Bijlage - Nota Grond- en Vastgoedbeleid 2026-2030
Tekst van het document
B2.3.1 wijze van uitgifte van gronden In het geval van actief grondbeleid kan de gemeente de door haar gemaakte kosten van bouwgrondproductie (verwerving, plankosten, bouw- en woonrijp maken) verhalen via de uitgifte van gronden middels verkoop of uitgifte in erfpacht. Over het algemeen wordt de voorkeur gegeven aan verkoop omdat de gemeente dan ineens de vrije beschikking krijgt over de waarde van de grond. Er zijn twee vormen voor de uitgifte van de grond: verkoop en erfpacht. De verkoop van grond c.q. bouwkavels komt verreweg het meeste voor. Dat kan zowel aan ontwikkelende partijen als aan particuliere kopers of bedrijven zijn. Voor de kavelverkoop gelden de Algemene voorwaarden voor verkoop van bouwterreinen door de gemeente Smallingerland (vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders . In de processtappen is verankerd dat de gemeente het Bibob beleid toepast. Verkoop Waar de grondprijs gebaseerd is op een niet maximaal bouwvolume en/of een bestemming met lagere grondopbrengst, wordt in de koopovereenkomst een suppletiebeding opgenomen dat gedurende een bepaalde periode recht geeft op bijbetaling van grondwaarde, als het volume wordt vergroot en/of de bestemming wordt gewijzigd. Hiertoe zijn door het college algemene voorwaarden bij verkoop vastgesteld. Erfpacht Een specifieke vorm van uitgifte is erfpacht.
In de praktijk wordt die in Smallingerland niet vaak toegepast. Erfpacht wordt toegepast voor buitensportaccommodaties waarbij verenigingen op basis van een opstalrecht hun clubhuizen realiseren. Voor bedrijven kan het incidenteel worden toegepast als financieringsinstrument. Gezien het beperkte karakter van uitgifte in erfpacht worden per individuele uitgifte de erfpachtvoorwaarden in de notariële akte vastgelegd. De gemeente Smallingerland gebruikt de Notitie Erfpacht van het BBV als handleiding.
B2.4 kostentoerekeningsprincipes grondexploitaties Aan een grondexploitatie kunnen volgens de BBV maximaal de kostensoorten worden toegerekend zoals opgenomen in het Aanvullingsbesluit Grondeigendom Omgevingswet. Voor de toerekening van kosten aan grondexploitaties worden dezelfde principes gehanteerd, zoals die ook gelden bij het kostenverhaal, namelijk: profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid (PPT). Nieuw t.o.v. de bestaande situatie is dat binnen het principe van PPT ook kosten van gebouwdeen openbare fietsenstallingen, faciliteiten voor ondergrondse afvalinzameling en distributienetwerken voor elektriciteit, warmte, gas en water inclusief de bijbehorende werken en bouwwerken, mogen worden toegerekend. De toerekening van kosten van distributienetwerken vraagt om een nadere uitwerking. De dergelijke kosten worden in beginsel via aansluitkosten of vast recht 54
rechtstreeks aan de gebruiker in rekening gebracht. Gelijk als bij het kostenverhaal zullen deze kosten alleen in de grondexploitatie kunnen worden opgenomen, voor zover die niet via aansluitkosten of vast recht met de gebruiker kunnen worden verrekend. Opnemen van dergelijke kosten in de grondexploitatie leidt tot (gedeeltelijke) verrekening via de grondprijs. De in een grondexploitatie te definiëren exploitatiegrens bepaalt uiteindelijk welke van de tot deze kostensoorten toe te rekenen maatregelen in de grondexploitatie worden opgenomen. Voor de toe te rekenen plankosten (kosten inzet eigen organisatie en inschakeling externe capaciteit) worden bijlage IV Omgevingsbesluiten de handreiking kostenverhaal als uitgangspunt gehanteerd. De plankostenscan wordt daarbij als hulpmiddel gebruikt. De kosten van de initiatieffase (paragraaf 4.1) worden niet ten laste van de grondexploitatie gebracht. Uitgangspunt is dat op basis van werkelijke kosten toerekening aan de grondexploitaties plaatsvindt. De toerekening van kosten van de inzet van de ambtelijke organisatie vindt plaats op basis van werkelijk bestede uren. Zolang de daarvoor benodigde inrichting van de financiële administratie dat nog niet toelaat, zal die toerekening aan de grondexploitaties jaarlijks op basis van de voortgang van projecten worden bepaald.
Ingeschakelde externe capaciteit of uitbestede taken worden rechtstreeks doorbelast aan de grondexploitatie. In de aan de gemeenteraad ter vaststelling aan te bieden grondexploitatiebegroting worden de planvoorbereidingskosten geraamd op basis van de volgende uitgangspunten: I. Urenraming per plan, afhankelijk van omvang, complexiteit en programma • Kosten grondzaken (inzet t.b.v. verwerven, tijdelijk beheer, uitgifte en planeconomie); • Projectmanagement (projectleiding, planning, ondersteuning en communicatie); • Planvorming (stedenbouw, wonen, verkeer, milieu, water en duurzaamheid). II. Percentage kosten bouw- en woonrijp maken (15%) 1. Voorbereiding en toezicht bouw- en woonrijp maken Uitgangspunt 1. In te stemmen met de bovenstaande uitgangspunten kostentoerekening van planvoorbereidingskosten aan de gemeentelijke grondexploitaties
55
Bijlage 3 Samenwerken In deze bijlage volgt een korte toelichting op mogelijke samenwerkingsvormen uit hoofdstuk 5.
B3.1 Bouwclaim Aan de toepassing van het bouwclaimmodel ligt ten grondslag dat een (bouwende) ontwikkelaar vroegtijdig een grondpositie in een plangebied heeft ingenomen. Om tot realisering over te kunnen gaan maakt de gemeente met de private partij de afspraak dat deze in ruil voor het overdragen van de grondpositie aan de gemeente het recht op bouwen van een bepaald programma in het plangebied verwerft (de bouwclaim). Afhankelijk van de verdere afspraken zorgt de gemeente dan veelal voor het bouw- en woonrijp maken. Het bouwclaimmodel is een oplossing wanneer de grondposities van gemeente en private partijen onvoldoende afgestemd zijn op het plan en er een (her)verkaveling van posities noodzakelijk is.
B3.2 Concessie In het concessiemodel verleent de gemeente een recht aan een private partij die de grond bouwrijp maakt, het vastgoed realiseert en het openbaar gebied na afronding overdraagt aan de gemeente. De regie voor zowel vastgoed- als grondexploitatie ligt in één hand, namelijk van de concessiehouder. De gemeente draagt uitvoering en regie volledig over aan de concessiehouder maar behoudt de toetsende publiekrechtelijke rol.
B3.3 Publiek-private-of publiek-publieke samenwerking Samenwerking tussen gemeente en marktpartijen of andere overheden waarbij de partijen gemeenschappelijk het risico voor de grondexploitatie overdragen aan een juridische entiteit. Afhankelijk van de wijze waarop de samenwerking en de risicoverdeling in die juridische entiteit vorm wordt gegeven, wordt een beroep op gemeentelijke (financiële) capaciteit gedaan en draagt de gemeente via de juridische entiteit mede het risico. Het bedrijvenpark Azeven is een voorbeeld van publiek-publieke samenwerking met de gemeente Opsterland via de Gemeenschappelijke Regeling Exploitatie Bedrijvenpark Drachten.
Uitgangspunt
1. De gemeente wil samenwerken als instrument inzetten om kennis en risico's bij de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving te kunnen delen met andere partijen.
56
Bijlage 4 Kostenverhaal Kostenverhaal is en blijft een wettelijke verplichting voor de gemeente wanneer zij ten behoeve van de realisering van aangewezen bouwactiviteiten door particuliere initiatiefnemers kosten maakt.14 Bij het bepalen van de hoogte van de kosten die worden verhaald, gelden de criteria van profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid (PPT-criteria). De verplichting om kosten te verhalen kan worden uitgevoerd via het maken van contractuele afspraken vooraf (anterieure overeenkomst) of door het verhalen van die kosten op grond van het omgevingsplan. Hoofdregel was en blijft dat kostenverhaal bij voorkeur met vrijwillige instemming via een anterieure overeenkomst voorafgaand aan de vaststelling van het omgevingsplan of verlening van de omgevingsvergunning plaatsvindt. Alleen wanneer initiatiefnemer(s) en gemeenten niet vooruitlopend op vaststelling van het Omgevingsplan of buitenplanse omgevingsactiviteit overeenstemming bereiken, ontstaat kostenverhaal op dwingende basis. De planrealisatie vindt in beide situaties plaats voor rekening en risico van de private partij. De invloed en sturing van de gemeente op het uiteindelijke plan is beperkt, maar de gemeente draagt ook een beperkt financieel risico.
Grondslag kostenverhaal Bevoegd orgaan Privaatrechtelijk kostenverhaal College burgemeester en wethouder Omgevingsplan Gemeenteraad Buitenplanse College burgemeester en wethouders omgevingsplanactiviteit Tabel 3 Verdeling bevoegdheden kostenverhaal op basis van Omgevingswet B4.1.1 Privaatrechtelijk kostenverhaal De gemeente en de ontwikkelaar hebben contractsvrijheid bij een anterieure overeenkomst. Ze kunnen zelf bepalen waar ze afspraken over maken en waar niet. Hoewel de PPT-criteria bij een anterieure overeenkomst niet gelden, vormen zij op de achtergrond wel de context waarbinnen initiatiefnemer(s) en gemeente de vrijwillige afspraken maken. De plankostenscan (hoofdstuk 13 Omgevingsregeling Kostenverhaal) is een hulpmiddel om de gemeentelijke uren per activiteit of product te bepalen. Om de transparantie van het gemeentelijk grondbeleid te bevorderen, is bepaald dat de gemeente moet publiceren dat zij een overeenkomst is aangegaan. De samenvatting en hoofdlijn van de overeenkomst worden gepubliceerd. Het is niet noodzakelijk om alle financiële onderdelen van de anterieure overeenkomst te publiceren. De overeenkomsten vallen wel onder de Wet open overheid (Woo).15 De gemeente gaat verder op de weg van een uniforme aanpak met standaardisatie van anterieure overeenkomsten met een grotere nadruk op het doorberekenen van kosten.
Zodra in het mobiliteitsbeleid of in het volkshuisvestingsprogramma nieuwe onderdelen (als het mobiliteitsfonds of het volkshuisvestingsfonds -zijn/worden vastgelegd, dan worden deze meegenomen in de anterieure kostenverhaalsovereenkomsten. Hiervoor is geen wijziging van deze Nota grond- en vastgoedbeleid nodig. Het kosten verhaal wordt dan voor de uitvoering van ander beleid uitgebreid.
B4.1.2 Publiekrechtelijk kostenverhaal Een omgevingsplan met kostenverhaalsgebied is de grondslag voor het publiekrechtelijk 14 Afdeling 13.6 Kostenverhaal bij bouwactiviteiten en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen, Omgevingswet en artikel 8.15 Omgevingsbesluit
“kostensoortenlijst” resp. Bijlage IV van het Omgevingsbesluit. 15 In de Wet Open Overheid is alles openbaar tenzij er argumenten zijn om een gedeelte niet te openbaren. Dat kan bijvoorbeeld gaan om financiële gegevens die niet openbaar moeten worden omdat zij de financiële bedrijfsvoering van de gemeente of aanbestedingen kunnen schaden..
57
kostenverhaal. De kostenverhaalregels in het omgevingsplan definiëren de rekenregels/verdeelmethoden. De macro-aftopping bepaalt dat niet meer kosten van een initiatief kunnen worden verhaald dan er aan opbrengsten zijn. De micro-aftopping begrenst de maximaal aan een initiatief toe te rekenen gemeentelijke plankosten. De wijze van kostenverhaal wordt afhankelijk van het type ontwikkeling. Bij integrale gebiedsontwikkeling wordt een tijdvak voor planrealisatie benoemd. Daardoor is het mogelijk de verwachte kosten en opbrengsten van het plan binnen dit tijdvak te ramen. Kostenverhaal is verder alleen mogelijk over aangewezen kostensoort (plankosten) en in bijlage IV van het Omgevingsbesluit opgenomen kostensoorten. Bij de integrale gebiedsontwikkeling worden de kosten voor publieke voorzieningen uit de vastgoedontwikkeling betaald. Naast de integrale gebiedsontwikkeling introduceert de Omgevingswet organische gebiedsontwikkeling, waarbij in principe geen zicht is op het eindbeeld van een ontwikkeling. Kenmerkend voor organische ontwikkeling is dat er veel onzekerheid bestaat over wat, waar, wanneer en door wie ontwikkeld gaat worden. Dat geldt ook voor de publieke voorzieningen waarvoor het kostenverhaal wordt aangewend. Het is daarom vooraf lastig, zo niet onmogelijk om afspraken met particuliere partijen te maken over de te verhalen kosten.
Gezien die onzekerheden heeft ook de gemeente behoefte aan flexibiliteit bij het bepalen welke rol ze wel en niet wil en kan innemen. Kostenverhaal bij organische gebiedsontwikkeling vindt plaats zonder benoeming van een tijdvak. Er wordt per kostenverhaalgebied een kostenplafond gedefinieerd. Alleen de kosten voor werken en werkzaamheden die nodig zijn voor niet-uitgeefbare gronden kunnen worden verhaald. In plaats van de macro-aftopping wordt bij aanvraag van de door het college van burgemeester en wethouders te verlenen beschikking bestuursrechtelijke geldschuld getoetst of de kosten niet hoger zijn dan de door de ontwikkeling optredende waardevermeerdering. Uitgangspunt 1. Kostenverhaal via het privaatrechtelijke spoor is uitgangspunt van het gemeentelijke grondbeleid. 2. De gemeente Smallingerland hanteert daarbij de handreiking Kostenverhaal in de Omgevingswet. 3. De gemeente is bereid publiekrechtelijk kostenverhaal als instrument bij organische gebiedsontwikkeling toe te passen voor ontwikkelingen waarbij nog niet helemaal duidelijk is hoe het gebied zich in de toekomst zal ontwikkelen en welke publieke voorzieningen daarvoor door de gemeente gerealiseerd moeten worden.
B4.2Financiële bijdrage De Omgevingswet biedt de mogelijkheid voor de gemeente om in een omgevingsplan te bepalen dat een financiële bijdrage wordt verlangd voor aangewezen ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (regeling voor publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen). Voorwaarde is wel dat die maatregelen in de omgevingsvisie of omgevingsprogramma zijn vastgelegd. In de omgevingsvisie van de gemeente wordt een onderbouwing van de functionele samenhang van maatregelen vastgelegd. Bijvoorbeeld als voor dezelfde functie samenhangend beleid voor de gemeente wordt opgenomen, zoals beleid om te voldoen aan gemeentelijke woningbouwopgave dat van toepassing is op nieuwe woningbouwlocaties. Uitgangspunt voor het gemeentelijk grondbeleid is dat in beginsel op basis van vrijwilligheid anterieur deze financiële 58
bijdrage wordt verhaald. Toepassing is mogelijk als wordt voldaan aan de volgende vereisten: a. Functionele samenhang (bijv. een financiële bijdrage voor sociale woningbouw, of aan het ontwikkelen van een nieuw bedrijventerrein en het opknappen van een bestaand bedrijventerrein) of het zorgen voor voldoende parkeerruimte. b. Als de (woning)bouwlocatie profijt heeft van de ontwikkeling van een aantrekkelijker woonen leefklimaat, of vestigings- en ondernemingsklimaat. c. De kosten niet op andersoortige wijze verhaalbaar zijn. Ook hier geldt dat het voorafgaand aan de planontwikkeling vastleggen van de afspraken in een anterieure overeenkomst de voorkeur verdient. Op vrijwillige basis contracteren over financiële bijdragen voor gebiedsoverstijgende kosten blijft mogelijk.
Vrijwillige financiële bijdrage Net als bij het kostenverhaal geldt ook hier dat op basis van vrijwilligheid tussen initiatiefnemers en gemeente financiële afspraken kunnen worden gemaakt. De ontwikkelingen waarvoor deze financiële bijdrage wordt gevraagd moeten dan zijn vastgelegd in de omgevingsvisie of een programma. Afdwingbare financiële bijdrage Het omgevingsplan moet de ontwikkeling waarvoor een financiële bijdrage wordt verhaald concretiseren. In de toelichting moet een onderbouwing worden gegeven van de functionele samen- hang tussen de ontwikkeling en de activiteiten waarvoor regels over financiële bijdragen worden gesteld. Die onderbouwing kan gebaseerd worden op een omgevingsvisie of programma. De financiële bijdrage kan alleen daadwerkelijk geïnd worden als de initiatiefnemer van de bouwactiviteit geen overeenkomst over het kostenverhaal heeft gesloten met de gemeente en de bijdrage niet anderszins is verzekerd. De inning vindt plaats via de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld waarmee ook de verschuldigde bijdrage voor het kostenverhaal wordt opgelegd. De regeling voor publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen is beperkt tot aangewezen bouwactiviteiten waarvoor verplicht kosten moeten worden verhaald (zoals de bouw van woningen en kantoren). Er kunnen geen financiële bijdragen worden afgedwongen voor bestaande, al toegelaten activiteiten.
Deze financiële bijdragen kunnen alleen van initiatiefnemers worden verlangd als die bijdrage wordt gebruikt voor verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving én er een functionele samenhang bestaat tussen de ontwikkeling waarvoor de bijdrage wordt verlangd en de (bouw)activiteit van de initiatiefnemer. Het gaat daarmee niet om ontwikkelingen die direct noodzakelijk zijn voor het realiseren of verrichten van een bouwactiviteit, maar om ontwikkelingen die daarmee samenhangen. In de meeste gevallen zal deze samenhang bestaan op een hoger schaalniveau. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld kwalitatieve verbeteringen van landschap, de aanleg of aanpassingen van wegen c.a., de aanleg van park- of recreatiegebieden. 59
Daarnaast mag de financiële bijdrage niet hoger zijn dan de waardevermeerdering van de grond of de opbrengsten op de locatie waar de bouwactiviteit wordt verricht. Via de opgaven uit de Omgevingsvisie worden de acties op gebied van wonen, werken, duurzaamheid, openbare ruimte en verbindingen gedefinieerd die ook van de gemeente substantiële investeringen verlangen. Via de financiële bijdrage kan een deel van die investeringen worden verhaald op nieuwe initiatieven. 1. 2.
3.
Uitgangspunt De gemeente zal gebruik maken van de mogelijkheid tot het verhalen van een financiële bijdrage ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Nieuwe onderdelen als het mobiliteitsfonds en het volkshuisvestingsfonds vormen onderdeel van het kostenverhaal nadat de betreffende beleidsdocumenten door de raad zijn vastgesteld. Kostenverhaal via het privaatrechtelijke spoor is uitgangspunt van het gemeentelijk grondbeleid.
B4.3 Stedelijke kavelruil Deze Nota Grond- en vastgoedbeleid sluit toepassing van het instrument niet uit. Inzet zal alleen op verzoek van particulieren initiatiefnemers plaatsvinden. Bij stedelijke kavelruil maken de eigenaren zelf met elkaar een plan voor hun gebied. Ruilen van eigendom om zo een betere verdeling/inrichting te krijgen is het uitgangspunt. Vrijwillige stedelijke kavelruil is een nieuw middel voor gebiedsontwikkeling. De gemeentelijke rol is primair een faciliterende rol via het publiekrechtelijk instrumentarium. Afhankelijk van de inhoud van de plannen van particuliere initiatiefnemers kan de gemeente echter ook partij worden bij de kavel- ruil. Belangrijk in dat geval is dat rol(len) van de gemeente glashelder zijn voor alle betrokkenen. Als het gaat om wat meer complexe stedelijke herstructureringsopgaven met een versnipperde grondeigendom en relatief hoge kosten van herontwikkeling zal kavelruil alleen geen oplossing bieden en zal initiërende ingrepen van de gemeente nodig kunnen zijn. De gemeente kan bijvoorbeeld in het omgevingsplan kavelruilgebieden aanwijzen, waar eigenaren een stedelijke kavelruil met behulp van de gemeente kunnen voorbereiden. Daarbij kan de gemeente een kavelruil die door een meerderheid van de eigenaren wordt gewenst, beschermen door een voorkeursrecht te vestigen.
Ook kan worden gedacht aan het onteigenen van eigenaren die niet willen verkopen of participeren in de herontwikkeling. Ook kan de gemeente partij worden wanneer de realisering van de plannen ingrepen in de openbare ruimte noodzakelijk maken. Verwijzende ook naar het gebruik van het instrument vrijwillige kavelruil in het landelijk gebied, is stedelijke kavelruil. Stedelijke kavelruil is een ingewikkeld proces, waarbij het succes afhangt van vele factoren.
B4.4 Particuliere initiatieven Nieuwe particuliere initiatieven kunnen worden onderscheiden in initiatieven die in beginsel passen binnen het Omgevingsplan en initiatieven die daar niet binnen passen. De omgevingstafel vormt het vooroverleg tussen initiatiefnemer en bevoegd gezag dat moet bijdragen aan een integraal advies en is de basis om binnen acht weken een vergunning te kunnen verlenen. Daarnaast kunnen particuliere initiatieven worden ingediend die niet inpasbaar zijn binnen het omgevingsplan. In die situatie zal het initiatief zowel inhoudelijk als op financiële effecten beoordeeld moeten worden. De financiële beoordeling is gericht op de volgende vragen: • Welke gemeentelijke kosten zijn gemoeid met de realisering van het initiatief; • Is de initiatiefnemer bereid om met de gemeente een anterieure overeenkomst te sluiten. • De vergunningverlening kan gepaard gaan met publiekrechtelijk kostenverhaal wanneer vooraf geen anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer is gesloten. 60
Bijlage 5 Vastgoedrollen In deze bijlage is een voorbeeld gegeven van diverse vastgoedrollen binnen een gemeente. Het project Grip op Grond Grip op Vastgoed is binnen de gemeente aangewezen om dit uit te werken. B5.1
Portefeuillemanagement
Het portefeuillemanagement definieert de strategie en de prioriteiten en is gericht op het sturen op een efficiënte en effectieve vastgoedvoorraad die binnen de vastgestelde kaders recht doet aan de gestelde beleidsdoelen. Deze sturing vindt plaats door: Te bepalen welke gebouwen we nodig hebben voor de toekomst Te beslissen over verbouwen, slopen of nieuw bouwen Te zorgen dat ons vastgoed past bij gemeentelijk beleid, zoals bijvoorbeeld duurzaamheid. Het portefeuillemanagement kan worden opgesplitst in specialistische rollen voor: - Portefeuillemanager. Ontwikkelt en bewaakt de portefeuillestrategie. Meerjarenplannen voor de portefeuillebesluit over behoud, transformatie of afstoting van gebouwen. Stemt af met diverse beleidsafdelingen. - Beleidsadviseur. Vertaalt maatschappelijke ontwikkelingen naar vastgoedbeleid. Analyseert demografische en ruimtelijke trends - Data analist. Monitort klanttevredenheid en ontwikkelt KPI's en maakt portefeuille analyses. - Risicomanager. Coördineert verzekeringen en identificeert risico's en bewaakt de compliance en governance. B5.2
Projectmanagement
De taken projectmanagement: Zij maken wat de portefeuillemanager heeft bedacht. • Zetten abstracte plannen om in concrete aanbestedingen voor nieuwe gebouwen • Houden rekening met een efficiënt, effectief en kostenbewust te gebruiken en te beheren gebouw. • Bewaken budget, planning en kwaliteit • Coördineren aannemers en architecten • Ze leveren op aan de portefeuillemanager.
B5.3
Vastgoedbeheer
De taken van Vastgoedbeheer: Zijn het eerste aanspreekpunt voor gebruikers Plannen en uitvoeren van onderhoud Bewaken comfort en veiligheid in gebouwen Vastgoed beheer kan worden opgesplitst in specialistische rollen voor: • technisch management. Zij zorgen ervoor dat de stenen en de leidingen in het gebouw goed blijven functioneren. Bijvoorbeeld door planmatig, correctief en preventief onderhoud en contractbeheer uit te voeren volgens een te beheren MJOP. • asset management. Zij zorgen ervoor dat de huurders/gebruikers in het gebouw tevreden zijn. Bijvoorbeeld goede huurafspraken en contractbeheer. Zij bewaken de kosten efficiëntie van het gebouw. • facilitair management. Zij zorgen ervoor dat de huurders/gebruikers de gebouwen ook kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld schoonmaak,. Beveiliging, dagelijks onderhoud, contractbeheer. 61
Kennis van het gebouw wordt gedeeld met het portefeuillemanagement, waardoor die betere keuzes kunnen maken. Een deel van de gemeentelijke gebouwen wordt door derden beheerd. Dit gaat bijvoorbeeld om sportgebouwen die door het Sportbedrijf worden beheerd en onderhouden. Ook daar zijn afspreken over een juist Meer Jaren Onderhoud cruciaal. B5.4
Vastgoedondersteuning
De taken van vastgoedondersteuners: Bewaken de financiële stromen Beheren alle documenten Zorgen dat systemen werken Vastgoedondersteuning kan worden opgesplitst in specialistische rollen voor Financieel controller. Bewaakt de financiële planning en control. Maakt exploitatie begrotingen. Waardeert vastgoed op de balans. Vastgoedsysteembeheerder. Beheren van de vastgoedbeheer software. Draagt zorg voor data integriteit en draagt zorg voor rapportages en managementsoverzichten Documentatiebeheerder. Beheert vastgoeddossiers. Faciliteert informatie-voorzieningen Tekeningen beheerder Inkoop/aanbestedingen ondersteuner. Zij weten alles van de processen en de vereisten bij aanbestedingen. Meer aandacht voor de TCO (totale exploitatiekosten) vraagt om een meeromvattende aansturing van het vastgoedbeheer. Denk hierbij aan vastgoedfinanciering, het vormen van onderhoudsreserves, het monitoren van de onderhoudsbehoefte en het rapporteren hierover.16 B5.5
Vastgoedtransacties
In opdracht van het portefeuillemanagement Kopen en verkopen van vastgoed Afsluiten en beheren van huurcontracten Taxeren en waarderen van gebouwen Er zijn specialistische rollen te onderscheiden in Makelaar. Koop en verkoop, maar ook maken van huurovereenkomsten Taxateur. Waarderen en taxeren t.b.v. transacties en de balans Jurist. Ontwerpt en beoordeelt contracten. Bewaakt wet- en regelgeving. Bemiddelt geschillen. Makelpunt. Centraal verzamelpunt waar vraag en aanbod van/naar ruimte samenkomt.
16
P 21 Rapportage Financiële spelregels.
62
in
Bijlage 6
Afkortingen
AOK
Anterieure overeenkomst
BBV
Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten
Bibob Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur BIE
Bouwgrond in Exploitatie
BOPA Buitenplanse omgevingsplanactiviteit BTW Belasting Toegevoegde Waarde BVO
Bruto Vloer oppervlakte
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
CO2
Koolstofdioxide
DAEB Diensten van Algemeen Economisch Belang IHP
Integraal Huisvestingsplan
KRO
Koop- Realisatieovereenkomst
MJOP Meer Jaren Onderhouds Prognose (ook DMJOP als Duurzaamheid ook wordt meegeteld) NEN
Nederlandse Normen van de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut,
MVA
Materiële Vaste Activa
Ob
Omgevingsbesluit
Ow
Omgevinsgwet
POC
Percentage of Completion
PPT
Profijt, Proportionaliteit, Toerekenbaarheid
ROP
Ruimtelijk Ontwikkelings Perspectief
SOK
Samenwerkingsovereenkomst
VNG
Vereniging Nederlandse Gemeenten
VPB
Vennootschapsbelasting 63
VRO
Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
VVG
Vereniging van Grondbedrijven
WEC Wet op de expertisecentra WOO Wet Open Overheid WPO Wet Primair Onderwijs WVO Wet Voortgezet Onderwijs
64
Bijlage 7
Bronnen
Alba Concepts: •
Memo circulair afschrijven binnen het BBV, , 21 september 2025, 2025-1022.007-V2.0-SB/JG
Commissie BBV • • •
Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2023), december 2023 Notitie Materiële Vaste Activa , 2020 Notitie Erfpacht gronden, 2017
Europese Commissie •
mededeling van de Commissie betreffende het begrip "staatssteun" in de zin van artikel 107, lid1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, (2016/C 262/01)
Fakton Consultancy en Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling •
Kostenverhaal ontcijferd De praktijk van de rekening, 26-06-2025 (in opdracht van het ministerie van VRO)
Gebiedsontwikkeling.nu •
Het kostenverhaal ontcijferd, wat gaat goed en waar wringt het, 10-11-2025
Gemeente Opsterland •
Nota grondbeleid Opsterland 2025, raadsbesluit 27-01-2025
Gemeente Smallingerland • • • • • • • • • • • • • • • •
Beleidsnotitie Schuilstallen gemeente Smallingerland, vastgesteld maart 2019 Beleidsregels voor de wet BIBOB gemeente Smallingerland 2025, Datavisie Smallingerland Financiële spelregels realisatie en beheer maatschappelijk vastgoed gemeente Smallingerland, Bert Karssens en Bjorn Gossen Financiële verordening Smallingerland (2024), gemeenteblad 2024, nr. 141497, 4 april 2024 Financiële verordening gemeente Smallingerland , geldend vanaf 4-7-2025, Financiële verordening Smallingerland | Lokale wet- en regelgeving Integraal Huisvestingsplan Smallingerland, raadsbesluit 15-10-2024 Leidraad risicomanagement in projecten, 12-03-2025 Nota Accommodatiebeleid 2022 Nota Grond- en Vastgoedbeleid 2022-2025 Nota reserves, voorzieningen en risicobeleid, vastgesteld 28-12-2024, Nota reserves, voorzieningen en risicobeleid | Lokale wet- en regelgeving en voorgestelde aanpassingen per 11-2026 Rapport: Analyse huidige situatie & risicoscan vastgoedbeheer gemeente Smallingerland (november 2024, Baker Tilly) Notitie Smit & De Vries, 2025, Erik Blankenvoorde vastgoed aanpak en risico's gemeente Smallingerland Notitie Actualisatie anticiperende aankopen op weg naar Nieuwe Nota Grond en Vastgoedbeleid 2025 Ontwikkelstrategie gemeente Smallingerland, 2022 Project Grip op Grond en Grip op Vastgoed
Informatiepunt Leefomgeving, kenniscentrum van de overheid •
Meest recente plankostenscan (versie oktober 2025), jaarlijkse aanpassingen 65
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijsrelaties • • •
Handreiking kostenverhaal en financiële bijdragen Omgevingswet, april 2022 Handreiking grondeigendom Omgevingswet, voorkeursrecht, onteigening en stedelijke kavelruil, mei 2022 Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten, versie geldend vanaf 17 april 2025
Koninklijk Nederlands Normalisatie instituut: • •
NEN norm 2767 en Praktijkgids NEN 2767 Conditiemeting gebouwde omgeving, 2021 NEN norm 3140
Rechtspraak.nl • •
Didam-arrest, Hoge Raad, 2-11-2021, ECLO:NL:PHR:2024:567 Didam 2 arrest, Hoge Raad, 15-11-2024 ECLI:NL:PHR:2024:1661
RICS •
Praktijkhandleiding Taxaties Gebiedsontwikkelingen, december 2024
Tweede Kamer der Staten Generaal • •
Kamerbrief vergaderjaar 2024-2025, 32 847, nr. 1351, Minister VRO, 20-06-2025 Kamerbrief Modernisering van het grondbeleid | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl | Kamerstuk 34 682, nr. 164, 19-06-2023
Vereniging van Grondbedrijven •
Gewenste veranderingen voor een slagvaardiger grondbeleid en gebiedsontwikkeling, input voor de brief aan de Tweede kamer over vernieuwing van het Grondbeleid, 14-03-2023
Vereniging Nederlandse Gemeenten • • •
Handreiking Toepassing Didam-regels in de gemeentelijke grinduitgifte, 2025 Sectorale routekaart gemeentelijk maatschappelijk vastgoed, routekaart gemeenten 2020 Grondbeleid voor raadsleden, wat u als raadslid moet weten over grondbeleid. Den Haag, oktober 2018
Wetten: Onder andere • • • • • • • • • •
Algemene wet bestuursrecht Wet belastingen Rechtsverkeer Burgerlijk wetboek Wet BIBOB Wet Markt en Overheid Wet omzetbelasting Omgevingswet en Omgevingsbesluit Wet Open Overheid Wet voorkoming witwassen en Financiering Terrorisme Wet versterking regie volkshuisvesting
De Nota grond- en vastgoedbeleid 2026-2030 is tot stand gekomen met integrale medewerking van Team Ruimtelijke Economische Ontwikkeling (o.a. grondzaken; vastgoed; wonen); Team Maatschappelijke Ontwikkeling; Team Financiën, Team Juridische Zaken en Team Programma's en Projecten.
66