CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

10 2 Bijlage 1a IHP Onderwijs gemeente Soest.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 4 maart 2021, gemeente SoestBij agendapunt: RV 21-02: Integraal huisvestingsplan Onderwijs25.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2035 Gemeente Soest

Opdrachtgever Opgesteld door Kenmerk Datum

Noortje Devriese, gemeente Soest Marieke Stevering-Rutten en Lotte ter Braak U20595 3 december 2020

Postbus 2145 | 7302 EM Apeldoorn | T (055) 538 66 90 | info@pentarho.nl | www.pentarho.nl | KvK-nr. 08169718 | Btw-nr. NL8189.60.115.B01

Managementsamenvatting De gemeente Soest en de schoolbesturen voor primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs hebben met elkaar een visie en ambitie bepaald om de komende jaren op een integrale manier invulling te geven aan onderwijshuisvesting. Vanuit deze visie en ambitie worden adviezen gegeven voor plannen met betrekking tot onderwijshuisvesting in de gemeente. Dit samen vormt het Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP) dat zicht geeft op de periode 2020-2035. In het bepalen van de prioritering van projecten die zijn opgenomen in het IHP, is naast de inhoudelijke thema’s en uitgangspunten op de gebieden samenwerking en gebouwen, ook gekeken naar de volgende vijf pijlers: 1.

Maximeren groei basisonderwijs → Verdelen van de schaarste door een maximale capaciteit van gebouwen vast te stellen of een maximaal aantal leerlingen te hanteren.

2.

Clustering vanuit: → inhoud (brede voorzieningen onderwijs en andere kindvoorzieningen); → spreiding (vraag en aanbod); → flexibiliteit (opvangen verschuivingen tussen scholen).

3.

Samenwerking → Minimaal face to face binnen een cluster van scholen.

4.

Goede spreiding → Thuisnabij onderwijs voor zoveel mogelijk leerlingen in de gemeente Soest.

5.

Verduurzaming → De uitgangspunten uit het Klimaatakkoord worden ook gehanteerd als ambitie voor de schoolgebouwen.

Dit heeft geleid tot de volgende prioritering van projecten in het IHP:

Prioritering projecten IHP Wijk Eng/Soest-Midden Soest-Zuid Soesterberg (Over)hees/Boerenstreek 'T Hart-Soestdijk Soest-Zuid Soest breed Eng/Soest-Midden

ruimte om te zijn

School Uitbreiding 1e Van der Huchtschool Uitbreiding De Werveling De Postiljon Carolusschool 2e Van der Huchtschool De Bron Griftland College De Werveling Daniëlschool 1e Van der Huchtschool Da Costaschool

Jaar van oplevering 2021 2021 2021-2023 2021 2025 2025 2026 2029 2030 2033 2033

U20595

Pagina 2 van 64

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 5 5 6

Wettelijk kader

7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10

7 8 8 8 9 9 9 9 9 9

5

6

WPO, WVO en WEC Regelgeving passend onderwijs Kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie Wmo, Jeugdwet en Participatiewet Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool Wet meer ruimte voor nieuwe scholen Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod Klimaatakkoord Subsidie ventilatie Conclusie

Relevante thema’s gemeente Soest en schoolbesturen10 3.1 3.2 3.3

4

Algemeen Visie op relevante thema’s Van visie naar huisvesting Het IHP in relatie tot de gemeentelijke verordening

Samenwerking Gebouw COVID-19-pandemie

10 18 24

Beschrijving wijken en scholen

25

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

25 26 27 27 28 29 29

‘t Hart-Soestdijk Eng, Soest-Midden Klaarwater (Over)hees en Boerenstreek Smitsveen Soest-Zuid Soesterberg

Beleidskader projecten IHP

30

5.1 5.2 5.3

30 31 32

Thema’s Ambitie Bewegingsonderwijs

Van visie naar huisvesting per gebied

34

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

34 37 38 38 41 43 44

‘t Hart-Soestdijk Eng, Soest-Midden Klaarwater (Over)hees en Boerenstreek Smitsveen Soest-Zuid Soesterberg

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 3 van 64

7

8

9

Meerjarenuitvoeringsplan

46

7.1 7.2

46 46

Status meerjarenuitvoeringsplan Prioritering uitvoering projecten

Meerjareninvesteringsplan

49

8.1 8.2

49 49

Meerjareninvesteringsplan IHP 2021-2035 Investeringen buiten de looptijd van het IHP tot 2050

Conclusies en aanbevelingen

51

9.1 9.2

51 52

Conclusies Aanbevelingen

Bijlage 1 - wet- en regelgeving

53

Bijlage 2 - algemene beschrijving onderwijs Soest

58

Bijlage 3 - ruimtebehoefte versus capaciteit per school

61

Bijlage 4 - factsheets per school

63

Bijlage 5 - beslisboom duurzaamheid

64

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 4 van 64

1

Inleiding

1.1

Algemeen De gemeente Soest heeft de ambitie om samen met de schoolbesturen een gedragen, integrale visie te ontwikkelen voor de huisvesting van het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs (V)SO en voortgezet onderwijs (VO) in de gemeente. Vanuit deze visie worden adviezen gegeven voor plannen met betrekking tot onderwijshuisvesting in de gemeente. Dit samen vormt het Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP) dat zicht geeft op de periode 2020-2035.

1.2

Visie op relevante thema’s In hoofdstuk 2 en 3 worden de reikwijdte, diepgang, doelstellingen en accenten van het IHP vastgesteld. In hoofdstuk 2 zijn de relevante wettelijke kaders opgenomen. In hoofdstuk 3 staat de gezamenlijke visie van de gemeente Soest en de schoolbesturen op diverse thema’s uitgewerkt. Deze gezamenlijke visie is tot stand gekomen op basis van bilaterale gesprekken met de gemeente en schoolbesturen, twee (digitale) visiebijeenkomsten met de schoolbesturen en een (digitale) peilsessie met de gemeenteraad. Vanuit de gezamenlijke visie op diverse thema’s kunnen uitgangpunten voor het IHP geformuleerd worden. Deze strategische uitgangspunten staan in hoofdstuk 4 beschreven. De vastgestelde kadernota vormt de basis voor de volgende stappen in het traject om te komen tot een IHP en maakt uiteindelijk onlosmakelijk onderdeel uit van het IHP.

1.3

Van visie naar huisvesting In hoofdstuk 5 geven we een algemene beschrijving van de wijken en scholen, met daarin ook gegevens over de leerlingenontwikkelingen in de afgelopen jaren en de leerlingenprognoses voor de komende jaren. In hoofdstuk 6 wordt een kader weergegeven voor de inhoudelijke onderbouwing van projecten voor het IHP. Dit kader is bedoeld om te komen tot integrale aanvragen, die vanuit de visie zoals opgenomen in hoofdstuk 3 zijn onderbouwd. In hoofdstuk 7 is de verdere uitwerking van het IHP opgenomen. De huidige situatie in Soest is per wijk dan wel per sector (zoals voor het VO en (V)SO vergeleken met de gezamenlijke visie zoals in hoofdstuk 3 beschreven. Met behulp van de vergelijking is op basis van de visie bepaald in hoeverre het huidige beeld afwijkt van het wensbeeld. In overleg met de schoolbesturen is in enkele sessies gesproken over mogelijke maatregelen om tot het wensbeeld te komen. Per wijk c.q. sector leidt dit tot maatregelen, al dan niet gefaseerd, met betrekking tot de huisvesting van de scholen. Het streven is een passend (toekomstbestendig) aanbod per wijk c.q. sector, op de manier zoals in de beschreven visie met elkaar is geambieerd. Hoofdstuk 8 geeft het kader weer voor schoolbesturen om de beschreven maatregelen binnen een breed perspectief neer te zetten.

Uiteindelijk leidt dit met een financiële vertaling in hoofdstuk 9 tot een IHP dat wordt vastgesteld door het OOGO. Het OOGO is een op overeenstemming gericht overleg, waarin de schoolbesturen en wethouder tot een gezamenlijk besluit over het voorliggende IHP komen. Zo is het IHP een integraal plan dat richting geeft voor de besluitvorming door de schoolbesturen en het college, dan wel de gemeenteraad. Ten slotte vatten we in hoofdstuk 10 de belangrijkste maatregelen samen en geven we enkele aanbevelingen voor het vervolg.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 5 van 64

1.4

Het IHP in relatie tot de gemeentelijke verordening Onderwijshuisvesting heeft een wettelijke verankering in de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC). Als wettelijk document dient de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Op dit moment wordt gewerkt aan een wetsvoorstel waarin het opstellen van een IHP vanaf 2022 een wettelijke verplichting voor alle gemeenten in Nederland wordt. De gemeente Soest loopt door het opstellen van dit IHP vooruit op deze verplichting en werkt ook al jaren op deze wijze. Het IHP is de leidraad voor de wijze waarop wordt omgegaan met onderwijshuisvesting en wordt iedere vier jaar – en in het geval van relevante (wettelijke) ontwikkelingen – geactualiseerd. Het IHP is een gentlemen’s agreement waarin de gemeente en schoolbesturen afspraken maken om invulling te geven aan het onderwijshuisvestingsbeleid. De gemeente en schoolbesturen krijgen hiermee voor de middellange en lange termijn zicht op de benodigde investeringen in onderwijshuisvesting vanuit een gezamenlijke visie en afweging. De gemeente en schoolbesturen kunnen zich niet onttrekken aan de afspraken die zijn gemaakt. De gemeente en schoolbesturen spreken met vaststelling van dit plan naar elkaar toe uit dat zij handelen volgens de afspraken in dit IHP.

Het IHP bepaalt de planning en realisatie van onderwijshuisvestingsvraagstukken. Van de schoolbesturen wordt verwacht dat zij voor hun in het IHP opgenomen projecten, huisvestingsaanvragen indienen in lijn met de prioritering/planning in het IHP en conform de eisen uit de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Soest. Specifieke, aanvullende huisvestingsaanvragen (bijvoorbeeld een spoedaanvraag bij calamiteiten) dienen apart en conform de gemeentelijke verordening ingediend te worden.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 6 van 64

2

Wettelijk kader

Dit hoofdstuk brengt het relevante wettelijke kader in beeld, alvorens in het volgende hoofdstuk een verdieping te maken op de gezamenlijke visie van de gemeente Soest en de schoolbesturen ten aanzien van de relevante thema’s. Een visie op onderwijshuisvesting houdt rekening met huidige en toekomstige wet- en regelgeving en wordt opgesteld binnen de gestelde beleidskaders. De visie, zoals beschreven in het volgende hoofdstuk, biedt samen met wet- en regelgeving de basis voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Soest op de korte, middellange en lange termijn. Naast de kaders voor onderwijs, zijn ook de kaders voor kinderopvang en zorg en welzijn bepalend voor de inhoud van deze strategische visie. Wet- en regelgeving die medebepalend zijn voor deze strategische visie, zijn: Wet op het primair onderwijs (WPO); Wet op het voortgezet onderwijs (WVO); Wet op de expertisecentra (WEC); Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Soest 2019; Wet passend onderwijs; Wet kinderopvang; Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo); Participatiewet; Jeugdwet; Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool; Wet meer ruimte voor nieuwe scholen; Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod. In de navolgende paragrafen wordt een beknopte strekking van de relevante kaders uiteengezet. In bijlage 1 is een nadere uitwerking van bovengenoemde wet- en regelgeving opgenomen. 2.1

WPO, WVO en WEC In de WPO, WVO en WEC is de verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen ten aanzien van onderwijshuisvesting geregeld. Per 1 januari 2015 zijn de WPO en de WEC gewijzigd. De wetswijzigingen houden in dat de zorgplicht voor onderhoud en aanpassing van schoolgebouwen voor gemeenten is vervallen. Vanaf 1 januari 2015 ontvangen de schoolbesturen de hiervoor benodigde vergoeding rechtstreeks van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Naast de taakverantwoordelijkheid die schoolbesturen al hadden, hebben zij vanaf dat moment ook een financiële verantwoordelijkheid ten aanzien van onderhoud en (functionele) aanpassing van gebouwen.

2.1.1 Status van het IHP op landelijk niveau Eind 2016 is door de Commissie Nijpels – een bestuurlijke commissie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), PO-Raad en VO-Raad – aan (destijds) staatssecretaris Dekker het Huisvestingsvoorstel verzonden. In dit Huisvestingsvoorstel hebben de partijen een voorstel gedaan richting het ministerie van OCW naar aanleiding van het rapport ‘De praktijk gecheckt’ (2016) van de Algemene Rekenkamer (ARK). De ARK heeft in dit rapport een aantal tekortkomingen in het bestaande huisvestingsstelsel gesignaleerd, waardoor gemeenten en schoolbesturen onvoldoende worden geprikkeld om publiek geld efficiënt en doelmatig in te zetten voor onderwijshuisvesting.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 7 van 64

Op 9 mei 2018 hebben de VNG en sectorraden een rapport uitgebracht waarin een voorstel wordt gedaan voor drie wetswijzigingen: de jaarcyclus (verordening) maakt plaats voor een IHP met een looptijd van minimaal zestien jaar; renovatie (levensduurverlengend) wordt een onderwijshuisvestingsvoorziening en is daarmee een taak van de gemeente; schoolbesturen voor PO en (V)SO mogen zelf investeren in het gebouw als dit leidt tot een financieel voordeel. De VNG, PO-Raad en VO-raad werken samen met minister Slob aan de aanbevelingen uit het onderzoek en verwerken deze in het wetsvoorstel. De verwachting is dat het wetsvoorstel in het najaar van 2021 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Dit heeft minister Slob in juli 2020 aan de kamer laten weten. 2.2

Regelgeving passend onderwijs Sinds 1 augustus 2014 is de Wet passend onderwijs in werking. Passend onderwijs gaat over alle leerlingen in het PO, VO, SO en mbo. In de praktijk gaat het vooral over alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Deze ondersteuning kan nodig zijn vanwege een lichamelijke of verstandelijke beperking, een chronische ziekte, een gedragsprobleem of een leerstoornis. Het doel van deze wet is dat meer leerlingen binnen de ‘reguliere’ scholen onderwijs zullen genieten, waardoor minder leerlingen aan het (V)S(B)O deelnemen. Ook dienen scholen maximaal toegerust te zijn op een veranderende ‘onderwijsvraag’ (toegankelijkheid, veiligheid, MIVA-toiletten, lift, time-out ruimten/zorgruimten etc.). Dit heeft vooralsnog niet geleid tot aanpassing van de regelgeving en/of vergoedingen rondom onderwijshuisvesting. De conclusie van de evaluatie passend onderwijs is dat het aanbod voor leerlingen die extra hulp nodig hebben is verbeterd sinds de invoering van passend onderwijs, maar op te veel plekken nog niet goed genoeg is. Middels een kamerbrief d.d. 4 november 2020 kondigde minister Slob een verbeteraanpak aan, bestaande uit 25 maatregelen die leiden tot een verbetering van het passend onderwijs voor leerlingen, ouders en leraren.

2.3

Kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie Per 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk van kracht. Deze wet zorgt ervoor dat peuterspeelzalen aan dezelfde kwaliteitseisen moeten voldoen als kinderopvang en dat peuterspeelzalen dezelfde juridische status krijgen als kinderopvang. Vanaf dat moment is de term ‘peuterspeelzaal’ vervangen door ‘peuteropvang’. Dit betekent dat ouders kinderopvangtoeslag kunnen ontvangen voor peuteropvang, mits zij hier recht op hebben. Gelijktijdig met deze wet is ook de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (IKK) geïmplementeerd. Deze wet zorgt ervoor dat de kinderen peuteropvang aan hogere kwaliteitseisen moeten voldoen dan voorheen verplicht was. Een deel van deze maatregelen is uitgesteld tot 1 januari 2023 (www.veranderingenkinderopvang.nl).

2.4

Wmo, Jeugdwet en Participatiewet De gemeenten hebben sinds 1 januari 2015 extra taken door drie grote decentralisaties. Het gaat om de overheveling van taken uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. De decentralisaties zijn een ontwikkeling naar een steeds grotere verantwoordelijkheid van de gemeenten.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 8 van 64

2.5

Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool In juli 2017 is de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool aangenomen door de Eerste Kamer. Hiermee wordt de vorming van samenwerkingsscholen vereenvoudigd.

2.6

Wet meer ruimte voor nieuwe scholen Het Wetsvoorstel meer ruimte voor nieuwe scholen is aangenomen in de Tweede Kamer en Eerste Kamer. Op 1 juni 2021 treedt de wet in werking. De wet maakt het mogelijk om op een andere/eenvoudigere wijze een school te stichten. Wel blijft voor nieuwe scholen de stichtingsnorm van toepassing.

2.7

Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod Op 6 juni 2017 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel toekomstbestendig onderwijsaanbod aangenomen. Dit wetsvoorstel maakt het eenvoudiger voor scholen om de richting om te zetten, uit te breiden met een richting of te verplaatsen. Door deze maatregelen worden schoolbesturen beter in staat gesteld om te anticiperen op eventuele leerlingendaling. In bijlage 1 is dit nader toegelicht.

2.8

Klimaatakkoord In juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd. Voor de gebouwde omgeving (dus ook voor schoolgebouwen) geldt dat deze op basis van de afspraken in 2050 gasloos moeten zijn. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Dit is een enorme opgave voor gemeenten en schoolbesturen. Voor nieuwe gebouwen kan hierop geanticipeerd worden, maar ook de bestaande gebouwen moeten verduurzaamd worden om aan deze afspraken te kunnen voldoen. In het Klimaatakkoord wordt ook verwezen naar het wetsvoorstel dat in voorbereiding is om het opstellen van een IHP verplicht te maken voor gemeenten. Samen met de verplichting voor schoolbesturen om een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) op te stellen, biedt dit mogelijkheden om planmatig invulling te geven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord.

2.9

Subsidie ventilatie Op 1 oktober 2020 heeft minister Slob middels een kamerbrief gemeld dat uit onderzoek blijkt dat een deel van de Nederlandse schoolgebouwen niet voldoet aan de normen uit het Bouwbesluit en aanvullende richtlijnen, waardoor het nodig is dat scholen maatregelen treffen op de korte en de langere termijn. Het kabinet stelt € 360 miljoen beschikbaar voor scholen en gemeenten om de ventilatie van schoolgebouwen te verbeteren. De regeling om voor deze subsidie in aanmerking te komen, is nog niet gepubliceerd in de Staatscourant.

2.10 Conclusie Niet alleen het onderwijs, maar het gehele (sociale) domein is volop in ontwikkeling; nieuwe wetgeving en (uitvoerings)regels zijn in sommige gevallen nog maar recentelijk in werking getreden. Deze nieuwe regels vragen om een andere kijk op onderwijshuisvesting. Een gevolg hiervan kan aanpassing van de onderwijshuisvesting, een wens tot het beter benutten van het aantal m² huisvesting en/of integrale samenwerking zijn. De beleidswijzigingen vragen om een integrale en strategische visie van de gemeente en schoolbesturen op het gebied van samenwerken, samenwonen, exploitatie en beheer. Daarbij dient niet alleen naar traditionele samenwerkingspartners uit de eigen sector gekeken te worden, maar naar integrale samenwerking binnen het gehele domein van onderwijs, kinderopvang, sport en zorg en welzijn.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 9 van 64

3

Relevante thema’s gemeente Soest en schoolbesturen

Na het wettelijk kader gaan we in dit hoofdstuk in op de thema’s die op dit moment actueel zijn in de gemeente Soest. Deze relevante thema’s zijn opgesplitst in twee hoofdthema’s: samenwerking en gebouwen. Het betreffen thema’s die een duidelijke relatie hebben met onderwijshuisvesting. 3.1

Samenwerking Binnen het hoofdthema samenwerking zijn door de gemeente en schoolbesturen de volgende deelthema’s/onderdelen benoemd: passend onderwijs; aanbod, demografie en spreiding; voorzieningen voor een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn; samenwerking met wijk- en zorgpartijen. Per onderdeel wordt in dit hoofdstuk de ambitie en visie, de ruimtelijke component en de verantwoordelijkheid voor realisatie/financiering beschreven. In dit hoofdstuk wordt vaak expliciet het basisonderwijs genoemd, maar het (V)SO (De Kolibrie (SO) en De Lasenberg (VSO)) en VO (Griftland College) vormen eveneens wezenlijke onderdelen van het onderwijslandschap van de gemeente Soest. Vanuit de visie dat zoveel mogelijk leerlingen uit de gemeente Soest binnen de gemeentegrenzen onderwijs genieten, is het behoud van deze voorzieningen vanzelfsprekend. In de uitwerking van het IHP naar projecten worden alle sectoren als gelijkwaardig beschouwd.

3.1.1 Passend onderwijs Ambitie en visie De schoolbesturen in de gemeente Soest definiëren het bieden van thuisnabij en kwalitatief passend onderwijs voor alle leerlingen in de gemeente Soest als een gezamenlijke verantwoordelijkheid en hun belangrijkste gezamenlijke doel, ook als dat betekent dat een andere school passender is voor leerlingen. Het uitgangspunt ‘thuisnabij, tenzij’ wordt door de schoolbesturen gehanteerd in het belang van de leerling. Dit betekent dat wanneer de gezamenlijke scholen in de gemeente Soest geen passend aanbod kunnen bieden aan een leerling, er in het belang van de leerling wordt gezocht naar een passende school buiten de gemeente Soest. Sinds 2018 wordt hier meer aandacht aan besteed en wordt sterker ingezet op dit gezamenlijke doel. Dit is een doorlopend proces. De schoolbesturen in de gemeente Soest maken onderdeel uit van Samenwerkingsverband de Eem (PO) en Samenwerkingsverband Eemland (VO). Binnen dit samenwerkingsverband blijft de inhoudelijke invulling van het principe thuisnabij onderwijs onderwerp van gesprek. De Daniëlschool in Soest is als enige school in Soest aangesloten bij Berséba; het landelijk samenwerkingsverband Passend Onderwijs voor reformatorische scholen. Binnen dit samenwerkingsverband staat identiteit meer centraal dan het principe ‘thuisnabij’. De achterban van deze school kiest nadrukkelijk op basis van identiteit.

Dat geldt ook bij verwijzing naar het speciaal (basis)onderwijs.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 10 van 64

De dichtstbijzijnde voorzieningen voor speciaal basisonderwijs (SBO) voor leerlingen in de gemeente Soest, liggen in Amersfoort, Zeist en Hilversum. Binnen de gemeente Soest wordt op De Kolibrie SO aangeboden en op De Lasenberg VSO. Samen proberen de schoolbesturen binnen samenwerkingsverband de Eem en Samenwerkingsverband Eemland een dekkend aanbod te realiseren voor zoveel mogelijk leerlingen in de gemeente Soest. De schoolbesturen in de gemeente Soest ambiëren het actief delen van expertise tussen de verschillende scholen, zodat het passend onderwijs nog beter vormgegeven kan worden. Het VO in de gemeente Soest zet stappen om ook meer leerlingen binnen de gemeente Soest passend onderwijs te kunnen bieden, onder andere door het opzetten/ inrichten van een reboundvoorziening binnen het Griftland College. Ook de PO-schoolbesturen overwegen dit. Een reboundvoorziening is een voorziening waarbinnen tijdelijke opvang en begeleiding wordt geboden aan leerlingen met gedragsproblemen, structuurproblemen en/of sociaal‐emotionele problemen. Ruimtelijke component De ontwikkelingen op het gebied van passend onderwijs en de daaraan gerelateerde huisvestingsconsequenties (op het gebied van leerlingenaantallen en de daarbij behorende (ruimte)behoeftes), zijn niet te voorspellen.

Dat betekent dat het gewenst is om flexibele schoolgebouwen te hebben, waarin op een eenvoudige wijze aanpassingen doorgevoerd kunnen worden. De flexibiliteit wordt gezocht in: extra gespreksruimten voor professionals (zorg/ondersteuning) die – zo nodig – afwisselend gebruikmaken van de ruimte; extra (kleinere) lesruimten waar een leerling in een klein groepje van leerlingen separaat les kan krijgen; toegankelijkheid en bereikbaarheid van zowel de locatie als de individuele ruimten voor leerlingen met lichamelijke beperkingen; specialistische voorzieningen, inrichting en inventaris gericht op de zorgvraag. Om deze flexibiliteit te waarborgen wil de gemeente Soest meer passende onderwijsgebouwen creëren. Dit betekent dat bij vervangende nieuwbouw/renovatie in gezamenlijk overleg wordt gekeken welke (toekomstige) doelgroepen de school bedient en welke aanvullende voorzieningen hiervoor benodigd zijn (extra of andersoortige ruimten, gebouwelijke aanpassingen e.d.). Binnen de huidige gebouwen kan deze flexibiliteit in meer of mindere mate gecreëerd/gevonden worden. Indien van toepassing kan de leegstand benut worden voor het realiseren van deze flexibiliteit ten behoeve van het bieden van passend onderwijs.

Verantwoordelijkheid realisatie/financiering De gemeente Soest is een volwaardige samenwerkingspartner met betrekking tot passend onderwijs en ziet daarbij een duidelijke koppeling en verbinding tussen haar taken, ten aanzien van jeugdbeleid en de opgave van passend onderwijs. Formeel is het schoolbestuur verantwoordelijk voor gebouwelijke aanpassingen ten behoeve van een specifieke leerling. Passend onderwijs vraagt om flexibele en passende onderwijsgebouwen. Bij vervangende nieuwbouw en renovatie wordt in gezamenlijk overleg naar maatwerkoplossingen gezocht, om deze flexibiliteit te kunnen realiseren.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 11 van 64

3.1.2 Aanbod, demografie en spreiding Ambitie en visie Zowel de gemeente als de schoolbesturen hechten waarde aan een pluriform aanbod in denominatie en onderwijskundig concept nu en in de toekomst, passend bij de behoefte van kinderen en hun ouders. Vanuit de gemeenteraad is hier als kanttekening bij geplaatst dat de schoolbesturen aandacht moeten blijven houden voor hun eigen schoolidentiteit en niet te veel moeten overeenkomen met/gaan lijken op elkaar. Het aantal leerlingen uit de gemeente die naar een reguliere basisschool gaat met een denominatie (vrije school, islamitisch) die niet aanwezig is in de gemeente Soest, is beperkt. Op dit moment bezoeken 37 leerlingen uit de gemeente Soest een vrije school en 57 leerlingen een islamitische school. Deze aantallen lijken relatief (te) klein om een duurzaam aanbod voor te creëren binnen de gemeente Soest. De gemeente en schoolbesturen zijn samen verantwoordelijk voor een goede spreiding van het onderwijs over de wijken. Een ambitie die hierbij vaak benadrukt is, is thuisnabij onderwijs. De basisscholen in de gemeente Soest zijn niet evenredig verdeeld over de wijken en in sommige wijken sprake is van een disbalans tussen vraag en aanbod. In de wijk Boerenstreek is op dit moment geen onderwijsaanbod aanwezig. Door de woningbouwontwikkelingen in deze wijk ontstaat hier wel behoefte aan.

Schoolbesturen realiseren zich dat het creëren van een betere spreiding van onderwijs over de wijken ertoe kan leiden dat niet alle scholen in een wijk behouden kunnen blijven en zijn bereid om hierbij over hun eigen grenzen heen te kijken. Wel zien zij daarin ook beperkingen vanuit de verantwoordelijkheid voor hun eigen organisatie. Binnen het dorp Soest is sprake van een lichte krimp van het leerlingenaantal, waardoor op veel basisscholen sprake is van leegstand en een aantal schoollocaties in de gemeente een laag leerlingenaantal heeft. In Soesterberg is daarentegen sprake van een sterke groei van het leerlingenaantal, waardoor de basisscholen behoefte hebben aan uitbreiding. Ook een aantal scholen binnen het dorp Soest heeft een ruimtetekort. Het is aan de bevoegde gezagen zelf om te bepalen in hoeverre zij schoollocaties handhaven (binnen de mogelijkheden van de wet). Gezamenlijk hebben de gemeente en schoolbesturen afgesproken om vooralsnog geen ondergrens voor het openhouden van een voorziening, anders dan de gemeentelijke opheffingsnorm van 137 leerlingen (per BRIN-nummer) en de wettelijke uitzonderingsmogelijkheden, daarop te hanteren. De gemeente behoudt de zorgplicht voor onderwijshuisvesting, zolang de school bekostiging ontvangt van het Rijk.

Ruimtelijke component Ten aanzien van de ruimtelijke component hebben de gemeente en schoolbesturen de ambitie om scholen te clusteren binnen een wijk. Deze clustering kan bijdragen aan een inhoudelijk doel waarbij samenwerking centraal staat (fysieke samenvoeging kan samenwerking bevorderen) en aan een betere balans tussen vraag en aanbod in de wijken.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 12 van 64

Gezien de beperkte (fiets)afstanden binnen de gemeente Soest, komt door het clusteren van scholen binnen een wijk het uitgangspunt thuisnabij onderwijs niet in gevaar. Betrokken partijen zien het ook als een kans om van de geclusterde scholen brede onderwijsvoorzieningen te maken, waarin ook sport, opvang en cultuur een plek hebben. Als er kansen liggen om scholen te clusteren, wordt onderzocht of dit cluster mogelijk kan worden gecombineerd met een sportvoorziening. De schoolbesturen zijn hier voorstander van, mits dit het uitgangspunt (thuisnabij onderwijs) niet in gevaar brengt. Er dient zorgvuldig gekeken te worden in welke wijken deze brede onderwijsvoorzieningen passend zijn. Het dient aan te sluiten bij de vraag van ouders en het huidige aanbod. De gemeenteraad is een voorstander van multifunctioneel gebruik van de schoolgebouwen in de gemeente Soest. Schoolbesturen vinden het daarbij van belang dat onderwijs in ‘the lead’ is en de gebouwen onderwijs ‘ademen’. Vanuit de gemeenteraad wordt wel benadrukt dat deze clustering niet belemmerend mag werken met betrekking tot de huisvestingsvraagstukken. Dit betekent bijvoorbeeld dat het voor kan komen dat gekozen wordt voor het oplossen van een huisvestingsvraagstuk van een individuele school omdat clustervorming te lang duurt en passende huisvesting voor de betreffende school eerder noodzakelijk is.

Een tweede aspect dat onderdeel is van clustering, is het maximeren van de omvang van scholen in relatie tot de beschikbare capaciteit. De schoolbesturen hebben naar elkaar uitgesproken dat groei geen doel op zich is. Het behoud van het marktaandeel van ieder schoolbestuur is het uitgangspunt. Uitbreiding van schoolgebouwen is in principe niet aan de orde in een krimpende markt. Met clustering is een verschuiving in leerlingenaantal binnen een gebouw beter op te vangen. Clusteren wordt door de gemeente en schoolbesturen wel als leidend principe gehanteerd. Verantwoordelijkheid realisatie/financiering De gemeente heeft voor alle bekostigde scholen een zorgplicht in het kader van onderwijshuisvesting. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de exploitatie van schoolgebouwen. Bij leegstand kan hierdoor een probleem ontstaan, omdat de bekostiging is gerelateerd aan het aantal leerlingen en niet aan de omvang van het gebouw. Het clusteren van scholen is een gezamenlijke ambitie waar naartoe gewerkt wordt op plekken waar dit meerwaarde heeft of kansen biedt. 3.1.3 Doorgaande leer- en ontwikkelingslijn Ambitie en visie PO en kinderopvang De gemeente vindt, in samenspraak met de onderwijs- en kinderopvangpartners, de verdere ontwikkeling en verdieping van samenwerking tussen kindvoorzieningen in de gemeente Soest van groot belang.

De meeste schoolbesturen werken reeds functioneel samen met kinderopvangpartijen binnen de gemeente Soest en in een aantal gevallen is ook sprake van samenwonen binnen het schoolgebouw. Meerdere schoolbesturen willen de samenwerking met de kinderopvang versterken (allereerst op inhoudelijk gebied) om de ontwikkeling van Integrale Kindcentra (IKC) vorm te geven.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 13 van 64

De gemeente onderstreept het belang van IKC-ontwikkeling en wil, ondanks dat dit geen wettelijke taak van de gemeente is, nadenken over het mee-investeren in huisvesting voor kinderopvang. Uiteraard is de bereidheid van de kinderopvangorganisaties om voor een langdurige periode een huurovereenkomst af te sluiten, hierbij een vereiste. Het thema IKC-ontwikkeling en de gemeentelijke rol ten aanzien van de financiering van huisvesting voor kinderopvang, dient een plek te krijgen in het op te stellen accommodatiebeleid. In het dorp Soesterberg ontstaat een tekort aan kinderopvang. De gemeente wil vanuit haar rol een goed voorzieningenniveau in Soesterberg realiseren en in stand houden, maar benadrukt daarbij de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen en kinderopvangpartijen voor het creëren van een gezamenlijk aanbod met doorgaande leeren ontwikkelingslijn. De gemeente en schoolbesturen vinden het niet realistisch dat alle basisscholen in de gemeente Soest een IKC worden met een volledig aanbod voor kinderen in de leeftijd van 0-13 jaar. Op businesscaseniveau dient onderzocht te worden wat realistisch is en waar behoefte aan is. Wel hebben de gemeente en schoolbesturen de ambitie om de samenwerking tussen onderwijs en diverse kindvoorzieningen zoveel mogelijk na te streven en uit te bouwen.

PO en VO De samenwerking tussen het PO en VO is op dit moment binnen de gemeente Soest goed, maar nog wel beperkt. Ondanks dat de schoolbesturen ontwikkelingen zoals 10-14 onderwijs of een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn tot 18 jaar interessante ontwikkelingen vinden, wordt hier op dit moment nog weinig prioriteit aan gegeven. Mogelijk wordt hier in de toekomst steviger op ingezet. Ruimtelijke component Ten aanzien van de ruimtelijke component hebben de betrokken partners de ambitie om vanuit de behoefte van kinderen en ouders een integraal aanbod te kunnen bieden. Een belangrijk aspect binnen deze IKC-ontwikkeling is de clustering van voorzieningen, waarbij onderwijs en opvang in één gebouw gehuisvest zijn. Ondanks dat dit geen vereiste is voor samenwerking en IKC-vorming, hebben de gemeente en schoolbesturen de ambitie om onderwijs en opvang zoveel mogelijk te integreren in één gebouw. Dit geldt zowel voor toekomstige situaties als de huidige situatie binnen de bestaande gebouwcapaciteit, omdat dit bij kan dragen aan het realiseren van de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn. Daarnaast kan clustering bijdragen aan een betere balans tussen vraag en aanbod in de wijken. De gemeente en schoolbesturen onderzoeken bij nieuwbouw en renovatie in het onderwijs de inrichting van een brede voorziening, passend bij de behoefte van kinderen en hun ouders.

Met betrekking tot het bestaande gebouwenbestand willen partijen de IKC-ontwikkeling graag vormgeven binnen de huidige gebouwcapaciteit. Indien van toepassing, kan leegstand effectief ingezet worden door ruimten te verhuren aan kinderopvangpartijen. De schoolbesturen hechten op dit gebied veel waarde aan afspraken met de gemeente rondom het verdrijven van opvang en andere kindvoorzieningen (onder andere jeugdteams en schoolmaatschappelijk werk) bij groei van de scholen (bijvoorbeeld ruimten onttrekken aan de onderwijscapaciteit). Het is zeer onwenselijk voor betrokkenen dat bij groei van een school de kinderopvang wordt verdreven.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 14 van 64

Gezien de beperkte prioriteit die gegeven wordt aan de samenwerking tussen het PO en VO, wordt hiermee vanuit de ruimtelijke component in het IHP geen rekening gehouden. Wel wordt de mogelijkheid voor het fysiek integreren van het Griftland College in een scholencluster (in verbinding met het PO) opengehouden. Dit betekent dat onderzocht wordt of het Griftland College mogelijk geclusterd kan worden met een PO-school of andere maatschappelijke voorzieningen. Verantwoordelijkheid realisatie/financiering De primaire verantwoordelijkheid voor de realisatie van samenwerking tussen kindvoorzieningen ligt bij de kernpartners zelf (schoolbestuur, kinderopvangorganisaties en overige maatschappelijke partners). De gemeente ziet voor zichzelf vooral een regisserende, stimulerende en verbindende rol. De formele positie van de gemeente – ten opzichte van de partners – is zeer verschillend. Investeringen in aanvullende en/of commerciële functies zijn onderwerp van gesprek, waarbij de betrokken schoolbesturen en aanbieders van peuter- en kinderopvang een nadrukkelijke rol spelen, onder andere om financieel bij te dragen in de totstandkoming van huisvesting. Deze partijen zijn als eerste aan zet.

Echter, met name bij de bouw van een IKC kan het lastig zijn om private partijen te vinden die hierin willen investeren, vanwege een zeer specifieke businesscase en ingewikkelde eigendoms- en beheervraagstukken. In het Integraal Accommodatiebeleid (IAB) worden hierover afspraken opgenomen. De lijn die vooralsnog gekozen is, is dat de kinderopvangpartijen zelf investeren en de gemeente garant staat. Hieronder beschrijven we de relatie van de gemeente ten opzichte van de verschillende partners. Relatie gemeente - onderwijs → zorgplicht onderwijshuisvesting Ten aanzien van de component onderwijs worden de gemeente en schoolbesturen bekostigd door de Rijksoverheid. De relatie tussen de gemeente en het onderwijs richt zich met name op het onderwijshuisvestingsbeleid. De gemeente heeft de wettelijke taak en verplichting om onderwijshuisvesting (vervangende nieuwbouw en uitbreiding) te faciliteren. Deze wettelijke verantwoordelijkheid is vastgelegd in de WPO en WVO en in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Soest 2019. Bij onderwijshuisvestingsvraagstukken en de zoektocht naar passende huisvesting van scholen, gelden een aantal principes vanuit de wettelijke zorgplicht van de gemeente. Allereerst wordt gezocht naar oplossingen binnen bestaande gebouwen in de directe omgeving.

Wanneer dit niet mogelijk blijkt te zijn, wordt naar (huisvestings)oplossingen op verwijsafstand gezocht. Voor zowel onderwijs als kinderopvang geldt dat leegstand zoveel mogelijk moet worden voorkomen en/of benut. Indien dit niet mogelijk is, wordt gekeken naar een (kosten)efficiënte oplossing in de vorm van nieuwbouw of uitbreiding. Met het opstellen van onderhavig IHP, wil de gemeente Soest samen met de schoolbesturen op een meer beleidsmatige manier invulling geven aan de uitvoering van de zorgplicht.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 15 van 64

Relatie gemeente - kinderopvang De gemeente heeft geen wettelijke taak voor wat betreft de huisvesting van kinderopvang, behalve het organiseren van plekken voor voorschoolse educatie. Vanuit de zorgplicht voor onderwijshuisvesting kan de gemeente de ontwikkeling van IKC’s echter wel bevorderen en stimuleren bij (toekomstige) vraagstukken omtrent dit beleidsonderwerp. De mogelijkheden om te sturen op kinderopvang zijn zeer beperkt, aangezien deze sector privaat is georganiseerd. Uiteraard heeft de gemeente hier wel de rol van toezichthouder (ondergebracht bij de GGD). De gemeente investeert in principe niet in ruimte voor kinderopvang. De verantwoordelijkheid voor de realisatie en exploitatie van kinderopvangruimten ligt bij de desbetreffende aanbieder. Om IKC’s of andere samenwerkingsvormen tussen onderwijs en opvang te faciliteren, kan de gemeente in nieuwbouwsituaties wel garant staan voor investeringen door de kinderopvangorganisaties. Schoolbesturen kunnen op basis van de WPO, na toestemming van de gemeente, leegstaande ruimten verhuren aan kinderopvang-organisaties. Vanuit haar verantwoordelijkheid voor een goed voorzieningenniveau en het belang van IKC-ontwikkeling, wil de gemeente nadenken over bijvoorbeeld het garant staan voor investeringen in kinderopvang, ondanks dat dit geen wettelijke taak van de gemeente is. Beleid hierover wordt vastgelegd in het IAB.

Bij nieuwbouwtrajecten wordt bij behoefte gestreefd naar samenwonen van diverse kindpartijen in een gebouw ter ondersteuning van de samenwerking. Schoolbesturen en kinderopvangpartijen zijn verantwoordelijk voor het inhoudelijk vormgeven van de gewenste doorgaande leer- en ontwikkelingslijn. 3.1.4 Samenwerking met wijk en zorgpartijen Ambitie en visie Het wijkgericht werken is sterk gekoppeld aan de Wmo en Jeugdwet. Voor het optimaal ontwikkelen van kinderen en jongeren, is het belangrijk om aandacht te hebben voor de omgeving en situatie waarin zij opgroeien. Ouders hebben hierin een primaire verantwoordelijkheid. Naast ouders spelen hierin ook de professionals en vrijwilligers in algemene jeugdvoorzieningen zoals scholen, kinderopvang, peuterspeelzalen, buitenschoolse opvang, het jongerenwerk en sportverenigingen een belangrijke rol. Al deze partijen samen vormen de pedagogische infrastructuur in de buurt. De ambitie van de gemeente Soest is dat al deze partijen complementair met elkaar samenwerken. De verbinding tussen onderwijs, welzijn en zorg is in de gemeente Soest nog relatief beperkt en vindt nu vooral plaats op casusniveau. De gemeente heeft de ambitie om onderwijs en jeugdhulp meer complementair te laten werken en dat zij met elkaar het gedrag van kinderen kunnen normaliseren en hanteren.

Het afgelopen jaar is veel geïnvesteerd in de relatie tussen de gemeente en schoolbesturen, om zo de aansluiting op onderwijs en jeugdhulp te verbeteren. Ook de komende jaren blijft de gemeente dit proces ondersteunen.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 16 van 64

Vanuit de Jeugdwet zijn ook spreekuren voor jeugdteams op scholen ingesteld. Ook het maatschappelijk werk vindt plaatst in de scholen. Vanaf 2021 is er in Soest een GGZspreekuur waarin scholen en het jeugdteam samen met specialistische zorg, vragen van ouders, kinderen en het onderwijs nader onderzoeken en passende interventies bieden. De scholen zijn als vindplaats een belangrijke samenwerkingspartner voor zorgpartijen. De rol die de school in de wijk heeft, is afhankelijk van de (behoeften van de) wijk waarin de school ligt. Dit houdt in dat niet alle scholen binnen de gemeente Soest dezelfde wijkfunctie vervullen, maar de scholen hun functie zo optimaal mogelijk laten aansluiten bij de behoeften van de wijk waarin de school ligt. Ruimtelijke component Schoolbesturen vinden de inhoudelijke verbinding met de wijk en maatschappelijke partners vanzelfsprekend, maar zien gezamenlijke huisvesting niet als een doel op zich. Vanuit de gemeente wordt gestimuleerd dat schoolgebouwen multifunctioneel ingezet worden. Een cluster van scholen in de wijk biedt een kansrijke mogelijkheid om de verbinding tussen welzijn/zorg en onderwijs te verbreden. In dit geval kan zowel onderwijs als zorg voor zo veel mogelijk leerlingen in de gemeente Soest thuisnabij geboden worden. Hierbij is van belang om aan te geven dat sommige scholen een bovenwijkse functie hebben, bijvoorbeeld de Daniëlschool.

Het wijkgericht werken (onder andere door de sociale teams) betreft met name de afstemming/het contact tussen de diverse maatschappelijke organisaties inzake preventie. Daardoor is sprake van veelvuldig overleg in een klein comité. Dit overleg vindt, aangaande de leerlingen, bij voorkeur plaats op school. De gesprekken hebben een hoog privacy-gehalte. Dit vraagt om specifieke ruimten en dus flexibiliteit. Verantwoordelijkheid realisatie/financiering De gemeente speelt een belangrijke rol in de regie van de pedagogische infrastructuur. De kern van het gemeentelijk jeugdbeleid is preventie; aan de voorkant investeren in onder andere onderwijs en jeugdgezondheidszorg, om daarmee het ontstaan of erger worden van problemen zoveel mogelijk te voorkomen. Dit vraagt om korte lijnen tussen het onderwijs en de jeugdhulp (snel met elkaar kunnen schakelen) en geschiedt door elke school een contactpersoon te bieden. Met deze contactpersoon moet een school kunnen sparren en de contactpersoon dient op korte termijn mee te kunnen denken en passende hulp te kunnen bieden dan wel organiseren. De gemeente wil samen met de schoolbesturen de problematiek bij de jeugd zoveel mogelijk normaliseren.

Ten gunste van deze preventie en normalisering zien de schoolbesturen dat verbinden met andere ‘vindplaatsen’, waar kinderen en hun ouders/verzorgers komen (ontmoetingsplaatsen in de wijk, sportcentra, etc.), van belang is. Het gaat hierbij om de goede aansluiting vanuit de behoefte van de wijk naar een passend voorzieningenniveau. Dit vraagstuk overstijgt echter het IHP en heeft betrekking op het accommodatiebeleid in de gemeente. De gemeente en schoolbesturen hebben de ambitie om onderwijs en jeugdhulp meer complementair te laten werken, ieder vanuit hun eigen functie. Zo kan jeugdhulp ook meer thuisnabij gerealiseerd worden.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 17 van 64

3.2

Gebouw Naast samenwerking zijn ook een aantal gebouwelijke thema’s relevant ten behoeve van het IHP, te weten: duurzaamheid; renovatie versus vervangende nieuwbouw; normvergoeding versus kwaliteitsniveau huisvesting; doordecentralisatie (overdracht verantwoordelijkheid onderwijshuisvesting van gemeente naar schoolbesturen).

3.2.1 Duurzaamheid Ambitie en (beleids)visie De gemeente Soest heeft in haar Programma Energietransitie de volgende beleidsdoelstellingen verwoord, conform het Klimaatakkoord: CO2-neutraal en gasloos Soest in 2050; 49% CO2-reductie in 2030. Vanuit een programmatische aanpak zet de gemeente in op vijf pijlers: wonen, werken, mobiliteit, gemeente als voorbeeld en een centraal thema: energieopwekking. Met name de ambities behorende bij het thema ‘gemeente als voorbeeld’ hebben invloed op het IHP, doordat de gemeente al haar maatschappelijk vastgoed (waaronder schoolgebouwen) wil verduurzamen richting 2050. Op dit moment werkt de gemeente aan een routekaart met als doel het aanbrengen van een fasering in het verduurzamen van haar vastgoed richting 2050 en het hieraan verbinden van een grove kostenraming. Na vaststelling van de routekaarten zullen ieder jaar een aantal objecten geselecteerd worden om te scannen voor een gedetailleerde aanpak en kostenraming. De gemeente onderscheidt in haar Programma Energietransitie twee groepen maatschappelijk vastgoed: gebouwen waarbij de gemeente de energielasten betaalt en gebouwen waarbij de huurders/gebruikers deze lasten betalen (hierbij is sprake van een ‘split incentive’).

De schoolgebouwen vallen in de tweede categorie, wat betekent dat verduurzaming van het vastgoed een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de gemeente en schoolbesturen. De scheiding van geldstromen is hierbij een gegeven. Om deze reden worden de onderwijsgebouwen niet meegenomen binnen de scope van de routekaart, maar wordt wel hetzelfde principe en dezelfde redenering gehanteerd, uiteraard in overeenstemming met de schoolbesturen. Om hierin duidelijkheid en perspectief te bieden, is een afwegingskader opgesteld met bijbehorende uitgangspunten. Op basis van het afwegingskader wordt bepaald welke maatregelen en investeringen in schoolgebouwen bijdragen aan energetische verduurzaming, in relatie tot de resterende levensduur van het gebouw. Een afspraak op dit gebied die veel voorkomt in het land, is een (procentuele) financiële bijdrage van het schoolbestuur in de nieuwbouw/renovatie, dan wel het aanbrengen van duurzaamheidsmaatregelen bij bestaande gebouwen. Alle schoolbesturen staan open om bij te dragen aan (enkele) bovenwettelijke duurzaamheidsmaatregelen binnen hun (financiële) mogelijkheden. Zij zijn zeker bereid om vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid over dit thema na te denken en afspraken te maken met de gemeente en elkaar.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 18 van 64

Zowel vanuit de gemeenteraad als vanuit de schoolbesturen wordt aangegeven dat een bijdrage in de vorm van een vast bedrag niet wenselijk is. Per businesscase dient bepaald te worden welk bedrag haalbaar is. Alle schoolbesturen kiezen op dit moment duurzame oplossingen met betrekking tot het onderhoud en een aantal schoolbesturen hebben diverse energiebesparende maatregelen binnen hun scholen doorgevoerd. Een bijdrage van schoolbesturen in projecten wordt makkelijker wanneer sprake is van een meerjarig beleid, waarin projecten voor een lange tijd zijn weggezet. Daarmee kunnen schoolbesturen beter anticiperen op de bijdrage die van hen verwacht wordt. De gemeente heeft een beslisboom opgesteld als afwegingskader op het gebied van duurzaamheid, zie bijlage 5.

De volgende uitgangspunten zijn hierbij gehanteerd: de focus ligt op verduurzamen, waarbij de financiering behoort tot de uitwerking; businesscase-benadering: financiële afwegingen worden gemaakt op basis van levensduurkosten (hierbij wordt rekening gehouden met de impact op energie én onderhoudskosten); afwegingen worden gemaakt vanuit een integraal perspectief: verduurzaming vanuit een gezamenlijke ambitie en verantwoordelijkheid; er wordt rekening gehouden met vigerende wet- en regelgeving er wordt onderscheid gemaakt tussen reeds benoemde projecten en het resterende deel van de portefeuille; het afwegingskader is in lijn met de ambities vanuit het Programma Energietransitie. De ambitie van zowel de gemeente als de schoolbesturen is gericht op het verduurzamen van de schoolgebouwen. Per situatie zullen op basis van een businesscase afspraken volgen voor de financiering. Wenselijk is hierbij om meerjarig zicht te hebben op de verwachte bijdrage.

3.2.2 Renovatie versus vervangende nieuwbouw Landelijk beleid Door de overheveling van het buitenonderhoud in het PO en SO, is een scherpere verdeling ontstaan tussen de verantwoordelijkheden. De gemeente is verantwoordelijk voor het bieden van voldoende capaciteit/adequate huisvesting en de schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het beheren en exploiteren van de schoolgebouwen. De geldstromen zijn gescheiden. Bij oudere schoolgebouwen speelt de vraag hoe om te gaan met de voortzetting van de locatie: verlengen (lees: renoveren) of vervangende nieuwbouw? Renovatie is een begrip dat geen plek/status kent in de huidige regelgeving. Dit is het zogenaamde ‘grijze gebied’. Voormalig staatssecretaris Dekker riep gemeenten en schoolbesturen op om hieromtrent samen naar oplossingen te zoeken. Landelijk wordt/worden op meerdere fronten beleid/plannen gemaakt (VNG, PO-Raad, VO-Raad, LVO) om een oplossing te bieden voor het ‘grijze gebied’. Op basis van de kern van deze plannen wordt elke gemeente verplicht gesteld om met de schoolbesturen een IHP op te stellen voor een periode van minimaal zestien jaar. De schoolbesturen zijn verplicht om voor elk schoolgebouw een MJOP op te stellen. Voor zowel het IHP als de MJOP’s gelden de kwaliteitskaders vanuit de WPO, WEC, WVO en het Bouwbesluit.

De doelstelling is om met beide plannen afwegingen te kunnen maken over wat het meest optimaal is: renoveren of vervangende nieuwbouw (geldstromen en kwaliteitseisen worden naast elkaar gelegd).

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 19 van 64

Renovatie De term ‘renovatie’ moet nader uitgewerkt worden. Hierover zijn landelijk gesprekken/ onderzoeken gaande. Zo wordt bijvoorbeeld gesteld dat renovatie gelijk staat aan levensduurverlenging: de betreffende renovatiemaatregel zorgt voor een verlenging van de levensduur van ten minste 25 jaar. Het voorstel van de sectoren, PO-Raad, VO-Raad en VNG wordt echter vooralsnog als volgt geïnterpreteerd: renovatie wordt geen aparte voorziening, echter bij recht op vervangende nieuwbouw wordt de afweging gemaakt om voor renovatie dan wel vervangende nieuwbouw te gaan op basis van een businesscase. Renovatie moet dan wel een volwaardig alternatief zijn voor vervangende nieuwbouw. Dat zou betekenen dat de levensduur van een pand met 40 jaar verlengd wordt. De keuze voor renovatie wordt dan bijvoorbeeld gemaakt bij een monumentaal of beeldbepalend gebouw. In deze gevallen dient wel rekening te worden gehouden met de beperkingen/ belemmeringen van monumentale of beeldbepalende gebouwen, die kunnen leiden tot een verhoging van de kosten. Onderhoud Schoolbesturen hebben ten aanzien van huisvesting een instandhoudingsplicht. Dit betekent dat scholen verplicht zijn om het gebouw ‘behoorlijk’ te gebruiken en te onderhouden. Al het onderhoud en alle noodzakelijke aanpassingen aan schoolgebouwen vallen onder de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur.

Schoolbesturen ontvangen op basis van het aantal leerlingen een zogenaamde ‘lumpsumvergoeding’ van het Rijk om tal van taken mee uit te kunnen voeren. Eén van deze taken betreft de materiële instandhouding (PO en VO). Het schoolbestuur is vrij om de verdeling van de lumpsum-vergoeding over de verschillende taken te bepalen. Het is echter wettelijk niet toegestaan om middelen van deze vergoeding aan te wenden voor de huisvesting, anders dan waarvoor ze bedoeld zijn. Strikt formeel mogen schoolbesturen voor PO en (V)SO met deze middelen dan ook niet investeren in gebouwuitbreiding of nieuwbouw (artikel 148 van de WPO en artikel 143 van de WEC). Een uitzondering hierop vormen investeringen die verder reiken dan het Bouwbesluit (en dus bovenwettelijk zijn) én die terugverdiend worden in de exploitatie. Dit wordt naar verwachting formeel vastgelegd in de wetgeving. Het VO wordt ook bekostigd via een lumpsumvergoeding. Voor het VO geldt echter geen investeringsverbod. Nieuwbouw Ten aanzien van nieuwbouw en/of uitbreiding van onderwijshuisvesting is de gemeente Soest financieel verantwoordelijk. De gemeente ontvangt middelen in het gemeentefonds voor onderwijshuisvesting. Het bedrag dat de gemeente hiervoor ontvangt, is niet geoormerkt. Dit betekent dat deze middelen vrij mogen worden ingezet.

Situatie gemeente Soest De meeste schoolgebouwen in de gemeente Soest zijn 40 tot 50 jaar oud. De leeftijd van deze gebouwen biedt kansen voor duurzame oplossingen middels nieuwbouw of renovatie. Bij de vraag of renovatie of nieuwbouw in een bepaalde situatie het beste past, zijn verschillende afwegingen te maken. De keuze in de gemeente Soest is op dit moment maatwerk per situatie, vooruitlopend op de nieuwe wetgeving. In sommige gevallen is een levensduurverlengende renovatie de beste oplossing, in andere gevallen heeft vervangende nieuwbouw de meeste toegevoegde waarde. Om tot goede en integrale beslissingen te komen, wordt de afweging tussen nieuwbouw of renovatie gemaakt vanuit een kwaliteitskader (bijvoorbeeld kwaliteitskader huisvesting Ruimte-OK).

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 20 van 64

De gemeenteraad van Soest heeft een amendement aangenomen met betrekking tot de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Soest 2019, waarin staat beschreven dat de afweging tussen renovatie en (vervangende) nieuwbouw een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad moet blijven. Aan artikel 6 lid 1 van de verordening is toegevoegd dat de gemeenteraad pas een afweging kan maken indien een vergelijkend financieel overzicht aan het raadsvoorstel is toegevoegd. De gemeente en schoolbesturen vinden dat de afweging tussen renovatie en vervangende nieuwbouw altijd gemaakt dient te worden op businesscaseniveau, vanuit een kwaliteitskader waarin beleid, financiën en duurzaamheid meegenomen worden. Afspraken over een gedeelde (financiële) verantwoordelijkheid tussen de gemeente en het schoolbestuur worden per case gemaakt. 3.2.3 Normvergoeding versus kwaliteitsniveau huisvesting Nieuwbouw In de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Soest 2019 zijn normbedragen opgenomen voor de realisatie van huisvestingsvoorzieningen. Deze normbedragen worden jaarlijks geïndexeerd. De gemeente Soest hanteert al jaren een opslag van 15% boven op de VNG-norm, omdat uit haar ervaring bleek dat de normbedragen onvoldoende waren om een gebouw te realiseren dat voldeed aan alle wet- en regelgeving, met name ten aanzien van duurzaamheid.

De normbedragen van de VNG waren altijd gerelateerd aan de middelen die gemeenten (niet geoormerkt) ontvangen in het gemeentefonds. De door de gemeente te ontvangen middelen zijn over het algemeen onvoldoende om de zorgplicht uit te voeren, maar daarmee worden gemeenten niet ontslagen van deze zorgplicht. Vandaar dat de VNG haar leden heeft geadviseerd om de normbedragen in 2019, naast de reguliere indexering, te indexeren met 40%. De afgelopen jaren bleek bij diverse projecten ook dat deze extra indexering onvoldoende was om een gebouw te realiseren dat voldeed aan de wet- en regelgeving. In 2019 adviseerden wij onze klanten (afhankelijk van de grootte van het project) tot ca. 30% boven op de normbedragen te hanteren (dus 15% meer dan de normbedragen van de gemeente Soest). Op dit moment zijn de ontwikkelingen met betrekking tot de m²-prijzen positief te noemen. Aanbestedingen pakken weer gunstiger uit. Dit wordt veroorzaakt door: gaten in de productie vanwege PFAS en het uitblijven van vergunningen; onzekerheid COVID-19 (aannemers zoeken vervangend werk in de publieke sector); ENG bouwen is minder ‘eng’ (het wordt de standaard en er worden steeds meer concurrerende oplossingen ontwikkeld). Gezien de hiervoor genoemde analyse is een opslag van 30% op de normbedragen van 2020 op dit moment wellicht aan de hoge kant.

De benodigde opslag is naast marktontwikkelingen ook erg afhankelijk van de schaalgrootte en het ambitieniveau (duurzaamheid, circulair, flexibel, architectuur e.d.). Per sector is kritisch gekeken naar de te hanteren uitgangspunten.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 21 van 64

De VNG heeft in november 2020 de nieuwe normbedragen voor 2021 gepubliceerd, waarin de VNG-normvergoeding met 9,6% is verhoogd om te voldoen aan nieuwe eisen met betrekking tot BENG die vanaf 1 januari 2021 gelden. Daarbovenop is een reguliere prijsindex van 6,38% toegepast om te komen tot het prijspeil 2021. In onderhavig IHP wordt voor het meerjareninvesteringsplan nog gerekend met de normbedragen prijspeil 2020 en de hieronder voorgestelde verhogingen. PO Het advies is om voor het PO een opslag van 25% te hanteren boven op de VNG-norm prijspeil 2020. De gemeente Soest hanteert zoals aangegeven al jaren een opslag van 15% boven op de norm. Dit betekent dat boven op de norm van Soest een opslag van 10% is gerekend voor het PO. Dit advies volgt uit de bovenstaande analyse en actuele benchmark-gegevens. VO Bij het VO zijn een aantal zaken relevant, te weten: Het normbedrag voor gymzalen is – in tegenstelling tot de normbedragen voor onderwijs – relatief gunstig. Daar is eventueel ‘winst’ te halen. Het normbedrag voor het VO is te laag, zeker voor gebouwen van een kleinere omvang. Het VO in Soest heeft echter een substantiële omvang. In het VO is een bijdrage door het schoolbestuur veel meer gemeengoed (en ook wettelijk mogelijk) dan in het PO. Een eigen bijdrage van 15% is doorgaans goed haalbaar.

Het advies is om voor het VO te rekenen met de norm van de gemeente Soest (VNG (prijspeil 2020) + 15%). De daadwerkelijke toekenning van het investeringskrediet wordt bepaald op het moment van investering op basis van een onafhankelijke kostenraming. Op die manier kan project-specifiek een goede afweging gemaakt worden. Voor vervangende nieuwbouw voor PO wordt in het meerjareninvesteringsplan gerekend met een opslag van 10% boven op de norm van de gemeente Soest en voor het VO met de norm van de gemeente Soest (prijspeil 2020). Op businesscaseniveau wordt uiteraard een kostenraming gemaakt die bepalend is voor het definitieve investeringskrediet. Renovatie versus vervangende nieuwbouw Voor de projecten die opgenomen worden in het IHP is het nog geen uitgemaakte zaak of er gekozen zal worden voor een levensduur verlengende renovatie of vervangende nieuwbouw. Voor nieuwbouw PO is zoals aangegeven, gerekend met de norm van Soest (VNG + 15%) en een opslag van 10% (prijspeil 2020). Een investering in vervangende nieuwbouw wordt afgeschreven in 40 jaar.

ruimte om te zijn

U20595

Pagina 22 van 64

Een eerste indicatie voor een standaard bedrag voor een grootscheepse renovatie is om te rekenen met een percentage van 60% van het nieuwbouwbedrag. Vaak lopen de kosten echter op tot wel 80% van het nieuwbouwbedrag. In principe wordt renovatie afgeschreven in 20 of 25 jaar. De afwegingen die gemaakt moeten worden bij de keuze tussen vervangende nieuwbouw en renovatie zijn: is renovatie financieel aantrekkelijk, in verband met een afschrijving van 25 jaar in plaats van 40 jaar; bij renovatie is tijdelijke huisvesting nodig, bij nieuwbouw is dit soms, of deels, te vermijden; bij renovatie is het verbeteren van de functionaliteit van het gebouw soms complex; bij renovatie is een ideale gebouwvorm vaak niet te realiseren. Veel oude schoolgebouwen zijn eenlaags, met veel dak en gevel, wat ook exploitatie technisch kostenverhogend werkt; duurzaamheid: vanuit dit thema is levensduurverlengend renoveren een interessante optie, vanwege het duurzamer inzetten van bestaand vastgoed ten opzichte van vervangende nieuwbouw. Eigen bijdrage schoolbesturen Voor het VO is een eigen bijdrage van het schoolbestuur van 15% redelijk gangbaar. Voor het PO ligt de eigen bijdrage van schoolbesturen tussen de 0-10%. Dit heeft ook te maken met het meer strakke investeringsverbod. Het ambitieniveau ten aanzien van kwaliteit is ook van invloed op de bereidwilligheid van schoolbesturen om bij te dragen.

Voor extra kwaliteit is er vaak bereidheid om te betalen. Een andere variant is een bijdrage van schoolbesturen op basis van een besparing op de uitgaven voor onderhoud. Een redenering die daarbij gehanteerd kan worden, is dat schoolbesturen vijf jaar voor de nieuwbouw niet (nauwelijks) meer kosten maken voor onderhoud. Dit levert een besparing op van zo’n € 30,= per m² per jaar. Dit betekent dan een bijdrage van € 150,= per m2. De schoolbesturen in de gemeente Soest hebben aangegeven bij te willen dragen (binnen hun mogelijkheden) maar vragen hiervoor wel perspectief, in planning en ambitie. Dit uitgangspunt past bij de laatste variant waarin op basis van de planning van de projecten in het IHP, schoolbesturen weten wanneer hun school aan de beurt is, en vervolgens onderhoudsbedragen reserveren als eigen bijdrage. Voor het PO geldt wel dat een eigen bijdrage alleen mag worden ingezet voor bovenwettelijke eisen en aangetoond moet kunnen worden dat de investering terugverdiend kan worden. De schoolbesturen hebben een duidelijke intentie om zelf bij te dragen, maar willen die afweging op businesscaseniveau maken. Afgesproken is dat de eigen bijdrage van een schoolbestuur onderdeel is van het onderzoek naar haalbaarheid/businesscase van het project.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=09df398a-c926-4d69-90e0-6a172cc2dc30