‘Raad in Ontwikkeling’, vandaar de structurele inzet van middelen. Langs de lijn van inhoudelijke thema’s blijkt vaak meer behoefte aan verdieping te zijn en die willen wij ook kunnen bieden.

Jongerenraad € 7.500 structureel Na eerdere beeldvormende bijeenkomsten ligt er een concreet voorstel (en verordening) voor een Jongerenraad Soest, dat later in juni ter besluitvorming voor ligt. Naar verwachting kan de jongerenraad in 2026 op volle sterkte draaien en op die manier jongeren betrekken bij beleid en besluitvorming. Met de ervaring vanuit diverse andere gemeenten is duidelijk geworden dat, los van praktische zaken, het essentieel voor de jongeren is dat zij ook een coach hebben die hen verder op weg helpt.

2.1.2 Deelprogramma Dienstverlening

Wij doen geen voorstellen voor aanvullend/nieuw beleid in dit deelprogramma.

12

Kadernota 2026

2.1.3 Deelprogramma Veiligheid

A. Landelijke/regionale ontwikkelingen De complexiteit binnen het domein van openbare orde en veiligheid is de laatste jaren toegenomen en wordt ook de komende jaren niet eenvoudiger. Multiprobleemgezinnen, de samenhang tussen het zorg- en het veiligheidsdomein en de toename in onzichtbare criminaliteitsvormen, zoals snel verplaatsende drugslaboratoria en cybercrime. Ondermijning blijft een steeds terugkomend onderwerp, net als de Wet Bibob. De complexiteit rondom crisisbeheersing is de laatste jaren enorm toegenomen en zal de komende jaren nog meer toenemen. Weerbaarheid en veerkracht Als gemeente moeten we ons de komende jaren voorbereiden op uiteenlopende crisis, zoals klimaatverandering (natuurbranden en wateroverlast) en langdurige stroomuitval tot sociale spanningen en digitale verstoringen. Onder de verzamelnaam (maatschappelijke) veerkracht en weerbaarheid gaan we hier mee aan de slag. Het gaat hierbij om het gezamenlijk vermogen van inwoners, organisaties en overheden om flexibel te reageren op onverwachte gebeurtenissen, de schade te beperken en het normale leven zo snel mogelijk te hervatten. Gemeenten spelen hierin een sleutelrol: zij vormen de verbindende schakel tussen beleid, uitvoering en samenleving.

Door te investeren in veerkrachtige gemeenschappen en goed voorbereid te zijn op uiteenlopende scenario’s’, versterken we de basis voor een veilige en stabiele leefomgeving. Onder andere via deelname aan werkgroepen zijn we gestart met het voorbereiden op dit soort crisissen, de impact hiervan zal de komende tijd groot zijn. In de voorjaarsnota 2025 hebben we hiervoor, voor een periode van twee jaar, extra middelen geraamd. VRU: toekomstscenario’s en bestuurlijke besluitvorming Het komende jaar wordt binnen de VRU gewerkt aan de uitwerking van een aantal toekomstscenario’s. De besluitvorming binnen het algemeen bestuur verwachten we eind 2025. De verwachting is reëel dat de keuzes op termijn zullen leiden tot een noodzakelijke verhoging van de gemeentelijke bijdrage. De uiteindelijke voorstellen zullen naar verwachting worden voorgelegd in de kadernota 2027 van de VRU. Het algemeen bestuur heeft ook opdracht gegeven om bezuinigingsopties in kaart te brengen of onderzoek te verrichten naar niet wettelijke taken waarvoor inkomsten gegenereerd kunnen worden. B.

Beleidsvoornemens 2026

Deze liggen besloten in de onder A. en C. genoemde ontwikkelingen. 13

Kadernota 2026

. C.

Financiële ontwikkelingen en voorstellen

Communicatie bij crisisbeheersing € 25.000 structureel In de crisisbeheersing is steeds meer aandacht voor communicatie. Aanvankelijk was communicatie slechts een klein onderdeel van ons totale takenpakket binnen de crisisbeheersing. Onlangs zijn in VRU-verband afspraken gemaakt dat crisiscommunicatie een eigen proces is, gelijkwaardig aan het totaal van alle andere gemeentelijke taken in de crisisorganisatie. De opschaling van het belang van communicatie in de crisisorganisatie vraagt om meer training, voorbereiding en coördinatie. Voor het versterken van de communicatie binnen de crisisbeheersing ramen we een budget van € 25.000 structureel. Bluswatervoorzieningen

krediet € 200.000 jaarlasten € 16.000 v.a. 2027 Uit een advies van de VRU komt naar voren dat er investeringen nodig zijn in onze bluswatervoorziening. In enkele gebieden zullen we putten moeten plaatsen. Verder onderzoeken we of we open water binnen de gemeente Soest geschikt is of gemaakt kan worden om extra opstelplaatsen te realiseren. Het komende jaar willen wij in kaart brengen wat er nodig is om onze bluswatervoorziening te versterken. Op basis van een ruwe schatting moeten we daarbij rekening houden met een eenmalige investering van € 200.000. Gemeenschappelijke regeling VRU – kadernota 2026 € 122.000 structureel De kadernota 2026 van de VRU laat een stijging van de loon-en prijsaanpassing en de actualisatie van de verdeelsleutel zien. Voor de gemeente Soest betekent dat een stijging van de bijdrage in 2026 van € 122.000 euro. Wet Bibob € 75.000 structureel Voor het jaar 2025 heeft uw raad - met het oog op het toen bekende financieel meerjarenperspectief - alleen een incidenteel budget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de Wet Bibob. De toepassing van de Wet Bibob is een belangrijk instrument om bestuurlijke weerbaarheid te vergroten. We willen verhinderen dat we als gemeente zaken doen met niet-integere partijen. Een belangrijk instrument dat we de komende jaren nog vaker willen gaan inzetten, ook voor de aanpak van zorgfraude.

We stellen dan ook voor om het budget structureel in de begroting op te nemen.

2.1.4 Deelprogramma Accommodaties en eigendommen

Wij doen geen voorstellen voor aanvullend/nieuw beleid in dit deelprogramma. 14

Kadernota 2026

2.2

Programma Fysieke Leefomgeving

Tot het programma Fysieke leefomgeving behoren de volgende deelprogramma’s: 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5

Wonen Klimaat Economie Mobiliteit en infrastructuur Natuur en landschap

Omgevingsprogramma’s Afgelopen jaar zijn de omgevingsprogramma's voor Wonen, Werken, Natuur en Landschap, Mobiliteit en Water opgesteld. Deze worden naar verwachting medio 2025 definitief vastgesteld. Om de omgevingsprogramma's in concrete acties te vertalen wordt diverse onderzoeken uitgevoerd. De omvang van het benodigde budget voor de uitvoering van de omgevingsprogramma's is mede afhankelijk van de uitkomsten van deze onderzoeken. Op het moment dat de uitkomsten daarvan beschikbaar komen, kan pas een goede inschatting worden gemaakt. In een enkel geval hebben zich inmiddels wel ontwikkelingen voorgedaan die nog niet waren voorzien en opgenomen in uitvoeringsparagrafen van de omgevingsprogramma’s waarvoor wel extra budget nodig is. Voor zover dit het geval is, is dit bij het betreffende deelprogramma in deze kadernota opgenomen.

2.2.1 Deelprogramma Wonen

A.

Landelijke/regionale ontwikkelingen

Versterkte gemeentelijke regie De aankomende Wet versterking regie volkshuisvesting geeft gemeenten meer sturingsmogelijkheden via een verplicht lokaal volkshuisvestingsprogramma. Hierin moeten keuzes worden gemaakt over de lokale woningbouwprogrammering en de invulling van de landelijke 2/3 betaalbaarheidsnorm (waarvan minimaal 30% sociale huur). Dit vraagt om actieve beleidsvorming en capaciteit van de gemeente. Momenteel loopt het proces voor het omgevingsprogramma Wonen en een nieuwe huisvestingsverordening. Beide beleidsstukken sorteren zo veel mogelijk voor op deze wet.

15

Kadernota 2026

Focus op versnelling en vereenvoudiging Landelijk wordt ingezet op het versnellen van procedures en het verminderen van regeldruk (onder andere via het Programma STOER1). Werkwijzen als parallel plannen en het gebruik van typegoedkeuringen/industriële bouw worden gestimuleerd om doorlooptijden te verkorten. Dit biedt kansen, maar vereist ook mogelijk aanpassing van gemeentelijke processen. Regionale samenwerking en monitoring De regionale Woondeals (zoals die voor Regio Amersfoort) worden verder geconcretiseerd met harde plancapaciteit. Monitoring via een Publiek-Private Monitor (PPM) aan regionale/lokale versnellingstafels wordt vanaf medio 2025 de norm en een voorwaarde voor subsidies. Nieuwe financiële Instrumenten Het Rijk introduceert de Realisatiestimulans (een bijdrage per gerealiseerde betaalbare woning) en past bestaande instrumenten zoals de Woningbouwimpuls (Wbi) en het Gebiedsbudget aan. Ook zijn extra middelen voor infrastructuur bij woningbouwlocaties beschikbaar. Belangrijke consequentie is de verwachte gemeentelijke cofinancieringseis (vaak 50%) voor Wbi en Gebiedsbudget, wat een directe impact zal hebben op de gemeentelijke begroting.

Aandacht voor specifieke opgaven Er is landelijke en regionale aandacht voor het realiseren van de grote opgave voor ouderenhuisvesting (zoals vastgelegd in het regionale afsprakenkader), het beter benutten van de bestaande woningvoorraad (transformatie, optoppen, splitsen) en het aanpakken van knelpunten zoals netcongestie en water- en bodem-sturend bouwen. ‘Faire share’-afspraken over spreiding verplichte urgent woningzoekenden en aandachtgroepen Het is de bedoeling dat voor de zomer van 2025 regionale afspraken gemaakt worden over de spreiding van wettelijk verplichte urgent woningzoekenden en aandachtsgroepen zoals de benoemd zijn in de concept Wet versterking regie Volkshuisvesting. Voorkomen van dak- en thuisloosheid Het streven van de rijksoverheid is dat er in 2030 geen daklozen meer zijn. Daarom zullen we meer moeten investeren in het voorkomen van dak- en thuisloosheid en het versnellen van de uitstroom uit de opvang. Hierover moeten afspraken met de corporaties gemaakt worden. B.

Beleidsvoornemens 2026

Prioriteit voor wonen voor ouderen en doorstroming Gezien de sterke vergrijzing leggen we een zwaar accent op het realiseren van voldoende geschikte woningen voor ouderen. We streven naar minimaal 35% voor ouderen geschikte 1 Het programma STOER staat voor Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving. Het kabinet

wil met dit programma samen met medeoverheden, marktpartijen en woningcorporaties de stapeling van lokale regels en procedures aan te pakken en regeldruk te verminderen.

16

Kadernota 2026

woningen in de nieuwbouw en een totaal van 540 nultreden-, geclusterde en zorggeschikte woningen extra tot 2030. Kern hierbij is de ontwikkeling van woon-zorgzones nabij voorzieningen en het actief stimuleren van doorstroming vanuit de bestaande voorraad, onder andere via een bewustwordingscampagne. Bouwen in de rafelranden Voor woningbouwontwikkeling na 2030 zijn er twee potentiële locaties aangewezen. Deze locaties liggen ter beoordeling voor bij de provincie. Collectieve energie Dalweg-gemeentehuis In de zoektocht naar een beoogd ontwikkelaar van de woningen aan de Dalweg speelde duurzaamheid een belangrijke rol in het aanbestedingsproces. Door het toepassen van een bodemenergiesysteem te combineren met een lokaal warmtenet zouden mogelijk de circa 200 woningen van het Parckhart én het gemeentehuis van warmte en koude worden voorzien. Met een bodemenergiesysteem brengen we het energiesysteem beter in balans. In de zomer slaan we warmte op, die we in de wintermaanden kunnen gebruiken. Zo hebben we in de zomer een verbeterd werkklimaat, en gebruiken we in de winter minder elektriciteit. Met het aansluiten van het gemeentehuis geven we als gemeente het goede voorbeeld en laten we zien dat we de verduurzaming van ons vastgoed serieus nemen, ook als daar kosten aan verbonden zijn. Uitvoering geven aan CO2-doelstellingen kan niet zonder het verduurzamen van de gebouwde omgeving.

In de voorjaarsnota 2025 hebben we u een voorstel voorgelegd om hiervoor een onderzoeksbudget van € 60.000 te verstrekken. Om het gemeentehuis op een duurzame wijze te kunnen opwarmen en te kunnen koelen, zijn bouwkundige en installatietechnische aanpassingen noodzakelijk. Daarom is het nodig om aan te sluiten op het systeem van Warmte Koude Opslag (WKO) en daarnaast het verduurzamen van het gemeentehuis waarbij aanpassingen nodig is voor de installaties en het gebouw zelf. Het systeem van WKO wordt aangelegd bij het bouwrijp maken van het gebied. De ontwikkelaar heeft duidelijkheid nodig of de gemeente wil aansluiten op deze collectieve bron. De capaciteit van het WKO-systeem wordt daarop aangepast. Nadat het systeem is aangelegd dienen aanpassingen gedaan te worden aan het gemeentehuis. Dit volgt pas nadat het WKO-systeem is geïnstalleerd. We verwachten eind 2026 goed in kaart te hebben gebracht wat die aanpassingen moeten zijn en hoe we dit het beste kunnen aanpakken. Hiermee komen we te zijner tijd met een voorstel bij de gemeenteraad. C.

Financiële ontwikkelingen en voorstellen

Wet versterking regie volkshuisvesting p.m. De Wet versterking regie volkshuisvesting is nog niet definitief en we weten nog niet precies hoeveel capaciteit en geld er straks nodig is. Zodra de wet duidelijk is, maken we een gedetailleerde financiële inschatting en leggen die dan - als daartoe aanleiding is - bij de begroting 2026 aan uw raad voor. 17

Kadernota 2026

‘Fair share’-afspraken zie deelprogramma Sociaal domein De toename van het huisvesten van verplicht urgente woningzoekenden zal gevolgen hebben voor de begeleidingskosten die uit de Wmo-budgetten betaald worden. Zie hiervoor het deelprogramma Sociaal domein. Prioriteit voor ouderen en doorstroming € 25.000 structureel Eind 2024 is samen met alle partners op het gebied van wonen, zorg en welzijn voor ouderen, een werkagenda voor 2025 opgesteld. Hierin wordt concreet gewerkt aan zes initiatieven. In 2026 wordt dit voortgezet en zullen er ook nieuwe initiatieven opgezet worden. Gezien de complexiteit en uiteenlopende belangen is een zorgvuldige, professioneel begeleide samenwerking essentieel. De gemeente wil hierin actief regie voeren, met behoud van een onafhankelijke positie om belangen goed te kunnen afwegen. Voor de procesbegeleiding wordt voorgesteld € 25.000 te reserveren, gericht op het versterken van de samenwerking en het realiseren van gezamenlijke doelen. Bouwen in de rafelranden € 70.000 incidenteel 2026 Afhankelijk van de afweging van de provincie volgt een vervolgproces rond de rafelranden. U heeft verzocht om daarbij een gebiedsvisie op te stellen. We gaan ervan uit dat we in de tweede helft van 2026 kunnen starten met een gebiedsvisie. Hiervoor ramen we een incidenteel budget van € 70.000.

Gebiedssamenwerking van A tot Z € 50.000 incidenteel 2026 Voor het jaar 2025 heeft uw raad - met het oog op het toen bekende financieel meerjarenperspectief - alleen een incidenteel werkbudget beschikbaar gesteld voor de gebiedssamenwerking van A tot Z. Gelet op het toekomstig proces blijft dit (werk)budget vooralsnog nog een jaar nodig om de samenwerking te vervolgen in aangepaste vorm. Het budget is ook nodig voor het afdekken van kosten van overige ambtelijke inzet voor de uitwerking van het perspectief en voor projecten. Omgevingswet – participatie € 100.000 structureel Voor het jaar 2025 heeft uw raad - met het oog op het toen bekende financieel meerjarenperspectief - alleen een incidenteel budget beschikbaar gesteld voor het intensiveren van de participatie onder de Omgevingswet. Het gaat daarbij om een extra wettelijke taak met betrekking tot participatie rondom ruimtelijke initiatieven. Wij stellen nu voor om dit budget structureel in de begroting op te nemen. Erfgoedwet € 33.000 structureel Voor het jaar 2025 heeft uw raad - met het oog op het toen bekende financieel meerjarenperspectief - alleen een incidenteel budget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van onze wettelijke taken ten aanzien van erfgoed. Wij stellen nu voor om dit budget structureel in de begroting op te nemen.

18

Kadernota 2026

2.2.2 Deelprogramma Klimaat

A.

Landelijke/regionale ontwikkelingen

Energie De energietransitie is een ingewikkelde en omvangrijke opgave met stevige landelijke ambities. Maar in 2024 trad een nieuw kabinet aan met andere opvattingen over klimaatbeleid en de energietransitie dan het voorgaande kabinet. Aangezien het Rijk zorgt voor een groot deel van de financiële middelen voor de energietransitie, is het spannend wat het Rijk op dat gebied gaat doen. Dit heeft onder andere te maken met het voornemen van dit kabinet om alle specifieke uitkeringen, de spuks, (vanaf 2026) over te hevelen naar het gemeentefonds/provinciefonds. Hierbij is het kabinet van oordeel dat deze overheveling vanwege het wegvallen van administratieve lasten een korting rechtvaardigt van 10% op het spuk-budget. Een korting die wat de VNG betreft voor de CDOKE-regeling niet realistisch is. Netcongestie Door de afgekondigde netcongestie op grootverbruik kunnen ondernemers zowel hun afname van elektriciteit als hoeveel ze terugleveren niet aanpassen. Dat maakt de aanleg van grote zonnedaken moeilijker. Bovendien is de kans aanwezig dat Stedin ook netcongestie afkondigt voor het kleinverbruik (huishoudens). Grootschalige opwek Met het wegvallen van de locaties voor opwek van windenergie op defensieterreinen Vlasakkers en Leusderheide is ons Uitnodigingskader Grootschalige elektriciteitsopwekking niet meer toereikend om onze doelstellingen voor duurzame opwek te halen.

De terreinen vormden ook een groot deel van het regionale bod in de Regionale Energie Strategie. Warmtetransitie Er komen twee nieuwe wetten aan die bepalend zijn voor de warmtetransitie: de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wet collectieve warmte (Wcw). Deze wetten geven de gemeente de regie over de warmtetransitie. De Wgiw treedt op 1 juli 2025 in werking. De Wgiw geeft gemeenten de benodigde bevoegdheden om regie te voeren in de wijk- of gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. De Wcw vervangt de huidige Warmtewet. Deze treedt naar verwachting 1 januari 2026 in werking. De Wcw heeft als doel de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten makkelijker te maken. En om de betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van collectieve warmte te vergroten. 19

Kadernota 2026

Afval en grondstoffen Vanuit de centrale overheid wordt de verbranding van restafval belast met een CO2-heffing, naast de verbrandingsbelasting die al bestaat. Dit maakt dat de verwerking van restafval steeds duurder wordt ten opzichte van de verwerking van andere afval- en grondstofstromen. Hiermee wordt de lokale overheid gestimuleerd beleidsmaatregelen te nemen welke de hoeveelheid restafval reduceert. Dit zal terugkomen in het grondstoffenplan 2025-2030 en de keuze die op grond van dit plan gemaakt gaat worden. Op dit moment wordt landelijk het Circulair Materialenplan opgesteld. Dit vervangt straks het huidige Afvalbeheerplan (LAP3) en ondersteunt vanaf 2026 de transitie naar een circulaire economie. Het aangaan van zogeheten UPV’s (uitgebreide producenten verantwoordelijkheid) zal nog hoger op de agenda komen. In het algemeen zal meer en meer nadruk komen te liggen op maatregelen die de terugwinning en gebruik van grondstoffen bevordert. Een progressief toenemende CO2-heffing op de verbranding van restafval is daar een van. Daarnaast zien we dat door de onzekerheid van de wereldhandel de prijsvorming van opbrengststromen (zoals glas en papier) erg volatiel is met een algemene trend naar beneden. De AVU is onze partner voor de verwerking van de stromen restafval, gft, glas en oud papier en karton. Ook voert de AVU regie op de pmd-stroom namens de gemeenten.

Met name in de gft-verwerking is weinig concurrentie. AVU onderzoekt nu ook publiek-publieke samenwerking, naast het puur commercieel in de markt zetten van genoemde stromen. B.

Beleidsvoornemens 2026

Energie De landelijke doelstellingen hebben wij, mede vanuit intrinsieke motivatie, lokaal vertaald in het energieprogramma ‘Energie van Soest 2024-2030’, door de raad vastgesteld in november 2024. Dat is het beleidskader waarbinnen we werken. Ondanks alle gesprekken en inspanningen van de afgelopen maanden blijft Defensie bij haar besluit om geen windturbines toe te staan op defensieterreinen. Een gesprek met het ministerie van Klimaat en Groene Groei heeft niets veranderd. Hierdoor valt in één klap bijna de helft van het RES-bod (Regionale Energie Strategie) weg en nagenoeg de volledige windopgave in de regio komt te vervallen. Hetzelfde geldt voor onze lokale opwekopgave. Ons huidige lokale Uitnodigingskader voor grootschalige elektriciteitsopwekking nodigt met het wegvallen van deze gebieden onvoldoende uit om onze doelstelling voor opwek te behalen. Voor de verkenning van alternatieve opweklocaties gaan alle regiogemeenten na de zomer in overleg met gemeenteraden. We werken aan een omgevingsprogramma Warmte. Het vaststellen daarvan is aan het college. Plannen die daaruit volgen over het daadwerkelijk aardgasvrij maken van wijken is vervolgens aan de raad. Het eerste plan verwachten wij op z'n vroegst eind 2026.

Ondanks het feit dat wij al langer constateren dat er spanning zit tussen onze ambities en de rijksmiddelen, houden wij vooralsnog vast aan het principe dat het Rijk voldoende middelen ter beschikking moet stellen om onze opgave te kunnen uitvoeren.

20

Kadernota 2026

Afval en grondstoffen Op dit moment wordt het grondstoffenplan geschreven. Het is de verwachting dat het grondstoffenplan 2025-2030 na de zomer door de raad wordt vastgesteld. De keuzes die straks voorliggen hebben vooral betrekking op nascheiding van pmd, intensivering/doorgaan met het huidige beleid of de invoering van Diftar. De kosten voor de inzameling en verwerking van afval en grondstoffen worden verhaald door middel van de afvalstoffenheffing. De te maken keuzes hebben daarmee direct invloed op wat onze inwoners aan de gemeente dienen te betalen. C.

Financiële ontwikkelingen en voorstellen

Eén omgevingsdienst voor de provincie Utrecht € 93.000 structureel Doel is dat per 2026 de fusie tussen RUD Utrecht en ODRU afgerond is en de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht (ODU) van start gaat. De VTH-basistaken (Vergunning Toezicht en Handhaving) en advisering op gebied van milieu worden dan door de ODU uitgevoerd op basis van een nieuwe Dienstverleningsovereenkomst en mandaat. De RUD Utrecht wordt in de loop van 2026 opgeheven. De nieuwe bijdrage voor Soest voor 2026 staat nog niet vast. Op basis van een proefberekening houden we rekening met en bijdrage van € 999.000, dat is € 93.000 meer dan nu geraamd (na wijziging van de begroting 2025). Dit bedrag bestaat uit: • Vervallen bijdrage provincie voor bodemtaken: € 37.000 • Indexering 2026 (incl. beperkte taakuitbreiding) € 56.000 RUD – overgang bodeminformatiesysteem p.m./bij begroting 2026 De RUD houdt sinds 2025 voor ons het bodeminformatiesysteem (BIS) actueel en verstrekt bodeminformatie aan derden. Om dit goed te kunnen doen is de migratie van ons bodeminformatiesysteem naar dat van de RUD nodig. Hiervoor moeten alle bodemrapporten van de afgelopen decennia worden gedigitaliseerd en overgeheveld naar de RUD. De bodeminformatie wordt daarna geanonimiseerd en online beschikbaar gesteld via het knooppunt bodeminformatie.

Dit verbetert de dienstverlening aan inwoners en het wordt eenvoudiger om te voldoen aan de nieuwe wettelijke eisen van de Omgevingswet en de Basis Registratie Ondergrond (BRO). Voor deze migratie moeten we eenmalige kosten maken. De kosten zijn duidelijk bij de begroting 2026. We brengen hierbij ook in beeld in hoeverre deze verschuiving van taken leidt tot vermindering van onze eigen kosten.

21

Kadernota 2026

2.2.3 Deelprogramma Economie

A.

Landelijke/regionale ontwikkelingen

De druk op de ruimte wordt steeds groter. De Regio Amersfoort, waar Soest onderdeel van is, is een van de meest gewilde regio’s van Nederland om te wonen en te werken. Dit blijkt ook uit de enorme woon- en werkopgave waar we de komende jaren met elkaar voor staan. De ambitie is tot 2040 minimaal 40.000 woningen extra te realiseren. Daarnaast zijn we ook onderdeel van een toeristisch recreatief aantrekkelijke regio waar het aantal toeristen en bezoekers nog jaarlijks stijgt. Om de economie en de voorzieningen mee te laten groeien is ruimte nodig voor circa 32.000 arbeidsplaatsen. Uit recente studies en inzichten wordt steeds duidelijker dat wonen niet zonder werken kan. Dit betekent dat er voldoende ruimte beschikbaar moet blijven om de groei van de werkgelegenheid te kunnen faciliteren. Daarnaast is het van belang dat we ook onze voorzieningen laten meegroeien en doorontwikkelen met de groei van onze inwoners en bezoekers. Denk hierbij aan onze winkelcentra, maatschappelijke voorzieningen en recreatieve voorzieningen. B.

Beleidsvoornemens 2026

Ruimte voor werken In het kader van de druk op de ruimte is het belangrijk om op regionaal en provinciaal schaalniveau goed met elkaar samen te blijven werken. Denk aan samenwerking in het kader van regionale planning voor bedrijventerreinen, het onderzoek naar een regionaal bedrijventerrein in de regio Amersfoort en de gebiedsvisie van A tot Z waarin ruimte voor werken een belangrijk onderdeel is. Eerste uitwerking omgevingsprogramma Werken naar gebieden Om stappen te zetten op weg naar de doelen uit het omgevingsprogramma Werken zijn we in 2025 gestart met een bedrijventerreinenstrategie die we in 2026 afronden. Ook nemen we een rol in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod naar ruimte. Verder zal in 2026 een eerste uitwerking naar winkelgebieden en/of recreatiegebieden plaatsvinden, in afstemming met de andere omgevingsprogramma's en samen met de belanghebbenden. Hiervoor benodigde middelen komen uit het budget voor de omgevingsprogramma's.

22

Kadernota 2026

2.2.4 Deelprogramma Mobiliteit en infrastructuur

A.

Landelijke/regionale ontwikkelingen

Regionaal deeltweewielersysteem De provincie Utrecht, de gemeenten Utrecht en Amersfoort en de samenwerkende regio’s U10 en Amersfoort hebben, onder procesbegeleiding van Goedopweg, een ‘verkenning regionale deeltweewieler’ uitgevoerd. Dit heeft een groeipad opgeleverd van 2026 tot 2028. In dit groeipad wordt een leerfase gecombineerd met gewenst aanbod van deeltweewielers in het ‘Daily Urban System’ van beide steden en de daarbinnen liggende bedrijventerreinen en knooppunten. Vanaf januari 2026 start het regionale deeltweewielersysteem in de U10. Vanaf april 2026 moet het netwerk uitbreiden naar de regio Amersfoort, waaronder de gemeente Soest. De opzet sluit naadloos aan bij ons beleidsuitgangspunt om met de regio deelmobiliteit op te pakken en te stimuleren. Alle buurgemeenten doen mee. Daardoor wordt het netwerk aantrekkelijk voor mensen die anders de auto hadden gepakt, bijvoorbeeld naar Amersfoort. Verkeersmodel Regio Amersfoort De gemeenten Amersfoort, Baarn, Leusden, Nijkerk, Soest en Woudenberg hebben gezamenlijk een regionaal verkeersmodel. Met dit verkeersmodel maken we prognoses over de hoeveelheid verkeer in 2030. We rekenen met het model de effecten door van ruimtelijke en infrastructurele maatregelen.

Het is daarmee nadrukkelijk niet alleen een instrument voor verkeer en vervoer, maar ook voor ruimtelijke ordening (onderbouwing van ruimtelijke plannen) en het dient als basis voor milieuberekeningen en milieukaarten. Het huidige verkeersmodel is verouderd. Het basisjaar is 2017 (ver voor de coronapandemie) en inmiddels kijken we voor de meeste studies verder vooruit dan 2030. Ook is het model in de huidige vorm ongeschikt om uitspraken te doen over fiets en openbaar vervoer. Dit leidt ertoe dat voor de Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort bijvoorbeeld geen gebruik meer is gemaakt van dit model. Omdat het landelijke verkeersmodel (NRM) en het provinciale verkeersmodel (STRAVEM) te grofmazig zijn voor veel gemeentelijke vraagstukken, spraken de gemeenten in Regio Amersfoort in 2024 af om een nieuw gezamenlijk model op te stellen. B.

Beleidsvoornemens 2026

Stimuleren deelmobiliteit In het omgevingsprogramma Mobiliteit staat dat we deelmobiliteit als duurzame vervoersoptie stimuleren. We pakken deelmobiliteit op met de regio. Zo maken we het mogelijk dat

23

Kadernota 2026

deelmobiliteit verplaatsingen met de auto vervangt. In de regio doen onze buurtgemeenten mee. Verkeersmodel Regio Amersfoort Een actueel en betrouwbaar verkeersmodel is voor Soest essentieel. En wel om drie redenen: 1. Een regionaal verkeersmodel is van belang om op gemeentelijk netwerkniveau een goed beeld te hebben van toekomstige verkeersintensiteiten. Deze informatie gebruiken we voor plannen die binnen Soest zelf worden ontwikkeld (woningbouw, herinrichting wegen). 2. Met het onlangs vastgestelde omgevingsprogramma Mobiliteit moeten we kunnen starten met monitoring of doorrekenen op basis van actuele gegevens. Dit geldt ook voor bepalende besluiten zoals het al dan niet invoeren van GOW30 (een gebiedsontsluitingswegen met een snelheidslimiet van 30 km/u), het opheffen van afgesloten wegen, of een onderzoek naar de doorstroming op de Birkstraat.. 3. Er spelen op regionaal gebied nu veel ontwikkelingen. Denk aan projecten die on hold staan (knooppunt Hoevelaken), projecten die zijn gewijzigd (westelijke ontsluiting Amersfoort), of nieuwe projecten (bijv. volgend uit de Mobiliteitsagenda). C.

Financiële ontwikkelingen en voorstellen

Regionaal deeltweewielersysteem

€ 36.000 2026 t/m 2028 dekking uit budget omgevingsprogramma’s Voor de uitrol van het regionale deeltweewielersysteem wordt om cofinanciering gevraagd. Goedopweg en de provincie Utrecht dragen bij. Deelnemende gemeenten dragen zelf € 0,75 per inwoner per jaar bij. Voor Soest komt dit neer op € 36.000. De pilot loopt ten minste van 2026 tot en met 2028, met twee keer een optie tot verlengen. Verkeersmodel Regio Amersfoort

€ 12.000 structureel + € 41.000 in 2026 en € 11.000 in 2027 Voor de opbouw, het uitvoeren van tellingen en de actualisatie is onvoldoende budget beschikbaar vanuit onze reguliere budgetten. Het Regiobureau heeft een goed onderbouwde raming opgesteld. Een deel van de begrote kosten kunnen we opvangen uit de reguliere budgetten. Maar die zijn onvoldoende om alle kosten te kunnen dragen. We ramen de extra kosten vooralsnog op € 12.000 structureel vanaf 2027. Om het model op te bouwen en tellingen uit te voeren zijn daarnaast nog incidentele budgetten nodig: voor 2026 € 41.000 en voor 2027 € 11.000. Aanpak wortelopdruk € 240.000 incidenteel 2026 We werken aan een plan van aanpak wortelopdruk. Naar verwachting ronden we dit plan in 2025 af. Vooruitlopend op dit plan willen we graag in 2026 een eerste stap zetten met het verwijderen van boomwortels en het lokaal herstraten. We stellen u voor om bij de begroting 2026 hiervoor een incidenteel budget beschikbaar te stellen van € 240.000.

24

Kadernota 2026

Beheerplan civiele kunstwerken p.m. In 2024 zijn we gestart met het opstellen van een beheerplan over het beheer en onderhoud van de bruggen, tunnels en vissteigers in Soest. Naar verwachting ronden we dit plan in 2025 af. De financiële consequenties ramen we vooralsnog p.m. Beheerplan openbare verlichting p.m. In 2024 zijn we begonnen met het opstellen van een nieuw beheerplan openbare verlichting. In het nieuwe plan krijgt ledverlichting een plek. We stellen geen wijzigingen voor aan het schema en dimregime. In het plan willen we het plaatsingsbeleid, beheer, onderhoud en de vervanging van lichtmasten en armaturen beschrijven. Naar verwachting ronden we dit plan in 2025 af. De financiële consequenties ramen we vooralsnog p.m.

2.2.5 Deelprogramma Natuur en landschap

A. Landelijke/regionale ontwikkelingen Geen relevante ontwikkelingen. B.

Beleidsvoornemens 2026

Soortenmanagementplan Het opstellen van een Soorten Management Plan (SMP) is gestart in 2023/2024. Dit plan zorgt er onder meer voor dat we op een natuurvriendelijke manier kunnen isoleren. Dit plan is erop gericht om bij het isoleren rekening te houden met aan en op gevel nestelende soorten. De provincie Utrecht kan op basis van dit plan een gebiedsbrede vergunning verlenen voor het isoleren van spouwmuren (ook al zijn de soorten aanwezig) als er genoeg maatregelen genomen zijn om de soort te ‘mitigeren’. Het plan raakt alle beleidsvelden. Deze SMPvergunning moet nog bij de provincie worden aangevraagd; planning is voor de zomer 2025. In 2026 wordt er mogelijk een evaluatie gepland. Hieruit ontstaat een budgetvraag. Provinciale subsidies zijn hiervoor niet toereikend. C.

Financiële ontwikkelingen en voorstellen

Bosbeheerplan p.m. Voor het beheer van de bossen in het buitengebied werken we met de Bosnota 2013-2022. Deze nota gaat over de bos- en natuurgebieden in eigendom van de gemeente. De evaluatie en actualisatie van de Bosnota ronden we naar verwachting in 2025 af. We verwerken de uitgangspunten voor het beheer van de bosgebieden in een Bosbeheerplan. De financiële consequenties ramen we vooralsnog p.m. 25

Kadernota 2026

Beheerplan begraafplaatsen p.m. We ronden de actualisatie van het beheerplan Begraafplaatsen 2006-2011 in 2025 af. We hebben twee begraafplaatsen in eigendom en beheer: in Soest aan de Veldweg en in Soesterberg in het bos, aan de Kampdwarsweg. Met dit plan willen we de begraafplaatsen opwaarderen en het beheer professionaliseren. Het plan bevat een ook een uitvoeringsplanning en een plan voor de kostendekking voor het bepalen van toekomstbestendige tarieven. De financiële consequenties ramen we vooralsnog p.m. Inboet bomen € 90.000 structureel Voor het jaar 2025 heeft uw raad - met het oog op het toen bekende financieel meerjarenperspectief - alleen een incidenteel budget beschikbaar gesteld voor de hogere kosten voor de inboet van bomen. Deze budgetverhoging is noodzakelijk om de kosten als gevolg van verwachte hogere boomsterfte door klimaatverandering op te kunnen vangen. We stellen nu voor om hiervoor een structureel budget in de begroting op te nemen.

26

Kadernota 2026

2.3

Programma Sociale leefomgeving

Tot het programma Sociale leefomgeving behoren de volgende deelprogramma’s: 2.3.1 2.3.2 2.3.3

Sociaal domein Onderwijs Sport, kunst en cultuur

2.3.1 Deelprogramma Sociaal domein

Inleiding Tien jaar na de decentralisaties binnen het sociaal domein staan we als gemeenten nog steeds voor flinke uitdagingen. De bedoeling was duidelijk: ondersteuning dichter bij de inwoner, meer maatwerk en betere samenwerking. In de praktijk zien we dat veel zaken goed gaan, maar dat de zorgvraag en wachttijden blijven toenemen – ook in Soest. De Hervormingsagenda Jeugd vormt hierin een bijzonder aspect. De commissie-Van Ark heeft in haar eerste advies duidelijk aangegeven waar de ontwikkelopgave ligt. Ondanks extra middelen van het Rijk voor jeugdhulp tussen 2025 en 2027, blijven financiële onzekerheden de komende jaren bestaan. We zien dat het daarom noodzakelijk is om de beweging naar de voorkant verder te versnellen: preventief werken, normaliseren en eerder signaleren. Door algemene voorzieningen in de sociale basis te versterken en uit te breiden – denk aan activiteiten in buurtcentra, bij scholen en sportverenigingen – benutten we kansen om duurdere, specialistische zorg terug te dringen. In 2026 stellen we een plan van aanpak op waarin we beschrijven hoe we deze opdracht vervullen voor de gemeente Soest. Daarnaast gaan we steviger sturen op de ambities uit onze Integrale Visie Sociaal Domein. Het Uitvoeringsplan vormt hiervoor de basis. We constateren dat het hierin nog aan stevigheid ontbreekt.

Om dit te bereiken willen we een aantal zaken anders aanpakken, zodat het Uitvoeringsplan 2026 zowel integraliteit als een stevige basis biedt. Via de raadswerkgroep sociaal domein zullen we zorgen dat uw raad op de ontwikkeling van het uitvoeringsplan en de monitoring daarvan nauw betrokken wordt Daarnaast stellen we een regievoerder Sociaal Domein aan. Deze helpt om de samenhang en sturing binnen het sociaal domein te versterken en ondersteunt bij het behalen van onze doelstellingen. Zo krijgen we meer grip op de uitvoering en de financiën, en kunnen we onze koers vasthouden. Met uw raad blijven we in gesprek over hoe we kunnen laten zien dat we op koers zijn en wat de effecten zijn van onze inzet voor onze inwoners.

27

Kadernota 2026

Tegelijk blijven we investeren in een sterke uitvoering. We streven ernaar om met de gemeenten Baarn en Bunschoten per 1 januari 2026 samen te werken in de beoogde nieuwe uitvoeringsorganisatie voor het sociaal domein Eemkracht. Ook bereiden we ons voor op landelijke en regionale ontwikkelingen. Welke dit zijn leest u in de hiernavolgende paragraaf A. Vanwege alle ontwikkelingen die landelijk (onder meer Hervormingsagenda Jeugd en ontwikkelingen rond IZA/Gala) en lokaal (Uitvoeringsplan, herijking subsidiemethodiek) plaatsvinden, treft u in dit deelprogramma voorstellen die veelal incidenteel in de begroting worden geraamd. Op basis van het op te stellen Uitvoeringsplan en het plan voor de lokale hervormingsagenda jeugd kunnen we weloverwogen keuzes maken, waarbij het belang van onze inwoners vooropstaat. Hiermee leggen we geen wissel op de toekomst en geven we de ruimte aan de nieuwe raad opnieuw keuzes te maken. A.

Landelijke/regionale ontwikkelingen

1. Opgave Gezonde leefstijl • Gezond en Actief leven Akkoord (GALA) Jaarlijks krijgt de gemeente Soest middelen voor het uitvoeren van afspraken in het Gezond Leven Akkoord (GALA). Deze middelen worden verstrekt op 15 thema's via een brede specifieke uitkering, de Brede Spuk. Deze uitkering loopt tot en met 2026. In 2027 zal er een eenmalige afrekening komen vanuit het Rijk. In 2026 is het Brede Spuk-budget lager dan in 2025. • Integraal Zorgakkoord (IZA) en Samen Sterker Eemland Preventie wordt structureel onderdeel van zorgcontractering (bijvoorbeeld leefstijlinterventies via eerstelijnszorg). Huisartsen, GGD en welzijnsorganisaties moeten meer samenwerken in preventieve netwerken. Het realiseren van die beweging vraagt om investeringen in de sociale basis. Vanuit de Regio Eemland ontvingen wij de afgelopen jaren rijksmiddelen om die transformatie te maken en om de doelen uit het Regioplan te realiseren in samenwerking met onze partners in de sociale basis. De Voorjaarsnota van het Rijk en de deelname van de VNG aan het Integraal Zorg- en Welzijnsakkoord moeten duidelijkheid geven over de continuering van de beschikbaarheid van deze middelen. 2. Opgave Bestaanszekerheid • Participatiewet in Balans De Participatiewet wordt op 21 punten gewijzigd, de beoogde ingangsdatum is 1 januari 2026. Hiermee wil het Rijk de wet mensgerichter, eenvoudiger en effectiever maken.

Het systeem moet uitgaan van vertrouwen, en mensen helpen meedoen op een manier die bij hen past. Er komt onder andere meer ruimte voor maatwerk, bijverdienen wordt makkelijker, de zoektermijn voor jongeren wordt afgeschaft en de kostendelersnorm aangepast. • BUIG-budget De verwachting is dat het aantal mensen in de bijstand op termijn gaat stijgen. Dit heeft te maken met het feit dat de WW wordt verkort van 2 naar 1,5 jaar. Dit zal vooral de oudere doelgroep en mensen zonder diploma’s treffen. Daarnaast wordt het makkelijker voor 28

Kadernota 2026

werkgevers om mensen die onder de Banenafspraak vallen aan te nemen waardoor de uitgaven van loonkostensubsidies zullen stijgen. • Hervorming regionale arbeidsmarktinfrastructuur Er komt een landelijk dekkende en samenhangende infrastructuur van publieke en private partijen die mensen helpt bij werk, ontwikkeling en participatie. Samenwerking tussen UWV, gemeenten, onderwijs en werkgevers wordt wettelijk verankerd en gefinancierd in het Regionaal beraad. Werkcentra en Leerwerkloketten worden verder doorontwikkeld tot Regionale Werkcentra, als ‘het regionale loket voor werkzoekenden en werkgevers’. Daarbij is een versterkte inzet op loopbaanbegeleiding, bij- en omscholing, met nadruk op kwetsbare groepen en komen er sectorale ontwikkelpaden. • Impuls infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven Sociaal ontwikkelbedrijven krijgen een structurele rol in het ondersteunen en ontwikkelen van mensen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt. RWA/Amfors wordt een regionale partner in het arbeidsmarktstelsel. Welke rol zij daarin precies gaan spelen is op dit moment nog niet duidelijk. • Armoede en Schulden Het kabinet wil dat de armoede niet toeneemt. Ook is er aandacht voor mensen die net boven de armoedegrens leven. Want ook die kunnen met geldzorgen te maken krijgen. Daarnaast wil het kabinet de langetermijngevolgen van armoede tegengaan.

In het voorjaar van 2025 komt het kabinet met een Nationaal Programma Armoede en Schulden. Mensen maken om verschillende redenen niet altijd gebruik van de voorzieningen waar ze recht op hebben. Het kabinet werkt aan oplossingen hiervoor en komt naar verwachting in 2025 met een wetsvoorstel dat hierbij zal helpen. • Wonen en zorg In de ‘fair share’-afspraken wonen en zorg in de regio worden afspraken gemaakt over de instroom en uitstroom van inwoners die verblijven in een instelling, zoals beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Bedoeling is dat de uitstroom naar herkomstgemeente Soest even groot is als de instroom. De instroom vanuit Soest is echter hoger dan de uitstroom naar Soest. Inwoners met een kwetsbaarheid stromen momenteel vaak uit in Amersfoort. Door de afspraken is de verwachting dat het aantal inwoners met een kwetsbaarheid vaker terug komen naar Soest, waardoor de kosten voor ondersteuning zullen stijgen. • Regionale inkoop Wmo In het najaar 2025 worden de volgende aanbestedingen gepubliceerd: o perceel Ambulante begeleiding o perceel Beschermd wonen o perceel Respijtverblijf o perceel Safehouse. In deze percelen wordt zorg geboden aan inwoners met een kwetsbaarheid die thuis (bij ambulante begeleiding) of zorg in een instelling nodig hebben (beschermd wonen, respijtverblijf 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=c7e455c9-dfc3-43aa-b75d-39420239dc4d