CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Bestemmingsplan Drachten - Dwarswyk 350 - Regels verbeelding toelichting en bijlagen

Ronde Tafel 23 november 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Dwarswyk 350 te Drachten17.475 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In aanvulling op de Vogelrichtlijn, geldt er voor een aantal vogelsoorten die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren een jaarrond bescherming van de nesten. De meeste provincies en het Rijk hanteren de “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012”. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Voor deze laatste categorie geldt alleen een jaarrond beschermde status indien ecologisch zwaarwegende omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincies Overijssel, Flevoland en Limburg geldt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten, waarin een andere categorisering is aangebracht.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 3 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren.

Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen een of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.

Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande bestemmingswijziging, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) en bescherming Houtopstanden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande verandering in het bestemmingsbesluit meerdere jaren wordt, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 4 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecoloog W. Oevering van JM ecologie b.v. op 9 maart 2021. Het bezoek is uitgevoerd van 16:00 tot 17:00 uur, bij 9⁰C en 1 Bft, op een bewolkte, regenachtige dag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregel en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden. Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatvinden.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 5 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

2

Beschrijving locatie en ingreep Locatie Het plangebied is gelegen in een woonwijk in Drachten (afbeelding 2.1). Aan de noordzijde van het plangebied is een straat gelegen, waarachter een basisschool ligt. Aan de oostzijde van het plangebied is parkeergelegenheid waarachter een laag flatgebouw staat met daarachter een woonwijk met rijtjeshuizen. Tegen het pand aan, aan de zuidzijde staat een oude ambtswoning. Deze is verkocht en hoort niet meer bij het plangebied. Verder ligt er een zorgcentrum ten zuiden van het plangebied. Aan de westzijde van het plangebied ligt wederom een straat, waarachter rijtjeshuizen zijn gelegen.

Afbeelding 2.1. Begrenzing van het plangebied (rood kader). (Bron achtergrond: Esri)

Het plangebied bestaat voornamelijk uit het kerkgebouw. De westzijde van het pand bestaat voornamelijk uit een bakstenen gevel met open spouw. De voorgevel loopt door in een gang naar de oude pastorie. Er is een tussenmuur geplaatst tussen de oude pastorie en het kerkgebouw. Verder staan er een metalen kunstwerk, een rododendron en enkele lage haagelementen van Japanse Berberis aanwezig aan de westzijde van het gebouw. De kerk beschikt over een scheef aflopend bitumen dak (afbeelding 2.2). De noordzijde van het gebouw bestaat deels uit een bakstenen muur met open spouw en deels uit een mozaïek van gekleurd glas (afbeelding 2.3). Verder is op de noordoosthoek een stukje ruigte met een met klimop overgroeide boom aanwezig (afbeelding 2.4). De eigenlijke ingang van de kerk bevindt zich op de oostzijde. Deze zijkant bestaat voornamelijk uit een grote kale bakstenen muur (afbeelding 2.5). Aan het zuidelijkst gelegen gedeelte van deze muur zijn enkele ramen aanwezig met open stootvoegen erboven (afbeelding 2.6). Voor deze muur is lage begroeiing aanwezig bestaande uit verschillende soorten struiken. De zuidzijde bestaat uit een bakstenen muur met een aantal ramen, verder bevindt zich hier een fietsenstalling (afbeelding 2.7). Op deze muur zijn een aantal grote open stootvoegen aanwezig. Aan de fietsenstalling vast is een garage gemetseld (afbeelding 2.8).

Aan de oostzijde van het gebouw bevinden zich de parkeerplaatsen (afbeelding 2.9).

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 6 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

Afbeelding 2.2. Westzijde kerkgebouw.

Afbeelding 2.3. Noodzijde kerkgebouw.

Afbeelding 2.4. Ruigte aan noordzijde.

Afbeelding 2.5. Oostzijde.

Afbeelding 2.6. Ramen met open stootvoegen aan de oostzijde.

Afbeelding 2.7. Zuidzijde kerkgebouw met rechts de fietsenstalling.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 7 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

Afbeelding 2.8. Garage aan de fietsenstalling gelegen.

Afbeelding 2.9. Parkeerplaatsen aan de oostzijde.

Ingreep De bestaande bebouwing, bestaande uit de Menorah kerk en een ten zuiden daarvan gelegen fietsenstalling, wordt volledig gesloopt. Op de locatie van de huidige bebouwing worden nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Er is nog geen planning van de werkzaamheden beschikbaar.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 8 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

3

Resultaten veldbezoek en bureaustudie Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het plangebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep.

Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. In Overijssel zijn van 23 vogelsoorten ook de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 1 t/m 4 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten uit de provinciale beleidsregels natuur, provincie Overijssel. Deze soorten zijn: boerenzwaluw, boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief, zeearend, zwarte specht en zwarte wouw. Daarnaast zijn van 25 vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd als hier een zwaarwegende ecologische reden voor is. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 5 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten uit de provinciale beleidsregels natuur, provincie Overijssel. Deze soorten zijn: blauwe reiger, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, draaihals, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, grutto, ijsvogel, kleine bonte specht, kortsnavelboomkruiper, middelste bonte specht, oeverzwaluw, ringmus, spreeuw, tapuit, tureluur, veldleeuwerik, wulp, zomertortel, zwarte mees en zwarte roodstaart.

Indien sprake is van een ecologisch zwaar wegende reden voor één of meerdere van deze soorten, dan worden deze hieronder behandeld onder ‘Jaarrond beschermd’. Zo niet, dan worden deze soorten net als overige broedvogels behandeld onder ‘Algemene broedvogels’. Jaarrond beschermd In de omgeving van het plangebied kunnen diverse soorten vogels met jaarrond beschermde nesten voorkomen. Het dak van de kerk biedt geen geschikte invliegopeningen voor huismus en gierzwaluw. De bebouwing rondom de kerk bestaat deels uit rijtjeswoningen uit de jaren ‘70/’80, welke zeer geschikt zijn voor huismus en gierzwaluw. Door het ontbreken van nestgelegenheid worden er geen huismus- en gierzwaluwnesten verwacht in het pand. Tevens zijn er geen boomnesten of andere potentieel jaarrond beschermde nesten in de verstoringszone van het plangebied aangetroffen. Algemene broedvogels Het is mogelijk dat er algemene broedvogels als merel tot broeden komen in de bosschages rondom het plangebied. Consequenties van de ingreep op algemene broedvogels staan beschreven in paragraaf 4.2.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 9 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een plangebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.

Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een plangebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel. Verblijven Er is een niet geïsoleerde spouwmuur aanwezig in het gebouw. Deze is toegankelijk via enkele open stootvoegen aan de oost- en zuidzijde van het gebouw. Daarnaast is deze spouw mogelijk toegankelijk via kieren bij de kozijnen of bij de dakaanhechting.

Consequenties van de ingreep op vleermuisverblijfplaatsen staan beschreven in paragraaf 4.2. Vliegroutes Het is mogelijk dat de bebouwing deel uitmaakt van vliegrouteondersteuning. Aangezien er echter voldoende alternatieve vliegrouteondersteuning in de omgeving van het plangebied aanwezig is wordt deze niet als essentiële vliegrouteondersteuning beoordeelt. Foerageergebied De omgeving van het plangebied is geschikt als foerageergebied voor diverse soorten vleermuizen. Aangezien er in de omgeving van het plangebied genoeg minstens even geschikt foerageergebied aanwezig is, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied aangewezen.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 10 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

Overige zoogdieren In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van de boommarter, otter en wolf bekend. De boommarter is een boombewonende martersoort welke verblijfplaatsen heeft in holle bomen. De omgeving van het plangebied bevat geen geschikt habitat voor de boommarter. De otter is een sterk watergebonden zoogdier. Het plangebied bevat geen geschikt habitat waardoor de aanwezigheid van otter kan worden uitgesloten. Er is één waarneming van een wolf buiten de plaats Drachten bekend. Dit betrof een zwervend exemplaar. Op basis van het ontbreken van geschikt habitat kan de aanwezigheid van de wolf uitgesloten worden. Andere soorten beschermde zoogdieren worden, op basis van de bekende verspreidingsgegevens en het aanwezige habitat, niet verwacht binnen het plangebied.

Amfibieën In de omgeving van het plangebied is een waarneming van de poelkikker bekend. Dit is echter een soort van open agrarisch land en komt niet midden tussen de bebouwing voor. Habitat van de poelkikker is tijdens het veldbezoek dan ook niet aangetroffen in de omgeving van het plangebied, waardoor de aanwezigheid van de poelkikker uitgesloten kan worden. Wel kunnen er in de winter diverse algemene amfibieënsoorten worden verwacht in de bosschages rondom het plangebied. Potentieel aanwezige soorten zoals kleine watersalamander en gewone pad zijn echter vrijgesteld in de provincie Friesland.

Ongewervelden In de wijde omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de groene glazenmaker. Dit is een libellensoort met een sterke binding tot krabbenscheer. Aangezien er geen sloten met krabbenscheer in de verstoringszone van het plangebied aanwezig zijn kan de aanwezigheid van de groene glazenmaker uitgesloten worden. Andere beschermde ongewervelden worden, op basis van de bekende verspreidingsgegevens en het aanwezige habitat, niet verwacht binnen het plangebied.

Overige fauna Overige beschermde diersoorten, zoals reptielen en vissen zijn niet bekend in de wijde omgeving van het plangebied en worden ook niet verwacht op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreidingsgegevens.

Vaatplanten De in Nederland beschermde vaatplanten stellen specifieke eisen aan hun groeiplaats, of komen slechts beperkt voor in Nederland. De meeste soorten groeien op voedselarme bodems en zijn niet te verwachten op stikstofrijke of bemeste bodems zoals landbouwgronden en de meeste wegbermen. Andere beschermde soorten groeien slechts in een specifieke biogeografische regio in Nederland, zoals in het rivierengebied of in het heuvelland van Zuid Limburg. Gezien de aanwezige habitats binnen het plangebied in combinatie met de bekende huidige verspreiding van beschermde plantensoorten, kan uitgesloten worden dat deze soorten aanwezig zijn binnen het plangebied.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 11 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

4

Effecten en gevolgen Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het plangebied, en de te verwachten risico’s voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen. Soortgroep

Soort(en)

Bescherming

Aanwezig

Algemene broedvogels Diverse soorten

3.1

Mogelijk in broedseizoen

Vleermuizen

3.5

Mogelijk

Diverse soorten

Tabel 4.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden.

Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna Algemene broedvogels In het plangebied en binnen de verstoringszone hiervan kunnen meerdere algemene broedvogels tot broeden komen. Wanneer werkzaamheden in de buurt van in gebruik zijnde nesten worden uitgevoerd, heeft dit mogelijk een verstorende werking op de broedende vogels. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.1 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen. Vleermuizen Het is mogelijk dat de kerk vleermuisverblijfplaatsen bevat. De sloop van het gebouw heeft tot gevolg dat de aanwezige vleermuisverblijfplaatsen vernietigd worden. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder de in paragraaf 5.2 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 12 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

5

Mitigerende maatregelen In dit hoofdstuk worden de vervolgmaatregelen beschreven voor de soorten waarvan in hoofdstuk 4 is bepaald dat deze mogelijk een effect bemerken van de geplande ingreep. Deze vervolgmaatregel kan bestaan uit het uitvoeren van nader onderzoek om de aanwezigheid te bevestigen of uit te sluiten. Maar de vervolgmaatregel kan ook aangeven dat er een aanvraag voor een ontheffing op de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming benodigd is. Er kan ook een lijst met mitigerende maatregelen staan aangegeven, waarbij de ingreep uitgevoerd kan worden zonder een ontheffing. Indien de ingreep zonder enig nader onderzoek, mitigatie of ontheffingsaanvraag uitgevoerd kan worden, wordt dat in dit hoofdstuk vermeld. Soortgroep

Soort(en)

Bescherming

Aanwezig

Vervolgactie

Algemene broedvogels

Diverse soorten

3.1

Mogelijk in Mitigerende maatregelen vogelbroedseizoen

Vleermuizen

Diverse soorten

3.5

Mogelijk

Nader onderzoek

Tabel 5.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor een vervolgactie benodigd is.

Algemene broedvogels; mitigatie Algemene broedvogels Alle inheemse broedvogels zijn tijdens het broeden wettelijk beschermd volgens de Vogelrichtlijn. Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het plangebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren en verjagen van broedende vogels. Het verdient daarom de aanbeveling om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Een wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen bestaat niet, bepalend is of broedgevallen aanwezig zijn. Indicatieve datumgrenzen zijn 15 maart tot 15 juli, maar er bestaan, afhankelijk van het weer en de vogelsoort, vele uitzonderingen op deze regel. Indien de werkzaamheden starten aan het begin van het broedseizoen: Broedgevallen binnen het plan- en verstoringsgebied van de werkzaamheden moeten voorkomen worden. Het ongeschikt maken kan preventief gedaan worden door ruim voor het vogelbroedseizoen het gebied te ontdoen van geschikte nestgelegenheden. Dit kan op verschillende manieren.  Door het van tevoren kappen van bomen en struiken binnen het plangebied is er geen nestgelegenheid meer voor verschillende soorten zangvogels zoals merel, houtduif en zwartkop.

Indien de werkzaamheden starten te midden van het broedseizoen:  Het plan- en verstoringsgebied dient eerst door een ter zake kundige ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedvogels;  Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plan- of verstoringsgebied, worden door de ter zake kundige ecoloog specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt (een deel van) het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot alle nesten, vanuit eigen beweging van de vogels, niet meer in gebruik zijn.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 13 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

Vleermuizen; nader onderzoek Het plangebied dient mogelijk als kraam-, zomer- of paarverblijfplaats voor vleermuizen. Door het slopen van de bestaande bouw worden eventuele vleermuisverblijfplaatsen verwijdert. Het verwijderen, ontoegankelijk maken of verstoren van dergelijke verblijfplaatsen is een overtreding van de verbodsartikelen in de Wet natuurbescherming. Er dient doormiddel van nader onderzoek te worden uitgezocht of vleermuizen daadwerkelijk verblijven in het plangebied en hoe ze gebruik maken van het plangebied. Daarop kan beoordeeld worden of de effecten van de geplande werkzaamheden een ontheffing noodzakelijk maken op deze verbodsartikelen. Het nader onderzoek naar kraam-, zomer- en paarverblijven van vleermuizen bestaat uit vijf veldbezoeken. Drie van deze bezoeken moeten plaatsvinden tussen 15 mei en 15 juli, met tussenposes van minstens 20 dagen. Minstens één van de drie bezoeken moet ’s ochtends voor zonsopkomst worden uitgevoerd, de overige bezoeken worden ’s avonds na zonsondergang uitgevoerd. In het najaar, tussen 15 augustus en 1 oktober, moeten nog twee bezoeken worden uitgevoerd rond middernacht. Tussen deze bezoeken moet minstens 20 dagen zitten. De bezoeken mogen alleen uitgevoerd worden als de weersomstandigheden binnen de grenzen van het vleermuisprotocol vallen.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 14 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

6

Conclusie De opdrachtgever is voornemens om de Menorah kerk in Drachten te slopen waarna er nieuwbouwwoningen op deze locatie gerealiseerd worden. De opdrachtgever wil weten of en zo ja welke effecten deze werkzaamheden met zich mee brengen op aanwezige (beschermde) flora en fauna. De opdrachtgever heeft JM ecologie b.v. gevraagd om een QuickScan uit te voeren op deze locatie om te onderzoeken of de ingreep een effect heeft op beschermde soorten of verblijfplaatsen van deze soorten in het kader van de Wet natuurbescherming. Uit deze QuickScan blijkt dat er mogelijk vleermuisverblijfplaatsen in het pand aanwezig zijn. Nader onderzoek is noodzakelijk om de aan- of afwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in het pand aan te tonen, waarna hier mogelijk een ontheffingsaanvraag op de verbodsartikelen van de Wet Natuurbescherming noodzakelijk kan zijn. Verder dienen de mitigerende maatregelen, zoals vermeld in paragraaf 5.2, gevolgd te worden om te voorkomen dat algemene broedvogels verstoord worden tijdens de broedperiode.

Gorredijk, maart 2021 JM ecologie b.v. Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 15 van 16

Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350

Geraadpleegde bronnen    

Nationale Database Flora- en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 10 maart 2021. BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021.

Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0

blad 16 van 16

62/94

Bijlage 3

63/94

Nader onderzoek Drachten, Dwarswyk 350

Drachten Dwarswyk 350 Nader Onderzoek

JM laatvliegers b.v., 2021

Nader Onderzoek Drachten, Dwarswyk 350 Nader Onderzoek in het kader van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) Rapportnummer R21.138 Status 0.2 (concept) Datum 16-07-2021 Opdrachtgever Rho adviseurs Druifstreek 72-c 8911 LH Leeuwarden Auteur Gerben Krösschell Controle Henri Zomer Voorpagina Globale ligging plangebied Te citeren als Krösschell, G.M., 2021. Nader Onderzoek Drachten, Dwarswyk 350; Nader Onderzoek in het kader van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Rapport R21.138 JM laatvliegers b.v., Gorredijk.

JM laatvliegers b.v. Wetterwille 9 8401 GB Gorredijk

Copyright © 2021 JM laatvliegers b.v.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Inhoud Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 2 1.2 Ligging en indeling plangebied............................................................................................................................ 2 Uitvoering ........................................................................................................................................................... 4 2.1 Bezoeken............................................................................................................................................................. 4 2.2 Bevindingen ........................................................................................................................................................ 4 Conclusie............................................................................................................................................................. 5 Geraadpleegde bronnen .............................................................................................................................................

6 Legenda ...................................................................................................................................................................... 6

Rho adviseurs Nader onderzoek Drachten, Dwarswyk 350

Inleiding 1.1

Aanleiding In opdracht van Rho adviseurs, verder “opdrachtgever” genoemd, heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. in april 2021 een QuickScan uitgevoerd voor de herontwikkeling van de Menorah kerk aan de Dwarswyk 350 te Drachten, gemeente Smallingerland, provincie Friesland. Uit deze QuickScan bleek dat de aanwezige bebouwing welke geamoveerd zal worden geschikt is als vleermuisverblijfplaats. Om het gebruik van de panden door vleermuizen als verblijfplaats te bevestigen of uit te sluiten, is door JM laatvliegers b.v. nader onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek naar vleermuisverblijfplaatsen is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021.

1.2

Ligging en indeling plangebied Adressenlijst van onderzochte panden Plaats Gorredijk

Straat Dwarswyk

Nummer 350

Plankaarten

Datum: 16 juli 2021 rapport: R21.138, versie 0.2

blad 2 van 6

Rho adviseurs Nader onderzoek Drachten, Dwarswyk 350

Datum: 16 juli 2021 rapport: R21.138, versie 0.2

blad 3 van 6

Rho adviseurs Nader onderzoek Drachten, Dwarswyk 350

Uitvoering 2.1

Bezoeken Ronde

2.2

Datum

Projectdeel

Zon Begintijd Eindtijd op/onder

Temp (⁰C)

Wind Neerslag (Bft)

Bewolking

KR1

27-05-21

KP1

21:44

21:44

23:44

10

1

Geen

Helder

KR1

27-05-21

KP2

21:44

21:44

23:44

10

1

Geen

Helder

KR2

02-06-21

KP1

05:25

03:25

05:25

11

2

Geen

Helder

KR2

02-06-21

KP2

05:25

03:25

05:25

11

2

Geen

Helder

KR3

22-06-21

KP1

22:04

22:04

00:04

15

2

Geen

Licht bewolkt

KR3

22-06-21

KP2

22:04

22:04

00:04

15

2

Geen

Licht bewolkt

Soort

Verblijf

Bevindingen Resultaten Datum

Projectdeel

Adres

Locatie

Aantal

Zeker/onzeker

GEEN

Overige bevindingen Waargenomen soorten die geen onderdeel uitmaakten van het onderzoeksdoel en/of het plangebied, maar wel relevant kunnen zijn. Datum 22-06-21

Projectdeel KP1

Adres Dwarswyk

Nr. -

Locatie Over straat

Soort

Verblijf

Steenmarter -

Aantal Zeker/onzeker 1

Zeker

Onderstaande aantallen vleermuizen/gierzwaluwen zijn waargenomen tijdens het onderzoek waarbij deze geen binding met het plangebied vertoonden. Deze gegevens geven extra informatie over de aanwezigheid van activiteit in de omgeving van de onderzochte panden. Waar mogelijk zijn de gegevens gebundeld om de informatie overzichtelijk te houden. Ronde

Soort

Aantal plangebieden

Gier KR1

Ppip

KR2 KR3

Maximaal aantal foeragerend

Maximaal aantal langsvliegend

Tijd eerste

2 van 2

-

2

21:52

2 van 2

1

5

22:24

Eser

2 van 2

-

2

22:50

Ppip

2 van 2

2

8

03:34

Gier

2 van 2

-

5

22:04

Ppip

2 van 2

-

1

22:58

Datum: 16 juli 2021 rapport: R21.138, versie 0.2

Tijd laatste vleermuis 23:43 04:52 23:23

blad 4 van 6

Rho adviseurs Nader onderzoek Drachten, Dwarswyk 350

Conclusie De opdrachtgever is voornemens de bestaande Menorah kerk aan de Dwarswyk 350 te Drachten, gemeente Smallingerland, provincie Friesland te amoveren en nieuwbouw te realiseren. Om de aanwezigheid van beschermde verblijfplaatsen te bevestigen dan al niet uit te sluiten is door JM laatvliegers b.v. nader onderzoek uitgevoerd waaruit de volgende conclusies kunnen worden getrokken; Kraamperiode vleermuizen •

Er zijn geen zomer- of kraamverblijfplaatsen geconstateerd.

Paarperiode vleermuizen •

Wordt nog uitgevoerd.

Overige bevindingen •

Geen overige noemenswaardige bevindingen.

Gorredijk, juli 2021 JM laatvliegers b.v. Datum: 16 juli 2021 rapport: R21.138, versie 0.2

blad 5 van 6

Rho adviseurs Nader onderzoek Drachten, Dwarswyk 350

Geraadpleegde bronnen • • • •

BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. Vleermuisprotocol 2021, Netwerk Groene Bureaus (NGB). Netwerk Groene Bureaus (NGB), 2017. Soortinventarisatieprotocollen Netwerk Groene Bureaus; Oevering, W., 2021. QuickScan Drachten, Dwarswyk 350; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming. Rapport R21.048 JM ecologie b.v., Gorredijk.

Legenda Plangebiedscodering Controleronde

Afkorting in plankaart

Kraam

K

Kraamochtend

Ko

Kraamavond

Ka

Gierzwaluw

G

Paarronde

P

Huismus

H

Foerageergebied

F

Vliegroute

V

Najaarszwermen

N

Winterverblijf

W

Overig

O

Auto of fietsroute

R

Onderzoeksronde Afkorting

Onderzoeksronde

KR

Kraamcontrole

GZ

Gierzwaluwcontrole

HM

Huismuscontrole

PR

Paarcontrole

NJ

Najaarszwermcontrole

VR

Vliegroutecontrole

FG

Foerageergebiedcontrole

Soorten Afkorting

Soort

Hm

Huismus

Gier

Gierzwaluw

Ppip

Gewone dwergvleermuis

Pnat

Ruige dwergvleermuis

Eser

Laatvlieger

Nnoc

Rosse vleermuis

Mdas

Meervleermuis

Mdau

Watervleermuis

Paur

Gewone grootoorvleermuis

Ppyg

Kleine dwergvleermuis

Datum: 16 juli 2021 rapport: R21.138, versie 0.2

blad 6 van 6

72/94

Bijlage 4

73/94

Watertoets

datum 8-4-2021 dossiercode 20210408-2-26073 Wateradvies korte procedure Project: Drachten - Dwarswyk 350 Gemeente: Smallingerland Aanvrager: Jildou de Witte Organisatie: Rho Adviseurs

Geachte heer/mevrouw Jildou de Witte, Voor het plan Drachten - Dwarswyk 350 heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Het plan Drachten - Dwarswyk 350 heeft een beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de korte procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem.

Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden.

Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve

maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied

Stedelijk (>200 m²)

Landelijk (>1.500 m²)

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden heeft u een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als u een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Via Omgevingsloket online (www.omgevingsloket.nl ) kunt u vooraf nagaan of u een watervergunning nodig heeft of een melding moet doen (vergunningcheck). U kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring

Met vriendelijke groet,

Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E Info@wetterskipfryslan.nl

www.dewatertoets.nl

Regels

76/94

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Drachten - Dwarswyk 350 met identificatienummer NL.IMRO.0090.BP2021SWV010-0401 van de gemeente Smallingerland; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan- of uitbouw een toevoeging dan wel een vergroting van een ruimte aan een hoofdgebouw, die in directe verbinding staat met het hoofdgebouw en qua afmetingen ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw; 1.6 ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde; 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; bêd en brochje 1.8 bêd en brochje het bieden door de bewoner van recreatief nachtverblijf in de vorm van logies en ontbijt in of bij een woning, waarbij de ruimte die gebruikt wordt voor bêd en brochje een onzelfstandige woonruimte is en waarbij de bewoning afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; 1.9 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor werk aan huis c.q.

een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;

77/94

1.10 beperkt kwetsbaar object een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.11 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.14 bijgebouw een opzichzelfstaand, al dan niet vrijstaand, gebouw behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw die qua afmetingen ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw; 1.15 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen van een standplaats; 1.16 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.17 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping; 1.18 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel;

1.20 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

78/94

1.22 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.23 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.24 gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.25 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, de functie en de bouwmassa als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.26 maatschappelijke voorzieningen educatieve, medische, religieuze, sociale, culturele en voorzieningen op het gebied van openbare dienstverlening; 1.27 kunstobject voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde; 1.28 kunstwerk een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde, ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening; 1.29 maatvoering de regels met betrekking tot de toegestane goothoogte en/of bouwhoogte en/of dakhelling en/of het

bebouwingspercentage; 1.30 meetverschil een door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een op de verbeelding aangegeven bestemmings- of bouwgrens; 1.31 peil de bouwhoogte van het afgewerkte bouwterrein; 1.32 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

79/94

1.33 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.34 straat- en bebouwingsbeeld de waarde van een gebied in stedebouwkundige zin die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede bouwhoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; 1.35 verkeersveiligheid de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; 1.36 werk aan huis beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, waaronder begrepen persoonlijke dienstverlening en

webwinkels, of hiermee naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning en bijbehorende bebouwing zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; 1.37 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.38 woongebouw een gebouw met een gemeenschappelijke toegang, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat (al dan niet in combinatie met bergruimte) en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.

80/94

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de bebouwde oppervlakte: de optelsom van de oppervlakte van alle bouwwerken op een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein; 2.3 de breedte van een gebouw: tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels; 2.4 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Meetverschillen: Bij de toepassing van het bepaalde in het plan ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden afwijkingen ten gevolge van meetverschillen buiten beschouwing gelaten, mits dat meetverschil, mede gelet op de aard en omvang van hierdoor toegelaten of toe te laten (bouw)werken of werkzaamheden, als van zeer beperkte betekenis moet worden aangemerkt. Uitzonderingsregel: Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de oppervlakte en de inhoud van een bouwwerk worden ten aanzien van de plaatsing ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits deze bouwdelen niet meer dan 1 meter buiten het gevel- of dakvlak uitsteken.

81/94

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bestemmingsregels

Wonen - Woongebouw

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Woongebouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, eventueel in combinatie met werk aan huis en/of bêd en brochje; maar ook voor de daarbij behorende: b. tuinen en erven; c. groenvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. wegen, straten en paden; g. kunstobjecten; h. openbare nutsvoorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Toegelaten bouwwerken Op de gronden, bedoeld in lid 3.1, mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. woongebouwen met daarbij behorende, bijgebouwen; b. bijgebouwen enkel ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' ; c. andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen, kunstobjecten en palen en masten. 3.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen alleen woongebouwen worden gebouwd; b. de hoofdgebouwen mogen alleen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken, met dien verstande dat de bouwgrens naar de buitenzijde met niet meer dan 2 m mag worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen; c. het aantal woningen bedraagt ten hoogste het aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; d. de maximale bouwhoogte van een gebouw mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', aangegeven bouwhoogte bedragen. 3.2.3 Bijgebouwen Voor het bouwen bijgebouwen gelden de volgende regels: a. de bijgebouwen van een hoofdgebouw mogen: 1. alleen binnen de aangegeven bouwvlakken dan wel ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd; 2. een bouwhoogte hebben van maximaal 3 meter.

82/94

3.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. erf- en terreinafscheidingen en pergola's mogen alleen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter zijn, maar als een erf- of terreinafscheiding achter (het verlengde van) van de aan de kant van de weg gelegen gevel wordt gebouwd, mag deze maximaal 2 meter zijn; c. de bouwhoogte van palen en masten mag maximaal 8 meter zijn; d. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag maximaal 5 meter zijn. 3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Afwijkingsbevoegdheden Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. de regel van lid 3.2.4, sub a en toestaan dat erf- en terreinafscheidingen buiten de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd; b. de regel van lid 3.2.4, sub b en toestaan dat een erf- of terreinafscheiding met een bouwhoogte van maximaal 2 meter vóór (het verlengde van) de aan de kant van de weg gelegen gevel wordt gebouwd. 3.3.2 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. de milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor maatschappelijke voorzieningen; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken als bedrijf, anders dan alleen voor werk aan huis; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor werk aan huis, waarvan: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte meer is dan 30% van de totale gezamenlijke begane grondvloeroppervlakte van de bebouwing op het perceel; 2. de bedrijfsvloeroppervlakte meer is dan 50 m² ; 3. de activiteiten op grond van artikel 2.1, eerste lid aanhef en onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omgevingsvergunningsplichtig zijn, dan wel op grond van de Wet milieubeheer meldingsplichtig zijn; 4. de activiteiten worden uitgeoefend door een ander dan de hoofdbewoner van het perceel; 5. de hoofdbewoner personeel in dienst heeft; 6. omwonenden onevenredig veel hinder kunnen ondervinden; 7. detailhandel onderdeel vormt, waarbij goederen worden verhandeld die ergens anders worden gemaakt of verwerkt; 8. verkeers- of parkeersoverlast kan worden ondervonden.

83/94

9. het aantal kamers voor bêd en brochje per adres meer dan 2 bedraagt en de kamers niet in een hoofdgebouw worden gerealiseerd.

84/94

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

85/94

Artikel 5

Algemene gebruiksregels

5.1 Algemene gebruiksregels 5.1.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. prostitutiedoeleinden en seksinrichtingen, behalve als dit duidelijk is toegestaan in de bestemmingsregels; b. het storten of het lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; c. het opslaan van gerede of ongerede materialen of goederen buiten gebouwen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voer- en vaartuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; d. het opslaan van onklare voer- en vaartuigen of onderdelen hiervan; e. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens. 5.1.2 Uitzonderingen Lid 5.1.1 geldt niet voor: a. het (tijdelijk) gebruik voor het realiseren of handhaven de bestemmingen, zoals bouwwerkzaamheden, of het normale onderhoud van de gronden; b. het opslaan of storten van afval- en meststoffen, maar alleen als dit noodzakelijk is voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen. 5.2 Parkeerregeling gebruik 5.2.1 Specifieke gebruiksregels a. Gronden en bouwwerken mogen niet worden gebruikt ten behoeve van het veranderen en/of wijzigen van het gebruik van bouwwerken waardoor op het bijbehorende bouwperceel of in de directe omgeving niet in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. b.

Deze regeling geldt niet voor het vergunde gebruik van gronden en bouwwerken op het moment van de inwerkingtreding van het plan. 5.2.2 Afwijken van de gebruiksregels a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1, sub a voor het toestaan van het veranderen van het gebruik van gronden en bouwwerken indien op het bijbehorend bouwperceel of in de directe omgeving in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. b. Voorafgaan aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de parkeercijfers zoals opgenomen in de meest recente Parkeernormennota van de gemeente Smallingerland op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van hetgeen is beschreven in de aangevraagde omgevingsvergunning. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning dient: 1. voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in sub b wordt gerealiseerd; 2. voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in sub b in stand wordt gehouden. d. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaald in sub a en b en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden, mist dit geen onevenredig afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse.

86/94

Artikel 6

Algemene afwijkingsregels

6.1 Afwijkingsbevoegdheden Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. de bij recht in de bestemmingsregels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot maximaal 10% van die maten, afmetingen en percentages, maar alleen als dit om bouwtechnische redenen of om redenen van doelmatigheid van de bouw noodzakelijk is; b. het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor het plaatsen van zend-, ontvang- en/of sirenemasten tot een bouwhoogte van maximaal 40 meter. 6.2 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.1 kan slechts worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

87/94

Artikel 7

Algemene wijzigingsregels

7.1 Wijzigingsbevoegdheden Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: a. de bestemming van gronden worden gewijzigd in de bestemming Bedrijf - Nutsvoorzieningen' voor het oprichten van transformatorhuisjes en andere nutsgebouwtjes met een inhoud van maximaal 100 m³ en een bouwhoogte van maximaal 4 meter, die in het kader van de nutsvoorzieningen nodig zijn; b. de oppervlakte van een aangegeven bouwvlak wordt vergroot, dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd. Hierbij geldt de volgende voorwaarde: 1. de vergroting mag maximaal 25% van de oppervlakte van het bouwvlak zijn; c. de in het plan vermelde maatvoeringen worden gewijzigd. 7.2 Beoordelingscriteria Wijzigingen als bedoeld in artikel 7.1 kunnen alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

88/94

Artikel 8

Overige regels

8.1 Parkeerregeling bouwen a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, mag niet worden gebouwd of verbouwd wanneer op het bijbehorende bouwperceel of in de directe omgeving niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. b. Voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de parkeercijfers zoals opgenomen in de meest recente Parkeernormennota van de gemeente Smallingerland op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van hetgeen is beschreven in de aangevraagde omgevingsvergunning. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning dient: 1. voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in sub b wordt gerealiseerd; 2. voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoel in sub b in stand wordt gehouden. d. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en b en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10773696/1