Bijlage 4a - Bestemmingsplan VB3 - toel. regels en bijlagen
Tekst van het document
Vrijburgh - Fase 3
Vrijburgh - Fase 3
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Geldend planologisch-juridisch regime 1.3 Doelstelling 1.4 Leeswijzer
6 6 6 8 8
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Ruimtelijk ontwikkelkader Vrijburgh Fase 2&3 2.2 Stedenbouwkundig ontwerp 2.3 Stedenbouwkundig programma en beeldkwaliteitsplan 2.4 Mobiliteit 2.5 Parkeernormering
9 9 9 11 13 13
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
17 17 18 21 21
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Ecologie (en stikstof) 4.2 Erfgoed 4.3 Water 4.4 Hinder van bedrijven en voorzieningen 4.5 Geluidhinder 4.6 Externe veiligheid 4.7 Luchtkwaliteit (en verkeer) 4.8 Bodem 4.9 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.10 Overig
26 26 29 32 34 35 36 40 41 42 44
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Plansystematiek 5.2 Toelichting op de regels 5.3 Toelichting op de bestemmingen 5.4 Overige aspecten 5.5 Bestemmingsplanprocedure
46 46 46 48 49 49
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
51 51 51
Bijlagen bij toelichting
55
Bijlage 1
Ruimtelijk ontwikkelkader
56
Bijlage 2
Kaderdocument (concept)
86
Bijlage 3
Beeldkwaliteitsplan
104
Bijlage 4
Natuurtoets
135
Bijlage 5
Stikstofdepositie-onderzoek
161
2
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
Vrijburgh - Fase 3
Bijlage 6
Archeologisch onderzoek
232
Bijlage 7
Aanvullend inventariserend veldonderzoek
293
Bijlage 8
Waterplan Vrijburgh
326
Bijlage 9
Onderzoek wegverkeerslawaai
361
Bijlage 10
Extern veiligheidsonderzoek 2015
392
Bijlage 11
Advies externe veiligheid inzake Vrijburgh Fase 3
420
Bijlage 12
Advies luchtkwaliteit
431
Bijlage 13
Verkennend bodemonderzoek
436
Bijlage 14
Restant verkennend bodemonderzoek
537
Bijlage 15
Overlegreacties
585
Regels
601
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
602 602 611
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Bestemmingsregels Groen Verkeer Water Wonen - 1 Woongebied Wonen - Uit te werken Leiding - Gas Waarde - Archeologie
613 613 615 616 617 620 625 626 628
Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
630 630 631 632 634 635 636
Hoofdstuk 4 Artikel 17 Artikel 18
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
637 637 638
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
3
Vrijburgh - Fase 3
4
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
Vrijburgh - Fase 3
Toelichting
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
5
Vrijburgh - Fase 3
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Dit bestemmingsplan ziet op de doorontwikkeling van de wijk Vrijburgh door het mogelijk maken van woningbouwontwikkelingen in het gebied Vrijburgh Fase 3 in Drachten. Dit gebied sluit aan op Fases 1 en 2 van Vrijburgh aan de noordkant. De ontwikkeling van de wijk Vrijburgh is opgedeeld in een drietal fasen. Vrijburgh Fase 1 is nagenoeg gerealiseerd. In de gemeentelijke Woonvisie 2020-2025 is benadrukt dat er een groeiende behoefte is aan een aantrekkelijk en gevarieerd woningaanbod in Smallingerland. Het aantal huishoudens in Smallingerland neemt toe en zal naar verwachting de komende jaren blijven groeien. Daarom is in 2021 de ontwikkeling van de tweede fase van Vrijburgh ingezet om de mensen in de directe omgeving en daarbuiten de gelegenheid te bieden woonwensen waar te maken. Dat stimuleert ook de doorstroming op de woningmarkt. Hiervoor is een eigen bestemmingsplan opgesteld en in procedure gebracht. In oktober 2023 is de bouw van de eerste woningen in Vrijburgh Fase 2 gestart. Thans ligt het vervolg aan de ontwikkeling van de derde en laatste fase van Vrijburgh voor. Doel daarvan is om passend bij het plangebied en omgeving bijzondere woonvormen te ontwikkelen waar een zekere lokale en regionale behoefte mee wordt ingevuld waar elders in de gemeente lastig een goede locatie voor gevonden kan worden.
Gelet op het fragmentarische karakter en het behouden en verbeteren van de landschappelijke structuur leent het plangebied zich goed om diverse woonmilieutypes te creëren. Met betrekking tot het voortraject is in 2020 een ruimtelijk kader voor de planuitwerking van Vrijburgh Fase 2&3 opgesteld. Vervolgens is gewerkt aan het opstellen van een stedenbouwkundig ontwerp op basis daarvan. Deze stukken zijn inmiddels door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld en hebben de weg vrijgemaakt om te starten met de ruimtelijke procedures om de plannen mogelijk te maken. Daarbij heeft ook afstemming met de omgeving plaats.
Voorliggend bestemmingsplan ziet in de toevoeging van maximaal 151 woningen in het plangebied.
1.2
Geldend planologisch-juridisch regime
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan Vrijburgh als vastgesteld op 22-03-2016. In dit geldende bestemmingsplan is sprake van de bestemmingen 'Wonen - Uit te werken' en 'Groen - Uit te werken'. Deze bestemmingen schetsen het kader waarbinnen een toekomstig uitwerkingsplan voor de (groene) invulling van het plangebied met woningbouw kan plaatsvinden. Langs de noordwestelijke grens van het plangebied is verder sprake van een dubbelbestemming 'Leiding - Gas' [die met dit bestemmingsplan ongewijzigd wordt voortgezet].
6
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
Vrijburgh - Fase 3
Figuur 1. Kaartfragment bestemmingsplan Vrijburgh op ruimtelijkeplannen.nl
In het plangebied zijn op de verbeelding van het geldende bestemmingsplan enkele functieaanduidingen opgenomen voor realisatie van "water" in 'Groen - uit te werken' en "groen" in de strook betreffende de dubbelbestemming voor 'Leiding - Gas'. De vertaling van de uit te werken bestemmingen voor groen en wonen heeft in het inmiddels opgestelde stedenbouwkundige plan plaatsgevonden. 1.2.1
De van toepassing zijnde uitwerkingsbevoegdheden
Met het opnemen van uitwerkingsbevoegdheden is de toekomstig voorgenomen functie in een bestemmingsplan al wel vastgelegd, maar is de precieze invulling uitgesteld die in een later stadium in een uitwerkingsplan wordt uitgewerkt. Een uitwerkingsbevoegdheid wordt toegepast wanneer de details van een ruimtelijke ontwikkeling nog niet bekend zijn, maar de toekomstige functie in de planperiode al wel duidelijk is. Dat was het geval bij de totstandkoming van het geldende bestemmingsplan Vrijburgh in 2016. Binnen de opgenomen uit te werken bestemmingen in het geldende bestemmingsplan is het verplicht om uitwerkingsregels op te nemen, zodat duidelijk is wat er komen gaat. Het opnemen van een uitwerkingsbevoegdheid in een bestemmingsplan strekt tot de verplichting om gedurende de planperiode tot realisatie over te gaan. Vandaar dat ook wel van een uitwerkingsverplichting wordt gesproken.
Wonen - Uit te werken Voor wat betreft de opgenomen uit te werken woonbestemming is vastgelegd in de regels van het geldende bestemmingsplan dat de gronden kunnen worden bestemd voor 'wonen, eventueel in combinatie met werk aan huis, en/of bêd en brochje', alsmede 'bijzondere woonvormen'. In de bouwregels zijn onderzoeksverplichtingen voor de uitwerking opgenomen (uitgesteld onderzoek) met betrekking tot wegverkeerslawaai, ecologie, archeologie, watertoets, luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, externe veiligheid en planschaderisico. Al deze onderzoeken hebben voor zowel Vrijburgh Fase 2 als Fase 3 plaatsgevonden, en komen in navolgende aan de orde. Ook moeten de te realiseren woningen
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
7
Vrijburgh - Fase 3
qua aantallen, woningtype en doelgroep passen binnen het door Gedeputeerde Staten geaccordeerde gemeentelijk woonplan.
Groen - Uit te werken Voor de uit te werken groenbestemming schrijven de regels van het geldende bestemmingsplan voor dat de gronden kunnen worden bestemd voor 'groenvoorzieningen', 'bermen en beplanting', 'speelvoorzieningen', 'openbare nutsvoorzieningen', 'water', 'voet- en fietspaden'. Verder is geen nadere onderzoeksverplichting gesteld of van toepassing. 1.2.2
Keuze voor bestemmingsplan
Met de gehanteerde uitwerkingsbevoegdheden in het geldende bestemmingsplan is reeds een belangrijke juridisch-planologische basis gelegd voor invulling van het plangebied met woningbouw. De huidige stedenbouwkundige uitwerking heeft er echter toe geleid dat de uitwerkingsbevoegdheden door het overschrijden van bestemmingsgrenzen van 'Wonen - Uit te werken' en 'Groen - Uit te werken' toch beperkend zijn gebleken. Dat komt omdat de destijds gestelde kaders niet meer in lijn zijn met het bij de totstandkoming van het geldende bestemmingsplan gedachte stedenbouwkundig planidee, vanwege een inmiddels veranderende vraag naar typen woningen, woongebieden en woonmilieus. Om het nieuwe stedenbouwkundig ontwerp mogelijk te maken, konden twee mogelijkheden worden toegepast om tot een uitvoerbare planologisch-juridische basis te komen, namelijk: 1. het opstellen van een uitwerkingsplan voor die delen waarbij het stedenbouwkundig plan samenvalt met de uitwerkingsbevoegdheden plus een bestemmingsplan voor die delen die afwijken en waarmee dan het geldende bestemmingsplan gedeeltelijk wordt herzien; 2. het opstellen van één geheel nieuw bestemmingsplan. Omwille van duidelijkheid (het gehele woonvoornemen voor Vrijburgh Fase 3 in één plan) is voor deze laatste variant gekozen. Dat betekent dus wel dat voor het gehele plangebied opnieuw een volledige bestemmingsplanprocedure wordt doorlopen.
Deze procedure neemt meer tijd in beslag dan te kiezen voor een gedeeltelijke uitwerkingsprocedure. Zo moet bijvoorbeeld het bestemmingsplan na vrijgave via het college door de raad worden vastgesteld, terwijl het college voor vaststelling van een uitwerkingsplan zelf de bevoegdheid heeft.
1.3
Doelstelling
Met dit bestemmingsplan worden ten behoeve van het planvoornemen nieuwe juridisch-planologische kaders voor de betrokken gronden vastgelegd. De doelstelling van dit bestemmingsplan is daarmee dan ook het bieden van een passende juridisch-planologische regeling voor de gronden in het plangebied om invulling te geven aan het planvoornemen voor woningbouwontwikkelingen ter plaatse. Dit bestemmingsplan is daarmee ontwikkelingsgericht van karakter.
1.4
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 op de planbeschrijving ingegaan. Het relevante overheidsbeleid komt in hoofdstuk 3 aan de orde. Een omschrijving van de omgevingsaspecten, uit oogpunt van milieu en planologie bezien, is in het daaropvolgende hoofdstuk 4 opgenomen. In hoofdstuk 5 is de toelichting op de juridische vormgeving van dit bestemmingsplan gegeven en de hiervoor te volgen procedure. Tot slot is in hoofdstuk 6 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet. Bij dit bestemmingsplan zijn verder verschillende bijlagen opgenomen.
8
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
Vrijburgh - Fase 3
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Ruimtelijk ontwikkelkader Vrijburgh Fase 2&3
In het vastgestelde ruimtelijk kader voor ontwikkeling van Vrijburgh Fase 2&3 is vanuit een gebiedsanalyse de aanzet op hoofdlijnen voor de uitwerking in stedenbouwkundige ontwerpen voor verdere invulling met woningbouw van het gebied gegeven. Dit ruimtelijk ontwikkelkader is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting en heeft de basis gevormd voor het stedenbouwkundig ontwerp dat met dit bestemmingsplan is vastgelegd en in navolgende aan de orde komt.
2.2
Stedenbouwkundig ontwerp
De structuur van het opgestelde stedenbouwkundig ontwerp voor het plangebied is met name bepaald door de opzet van de wegen, de houtsingels (structureel groen) en het water. Om de gewenste flexibiliteit in de ontwikkeling van Vrijburgh Fase 3 (en eerder ook Vrijburgh Fase 2) mogelijk te maken is in het ontwerp uitgegaan van een robuust groenblauw raamwerk op basis van de bestaande landschappelijke structuren, en betreft een samenhangend patroon van stevige waterlopen en waterpartijen en bestaande en nieuwe boomsingels. Het raamwerk vormt de harde grenzen van de woongebieden en geeft ook de basis voor de ruimtelijk kwaliteit en beleving van het gebied. Fiets- en wandelroutes zijn onderdeel van het groenblauwe raamwerk, waardoor op een natuurlijke manier goede verbindingen tussen de nieuwe woongebieden en de directe omgeving ontstaan.
Ten behoeve van het planvoornemen van dit bestemmingsplan is een eerste aanzet tot een kaderdocument opgesteld die als Bijlage 2 bij dit bestemmingsplan is gevoegd. Navolgende planomschrijving is hieruit afkomstig. 2.2.1
Woongebieden
Binnen het raamwerk en op basis van de bestaande verkaveling en landschapsstructuur zijn verschillende deelgebieden gedacht. Op basis van de ruimtelijke hoofdstructuur bevinden zich hierbinnen min of meer vrij indeelbare uitgeefbare woongebieden waarbinnen een woningbouwprogramma kan worden uitgewerkt. De nadruk ligt daarbij op woonprogramma's en -vormen die nadrukkelijk een aanvulling vormen op wat er al is in de gemeente Smallingerland. Mogelijkerwijs kunnen ook enkele andere functies op termijn naast het wonen tot ontwikkeling komen als die het wonen ten goede komen.
Bij de hoofdopzet van het stedenbouwkundig ontwerp hebben een zestal hoofdaspecten een belangrijke rol gespeeld, te weten: Structuur en kwaliteit van het landschap; behoud en versterken landschapsstructuur, behoud cultuur historische lijnen (Lutenantsloane en voormalig spoor), behoud en beleefbaar maken van de typerende wigvorm, het respecteren van de openheid aan de Folgeren. Beleefkwaliteit van de openbare ruimte; wandel/fietsnetwerk, de waterstructuur, klimaatadaptatie, schaduwroutes, parkeren in groen, groen karakter, uitloopmogelijkheden (wandelen / recreëren en spelen). Gedifferentieerd woningaanbod: mix aan (nieuwe) woonsegmenten, goede ruimtelijke menging, tuin-oriëntatie, keuze in kavelgrootte, experimenteerruimte, samenhang in diversiteit. Veiligheid: toegankelijkheid voor alle leeftijden, verkeersluw, verkeersveilig, seniorproef, geen achterpaden, kindvriendelijk. Duurzaamheid: langdurige leefbaarheid, oriëntatie zonnepanelen, houdbaarheid singelpaden, beweging stimulerend, minimale verharding, ontmoetings- en speelplekken Ruimtelijke kwaliteit bebouwing: variatie per deelgebied t.b.v. identiteit, beperken openbare achterkanten i.v.m. vergunningsvrije bouwwerken, bij locatie passende architectuur; extra aandacht voor hoekpercelen, samenhang in clusters.
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
9
Vrijburgh - Fase 3
Het hoofdprincipe voor invulling van Vrijburgh Fase 3 is 'landschappelijk wonen'. De woongebieden worden ingevuld met een woningbouwprogramma die bestaat zoveel als mogelijk uit woonvormen of -typen die tot dusverre nog niet worden bediend in de gemeente. Daarbij kan gedacht worden aan groepsgewijs of collectief wonen, (collectief) particulier opdrachtgeverschap, of juist tamelijk individueel 'off the grid'-wonen (minimaal wonen), experimenteel duurzaam (zelf) bouwen, nieuwe doelgroephuisvesting (voor bijvoorbeeld senioren) of begeleid (zorg)wonen. Het kan hierbij gaan om grondgebonden woningen met een private of collectieve tuin, maar ook om een enkele gestapelde woonvorm.
De stedenbouwkundige gedachte is dat een grote diversiteit in woonprogramma en woningtypes de wijk flexibel en leefbaar maakt, ook op de lange termijn. Ook zorgt dit gevarieerde aanbod er voor dat de wijk aantrekkelijk zal zijn voor meerdere doelgroepen. Op het woningbouwprogramma is verder ingegaan in paragraaf 2.3. 2.2.2
Ruimtelijke uitwerking
Het stedenbouwkundig ontwerp is op hoofdlijnen ontstaan uit een zogeheten lagenbenadering van het gebied. Het gaat hierbij om de volgende zes ontwerpprincipes: 1. Groenstructuur is maatgevend. 2. Het karakter bepaalt de deelgebieden. Vrijburgh Fase 3 kent aan alle zijden een verschillend karakter (Duizendblad, de Folgeren, Lutenantsloane en Folgeralaan), naast de bestaande aangrenzende voor- en achterkantsituaties wat vraagt om het respecteren van deze waarden. 3. De hoofdstructuur van het woongebied is de langzaam verkeerstructuur waaraan autoroutes van ondergeschikt belang zijn. Een groene fietsroute verbindt de diverse buurten van Vrijburgh met het centrum van Drachten. De in de wijk te realiseren speelvoorziening vraagt om goede langzaam verkeersverbindingen. 4. De aantakking op het Duizendblad kan worden teruggebracht naar één hoofdas, die voldoende is voor de verkeersafwikkeling voor de gedachte woningen, die allemaal (wat betreft autoverkeer) worden ontsloten via het Duizendblad. Er is ook sprake van een bestaande (meer landelijke) inprikker vanaf de Folgeren. Deze inprikker betreft een noodontsluiting enkel bedoeld voor de hulpdiensten en voor Liander (in verband met bereikbaarheid trafo). 5. Goed zichtbare randen vragen om een voorkantbenadering, zoals aan de Lutenantsloane en het Duizendblad, maar ook de randen van de hoofdas. 6. Solitaire bebouwing in de ruimte.
In het bebouwingsritme vanaf de Folgeren bezien kan boerderij Vrijburgh als solitaire bebouwing een herhaling krijgen en een enkele geëigende plek leveren voor een groter gebouw in de groep ingepast. Dit kan een gebouw ten behoeve van een gemeenschappelijke functie zijn, een zorggebouw of een gebouw met een meerwaarde voor de wijk Vrijburgh en Burmania.
10
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
Vrijburgh - Fase 3
Figuur 2. Ontwerpprincipes die tot het stedenbouwkundig ontwerp hebben geleid.
2.3
Stedenbouwkundig programma en beeldkwaliteitsplan
Op grond van voorgaande zijn vijf deelgebieden geformuleerd, afgestemd op het ruimtelijk karakter en elk met een eigen ruimtelijke invulling en karakter. Wat betreft het woningbouwprogramma per deelgebied wordt aan een groot pallet aan woningtypes en woonmilieus gedacht. Van lage individuele levensloopbestendige woningbouw in het groen tot individuele en grotere bebouwing, maar ook aan tiny houses. Stedenbouwkundig is uitgegaan van een volgende invulling, waarbij elk deelgebied een eigen bijzondere woningbouwinvulling krijgt: 1. 2. 3. 4. 5.
Wonen in de wig Wonen aan groen of water De middenzone Klein wonen Solitairen
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
11
Vrijburgh - Fase 3
Figuur 3. Voorbeelduitwerking
De voorbeelduitwerking in figuur 3 gaat uit van diverse woonvormen betreffende tiny houses, hofjeswoningen, appartementen, vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen, patiowoningen en solitaire gebouwen.
Ten behoeve van de ontwikkeling van Vrijburgh Fase 3 is een beeldkwaliteitsplan (laatste versie d.d. 21-05-2024) opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan geeft beeldkwaliteitscriteria voor de vormgeving van de nieuwe woningen en de vormgeving van overige bebouwing, zoals erfafscheidingen. Daarnaast wordt een beeld geschetst van de inrichting van de openbare ruimte in het plangebied. Voorafgaand hieraan is in het beeldkwaliteitsplan ook het stedenbouwkundig ontwerp, evenals de aspecten met betrekking tot de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit, uitgewerkt. Het beeldkwaliteitsplan is als Bijlage 3 bijgevoegd aan deze toelichting. Voor een verdere inhoudelijke toelichting op en beschrijving van het planvoornemen van dit bestemmingsplan wordt kortheidshalve hiernaar verwezen. In het beeldkwaliteitsplan is in woord en beeld de na te streven ruimtelijke kwaliteit van de eindsituatie
12
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
Vrijburgh - Fase 3
vastgelegd. De toekomstige woningen moeten worden ontworpen op basis van de in het beeldkwaliteitsplan beschreven beeldkwaliteitscriteria. Het beeldkwaliteitsplan geeft middels referentiebeelden duidelijkheid en zekerheid over het bebouwingsbeeld in de nieuwe woonwijk. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als onderdeel van de gemeentelijke welstandsnota. De borging van de ruimtelijke kwaliteit vindt plaats door de toetsing van de aanvraag omgevingsvergunning aan redelijke eisen van welstand. Dit gebeurt door de welstandscommissie aan de hand van de criteria uit het beeldkwaliteitsplan.
Het voorliggende bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan worden samen in procedure gebracht.
2.4
Mobiliteit
De gemeente wil in het plan voor Vrijburgh Fase 3 het STOMP-principe hanteren (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, 'Mobility as a Service' (deelmobiliteit) en Privé-auto). Dit ontwerpprincipe komt voort uit Beleidskader Mobiliteit, waarop in paragraaf 3.4.7 nader is ingegaan. In de nieuwbouwwijk zijn voetgangers en fietsers leidend, en de auto is te gast. Het uitgangspunt is om actieve en gezonde vormen van mobiliteit, zoals lopen en fietsen te stimuleren, maar ook het gebruik van deelmobiliteit, openbaar vervoer en digitale mobiliteit, zodat het bezit en gebruik van de "eigen" auto afneemt. Dit wil niet zeggen dat er geen plek meer mag zijn voor auto's. Wel krijgt de auto een minder dominante plek in de directe woon- en leefomgeving. Voor de auto wordt - indien mogelijk - minder ruimte gereserveerd, zodat meer ruimte overblijft voor bijvoorbeeld voetgangers, fietsers, verblijf, waterberging en groen. In Vrijburgh Fase 3 worden een aantal fysieke maatregelen getroffen om minder autogebruik te stimuleren. Zo wordt het parkeren geclusterd en op loopafstand georganiseerd binnen de verschillende deelgebieden, breedtes van wegen voor het autoverkeer wordt beperkt en de openbare ruimtes worden autoluw ingericht. Ook is de wegenstructuur erop gericht om logische korte en directe routes voor voetgangers en fietsers te creëren en niet voor autoverkeer.
Naast deze fysieke maatregel wil gemeente Smallingerland de potentiële bewoners stimuleren om het autogebruik en autobezit terug te dringen. Bij de uitgifte van de verschillende deelgebieden worden de toekomstige bewoners uitgedaagd om het autobezit in de wijk te minimaliseren. De huidige geldende parkeernormnota 2015 van gemeente Smallingerland is gestoeld op een minimaal aantal parkeerplaatsen en wijkt af van de actuele minimale landelijke CROW-normen. De nieuwe gemeentelijke parkeernormennota, die nog in voorbereiding is, sluit meer aan bij deze landelijke normen, maar is nog niet ter vaststelling aangeboden. Om de potentiële kopers in Vrijburgh Fase 3 ruimte te geven om aan de minimale landelijke normen te kunnen voldoen, dienen de parkeernormen specifiek voor Vrijburgh Fase 3 te worden vastgesteld. In navolging van het Beleidskader Mobiliteit zal bij de uitgifte van de deelgebieden en de inrichting van het openbare gebied eisen worden gesteld om een toekomstbestendige laadinfrastructuur te realiseren. Hiermee wordt de transitie naar emissie-vrije automobiliteit gefaciliteerd. Daarnaast zal een herbestemmingsvisie worden gevraagd en vastgelegd indien de parkeervraag in de toekomst zal wijzigen. Op die manier wordt een kwalitatieve ruimtelijke inrichting voor het langere termijn geborgd.
2.5
Parkeernormering
Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. Onderdeel daarvan is het parkeren. Vrijburgh Fase 3 kenmerkt zich door verschillende deelgebieden voor diverse doelgroepen. De parkeernormen worden dan ook per deelgebied vastgelegd of als gunningscriteria meegegeven. Anders
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
13
Vrijburgh - Fase 3
dan de landelijke norm, die uitgaat van de minimale eis, wordt voor de parkeernormering in Vrijburgh Fase 3 de maximale eis gehanteerd. De kengetallen in de parkeernormen sluiten aan bij de Parkeerkencijfers 2024 uit de richtlijnen van het CROW, waarvan in onderstaande tabel het overzicht voor Vrijburgh Fase 3 is gegeven.
Tabel 1. Gehanteerde parkeernormering voor Vrijburgh Fase 3.
Per deelgebied als aangegeven in figuur 5 is de beoogde parkeernorm voor Vrijburgh Fase 3 in het hiernavolgende gesteld en onderbouwd. Ook is aangegeven waar deze afwijkt van de normen van het CROW. Het plangebied ligt in "rest bebouwde kom" en is "weinig stedelijk". De weergegeven normen zijn exclusief bezoekersparkeren van 0,2 parkeerplaatsen per woning. Deze parkeervoorzieningen dienen een openbaar karakter te hebben en bij de gestelde parkeernormen te worden opgeteld.
14
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
Vrijburgh - Fase 3
Figuur 4. Deelgebieden ten behoeve van parkeernormering Deelgebied 1 - Wonen in de Wig Dit deelgebied biedt ruimte voor circa 23 patiowoningen. Deze koopwoningen komen te liggen in een semi-openbaar gebied, waarin ook het parkeren moet worden gerealiseerd. Voor dit gebied wordt een parkeernorm gehanteerd tussen de 1,2 en 1,8 parkeerplaatsen per woning. De parkeervoorziening mag op eigen erf of als clusters worden gerealiseerd. Het aandeel publieke oplaadpunten ligt tussen de 5 en 8%. Deel gebied 2a - Wonen aan groen of water In deelgebied 2a komen zes vrijstaande projectwoningen te staan, waarbij het uitgangspunt is dat het parkeren op eigen erf wordt gerealiseerd. Wanneer de parkeervoorziening niet op eigen erf, maar in clusters wordt gerealiseerd ligt de parkeernorm tussen de 1,5 en 2,0 parkeerplaatsen per koopwoning en het aandeel publieke oplaadpunten 8 tot 13%.
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
15
Vrijburgh - Fase 3
Deelgebied 2b - Wonen aan groen of water In deelgebied 2b wordt ruimte gegeven voor een CPO-ontwikkeling. Het woningbouwprogramma in dit gebied wordt een mix tussen vrijstaand, twee-onder-een-kap, meerkappers en kleine woningen. Een gunningscriterium van dit gebied is mobiliteit. Hiermee wordt de beoogde groep bewoners uitgedaagd om minder de auto te gebruiken en of te bezitten. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen is van invloed op het aantal punten bij de uiteindelijke gunning. Deze parkeerplaatsen mogen op eigen terrein worden gerealiseerd. Als de parkeerplaatsen in clusters worden gerealiseerd, ligt de parkeernorm tussen de 1,4 en 1,9 parkeerplaatsen per koopwoning en het aandeel publieke oplaadpunten is 8 tot 13%. Deelgebied 3a - De middenzone: Sociale woningbouw Dit gebied geeft ruimte aan sociale woningbouw. Op dit moment vindt, samen met een woningbouwcorporatie, de verkenning plaats naar het realiseren van het Buurblok principe. Buurblok is een nieuw concept en richt zich op betaalbaarheid, duurzaamheid en mobiliteit. Bij dit concept hoort ook het beschikbaar stellen van deelauto's. Er is ruimte voor 40 sociale huurwoningen. De parkeernorm is gebaseerd op de normen, die de gemeente Smallingerland in 2022 heeft vastgelegd, na afstemming met woningbouwcorporaties, met betrekking tot sociale huur.
De parkeernorm ligt tussen de 0,7 en 1,1 parkeerplaatsen per huurwoning. Het aandeel publiek toegankelijke oplaadpunten is 1 tot 3%. Deelgebied 3b - De middenzone: Appartementen In dit gebied wordt ruimte gegeven aan 16 appartementen voor een brede doelgroep. Voor dit gebied geldt dat de parkeervoorziening in een gezamenlijk cluster wordt gerealiseerd. Hiervoor geldt een parkeernorm tussen de 0,4 en 0,9 parkeerplaatsen per koopappartement. Het aandeel publieke oplaadpunten is 1 tot 3%. Deelgebied 4 - Klein Wonen Dit deelgebied biedt ruimte voor maximaal 35 kleine eenpersoonshuishoudens. Deze woningen vallen binnen het segment klein wonen, waarvoor een parkeernorm wordt gehanteerd tussen de 0,3 en 0,5 parkeerplaats per woning. De parkeervoorziening wordt als één gezamenlijk cluster gerealiseerd met tussen de 1 tot 3% oplaadpunten. Deelgebied 5a en 5b - Solitairen Deze deelgebieden kenmerken zich beide door grote percelen, waarop één woongebouw komt te staan. Dit gebouw kan worden bewoond door één familie of kan worden ingericht als een gebouw met appartementen, en eventueel zorggerelateerd. De afmetingen van het gebouw zijn vastgelegd in het bestemmingsplan. Gezien deze afmetingen en de afmetingen van het perceel moet de totale parkeerbehoefte van deze gebieden op eigen erf plaatsvinden.
Voor deze gebieden wordt geen parkeernorm opgelegd, maar wel de eis om aantoonbaar voldoende parkeren op eigen perceel te realiseren.
16
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
Vrijburgh - Fase 3
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen wetten, regels en beleid van het Rijk, de provincie, regionaal gevoerd beleid op intergemeentelijk niveau en de gemeente. In navolgende is het relevante beleidskader gegeven voor de planontwikkeling van Vrijburgh Fase 3. Daarbij is voor zover van belang verder ingegaan op wat voor het plangebied aan de orde is.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen van Nederland hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt.
De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de SVIR, het Barro en het Bro. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win-situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt de rijksoverheid naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst.
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
17
Vrijburgh - Fase 3
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011)
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het plangebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt bij elk ruimtelijk plan nationaal belang 13. Hiermee vraagt het Rijk om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro schrijft voor dat de onderbouwing van een ruimtelijk plan, waar een nieuwe stedelijke ontwikkeling mee mogelijk wordt gemaakt, aan de Ladder voor duurzame verstedelijking moet voldoen.
Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Als definitie voor stedelijke ontwikkeling is in het Bro opgenomen: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". In de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt wordt een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling gegeven (en voor zover buiten het bestaand stedelijk gebied gesitueerd ook een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien). Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw, planologisch ruimtebeslag. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologisch regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd.
Vanwege voorliggend planvoornemen van dit bestemmingsplan heeft in paragraaf 4.9 Ladder voor duurzame verstedelijking van deze toelichting toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking plaatsgevonden.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Visies
3.2.1.1 Omgevingsvisie Fryslân 2020 Een Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele' geheten, staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. De visie is op 21 oktober 2020 vastgesteld. De provinciale omgevingsvisie vervangt het strategisch beleid van de provincie in het streekplan, milieubeleidsplan, waterhuishoudingsplan en het verkeer- en vervoerplan. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven, te weten: Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptatief inrichten; Versterken biodiversiteit.
18
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
Vrijburgh - Fase 3
Inzet ten aanzien van onder meer woningbouw is dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de verdeling van woningen over hun kernen. In visies/plannen wordt bepaald waar dit gebeurt en in welke kwaliteit. Bij nieuwe inzichten en ontwikkelingen kan van afspraken worden afgeweken wat de nodige flexibiliteit biedt. Er gelden vanuit de provincie verder geen grenzen aan woningbouwprojecten op binnenstedelijke inbreidingslocaties.
Natuurinclusief ontwerpen In de provinciale omgevingsvisie wordt nadrukkelijk ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door bij het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Bij het planvoornemen wordt rekening gehouden met natuurinclusieve maatregelen. Onder andere door de toevoeging van extra groen in aansluiting op de bestaande groenstructuur. Daarnaast wordt er een robuuste waterpartij gerealiseerd. Deze waterpartij zorgt naast waterberging tevens voor een bevordering van de biodiversiteit. Verder kan bij de vormgeving van te realiseren hagen en afschermende beplanting gedacht worden aan beplanting die geschikt is voor vogels en/of insecten. Ook dit geeft een stimulans voor de biodiversiteit in het plangebied. Al met al is bij de voorgenomen ontwikkeling rekening gehouden met natuurinclusief ontwerpen. 3.2.1.2 Grutsk op 'e Romte (2014) Provinciale Staten hebben op 26 maart 2014 het document ‘Grutsk op ‘e Romte’ als thematische structuurvisie over landschap en cultuurhistorie vastgesteld. In deze thematische structuurvisie zijn landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren.
‘Grutsk op ‘e romte’ is als procesvereiste opgenomen in de provinciale ruimtelijk verordening, zodat bij het opstellen van een ruimtelijk plan een analyse dient te worden gemaakt van de aanwezige waarden in het plangebied. Op deze wijze verwacht Provinsje Fryslân de doorwerking van provinciale belangen in ruimtelijke plannen van gemeenten, rijk en provincie te borgen. 3.2.2
Verordeningen
3.2.2.1 Verordening Romte Fryslân 2014 (geactualiseerd 2018) Op 21-02-2018 is de wijzigingsverordening Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. Deze wijzigingsverordening is een hernieuwde vaststelling van de verordening uit 2014. In de verordening zijn concrete regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen (uit het streekplan, maar ook daarna opgestelde structuurvisies) doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onder meer de grens tussen het bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied vastgelegd. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het landelijk gebied. Wat betreft het bestaand stedelijk gebied geeft de provincie veel vrijheid aan gemeenten. Dit betekent dat er in principe nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk zijn in bestaand stedelijk gebied. In de verordening is bepaald dat een woningbouwproject van meer dan 11 woningen binnen bestaand stedelijk gebied in overeenstemming moet zijn met een door de provincie goedgekeurd gemeentelijk woonplan. Daarvan is sprake met het oog op voorliggend planvoornemen van dit bestemmingsplan voor invulling van Vrijburgh Fase 3 met woningbouw.
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
19
Vrijburgh - Fase 3
3.2.2.2 Omgevingsverordening Fryslân (inwerkingtreding per 01-01-2024) In de aanstaande Omgevingsverordening Fryslân staan de provinciale regels voor de fysieke leefomgeving geformuleerd. De nieuwe verordening komt voort uit het ingezette beleid in de provinciale omgevingsvisie en vormt de voortzetting van de meeste regels uit diverse provinciale verordeningen met een ruimtelijke werking. Zo vervangt de omgevingsverordening de Wegen- en Vaarwegenverordening, Milieuverordening, Verordening Wet Natuurbescherming, Waterverordening en de huidige Verordening Romte. Op sommige punten hebben de aanstaande Omgevingswet en Omgevingsvisie tot aanpassingen geleid in de verordenend door de provincie voor te schrijven regels. Daarbij kan worden gedacht aan het herstel van biodiversiteit, energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, werkgelegenheid of landschapsversterking. De Friese gemeenten op hun beurt verwerken de uiteindelijk regels van de provinciale omgevingsverordening in de eigen omgevingsplannen. De Omgevingsverordening Fryslân treedt gelijktijdig in werking met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 aanstaande. Omdat het voorliggende bestemmingsplan nog als ontwerp in procedure gaat voor die datum is de Omgevingsverordening Fryslân niet van toepassing, maar geldt de Verordening Romte Fryslân 2014 nog voor het planvoornemen.
3.2.2.3 Ontgrondingenverordening Friesland (1997) Er is sprake van een ontgronding als het maaiveld wordt verlaagd. De bodem wordt dan door afgraving ontdaan van een grondlaag. Bij ontgronden dient te worden beschikt over een ontgrondingenvergunning, tenzij er een vrijstellingscategorie van toepassing is. In de “Ontgrondingenverordening Friesland” (in werking getreden op 1 januari 1997) is in ‘Artikel 2: Uitzonderingen’ aangegeven dat de Ontgrondingenwet niet van toepassing is op: f.
Ontgrondingen die noodzakelijk zijn voor de verwerkelijking van een in een niet langer dan 10 jaar geleden onherroepelijk geworden bestemmingsplan aan de grond gegeven bestemming, mits: 1.
in de bij het bestemmingsplan behorende regels uitdrukkelijk is aangegeven dat de verwerkelijking van het plan een ontgronding inhoudt of insluit;
2.
de diepte van de ontgronding niet meer bedraagt dan 2,00 m beneden het oppervlaktewaterpeil;
3.
bij de ontgronding niet meer dan 10.000 m³ bodemmateriaal naar elders wordt afgevoerd of in depot wordt gezet.
Met het planvoornemen wordt openbaar toegankelijk boezemwater gerealiseerd middels waterlopen en -partijen. Er is dan ook sprake van voorgenomen ontgrondingen voor de realisatie hiervan. In de regels van dit bestemmingsplan is aangegeven dat sprake is van ontgronding. Wanneer de diepte van de ontgrondingen in het gebied niet meer dan 2,00 m bedraagt, en er minder dan 10.000 m³ aan bodemmateriaal vrijkomt en in het plangebied wordt hergebruikt, kan vrijstelling van de ontgrondingenverordening van provincie Fryslân worden verkregen voor het woonplan. Zo niet, dan dient een vrijstelling aangevraagd te worden.
Op basis van het huidige stedenbouwkundig plan blijkt wel dat er meer moet worden afgegraven dan waar de provinciale vrijstellingsregeling op ziet. In het kader van duurzaamheid wil de gemeente wel zo min mogelijk grond afvoeren en daarom dan ook hergebruiken in het plangebied (verhogen maaiveld en ophogen grond). Er zal, mee gelet op de diepte van de ontgronding, vrijstelling voor de ontgronding nodig zijn van de FUMO. Bij de verdere planuitwerking zal van gemeentewege daar dan ook contact voor worden opgenomen met de FUMO.
20
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
Vrijburgh - Fase 3
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale afspraken Woonregio Zuidoost-Friesland (2019)
Op regionaal niveau zijn afspraken ten aanzien van woningbouw vastgelegd door gemeenten in de regio en de provincie. De gemeenten Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf vormen samen de regio Zuidoost. De provinciale prognose is een belangrijk vertrekpunt in de woningbouwafspraken in de regio Zuidoost-Friesland en de provincie Friesland. Op basis van de provinciale prognose (2016) en de geactualiseerde woningbouwafspraken (2019) is de woningbouwruimte voor Smallingerland vastgesteld op 1.251 woningen voor de periode 2016 t/m 2025, met een aandeel van 40% binnenstedelijk en 60% buitenstedelijk. In de periode 2016 t/m 2019 zijn er in totaal 430 woningen netto toegevoegd. De resterende reguliere woningbouwopgave tot 2026 komt daarmee uit op 820 woningen. Met de provincie is afgesproken om maximaal 250 woningen over te programmeren voor het binnenstedelijk gebied, ten einde uitval of vertraging van binnenstedelijke projecten op te vangen. Dit biedt de mogelijkheid om planologisch 1.070 woningen te plannen. De gemeente Smallingerland heeft in het kader van de woningbouwprogrammering in het najaar van 2020 een nieuwe gemeentelijke woonvisie vastgesteld, waarop in paragraaf 3.4.2 nader is ingegaan. 3.3.2
Regionale woondeal Zuidoost Fryslân
Op 20 april 2023 is de Regionale woondeal Zuidoost Fryslân ondertekend. Hierin zijn afspraken tussen gemeenten, provincie en het Rijk vastgelegd over woningaantallen. De gemeenten Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf vormen samen de regio Zuidoost Fryslân. Met de regionale woondeals bundelen de verschillende overheden hun krachten om de woningbouw in de regio te versnellen. De gemeente Smallingerland heeft in de regionale woondeal getekend voor minimaal 1.230 woningen tot en met 2030. Vrijburgh fase 3 is in de Regionale woondeal aangewezen als sleutelproject.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Smallingerland 2040
Op 1 maart 2022 is de Omgevingsvisie Smallingerland 2040 vastgesteld. De gemeente brengt in deze omgevingsvisie focus op de toekomst van Smallingerland aan. De visie bevat het integrale beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving. Het geeft richting aan de manier waarop de gemeente in samenspraak met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties de leefomgeving wil beheren, inrichten en ontwikkelen, waarbij de ontstaansgeschiedenis niet uit het oog wordt verloren. De visie geeft inzicht in de opgaven die er voor de toekomst liggen, op het gebied van leefbaarheid, economie en cultuur. De doelen voor 2040 zijn samen te vatten in vier begrippen, te weten: gezond, veilig, aantrekkelijk en economisch vitaal. De opgaven zijn concreet geformuleerd als het versterken van: 1. 2. 3. 4.
Drachten als regionaal verzorgingsgebied; Drachten als stad voor innovatieve maakindustrie; Levendige en aantrekkelijke dorpen en wijken; Buitengebied met kwaliteit.
Leidende principes in de realisatie van deze opgaven om de doelen te bereiken zijn duurzaam, inclusief en identiteit. Deze leidende principes worden door de gemeente toegepast op de eigen plannen maar ook van private partijen die worden ontwikkeld en betekent dat wordt vastgehouden aan het karakter van het gebied en dat er versterkt en vernieuwd wordt passend bij Smallingerland.
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
21
Vrijburgh - Fase 3
In de omgevingsvisie is afronding van onder meer Vrijburgh met woningbouw specifiek genoemd als opgave met betrekking tot het verstreken van levendige, aantrekkelijke wijken en dorpen tot 2025. Deze beleidskoers komt voort uit de gemeentelijke woonvisie als beschreven in 3.4.2. De omgevingsvisie volgt voor die periode de in het woonbeleid gekozen ontwikkelstrategie. Die strategie is om in de periode 2020-2025 versneld woningbouw op gang te brengen die nodig is vanwege toenemende bevolkingsgroei en huishoudenverdunning. 3.4.2
Woonvisie Smallingerland 2020-2025 en Ontwikkelingsstrategie
De gemeente Smallingerland wil de volgende generaties prettig laten wonen, leven, werken en recreëren. De afgelopen jaren is de woningmarkt sterk veranderd. Duurzaamheid en omgevingsgericht werken zijn steeds belangrijker. Op 6 oktober 2020 heeft de gemeente Smallingerland in dat kader haar nieuwe omgevingsgerichte woonvisie met woningbouwprogramma vastgesteld. Met de woonvisie wordt inzicht en overzicht gegeven met betrekking tot de precieze ontwikkelingen om in een veranderende omgeving richting te geven aan de woningmarktontwikkelingen in de gemeente Smallingerland. Het woonbeleid van de gemeente is er voor iedereen en zet in op versnelling, specifieke doelgroepen en bovenal een sterke kwaliteit van de leefomgeving. Dit doet de gemeente door gericht aan het werk te gaan met vijf concrete ambities: 1. 2. 3. 4. 5.
Aantrekkelijke en gevarieerde nieuwbouw; Ruimte voor ongeveer 1.100 woningen erbij in vijf jaar; Duurzame woningvoorraad. Op weg naar energieneutraal; Wijs met grijs; ruimte voor initiatieven gericht op senioren & woningaanpassing; 'Mienskipssin' en vitale dorpen en wijken; Sociaal wonen; betere beschikbaarheid van woningen voor kwetsbare doelgroepen.
Met betrekking tot het planvoornemen van dit bestemmingsplan is vooral de eerstgenoemde ambitie relevant om ongeveer 1.100 woningen er in vijf jaar tijd bij te bouwen. Om deze ambitie te kunnen realiseren heeft de gemeente een Ontwikkelingsstrategie uitgewerkt. Dit is een plan voor diverse vrijkomende gebouwen, braakliggende gronden en particuliere locaties in Smallingerland. In oktober 2020 is deze Ontwikkelingsstrategie definitief gemaakt.
De gemeentelijke ambitie wat betreft woningbouwontwikkeling is in de woonvisie verder als volgt omschreven. Smallingerland heeft een centrale ligging in Noord-Nederland en de gemeente heeft de ambitie om een uitvalsbasis te zijn voor mensen die werken in het noorden. Dit zijn mensen die actief zijn op de noordelijke arbeidsmarkt (met opleidingsniveau HBO+), een hogere woon-werkafstand accepteren en op zoek zijn naar een geschikte woning in het hart van het Noorden. De gemeente wil de woningvoorraad voortvarend uitbreiden, rekening houdend met de toekomstige vraag en woonwensen. Drachten vervult een regionale functie met een aantrekkelijk centrum voor bewoners en bezoekers. Het aantal huishoudens neemt de aankomende jaren toe. Vooral de groep seniorenhuishoudens zal in omvang toenemen. Behalve senioren gaat het om mensen in andere levensfasen die vaker en langer alleen wonen dan voorheen. De gemeente gaat de komende jaren extra woningen realiseren die nodig zijn voor het toenemende aantal kleine huishoudens. Deze extra woningen worden deels in het centrum gerealiseerd. Een goed functionerend centrum voor Drachten vraagt om minder winkelmeters en biedt ruimte voor herontwikkeling en transformatie. Daarmee kan tegemoet gekomen worden aan de wens van bewoners om in het centrum te wonen. Daarnaast wordt hiermee de doorstroming gestimuleerd.
Mensen die verhuizen naar een appartement, patiowoning of aanleuningwoning in of nabij het centrum laten doorgaans een woning achter. Hiermee wordt de doorstroming gestimuleerd en komen er (gezins)woningen beschikbaar die interessant zijn voor starters, jonge stellen en gezinnen. Ook ontwikkelt de gemeente voor deze doelgroepen aantrekkelijke, groene en ruim opgezette uitbreidingswijken. Hierbij kan worden gedacht aan de verdere uitbreiding van de wijken Vrijburgh en Drachtstervaart in Drachten en Middelgeast in Boornbergum, maar ook aan andere locaties in de
22
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
Vrijburgh - Fase 3
dorpen. Hier wordt ingezet op een aantrekkelijke mix van woningtypen. Duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit zijn daarbij sleutelbegrippen om te werken aan de diversiteit van de woningvoorraad. Om hoogopgeleiden, waaronder ook studenten, expats en flexwerkers, te behouden en aan te trekken, is het van belang dat het woon- en leefklimaat aantrekkelijk is. 3.4.3
Convenant sociale huurwoningen Smallingerland
De gemeente Smallingerland zet in op betaalbare sociale huurwoningen. Op 19 mei 2022 ondertekenden de gemeente Smallingerland, Accolade en Woonfriesland het convenant voor de realisatie van circa 300 sociale huurwoningen in de gemeente Smallingerland voor 2030. In het convenant staan afspraken tussen de gemeente en de woningcorporaties. Ze gaan over de rolverdeling en wie waarvoor verantwoordelijk is, de toewijzing van locaties aan de woningcorporaties en de voorwaarden waaronder de gemeente die locaties beschikbaar stelt. 3.4.4
Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (2013)
Het verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente is vastgelegd in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (GVVP) van 2013. Doel van dit beleid is om: de leefbaarheid en leefkwaliteit te vergroten en de menselijke maat terug te brengen in het verkeer; de objectieve en subjectieve verkeersveiligheid te verbeteren; een optimale bereikbaarheid te creëren en te garanderen voor zowel locaties als weggebruikers; zorg te dragen voor een herkenbare inrichting van de verkeersstructuur, waardoor weggebruikers hun weg kunnen vinden en weten welk (verkeers)gedrag van hun verwacht wordt. Voor het bereiken van deze doelstellingen worden de principes van Shared Space en Duurzaam Veilig gecombineerd toegepast: Shared Space waar kan, Duurzaam Veilig waar moet. De onderstaande principes worden, indien van toepassing, voor het onderhavige plan gehanteerd.
Wegenstructuur Er wordt onderscheid gemaakt naar wegen die primair een verkeersfunctie hebben en wegen waar verblijven centraal staat. Op wegen uit deze laatste categorie is vaak ook sprake van meerdere functies, zoals spelen, groen, ontsluiten, wonen of werken. Afhankelijk van de mate van de verkeersfunctie zijn de wegen ingedeeld als stroomweg (pure verkeersfunctie), gebiedsontsluitingsweg (op wegvakken verkeersfunctie, op kruispunten uitwissel-/verblijfsfunctie) of erftoegangsweg (pure verblijfsfunctie). In verblijfsgebieden (erftoegangswegen) wordt gewerkt volgens het Shared Space-principe, waarbij de inrichting bepaald wordt door het gehele perspectief van functies, omgeving en landschap. Bij gebiedsontsluitingswegen moeten de kansen voor Shared Space benut worden. De kruispunten, waar juist de uitwisseling van verkeer en functies plaatsvindt, vormen hierbij primair de potentieel kansrijke locaties. Bij stroomwegen worden de inrichtingsprincipes van Duurzaam Veilig gevolgd.
Langzaam verkeer Ten aanzien van fietsvoorzieningen is op gebiedsontsluitingswegen uitgangspunt dat het fietsverkeer wordt gescheiden van het gemotoriseerde verkeer door middel van vrij liggende paden of parallelle routes. Op erftoegangswegen geeft de gemeente de voorkeur aan een inrichting die past binnen het concept van Shared Space. Dit betekent dat fietsverkeer en gemotoriseerd verkeer gezamenlijk de ruimte delen. Mits hiervoor goede argumenten zijn, kan van dit principe worden afgeweken. Voor voetgangers geldt dat er voldoende ruimte voor hen moet zijn en dat deze ruimte ook goed toegankelijk is voor lichamelijk en visueel gehandicapten.
Parkeren In bestaande gebieden geldt dat de gemeente terughoudend is met het opofferen van (openbare) groenvoorzieningen ten behoeve van extra parkeerplaatsen. Bij nieuwbouwplannen of nieuwe ruimtelijke
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
23
Vrijburgh - Fase 3
ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met voldoende parkeerruimte voor zowel de auto als de fiets. Hierbij dient het parkeren primair op eigen terrein opgelost te worden. Het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt bepaald door de gemeentelijke parkeernormennota (zie paragraaf 3.4.5).
Openbaar vervoer Het openbaar vervoer levert een belangrijke bijdrage de bereikbaarheid en ontsluiting van Smallingerland. Om goed openbaar vervoer te waarborgen worden busroutes ‘busvriendelijk’ ingericht en dienen haltes/overstappunten te voldoen aan eisen met betrekking tot opstel- en wachtruimte, stallingvoorzieningen en fiets- en looproutes. 3.4.5
Parkeernormennota Smallingerland (2015)
De gemeente Smallingerland heeft op 17 februari 2015 de "Parkeernormennota 2015" vastgesteld. Hierin heeft de gemeente ervoor gekozen om de CROW-normen te volgen door deze door te vertalen in het gemeentelijk parkeerbeleid, als vastgesteld in de parkeernormennota. In de nota is een parkeerregeling opgenomen waarin is geregeld hoeveel en waar parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn. De nota gaat uit van het gemiddelde tussen het minimum en maximum kencijfer zoals opgenomen in de publicatie van het CROW (publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'). In paragraaf 2.4 is het parkeren in het plangebied nader uitgewerkt in een parkeerbalans. 3.4.6
Nota parkeernormen (concept)
De gemeenteraad heeft in 2015 de huidige nota parkeernormen vastgesteld om betere parkeerfaciliteiten te borgen bij ontwikkelingen waar een aanvraag omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) voor nodig is. Door transformaties van functies en de benodigde versnelling van de woningbouwopgave met bijbehorende verdichting neemt de druk op de (openbare) ruimte verder toe. Als gevolg daarvan kan bij een aantal ontwikkelingen de parkeeropgave niet altijd meer volledig op eigen terrein worden opgelost. Voor de mobiliteitstransitie bood de huidige nota onvoldoende instrumenten om te sturen op alternatieve mobiliteitsoplossingen. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat het daadwerkelijk autobezit, bij woningen in de sociale sector, significant lager is ten opzichte van de theoretische uitgangspunten. Dit leidde tot stagnatie van bouwplannen. De nota parkeernormen is met dit document herzien om enerzijds bij ontwikkelingen een betere balans te krijgen tussen theorie en praktijk in relatie tot de bijbehorende (auto)mobiliteit en anderzijds meer ruimte te creëren om samen tot betere oplossingen te komen voor het parkeervraagstuk. 3.4.7
Beleidskader Mobiliteit en uitvoeringsagenda 2024-2028
De gemeenteraad van Smallingerland heeft op 7 mei 2024 het nieuwe Beleidskader Mobiliteit vastgesteld. Dit beleidskader richt zich op duurzame, veilige en inclusieve mobiliteitsdoelen in de gemeente voor de komende jaren. Bij het beleidskader hoort een uitvoeringsagenda voor de periode 2024-2028, waarin de maatregelen en activiteiten staan die de gemeente gaat nemen om de gestelde mobiliteitsdoelen te halen. Smallingerland wil in de gemeente meer ruimte maken voor verblijfskwaliteit, vergroening, klimaatadaptatie en actieve en duurzame vormen van mobiliteit. Daarom wordt de komende jaren aan het afbouwen van de huidige dominante positie van het autoverkeer gewerkt. Onder andere door het toepassen van een variabel parkeertarief en een maximale parkeerduur wordt geprobeerd de verkeersstromen en het gebruik van de parkeervoorzieningen in en rond het centrum van Drachten beïnvloeden. Om het fietsgebruik naar het centrum te stimuleren, komen in het centrum veilige en aantrekkelijke stallingsmogelijkheden. Ook worden veilige fietsroutes gerealiseerd en wordt gewerkt aan doorfietsroutes naar Heerenveen, Burgum en Leek. Om elektrische mobiliteit te stimuleren, wordt het aantal laadpalen uitgebreid en wordt aan een breder aanbod van deelmobiliteit gewerkt. De gemeente wil dat iedereen in de samenleving mee kan doen en dat mobiliteit voor alle inwoners toegankelijk is.
Inwoners die niet zelf over een vervoersmiddel beschikken, moeten gebruik kunnen
24
NL.IMRO.0090.BP2022SVR011-0401
Vrijburgh - Fase 3
maken van goede en betaalbare vervoersvoorzieningen zoals openbaar vervoer en deelvervoer. Ook wordt de komende jaren gewerkt aan het verbeteren van de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Hierbij zijn een goede en veilige oversteek van drukke wegen voor alle voetgangers en fietsers het uitgangspunt. Binnen verblijfsgebieden worden lopen en fietsen als de leidende ontwerpprincipes gezien. Duurzaamheid, gezondheid, leefbaarheid, aantrekkelijkheid en welbevinden zijn hier minstens zo belangrijk als (auto)bereikbaarheid. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en ook voor nieuwe ontwikkelingen, wordt daarom het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, 'Mobility as a Service' (deelmobiliteit) en Privé-auto) als ontwerp uitgangspunt gehanteerd. Het project Vrijburgh 3 is door het college aangewezen om ervaring op te doen met het werken volgens het nieuwe normaal. Deze werkwijze is erop gericht om in 2030 de CO2-uitstoot met tenminste 55% te reduceren. Vrijburgh 3 biedt hiermee ruimte aan nieuwe ontwikkelingen die bijdragen aan circulariteit, duurzaamheid en een toekomstbestendige leefomgeving. Uitvoering geven aan het STOMP-principe sluit hier goed bij aan. 3.4.8
Welstand- en reclamenota 2018
De gemeente Smallingerland beschikt over de Welstand- en reclamenota 2018. In deze nota zijn voor verschillende typen gebied criteria vastgesteld omtrent plaatsen, hoofdvorm, aanzichten, opmaak en diversen. Het welstandsbeleid van Smallingerland is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving dient te behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen met de openbare ruimte de dagelijkse leefomgeving van de mensen in Smallingerland. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Het doel van het welstandstoezicht is om in alle openheid een bijdrage te leveren aan de belevingswaarde van de gemeente Smallingerland. Door het opstellen van welstandsbeleid wil de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht inrichten In alle gevallen moet een aanvraag voor een omgevingsvergunning, waar het gaat om bouwen, voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de Welstandsnota Smallingerland. Zoals in Hoofdstuk 2 met betrekking tot de planbeschrijving is uitgewerkt, is voor de voorgenomen nieuwbouw een beeldkwaliteitsplan met eigen toetsingskader opgesteld.
Dit beeldkwaliteitskader vormt, samen met het voorliggende bestemmingsplan, na de uiteindelijke vaststelling door de gemeenteraad, de basis voor de aan te vragen (eventueel collectieve) omgevingsvergunning(en) voor het bouwen. Het beeldkwaliteitskader doorloopt een eigen procedure en wordt apart van het bestemmingsplan vastgesteld. De te realiseren woningen dienen aan het opgestelde beeldkwaliteitsplan te voldoen. Zo mogelijk kan, nadat verder duidelijk is geworden in welk deelgebied uiteindelijk welke doelgroepen worden bediend, nog eens een afzonderlijk beeldkwaliteitsplan per deelgebied worden uitgewerkt, nader gericht op de bouwactiviteiten die zullen plaatsvinden. In een dergelijk geval zal ook dit opnieuw aan de raad voor vaststelling worden voorgelegd.