2. Bijlage 1 Bestemmingsplan Birkstraat 144
Tekst van het document
BIRKSTRAAT 144, SOEST Gemeente Soest 10-01-2023
1/2
2/2
DATUM KENMERK
10-01-2023 NL.IMRO.0342.BPLG0047-0201
PROJECT PROJECTLEIDER
Birkstraat 144, Soest Drs. M.P. Kegler
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Soest 20220312
AUTEUR STATUS
L. van de Gevel ontwerp
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Ligging plangebied
10
1.3
Geldende plannen
11
1.4
Leeswijzer
13
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
15
2.1
Bestaande situatie
15
2.2
Beoogde situatie
15
Ruimtelijk beleidskader
19
3.1
Rijksbeleid
19
3.2
Provinciaal beleid
20
3.3
Gemeentelijk beleid
25
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
29
4.1
Bedrijven en milieuzonering
29
4.2
Bodem
31
4.3
Archeologie & cultuurhistorie
32
4.4
Water
34
4.5
Geluid
39
4.6
Verkeer en parkeren
40
4.7
Externe veiligheid
42
4.8
Kabels en leidingen
44
4.9
Luchtkwaliteit
45
4.10
Ecologie
46
4.11
Milieueffectrapportage
49
Juridische planbeschrijving
51
5.1
Algemeen
51
5.2
Inleidende regels
51
5.3
Bestemmingsregels
51
5.4
Algemene regels
53
5.5
Overgangs‐ en slotregels
54
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 5
3/123
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
55
6.1
Economische uitvoerbaarheid
55
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
55
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Inrichtingstekening op schaal
Bijlage 2
V‐stack berekening 2018
Bijlage 3
Bodemonderzoek
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
Bijlage 5
Quickscan Wet natuurbescherming
Bijlage 6
Landschappelijk inpassingsplan
Bijlage 7
Participatieverslag
4/123
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
75
Artikel 1
Begrippen
75
Artikel 2
Wijze van meten
83
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
85
Artikel 3
Agrarisch met waarden
85
Artikel 4
Bedrijf
87
Artikel 5
Wonen
91
Artikel 6
Waarde ‐ Archeologie ‐ Hoge verwachting
94
Artikel 7
Waarde ‐ Archeologie ‐ Middelhoge verwachting
97
Hoofdstuk 3
Algemene regels
101
Artikel 8
Anti‐dubbeltelregel
101
Artikel 9
Algemene bouwregels
102
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
104
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
105
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels
106
Artikel 13
Overige regels
107
Overgangs‐ en slotregels
109
Artikel 14
Overgangsrecht
109
Artikel 15
Slotregel
110
Hoofdstuk 4
Bijlagen regels Bijlage 1
Toetsingskader ruimtelijke kwaliteit
Bijlage 2
Lijst Monumenten en Cultuurhistorisch waardevolle panden
Bijlage 3
Staat van Bedrijfsactiviteiten met toelichting
Bijlage 4
Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis
Bijlage 5
Staat van horeca‐ activiteiten
Bijlage 6
Inpassingsplan
5/123
6/123
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De huidige bedrijfswoning kan op de locatie aan de Birkstraat 144 niet meer in deze functie worden gebruikt, omdat deze niet strikt noodzakelijk is voor de bedrijfsactiviteiten. Een functiewijziging van bedrijfswoning naar burgerwoning is hiervoor vereist. Daarnaast is er een aanpassing aan de bedrijfsbestemming nodig voor het uitoefenen van een boomteelt/hoveniersbedrijf. Om bestaande woning als burgerwoning te kunnen gebruiken is een wijziging van de bestemming nodig naar de bestemming Wonen. De bedrijfsbestemming moet worden aangepast zodat de gewenste bedrijfsactiviteiten mogelijk zijn. Voorliggend bestemmingsplan voorziet daarom in de onderbouwing dat met de functie wijziging sprake is van goede ruimtelijke ordening én maakt de ontwikkeling juridisch‐planologisch mogelijk. Op basis van het uitgevoerde akoestisch onderzoek bleek het noodzakelijk om in verband met de omzetting van de bedrijfswoning naar een reguliere woonbestemming ten behoeve van een goed woon‐ en leefklimaat gewenst om de inrit van het bedrijf te verplaatsen naar het naastgelegen perceel dat ook eigendom is van initiatiefnemers (perceel tot voorkort in gebruik door bloemenhandel). Om tot een efficiënt en doelmatig gebruik van het bedrijfsperceel te komen is vervolgens ook het verzoek aangepast en de bedrijfsbestemming 'omgeklapt' naar het naastgelegen perceel.
Bijkomend voordeel hiervan is dat de bedrijfsactiviteiten verder van de naastgelegen woonbestemmingen worden gesitueerd, wat ten goede komt aan het woon‐ en leefklimaat ter plaatse van deze woningen.
Figuur 1.1 ‐ Huidige inrit en parkeerplaatsen bedrijf en woning
9/123
Figuur 1.2 ‐ Toekomstige inrit (bron: Google Street View) Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken, moet ze planologisch‐juridisch worden geregeld in een bestemmingslan. Met dit bestemmingsplan wordt hieraan invulling gegeven.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de Birkstraat 144 aan de oostzijde van Soest en bestaat uit de kadastrale percelen 2509, 4399, 4400, 4401 , 4403, 4404, 4405 en 4870. De locatie van het bestaande bedrijf met bebouwing en gronden en de directe omgeving zijn weergegeven in onderstaande afbeelding. De locatie wordt ontsloten via de Birkstraat. In onderstaand figuur is de ligging van het plangebied in beeld gebracht.
10/123
Figuur 1.3 ‐ Ligging plangebied (Bron: Google Earth)
1.3
Geldende plannen
Voor de projectlocatie geldt het bestemmingsplan 'Landelijk gebied' (vastgesteld op 19 december 2013 en onherroepelijk op 3 juni 2015) en de daarop volgende herzieningen. Op de locatie gelden nu de bestemming 'Bedrijf' met de functieaanduiding specifieke vorm van bedrijf – machinereparatiebedrijf en de bestemming 'Agrarisch met waarden' met functieaanduiding boomteelt (zie figuur 1.4).
Figuur 1.4: Uitsnede vigerend bestemmingsplan Landelijk Gebied
11/123
Met de functieaanduiding 'bedrijfswoning' is één bedrijfswoning toegestaan op deze gronden. Toetsing ontwikkeling vigerend bestemmingsplan 1. Bedrijfsactiviteiten Het vigerende bestemmingsplan maakt een bedrijf in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 3 van de planregels en daarnaast specifiek een reparatiebedrijf in landbouwmachines mogelijk. In categorie 2 is op basis van bijlage 3 van de planregels een aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² toegestaan. De eigenaar beoogd de volgende activiteiten op locatie: het uitoefenen van een boomteelt/hoveniersbedrijf; in relatie met de hoveniersactiviteiten uitoefenen van een aannemersbedrijf (voor o.a. sierbestrating). Een boomteelt/hoveniersbedrijf is nu niet toegestaan op basis van de regels. Om deze bedrijfsactiviteiten mogelijk te maken wordt gebruik gemaakt van artikel 4.5.1 lid b van het bestemmingsplan Landelijk gebied om af te wijken van het bepaalde in artikel 4.1. Artikel 4.5.1. lid b van het bestemmingsplan Landelijk gebied maakt het mogelijk om bedrijven toe te laten, die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten als bedoeld in bijlage 3 van de planregels zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in artikel 4, lid 1 genoemd. 2.
Bestemming Agrarisch met waarden De gronden rondom de bedrijfsbestemming hebben een agrarische bestemming met specifieke aanduiding bomenteelt. De familie Strumpel gaat deze percelen gebruiken voor bomenteelt gekoppeld aan de hoveniersactiviteiten. Dit is binnen het bestemmingsplan al toegestaan. 3. Wonen Daarnaast wil de eigenaar ervoor zorgen dat het wonen op het perceel mogelijk blijft. De mogelijkheden hiervoor zijn ambtelijk verkend en conclusie hiervan is dat de noodzaak van het gebruik als bedrijfswoning vanuit de bedrijfsactiviteiten moeilijk te onderbouwen is en er geen andere oplossingen gezien worden om het gebruik als bedrijfswoning te handhaven. Om het wonen op het perceel toch mogelijk te houden is daarom het verzoek om de bedrijfswoning om te zetten naar een woonbestemming en bij de bedrijfsbestemming geen bedrijfswoning meer toe te staan. Voor het aanpassen van de bedrijfsbestemming, het toevoegen van de woonbestemming wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld.
12/123
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, de regels en een verbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2: Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de huidige situatie en de beoogde ontwikkeling; Hoofdstuk 3: Ruimtelijk beleidskader. In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling aan nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid getoetst; Hoofdstuk 4: Omgevingsaspecten. Hierin wordt de ontwikkeling getoetst op het gebied van de relevante omgevingsaspecten; Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving; Hoofdstuk 6: Uitvoerbaarheid.
13/123
14/123
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het perceel ligt aan een zijstraat van de Birkstraat, een bebouwingslint en de gebiedsontsluitingsweg tussen Soest en Amersfoort. Een luchtfoto van het plangebied is opgenomen in figuur 2.1. Op het perceel was tot voor kort een machine reparatiebedrijf gevestigd, bestaande uit een bedrijfswoning met bedrijfsbebouwing. Naast het perceel is een intensieve veehouderij gevestigd en een verblijfsrecreatieterrein. Verder zitten er in de omgeving een aantal woningen en sportfaciliteiten, waaronder een manege. Het plangebied grenst direct aan een doodlopende weg, de Zandlaan.
Figuur 2.1 ‐ Huidige situatie (Bron: Google Earth)
2.2
Beoogde situatie
Woonbestemming De eigenaren willen ervoor zorgen dat het wonen op het perceel mogelijk blijft. De mogelijkheden hiervoor zijn ambtelijk verkend en de conclusie hiervan is dat de noodzaak van het gebruik als bedrijfswoning vanuit de gewenste bedrijfsactiviteiten als hoveniersbedrijf niet te onderbouwen is en er geen andere oplossingen gezien worden om het gebruik als bedrijfswoning te om te zetten naar een Woonbestemming.
15/123
Op termijn willen initiatiefnemers de woning vergroten en deze vergroting aan de bestaande bedrijfswoning vastbouwen. Het bestemmingsplan Landelijk gebied biedt hier via een afwijkingsbevoegdheid mogelijkheden voor. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen voor het uitbreiden van de woning kan ook de omgevingsvergunning voor afwijken van de regels van dit bestemmingsplan aangevraagd wordt, toegespitst op het specifieke bouwplan. Hiernaast wijzigen de activiteiten van het bedrijf. De wens is om op deze locatie een boomteelt/hoveniersbedrijf te exploiteren. Bedrijfsbestemming Beoogde bedrijfsactiviteiten Initiatiefnemers gaan op het perceel een hoveniersbedrijf uitoefenen. De agrarische gronden achter de woning en naast het bedrijf worden gebruikt voor boomkwekerij ondersteunend aan de hoveniersactiviteiten. De bedrijfsactiviteiten bestaan uit: Hoveniersactiviteiten: alle voorkomende werkzaamheden voor tuinaanleg/ groenvoorziening. Uitvoering: 70 % bij opdrachtgevers. 30 % hovenierswerkzaamheden op terrein voorbereidingen treffen voor klanten. In combinatie met hoveniersactiviteiten: aannemingsbedrijf bestratingen en advies. Uitvoering: 80 % bij opdrachtgevers. Als nevenactiviteit landbouw mechanisatie: reparatie bedrijf, machinereparatie en onderhoud van machines/materieel, reparatie en onderhoud van machines, fietsen e.d.
De bedrijfsbestemming gebruikt voor: Bedrijfsgebouwen: opslag en voorbereiding van hoveniersactiviteiten en bestratingen Buitenopslag van materialen welke hiervoor nodig zijn of materiaal voor hergebruik/showmateriaal Parkeren buiten voor machines, aanhangers e.d. voor de bedrijven. De bedrijfsactiviteiten worden op reguliere werktijden uitgevoerd. Agrarische bestemming De activiteiten binnen de agrarische bestemming bestaan uit: gebruik ten bevoeve van boomkwekerij: Aanplanten, herplanting, frezen bodem, snoeien en verplanten Inrichting en landschappelijke inpassing De gewenste situatie en de landschappelijke inpassing van de nieuwe inrichting is uitgewerkt in een inrichtingsplan De locatie is gelegen in de Eempolder (Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen) en daarbinnen specifiek in de deeluitwerking Birkstraat (gebiedsvisie Landelijk gebied Soest). De locatie vormt binnen de algemene kwaliteiten op basis van het provinciaal‐ en gemeentelijk beleid een bijzondere enclave in de overgang van de Eempolder naar het bosgebied van de Korte Duinen.
16/123
Specifiek voor de locatie geldt dat: deze gelegen is in de landschappelijke eenheid Birkstraat/Eempolder, maar een bijzondere positie daarin heeft: het is gelegen in een bebouwingsenclave tussen sportvelden (gemeente Amersfoort) en Recreatieterrein Duynpark; het perceel is gelegen tussen een pluimveehouderij, woningen en een paardenhouderij; het perceel is omgeven door andere functies en daardoor beperkt zichtbaar vanaf de weg; het perceel door een groene omzooming is afgeschermd van omliggende functies. Uitgaande van een herbestemming van bestaande bebouwing waarbij niet meer bouwmogelijkheden worden geboden dan het huidige bestemmingsplan en een vormverandering van het bestemmingsvlak van het bedrijf dat beperkt zichtbaar is van de weg wordt een landschappelijke inpassing voorgesteld die uitgaat van: Kwaliteitsverbetering van bestaand groen Verbetering van het aanzicht vanaf de Birkstraat (Zandlaan): de voormalige bloemenhandel verdwijnt, de landelijke uitstraling van de voorzijde van het perceel wordt versterkt om een bijdrage te leveren aan de landschapsbeleving van de Birkstraat (Zandlaan). De woning en aangebouwde bijgebouwen is te zien als een erf en zorgt, gezien vanuit de Birkstraat (Zandlaan), niet voor een onevenredige aantasting van de ruimtelijke kwaliteit.
Het perceel krijgt één ontsluiting vanaf de Zandlaan en het woonperceel is reeds in de bestaande situatie direct ruimtelijk gekoppeld aan het bedrijfsperceel. Hiermee wordt het aantal doorsnijding van de groene omlijsting geminimaliseerd en kan de groen rand om de kavel maximaal gerealiseerd worden. De landschappelijke inpassing is opgesteld vanuit het omliggende landschap. Om onderscheid te maken tussen de functie Wonen en de functie Bedrijf en het agrarische perceel, is er een groene haag geplaatst aan de tussen deze functies. Deze nieuw aan te planten haag zal aansluiten op de huidige groenstructuur om het gehele perceel heen. Zie ook de referentiebeelden in onderstaande afbeelding.
17/123
Figuur 2.2 ‐ Referentiebeelden beoogde situatie De bestaande bomen zijn ingetekend en zullen in de nieuwe inrichting behouden blijven. Mochten in de toekomst in het kader van beheer‐ en onderhoud bomen gekapt moeten worden, dan moet worden voldaan aan het beleid Bescherming en kap van bomen van de gemeente Soest. De landschappelijke inpassing bestaat uit inheemse soorten. Het parkeren op de bestemming Wonen zal op dezelfde locatie plaatsvinden als in de huidige situatie; voor het woonhuis. In Bijlage 6 is het landschappelijke inrichtingsplan weergegeven en in Bijlage 1 is een inrichtingstekening op schaal opgenomen van de huidige en toekomstige situatie.
18/123
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (2020) en Barro (2020)
In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) formuleert het Rijk een nieuwe integrale aanpak waarin samen met andere overheden en organisaties optimaal kan worden gewerkt aan behoud van een gezond, leefbaar en economische sterk Nederland. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen spelen de volgende vier prioriteiten de komende jaren een grote rol in de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving van Nederland: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Nationale belangen De NOVI is vertaald in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Deze gaat echter pas in zodra de omgevingswet in werking treedt. De voorloper van het BKL is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, het Natuurnetwerk Nederland, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen.
Toetsing en conclusie De NOVI en het Barro kenmerken zich door een hoog abstractieniveau en bevatten geen concreet beleid ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Er is geen sprake van strijdigheid met het nationaal beleid
19/123
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciale beleid dat voor de beoogde ontwikkeling relevant is staat beschreven in de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht. De Omgevingsvisie omvat de visie van de Provincie Utrecht op toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. De daaraan gekoppelde verordening omvat bijbehorende regels met betrekking tot ruimtegebruik en ruimtelijke ontwikkelingen, die ook doorwerken voor lagere overheden. De filosofie 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' staat in beide beleidsdocumenten centraal. Het accent is verlegd van een toetsende rol van de provincie naar sturen op kwaliteit (ontwikkelingsplanologie). 3.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht (vastgesteld d.d. 10 maart 2021) In de Omgevingsvisie beschrijft de Provincie Utrecht hoe zij het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland wil blijven, ook in 2050. In de visie wordt ingegaan op uitdagingen als het aantal inwoners, benodigde woningen, banen en het toenemend aantal verplaatsingen. Daarnaast wordt de visie op hoofdlijnen geschets aan de hand van keuzes op zeven beleidsthema's: Stad en land gezond; Klimaatbestendig en waterrobuust; Duurzame energie; Vitale steden en dorpen; Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; Levend landschap, erfgoed en cultuur; Toekomstbestendige natuur en landbouw. Hieronder wordt ingegaan op de voor de ontwikkeling relevante thema's.
Aantrekkelijke landschappen De provincie Utrecht is opgedeeld in verschillende landschappen waarvoor verschillende kernkwaliteiten gelden. De beoogde ontwikkeling is gelegen in het landschap Eemland. Arkemheen‐Eemland is een weids en open weidegebied met duidelijk herkenbare randen. Het gebied oogt eenduidig, maar is in feite een samenspel van agrarische, ecologische en recreatieve functies. De randen lijken strak en gelijk, maar dichtbij variëren ze van plek tot plek. Achter de randen en in open linten in de weidse ruimte ligt bebouwing. Het contrast tussen de open ruimte en de beschutte ruimte achter de randen is de essentie van Arkemheen‐Eemland. Voor dit gebied gelden de volgende kernkwaliteiten: extreme openheid; slagenverkaveling; veenweidekarakter; historie van de Zuiderzee; Grebbelinie; overgangsgebieden (bij Eemnes, Soest en Amersfoort). Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen Bovenstaande kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van Eemland verschillende accenten, waar nader op in wordt gegaan in de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen. Bij ontwikkelingen in het landschap van Eemland is het vooral van belang dat de open ruimte behouden en versterkt wordt. Dit betekent behoud van een
20/123
continue open ruimte langs de Eem, van Randmeer tot Amersfoort. Bij ontwikkelingen kan de openheid versterkt worden door verplaatsing van bebouwing, begroeiing of andere opgaande elementen. Nieuwe bebouwing vestigt zich bij voorkeur in randzones of in bestaande linten, waarbij deze laatste wel transparant moeten blijven. De provincie kent de volgende ambities aan toe het gebied Eemland: versterken van de openheid; bijzondere aandacht voor de randen; aandacht voor een aantal specifieke gebieden: Rijksweg Amersfoort‐Bunschoten.
A1,
Spoor
Baarn‐Soest,
flessenhals
Aan de rand van Huizen tot het spoor bij Amersfoort geldt in het specifiek het volgende: het behoud van de karakteristieke zachte rand langs de heuvelrug; het behoud van zicht op de diverse kerktorens in de rand als ruimtelijke en verhalende bakens; het beperken van opgaande beplantingen van de overgangsgebieden langs de heuvelrug tot achter de linten van de Wakkerendijk en Birkstraat. Deze overgangsgebieden hebben een landgebruik van vooral landbouw en natuur. Toetsing en conclusie Het plangebied ligt in het landschap ‘Eemland’, in het deelgebied ‘overgangsgebied’ naar de Utrechtse heuvelrug. Openheid is in het Eemland een belangrijke kernwaarde. Echter ligt het plangebied bijna tegen de grens van dit gebied op de rand van het landschap ‘Utrechtse heuvelrug’. De omgeving van de Birkstraat wordt dan ook specifieke benoemd als een overgangsgebied richting de Heuvelrug waar het landschap al meer verdicht is. Dit is een zachte rand, met een combinatie van bebouwing en veel beplanting. Omdat er geen nieuwe bebouwing bij komt wordt er niet verdicht. Er wordt zelfs bebouwing gesaneerd wat de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. De nieuwe beplanting die is voorgesteld past goed in het overgangsgebied, want veel beplanting hoort daar in thuis. De ontwikkeling is daarmee passend binnen het landschap Eemland. Er wordt aan het provinciale beleid voldaan. 3.2.2
Interim omgevingsverordening (vastgesteld d.d. 10 maart 2021)
De interim omgevingsverordening is een tijdelijke verordening die op 1 april 2021 inwerking is getreden en een looptijd heeft totdat de Omgevingswet van kracht is en de omgevingsverordening in werking treedt. Artikel 7.9 Instructieregel landschap 1. Landschap bestaat uit Landschap Eemland, Landschap Gelderse Vallei, Landschap Groene Hart, Landschap Rivierengebied en Landschap Utrechtse Heuvelrug. 2. De kernkwaliteiten zijn per gebied vastgelegd in de bijlage Bijlage 15 Kernkwaliteiten Landschap bij deze verordening. 3. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in Landschap bevat: a. bestemmingen en regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten; en b. geen bestemmingen of regels die nieuwe activiteiten toestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten. 4. De motivering van een bestemmingsplan bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan.
21/123
Een landschap is geen statisch plaatje. Het is altijd in ontwikkeling en dynamiek hoort daarin. In het werken met landschapskwaliteit wordt uitgegaan van een samenspel tussen beeld (wat zie je), functies (wat gebeurt er) en robuuste structuren (samenhang, relaties). Elke ontwikkeling in het landelijk gebied moet aansluiten bij de kernkwaliteiten. Als sprake is van een zeer open gebied, bevat een bestemmingsplan bepalingen om die openheid te behouden. Denk aan het tegengaan van (hoge) bebouwing. Een aantasting van het landschap is onevenredig als het belang van de nieuwe ontwikkeling niet opweegt tegen de aantasting van de kernkwaliteiten. Een goede locatiekeuze beperkt de schade voor het landschap. Daarnaast is een goede landschappelijke inpassing vereist die in de regels van het plan is geborgd. Artikel 9.2 Verstedelijkingsverbod landelijk gebied Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied laat geen verstedelijking toe, tenzij in deze verordening anders is bepaald. Om de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied te behouden, moet een ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke bestemmingen hier voorkomen worden. Daarom zijn nieuwe vormen van verstedelijking in het landelijk gebied verboden. Op dit verbod zijn in de verordening uitzonderingen mogelijk. Een van de uitzonderingen wordt beschreven in hoofdstuk 9 Wonen, werken en recreeren.
Artikel 9.4 Instructieregel woningen, woonschepen en woonarken in landelijk gebied 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied bevat geen bestemmingen en regels die toestaan dat een woning, woonschip of woonark landschappelijk niet goed inpasbaar is. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die: a. de uitbreiding van bestaande woningen mogelijk maken onder de voorwaarde dat de regels voorzien in een maximale inhoudsmaat, zodanig dat de woning landschappelijk goed inpasbaar is; b. voorzien in de vergroting van ligplaatsen van woonschepen of woonarken of in de vergroting van de maatvoering van woonschepen of woonarken onder de voorwaarde dat de regels voorzien in een maximale oppervlakte van de ligplaats en een maximale maatvoering van het woonschip of de woonark, zodanig dat het woonschip of de woonark landschappelijk goed inpasbaar is, of c.
nieuwe vervangende ligplaatsen voor woonschepen of woonarken toestaan, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: het gaat om woonschepen en woonarken die afkomstig zijn uit zeer kwetsbare gebieden en de nieuwe locatie is uit ruimtelijk oogpunt aanmerkelijk minder bezwaarlijk, of de vervangende ligplaats is uitsluitend bestemd voor woonschepen of woonarken met een historische waarde; en de maatvoering van woonschepen of woonarken en ligplaats is zodanig, dat het woonschip of de woonark landschappelijk goed inpasbaar is. 3. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt deel uit van de onderbouwing, indien het nieuwe besluit substantieel grotere maten mogelijk maakt ten opzichte van het vigerende besluit.
22/123
Artikel 9.5 Instructieregel bebouwingsenclaves en ‐linten 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat in bebouwingsenclaves of bebouwingslinten verstedelijking plaatsvindt, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. gelijktijdig met de verstedelijking wordt de ruimtelijke kwaliteit verhoogd b. bebouwing vindt niet plaats buiten de bestaande bebouwingsenclaves of bebouwingslinten; en c. belangen van bestaande omringende functies worden niet onevenredig aangetast. 2. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de onderbouwing. Artikel 9.7 Instructieregel bestaande stedelijke functies, anders dan wonen 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat: a.
percelen voor specifieke stedelijke functies bestemmingen een andere stedelijke functie krijgen, niet zijnde permanente bewoning van een recreatiewoning, kantoor of detailhandel, onder de voorwaarde dat de functiewijziging naar aard en omvang, op basis van een integrale afweging, niet leidt tot vergroting van de locatie en tot een toename van de invloed op de omgeving, dat bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden en dat omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd; b. stedelijke functies worden uitgebreid met maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden onder het vigerende planologisch regime. Van deze maximale uitbreiding kan afgeweken worden mits er sprake is van een economische noodzaak. Ook het bestemmingsvlak kan worden uitgebreid indien er sprake is van een economische noodzaak. 2. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing, waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. De toename van de invloed die de wijziging in stedelijke bestemmingen heeft op de omgeving moet, in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan locaties, breed worden beoordeeld. Het resultaat van die brede beoordeling moet zijn dat de ruimtelijke impact op de omgeving vermindert of op zijn minst gelijk blijft. Dat wil niet zeggen dat op onderdelen geen kleine verslechteringen mogen plaatsvinden.
Het gaat om het resultaat van de integrale (totale) beoordeling. Tot de relevante aspecten worden in ieder geval gerekend: milieuhinder, onevenredige verkeerstoename en verstoring van het landschap. Artikel 9.9 Instructieregel functiewijzing (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar stedelijke functie (anders dan wonen) 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is beëindigd de bedrijfswoning en overige bedrijfsgebouwen een stedelijke functie, niet zijnde wonen, krijgen, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw; b. door sloop wordt de oppervlakte van de fysiek aanwezige bebouwing met 50% gereduceerd, waarbij te behouden historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing niet in de berekening wordt betrokken, tenzij:
23/123
het gaat om een nieuwe functie die voorziet in een kleinschalige woonzorgvoorziening, of het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt aan recreatieve beleving of recreatief gebruik waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat; het gaat om de hervestiging van één of enkele bedrijven die op hun oorspronkelijke locatie een ruimtelijk obstakel vormden of de kwaliteit van de leefomgeving ernstig aantasten en die op de nieuwe locatie, nabij de kern, goed inpasbaar zijn; het gaat om vestiging van bedrijven die vanwege hun werkzaamheden met zwaar rijdend materieel zich voornamelijk richten op het landelijk gebied; er is sprake van twee of meer bouwpercelen waar de agrarische functie is beëindigd en op de betrokken bouwpercelen gezamenlijk wordt het vereiste slooppercentage van 50% wel gehaald; of de ruimtelijke kwaliteit wordt op een andere wijze verhoogd dan alleen door sloop van bebouwing, in een mate die een lager slooppercentage dan 50% rechtvaardigt; c. te handhaven en nieuw op te richten bedrijfsgebouwen worden zo compact mogelijk gesitueerd binnen het voormalige bouwperceel en het bouwperceel wordt evenredig met de oppervlakte gesloopte gebouwen verkleind; d. de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden; en e. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. 2.
De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Toetsing en conclusie Ter plaatse van de planlocatie bevindt zich in de bestaande situatie een aannemersbedrijf. De eigenaar wil dit met oog op de toekomst graag omzetten naar een hoveniersbedrijf met als nevenactiviteit landbouw mechanisatie en daarbij de huidige bedrijfswoning omzetten naar een burgerwoning. Het totale bebouwd oppervlak neemt af, doordat een deel van de aanwezige bijgebouwen wordt gesaneerd. Alle ter plaatse aanwezige kernkwaliteiten, cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het overgangsgebied worden versterkt middels een landschappelijke inpassing en beplantingsplan. Tezamen leidt dit tot een flinke kwaliteitsverbetering op het perceel. Doordat de vorm van het bedrijfsbestemmingsvlak wordt verlegd/aangepast bestaat de mogelijkheid tot hinder naar de omgeving. In Hoofdstuk 4 wordt hierop verder ingegaan. Met de ontwikkeling worden omliggende (agrarische) bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Ook leidt de aanpassing van het bestemmingsvlak niet tot een vergroting van het bestemmingsvlak. De inrit van het bedrijfsperceel mag niet langs de woning gaan, vanwege de beperking die hierdoor ontstaat op het akoestisch klimaat ter hoogte van de woning.
Bedrijfsverkeer moet langs de noordelijke inrit zodat er voor de burgerwoning geen sprake is van hinder. Met de wijzing van aannemersbedrijf naarhoveniersbedrijf is het aannemelijk dat er geen sprake is van een (onevenredige) verkeerstoename. Er wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de interim omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Uit bovenstaande brede beoordeling blijkt dat de ruimtelijke impact ter plaatse verbeterd.
24/123
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Structuurvisie 2009 ‐ 2030 De gemeente streeft in haar structuurvisie, zoals de titel reeds duidelijk maakt, naar behoud en versterking van het karakter als groen en levendig dorp. Hoe dat bereikt kan worden, wordt onder andere behandeld aan de hand van gewenste en benodigde functies en waar deze ruimtelijk opgevangen kunnen worden. In aansluiting op het provinciaal beleid ligt daarbij de nadruk op concentratie van functies in het stedelijk gebied en behoud van landschappelijke kwaliteiten in het landelijk gebied. Om het dorp groen en levendig te houden, wordt tegelijkertijd gesignaleerd dat het verder concentreren van stedelijke functies niet onbeperkt kan worden doorgevoerd en dat ook gekeken moet worden waar er ruimte beschikbaar is om gedoseerd uit te breiden. Voor deze ontwikkeling is in het bijzonder van belang. Bebouwingslint Birkstraat: Eén van de mogelijkheden voor gedoseerde uitbreiding is de Birkstraat. De Birkstraat ligt weliswaar in het landelijk gebied maar is van oudsher en bebouwingslint, wat betekent dat hier een zekere mate van bebouwingsdichtheid en aanwezigheid van (stedelijke) functies als passend wordt ervaren. De structuurvisie plaatst overigens ook kanttekeningen bij het verder verdichten van de Birkstraat.
Door de ligging nabij EHS en binnen Nationaal Landschap is het een kwetsbaar gebied waar niet iedere vorm van verstedelijking zonder meer passend is, mede gelet op het goede zicht op het open overgangslandschap van bos naar weide. Daarnaast is de Birkstraat een belangrijke verkeersader wat meegewogen zal moeten worden bij de woonkwaliteit en bij mogelijkheden voor ontsluiting. Tot slot liggen de kernen van Soest en Amersfoort en daarmee ook voorzieningen op afstand. 3.3.2
Gebiedsvisie landelijk gebied
De 'Gebiedsvisie landelijk gebied Soest' vormt een integrale visie op toekomstige ontwikkelingen in het landelijk gebied. Gebaseerd op de trends in de agrarische sector, waar bedrijven op termijn ofwel (moeten) kiezen voor schaalvergroting of voor verbreding van de activiteiten, kunnen in het landelijk gebied zeer uiteenlopende ruimteclaims worden verwacht. Dit, in combinatie met de wens om de landschappelijke kwaliteit en diversiteit te beschermen en versterken, vraagt om een visie op toekomstige ontwikkelingen. De visie onderscheid daarbij verschillende gebieden, die ieder afzonderlijk hun eigen landschappelijke kwaliteiten kennen en wisselend geschikt zijn voor bepaalde functies.
25/123
Figuur 3.1 Uitsnede Gebiedsvisie landelijk gebied Soest ‐ deelgebied Birkstraat Toetsing en conclusie Het plangebied van de ontwikkeling maakt onderdeel uit van het deelgebied Birkstraat. Deze wordt getypeerd als een agrarisch lint met ruime doorzichten naar het open agrarische gebied van de Eempolder aan de noordzijde en het coulisselandschap richting Korte Duinen aan de zuidzijde. Het plangebied ligt daarbij buiten de getypeerde zones in een bebouwingslint aan de Zandlaan. De locatie van het specifieke plangebied heeft geen sturende functie meegekregen vanuit het gemeentelijk beleid. Het beleid gaat meer in op de Birkstraat dan op deze zijweg (Zandlaan) die wat meer op de achtergrond gesitueerd is. Uit de visie blijkt dat de Birkstraat geschikt is om een meer divers karakter te krijgen: de agrarische bestemming is nog steeds primair maar door de ligging tussen het stedelijke gebied van Soest en Amersfoort vindt steeds meer verbreding plaats (groene diensten). De omschakeling naar een boomteelt/hoveniersbedrijf past daarmee goed in de visie van de gemeente. 3.3.3
Stap voor stap ver komen ‐ Omgevingsvisie Soest en Soesterberg (vastgesteld d.d. 21 december 2021)
In de omgevingsvisie 'Stap voor stap ver komen' geeft de gemeenteraad van Soest aan hoe zij de gewenste situatie van de gemeente Soest over 20 jaar, in 2040, zien. Hieronder worden de relevante punten uit de visie achtereenvolgens behandeld en getoetst aan de beoogde ontwikkeling.
26/123
Beleidskader De gemeente Soest is aantrekkelijke woon‐ en werkgemeente. Het wonen in de Randstad, de ondernemersgeest, de groene omgevingen binnen en buiten de kernen, de goede autobereikbaarheid, de relatief rustige en schone omgeving, de sociale samenhang, en de maatschappelijke, commerciële en culturele voorzieningen dragen daar allemaal aan bij. In de omgevingsvisie worden de thema's die met de bebouwde leefomgeving en het gebruik daarvan te maken hebben. De volgende thema's worden behandeld: Woningen (bestaand en nieuw) Bedrijventerreinen en werken Ontmoeten en ontmoetingsplekken (waaronder winkelgebieden, cultuur en samenleven) Voorzieningen (zorg, scholen etc.) Mobiliteit Omgevingskwaliteit (milieu/gezondheid) Daarnaast zijn specifieke doelen benoemd voor het gebied De Birkt. Deze zijn alsvolgt: Bereikbaar Soest door goede doorstroming Birkstraat met een hogere capaciteit dan nu. Landschappelijke, cultuurhistorische natuurverbinding tussen het bos en de Eem Ruimte voor recreatie binnen het kader voor natuur Consumentgerichte voedselproductie Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft de verplaatsing van een bedrijf en de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Het aannemersbedrijf dat voorheen op deze locatie gevestigd is, is inmiddels gestopt.
Momenteel worden binnen het plangebied alleen nog agrarische activiteiten uitgevoerd als hovenierswerkzaamheden en boomteelt. Bedrijfsverkeer moet langs de noordelijke inrit zodat er voor de burgerwoning geen sprake is van hinder. Met de wijzing van aannemersbedrijf naar hoveniersbedrijf is het aannemelijk dat er geen sprake is van een verkeerstoename. De ontwikkeling is niet in strijd met de overige punten uit de omgevingsvisie. Conclusie De omgevingsvisie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.3.4 Beleid bescherming en kap van bomen (2012) Beleidskader De gemeente Soest kenmerkt zich door haar groene karakter. Voor een groot deel wordt deze uitstraling bepaald door de bomen in de gemeente, de groene parels. Zij bepalen de sfeer van de openbare ruimte, zijn structuurbepalend en kunnen cultuurhistorische, ecologische en educatieve waarden hebben. De gemeente Soest streeft naar een duurzaam bomenbestand en duurzame bomenstructuren, ondermeer door het beschermen van bomen. De te beschermen bomen zijn onder te verdelen in de volgende categoriën:: bomenstructuren
27/123
monumentale bomen waardevolle bomen particuliere bomen op percelen groter dan, of gelijk aan 175 m² overige openbare bomen
Toetsing De bomen binnen het plangebied vallen onder de categorie 'particuliere bomen op percelen groter dan, of gelijk aan 175 m². Ook op particuliere percelen kan een boom uitgroeien tot een monumentale boom, mits daarvoor o.a. voldoende ruimte is. Om ook in de toekomst de nu jonge bomen de kans te geven uit te groeien tot monumentale boom, worden particuliere bomen met een stamomtrek van minimaal 80 cm op percelen met een totaal oppervlak van minimaal 175 m² beschermd (gemeten op 1.30 meter hoogte boven maaiveld). Binnen het plangebied bevinden zich enkele bomen die in het kader van dit beleidskader in de beschermde categorie vallen. Een aantal van die bomen zijn gesitueerd in of nabij het toekomstig bouwvlak van het bedrijf. Bij sloop en nieuwbouw van de schuur binnen de bestemming bedrijf dient daarom rekening gehouden te worden met dit beleidskader. In dit plan wordt er vanuit dat de bestaande bomen gehandhaafd blijven. Bij bouw‐ en aanlegwerkzaamheden wordt rekening gehouden met de bestaande bomen en deze zullen buiten de kronen van de bomen plaatsvinden zodat de wortelstelsels van de bomen niet aangetast worden. Indien in de toekomst de kap van bomen vereist is in het kader van toekomstige sloop‐ en bouwplannen, dient een vergunning aangevraagd te worden.
Conclusie Het beleid bescherming in kap van bomen vormt geen belemmering voor de beoogde plannen omdat nog niet bekend is of er werkzaamheden plaatsvinden aan de huidige schuur op het perceel. Indien in de toekomst werkzaamheden plaats zullen vinden aan de schuur dient dit beleidskader geraadpleegd te worden en is de eventuele kap van beschermde bomen op basis van dit beleid vergunningsplichtig.
28/123
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Bedrijven en milieuzonering
Beleid en Normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon‐ en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG‐publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie‐indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Onderzoek Industrielawaai Met de woonbestemming wordt een nieuwe geluidsgevoelige functie gerealiseerd. Het is dan van belang te kijken naar de geluidsgevoelige functie in relatie tot de bedrijfsactiviteiten (hoveniersbedrijf) die op het perceel plaatsvinden.
In de omgeving van de te realiseren woning wisselen de functies wonen, bedrijf en recreatie/sport elkaar af. De omgeving kan worden gekenmerkt als gemengd gebied. In de VNG‐brochure is een lijst opgenomen met allerlei bedrijfsactiviteiten met bijbehorende milieucategorie. De milieucategorie voor een hoveniersbedrijf, een aannemer met een bedrijfsoppervlak < 1.000 m2 en de bedrijfsgebouwen van een boomkwekerij is in alle drie de gevallen categorie 2. De richtafstand die in beginsel wordt aangehouden tussen een bedrijfsbestemming met milieucategorie 2 en de gevel van een gevoelig gebouw in een gemengd gebied, zoals een woning, is 10 meter. Voor wat betreft de bedrijfsbebouwing wordt aan de richtafstand voldaan, maar voor wat betreft de afstand tussen bedrijfsbestemming (buitenruimte) en gevel van de woning wordt niet voldaan aan de richtafstand van 10 meter. Omdat niet aan de richtafstand wordt voldaan zou voor het realiseren van de woonbestemming is een akoestische onderbouwing uitgevoerd zie Bijlage 4. Uit het akoestisch onderzoek blijkt er bij handhaving van de bestaande inrichting van het perceel dat geen sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon‐ en leefklimaat bij het in stand houden van de huidige inrit. Er kan niet worden voldaan aan de richtwaarden voor woningen in een gemengd gebied.
29/123
Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon‐ en leefklimaat in de nieuw voorgestelde indeling met de inrit op het noordelijk perceel. In die situatie wordt voldaan aan de richtwaarden voor woningen in een gemengd gebied. Uit het onderzoek blijkt tevens dat het bedrijf niet wordt belemmerd in de bedrijfsvoering. Ook na het wijzigen van bedrijfswoning naar woonbestemming kan het bedrijf voldoen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Uit het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. Omliggende bedrijven In de directe omgeving van het plangebied zijn naast woningen ook (agrarische) bedrijven en een recreatiepark aanwezig. Daarnaast heeft het plangebied zelf de bestemming Bedrijf. Vanwege deze diversiteit aan activiteiten kan gesproken worden van een gemengd gebied. Voor de haalbaarheid van de woonbestemming is gekeken naar de omliggende bedrijven Grenzend aan het plangebied is recreatieterrein Duynparc Soest gelegen (Birkstraat 132). Hiervoor geldt een richtafstand van 30 m ten opzichte van een gemengd gebied. Aan de algemene richtafstand voor een recreatieterrein wordt zodoende voldaan. Ten westen van het plangebied zijn agrarische gronden gelegen welke gezien de aard en intensiteit van gebruik geen belemmering vormen.
Ten oosten van het plangebied is ter plaatse van Birkstraat 142 een kippenhouderij gelegen. In 2018 is een V‐stack berekening uitgevoerd om aan te tonen dat ter plaatse van de toekomstige woonbestemming voldaan wordt aan een goed woon‐ en leefklimaat (zie Bijlage 2). De woonbestemming zoals onderstaand weergegeven is gelegen buiten de geurcontour van de naastgelegen intensieve veehouderij (zie onderstaand figuur 4.1) en is de woning op voldoende afstand gelegen van de manege aan de Birkstraat 146b.
30/123
Figuur 4.1 Birkstraat 142 (pluimveehouderij) Tot slot zal het plangebied door de beoogde ontwikkeling zelf minder milieuhinder veroorzaken. Door de verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten verbetert het woon‐ en leefklimaat ter plaatse van naastgelegen woningen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de beoogde ontwikkeling sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat en dat er in de omgeving geen bedrijven aanwezig zijn die door de ontwikkeling in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Ook zal milieuhinder voor omliggende milieugevoelige functies aanzienlijk afnemen door de functiewijziging van het plangebied.
4.2
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
31/123
Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Ten opzichte van de vigerende planologische situatie is er sprake van een functiewijziging. Het plangebied verandert van Bedrijf naar Wonen en van Agrarisch naar Bedrijf. Ten behoeve van het opstellen van een bestemmingsplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Klijn Bodemonderzoek B.V. Het volledige rapport hiervan is te vinden in Bijlage 3. In het uitgevoerde bodemonderzoek is door middel van de bemonstering en analyse van grond en grondwater de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Tijdens het onderzoek zijn enkele verhoogde waarde aangetroffen. Echter liggen de geconstateerde verhoogde gehaltes (ruim) onder de grenswaarden waardoor geen aanleiding bestaat tot het instellen van nader bodemonderzoek.
Asbest, kadastrale percelen Op basis van de historie van het perceel, de uitgevoerde maaiveldinspectie en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de boorwerkzaamheden ‐waarbij geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen‐ is het aannemelijk dat er geen sprake is van een verontreiniging van de bodem met asbest. Indien hierover echter meer zekerheid is gewenst, wordt geadviseerd een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5707 of NEN 5897 uit te laten voeren. Hergebruik van grond Voor de volledigheid wordt vermeld dat de grond naar verwachting niet als schone grond kan worden hergebruikt. Voor grond welke op het perceel wordt toegepast gelden ons inziens, gezien de geringe overschrijding(en) ten opzichte van de achtergrondwaarden, geen gebruiksbeperkingen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit een indicatieve toetsing aan de Regeling en het Besluit Bodemkwaliteit betreft; het uitgevoerde onderzoek betreft immers geen partijkeuring conform BRL SIKB 1000, protocol 1001. Conclusie Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, geen belemmeringen ten aanzien van het gebruik van het terrein, de geplande bestemmingswijziging en de afgifte van een omgevingsvergunning ten behoeve van de geplande bouwactiviteiten op het terrein.
4.3
Archeologie & cultuurhistorie
Op basis van de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) is geregeld dat de verantwoordelijkheid voor het beheer van de archeologie bij de gemeente ligt. Dit houdt onder andere in dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening gehouden dient te worden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten archeologische waarden.
32/123
Erfgoedverordening gemeente Soest 2014 De bescherming van archeologische waarden is binnen de gemeente Soest vastgelegd in de Erfgoedverordening gemeente Soest 2014. Deze verordening hanteert verschillende zones met archeologische waarden. Daarbinnen dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden voordat werkzaamheden uitgevoerd mogen worden die (mogelijk) een verstorend effect hebben op archeologische (verwachtings)waarden. De regeling is gebaseerd op de gemeentelijke beleidsadvieskaart ui 2011, waarin de zones met archeologische waarden en verwachtingswaarden zijn vastgelegd. Onderzoek Het plangebied ligt op basis van de beleidsadvieskaart in de zone 'Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied 1'. Een uitsneden van de beleidsadvieskaart waaruit dit blijkt is opgenomen in figuur 4.2.
Figuur 4.2: Uitsnede beleidsadvieskaart Archeologie Bij deze zone geldt een verplichting tot archeologisch onderzoek bij werkzaamheden groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm. De beoogde ontwikkeling gaat echter niet gepaard met werkzaamheden anders dan de interne verbouwing en vernieuwing van bestaande gebouwen. Archeologisch onderzoek is daarom niet uitgevoerd. Wel dient de onderzoeksplicht in het bestemmingsplan geborgd te worden, zodat bij eventueel toekomstige werkzaamheden de onderzoeksplicht van toepassing is. Om die reden is in dit bestemmingsplan een archeologische dubbelbestemming opgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij de regeling zoals opgenomen in het plan Landelijk Gebied. Volgens het gemeentelijke monumentenregister en het rijksmonumentenregister is er geen sprake van een monument op deze locatie.
33/123
Volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Soest deel 1, Van Heuvelrug tot Eem, RAAP‐rapport 2758 uit 2014, is er sprake van een hoge cultuurhistorische waarde (1.2). Dit betreft de Birkstraat en het beschermde dorpsgezicht dat hierbij hoort. De Birkstraat/Zandlaan vormt binnen deze waarden een bijzonder gebied als bebouwingsenclave. Hier gaat het vooral om het behoud van het landelijke karakter. Met het inirchtingsplan wordt het landelijke karakter behouden en versterkt, waarmee de cultuurhistorische waarde niet aangetast wordt. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie staat de uitvoering van het inititief niet in de weg. Om het aspect archeologie bij (mogelijke) toekomstige werkzaamheden te waarborgen, wordt een archeologische dubbelbestemming opgenomen.
4.4
Water
Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Vallei & Veluwe, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits‐ en waterkwaliteitsbeheer. De initiatiefnemer heeft het waterschap geïnformeerd door gebruik te maken van de Digitale Watertoets. Deze is uitgevoerd op 14 juni 2016. Daaruit kwamen geen aandachtspunten naar voren die aanleiding geven tot nader overleg met het waterschap. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal Provinciaal Waterplan Provinciale Structuurvisie Verordening Ruimte Blauwe Omgevingsvisie 2050 De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe.
Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en
34/123
waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven‐ en ondergrond. Blauw omgevingsprogramma 2022‐2027 Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022‐2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven.
Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond‐ en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Het plangebied is gelegen in het deelgebied Eemland. Er zijn verschillende integrale opgaven in dit deelgebied. Met partners bouwt Waterschap Vallei en Veluwe aan een veilig en meer natuurlijk Eemland, met balans tussen verstedelijking, landbouw, beschermen en aanvullen van de grondwatervoorraad, recreatie, natuur en water. Gemeentelijk water‐ en rioleringsplan Baarn en Soest 2018‐2022 Het Gemeentelijk water‐ en rioleringsplan gaat over alle gemeentelijk watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater), het stedelijk oppervlaktewater en de integratie met onze leefomgeving. Het plan beschrijft de
35/123
achtergronden, het beleid, het programma en de financiën. Ook komen de rollen van gemeente, waterschap, bewoners en bedrijven aan bod. En het plan houdt rekening met recente ontwikkelingen en het pas afgeronde technische onderzoek Basiswaterketenplan. De gemeente zorgt voor het inzamelen en afvoeren of verwerken van stedelijk afvalwater en hemelwater. Voor zover doelmatig neemt de gemeente maatregelen tegen grondwateroverlast en zorgen ze samen met het waterschap Vallei en Veluwe dat het stedelijke oppervlaktewater schoon, veilig en beleefbaar is. De gemeente zorgt niet overal en niet altijd voor het water. Bewoners en bedrijven moeten zelf voor de voorzieningen op hun perceel zorgen. In sommige gebieden en situaties moeten zij het regenwater bergen en verwerken of afvoeren, of zelf maatregelen nemen tegen grondwaterproblemen. In het Gemeentelijk water‐ en rioleringsplan is aangegeven wat de gemeente doet en waarvoor bewoners en bedrijven zelf verantwoordelijk zijn. Water en riolering zijn van groot belang voor de volksgezondheid en onze leefomgeving. Het grondwater is belangrijk voor bomen, planten, het bodemleven en de drinkwatervoorziening. Het oppervlaktewater draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit en wordt gebruikt voor ontspanning en recreatie. Een gezonde leefomgeving betekent ook een groene en koele leefomgeving.
Minder zichtbaar maar zeker zo belangrijk, is de riolering onder de grond. Een goed functionerende riolering is nodig voor de volksgezondheid, een schone leefomgeving en het beperken van wateroverlast. Door de klimaatverandering wordt dit alles nog belangrijker. De gemeente maakt het watersysteem en de riolering duurzaam en robuust, zodat deze de effecten van de klimaatverandering kunnen opvangen. Dit gebeurt in samenhang met andere ingrepen in de (stedelijke) omgeving, waarbij de gemeente kansen benut en effectgericht werkt. De thema's om tot een duurzaam en robuust systeem te komen zijn: 1. Baarn en Soest klimaatbestendig; 2. duurzame afvalwaterketen; 3. bewoners bewust; 4. beleefbaar water; 5. goed beheren; 6. financiën op orde. Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Voor een gezonde en veilige leefomgeving streven we naar het zo veel mogelijk voorkomen van het contact met afvalwater. We sluiten lozingen van huishoudelijk afvalwater van alle percelen aan op vuilwaterriool of een andere publieke voorziening, zodat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt. Het bedrijfsmatig afvalwater wordt ingezameld en verwerkt als er geen sprake is van beïnvloeding van de doelmatige werking van de riolering en zuivering. Als dit wel het geval is, dan worden voorwaarden gesteld aan de lozing op de riolering. We scheiden zoveel mogelijk vuilwater en schoonwater.
Zo blijft schoon water schoon. Bij afkoppelen geldt de voorkeursvolgorde (eerst benutten, dan via infiltratie in de bodem, dan directe afvoer naar het oppervlaktewater, dan afvoer via het maaiveld en tenslotte afvoer via een regenwaterriool). In ons streven naar een gezonde leefomgeving dragen wij als gemeente bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Een watersysteem van goede kwaliteit draagt bij aan natuurontwikkeling, landschap en recreatie. Wij richten ons samen met het waterschap op geen achteruitgang in de kwaliteit van het bodem‐ en (grond)watersysteem, het meer robuust maken van de retentiegebieden en het behalen van de KRW‐doelen voor KRWwaterlichamen in 2027. We willen de waterkwaliteit laten aansluiten op de functie en het recreatieve gebruik (zwemwater, vaarwater, viswater) en we beperken zoveel mogelijk emissie uit de
36/123
afvalwaterketen naar het watersysteem, voor zover dit op een doelmatig wijze mogelijk is. Voor een doelmatig beheer van de afvalwaterketen en het optimaal functioneren van de zuivering scheiden we vuilwater en schoonwater. Hierdoor vinden overstorten minder vaak plaats en de impact van overstortingen op de waterkwaliteit is kleiner. We passen de best mogelijke techniek toe bij inzamelen en transport afvalwater. Tot slot passen we het principe toe: de vervuiler/initiatiefnemer betaalt. De gemeente streeft samen met onze inwoners en bedrijven naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk worden beperkt. Dat betekent dat wij streven naar het beperken van maatschappelijke ontwrichting en schade door extreme weersomstandigheden: Bij korte hevige én bij langdurige neerslag: Blijven snelwegen, provinciale wegen en andere hoofdroutes zo lang mogelijk toegankelijk. Zijn overige wegen binnen een uur weer toegankelijk, bij hevige buien Blijven nooddiensten bereikbaar voor calamiteitenverkeer. Ondervindt bebouwing incidenteel schade bij extreme buien. Ondervinden vitale en kwetsbare functies geen schade of uitval. Worden onveilige situaties zoals o.a. het onderlopen van onderdoorgangen zoveel mogelijk voorkomen. Bij een lange periode van droogte: Blijft schade aan openbaar groen beperkt.