2. Bijlage 1. NvBeantwoording zienswijzen Dalweg_incl nota van wijzigingen_geanonimiseerd
Tekst van het document
Gemeente Soest
Pagina 30 van 57
Reactie a t/m d gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘hoogbouw’, ‘alternatieve locaties’ en ‘participatie’. 14. Zienswijze 14 a. Hoogbouw met 10 bouwlagen is niet te verenigen met een groene en landschappelijke inrichting van het dorp. Een massief stenen gebouw met 10 bouwlagen hoort bovendien niet thuis op het hoogste punt van Soest. Voorgesteld wordt om maximaal 6 bouwlagen te realiseren op de locatie van het politiebureau. b. Er wordt hinder ervaren van de lichtmasten op het binnenterrein van het politiebureau. Deze branden de hele nacht en worden als erg hinderlijk ervaren. Ondanks meermalen geuite klachten heeft dit niet geleid tot een bevredigende oplossing. Op de plek van het politiebureau kan straks een 10 verdiepingen hoge flat gebouwd worden. Zo’n pand tast zowel het uitzicht als de privacy van bewoners aan de Heetakker aan. c. Hoogbouw van 10 bouwlagen ten oosten van de woning Heetakker 11 neemt in de herfst, de winter en het vroege voorjaar (als de zon laag staat), veel zonlicht weg. De gemeente dringt aan op de aanschaf van zonnepanelen, maar gezien de nieuwplan plannen wordt daarvan afgezien. Het terugbrengen naar maximaal 6 bouwlagen op de plek van het politiebureau verminderd deze problematiek. Reactie a t/m c gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘hoogbouw’. 15.
Zienswijze 15 De ontwikkeling van het Dalweg-gebied is een logisch en zinvol plan. Wel worden er twee kanttekeningen geplaatst: a. Woontorens van meer dan 6 bouwlagen (tot wel 10 bouwlagen) passen niet in de omgeving. Het hoogste gebouw aan de Dalweg is 6 bouwlagen hoog. b. Gebouwen van 10 bouwlagen zijn vanaf de Zuiderlijke Eng (een beschermd dorpsgezicht) zichtbaar. Daarmee tast de herontwikkeling wel degelijk een beschermd dorpsgezicht aan. Reactie a en b gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘hoogbouw’. 16. Zienswijze 16 a. Worden de houtwallen verwijderd? Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘houtwallen en overige bomen’.
Gemeente Soest
Pagina 31 van 57
b.
Geconstateerd wordt dat er sprake is van kapitaalvernietiging op kosten van de bewoners. Reactie gemeente: Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.
c.
Hoogbouw tot 10 bouwlagen past niet bij het dorpse en groene karakter van Soest. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘hoogbouw’.
d.
De nieuwbouwplannen dienen aan het ministerie voorgelegd te worden, in verband met stikstof. Reactie gemeente: Ten behoeve van de nieuwbouw is onderzoek gedaan naar stikstofdepositie. Het onderzoek is als bijlage 6 toegevoegd bij de toelichting van het bestemmingsplan. Uit het onderzoek blijkt dat in de gebruiksfase sprake is van een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee voldoet het plan een de huidige wet- en regelgeving. Op 2 november 2022 heeft de Raad van State besloten dat het niet meenemen van de bouwfase in strijd is met Europese regelgeving. Met onmiddellijke ingang moet ook de stikstofemissie van de bouwfase in kaart gebracht worden. Ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan wordt daarom een nieuwe stikstofberekening uitgevoerd, die in plaats komt van het eerdere uitgevoerde onderzoek.
e.
Een financiële onderbouwing van dit plan ontbreekt. Reactie gemeente: Zoals beschreven in hoofdstuk 7 van de toelichting wordt voor de herontwikkeling een actief grondbeleid door de gemeente gevoerd. Hiervoor is een grondexploitatie opgesteld en vastgesteld door de raad in december 2020. De gemeente draagt zorg voor de verwerving, bouw- & woonrijp maken en planontwikkeling. Daartegenover staat de uitgifte van bouwrijpe grond. Voor de uitgifte van de grond doet de gemeente een tender.
17. Zienswijze 17 a. Plan is in strijd met artikel 3.1.4 van het Bro: er wordt onvoldoende inzicht verkregen in de beoogde ontwikkeling, omdat:
Gemeente Soest
Pagina 32 van 57
-
voor de bestemmingen ‘wonen’ en ‘maatschappelijk’ is niet duidelijk wat de exacte locatie gaat worden; de maximale bouwhoogten worden aangegeven, maar onduidelijk is hoeveel woningen mogelijk zijn per aangegeven hoogte, welk oppervlak gebouwd mag worden, hoeveel woonblokken er komen en waar de woningen exact komen; benadrukt wordt dat drie hoogtebepalingen, alsmede de mate waarin gebouwd kan worden (het aantal m 2) sterk van elkaar verschillen wat betreft de inrichting van het gebied; er wordt een divers beeld geschetst van de invulling van de maatschappelijke functie. Hiertoe worden geen aanknopingspunten gevonden in het uitwerkingsdocument en de planregels. In theorie kan er een monofunctioneel gebied ontstaan met woningen of horeca. Ten aanzien van deze functies zijn geen beperkingen of randvoorwaarden opgenomen.
Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’. b.
Het bestemmingsplan voldoet niet aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro: de verplichting om de behoefte van de voorgenomen stedelijke ontwikkeling te beschrijven. Voor Het bepaalde in paragraaf 4.2.2.3 is onvoldoende. Een kwalitatieve en kwantitatieve toetst dient uitgevoerd te worden. Daarbij dient de behoefte afgewogen te worden tegen het bestaande aanbod. Deze onderbouwing ontbreekt. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient er altijd een onderbouwing van de behoeft plaats te vinden. Hierbij wordt verwezen naar jurisprudentie uit 2013, 2014 en 2015. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’.
c.
Interim omgevingsverordening Utrecht (IoU). Conform artikel 9.15 van de IoU dient de beoogde woningbouw te passen in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde programma ‘Wonen en werken’. Woningbouw mag niet leiden tot bodemdaling. Het genoemde programma streeft levendige en vitale wijken en kernen na met functiemenging, voorzieningen en groen. Draagt het bestemmingsplan bij aan een vitale wijk? Uit de toelichting blijkt niet of hieraan voldaan wordt. Reactie gemeente: De beoogde ontwikkeling voorziet in een duidelijke behoefte aan woningen, zo blijkt uit het Masterplan Wonen Soest. Dit wordt bevestigd door tabel 9, op pagina 26 van het Programma wonen en werken van de provincie. Daarin is opgenomen dat de gemeente Soest in de periode 2020 – 2024 voor een woningbouwopgave staat van 1.204 woningen.
Gemeente Soest
Pagina 33 van 57
Zoals vermeld in de algemene beantwoording onder ‘alternatieve locaties’ zijn er niet veel binnenstedelijke locaties binnen de gemeente waar woningbouw mogelijk is. De locatie aan de Dalweg speelt daarom een belangrijke rol in het toevoegen van woningen binnen de gemeente., waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het behoud van de levendige en vitale kern van Soest. Zoals beschreven in zowel de Gebiedsvisie Dalweg, als het uitwerkingsdocument en de toelichting van het bestemmingsplan, wordt er meer samenhang in het hele Dalweg-gebied beoogd, waar woningbouw, voorzieningen en groen samen komen. Hiervoor wordt ook verwezen naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’ en ‘hoogbouw’. Bovendien is de provincie betrokken bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan. De provincie heeft zowel bij het vooroverleg als met een zienswijze laten weten in te stemmen met het bestemmingsplan en geen strijdigheid te zien met het provinciale beleid en – regelgeving. d.
Gebiedsvisie Dalweg. Het ontwerpbestemmingsplan biedt onvoldoende inzicht of voldaan wordt aan de uitgangspunten van de gebiedsvisie. Hoe vindt de doorvertaling plaats en hoe komen de uitgangspunten terug in het bestemmingsplan? Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’.
e.
Structuurvisie Soest en Soesterberg. In de toelichting lijkt een gedateerde structuurvisie aangehaald te worden. En niet duidelijk is, of het plan in lijn is met de structuurvisie. Uit die kaart blijkt dat de volgende aanduidingen gelden: - Behouden waardevol groen; - Optimaliseren door verdichten; - Ontmoetingsgebieden; en - Inspirerende openbare ruimte. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’. In aanvulling daarop wordt geconstateerd dat het juist is dat abusievelijk de structuurvisie uit 2009 is aangehaald in de toelichting. In het vast te stellen bestemmingsplan wordt paragraaf 4.3.2 geactualiseerd.
Gemeente Soest
Pagina 34 van 57
f.
Masterplan Wonen Soest 2022. Opgemerkt wordt dat uitgegaan wordt dat voldaan wordt aan de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave, terwijl planologisch niet duidelijk is wat er gaat gebeuren. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’.
g.
Er is strijd met goede ruimtelijke ordening, omdat: - alternatieven zijn niet onderzocht; - het geluidsonderzoek is gebrekkig - er is geen bezonningsstudie uitgevoerd; - zonder enige onderbouwing wordt geconstateerd dat het plan uitvoerbaar is voor wat betreft verkeer en parkeren. Niet onderzocht is of het plan leidt tot onaanvaardbare toename van de parkeerdruk en hoe eventuele tekorten van parkeerplaatsen worden opgevangen en geborgd. Er heeft geen toets plaats gevonden aan de Nota parkeernormen auto en fiets, 4e herziening (d.d. 14 oktober 2021). Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’ en ‘verkeer en parkeren’.
h.
Mer-beoordeling. Er is geen vormvrije mer-beoordeling verricht. Die dient alsnog uitgevoerd te worden. Reactie gemeente: In hoofdstuk 5 van de toelichting van het bestemmingsplan bevat alle aspecten van een mer-beoordeling, gebaseerd op uitgevoerde onderzoeken. Daaruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen significante negatieve effecten heeft op het milieu. Gezien de inhoud van hoofdstuk 5 is er geen noodzaak om een separate mer-beoordelingsnotitie op te stellen.
i.
Participatie. Omwonenden zijn niet serieus genomen rondom de besluitvorming. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘participatie’.
18. Zienswijze 18 Met instemming is kennis genomen van het ontwerpbestemmingsplan. Wel een punt van bezwaar: gepleit wordt niet hoger te bouwen dan 6 bouwlagen. Hogere panden verstoren de horizon vanaf de Soester Eng op onaanvaardbare wijze. Hoogbouw van 8 tot 10 bouwlagen doen afbreuk aan het landschappelijke en dorpse karakter van Soest. Het behoud van
Gemeente Soest
Pagina 35 van 57
het dorpse- en groene karakter bij nieuwbouwopgaven, zoals opgenomen in het coalitieakkoord 2022-2026, komt niet terug in het bestemmingsplan. Hoogbouw verstoort de samenhang van de Eng met de omgeving (het cultuurhistorische beeld). De hoogteaccenten zijn door de indieners van de zienswijze verwerkt in een visualisatie. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘hoogbouw’. 19. Zienswijze 19 Het bestemmingsplan is niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Pal achter de woningen aan de Heetakker worden (maximaal) 250 woningen gerealiseerd, waaronder hoogbouw. De hoogbouw heeft is niet gewenst, omdat: a. Er strijd is met het zorgvuldigheidsprincipe: het uitzicht vanuit de woningen aan de Heetakker verslechtert. Bovendien neemt de privacy af en neemt de schaduwwerking in de tuinen en de woningen toe, door de realisatie van hoogbouw. Hierdoor neemt het woongenot af. Door hoogbouw achter de woningen, zal overdag de verlichting in huis aan moeten. Verzuimd is een bezonningsstudie uit te voeren. b. Hoogbouw met 10 bouwlagen is stedenbouwkundig niet aanvaardbaar in deze omgeving. Het merendeel van de omliggende woningen hebben een bouwhoogte van 10 – 11 meter. Stedenbouwkundig kan er beter gekozen worden voor laagbouw. Reactie a en b gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘hoogbouw’. c.
Verkeer en parkeren. Onvoldoende is aangetoond dat de wijk de extra 2.637 verkeersbewegingen per etmaal aan kan. Juist omdat de Dalweg versmald wordt, bestaat er een risico dat de Dalweg niet meer kan functioneren als ontsluiting van het gebied. De planregels borgen onvoldoende de gemeentelijke parkeernormen; gevraagd wordt ook te verwijzen naar opvolgend (toekomstig) parkeerbeleid in de regels. Indiener van zienswijze is van mening dat er onvoldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Een aantal concrete vragen: - Blijven de bestaande parkeerplaatsen behouden en worden deze meegenomen bij de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen? - In hoeverre is onderzocht of de realisatie van woningen op deze plek tot parkeerproblemen elders in de wijk leidt? Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘hoogbouw’ en ‘verkeer en parkeren’.
Gemeente Soest
Pagina 36 van 57
d.
Er is onvoldoende geparticipeerd met de omgeving. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘participatie’.
e.
Kwantitatieve en kwalitatieve behoefte - Waarom is gekozen voor circa 250 woningen? Dat blijkt niet uit de toelichting van het plan. - De berekening van de kwantitatieve behoefte (op basis van tabel 4.1 van de toelichting) is onjuist: er worden verschillende aantallen genoemd (770 en 537). Indiener van de zienswijze is van mening dat tot 2025 er behoefte is aan 569 woningen. In de tabel wordt geen rekening gehouden met doorstroming. In de toelichting wordt gesteld dat er een tekort is aan 70 rijtjeswoningen, maar rekening houdend met doorstroming op de woningmarkt, zal dit aantal lager liggen. - In het overzicht is wel de ‘harde plancapaciteit’ opgenomen, maar niet de ‘zachte’. Het aantal van 569 is niet zo groot dat op voorhand kan worden uitgesloten dat deze niet opgevangen kan worden middels de bestaande zachte capaciteit. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’.
f.
Het realiseren van 250 woningen op een klein oppervlak, is niet passend binnen het karakter van Soest. Door hier (maximaal) 250 woningen te realiseren neemt de leefbaarheid in de omliggende woonwijk af. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘hoogbouw’.
g.
Ecologie: het ontwerpbestemmingsplan had niet ter inzage gelegd mogen worden zonder het resultaat van het onderzoek naar vleermuizen. De aanwezigheid van vleermuizen kan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staan en leiden tot vernietiging van het plan. Reactie gemeente: Ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan is een quick-scan uitgevoerd naar de aanwezige flora en fauna. Daaruit is gebleken dat er mogelijk beschermde dieren voor komen (waaronder vleermuizen). Daarom is er voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan aanvullend onderzoek gedaan. Voorafgaand aan de vaststelling van dit
Gemeente Soest
Pagina 37 van 57
bestemmingsplan moet duidelijk zijn of er beschermde soorten aanwezig zijn en of daarvoor maatregelen getroffen kunnen worden. Uit het aanvullende onderzoek blijkt dat: in de te slopen gebouwen in het plangebied (de sporthal en het politiebureau) geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen. Vervolgstappen ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen in deze gebouwen zijn daarom niet nodig; in bomen met boomholten mogelijk verblijfplaatsen aanwezig zijn voor boombewonende vleermuizen, zoals gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis vormen. Indien het kappen van dergelijke bomen noodzakelijk is, kunnen hierdoor negatieve effecten op vleermuizen optreden. Pas als er een concreet plan is, wordt duidelijk of er bomen (al dan niet met holtes) gekapt worden. Op dat moment worden deze bomen gemonitord door ruim van tevoren een camera in de holtes te plaatsen. Zo wordt duidelijk of de betreffende bomen gebruikt worden door vleermuizen en kunnen eventueel maatregelen genomen worden. Als blijkt dat er vleermuizen aanwezig zijn treedt er een werkprotocol in werking, op grond waarvan ontheffing gevraagd wordt bij de minister.
De ontheffing is niet noodzakelijk om te hebben ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan, maar het moet wel aannemelijk zijn dat er maatregelen genomen kunnen worden, die het voortbestaan van de vleermuizen garanderen. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat dat het geval is. Het aanvullende onderzoek wordt als bijlage toegevoegd aan het vastgestelde bestemmingsplan. h.
Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de gebiedsvisie van de Dalweg, die zegt dat het gebied een prettige plek moet worden om te wonen, te ontmoeten en de recreëren. Met het bestemmingsplan wordt nagenoeg het hele gebied volgebouwd met een mix van hoog- en laagbouw, waardoor er geen ruimte over blijft om te recreëren. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’ en ‘hoogbouw’.
i.
Luchtkwaliteit en stikstof. Door de beoogde ontwikkeling wordt er meer stikstof uitgestoten en verslechtert de luchtkwaliteit. Een Aeriusberekening van de bouwfase wordt gemist. Deze had wel uitgevoerd moeten zijn. Reactie gemeente: De regels met betrekking tot stikstofdepositie zijn aan verandering onderhevig. Met ingang van juli 2021 geldt er een vrijstelling voor de sloop- en bouwfase van ontwikkelingen. Dit is vastgelegd in de wet ‘Stikstofreductie en Natuurverbetering’. Het uitgevoerde onderzoek, dat als bijlage 6 bij de toelichting is gevoegd en in paragraaf 5.2.4 van de toelichting is verwerkt, is conform deze wet- en regelgeving uitgevoerd.
Gemeente Soest
Pagina 38 van 57
Op 2 november 2022 heeft de Raad van State besloten dat het niet meenemen van de bouwfase in strijd is met Europese regelgeving. Met onmiddellijke ingang moet ook de stikstofemissie van de bouwfase in kaart gebracht worden. Ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan wordt daarom een nieuwe stikstofberekening uitgevoerd, die in plaats komt van het eerdere uitgevoerde onderzoek. j.
Behoud groen en waterberging. Momenteel staan er veel bomen in het gebied en hebben grote delen van het plangebied een groenbestemming. Onduidelijk is hoeveel bomen gekapt worden. Zowel de huidige groenbestemming als de huidige bomen moeten beter geborgd worden in het bestemmingsplan. De huidige groenbestemming heeft ook een belangrijke rol als waterbergende functie. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat vrijwel het gehele gebied wordt vol gebouwd en/of bestraat, waarmee de waterbergende functie verloren gaat. Gevraagd wordt de waterberging te borgen in het bestemmingsplan. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘houtwallen en overige bomen’. Aanvullend daarop kan het volgende gezegd worden dat: gezien de zanderige ondergrond het niet mogelijk is om waterpartijen te realiseren. Regenwater wordt daarom op eenvoudige wijze geïnfiltreerd in de bodem; in regeling 4.2.2 opgenomen is dat bij de verdere uitwerking van het plan aangetoond wordt hoe om te gaan met water (-berging).
20. Zienswijze 20 a. Er worden twee tekstuele aanpassingen voorgesteld: - in paragraaf 2.3 van de toelichting staat dat woningbouw heeft plaats gevonden tussen 1960 en 2500. Dat laatste getal is niet juist; - in paragraaf 2.4.1 wordt gesproken over politiebureau. Verondersteld wordt dat hier het voormalige politiebureau bedoeld wordt. Reactie gemeente: De toelichting wordt op dit punt aangepast. b. Participatie. In tegenstelling tot wat in het bestemmingsplan staat is er geen sprake geweest van participatie, ondanks herhaalde verzoeken van de bewonerscommissie. Het niet betrekken van omwonenden bij de planvorming (van het conceptplan) is een gemiste kans. De suggesties die tijdens de twee inspraakavonden in 2019 zijn geweest zijn niet overgenomen.
Gemeente Soest
Pagina 39 van 57
Op het alternatieve plan dat door de bewonerscommissie Heetakker/Raadhuisplein is ingediend (met minder woningen en lagere bouwhoogten), is nooit een reactie gekomen van de gemeente. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘participatie’. c. Kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. - Waarom is gekozen voor circa 250 woningen? Dat blijkt niet uit de toelichting van het plan. - De berekening van de kwantitatieve behoefte (op basis van tabel 4.1 van de toelichting) is onjuist: er worden verschillende aantallen genoemd (770 en 537). Indiener van de zienswijze is van mening dat tot 2025 er behoefte is aan 569 woningen. In de tabel wordt geen rekening gehouden met doorstroming. In de toelichting wordt gesteld dat er een tekort is aan 70 rijtjeswoningen, maar rekening houdend met doorstroming op de woningmarkt, zal dit aantal lager liggen. - Uit paragraaf 4.3 van de toelichting blijkt dat het plan deels gericht is op het aantrekken van mensen van buiten Soest. De autonome behoefte voor Soest ligt dan nog lager dan 569. - In het overzicht is wel de ‘harde plancapaciteit’ opgenomen, maar niet de ‘zachte’. Het aantal van 569 is niet zo groot dat op voorhand kan worden uitgesloten dat deze niet opgevangen kan worden middels de bestaande zachte capaciteit.
Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’. d.
Het realiseren van 250 woningen op een klein oppervlak, is niet passend binnen het karakter van Soest. Door hier (maximaal) 250 woningen te realiseren neemt de leefbaarheid (door onder andere een toename parkeer- en verkeersdrukte) in de omliggende woonwijk af. Er zijn binnen Soest andere locaties beschikbaar voor woningbouw, zoals het voormalige TBS-terrein. Dan zou het aantal woningen in het Dalweggebied omlaag kunnen.
e.
Stedenbouwkundig kan er beter gekozen worden voor laagbouw. Hoogbouw met 10 bouwlagen is stedenbouwkundig niet aanvaardbaar in deze omgeving. Het merendeel van de omliggende woningen hebben een bouwhoogte van 10 – 11 meter. Hoogbouw zou niet hoger moeten zijn dan de bestaande appartementengebouwen van 4 bouwlagen hoog.
Gemeente Soest
Pagina 40 van 57
In het verleden zijn ook plannen geopperd voor hoogbouw van circa 10 bouwlagen aan de andere kant van de Dalweg. Daarvan is afgezien, omdat dat niet passend was in de omgeving. Reactie d en e gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘hoogbouw’ en ’alternatieve locaties’. f.
Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de gebiedsvisie van de Dalweg, die zegt dat het gebied een prettige plek moet worden om te wonen, te ontmoeten en de recreëren. Met het bestemmingsplan wordt nagenoeg het hele gebied volgebouwd met een mix van hoog- en laagbouw, waardoor er geen ruimte over blijft om te recreëren. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’ en ‘hoogbouw’.
g.
Uit de toelichting blijkt dat het huidige gemeentehuis een extra functie kan krijgen als ontmoetingsplek. Dit is nog niet concreet uitgewerkt. Hiervoor lijkt een aanpassing van het gemeentehuis nodig te zijn en onduidelijk is of deze al is aangevraagd en kan worden bekostigd. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’.
h.
Geluid. Uit het plan blijkt dat voor een deel de voorkeurswaarde van 48 dB wordt overschreden. Daarbij lijkt alleen geen rekening gehouden te zijn met de toename van de 2.637 verkeersbewegingen en het extra geluid van het uitbreiden van de maatschappelijke functie. Gevreesd wordt voor een nog hogere geluidbelasting. Gevreesd wordt dat hierdoor de nieuwe woningen langs de Beukenlaan en de Dalweg nauwelijks verkoopbaar zullen zijn en dat het gebouwd wordt voor leegstand. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’.
i.
Milieuzonering. In het plan wordt uitgegaan van een ‘gemengd gebied’. De indieners van de zienswijze zijn van mening dat dit gebied een ‘rustige woonwijk’ is, waarvoor grotere richtafstanden gelden. Zowel in de huidige als de toekomstige situatie wordt niet voldaan aan de richtafstanden tot een ‘rustige woonwijk’. Gevreesd wordt dat hierdoor de nieuwe woningen langs de Beukenlaan en de Dalweg nauwelijks verkoopbaar zullen zijn en dat het gebouwd wordt voor leegstand.
Gemeente Soest
Pagina 41 van 57
Reactie gemeente: Momenteel is het Dalweggebied te omschrijven als een gemengd gebied, door de aanwezigheid van met name maatschappelijke – en sportfuncties. Met de herontwikkeling ten behoeve van woningbouw lijkt het gebied in de toekomst wellicht meer op een (rustige) woonwijk, maar door de aanwezigheid van de niet woonfuncties in de directe omgeving is het gebied ook in de toekomst niet te beschouwen als rustige woonwijk. Door de ‘barriere-werking’ van de Dalweg weg te nemen, wordt het gebied in de toekomst meer één geheel met zowel maatschappelijke functies als woningen. Dat neemt niet weg dat voor met name de woningen aan de Heetakker het gebied in de toekomst wellicht meer als rustige woonwijk wordt beleefd, vanwege het verdwijnen van de sporthal en de politie. In paragraaf 5.2.2 van de toelichting is ingegaan op de milieuzonering. Uit tabel 5.2 blijkt dat voor alle nietwoonfuncties in de directe omgeving van het plangebied, met uitzondering van dienstverlening aan de Beukenlaan 68, ook voldaan wordt aan te houden richtafstanden die gelden voor een rustige woonwijk. En voor deze dienstverlening geldt dat de naastgelegen woning aan de Beukenlaan 70 (en andere woningen die dichter bij aanwezig zijn) maatgevend is voor de bedrijfsvoering.
Bovendien moet ten behoeve van nieuwe woningbouwplannen, altijd aangetoond worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat: zowel voor de nieuw te realiseren woningen als de bestaande woningen in de directe omgeving. Daarvoor zijn reeds onderzoeken uitgevoerd en worden er nog aanvullende milieuonderzoeken uitgevoerd. Op basis van de reeds uitgevoerde onderzoeken is het zeer aannemelijk dat er woningen ontwikkeld kunnen worden, binnen de kaders van verschillende milieuwetgeving. j. Luchtkwaliteit en stikstof. Door de beoogde ontwikkeling wordt er meer stikstof uitgestoten en verslechtert de luchtkwaliteit. Een Aeriusberekening van de bouwfase wordt gemist. Deze had wel uitgevoerd moeten zijn. Reactie gemeente: De regels met betrekking tot stikstofdepositie zijn aan verandering onderhevig. Met ingang van juli 2021 geldt er een vrijstelling voor de sloop- en bouwfase van ontwikkelingen. Dit is vastgelegd in de wet ‘Stikstofreductie en Natuurverbetering’. Het uitgevoerde onderzoek, dat als bijlage 6 bij de toelichting is gevoegd en in paragraaf 5.2.4 van de toelichting is verwerkt, is conform deze wet- en regelgeving uitgevoerd. Op 2 november 2022 heeft de Raad van State besloten dat het niet meenemen van de bouwfase in strijd is met Europese regelgeving. Met onmiddellijke ingang moet ook de stikstofemissie van de bouwfase in kaart gebracht worden.
Ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan wordt daarom een nieuwe stikstofberekening uitgevoerd, die in plaats komt van het eerdere uitgevoerde onderzoek.
Gemeente Soest
Pagina 42 van 57
k. Verkeer en parkeren. Onvoldoende is aangetoond dat de wijk de extra 2.637 verkeersbewegingen per etmaal aan kan. Juist omdat de Dalweg versmald wordt, bestaat er een risico dat de Dalweg niet meer kan functioneren als ontsluiting van het gebied. De grote toename van het aantal verkeersbewegingen heeft ook impact op de verkeersdrukte op de Beukenlaan, waar het momenteel in de spits zo druk is, dat het wel 10 minuten kan duren voordat veilig de Beukenlaan opgereden kan worden. De fietspaden aan beide kanten van de Beukenlaan spelen hier ook een rol in. De planregels borgen onvoldoende de gemeentelijke parkeernormen; gevraagd wordt ook te verwijzen naar opvolgend (toekomstig) parkeerbeleid in de regels. Indiener van zienswijze is van mening dat er onvoldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Een aantal concrete vragen: - Blijven de bestaande parkeerplaatsen behouden en worden deze meegenomen bij de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen? - In hoeverre is onderzocht of de realisatie van woningen op deze plek tot parkeerproblemen elders in de wijk leidt? Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘verkeer en parkeren’. l.
Behoud groen en waterberging. Momenteel staan er veel bomen in het gebied en hebben grote delen van het plangebied een groenbestemming. Onduidelijk is hoeveel bomen gekapt worden. Zowel de huidige groenbestemming als de huidige bomen moeten beter geborgd worden in het bestemmingsplan. Ten behoeve van de bouw van de sporthal zouden er slechts 7 bomen gekapt worden en dat werden er uiteindelijk 22. De huidige groenbestemming heeft ook een belangrijke rol als waterbergende functie. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat vrijwel het gehele gebied wordt vol gebouwd en/of bestraat, waarmee de waterbergende functie verloren gaat. Gevraagd wordt de waterberging te borgen in het bestemmingsplan. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘houtwallen en overige bomen’. Aanvullend daarop kan het volgende gezegd worden dat: gezien de zanderige ondergrond het niet mogelijk is om waterpartijen te realiseren. Regenwater wordt daarom op eenvoudige wijze geïnfiltreerd in de bodem; in regeling 4.2.2 opgenomen is dat bij de verdere uitwerking van het plan aangetoond wordt hoe om te gaan met water (-berging).
Gemeente Soest
Pagina 43 van 57
m. Ecologie: het ontwerpbestemmingsplan had niet ter inzage gelegd mogen worden zonder het resultaat van het onderzoek naar vleermuizen. De aanwezigheid van vleermuizen kan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staan en leiden tot vernietiging van het plan. Gevreesd wordt dat door het verdwijnen van de groenbestemmingen de aanwezige flora en fauna grotendeels zal verdwijnen. Onduidelijk is hoe geborgd wordt dat deze weer terug keren. Reactie gemeente: Ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan is een quick-scan uitgevoerd naar de aanwezige flora en fauna. Daaruit is gebleken dat er mogelijk beschermde dieren voor komen (waaronder vleermuizen). Daarom is er voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan aanvullend onderzoek gedaan. Voorafgaand aan de vaststelling van dit bestemmingsplan moet duidelijk zijn of er beschermde soorten aanwezig zijn en of daarvoor maatregelen getroffen kunnen worden. Uit het aanvullende onderzoek blijkt dat: in de te slopen gebouwen in het plangebied (de sporthal en het politiebureau) geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen. Vervolgstappen ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen in deze gebouwen zijn daarom niet nodig; in bomen met boomholten mogelijk verblijfplaatsen aanwezig zijn voor boombewonende vleermuizen, zoals gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis vormen.
Indien het kappen van dergelijke bomen noodzakelijk is, kunnen hierdoor negatieve effecten op vleermuizen optreden. Pas als er een concreet plan is, wordt duidelijk of er bomen (al dan niet met holtes) gekapt worden. Op dat moment worden deze bomen gemonitord door ruim van tevoren een camera in de holtes te plaatsen. Zo wordt duidelijk of de betreffende bomen gebruikt worden door vleermuizen en kunnen eventuele maatregelen genomen worden. Als blijkt dat er vleermuizen aanwezig zijn treedt er een werkprotocol in werking, op grond waarvan ontheffing gevraagd wordt bij de minister. De ontheffing is niet noodzakelijk om te hebben ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan, maar het moet wel aannemelijk zijn dat er maatregelen genomen kunnen worden, die het voortbestaan van de vleermuizen garanderen. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat dat het geval is. Het aanvullende onderzoek wordt als bijlage toegevoegd aan het vastgestelde bestemmingsplan. n.
Bezonning, privacy en woongenot. Hoogbouw van 6 tot 10 bouwlagen heeft impact op de bezonning van aangrenzende percelen. Een bezonningsstudie ontbreekt echter. Herhaaldelijk is de gemeente gevraagd een visualisatie te maken van het totale plan, zodat de impact op de omgeving zichtbaar wordt. Hier is nooit gehoor aan gegeven.
Gemeente Soest
Pagina 44 van 57
Gezien de geringe afstand van de hoogbouw van 6 en 10 bouwlagen tot de woningen aan de Heetakker, wordt gevreesd voor de aantasting van privacy. Gevreesd wordt voor een daling van de waarde van de woning. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording, onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’, ‘hoogbouw’ en ‘planschade’. 21. Zienswijze 21 De kern van de zienswijze is: - De gemeente heeftonvoldoende onderzoek verricht naar de gevolgen van het realiseren van 250 woningen, waarmee onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van de indieners van de zienswijze. - De ‘gebiedsaanduiding wetgevingszone afwijkingsgebied’ voor de houtwal moet verwijderd worden. Deze houtwal moet behouden blijven. In onderstaande punten wordt hier nader op ingegaan. a.
De gemeente heeft onvoldoende onderzoek verricht naar de gevolgen van het realiseren van 250 woningen, waarmee onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van de indieners van de zienswijze. Het is aan de gemeente om voor een deugdelijke motivering te zorgen en daaraan een deugdelijke belangenafweging ten grondslag te leggen. Daarmee is er strijd met de artikelen 3:2, 3:4, eerste lid, en 3:46 van de Awb. Reactie gemeente: Iedere ontwikkeling heeft gevolgen voor de directe omgeving. Dat is helaas niet uit te sluiten. Daarom dient bij het opstellen van een bestemmingsplan, waarmee een ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, aangetoond te worden dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Aangetoond moet worden dat er sprake is van een goed woon- en leefmilieu, voor zowel de omgeving als voor de ontwikkeling zelf. Daarbij dienen verschillende belangen afgewogen te worden. Eventuele nadelige gevolgen voor de omgeving mogen niet onevenredig zijn. Zoals beschreven in het algemene deel van de beantwoording onder [globaal, uit te werken bestemmingsplan], [alternatieve locaties] en de toelichting van het bestemmingsplan, is er een behoefte aan woningen in de periode 2020 – 2025 en is het aantal geschikte locaties beperkt.
De locatie aan de Dalweg vervult daarmee een belangrijke rol in de realisatie van woningen binnen Soest, wat een groot maatschappelijk belang is. Niet alleen voor de toekomstige bewoners, maar voor heel Soest.
Gemeente Soest
Pagina 45 van 57
Het toevoegen van woningen mag niet leiden tot het onevenredig aantasten van de woon- en leefomgeving van de huidige bewoners. Met andere woorden: de nieuw te realiseren woningen dienen ruimtelijk goed ingepast te worden, met respect voor de bestaande omgeving. Zoals uit de toelichting en de uitgevoerde onderzoeken blijkt is daar sprake van met de ontwikkeling van woningbouw op deze locatie. Zoals te lezen is in het algemene deel van de beantwoording onder [hoogbouw] wordt het vast te stellen bestemmingsplan wel op een aantal punten aangepast om nog meer duidelijkheid te geven over waar er gebouwd mag worden, door concreet bouwgrenzen vast te leggen. Daarbij wordt rekening gehouden met aspecten als privacy, de aanwezige houtwallen en het beperken van schaduwwerking. Tevens wordt het groene karakter van het gebied gerespecteerd. Niet alleen door het bebouwingspercentage van maximaal 40%, maar ook door bijvoorbeeld het aantal geparkeerde auto's buiten op maaiveld niet toe te laten nemen. Het is goed denkbaar dat het aantal auto's op maaiveld zelfs af gaat nemen, door de realisatie van ondergrondse parkeergarages. Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat de gemeente met het besluit om woningen te realiseren op deze (geschikte binnenstedelijke) locatie, geen onevenredige negatieve gevolgen heeft voor de directe omgeving. b.
De planregels schrijven geen minimaal aan te houden afstand voor tot de erfgrens van bestaande woningen. Dit leidt tot een verslechtering van privacy, uitzicht op groen en bezonning voor de bewoners aan de Soesterengweg 20 en 22. Samen met een toename van verkeers- en parkeeroverlast leidt dit tot een verslechtering voor de bewoners aan de Soesterengweg. Om de privacy te borgen, zou bebouwing niet hoger moeten zijn dan 3 bouwlagen. Hoogbouw tast het groene en boomrijke woon- en leefklimaat aan. Uit gesprekken met de gemeente is gebleken dat binnen 15 meter van de erfgrens niet gebouwd mag worden en geen weg wordt aangelegd. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘hoogbouw’.
c.
De motivering (dat er een algemeen belang is om de woningvoorraad te vergroten) voor het realiseren van woningen is onvoldoende. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’.
Gemeente Soest
Pagina 46 van 57
d.
De houtwal die parallel langs de oost en zuid(west)zijde van de percelen aan de Soesterengweg 20 en 22 loopt moet toegevoegd worden in het bestemmingsplan. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘houtwallen en overige bomen’.
e.
De ‘gebiedsaanduiding wetgevingszone afwijkingsgebied’ is niet bevorderlijk voor de houtwal aan de oostkant en deze is onvoldoende begrensd door objectieve normen, waarmee strijd is met artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro. Hiermee wordt het mogelijk de houtwal over een afstand van 20 meter te verplaatsen. De percelen aan de Soesterengweg 20 en 22 worden dan niet langer omringd door groen. Groen waarvan de bestuurder toegezegd heeft deze te behouden. Geconcludeerd wordt dat de gebiedsaanduiding verwijderd moet worden of voorzien moet worden van objectieve criteria in het vast te stellen bestemmingsplan. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘houtwallen en overige bomen’ en ‘hoogbouw’: beide bomenstructuren blijven behouden. In aanvulling daarop wordt gemeld dat de ‘gebiedsaanduiding wetgevingszone afwijkingsgebied’ voor de houtwal ten oosten van de woningen aan de Soesterengweg vervalt in het vast te stellen bestemmingsplan.
f.
Op pagina 16 van de toelichting staat vermeld dat ‘auto’s te gast’ zijn. De gemeente kiest wel voor een rondweg met veel verkeersbewegingen. Wat is het effect van de extra verkeersbewegingen voor de woningen aan de Soesterengweg 20 en 22? Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’ (onder ‘onderzoeken’).
g.
Op pagina 19 van de toelichting is een loop- en fietsroute ingetekend die dwars over het perceel van Soesterengweg 22 loopt.
Gemeente Soest
Pagina 47 van 57
Reactie gemeente: Het plaatje op pagina 19 van de toelichting betreft een impressie van een mogelijk indeling van het plangebied. Bij de verdere uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met de ligging van particulier eigendom. Een loop- en/of fietsroute zal niet door de tuin(-en) van de woningen aan de Soesterengweg gerealiseerd worden. h.
Op pagina 62 van de toelichting wordt aangegeven dat er uitgebreid geparticipeerd is en dat daarom geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Indieners van de zienswijze herkennen dit niet; ze werden slechts op hun verzoek gehoord. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘participatie’.
22. Zienswijze 22 a. In het plan staat dat er doorgaand verkeer door de nieuwe wijk komt en dat er twee ontsluitingen zijn voorzien: één aan de Dalweg en één aan de Beukenlaan. Dit leidt tot onnodige overlast (geluid, verkeersbewegingen en verkeersonveiligheid) voor de huidige bewoners aan de Heetakker en het Klinkveld. Voorgesteld wordt om het doorgaande verkeer ‘te knippen’: het ene deel van de nieuwe bewoners gebruikt de Beukenlaan en het andere deel gebruikt de Dalweg als ontsluitingsweg. Dan kan ook de parkeervoorziening achter het gemeentehuis behouden worden. Zonder doorgaand verkeer is het gebruik van de parkeerplaats veiliger. b. Voorgesteld wordt om de ontsluiting op de Beukenlaan via de al aanwezige rotonde Dalweg/Beukenlaan te verlopen, gezien de moeizame ontsluiting van de Verlengde Talmalaan op de Beukenlaan. Reactie a en b gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘verkeer en parkeren’. c.
Monumentale bomen. De huidige (monumentale) bomen bepalen het karakter van de Heetakker. Indieners zijn tegen de kap van de monumentale bomen (wat ook niet logisch is gezien het groene karakter dat nagestreefd wordt). Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘houtwallen en overige bomen’.
d.
Door de nieuwbouwplannen is er een gerede kans op vermogensschade (waardevermindering van de woningen). Verzocht wordt hiervoor een analyse uit te voeren. Reactie gemeente:
Gemeente Soest
Pagina 48 van 57
Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘planschade’. e.
Participatie. In de toelichting van het bestemmingsplan is te lezen dat vanwege de uitgebreide participatie, geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Met de bewoners van Heekakker is één keer gesproken. De indieners van de zienswijzen voelen zich niet gehoord. Verzocht wordt de omwoners te horen. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘participatie’.
23. Zienswijze 23 a. Indiener heeft heel bewust een woning aan de Klinkveld gekocht: een rustig hofje met weinig verkeer en veel privacy. Met de bouw van 250 woningen wordt het woongenot aangetast (verkeer en privacy). De ontwikkeling kon ook niet voorzien worden. De beoogde ontwikkeling tast de goede ruimtelijke ordening aan. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘hoogbouw’ en ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’. b.
Het plan zorgt voor meer verkeersbewegingen. Eén van de ontsluitingen loopt langs de Klinkveld. Gevreesd wordt voor geluidsoverlast. In het akoestisch onderzoek is geen onderzoek gedaan naar de effecten van het verkeer op de woning aan de Klinkveld. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’.
c.
De nieuwbouw zorgt voor enorme inbreuk op de privacy. Om inkijk te voorkomen in een afschermende groenstrook nodig. In het bestemmingsplan is de functieaanduiding ‘houtwal’ opgenomen, maar waarom hebben de houtwallen geen groenbestemming, maar een woonbestemming? Verzocht wordt: - een voorwaardelijke verplichting op te nemen dat een groenstrook komt en in stand blijft; - in de planregels te verwijzen naar een beplantingsplan dat als bijlage aan de regels wordt toegevoegd. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘globaal, uit te werken bestemmingsplan’ en ‘houtwallen en overige bomen’.
Gemeente Soest
Pagina 49 van 57
d.
Gevraagd wordt het nadeel voor omwonenden zo klein mogelijk te houden. Gevraagd wordt andere locaties te onderzoeken, waar geen of minder planschade is. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘planschade’.
24. Zienswijze 24 a. Indieners van de zienswijzen vrezen dat de oude eiken, de bossages en veel fauna gaat verdwijnen door de komst van de nieuwbouwplannen. De natuur moet wijken voor appartementen en een hoge flat op enkele meter van de woning aan de Heetakker 61. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder [houtwallen en overige bomen] en de beantwoording onder 19g en 20m. Aanvullend kan gezegd worden dat onderzocht is welke flora en fauna aanwezig is en of deze soorten in hun voorbestaan beperkt worden. De quick-scan van het onderzoek is als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd. Naar aanleiding daarvan is tevens een nader onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat, met het nemen van een aantal nadere maatregelen, er geen beperkingen zijn voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Het aanvullende onderzoek wordt als bijlage toegevoegd aan het vastgestelde bestemmingsplan. b.
Indieners van de zienswijze zijn de eerste bewoners van één van de woningen aan de Heetakker. Toen was niet bekend dat er een bestemmingsplan zou komen die flats van 10 tot 12 verdiepingen hoog mogelijk zou maken. Van de Eng is nog maar weinig over: na het gemeentehuis en het politiebureau, is er een woonwijk ontstaan. Vanuit de molen is er nu een mooi uitzicht over Soest, dat verstoord gaat worden door hoogbouw. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘hoogbouw’. In aanvulling daarom wordt opgemerkt dat het ontwerpbestemmingsplan maximaal 10 bouwlagen mogelijk maakt en geen 12.
c.
De architect van ‘de groene huizen’ en appartementen is erin geslaagd iets moois neer te zetten. Dat kan niet gezegd worden van de opstellers van het plan voor de 250 woningen. De opdracht is kennelijk niet ‘bouw een mooie groene wijk met woningen waar mensen prettig en mooi kunnen wonen’.
Gemeente Soest
Pagina 50 van 57
Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘hoogbouw’. d.
Voorgesteld wordt om ondergrondse parkeergarages onder de nieuwbouw van de Beukendal te realiseren. Daardoor kunnen bomen gespaard worden. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘hoogbouw’, ‘houtwallen en overige bomen’ en ‘verkeer en parkeren’.
e.
Het is duidelijk dat Soest behoefte heeft aan nieuwe woningen. Deze kunnen op de weilanden achter de Lange Brinkweg en op het TBS terrein gebouwd worden. Reactie gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘alternatieve locaties’.
25. Zienswijze 25
a. Hoogbouw tot wel 10 verdiepingen hoog (35 meter of meer) op één van de hoogste punten van het plangebied is niet passend. Dat is volledig uit balans ten opzichte van de bestaande bebouwing. Dit strookt niet met ‘wonen in het groen’, zoals het college op 11 mei 2021 schreef. De hoeveelheid gestapelde woningbouw gaat ten koste van het bestaande groen. b. Gestapelde bouw wordt dicht op de bestande woonbebouwing geplaatst, waardoor de privacy in de bestaande woningen wordt aangetast. Reactie a en b gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘hoogbouw’.
c.
Het grote aantal woningen leidt tot veel autoverkeer in het huidige verkeersluwe gebied. De geplande auto ontsluiting in het plangebied voorziet in een rondlopende doorlopende lus die door het gehele plangebied loopt en het autoverkeer voorlangs de entrees van de bestaande appartementsgebouwen voert, terwijl de
Gemeente Soest
Pagina 51 van 57
huidige ontsluiting van het plangebied alleen doodlopende wegen voor autoverkeer kent en zodoende ook sluipverkeer weert. Reactie c gemeente: Verwezen wordt naar de algemene beantwoording onder ‘verkeer en parkeren’.
Gemeente Soest
Pagina 52 van 57
Gemeente Soest
Pagina 53 van 57
3.
Overzicht wijzigingen in bestemmingsplan
Bijgaand treft u een opsomming van de door te voeren wijzigingen. Daarbij is een onderverdeling gemaakt in wijzigingen in de toelichting, op de verbeelding en in de regels. Per wijziging is aangegeven of het een wijziging is naar aanleiding van één of meerdere zienswijze(-n) of dat het een ambtshalve wijziging is.
Wijzigingen toelichting: De toelichting wordt op de volgende onderdelen gewijzigd:
• •
• •
tekstuele omissies, die opgemerkt zijn door de indieners van de zienswijzen, worden aangepast; de toelichting wordt geactualiseerd naar aanleiding van de wet- en regelgeving (bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 over stikstofdepositie en het daarbij behorende nieuwe onderzoek naar stikstofdepositie); de toelichting wordt aangevuld met het aanvullende flora- en faunaonderzoek. Het onderzoek zelf wordt als bijlage toegevoegd; tekstuele wijzingen die nodig zijn, omdat er wijzigingen op de verbeelding en in de regels zijn doorgevoerd.
Wijzigingen verbeelding 1. 2.
3.
4. 5.
Bouwvlak opnemen voor de bestemming ‘maatschappelijk’ (= ambtshalve wijziging). Bouwvlak opnemen, waarmee de bouwmogelijkheden van 6 bouwlagen beperkt worden (= wijziging naar aanleiding van zienswijzen), waarbij: a. 5 meter aanhouden wordt (aan zuidkant) van de houtwallen aan de zijde van de Heetakker; b. 15 meter aanhouden wordt tot de achterste perceelsgrenzen van de woningen aan de Soesterengweg; c. de parkeerplaatsen ten noorden van gemeentehuis buiten het bouwvlak vallen. Het hoogte-accent ter plaatse van het voormalige politiebureau wordt verlaagd van maximaal 10 bouwlagen naar maximaal 8 bouwlagen (= wijziging naar aanleiding van zienswijzen). De beide hoogteaccenten van 8 en 10 bouwlagen worden verplaatst en/of aangepast (= ambtshalve wijziging). Verwijderen afwijkingsmogelijkheid verplaatsen houtwal (= wijziging naar aanleiding van een zienswijze).
Gemeente Soest
Pagina 54 van 57
Wijzigingen verbeelding
Gemeente Soest
Pagina 55 van 57
Wijzigingen regels
1.
Definitie horeca wordt aangepast en samengevoegd met cultuurondersteunende horeca (= ambtshalve wijziging)
2.
Regeling 3.1 wordt overeenkomstig de gewijzigde definitie van horeca aangepast. (= ambtshalve wijziging)
3.
Doelgroepenverordening wordt verwerkt in regeling 4.2.1 en er wordt een regeling toegevoegd dat er alleen binnen het bouwvlak gebouwd mag worden. (= ambtshalve wijziging en wijziging naar aanleiding van zienswijzen)
Aan 4.2.1 wordt een nieuw sub b en sub i toegevoegd. Hierdoor ontstaat er een hernummering van dit artikel. Het toevoegen van een bepaling over de Doelgroepenverordening is een ambtshalve wijziging. Het toevoegen van een bepaling dat uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd mag worden is een wijziging die doorgevoerd is naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen.
Gemeente Soest
Pagina 56 van 57
4.
Aanpassing 4.2.6 (= ambtshalve wijziging)
5.
Bepaling 4.2.2: aanscherpen (= ambtshalve wijziging)
6.
Regeling 8.3, waarmee een houtwal verplaatst kan worden, vervalt (= naar aanleiding van een zienswijze)
Gemeente Soest
Pagina 57 van 57