CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Dekkingsplan brandweer 2026 - 2029

Het Debat 3 juni 2025, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Veiligheidsregio Fryslân - Jaarstukken 2024, begroting 2026 en dekkingsplan brandweer 2026-202920.460 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

•

voorlichting over brandveiligheid en preventieve voorzieningen;

repressieve inzetvoorstellen (bijvoorbeeld standaard meer eenheden alarmeren);

3.2.3. Beoordeling aandachtsobjecten

•

advies en toezicht.

Aandachtsobjecten verdienen een individuele beoordeling. Dit zijn categorie 1-objecten (zie tabel

3.3.

Beoordeling capaciteit

bij paragraaf 3.2.1) met een opkomsttijd buiten de

Om de capaciteit te beoordelen wordt gekeken naar de

bandbreedte, dus hoger dan 10 minuten. Dit is ongeacht

factoren slagkracht en grootschalig brandweeroptreden.

welke categorie het gebied heeft waarin het object ligt.

De handreiking biedt voor beide een beoordelingskader.

Er zijn in de regio 2.432 aandachtsobjecten met een

De capaciteit wordt op basis van deze beoordelingskaders

overschrijding van de opkomsttijd in de dagsituatie.

beschreven.

Voor de ANW-situatie zijn dit 2.305 objecten.

3.3.1. Beoordeling slagkracht Aandachtspuntenlijst

Voor het voorkomen van slachtoffers en het beperken van

Met het huidige niveau van basisbrandweerzorg

(brand-)uitbreiding is slagkracht essentieel. Voor goede

is de dekking niet overal voldoende. Op de

brandweerzorg is meer nodig dan alleen een snelle eerste

aandachtspuntenlijst staan zowel gebieden als objecten

eenheid ter plaatse. Daarom wordt in deze paragraaf ook

die niet voldoen aan de voor die categorie vastgestelde

de opkomsttijd van de tweede en de derde tankautospuit

maximale bandbreedte. Net als in het Dekkingsplan

en het redvoertuig in categorie 1- gebieden beoordeeld.

2.0 is er geen aanleiding om de dekking op het gebied van brandweerzorg voor deze gebieden en objecten te

In onderstaande tabel wordt het verband getoond tussen

versterken. Er zijn maatregelen beschikbaar op het gebied

de slagkracht en de risicogebieden. Voor categorie 1

van voorkomen- en beperken van brand. In bijlage 3 is per

gebieden wordt gekeken naar de slagkracht van drie

gemeente inzichtelijk gemaakt hoeveel aandachtsobjecten

tankautospuiten en een redvoertuig. Voor categorie 2

er zijn en welke buurten aandachtsgebieden zijn. Een

gebieden wordt gekeken naar de slagkracht van twee

gedetailleerde aandachtspuntenlijst met welke specifieke

tankautospuiten en bij categorie 3 gebieden wordt

objecten het betreft, wordt separaat met gemeenten

slagkracht buiten beschouwing gelaten.

gedeeld.

Risiconiveau

28

29

TS1 (min)

TS2 (min)

TS3 (min)

RV (min)

8-12 (10)

4-10 (7)

1

4-10 (7)

6-12 (9)

2

7-13 (10)

12-18 (15)

3

12-18 (15)

Op basis van snelheidsberekeningen volgens de werkwijze in processtap 2 wordt bepaald of een 2e of 3e TS binnen de genoemde bandbreedte in een gebied kan zijn. In onderstaande tabel staat aangegeven bij hoeveel gebieden de

Met het netwerk van 66 brandweerposten is Brandweer

bandbreedte wordt overschreden. Categorie Capaciteit 1

2

Onder

Tussen referentiewaarde Boven

referentiewaarde bandbreedte

bandbreedte

1e TS

8

5

1

2e TS

4

6

4

3e TS

0

0

14

RV

14

0

0

1e TS

205

110

34

2e TS

262

80

7

517

30

5

Aantal buurten 14

1e TS

Fryslân een robuuste organisatie en kan er gedegen basisbrandweerzorg geleverd worden. Vanuit deze posten staan meer dan 1200 zeer betrokken medewerkers dag en nacht paraat voor de veiligheid van de inwoners van Fryslân.

349

Paraatheid is het is het primaire product wat de brandweer biedt aan de samenleving. Incidenten (en de locatie ervan) kunnen we niet voorspellen, maar paraat

3e TS 3

4. CONCLUSIE BASISBRANDWEERZORG

552

2e TS

zijn als vangnet: daarvoor zijn we overal, dag en nacht beschikbaar. Elke post en iedere medewerker levert daarin zijn of haar bijdrage, ook in gebieden die het geluk

3e TS

hebben minder incidenten te hebben. Totaal aantal gebieden 956 De beschrijving en beoordeling van de

Voor de 65 buurten die boven de bandbreedte scoren

3.4.2. Gelijktijdigheid

basisbrandweerzorg-dekking maakt zichtbaar hoe elke

vanuit de slagkracht zijn de eerdergenoemde aanvullende

Gelijktijdige meldingen in het verzorgingsgebied van een

post is van waarde is in de paraatheid, zowel in haar

maatregelen mogelijk.

post komen weinig voor in Fryslân. In de enkele gevallen

directe omgeving als voor de naastgelegen buurposten.

dat dit zich toch voordoet, wordt een nabijgelegen

Een organisatie die gebouwd is op vrijwilligers kan

3.3.2. Beoordeling grootschalig brandweeroptreden

post gealarmeerd. Hierdoor is het niet noodzakelijk om

immers alleen paraatheid borgen als er sprake is van

aanvullende maatregelen te treffen. Ook aan posten in

redundantie. Paraatheid is daarmee een gezamenlijke

Ten behoeve van bijstand aan andere veiligheidsregio’s

risicogebied 1 worden geen aanvullende paraatheideisen

verantwoordelijkheid van posten, en de huidige inrichting

kan Brandweer Fryslân aan de landelijke GBO-verplichting

gesteld om gelijktijdigheid te kunnen ondervangen.

als netwerk maakt dat ook mogelijk. Op deze manier is

voldoen om één peloton basisbrandweerzorg, één peloton

Brandweer Fryslân met haar basisbrandweerzorg altijd

grootschalig watertransport en één peloton redding en

3.4.3. Restdekking

technische hulpverlening binnen zestig minuten op de

Vooral bij grootschalige en langdurige inzetten is het

eigen regiogrens te leveren.

belangrijk restdekking goed te organiseren. Brandweer

Uit de operationele prestaties blijkt dat het netwerk bij

Fryslân heeft dit georganiseerd door vooraf posten te

daadwerkelijke incidenten ook goed functioneert, en dat

selecteren die bij de pelotonsvorming niet meegenomen

de kazernes in zijn algemeenheid op de juiste plek staan.

Om de paraatheid te beoordelen wordt gekeken naar

worden in de berekening van aanrijdtijd (snelste

Dat betekent niet dat in de gehele provincie álle objecten

beschikbaarheid, gelijktijdigheid en restdekking.

hulp). De AC-B is belegd met de taak om aflossing en

even goed bereikbaar zijn: in de dag-situatie is in iets

De handreiking biedt hiervoor geen beoordelingskader.

herbezetting te coördineren. De restdekking blijft door

meer dan 4% van de buurten de dekking onvoldoende

De paraatheid wordt daarom beschrijvend beoordeeld.

deze maatregelen gegarandeerd en het is niet nodig

in en bij 2432 objecten wordt de maximale opkomsttijd

aanvullende maatregelen te treffen.

overschreden. Hiervoor zijn aanvullende maatregelen

3.4.

Beoordeling paraatheid

3.4.1. Beschikbaarheid

paraat.

beschikbaar, en worden geen wijzigingen op het gebied

Gelet op het vrije instroomprincipe wordt de beschikbaar-

3.5.

heid van basiseenheden grotendeels beoordeeld als

Brandweer Fryslân heeft de alarmeringsfrequentie van

Beoordeling werkdruk

voldoende. Dat de organisatie vooral in de dag-situatie

een post afgezet inzichtelijk gemaakt. In de tabel valt op

nog weleens knelpunten ervaart, wordt ondervangen

dat de hoofdpost in Leeuwarden verreweg het intensiefst

doordat het totale netwerk uit 66 posten bestaat. Is een

wordt belast. Omdat deze post wordt bezet door

post niet beschikbaar, dan kan een nabijgelegen post de

beroepspersoneel vindt de organisatie dit acceptabel.

van basisbrandweerzorg voorgesteld.

uitruk overnemen. Een nadelig effect hiervan is dat de opkomsttijd toeneemt. Ook andere maatregelen als

De werkdruk op de 65 vrijwillige posten lijkt op basis

TS-flex en vakantieroosters spelen in op beperkte beschik-

van de informatie in de tabel ook acceptabel. Grote

baarheid. Voor wat betreft ad hoc uitdienstmeldingen ziet

kanttekeningen hierbij zijn dat het aantal uitrukken niet

Brandweer Fryslân ruimte voor verbetering, bijvoorbeeld

evenredig worden verdeeld over het aantal vrijwilligers

door onderzoek naar mogelijkheden om de meldkamer

en/of dat de beleving van werkdruk wel degelijk anders

een actueler beeld te geven van de beschikbaarheid van

kan zijn.

posten en het versnellen van de respons bij feitelijke onderbezetting bij alarmering. 30

31

Deel 2 Specialistische- en aanvullende taken In dit deel van het dekkingsplan wordt er ingegaan op de dekking van de specialistische en aanvullende taken binnen Brandweer Fryslân. Het is ingedeeld op basis van de hoofdstukken brand, hulpverlening, incident¬bestrijding gevaarlijke stoffen, incidentbestrijding op het water, natuurbrandbestrijding, operationele leiding en overige taken.

Leeswijzer In elk hoofdstuk komen per paragraaf de taken aan bod die vallen onder de betreffende kerntaak. Daarbij wordt na een korte inleiding ingegaan op de dekking en wordt de paragraaf afgesloten met een motivering over de voorgestelde spreidingsvariant. Wanneer er een opkomsttijd is vastgesteld voor een taak, is in de bijbehorende afbeelding de prestatie binnen deze opkomsttijd groen gearceerd. In het geval van overlappende operationele gebieden krijgt de arcering een donkerdere groentint.

32

33

5. BRAND

Motivering

Opmerking

•

•

De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied van brandbestrijding is het redden van mens en dier, voorkomen van uitbreiding en het blussen van de brand. In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de genoemde taken uit te kunnen voeren, de beschikking heeft over een TS met uitrusting. Hierbij wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit de verplichte aanwezige functies: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 4 manschappen. In Deel 1 van dit dekkingsplan is de inrichting van deze basistaak beschreven. In dit hoofdstuk komt de taak en spreiding van specialistische eenheden voor brandbestrijding aan bod.

5.1

Redvoertuig (RV / HW)

Inrichting

In de landelijke handreiking voor dekkings¬plannen wordt op basis van de component slagkracht

van een springbemanning voor het redvoertuig en

gerefereerd naar opkomsttijden voor het redvoertuig:

HVK-voertuig. Bij inzet van de HV-K is het redvoertuig

voor CBS-buurten met gebiedscategorie 1 (RG1) een

niet paraat (en visa versa).

mediaantijd van 7 minuten en een bandbreedte

•

De kazerne Leeuwarden (hoofdpost) maakt gebruik

•

Omdat het RV in Leeuwarden tijdens het ANW-

tussen 4 en 10 minuten. Dit is in lijn met de 1e TS voor

tijdvenster gestationeerd is op Aldlansdyk, en in

RG1-gebieden. De normen in RG2 en RG3 die in DP2.0

de DAG-periode op de Post Noord, wijkt de regionale

nog gehanteerd werden komen in de GGO-methodiek

dekking in deze periode marginaal af t.o.v. de DAG-

te vervallen.

situatie. Voor de leesbaarheid is hiervoor geen extra

Uit de analyse bleek dat dat de prestatie in

afbeelding opgenomen.

Algemeen

In het dekkingsplan beschikken de volgende 7 kazernes

risicogebied 1 een stuk lager is in de GGO methodiek

Het redvoertuig wordt ingezet voor een aantal zeer

over een redvoertuig: Bolsward, Dokkum, Drachten,

voor de specialistische eenheid redden op hoogte

reservevoertuig. Deze wordt verplaatst bij uitval van

verschillende taken, onder andere: de redding van

Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden (hoofdpost) en

(redvoertuig) ten opzichte van de prestaties van de

één van de zes andere redvoertuigen.

mens en dier vanaf hoogte, ter ondersteuning bij de

Sneek.

blussing, ter ondersteuning van het veilig werken op

•

norm in DP 2.0. •

De prestatie gaat van 97% naar 76% binnen de

hoogte, als vluchtweg voor het eigen personeel en ter

gestelde maximale opkomsttijd. Dit heeft te maken

ondersteuning van de ambulancedienst. Met name in

met de strengere normen die hiervoor gaan gelden en

stedelijke gebieden met veel oudere gebouwen en een

de eventuele toename in risicogebied 1 gebieden.

hoge bevolkingsdichtheid zijn panden met beperkte

•

Voor risicogebied 2 en 3 gebieden gelden daarentegen

vluchtwegen en complexe aanvalsroutes voor de

geen normtijden in de nieuwe methodiek, waardoor

brandweer aanwezig. Een redvoertuig levert in deze

de prestaties in deze gebieden toenemen.

gebieden een belangrijke bijdrage aan het redden van

•

mens en dier en het bestrijden van brand. Het redvoertuig

Gezien de prestaties in RG1 is daarom gekozen om geen vermindering van het aantal RV’en voor te

wordt bezet door 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en

stellen, en de plaatsing ook niet aan te passen.

1 voertuigbediener.

•

Een verbetering van de prestaties van de redvoertuigen lijkt enkel mogelijk door over te gaan tot beroepsbezetting c.q. kazernering van de repressieve medewerkers, waarvoor financiële middelen ontbreken. Deze mogelijkheid is niet verder onderzocht.

34

35

Het redvoertuig van Bolsward is aangewezen als

6. BLUSWATERVOORZIENING

Motivering

Opmerkingen

•

•

Algemeen

In het ontwerp van Dekkingsplan 2.0 bleek dat de

Bij de meldingsclassificatie ‘grote brand’ wordt er

dekking in de NW-hoek het hoogste was wanneer

een WTS-eenheid gealarmeerd naar het incident. Bij

Bluswatervoorziening is een belangrijk speerpunt voor de

project Fjoer en Wetter de samenhang van beschikbaar

de WTS in Franeker gepositioneerd zou zijn. Tijdens de

een opvolgende alarmering conform de GBO-structuur

brandweer. De effectiviteit van brandbestrijding wordt

blusmiddel, behoefte bij incidentbestrijding en samenhang

implementatie bleek dit organisatorisch niet

(peloton Grootschalig Watervoorziening (GW)) worden

immers in grote mate bepaald door de aanwezigheid

met technische oplossingen zo breed mogelijk bekeken.

realiseerbaar, waarna de positionering in Harlingen is

aanvullend twee WTS-eenheden gealarmeerd. Hierna

van voldoende blusmiddel. Brandweer Fryslân

Hierbij is niet alleen gekeken naar basis- en grootschalige

geformaliseerd bij de herziening van het dekkingsplan.

is er nog de mogelijkheid om één peloton GW in te

maakt als primair blusmiddel gebruik van water. De

brandweerzorg, maar is ook de samenhang met

Aangezien in dit dekkingsplan Franeker geen

zetten in regionaal of interregionaal verband.

beschikbaarheid van bluswater is in Nederland expliciet

Natuurbrandbestrijding en Incidentbestrijding Gevaarlijke

HV-K meer heeft ontstaan hier mogelijkheden, en

de verantwoordelijkheid van gemeenten. Daarom is met

Stoffen (IBGS) gezocht.

wordt opnieuw voorgesteld om de WTS in Franeker te

waar de WTS staat tevens een opbouwploeg

positioneren. Harlingen beschikt dan niet meer over

gealarmeerd, die uitrukt met een TS (minimale

een WTS.

bezetting: TS-Flex). Na de opbouw van het WTS-1500

gemeenten en partners op dit dossier de afgelopen jaren

6.1.

intensief samengewerkt, en ook de komende jaren zal dit een belangrijk onderwerp blijven. Door bijvoorbeeld

Groot watertransport-systemen (WTS / GWT)

•

•

Om het systeem op te bouwen wordt vanuit de post

Fjoer en Wetter adviseert een opkomsttijd van

blijft de opbouwploeg, in overleg met de OvD,

extreem weer (droogte) of kleinere leidingdiameters

Algemeen

maximaal 30 minuten voor een WTS-eenheid. Hierna

stand-by of gaat terug naar de post.

van het drinkwaternet, zou het in de toekomst kunnen

Het grootschalig watertransport (WTS) is het systeem

is nog voldoende opbouwtijd om te vallen binnen de

betekenen dat bluswatervoorziening op een andere

waarmee grote hoeveelheden bluswater over grote

prestatienormen van het GBO.

manier georganiseerd gaat worden. Denk hierbij aan het

afstanden worden getransporteerd. Het systeem

afstoten van de brandkranen of een reductie op het aantal

wordt ingezet bij branden waarbij veel bluswater

het meest robuuste stelsel opleverde. Een reductie

te gebruiken brandkranen. Ook het in toenemende mate

nodig is. Hierbij gaat het dan vaak om relatief grote

naar vier systemen zou in de ZW-hoek een verplaatsing

van bebouwing in afgelegen gebieden doen een appél

branden. Er wordt gebruik gemaakt van het WTS-1500

van de WTS uit Joure vereisen, wat als neveneffect

op de beschikbaarheid van bluswater in gebieden waar

(watertransport over 1500 meter). Het systeem wordt

nadelige effecten zou hebben op de paraatheid van

dat voorheen minder noodzakelijk was. De samenhang

ter plaatse gebracht met een haakarmvoertuig. Hiervoor

bluswater in de binnensteden van Sneek en

tussen alle componenten die een bijdrage leveren aan

geldt een voertuigbezetting van 1 chauffeur, tevens

Heerenveen.

bluswatervoorziening wordt van wezenlijk belang, en

voertuigbediener, en 1 voertuigbediener.

•

Uit de analyse bleek dat dekking met 5 WTS-systemen

kan in de toekomst aanleiding geven om de huidige

Inrichting

voorzieningen/locaties te gaan heroverwegen.

In het dekkingsplan beschikken de volgende vijf kazernes Om hier, met de kennis van nu, zo goed mogelijk op

over een WTS-1500: Bakhuizen, Joure, Burgum, Franeker

voorbereid te zijn heeft Brandweer Fryslân via het

en Gorredijk.

36

37

6.2.

Waterwagen (WT / WTH)

Algemeen Om tankautospuiten in situaties te kunnen voorzien van extra water kunnen waterwagens worden ingezet. De waterwagens worden daarmee ingezet om meer koelend vermogen beschikbaar te stellen voor het blussen of beheersen van branden, zonder dat er een opbouwtijd benodigd is. De waterwagen heeft een watercapaciteit van tenminste 7.000 liter.

Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende zes kazernes over een waterwagen: Bolsward, Damwâld, Grou, Heerenveen, Menaam, Oldeberkoop.

Dekking Motivering •

In Fryslân is uit analyse gebleken dat bij meerdere

kan worden beide bakken gelijktijdig te leveren.

objecten de afstand tot de meeste dichtstbijzijnde

De WT van Burgum wordt daarom verplaatst naar

bluswaterbron groter dan 3 60 meter is. Het

Damwâld.

7

merendeel hiervan ligt in landelijk (RG3) gebied. •

•

•

Een CCFM heeft een watercapaciteit van 4.000 liter,

Slechts een klein aantal objecten ligt in RG2 gebieden.

en minder slagkracht dan een TS. F&W adviseert

Deze objecten hebben in veel gevallen een langere

daarom om een CCFM niet als bluswatervoertuig in te

aanrijtijd. Ze liggen gedeeltelijk in 18+ gebieden,

zetten, maar een extra TS te alarmeren. Dit

en hebben voornamelijk een woon- of agrarische

dekkingsplan neemt dat advies over: op het vasteland

gebruiksfunctie. Soms is dit in combinatie met

wordt de CCFM alleen ingezet als

bijvoorbeeld zorg (zorgboerderijen), kinderopvang of

natuurbrandvoertuig. Op de Waddeneilanden kan de

logies-functies.

CCFM desgewenst ingezet worden voor bluswater.

Fjoer en Wetter adviseert om bij brandmeldingen (brand gebouw) op specifieke locaties een watertank

•

van tenminste 7 kuub te alarmeren met een

Opmerkingen

opkomsttijd van max 30 minuten, om de periode tot

•

nieuwbouw nog geen WT herbergen. In deze periode

Bij objecten waarbij de afstand tot de dichtstbijzijnde

blijft Burgum de WT-taak uitoefenen tot de nieuwe

bluswaterbron >1500 meter is, adviseert F&W bij

kazerne van Damwoude is gerealiseerd.

brandmeldingen (brand gebouw) op deze locaties

•

twéé watertank-voertuigen te alarmeren met een

daarom eveneens deze taak.

Voor de inzetbaarheid van de Schuimbluseenheid

•

(SBH) is het noodzakelijk om een WT-eenheid binnen

•

De WT van Oldeberkoop is tevens geschikt voor natuurbrandbestrijding.

45 minuten ter plaatse te hebben. •

Het (nog te verwerven) SBH-voertuig (kazerne Grou) zal tevens bruikbaar zijn als WT, en krijgt

opkomsttijd van max 30 minuten. •

De kazerne Damwâld kan in afwachting van de

het opbouwen van een WTS te kunnen overbruggen.

•

In Heerenveen wordt één HA-chassis gedeeld voor

Uit de analyse bleek dat voor zowel brand- als IBGS-

WTH, WIP en STH-doeleinden. Vooralsnog is geen

incidenten in de NW-hoek noodzaak bleek aan een

oplossing om dit te vereenvoudigen, en zal bij

extra WT. In Menaam wordt daarom een nieuwe WT-

alarmering gelet moeten worden op de andere

eenheid gepositioneerd.

repressieve taken.

In het adviesrapport van F&W wordt afgeraden om een HA-chassis te delen tussen meerdere bluswaterhaakarmbakken vanuit dezelfde locatie. Het is onwenselijk dat slechts één chassis beschikbaar is voor

38

Dit is namelijk de maximale afstand die twee TS’en in

bijvoorbeeld én een waterbak, én/of een WIP bak, én/

7

of een GWT, terwijl qua alarmering een post gevraagd

gezamenlijkheid kunnen overbruggen.

39

6.3.

Motorspuit aanhanger (MSA)

Motivering

Opmerkingen

•

•

Qua objecten wordt hier gedoeld op objecten waar

De handkar-oplossing van Echten staat model voor de

Algemeen

Inrichting

wel bluswaterbronnen aanwezig zijn, maar deze

Een motorspuitaanhanger is een aanhanger met een

In het dekkingsplan beschikken de volgende drie kazernes

objecten niet bereikbaar zijn met een TS. Reguliere

(mobiele) bluswaterpomp. Dit maakt het enerzijds

op de vaste wal over een MSA: Scherpenzeel, Echten en

opschaling (TS, WT, WTS, etc.) kan hier dus niet de

chauffeur (nog) niet opgeleid is om met een dergelijke

mogelijk om bluswater te voeden aan een TS zonder dat

Workum.

oplossing bieden.

combinatie te mogen rijden.

hiervoor een TS ingezet moet worden, en anderzijds om

•

Dekking

een waterwinpunt te bereiken die anders voor een TS niet

MSA van Scherpenzeel en Workum. •

Uit analyse bleek dat hiervoor een beperkt aantal

•

gebieden naar voren kwamen: Scherpenzeel (gebied

toegankelijk was geweest. Hierbij kan gedacht worden •

in RG3-gebieden zijn buiten beschouwing gebleven.

gevolgd, aangevuld met WT-en bij specifieke objecten.

Conform de maatregelenmatrix vanuit Fjoer en Wetter

Daar waar objecten onbereikbaar zijn voor een TS, en

•

Solitaire objecten met woon- of recreatiefunctie

Bij brandbestrijding wordt het reguliere opschalingsmodel

Op de Waddeneilanden kan de groot-vermogen MSA ook getrokken worden door een PM.

Schenen), Echten en Hindeloopen.

aan een te zachte bodem of een te nauwe toegangsweg.

Het trekkend voertuig van de MSA is de TS, tenzij de

Om het gewicht van de aanhanger te reduceren wordt communicatie, ademlucht en benodigde slangen van TS gebruikt.

•

Bij de aanbesteding van TS’en hebben posten de

worden hierop andere interventies gedaan.

mogelijkheid om een derde zuigslang op het voertuig

De MSA heeft een pompcapaciteit van minimaal

te plaatsen, zodat ze tot max.15 meter vanaf het

zal bij brandbestrijding op een andere manier gezorgd

1600 l/min. Hierin wordt meegewogen dat de MSA

voertuig open water aan kunnen zuigen.

moeten worden voor het voorhanden krijgen van

verplaatst moet worden met de hand en dat er drie

er gezien de nabijheid van objecten kans is op overslag,

•

blusmiddel, waarvoor een MSA ingezet wordt.

handstralen gevoed moeten kunnen worden. •

Om op de Afsluitdijk bluswater te kunnen genereren krijgen de posten Witmarsum en Makkum de beschikking over een zgn. Turbotauchpomp die over grotere hoogte water op kan pompen.

•

De Waddeneilanden hebben de beschikking over groot-vermogen MSA’s, omdat de reguliere opschaling zoals op de vaste wal hier niet mogelijk is. Nader beleid over de specificaties, aantallen en positionering wordt in de looptijd van het dekkingsplan ontwikkeld.

40

41

6.4.

Water inname punt (WIP)

Algemeen

Inrichting

Een Water Inname Punt (WIP) bestaat uit een container

In het dekkingsplan beschikken de volgende twee

die gevuld kan worden met water (20.000 liter) en als

kazernes over een WIP: Drachten en Heerenveen.

vooruitgeschoven water inname punt bij natuurbrand-

Dekking

bestrijding wordt ingericht. De bakken zijn voorzien van de nodige verloopkoppelingen zodat naast brandweer ook loonwerkers ingezet kunnen worden om deze bakken te vullen met water, binnen een in te stellen bluswatercircuit.

Motivering •

Voor de WIP-eenheden is geen opkomsttijd gedefinieerd.

•

De locatiekeuze is gebaseerd op het verhoogde risico op natuurbrandincidenten in de ZO-hoek van Fryslân.

•

Het advies van F&W raadt af om het gebied van een chassis op te delen tussen meerdere bluswatervoertuigen. Het is onwenselijk dat één chassis nodig is voor bijvoorbeeld én een waterbak, én/of een WIP bak, én/of een GWT. De WIP van Gorredijk wordt daarom verplaatst naar Drachten.

•

De Waddeneilanden hebben de beschikking over zgn. WIP-zakken, die met een soortgelijk principe werken.

42

43

7. HULPVERLENING

Motivering •

7.1.

De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied van hulpverlening is Technische Hulpverlening

Hulpverleningsvoertuig-Kraan (HV-K)

In Dekkingsplan 2.0 werd gesproken over risicogebieden A en B, waarbij gebied A gekoppeld was aan de stedelijke gebieden en een opkomsttijd

(THV). In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de

Algemeen

van 20 minuten kende. Het IRP toont aan dat

genoemde taak uit te kunnen voeren, de beschikking

Het Bvr geeft aan dat de regio ondersteunende eenheden

risicovolle incidenten echter gekoppeld zijn aan de A-

heeft over een TS met standaarduitrusting. Hierbij

voor hulpverlening beschikbaar moet hebben. De taak van

wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting

de eenheid bestaat uit ondersteuning bij het bevrijden van

(TS6), bestaande uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, tevens

beknelde en ingesloten mensen en dieren, bij ongevallen

ondersteunende HV-eenheid, wordt in dit

voertuigbediener en 4 manschappen. In dit hoofdstuk

met zwaardere voertuigen, zoals vrachtwagens, bussen en

dekkingsplan geen onderscheid in A en B-gebieden

komt de taak en spreiding van specialistische eenheden

treinen, bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke

gemaakt, en wordt als opkomsttijd 30 minuten

voor hulpverlening aan bod.

stoffen en bij waterongevallen. De eenheden hebben

gehanteerd.

hiervoor de beschikking over een hulpverleningsvoertuig

en N-wegen in plaats van stedelijke gebied. •

•

Aangezien er geen landelijke norm is voor een

Uit de analyse bleek dat HV-K van Oosterwolde qua

met uitrusting. Een HV-kraan (HVK) heeft, gezien de taak

dekking grotendeels overlapte met Drachten en Joure.

waarvoor deze wordt ingezet, de voorkeur. De voertuigen

Aanvullend bleek uit de evaluatie dat de

kennen een basisbezetting van 1 chauffeur, tevens

inzetfrequentie van de eenheid relatief laag was.

voertuigbediener en 1 voertuigbediener.

Kazerne Oosterwolde wordt daarom niet meer uitgerust met een HV-K. Op het regionale

Inrichting

dekkingspercentage heeft dit een reducerend effect

In het dekkingsplan beschikken de volgende drie kazernes

van 2% (van 94% naar 92%).

over een HV-Kraan: Drachten, Joure, Leeuwarden

•

(hoofdpost).

Uit de analyse bleek eveneens dat de dekking in de NW-hoek nagenoeg volledig overlapte met dekking vanuit Leeuwarden. Kazerne Franeker beschikt daarom in dit dekkingsplan niet meer over een HV-K. Dit heeft geen negatief effect op het regionale dekkingspercentage (blijft op 92%).

•

De Waddeneilanden hebben elk de beschikking over een aanhanger met aanvullend hulpverleningsgereedschap.

Opmerkingen •

De kazerne Leeuwarden (hoofdpost) maakt gebruik van een springbemanning voor het HVK-voertuig en redvoertuig. Bij inzet van het redvoertuig is de HV-K niet paraat (en visa versa).

•

De HV-K van Oosterwolde was tevens aangewezen als reserve-HV-K voor de andere posten. Met het wegvallen van 2 HV-K is er géén HV-K meer aangewezen als reservevoertuig. Bij onderhoud en storing (of indien vereist door opleiding/oefening) van een van de HV-K’en in Drachten, Leeuwarden of Joure zal de betreffende eenheid buiten dienst staan. Bij gelijktijdige inzet van het redvoertuig in Leeuwarden heeft dit als risico dat er dan slechts één HVK inzetbaar is.

•

Omdat de HV-K in Leeuwarden tijdens het ANWtijdvenster gestationeerd is op de Aldlânsdyk, en in de DAG-periode frequent op Post Noord, wijkt de regionale dekking in deze periode marginaal af t.o.v. de DAG-situatie. Voor de leesbaarheid is hiervoor geen extra afbeelding opgenomen.

44

45

7.2.

Mesthulpverlening (VIA)

7.3.

Specialistisch Team Hulpverlening (STH)

Algemeen Hulpverlening aan dieren in o.a. mest-/gierkelders, -putten

Algemeen

en -silo’s is risicovol door de aanwezigheid van

Een Specialistisch Team Hulpverlening (STH) wordt ingezet

mestgassen en de omstandigheden waarin een redding

ter ondersteuning van de basisbrandweerzorg met het

of berging moet plaatsvinden. Hiervoor wordt een

doel: redden van slachtoffers. Ze zijn inzetbaar op het

mesthulpverleningsteam gealarmeerd. Deze teams

gebied van instortingen van gebouwen, tunnels en

zijn ervaren in het werken met vee / grote huisdieren

complexe spoorwegincidenten. Het STH wordt ingezet

en het werken in beperkte ruimtes waar gevaarlijke

daar waar kennis, techniek en/of materialen van de

stoffen aanwezig zijn, en hebben de beschikking over

basisbrandweerzorg niet of onvoldoende beschikbaar

specialistisch materiaal.

zijn. Het team heeft een landelijke dekking vanuit vijf teams, verspreid over Nederland, waarvan één team

Inrichting

vanuit Fryslân komt. Het team komt ter plaatse met

In het dekkingsplan beschikken de volgende vier kazernes

een teamleider, tankautospuit en (tenminste) twee

over een mesthulpverleningsteam: Mantgum, Kollum,

haakarmvoertuigen met haakarmcontainers.

Sint Nicolaasga en Nieuwehorne.

Inrichting Dekking

In het dekkingsplan beschikt Brandweer Fryslân over een specialistisch team hulpverlening, en is deze gepositioneerd in de kazerne Drachten.

Dekking

Motivering Motivering

Opmerkingen

•

•

•

Voor mesthulpverleningsteams zijn geen normtijden

•

Het STH-team rukt, conform landelijke GBO-afspraken,

•

Het STH-team heeft de beschikking over drie HA-

De Waddeneilanden hebben – met uitzondering

uit binnen 30 minuten en is binnen 90 minuten ter

containers met materieel. In Drachten staan twee

gedefinieerd.

van gierpakken – niet de beschikking over specialistisch

plaatse.

containers (voor redding en logistiek), in Heerenveen

Inzetervaring- en frequentie sinds de start van deze

materiaal voor mesthulpverlening. Bij behoefte/

staat een derde container (stutmateriaal voor

teams in 2019 tonen aan dat vier teams op de vaste

noodzaak wordt hiervoor het dichtstbijzijnde team op

Opmerkingen

incidenten met instortingen). Afhankelijk van het

wal voldoende zijn.

de vaste wal gealarmeerd.

•

In kazerne Drachten is één tankautospuit en één HA-

incident zijn alle drie containers tegelijkertijd

Het specialistisch materiaal is geplaatst op een

chassis (eigendom: NIPV) gereserveerd voor de

nodig. Voor de posten Drachten en Heerenveen is

aanhanger, waarvan de TS het trekkend voertuig is.

STH-taak. Het tweede HA-voertuig is in eigendom van

de beschikbaarheid van HA-chassis voor de 2e en 3e

Voor arbeidshygiëne-doeleinden is er een

Brandweer Fryslân, en kan buiten STH-incidenten ook

container een aandachtspunt.

5e aanhanger beschikbaar.

voor andere repressieve taken gebruikt worden.

• •

46

47

8. INCIDENTBESTRIJDING GEVAARLIJKE STOFFEN (IBGS)

Motivering •

De opkomsttijd die voor de GSE gehanteerd wordt is 30 minuten.

Algemeen

In het Bvr is opgenomen dat een eenheid bestrijding

Opmerkingen

De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het

ongevallen met gevaarlijke stoffen ten minste bestaat uit:

•

gebied van IBGS is het uitvoeren van basishandelingen

een officier van dienst, 2 bevelvoerders, 8 gaspakdragers,

IBGS wordt in 2025 door de Veiligheidsregio

voor bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen.

6 manschappen en 2 chauffeurs.

Groningen onderzocht of zij een landelijk specialistisch

De taak van de eerste basiseenheid is gericht op het

De GSE in Brandweer Fryslân is op enkele punten

team kan leveren. Naar verwachting kan een dergelijk

voorkomen van uitbreiding van het incident (stabiliseren).

anders georganiseerd. De GSE bestaat uit een

team de taken van het GSE team in Fryslân overnemen.

In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de

gaspakkeneenheid, een HA-BOE (haakarmchassis met

Eventuele wijzigingen en compenserende maatregelen

genoemde taken uit te kunnen voeren, de beschikking

basisontsmettingseenheid) een basisontsmettingseenheid

op de invulling van deze taak in Fryslân worden t.z.t.

heeft over een TS met uitrusting. Hierbij wordt uitgegaan

en een Officier van Dienst. De gevaarlijke stoffeneenheid

van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit:

bestaat uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, 4 gaspakdragers.

1 bevelvoerder, 1 chauffeur tevens voertuigbediener en 4

De HA-BOE bestaat uit: 1 chauffeur, 1 bijrijder. Beide zijn

manschappen.

tevens inzetbaar als gaspakdrager. Ontsmettingsteam bestaat uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur en 4

8.1

Gaspakkenteam (GSE)

Vanuit de doorontwikkeling van de landelijke visie op

bestuurlijk voorgelegd en (bij instemming) vastgesteld. •

De HA-BOE wordt ter plaatse gebracht door post Leeuwarden (hoofdpost).

•

Het ontsmettingsteam wordt geleverd door post Stiens.

manschappen. In totaal beschikt de GSE in Fryslân daarmee over 2 bevelvoerders, 6 gaspakdragers, 2

Algemeen

chauffeurs, 4 manschappen en 1 OvD.

Voor (bron-)bestrijding en ontsmetting kan een beroep worden gedaan op de Gevaarlijke Stoffen Eenheid (GSE).

Inrichting

Deze eenheid is belast met het redden van mensen en

In het dekkingsplan beschikt de volgende kazerne over

dieren uit een met gevaarlijke stoffen besmet gebied, het

één Gevaarlijke Stoffen Eenheid: Leeuwarden (hoofdpost).

bestrijden van de bron van het ongeval met gevaarlijke

Dekking

stoffen en het ontsmetten van hulpverleners en burgers.

48

49

8.2.

Schuimblusvoertuig (SB)

8.3.

Basis ontsmettingseenheid (BOE

Algemeen

Inrichting

Algemeen

Inrichting

Ten behoeve van de bestrijding van een ongeval

In het dekkingsplan beschikt de volgende kazerne over

Voor schoonmaak- en ontsmettingswerkzaamheden

In het dekkingsplan beschikt de volgende kazerne over

gevaarlijke stoffen kan het Schuimblusvoertuig (SB)

een SB: Grou.

kan een beroep worden gedaan op de Basis

een BOE: Stiens.

worden ingezet. Deze SB wordt op aanvraag ingezet

Ontsmettingeenheid (BOE). Deze eenheid is belast met

Dekking

bij calamiteiten, brand en/of gevaarlijke stoffen waarbij

Dekking

het schoonmaken van slachtoffers en hulpverleners. De

afgedekt of geblust moet worden met schuim en/of

eenheid bestaat uit een TS uit Stiens en een HA-BOE

water. Deze wordt bemenst door 1 chauffeur, tevens

uit Leeuwarden. De TS beschikt over 1 bevelvoerder, 1

voertuigbediener en 1 voertuigbediener.

chauffeur en 4 manschappen. De bezetting van de HABOE bestaat uit twee personen.

Motivering

•

Om inzetbaar te kunnen zijn is de gelijktijdige

•

De SB kent een opkomsttijd van 45 minuten.

alarmering van een WT noodzakelijk. Tezamen met

Motivering

•

De repressieve prestatie van de SB is gericht op het

de SVM-voorraad (1.000L) en watervoorraad in de SB

•

•

De opkomsttijd die voor de BOE gehanteerd wordt is 45 minuten.

afdekken van een plas van 700 m2. Dit is na onderzoek

(7.000L) levert dit de beschikking van 14.000L water,

genomen als realistisch maatgevend scenario in

wat voorwaardelijk is voor de prestatie-eis van 700m2.

Fryslân; afwijkend ten opzichte van de

Een ruimere afdekking dan deze 700m2 is mogelijk,

Opmerkingen

standaardwaarde8 van 1500m2.

mits er extra aanvullend water voorhanden is.

•

De SB is geplaatst in Grou: dit zorgt voor voldoende

Het ontsmettingsteam wordt geleverd door post Stiens.

dekking van een aantal belangrijke risicobronnen (o.a,

Opmerkingen

het industrieterrein en de haven in Harlingen, een

•

•

De HA-BOE staat in Leeuwarden (hoofdpost), en wordt

Na vervanging van de huidige SBH

ter plaatse gebracht door post Leeuwarden

aantal (delen van) snelwegen en (delen van)

(schuimblushaakarm) bestaat het SB-voertuig naar

(hoofdpost).

waterwegen). De overige risicobronnen worden, net

verwachting niet meer uit een afzonderlijk HA-chassis

als binnen de huidige situatie, binnen de normtijd

en -bak, maar als een samengesteld voertuig.

bereikt.

8

50

Uit de landelijke visie IBGS

51

8.4.

Verkenningseenheden (VE)

Algemeen

Inrichting

Verkenningseenheden (VE) werken in opdracht van de

In het dekkingsplan beschikken de volgende tien kazernes

AGS/CVE (Adviseur Gevaarlijke Stoffen / Coördinator

over een verkenningseenheid: Akkrum, Ameland,

Verkenningseenheid) en voeren verkenning en

Appelscha, Buitenpost, Lemmer, Schiermonnikoog,

beeldvorming uit van de effecten van een incident.

St. Annaparochie, Terschelling, Vlieland en Witmarsum.

Hiervoor verricht de VE metingen en waarnemingen in het

Dekking

bron- en/of effectgebied. De incidenttypen beperken zich niet tot incidenten met gevaarlijke stoffen, maar kunnen ook te maken hebben met brand, overstromingen en aardbevingen.

Motivering •

Het dekkingspercentage van deze 10 eenheden is 98%.

•

De opkomsttijd van de 1e en 2e verkenningseenheid is 30 minuten

•

De opkomsttijd van de 3e en 4e verkenningseenheid is 60 minuten

•

De Waddeneilanden hebben elk de beschikking over één verkenningseenheid; vanaf de vaste wal kan de opkomstnorm van de 1e eenheid anders niet behaald worden.

Opmerkingen •

De VE maakt gebruik van de PM als voertuig. De apparatuur en PBM noodzakelijk voor de VE-taak ligt op de kazerne, waardoor ook met de TS uitgerukt kan worden in het geval van afwezigheid van de PM. 52

53

9. INCIDENTBESTRIJDING OP HET WATER

9.1.

Waterongevallen eenheid (WO)

Algemeen

Inrichting

Bij de reddingsduik wordt zowel uitvoering gegeven

In het dekkingsplan beschikken de volgende twee

Algemeen

aan de reddingsduik of zoektocht direct na de

kazernes over een duikploeg: Leeuwarden Aldlansdyk en

De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied

verdwijning (binnen het gouden uur) of aan de verlengde

Sneek.

van waterongevallen is het bieden van ondersteuning bij

reddingsduik op verzoek van multipartners. Bij een

waterongevallen en grijpredding. In het Bvr is opgenomen,

duikinzet is de bezetting van een duikteam als volgt: 1

dat een eenheid om de genoemde taken uit te kunnen

duikploegleider, 1 assistent duikploeg (tevens chauffeur)

voeren, de beschikking heeft over een TS met uitrusting.

en 2 duikers (waarvan 1 reddingsduiker, 1 reserveduiker).

Hierbij wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting

De bemanning van een TS ondersteunt het duikteam. Een

(TS6), bestaande uit de verplichte aanwezige functies:

duikteam heeft voor de inzet de beschikking over een

1 bevelvoerder, 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en

waterongevallenvoertuig en over een voor de duiktaak

4 manschappen.

geschikt personeels- en materieelvaartuig.

Dekking

Gezien het risicobeeld, geografisch profiel en de maatschappelijke meerwaarde binnen de Friese regio heeft Brandweer Fryslân oppervlakteredteams (OVRT’s) en duikteams. Dit is overeenkomstig de landelijke visie op waterongevallen die stelt: “De brandweer acht zich vanuit wettelijk en maatschappelijk perspectief blijvend verantwoordelijk voor de uitvoering van ‘natte’ reddings- en hulpverleningstaken”.

Drietrapsraket Bij incidenten waarbij personen te water raken wordt gewerkt volgens een modulaire inzettactiek; de drietrapsraket: grijpredding, oppervlakteredding en duikredding. Deze zijn op elkaar afgestemd, worden gelijktijdig gealarmeerd. •

Grijpredding: een redding van mens of dier in nood, in het water, nabij een wal, die in beginsel zonder specialistische uitrusting of team kan worden gered.

•

Oppervlakteredding: Een redding van mens of dier in het water, waarbij het slachtoffer zichtbaar aan de wateroppervlakte is en maximaal 200 meter uit de walkant ligt.

•

Duikredding: Een redding van mens of dier die zich onder het wateroppervlak bevindt. Een brandweerduikinzet kan in ieder soort oppervlaktewater plaatsvinden voor zover deze binnen de maximale duikdiepte van 15 meter vallen met als uitzondering de Noordzee (hier wordt door de

Motivering

Opmerkingen

kustregio’s separaat op geprepareerd).

•

•

Als opkomsttijd wordt 30 minuten gehanteerd – gelijk

Brandweer Fryslân sluit aan bij de Visie

aan Dekkingsplan 2.0.

Waterongevalbestrijding, die in 2012 door het Bestuur

Het regionale dekkingspercentage met twee

van de Veiligheidsregio Fryslân is vastgesteld: duiken

Voor een juiste alarmering bij incidenten is plaatsbepaling

duikteams is 56,1%, waarbij de analyse van 2021-2023

is een taak waarvoor zeer specifieke opleidings- en

erg belangrijk. Op het land is dit vele malen eenvoudiger

aantoonde dat de ploegen in 95% van de incidenten

oefeninspanningen noodzakelijk zijn en de duikteams

dan op het water, bijvoorbeeld door straatnamen en

op tijd ter plaatse was.

zijn hier de afgelopen jaren op ingericht en afgestemd.

Water-KVT

•

hectometerpalen. Deze ontbreken op het water. De Friese meren en waterwegen zijn daarom, in afstemming met de meldkamer, ingedeeld in een zgn. Water-KVT. Hierin zijn de wateren zo logisch mogelijk afgebakend, benoemd, en gekoppeld aan te alarmeren eenheden.

54

55

9.2.

Oppervlakteredteam (OVRT)

Motivering •

Algemeen

Als opkomsttijd wordt 20 minuten gehanteerd – gelijk aan Dekkingsplan 2.0.

Een oppervlakteredding richt zich op het redden van

•

Uit de analyse bleek dat de OVRT-eenheid van Balk

mens (of dier) op het water of ijs waarbij het slachtoffer

qua dekking volledig overlapte met de omringende

maximaal 200 meter uit de walkant is. Dit werkgebied

posten met een BRV. Aanvullend bleek uit de evaluatie

kan worden verlegd wanneer gebruik wordt gemaakt

dat de inzetfrequentie van de eenheid zeer beperkt

van een vaartuig en/of een drijvend (werk)platform. Voor

was. In dit dekkingsplan vervalt de taak daarom bij

het zoeken naar slachtoffers aan de oppervlakte is deze

post Balk (regionaal dekkingspercentage blijft op

inzet voldoende. Blijkt het slachtoffer onder water te zijn

80%).

geraakt dan is het van belang dat de plaats wordt bepaald

•

Uit de analyse bleek eveneens dat wanneer in de

waar gedoken moet worden. Hiervoor is een follow-up

NO-hoek van Fryslân een OVRT-team gepositioneerd

van duikers noodzakelijk. Een OVRT wordt bemenst door

wordt, het regionaal dekkingspercentage zou stijgen

1 bevelvoerder, 1 chauffeur, 2 oppervlakteredders en 2

naar 85%. De evaluatie toonde aan dat in dit gebied

assistenten. Een duikteam kan tevens ingezet worden als

ook incidenten geweest zijn waarbij een dergelijk

OVRT.

team als eerste gealarmeerd zou zijn (nu: Burgum en Zoutkamp (VRG)). In dit dekkingsplan krijgt kazerne

Inrichting

Ternaard daarom deze taak er bij.

In het dekkingsplan beschikken de volgende tien kazernes over een oppervlakteredteam: Burgum, Grou, Harlingen,

Opmerkingen

Heeg, Jubbega, Koudum, Langweer, Lemmer, Ternaard en

•

Wolvega.

Elke OVRT-eenheid heeft de beschikking over een specifiek voertuig (OR).

•

Dekking

De vaarwegen zijn niet meegenomen in de analyse; er is gekeken naar bereikbaarheid via de wegen. Dit past bij de alarmering: in basis neemt een OVRT geen boot mee (PMV), maar worden ze ingezet vanaf de wal. De boot wordt op basis van expliciete alarmering of lokale kennis meegenomen ter ondersteuning van het OVRT.

•

Elke OVRT-eenheid heeft de beschikking over een personeel/materieelvaartuig (PMV), welke geen deel uitmaakt van de water-KVT. Als de betreffende kazerne in de water-KVT actief is, beschikt het OVRT over een brandweervaartuig (BRV).

•

De duikploegen van de kazerne Leeuwarden Aldlânsdyk en Sneek kunnen tevens ingezet worden als oppervlakteredteam, en hebben hiervoor de beschikking over een PMV. Beide PMV’en maken geen deel uit van de water-KVT.

•

In de looptijd van het dekkingsplan wordt de toegevoegde waarde van een PMV voor een OVRTeenheid per operationeel gebied nader bekeken. Afhankelijk van de uitkomsten hiervan krijgt kazerne Ternaard de beschikking over een (nieuw aan te schaffen) vaartuig vanwege de nieuwe OVRT-taak.

56

57

9.3.

Brandweer vaartuig (BRV)

9.4.

Nationale Reddingsvloot (NRV)

Algemeen

Inrichting

Algemeen

De taak van een Brandweervaartuig (BRV) is gericht op

In het dekkingsplan beschikken de volgende zes kazernes

De Nationale Reddingsvloot (NRV) wordt gevormd door

Binnen de VRF wordt reddingscapaciteit alleen door de

redden, blussen en hulpverlening. Hierbij wordt een

over een brandweervaartuig: Burgum, Echten, Grou,

vijf pelotons met in totaal 88 reddingseenheden uit

brandweer geleverd, en werkt daarin dus niet samen met

afbakening gemaakt in gebied waar brandweervaartuigen

Heeg, Koudum en Langweer.

het hele land, die bemand worden door brandweer en

de reddingsbrigade in de regio.

bij incidenten primair worden ingezet, namelijk op

reddingsbrigades. De VRF valt onder het peloton Midden-

Dekking

de grote hoofdvaarwegen en de grote binnenmeren.

en Noord, samen met de VRG, VRFL, VRGV en de VRU.

De eenheid die de VRF levert bestaat uit: 4x OVRT-team

Hierbij is aangesloten bij het Incidentbestrijdingsplan

De NRV wordt ingezet bij grootschalige waterincidenten

met voer- en vaartuig, 1x leider reddingsgroep (Officier

Hoofdvaarwegen (hoofdvaarwegen, grote meren,

zoals overstromingen. De primaire taken zijn: verkenning

van Dienst, gebied: ZW), 1x chauffeur t.b.v. leider

sluizen, aquaducten en havens). De bemensing van een

van het gebied, evacuatie en redding van mens en dier.

reddingsgroep en 2x een extra PM voertuig voor logistiek.

brandweervaartuig bestaat uit 1 schipper, 1 bevelvoerder

Daarnaast biedt de NRV logistieke ondersteuning aan

en minimaal 2 manschappen (maximaal aantal is

andere hulpverleningsdiensten, bijvoorbeeld om mensen,

Inrichting

afhankelijk van de taak).

materieel en middelen te verplaatsen.

In het dekkingsplan zijn de volgende vier kazernes aangewezen voor de NRV-taak: Jubbega, Harlingen,

De NRV is een bovenregionale samenwerking tussen

Lemmer en Wolvega. Dit zijn kazernes met een OVRT-taak.

Reddingsbrigade Nederland en de 22 veiligheidsregio’s met een overstromingsrisico. De Reddingsbrigade zorgt

Dekking

voor de (landelijke) coördinatie.

Motivering •

•

Voor de brandweervaartuigen wordt als norm een

•

De brandweervaartuigen van de kazernes Langweer en

maximale opkomsttijd van 30 minuten gehanteerd,

Echten liggen in het water (cq. boothuis); de

conform het IBP Hoofdvaarwegen.

vaartuigen van de andere 4 posten staan in de kazerne

Uit de analyse bleek dat de BRV-eenheid van Balk

op een trailer.

qua dekking volledig overlapte met de omringende

Motivering

Opmerkingen

•

•

Een reddingseenheid moet na alarmering binnen drie

De vaartuigen van het NRV zijn specifiek PMV-

posten met een BRV. Aanvullend bleek uit de evaluatie

Opmerkingen

uur op een vertreklocatie kunnen zijn. Bij een

vaartuigen, vanwege de beperkte diepgang. Een BRV

dat de inzetfrequentie van de eenheid laag was. In

Geen

eventueel vooralarm wordt ingekort naar één uur.

is hiervoor niet geschikt.

•

dit dekkingsplan vervalt de taak daarom bij post Balk

In dit dekkingsplan worden geen wijzigingen voorgesteld.

(regionaal dekkingspercentage blijft gelijk).

58

59

9.5.

10.

Olieschermen

NATUURBRANDBESTRIJDING

Algemeen

Het voertuig beschikt over een 3000L/min pomp en

Ter voorkoming en beperking van milieuschade door

gevallen is eveneens een vaartuig voorhanden om vanaf

Het bestrijden van natuurbranden is een vak apart.

een watertank van 3000-3500 liter. Het voertuig heeft

oppervlakteverontreiniging heeft Brandweer Fryslân een

het water te kunnen assisteren. Na afloop ruimt het

Het vraagt andere werkwijzen, ander materiaal, andere

aanpassingen voor natuurbrandbestrijding: 4x4, de

samenwerking met het Wetterskip Fryslân. Hoewel het

Wetterskip de olieschermen weer op, en brengt ze deze

kennis en is qua grootte en tijdsduur al snel niet meer

mogelijkheid tot rijdend blussen, een bandenaflaat

een feitelijke taak is van het Wetterskip, is de Brandweer

terug naar de betreffende kazerne.

te vergelijken met branden in objecten. De impact van

systeem en een hoge bodemvrijheid.

Algemeen

dikwijls bij dit type incidenten betrokken én kan ze 24/7

natuurbranden kan ook zeer groot zijn; reden te meer om

materieel en mankracht leveren. Het resultaat is dat

Inrichting

de slagkracht hierop goed af te stemmen. In dit hoofdstuk

Inrichting

op brandweerkazernes materiaal van het Wetterskip

In het dekkingsplan beschikken de volgende drie kazernes

wordt de spreiding van materieel hieromtrent behandeld.

In het dekkingsplan beschikken de volgende vier kazernes

is gepositioneerd, wat in dien nodig ter plaatse en

over een oliescherm: Bolsward, Burgum en Sneek.

aangebracht wordt door brandweerpersoneel. Dit wordt

Dekking

uitgevoerd vanaf de walkant, en bij voorkomende

op de vaste wal over een TST-NB: Appelscha, Noordwolde,

10.1. Tankautospuit Natuurbrandbestrijding (TST-NB)

Haulerwijk en Oldeberkoop. Op de Waddeneilanden beschikken (op termijn) alle posten over een TST-NB.

Algemeen De TST-NB is een zogenaamd “combi-voertuig”; een voertuig is geschikt voor zowel de basisbrandweerzorg als mede natuurbrandbestrijding. De opbouw is op een 4x4 terreinvaardig chassis.

Dekking

Motivering •

Voor deze taak zijn geen opkomsttijden gedefinieerd.

•

Met de komst van een nieuwe SB in Grou is op deze

Motivering

Opmerkingen

kazerne naar verwachting geen HA-voertuig meer

•

•

De positionering van TST-NB eenheden op

De TST-NB-eenheid is, onder de classificatie NBT-

om de olieschermen te vervoeren. Dit wordt daarom

de vaste wal is geanalyseerd binnen het project

voertuig, alarmeerbaar en inzetbaar binnen een

op termijn verplaatst naar Bolsward.

Natuurbrandbestrijding. In dit dekkingsplan worden

(inter-)regionaal peloton Natuurbrandbestrijding.

hierop geen wijzigingen voorgesteld.

•

De NBT-voertuigen op de Waddeneilanden zijn niet

Opmerkingen

beschikbaar voor incidenten op de vaste wal, en blijven

Geen

op het eiland.

60

61

10.2. CCFM (CCFM)

10.3. Ondersteunend materiaal NBB

Algemeen

Algemeen

Inrichting

De CCFM (Camion Citerne Feux de Foret Moyen) is een

Voor grootschalige en/of langdurige

In het dekkingsplan beschikt de volgende kazerne over

bluseenheid voor natuurbrandbestrijding. Dit voertuig

natuurbrandbestrijding is extra ondersteunend materiaal

een voertuig met ondersteunend materiaal: Heerenveen.

beschikt o.a. over een terreinvaardig chassis. Het voertuig

noodzakelijk. Dit betreft bijvoorbeeld handgereedschap

kan rijdend spuiten en beschikt over aanvalshaspels.

om reguliere basisbrandweerzorg-eenheden in staat

De bezetting van dit voertuig is 4 personen (bevelvoerder,

te stellen te ondersteunen bij natuurbrandincidenten.

chauffeur en 2 manschappen).

Dit materiaal is ondergebracht in een vrachtwagen met

Dekking

voldoende laadruimte.

Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende vier kazernes op de vaste wal over een CCFM: Beetsterzwaag, Ureterp, Oosterwolde en Jubbega. Op de Waddeneilanden hebben de kazernes Schiermonnikoog, Vlieland en Terschelling Midsland

Dekking

de beschikking over een CCFM. Op Ameland wordt het CCFM-voertuig gedeeld door kazernes Nes en Hollum.

Motivering •

Voor deze taak zijn geen opkomsttijden gedefinieerd.

•

De positionering van ondersteunend NBB-materiaal op de vaste wal is geanalyseerd binnen het project Natuurbrandbestrijding. In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen voorgesteld.

Motivering

Opmerkingen

Opmerkingen

•

Voor deze taak zijn geen opkomsttijden gedefinieerd.

•

Geen

•

De positionering van CCFM-eenheden op

voertuig, alarmeerbaar en inzetbaar binnen een

de vaste wal is geanalyseerd binnen het project

(inter-)regionaal peloton Natuurbrandbestrijding.

Natuurbrandbestrijding. In dit dekkingsplan worden

•

hierop geen wijzigingen voorgesteld.

De CCFM-eenheid is, onder de classificatie NBT-

Op de vaste wal wordt het CCFM-voertuig niet ingezet als waterwagen (WT), gezien de beperktere watercapaciteit.

•

De NBT-voertuigen op de Waddeneilanden zijn niet beschikbaar voor incidenten op de vaste wal, en blijven op het eiland.

62

63

11.

WADDENEILANDEN

12.

OPERATIONELE LEIDING 12.1. Officier van Dienst (OvD)

Algemeen

Motivering

Algemeen

De Waddeneilanden zijn een bijzonder onderdeel binnen

•

Dit materiaal is noodzakelijk om bij grotere incidenten

In basis werkt de brandweer met vier leidinggevende

Brandweer Fryslân. Kijkend naar (basis-)brandweerzorg

de periode te kunnen overbruggen totdat er

functies. Vanuit deze vier functies worden de verschillende

Algemeen

dan is evident dat de Waddeneilanden niet snel bereikt

versterking van de vaste wal is gearriveerd.

rollen in de basisbrandweerzorg en in de opschaling bij

De Officier van Dienst geeft leiding aan de

Met de veerdiensten zijn (via de landelijke

grote incidenten, rampen en crises ingevuld: Bevelvoerder

uitrukwerkzaamheden op het gebied van incident-

aanbesteding) afspraken gemaakt over transport van

, Officier van Dienst, Hoofd Officier van Dienst en

bestrijding, het coördineren van de multidisciplinaire

kunnen worden met ondersteunend materiaal bij

•

bijzondere of grootschalige incidenten. Hierom worden de kazernes op de Waddeneilanden voorzien van aanvullend materiaal, om de periode te overbruggen



voordat versterking vanuit de vaste wal gearriveerd is. In

personeel en voertuigen bij calamiteiten. Het

Algemeen Commandant Brandweerzorg. Afhankelijk van

samenwerking en het adviseren en rapporteren over de

overzetten van personeel kan desgewenst sneller via de

het niveau van opschaling (al dan niet GRIP) kunnen deze

bestrijding van incidenten.

KNRM en/of snelvaarboten.

rollen ook in een andere hoedanigheid ingezet worden.

Inrichting

dit hoofdstuk wordt (soms als herhaling op passages die al eerder genoemd zijn) samengevat welk materiaal dit

Opmerkingen

Naast deze leidinggevende functies kent de brandweer

In dit dekkingsplan kent Brandweer Fryslân zes

betreft.

•

Schiermonnikoog beschikt over het zgn.

diverse adviserende en ondersteunende functies, die

geografische piketgebieden voor een Officier van Dienst.

Ondersteuningspeloton; een groep vrijwilligers

eveneens afhankelijk van het niveau van opschaling (al

Inrichting

die ondersteunende werkzaamheden verrichten bij

dan niet GRIP) ook in een andere hoedanigheid ingezet

In het dekkingsplan beschikken de Waddeneilanden elk

incidentbestrijding. De pelotonsleden zijn aangesteld

kunnen worden.

Dekking

over:

bij Brandweer Fryslân voor deze specifieke taak.

Motivering

•

•

Elke basiseenheid is uitgerust als TST-NB, geschikt voor zowel basis- als natuurbrandbestrijding.

•

Elk eiland is voorzien van een CCFM, voor natuurbrandbestrijding en/of optreden op het strand. De CCFM is uitgerust met een lier. De CCFM kan op het eiland ook ingezet worden voor de bluswatervoorziening.

•

Elke PM is uitgerust als 4x4, kan voor repressieve doeleinden gebruikt worden en dient als trekkend voertuig voor de aanhangers.

•

Elk eiland is voorzien van een aanhanger met aanvullend hulpverleningsgereedschap.

•

Elk eiland is voorzien van een WIP-zak, als mobiel bluswaterpunt.

•

De eilanden hebben de beschikking over grootvermogen MSA’s, omdat de reguliere opschaling zoals op de vaste wal hier niet mogelijk is. Nader beleid over



de specificaties, aantallen en positionering wordt in de looptijd van het dekkingsplan ontwikkeld.

•

Sinds de regionalisering in 2014 werkt Brandweer

Voor opschaling en herbezetting zijn vier DA+ voertuigen ingericht als (reserve) OD-voertuig.

Fryslân met deze piketgebieden. In dit dekkingsplan

•

worden hierop geen wijzigingen voorgesteld.

De OvD kan bij grootschalige inzet als pelotonscommandant of als officier in het SGBO optreden.

Opmerkingen •

De opkomsttijd van de OvD heeft geen wettelijke grondslag.

•

De opkomsttijd, inrichting van de piketgebieden en verdeling van neventaken wordt vanaf 2025 projectmatig onderzocht.

64

65

12.2. Hoofd Officier van Dienst (HOvD)

12.3. Algemeen Commandant Brandweerzorg (AC-B)

12.4. Commandant van Dienst (CvD)

12.5. Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS)

Algemeen

Algemeen

Algemeen

Algemeen

De Hoofd Officier van Dienst (HOvD) geeft leiding aan

De Algemeen Commandant Brandweerzorg geeft

De Commandant van Dienst (CvD) is eindverantwoordelijk

De Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS) adviseert

het operationeel optreden van de brandweer. Hij is

leiding aan het SGBO en aan de HOvD-TC in het veld.

leidinggevende brandweer voor de volledige

inhoudelijk het lokaal commando op de plaats incident

verantwoordelijk voor de brand¬weerinzet ter plaatse of

De AC-B wordt in geval van opschaling naar een SGBO,

operationele organisatie. De CvD heeft geen operationele

(HOvD-TC of OvD of CoPI) over bronbestrijding en de

in het SGBO.

aangewezen door de CvD. De AC-B stuurt, afhankelijk van

rol, maar bewaakt de beheersmatige rol van de

invloed van gevaarlijke stoffen op de directe omgeving

de aard en grootte van het incident, de taakcommandant,

brandweerorganisatie. Hij zorgt voor coördinatie en

van het incident. De AGS die bij het incident ter plaatse is

adviseurs en ondersteuners aan.

afstemming met het politiek-bestuurlijke speelveld, en

stuurt maximaal 2 VE’s aan. In geval van meer dan 2 VE’s

Inrichting

onderhoudt daartoe o.a. contact met burgemeesters in

zal de AGS van de buurregio gealarmeerd worden en deze

geografisch piketgebied voor een Hoofd Officier van

Inrichting

hun rol als opperbevelhebber. De CvD is verantwoordelijk

zal de aansturing van de VE’s overnemen. De AGS van de

Dienst.

In dit dekkingsplan kent Brandweer Fryslân geen

voor de bestuurlijke informatievoorziening vanuit de

buurregio heeft bij GRIP2 en hoger ook de rol van AGS-

afzonderlijk piket voor een Algemeen Commandant

brandweer.

OT.

In dit dekkingsplan kent Brandweer Fryslân één

Motivering

Brandweerzorg, en wordt deze functie ingevuld op

•

In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen

basis van een niet gegarandeerd vrije instroom piket. Bij

Inrichting

Inrichting

voorgesteld.

incidenten waarbij de HOvD geen taken in het veld heeft

In dit dekkingsplan kent Brandweer Fryslân één

In dit dekkingsplan kent Brandweer Fryslân één

kan deze ook de rol van AC-B vervullen.

geografisch piketgebied voor een Commandant van

geografisch piketgebied voor een Adviseur Gevaarlijke

Dienst.

Stoffen. Deze AGS in 3N-verband oproepbaar voor de

Opmerkingen • •

De opkomsttijd voor een HOvD in het CoPI bedraagt 30

Motivering

minuten.

•

Wanneer een HOvD op het plaats incident ingezet

AGS-OT-rol voor de VRG en VRD.

In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen

Motivering

voorgesteld.

•

wordt, vervult hij daar de rol van Taak Commandant •

(TC).

Opmerkingen

Wanneer een HOvD ingezet wordt in het SGBO of

•

ROT vervult hij daar de rol van Algemeen Commandant Brandweer (AC-B).

•

•

Motivering

voorgesteld.

•

Het piket van de AGS is ingericht in 3Noord-verband, en is interregionaal inzetbaar. De piketfunctionaris

De opkomsttijd van de AC-B in het ROT bedraagt 45

Opmerkingen

kan de functies van AGS, AGS-OT en Coördinator

minuten.

•

Verkenningseenheden (CVE) vervullen.

Afhankelijk van het niveau van opschaling heeft de AC-B een verschillende leidinggevende.

•

In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen

De wenselijkheid van het combineren van de functies

De opkomsttijd van een CvD in het GBT bedraagt 60 •

minuten. •

In dit dekkingsplan worden op deze inrichting geen wijzigingen voorgesteld.

Vanwege het beheermatige accent van de functie heeft de CvD geen piketvoertuig.

HOvD en AC-B in één piket is aan discussie onderhevig,

Opmerkingen

en wordt de komende jaren mogelijk anders ingericht.

•

Een adviseur gevaarlijke stoffen begint afhankelijk van

Landelijke ontwikkelingen maken dat de rol van AC-B

het regionaal vastgestelde risicoprofiel binnen dertig

groeit aan betekenis en minder goed is te verenigen

of zestig minuten na alarmering met de uitvoering van

met een vrije instroom piket.

zijn taken op de plaats van het incident. •

De opkomsttijd van de AGS bedraagt 60 minuten. Werkzaamheden in de functie van CVE beginnen direct na alarmering, en kunnen vanuit de vertreklocatie al opgestart worden.

•

De AGS-OT heeft in principe dezelfde taken als de AGS. De AGS-OT voert alleen zijn werkzaamheden uit in het SGBO. De AGS-OT wordt opgeroepen wanneer er meer dan 2 VE’s actief zijn, er een SGBO wordt ingesteld of opgeschaald wordt naar GRIP2.

•

Voor de VRF betekent dit dat de dienstdoende AGS op het plaats incident actief is, en een AGS uit de VRG opgeroepen wordt voor de functie van AGS-OT in het SGBO/ROT.

66

67

12.8. Overig

13.

Reservevoertuigen

Algemeen

Opmerkingen

Algemeen

Om bij uitval van voertuigen de diverse

In dit hoofdstuk worden een aantal resterende

•

De medewerker SGBO is een vast onderdeel van de

piketfunctionarissen te kunnen voorzien van vervangend

onderwerpen benoemd die relevant zijn t.o.v. het

de zgn. ‘warme’ logistiek. De posten zijn hiervoor 24/7

basisstructuur van het SGBO, zowel in mono als in GRIP

vervoer is er regio breed één piketvoertuig als

dekkingsplan, maar binnen de voorgaande hoofdstukken

oproepbaar.

situaties. De medewerker voert diverse taken uit op het

reservevoertuig beschikbaar. Dit is aanvullend op de

minder passend zijn.

gebied van brandweerzorg, informatievoorziening en

vier dienstauto+ voertuigen die voor de OvD-functie

ondersteuning.

beschikbaar zijn.

12.6. Medewerker Staf Grootschalig Brandweer Optreden (Mw SGBO)

OVERIGE TAKEN

•

De genoemde posten bieden voor Incidentbestrijding

Buiten incidentbestrijding wordt tijdens kantooruren vanuit de servicepunten van Materieelbeheer

13.1. Logistiek (LOG)

logistieke ondersteuning geboden; de zgn. ‘koude’ logistiek.

Inrichting

Algemeen

In dit dekkingsplan kent Brandweer Fryslân één

Incidentbestrijding is nagenoeg altijd een gezamenlijke

geografisch piketgebied voor een Medewerker SGBO.

inspanning. Wanneer de bestrijding grootschalig en/

•

Kazerne Heerenveen heeft de beschikking over een vrachtwagen waar veel (zwaar) materieel mee vervoerd kan worden.

of langdurig wordt, wordt het van groot belang om

•

Bij servicepunt Sneek is nu sprake van een afwijkende

Motivering

(vervangend) materieel ter plaatse te krijgen en de

situatie waarbij gebruik wordt gemaakt van een

•

eenheden te bevoorraden of af te lossen.

afwijkend materiaal, namelijk een

In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen voorgesteld.

verzorgingscontainer die gepositioneerd is in Bolsward Het doelmatig faciliteren van onze incidentenbestrijding

die ook door deze post wordt bemenst. In de

Opmerkingen

door het leveren van de adequate mensen, middelen en

looptijd van het dekkingsplan gaat gekeken worden

•

De opkomsttijd van de Mw-SGBO in het SGBO/ROT

hoeveelheid, op de juiste plaats op het juiste moment,

op welke wijze de warme logistiek het beste kan

bedraagt 60 minuten.

is geborgd via de logistieke inrichting van Brandweer

worden georganiseerd vanuit het servicepunt Sneek.

Vanwege de opkomsttijd van 60 minuten heeft de

Fryslân. Niet alleen bij grootschalige en specialistische

Mw-SGBO geen piketvoertuig.

incidenten, maar ook bij kleinschalige incidenten.

13.2. Verlichtingscontainer (LIH)

Inrichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15506835/1