2. Bijlage 1 Kadernota 2024 definitief
Tekst van het document
Steunpunt mantelzorg Zoals afgesproken in het coalitieakkoord werkt het college aan het opstellen van een nieuwe visie voor het sociaal domein. Het versterken van de sociale basis zal een belangrijke pijler zijn binnen deze visie. Het versterken van de sociale basis is van belang omdat de druk op informele zorgverleners zoals mantelzorgers toeneemt. Dat komt doordat de komende 10 jaar de betaalde zorg afneemt, zorgvragers langer thuis moeten blijven wonen, er meer ouderen zijn en minder mantelzorgers. Hoe kunnen we de komende 10 jaar een bijdrage leveren aan het verlagen van de druk op de mantelzorgers. Zodat mantelzorgers in staat zijn hun zorgtaken uit te voeren rekening houdend met het feit dat er ook grenzen zijn aan wat mantelzorgers kunnen bieden. Er zijn op verschillende terreinen ontwikkelingen die impact hebben op de organisatie en uitvoering van het ondersteuningspunt mantelzorg. Denk hierbij aan het project de Stip op de Horizon en de visie sociaal domein.
Pagina 26 van 46
Kadernota 2024
We willen bij de besluitvorming rondom de nieuwe integrale visie op het sociaal domein bezien of we een nader begrotingsvoorstel aan uw raad zullen voorleggen. Voorstellen: Meer taken gemeentelijke teams Uitbreiden inzet van jeugd-, sociaal- en WMO teams
structurele lasten € 750.000 lagere lasten vanaf 2027 € 150.000 Landelijk is afgesproken dat gemeenten meer moeten investeren in de lokale teams. Investeren in de lokale teams is bijvoorbeeld een belangrijk onderdeel van de vastgestelde Hervormingsagenda Jeugd. Daarnaast zijn er scherpere kaders vastgesteld voor jeugd- en gezinsbescherming in het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Deze nieuwe kaders voorzien een grotere rol voor de lokale teams in het gezinsgericht werken. Het scenario komt hiermee tegemoet aan wat de meest kwetsbare gezinnen en huishoudens nodig hebben. 1. Jeugdteam Het Jeugdteam geeft zelf al meer basishulp en geeft minder indicaties af voor specialistische jeugdhulp. Door deze ingezette beweging wordt de opdracht voor ons Jeugdteam aanzienlijk groter. Om deze noodzakelijke en zeer wenselijke ontwikkelingen goed te implementeren en te borgen is uitbreiding van het Jeugdteam essentieel. Dit gaat om de volgende functies: gezinscoaches, praktijkondersteuner Spreekuur Jeugd GGZ, gedragsdeskundige en een ondersteuner. Ook is er extra budget voor deskundigheidsbevordering noodzakelijk. 2. Sociaal team Ook binnen het Sociaal Team werken we met meer eigen begeleiding en het minder inzetten van specialistische hulp. Door deze ingezette beweging wordt de opdracht voor ons Sociaal Team ook aanzienlijk groter.
Om deze opdracht goed uit te kunnen voeren is uitbreiding van formatie met 2 fte essentieel. Ook is extra deskundigheidsbevordering noodzakelijk. Waar het kan verschuiven taken van het Sociaal Team naar de basisinfrastructuur en waar het kan verschuiven taken van de specialistische zorg naar het Sociaal Team. 3. Wmo-team Al enkele jaren stijgt het aantal meldingen voor Wmo-hulpmiddelen. Dit komt door toenemende vergrijzing en de invoering van het abonnementstarief. We kunnen concluderen dat de stijging structureel is. Dit zorgt voor extra druk op onze formatie. Daarom is het advies om de formatie van het Wmo-team structureel te vergroten zodat de toegenomen meldingen structureel kunnen worden opgevangen. We verwachten dat een uitbreiding van 1,3 fte voldoende is. Bovenstaande investeringen leveren ten eerste een bijdrage aan de transformatie van het sociaal domein. Dit is ook in lijn met de vastgestelde regiovisie. Als tweede is het onze ambitie dat deze investeringen op termijn (inschatting is vanaf 2027) worden terugverdiend door kosten te voorkomen op specialistische hulp op Jeugd en Wmo. Het effect van deze ontwikkeling wordt naar verwachting na een aantal jaren zichtbaar. Daarom hebben we de baten bewust vanaf 2027 geraamd. De cijfers over 2022 laten een bemoedigend beeld zien op dit terrein.
Uit de regionale cijfers van het Regionaal Inkoop en Subsidiebureau (RISB) over 2022 blijkt dat het aantal cliënten op ambulante begeleiding bij zowel Jeugd als Wmo is gedaald. Dit is met name zichtbaar bij gemeenten die inzetten op eigen begeleiding, waaronder Soest. We monitoren deze ontwikkeling nauwkeurig. Pagina 27 van 46
Kadernota 2024
Regionaal willen we de aantallen begeleiding door onze teams en de aantallen op het specialistisch aanbod naast elkaar zetten. Zodra dit beeld helder is komen we hierop terug in onze P&C-documenten, ook als we eerder inverdieneffecten zien. Bijdrage aan global goals: Deze investeringen dragen bij aan global goal : - 3. Goede gezondheid en welzijn; - 4. Kwaliteitsonderwijs.
Beoordeling jeugdzorg door lokaal team structurele lasten € 60.000 De inzet van interventies door de jeugdhulpaanbieder wordt bepaald door het Jeugdteam. Dit vraagt om een goed en volledig zicht op welke jeugdhulp wordt ingezet. Het Jeugdteam heeft momenteel onvoldoende inzicht op deze ingezette jeugdhulp, omdat de informatie daarover (berichtenverkeer) slechts administratief beoordeeld wordt. De Jeugdwet bepaalt dat deze informatie goed moet worden beoordeeld door een SKJ-geregistreerde professional. Deze essentiële taak kan momenteel onvoldoende worden. Daarom vraagt deze beoordeling extra capaciteit van ons Jeugdteam. Deze investering draagt bij aan de doelmatigheidseisen van de Jeugdwet ende transformatie van de jeugdhulp. Bijdrage aan global goals Deze investering draagt bij aan global goal: - 3. Goede gezondheid en welzijn.
Deelprogramma 3.2 Onderwijs Signalen vanuit Jeugd en Onderwijs De mentale gezondheid van de jeugd in Soest staat onder druk. We zien steeds meer en zwaardere gedragsproblematiek bij de peuters. Dit is ook zichtbaar binnen het basisonderwijs. Daar stromen meer kinderen in groep 1 binnen met minder sociale vaardigheden en meer gedragsproblemen. Hierdoor stijgt de vraag naar speciaal onderwijs (SBO) en daarmee leerlingenvervoer. Daarnaast zijn in onze regio geen beschikbare plekken meer voor SBO, waardoor kinderen steeds verder moeten reizen. Pagina 28 van 46
Kadernota 2024
Ook zien we dat meer dan de helft van onze jongeren (tot 25 jaar) te maken heeft met psychische klachten en eenzaamheid. Met name jonge vrouwen hebben meer eenzaamheidsklachten (4 op de 10). Een deel van de klachten zijn het gevolg van de coronacrisis die een enorme impact heeft gehad op de mentale gezondheid van onze jongeren. Het middelengebruik is in Soest hoger dan gemiddeld. Deze zorgelijke ontwikkelingen leiden ertoe dat wij een groter structureel financieel nadeel verwachten dan vooraf ingeschat. De financiële effecten voor 2023 hebben we meegenomen in de voorjaarsnota 2023. Voorstellen: Vergoeding opvang kinderen met SMI structurele lasten € 50.000 Dit betreft middelen om de Sociaal Medische Indicaties (SMI) te betalen. SMI is bedoeld om opvang voor kinderen tot 12 jaar (deels) te vergoeden in het geval de ouder(s) sociaal/medische/psychische problemen ervaren waaraan wordt gewerkt en zij niet in staat zijn tijdelijk voor de kinderen te zorgen. Voor deze ouder(s) kan het helpen dat de kinderen tijdelijk naar de opvang/bso gaan zodat de ouders tijdelijk worden ontlast. Daarnaast komen zij niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag en biedt peuteropvang niet de benodigde hulp. Binnen het gemeentefonds zijn hier middelen voor beschikbaar sinds 2005. Gemeente Soest heeft echter pas sinds 2021 een SMI regeling vastgesteld.
Bij het vaststellen van de regeling is het beschikbaar stellen van deze middelen niet meegenomen. Bijdrage aan global goals: Door SMI in te zetten wordt ingezet op de global goals: 3. Goede gezondheid en welzijn; - 10. Ongelijkheid verminderen.
Passend vervoer (leerlingenvervoer) structurele lasten € 50.000 Er is een ontwikkeling gaande dat er een steeds groter beroep wordt gedaan op het leerlingenvervoer. Enerzijds komt dit door het gebrek aan plekken op het voortgezet speciaal onderwijs in onze regio, waardoor meer kinderen moeten reizen. Anderzijds komt dit door de toenemende behoefte aan maatwerkoplossingen. Dit kost meer tijd en daarmee capaciteit. Het leerlingenvervoer kent een open-einde-regeling: elke leerling die voldoet aan de voorwaarden zoals die zijn vastgelegd in de gemeentelijke verordening heeft recht op de bekostiging van het vervoer van huis naar school en vice versa. Vooralsnog leidt dit niet tot toename in de kosten van het vervoer zelf. Onderwijsachterstandenbeleid structurele lasten € 100.000 De wettelijke taken op het onderwijsveld vragen al langere tijd veel meer inzet en capaciteit dan op dit moment beschikbaar is binnen het aandachtsgebied sociale leefomgeving. Deze komen het meest pregnant naar voren op het gebied van:
Pagina 29 van 46
Kadernota 2024
-
-
-
VVE (Voor en Vroegschoolse Educatie): Stijgende problemen in de VVE met gedrag o.a. bij peuters, Veel afstemming met de opvang partijen noodzakelijk; Nieuwe LEA (Lokaal Educatieve Agenda). Dit is een verplichting vanuit het Rijk om jaarlijks af te stemmen met de schoolbesturen en opvang partijen van VVE (Voor en vroegschoolse opvang); Speciaal basisonderwijs (SBO): Lange wachtlijsten bij het speciaal basisonderwijs. Aantal leerlingen met een verwijzing naar het SBO terwijl er geen plek meer is in de regio; Anticiperen op het rapport Mentaal welbevinden jongeren van de GGD; De noodzaak tot meer regie en sturing om de samenwerking te versterken in de driehoek in van scholen, jeugdhulp en onderwijs; NPO (Nationaal Programma Onderwijs) middelen besteden in afstemming met de lokale onderwijs en opvang partijen om de achterstanden bij leerlingen door corona terug te dringen; In relatie met bovenstaande zullen er meer subsidies verstrekt worden en beoordelingen moeten plaatsvinden.
Bovenstaande taken zijn wettelijke taken waar wij op in moeten zetten. Daarom wordt voorgesteld om de capaciteit op onderwijs structureel met 1 fte uit te breiden. Bijdrage aan global goals: Door bovenstaande te realiseren wordt ingezet op global goals: 3. Goede gezondheid en welzijn; 4. Kwaliteitsonderwijs; - 10. Ongelijkheid verminderen.
Deelprogramma 3.3 Sport, kunst en cultuur Nieuwe sportnota In de begroting en het coalitieakkoord is opgenomen dat er een nieuwe sportnota opgesteld gaat worden. Planning is dat de nieuwe sportnota in het 3e kwartaal van 2023 gereed is voor besluitvorming. Dit moment is te laat om (eventuele) financiële wijzigingsvoorstellen die voortvloeien uit de nieuwe sportnota mee te nemen bij de kadernota 2024. Vandaar dat nu volstaan wordt met het aankondigen van (eventuele) financiële voorstellen die voortvloeien uit de nieuwe sportnota. Deze voorstellen zullen wij inbedden in de begroting 2024 waarover de raad in november 2023 beslist. Nieuwe cultuurnota Net als bij sport is in de begroting en het coalitieakkoord is opgenomen dat er een nieuwe cultuurnota opgesteld gaat worden. Pagina 30 van 46
Kadernota 2024
Ook de planning loopt gelijk (3e kwartaal van 2023 gereed voor besluitvorming in de raad). Dit moment is te laat om (eventuele) financiële wijzigingsvoorstellen die voortvloeien uit de nieuwe cultuurnota mee te nemen bij de kadernota 2024. Vandaar dat nu volstaan wordt met het aankondigen van (eventuele) financiële voorstellen die voortvloeien uit de nieuwe cultuurnota. Eventuele voorstellen worden meegenomen in de begroting 2024 waarover de raad in november 2023 beslist.
Voorstellen:
Ondersteuning op sportbeleid jaarlijkse lasten 2024 en 2025: € 50.000 Voor de jaren 2024 en 2025 is incidenteel extra uitvoerende capaciteit nodig voor sport. We zien nu dat beleidsmedewerkers uitvoerende taken moeten uitvoeren omdat de druk op ondersteuning is toegenomen. De toename van uitvoerende taken komen voort uit: • Het Sportakkoord; • De regeling buurtsportcoaches; • Een toename van het aantal incidentele verhuuraanvragen; • Behoefte aan projectondersteuning (brede SPUK en nieuwe sportnota). Door de inzet van incidentele uitvoerende capaciteit, kan de beleidscapaciteit volledig worden ingezet voor de uitwerking van de Brede SPUK en de nieuwe sportnota. In de komende twee jaar onderzoeken wij hoe wij de uitvoerende taken efficiënter en effectiever kunnen organiseren.
2.4 – Overhead Autonome ontwikkelingen: E-depot en digitaliseren bouwdossiers Archief Eemland structurele lasten € 75.000 E-depot Soest is aangesloten bij Archief Eemland, onderdeel van de gemeente Amersfoort. Elke 20 jaar dragen wij onze papieren archieven over naar de bewaarplaats van Archief Eemland. Vanaf 2017 is digitaal het uitgangspunt, de permanent te bewaren digitale archieven van Soest moeten worden overgedragen naar een Elektronische Depotvoorziening als digitale archiefbewaarplaats. Door aan te sluiten bij de E-depot voorziening voldoen we aan een belangrijke Archief wettelijke verplichting. Voor de aansluiting op de E-depot voorziening worden met ingang van 2024 structurele kosten in rekening gebracht. De raming van de kosten is gerelateerd aan de inwonersaantallen per gemeente in 2022. Daarbij is er sprake van een jaarlijks basisbedrag voor de faciliteiten van de e-Depotvoorziening (inclusief dienstverlening) gebaseerd op het jaarlijkse beheer. Voor de gemeente Soest zijn de verwachte structurele kosten per jaar € 60.000 extra boven op het huidige archiefbudget. In de toekomst komen daar mogelijk de structurele kosten voor de afgenomen opslag (in Terabyte) bij. Deze zijn nog niet bekend gemaakt. Naast de overdracht van digitale archieven zullen ook nog fysieke dossiers moeten worden overgedragen, over de periode 1999-2008.
Deze overdracht zal plaatsvinden in 2028, ook hieraan zijn structurele extra kosten verbonden. De voorbereidingen hiervoor starten in 2025, aan het voorbereidingstraject zijn eenmalige p.m. kosten verbonden. Pagina 31 van 46
Kadernota 2024
Digitalisering bouwdossiers De gemeente Soest is wettelijk verplicht de bouwvergunningen van 20 jaar en ouder over te brengen naar Archief Eemland. Door onze bouwdossiers digitaal over te dragen en digitaal ter beschikking te stellen voldoen we aan een belangrijke Archief wettelijke verplichting. In de najaarsnota 2018 is € 300.000 beschikbaar gesteld voor het digitaliseren van de bouwdossiers, periode 1905-okt 2010. Het traject is gestart in 2019 met een Europese aanbesteding. Door corona en aangescherpte eisen van de toezichthouder is het project trager verlopen dan voorzien en pas onlangs afgerond. De bouwvergunningen worden in de loop van 2023 digitaal overgebracht naar Archief Eemland, de archiefbewaarplaats. Vanuit Archief Eemland zullen de bouwvergunningen digitaal beschikbaar worden gesteld vanuit een specifieke applicatie voor raadpleging door belanghebbenden of belangstellenden. Vanaf 2024 worden er door Archief Eemland kosten in rekening gebracht voor de hosting en digitale dienstverlening. Deze kosten zijn berekend op ca € 15.000 per jaar extra bovenop het huidige archiefbudget. Convenant samenwerking informatievoorziening RID De 7 RID-deelnemers (Regionale ICT Dienst) werken aan het verbeteren van de samenwerking op het gebied van de informatievoorziening. Hiervoor is eind 2023 het Programma Regionale Samenwerking Informatievoorziening ingesteld.
Voor het aandeel van Soest zijn voor de uitvoering van dit programma t/m juni 2024 de benodigde financiële middelen in de voorjaarsnota 2023 opgenomen. Voor de periode na juni 2024 zullen ook middelen beschikbaar moeten worden gesteld voor het programma. De hoogte van dat bedrag is nog niet bekend. Daarnaast is in RID-verband is een visie digitale werkruimte in ontwikkeling. Omdat steeds meer applicaties in de cloud en steeds minder applicaties op het RID-netwerk staan, is een andere inrichting van de werkplek noodzakelijk om optimaal en efficiënt te kunnen werken. De kosten van de nieuwe digitale werkplek zijn nu nog onbekend (dit voorjaar komt er duidelijkheid). Voorstellen: Ondersteuning digitaal werken structurele lasten € 150.000 Het digitaal werken heeft in onze organisatie de afgelopen tijd een wezenlijke verandering ondergaan. Applicaties en bestanden staan in toenemende mate in de cloud. Het belang van informatieveiligheid neemt toe. Medewerkers beschikken nu over een persoonlijke laptop en smartphone waar ze op kantoor, thuis en onderweg op kunnen werken. Er zijn geen vaste telefoons en Citrix werkplekken meer in het gemeentehuis. De nieuwe manier van digitaal werken vereist een nieuw type ondersteuning van medewerkers: op locatie en direct beschikbaar. In 2023 wordt uitvoering gegeven aan het actieplan digitaal werken.
Hiervoor zijn in de begroting 2023 incidentele middelen ter beschikking gesteld (ad € 183.000). Met de uitvoering van dit actieplan geven we directe hulp aan medewerkers met vragen en problemen en worden medewerkers ondersteund om het digitaal werken echt eigen maken, het werkplezier te vergroten en de dienstverlening intern èn aan onze klanten te verbeteren. De afgelopen periode hebben we ervaren dat deze ondersteuning in een behoefte voorziet. Ook is duidelijk dat deze behoefte structureel is. Op de eerste plaats vraagt de transitie naar nieuwe manieren van digitaal werken een permanente vorm van ondersteuning. Op de tweede plaats zijn medewerkers sterk afhankelijk van hun persoonlijke laptop en smartphone. Als een apparaat uitvalt of als instellingen goed moeten worden gezet, moet er direct op locatie hulp kunnen worden geboden. Pagina 32 van 46
Kadernota 2024
De RID levert dergelijk hulp niet als onderdeel van de basisdienstverlening. De RID zou het tegen betaling als nieuwe dienstverlening aanbieden, maar dat heeft als nadeel dat de afstand tot onze gemeentelijke processen groot is en de ondersteuning onvoldoende aansluit op onze eigen behoeften. Om de ondersteuningsactiviteiten voor het digitaal werken ook na 2023 te continueren, is het voorstel om hiervoor structureel € 150.000 beschikbaar te stellen.
2.5 - Algemene Dekkingsmiddelen Hiervoor wordt verwezen naar de tekst ‘’Inschatting loon- en prijsstijgingen in relatie tot de compensatie via meicirculaire 2023’’ in hoofdstuk 3.2.
Pagina 33 van 46
Kadernota 2024
Hoofdstuk 3 – Financiële hoofdlijnen 3.1 – Uitgangspunten ramingen programmabegroting 20242027 Zoals gebruikelijk worden de ramingen 2024-2027 geactualiseerd ten opzichte van 2023, enerzijds op basis van realisatie, anderzijds op basis van verwachtingen. Voorgesteld wordt hierbij de volgende financiële uitgangspunten te hanteren. 1. In de begroting 2024-2027 geven we concreet aan hoe we invulling willen geven aan de aan de in hoofdstuk 4 genoemde voorstellen per deelprogramma. Basis voor deze voorstellen vormen de in hoofdstuk 2 genoemde beleidsuitgangspunten uit het coalitieakkoord 2022-2026. Apart aandachtspunt is het SMARTER (specifiek – meetbaar - acceptabel – realistisch – tijdgebonden) maken van de begroting. In de voorstellen nieuw beleid bij deze kadernota is hierop alvast ‘’voorgesorteerd’’ door zoveel mogelijk: concreet aan te geven wat we in <jaar> gaan doen en zo mogelijk de te realiseren resultaten eind <jaar> concreet benoemen; de activiteiten te relateren aan de (langetermijn)doelstellingen en de ‘’Global goals’’ (duurzame ontwikkelingsdoelen); te focussen op wat we nieuw/meer gaan doen, niet op ‘’going concern’’. In de begroting 2024 zal dit integraal per deelprogramma nader vorm worden gegeven, aangevuld met mogelijke indicatoren die hierbij behulpzaam kunnen zijn. 2.
Geen extra ozb-verhoging boven de al in de huidige programmabegroting opgenomen jaarlijkse verhoging van 2% (t/m 2024) en de trendmatige aanpassing. 3. Geen extra bezuinigingen boven de al in de huidige programmabegroting verwerkte besluiten. 4. Minimaal handhaving van de bestaande voorzieningen. 5. De algemene reserve blijft minimaal op het afgesproken niveau van € 7 miljoen.
Nadere toelichting financiële uitgangspunten Algemene uitkering Gemeentefonds De raming van de algemene uitkering Gemeentefonds wordt gebaseerd op de meicirculaire 2023. Over de uitkomsten hiervan wordt u geïnformeerd zodra de meicirculaire beschikbaar is en is doorgerekend en geanalyseeerd. Inflatie/loonontwikkeling Ramingen voor de te hanteren indicatoren voor prijs- en loonontwikkeling (inclusief de trendmatige verhoging van de gemeentelijke belastingen) baseren we op de informatie van de meicirculaire 2023. We ramen op grond van het prijsindexcijfer bruto binnenlands product voor de trendmatige bijstelling voor 2024. Pagina 34 van 46
Kadernota 2024
Rente De rentepercentages voor de meerjarenbegroting 2024–2027 worden conform de notitie Rente van de commissie BBV jaarlijks opnieuw bepaald. Belastingen, heffingen en leges Bij de onroerendezaakbelastingen gaan we uit van de in 2021 afgesproken tariefstijging van 2% boven op de trendmatige stijging (tot en met 2024). Bij de heffingen en rechten (zoals de afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges e.d.) wordt het principe van 100% kostendekkendheid gevolgd, rekening houdend met specifieke uitspraken en besluiten die daarover zijn genomen. Provinciale richtlijnen toezicht Ieder jaar ontvangt de gemeente relevante en actuele informatie over de wijze waarop onze (meerjaren)begroting beoordeeld wordt, het financieel toezicht. Uitgangspunt bij het financieel toezicht is dat de gemeente onder repressief toezicht blijft. Repressief toezicht betekent dat we zonder onze voorafgaande goedkeuring de begroting kunnen uitvoeren. Daarbij is leidend dat de structurele lasten gedekt moeten zijn door structurele baten. Het inzicht in de structurele begrotingspositie is een belangrijk aandachtspunt. In het kader van dit financieel toezicht hebben we van de provincie begin april de begrotingsrichtlijnen voor de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 ontvangen. Deze richtlijnen zijn een aanvulling op het Gemeenschappelijk Toezichtkader gemeenten 2020 (GTK 2020).
In het GTK 2020 zijn de basisuitgangspunten van het financieel toezicht opgenomen (Financieel-toezicht-GTK2020). Op basis van de kaders van de provincie dient de begroting structureel en reëel in evenwicht te zijn. Met “structureel in evenwicht” wordt bedoeld dat er tegenover de structurele lasten in ieder geval evenveel structurele baten staan. De incidentele lasten mogen worden gedekt door structurele en door incidentele baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn. Het is voor de toezichthouder niet acceptabel als ieder jaar opnieuw een meerjarenraming wordt opgesteld waarbij er uitsluitend in het laatste jaar weer evenwicht is (verschuivend perspectief). We zijn volgens de huidige richtlijnen gehouden om in elk geval het eerste begrotingsjaar (2024) een sluitend begrotingssaldo te presenteren. Wij dienen ons begrotingssaldo, zowel voor het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming, inzichtelijk te presenteren. Wij dienen hiervoor gebruik te maken van de voorbeelden uit het Gemeentelijk Financieel Toezichtkader 2020 en uit de notitie ‘Structurele en incidentele baten en lasten’ van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Het toezicht vindt plaats over drie richtingen: • Inzicht in de structurele begrotingspositie; • Ontwikkelingen BBV (besluit begroting en verantwoording) waarbij rechtmatigheid en actualisatie notities centraal staan; • Specifieke onderwerpen, waarbij onder andere inzicht in incidentele baten en lasten, taakstellingen, onderhoud kapitaalgoederen, weerstandsvermogen en risicobeheersing en de omgevingswet centraal staan.
Pagina 35 van 46
Kadernota 2024
3.2 – Verkenning financieel meerjarenperspectief 2024-2027 Algemeen In deze paragraaf wordt zo goed mogelijk in kaart gebracht welke (financiële) ontwikkelingen op ons afkomen. In de voorjaarsnota 2023 is het financieel meerjarenperspectief (FMP) 20232026 geactualiseerd. Deze uitgangssituatie is in onderstaande tabel weergegeven (zie tabel 1) en vormt het vertrekpunt voor de op te stellen meerjarenbegroting 2024-2027. Het doel is om de beschikbare financiële ruimte en de totstandkoming daarvan voor de periode 2024-2027 te schetsen. Op deze wijze ontstaat een geactualiseerd beeld van het financiele kader dat als basis dient voor de begroting 2024 e.v. 1. Rijksbeleid In afwachting van meicirculaire 2023 voorlopig als p.m.-post geraamd. Zie ook onze opmerkingen op de volgende pagina bij ‘Duiding financieel meerjarenperspectief’. 2. Mutaties bestaand beleid Zoals bekend, wordt elk jaar het bestaande beleid doorgerekend en geactualiseerd vanwege autonome ontwikkelingen en andere mutaties van bestaand beleid, waaronder de actualisering van de nieuwe jaarschijf 2027. Autonome ontwikkelingen c.a. Hieronder vallen o.m. de stelposten loon- en prijsontwikkelingen, mutaties volgend uit de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen, mutaties volgend uit o.a.
de actualisering van de beheerplannen (wegen, onderhoud gebouwen), rentemutaties, kapitaallasten, huurinkomsten en algemene belastingen. De financiële effecten zullen in de programmabegroting 2024-2027 worden meegenomen. De autonome ontwikkelingen die nader zijn toegelicht in onderdeel 2.4 Overhead, zijn in de verkenning van het meerjarenperspectief al meegenomen (zie verderop in deze paragraaf). Begrotingsmutaties nieuwe jaarschijf 2027 Voor het begrotingsjaar 2027 worden de jaarlijkse (stel)posten geactualiseerd of toegevoegd. Voor de aanvragen onderwijshuisvesting wordt jaarlijks een stelpost geraamd voor de dekking van de uit de te verlenen kredieten voortvloeiende kapitaallasten. Hier tegenover staat een (nog te bepalen) vrijval van rente- en afschrijvingslasten. Vooralsnog gaan we uit van een - per saldo - budgettair neutrale mutatie. Zie ook toelichting bij 3.4. Bijdragen gemeenschappelijke regelingen In het onderstaande overzicht staan de financiële consequenties van de ontwerpbegrotingen 2024 van onze gemeenschappelijke regelingen. De bijdrage aan de RMN werkt budgettair neutraal uit omdat deze wordt verdisconteerd in de tarieven voor de afvalstoffenheffing. Het deel waarmee in de voorjaarsnota 2023 al structureel rekening is gehouden, is in het overzicht aangegeven. De overige mutaties verwerken we in de begroting 2024-2027.
Uitgangspunt hierbij is dat de hogere bijdragen gedekt kunnen worden uit de in onze begroting geraamde stelposten voor loon- en prijsbijstellingen, waaronder die voor het sociaal domein (GGD, RWA en BBS), en de afvalstoffenheffing (RMN). Uiteraard houden we hierbij rekening met de compensatie voor loon- en prijsstijgingen die we via de meicirculaire 2023 van het Rijk ontvangen. Pagina 36 van 46
Kadernota 2024
Het is de vraag of de middelen die we beschikbaar hebben voor loon- en prijscompensatie in alle gevallen toereikend zullen zijn. Zo worden we bijvoorbeeld voor de GGDrU naast de reguliere loon- en prijsstijging ook geconfronteerd met extra lasten met name vanwege extra formatie, een hogere inschaling van de bestaande formatie en ICT (structureel effect voor Soest ca. € 190.000). Daarnaast worden we voor de VRU, zoals aangegeven in de voorjaarsnota 2023, naast de reguliere loon- en prijsstijging geconfronteerd met een negatief herverdeeleffect op basis van landelijke ijkpunten die gelden voor de verdeling van de lasten over de deelnemende gemeenten (structureel effect voor Soest ca. € 130.000 structureel). Voor de BBS bestaat de stijging voor € 50.000 structureel uit lasten voor jobcoaching en intensieve begeleiding op de werkplek van cliënten. In de begroting 2024 komen we hierop terug. Gemeenschappelijke regelingen: (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
RUD
-42
-42
-42
-42
RMN (via vjn 2023)
-288
-288
-288
-288
VRU (waarvan 299 via vjn 2023)
-425
-425
-425
-425
GGDrU
-360
-360
-360
-360
RWA
+132
+132
+132
+132
BBS
-480
-480
-480
-480
RID
-82
-82
-82
-82
Inschatting loon- en prijsstijgingen in relatie tot de compensatie via meicirculaire 2023 Of de middelen die in de meicirculaire 2023 beschikbaar komen voldoende zullen zijn om de inflatie waar wij als gemeente zelf mee worden geconfronteerd te dekken, is nog maar de vraag. In de voorjaarsnota 2023 van het Rijk wordt maar gedeeltelijk rekening gehouden met de hoge inflatie in 2022 en de structurele doorwerking daarvan. Dat betekent dat er via de meicirculaire onvoldoende middelen beschikbaar komen voor de loon- en prijsstijgingen. Vooralsnog gaan we uit van een negatief budgettair effect van € 0,5 miljoen structureel. Het globale meerjarenperspectief ziet er na verwerking van de hiervoor genoemde ontwikkelingen als volgt uit:
Pagina 37 van 46
Kadernota 2024
Verkenning Financieel Meerjaren Perspectief voor de periode 2024-2027 (bedragen x € 1.000) Begroting
Meerjarenraming
2023
2024
2025
2026
2027
-1.413
3.846
7.152
2.814
2.814
-340
-385
-430
-675
pm
pm
pm
pm
pm
-1.413
3.506
6.767
2.384
2.139
> autonome ontwikkelingen
-75
-75
-75
-75
> inschatting saldo loon- en prijsstijgingen versus compensatie via
-500
-500
-500
-500
(bedragen in euro's; - = nadelig/tekort)
Actueel financieel meerjarenperspectief na mutaties voorjaarsnota 2023
Financiële effecten (vastgestelde) raadsvoorstellen 2023 > Wegenbeheerplan 2022-2023
Rijksbeleid > Algemene uitkering gemeentefonds (in afwachting van meicirculaire 2023)
subtotaal meerjarenperspectief incl. effecten rijksbeleid
Mutaties bestaand beleid
algemene uitkering > begrotingsmutaties nieuwe jaarschijf 2027
Actueel Financieel Meerjaren Perspectief na verkenning 2024-2027
pm
-1.413
2.931
6.192
1.809
3.3 – Overzicht richtinggevende voorstellen In hoofdstuk 2 hebben wij per programma de richtinggevende voorstellen per deelprogramma waarmee invulling wordt gegeven aan de beleidsuitgangspunten geïnventariseerd. De financiële effecten van de in dit hoofdstuk opgenomen richtinggevende voorstellen worden in de onderstaande tabel samengevat.
Pagina 38 van 46
1.564
Kadernota 2024 Financiële samenvatting richtinggevende voorstellen kadernota 2024 Deel-
Omschrijving
programma (bedragen in euro's x 1.000 ; - = nadeel)
Meerjarenraming 2024
2025
2026
2027
Bestuurlijke omgeving 1.1
Versterking capaciteit regio Amersfoort
-115
-115
-115
-115
1.3
Uitbreiding cluster handhaving/ondermijning
-145
-145
-145
-145
1.4
Assetmanagement
-100
-100
-100
-100
1.4
Vervangende nieuwbouw Griftland College
1.4
Vervanging tractie door elektrische voertuigen
pm
pm
pm
pm
-50
-50
-50
-350
Fysieke leefomgeving 2.1
Versnellen woningbouw
-50
2.1
Verkamering
-25
2.2
(Sociale) energie in de wijken
-45
-45
-45
-45
Uitbreiding capaciteit riolering
-100
-100
-100
-100
dekking via rioolheffing
100
100
100
100
-8
-16
-24
-6
-6
-6
-4
-8
-12
-45
-45
-45
2.2 2.4
Doorfietsroute Amersfoort-Hilversum
2.4 2.4
Aanpak boomwortelopdruk Dynamische ledverlichting rotonde KoningswegPimpelmees
2.5
Meeliften investeringen groen bij integrale projecten
-20
Sociale leefomgeving -45
3.1
Inclusie JOGG aanpak (3.1 en 3.3)
-55
-55
-55
-55
3.1 t/m 3.3
Flexibele schil SD
-245
-245
-245
-245
3.1
Alternatieve jeugdhulp
-35
-35
-35
-35
3.1
Uitbreiden formatie Jeugd- en sociaal team
-750
-750
-750
-750
-60
-60
-60 -50
3.1
150
te realiseren besparing specialistische zorg 3.1
Beoordeling jeugdzorg door lokaal team
-60
3.2
Vergoeding opvang kinderen met SMI
-50
-50
-50
3.2
Leerlingenvervoer
-50
-50
-50
-50
3.2
Onderwijsachterstandenbeleid
-100
-100
-100
-100
3.2
Ondersteuning sportbeleid
-50
-50
3.3
Zwembad Dalweg
pm
pm
Overhead Ondersteuning digitaliseren
-150
-150
-150
-150
Reservering begrotingsruimte nog vast te stellen beleidskaders (zie bestuurlijke inleiding)
-750
-1.500
-1.500
-1.500
-2.840
-3.563
-3.525
-3.737
Totaal kadernota
Pagina 39 van 46
Kadernota 2024
3.4 – Een op termijn sluitende meerjarenbegroting We verwachten dat een aantal door uw raad nog vast te stellen nieuwe visies, plannen en beleidskaders zal leiden tot een budgetclaim om de uitvoering ervan mogelijk te maken. Dit geldt onder meer voor de diverse omgevingsprogramma’s binnen het fysieke domein en de visie sociaal domein waarvoor eerst de diverse uitvoeringsprogramma’s moet worden afgewacht alvorens een structurele financiële vertaling kan worden opgesteld. Dat betekent dat we in dit stadium nog geen raming kunnen voorleggen van de financiële consequenties per afzonderlijk onderwerp en volstaan met een indicatieve raming voor het geheel. In deze kadernota houden we rekening met een stelpost: van € 0,75 miljoen in 2024 en € 1,5 miljoen vanaf 2025 (zie ook hoofdstuk 1 Bestuurlijke inleiding en hoofdstuk 3.3 Overzicht richtinggevende voorstellen). Daarnaast is zoals aangegeven de meicirculaire 2023 van het gemeentefonds nog niet beschikbaar waarvoor overigens geldt dat de zogenaamde volumeaccressen voor de jaren t/m 2027 zijn ‘’bevroren’’, waardoor de mutaties van de accressen voor deze jaren enkel nog voor inflatie door het Rijk worden aangepast. Vorig jaar heeft het Rijk als gebaar een eenmalige tegemoetkoming beschikbaar gesteld voor het gedeeltelijk opvullen van de financiële terugval in 2026 en deze nu structureel doorgetrokken.
Vooruitlopend op een nieuwe normeringssystematiek voor het gemeentefonds die het Rijk met ingang van 2027 wil gaan hanteren, stelt het Rijk daarmee structureel aanvullende middelen beschikbaar. Los van deze gedeeltelijke tegemoetkoming verwachten we zoals aangegeven in hoofdstuk 3.2 dat de middelen die via de accressen in de meicirculaire 2023 structureel beschikbaar komen, onvoldoende zullen zijn om de inflatie waar wij als gemeente zelf mee worden geconfronteerd te dekken. Vooralsnog gaan we uit van een negatief budgettair effect van € 0,5 miljoen structureel. Voor de jaren 2026 en 2027 vinden nog nadere besprekingen tussen Rijk, VNG en provinciale toezichthouders plaats. Het betreft hier de forse terugval in financiële middelen voor de gemeenten voor jeugd en het verder doorvoeren van correcties vanwege de jaren geleden ingezette opschalingskorting door het Rijk. De komende periode moet overeenstemming worden bereikt over welke bedragen in de meerjarenbegroting 2024-2027 mogen worden geraamd. Overigens hebben VNG en het Rijk op 18 april 2023 voor de Hervormingsagenda jeugd een principeakkoord bereikt met als uitkomst dat de eerder ingeboekte bezuinigingen in elk geval t/m 2025 voor een aanzienlijk deel zijn teruggedraaid. Ook op het vlak van risicodeling is het Rijk de gemeenten tegemoetgekomen.
Onvoorziene omstandigheden en autonome groei vallen onder verantwoordelijkheid van het Rijk. In 2025 toetst een deskundigencommissie, die zwaarwegend advies geeft, wat er nodig is in de toekomst. Op het moment dat de meicirculaire 2023 beschikbaar is en is doorgerekend en geanalyseerd, komen we hierop bij u terug. Het financiële meerjarenperspectief laat de eerste jaren nog steeds een ruim overschot zien. Voor de laatste begrotingsjaren zien we zoals we bovenstaand hebben geschetst, een duidelijk minder gunstig beeld. Tegelijkertijd beschikken we over een ruime algemene reserve, mede dankzij het forse overschot op de jaarrekening 2022: € 23 miljoen, ruim boven het afgesproken minimumniveau van € 7 miljoen. Het surplus is beschikbaar om in te zetten voor in beginsel incidentele uitgaven. Hierbij is te denken aan investeringen, de dekking van incidentele begrotingstekorten of aan de dekking van het eerder genoemde (mogelijke) exploitatietekort voortvloeiende uit de nog vast te stellen ontwikkelstrategie Soesterberg Noord. Wij kunnen in dit stadium nog geen concreet voorstel aan u voorleggen. Pagina 40 van 46
Kadernota 2024
Wel vragen we uw instemming om uw raad bij de begroting 2024 een nader voorstel voor te leggen over een financieel verantwoorde aanwending van het surplus (of een deel daarvan) binnen de algemene reserve. Voor het budgettaire begrotingskader gaan we uit van de volgende randvoorwaarden: een sluitend eerste begrotingsjaar (conform de eisen vanuit het provinciaal toezicht) en een perspectief op een op termijn sluitende meerjarenbegroting. Dat betekent dat we ons nu niet willen vastleggen op een begroting die voor alle begrotingsjaren sluitend is. De door het Rijk gecreëerde financiële onzekerheid rondom de begrotingsjaren vanaf 2026 vormt hiervoor een belangrijke aanleiding. Tegelijkertijd biedt onze reservepositie, zoals al genoemd, voldoende mogelijkheden om zo nodig incidentele begrotingstekorten op te vangen. Onderstaand een overzicht van het financieel meerjarenperspectief waarbij rekening is gehouden met de financiële effecten van de in deze kadernota opgenomen richtinggevende voorstellen.
Financieel meerjarenperspectief inclusief richtinggevende voorstellen voor de periode 2024-2027 (bedragen x € 1.000) 2024
2025
2026
2027
Actueel financieel meerjarenperspectief (FMP)
2.931
6.192
1.809
1.564
Financiële effecten richtinggevende voorstellen kadernota 2024
-2.840
-3.563
-3.525
-3.737
91
2.629
-1.716
-2.173
(bedragen in euro's; - = nadelig/tekort)
Actueel FMP incl. richtinggevende voorstellen kadernota 2024
Pagina 41 van 46
Kadernota 2024
Hoofdstuk 4 – Kapitaalgoederen en meerjarig investeringsplan 4.1 - Inleiding Onder kapitaalgoederen verstaan we goederen die meerdere jaren meegaan. Het gaat om onze wegen, riolering, waterhuishouding, groen en gebouwen. De kosten hiervan worden vaak niet in het jaar van aanschaf genomen, maar uitgesmeerd over meerdere jaren (geactiveerd). Hierdoor volgen er afschrijvings- en rentekosten, ofwel kapitaallasten. In de kadernota bieden wij in hoofdlijnen inzicht in de toekomstige vervangingsbehoefte van onze kapitaalgoederen (per hoofdcategorie). Dit leidt tot een kwalitatieve beschouwing, voorzien van de nodige (indicatieve) bedragen, uitmondend in een conclusie. Dit wordt verder geconcretiseerd door het opstellen van een meerjarig investeringsplan waarin voor de eerste vier jaar de investeringen worden opgenomen en er een raming wordt gemaakt op lange termijn. Hierbij is het prijspeil 2023 gehanteerd. Bijstelling voor het prijspeil 2024 vindt plaats bij de begroting 2024 (zie 3.1 financiële uitgangspunten). Het meerjarig investeringsplan maakt jaarlijks onderdeel uit van de kadernota en biedt ondersteuning bij de besluitvorming en is derhalve alleen informatief. Het meerjarig investeringsplan betreft investeringen (renovatie en vervanging) in de kapitaalgoederen waardoor de levensduur verlengd wordt of de kwaliteit verbeterd wordt.
Het onderhoud van de kapitaalgoederen, wat ervoor zorgt dat de kapitaalgoederen gebruikt kunnen worden tot het einde van de levensduur, valt buiten deze nota. De actualisatie van het onderhoud van deze kapitaalgoederen (zoals het onderhoud gebouwen) nemen wij mee in de begroting 2024. In dit kader verwijzen we ook naar deelprogramma 1.4 Accommodatiebeleid en eigendommen, waarin we een voorstel doen voor versterking van het assetmanagement.
4.2 – Meerjarig investeringsplan per categorie kapitaalgoederen Integraal Accommodatiebeleid (IAB) We hebben in 2021 het Integraal Accommodatiebeleid (IAB) vastgesteld. Dit beleid geeft ruimte om de komende jaren belangrijke beleidsbeslissingen te nemen over het voorzieningenniveau binnen Soest. Het plan zet sterk in op samenwerking met het onderwijsveld, gebouweigenaren, verenigingen en maatschappelijke organisaties. Op wijkniveau vormen bestaande- en nieuwe schoolgebouwen, verenigingsgebouwen op buitensportaccommodaties en gemeenschappelijke ruimtes in binnensportaccommodaties op basis van medegebruik ‘natuurlijke’ locaties voor het aanbieden van maatschappelijk gewenste activiteiten. Vanuit het IAB stimuleren en faciliteren we meervoudig gebruik van de eigen accommodaties en onderwijsgebouwen. Dit heeft vooralsnog geresulteerd in de voorgenomen investeringen hieronder. Integraal Huisvestingsplan (IHP) We hebben een Integraal Huisvestingsplan (IHP) met onze visie op de onderwijsaccommodaties in Soest en Soesterberg. We weten welke investeringen in schoolgebouwen de komende jaren prioriteit krijgen en welke maatregelen nodig zijn op de langere termijn (2035). Na vaststelling van het IHP zijn als gevolg van dalende leerlingenaantallen de Prins Willem Alexanderschool en Waterinkschool gesloten.
Pagina 42 van 46
Kadernota 2024
In opdracht van de gemeente en schoolbesturen gezamenlijk zijn er nieuwe leerlingenprognoses opgesteld ten behoeve van een onderzoek naar schoolspreiding en wachtlijsten. In 2023 willen we gezien recente ontwikkelingen onder andere het meerjarenuitvoeringsplan uit het IHP herijken op basis van de resultaten van het onderzoek naar spreiding, waarbij ook de stijgende kosten als gevolg van de inflatie zullen worden meegenomen. Naar verwachting willen we in het 2e kwartaal starten met de herijking IHP 2024-2038 met als doel in het 4e kwartaal van 2023 ter besluitvorming in circulatie te brengen. In de herijking willen we de voorgenomen investeringen van de toegekende voorzieningen koppelen aan een meer realistische planning met inachtneming van de te doorlopen procedures, beschikbare locaties, inzet tijdelijke huisvesting (kosten en planning) en eventuele locatie gebonden meerkosten. Hierbij willen we duidelijke afspraken formuleren ten aanzien van een aantal ambities verwoord in het huidige IHP, zoals onder andere het faciliteren van Integrale Kindcentra (IKC), maar ook de scholen van het schoolbestuur SKOSS toevoegen. Wat betreft de financiële gevolgen mede door stijgende kosten in combinatie met het verwachte jaar (geactualiseerd) van oplevering ziet het meerjareninvesteringsplan uit het IHP 2021-2035 na toepassing van de indexering conform VNG normering er als volgt uit.
Meerjareninvesteringsplan IHP 2021-2035 Wijk/dorp
School
Omschrijving voorziening
Incl. btw Prijspeil 2020
Incl. btw Prijspeil 2023
Jaar van oplevering
Soesterberg
De Postiljon
Vervangende nieuwbouw
€
4.547.257
€
5.867.993
2025-2026
Overhees / Boerenstreek
2e Van der Huchtschool
Vervangende nieuwbouw
€
3.346.888
€
4.318.981
2026
De Bron
Vervangende nieuwbouw
€
3.052.061
€
3.917.832
2026
Griftland College
Vervangende nieuwbouw school Vervangende nieuwbouw gymzalen
€
17.567.461
€
24.041.909
2026
€
3.967.257
€
5.119.535
T Hart-Soestdijk
€
21.534.718
€
29.161.444
Soest Zuid
De Werveling
Vervangende nieuwbouw
€
4.512.158
€
5.822.700
2029
Soest breed
Danielschool
Vervangende nieuwbouw
€
2.205.017
€
2.845.457
2030
Eng/
1e Van der Huchtschool
Vervangende nieuwbouw
€
3.653.415
€
4.714.538
2033
Soest Midden
Da Costa
Vervangende nieuwbouw
€
3.288.391
€
4.243.493
2033
€
46.139.904 €
60.892.438
Totaal
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Het Programma Energietransitie Soest 2020-2025, is vastgesteld in februari 2020. Een van de projecten uit het programma is de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed. Met deze routekaart geven we de richting weer waarop wij onze portefeuille maatschappelijk vastgoed gaan verduurzamen richting 2050. Voor verduurzaming van de gemeentelijke accommodaties is in de periode 2021-2030 is in de begroting € 10 miljoen beschikbaar. Op basis van de routekaart zijn er in eerste instantie drie objecten geselecteerd om in de komende jaren te verduurzamen: het gebouw BEC/de Plantage, de Bunt en de brandweerkazerne Soest.
Pagina 43 van 46
Kadernota 2024
Sport Zwembad Het gemeentelijk zwembad gelegen aan de Dalweg 181 is in 1991 gebouwd en nu ruim 30 jaar oud. Er heeft geen tussentijdse renovatie plaatsgevonden na 20 jaar wat in principe wel gebruikelijk is binnen de vastgoedwereld. Het zwembad wordt in 40 jaar afgeschreven. Gezien de leeftijd van het zwembad komt er op korte termijn een aantal relatief grote onderhoudsinvesteringen aan. Mede gezien deze context en gemeentelijke duurzaamheidsambities wil het college een aantal toekomstscenario’s opgesteld zien hoe om te gaan met het gemeentelijk zwembad. Inschatting is dat november 2023 het rapport met toekomstscenario’s gereed is. In hoofdstuk 3.3 hebben wij in het overzicht van de financiële effecten van de richtinggevende voorstellen voor het zwembad met ingang van 2026 een p.m.-post opgenomen. Overige sportgebouwen Ook voor de overige gemeentelijke sportgebouwen geldt dat deze niet tussentijds (na 20 jaar) gerenoveerd worden. Sportgebouwen worden in 40 jaar afgeschreven; er vindt instandhoudingsonderhoud plaats. Binnen de vastgoedwereld is het wel gebruikelijk om tussentijds het vastgoed te renoveren. Vanuit de verhuurrelatie die wij hebben met onze huurders/gebruikers wordt ook steeds meer aangedrongen op tussentijds renoveren.
Daarnaast biedt renoveren halverwege de levensduur de mogelijkheid om in te spelen op ontwikkelingen (zoals duurzaamheid, aanpassing materialen, functionele aanpassingen e.d.). Riolering Alle investeringen worden via kapitaallasten verrekend met de voorziening riolering. Via de rioolheffing wordt de dekking gerealiseerd. Het huidige Gemeentelijke Water- en Rioleringsplan (GWRP) loopt van 2018 tot en met 2022 en is eind 2022 met 2 jaar verlengd. In de komende periode werken we aan een vervolg op het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan (GWRP) dat de naam Programma Water, Riolering en Klimaatadaptatie krijgt. We streven naar ingang van dit programma op 1 januari 2025.
Riolering
2024
2025
2026
2027
€ 3.577.000
€ 3.493.000
€ 2.907.000
€ 2.905.000
Wegen Met de inspectiegegevens van 2021 stelden we in 2022 het Wegenbeheerplan 2022-2026 op. Dit plan bevat een meerjarig investerings- en onderhoudsprogramma voor wegen. In het voorjaar van 2023 is deze vastgesteld. De budgetten worden vanaf 2024 verhoogd, deze structurele effecten worden verwerkt in de begroting 2024. Voor vervanging van wegen aan het einde van de levensduur stellen we jaarlijks een investeringskrediet beschikbaar van gemiddeld € 1.700.000. Dit geeft jaarlijkse kapitaallasten vanaf 2025 à € 45.000, jaarlijks oplopend met € 45.000. Daarnaast wordt er jaarlijks € 200.000 beschikbaar gesteld voor de inrichting van de wegen. 2024
2025
2026
2027
Investeringen einde levensduur
€ 1.700.000
€ 1.700.000
€ 1.700.000
€ 1.700.000
Reconstructies (inrichting weg)
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
Pagina 44 van 46
Kadernota 2024
Groenrenovatie In 2020 is het Groenrenovatieplan vastgesteld. In dit plan zijn de benodigde groenrenovaties in het stedelijk gebied in beeld gebracht. Hiermee zijn ook de financiële middelen geregeld en opgenomen in het investeringsoverzicht. De leeftijd en de conditie van het groen bepaalt wanneer het groen vervangen moet worden. Wanneer het groen in een voorgenomen civiel project nog niet aan het einde van de levensduur is, is er vanuit het Groenrenovatieplan geen budget beschikbaar om het groen te vervangen. Toch kunnen er goede argumenten zijn voor een integraal project: minder overlast voor bewoners, meer draagvlak, hogere beeldkwaliteit, lagere beheerkosten, etc. Binnen de integrale aanpak kijken we naar koppelkansen binnen het bestaande beleid. Gemiddeld gaat het om twee grote of drie kleine projecten (straten) per jaar. Voor deze projecten vragen wij een investering van € 100.000 per jaar aan. Zie ook bij het deelprogramma 2.5 Natuur en landschap. 2024
2025
2026
2027
Groenrenovatie (incl. kleine renovaties)
€ 855.600
€ 775.200
€ 793.200
€ 811.200
Meeliften groen bij integrale projecten
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
Tractie Met de begroting van 2022 kregen wij ruimte in de formatie om een beheerder voor ons wagen- en machinepark (tractie) te gaan werven. Deze zal zich gaan bezighouden met de uitvoering van het Beheerplan Tractiemiddelen 2019 – 2023 en het maken van een vervolg hierop. Conform dit vastgestelde beheerplan tractiemiddelen gaat de gemeente over naar elektrische voertuigen. In Hoofstuk 3.3 hebben wij in het overzicht van de financiële effecten van de richtinggevende voorstellen voor de vervanging door elektrische voertuigen vanwege de te verwachten extra kapitaalasten p.m.-posten opgenomen. In het onderstaande overzicht is hiermee nog geen rekening gehouden. Tractie
Tractie
2024
2025
2026
2027
€ 105.000
€ 201.000
€ 45.000
€ 90.000
2028
2029
2030
2031
2032
€ 148.500
€0
€ 285.000
€0
€ 105.000
Overige gebouwen De overige gebouwen betreffen de gebouwen die niet gerelateerd zijn aan sport of onderwijs. Voor overige gebouwen wordt uitvoering gegeven aan het IAB. Ook hier wordt per gebouw een businesscase opgesteld, wat uiteindelijk kan leiden tot aanvraag van extra benodigde middelen. Dit is afhankelijk van de keuze die wordt voorgelegd via de betreffende businesscase waarbij het mogelijk is dat mede vanuit het oogpunt van duurzaamheid gekozen wordt voor een nadere afweging (bijvoorbeeld afstoten, geheel nieuw realiseren/combineren) van bepaalde gebouwen. De totale investeringsbehoefte voor de overige gebouwen die op basis van economische levensduur na 20 jaar op de nominatie staan voor renovatie bedraagt afgerond € 20 miljoen, maar zoals aangegeven is dit afhankelijk van de keuze die uiteindelijk per businesscase wordt gemaakt. Overige kapitaalgoederen Onderdelen die niet passen in de andere categorieën zijn onder andere civiele kunstwerken, speelplaatsen, openbare verlichting, straatmeubilair, groen buitengebied, bossen etc.
Pagina 45 van 46
Kadernota 2024
Voor een aantal overige kapitaalgoederen zijn al middelen beschikbaar gesteld om te vervangen of te renoveren (openbare verlichting en speelplaatsen) maar voor een aantal onderdelen niet. Er wordt gewerkt aan de inventarisering van verschillende overige kapitaalgoederen ten behoeve van het onderhoud en indien van toepassing de gerelateerde investeringen. In 2023 wordt het bosbeheerplan herzien in conventie met het LOP (Landschaps- en natuurontwikkelingsplan). Dit zijn veelal relatief kleine investeringen waarvoor de financiële risico’s een stuk lager liggen dan bijvoorbeeld wegen, onderwijs, gebouwen en riolering. Begrotingsjaar
Speelplaatsen
Openbare verlichting
2024
€ 347.100
€ 550.000
2025
€ 342.660
€ 550.000
2026
€ 224.940
€ 550.000
2027
€ 200.880
€ 550.000
2028
€ 550.000
4.3 – Verwerking in begroting Voor de komende vier jaar en de jaren daarna, zijn de kapitaalgoederen financieel in beeld gebracht. Voor het IAB (sportgebouwen/overige gebouwen) is besloten om na uitgewerkte businesscases de investeringsaanvragen te doen. Bij het vaststellen van het nieuwe beheerplan wegen zijn de langetermijninvesteringen in beeld gebracht zodat ook deze meegenomen worden in het meerjarig investeringsplan. Met de extra kapitaallasten van het nieuwe wegenbeheerplan is in de verkenning van het financieel meerjarenperspectief expliciet rekening gehouden. De investeringen en bijbehorende kapitaallasten zullen in de begroting 2024 worden verwerkt. In de voorjaarsnota 2023 zijn extra middelen vanwege de aanhoudende hoge inflatie voor investeringen gevraagd. Deze inflatie werkt ook door voor de investeringen voor 2024 en later. Dit betreft een risico met de vraag of de middelen uit de meicirculaire voldoende zullen zijn om dergelijke stijgingen te kunnen opvangen. Zie ook Hoofdstuk 3.2 Verkenning financieel meerjarenperspectief 2024-2027. In de begroting 2024 komen we hierop terug.
Pagina 46 van 46