Bijlage - Bestemmingsplan Drachten - Dwarswyk 350 - Regels verbeelding toelichting en bijlagen
Tekst van het document
bestemmingsplan
Drachten - Dwarswyk 350 Smallingerland
DATUM IMRO IDN
12-10-2021 NL.IMRO.0090.BP2021SWV010-0401
PROJECT PROJECTLEIDER
E. Venema
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
20210150
AUTEUR STATUS
vastgesteld
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging projectgebied
6
1.3
Planologische regeling
7
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
9
2.1
Bestaande situatie
9
2.2
De nieuwe situatie
10
Beleid
11
3.1
Rijksbeleid
11
3.2
Provinciaal beleid
12
3.3
Gemeentelijke beleid
13
Milieu- en omgevingsaspecten
15
4.1
Mer-beoordeling
15
4.2
Geluid
16
4.3
Luchtkwaliteit
16
4.4
Bodem
16
4.5
Ecologie
17
4.6
Water
18
4.7
Archeologie
19
4.8
Cultuurhistorie
19
4.9
Bedrijven en milieuzonering
20
4.10
Externe veiligheid
20
4.11
Kabels, leidingen en zoneringen
21
Juridische toelichting
22
5.1
Algemeen
22
5.2
Toelichting op de bestemmingen
22
Uitvoerbaarheid
23
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
23
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6 6.1
3/94
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Bijlagen toelichting
23
25
Bijlage 1
Stikstofdepositie Drachten - Dwarswyk 350
27
Bijlage 2
QuickScan Drachten, Dwarswyk 350
43
Bijlage 3
Nader onderzoek Drachten, Dwarswyk 350
63
Bijlage 4
Watertoets
73
Regels Hoofdstuk 1
76 Inleidende regels
77
Artikel 1
Begrippen
77
Artikel 2
Wijze van meten
81
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
82
Artikel 3
Wonen - Woongebouw
82
Hoofdstuk 3
Algemene regels
85
Artikel 4
Anti-dubbeltelregel
85
Artikel 5
Algemene gebruiksregels
86
Artikel 6
Algemene afwijkingsregels
87
Artikel 7
Algemene wijzigingsregels
88
Artikel 8
Overige regels
89
Overgangs- en slotregels
90
Artikel 9
Overgangsrecht
90
Artikel 10
Slotregel
91
Hoofdstuk 4
Verbeelding
4/94
93
Toelichting
5/94
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Dwarswyk 350 te Drachten is momenteel een kerk gevestigd. De Protestantse gemeente heeft de initiatiefnemer gevraagd om de mogelijkheden voor een nieuwe invulling te onderzoeken. Uit dat onderzoek is gebleken dat een invulling met woningbouw het meest haalbaar is. De initiatiefnemer heeft het voornemen om een appartementengebouw met 29 appartementen, 29 buitenbergingen en 41 parkeerplaatsen te realiseren. In het geldende bestemmingsplan De Wiken - De Venen (26 maart 2010) is het gebied waarop het initiatief betrekking heeft aangewezen als Maatschappelijk - 1. Op basis van dit bestemmingsplan is de ontwikkeling niet mogelijk. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging projectgebied
Het plangebied betreft een perceel in de wijk De Wiken in Drachten. De ligging van het langebied is weergegeven in figuur 1.
6/94
Figuur 1.1
De
ligging van het projectgebied
1.3
Planologische regeling
Het plangebied is opgenomen in het bestemmingsplan De Wiken - De Venen, dat is vastgesteld op 26 maart 2010. Het plangebied heeft de bestemming Maatschappelijk - 1. Deze gronden zijn bestemd voor levensbeschouwelijke voorzieningen, medisch - en sociaal-medische voorzieningen, educatieve voorzieningen en bijbehorende sportvelden en voorzieningen op het gebied van openbare dienstverlening. In figuur 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan opgenomen.
7/94
Figuur 1.2 Uitsnede geldende bestemmingsplan
1.4
Leeswijzer
In Hoofdstuk 2 wordt het initiatief nader beschreven. Daarbij komen de huidige en de toekomstige situaties aan bod. In Hoofdstuk 3 wordt het relevante beleidskader geschetst. Daarbij wordt ingegaan op het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In Hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten behandeld, waaraan de beoogde ontwikkeling wordt getoetst. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische aspecten van het plan. In Hoofdstuk 6 worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht.
8/94
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
In het plangebied bevindt zich momenteel het kerkgebouw de Menorah van PKN Protestantse gemeente Drachten. De kerk bestaat uit twee bouwlagen met een kap. Het plangebied is gelegen aan de Dwarswyk en wordt ontsloten via de Langewyk naar de Noorderdwarsvaart. In de buurt van het plangebied bevinden zich een verpleeghuis en een jenaplanschool. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de bestaande situatie opgenomen.
Figuur 2.1 Luchtfoto bestaande situatie
9/94
2.2
De nieuwe situatie
Het voornemen is om het huidige kerkgebouw te slopen. Op deze plek komt een appartementengebouw met 29 appartementen. Dit appartementengebouw heeft op de begaande grond, laag één en laag twee, 9 appartementen . Op laag drie bevinden zich nog 2 appartementen. Naast het appartementengebouw worden in het plangebied 29 buitenbergingen gerealiseerd en 41 parkeerplaatsen. In figuur 2.2 is een schets opgenomen van de nieuwe situatie.
Figuur 2.2 schets nieuwe situatie Verkeer en parkeren Autoverkeer wordt via Dwarswyk naar de Langewyk geleid. Deze sluit aan op de Noorderdwarsvaart. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 29 appartementen mogelijk. Daarbij is uitgegaan van een parkeerbehoefte van 1,4 per appartement. Er zullen binnen het plangebied 41 parkeerplaatsen worden gerealiseerd.
10/94
Hoofdstuk 3 3.1
Beleid
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkeling in het plangebied raakt, gezien de relatief kleine omvang, geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' als procesvereiste opgenomen. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand
11/94
stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Dit bestemmingsplan stelt een herontwikkeling van een bestaand stedelijk gebied voor, zoals bedoeld in de begripsbepaling van het Bro. Er is daarom geen afweging over de mogelijkheden om de ontwikkeling binnen stedelijk gebied te realiseren nodig. Wel moet overwogen worden of er behoefte is voor de stedelijke ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Voor de woningbouw in het plangebied geeft het gemeentelijk woonbeleid, resulterend in een woningbouwprogrammering en regionale woningbouwafspraken, inzicht in de behoefte aan nieuwe woningen. In het woonplan en het daarbij behorende achtergronddocument wordt ingegaan op ontwikkelingen en trends en ook verwachtingen op de woningmarkt. Hieruit wordt geconcludeerd dat de verwachting is dat de bevolking zal blijven toenemen, hoewel de groei langzamerhand afneemt. In de actualisatie van het gemeentelijke woonbeleid is een woningbehoefte berekend van 900 woningen voor de periode 2015-2025. Dit komt neer op 90 woningen per jaar. De provincie Fryslân heeft in januari 2017 de 'de bevolking en huishoudensprognose 2016-2040' vastgesteld.
Hierin wordt op termijn een afname van het aantal inwoners verwacht, maar tot nog wel een groei van het aantal huishoudens. Dit komt vooral door de samenstelling van de huishoudens. Onderliggend plan speelt hierop in. De appartementen zijn geschikt voor zowel starters, alleenstaande en ouderen. Zeer actueel is de trend naar meer thuiswerken en een instroom van woningzoekenden uit andere delen van het land, vanuit gezondheidsoverwegingen. Drachten kent vanuit dit oogpunt een gunstige ligging. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, voldoet aan het uitgangspunt van duurzame verstedelijking. De vraag naar woningen in Drachten overstijgt het aanbod. Het plan komt tot stand via herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied en doet daarbij ook recht aan de ruimtelijke kwaliteit van deze omgeving. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het Rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciale beleid is uiteengezet in de Omgevingsvisie Fryslân 2020: 'De romte diele'. Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt er onder andere voor leefbaarheid en dat leegstand en verpaupering van bebouwing wordt teruggedrongen. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving.
12/94
Dit plan voorziet in de herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied. In Drachten overstijgt de vraag naar woningen het aanbod. Het plan doet recht aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en is daarmee in overeenstemming met het provinciale beleid. Verordening Romte Fryslân In 2014 is de Verordening Romte Fryslân vastgesteld en deze is in 2018 partieel herzien. Het projectgebied maakt deel uit van bestaand stedelijk gebied. De beoogde ontwikkeling van het realiseren van appartementen wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. In de Verordening Romte is een aantal regels van toepassing op het plangebied. Met betrekking tot het thema wonen, gelden vanuit de verordening de volgende regels: Een ruimtelijk plan kan mogelijkheden voor woningbouw bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan een woningbouwproject bevatten dat niet is opgenomen in een woonplan, indien: 1. het woningbouwproject niet meer dan 3 woningen bevat dan wel, voor zover gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, niet meer dan 11 woningen bevat, en 2. in de plantoelichting is gemotiveerd dat en hoe overschrijding van het woningbouwprogramma kan worden voorkomen door uitwisseling of fasering van projecten.
In paragraaf 3.3 is uiteengezet dat het voorgenomen initiatief past in het gemeentelijk woningbouwprogramma, dat in regionaal verband door de provincie is geaccordeerd. Daarmee is het plan in overeenstemming met het gestelde in de Verordening Romte Fryslân.
3.3
Gemeentelijke beleid
Structuurvisie gemeente Smallingerland De gemeenteraad heeft in 2013 de Structuurvisie gemeente Smallingerland opgesteld als ruimtelijke vertaling van de Integrale Visie Smallingerland. Deze visie geeft een verkenning van de ontwikkeling van de gemeente Smallingerland voor een langere periode. Voor de structuurvisie wordt de lijn van de integrale visie gevolgd. Het beleid van de gemeente richt zich op een aantal pijlers; werken, wonen, sport en recreatie, cultuur, onderwijs en wijken. Binnen deze pijlers wordt een aantal doelen geformuleerd. Voor dit plan is de pijler 'wonen' van belang. Wonen De pijler 'Wonen' is evenals de andere pijlers een belangrijk onderdeel van de structuurvisie van de gemeente Smallingerland. Binnen deze pijler worden de volgende doelstellingen geformuleerd: eigen identiteit van buurten, wijken en dorpen behouden en waar mogelijk versterken; geslaagde initiatieven als milieuvriendelijk of energie neutraal wonen mogen niet ten onder gaan aan de wet van de remmende voorsprong; als gekozen wordt voor nieuwe woningbouw ontwikkelingen, dan kunnen deze alleen worden gerechtvaardigd vanuit een kwalitatieve aanvulling op het bestaande;
13/94
meer dan gemiddelde aandacht voor het wonen in het centrum van Drachten. Het appartementengebouw in het plangebied zal qua vorm en uitstraling in overeenstemming met de omgeving worden gerealiseerd, door te voldoen aan de geldende welstandsnormen. Dit geldt eveneens voor de buitenbergingen. Daarmee blijft de identiteit van het gebied behouden. Het appartementengebouw zal een kwalitatieve toevoeging op de bestaande woonvoorraad in het gebied vormen. Daarmee is het voornemen in overeenstemming met de structuurvisie van de gemeente Smallingerland. Regionale afspraken Wonen 2016 - 2026, Woonregio Zuidoost Fryslân Op regionaal niveau zijn afspraken ten aanzien van woningbouw vastgelegd door gemeenten en provincie. De gemeenten Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf vormen samen de regio Zuidoost. Op 5 februari 2019 heeft de provincie een brief gestuurd aan de regio Zuidoost met woningbouwafspraken voor de periode 2016 tot 2026. Hierin zijn per gemeente afspraken gemaakt over de maximale binnenstedelijke en buitenstedelijke woningbouwruimte. Voor de gemeente Smallingerland is er een maximale woningbouwruimte van 1.251 woningen voor 2016 tot 2026, met een aandeel van 40% binnenstedelijk en 60% buitenstedelijk.
Daarnaast geldt er binnenstedelijk een extra planologische ruimte van 250 woningen ten behoeve van uitval of vertraging van binnenstedelijke projecten. De appartementen van dit plan, passen binnen de beschikbare binnenstedelijke woningbouwruimte. Daarmee is de behoefte aan de appartementen aangetoond en past het voornemen binnen de woningbouwafspraken van regio Zuidoost Fryslân. Omgevingsgerichte woonvisie met woningbouwprogramma 2020 - 2025 In oktober 2020 heeft de gemeente Smallingerland haar omgevingsgerichte woonvisie met woningbouwprogramma vastgesteld. Op basis van de provinciale prognose (2016) en de geactualiseerde woningbouwafspraken (2019) is de reguliere woningbouwruimte voor de gemeente Smallingerland vastgesteld op 820 woningen voor de periode 2020/2025. Dit betekent dat van de maximale woningbouwruimte van 1.251 woningen nog ruimte is voor 820 woningen. Daarbij is afgesproken om maximaal 250 woningen over te programmeren voor het binnenstedelijk gebied. Dit biedt de mogelijkheid om planologisch 1.070 woningen te plannen. In de 'harde' woningbouwplannen voor de periode 2020-2025 zitten op dit moment 642 woningen. Er is dus nog voldoende ruimte voor nieuwe projecten. De beoogde 29 appartementen in het plangebied passen binnen de omgevingsgerichte woonvisie en woningbouwprogramma.
14/94
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om het minimaliseren van de invloeden vanuit het plangebied op de omgeving en omgekeerd. In de volgende paragrafen worden de relevante omgevingsaspecten en eventueel daaraan verbonden planologische randvoorwaarden behandeld.
4.1
Mer-beoordeling
In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten de kenmerken van de potentiële effecten. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planMER-plichtig (onderdeel C en D), projectMER-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. De drempelwaarden liggen op een oppervlakte van 100 hectare, een aaneengesloten gebied met 2.000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
De stedelijke ontwikkeling die onderhavige bestemmingsplan mogelijk maak is niet van zondanige omvang en daarom ook niet rechtstreeks planMER-, projectMER of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Kenmerken en plaats van het project Het project voorziet in de bouw van een woongebouw op de plaats waar nu de Menorahkerk is gevestigd. Het bebouwingsoppervlakte en - massa neemt hierbij niet relevant toe. Het plangebied ligt in een binnenstedelijk gebied, in een gemengd woongebied. Met de omliggende belangen (mogelijkheden bedrijven en hinder woningen) is in de planvorming rekening gehouden. Het plan ligt niet nabij gevoelige gebieden, zoals bedoeld in de EEG-richtlijn. Geconcludeerd wordt dat het plan een extensief en in potentie minder belastende bestemming op het gebied legt dan in de referentiesituatie het geval is. Vanuit de kenmerken van het project wordt geen belangrijke milieueffecten verwacht. Kenmerken potentiële effecten De transformatie van maatschappelijk bestemming naar een woongebouw leidt uitsluitend tot lokale effecten. Anders dan de effecten die enkel optreden tijdens de realisatie van het plan, treedt er vooral een verandering in de milieuzonering op. Alle potentiële effecten van het project zijn in de paragrafen in dit hoofdstuk beschreven. Conclusie
15/94
Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een MER-procedure.
4.2
Geluid
Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevel hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen. Toetsing Het voorliggende plan maakt de ontwikkeling van 29 appartementen mogelijk binnen de wijk 'De Wiken'. Het gaat hier om geluidgevoelige objecten. De wegen rondom het plangebied betreffen 30 km/uur-wegen. Daarbij zal voornamelijk sprake zijn van bestemmingsverkeer, waardoor het aantal verkeersbewegingen op de wegen rondom het plangebied beperkt is. Nader onderzoek op basis van geluidhinder dan ook niet noodzakelijk.
4.3
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten geldt als grenswaarde bij één ontsluitingsweg 1.500 woningen. Projecten onder dit aantal vallen onder de NIBM-regeling. Toetsing In Fryslân zijn geen knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Drachten en omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Met dit plan worden 29 appartementen gerealiseerd. Daarmee geldt voor dit plan de NIBM-regeling. Het plan is van dermate kleine omvang dat niet in betekenende mate wordt bijgedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
4.4
Bodem
Toetsingskader
16/94
Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing Met dit plan wordt een bodemgevoelige functie gerealiseerd, namelijk appartementen. Momenteel heeft het plangebied een maatschappelijke bestemming en is hierop een kerk gevestigd. Gezien dit huidige gebruik is het niet aannemelijk dat er bodemverontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden, de bodem is geschikt voor de woonfunctie. Nader onderzoek naar de bodem is dan ook niet noodzakelijk.
4.5
Ecologie
Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van Natura 2000-gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Toetsing Gebiedsbescherming Natura 2000- gebieden De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het rijksbeleid voor de Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologisch Hoofdstructuur). Het plangebied maakt geen deel uit van Natura-2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Alde Feanen en ligt op circa 7 kilometer van het plangebied. Daarbij ligt het plangebied in binnenstedelijk gebied. Gezien de afstand, aard en de schaal van de ontwikkeling kan gesteld worden dat er geen directe effecten op natura-2000 gebieden zal plaatsvinden.
Stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Dit geldt ook voor het Natura 2000-gebied de Alde Feanen. Het plangebied ligt hier zoals gezegd circa 7 kilometer vanaf. Ten aanzien van dit project is een stikstofberekening uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat er geen resultaten hoger dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar zijn. Op basis daarvan kan worden aangenomen dat geen sprake is van significante stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelig gebied. Het volledige onderzoek is opgenomen als Bijlage 1. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van de NNN. Het
17/94
plangebied maakt geen deel uit van het NNN. Omdat geen ingrepen in de NNN worden voorgesteld en van toename van depositie van stikstof geen sprake is, is van aantasting geen sprake en zijn er vanuit de NNN geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Soortenbescherming De soortenbescherming vindt primair plaats via de nieuwe Wet natuurbescherming. Op grond van deze wet mogen geen beschermde planten en dieren (en hun verblijfplaatsen), die in de wet zijn aangewezen, worden verstoord. Voor soorten die vermeld staan op Bijlage IV, zoals vleermuizen, van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst soorten is een zware bescherming opgenomen. De verblijfplaatsen van beschermde soorten mogen niet negatief worden beïnvloed door bijvoorbeeld bouwactiviteiten. Om uit te wijzen of sprake is van beschermde soorten waar bij de uitvoering van dit project rekening mee gehouden moet worden, is een quickscan flora en fauna uitgezet. De uitkomsten van deze scan zijn opgenomen in Bijlage 2. Uit de quickscan is naar voren gekomen dat nader onderzoek noodzakelijk is om de aan- of afwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in het pand aan te tonen. Verder dienen er mitigerende maatregelen gevolgd te worden om te voorkomen dat algemene broedvogels verstoord worden tijdens de broedperiode. Het vervolgonderzoek naar vleermuizen is uitgezet.
De eerste resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in Bijlage 3. Hieruit blijkt dat er geen zomer- of kraamverblijfplaatsen zijn geconsateerd. Voor wat betreft de paarperiode vleermuizen wordt het onderzoek nog uitgevoerd. Verder zijn er geen noemenswaardige bevindingen. De resultaten van dit onderzoek moeten voor de sloopwerkzaamheden bekend zijn. Indien tijdens het onderzoek, verblijfplaatsen worden aangetroffen wordt voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden een ontheffing aangevraagd. Hiervoor worden dan mitigerende en compenserende maatregelen getroffen. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan binnen de kaders van de Wet natuurbescherming is hiermee niet in het geding.
4.6
Water
Toetsingskader Van groot belang in de ruimtelijke ordeningspraktijk is de vroegtijdige afstemming met het betreffende waterschap. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Doorgaans wordt hiervoor de wettelijk verplichte 'watertoets' doorlopen. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. In de Leidraad Watertoets van het Wetterskip staan de uitgangspunten waarmee bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon. Toetsing Ten behoeve van het bestemmingsplan is de digitale watertoets doorlopen (dossiercode: 20210408-2-26073 ). Hieruit is naar voren gekomen dat de korte procedure moet worden gevolgd. Dit plan heeft een beperkte invloed op de wateraspecten. Het resultaat van de watertoets is opgenomen Bijlage 4. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verschillende aspecten die uit de watertoets naar voren zijn gekomen.
18/94
Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het onderhavige plan maakt geen extra verharding mogelijk. Momenteel is de Menorah kerk gevestigd in het plangebied. Daarvoor komt het appartementengebouw in de plaats. Daarbij zal meer groen worden toegevoegd in het plangebied.
4.7
Archeologie
Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Toetsing Om te beoordelen of sprake is van archeologische (verwachtings)waarden in het plangebied is de Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE) geraadpleegd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, voor de steentijd-bronstijd en de ijzertijd-middeleeuwen. Voor het plangebied geldt voor de steentijd-bronstijd dat onderzoek alleen is vereist bij grote ingrepen.
Hierbij gaat het om ingrepen van meer dan 2,5 hectare. Daarvan is in onderliggend plan geen sprake. Voor de ijzertijd-middeleeuwen is geen nader onderzoek vereist. Nader onderzoek naar archeologie is niet noodzakelijk.
4.8
Cultuurhistorie
Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden.
19/94
Toetsing Volgens de Cultuur Historische kaart is er geen sprake van cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Daarom is geen nader onderzoek noodzakelijk naar het aspect cultuurhistorie.
4.9
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Toetsing Het dichtbijzijnde bedrijf ligt op 400 meter van het plangebied. Het gaat hierbij om een autodealer, die valt onder de categorie handel/reparatie van auto's, motorfietsen. De richtafstand hiervoor bedraagt 30 meter. Het plangebied valt hier ruimschoots buiten. Op ongeveer 35 meter van het plangebied is een basisschool gevestigd. In de handreiking Bedrijven en Milieuzonering is aangegeven dat de richtafstand van scholen ten opzichte van woningen 30 meter bedraagt. Het plangebied valt buiten de richtafstand van de gevestigde basisschool. Nader onderzoek op grond van bedrijven en milieuzonering is niet noodzakelijk.
4.10 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. In algemene zin geldt dat wanneer het GR onder de oriënterende waarde blijft, er sprake is van een acceptabel risiconiveau.
Toetsing In de directe omgeving van de wijk De Wiken, waar het plangebied zich bevindt, zijn geen bedrijfsmatige activiteiten aanwezig die van invloed kunnen zijn op de externe veiligheid. Ook zijn er geen ondergrondse leidingentracés aanwezig die risico kunnen vormen. In het kader van het geldende bestemmingsplan De Wiken en De Venen is een risicoanalyse wegtransport en gevaarlijke stoffen gemaakt. Uit dat onderzoek is gebleken dat risico's worden veroorzaakt door het transport van LPG over de N-31 en de A-7. Het invloedgebied dat van belang is voor het berekenen van het groepsrisico is 150 meter. Het plangebied ligt op ongeveer 500 meter van 1,5 kilometer van deze wegen. Zij valt buiten het invloedgebied. Verder onderzoek op basis van externe veiligheid
20/94
is niet noodzakelijk.
4.11 Kabels, leidingen en zoneringen Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing In en direct rondom het plangebied is geen sprake van kabels en leidingen die een planologische bescherming genieten en waar rekening mee gehouden moet worden in dit bestemmingsplan. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
21/94
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.
5.2
Toelichting op de bestemmingen
Het plangebied is voorzien van de enkelbestemming 'Wonen - Woongebouw'. Hierbij is aangesloten bij de gemeentelijke standaard. Wonen - Woongebouw Het appartementengebouw dat gerealiseerd wordt is bestemd als Wonen-Woongebouw, waarmee wordt aangesloten op de bestaande systematiek van de gemeente Smallingerland. Daarin is deze bestemming opgenomen voor gestapelde bouw. Daarbij is een maximum bouwhoogte van 10 meter opgenomen. Voor de twee appartementen op de vierde bouwlaag geldt een maximum bouwhoogte van 13 meter. Ook de parkeervoorzieningen zijn opgenomen binnen deze bestemming. Ten slotte is binnen de bestemming een functieaanduiding opgenomen voor de te bouwen bijgebouwen.
22/94
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoeringsaspecten van een ontwikkeling. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak en overleg De initiatiefnemer organiseert een informatiemoment voor de bewoners van de aangrenzende woning en de bewoners van de twee woonblokken die uitkijken op het plangebied. Het ontwerpbestemmingsplan is aangeboden aan de overlegpartners. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Op het ontwerpbestemmingsplan is één zienswijze van de provincie Fryslân binnengekomen. De provincie gaf aan dat voor de onderbouwing van het gestelde in paragraaf 4.5 het noodzakelijk is een AERIUS-berekening op te stellen en de resultaten hiervan de verwerken in het bestemmingsplan. Deze AERUS-berekening is opgesteld en de resultaten zijn toegevoegd aan paragraaf 4.5. Vaststelling Nadat het onderwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen is besloten dat de balkons van de appartementen aan de buitenzijde worden gerealiseerd. In paragraaf 2.2 van deze toelichting is de nieuwe situatie tekening vervangen, ook zijn de kaartjes met de weergave van het plangebied vervangen. De verbeelding is aangepast waarbij het plangebied is uitgebreid. Naar aanleiding van deze verandering is ook een kleine aanpassing in de regels doorgevoerd.
De bouwgrens naar de buitenzijde, zoals benoemd in artikel 3 lid 3.2.2 sub b, mag met niet meer dan 2 m worden overschreden door onderschikte bouwdelen. Het bestemmingsplan zal gewijzigd worden vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het initiatief betreft de bouw van een appartementencomplex van 29 appartementen. De initiatiefnemer heeft aangetoond over voldoende financiële middelen te beschikken voor de uitvoering van dit plan. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van
23/94
ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gemeente en initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de plankosten en eventuele planschade. Hiermee is het kostenverhaal voldoende verzekerd
24/94
Bijlagen toelichting
25/94
26/94
Bijlage 1
27/94
Stikstofdepositie Drachten - Dwarswyk 350
26 augustus 2021 20210150 F.J. Plantinga ---
Drachten – Dwarswyk 350 Bouwgroep Noord
In opdracht van Bouwgroep Noord is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd exploitatiefase van woningbouw ter plaatse van de voormalige Menorah kerk aan de Dwarswyk 350 in Drachten. In deze berekening is rekening gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van diesel aangedreven materieel. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn).
Wat valt onder de vrijstelling: - het bouwen en slopen van een bouwwerk; - het aanleggen, wijzigen en opruimen van een werk (bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking en grond-, wegen waterbouw zoals pleinen, straten, het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatieinfrastructuur, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen; - De vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden (o.a. het aan- en afvoeren van bouwmaterialen en emissies van werktuigen op de bouwplaats) Voor het voorliggende stikstofonderzoek betekent de vrijstelling dat de effecten van stikstofemissie in de aanlegfase niet meer hoeven te worden berekend. De aanlegfase is in het stikstofonderzoek dan ook buiten beschouwing gelaten. Aan de Dwarswyk in Drachten bestaat het voornemen om een appartementen complex met 29 appartementen te ontwikkelen. Het complex krijgt een positie grenzend langs de Dwarswyk en de Langewykcentraal op het perceel en beschikken elk over een buitenberging. Daarnaast worden op het perceel 41 parkeerplaatsen gerealiseerd. Het appartementencomplex wordt uitgevoerd in vier bouwlagen met kap. De bouwhoogte van het complex bedraagt circa 12 meter.
2.1
AERIUS, release 15 oktober 2020
Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 15 oktober 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het projectgebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. Het projectgebied ligt op meer dan 5 kilometer afstand van Natura 2000-gebied de Alde Feanen. 2.2
Exploitatiefase
Voor het project wordt uitgegaan van een gasloze woningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woningen. Op basis van 29 appartementen bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 181 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381), zie tabel 1. Voor wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het projectgebied naar de aansluiting met de Dwarsvaart en de N31. De emissie vanwege het wegverkeer is eerst middels AERIUS bepaald op in totaal 48,59 kg NOx per jaar en 3,25 kg NH3 per jaar. Omdat wegverkeer niet verder wordt berekend dan 5 kilometer van het projectgebied en het meest nabijgelegen stikstofgevoelig Natura 2000-gebied de Alde Feanen op grotere afstand ligt, is het brontype daarna aangepast naar “Anders” waarbij deze emissies handmatig zijn ingevoerd. Op die manier wordt de verkeersbijdrage ook op afstanden verder dan 5 kilometer berekend. Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase Woningtype Aantal wooneenheden Koop, appartementen, mid29 den
Kencijfer CROW per
Verkeersgeneratie per etmaal (werkdag)
5,6
181,0
In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. In het onderzoek is rekening gehouden met de meest recente wetgeving en jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).
2/3
Figuur 1 Projectgebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden
3/3
BIJLAGE 1 AERIUS-BEREKENING EXPLOITATIEFASE, WEGVERKEER “NORMAAL”
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rmg6pnSNSt6G (26 augustus 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho Adviseurs
Dwarswyk 350, 9202 CA Drachten
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Drachten - Dwarswyk 350
Rmg6pnSNSt6G
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
26 augustus 2021, 13:53
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
48,59 kg/j
NH3
3,25 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Appartementencomplex met 29 appartementen
Situatie 1
Rmg6pnSNSt6G (26 augustus 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Locatie Wonen en Werken | Woningen
Wegverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
3,25 kg/j
48,59 kg/j
Rmg6pnSNSt6G (26 augustus 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Locatie 203499, 569775 1,0 m 0,4 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie Wegverkeer 204083, 569468 48,59 kg/j 3,25 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
181,0 / etmaal NOx NH3
48,59 kg/j 3,25 kg/j
Situatie 1
Rmg6pnSNSt6G (26 augustus 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
Rmg6pnSNSt6G (26 augustus 2021) pagina 5/5
BIJLAGE 2 AERIUS-BEREKENING EXPLOITATIEFASE, WEGVERKEER “ANDERS”
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rnu1iiKzyuMD (26 augustus 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho Adviseurs
Dwarswyk 350, 9202 CA Drachten
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Drachten - Dwarswyk 350
Rnu1iiKzyuMD
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
26 augustus 2021, 13:47
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
48,60 kg/j
NH3
3,30 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Appartementencomplex met 29 appartementen
Situatie 1
Rnu1iiKzyuMD (26 augustus 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Locatie Wonen en Werken | Woningen
Wegverkeer Anders... | Anders...
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
3,30 kg/j
48,60 kg/j
Rnu1iiKzyuMD (26 augustus 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx NH3
Resultaten
Situatie 1
Locatie 203499, 569775 1,0 m 0,4 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie Wegverkeer 204083, 569468 0,0 m 0,000 MW Continue emissie 48,60 kg/j 3,30 kg/j
Rnu1iiKzyuMD (26 augustus 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
Rnu1iiKzyuMD (26 augustus 2021) pagina 5/5
Bijlage 2
43/94
QuickScan Drachten, Dwarswyk 350
s
Drachten Dwarswyk 350 QuickScan
JM ecologie b.v., 2021
QuickScan Drachten, Dwarswyk 350
Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming Rapportnummer R21.048 Status 1.0 (definitief) Datum 06-04-2021 Opdrachtgever Rho – Adviseurs voor Leefruimte Druifstreek 72-c 8911 LH Leeuwarden Auteur Willem Oevering Controle Henri Zomer Voorpagina Te amoveren kerkgebouw Te citeren als Oevering, W., 2021. QuickScan Drachten, Dwarswyk 350; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming. Rapport R21.048 JM ecologie b.v., Gorredijk.
JM ecologie b.v. Wetterwille 9 8401 GB Gorredijk
Copyright © 2021 JM ecologie b.v.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 2 Globale ligging .................................................................................................................................................... 2 Structuur natuurwetgeving in Nederland ........................................................................................................... 3 Scope van de QuickScan ..................................................................................................................................... 4 Werkwijze ........................................................................................................................................................... 5
2
Beschrijving locatie en ingreep ........................................................................................................................... 6 Locatie ................................................................................................................................................................. 6 Ingreep ................................................................................................................................................................ 8
3
Resultaten veldbezoek en bureaustudie ............................................................................................................. 9 Vogels.................................................................................................................................................................. 9 Vleermuizen ...................................................................................................................................................... 10 Overige zoogdieren ........................................................................................................................................... 11 Amfibieën .......................................................................................................................................................... 11 Ongewervelden ................................................................................................................................................. 11 Overige fauna .................................................................................................................................................... 11 Vaatplanten ...................................................................................................................................................... 11
4
Effecten en gevolgen ..........................................................................................................................................12 Overzicht beschermde soorten......................................................................................................................... 12 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna ........................................................... 12
5
Mitigerende maatregelen ..................................................................................................................................13 Algemene broedvogels; mitigatie ..................................................................................................................... 13 Vleermuizen; nader onderzoek......................................................................................................................... 14
6
Conclusie............................................................................................................................................................15
Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................................16
Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350
1
Inleiding Aanleiding In opdracht van Rho – Adviseurs voor leefruimte, verder “opdrachtgever” genoemd, heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd voor de herontwikkeling van de Menorah kerk aan de Dwarswyk 350, Drachten, gemeente Smallingerland, provincie Friesland. De opdrachtgever heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. gevraagd een QuickScan uit te voeren op het kerkgebouw om te onderzoeken of er aanwijzingen zijn dat er beschermde soorten of verblijf/broedlocaties van beschermde soorten aanwezig zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande bebouwing te slopen waarna er een woongebouw gerealiseerd wordt. De opdrachtgever wil weten of en zo ja welke effecten deze werkzaamheden met zich mee brengen op aanwezige (beschermde) flora en fauna.
Globale ligging Het plangebied is aan de Dwarswyk in een woonwijk in Drachten gelegen. De omgeving van het plangebied bestaat uit bebouwing. Aan de oostkant is, op ruime afstand, intensief beheerd agrarisch grasland gelegen. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied in Friesland, aangegeven met een rode stip. (Bron achtergrond: Esri)
Datum: 6 april 2021 rapport: R21.048, versie 1.0
blad 2 van 16
Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Drachten, Dwarswyk 350
Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN. In Overijssel wordt de naam NNN gehandhaafd. Provinsje Fryslân gebruikt weer de voormalige naam Ecologische hoofdstructuur (EHS). Tevens kent de Provinsje Fryslân beschermde Ganzenfoerageergebieden. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis.
Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Soorten van de Vogelrichtlijn en jaarrond beschermde nesten Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. Onder de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland voorkomende vogelsoorten.