Bijlage - Begroting 2022-2025
Tekst van het document
-50.000
-50.000
Aanvullende mutaties bij jaarrekening Onttrekking bestemmingsreserve Toevoeging bestemmingsreserve Voorgestelde resultaatbestemming Netto resultaat
Toelichting op cijfers: Taakvelden Onvoorzien
72
3 Paragrafen 3.1 Leeswijzer Dit hoofdstuk bestaat uit zeven paragrafen, over door de BBV verplicht gestelde onderwerpen. Deze onderwerpen komen vaak bij meerdere programma's terug. Om te voorkomen dat de informatie over deze onderwerpen versnipperd wordt over de programma's, hebben we ze - verplicht - gebundeld in dit hoofdstuk. Ze vormen als het ware dwarsdoorsnedes van de verschillende programma’s op bepaalde aandachtspunten. De volgende zeven verplichte paragrafen gaan achtereenvolgens over: Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
73
3.2 Paragraaf Lokale heffingen 3.2.1 Inleiding Lokale heffingen vormen een belangrijk deel van de gemeentelijke inkomsten. Het gaat om inkomsten uit gemeentelijke belastingen (OZB) en heffingen: afvalstoffenheffing, rioolheffing en de leges. Deze inkomsten zijn goed voor ruim 17% van het totaal aan inkomsten van de gemeente. In 2022 komen we naar verwachting uit op ruim € 34,5 miljoen aan inkomsten. 3.2.2 Algemeen Deze paragraaf geeft informatie over de opbrengsten en tariefontwikkeling van de lokale heffingen. Ook komen het algemene en kwijtscheldingsbeleid met betrekking tot de lokale heffingen aan bod. Voor 2022 is in de Kadernota van 2021, een stijgingspercentage van 1,74% (het accres) van de lokale heffingen aangehouden. Hierbij geldt als wettelijk kader dat heffingen maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. Voor de belangrijkste gemeentelijke heffingen, de afvalstoffen- en rioolheffing, begraafrechten en omgevingsvergunningen, hebben we de kostendekking voor 2022 inzichtelijk gemaakt. In december 2021 bieden we de gemeentelijke belastingverordening van 2022 ter vaststelling aan de raad aan. Onroerende Zaak Belasting OZB De tarieven voor de OZB zullen in 2022 verhoogd worden met de trendmatige ontwikkeling van 1,74%. De eenmalige verhoging met 2% voor het jaar 2021 wordt gecorrigeerd op het tarief voor 2022. De definitieve tarieven voor 2022 kunnen we nog niet presenteren.
Die zijn mede afhankelijk van de definitieve uitkomsten van de jaarlijkse herwaardering en tariefdifferentiatie, dat wil zeggen: compensatie verschuiving belastingdruk woningen en nietwoningen. In december 2021 leggen we de tarieven op basis van de bovenstaande uitgangspunten ter vaststelling voor aan de raad. Afvalstoffenheffing We hadden in de Begroting 2019-2022 voorzien dat het tarief voor afvalstoffenheffing, gedurende een periode van 4 jaar, boven trendmatig verhoogd moest worden met 4% per jaar om in meerjarenperspectief tot een kostendekkende exploitatie te komen. In 2019 zijn de tarieven zodoende extra verhoogd met 4%. Bij de jaarlijkse doorrekening bleek een extra verhoging voor de jaren 2020 en 2021 uiteindelijk niet nodig te zijn. Ook voor 2022 wordt voorgesteld het tarief alleen trendmatig met 1,74% te verhogen. Het tarief voor een meerpersoonshuishouden komt hiermee op € 277 per jaar en voor eenpersoonshuishouden op € 235. Deze tarieven dekken de kosten niet volledig. Het tekort wordt gedekt uit de Voorziening Afvalstoffenheffing. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de Kadernota de exploitatie doorgerekend met de meest actuele gegevens. We beoordelen dan ook of het exploitatieresultaat, de tarieven en de hoogte van de voorziening met elkaar in evenwicht zijn.
Rioolheffingen In mei 2021 is het technisch en financieel bijgestelde en verbreed rioleringsplan door de raad vastgesteld. De naam is officieel het vGRP 2022-2025. Het tarief voor eigenaren blijft € 182, dus ongewijzigd ten opzichte van het vGRP 2017-2020. Op basis van de verwachte lasten zou de heffing voor gebruikers op € 107 per jaar uit moeten komen. Bij de vaststelling van het vGRP is besloten de heffing te beperken tot € 103 en een tekort af te dekken uit de Egalisatievoorziening voor de riolering. Deze voorziening bedraagt per ultimo 2020 tot circa € 885.000. Als de heffing een aantal jaren iets minder dan kostendekkend blijkt te zijn, kan het tekort uit deze voorziening bijgepast worden. Daarmee beperken we de lasten voor de burger en krijgt de voorziening een meer passende omvang. We stellen voor om een dergelijke herijking ook in de eerstvolgende jaren te blijven toepassen. Parkeertarieven In het kader van de herschikkingen is besloten de tarieven voor parkeren de komende jaren te verhogen. In 2021 zijn de tarieven met € 0,20 cent per uur verhoogd, in de drie daaropvolgende jaren komt er telkens € 0,10 cent per uur bij. Het uurtarief voor 2022 komt 74
hiermee op € 1,80 per uur. Het tarief stijgt zo van € 1,50 in 2020 naar € 2,00 per uur in 2024. Gezien het winkelaanbod en de overige voorzieningen lijkt deze verhoging haalbaar. Het dagkaarttarief voor de parkeergarages blijft in 2022 gelijk, namelijk € 3,50 per dag. Omgevingsvergunningen Binnen de legesverordening is ten aanzien van de titel ‘Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving’, oftewel de leges omgevingsvergunningen, het uitgangspunt dat de leges 100% kostendekkend zijn. Dit is door de raad zo vastgesteld in 2014. In 2019 heeft de raad besloten om voor het berekenen van leges voor de ‘Omgevingsvergunning bouw’ uit te gaan van een degressief stijgend legesstelsel in plaats van een lineair stelsel. Degressief wil zeggen: in steeds mindere mate stijgend, eerst wat harder, dan wat langzamer. De verwachting is dat de wet Private kwaliteitsborging samen met de Omgevingswet ingaat in juli 2022. Onder het nieuwe stelsel vindt er een verschuiving plaats van vergunningverlening naar administratieve werkzaamheden. Bovendien van toezicht aan de voorzijde naar toezicht en handhaving achteraf. Met de invoering van beide wetten gaat er het nodige veranderen op het gebied van de leges. We willen het moment aangrijpen om te kijken naar een totale herijking van de leges, met als uitgangspunt tarieven die weer 100% de kosten dekken.
De baten en lasten beoordelen we binnen de gehele titel. Dat betekent in de praktijk: baten uit de ene activiteit kunnen dan deels worden gebruikt voor de dekking van lasten die voor een andere vergunning worden gemaakt. Om het legesstelsel aan te passen aan de nieuwe wetgeving, moet de Legesverordening tussentijds worden aangepast. Begraafplaatsen In 2016 heeft een onderzoek naar de doelmatigheid van begraafplaatsen plaatsgevonden. Hieruit komt naar voren dat er voor de gemeente in 2022 geen sprake zal zijn kostendekkende tarieven. We verhogen de tarieven voor 2022 met het algemene accres van 1,74%. Kwijtschelding Kwijtschelding van de lokale heffingen kan worden verleend aan personen met een inkomen gelijk of lager dan de bijstandsnorm. Zelfstandigen komen niet in aanmerking voor kwijtschelding. Voor kwijtschelding komen de volgende heffingen in aanmerking: afvalstoffenheffing, het gebruikersdeel rioolheffing, de hondenbelasting (1e hond) en de IDkaart. Het totaalbedrag voor 2022 wordt geraamd op bijna € 693.000 - in de begroting van 2021 is dat € 686.000. De kwijtscheldingen voor de rioolheffing (€ 180.000) en voor de afvalstoffenheffing (€ 496.000) drukken niet op de begroting van de gemeente; we betrekken ze bij de bepaling van het tarief voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.
Lokale lastendruk In onderstaande tabel geven we de ontwikkeling van de woonlasten weer. Hierbij zijn we uitgegaan van een meerpersoonshuishouden, in het bezit van een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde zoals die in Smallingerland geldt. Voor de gehanteerde prijsaccressen in 2022 t/m 2025 verwijzen we naar het overzicht in de paragraaf ‘Ontwikkelingen structureel begrotingssaldo’.
75
Lokale lastendruk Bedragen in €
2020 2021 2022 2023 2024 2025 OZB eigenaren Rioolheffing eigenaren Rioolheffing gebruikers Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) Totale woonlasten
257 182 98 265 802
269 182 101 272 824
268 182 103 277 830
272 182 103 280 837
276 182 103 285 846
280 182 103 289 854
3.2.3 Geraamde inkomsten In onderstaande tabel staan de geraamde inkomsten van gemeentelijke heffingen: Geraamde inkomsten Bedragen x € 1.000
Realisatie Realisatie Begroting Begroting 2019 2020 2021 2022 13.550 14.002 14.956 14.987 6.036 6.247 6.416 6.527 7.449 7.584 7.701 7.792 2.376 1.881 2.898 3.056 1.041 966 1.106 1.126 601 540 637 646 413 432 434 441
Onroerende zaakbelasting Afvalstoffenheffing Rioolrecht Parkeeropbrengsten (inclusief naheffing) Leges omgevingsvergunning Leges burgerzaken Begraafrechten
3.2.4 Kostendekkendheid De tarieven van de belangrijkste gemeentelijke belastingen en heffingen staan in onderstaande tabel. Er staat ook bij of ze wel of niet kostendekkend zijn. Rioolheffing Omgevings vergunning Verwerkingskosten, salarissen en kapitaallasten Te compenseren btw Aandeel concernopslag/ overhead Overige baten en subsidies Te dekken lasten Opbrengst heffingen Percentage kostendekking
AfvalBegraven stoffenheffing 5.823 405
724
Eigenaren
Gebruikers
3.833
2.293
27 375
792 869
74
1.010 179
179 488
0 1.126 1.126 100%
-859 6.625 6.528 99%
0 479 441 92%
0 5.022 5.022 100%
-190 2.770 2.770 100%
76
3.3 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om financiële risico's op te vangen met de beschikbare weerstandscapaciteit. De berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit is een momentopname. Datzelfde geldt voor de risico's. Beide worden daarom zowel bij de Begroting als bij de Jaarstukken geactualiseerd. Artikel 11 van de BBV geeft de volgende richtlijnen over de paragraaf weerstandsvermogen: Lid 1 Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: A. De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de Provincie respectievelijk de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. B. Alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiele betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie Lid 2 De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen bevat ten minste: A. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit B. Een inventarisatie van de risico's C. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's 3.3.1
Beleid gemeente Smallingerland
Het risicomanagement binnen de gemeente Smallingerland wordt uitgevoerd op basis van de financiële verordening Smallingerland 2019 waarin wordt verwezen naar artikel 11 van BBV. Voor de vaststelling van de weerstandscapaciteit en het weerstandsvermogen neemt de gemeente Smallingerland de Algemene Reserve als uitgangspunt. Bij de Begroting worden daarnaast ook meegenomen in de berekening: de onbenutte exploitatieruimte, onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien, en het schrappen van nieuw beleid na de eerste jaarschijf. Het accepteren van een kwantificeerbaar risico, met een hoge waarschijnlijkheid dat dit zich gaat voordoen, leidt al snel tot het verplicht opnemen van een voorziening, en wordt daarmee ook verplicht verwerkt in de cijfermatige begroting en Jaarstukken. In deze paragraaf komen de risico's aan de orde die zich daar niet voor lenen. Het gaat daarmee in deze paragraaf om risico's die moeilijker kwantificeerbaar zijn en/of waarvan het onduidelijk of ze zich zullen manifesteren en in welke omvang. Het is dus vaak lastig om er een bedrag voor te bepalen. 3.3.2 Weerstandscapaciteit Voor de financiële risico’s die niet afgedekt kunnen worden uit voorzieningen, verzekeringen, project- en/of exploitatiebudgetten geldt dat de aanwezige weerstandscapaciteit binnen de algemene middelen op de begroting en balans als laatste achtervang dient.
Het aanhouden van voldoende weerstandscapaciteit maakt het mogelijk om zonder beleidsaanpassing financiële nadelen op te vangen die zich, ondanks toegepast risicomanagement, manifesteren en waarvoor geen andere dekking aanwezig is. Risico's die een structureel effect veroorzaken, kunnen een beperkt aantal jaren uit de beschikbare eenmalige weerstandscapaciteit gedekt worden. Op die manier ontstaat er tijd om alsnog structurele dekking te vinden, zoals door bezuinigingen op bestaand beleid met structurele dekking. De algemene reserve is de grootste bron voor de eenmalige weerstandscapaciteit. Nadat bepaald is welk deel hiervan achter de hand moet blijven voor afdekking van risico's, is duidelijk hoeveel er dan nog resteert voor eventueel nieuw beleid. Een adequate weerstandscapaciteit kan de meest waarschijnlijke tegenvallers afdekken. Een te lage buffer is onverstandig maar een te grote buffer is evenmin wenselijk. Een te grote buffer gaat 77
namelijk ten koste van de ruimte voor nieuw beleid en de voorzieningen binnen de gemeente. Voor het jaar 2022 is de weerstandscapaciteit goed te bepalen. Voor de jaren daarna gaat het om meer indicatieve bedragen, uitgaande van volledige keuzevrijheid van de raad. De verwachte weerstandscapaciteit voor de jaren 2022-2025 is als volgt:
Weerstandscapaciteit Bedragen x € 1.000
Weerstandscapaciteit in het vermogen Stand algemene reserve 31-12
2022
2023
27.920
30.083
29.817 29.974
1.180
1.934
27.920
31.263
31.751 32.038
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Heroverwegen nieuw beleid Subtotaal Weerstandscapaciteit in de exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit OZB
2024
2025
2.064
Onvoorzien Structurele begrotingsruimte incl. taakstelling Heroverwegen nieuw beleid
50
50
50
50
6.134
3.343
488
287
206
1.176
1.761
Subtotaal
6.184
3.599
1.714
2.098
Totaal generaal
34.104
34.862
33.465 34.136
Bij de berekening van de weerstandscapaciteit in het vermogen is het uitgangspunt dat de gemeenteraad alle reserveringen voor nieuw beleid na de eerste jaarschijf kan heroverwegen en schrappen. Voor sommige reserveringen kan daar een kanttekening bij worden geplaatst, wanneer er sprake is van lopende projecten waarvoor al verplichtingen met andere partijen zijn aangegaan. Het gepresenteerde bedrag moet dan ook als maximumindicatie worden gezien. 3.3.3 Materiële risico's De belangrijkste risico's, onzekerheden en niet-gekwantificeerde ontwikkelingen staan hieronder opgesomd. In de programmateksten wordt nader ingegaan op de afzonderlijke onderwerpen. Er is een indicatieve inschatting gemaakt van het maximale financiële risico. Voor die ontwikkelingen waarvoor deze indicatie (nu nog) niet gemaakt kan worden, is een bedrag van € 100.000 opgenomen. Dit is geen realistisch bedrag. Omschrijving risico's
Programma Dienstverlening Herijking gemeentefonds Banenafspraak baan (BAB-banen) Gevolgen Corona-crisis Gemeentehuis energielabel C Prijsstijgingen Wet open overheid en wet elektronische publicaties 7 Digitalisering bouwen-, ruimte en milieudossiers 1 2 3 4 5 6
78
Financieel gevolg (maximaal)
I/S
Bestaand of nieuw risico
€ 100.000 € 150.000 € 100.000 € 100.000 € 100.000 € 100.000
S S S S S S
Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand
€ 538.000
I
Bestaand
8 9 10 11 12
1 2 3 4 5
Actualisatie horecabeleid Verzekering cyberaanval Organisatieontwikkeling Algemene bedrijfsmatige risico's Rampen en calamiteiten Programma Sociaal domein Invoering woonplaatsbeginsel voor Jeugd Compensatie voor diverse ontwikkelingen door Rijk Aanvullende uitkering inzake financiering Jeugd Wijziging BTW-sportvrijstelling op grote investeringen Huisvesting museum Drachten
€ 100.000 € 40.000 € 100.000 € 100.000 € 2.000.000
S S S S I
Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand
€ 100.000
S
Bestaand
€ 100.000
S
Bestaand
€ 4.826.000
S
Bestaand
€ 100.000
S
Bestaand
€ 100.000
S
Bestaand
€ 100.000
S
Bestaand
€ 100.000 € 100.000
S S
Bestaand Bestaand
4 5 6 7 8 9
Programma Fysiek domein Compensatie voor duurzaamheid door Rijk Asbesthoudende voegenkit Risico's bij kapitaalgoederen in de openbare ruimte (o.a. actualisatie IBOR) Bijdrage N381 Wet kwaliteitsborging Deltaplan ruimtelijke adaptatie Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie Overdracht geluidswal Onderhoud vliegveld
€ 250.000 € 100.000 € 100.000 € 100.000 € 2.700.000 € 100.000
I S S S I S
Bestaand Bestaand Bestaand Bestaand Nieuw Nieuw
1
Programma Economie Vaarweg naar Drachten (na 2025)
€ 10.000.000
I
Bestaand
1 2 3
De risico's worden bij iedere jaarrekening, kadernota of begroting opnieuw beoordeeld. De projecten, grondexploitaties en reserveringen worden jaarlijks herijkt. Uiteraard streven wij er altijd naar om risico's zoveel mogelijk proactief te voorkomen of, als dit niet mogelijk is, te beperken. 3.3.4 Weerstandsvermogen De gewenste minimale weerstandscapaciteit bedroeg de afgelopen jaren € 13 miljoen. Dit bedrag was voorheen opgebouwd uit een algemene risicobuffer (€ 2,5 miljoen), een algemeen weerstandsvermogen van € 5,5 miljoen, en tenslotte een bedrag van € 5 miljoen voor de afdekking van risico's die specifiek verbonden waren aan verbonden partijen. Deze laatste groep risico's is de afgelopen jaren teruggelopen, waardoor in de Jaarstukken 2020 is aangegeven dat het niet langer nodig is om hiervoor een specifieke buffer aan te houden. Door deze te schrappen zou er een buffer overblijven van € 8 miljoen. Gezien de risico's op andere terreinen, wordt voorgesteld om de buffer in totaliteit voorlopig op € 13 miljoen te houden. Dit in afwachting van het al aangekondigde onderzoek naar voor- en nadelen van verschillende methodes ter bepaling van de minimaal aan te houden weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de mogelijk benodigde middelen vanwege risico's en de werkelijk beschikbare weerstandscapaciteit.
De berekende weerstandscapaciteit beweegt zich tussen € 33,5 en € 34,9 miljoen. Op basis van de ervaringen in het verleden wordt dit als voldoende beschouwd om risico's die zich daadwerkelijk voordoen, de eerste jaren met eenmalige middelen af te kunnen dekken.
79
3.3.5
Financiële kengetallen
De BBV schrijft voor dat de volgende financiële kengetallen worden getoond.
Financiële kengetallen
Netto schuldquote Idem, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Bouwgrondexploitaties Structurele exploitatieruimte Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde
Nadere Realisatie prognose Prognose 2020 2021 2022 60% 71% 85% 57% 69% 83% 29% 17% 16% 2% 0,1% -0,9% 0% 0,4% 3% 105% 102% Nnb%
Netto schuldquote De hoogte van de schuld die een gemeente kan dragen, hangt af van de hoogte van de inkomsten. Om een grove indicatie te krijgen van de verhouding tussen beide grootheden (schuld en inkomen), wordt de netto schuldquote berekend. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog, volgens de VNG. Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt, dan bevindt een gemeente zich zelfs in de gevarenzone. De netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, is de laatste jaren opgelopen. In 2016 was dit 49%, in de afgelopen jaren is dit gestaag opgelopen en in 2022 verwachten we nu uit te komen op 85%. Dit heeft er mee te maken dat de leningen aan de woningbouwverenigingen afnemen, maar dat het totaalbedrag van aangetrokken leningen niet mee afbouwt. Met andere woorden: de leningen voor eigen gebruik lopen op, met name door de geplande investeringen. De netto schuldquote zonder correctie voor alle verstrekte leningen zal voor 2022 naar waarschijnlijkheid uitkomen op 83%. Dit was in 2016 65%. Een schuldpositie is overigens geen gevolg van onjuiste financiële keuzes, maar vloeit voort uit een door de gemeente(raad) gewenst uitvoerings-, omgevings- en investeringsniveau in combinatie met het niet voor handen zijn van eigen financieringsmiddelen. Belangrijk is dat de rentelasten structureel in de begroting zijn gedekt.
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio meet in hoeverre het bezit op de balans niet met schulden is belast. Een lage solvabiliteitsratio geeft dan aan dat bezittingen voor een groot deel met schulden gefinancierd zijn. Dit is een teken dat een gemeente met zijn exploitatieresultaten weinig tot niet spaart voor de financiering van investeringen. Bij een negatieve solvabiliteitsratio heeft een gemeente met negatieve exploitatieresultaten geleend voor lopende consumptieve uitgaven. Er worden in dat geval lopende consumptieve uitgaven op een toekomstige generatie inwoners afgewenteld. Voor de solvabiliteitsratio wordt uitgegaan van de signaalwaarden 20% en 0%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% bevindt een gemeente zich in de gevarenzone volgens de VNG. Bij een negatieve solvabiliteitsratio springt het licht op rood. De berekende ratio's voor de solvabiliteit van onze gemeente kennen de laatste jaren een dalende tendens. De reserves zijn de laatste jaren afgenomen, en de financieringsbehoefte neemt juist toe vanwege de grote investeringen die gedaan worden. Als gevolg hiervan daalt de solvabiliteit, de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, naar 16%. Nederlandse gemeenten gaan echter vanwege het artikel 12 vangnet uit de Financiële Verhoudingswet niet failliet en worden nooit geliquideerd.
Daarom heeft dit kengetal ondanks deze signaalwaarde maar beperkte waarde. Ook worden investeringen in maatschappelijk nut geactiveerd die niet verkoopbaar zijn, zodat de reserves niet een liquiditeitswaarde weergeven. De vraag of de gemeente de schuld met zijn inkomen kan betalen, is daarom 80
belangrijker. Met de huidige lage rente lukt dat wel, maar mocht de rente gaan stijgen dan kan dit tot problemen leiden. Bouwgrondexploitaties De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Bij een negatief percentage is er sprake van hogere geprognotiseerde opbrengsten dan kosten. Het risico op de grondexploitaties lijkt daarmee verwaarloosbaar. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Door de herschikkingen in de afgelopen jaren, de ophoging van het gemeentefonds, en het feit dat deze Begroting praktisch geen nieuw beleid bevat waarvoor structurele middelen noodzakelijk zijn, verwachten we nu dat de structurele baten steeds hoger zullen zijn dan de lasten in de jaren 2022-2025. Dit beeld zal uiteraard veranderen wanneer één van deze drie factoren wijzigt. Woonlasten t.o.v.
landelijk gemiddelde Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. In 2021 zijn de woonlasten in onze gemeente 1,6 % hoger dan het landelijk gemiddelde. De landelijke trend in de ontwikkeling van de woonlasten voor 2022 is nog niet bekend. We verwachten in 2022 net iets boven het landelijk gemiddelde uit te komen.
81
3.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In de openbare ruimte bedoelen wij met het begrip ‘kapitaalgoederen’ de wegen, wandelen fietspaden, groen, bomen, speelvoorzieningen, riolering, water, straatmeubilair, verlichting, bruggen, enzovoorts. Kortom: alles wat er in de openbare ruimte te zien is.
De kwaliteit van de kapitaalgoederen is van directe invloed op onze inwoners. Een mooie, schone, groene en veilige openbare ruimte zorgt voor leefbaarheid, beleving, het aanzien en de uitstraling van onze gemeente. Het in stand houden van de kapitaalgoederen verdelen wij onder in: - onderhoud, het op niveau houden voor dagelijks gebruik; - beheer, het op niveau houden zodat de te verwachten levensduur wordt gehaald; - vervanging na einde levensduur. Maar er zijn ook een aantal risico's. Die staan ook in deze paragraaf. Beleid en kaders De raad heeft in 2018 de kadernotitie ‘Beheer kapitaalgoederen’ vastgesteld met bijbehorend kwaliteitsniveau en financiële paragraaf. Om een zo laag mogelijke claim te doen op de financiële middelen is bij het beheer het niveau ‘sober en doelmatig’ het uitgangspunt. Voor de prachtige en kleurrijke vaste planten op rotondes en in plantbakken in het centrum van Drachten is een uitzondering gemaakt, omdat we vinden dat dit de visitekaartjes van onze gemeente zijn. Het onderhoud, beheer en vervanging worden binnen dit beleidskader en bijbehorende budgetten ook in 2022 uitgevoerd.
82
Beheer-/beleidsplan
Vastgesteld Actualisatie door de raad
kapitaalgoed
Kadernotitie "Beheer Kapitaalgoederen" Wegen Riolering Water Groen Gebouwen Civiele Kunstwerken Openbare Verlichting Speelvoorzieningen
2018
2023
verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan
Riolering Water
2021
2026
Beleidsplan Openbare Verlichting
Openbare Verlichting
2020
2025
Financiële vertaling in begroting
Achterstallig onderhoud
ja ja ja ja ja niet volledig* ja ja
nee nee nee nee nee nee nee nee
* De kosten voor grootonderhoud en vervanging van de kades van Industriehaven zijn niet opgenomen in de huidige begroting.
Niet indexeren Onderdeel van de doorgevoerde herschikkingen 2019 is dat onder andere alle gemeentelijke budgetten van goederen en diensten in de jaren 2020 tot en met 2023 niet geïndexeerd zullen worden. Het risico van deze maatregel is verminderde kwaliteit en kwantiteit van bestaand beleid. Daarmee wordt in principe niet meer voldaan aan de kadernotitie ‘Beheer Kapitaalgoederen’ - het leidt ertoe dat er achterstallig onderhoud ontstaat. Bij de actualisatie van de kadernotitie ‘Beheer Kapitaalgoederen’ zullen we de budgetten updaten, waarbij de inflatiecorrectie gerepareerd moet worden. Dit onderwerp hebben we ook opgenomen als risico. Aanpassingen 2022 Voor een aantal onvermijdelijke onderwerpen is extra geld opgenomen in de Kadernota en in deze begroting. Aanpassen bruggen (structureel € 27.500) Bij een inspectie is gebleken dat niet alle bruggen voldoen aan de huidige verhoogde NENnormen voor draagkracht. In 2021 worden al een aantal versterkingswerkzaamheden uitgevoerd; we stellen ook een aantal beperkingen in voor gewicht op de bruggen. Voor twee grotere bruggen is een investering van ca. € 785.000 nodig om ze op de vereiste norm te krijgen. Deze noodzakelijke investering leidt tot structurele kapitaalslasten van € 27.500 per jaar.
Daarnaast willen we, gelijktijdig met het actualiseren van de kadernotitie ‘Beheer Kapitaalgoederen’, in kaart brengen of dergelijke situaties zich nog meer kunnen voordoen. Om te bepalen of een duurzame financiële voorziening nodig is. De werkzaamheden worden uitgevoerd in 2022 en leiden tot een kapitaallast in 2023. Vervanging wegen, structureel € 15.000 Het blijkt dat een deel van de huidige wegen in werkelijkheid ouder is dan het beheersysteem aangeeft. Dit komt doordat de leeftijd van de wegen is aangepast aan de laatste keer dat er onderhoud aan is gepleegd. Hierdoor is deels het beeld ontstaan dat er tot 2024 nog geen vervanging van wegen noodzakelijk zou zijn. We zien nu dat dit wel nodig is en zelfs bij enkele wegen direct gedaan moet worden, ter voorkoming van kapitaalvernietiging en onveilige situaties. Deze ontwikkeling zal bij de actualisatie van de kadernotitie "Beheer Kapitaalgoederen" worden meegenomen. De werkzaamheden worden uitgevoerd in 2022 en leiden tot een kapitaallast in 2023.
83
Risico's Bezuinigingen In afgelopen jaren zijn er bezuinigingen geweest voor het onderhoud en beheer van de openbare ruimte. Dat zien we ook steeds meer aan de grote stijging van het aantal meldingen en klachten van onze inwoners over de openbare ruimte. We kunnen nog steeds voldoen aan het door de raad vastgestelde beleid van ‘sober en doelmatig’, de ondergrens voor onderhoud waarbij geen kapitaalvernietiging optreedt. Maar dit staat onder druk en bij verdere bezuinigen zal dit waarschijnlijk niet meer het geval zijn. Met andere woorden: dan hebben we wél te maken met kapitaalvernietiging. Niet indexeren van de uitvoeringsbudgetten Normaal passen we de budgetten in de begroting jaarlijks aan de inflatie aan. Bij de herschikkingen 2020-2023 is besloten om de indexering voor een periode van 4 jaar niet toe te passen. De uitvoeringsbudgetten voor onderhoud en vervanging kapitaalgoederen worden door dit besluit niet jaarlijks geïndexeerd. Kapitaalgoederen wil hier zeggen: openbaar groen, wegen, civiele kunstwerken, water en gebouwen. Alle werkzaamheden vanuit deze uitvoeringsbudgetten worden uitgevoerd door aannemers. Hun uitvoeringskosten stijgen echter wel en door de coronapandemie nog eens extra. Gevolg van dit alles is dat er per jaar steeds minder kan worden uitgevoerd voor hetzelfde budget.
Hierdoor kunnen we alle beheer en vervanging niet meer conform de gestelde planningen laten uitvoeren. Daarmee wordt in principe niet meer voldaan aan de Kadernotitie. Het leidt er op den duur toe dat er achterstallig onderhoud ontstaat. Bij de actualisatie van kadernotitie ‘Beheer Kapitaalgoederen’ zullen we de budgetten updaten, waarbij de inflatiecorrectie gerepareerd moet worden. Prijsstijgingen materialen De laatste maanden zijn de materiaalkosten flink toegenomen, tot soms wel 15% tot 20%. Wat exact de redenen zijn van deze opvallende verhoging is niet 1-2-3 aan te geven. Het zal een combinatie zijn van de coronacrisis, toenemende vraag in de wereldeconomie, schaarste van grondstoffen en marktwerking tussen het Oosten en Westen. Ook deze prijsstijging heeft tot gevolg dat we steeds minder kunnen laten uitvoeren voor hetzelfde budget. De extra kosten worden voor 2021 zijn opgenomen in de Concernrapportage II, ook wel Corap. De verwachting is dat ook in 2022 het prijsniveau van allerlei materialen hoog zal blijven. In de eerste Corap 2022 komen we daarop terug. Voor 2023 gaat een nieuwe notitie ‘Beheer Kapitaalgoederen’ gelden. Daarin worden de benodigde uitvoeringsbudgetten inclusief de materiaalkosten geüpdatet.
DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie Het ‘Deltaplan Ruimtelijke adaptatie’, dat onderdeel uitmaakt van het Deltaplan, is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en beperkt de gevolgen bij overstromingen, allemaal door maatregelen in de ruimtelijke inrichting. Het doel is om in 2050 Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht. Dit betekent dat we bij het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte nu al rekening moeten houden met de gestelde eisen uit het Deltaplan. Kades industriehaven Drachten De kades zijn toe aan groot onderhoud of vervanging. Alle onderzoeken en inspecties zijn uitgevoerd en worden nu verwerkt tot een technisch plan van aanpak met de financiële gevolgen. Volgende stap is aan het college voorleggen welke van de verschillende kades vervangen en versterkt worden en op welke manier. Daarbij zullen we ook de meerkosten noemen die nodig zijn om te voldoen aan de hogere vaarklasse Va. We zullen bovendien bezien of bedrijfskades die nu in eigendom en beheer van de gemeente zijn, kunnen worden overgedragen aan een andere partij. 84
Afhankelijk van de keuze zullen de kosten voor groot onderhoud/vervanging van de kades aanzienlijk zijn. Deze kosten zijn nog niet opgenomen in deze begroting. De industriehaven wordt in 2021-2022 grootschalig gebaggerd. Water en Kunstwerken Alle civiele kunstwerken (oeverbescherming, steigers, bruggen) en het waterareaal worden momenteel verder gedigitaliseerd in beheerprogramma Obsurv. Daardoor krijgen we steeds beter de risico's in beeld die bij dit onderdeel spelen: - toetsing areaal en eigendom, onderhoudsplicht en beheerafspraken; - het te baggeren waterareaal en de meerkosten van baggerspecie als gevolg van vervuiling met zware metalen, olie en Pfas; - onderhoudsplicht van de oeverbescherming langs vaarwegen. Er loopt een gezamenlijk onderzoek van alle gemeenten, provincie Fryslân en het Wetterskip: wie is waarvan eigenaar en dus waar precies verantwoordelijk voor? De mutaties zullen we meenemen bij actualisatie van de kadernotitie ‘Beheer Kapitaalgoederen’. Aandachtspunten Integrale projectaanpak Het integraal onderhouden van de openbare ruimte staat voorop. Dat wil zeggen, dat bij het noodzakelijk onderhoud van de ene discipline ook wordt gekeken naar de onderhoudstoestand van de andere disciplines. Om zo ook gecombineerd onderhoud uit te kunnen voeren. Hierdoor kan het voorkomen dat onderhoud wordt uitgesteld, of juist naar voren wordt gehaald.
Dit beperkt de overlast voor de burgers en zal op termijn tot lagere lasten leiden. Drogere zomers Met uitzondering van zomer van 2021 zijn de laatste paar zomers erg droog. De verwachting is dat deze trend doorzet. Met name bomen kunnen daar last van krijgen, omdat het grondwater lager staat dan voorheen. In welke mate zich dat gaat voordoen is op dit moment nog steeds onzeker, met name voor de langere termijn. Het lijkt er wel op dat de natuur zich tot nu toe telkens weet te herstellen. Om te voorkomen dat nieuw aangeplante beplanting direct verdroogt, geven we meer water. De kosten voor het water geven nemen daardoor jaarlijks wel wat toe. Eikenprocessierups De overlast en daarmee de bestrijding van de Eikenprocessierups neemt nog steeds toe. Er bestaat een risico dat daar mogelijk meer geld voor moet worden vrijgemaakt.
85
3.5 Paragraaf Financiering De wettelijke bepalingen betreffende de financieringsfunctie zijn opgenomen in de wet FIDO (wet Financiering Decentrale Overheden) en de daaraan gelieerde uitvoeringsregelingen. In onze financiële verordening staan de kaders beschreven waarbinnen het college geldstromen, vermogenswaarden, posities en risico's kan en moet beheren. De commissie BBV heeft een afzonderlijke rentenotitie opgesteld waarin de uitgangspunten voor de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting opgenomen zijn. Renteontwikkeling Op grond van een herrekening voor de begroting hanteren we net als in 2021 een interne rentevoet van 1%. Niet afgerond komt het rentepercentage uit op 0,68%. Het saldo van de te betalen rente en de toegerekende rente wordt verantwoord op het taakveld treasury. In onderstaand overzicht is het renteresultaat toegelicht: a. Externe rente over korte en lange financiering b. De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente c. Doorberekende rente grondexploitaties Rente 'projectfinanciering' (o.a. doorgeleende gelden aan woningbouwverenigingen) Saldo door te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen (reserves) d2. Rente over voorzieningen Totaal toe te rekenen rente aan taakvelden + overhead e. Werkelijk toegerekende rente aan taakvelden + overhead
1.114 0 1.114 30 -40
-10 1.104 0 0 1.104
1.864
f. Renteresultaat op taakveld treasury (voordelig)
760
Renterisico In de Wet Financiering Decentrale Overheden staat vermeld dat gemeenten zich moeten houden aan de renterisiconorm. Het doel van de renterisiconorm is om ervoor te zorgen dat het renterisico bij herfinanciering beheerst wordt. De jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Dit laatste is voor de gemeente Smallingerland € 200 miljoen in 2022. De renterisiconorm voor 2022 is daardoor € 40 miljoen. We blijven met een reguliere aflossingsverplichting van € 7,5 miljoen ruim onder deze norm. In de komende jaren zal externe financiering aangetrokken moeten worden voor herfinanciering en voor de realisatie van voorgenomen investeringen. De aflossing van leningen, doorgeleend aan de Woningbouwverenigingen, bedraagt voor 2022 € 1,2 miljoen. De restant boekwaarde van deze doorgeleende middelen bedraagt € 1,2 miljoen per 31 december 2021. De woningbouwverenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor de herfinanciering. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan tot welk bedrag een gemeente mag financieren met kort geld. Deze limiet bedraagt voor ons 8,5% van het begrotingstotaal. Dit komt voor 2022 neer op € 17,0 miljoen. Tot dit bedrag kunnen we 'rood' staan bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Komen we hierboven, dan kunnen we maximaal 3 aaneengesloten kwartalen het meerdere 86
financieren door kasgeldleningen (looptijd< 1 jaar). Na deze periode moet de korte financiering worden omgezet in een financiering met een looptijd van meer dan een jaar. Financieringsbehoefte en schuldpositie Met de huidige stand van de liquide middelen en de geplande investeringen voor de komende beleidsperiode en herfinanciering (aflossing) moeten we op enig moment extra financiering aantrekken. Op basis van een meerjaren liquiditeitsprognose in combinatie met actuele uitvoeringsplanningen, zoeken we een passende financieringsvorm en een passend financieringsmoment. De financieringslasten van eventuele leningen zijn gedekt binnen de voorliggende meerjarenbegroting. Wet Houdbaarheid Overheid Financiën (wet Hof) Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Hiervoor is de Wet Houdbare Overheid Financiën (wet HOF) ingevoerd. Deze wet is bedoeld voor de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstotaal op rijksniveau en maakt de decentrale overheden hier medeverantwoordelijk voor. De EMU-systematiek gaat uit van het kasstelsel en werkt dus op een andere manier dan het baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren.
Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo, maar de kapitaallasten niet. Ondanks een sluitende begroting hebben wij daardoor toch een negatief EMU-saldo. Het EMU-saldo voor 2022 komt uit op negatief € 24.496 miljoen. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven € 17.227 miljoen groter zijn dan de inkomsten. Dit wordt veroorzaakt door de geplande investeringen. Ook in 2023 en 2024 verwachten we een tekort als gevolg van de investeringen in onder meer het zwembad, sporthal de Drait, rioleringsprojecten en onderwijs. Het Rijk en decentrale overheden hebben in mei 2018 een macro EMU-norm van -0,4 procent van het bbp per jaar afgesproken voor de periode van 2019 tot en met 2022. Het aandeel van de gemeenten hierin is -0,27 procent Om de afzonderlijke provincies en gemeenten tijdig een beeld te geven wat dit voor hen betekent heeft het Ministerie van BZK in lijn met de Wet Hof, individuele EMUreferentiewaarden gepubliceerd. De referentiewaarde voor de gemeente Smallingerland bedraagt -€ 7.269.000. In 2021, 2022 en 2023 overschrijden wij deze norm. Een individuele EMU-referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft.
Het aandeel in het EMU-tekort betreft een inspanningsverplichting, er staat momenteel geen sanctie op een eventuele overschrijding van het toegestane EMU-tekort. Ontwikkeling EMU-saldo bedragen x €1.000
2022 3.754 7.284 -300 -34.173 -1.061 -24.496 -7.269 -17.227
Begrotingsresultaat voor mutaties reserves Afschrijvingen Mutatie voorzieningen Investeringen Mutatie voorraden grondexploitatie EMU-saldo EMU-referentiewaarde Overschrijding / onderschrijding
2023 2.163 8.190 0 -39.148 -241 -29.036 -7.269 -21.767
2024 -266 10.154 0 -27.476 5 -17.583 -7.269 -10.314
2025 157 12.845 0 -9.752 -865 2.385 -7.269 9.654
Schatkistbankieren Het kabinet verplicht de gemeenten hun kasoverschotten, boven een drempelbedrag, onder te brengen bij de rijksoverheid. Door consolidatie van de onderlinge schuldverhoudingen tussen de rijks- en decentrale overheden zou de EMU-schuld van de collectieve sector dalen. Gemeenten mogen hun overtollige financiën tot een bepaald bedrag buiten de 87
schatkist van het Rijk aanhouden. In 2021 heeft het rijk de drempelbedragen aangepast om de administratieve lasten voor de decentrale overheden bij het schatkistbankieren te beperken. Voor gemeenten met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag verhoogd van 0,75% naar 2,0% van het begrotingstotaal, waarbij het nieuwe drempelbedrag minimaal € 1.000.000 bedraagt. Voor onze gemeente is de drempel € 4 miljoen. Evenals in het verleden zal de gemeente hooguit bij uitzondering tijdelijk beschikken over een positief kassaldo. Deze regeling heeft dus geen gevolgen voor onze gemeente.
88
3.6 Paragraaf Bedrijfsvoering Deze paragraaf geeft inzicht in de bedrijfsvoering van de gemeente Smallingerland. Algemene toelichting Het college vindt het belangrijk dat de ambtelijke organisatie in staat is op een goede manier invulling te geven aan de veranderende rol van de overheid. Daarom hebben we een organisatieontwikkelingstraject gestart. In de Kadernota 2022-2025 hebben we de stand van zaken bij dit traject geschetst. Wat willen we bereiken? Wij werken toe naar een gemeente waar mensen voorop staan. We werken omgevingsgericht en werken resultaatgericht samen. Dat doen we vanuit vertrouwen. Wij tonen eigenaarschap en werken in vaste én tijdelijke teams integraal samen aan maatschappelijke opgaven. Daarbij hebben we continu aandacht voor teamsucces. We werken vanuit de bedoeling. Zo willen we onze grondhouding verschuiven van 'nee, tenzij', naar 'ja, mits'. Wat gaan we daar voor doen? Hierna wordt per thema aangegeven welke stappen we zetten in 2022. Verbetering bedrijfsvoering Onze bedrijfsvoering is nog niet op alle onderdelen op het gewenste niveau. In 2022 werken we verder aan verbetering, zodat we onze organisatie 'in control' houden en zodat we rechtmatig, doelmatig en doeltreffend werken. We noemen specifiek de volgende punten: -
-
-
-
-
Modernisering P&C-cyclus ofwel The P&C Experience: we willen een herinrichting van rollen, communicatie, systemen en budgetten in de P&C-cyclus. Daardoor krijgen we vanuit bestuur en gemeenteraad een betere sturing op doelen en middelen, en bereiken we eigenaarschap bij portefeuillehouders en lijnmanagement. Dit is de eerste begroting nieuwe stijl. In 2022 zullen we The P&C Experience voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen, ook nog erna, verder moeten oppakken en uitwerken. Project Basis op orde: “We moeten de basis, in de breedste zin van het woord, nog verder op orde brengen”. Met 'de basis' bedoelen we de gegevenshuishouding. En met 'op orde’: dat deze gegevenshuishouding actueel, betrouwbaar en van hoge kwaliteit moet zijn en blijven. Dan kunnen we intern en extern goede verantwoording af leggen. Hiertoe hebben we een aantal initiatieven gestart. Zo nemen we bijvoorbeeld de financiële gegevenshuishouding onder handen, maar het is de bedoeling dat we in 2022 aan méér werkprocessen gaan werken. Concerncontrol: voor een goede bedrijfsvoering is een concernbrede controlfunctie van belang. In 2021 hebben we hiermee een start gemaakt, en daar gaan we in 2022 mee verder. Ook maken we dan keuzes over de zogenoemde 213a-onderzoeken over de doelmatigheid en doeltreffendheid. Voor 2022 hebben we nog geen onderzoeken gepland.
Bij onder andere de hiervoor genoemde projecten – Modernisering P&C-cyclus en Basis op orde – zijn de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid wel belangrijk. Zie ook het programma Dienstverlening. Rechtmatigheidsverantwoording: gemeenten en provincies moeten in de nabije toekomst zelf in de jaarrekening verantwoording afleggen over de rechtmatigheid van het gevoerde bestuur. De accountant beperkt zich dan tot een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening. Naar verwachting geldt deze verplichting voor het eerst voor het verslagjaar 2022. Inkoopbeleid en inkooporganisatie: er is extern onderzoek gedaan naar onze gemeentelijke inkooporganisatie. We zijn in 2021 gestart met de implementatie van de aanbevelingen, in 2022 vervolgen we dit. Uit de jaarrekeningcontrole 2020 blijkt dat we ons op het vlak van rechtmatigheid van aanbestedingen fors verbeteren 89
-
-
kunnen en moeten. Hiermee zijn we aan de slag en in 2022 zetten we hierin de vervolgstappen. Functioneel beheer: in 2022 wordt functioneel beheer verder geprofessionaliseerd. De invulling van de rol is op dit moment divers, en soms is het ook ontoereikend om de processen te kunnen continueren. Dit willen we verbeteren voor in ieder geval de belangrijke informatiesystemen. Dat doen we door kennisuitwisseling en focus op minimale vereisten voor goed functioneel beheer, het inrichten, vertalen en continueren van processen en met de inzet van informatiesystemen en digitale toepassingen. ICT: continuïteit en vernieuwing ICT. Eind 2021 hebben we de nieuwe ICT-omgeving en de nieuwe telefooncentrale in gebruik genomen. Dat levert een betrouwbare en stabiele werkomgeving op, die we continu onderhouden en verbeteren. Dat doen we volgens vaste processen, die we nog gaan inrichten. Daarnaast zetten we in op innovatie en vernieuwing, waarbij we onder andere de Cloud-strategie verder ontwikkelen. Zie ook het programma dienstverlening.
Organisatieontwikkeling Onze omgeving ontwikkelt zich, en dit heeft effect op onze taken en rollen. De huidige informatiesamenleving, maar ook de steeds sterk wisselende opgaven, vragen om flexibiliteit. We zullen flexibel zijn bij het bewust kiezen en schakelen tussen rollen, maar ook in het beantwoorden van de vragen van nu en van de toekomst. Wij kiezen daarbij voor een Smallingerland waar de mens voorop staat. Deze keuze is leidend in hoe wij onze omgeving benaderen én hoe wij onze eigen processen inrichten. Het één staat niet los van het ander. Omgevingsgericht werken Wij willen ‘omgevingsgericht werken’ bij de ontwikkeling van beleid, projecten en activiteiten. Om de klant centraal te stellen, helpt het dat we omgevingsgericht werken. Dat is een competentie die we verder willen ontwikkelen. Factor C is een methodiek om hiermee samen (integraal) aan de slag te gaan, in het bijzonder gericht op projecten en beleid. In 2022 krijgt Factor C een nieuwe boost. Communicatieve organisatie We werken ook aan een communicatieve organisatie. Betrouwbaar, persoonlijk en open communiceren staat hierin centraal. We ontwikkelen een communicatietoolbox om medewerkers hierin te ondersteunen. Ook in 2022 helpen en trainen we medewerkers om hun beleidsstukken helder en transparant te schrijven (Helder Adviseren en Helder Schrijven).
Begrijpelijke en toegankelijke communicatie De gemeente informeert de inwoners en communiceert met ze via diverse kanalen, zoals verschillende websites, sociale media, nieuwsbrieven en persberichten. We ontwikkelen een kanaal- en contentstrategie. Dan kunnen we meer richting geven aan de inzet van onze kanalen, in relatie tot onze communicatieactiviteiten. Ons doel: de informatie voor de inwoners toegankelijker te maken. En: sneller zicht krijgen op wat onze inwoner bezighoudt. Naast de aandacht voor toegankelijkheid willen we informatie ook begrijpelijk maken. Een beeld is een eenvoudige manier om informatie over te brengen. Voor bepaalde doelgroepen is dat veel geschikter dan tekst, zoals voor laaggeletterden. We willen meer gebruik maken van video, infographics en andere vormen van visuele communicatie. Daar hebben we kennis en capaciteit voor nodig. Programmatisch en projectmatig werken Het programmatisch en projectmatig werken gaan we verder professionaliseren. Dan wordt werken vanuit een heldere en transparante methodiek mogelijk. Daar waar veelal wordt gedacht aan het 'waarom' en het 'wat' binnen de organisatie, willen we handvatten aanreiken voor projectmatig werken. Dan wordt ook het 'hoe' in de organisatie nog duidelijker.
Door de professionalisering integreren we ook het gedachtegoed over omgevingsgericht-, resultaatgericht- en opgavegericht werken binnen de projectmatige processen en methodieken. Het komende jaar zullen we initiatieven nemen voor de verbetering van de communicatie tussen de bestuurlijk opdrachtgever, de ambtelijk opdrachtgever en de 90
opdrachtnemer. Ook laten we de zogenoemde programmeertafel een prominente plaats innemen. Dan kunnen we goede keuzes maken, en menskracht en geld efficiënt en effectief inzetten. De ‘Leidraad projectmatig werken 2.0’ werken we verder uit, zodat de gehele organisatie bekend is met het werken volgens deze principes. Aantrekkelijk werkgeverschap Door de huidige veranderingen wordt de arbeidsmarkt krapper, en dat dwingt ons om de gemeente nog sterker te profileren als aantrekkelijk werkgever. Medewerkers zijn persoonlijke groei en ontwikkeling steeds belangrijker gaan vinden bij het zoeken naar een baan. We bieden als organisatie daarom veel mogelijkheden: opleidingen, trainingen, en doorgroeimogelijkheden binnen onze organisatie. Zo voeren we onder meer met iedere medewerker een talentgesprek. We creëren een omgeving waarin iedereen met plezier zijn talent in kan zetten en gebruik kan maken van persoonlijke vaardigheden, competenties en vakmanschap. Met een andere manier van personeel werven, ruimte geven voor mobiliteit en werken aan loopbaanontwikkeling zetten we nu al stappen. Inclusieve samenleving De centrale overheid stimuleert de versterking van de participatie van de burger in de samenleving, o.a. in de participatiewet. De rol van de gemeentelijke overheid is om deze arbeidsparticipatie bij bedrijven en instellingen te bevorderen.
De gemeente heeft een verantwoordelijkheid om dit ook binnen de eigen organisatie te doen. We willen toegroeien naar een inclusieve organisatie. Het wordt steeds complexer financiële middelen vrij te spelen om dergelijke formatieplaatsen verder uit te breiden. Daarom willen we onze teammanagers zoveel mogelijk ondersteunen en helpen bij de begeleiding, wanneer zij binnen hun eigen formatie medewerkers aannemen met een arbeidsbeperking. Hybride werken Na de ervaringen in de coronapandemie, waar thuiswerken het uitgangspunt werd, hebben we positieve ervaringen opgedaan met ‘hybride werken’. Hybride werken mag geen afbreuk doen aan de dienstverlening, en aan samenwerking met collega’s en derden. Het uitgangspunt hierbij blijft dan ook dat de dienstverlening centraal staat en dat de bedrijfsvoering niet wordt belemmerd. Hybride werken is een samenhangend pakket aan maatregelen, en ze raken verschillende onderdelen van de bedrijfsvoering. Thuiswerken is geagendeerd voor de onderhandelingen over de CAO-2021. Daarbij is de verwachting dat er duidelijkheid komt over de thuiswerkvergoeding. Organisatie-breed wordt er verder aandacht besteed aan: -
Werkafspraken over bereikbaarheid en aanwezigheid; Veilige en gezonde werkplek; Huisvesting; ICT-apparatuur.
Huisvesting Eerder hebben we plannen ontwikkeld voor het aanpassen van de gemeentelijke huisvesting zodat ‘activiteit gericht werken’ gefaciliteerd wordt en de dienstverlening aan onze inwoners kan worden verbeterd. De aanleiding was tweeledig. Enerzijds het vernieuwen van het kantoorconcept en anderzijds de klimaatinstallatie vervangen, om een optimaal binnenklimaat te krijgen. Daarnaast is huisvesting nodig voor Carins. De urgentie wordt ook groter omdat we het hybride werken willen faciliteren. De huur van het pand waarin Carins nu is gehuisvest, is per 1 augustus 2022 opgezegd. Om het financieel haalbaar te krijgen, heeft het college in 2020 een voorstel gedaan om een en ander te combineren: aanpassen installaties, bouwkundige aanpassingen en huisvesting Carins in het gemeentehuis. Bij het vaststellen van de begroting 2020 heeft de raad besloten het budget voor de bouwkundige aanpassingen in het gemeentehuis niet beschikbaar te stellen. We informeren de raad eind 2021 over de consequenties en dilemma's waar het college voor staat. In het eerste kwartaal van 2022 doen we aan de raad een voorstel over de huisvesting van de gemeentelijke organisatie en Carins.
91
3.7 Paragraaf Grondbeleid Inleiding Volgens artikel 16 BBV bevat de paragraaf Grondbeleid tenminste: 1. Een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de begroting; 2. Een aanduiding van de manier waarop de gemeente het grondbeleid voert; 3. Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitaties; 4. Een onderbouwing van de geraamde winstneming; 5. De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van grondzaken. Wat willen we bereiken? De paragraaf grondbeleid gaat over onderwerpen die met meerdere programma's in de begroting samenhangen, dan wel programma-overstijgend zijn. De paragraaf heeft in de begroting een kaderstellend karakter als het gaat om het te voeren grondbeleid en de grondexploitaties. In de jaarstukken bevat de paragraaf een verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen. Wat gaan we daar voor doen? We werken op dit moment aan een (nieuwe) visie op het grondbeleid. Algemene lijn is dat de gemeente een actiever grondbeleid gaat voeren. Dit is nodig om de gemeentelijke ambities waar te kunnen maken. Denk aan: woonbeleid, economisch beleid, onderwijs, cultuur enzovoorts. De besluitvorming hierover is voorzien in het najaar van 2021.
De hoofdlijn van het (concept) grondbeleid verwoorden we in de paragraaf Grondbeleid. Wat gaat het opleveren? Een nieuw grondbeleid en een actievere opstelling is nodig om de volgende redenen: A. Actievere opstelling is nodig. a. Om het tekort aan woningen en woningbouwlocaties na 2025 op te lossen b. Om het tekort aan beschikbaarheid van (grotere) bedrijfskavels tegen te gaan B. Grotere gebiedsontwikkelingen mogelijk maken, bijvoorbeeld uitbreiding bedrijventerreinen en Lelylijn. Deze ontwikkelingen vragen om de inzet van grondbeleidsinstrumenten. C. Bepalen van (nu nog ontbrekende) beleidskaders om te voorkomen dat er situationeel gehandeld wordt, op projectniveau. Wat mag het kosten? De gemeenteraad stelt de grondexploitaties vast. Uitgangspunt daarbij is dat de investeringen zoveel mogelijk worden gedekt uit de opbrengsten uit grondverkopen. Binnen de grondexploitaties streven we naar optimalisatie van het projectresultaat. In de meeste gevallen is er sprake van een financieel positief projectresultaat, met andere woorden: winst. Specifieke risico’s per programma Binnen het grondbeleid maakt het BBV onderscheidt in: - Materiële vaste activa (Mva-gronden, strategische grondvoorraad); - Voorraad grond; - Onderhanden werk (bouwgrond in exploitatie). Binnen de begroting van Smallingerland werken we (tot nu toe) alleen met de ‘Materiële vaste activa’ en het ‘Onderhanden werk’.
De risico's van deze beide zijn standaard onderdeel van de paragraaf grondbeleid.
92
Mva-gronden De voorraad grond, waar wij geen plannen voor hebben, merken we aan als ‘strategische voorraad’. Overeenkomstig de BBV-voorschriften worden deze gronden gewaardeerd op maximaal de marktwaarde. Dit is de agrarische waarde. Er vindt geen bijschrijving plaats van rente en kosten. Er is daardoor geen sprake van oplopende boekwaarden en dus ook niet van risico. Onderhanden werk De maximale boekwaarde van de gronden in exploitatie binnen de planperiode wordt ook als risico beschouwd, waarbij gronden met een negatieve boekwaarde (dat wil zeggen: meer gerealiseerde opbrengsten dan kosten) buiten beschouwing worden gelaten. Voor het project ‘De Peinder Mieden’ geldt dat we de boekwaarde niet als risico hebben meegenomen, omdat de grondverkopen gegarandeerd zijn. Omdat er voor De Peinder Mieden al getekende koopovereenkomsten klaarlagen bij de start van de exploitatie. De gunstige grondverkopen zorgen voor een verlaging van de boekwaarden en zorgen per saldo voor een afname van het totale risico. In de jaarschijf 2022 bereikt het saldo van de boekwaarden, met in achtneming van een correctie zoals hiervoor beschreven, een maximum van € 0,3 miljoen. De door het BBV verplichte winstneming kan zorgen voor een gewijzigd verloop van de boekwaarden. Jaarlijks berekenen we hoe groot de winstafdracht per exploitatie moet zijn. Hierdoor worden de boekwaarden tussentijds weer verhoogd.
Per saldo zal de boekwaarde echter afnemen en is het risico nihil. Beleidsstukken per programma Uitgangspuntennotitie Grondbeleid gemeente Smallingerland 2021 (concept) Nota Grond- en vastgoedbeleid (op route naar de raad) Ontwikkelingsstrategie (vrijkomende gebouwen, braakliggende gronden en particuliere locaties). Ontwikkeling na Beleidsplan 2021-2024 De gevolgen die dit heeft voor de ontwikkeling van de boekwaarden, het verwacht resultaat en het risico staan in onderstaande tabel. BP 2021
JV 2020
Boekwaarde voorraad gronden Begin planperiode Eind planperiode Agrarische waarde (225 ha.) Maximaal verschil boekwaarde en agrarische waarde (is risico)
BP 2022
6,7 6,7 8,8 0,0
7,4 7,4 9,4 0,0
7,4 7,4 10,1 0
Boekwaarde grond in exploitatie Begin planperiode Eind planperiode Maximale boekwaarde
-2,9 0,3 0,3
-3,3 0,7 0,7
-4,0 -1,8
Verwacht resultaat
4,5
4,6
4,9
0
0
0
Maximaal risico
Ontwikkeling van de boekwaarden De grondverkopen verlopen voorspoedig. Dat geldt zowel voor de bouwgrond voor woningbouw alsook voor de bouwkavels voor bedrijventerreinen. Hierdoor daalt de boekwaarde van lopende grondexploitaties sneller dan we eerder verwachtten.
93
Ontwikkeling van het verwachte resultaat In onderstaande tabel is te zien hoe de winstverwachting is opgebouwd in de opeenvolgende rapportages: Complex Industrieterrein de Haven Middelgeast Bedrijvenpark NHW/Nijtap Drachtstervaart West Vrijburgh Maartenswouden De Peinder Mieden Diversen complexen wonen Totaal
BP 2021
JV 2020
BP 2022
1,7 1,8 0 0 0,4 1 0 0
1,3 1,8 0 0 0,2 1 0,3 0
1,8 1,1 0,6 0 0,3 1 0 0,1
4,9
4,6
4,9
De winstverwachting daalt door de hierboven genoemde winstnemingen. Doordat de uitvoering van de verschillende plannen doorloopt tot na 2025, wordt niet het gehele resultaat in deze planperiode gerealiseerd. Mogelijk zal ook een deel van de verwachte winst al in 2021 worden gerealiseerd. Als gevolg van toegenomen belangstelling hebben we de verkoopverwachtingen van de bedrijventerreinen ‘De Haven’ en ‘Nijtap’ bijgesteld. Dit leidt tot een verbetering van de resultaatverwachtingen. Het resultaat van ‘Maartenswouden’ is onzeker omdat deze gebaseerd is op de huidige bestemmingsmogelijkheden. Een bijstelling van het resultaat ligt in de lijn van de verwachting. De komende tijd wordt dit duidelijk. Het verloop van het totaalresultaat van de lopende grondexploitaties wordt beïnvloed door: - Mutaties binnen bestaande grondexploitatie; - Winst- en verliesnemingen; - Afsluiten van grondexploitaties; - Toevoegen van nieuwe grondexploitaties. Na verwerking van alle mutaties is de resultaatverwachting op dit moment € 4,9 miljoen. In de begroting 2022 zijn de winstnemingen van de jaarrekening verwerkt.
94
3.8 Paragraaf Verbonden partijen Inleiding In deze paragraaf geven we informatie over de partijen waar de gemeente bestuurlijke en financiële banden mee onderhoudt. Instellingen waarmee alleen een subsidierelatie is aangegaan vallen buiten de definitie van ‘verbonden partij’. Die bespreken we hier dus niet. Een ‘verbonden partij’ is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Van een ‘bestuurlijk belang’ is sprake wanneer de gemeente zeggenschap heeft door een vertegenwoordiging in het bestuur of door stemrecht. Het ‘financiële belang’ gaat over het bedrag dat de gemeente aan de verbonden partij ter beschikking heeft gesteld en dat zij kwijt is in geval van een faillissement van de verbonden partij, respectievelijk het bedrag waarvoor de gemeente aansprakelijk kan worden gesteld als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. De reden dat de gemeente uitvoerende taken of beleidstaken ondergebracht heeft bij een verbonden partij is om de kwetsbaarheid te verkleinen, de kwaliteit te verhogen en om kosten te besparen. In een aantal gevallen is deelname aan een verbonden partij wettelijk verplicht. Bij de programma's staat per verbonden partij benoemd hoe deze organisatie een bijdrage levert aan het behalen van de beleidsdoelen.
Visie en beleidsvoornemens Onze gemeente heeft geen Kadernota over verbonden partijen. Wij voeren een terughoudend beleid op dit gebied. Bij eventuele nieuwe verbonden partijen worden afhankelijk van de situatie per keer de voor- en nadelen in kaart gebracht. Die leggen we dan aan de raad voor. Lijst verbonden partijen Hieronder staan alle verbonden partijen, gegroepeerd naar rechtsvorm. Afhankelijk van de bepalingen in de (oprichtings)documenten, kan de raad een zienswijze geven over de begroting en/of jaarrekening van die verbonden partij. Gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Fryslân Exploitatie maatschappij Bedrijvenpark Drachten Recreatieschap voor het Friese Waterland Marrekrite Sociale werkvoorziening Fryslân Openbaar lichaam afvalverwijdering Friesland (OLAF) Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) Welstands- en monumentenzorg Hûs en Hiem