Bijlage 6 Oudega - Nije Aldegeaster Sânning Toelichting
Tekst van het document
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Juridisch planologisch kader 1.4 M.e.r.-procedure 1.5 Leeswijzer
4 4 4 5 6 6
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Inleiding 2.2 Landschap en historie 2.3 Naar een nieuw meer 2.4 Schetsontwerp grote meer 2.5 Beschrijving planvoornemen
7 7 8 10 13 21
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
23 23 24 29
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Ecologie 4.3 Externe veiligheid 4.4 Bodemkwaliteit 4.5 Geohydrologie 4.6 Waterparagraaf 4.7 Geluidhinder 4.8 Bedrijven- en milieuzonering 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Kabels, leidingen en zoneringen
30 30 32 35 37 37 39 41 41 42 43
Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Toelichting op het juridische systeem 5.2 Regels 5.3 Overige aspecten 5.4 Procedure
44 44 44 45 45
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.3 Belangrijkste wijzigingen
47 47 47 47
2
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Toelichting
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
3
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Oudega (eigenlijk heel Smallingerland) ontleent haar betekenis vanuit het verleden vooral aan de ligging aan het open en bevaarbare water. In de loop van de tijd zijn Oudega en Drachten steeds verder van dit water af komen te liggen en veranderden de waterzijdes in achterkanten. De gemeente Smallingerland en de provincie Fryslân willen Smallingerland weer dichterbij de Friese Meren brengen. De kansen op versterking van de omgeving van Oudega zijn te vinden in het gebied zelf. Oudega ligt op een uniek kruispunt van landschappen: De Alde Feanen, De Friese Meren en De Noardlike Fryske Wâlden. Hierin liggen mogelijkheden die verder gaan dan alleen het vergroten van het wateroppervlak. Het gaat dan in eerste instantie om het onderkennen van de potentiële kwaliteit, het creëren van kansen en het benutten hiervan wanneer deze zich voordoen. Gemeente en provincie hebben daarom samen voor de omgeving van Oudega de gebiedsvisie "Oudega aan het water" (Bijlage 1) geschreven. Deze visie is opgesteld als onderdeel van de Oostelijke Poort naar de Friese Meren (OPFM). In de visie is een inspirerend plan opgenomen dat ertoe moet leiden dat het gebied tussen De Veenhoop en Oudega uitnodigend wordt ingericht voor recreanten met onder andere een aantrekkelijke route naar Oudega vanaf de Nije Mûntsegroppe en de Smelle Ie.
De visie is in twee delen opgesplitst: een blauw-groen deel met de ontwikkeling van water en natuur en een meer rode ontwikkeling van een waterfront bij het dorp. Het project Oudega aan het Water heeft een directe relatie met project Waterfront Drachten. Beide plannen zijn gericht op het (beter) ontsluiten van de westkant van de gemeente op het Friese Merengebied (de oostelijke poort). Het inmiddels hierop gebaseerde bestemmingsplan Oudega - Masterplan wordt momenteel uitgevoerd. De ontwikkeling van 'Oudega aan het water' bestaat evenwel uit twee delen: het gebied direct ten zuiden van het dorp, rond de haven, waar een klein meer wordt aangelegd met daaraan gekoppelde recreatie en woningen (het Masterplan); een groot gebied iets op afstand van het dorp dat omgevormd wordt naar een groot water met recreatieve en natuurlijke waarden (de Nije Alegeaster Sânning). Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de Nije Aldegeaster Sânning met de ontwikkeling van water en natuur. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van het initiatief planologisch mogelijk.
1.2
Plangebied
Het projectgebied voor het grote meer omvat globaal genomen de gronden ten zuiden en oosten van het voormalige baggerdepot tot aan het Alddjip en de Wide Ie. Op de kaart hieronder is het gebied te zien. Het plangebied ligt op enkele kilometers ten westen van Drachten, in buitengebied ten zuiden van het dorp Oudega. Het plangebied bestaat uit de polder de Gealanden en een deel van de polder Âldegeasterzanding. De zuidgrens worden gevormd door de oevers van de Nije Mûntsegroppe. Langs de oostgrens van het plangebied ligt het Alddjip, dat naar de haven van Oudega loopt. Door het gebied lopen twee smalle verharde wegen De Geasten en Gealânswei, die met elkaar worden verbonden door een fietspad. In onderstaand figuur is het plangebied globaal aangegeven. De exacte begrenzing blijkt uit de verbeelding behorende bij het voorliggende bestemmingsplan.
4
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Figuur 1. Globaal plangebied
1.3
Juridisch planologisch kader
In het plangebied is het bestemmingsplan Buitengebied 2013, 2e herziening, 2018-07-10 van toepassing en hebben de gronden de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Open gebied'. Het planvoornemen is niet passend in bovengenoemde bestemmingsplannen omdat de gewenste functies niet zijn toegestaan. Omdat de gronden hoofdzakelijk zijn bestemd voor agrarische functies, is het wenselijk de gronden specifiek te bestemmen voor natuurontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan moet de gewenste functies mogelijk maken. Er wordt aangesloten bij de uniforme regeling uit de plansystematiek van de gemeente Smallingerland. Het bestemmingsplan is globaal van opzet zonder dat dit ten koste gaat van de rechtszekerheid van de omgeving. Het globale karakter is gewenst om in te kunnen spelen op actuele behoeften en omdat
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
5
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
sommige delen van het plan nog niet in detail zijn uitgewerkt.
1.4
M.e.r.-procedure
Voor dit bestemmingsplan geldt dat het in het plan opgnomen voornemen plan-m.e.r.-plichtig is. Het plan is kaderstellend voor de ontgraving van een meer van 43,5 hectare, waarbij de winning van oppervlaktedelfstoffen, te weten zand (dat als bouwstof kan worden gebruikt) en veen (dat als grondstof kan dienen bij de productie van potgrond en substraten) in dagbouw plaatsvindt. Dit blijkt uit de beschrijving van onderdeel 16.1 uit bijlage C van het Besluit m.e.r. Daar staat dat een mijn waarbij de ontmijning in de vorm van dagbouw plaatsvindt, met een oppervlakte van ten minste 25 ha m.e.r.-plichtig is. Derhalve wordt de bestemmingsplanprocedure begeleid door een m.e.r.-procedure. Het ontwerpplanMER is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Omdat het MER ook wordt gebruikt voor het begeleiden van de ontgrondingsvergunningsprocedure is het tevens als projectMER opgesteld. Het planMER inclusief bijlagen is als bijlagen 2 en 3 bij deze toelichting opgenomen. In het MER zijn de milieueffecten van het planvoornemen beoordeeld, maar er zijn ook drie alternatieven beoordeeld. Deze alternatieven variëren ten opzichte van het planvoornemen vooral in de wijze waarop de ontgravingen plaatsvinden en op welke wijze het gewonnen zand en veen kan worden benut. De inrichting van het gebied is uiteindelijk dezelfde.
Op grond van het MER moeten een aantal maatregelen in het plan worden geborgd (zie par. 14.2 van het planMER). Deze maatregelen zijn in het plan verwerkt.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding is in hoofdstuk 2 nader op het plan en de totstandkoming ingegaan. Relevant overheidsbeleid is daaropvolgend in hoofdstuk 3 uiteengezet. Een omschrijving van de omgevingsaspecten betreffende de planologische en milieukundige randvoorwaarden is opgenomen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 betreft de toelichting op de juridische vormgeving van het bestemmingsplan en de hiervoor te volgen procedure. Als laatste is in hoofdstuk 6 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet. Bij dit bestemmingsplan zijn verder enkele bijlagen opgenomen waarnaar in deze toelichting wordt verwezen.
6
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
Dit hoofdstuk laat zien wat de kansen en kwaliteiten zijn van het gebied en hoe het grote meer vorm zal krijgen. Daarbij is ook aandacht gegeven aan de bijzondere plekken die met de aanleg van het meer ontstaan en worden gemaakt.
2.1
Inleiding
2.1.1
Achtergrond en doelstelling van het plan
Oudega lag oorspronkelijk aan het water. Door steeds verdergaande inpoldering van de vroegere Aldegeaster Sânning is de verbinding met het water grotendeels verloren gegaan. De doelstelling van Oudega aan het Water is het versterken van de omgeving van Oudega op basis van de waardevolle eigenschappen die zijn te vinden in het gebied zelf. Het voornaamste onderdeel van het plan is de aanleg van nieuw vaarwater ten zuiden van Oudega, voor pleziervaart en kanovaart/fluisterboot. Het gaat om de ontwikkeling van een meer in het gebied dat nu landbouwgrond betreft. Het resterend veen wordt hierbij afgegraven. Daarnaast komen er een klein gemaal en 25-50 ligplaatsen voor de waterrecreatie. De waterdiepte wordt NAP - 2.10 m, conform de provinciale richtlijnen. Het plan is onderdeel van de ontwikkeling van Drachten als oostelijke poort van de Friese Meren door het versterken van de aansluiting Dachten Smallingerland (De Friese Wouden) op de Friese Meren. Op 18 juli 2012 hebben Provinciale Staten van Fryslân besloten om te stoppen met de planontwikkeling voor de spoorlijn Heerenveen – Groningen, maar wel een motie aangenomen, waarin het college van Gedeputeerde Staten is verzocht om te komen met een investeringsplan voor de gemeenten Smallingerland en Heerenveen om hen te compenseren voor het niet doorgaan van de spoorlijn.
Provinciale Staten hebben op 3 juli 2013 de Investeringsagenda Drachten Heerenveen vastgesteld. Op 1 juli 2014 hebben uiteindelijk de gemeente Smallingerland, de gemeente Heerenveen en de provincie Fryslân de overeenkomst Investeringsagenda Drachten Heerenveen (IDH) ondertekend, waarmee in totaal € 91,55 miljoen beschikbaar is gesteld, waarvan € 75,9 miljoen vanuit de provincie. Onderdeel van de Investeringsagenda Drachten Heerenveen is het project Oudega aan het Water, als onderdeel van Oostelijke Poort Merengebied. De doelstelling is om de kleinschalige toeristische en recreatieve bedrijvigheid te versterken en ontwikkelen in Oudega. Deels zal dit leiden tot versterking van de bestaande bedrijvigheid. Deels tot toevoegingen die de economische structuur versterken. Deze insteek wordt gedeeld door de bestaande bedrijvigheid in het dorp. 2.1.2
Proces en totstandkoming
Bij het maken van de plannen voor het grote meer zijn veel inwoners en organisaties betrokken geweest, waaronder een vaste klankbordgroep met een vertegenwoordiging vanuit de recreatiesector, de landbouw, de natuur en het dorp. Tijdens diverse digitale inlopen is er gelegenheid geweest om met elkaar in gesprek te gaan. In diezelfde periode is het ontwerp van het plan via internet raadpleegbaar geweest. Via een prikbord of e-mailformulier konden ook reacties worden achtergelaten. Alle input heeft uiteindelijk geleid tot een breed gedeeld en gedragen schetsontwerp voor het grote meer bij Oudega: de Nije Aldegeaster Sânning.
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
7
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
2.2
Landschap en historie
2.2.1
Historie
De Aldegeaster Sânning legt de basis voor het huidige landschap. Op oude kaarten is te zien hoe het meer tot aan de zandrug reikt waar het dorp Oudega ligt. Het meer wordt in de jaren '20 ingepolderd. Om Oudega wel via het water bereikbaar te houden wordt met de inpoldering ook het Alddjip gegraven. Nog steeds een markante lijn in het landschap die meeknikt met de kade langs de polder. Aan de rand van Oudega ligt sindsdien de jachthaven van het dorp. In de afgelopen decennia is het gebied ruilverkaveld. De smalle percelen zijn breder geworden en houtsingels zijn verdwenen. Bij de recentelijke herinrichting van het baggerdepot zijn veel van deze singels weer herplant.
Figuur 2. Het gebied door de jaren heen.
2.2.2
Landschap
Oudega ligt op de overgang van de Friese Wouden naar het waterrijke en weidse veengebied. Dat is goed te zien in het landschap. Van noord naar zuid gaat het landschap over van een hoger liggend, besloten gebied met houtsingels op oude zandruggen naar een steeds minder beplant, laag gelegen en onbebouwd veenweidelandschap in het zuiden. Met daartussen een oude droogmakerij, die heel kenmerkend als polder is verkaveld met rechte lijnen en verspreid liggende erven. Deze verschillen op zo'n korte afstand maken het gebied aantrekkelijk en bijzonder.
8
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Figuur 3. Landschappelijke opzet: v an een besloten landschap in het noorden naar een open en weids landschap in het zuidelijk deel v an het gebied.
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
9
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
2.3
Naar een nieuw meer
2.3.1
Uitgangspunten voor een nieuw meer
Bij het ontwikkelen van het nieuwe meer is vanuit de toekomstige gebruikersgroepen in beeld gebracht wat zij van belang vinden bij het ontwerp van het nieuwe meer. In diverse sessies is deze inbreng bij elkaar gelegd en gezocht naar koppelkansen en mogelijkheden om elkaar te versterken.
Landschap Vanuit de landschappelijke kenmerken en cultuurhistorische waarden hebben we een aantal uitgangspunten benoemd voor het vormgeven van het nieuwe meer: houd de oorspronkelijke oost-westrichting van het water (Wide Ie, Wide Mûntsegroppe, Smelle Ie) zichtbaar; zorg dat de opvaart herkenbaar blijft door voldoende lengte van de vaart te behouden; houd de polder scherp en herkenbaar met de huidige kade als rand aan het water; maak nieuwe natuurlijke oevers als contrast; doseer en kies een aantal recreatieve punten, zodat het nieuwe meer zich heel natuurlijk voegt in het landschap (alsof het altijd al zo was); verbind het informele netwerk van wandelen, varen en fietsen; dat geeft meerwaarde voor de beleving van het gebied. Natuur De aanleg van een nieuw meer kan ook veel betekenen voor de natuur en biodiversiteit in het gebied. We hebben nagedacht welke kansen het nieuwe meer kan bieden voor de inrichting van het gebied: maak natuurvriendelijke oevers en varieer daar ook in, waarbij de westzijde een luwe oever kan zijn; denk aan enkele eilanden speciaal voor de natuur; onderzoek of er ruimte is voor de aanleg van enkele petgaten die interessant zijn voor vooral insecten en specifiek libellen. Recreatie De wens om Oudega meer onderdeel te laten uitmaken van het oostelijke Friese Merengebied is de aanleiding om het meer aan te leggen.
Het meer moet dan ook zeker ruimte geven aan de watersport. Vanuit de recreatie- en watersportsector zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: zorg voor een groot open water waar ook wedstrijden mogelijk zijn (minimaal 500 bij 500 meter water zonder obstakels; zorg voor een voldoende diepe vaargeul richting Oudega (minimaal 1.75m diep); maak voldoende aanlegplekken (minimaal 25) die verschillen van Marrekriteplekken die meer vrij liggen, juist aan een grasoever of aanlegplekken aan een meerboei in het water; laat wandel- en fietsroutes langs het meer lopen; zoek een plek voor een uitzichtpunt; maak ruimte voor hengelsporters en overstappunten voor kanoërs. Beheer en onderhoud Meteen vanaf de start zijn ook de aandachtspunten rond beheer en onderhoud van het meer meegenomen. De belangrijkste daarvan zijn: bescherm de kade langs de polder voor golfslag van het water van het meer met het oog op de overheersende zuidwestenwind; maak oevers zoveel mogelijk met natuurlijke middelen.
10
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
2.3.2
Eerste gedachten
Belangrijk is dat het nieuwe meer zich op een logische manier in het landschap en de omgeving voegt, alsof het nooit anders is geweest. Om dat beeld te kunnen bewerkstelligen kijken we op een hoger schaalniveau naar de plek van het meer in de omgeving. Het nieuwe meer vormt een verbreding, een diepe inham, van de oost-west lopende wateren Wide Ie, Wide Mûntsegroppe en Smelle Ie. Hoewel het meer groter wordt, lijkt de verbreding wel op de verbreding bij het Stobbegat. Ook prikt het nieuwe meer ver door naar het noorden en raakt het meer daar de beslotenheid van de oude zandruggen. Voor de logische inpassing van het meer in het landschap betekent dat twee belangrijke principes: 1. Continuïteit: Zorgen dat de continue oost-westlijn van het water beleefbaar blijft; 2. Uniciteit: Zorgen dat de randen van het meer verder bouwen aan het contrast van het omliggende landschap: besloten in het noorden en weids in het zuiden, zodat het meer ook uniek wordt voor en van Oudega.
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
11
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Figuur 4. Denklijn v oor het grote meer.
12
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
2.3.3
Het idee
De twee principes zijn vertaald tot een basisidee voor het grote meer. De continuïteit wordt gezocht in het doorlopende beeld van de oevers van oost naar west. Het unieke beeld wordt onder andere vormgegeven door de overgang van het besloten, smûke noorden naar het 'iepen' zuiden te versterken. Niet alleen in de inrichting op het land, maar ook in de beleving vanaf het water. Smal, ingeklemd water in het noordelijk deel op het bestaande Alddjip dat breder wordt op de overgang en weids en uitgestrekt in het open veenweidegebied.
Figuur 5: Principe opzet v oor het grote meer.
2.4
Schetsontwerp grote meer
In onderstaande schets is aangegeven hoe het kan worden. Deze schets zal niet letterlijk worden gerealiseerd, omdat de detailontwerpen voor de diverse deellocaties nog moeten worden gemaakt. De schets is bedoeld als sfeerimpressie en is de basis voor het op te stellen bestemmingsplan. De schets is opgenomen als Bijlage 4 bij deze toelichting. In de navolgende paragrafen wordt de (hoofd)opzet van de beoogde of mogelijke ontwikkeling weergegeven. Er worden referentiebeelden gepresenteerd die laten zien wat de gewenste uitstraling is.
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
13
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Figuur 6: Het schetsontwerp
14
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
2.4.1
Hoofdopzet
Het grote meer bestaat uit twee delen: een kleiner deel in het noorden en een groot meer in het zuidelijk deel. Door deze tweedeling ontstaat er een mooie geleding van weids naar meer besloten richting Oudega. Dit landschappelijke verschil wordt versterkt door een bomenrij langs het noordelijk deel van het meer. De bomenrij loopt langs het fietspad dat de Gealânswei met de Geasten zal verbinden. De westzijde van het meer is gevarieerd. Hier is de mogelijkheid om aan wal te gaan en het varen te combineren met wandelen of fietsen. Er is een plek voor een trailerhelling en een informatiepunt. Aan deze kant zijn veel aanlegplaatsen, brede natuuroevers en in de noordelijke punt een hondenlosloopstrandje. Langs het zuidelijk deel van de westoever van het meer wordt ook een struinpad aangelegd. Aan de zuidzijde scheidt een eiland het meer van de doorgaande vaarroute Drachten - Earnewâld. Dit eiland kan ook bij zeilwedstrijden worden gebruikt door de wedstrijdleiding. Langs de noordoostzijde van het grote meer, voor de polder, liggen drie eilanden. Deze eilanden beschermen de polderdijk door te zorgen dat golfslag op het meer als gevolg van de zuidwestenwind wordt gebroken. Aan de oostzijde ligt een rietzone met erachter aanlegplekken in de luwte. Deze rietzone en de eilanden markeren bovendien de loop van het Alddjip. Langs de zuidzijde van De Geasten liggen agrarische gronden.
Een deel hiervan wordt omgevormd tot een meer. De overgebleven gronden worden ingericht als weidevogelgebied met agrarisch natuurbeheer. In de zuidelijke punt, waar het meer en de Wide Mûntsegroppe elkaar raken, komt een uitzichtpunt. De mogelijkheden voor een fietsverbinding langs het weidevogelgebied richting de Wolwarren over de nieuw aan te leggen kering worden onderzocht. Nadere besluitvorming over de mogelijkheden voor een fietsverbinding langs het weidevogelgebied richting de Wolwarren over de nieuw aan te leggen kering moet nog plaatsvinden, evenals over de vraag of de Nije Mûntsegroppe ten westen van het Meer verbreed moet en kan worden ten behoeve van de scheiding van recreatie- en beroepsvaart. 2.4.2
Bijzondere plekken
Op en rond het meer ontstaan verschillende bijzondere plekken. Deze plekken maken het Meer uniek in de omgeving en zorgen voor extra gebruiks- en belevingswaarde van het Meer, zowel voor de mens als voor de natuur. Het noordelijke deel 1. Het noordelijke deel Het noordelijke deel is de plek waar het Alddjip zich voor het eerst verbreed. Tussen de eilanden en de oevers door is een eerste glimp van het grote meer te zien. En omgekeerd: vanaf het grote meer is te zien dat er voorbij de eilanden nog meer te beleven is. In de noordelijke kromming van het meer komt een hondenlosloopstrandje. Dat was een van de wensen van de inwoners van Oudega. Het strandje ligt verscholen achter een brede, deels beplante oever, waar het fijn wandelen is. De fietsers rijden achter de dijk, op de rand van het landbouwgebied en beschut door de bomenrij. De beplanting op de oever is zo gekozen dat ze aantrekkelijk is voor vlinders, bijen en insecten.
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
15
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Figuur 7. Ref erentiebeelden noordelijk meer
2. De poort naar het water Waar de Geasten het meer bijna raakt, is de 'poort naar het water'. Op deze plek komt een trailerhelling met parkeerplaats. Ook het nieuwe gemaal krijgt hier een plek en een informatiebord over (de ontwikkeling van) het gebied. Er is ruimte om op de oever een natuurlijke tribune te maken, vanwaar je alle zicht hebt op het meer en eventuele wedstrijden op het meer. Ook is het een geschikte plek voor een vissteiger die ook voor fysiek beperkten goed toegankelijk is. Ten noorden van de trailerhelling ligt een lange strook met aanlegplekken. Hier komt ook een kanosteiger. De boten liggen mooi beschut aan de oever, achter de dijk en een fraaie bomenrij.
Figuur 8: Ref erentiebeelden poort naar het water
3. Het uitkijkpunt Vanaf de parkeerplaats bij 'de poort naar het water' kun je wandelen naar het uitkijkpunt op de zuidpunt van de oever. Het wandelpad loopt over de dijk, aan de voet van de dijk is ook een struin- en beleefpad waar het water en de natuur binnen handbereik zijn.
16
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Het uitkijkpunt moet het landmark van Oudega worden: een baken dat iedereen op afstand herkent en verbindt met Oudega. Het ontwerp van het uitkijkpunt is een aparte opgave. De plek van het uitkijkpunt maakt het mogelijk om de loop van de zon te volgen: van opgaan in het oosten tot ondergaan in het westen. Vanaf het uitkijkpunt is er een prachtig zicht over het nieuwe meer, over de Wide Ie, Wide Mûntsegroppe en Smelle Ie. Maar ook zicht op de Alde Feanen, het houtsingellandschap bij Oudega en de weilanden richting Nij Beets.
Figuur 9: Ref erentiebeelden uitkijkpunt
4. De eilanden Langs de polderdijk liggen drie eilanden. De eilanden zorgen voor bescherming van de dijk, maar bieden ook ruimte voor recreatie en natuur. Het middelste eiland wordt een voor mensen ontoegankelijk natuureiland. Hier krijgt de natuur alle ruimte om zich te ontwikkelen. Het noordelijke eiland is een eiland met enkele aanlegplekken en een grasveld voor sport en spel. Langs de zuidelijke rand komt beplanting, waardoor de aanlegplekken en het speelveld in de luwte van de zuidwestenwind liggen. Het oostelijke eiland is een plek om te pionieren. Hier kan ook de natuur meer de ruimte krijgen, maar is er ook plek om te klimmen, te klauteren of te spelen in de natuur. Er is een enkele aanlegplek aan de zijkant van het eiland. Natuurlijke laagtes maken het mogelijk om de eilanden met de kano te doorkruisen. Dat geldt ook voor het stukje Alddjip ter hoogte van het natuureiland. Hier wordt het water ondieper, waardoor er een mooie natuurzone kan ontstaan die alleen nog met de kano toegankelijk is. Ten zuiden van de drie eilanden is een rietzone gedacht met ligplaaten. De rietzone beschermt de oever en de ligplaatsen.
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
17
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Figuur 10. Ref erentiebeelden eilanden
5. Het fûgeltsjelân - weidevogelgebied De gronden ten zuiden van de Geasten worden optimaal ingericht als fugeltsjelan. De bestaande, oude zetsloot blijft liggen, maar wordt meer open gemaakt. Het gebied krijgt een natuurlijk agrarisch beheer, gericht op het ontwikkelen en in standhouden van het gebied als weidevogelgebied, vooral voor soorten als grutto en kievit.
Figuur 11. Ref erentiebeelden weidev ogelgebied
2.4.3
De oevers
De oevers van het meer verschillen aan beide zijden. De oostelijke oever is de bestaande kering langs het Alddjip. Deze oever is een heldere lijn en bestaat uit een grasdijk. Deze meer rechtlijnige oever vormt een mooi contrast met de westelijke oever. De westelijke oever is juist een grotendeels natuurlijke oever. Alleen bij de aanlegplekken is er een rechte kering. De natuurlijke oevers hebben een geleidelijk en gevarieerd talud. De dijk zelf is vrij van bomen. Vanaf de teen van de dijk worden diverse bloeiende en vruchtdragende heesters en struiken aangeplant.
18
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Langs het zuidelijk deel van de westoever wordt ook aandacht besteed aan een passende onderwatervegetatie met soorten die onder water blijven, deels boven water zichtbaar zijn en drijvende vegetatie. Te denken valt aan gele plomp, lisdodde, krabbenscheer en fonteinkruid. De ondiepe zone voor onderwatervegetatie wordt gemarkeerd voor de recreatieve vaart. Onderstaand zijn de dwarsprofielen van de oevers weergegeven. Vanwege de leesbaarheid zijn deze dwarsprofielen ook als bijlage 5 bijgevoegd.
Figuur 12. Dwarsprof ielen oev ers
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
19
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Figuur 13. Ref erentiebeelden oev ers
2.4.4
Relatie met het meer bij het dorp (Masterplan Oudega)
Naast het grote meer is bij het dorp Oudega, ten zuiden van de haven, ook een kleiner meer gegraven. De aanleg van dit meer is onderdeel van het Masterplan Oudega. Het masterplan zet in op een nieuwe koppeling van Oudega met het open water. Het nieuwe meer vlakbij het dorp biedt kansen voor een dorpsplein aan het water, geeft ruimte voor recreatieve activiteit bij het dorp en zet in op nieuwe horeca, wonen en verblijfsrecreatie. De insteek is dat beide meren elkaar aanvullen en versterken. Bij het meer bij het dorp ligt het accent daarom op reuring en dynamiek. Het grote meer richt zich op ruimte en rust met beperkte voorzieningen en activiteiten. Watersport en natuurbeleving staan hier voorop.
Het plan biedt geen kader voor grootschalige evenementen, maar mogelijkheden voor bijvoorbeeld zeilwedstrijden (zoals die in de omgeving toch al worden gehouden, bijvoorbeeld het jaarlijkse platbodemevenement) passen uitstekend binnen het doel van het plan. Daarvoor is niet specifiek bestemd, maar dergelijke activiteiten maken deel uit van de in de bestemming genoemde functie 'watersport'.
20
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Figuur 14. Bestaande en toekomstige situatie na realisatie totale Masterplan Oudega
Tot slot is het perceel Gealânswei 4 te Oudega aan de uiterste noordzijde van het plangebied meegenomen. Vanwege aanpassingen die noodzakelijk zijn ten aanzien van het laag gelegenpeilvak is met alle betrokken stakeholders een herverkaveling en kavelruil tot stand gekomen. Door de kavelruil heeft door de eigenaar van Gealânswei 4 twee smalle percelen verkregen. Deze percelen grenzen aan het huidige woonperceel en zullen na herinrichting bij het woonperceel worden gevoegd. Deze toe te voegen percelen hebben thans nog de bestemming 'Agrarisch met waarden - Open gebied'. In het kader van de gemaakte afspraken worden de verkregen agrarische gronden bestemd voor wonen.
2.5
Beschrijving planvoornemen
Op basis van de beleidsdoelen uit de Gebiedsvisie ‘Oudega aan het water’ en diverse participatietrajecten met de omgeving en betrokken overheden is in 2021 een nieuw ontwerp opgesteld (zie figuur 14). Het totale plangebied bedraagt 55 hectare waarvan 43,5 hectare water en 11,5 hectare land wordt gerealiseerd. Het landdeel bestaat uit de realisatie van nieuwe keringen en de eilanden. Het meer zal aansluiten op Wide Mûntsegroppe en het Alddjip. In het ontwerp van het meer (zie figuur 14) is het zuidelijk deel open en ruim zodat er gezeild kan worden. Het noordelijk deel van het meer is meer besloten, daar zijn ook de meeste ligplaatsen voorzien. Een groenstructuur loopt langs het fietspad dat de Gealânswei met de Geasten zal verbinden. De westzijde van het meer is gevarieerd. Hier is de mogelijkheid om aan wal te gaan en het varen te combineren met wandelen of fietsen. Er is een plek voor een trailerhelling en een vissteiger. Aan deze kant zijn 25 ligplaatsen, brede natuuroevers en in de noordelijke punt een hondenlosloopstrandje geprojecteerd. Aan de zuidzijde scheiden een nieuw en een bestaand eiland het meer van de doorgaande vaarroute Drachten - Earnewâld. Langs de noordzijde van het meer, voor de polder, liggen vier eilanden. Deze eilanden beschermen de polderdijk door te zorgen dat golfslag op het meer als gevolg van de overheersende zuidwestenwind wordt gebroken.
Aan de oostzijde ligt een rietzone met erachter op twee van de eilanden aanlegplekken in de luwte. Deze rietzone en de eilanden markeren bovendien de loop van het oude Alddjip. In de zuidelijke punt, waar het meer en de Wide Mûntsegroppe
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
21
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
elkaar raken, komt een uitzichtpunt. De opvaart blijft toegankelijk en herkenbaar door de oost-westrichting van het water (Wide Ie, Wide Mûntsegroppe, Smelle Ie) te behouden en af te schermen met nog een eiland. De omliggende gronden in de polder worden beschermd door de realisatie van een dijk. Langs de westzijde van het meer is inmiddels het zuidelijk deel van de nieuwe kering al aangelegd in de samenloop met de werkzaamheden van Wetterskip Fryslân (WF) om de verdere kering op te hogen. De betreffende keringen zijn uitgevoerd volgens de geldende normen van WF.
Uitgangspunten Het te graven meer krijgt een oppervlakte van circa 43,5 hectare, waarin een aantal eilanden in de zuid- en oostrand van het meer worden gerealiseerd (totaal 11,5 ha). Aan de randen van het meer en een aantal eilanden worden plasdraszones gerealiseerd met een maximale diepte van 70 cm ten opzichte van het maaiveld. De diepere delen van het meer, waar watersport kan plaatsvinden, worden gerealiseerd op minimaal 2,52 m onder NAP wat betekent dat de minimale diepte van het meer 2 meter bedraagt. Het meer bevat een groot open water zonder obstakels waar ook zeilwedstrijden mogelijk zijn (minimaal 500 bij 500 meter). De huidige vaarverbinding richting Oudega blijft gehandhaafd (minimaal 1.75 m diep). Er worden 25 ligplaatsen gerealiseerd. Langs de westzijde van het meer wordt een wandel- en fietsroute gerealiseerd, ter vervanging van het vervallen van het bestaande wandel- en fietspad en gedeeltelijke verlenging tot het uitkijkpunt (en terug). Dit traject loopt vanaf Oudega langs de Gealânswei over de nieuwe kering richting het uitkijkpunt op het meest zuidelijke punt van het plangebied. Het fietspad wordt uitgevoerd met een halfverharding (granulaat). In de zuidwesthoek van het meer wordt een uitzichtpunt gerealiseerd. Eveneens krijgen zit-, beleefen picknickplekken de ruimte binnen het plangebied.
Ook wordt voorzien in steigers voor hengelsporters en overstappunten voor kanoërs. Er komt een hondenstrandje aan de noordwestkant van het meer. Er wordt voorzien in een boothelling met maximaal 20 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in een halfverharding. Geen botenverhuur, horeca of andere commerciële functies. Planologische regeling locatie nieuw gemaal. Compensatie van minimaal 8.896 m2 NNN-gebied. Geen grote evenementen, maar wel activiteiten als zeilwedstrijden die toch al in de omgeving werden gehouden.
22
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Het beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente geeft uitgangspunten voor bestemmingsplannen. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van het relevante beleid voor het planvoornemen.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
Het rijk heeft het beleid inzake de ruimtelijke inrichting van de fysieke leefomgeving van Nederland vastgelegd in de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden (volledige lijst telt er 21) Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater.
Verbeteren en beschermen van biodiversiteit. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Voor wat betreft nationale belangen ligt de nadruk op Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Wat dat laatst betreft, richt het Rijk zich op de volgende beleidskeuzes: 1. In het landelijk gebied verbeteren we de balans tussen het landgebruik en de omgevingswaarden van bodem, water en lucht. 2. We beschermen en versterken de biodiversiteit, en benutten ons natuurlijk kapitaal duurzaam. 3. We realiseren een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit. 4. Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief. Het plan past geheel binnen de beleidskeuzen die in het kader van de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied zijn gemaakt. 3.1.2
AmvB Ruimte (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de NOVI is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Voor Smallingerland hebben deze regels geen gevolgen.
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
23
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte is het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, looptijd bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Voor uitwerkings- en wijzigingsplannen kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering van deze behoefte wordt doorgeschoven naar de toelichting behorende bij het uitwerkings- of wijzigingsplan. Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is.
Indien er in het geheel geen sprake is van toename van het ruimtebeslag, dan is de lijn (uitspraak 10 december 2014) dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zo overweegt de Afdeling in haar uitspraak van 10 december 2014: Het plan voorziet in het realiseren van water en een aantal eilanden op gronden die thans overwegend in gebruik zijn als agrarische gronden. Omdat er alleen sprake is van een functiewijziging en er geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die resulteren in een toename van het stedelijk ruimtebeslag kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt en dat als gevolg daarvan een uitgebreide ladderonderbouwing niet noodzakelijk is.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Streekplan Fryslân
Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Het provinciaal beleid is onder meer neergelegd in het Streekplan Fryslân 2007 'Om de kwaliteit fan de romte', vastgesteld op 13 december 2006. De provincie Fryslân zet in op de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit bij veranderingen in het gebruik en de inrichting van de ruimte. Ruimtelijke kwaliteit dient zowel voor economische, sociale als culturele belangen en is daarmee voor alle functies in Fryslân essentieel. In paragraaf 2.5 van het Streekplan wordt ingegaan op recreatie en toerisme. De provincie heeft recreatiekernen aangewezen (m.u.v. de Waddeneilanden), bedoeld voor concentratie van de grotere recreatieve voorzieningen (verblijfs-, dag-, en vaarrecreatie). Oudega is aangewezen als recreatiekern. Buiten recreatiekernen, zijn kleinschalige ontwikkelingen mogelijk. Aan deze kleinschalige ontwikkelingen zijn voorwaarden gekoppeld met betrekking tot de omvang van voorzieningen dag-, vaaren verblijfsrecreatie. De nadruk ligt op recreatieve kwaliteitsverbetering met een verhoogde aandacht voor landschappelijke inpassing en verantwoordelijkheid van sector voor beheer natuur, landschap en erfgoed. De herkenbaarheid van landschappelijke kernkwaliteiten is randvoorwaarde.
Het planvoornemen is landschappelijk ingepast (zie paragraaf 2.4) en past binnen de uitgangspunten van het Streekplan.
24
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
3.2.2
Omgevingsvisie Fryslân
Op 21 oktober 2020 is de omgevingsvisie Fryslân vastgesteld. In wat voor Fryslân wilt u in 2025-2030 wonen, werken, recreëren, kortom: leven? Deze vraag stond centraal bij het maken van de nieuwe Omgevingsvisie van de provincie Fryslân. In het plan komt al het provinciale beleid voor de fysieke leefruimte te staan. Het gaat om de hoofdlijnen voor de ruimtelijke inrichting van Fryslân, de provinciale waterhuishouding, infrastructuur, natuur, landschap en milieu. In de omgevingsvsie is het beleid met betrekking tot recreatie versoepeld. De concentratie en inpassing van recreatie wordt ingevuld via de inhoudelijke principes ‘zuinig en meervoudig ruimtegebruik’, ‘omgevingskwaliteiten als ontwerpbasis’, ‘koppelen en verbinden’. Van belang zijn kwaliteit en inpassing via de Nije Pleats aanpak. Er wordt nadruk gelegd op procesvoorwaarden, met als aandachtspunten: (markt)potenties, aansluiten bij bestaande voorzieningen (concentratievoordelen benutten), draagvlak omgeving, versterking cultuur- en natuurerfgoed en leefbaarheid in dorpen en steden. Deze insteek sluit aan bij de behoefte aan revitalisering, modernisering en kwaliteitsverbetering van recreatievoorzieningen met toekomstperspectief. Een aantal daarvan, zoals onderhavige locatie, ligt buiten de recreatiekernen. Bij ontwikkelingen is flexibiliteit voor maatwerk gewenst.
Zo moet per locatie via een Nije Pleats aanpak vervolgens de ontwikkelmogelijkheden worden bepalen. Deze werkwijze past in een integrale gebiedsgerichte aanpak en binnen de principes ‘omgevingskwaliteiten als ontwerpbasis’, ‘koppelen en verbinden’, ‘ja, mits’ en ‘ruim op inhoud, sturen op proces’. In algemene zin blijft de concentratie van recreatieve voorzieningen blijft wel van belang. Het plan is vormgegeven in samenspraak met gemeente, provincie en het dorp. Het uitgangspunt 'De nadruk ligt op recreatieve kwaliteitsverbetering met een verhoogde aandacht voor landschappelijke inpassing en verantwoordelijkheid van sector voor beheer natuur, landschap en erfgoed. De herkenbaarheid van landschappelijke kernkwaliteiten is randvoorwaarde' wordt gehandhaafd. Er moet sprake zijn van een slimme groei van Friese Gastvrijheidseconomie. Versterking van cultuurtoerisme; geen massa en piekbezoeken, maar kwaliteit en spreiding in na- en laagseizoen en spreiding over de provincie, met accenten per regio. Behoefte aan modernisering en kwaliteitsverbetering van logiesaccommodaties met toekomstperspectief. Niet meer van hetzelfde, maar aanvullingen die het aanbod completeren. Uit onderzoek1 is gebleken dat deze nadruk nog steeds terecht is: niet meer van hetzelfde, maar aanvullingen die het aanbod completeren met aandacht voor inpassing in omgeving.
De omgevingsvisie Fryslân staat de ontwikkeling niet in de weg. 3.2.3
Verordening Romte
In de Verordening Romte Fryslân (vastgesteld op 25 juni 2014) stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Hoewel PS inmiddels een nieuwe verordening (OVO) heeft vastgesteld, is besloten om deze pas te laten ingaan als de Omgevingswet van kracht wordt. Daarom is vooralsnog getoetst aan de regels uit de VRF. Voor dit plan zijn de volgende bepalingen uit de verordening relevant:
Bundeling: Het plangebied ligt volgens de begrenzing van het landelijk gebied buiten het 'bestaand stedelijk gebied'. Buiten bestaand stedelijk gebied mogen in beginsel geen bouw- en gebruiksmogelijkheden voor stedelijke functies worden geboden. De beoogde functies betreffen recreatieve functies die horen in het buitengebied.
Ruimtelijke kwaliteit: Artikel 2 van de verordening bevat regels ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit. Hierin is opgenomen dat in een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf opgenomen moet worden, waarin voor zover nodig wordt aangegeven op welke wijze: het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen;
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
25
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde de structuren van provinciaal belang zoals die, met inbegrip van een richtinggevend advies, per deelgebied of gebiedsoverschrijdend zijn omschreven in de structuurvisie Grutsk op 'e Romte. De ruimtelijke kwaliteitsparagraaf is verwoord in paragraaf 2.4. Hiermee is invulling gegeven aan de voorwaarden uit hoofdstuk 2 van de verordening.
Recreatie en toerisme: Artikel 5 van de verordening stelt regels aan recreatie en toerisme. In een ruimtelijk plan kunnen nieuwe dagrecreatieve inrichting worden toegestaan (artikel 5.4) in, aansluitend aan of nabij een recreatiekern, tot een maximaal aantal van 150.000 bezoekers per jaar. In het plangebied worden enkele dagrecreatieve voorzieningen gerealiseerd zoals aanlegplaatsen voor de recreatieve vaart, trailerhelling, paardrijpad en een strandje. Gelet op de omvang van deze voorzieningen zal het aantal bezoekers ruim onder het maximum van 150.000 blijven. Voor nieuwe recreatieve voorzieningen geldt dat in de toelichting van het plan onderbouwd moet worden dat de inrichting milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar is in de omgeving en wat betreft schaal en verschijningsvorm inpasbaar is binnen de en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Tevens moet worden onderbouwd dat de ontwikkeling bijdraagt aan verbreding of kwaliteitsverbetering van het toeristisch-recreatieve aanbod in de regio. Op alle hiervoor genoemde aspecten is in hoofdstuk 2 en daarbij behorende bijlagen van deze toelichting ingegaan.
Natuurnetwerk Nederland: Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in beleidsdocumenten van de provincie Fryslân vaak Ecologische Hoofdstructuur - EHS - genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en inmiddels doorvertaald in de NOVI. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Fryslân uitgewerkt in de Omgevingsvisie Fryslân en de Verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerd 2018). Een ruimtelijk plan voor NNN-gronden maakt op grond van de Verordening Romte Fryslân 2014 geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden, of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur. Uitzonderingen hierop zijn onder bepaalde voorwaarden mogelijk, onder andere indien voorzien is in mitigerende en/of compenserende maatregelen. De ligging van provinciaal beschermde natuurgebieden binnen en nabij het plangebied is aangegeven in onderstaand figuur.
Het Natura 2000-gebied Alde Feanen is tevens begrensd als NNN en vormt het grootste natuurgebied in de omgeving, op circa 700 m afstand van het plangebied. Hiermee verbonden zijn natuurgronden langs de Nije Mûntsegroppe en beheergebieden in en bij de Gealanden die ook deels in het plangebied liggen. Een groot zuidelijk deel van het plangebied is begrensd als NNN - beheergebied. Tevens is op onderstaand figuur te zien dat de Nije Mûntsegroppe is aangewezen als NNN - water, en de oeverzone van Nije Mûntsegroppe en Alddjip zijn aangewezen als NNN - overige natuur; dit betreft smalle randen aan de zuid- en oostzijde van het plangebied. NB. Het gebied dat aangewezen is als NNN-beheergebied werd maar zeer ten dele beheerd als zodanig. Met ingang van 2021 gebeurt dat wel, compleet met een uitgestelde maaiverplichting. Daarnaast zijn er diverse kleinere terreinen aangewezen als 'Natuur buiten het NNN', waarvan er een grenst aan de noordpunt van het plangebied. Weidevogelkansgebieden liggen niet in het plangebied. Het meest nabijgelegen weidevogelkansgebied ligt aan de overzijde van de Nije Mûntsegroppe, circa 140 meter ten zuiden van het plangebied, en een ander gebied circa 800 meter ten oosten van het plangebied.
26
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Figuur 15. Ligging v an het plangebied (gebied B met oranje lijn betref t het bestemmingsplangebied), ten opzichte v an prov inciaal beschermde natuurgebieden; NNN-natuur appelgroen, natuur buiten NNN lichtgroen, beheergebied blauwgroen
Figuur 16. Detail v an de ligging v an het zuidelijk deel v an het plangebied Gealanden, ten opzichte v an prov inciaal beschermde natuurgebieden: NNN - Water lichtblauw, NNN - Natuur appelgroen, Beheergebied blauwgroen
De wezenlijke kenmerken en waarden zijn voor gebieden met de bestemming natuur de aanwezige en potentiële natuurwaarden, inclusief de daarvoor vereiste bodem- en watercondities. De potentiële natuurwaarden en de daarvoor vereiste bodem- en watercondities zijn gebaseerd op de internationale
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
27
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
biodiversiteitdoelstellingen. Voor gebieden met een andere bestemming, waar in het geldende en toekomstige bestemmingsplan sprake van is, betreffen de wezenlijke kenmerken en waarden enkel de aanwezige natuurwaarden. De provincies bepalen op lokaal niveau welke beheertypen moeten worden gerealiseerd. Daarbij wordt gekeken naar de potenties en kansen, mede gelet op de omgeving en de internationale biodiversiteitdoelstellingen. De beoogde beheertypen worden door de provincies vastgelegd in hun natuurbeheerplannen. De wezenlijke kenmerken en waarden zijn in Fryslân vastgelegd in het provinciale Natuurbeheerplan 2014. De begripsbepaling verwijst daarnaar. Op de beheertypenkaart zijn alle bestaande natuur en nog te ontwikkelen (begrensde) natuur, alle agrarische natuur en de landschapselementen aangegeven en getypeerd volgens de Index Natuur en Landschap. In een aantal situaties is dit niet op perceelsniveau vastgelegd maar zijn "zoekgebieden" aangegeven. Met de beheertypenkaart stimuleert de provincie de instandhouding of realisatie van de op die kaart aangegeven beheertypen. Op de ambitiekaart kunnen hogere of andere doelen staan vermeld dan op de beheertypenkaart. Op enig moment kan het beheertype van de ambitiekaart wel worden bereikt.
De beheertypenkaart wordt daarom periodiek aangepast en geactualiseerd om uiteindelijk steeds dichter bij de gewenste eindsituatie te komen zoals opgenomen in de ambitiekaart. In artikel 7.1.1, lid 2 staat dat in de NNN-natuur geen ontwikkelingen zijn toegestaan die significante negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN-natuur, of tot een significante vermindering van de oppervlakte of significante aantasting van de samenhang tussen (deel)gebieden van de EHS leiden. Of een ontwikkeling in een concreet geval daadwerkelijk significante gevolgen heeft, is afhankelijk van de wezenlijke kenmerken en waarden per gebied en zal per geval moeten worden beoordeeld.
Toetsing NNN-natuur In paragraaf 4.2 Ecologie van deze toelichting is nader ingegaan op de EHS/NNN. Daar blijkt dat er sprake is van het verdwijnen van NNN-natuur In de vorm van een rietoever langs de huidige kering in de Wide Ie, dat in het kader van dit plan wordt gecompenseerd door middel van ruim 1,8 ha plasdrasoever aan de westzijde van het te realiseren meer. De te realiseren compensatie is met provincie Fryslân afgestemd en door de provincie akkoord bevonden. De aan de oost- en zuidzijde van het plangebied aanwezige kering heeft binnen de provinciale Ruimtelijke Verordening Romte 2014 de aanduiding NNN-natuur gekregen, maar blijkens de ecologische onderzoeken zijn er geen bijzondere waarden, afgezien van de hiervoor genoemde rietoevers die langs het water staan. De kering betreft een kade van Wetterskip Fryslân, heeft als functie de bescherming van landbouwgronden en heeft geen verdere relatie met natuur. De aanwijzing van deze kering als EHS is destijds een 'slip of the pen' geweest. Bij het vaststellen van het ontwerp van het planvoornemen voor het meer bij Oudega door Gedeputeerde Staten wordt daarom tevens voorgesteld om het verdwijnen van dit deel NNN-natuur niet geheel te compenseren.
Het planvoornemen voorziet in de realisatie van diverse natuur(functies) in het plangebied zoals natuurlijke oevers, natuureilanden en ongeveer 50 hectare water en moeras wat ten goede komt aan de natuur. De toevoeging van deze functies zorgen voor een dusdanige versterking van de natuurwaarden dat dit in ruimte mate opweegt tegen de verdwijning van de NNN-natuur ter plaatse van de kering. NNN-beheergebied Het plangebied is voor een belangrijk deel aangewezen als NNN-beheergebied. In de verordening is bepaald dat een eventuele onvermijdelijke ruimtelijke ingreep wordt afgewogen ten opzichte van de wezenlijke kenmerken en waarden, waarbij de mogelijkheden voor mitigatie en vervolgens compensatie van natuurwaarden en herbegrenzing van beheergebieden worden betrokken. Beoordeling: Gemeente Smallingerland acht de aanleg van het meer met een omvang die groter is dan de oppervlakte van het beheergebied binnen het plangebied, een goede mitigatie van het verlies van waarden die binnen het beheergebied aanwezig zijn. Daarbij krijgt het gebied een compleet ander karakter waardoor ook andere natuurwaarden zullen worden ontwikkeld. Er is dan ook geen sprake van
28
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
compensatie. Het meer zal bovendien recreatief worden gebruikt, waardoor de ontwikkeling van waternatuurwaarden vermoedelijk beperkt blijft tot de minder gevoelige soorten. Tijdens de winterperiode - wanneer het recreatief gebruik minimaal is - kan het gebied een grotere meerwaarde voor natuur krijgen zoals bijvoorbeeld voor rustgebied voor wintergasten. Op grond hiervan is compensatie en herbegrenzing niet aan de orde. De ontwikkeling van het meer en het verlies van beheergebied is in overleg met provincie Fryslân besproken en akkoord bevonden. Weidevogelkansengebied In de voorliggende situatie wordt het weidevogelkansgebied door de Wide Mûntsegroppe gescheiden van het plangebied. Daarnaast ligt er nog een brede rietkraag (op sommige plekken meer dan 14 meter breed) aan de zuidzijde van het water, die moet worden meegenomen als bestaande verstoringsbron. Tevens ligt er nog een verhoogde regionale kade en ligt het weidevogelkansgebied aanzienlijk lager dan de kade. Op basis van deze constateringen concluderen wij dat er geen extra verstoring van weidevogelareaal optreedt, waardoor wordt voldaan aan artikel 7.2.2. VRF. 3.2.4
Ontgrondingenverordening
Voor bepaalde werkzaamheden is op basis van de Ontgrondingenverordening Friesland een ontgrondingsvergunning nodig. Indien de waterpartij aan onderstaande voorwaarden voldoet is voor de graafwerkzaamheden geen ontgrondingsvergunning nodig: de diepte van de ontgronding bedraagt niet meer dan 2,00 m beneden maaiveld; bij de ontgronding wordt niet meer dan 10.000 m3 aan bodemmateriaal naar elders afgevoerd. Gelet op de afgraving van ca 49 ha is een ontgrondingenvergunning vereist. Deze vergunning wordt voorbereid en ingediend.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie gemeente Smallingerland / Omgevingsvisie Smallingerland
De gemeenteraad heeft in 2013 de Structuurvisie gemeente Smallingerland opgesteld als ruimtelijke vertaling van de Integrale Visie Smallingerland. Deze visie geeft een verkenning van de ontwikkeling van de gemeente Smallingerland voor een langere periode. De visie is inmiddels opgevolgd door de Omgevingsvisie Smallingerland die op 2 maart 2022 door de raad is vastgesteld. In de omgevingsvisie wordt de lijn van de structuurvisie gevolgd. Het beleid van de gemeente richt zich op een aantal doelen, zoals onder meer het Versterken van de kwaliteit van het buitengebied. Het realiseren van dit bestemmingsplan vloeit voort uit de gebiedsaanpak Oostelijke Poort Friese Meren. In Hoofdstuk 2 van deze toelichting is hierop ingegaan. Het doel is om economische groei en leefbaarheid te stimuleren en land- en waterrecreatie met elkaar te verbinden. De aanpak is erop gericht om de Friese Wouden en de Friese Meren te verbinden, de watersportstructuur te versterken en de beroepsen recreatievaart veiliger te maken zo mogelijk door scheiding van vaarwegen. Het zijn de hoofdingrediënten waarmee de gebiedsaanpak Oostelijke Friese Meren (OPFM) het gebied tussen De Veenhoop en Drachten aantrekkelijk en leefbaar houdt en maakt. het planvoornemen leidt tot een kwalitatieve recreatieve toevoeging in lijn met de doelstellingen.
Daarmee is het voornemen in overeenstemming met de omgevingsvisie van de gemeente Smallingerland. 3.3.2
Parkeernormennota 2015
De gemeente Smallingerland heeft op 17 februari 2015 de "Parkeernormennota 2015" vastgesteld. In dit bestemmingsplan is rekening gehouden met het parkeerbeleid zoals dat in de "Parkeernormennota 2015" is vastgelegd.
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
29
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
In het hiernavolgende is kort ingegaan op de diverse omgevingsaspecten in het plangebied. Het gaat hierbij om verschillende wettelijk verplicht te beschouwen aspecten en sectoraal beleid uit oogpunt van ruimtelijke ordening/planologie dan wel milieu bezien. De uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan stuit niet op belemmeringen met betrekking tot onderstaande omgevingsaspecten. Er is dan ook volstaan met het voor zover noodzakelijk ingaan op het wettelijk kader en het eventueel benoemen van relevante aspecten met betrekking tot het plangebied.
4.1
Erfgoed
De belangrijkste wettelijke basis voor het behoud van erfgoed is per 1 juli 2016 de Erfgoedwet. De kern van deze wet is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan vanwege de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) een analyse van cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient vanwege voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.1.1
Archeologie
Voor het plangebied is op basis van de provinciale archeologische beleidskaart (FAMKE) onderzocht welke archeologische waarden aanwezig zijn. Op deze kaart is op basis van zowel de aanwezige archeologische monumenten als de te verwachten archeologische waarden een advies aangegeven. De FAMKE bestaat uit twee provinciedekkende advieskaarten, één voor de periode Steentijd - Bronstijd, en één voor de periode IJzertijd - Middeleeuwen. Voor het plangebied is een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (Bijlage 6). Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: Binnen het plangebied zal een nieuw meer worden gegraven, waardoor de bodem tot in het onderliggende dekzand zal worden verstoord. Het huidige onderzoek beperkte zich tot de delen van het plangebied waar in de vooronderzoeken (Boon & Boekema, 2009) podzolbodems zijn waargenomen en vervolgonderzoek is aanbevolen; de onderzoekslocaties. Hier is de verwachting middelhoog voor nederzettingen uit de periode laat - paleolithicum-mesolithicum.
30
NL.IMRO.0090.BP2021BGB086-0401
Oudega - Nije Aldegeaster Sânning
Figuur 17. Aanduiding v an het plangebied (rood) en de onderzoekslocaties (groen)
Binnen een aanzienlijk deel van het plangebied bleek de bodem zeer recent ontgraven, waarbij de hoogste delen van het dekzand tot in de C-horizont zijn verstoord. Eventuele vindplaatsen zullen daarbij verloren zijn gegaan. Ook aan de noordzijde is de bodem vaak verstoord tot in de C-horizont. Soms resteren nog resten van podzolbodems. Aan de zuidzijde van het plangebied A is de bodem veelal nog intact en afgedekt door veen. Het dekzand ligt hier relatief laag en slechts lokaal is sprake van een zwak ontwikkelde podzolbodem. Waarschijnlijk zullen de omstandigheden hier te nat geweest zijn voor bodemvorming. Behalve houtskool in vier boringen zijn bij het onderzoek geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats uit de steentijd. Houtskool kan ook een natuurlijke oorsprong hebben. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. 4.1.2
Landschap en cultuurhistorie
Naast wetgeving op rijksniveau is ook in de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgelegd dat gemeenten in een ruimtelijk plan moeten aangeven op welke wijze het plan rekening houdt met cultuurhistorische elementen en structuren.
Huidige situatie Het plangebied ligt in een laagveengebied. Kenmerkend voor het landschap in het plangebied zijn de openheid en talrijke brede sloten. Houtige begroeiing is zeer beperkt aanwezig in het gebied. Er is een noord-zuid lopende bomenrij van circa 300 meter lengte bestaande uit voornamelijk knotwilgen met stammen tot 2 meter hoog langs het fietspad. Verder zijn er enkele bomen op hoeken van percelen en kleine boompjes bij een paardenschuurtje. In het gebied zijn veel sloten aanwezig die permanent waterhoudend zijn en meest noord-zuid georiënteerd zijn. De wateren aan de oost- en zuidrand van het plangebied zijn breed en fungeren ook als vaarweg. Langs het Alddjip ligt een kade met grasbegroeiing; hier is weinig opgaande riet- en moerasbegroeiing aanwezig, alleen in het meest zuidelijke deel is meer riet aanwezig. Het water en de oevers liggen binnen het plangebied. Langs de Nije Mûntsegroppe aan