CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Archeologisch bureau-onderzoek Legauke Opeinde

Het Debat 6 april 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Zonnepark Opeinde - Ontwerpverklaring van geen bedenkingen9.653 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zonnepark Opeinde – Overzicht Archeologie Dit document bevat een overzicht van de verschillende rapporten en memo’s rondom het onderwerp Archeologie bij het project Zonnepark Opeinde. Voor de leesbaarheid is er een inhoudsopgave bijgevoegd.

Document Samenvatting Archeologie Laagland Bureauonderzoek Archeologie (maart 2020) Reactie HFDP 12.04.20 Reactie Kronos 06.05.20 Reactie HFDP 12.05.20 Email Laagland 02.06.20 Memo Laagland 16.06.20 Advies Monumentenzorg Fryslân 04.09.20 Reactie HFDP 04.10.20

Pagina 2 3 – 43 44 – 45 46 47 – 50 51 – 52 53 – 54 55 – 56 57

Zonnepark Opeinde: Samenvatting Archeologie 1. 01.02.20: Bureauonderzoek Laagland 2. 02.03.20: Beoordeling Bureauonderzoek door Gemeente Smallingerland en Monumentenzorg Fryslân 3. 23.03.20: Aangepast Bureauonderzoek Laagland obv opmerking gemeente/provincie 4. 12.04.20: Reactie Histoaryske Feriening De Pein (HFDP) 5. 06.05.20: Reactie Kronos: Verzoek tot wetenschappelijk onderbouwde informatie 6. 12.05.20: Reactie HFDP, wetenschappelijk onderbouwd. Document is inclusief 12.04.20 reactie HFDP 7. 27.05.20: Reacties HFDP doorgestuurd aan Laagland 8. 16.06.20: Memo Laagland a. Laagland heeft hierover telefonisch contact gehad met HFDP b. Email en memo bijgevoegd 9. 08.07.20 (Werkatelier 5): Kronos en de leden van het Werkatelier spreken af dat verdere discussie over dit punt tot niets leidt, en de finale beslissing hierover aan het bevoegd gezag dient te worden overgelaten. 10. 08.07.20 (Werkatelier 5): Na discussie over de onderzoeken en de aanvullingen door het werkatelier, de vraag: Wat vind de gemeente hiervan? Antwoord: (dit geldt voor zowel archeologie, als ecologie): a. Er zijn wettelijke protocollen voor bedrijven om onderzoek te doen. Gecertificeerde bedrijven houden zich hieraan. b. Er zijn voor het bevoegd gezag regels om onderzoeken te eisen. Daar houden wij ons aan.

Wanneer uit het onderzoek blijkt dat er geen vervolg onderzoek nodig is, kunnen wij niet meer onderzoek eisen. c. Wij kunnen wel Kronos aanbevelen om nog eens onderzoek te laten uitvoeren, als ze daarmee mogelijk onduidelijkheden kunnen wegnemen en partijen dichter tot elkaar kunnen komen. d. Het is aan het Werkatelier, als andere partij, om een 'tegenonderzoek' te laten doen, wanneer zij het onderzoek (gedaan volgens wettelijke protocollen, door een gecertificeerd bedrijf) in twijfel trekken. Dat onderzoek moet ook door een gecertificeerd bedrijf uitgevoerd worden. 11. 04.09.20: Reactie Monumentenzorg Fryslân 12. 04.10.20: Reactie HFDP. Op 08.07.20 is besloten om de finale beslissing over het onderwerp Archeologie bij het bevoegd gezag neer te leggen. Op 04.09.20 is vanuit Monumentenzorg Fryslân een beslissing hierop gekomen. De reactie van HFDP van 04.10.20 op deze beslissing is voor het eerste deel weerlegd door Monumentenzorg Fryslân: de beide memo's van HFDP van April en Mei zijn wel degelijk in het besluit meegenomen. De aanvullende reacties onder A en B komen daarnaast te laat, en zijn daarmee niet ontvankelijk voor verdere beoordeling voorafgaand aan de vergunningaanvraag. HFDP kan haar reactie als zienswijze indienen tijdens de terinzagelegging van de vergunningaanvraag.

Laagland Archeologie Rapport 360

Archeologisch bureauonderzoek

Legauke, Opeinde gemeente Smallingerland (FR).

maart 2020 Versie 2 (definitief)

In opdracht van: KS NL14 B.V.

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 360

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland (FR) Auteur: Erwin Brouwer

In opdracht van: KS NL14 B.V.

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: definitief

Controle: J.J.A. Wijnen Autorisatie: J.J.A. Wijnen

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, maart 2020 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

v2.3

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in november 2019 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Legauke te Opeinde. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande aanleg van een zonnepark. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek worden specifiek resten uit de periode LaatPaleolithicum – Vroeg-Neolithicum verwacht (hoge verwachting). Daarnaast kunnen bewoningsresten uit het Midden- en Laat-Neolithicum worden verwacht (middelhoge verwachting). De verstoring als gevolg van de aanleg van het zonnepark is zeer gering en op basis van het uitgevoerde onderzoek dient rekening gehouden te worden met een bodemprofiel dat voor een groot deel tot in de C-horizont is verstoord. Onder deze omstandigheden vormt de aanleg van een zonnepark slechts een geringe bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Daarbij speelt dat de huidige gebruiksfunctie (deels bouwland) door regelmatig ploegen een grotere impact heeft op archeologische resten dan de aanleg van het zonnepark.

Onder voorwaarde dat de zonnepanelen worden gefundeerd op een wijze die niet of nauwelijks met grondverzet plaatsvindt, adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren. De aanleg van kabelsleuven en de ontgravingen met betrekking tot enkele verdeelstations zien we daarbij als acceptabele (niet-onderzoeksplichtige) bodemverstoring. Indien het plangebied in de toekomst een andere bestemming krijgt anders dan de huidige agrarische bestemming of die als zonnepark, kan wel vervolgonderzoek aan de orde zijn. In het nieuwe bestemmingsplan blijft de dubbelbestemming Waarde-archeologisch/cultuurhistorisch waardevol gebied 1 gehandhaafd. De implementatie van dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Smallingerland. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door het steunpunt monumentenzorg Fryslân (mevr. J. van Leeuwen). Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.4) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting ____________________________________________________ 5 1 Inleiding _____________________________________________________ 7 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek________________________________________________ 7 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________ 7 Administratieve gegevens ____________________________________________ 8 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________ 9 Gemeentelijk beleid ________________________________________________ 11 Onderzoeksdoel ___________________________________________________ 11

2 Inventarisatie _________________________________________________ 12 2.1 2.2 2.3

Inleiding_________________________________________________________ 12 Landschappelijke ontwikkeling _______________________________________ 12 Archeologie ______________________________________________________ 16

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4

Bekende archeologische waarden ___________________________________ 16 AMK-terreinen __________________________________________________ 16 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________ 16

Historie _________________________________________________________ 17

3 Conclusie en verwachtingsmodel __________________________________ 21 3.1 3.2 3.3

Conclusie ________________________________________________________ 21 Verwachtingsmodel ________________________________________________ 21 Advies __________________________________________________________ 22

literatuur ______________________________________________________ 24 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ___________________________________________ 26 BIJLAGE 2 Archeologische perioden_________________________________ 27 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart _________________________________ 28 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland _________________________ 29 BIJLAGE 5 Famke_______________________________________________ 30 BIJLAGE 6 Bodemkaart __________________________________________ 32 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _______ 33 BIJLAGE 8 Boorstaten DINO-loket __________________________________ 34

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande aanleg van een zonnepark aan de Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland (FR). Hiertoe is een omgevingsvergunning wegens strijdig gebruik vereist. De gemeente Smallingerland heeft een eigen archeologiebeleid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden aangetoond dat in het te verstoren gebied geen archeologische waarden aanwezig zijn die beperkingen opleveren voor de geplande ingrepen. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Legauke in Opeinde, gemeente Smallingerland (FR), zie onderstaande afbeelding.

7

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Het plangebied heeft een omvang van ca. 12,1 ha. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 200 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Friesland

Gemeente

Smallingerland

Plaats

Drachten

Beheerder/eigenaar grond

Niet bekend

Toponiem

Legauke

8

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

Kadastrale perceelnummer(s)1

ODGOO-F-1361, 1362 en 1363

Laagland Archeologie projectnummer

DRLE191

Datum conceptrapportage

8 november 2019

Datum definitief rapport

2 maart-2020

XY-coördinaten

199245/570820 199567/570730 199535/570425 199210/570360

Oppervlakte/lengte Plangebied Datering

ca. 12,1 ha

Complextype

Nietopgehoogde, individuele huisplaats

Onderzoeksmeldingsnr

4748507100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Archeologisch bureauonderzoek

Opdrachtgever

KS NL14 B.V.

Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid

5 februari 2020

Adviseur namens bevoegde overheid

Steunpunt Monumentenzorg Fryslân jvanleeuwen@monumentenzorg.frl 06-19148756 E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53 Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl

Beheer documentatie Uitvoerder

Projectleider/opsteller onderzoek

steentijd - late middeleeuwen

gemeente Smallingerland

Tabel 1. Objectgegevens.

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland en bouwland (maïs).2 Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3

kadastralekaart.com bron: boerenbunder.nl 3 bron: gemeentelijke monumentenlijst 1 2

9

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De mileutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.

Afbeelding 2. Huidige situatie (links) en nieuwe situatie (rechts). Er zijn plannen het terrein in te richten als zonnepark. De zonnepanelen worden aangebracht op metalen frames. Op dit moment heeft een constructie waarbij verticale staanders worden geheid of in de grond geschroefd de voorkeur. De palen reiken tot een diepte van circa 70 cm -mv (zie onderstaande afbeelding)

Afbeelding 3. dwarsdoorsnede (schets) Het grondverzet dat hiermee gepaard gaat, is meestal zeer gering. Wel worden smalle sleuven gegraven voor elektriciteitskabels en vindt enig grondverzet plaats bij de aanleg van verdeelstations. Bijkomend positief aspect voor wat betreft eventueel aanwezige archeologische resten is, dat het terrein gedurende de levensduur van het zonnepark (circa 25 jaar) niet aan agrarische bodembewerking wordt blootgesteld.

10

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

1.5 GEMEENTELIJK BELEID In het bestemmingsplan Buitengebied 2013, 2e herziening ligt het zuidelijke deel van het plangebied in een zone met een dubbelbestemming Waarde – archeologisch/cultuurhistorisch waardevol gebied 1. Deze waardering is gebaseerd op vuursteenvindplaatsen, waarbij een bufferzone van 100 m rondom de vindplaatsen is aangehouden. Bij bodemingrepen groter dan 50 m2 dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische resten niet worden bedreigd door de geplande bodemingreep. Tevens mogen geen grondbewerkingen dieper dan 30 cm -mv worden uitgevoerd en mogen geen ondergrondse kabels en leidingen dieper dan 30 cm -mv worden aangebracht. In het bestemmingsplan zijn geen restricties opgenomen voor het resterende deel van het plangebied. De gemeente volgt hierin het provinciale archeologiebeleid, zoals is aangegeven in de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE), zij het dat de gemeente de in de FAMKE vermelde vrijstellingsgrenzen niet heeft overgenomen. De kaart is opgedeeld in twee perioden. Voor wat betreft de periode IJzertijd – Middeleeuwen ligt het plangebied in een zone ‘karterend onderzoek 3’. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer dan 5000 m2 een historisch en karterend onderzoek te verrichten.

Voor wat betreft de periode Steentijd – Bronstijd ligt het noordelijke deel van het plangebied in een zone ‘onderzoek bij grote ingrepen’. Het zuidelijke deel ligt in een zone ‘waarderend onderzoek (vuursteenvindplaatsen)’. Bij ingrepen groter dan 50 m 2 wordt aanbevolen een waarderend onderzoek uit te voeren De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijke en provinciale archeologiebeleid zijn aangegeven.

1.6 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

11

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Het plangebied ligt op het Fries-Drentse keileemplateau. De basis hiervan werd gevormd in de loop van de voorlaatste ijstijd (Saalien, 238-126 duizend jaar geleden). Gedurende deze periode was dit deel van Nederland bedekt met landijs. Onder het landijs werd een zogenaamde grondmorene gevormd. Een grondmorene is een mengsel van zand, leem, klei, grind en keien, meegevoerd in de onderste lagen van het landijs. Nadat het landijs zich had teruggetrokken, bleef een dikke, slecht waterdoorlatende grondmorene liggen. Uit geologische boringen blijkt dat in het plangebied keileem kan worden gevonden op een hoogte tussen circa -0,5 en 0.6 m NAP. Westelijk en zuidelijk ligt het keileem lager. In het Weichselien stroomde hier een rivier, ongeveer op de locatie waar nu het Smeliester Sân en het Nije Kanaal ligt.

12

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

Afbeelding 4. Geïnterpoleerde hoogteligging van keileem (grondmorene) in het plangebied. Gebaseerd op geologische boringen in DINO-loket. Het plangebied is paars omlijnd. Tegen het einde van de laatste ijstijd werden grote delen van Nederland bedekt met een dikke laag dekzand. Op basis van geologische boringen4 is dit dekzand in het plangebied ongeveer 50 – 100 cm dik (zie onderstaande afbeelding). De top hiervan is vaak humeus.

4

de betreffende boorbeschrijvingen zijn opgenomen in Bijlage 8.

13

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

Afbeelding 5. Geïnterpoleerde dikte van het dekzandpakket in het plangebied. Gebaseerd op geologische boringen in DINO-loket. Het plangebied is paars omlijnd. Uit bovenstaande kaart blijkt tevens dat het dekzand in het plangebied meestal aan het oppervlak ligt. Ten westen en zuidwesten van het plangebied komt nog veen voor, in dikte variërend van 20 – 60 cm. Dit veen is een restant van een uitgebreid veenpakket dat zich vanaf circa 3850 en 2750 voor Chr. ontwikkelde. Onderstaande afbeelding toont de paleogeografische ontwikkeling vanaf het vroege Holoceen.

14

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

Afbeelding 6. Paleogeografische ontwikkeling van 9000 voor Chr. – 1500 na Chr. (naar Vos e.a., 2013). Rond 9000 voor Chr. lag het plangebied op een tongvormige uitloper van een (met dekzand bedekt) keileemplateau. Zuidelijk en westelijk bevond zich een breed rivierdal, waarin gedurende het Pleistoceen een vlechtend rivierstelsel stroomde. Rond 2750 voor Chr. lag een deel van het plangebied vermoedelijk al in een veengebied, dat zich vanuit het laaggelegen voormalige rivierdal kon ontwikkelen. In de jaren daarna breidde het veenpakket zich uit en rond 1500 voor Chr. was het gehele plangebied en de wijde omgeving daarvan bedekt met veen. Die situatie kon zich handhaven tot circa 1500 na Chr., al werd waarschijnlijk vanaf ongeveer 1000 na Chr. begonnen met de ontginning van het veen. Door ontwatering en inklinking zakte het veen en konden hogere zandkoppen weer boven het veenpakket uitsteken. Op de geomorfologische kaart (bijlage 3) ligt het plangebied in een zone met grondmorenewelvingen, grenzend aan een dalvormige laagte. De dalvormige laagte direct ten westen en noorden van het plangebied (loop van het Pleistocene rivierstelsel) is op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland, zie bijlage 4 ) duidelijk te herkennen. De zuidelijke loop wordt echter gemaskeerd door de huidige 15

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

bebouwing van Drachten. Wel is te zien dat het plangebied op de westelijke uitloper van een verhoging (grondmorenewelving) ligt. Bodemkundig (bijlage 6) ligt het gebied grotendeels op een laarpodzolgrond met keileem ondieper dan 120 cm -mv (cHn23x). Het zuidwestelijk deel ligt op een veldpodzolgrond. Veldpodzolgronden ontstaan in relatief laaggelegen, tamelijk vochtige bodems. De ontwatering is echter gedurende lange tijd voldoende geweest om bodemvorming mogelijk te maken. Een laarpodzolgrond is feitelijk een veldpodzolgrond waarop een dun (< 50 cm) eerddek is ontstaan. De bodemkaart maakt geen onderscheid tussen een antropogene of natuurlijke ontstaanswijze van het eerddek. Hier gaat het zeer waarschijnlijk om een natuurlijk eerddek, waarschijnlijk een restant van het voormalige veenpakket. In het oude rivierdal komen moerige en beekeerdgronden voor. Ook hier is het eerddek een restant van het toenmalige veenpakket. Tijdens de ontginningen werd het veen grotendeels afgegraven. Wat aan veen achterbleef is tijdens de ontginningen in de vorige eeuw waarschijnlijk grotendeels vergraven en gemengd met onderliggend zand en eventueel opgebracht compost en/of stadsafval.

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In Archis3 zijn geen waarnemingen of AMK-terreinen geregistreerd binnen het onderzoeksgebied. Ongeveer 630 m ten noorden van het plangebied is waarneming 403219 (zaakidentificatie 3200206100) geregistreerd. Dit betreft de vondst van 10 stuks bewerkt vuursteen, toegeschreven aan een kampement ergens uit de periode laat-paleolithicum – vroege bronstijd. De vondsten bevinden zich in een amateurcollectie en zijn gedaan in de periode 1980 – 2005. Ongeveer 580 m ten noord/noordoosten van het plangebied ligt waarneming (zaakidentificatie) 4025598100. Deze vondst is aangetroffen tijdens archeologisch booronderzoek in 2016 en betreft houtskool aangetroffen in diverse boringen. In het onderzoeksrapport wordt van een natuurlijke oorsprong uitgegaan. Uit de FAMKE is bekend dat in en nabij het zuidelijke deel van het plangebied vuursteenvondsten zijn aangetroffen. Deze zijn echter niet geregistreerd in Archis3 of opgenomen in de inventarisatie van de amateurcollectie Hagens.5

2.3.2 AMK-TERREINEN AMK-terreinen ( = Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologisch belang, hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). In en rondom het plangebied zijn geen AMK-terreinen geregistreerd.

2.3.3 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

5

Veenstra, 2006.

16

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7. Binnen het onderzoeksgebied is eerder een bureauonderzoek uitgevoerd (zaakidentificatie 3980935100).6 In het betreffende verwachtingsmodel is sprake van een hoge verwachting op resten van kampementen van jagers/verzamelaars (laatpaleolithicum – vroeg-neolithicum). Daarnaast kunnen rituele deposities worden verwacht in de lagere delen van dit plangebied en/of fuiken en voorden. Tevens worden resten van permanente bewoning en agrarisch gebruikt verwacht uit de periode middeleeuwen – nieuwe tijd. Vervolgonderzoek in de vorm van verkennende boringen wordt aanbevolen. Onder zaakidentificatie 4007997100 is dit vervolgonderzoek uitgevoerd.7 In de meeste boringen is sprake van een tot in de C-horizont verstoord bodemprofiel. In acht boringen is echter nog een restant van een B-horizont of een veenlaag aanwezig. Rondom deze boringen is aanvullend onderzoek in de vorm van kleine proefsleuven aanbevolen. In plaats van het hierboven geadviseerde proefsleuvenonderzoek is een karterend booronderzoek uitgevoerd, als onderdeel van een uitbreiding van het eerdere verkennende booronderzoek. Dit aanvullende onderzoek is geregistreerd onder zaakidentificatie 4025598100.

Ook bij dit onderzoek is in de meeste boringen sprake van een verstoord bodemprofiel, maar op een aantal locaties is een B-horizont aangetroffen. De karterende boringen hebben hier diverse houtskoolfragmentjes opgeleverd, die echter worden toegeschreven aan een natuurlijke oorsprong (zie paragraaf 2.3.1). Op basis van de onderzoeksresultaten is een proefsleuvenonderzoek aanbevolen. De gemeente heeft besloten van dit advies af te wijken en het betreffende plangebied vrij te geven voor wat betreft archeologisch vervolgonderzoek.

2.4 HISTORIE Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)8 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). De opstrekkende verkaveling, kenmerkend voor veenontginningen, is duidelijk zichtbaar. Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als heide (paars) en weideland (groen). Grenzend aan de noordwesthoek van het plangebied is een poel/meertje aangegeven.

Krol-Karsten, 2015. De Roller, 2016. 8 bron: hisgis.nl 6 7

17

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

Afbeelding 7. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is rood omlijnd. Geel: hooiland, beige: bouwland, lichtgroen: weideland, donkergroen: bos/opgaand hout, paars: heide. Bron: hisgis.nl. Op een topografische kaart uit 1848 (zie afbeelding 8) ligt het plangebied aan het Juffersgat. Westelijk ligt de Opeinder Opvaart en de waterpartij is aangeduid als Opeinder Poel. Het gebied is aangeduid als Legauke. De Legauke is mogelijk een verbastering van Leech gea (laag land).9 De Kletservaart (ten zuiden van het plangebied) is in de 16e eeuw aangelegd. Het Juffersgat, welke daarop aantakt werd rond 1845 al omschreven als ‘vervallen’.10

9

smelingerera-land.jimdo.com Van der Aa, 1845. Bron: dbnl.org.

10

18

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van Eekhoff, 1848. Bron: frieslandopdekaart.nl De Opeinder Poel werd rond 1929 gedempt, waarschijnlijk in het kader van een ruilverkaveling. Op de topografische kaart van dat jaar is ook een sterk gewijzigde verkaveling te zien. Het Juffersgat is op de topografische kaart van dat jaar verbreed en hernoemt tot Nieuwe Kanaal en in het zuiden is nu bebouwing aanwezig (boerderij Legauke).

19

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 1929. Bron: topotijdreis.nl

20

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

3C

ONCLUSIE EN

VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Het plangebied ligt op een landtong die aan het begin van het Holoceen in het noorden, westen en zuiden werd begrensd door een rivierdal. De ondergrond bestaat hier uit dekzand met een dikte van circa 50 – 100 cm; daaronder ligt grondmorene. Het plangebied is relatief hooggelegen. De ontwatering was voldoende om podzolvorming mogelijk te maken. Tussen 3850 en 2750 voor Chr. (Midden – Laat-Neolithicum) raakte het plangebied bedekt met veen. Vanaf ongeveer 1000 werd het veen geleidelijk ontgonnen. Op basis van de bodemkaart, geologische boringen en oude kaarten kan worden aangenomen dat er in delen nog een restant veenpakket aanwezig was, dat echter is omgewerkt en vermengd met zand. Een dergelijke handelswijze was gebruikelijk bij de grootschalige ruilverkavelingen van de afgelopen eeuw, maar mogelijk is de toplaag al eerder verspit. In en nabij het plangebied zijn vuursteenvondsten bekend. Resten uit andere perioden zijn niet aangetroffen. Op oude kaarten is het plangebied tot op heden onbebouwd gebleven. Waarschijnlijk hebben er wel ruilverkavelingen plaatsgevonden.

Op basis van de resultaten van archeologisch veldonderzoek in de nabijheid van het plangebied mag met een grotendeels verstoord bodemprofiel worden gerekend, al zijn in dat betreffende onderzoek wel diverse B-horizonten aangetroffen. De geplande verstoring bestaat waarschijnlijk grotendeels uit ondiepe funderingspalen waarop de panelen worden geplaatst, diverse kabelgeulen en ontgravingen voor een aantal verdeelstations.

3.2 VERWACHTINGSMODEL In het plangebied worden met name resten van jagers/verzamelaars verwacht (hoge verwachting: laat-paleolithicum – vroeg-neolithicum). De landschappelijke situatie van het plangebied – een relatief hooggelegen terrein dat aan drie zijden werd begrenst door een laaggelegen, waarschijnlijk watervoerend rivierdal bood waarschijnlijk een aantrekkelijke, voedselrijke omgeving voor (tijdelijke) bewoning in deze periode. Vermoedelijk was het terrein ook tot ver in het neolithicum bewoonbaar. Echter, voor landbouw en veeteelt was het terrein waarschijnlijk minder geschikt. Voor de periode Midden- en Laat-Neolithicum geldt daarom een middelhoge verwachting.

21

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

In en nabij het plangebied zijn vuursteenvondsten bekend. Hoewel niet bekend is uit welke periode deze vuursteenvondsten afkomstig zijn, ligt gezien de landschappelijke situatie een datering in het mesolithicum en eventueel neolithicum voor de hand. Op de FAMKE is specifiek in het zuidelijke deel van het plangebied sprake van een hoge verwachting op vuursteenvindplaatsen, maar op basis van het hier uitgevoerde bureauonderzoek kunnen deze overal in het plangebied worden verwacht. Resten uit latere perioden (vanaf de bronstijd) worden niet verwacht: veengroei maakte bewoning vanaf de bronstijd onaantrekkelijk. Het gebied is vanaf ongeveer 1000 na Chr. ontgonnen. Uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd zijn sporen van ontginning en terreininrichting te verwachten. Het gaat daarbij vooral om verkavelingssloten. Resten van bewoning worden niet verwacht. Op oude kaarten is het plangebied tot op heden onbebouwd gebleven. Verkavelingssloten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd zijn vanuit archeologisch oogpunt noch bijzonder noch behoudenswaardig. Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Eventuele resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of een (restant) veenpakket.

De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen en houtskoolconcentraties (mesolithicum) of vuursteen, natuursteen, aardewerk en grondsporen (neolithicum) Bij grondsporen gaat het overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken. Op basis van bodemkaart, geologische boringen, de historie (ruilverkavelingen, huidig landgebruik) en naburig archeologisch onderzoek zijn er sterke aanwijzingen dat met een verstoord bodemprofiel is te rekenen. Echter in delen van het plangebied kan desondanks sprake zijn van een grotendeels intact bodemprofiel (Bhorizont).

3.3 ADVIES Op dit moment is niet bekend in welke mate de bodem van het plangebied nog intact is. Archeologische resten in dit gebied bestaan overwegend uit vuursteenvondsten die aan of dicht onder het maaiveld liggen. Deze vondsten zijn kwetsbaar voor bodemingrepen. De betreffende bodemingrepen zijn echter zeer gering: het aanbrengen van een paalfundering brengt geen of nauwelijks schade toe aan een vuursteenvindplaats. Het graven van kabelsleuven en de ontgravingen voor de verdeelstations omvat wat meer grondwerk, maar ook hierbij is de ontgraving beperkt en kleinschaliger dan de ploegactiviteiten waar het terrein nu aan blootstaat. We adviseren daarom geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor wat betreft het aspect archeologie, met dien verstande dat de verdeelstations buiten het gebied met een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 1 worden gerealiseerd. Dit advies geldt alleen voor de aanleg van het zonnepark en voor zover de panelen op palen worden geplaatst. Indien de funderingswijze plaatsvindt op een wijze die met grondverzet gepaard gaat (bijvoorbeeld het funderen van de panelen op betonnen platen), dan adviseren we archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. In eerste instantie adviseren we daarbij een boorgrid van 3 boringen per ha.

Mocht daarbij een deels intact bodemprofiel worden aangetroffen (B- en/of BC-horizont) dan adviseren we het boorgrid te verdichten naar een standaard boorgrid van 6 boringen per ha. 22

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

Indien geen vervolgonderzoek wordt uitgevoerd en het terrein op enig moment een andere bestemming krijgt anders dan de huidige agrarische, dan adviseren we eveneens vervolgonderzoek conform de dan geldende maatstaven en inzichten en volgens de dan gangbare onderzoekstechnieken. In het nieuwe bestemmingsplan blijft de dubbelbestemming Waarde –archeologisch/cultuurhistorisch waardevol gebied 1 gehandhaafd. De implementatie van dit advies is overgenomen door de gemeente Smallingerland, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente Smallingerland, mevrouw J. van Leeuwen. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

23

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

literatuur

Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Krol-Karsten, T.N., 2015. Archeologisch bureauonderzoek De Peinder Mieden te Opeinde, gemeente Smallingerland (FR). Leek. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Roller, G.J. de, 2016. Aanvullende boringen Peinder Mieden te Opeinde, gemeente Smallingerland (FR). Leek. Roller, G.J. de, 2016. Archeologisch booronderzoek in de Peinder Mieden te Opeinde, gemeente Smallingerland (FR). Leek. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Veenstra, H.W., 2006. Inventarisatie amateurcollectie Hagens, provincie Fryslân. Raap-notitie 1307. Drachten.

Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com

Gebruikte kaarten Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 2-11-2019 en 6-11-2019 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 1-11-2019 Atlas van Eekhoff, circa 1848. Bron: frieslandopde kaart.nl. Geraadpleegd op 6-112019. Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 2-11-2019 24

Archeologisch bureauonderzoek Legauke te Opeinde, gemeente Smallingerland, Friesland

Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 111-2019 FAMKE ijzertijd – late middeleeuwen Bron: www.fryslan.frl. Geraadpleegd op 6-112019 FAMKE steentijd – bronstijd. Bron: www.fryslan.frl. Geraadpleegd op 6-11-2019 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 1-11-2019 Minuutplan 1832. Bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 2-11-2019 Vos, P. & S. de Vries, 2013. 2e Generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0), Deltares, Utrecht. Op 21 juli 2017 gedownload van www.archeologieinnederland.nl

25

BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS

26

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

27

BIJLAGE 3 GEOMORFOLOGISCHE KAART

geomkaart

28

BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

29

BIJLAGE 5 FAMKE

Steentijd – Bronstijd. Magenta: waarderend onderzoek (vuursteenvindplaats); groen: onderzoek bij grote ingrepen; lichtgroen: geen onderzoek noodzakelijk; geel: karterend onderzoek 2 (steentijd); blauw: waarderend onderzoek (dobbe).

30

IJzertijd – Middeleeuwen oranje: karterend onderzoek 3

31

BIJLAGE 6BODEMKAART

bodem

32

BIJLAGE 7 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

33

BIJLAGE 8 BOORSTATEN DINO-LOKET

34

35

36

37

38

39

40

41

42

43

Geachte mevr. Van Zuijlen, Hierbij de reactie op het archeologische rapport.

De Histoaryske Feriening De Pein onderschrijft de conclusies van het rapport NIET. Na zorgvuldige bestudering én raadpleging van een aantal archeologen , waaronder dhr. E. Kramer , voormalig conservator Fries Museum én provinciaal archeoloog, kunnen wij als Histoaryske Feriening De Pein de conclusies van dhr. Erwin Brouwer niet onderschrijven. Dit geldt tevens voor de conclusies van de archeoloog , mevr. J. van Leeuwen ( steunpunt monumentenzorg Fryslân ) , ingehuurd door de gemeente Smallingerland. 1. Kern van ons bezwaar tegen het advies is dat aan de ene kant de archeologische potentie duidelijk wordt aangegeven, maar dat er in het rapport veel te gemakkelijk van wordt uitgegaan dat het gebied grotendeels verstoord zal zijn en dat de geplande ingrepen de mogelijke aanwezige archeologische resten niet ( ernstig ) verstoren. 2. Voor het zuidelijk deel van het gebied geldt volgens het bestemmingsplan ( gemeentelijk beleid buitengebied 2013 )dat er GEEN bodemingrepen mogen plaatsvinden die dieper reiken dan 30 cm beneden het maaiveld. Dit zal bij de geplande ingrepen wel het geval zijn. Zie rapport 1.5. Dit gebied heeft een dubbel-bestemming : archeologisch / cultuurhistorisch waardevol gebied. De palen voor fundering van de panelen worden 1.5 tot 1.8 m diep gefundeerd. Het gaat in dit gebied om een enorm aantal palen, die zonder meer voor verstoring gaan zorgen.

Eveneens worden kabelgeulen gegraven op een diepte van 60 tot 80 cm. Deze kabelgeulen kunnen om de meest waardevolle gebieden gelegd worden. ZONDER ONDERZOEK TOCH NIET TE BEPALEN?

Onze feriening is zeer ontstemd en verbaasd dat de gemeente haar eigen vastgestelde beleid van 2013 nu niet handhaaft en dat zij heeft afgezien van een booronderzoek in het hele plangebied. Op basis van boringen kan ingeschat worden waar proefsleuven zinvol zijn. 3. Er heeft geen volledig historisch onderzoek plaatsgevonden. Huisarts J. Siebinga , vermaard amateurarcheoloog, heeft al in 1948 op de bij het boek Smellingeraland behorende kaart zijn vondsten uit de prehistorie op deze locatie vermeld . 4. Op basis van dit bureauonderzoek kan dit gebied niet vrijgegeven worden. De daadwerkelijke bodemgesteldheid en de diepte van de bodemverstoring moet middels boringen kunnen worden vastgesteld, pas dan kan je een redelijke inschatting geven wat er verstoord gaat worden tijdens de geplande bodemingrepen. 5. Bij een bureauonderzoek dienen o.m. amateurarcheologen geraadpleegd te worden. Hiervan is in het rapport geen melding gemaakt en dit is niet gebeurd. Als dit wel was gedaan ,zou duidelijk geworden zijn dat in het plangebied , en in de directe nabijheid ervan, wel degelijk een archeologische vindplaats voorkomt. ( zie punt 6 )

6. Amateurarcheologen , leden van de Histoaryske Feriening De Pein , als ook van de SWF ( Stientiid Wurkgroep Fryslân ) t.w. J. van Bruggen en E.T. van Boekel ,zijn samen al 2 jaar bezig met onderzoek naar bewoning in de prehistorie op deze planlocatie. Zij hebben inmiddels honderden artefacten uit het mesolithicum ( vroeg / midden) en neolithicum gevonden. J. van Bruggen zoekt al 35 jaar in dit plangebied naar artefacten ! E.T. van Boekel heeft op zeer korte afstand buiten deze locatie een 2-tal werktuigen uit het laat paleolithicum gevonden. Dit betreft een kerfspits en een combinatiewerktuig ( krombeksteker ) uit de Hamburgcultuur. Omdat dit onderzoek nog gaande is , heeft er nog geen melding van de vondsten plaats gevonden. Omdat dit onderzoek nog gaande is , heeft er nog geen melding van de vondsten plaats gevonden Vindplaatsen uit het laat paleolithicum kunnen zich op enige diepte in de bodem bevinden. Dit heeft concequenties voor de archeologische verwachting, ook binnen het plangebied. Zelfs al is de ( podzol) bodem in het plangebied deels verstoord, dan kunnen archeologische resten uit deze periode intact zijn.

Conclusie : Onze feriening is zeer ontstemd en verbaasd dat de gemeente Smallingerland (terwijl er bij de desbetreffende ambtenaar melding is gedaan van de vondsten in dit plangebied ) haar eigen vastgestelde beleid van 2013 nu niet handhaaft en dat zij heeft afgezien van vervolgonderzoek. Bovendien is in de eerste bijeenkomst met Kronos door Jelle van Bruggen gemeld dat dit een archeologisch zeer waardevol gebied is. De Histoaryske Feriening De Pein vindt dat zij voldoende argumenten heeft aangedragen voor het instellen van een vervolgonderzoek .

Hoogachtend, J. van Bruggen, G.W. van Boekel – Bergsma. c.c. dhr. G. de Langen, provinciaal archeoloog mevr. Y. Hoekstra, cultuurambtenaar gem. Smallingerland mevr. J. van Leeuwen, monumentenzorg Fryslân dhr. E. Kramer, oud- provinciaal archeoloog dhr. T. de Jong, vz. SWF .

(Fragment uit “Zonnepark Opeinde Reactienota dd 060520”)

Rapportages: noodzaak tot onderbouwing Bij de verzamelreacties zaten ook de reacties op de rapportages Ecologie en Archeologie die in het Informatiepakket van Kronos op 3 april 2020 opgenomen waren. Deze rapportages zijn op goed vertrouwen met de werkgroep gedeeld. Er was afgesproken dat de reactie met Kronos gedeeld zou worden en deze informatie, wanneer goed onderbouwd, al dan niet in de rapportages opgenomen zouden worden. Tot onze verbazing heeft de Historische Vereniging deze afspraak niet nageleefd, wat niet bijdraagt aan de onderlinge verstandhouding. Onafhankelijk van dit handelen van de Historische Vereniging hebben we wel naar de inhoud van de reacties op beide rapporten gekeken. 1. Archeologie Er wordt in de brief van de Historische Vereniging (zonder datum) op diverse manieren aangegeven dat het archeologisch bureauonderzoek niet volledig is en dat lokale kennis ontbreekt. De brief spreekt aan dat omwille van het archeologisch beleid geen bodemingrepen plaats mogen vinden in het plangebied. Ook wordt aangeven dat er lokaal onderzoek gedaan is en wordt door amateurarcheologen en daarbij een archeologische vindplaats aangetroffen is. Het onderzoek zou nog gaande zijn, waardoor er nog geen melding van de vondsten gedaan is.

Kronos wijst de Historische Vereniging op de Erfgoedwet en de daarin opgenomen wettelijke meldplicht voor archeologische artefacten, welke zo spoedig mogelijk na vondst van het artefact/de vindplaats uitgeoefend moet worden. Er moet de mogelijkheid gegeven worden de vondsten aan de wetenschap ter beschikking te stellen. De melding dient te geschieden bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, waarna de vondst gemeld wordt in het centraal archeologisch informatiesysteem Archis. Dit systeem wordt vervolgens ook door de archeologische bureaus gebruikt die bij planologische procedures onderzoeken uitvoeren, zoals in geval van zonnepark Opeinde door onderzoeksbureau Laagland gedaan is. De door u gevonden archeologische kennis ontbreekt omdat het niet is opgenomen in het landelijk systeem en daarmee geen officiële en/of wetenschappelijke status heeft. Er dient daarom nader onderbouwd te worden waar de vondsten zijn aangetroffen en wat voor vondsten dit betreft. Er is op dit moment onvoldoende informatie gedeeld waarop beoordeeld kan worden of het zonnepark de eventuele aanwezige archeologie zal schaden.

Omdat de vondsten bovendien niet opgenomen zijn in het centraal archeologisch informatiesysteem Archis en daarmee onwettelijk zijn, is het ook slecht te beoordelen of de door u nog te verstrekken informatie op wetenschappelijke wijze tot stand gekomen is en daarmee in de rapportages bijgesloten kan worden. Zodra deze informatie verstrekt is zal de archeoloog deze beoordelen danwel verwerken in het rapport, waarna deze volgens de gangbare procedure nogmaals getoetst wordt door het bevoegd gezag.

HFDP : J.v.Bruggen G.W.v.Boekel – Bergsma Opeinde , 12 mei 2020. Reactie van de Histoaryske Feriening De Pein op de reactienota van Kronos Solar d.d.06-05-2020. Kronos is verbaasd over het feit dat onze vereniging de afspraak omtrent de vertrouwelijkheid van de toegestuurde rapportage heeft geschonden. Onze vereniging maakt ernstig bezwaar tegen bovengenoemde voorstelling van zaken.  Kronos heeft een definitief archeologisch rapport ter goedkeuring verzonden naar de gemeente, voordat het werkatelier inzage kreeg.  De gemeente Smallingerland heeft dit rapport ter beoordeling voorgelegd aan de door haar ingehuurde archeoloog J. van Leeuwen , monumentenzorg Fryslan vóórdat het atelier inzage kreeg. Bovenstaande punten zijn nota bene vermeld in het archeologisch bureaurapport. Het rapport was dus definitief en niet meer vertrouwelijk. De regels die gelden voor vondsten zijn onze vereniging natuurlijk bekend. Dat staat al vermeld in onze reactie d.d. 12 april 2020. Hieronder volgt de door u gevraagde wetenschappelijke onderbouwing. In het boek Smellingeraland van 1944 , vanaf blz.153 beschrijft J.Siebinga De Voorgeschiedenis van Smallingerland . Hierin vermeldt hij dat in 1902 ten zuiden van de boerderij de Overwinning ( oude boerderij ) een urnenveld uit de vroege ijzertijd is aangetroffen.

Coördinaten 199.38 / 570.18 Ten zuiden en ten westen van de Overwinning ( oude boerderij ) is door J Siebinga materiaal aangetroffen van mesolitische en neolitische EGK afkomst. Deze artefacten zijn in het bezit van het Fries Museum en ondergebracht in het depot te Nuis. De code van J.Siebinga is S 48, S 49, S 50 en S 50/B. In dit zoekgebied van J.Siebinga zijn J. van Bruggen en E.T. van Boekel sinds verandering van gras – in maisland, bezig met onderzoek naar prehistorische bewoning. Dhr. J. van Bruggen is bereid nadere toelichting te geven. Onder andere door de gemeente Smallingerland en de provincie Friesland ( bij de aanleg van de Centrale As) wordt J. van Bruggen vaak ingeschakeld op grond van zijn deskundigheid bij projecten die archeologisch onderzoek behoeven.

Verder zijn wij van mening dat de voorgestelde hoek, t.w. 140 m . diep, naast het betonweggetje helemaal dient te vervallen, zodat de vorige Overwinning en de huidige boerderij De Oerwinning van alle kanten een vrij uitzicht heeft. Wij handhaven onverkort onze reactie d.d. 12 april 2020, die hieronder nogmaals bijgevoegd is.

Reactie archeologisch bureauonderzoek Laagland inzake plan aanleg 12.1 ha. Zonnepark Legauke Opeinde Kadastraal ODGOO-F-1361-1362-1363

Histoaryske Feriening De Pein J.van Bruggen, lid G.W. van Boekel – Bergsma, vz. 06 51359572

Opeinde , 12 april 2020. Geachte mevr. Van Zuijlen , Kronos Solar Hierbij onze reactie op het archeologische rapport.

De Histoaryske Feriening De Pein onderschrijft de conclusies van het rapport NIET. Na zorgvuldige bestudering én raadpleging van een aantal archeologen , waaronder dhr. E. Kramer , voormalig conservator Fries Museum én voormalig provinciaal archeoloog, kan de Histoaryske Feriening De Pein de conclusies van dhr. Erwin Brouwer niet onderschrijven. Dit geldt tevens voor de conclusies van de archeoloog , mevr. J. van Leeuwen ( steunpunt monumentenzorg Fryslân ) , ingehuurd door de gemeente Smallingerland. 1. Kern van ons bezwaar tegen het advies is dat aan de ene kant de archeologische potentie duidelijk wordt aangegeven, maar dat er in het rapport veel te gemakkelijk van wordt uitgegaan dat het gebied grotendeels verstoord zal zijn en dat de geplande ingrepen de mogelijke aanwezige archeologische resten niet ( ernstig ) verstoren. 2. Voor het zuidelijk deel van het gebied geldt volgens het bestemmingsplan ( gemeentelijk beleid buitengebied 2013 ) dat er GEEN bodemingrepen mogen plaatsvinden die dieper reiken dan 30 cm beneden het maaiveld. Dit zal bij de geplande ingrepen wel het geval zijn. Zie rapport 1.5. Dit gebied heeft een dubbel-bestemming : archeologisch / cultuurhistorisch waardevol gebied. De palen voor fundering van de panelen worden 1.5 tot 1.8 m diep gefundeerd. Het gaat in dit gebied om een enorm aantal palen, die zonder meer voor verstoring gaan zorgen.

Eveneens worden kabelgeulen gegraven op een diepte van 60 tot 80 cm. . Deze kabelgeulen kunnen om de meest waardevolle gebieden gelegd worden. ZONDER ONDERZOEK TOCH NIET TE BEPALEN?

Onze feriening is zeer ontstemd en verbaasd dat de gemeente haar eigen vastgestelde beleid van 2013 nu niet handhaaft en dat zij heeft afgezien van een booronderzoek in het hele plangebied. Op basis van boringen kan ingeschat worden waar proefsleuven zinvol zijn. 3. Er heeft geen volledig historisch onderzoek plaatsgevonden. Huisarts J.Siebinga , vermaard amateurarcheoloog, heeft al in 1948 op de bij het boek Smellingera-land behorende kaart zijn vondsten uit de prehistorie op deze locatie vermeld . 4. Op basis van dit bureauonderzoek kan dit gebied niet vrijgegeven worden. De daadwerkelijke bodemgesteldheid en de diepte van de bodemverstoring moet middels boringen kunnen worden vastgesteld, pas dan kan je een redelijke inschatting geven wat er verstoord gaat worden tijdens de geplande bodemingrepen. 5. Bij een bureauonderzoek dienen o.m. amateurarcheologen geraadpleegd te worden. Hiervan is in het rapport geen melding gemaakt . Dit is niet gebeurd. Als dit wél was gedaan ,zou duidelijk geworden zijn dat in het plangebied , en in de directe nabijheid ervan, wel degelijk een archeologische vindplaats voorkomt. ( zie punt 6 )

6. Amateurarcheologen , leden van de Histoaryske Feriening De Pein , als ook van de SWF ( Stientiid Wurkgroep Fryslân ) t.w. J. van Bruggen en E.T. van Boekel ,zijn samen al 2 jaar bezig met onderzoek naar bewoning in de prehistorie op deze planlocatie. Zij hebben inmiddels honderden artefacten uit het mesolithicum ( vroeg / midden) en neolithicum gevonden. J. van Bruggen zoekt al 35 jaar in dit plangebied naar artefacten ! E.T. van Boekel heeft op zeer korte afstand buiten deze locatie een 2-tal werktuigen uit het laat paleolithicum gevonden. Dit betreft een kerfspits en een combinatiewerktuig ( krombeksteker ) uit de Hamburgcultuur. Omdat dit onderzoek nog gaande is , heeft er nog geen melding van de vondsten plaats gevonden.

Vindplaatsen uit het laat paleolithicum kunnen zich op enige diepte in de bodem bevinden. Dit heeft consequenties voor de archeologische verwachting, ook binnen het plangebied. Zelfs al is de ( podzol) bodem in het plangebied deels verstoord, dan kunnen archeologische resten uit deze periode intact zijn. Conclusie : Onze feriening is zeer ontstemd en verbaasd dat de gemeente Smallingerland (terwijl er bij de desbetreffende ambtenaar melding is gedaan van de vondsten in dit plangebied ) haar eigen vastgestelde beleid van 2013 nu niet handhaaft en dat zij heeft afgezien van vervolgonderzoek. Bovendien is in de eerste bijeenkomst met Kronos door Jelle van Bruggen gemeld dat dit een archeologisch zeer waardevol gebied is. De Histoaryske Feriening De Pein vindt dat zij voldoende argumenten heeft aangedragen voor het instellen van een vervolgonderzoek .

Hoogachtend, J. van Bruggen, lid G.W. van Boekel – Bergsma voorzitter c.c. dhr. G. de Langen, provinciaal archeoloog dhr. E. Kramer, oud- provinciaal archeoloog dhr.P de Ruiter, wethouder gem. Smallingerland ( wordt separaat verzonden ) mevr. Y. Hoekstra, cultuurambtenaar gem. Smallingerland mevr. J. van Leeuwen, monumentenzorg Fryslân dhr. T. de Jong, vz. SWF

roald.blijleven@kronos-solar.com From: Sent: To: Cc: Subject:

jorinde.vanzuijlen@kronos-solar.com 3 June 2020 17:20 'Erwin Brouwer' roald.blijleven@kronos-solar.com AW: reactie op standpunt HFDP

Dag Erwin, Dank voor je inzet en uitgebreide toelichting hieronder. Ik wilde vandaag met de gemeente de opzet bespreken, ook met betrekking tot de vervolgprocedure. Helaas heb ik hen echter niet kunnen bereiken vandaag. Ik meld me direct zodra ik overleg gehad heb met de vervolgstappen. Vriendelijke groet, Jorinde van Zuijlen Jorinde van Zuijlen | Project Manager | Kronos Solar Projects GmbH jorinde.vanzuijlen@kronos-solar.com | www. kronos-solar.de Tel +49 (0)89 8905 708-30 | Mob +49 162 877 0445 | Fax +49 (0)89-255513 1051 CONFIDENTIALITY AND DISCLAIMER NOTICE Please note that this message may contain confidential information. If you have received this message by mistake, please inform the sender of the mistake by e-mailing, then delete the message from your system without making, distributing or retaining any copies of it. Messages sent by e-mail can be sent under false name or be manipulated by third parties. For this reason our e-mail messages and the statements contained therein are generally not legally binding.

Von: Erwin Brouwer <erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl> Gesendet: Dienstag, 2. Juni 2020 10:21 An: Jorinde van Zuijlen <jorinde.vanzuijlen@kronos-solar.com> Betreff: reactie op standpunt HFDP Dag Jorinde, hieronder mijn reactie op de punten van Histoaryske Feriening De Pein ad 1 en 2. De vereniging enerzijds en ik (en kennelijk het Steunpunt) anderzijds zitten niet op één lijn wat betreft de omvang en impact van de verstoring die de aanleg van het zonnepark op eventuele archeologische resten in het plangebied heeft. Bij een zonnepark gaat het inderdaad om een groot aantal kleine verstoringen als gevolg van de paalconstructies. Echter, omdat deze palen verspreid over het hele plangebied worden aangebracht is de impact op een vindplaats in de praktijk gering of zelfs verwaarloosbaar. Kabelsleuven kunnen inderdaad een vindplaats deels verstoren; dat zal er vanaf hangen hoe breed en hoe diep deze zijn. Voor een zonnepark gaat dat meestal om smalle sleuven. In het algemeen veroorzaken lineaire verstoringen geen vernietiging van een vindplaats. Als ze dwars door een vindplaats lopen, kunnen ze deze wel aantasten. Zie ook het rapport hierover van de RCE (RAM257) hierover. Het gebruik als maïsakker en het ploegen levert m.i. meer gevaar op voor een vindplaats dan een inrichting als zonnepark. ad 3.

Deze vondsten zijn mogelijk in FAMKE (de provinciale archeologische verwachtingskaart) opgenomen, maar hier verder niet omschreven. Het is ondoenlijk om alle oude analoge bronnen van een gebied op te vragen en te raadplegen.

1

ad 4. Ik ben het ermee eens dat booronderzoek een betere manier is om de daadwerkelijke bodemgesteldheid en diepte van bodemverstoringen vast te stellen boven literatuurbronnen en globale kaarten. Daar moet dan wel aantoonbare aanleiding voor zijn, zie ad 1 en 2. ad 5. Nee, dit is niet verplicht. Uit het bureauonderzoek (raadpleging van de FAMKE) is wel gebleken dat er (niet nader omschreven) waarden in de omgeving bekend zijn. ad 6. Het is zeker de moeite waard deze informatie aan het rapport toe te voegen. Vooralsnog echter is dit een gepasseerd station. Qua standpunt denk ik niet dat we op één lijn komen te zitten. Ik stel daarom het volgende voor: We leggen het rapport en het standpunt van HFDP voor aan een derde, onafhankelijke archeoloog. Deze moet dan het laatste woord hebben omtrent noodzaak tot vervolgonderzoek. Van mijn kant zijn daar een aantal voorwaarden aan verbonden: - alle partijen – de HFDP, de regioarcheoloog, Kronos en Laagland archeologie committeren zich aan de uitspraak van deze derde partij voor wat betreft noodzaak tot vervolgonderzoek. - de betreffende derde archeoloog is geregistreerd als senior KNA-archeoloog of senior KNA-prospector. - de HFDP levert van te voren aan de derde archeoloog en aan Laagland archeologie een kaart waarop de exacte vondstlocaties van de door hen gevonden artefacten op zijn ingetekend.

Daarbij wordt een (digitale) lijst gegeven met een beknopte beschrijving van de betreffende artefacten+ determinatie. De vondsten op de kaart en vondstenlijst zijn aan elkaar gekoppeld zodat ze terug te vinden zijn. Kaart en vondstenlijst zullen worden opgenomen in eventuele aanvullende rapportage. vriendelijke groet,

Laagland Archeologie BV

Erwin W. Brouwer Senior KNA-archeoloog – projectleider Virulyweg 21F 7602 RG Almelo 06 – 51 95 35 53 erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl www.laaglandarcheologie.nl Privacy statement: In het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming informeren we u dat Laagland Archeologie mogelijk uw gegevens verzameld. Er worden contactgegevens verzameld voor correspondentie, telefonisch contact en bankgegevens voor betalingen. BTW- en KvK-nummers worden verzameld voor facturatie en eventuele raadpleging van het handelsregister. Deze gegevens kunnen gebruikt worden door ons bedrijf voor acquisitiedoeleinden. Als u bezwaren heeft kunt u dat eenvoudig kenbaar maken over de mail naar het mailadres van ondertekende.

2

Almelo, 16 juni 2020 betreft: reactie op schrijven van Histoaryske Feriening De Pein 12 mei 2020

Ik heb de reactie van de vereniging gezien. Het is goed om te zien dat de vereniging haar betrokkenheid toont met de archeologie in haar werkgebied. De gemeente Smallingerland met haar vele prehistorische vindplaatsen is in dat opzicht zeker een bijzonder gebied en niemand zal dat betwisten. In het huidige bestel is archeologisch onderzoek echter meer dan de zoektocht naar bijzondere vindplaatsen. Bij elk onderzoek moet gekeken worden in hoeverre geplande ingrepen een bedreiging vormen voor eventuele vindplaatsen en daar zit kennelijk het voornaamste meningsverschil. Ik ga hieronder puntsgewijs in op de bezwaren van de vereniging. ad 1 en 2. Qua interpretatie van het effect van de aanleg van het zonnepark zitten we niet op één lijn wat betreft de omvang en impact van de verstoring die de aanleg van het zonnepark op eventuele archeologische resten in het plangebied heeft. Bij een zonnepark gaat het inderdaad om een groot aantal kleine verstoringen als gevolg van de paalconstructies. Echter, omdat deze palen verspreid over het hele plangebied worden aangebracht is de impact op een vindplaats in de praktijk gering of zelfs verwaarloosbaar. Kabelsleuven kunnen inderdaad een vindplaats deels verstoren; dat zal er vanaf hangen hoe breed en hoe diep deze zijn. Voor een zonnepark gaat dat meestal om smalle sleuven.

In het algemeen veroorzaken lineaire verstoringen geen vernietiging van een vindplaats. Als ze dwars door een vindplaats lopen, kunnen ze deze wel aantasten. Zie ook het rapport van de RCE (RAM257) hierover. In de reactie is onder andere sprake van een vindplaats (urnenveld) uit de vroege IJzertijd (coördinaten 19938/57018). Deze vindplaats ligt ongeveer 200 m van het zonnepark vandaag en tegenwoordig is dit een waterpartij. Met de inrichting als zonnepark vindt voor een periode van 25 jaar geen verdere bodemverstoring plaats. Het gebruik als maïsakker en het regelmatig ploegen levert m.i. meer aantasting van een vindplaats op dan de inrichting als zonnepark. ad 3. Deze vondsten zijn mogelijk in FAMKE (de provinciale archeologische verwachtingskaart) opgenomen, maar hier verder niet omschreven. Het is ondoenlijk om alle oude analoge bronnen van een gebied op te vragen en te raadplegen. Dat is ook niet het doel van een bureaustudie. ad 4. Ik ben het ermee eens dat booronderzoek een betere manier is om de daadwerkelijke bodemgesteldheid en diepte van bodemverstoringen vast te stellen boven literatuurbronnen en globale kaarten. Daar moet dan wel aantoonbare aanleiding voor zijn, zie ad 1 en 2. ad 5. Nee, het is in de huidige Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 4.1) niet verplicht amateurarcheologen te raadplegen.

Uit het bureauonderzoek (raadpleging van de FAMKE) is wel gebleken dat er (niet nader omschreven) waarden in de omgeving bekend zijn. ad 6. Het is zeker de moeite waard deze informatie aan het rapport toe te voegen en het is jammer dat de vindplaatsen en vondstgegevens niet via de daartoe geëigende kanalen zijn gedeeld. Indien de vereniging bereid is een lijst met vondstbeschrijvingen te leveren alsmede een kaart waarop de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9933838/1