Bijlage - Begroting 2025 Doorgaan met waarmaken - definitief
Tekst van het document
Kwijtschelding
Kwijtschelding van de lokale heffingen kan worden verleend aan personen met een inkomen gelijk of lager dan de bijstandsnorm. Zelfstandigen komen niet in aanmerking voor kwijtschelding. Voor kwijtschelding komen de volgende heffingen in aanmerking: afvalstoffenheffing, het gebruikersdeel rioolheffing, de hondenbelasting (1e hond) en de ID-kaart. Het totaalbedrag voor 2025 wordt geraamd op bijna € 661.000. De kwijtscheldingen voor de rioolheffing (€ 193.000) en voor de afvalstoffenheffing (€ 450.500) drukken niet op de begroting van de gemeente. We nemen dit mee bij de bepaling van het tarief voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.
Geraamde inkomsten In de onderstaande tabel staan de geramde inkomsten van de gemeentelijke heffingen: Belastingen Onroerende zaakbelasting woningen Onroerende zaakbelasting niet-woningen Hondenbelasting Parkeeropbrengsten (incl. naheffing) Parkeergarage (excl. abo houders) Reclamebelasting Toeristenbelasting Subtotaal Heffingen en leges Woonforensenbelasting
86
Realisatie 2023 7.300 8.347 263 2.429 667 107 0 19.113
9
Bedragen * € 1.000 Begroting Begroting 2024 2025 7.823 8.141 8.448 9.016 284 293 2.480 2.627 620 637 115 119 0 154 19.770 20.987
15
15
Belastingen Afvalstoffenheffing Reinigingsrechten Rioolheffing Marktgelden (jaarverg. Weekmarkt) Leges omgevingsvergunning Leges burgerzaken Begraafrechten Havengelden industriehaven Woonschepen haven Ligplaats recreatieve havens (huur) Veergelden Algemene + bijzondere regelgeving Subtotaal Totaal
Realisatie 2023 6.574 36 7.825 3 2.029 754 509 108 8 62 75 38 18.034
Begroting 2024 6.962 40 8.068 2 1.160 987 501 112 16 55 62 85 18.065
Begroting 2025 7.252 40 9.003 2 1.191 1.024 494 165 17 56 63 87 19.409
37.147
37.835
40.396
Kostendekkendheid
De tarieven van de belangrijkste gemeentelijke belastingen en heffingen staan in onderstaande tabel. Er staat ook bij of ze wel of niet kostendekkend zijn. Kostendekkendheid
Verwerkingskosten, salarissen en kapitaallasten Te compenseren BTW Aandeel overhead Overige baten en subsidies Te dekken lasten Opbrengst heffingen Percentage kostendekking (%)
Omgevings vergunning
Afvalstoffen heffing
1.478
6.530
Bedragen * € 1.000 Rioolhef Rioolh fingen effing Eigenar Gebrui en kers 496 2.685 2.146
45 885 0 2.408 1.191 49
813 1.260 -960 7.643 7.292 95
35 153 0 684 494 72
Begraven
2.820 266 0 5.771 5.771 73
341 944 -199 3.232 3.232 83
Begroting 2025
Gemiddelde woonlasten
Voor het schetsen van een beeld van de woonlasten die samenhangen met de hoogte van de lokale belastingdruk, wordt onderscheid gemaakt tussen de 'eigenaar-bewoner' en de 'huurder'. Hierbinnen wordt nog onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. In onderstaande tabellen zijn de gemiddelde woonlasten voor het jaar 2025 weergegeven met daarbij ter vergelijking de gemiddelde lastendruk over 2024 van Nederland en Fryslân. De cijfers komen uit de Coelo Atlas van de lokale lasten 2024. Gemiddelde woonlasten woning eigenaren Bedragen in € Onroerende zaak belasting Afvalstoffenheffing Rioolrechten Totale woonlasten 2025 Lastendruk Smallingerland 2024 Stijging lokale lastendruk 2025 (%) Landelijke gemiddelde lastendruk 2024 Fries gemiddelde lastendruk 2024 Gemiddelde woonlasten huurder Bedragen in € Afvalstoffenheffing Rioolrechten Totaal woonlasten 2025 Gemiddelde woonlasten 2024 Stijging woonlasten 2025 (%) Landelijk gemiddelde lastendruk 2024 Fries gemiddelde lastendruk 2024
Eenpersoons
Meerpersoons
379 258 321 958
379 304 321 1.004
914 4,82 923 786
958 4,83 1.010 888
Eenpersoons
Meerpersoons
258 116 374
304 116 420
358 4,36 474 409
403 4,42 561 511
In de onderstaande grafiek zijn de gemiddelde woonlasten voor woningeigenaren door de jaren heen opgenomen. Hierbij is de vergelijking gemaakt tussen Smallingerland en het gemiddelde van Fryslân en Nederland. Lange tijd schommelde de woonlasten van Smallingerland rond het Nederlands gemiddelde. Sinds 2022 is een kentering zichtbaar doordat de lasten in Smallingerland minder hard zijn gestegen dan gemiddeld in Nederland.
88
In de onderstaande grafiek zijn de gemiddelde woonlasten voor de huurder opgenomen. Ook hierbij is een vergelijking gemaakt met Smallingerland, Fryslân en Nederland. De gemiddelde woonlasten voor de huurders van Smallingerland liggen een stuk lager dan de gemiddelde woonlasten van Fryslân en Nederland. Daarnaast laten de woonlasten van Smallingerland een minder snelle stijging zien dan de gemiddelde woonlasten van Nederland.
Begroting 2025
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemene toelichting Inleiding Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om financiële risico's op te vangen met de beschikbare weerstandscapaciteit. De berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit is een momentopname. Datzelfde geldt voor de risico's. Beide worden daarom zowel bij de begroting als bij de jaarstukken geactualiseerd. Beleid gemeente Smallingerland Het risicomanagement binnen de gemeente Smallingerland wordt uitgevoerd op basis van de financiële verordening Smallingerland 2023 en de nota reserves, voorzieningen en risicobeleid waarin wordt verwezen naar artikel 11 van BBV. Voor de vaststelling van de weerstandscapaciteit en het weerstandsvermogen neemt de gemeente Smallingerland de algemene reserve als uitgangspunt. Bij de begroting worden daarnaast ook de onbenutte exploitatieruimte, onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien meegenomen in de berekening. Het accepteren van een kwantificeerbaar risico, met een hoge waarschijnlijkheid dat dit zich gaat voordoen, leidt al snel tot het verplicht opnemen van een voorziening. Een voorziening wordt verplicht verwerkt in de cijfermatige begroting en jaarstukken. In deze paragraaf komen de risico's aan de orde die zich daar niet voor lenen.
Het gaat daarmee in deze paragraaf om risico's die moeilijker kwantificeerbaar zijn en/of waarvan het onduidelijk of ze zich zullen manifesteren en in welke omvang. Het is daardoor vaak lastig om er een bedrag voor te bepalen.
90
Weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit Voor de financiële risico’s die niet afgedekt kunnen worden uit voorzieningen, verzekeringen, project- en/of exploitatiebudgetten geldt dat de aanwezige weerstandscapaciteit binnen de algemene middelen op de begroting en balans als achtervang dient. Het aanhouden van voldoende weerstandscapaciteit maakt het mogelijk om zonder beleidsaanpassing financiële nadelen op te vangen die zich, ondanks toegepast risicomanagement, manifesteren en waarvoor geen andere dekking aanwezig is. Risico's die een structureel effect veroorzaken kunnen een beperkt aantal jaren uit de beschikbare eenmalige weerstandscapaciteit gedekt worden. Op die manier ontstaat er tijd om alsnog structurele dekking te vinden, zoals door bezuinigingen op bestaand beleid met structurele dekking. De algemene reserve is de voornaamste bron voor de eenmalige weerstandscapaciteit. Een adequate weerstandscapaciteit kan de meest waarschijnlijke tegenvallers afdekken. Een te lage buffer is onverstandig, maar een te grote buffer is evenmin wenselijk. De verwachte weerstandscapaciteit voor de jaren 2025-2028 is als volgt: Weerstandscapaciteit Stand algemene reserve 31-12 incl. begrotingsruimte/tekort Onbenutte belastingcapaciteit OZB Onvoorzien Totaal generaal
2025 37.730
2026 28.640
Bedragen x € 1.000 2027 2028 20.390 13.407
p.m. 100 37.830
p.m. 100 28.740
p.m. 100 20.490
p.m. 100 13.507
Bij de berekening van de weerstandscapaciteit in het vermogen wordt uitgegaan van de verplichtingen die op dit moment op de reserve liggen. Uiteraard is het mogelijk deze verplichtingen te heroverwegen, waarbij de kanttekening geplaatst moet worden dat wanneer er sprake is van lopende projecten er mogelijk al verplichtingen zijn aangegaan. De incidentele begrotingsruimte wordt voorzichtigheidshalve niet in de berekening meegenomen in de stand van de algemene reserve voor het jaar hierop volgend. Op basis van de aangegane verplichtingen is de beschikbare weerstandscapaciteit eind 2028 € 13,5 miljoen.
Begroting 2025
Risico's
Materiële risico's De belangrijkste risico's, onzekerheden en niet-gekwantificeerde ontwikkelingen staan hieronder opgesomd. Er is een indicatieve inschatting gemaakt van het maximale financiële risico. Voor die ontwikkelingen waarvoor deze indicatie (nu nog) niet gemaakt kan worden, is een bedrag van € 100.000 opgenomen. Omschrijving risico's 1 2 3 4 5 6
Project verbouwing gemeentehuis Project Topaccommodatie De Welle Project Nieuwbouw S(B)O Project Oudega aan het water Project gebiedsprogramma Centrum Project Strategisch ontwikkelplan industriegebied de Haven 7 Prijsstijgingen en rentestijgingen 8 Wet open overheid en wet elektronische publicaties 9 Cyberaanval 10 Organisatieontwikkeling 11 Algemene bedrijfsmatige risico's 12 Rampen en calamiteiten 13 Compensatie voor diverse ontwikkelingen door Rijk 14 Compensatie voor duurzaamheid door Rijk 15 Risico's bij kapitaalgoederen in de openbare ruimte (o.a. actualisatie IBOR) 16 Overdracht geluidswal 17 Invoer functiewaarderingssysteem HR 21 18 Projecten 19 Herstelwerkzaamheden rechtmatigheid 20 Wet DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelatie) Totaal * I, incidenteel, S, structureel
Financieel gevolg (maximaal) € 100.000 100.000 100.000 100.000 100.000 100.000
S I I I I I
Bestaand of nieuw risico Bestaand Nieuw Nieuw Nieuw Nieuw Nieuw
100.000 S 100.000 S
Bestaand Bestaand
80.000 100.000 100.000 2.000.000 100.000
I/S*
I S S I S
Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand
100.000 S 100.000 S
Bestaand Bestaand
450.000 150.000 100.000 100.000 100.000 4.280.000
I S S I I
Bestaand Nieuw Nieuw Nieuw Nieuw
Mochten er zich risico's voordoen dan worden de structurele risico's gedekt uit het exploitatieresultaat en de incidentele risico's gedekt uit de algemene reserve. De uitkomst van het vullen van de software is dat bovenstaande risico's een onvoldoende beeld geven op een realistisch benodigd weerstandsvermogen. Daarbij zien we landelijk de ontwikkeling dat er anders naar risico's en het aan te houden weerstandsvermogen gekeken wordt, waarbij het causale verband tussen beschreven risico's en het aan te houden weerstandsvermogen minder relevant is.
92
Fiscale risico's In 2023 zijn er diverse fiscale risico's geïdentificeerd voor gemeente. Dit heeft geleid tot een uitgebreide fiscale risicoscan door een externe partij waarbij onderzoek is gedaan naar de loonbelastingen, vennootschapsbelasting en met extra aandacht voor de omzetbelasting. De uitkomsten van dit onderzoek zijn begin 2024 besproken en op basis hiervan zijn er diverse acties ondernomen om de fiscale risico's te kunnen verminderen. Een aantal risico's worden verder uitgewerkt en in samenwerking met externe partijen verminderd dan wel opgelost. Volgend op de risicoscan is er een fiscale commissie opgericht waarin de belangrijkste partijen voor de fiscaliteit plaatsnemen zodat zij gezamenlijk de risico's kunnen monitoren, eventueel nieuwe risico's tijdig kunnen signaleren en om deze risico's gezamenlijk en gericht te kunnen verminderen. Om het kennisniveau en de kwaliteit van de fiscaliteit binnen de organisatie te verhogen is er een fiscaal adviseur aangesteld. Daarnaast wordt er een fiscaal statuut opgesteld waarmee de gemeente haar fiscale visie en strategie vaststelt en daarmee ook handvatten geeft voor de behandeling van fiscale zaken binnen de organisatie. Met de ondernomen en geplande acties voortkomend uit de fiscale risicoscan hebben wij het vertrouwen dat we op de juiste weg zijn om de geconstateerde fiscale risico's effectief aan te pakken.
We blijven de voortgang nauwlettend volgen en zullen verdere verbeteringen doorvoeren om onze fiscale processen optimaal te beheersen. Weerstandsvermogen In de algemene reserve wordt een minimale weerstandscapaciteit van € 13,0 miljoen aangehouden. Op basis van bovenstaande risico-inschatting is € 4,28 miljoen minimaal noodzakelijk. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de mogelijk benodigde middelen vanwege risico's en de werkelijk beschikbare weerstandscapaciteit. De berekende weerstandscapaciteit bedraagt € 13,5 miljoen (zie tabel weerstandscapaciteit jaar 2028). Op basis van de berekende benodigde weerstandscapaciteit van € 4,28 miljoen en het minimaal aanhouden van € 13 miljoen, betekent dat met een beschikbaar weerstandsvermogen van € 13,5 miljoen er voldoende weerstandsvermogen aanwezig is om risico's die zich daadwerkelijk voordoen in de eerste jaren met eenmalige middelen af te kunnen dekken. Bij deze berekening is rekening gehouden met voor de jaren 2026 tot en met 2028 negatieve incidentele begrotingsruimte. Deze negatieve begrotingsruimte zal door ombuigingsmaatregelen minder negatief worden. Dit heeft dan een positief effect op de berekende weerstandscapaciteit.
Begroting 2025
Financiële kengetallen
De onderstaande tabel laat de financiële kengetallen zien. Een belangrijke kanttekening is, dat deze kengetallen gebaseerd zijn op de huidige begroting waarin de ombuigingsmaatregelen niet verwerkt zijn. De begroting 2025 laat voor het jaar 2025 een positief begrotingssaldo zien. Voor de jaren daarna is het exploitatiesaldo negatief. Middels het doorvoeren van ombuigingsmaatregelen wordt het negatief exploitatiesaldo beperkt. Deze ombuigingsmaatregelen hebben daarom ook effect op de financiële kengetallen. Financiële kengetallen Netto schuldquote (%) Idem, gecorrigeerd voor verstrekte leningen (%) Solvabiliteitsratio (%) Bouwgrondexploitaties (%) Structurele exploitatieruimte (%) Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde (%)
Rekening Raming 2023 2024 60 73 59 72 31 3 0 101
22 -1 2 97
Raming 2025 101 100 19 -2 0 99
Raming Raming Raming 2026 2027 2028 128 147 158 127 145 157 19 -3 -4 99
16 -3 -4 99
15 -3 -3 99
Netto schuldquote De hoogte van de schuld die een gemeente kan dragen hangt af van de hoogte van de inkomsten. Om een grove indicatie te krijgen van de verhouding tussen beide grootheden (schuld en inkomen) wordt de netto schuldquote berekend. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog volgens de VNG. Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt dan bevindt een gemeente zich zelfs in de gevarenzone. De netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, loopt de komende jaren op. Dit komt vooral door de geplande investeringen zoals het centrum, integraal huisvestingsplan onderwijs en het gemeentelijk rioleringsplan. Doordat investeringen verschuiven in de tijd zien we wel dat de schuldquote later oploopt dan in de eerdere begrotingen was verwacht. Een (hoge) schuldpositie is overigens geen gevolg van onjuiste financiële keuzes maar vloeit voort uit een door de gemeente(raad) gewenst uitvoerings-, omgevings- en investeringsniveau in combinatie met het niet voor handen zijn van eigen financieringsmiddelen. Belangrijk is dat de rentelasten structureel in de begroting zijn gedekt. Met een stijgende rente is dat wel een risico voor de toekomst. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang weer. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Ook hier geldt dat het belangrijk is om het kengetal te duiden in de context. De berekende ratio's voor de solvabiliteit van onze gemeente kennen de laatste jaren een dalende tendens. De reserves zijn de laatste jaren afgenomen, en de financieringsbehoefte neemt juist toe vanwege de grote investeringen die gedaan worden. Daarmee komen we uit onder de signaalwaarde van 20% in 2025.
94
Nederlandse gemeenten gaan echter vanwege het artikel 12 vangnet uit de Financiële Verhoudingswet niet failliet en worden nooit geliquideerd. Daarom heeft dit kengetal ondanks deze signaalwaarde maar beperkte waarde. Ook worden investeringen in maatschappelijk nut geactiveerd die niet verkoopbaar zijn, zodat de reserves niet een liquiditeitswaarde weergeven. De vraag of de gemeente de schuld met zijn inkomen kan betalen is daarom belangrijker. Op dit moment is dat nog geen probleem. Als de marktrente blijft stijgen dan kan dit in de toekomst mogelijk wel tot problemen leiden. Bouwgrondexploitaties De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Bij een negatief percentage is er sprake van hogere geprognosticeerde opbrengsten dan kosten. Het risico op de grondexploitaties lijkt daarmee verwaarloosbaar. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.
Vanaf 2026 en verder is het saldo negatief. Dat betekent dat er in die jaren vooralsnog geen structurele begrotingsruimte is. Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Sinds 2023 zit de gemeente Smallingerland voor het eerst in jaren onder het landelijk gemiddelde, gemeten voor meerpersoonshuishoudens met een woning. Wat de ontwikkelingen van andere gemeenten in de komende jaren zal zijn is nog onbekend. We verwachten dat we onder het landelijk gemiddelde zullen blijven uitkomen.
Begroting 2025
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding
In de openbare ruimte bedoelen wij met kapitaalgoederen: de wegen, wandel- en fietspaden, groen, bomen, speelvoorzieningen, riolering, water, straatmeubilair, verlichting, bruggen, enz. Kortom alles wat we in de openbare ruimte zien.
De kwaliteit van de kapitaalgoederen is van directe invloed op onze inwoners. Een mooie, schone, groene en veilige openbare ruimte zorgt voor leefbaarheid, beleving, het aanzien en de uitstraling van onze gemeente. Het in stand houden van de kapitaalgoederen verdelen wij onder in de volgende onderdelen: Onderhoud (het op niveau houden voor dagelijks gebruik) Beheer (het op niveau houden zodat de te verwachten levensduur wordt gehaald) Vervanging (na einde levensduur) Maar er zijn ook een aantal risico's. Die staan ook in deze paragraaf. Deze bijlagen kunt u vinden op de website. Bestandsnaam Bijlage - Notitie Beheer Kapitaalgoederen 2023-2026.pdf
96
Beleid en kaders
De raad heeft in 2022 de kadernotitie ‘Beheer kapitaalgoederen’ vastgesteld met bijbehorend kwaliteitsniveau en financiële paragraaf. Om een zo laag mogelijke claim te doen op de financiële middelen is bij het beheer het niveau ‘sober en doelmatig’ het uitgangspunt. Voor de prachtige en kleurrijke vaste planten op rotondes en in plantbakken in het centrum van Drachten is een uitzondering gemaakt, omdat we vinden dat dit de visitekaartjes van onze gemeente zijn. In het algemeen geldt dat alle in de gemeente aanwezige voorzieningen duurzaam in stand worden gehouden op basis van sober en doelmatig, tenzij in de desbetreffende hoofdstukken anders wordt aangegeven. Sober en doelmatig betekent dat de voorzieningen voldoen aan de minimale eisen van veiligheid, functionaliteit en op een zodanige wijze worden onderhouden zodat er geen kapitaalvernietiging optreedt. Kapitaalvernietiging treedt op, als door bijvoorbeeld slecht onderhoud een voorziening voortijdig moet worden vervangen. Hierdoor zullen de totale kosten hoger worden en kan de veiligheid niet meer worden gegarandeerd en is de gemeente aansprakelijk voor letsel en schade bij ongelukken door bijvoorbeeld te hoog liggende trottoirtegels, dode takken in bomen of verrotte steigerplanken. Een duurzame instandhouding is een wettelijk verplichting vanuit het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten).
Overzicht Beheer- en beleidsplannen Beheer/beleidsplan
Kapitaalgoed
Vastgesteld Actualisatie door de Raad
Financiële vertaling in begroting
Achterstallig onderhoud
nee nee nee nee nee nee
Notitie Beheer Kapitaalgoederen
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Beleidsplan Openbare Verlichting
Wegen Riolering (duikers) Water Groen Gebouwen Civiel Kunstwerken
2022 2022 2022 2022 2022 2022
2026 2026 2026 2026 2026 2026
Openbare Verlichting Speelvoorzieningen
2022
2026
ja ja ja ja ja ja, behalve vervanging kades ja
2022
2026
ja
nee
Riolering & Regenwaterafvoer
2021
2026*
ja
nee
2020
2025
ja
nee
* In 2024 wordt de financiële paragraaf van het vGRP geactualiseerd naar prijsstijging.
nee
Begroting 2025 Uitvoering beheer en vervanging gemeentelijke kapitaalgoederen De gemeentelijke kapitaalgoederen worden beheerd volgens het principe van asset-management: "Wat is de beste oplossing op deze plek?". Waarbij prestaties, risico's en kosten in balans zijn en de openbare ruimte op de meest duurzame wijze onderhouden en in stand gehouden wordt. Bij vaststelling van de nieuwe notitie "Beheer kapitaalgoederen 2023-2026" wordt het onderhoud, beheer en vervanging volgens dit beleidskader en bijbehorende budgetten in 2025 uitgevoerd. De vervangingsbudgetten 2023- 2026 worden niet geïndexeerd. Dat kan leiden tot meerkosten en risico's omdat de prijzen van materiaal en uurlonen wel stijgen.
98
Risico's
Het beheer van de kapitaalgoederen brengt risico's met zich mee. In deze paragraaf worden de belangrijkste risico's besproken. De financiële risico's zijn meegenomen in de bepaling van de weerstandscapaciteit. Hier wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing nader op ingegaan. Vertraging en uitstel van projecten Ook in 2025 is nog steeds het risico aanwezig dat niet alle projecten volgens planning kunnen worden uitgevoerd omdat materialen een langere leveringstermijn hebben en dat er geen voldoende personeel beschikbaar is. Dit kan betekenen dat een deel van de uitvoering van investeringsprojecten langer kunnen gaan doorlopen.
Kades industriehaven Drachten
Er spelen een aantal ontwikkelingen rondom de kades in de industriehaven in Drachten. Inmiddels zijn de onderhoudswerkzaamheden uitgewerkt en een deel van de werkzaamheden zal in de komende periode worden uitgevoerd. Een ander deel zal vooreerst nog worden uitgesteld in afwachting over duidelijkheid in de vervangingsopgave van de kademuren. In de haven is bodemerosie langs kades een risico, deze wordt veroorzaakt door schroefbewegingen van vrachtschepen. De haven is een paar jaar geleden gebaggerd en gaten zijn gedicht. Jaarlijks wordt de bodemhoogte gemonitord en er blijkt op een aantal plekken weer sprake te zijn van bodemerosie. Het aanvullen van de gaten zal worden meegenomen in de onderhoudswerkzaamheden. Het lijkt dat deze extra kosten kunnen worden meegenomen in de beschikbare middelen voor onderhoud. Ook de voorbereidingen voor het herstellen van de kademuur bij Agrifirm is opgestart. In een bouwteam zal samen met een aannemer en Agrifirm uitgewerkt worden hoe de kade hersteld moet worden en wat de beste uitvoeringsmethode in relatie met de bedrijfsvoering is. De verwachting dat de daadwerkelijk herstel werkzaamheden eind 2025 zijn uitgevoerd. Over de stand van zaken en het vervolg rondom de vervangingsopgave van de kades in de industriehaven Drachten zal de raad nader over worden geïnformeerd.
Inventarisatie straatmeubilair en bebording Op dit moment wordt alle straatmeubilair zoals banken en afvalbakken en alle verkeers- en straatnaamborden in geïnventariseerd en toegevoegd in de gemeentelijk digitale beheerpakketten. Voor deze kapitaalgoederen zullen vervolgens ook onderhoud- en vervangingschema worden gemaakt. Eventuele financiëlel gevolgen worden meegenomen in de volgende herziening van de notitie Beheer Kapitaalgoederen of indien nodig eerder in een apart voorstel.
Verbreed Gemeentelijk Riolering Plan (vGRP) Duurzaamheid, circulariteit, klimaatverandering, biodiversiteit, mobiliteit en bewegen. Dit zijn allemaal ambities uit het coalitieakkoord, die waar mogelijk in combinatie met de noodzakelijke rioolvervanging wijkgericht worden aangepakt. Rioolvervanging Onderzoek naar de status van het rioolstelsel heeft aangetoond dat de riolering in zes wijken van zodanig slechte kwaliteit is dat deze de komende jaren vervangen moet worden om te kunnen blijven voldoen aan onze wettelijke zorgplichten vanuit de Waterwet. Daarnaast zijn alle kostenoverzichten geactualiseerd en doorgerekend tegen het huidige prijspeil. De combinatie van
Begroting 2025 noodzakelijke rioolvervanging en gestegen kosten heeft ertoe geleid dat er onvoldoende geld is gereserveerd in het vGRP. Voor de uitvoering van de noodzakelijke rioolvervanging zijn in 2025 extra opbrengsten vanuit de rioolheffing benodigd. Het onderzoek naar de mogelijkheden van differentiatie van de tarieven, waarbij de rioolheffing wordt gekoppeld aan het waterverbruik of het aantal personen is nog niet afgerond. De invoering van een nieuw rioolheffingsstelsel is een jaar uitgesteld. Dit uitstel heeft financiële gevolgen voor de begroting aangezien de geplande rioleringswerkzaamheden in 2025 zonder vertraging uitgevoerd moeten worden. Klimaatadaptatie De binnen de wijkaanpak noodzakelijke klimaatadaptieve maatregelen en het uitvoeringsprogramma van het klimaatadaptatieplan worden vanuit de algemene middelen betaald. Als onderdeel van een nieuw rioolheffingsstelsel wordt ook onderzoek gedaan naar dekking van deze maatregelen vanuit een waterzorgheffing voor inwoners en bedrijven.
Overeenkomst OSW met Wetterskip
Voor het onderhoud van watergangen krijgen we een vergoeding van het Wetterskip. Het Wetterskip wil de vijverregeling wijzigen. Welke gevolgen dit heeft is niet bekend op dit moment. Afspraken met Wetterskip over waterdiepte zijn ook nog niet afgerond (ook onderdeel van de overeenkomst OSW). Het risico is dat het toekomstige onderhoudsprofiel (de diepte waar op gebaggerd wordt) van het Wetterskip per 2026 niet overeenkomt met het huidige onderhoudsprofiel. Nu is er altijd gebaggerd tot de vaste bodem wat ook nodig is voor de doorstroming. Wanneer het Wetterskip zich houdt aan de waterdiepte dan is de vraag wie de kosten voor het dieper baggeren voor de doorstroming op zich neemt. Welke gevolgen dit heeft voor hekkelen is op dit moment ook niet bekend.
Onderhoud Schouwwater is geen structureel beheer
Het baggeren van schouwwater in het buitengebied hebben we niet in beheer. Wanneer zich problemen voordoen dan worden we hiervoor aangeschreven door het Wetterskip. Vooraf weten we niet wanneer en hoeveel. In het verleden waren de kosten ongeveer € 100.000 per 4 jaar. Als dit aan de orde is zullen deze kosten worden meegenomen in de desbetreffende Bestuursrapportages.
Baggerslib meer vervuild
Voor stortkosten is een gemiddelde gerekend (vervuild en schone bagger). De bagger van de laatst gebaggerde wateren en vaarwegen was tot nu voor een groot deel erg vervuild waardoor de afvoerkosten aanmerkelijk hoger zijn. Tot nu toe hebben we de gemiddelden nog niet aangepast naar deze vervuilingsgraad omdat dit op dit moment niet goed te bepalen is.
Overdracht Vaarweg Oudega
De vaarweg naar Oudega wordt in beheer overgedragen naar de Provincie. De kosten hiervoor zijn onderdeel van het project Oudega aan het water en niet opgenomen in deze begroting.
Overdracht Vaarweg Polderhoofdkanaal De vaarweg Polderhoofdkanaal wordt in beheer overgedragen naar de Provincie / Wetterskip. De kosten hiervoor zijn niet opgenomen in deze begroting. Afhankelijk van afspraken over baggerdiepte kunnen de kosten worden berekend. Hiervoor is nog geen overeenkomst.
100