CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1 Energieprogramma 'Energie van Soest 2024-2030 def

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 26 september 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Energieprogramma 2024-203028.242 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

algemene regelingen onvoldoende zijn. Dat vraagt dan

die al in het vorige programma werd geïnstalleerd,

om een bepaalde afweging, waarvoor we zeven criteria

ontwikkelt zich met dit doel verder.

met onderliggende kenmerken hebben opgesteld. Dit gaan we verder uitwerken om tot logische afwegingen

Energie van Soest

Hoofdstuk 5 - Onze visie op de uitvoering

60

KOERS HOOFDSTUK 5. 3

Middelen Werken in een transitie betekent dat veel dingen nog niet duidelijk zijn. We kunnen er niet op sturen zoals bij een project. Een transitie kenmerkt zich door een samenspel van (juridisch, financieel/economisch, institutioneel, cultureel, technologisch en ecologisch) systemen die moeten veranderen.

maatregelen voor beheer & onderhoud, financieel

begroten’. In de kadernota 2025-2028 wordt

juridische kennis in relatie tot warmtenetten, expertise

voorgesteld om voor het programma middelen te

op energieplanologie of netcongestie en het

betrekken uit de algemene reserve.

energiesysteem van de toekomst. Daarnaast vraagt het ook specifieke aandacht voor samenwerking, procesregie en -vaardigheden. We sluiten hierbij waar mogelijk aan bij lopende projecten binnen en buiten de gemeente zodat we zo efficiënt om kunnen gaan met onze mensen en middelen. Wij dekken de kosten van ons werk voor een belangrijk deel door rijksregelingen zoals CDOKE en verschillende SpUks en provinciale subsidies. Hiervoor geldt dat een bestaande regeling vaak een looptijd van enkele jaren heeft. Daarmee is niet gezegd dat ze na de looptijd

Op basis van onze ervaringen tot nu toe met onze

eindigen, maar wel dat we de omvang en voorwaarden

inwoners, ondernemers en onze maatschappelijke

nog niet kennen. Ook zullen er ook nieuwe regelingen

partners hebben we realistische doelen gesteld voor

komen. De onzekerheid in de tijd is dus groot.

2030 en in dit programma uitgewerkt wat dat van ons vraagt.

Deze middelen zijn echter niet toereikend en daarom is dekking uit de gemeentelijke begroting ook nodig.

Uitvoering vraagt een diversiteit aan expertises en

Hiervoor is al deels een structureel bedrag opgenomen

(tijdelijke) versterking van teams. Denk hierbij aan

in de meerjarenbegroting. De uitvoering van het

inhoudelijk expertise voor CO2- besparende

programma is gebaat bij het principe van ‘opgavegericht

Energie van Soest

Hoofdstuk 5 - Onze visie op de uitvoering

61

Via reguliere kadernota en begroting maken we

Dit programma is niet vrijblijvend. Het is een

inzichtelijk welke dekking nodig is naast de beschikbare

samenhangend pakket met elkaar versterkende

rijksmiddelen. Dat doen we op basis van dan

interventies om te kunnen versnellen om onze eigen en

beschikbare kennis. De jaarlijkse voortgangsrapportage

landelijke doelen te halen. Door de uitvoering nu goed in

helpt bij het maken van inhoudelijke keuzes en

te richten en dat de komende jaren duurzaam te

eventuele bijstellingen.

continueren, weten onze inwoners en ondernemers wat ze kunnen verwachten. Dat geeft vertrouwen en

De dekking voor het programma voorziet niet in

stimuleert actiebereidheid. Tegelijkertijd kan deze

investeringen die bijvoorbeeld nodig zijn voor de

duidelijkheid investeringen van anderen stimuleren,

onrendabele top bij de aanleg van warmtenetten,

zoals woningcorporaties en de netbeheerder.

aanvullende maatregelen voor sociale minima of

Duidelijkheid over de omvang van onze inzet tot en met

oplossingen voor netcongestie in projecten. Het zijn

2030 is in deze fase daarmee van cruciaal belang. Dit

vraagstukken waarover we de komende jaren

geldt voor de energietransitie in het algemeen maar in

waarschijnlijk besluiten moeten nemen. Welke kosten

het bijzonder voor de warmtetransitie; een enorme

kunnen en willen we dragen voor onze inwoners? We

opgave met sociale impact achter iedere voordeur.

verwachten dat het Rijk hiervoor met oplossingen komt. Wanneer dat niet het geval is, maken we hiervoor aparte voorstellen via de regulier planning & controlcyclus.

Energie van Soest

Hoofdstuk 3 - Onze doelen, rol en strategie

62

HOOFDSTUK 6

Risicobeheersing en risicomonitoring

KOERS HOOFDSTUK 6.1

De risico’s Voor het halen van onze ambitie en de realisatie van dit programma zien we één groot risico. Dit is het risico dat we moeten vertragen en daardoor onze doelen niet op tijd halen.

• We betrekken inwoners en marktpartijen bij het

ontwikkelen van beleid • We organiseren maatwerk op gebiedsniveau • We maken (juridische) afspraken • We besteden veel (meer) aandacht aan

bewustwording en lobby’s.

Dit kan verschillende oorzaken hebben. Denk hierbij aan:

Maar als bepaalde ontwikkelingen zich voordoen, kan

• Netcongestie

het ook nodig zijn om onze prioriteiten of beleid aan te

• Aanhoudende weerstand bij inwoners

passen en/of bepaalde projecten te versnellen of juist te

• Ons energieverbruik blijft ondanks alle

vertragen. Daarnaast is het ook niet uit te sluiten dat we

inspanningen toenemen • We stellen te hoge eisen en randvoorwaarden aan

ongewenste ontwikkelingen buiten onze invloedssfeer zullen moeten accepteren.

projecten, waardoor er geen haalbare business case ontstaat en het project niet doorgaat • We beschikken over onvoldoende

Dit geldt bijvoorbeeld ook voor het beleid van provincies en het Rijk. Zij werken ook aan hard aan het realiseren

uitvoeringscapaciteit of grondstoffen, waardoor

van de energietransitie. Op een aantal gebieden zijn wij

projecten niet starten of gaandeweg tot stilstand

afhankelijk van hun beleid en regelingen. Zolang het niet

komen

duidelijk is wat zij besluiten, moeten wij afwachten en zo goed mogelijk in gesprek blijven met de provincie en het

We nemen veel preventieve maatregelen om het risico

Rijk via de regio en de VNG. Wijzigingen in bestaand

van vertraging te beperken:

beleid kunnen een vergelijkbaar effect hebben.

Energie van Soest

Hoofdstuk 6 - Risicobeheersing en risicomonitoring

64

KOERS HOOFDSTUK 6.1

Dat geldt zowel voor inhoudelijk als financieel beleid. Zeker bij een gebrek aan financiële middelen8 wordt het realiseren van onze ambitie ingewikkeld. Een mogelijke oplossing is dan het bewust nemen van risico’s of garantstellingen. Maar ook inhoudelijk kan het nodig zijn dat we bestaande kaders opnieuw moeten stellen. Dit geldt concreet voor realiseren van grootschalige opwek van elektriciteit, waarbij de provincie een duidelijk sturende rol aanneemt 9. En ook als gemeente kunnen we ongewild de oorzaak van het risico zijn. We weten dat we integraal moeten werken en dat oplossingen om lokaal maatwerk vragen. Maar de druk is ook hoog om andere doelen te halen en maatschappelijke problemen aan te pakken. Dit spanningsveld verkleint als wij beter in staat zijn om de integrale samenhang te benutten. Dit vraagt om daadkracht en lef om tot goed en samenhangend beleid en besluiten te komen waarmee we al onze doelen halen.

8

Op basis van onderzoek stelt het Rijk middelen beschikbaar voor de uitvoering van het klimaatbeleid via het CDOKE. Deze beschikbare middelen zijn minder de geadviseerde middelen.

Uit recent onderzoek blijkt daarnaast dat de kosten in 2030 40% hoger liggen dan in het eerdere onderzoek was berekend. Daarnaast mag deze regeling alleen ingezet worden voor menskracht. En tot slot weten we op dit moment nog niet de omvang van de uitkering na 2025. 9

Hiermee bedoelen we de Plan-MER die in 2023 is uitgevoerd en waarover we uitspraken moeten doen voor zomer van 2024. Op het moment van schrijven kunnen we niet overzien hoe dit

zich gaat ontwikkelen in relatie tot OER, uitbreidingswensen van Defensie op Vlasakkers en Leusderheide en de RES-doelstellingen.

Energie van Soest

Hoofdstuk 6 - Risicobeheersing en risicomonitoring

65

KOERS HOOFDSTUK 6.2

Monitoring van de risico’s De koers en de doelen van het programma richten zich op 2030 als belangrijke mijlpaal op weg naar 2050. De Uitvoeringsagenda monitoren we continu en stellen we jaarlijks bij waar nodig.

opgave. Het gaat hier om de hoeveelheid opwek of

We verbinden onze monitoringscyclus aan onze

besparing van elektriciteit we realiseren en in hoeverre

Planning & Control-cyclus. Dat betekent dat we onze

we met dat aantal op koers liggen voor het behalen van

momenten van dataverzameling, inhoudelijke en

onze doelen.

strategische afstemming met de organisatie en de Taskforce zo organiseren dat we in de jaarstukken en zo

Tegelijkertijd hebben we ook belangrijke kwalitatieve

nodig de kadernota en begroting inzicht kunnen geven

doelen. Deze gaan we monitoren door per doel criteria

over de financiële kant van het programma.

op te stellen en deze jaarlijks te bespreken met een vertegenwoordiging van belanghebbenden. Extern

De verwachting is nu dat onze koers voor een langere

heeft de Taskforce daar een belangrijk aandeel in, intern

periode voldoende houvast geeft, maar ook dat gaan we

zijn dat alle medewerkers. De belangrijkste vraag in deze

monitoren en eventueel inhoudelijk bijstellen.

dialogen met belanghebbenden is of we de goede kant op bewegen. Of dat er juist op onderdelen extra inzet

We monitoren de Uitvoeringsagenda zodat we tijdig

nodig is. Zo krijgen we toch grip op lastig te meten

kunnen bijstellen, ingrijpen of zelfs stoppen met acties.

kwalitatieve doelen.

We gebruiken verschillende bronnen om de voortgang van de belangrijkste resultaten te volgen. Denk aan

We maken nieuwe inzichten en de voortgang inzichtelijk

(landelijke) monitoringsinstrumenten zoals de Klimaat-

in de jaarlijkse voortgangsrapportage. Deze stellen we

monitor en bepaalde inzichten van Stedin.

jaarlijks in het tweede kwartaal op. Hier voegen we ook een publieksversie aan toe, om inwoners op een

Daarnaast kunnen we via de applicatie van Zonnedakje

toegankelijke manier mee te nemen in onze en hun

nauwkeurig bijhouden hoeveel van de potentie voor zon

voortgang.

op dak we jaarlijks benutten. Deze vormen van monitoring zijn vooral gericht op de kwantitatieve kant van de

Energie van Soest

Hoofdstuk 6 - Risicobeheersing en risicomonitoring

66

KOERS HOOFDSTUK 6. 3

Databeheer We beschikken over steeds meer data. Niet alleen wij als gemeente, maar ook onze lokale partners, de Regio Amersfoort, de provincie Utrecht en de landelijke programma’s.

Het is bijvoorbeeld handig om te weten of er voldoende zonnepanelen zijn geplaatst in gebieden waar veel warmtepompen geplaatst worden, of dat er veel zonnepanelen zijn geplaatst bij bedrijven met een grote energievraag. Deze analyses zijn ook mogelijk in combinatie met andere beschikbare data binnen de gemeente. Dit bevordert het integraal en gebiedsgericht werken.

We zijn steeds beter in staat om op basis van data tot besluiten te komen. Maar om dit goed te kunnen doen en ondertussen ook veilig met data te werken, vraagt dit meer specifieke aandacht. In dit programma werken we aan wat wij een ‘gezond datafundament’ noemen. Dat betekent dat we als gemeente een interne dataomgeving ontwikkelen, met daarin verschillende ruimtelijke data die relevant zijn voor de vele activiteiten binnen het programma. Door al deze data zoveel mogelijk op één plek aan elkaar te verbinden, kunnen we ze combineren en gebruiken voor integrale analyses.

Energie van Soest

Hoofdstuk 6 - Risicobeheersing en risicomonitoring

67

HOOFDSTUK 7

Bijlagen

KOERS BIJL AGE 7.1

Begrippenlijst In dit document worden verschillende begrippen gebruikt. Deze bijlage bestaat uit een lijst van begrippen en een korte uitleg daarbij. In Bijlage 2 worden eenheden van energie nader toegelicht. All-electric oplossing

Door biomassa te verbranden of te vergisten kan

Decentrale energieopwekking

energie worden opgewekt. Niet alle energie uit biomassa

Het opwekken van energie op lokale schaal, dicht bij de

wordt als duurzaam beschouwd, dat is afhankelijk van de

plaats van verbruik, vaak met behulp van duurzame

herkomst van de biomassa. Biomassa wordt landelijk

energiebronnen zoals zonnepanelen, windturbines of

geduid met de term duurzame koolstof.

biomassa-installaties.

Broeikasgassen en CO2 (-equivalenten)

Energie-infrastructuur

Het nationale Klimaatakkoord uit 2019 en de Omge-

Infrastructuur om energie te vervoeren. Traditionele

vingsvisie van de gemeente Soest kennen een doelstel-

energienetwerken zijn het elektriciteitsnetwerk, gasnet-

ling uitgedrukt in CO2-equivalenten. Hiermee worden

werk en het (rest)warmtenet.

naast CO2 ook andere broeikasgassen meegenomen,

Een warmteoplossing die alleen gebruikmaakt van

waaronder bijvoorbeeld methaan en lachgas. Deze

Energieneutraliteit

elektriciteit. Er is bij een all-electric warmteoplossing

worden omgerekend naar CO2 -equivalenten, zodat de

Een begrip dat te maken heeft met de opwekking en het

geen gebruik van het gasnet of een warmtenet.

uitstoot van deze gassen bij elkaar opgeteld kunnen

gebruik en van energie in een gebied. Als er evenveel

Voorbeelden van een all-electric warmteoplossing zijn

worden.

energie wordt opgewekt als gebruikt, spreken we over

de warmtepomp (lucht-lucht, lucht-water, bodem-

energieneutraliteit.

water) of infraroodpanelen. Dit zijn oplossingen

CDOKE-regeling

waarmee gebouwen individueel aardgasvrij kunnen

Tijdelijke regeling Capaciteit Decentrale Overheden

Fit for 55

worden gemaakt.

Klimaat-en Energiebeleid (CDOKE). Deze regeling is

Europees versnellingspakket met maatregelen om de

ingericht ter versterking van de uitvoering van het

Europese CO2-uitstoot in 2030 te reduceren met 55%

Klimaatakkoord, specifiek bedoeld voor menskracht en

ten opzichte van 1990.

Biomassa Biomassa betreft organisch, natuurlijk materiaal (hout,

de planvormingsfase.

snoeiafval, gft-afval, zuiveringsslib, afval uit de voedingsindustrie, mest etc.). Dit materiaal bevat energie.

Energie van Soest

Hoofdstuk 7 - Bijlagen

69

KOERS BIJL AGE 7.1

Gebouwde omgeving

Klimaatakkoord

wanneer er veel verwarmingssystemen aan staan. Het

Term uit afkomstig uit het Klimaatakkoord en een van de

De Nederlandse invulling (Juni 2019) van het Klimaatak-

elektriciteitsnet heeft een beperkte capaciteit om

klimaattafels. Dit betreft de verzameling van alle

koord van Parijs, bestaande uit afspraken tussen

stroom te vervoeren, net zoals een snelweg een

gebouwen, waaronder woningen en maatschappelijk en

bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden

maximum aantal auto's kan verwerken. Als deze

commercieel vastgoed (incl. bedrijfsgebouwen).

om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 te halveren

capaciteit overschreden wordt, kan het net de extra

Grootverbruikers in de industrie en de bedrijfsprocessen

ten opzichte van 1990. In 2050 moet deze uitstoot zijn

stroom niet aan.

in de landbouw maken geen onderdeel uit van de

teruggedrongen tot 95% en is de gebouwde omgeving

gebouwde omgeving.

aardgasvrij gemaakt.

Bij netcongestie kunnen problemen optreden zoals dat bedrijven en huishoudens geen nieuwe aansluitingen

Grootschalige opwek van elektriciteit

Netbeheerder

Hiermee worden grootschalige elektriciteitsopwekinstal-

De organisatie die in een regio zorgt dat het elektrici-

terug kunnen leveren aan het net. Dit kan economische

laties bedoeld. In de praktijk vallen windturbines,

teits- en het gasleidingnetwerk naar behoren functio-

en praktische nadelen met zich meebrengen, vooral

zonneparken op land en zonne-installaties op grote

neert. In de gemeente Soest beheert Stedin het gas- en

voor bedrijven die afhankelijk zijn van een stabiele

bedrijfsdaken onder de kwalificatie ‘grootschalige opwek

midden-laagspanningsnetwerk. Het hoogspanningsnet

stroomvoorziening.

van elektriciteit’. Zonne-installaties op woningen vallen

wordt beheerd door TenneT.

hier in de praktijk buiten.

Hybride warmtepomp

kunnen krijgen, of dat zij hun opgewekte stroom niet

Regionale Energie Strategie (RES)

Uitvoeringsplan In een uitvoeringsplan (voorheen Wijkuitvoeringsplan of

Nederland kent dertig energieregio’s. In de regio’s

WUP) wordt vastgelegd op welke manier een buurt

Een warmtepomp die hoofdzakelijk verwarmt op

zoeken overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke

aardgasvrij gemaakt gaat worden. De verwachting is dat

elektriciteit en gas gebruikt om pieken op te vangen

partners naar mogelijkheden om duurzame energie op

het proces om tot een uitvoeringsplan te komen voor

(koude dagen). Omdat de hybride warmtepomp gas

te wekken.

iedere buurt ongeveer twee jaar duurt. Inwoners krijgen

gebruikt voor de piekmomenten is er geen sprake van

minimaal acht jaar voordat het gas wordt afgesloten, dat

een aardgasvrije eindoplossing, maar van een (CO2

Netcongestie

besparende) tussenstap.

Netcongestie ontstaat wanneer het elektriciteitsnet

Individuele oplossing Zie all-electric oplossing.

Energie van Soest

te horen.

overbelast raakt doordat er te veel stroom tegelijkertijd

Woningequivalenten (weqs)

nodig is of opgewekt wordt. Dit kan bijvoorbeeld

met deze term wordt de warmtevraag van een gemid-

gebeuren op zonnige dagen wanneer veel zonnepane-

delde woning in Nederland uitgedrukt. Deze staat gelijk

len stroom opwekken, of tijdens koude winterdagen

aan 27 gigajoule oftewel 0,027 terajoule per jaar.

Hoofdstuk 7 - Bijlagen

70

KOERS BIJL AGE 7.2

Toelichting op energie-eenheden Energie, en de opwek ervan, drukken we uit aan de hand

Deze voorbeeldturbine kan in één uur, afhankelijk van

gaat het niet om 1 seconde, maar om 3600 seconden,

van verschillende termen:

hoe hard het waait, maximaal 1 megawattuur (MWh) aan

want er zitten 3600 seconden in een uur.

• Het vermogen om energie te produceren (ook wel

elektriciteit opwekken. Megawattuur is een eenheid van

In het voorbeeld bij de windturbine wordt opgewekte

geproduceerde energie in een bepaalde periode van tijd.

energie in megawattuur uitgedrukt, oftewel 1 miljoen

opgesteld vermogen) in watt (W); • Hoeveelheden energie, uitgedrukt in wattuur (Wh)

wattuur. 1 miljoen wattuur keer 3600 staat gelijk aan 3,6

of joule (J). Normaliter wordt een hoeveelheid

Om zeer grote hoeveelheden opgewekte elektriciteit of

miljard joule energieopwek van de voorbeeldturbine.

elektriciteit in de regel uitgedrukt in wattuur, een

energie uit te drukken wordt ook wel terawattuur

Omdat er ook hier al snel grote getallen in het spel zijn,

hoeveelheid warmte in joule. Joule is echter de

gebruikt. 1 megawattuur staat gelijk aan 0,000001

wordt omwille van de leesbaarheid ook wel petajoule

formele eenheid voor energie.

terawattuur. De formele eenheid voor energie is echter

gebruikt. Het omrekenen werkt echter hetzelfde.

joule (J). Joule heeft niet het tijdselement in zich.

Zo staat 1 TWh gelijk aan 3,6 PJ (of 3600 terajoule).

De belangrijkste openbare bronnen over duurzame

Wattuur heeft dat wel. Joule is dus een totaalberekening,

Een nadere toelichting hiervan staat in het

energie en instrumenten om voortgang mee te monito-

een eindsom. Wattuur en joule kunnen naar elkaar

Begrippenkader van het Nationaal Programma

ren, zoals De Regionale klimaatmonitor van de Rijksover-

worden omgerekend. Kort gezegd staat 1 watt gelijk aan 1

Regionale Energiestrategie (NP RES).

heid, drukken hoeveelheden energie uit in joule. Om te

joule per seconde. Omdat er in wattuur wordt uitgedrukt

zorgen voor eenvoudige monitoring en de herleidbaarheid en optelbaarheid van gegevens, doen wij dit ook.

Wekt in één uur maximaal op

Van TWh naar PJ

De Regionale Energiestrategieën (RES) hebben een doelstelling voor grootschalige opwek van elektriciteit. Deze doelstelling drukken zij uit in terawattuur (TWh). In die context spreken we daarom wel over wattuur. Wattuur en joule zijn naar elkaar om te rekenen. Neem bijvoorbeeld een hypothetische windturbine met een opgesteld vermogen van 1 megawatt (MW).

Energie van Soest

1 MW

1 MWh of 0,000001 TWh

1 TWh = 3,6 PJ

Figuur 22: Van MW naar PJ

Hoofdstuk 7 - Bijlagen

71

KOERS BIJL AGE 7. 3

Inzicht in warmtevraag en warmteaanbod Warmtevraag in Soest De mogelijkheden en het verloop van de warmtetransi4%

tie in Soest en Soesterberg zijn sterk afhankelijk van de kenmerken van de gebouwen. Van bedrijfsgebouwen en maatschappelijk vastgoed is nog minder data bekend.

5%

Warmte-aanbod in Soest 17%

11%

Bij het zoeken naar duurzame warmtebronnen onder3%

scheiden we twee categorieën. Het verschil zit in de manier van aansluiting: individueel of collectief.

Dit is vaak ook afgeschermd vanwege privacywetgeving. Voor woningen is wel interessante data beschikbaar.

11%

14%

Hieronder staat een aantal kenmerken. Zie voor meer informatie de website Datavoorziening Energietransitie Gebouwde Omgeving van de VNG.

Bij een individuele oplossing wordt nagenoeg alleen gebruik gemaakt van elektriciteit. Bij een collectieve oplossing worden meerdere gebouwen aangesloten op

14%

een duurzame bron via een net. Voorbeelden hiervan

22%

zijn een restwarmtenet (stadswarmte) of een bronnet In de gemeente Soest staan in totaal 21.200 woningen.

met een aquathermiebron als voeding.

De verdeling van de bouwjaren van de woningen staat in de figuur. Volgens het Klimaatakkoord moet in 2030 circa 20% van alle woningen aardgasvrij zijn. Dat betekent voor Soest dat we tot 2030 circa 700 woningen per jaar aardgasvrij zouden moeten krijgen. Na 2030 moet dat aantal toenemen tot 850 woningen per jaar. Naar inschatting waren er in 2022 circa 650 woningen aardgasvrij in Soest.

2015-2025

1965-1974

2005-2014

1955-1964

1995-2004

1945-1954

Collectieve bronnen Met een collectieve oplossing kunnen met behulp van een warmtenet meerdere gebouwen tegelijk verwarmd worden met dezelfde of meerdere warmtebronnen. Hoeveel gebouwen is afhankelijk van de potentie van de bron en van de warmtevraag van het mogelijke leverge-

1985-1994

1900-1944

1975-1984

Voor 1900

bied. Vanwege netcongestie wordt het vinden van collectieve oplossingen nog belangrijker. Daarmee ontzien we de energie-infrastructuur.

Figuur 23: De verdeling van de bouwjaren van de woningen in Soest

Energie van Soest

Hoofdstuk 7 - Bijlagen

72

KOERS BIJL AGE 7. 3

In Soest zijn geen zogenaamde ‘hoge temperatuur

Momenteel hebben wij een aantal aquathermiebronnen

warmtebronnen’ bekend. In grote delen van de ge-

als mogelijke collectieve warmtebron op het oog.

meente is de bebouwingsdichtheid te laag voor een

2019

collectieve oplossing. Maar er zijn zeker kansen voor

• Drinkwaterproductiebedrijf Soestduinen (TED)

‘lage temperatuur oplossingen’. Dan wordt omgevings-

• Vijvers Overhees (TEO)

warmte (zon, water, bodem of buitenlucht) elektrisch

• RWZI Soest (TEA)

verwarmd tot een temperatuur die hoog genoeg is om

• De Eem en de Praamgracht (TEO)

gebouwen mee te verwarmen. Daarmee ontstaat gelijk

2030

een grote interactie met energiesysteem: hoe kleiner we

In Soestduinen en Overhees zijn inwoners al volop aan

de elektrificatieopgave van warmte kunnen maken, hoe

de slag en hebben al eerste haalbaarheidsonderzoeken

kleiner de afhankelijkheid van het elektriciteitsnetwerk.

gedaan. Om zicht te krijgen op de mogelijkheden van de

Hoeveel duurzame warmte we nodig hebben, hangt af

andere bronnen is meer onderzoek nodig. Hierbij is het

van de huidige warmtevraag minus de verwachte

ook belangrijk om zicht te krijgen op de effecten op

energiebesparing door isolatie.

waterkwaliteit.

Soester warmtebronnen Aquathermie Aquathermie is warmte uit water en voor Soest een kansrijke optie. We kennen drie soorten aquathermie.

2050

• TEO (Thermische Energie uit Oppervlaktewater) • TEA (Thermische Energie uit Afvalwater) • TED (Thermische Energie uit Drinkwater)

Warmtevraag woningen Warmtevraag bedrijven en maatschappelijk vastgoed Figuur 24: Verwachte ontwikkeling warmtevraag Soest

Energie van Soest

Hoofdstuk 7 - Bijlagen

73

KOERS BIJL AGE 7. 3

Bodemwarmte (tot 500 meter diepte) &

Asfaltthermie

geothermie (vanaf 500 meter diepte)

Eerder is al geprobeerd om een Solar Runway te

In onze ondergrond zit warmte. Hoe dieper je boort, hoe

ontwikkelen op de vliegbasis, door de startbaan te

meer warmte er zit. Grofweg warmt de aarde elke

voorzien van leidingen om warmte op te vangen. Deze

honderd meter die je in de ondergrond omlaaggaat, zo’n

optie is nog niet uit beeld met het oog op de nieuwbouw

drie graden op. Om deze warmte te gebruiken, moet je

in Soesterberg.

deze transporteren naar het oppervlak. Individuele bronnen Bij bodemenergie injecteer je water in de ondergrond,

Met omgevingswarmte of all-electric oplossingen

waar het water de aardwarmte opneemt. Vervolgens

bedoelen we warmte die uit de lucht en (ondiepe)

pomp je het weer omhoog. Je kan de bodem ook

ondergrond wordt gewonnen. Ook zonnepanelen die

gebruiken om warmte op te slaan. In dat geval injecteer

warmte opwekken (PVT) komen steeds vaker voor, net

je water in de ondergrond, en behoud je deze voor het

zoals luchtwarmtepompen en kleinschalige Warmte

moment dat deze nodig is.

Koude Opslag-systemen, ook wel WKO-systemen. Deze zijn bijna overal mogelijk en de potentie is onder

Voor zowel warmtewinning uit de ondergrond als

bepaalde voorwaarden vrijwel onbeperkt. Het nadeel

warmteopslag is een watervoerende laag nodig. Het

van deze oplossingen is dat ze relatief kostbaar zijn,

water neemt de warmte op terwijl het stroomt door de

elektriciteit nodig hebben en een hoge isolatiegraad

ondergrond. De komende jaren wordt onderzoek

vereisen.

gedaan of de (diepe) ondergrond warmte (geothermie) bevat die gewonnen kan worden. Deze bron heeft de potentie om geheel Soest van warmte te voorzien. Daarnaast is de uitdaging bij aardwarmte dat het veel investeringen met zich meebrengt.

Energie van Soest

Hoofdstuk 7 - Bijlagen

74

KOERS BIJL AGE 7.4

Gebiedscriteria en weging In een gezamenlijk proces met onze belanghebbenden in 2023 en begin 2024 zijn we tot onze warmteaanpak gekomen. Deze geven aan met welke gebieden we als eerst aan de slag gaan om aardgasvrij te worden.

Rechtvaardigheid

Lopende initiatieven

Weging: 3

Weging: 1

Rangschikking op basis van inkomensverdeling. Een

Rangschikking op basis van of er wel/niet een gezamen-

belangrijk uitgangspunt van de warmte aanpak is een

lijk initiatief loopt. Als er al een inwonerinitiatief actief is

betaalbare warmtetransitie voor iedereen. Dat betekent

in het gebied, is dat een belangrijke reden om dit te

dat we als overheid inwoners met lagere inkomens

ondersteunen en versterken. Echte beweging in de

moeten helpen om mee te kunnen komen en ook te

warmtetransitie komt namelijk van onderop, zoals van

kunnen laten profiteren van de voordelen van de

gesprekken tussen buren en wijkgenoten. Zij wisselen

energietransitie. Het aandeel lage inkomens per gebied

ervaringen uit en stimuleren elkaar om te verduurza-

geeft aan hoeveel inwoners die deze extra hulp nodig

men. Dit werkt, omdat dit komt vanuit vertrouwde

Het resultaat is zes criteria met een bijbehorende

hebben. Het gebied met de meeste lage inkomens krijgt

contacten. Ook zijn er vaak al veel mensen in het gebied

weging. Deze lichten we hieronder toe:

de hoogte score.

op de hoogte van het initiatief en hoort men praten over wat er gaande is. Deze positieve beweging is lastig om

Draagkracht

vanaf het eerste uur op te zetten en is dus heel waardevol om verder op te bouwen.

Weging: 2 Rangschikking op basis van WOZ-waarde en spaargeld. Een hogere WOZ-waarde en meer spaargeld zijn in het algemeen een indicatie voor meer beschikbare middelen om te investeren in verduurzaming van de woning. En de kosten zijn een belangrijk onderdeel van de keuze om te verduurzamen.

Energie van Soest

Hoofdstuk 7 - Bijlagen

75

KOERS BIJL AGE 7.4

Bezit woningcorporaties

Koppelkansen

Aanwezigheid beschikbare warmtebron

Weging: 1

Weging: 2

Weging: 2

Rangschikking op basis van het percentage van het

Rangschikking op basis van de mogelijkheid om de

Rangschikking op basis van of er wel/geen specifieke

totaal aantal woningen. Woningcorporaties hebben een

uitvoering te combineren met ruimtelijke of sociale

(grootschalige) warmtebron aanwezig is. Zo wel, dan

belangrijke rol in de warmtetransitie, doordat ze aanjager

projecten of onderhoudsplannen in de openbare ruimte.

leidt dit tot het onderzoek naar een collectief warmte-

kunnen zijn in een gebied. Als ze in een bepaald gebied

Vanuit die projecten kan er een aanleiding zijn om de

net. Denk aan een grote hoeveelheid oppervlaktewater,

veel woningen bezitten en er gepland onderhoud of

straten open te breken en infrastructuur te plaatsen of

een waterpompstation of warmte uit asfalt. NB: warmte-

renovatie plaatsvindt, kan dit aanleiding zijn om dit uit te

een herinrichting uit te voeren. Als het mogelijk is, zorgt

winning uit de bodem, zon en/of lucht is vrijwel overal

breiden naar omliggende straten of gebieden.

het combineren van werkzaamheden tot minder kosten

beschikbaar, dus deze bronnen worden voor dit crite-

en minder overlast. Daarom is het belangrijk om bij de

rium buiten beschouwing gelaten.

transitie naar aardgasvrij zoveel mogelijk aan te sluiten bij deze ruimtelijke ingrepen. Hetzelfde geldt voor de sociale kant: aardgasvrij grijpt in achter de voordeurOok hier is het nuttig werkzaamheden te combineren.

Energie van Soest

Hoofdstuk 7 - Bijlagen

76

KOERS BIJL AGE 7. 5

Criteria voor goede samenwerkingen Inwoners en initiatieven weten ons steeds beter te vinden met vragen en ideeën voor de energie- of warmtetransitie. Dat is een goed teken. Dit betekent dat steeds meer mensen ermee bezig zijn en zij ook steeds meer noodzaak voelen.

1.

Informatie en voorlichting;

Doelgerichtheid

2.

Licht advies en kortdurende ondersteuning;

• Duidelijk doel. Het initiatief moet een helder en

3.

Intensievere begeleiding en casemanagement;

specifiek doel hebben, zoals het verminderen

4.

Langdurige ondersteuning en

van energieverbruik, het vergroten van

project coördinatie;

groenvoorzieningen of het bevorderen van sociale

Intensieve begeleiding en hulp.

cohesie.

5.

• Meetbare resultaten. We kijken naar meetbare doelen,

Niveau 1 tot en met 3 brengen we onder in KOOS (zie

zoals het aantal geïnstalleerde zonnepanelen,

ook hoofdstuk 4.5). Maar voor de inzet van mensen en

het percentage afvalscheiding of het aantal

middelen op alle niveaus hebben we handvatten nodig.

buurtbijeenkomsten.

Om tot logische en goede afwegingen te komen,

• Relevantie. Het doel moet relevant zijn voor de

Inwoners en initiatieven hebben behoefte aan snelle en

werken we onderstaande criteria verder uit tot een

lokale gemeenschap en passen binnen bredere

toegankelijke hulp. Tegelijkertijd legt dit ook druk op de

werkbare systematiek.

duurzaamheidsdoelen.

gemeentelijke organisatie: het bieden van hulp vraagt Samenwerking

immers ook om inzet van mensen en middelen.

• Partnerschappen. We waarderen initiatieven

We onderscheiden vijf niveaus van hulp die we kunnen

die samenwerken met andere partijen,

bieden, waarbij de intensiteit en complexiteit bij ieder

zoals buurtbewoners, scholen, bedrijven en

niveau toeneemt.

maatschappelijke organisaties. • Betrokkenheid. Het initiatief moet bewoners actief

betrekken en draagvlak creëren. • Netwerken. We letten op de mate waarin het initiatief

verbindingen legt met bestaande netwerken en initiatieven.

Energie van Soest

Hoofdstuk 7 - Bijlagen

77

KOERS BIJL AGE 7. 5

Draagvlak

Transparantie

• Bewonersbetrokkenheid. We kijken naar de mate van

• Budgetverantwoording. We verwachten een heldere

steun vanuit de buurt. Is er voldoende animo en

uitleg over hoe het geld wordt besteed en welke

enthousiasme?

kosten zijn gemaakt.

• Diversiteit. Worden verschillende groepen bewoners

• Monitoring en evaluatie. Wordt de voortgang

bereikt? Is het initiatief inclusief en toegankelijk voor

gemonitord en geëvalueerd? We willen inzicht in de

iedereen?

resultaten.

• Communicatie. Hoe wordt het initiatief

gecommuniceerd naar de buurt? Is er heldere

Aansluiting op beleid

informatie beschikbaar?

• Beleidsdoelen. Het initiatief moet aansluiten bij de

duurzaamheidsdoelen en visie van de gemeente. Haalbaarheid • Financiële onderbouwing. We letten op een realistische

begroting en dekking van kosten. Tijdspad. Is er een

• Lokale prioriteiten. We kijken of het initiatief

past binnen specifieke lokale prioriteiten, zoals klimaatadaptatie of sociale inclusie.

duidelijk tijdspad voor de uitvoering van het initiatief? • Capaciteit. Heeft het initiatief voldoende menskracht

en expertise om het plan uit te voeren? Impact • Langetermijneffecten. We willen weten hoe het

initiatief bijdraagt aan een duurzame en leefbare wijk op de lange termijn. • Schaalbaarheid. Is het initiatief schaalbaar naar

andere buurten? • Positieve externe effecten. Worden ook andere partijen,

zoals lokale ondernemers of scholen betrokken bij het initiatief?

Energie van Soest

Hoofdstuk 7 - Bijlagen

78

Energie van Soest Uitvoeringsagenda

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 1

Inleiding Deze Uitvoeringsagenda laat zien wat we gaan doen om de doelen van het energieprogramma te behalen. Het bevat de grote, langlopende projecten waar we aan werken. De focus ligt daarbij op 2024 en 2025.

schappelijk vastgoed via de Routekaart en het verduurza-

Projecten

men van mobiliteit worden allen opgepakt door de teams

In het koersdeel van het programma beschrijven we vier

die daarin het voortouw hebben. Dit zijn respectievelijk

programmalijnen, die allemaal communicatie als basis

de teams Realisatie, Vastgoed & Welzijn en het cluster

hebben. Deze programmalijnen zijn aan elkaar verbon-

Mobiliteit. Dit programma werkt daaraan mee, maar deze

den. Dat wordt zichtbaar in de projecten. De projecten

aanpakken zijn dus niet terug te vinden in deze Uitvoe-

dragen bij aan verschillende doelen en krijgen vorm

ringsagenda. Daarnaast hebben de omgevingsprogram-

dankzij de kaders van de verschillende programmalijnen.

ma's een eigen C02 -opgave. Vooral met Wonen en

In onderstaand overzicht staat welke programmalijnen

Werken is een nauwe samenwerking nodig om de doelen

de projecten vormgeven.

van de verschillende programma's te bereiken. Voor Daarnaast beschrijft het met wie we dit doen, waarom we dit doen en wat de belangrijkste mijlpalen zijn. Deze projecten bestaan uit allerlei tussenstappen op weg naar het behalen van de doelstellingen. Bijstelling van deze projecten en het toevoegen of schrappen van projecten verantwoorden we voornamelijk in de kadernota en de jaarlijkse voortgangsrapportage van het programma. Afhankelijk van de ontwikkelingen en in hoeverre we moeten bijstellen, zullen we een nieuwe Uitvoeringsagenda opstellen.

circulaire economie wordt een actieplan opgesteld.

Energieprojecten buiten het programma

Lokaal maatwerk netcongestie

De buurtaanpak, met daarin de uitbreiding van de

Energiesysteem van de toekomst

energie-infrastructuur in Soest door Stedin (met 100+

Eigen organisatie

transformatiehuisjes), de verduurzaming van maat-

Financiering van de transitie

Energie van Soest

Warmte

Energiesysteem

Opwek

Interne opgave

Communicatie

Handelingsperspectief voor iedereen

x

x

x

x

x

Energiebesparing sociale minima

x

Energiebesparing

x

Aardgasvrij Soest

x

x x

x

x

x

x

x

Realisatie Wind

x

x

Grootschalig zon op dak

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x

Hoofdstuk 1 - Inleiding

x

x

x

x x

80

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 2

Organisatie Inrichting van het programma

Richtinggevende doelen en rolbewuste koers Toegang tot betaalbare en duurzame energie voor iedereen

De energietransitie is een complexe verander- en groeiopgave die niet zal verdwijnen. Op termijn is de energietransitie een regulier onderdeel van onze werkzaamheden en dus van de lijnorganisatie. Maar zover zijn we nog niet. We weten veel nog niet. Daarom willen we de komende jaren op het gebied van de organisatie van het programma zo flexibel en wendbaar mogelijk zijn, waarbij we wel voorspelbaar en betrouwbaar blijven. De programmaorganisatie bestaat uit een team van vaste mensen die vanwege de onderlinge samenhang nauw met elkaar samenwerken. Ook is er een flexibele

Warmte

Energiesysteem

Grootschalige opwek

Eigen organisatie

• Isolatie & Aardgasvrij • Achter elke voordeur • Duurzame bronnen • Infrastructuur

• Netgongestie • Netverzwaring / RO • Maatwerk & ehubs • Regelbaar vermogen en opslag

• OER A28 • Zon op dak • RES • Soesterzijde Isselt

• Iedereen! • Impact van beleid • Eigen prestaties • Samen met circulair

schil van tijdelijke versterking en specifieke expertises. Figuur 1 is een visuele weergave van het programma. De paraplu is de kapstok en werken we verder uit in de koers. De paraplu geeft een kader voor hoe we werken

Communicatie en participatie als basis

Ha

n de pe lingsr v o spectief or i eder een

Energi e bespar ing sociale minim a

Grootschali g zon op dak

aan de opgave. De Uitvoeringsagenda gaat over wat

Energiesysteem van de toekomst

Financiering transitie

Energiebesparing

Aardgasvrij Soest

Lokaal maatwerk ie netcongest

Eigen atie organis

ti e li s a Rea d n wi

onder de paraplu staat.

Figuur 1: De paraplu: het energieprogramma in een oogopslag

Energie van Soest

Hoofdstuk 2 - Organisatie

81

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 2

De vier onderliggende programmalijnen, met communicatie als basis, geven kaders voor de projecten die we in het programma uitvoeren. Deze programmalijnen zijn de thema’s die de komende jaren de meeste aandacht vragen. Dit kan veranderen aan de hand van een veranderende praktijk. De doelen staan voorop, de projecten zorgen voor realisatie van de doelen en de programmalijnen zijn ondersteunend.

De opgave staat centraal Bij de energietransitie staat de opgave centraal. Dat betekent dat de inhoud van de vraagstukken leidend zijn. Wij kunnen daar zelf de initiatiefnemer van zijn, maar dat kan ook een andere initiatiefnemer zijn. Door met betrokkenen het vraagstuk zo volledig mogelijk in beeld te brengen, bepalen we samen de aanpak. Als gemeente moeten we hierin duidelijk zijn over de rol die we daarin hebben en nemen. De koers van het programma geeft ons daarvoor de handvatten. Een voorbeeld hiervan is de wijze waarop we de wijken hebben geprioriteerd om aardgasvrij te maken. Op basis van bestaande kennis hebben we samen met partners criteria opgesteld. Vanuit onze rol duiden we die criteria. Zo is het navolgbaar waarom we bepaalde keuzes maken en kunnen nieuwe inzichten tot een nieuwe afweging leiden.

Energie van Soest

82

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 3

Samenwerking Samenwerking vormt de kern van de uitvoering van het programma. Hieronder lichten we dit verder toe. Samenwerking met lokale partners

het vorige programma werd geïnstalleerd, ontwikkelt

Samenwerking met interne partners

zich met dit doel verder.

De opgave om de CO2-uitstoot te verminderen pakken we in onder meer de omgevingsprogramma’s en dit

Het perspectief van de Taskforce wordt breder en

programma flink aan. Het ontwikkelen en uitvoeren van

strategischer. De belangrijkste vraag voor de Taskforce is

bijpassend beleid ligt bij de desbetreffende beleidsdo-

of we op koers liggen om onze doelen te behalen.

meinen, zodat maatregelen in samenhang kunnen worden ontwikkeld. Vanuit dit programma wordt

We kunnen dit programma alleen succesvol uitvoeren

De projectgroepen werken aan de dagelijkse uitvoering.

als we nauw samenwerken met onze partners. Het is

Zij bereiden projecten voor en voeren ze uit, of zijn daar

daarbij belangrijk dat we duidelijk zijn over onze rol,

in ieder geval nauw bij betrokken. Ook zij kijken geza-

Daarnaast werken we aan het verminderen van de

zodat onze partners weten wat ze kunnen verwachten.

menlijk of ze bezig zijn de goede dingen, maar doen dat

CO2-uitstoot van onze eigen organisatie. Daar worden

Omgekeerd is dat ook belangrijk. Dat borgen we door bij

wel binnen de focus van hun groep. Omdat de ring van

we jaarlijks op ge-audit. Omdat we naar trede vier gaan,

elk nieuw proces en project te bespreken hoe we dit

betrokkenen per werkgroep kan verschillen, is er ruimte

vraagt dat ook meer van de interne samenwerking.

voor dat vraagstuk het beste kunnen vormgeven.

om een tweede ring te organiseren. Hier kunnen partijen

gemonitord op de totale voortgang.

aan deelnemen die wat verder van de dagelijkse praktijk

Tot slot is dit programma een voorbeeldopgave. Dat

Daarbij helpt het als we werken vanuit een stevige basis

in Soest afstaan, maar wiens inbreng relevant of

betekent dat leren, ontwikkelen en kennisdelen nadruk-

en elkaar al goed kennen. Dat bereiken we door de

inspirerend kan zijn voor de werkgroep.

kelijk onderdeel zijn van ons werk. Medewerkers geven

samenwerking op twee niveaus te organiseren: meer

dit samen vorm. Deels naar behoefte die bijvoorbeeld

strategisch en meer inhoudelijk. In de inhoudelijke

ontstaat vanuit opgavegericht werken, maar ook vanuit

projectgroepen draagt iedereen vanuit zijn eigen rol en

de noodzaak om integraal te werken. Ook maakt het

belang bij aan het succes van het project. De strategi-

team hier expliciet tijd voor.

sche samenwerking richt zich op het verminderen van

Deze drie aspecten vragen om een stevige coördine-

CO2-uitstoot in Soest. Samen kijken we naar de voort-

rende rol op vermindering van de CO2-uitstoot vanuit dit

gang en sturen we waar nodig bij. De Taskforce, die al in

programma.

Energie van Soest

Hoofdstuk 3 - Samenwerking

83

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 3

Politiek-bestuurlijke samenwerking

Taskforce C0₂-reductie • • • •

De energietransitie vraagt veel inzet. Het is belangrijk

Brede samenstelling gericht op CO2-reductie: wonen, werken, energie Partijen met handelingsvermogen 2x jaar strategisch voortgang CO2-reductie in Soest Adviserend over besluitvorming gemeente

om met elkaar in gesprek te blijven. Dat geldt zowel voor inwoners, ondernemers, onze maatschappelijke partners, voor collega’s intern als politiek-bestuurlijk. Om dit te bevorderen, onderzoeken we de mogelijkheid van een raadswerkgroep. Het belangrijkste doel

Werkgroepen

zal het bespreken van inhoudelijke ontwikkelingen, beeldvorming en meedenken in proces als goede voorbereiding op besluitvorming zijn. Deze werkgroep zal circa twee tot drie keer per jaar overleggen met de

Warmtetransitie Energiebesparing & Aardgasvrij

• • • • • •

Energieysteem van de toekomst Lokaal maatwerk, RO & pMIEK

Grootschalige opwek OER A28, Isselt & zon op dak

Organisatie Informatie & dialoog

programmamanager en relevante teamleden.

Projectgroepen met inhoudelijk focus Deelnemers hebben rol in projecten Regulier, inhoudelijk afstemmingsoverleg Inhoudelijke voorbereiding van besluitvorming gemeente Desgewenst inrichten van tweede ring van belanghebbenden Deelname aan regionale werkgroepen voor grootschalige opwek

Energie van Soest

Hoofdstuk 3 - Samenwerking

84

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 4

Projecten Hieronder beschrijven we de tien belangrijkste projecten waar we aan werken.

1

Handelingsperspectief voor iedereen

6

Grootschalig zon op dak

2

Energiebesparing

7

Lokale maatwerkoplossingen netcongestie

3

Energiebesparing sociale minima

8

Energiesysteem van de toekomst

4

Aardgasvrij Soest

9

Eigen organisatie

5

Realisatie van windenergie

10

Financiering van de transitie

Energie van Soest

Hoofdstuk 4 - Projecten

85

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 4

Handelingsperspectief voor iedereen

In de Koers beschrijven we uitvoerig dat communicatie en participatie de basis vormen voor het programma. Ieder project leunt sterk op goede communicatie.

transparant, betrouwbaar en eerlijk en nodigt uit tot handelen. Hierin werken we ook samen met de campagne die ontwikkeld wordt voor de ontzorgingsaanpak

Partners

van het EDC.

• Soester Energie Coöperatie (SOEN)

Ook ontwikkelen we samen met SOEN en EAS een

• Energieactief Soest (EAS)

bewonersreis voor inwoners. Dit is een uitgebreid

• Energiedienstencentrum (EDC)

stappenplan vanaf de eerste isolatiestrip tot een volledig

• Duurzaam Bouwloket

aardgasvrij huis. We onderzoeken of een online tool

• Stichting Balans voor natuur- en milieu educatie (NME)

daarbij kan helpen.

• StedinWoningcorporaties

Daarom wordt communicatie in brede zin als specifiek

Ontwikkeling richting 2030

project uitgelicht. Het gaat verder dan alleen informeren.

De primaire inzet van het programma is inwoners en

We willen onze inwoners activeren en in gesprek met

ondernemers in Soest activeren. Dit project is ons

Mijlpalen

onze inwoners en initiatiefnemers over wat we in Soest

belangrijkste middel daarin. Door voortdurend te monito-

• 2024: introductie gezamenlijk communicatieconcept/

doen, hoe we dat doen, hoe we dat samen kunnen doen

ren en continu in dialoog te zijn, weten we wat zij verwach-

campagne ‘Energie van Soest’ met lokale partners

en wat we daarbij van elkaar verwachten. Vervolgens

ten en nodig hebben, en weten wij aan welke knoppen we

kunnen we ondersteunen in de versnelling die nodig is.

het beste kunnen draaien om onze doelen te halen.

• 2024: besluitvorming over KOOS (Klimaat op orde Soest) als online en offline energieloket voor persoonlijk advies en ondersteuning

In maart 2024 hebben we een start gemaakt door met

Met deze aanpak benutten we ook ervaringen en kennis

• 2024: oplevering adreszoeker en bewonersreis

straatgesprekken een beeld te krijgen van overtuigingen,

van succesvolle voorbeelden. Het handelingsperspec-

• 2024: starten klankbordgroep van inwoners

belemmeringen en ideeën van inwoners bij de energietransi-

tief is bij uitstek onderhevig aan actualiteit. Het vraagt

• Doorlopend: Educatie via NME

tie. Dit willen we terugkerend doen om steeds te toetsen hoe

dus flexibiliteit om telkens opnieuw te beoordelen hoe

inwoners tegen de energietransitie aankijken. Hiervoor gaan

we de meeste waarde kunnen toevoegen. Daarnaast

we ook een klankbordgroep met inwoners organiseren.

beseffen we dat integraliteit in onze communicatie met inwoners en ondernemers ontzettend belangrijk is. Als

Daarnaast zorgen we voor richting in het oerwoud van

zij spreken over verduurzaming, denken ze ook aan

beschikbare informatie. Onze informatie is toegankelijk,

bijvoorbeeld klimaatadaptatie en afval.

Energie van Soest

Hoofdstuk 4 - Projecten

86

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 4

Energiebesparing De energie die je niet gebruikt is de meest duurzame en de meest goedkope energie. Energiebesparing is dus altijd een goed idee en het startpunt voor onze ambities.

Het tweede spoor zijn collectieve initiatieven die in Soest zijn of ontstaan waarbij isolatie een onderdeel is van hun aanpak, bijvoorbeeld op weg naar een warmtenet.

Partners

Het derde spoor probeert mensen die geen onderdeel

• Soester Energie Coöperatie (SOEN)

uitmaken van spoor 1 of 2 te activeren. Veel meer dan in

• Energieactief Soest (EAS)

spoor 1 gaat het hierbij om communicatie en het geven

• Energiedienstencentrum (EDC)

van handelingsperspectief. Hier zijn geen specifieke rijksregelingen voor beschikbaar. We onderscheiden hierin wel een diversiteit aan doelgroepen, zoals VvE’s of

Het is daarnaast een essentiële eerste stap om over te

particuliere verhuurders waar we gerichte aanpakken

Mijlpalen

kunnen stappen naar een duurzame warmtebron. Onze

voor ontwikkelen.

• 2024/2025: pilot met 1MMM

lokale isolatie-aanpak bestaat uit drie sporen. Het eerste spoor richt zich op de sociale minima

Ontwikkeling richting 2030

(Energiebesparing sociale minima).

We verwachten dat de bereidheid onder inwoners de

• 2024 en verder: doelgroepgerichte aanpakken en communicatiecampagnes

komende jaren zal toenemen. Die trend is al in gang Maar ook de rest van Soest moet aan de slag met

gezet. Door aan te sluiten bij natuurlijke momenten,

isolatie om onze CO2-doelen te halen en klaar te zijn

zal er voor steeds meer inwoners een logisch moment

voor aardgasvrij wonen. De twee andere sporen richten

ontstaan om woningen energiezuinig en uiteindelijk

zich hierop.

aardgasvrij te maken. We zorgen dat ze op dat moment kunnen beschikken over een actueel handelingsperspectief.

2

Specifieke Uitkeringen, afgekort SpUk

Energie van Soest

Hoofdstuk 4 - Projecten

87

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 4

Energiebesparing sociale minima

Net als landelijk richten ook wij ons op de groep met de minste middelen, vaak wonend in de slechtst geïsoleerde woningen. Deze groepen bieden we extra ondersteuning. We maken hiervoor gebruik van twee rijksregelingen de

Ontwikkeling richting 2030 Deze aanpak vraagt veel inzet van mensen, maar ook om veel middelen om de werkzaamheden uit te kunnen

Partners

voeren. Dat betekent dat we blijven bouwen aan de

• Energie Actief Soest (EAS)

lokale structuur die nodig is om specifieke groepen te

• Schuldhulpmaatjes

bereiken. Tegelijkertijd leunt deze aanpak sterk op

• Stichting Balans

financiering van het Rijk. De Aanpak Energiearmoede

• Woningcorporaties Portaal en de Alliantie

gaat over in de Lokale Isolatie aanpak. Het NIP loopt tot

• De groene kerken Soest

2030. De focus ligt sinds 2022 vooral op de groep die

• Soester Energie in wijken

energiearmoede ervaart. In het NIP is tot 2030 ook

• Stichting Present

aandacht voor andere doelgroepen. Onze aanpak blijft

• Energie Diensten Centrum (EDC)

daarop aangesloten.

SpUk Aanpak Energiearmoede en de SpUk Lokale 2

Aanpak Isolatie (Nationaal Isolatie Programma, afgekort NIP). Ook benutten we een provinciale regeling: de

Mijlpalen

isolatievoucher.

• 2024: start collectieve ontzorgingsaanpak isolatie Deze drie regelingen maken een complete aanpak

gericht op 590 tot 1600 woningen

mogelijk, waarbij we een lokale structuur met de lokale

• 2025: ca 1500 woningen bereikt mbv kleine

sociale organisaties hebben gebouwd. We kiezen er voor

besparende maatregelen

om lokale maatschappelijke organisaties en initiatieven

• 2026: 150 woningen van sociale minima hebben 1 of

te versterken door ze te ondersteunen en aan elkaar te

2 bouwdelen geïsoleerd

verbinden. De coördinator Sociale Energietransitie heeft

• Doorlopend: Bijdragen aan versterking cohesie in

hierin een belangrijke rol. De aanpak bestaat uit bewust-

wijken

wording en gedrag, kleine energiebesparende maatregelen en grote maatregelen zoals isoleren van bouwdelen, zoals het dak en plafond.

Energie van Soest

Hoofdstuk 4 - Projecten

88

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 4

Aardgasvrij Soest Op weg naar aardgasvrij Soest richten we ons in eerste instantie op drie wijken.

Ontwikkeling richting 2030 Op basis van nieuwe ontwikkelingen en inzichten kan het zijn dat we voor 2030 ook in andere wijken aan de

Partners

slag gaan. Het is nu echt nog een gezamenlijke zoek-

• Soester Energie Coöperatie (SOEN)

tocht met partners, experts en inwoners om tot con-

• Energieactief Soest (EAS)

crete stappen te komen. We werken hier praktijkgericht

• Energiedienstencentrum (EDC)

aan, maar tegelijkertijd werken we aan het vergroten we

• Woningcorporaties Portaal en de Alliantie

Hoe we deze wijken prioriteren, staat in het koersdeel.

ons kennisniveau. Zo kunnen we steeds meer een

Dit zien we als een ontwikkelmodel. Mogelijk kunnen we

sturende regisseur in de warmtetransitie worden.

op een zeker moment een vierde of zelfs vijfde wijk erbij oppakken. Ondertussen werken in de andere wijken initiatiefnemers zelf verder en kunnen zij gebruik maken

Mijlpalen

van wat we aanbieden in de andere projecten.

• 2024: Realisatie adreszoeker (persoonlijke handelingsperspectief op basis van bestaande

In de drie wijken bouwen we door op de basis die de

kennis)

afgelopen jaren al is gelegd. Dit doen we samen met de

• 2025: Omgevingsprogramma Warmte

initiatiefnemers die in deze wijken een grote rol spelen.

• 2025: Haalbaarheidsonderzoek warmtebronnen

Hetzelfde geldt voor de sociale en maatschappelijke

• 2025 en verder: Uitvoeringsplannen per wijk

partners waar we met name in Smitsveen nauw mee samenwerken. De warmteregisseur en de coördinator Sociale Energietransitie zijn hierbij essentieel. We benutten de regio om van elkaar te leren en waar nodig inhoudelijk met elkaar op te trekken. Bijvoorbeeld voor bovenlokale warmtebronnen zoals de Eem. Ook kunnen we voor specialistische expertise een beroep doen op het Energiediensten Centrum (EDC).

Energie van Soest

Hoofdstuk 4 - Projecten

89

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 4

Realisatie van windenergie 2024 is een belangrijk jaar voor de realisatie van windenergie. In het Klimaatakkoord is aangenomen dat een vergunde windturbine in 2025 zeer waarschijnlijk voor 2030 gerealiseerd kan worden en dus meetelt voor het regionale bod. De provincie wil daarom in 2024 van elke gemeente concreet weten hoe het ervoor staat.

Vlasakkers en langs de A28 ter hoogte van Soester-

Maar we denken ook na over de opgave na 2030. Welk

berg. OER A28 heeft naast een groot aandeel in onze

aandeel heeft grootschalige opwek door wind in het

eigen doelstelling ook een groot aandeel in ons

behalen van ons doel voor 2050? En welke andere

regionale bod. Voor het succes van het project zijn we

mogelijkheden zien we?

sterk afhankelijk van externe partijen, waaronder Defensie als grondeigenaar. Tot slot hebben we in het Uitnodigingskader ruimte ten

Partners

oosten van bedrijventerrein de Isselt voor de opwerk van

• Kernteam ‘Zon en wind langs de A28 Amersfoort

windenergie. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen (zoals

– Utrecht (Rijkswaterstaat, defensie, RVO, Prorail,

de nieuwe landelijke milieunormen) laten zien dat, na

provincie Utrecht, Amersfoort, Leusden en Zeist)

plaatsing van windturbines op de Isselt, dat dit een

• Soester Energie Coöperatie (SOEN)

lastige locatie is. Wel is er interesse en deze mogelijke

• Windkracht Eemland

initiatiefnemers onderzoeken de mogelijkheden.

Ontwikkeling richting 2030 Antwoord op deze vraag valt voor ons samen met

2024 is in een aantal opzichten een beslissend jaar voor

besluitvorming over deelname aan het vervolg van het

de ontwikkeling richting 2030. Worden de geïnteres-

Mijlpalen

Opwek Energie op Rijksgronden (OER)-project ‘zon en

seerden bij de Isselt werkelijk initiatiefnemers? Gaan ze

• Zomer 2024: oplevering onderzoeksresultaten en

wind langs de A28 Amersfoort – Utrecht’. Rond de

verder richting een vergunningsaanvraag? Als het

besluitvorming op basis van milieuonderzoeken en

zomer 2024 hebben we de resultaten van onderzoeken

OER-project verder kan langs de A28, gaan we aan de

planMER Wind van provincie Utrecht

naar de effecten op milieu en ecologie van verschillende

slag met het vormgeven van de voorwaarden. Onze

locaties en opstellingen voor windturbines.

inzet daarin draait vooral om zeggenschap en lokaal eigendom voor onze inwoners.

• 2025: vergunningverlening wind op Isselt door gemeente Amersfoort • Juni 2025: RES 3.0

Tegelijk met de onderzoeken loopt ook een participatietraject, waarin we gesprekken voeren met belanghebbenden. Concreet gaat het om windturbines op de

Energie van Soest

Hoofdstuk 4 - Projecten

90

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 4

Grootschalig zon op dak Met het vaststellen van de RES 1.0 hebben we een stevige doelstelling voor grootschalig zon op dak afgesproken. Maar de realisatie ervan blijft om verschillende redenen achter.

Ontwikkeling richting 2030 Het benutten van daken blijft voor zonne-energie heel belangrijk. Zon op land is geen alternatief in Soest.

Partners

Innovaties van zonnepanelen creëren nieuwe kansen,

• RES Regio Amersfoort

zoals bijvoorbeeld ultralichte panelen. Ondanks de

• Soester Energie Coöperatie (SOEN)

moeilijkheden van bijvoorbeeld netcongestie, blijven we

• Bedrijven Management Organisatie Soest (BMO)

zoeken naar mogelijkheden om ons doel te halen.

Mijlpalen • 2024: In regionaal verband samenwerken aan solar carports

Denk aan verzekerbaarheid, draagconstructies en

• 2024: Vaststellen regionale Uitvoeringsstrategie zon

netcongestie. Toch blijft het belangrijk om ons doel te

op dak

halen. Niet alleen vanwege de toezegging in de RES en

• 2024: Eigen plan maken ter overbrugging van

de algemene noodzaak, maar ook omdat oplossingen

regionale aanpak

voor netcongestie vooral mogelijk zijn als er ook energieopwek is. We zien hierbij kansen voor daken van bedrijven op bedrijventerreinen die onder de netcongestieaanpak vallen (project 7). Maar we willen ook de andere grote daken in Soest en Soesterberg zoveel mogelijk benutten. Kansen voor solar carports gaan we proberen te benutten. Waar mogelijk trekken we gezamenlijk op binnen de regio en leren we van de ervaringen van andere gemeenten.

Energie van Soest

Hoofdstuk 4 - Projecten

91

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 4

Lokale maatwerkoplossingen netcongestie Tennet en Stedin werken hard aan netverzwaringen, maar lokale maatwerkoplossingen voor netcongestie hebben de meeste kans van slagen om ontwikkelingen toch mogelijk te maken.

Daarnaast blijven we inzetten op het verkleinen van energievraag van bedrijven. Denk hierbij aan energiebesparing in gebouwen en processen.

Partners

We werken hiervoor regionaal samen met het

• Stedin

Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen en het

• Bedrijven Management Organisatie Soest (BMO)

Ontzorgingsprogramma voor MKB bedrijven.

• Bedrijven op de Soestdijkse Grachten en Richelleweg

Ontwikkeling richting 2030

• Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen (PVB) • Ontzorgingsprogramma voor MKB bedrijven

Netcongestie zal binnenkort ook nieuwbouwtrajecten

• Bedrijven Management Organisatie Soest (BMO)

gaan beïnvloeden. We verwachten dat Stedin mogelijk

• Bedrijven op de Soestdijkse Grachten en Richelleweg

in 2024 of 2025 netcongestie op laagspanning zal

• RES Regio Amersfoort

afkondigen. Nieuwbouwtrajecten zoals Griftland en de Dalweg zullen daar dan waarschijnlijk mee te maken

De focus ligt vooralsnog op bedrijventerreinen. Daar zijn

krijgen. We bereiden ons hierop voor en vanuit dit

we al gestart. Door netcongestie lopen zij al langer tegen

programma coördineren we de aanpak. Ondanks alle

Mijlpalen

beperkingen aan. Oplossingsrichtingen zijn het ontwik-

onzekerheden willen we de gevolgen van netcongestie

• 2024: Invoeren energietoets bij projectontwikkeling

kelen van e-hubs met daarin balanceringsprojecten, het

zo klein mogelijk laten zijn.

verlagen van de piekvraag en het toevoegen van

en besluitvorming • 2024: Opzetten van energiecoöperatie van

flexibiliteit (waaronder opslag).

Soester bedrijven • 2024: Opzetten regionale samenwerking in

We maken een samenhangend plan waarin we de diverse

samenwerking met de PVB

belangen van een gebied borgen. Samen met bedrijven,

• 2024 en verder: bouwen en versterken van lokale

andere overheden en andere belanghebbenden werken

netwerken en die organisatorisch ondersteunen met

aan de implementatie van de oplossingen. Ook hier geldt

kennis, procesregie en data

dat communicatie en participatie de basis vormen om te

• 2025: Vergunningverlening voor oplossingen (zoals

werken aan een gezamenlijke vertrouwensbasis die nodig

opslag) mogelijk maken

is voor realisatie van de oplossingen.

Energie van Soest

• 2025: Realiseren van E-hub in Soest en Soesterberg

Hoofdstuk 4 - Projecten

92

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 4

Energiesysteem van de toekomst

In dit project werken we vooral samen met andere overheden en Stedin om te voorkomen dat we de komende decennia last hebben van netcongestie.

Ontwikkeling richting 2030 De ontwikkeling is landelijk, provinciaal en regionaal in volle gang. Met de kennis van nu is moeilijk te zeggen

Partners

wat er gaat gebeuren de komende jaren. Ons doel blijft

• Provincie Utrecht

duidelijk: nieuwe ontwikkelingen in Soest moeten zo

• Regio Amersfoort

min mogelijk last hebben van de beperkingen van het energiesysteem.

Mijlpalen

Het gaat over prioriteren en programmeren van

• 2024: Verkenning en projectplan lokale energievisie

projecten, om zoveel mogelijk ontwikkelingen mogelijk

• 2025: Opstellen lokale energievisie

te maken. Dat zijn lastige afwegingen, waarbij iedereen

• 2025: Vaststelling pMIEK 2.0 door GS

aast op de schaarse ruimte die beschikbaar komt. De provincie stelt daartoe een pMIEK op. Dit sluit aan op landelijke programma’s voor de energie-infrastructuur. De provincie heeft dus een leidende rol en de regio kan hier een belangrijke rol in vervullen. Processen en dus ook onze betrokkenheid zijn zich nog aan het vormen.

Energie van Soest

Hoofdstuk 4 - Projecten

93

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 4

Eigen organisatie De interne opgave richt zich op het terugdringen van onze eigen CO2-uitstoot en het verminderen van ons eigen energieverbruik, maar ook op circulair, opgavegericht en integraal werken.

Ontwikkeling richting 2030 De inzet van deze programmalijn en bijbehorende projecten is om zo snel mogelijk overbodig te worden.

Partners

Hoe snel is het mogelijk voor ons om CO2-vrij handelen

• Alle medewerkers in de gemeentelijke organisatie

de norm te maken? Dat weten we niet. Het vraagt een

• Gemeenschappelijke regelingen BBS

behoorlijke bewustwordingsslag en cultuurverandering. Hierbij haken we zoveel mogelijk aan op lopende

en RMN • Onze ketenpartners

ontwikkelingen.

Mijlpalen • 2024: Vaststellen Actieplan CE • 2024/2025: Jaaragenda voor uitdragen van transitiedenken • 2026: Certificaat behalen op Trede 4 van de CO2Prestatieladder

Energie van Soest

Hoofdstuk 4 - Projecten

94

UIT VOERINGSAGENDA HOOFDSTUK 4

Financiering van de transitie We willen dat de energietransitie haalbaar en betaalbaar is voor iedereen. Dat is ook afgesproken in het Klimaatakkoord.

Ontwikkeling richting 2030 Naarmate de wijkuitvoeringsplannen zich verder ontwikkelen en de warmtetransitie op gang komt,

Partners

verwachten we hier steeds meer vragen over.

• Provincie

Simpelweg omdat oplossingen steeds concreter worden

• Nader te bepalen

en steeds meer mensen ermee bezig zijn. Op dit moment beschikken we nog over onvoldoende inzicht en kennis om zicht te hebben op wat er richting

Landelijk worden daar ook instrumenten en regelingen

2030 nodig is.

voor ontwikkeld zoals ISDE en Nationaal Warmtefonds,

Mijlpalen

maar dat betekent niet dat alle kosten die inwoners en

• 2024: Start subsidieregeling Lokale Isolatieaanpak

ondernemers moeten maken eenvoudig gefinancierd

(vanuit NIP/SpUk Lokale Isolatieaanpak)

kunnen worden.

• 2025: Onderzoek financieringsbehoeften in wijkaanpakken

Er komen mogelijke grote financieringsvraagstukken op

• 2025: Analyse financieringsmogelijkheden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=97df11a2-7377-4b6b-bae3-c2d0d88f53bc