CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Deelrapportage 2 Voorzieningen Jeugd, Wmo, Participatie

Het Debat 31 augustus 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Jaarrapportage Sociaal Domein 202010.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

36

financiële onzekerheid, maar vaak ook zelf nog terugveren richting de arbeidsmarkt. Door het uitbreken van de coronacrisis zal de werkloosheid en hiermee het aantal aanvragen Participatiewet naar verwachting oplopen. Door alle maatregelen van het Rijk is dit nog niet zichtbaar in 2020. Tabel 3 Aantal huishoudens met een uitkering per regeling

Hier tonen we de verdeling van uitkeringsdossiers naar de verschillende regelingen. Dit geeft inzicht in de verhouding tussen de bijstandswetten. Het kan voorkomen dat een inwoner of huishouden in één jaar op basis van twee regelingen een uitkering heeft ontvangen. Omdat in die situaties op beide regelingen een beroep gedaan is, verantwoorden we dan ook beide. Het totaal aantal dossiers kan daardoor iets hoger liggen dan in de tabellen hierboven. De Participatiewet is het algemene vangnet voor een inkomenstekort. De Ioaw en Ioaz, maar ook het Bbz 2004 zijn regelingen voor specifieke doelgroepen op basis van leeftijd en/of arbeidsmarktpositie en zijn daardoor veel kleiner. Dat is goed te zien in deze tabel. Bij alle regelingen is een daling te zien. Bij de IOA regelingen is dat te verklaren door wettelijke beperkingen in de doelgroep. Bij het Bbz is dat te verklaren doordat de Tozo in de cononacrisis een deel van de rol van het Bbz overneemt. Tozo Omdat het kabinet tijdens de coronacrisis banen en inkomens van mensen wil beschermen is er een economisch noodpakket aangekondigd. Eén van de maatregelen in 2020 is de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo). Deze regeling ondersteunt zelfstandige ondernemers, onder wie zzp'ers, met inkomensondersteuning en bedrijfskrediet, zodat zij een betere kans hebben om hun bedrijf voort te zetten.

Vanuit de Tozo kunnen zelfstandigen een beroep doen op twee voorzieningen: inkomensondersteuning (levensonderhoud) en een lening voor bedrijfskapitaal. De uitvoering van de Tozo is deels bij BZF (gemeente Leeuwarden) belegd. De kredietaanvragen doet de gemeente zelf, deze aanvragen zet BZF door naar de gemeente. Vervolgens worden die aanvragen door de gemeente afgehandeld. De Tozo 1 en Tozo 2 regeling is vervolgd met Tozo 3. Tozo 3 loopt tot en met 31 maart 2021.

37

Levensonderhoud Regeling TOZO 1 TOZO 2 TOZO 3 Totaal

Periode 1 maart tot 1 juni 2020 1 juni tot 1 oktober 2020 1 oktober tot 1 januari 2021

Besteding € 3.555.331,98 € 822.796,27 € 594.406,19 € 4.972.534,44

Aantal besluiten 733 186 55 974

Periode 1 maart tot 1 juni 2020 1 juni tot 1 oktober 2020 1 oktober tot 1 januari 2021

Besteding € 333.787,32 € 63.220,88 € 40.706,50 € 437.714,70

Aantal besluiten 42 10 5 57

Bedrijfskapitaal Regeling TOZO 1 TOZO 2 TOZO 3 Totaal

Uit bovenstaand schema is af te lezen dat de gezamenlijke lasten voor levensonderhoud en bedrijfskapitaal neerkomt op € 5.883.985.. Alle lasten omtrent de Tozo kunnen gedeclareerd worden bij het Rijk. Voor uitvoering van deze regeling hebben we een voorschot ontvangen van €8.330.040. Het teveel ontvangen voorschot zal terug vloeien naar het Rijk. Tabel 4 Verdeling uitkeringen naar gebiedsteam

In deze tabel zijn de uitkeringen weergegeven als absoluut aantal van de inwoners van de wijk. Hierbij is aangesloten bij de indeling van de gebiedsgerichte aanpak. Dit zegt iets over geografische verdeling van inkomensproblematiek. Het aantal bijstandsgerechtigden in de wijken van Smallingerland is relatief gespreid. Wel wonen er relatief meer uitkeringsgerechtigden in het gebied dat we kennen als de Folgeren en De Wiken. In

38

vergelijking tot de aantallen in de eindejaarrapportage 2020 zijn er geen significante verschillen in afname tussen deze drie gebieden.

Tabel 5 Ontwikkeling van het aantal uitkeringen

Hier geven we de ontwikkeling van het aantal uitkeringen (Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz) over de afgelopen 3 jaar weer. Dit laat de trend zien van het aantal inwoners dat een beroep doet op een inkomensregeling. Vanaf begin 2018 is een dalende trend zichtbaar. Dit werd in hoofdzaak veroorzaakt door de verbeterde arbeidsmarkt. Deze trend werd in het laatste kwartaal van 2018 onderbroken. Dit is conform de verwachting aangezien de winterperiode doorgaans een toename van het aantal aanvragen laat zien. In 2019 is het aantal uitkeringen nog verder gedaald. In 2020 zien we dat het aantal uitkeringen sinds het begin van de corona-crisis is toegenomen. De toename valt in verhouding tot het landelijke beeld mee. Een belangrijke oorzaak daarin is de relatief goed draaiende lokale en regionale arbeidsmarkt.

Uitkeringsontwikkelingen Inleiding In deze paragraaf gaan we dieper in op de ontwikkelingen van uitkeringen op grond van de Participatiewet als belangrijkste bijstandsvangnet. De Ioaw, Ioaz en Bbz laten we hier dus buiten beschouwing. We schetsen ontwikkelingen die specifiek voor de Participatiewet gelden of die alleen voor deze regeling geschetst kunnen worden.

39

Tabel 6 Ontwikkeling aantal uitkeringen t.o.v. landelijk gemiddelde

Deze grafiek laat de verhouding zien tussen de ontwikkeling van het aantal uitkeringen in Smallingerland ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit is uitgedrukt in een percentage ten opzichte van het aantal uitkeringen eind 2018 op een vergelijkbaar niveau zaten als de landelijke trend. Uit deze grafiek valt af te leiden dat het aantal uitkeringen op grond van de Participatiewet redelijk gelijk loopt met de landelijke cijfers.

Tabel 7 Gemiddelde hoogte van de uitkering ten opzichte van landelijk gemiddelde

Bron: Divosa benchmark De gemiddelde hoogte van een uitkering is relevant voor het verdeelmodel (BUIG) vanuit de rijksoverheid. Een lagere gemiddelde hoogte van de uitkering is gunstig voor het aandeel van een

40

gemeente in dit verdeelmodel en dus voor de gemeentelijke realisatie ten aanzien van de Participatiewet. Uit de diagram blijkt dat de kosten per uitkering hier relatief laag zijn. We hebben relatief veel uitkeringsgerechtigden die niet een volledige uitkering ontvangen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat ze werken naast de bijstand. Dit is een ontwikkeling waar we bewust op sturen via bijvoorbeeld re-integratie en inzetten van de premie deeltijdwerk sinds 2016. Tabel 8 Gemiddelde uitkeringsduur t.o.v. landelijk gemiddelde

Bron: Divosa benchmark

Deze grafiek toont de gemiddelde duur van de uitkeringsbehoefte in jaren, afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Dit geeft een beeld van de gemiddelde duur van het beroep op bijstand. Indirect zegt dat iets over de afstand tot de arbeidsmarkt. Uit deze grafiek blijkt dat cliënten hier gemiddeld langer een uitkering ontvangen dan elders in het land. Deze verhouding is al langdurig zo en heeft vooral te maken tussen de verhouding tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. In de grafiek is te zien dat het verschil met de arbeidsmarktregio Fryslân is verkleind sinds medio 2019 en vanaf september 2020 de gemiddelde duur van de uitkering gelijk of lager is ten opzichte van de arbeidsmarktregio Fryslân. Informatie over onze inspanningen om deze verhouding aan te pakken vindt u in het hoofdstuk Werk.

41

Financiële toelichting inkomen Tabel 9 Financiën participatie, onderdeel inkomen (bedragen in euro's x 1000) Inkomen

Lasten

BegrotingsBijgestelde Prognose uitputting 2020 begroting 2020 in % 2020 Norm: 100%

Uitkeringen Participatiewet Loonkostensubsidie Participatiewet IOAW IOAZ Bbz Totaal inkomensdeel

22.680 811 1.763 95 103 25.452

TOZO

8.330

Individuele bijzondere bijstand AV Frieso Kindpakket afrekening kindpakket 2018 Totaal bijzondere bijstand

2.202 896 369

Baten BUIG budget TOZO

98,8%

Primitieve begroting 2020

Jaarrek 2019

25.751

25.026

0

0

22.595 508 1.892 148 72 25.215

3.467

99,4%

3.489

3.489

2.190 860 572 -199 3.423

37.249

127,4%

29.240

28.515

28.638

25.551 0

24.825 0

24.848

25.551

24.825

24.848

26.503 8.330

Norm: 100% 103,7%

34.833

136,3%

Als gevolg van de coronacrisis is het BUIG budget flink naar boven bijgesteld en ontvingen we ten opzichte van 2019 en de eerdere raming in de primitieve begroting 2020 €1,7 miljoen meer. Een deel hiervan is meegenomen in de bijgestelde begroting waardoor het positieve resultaat in de jaarrekening bijna €1 miljoen bedraagt. De uitgaven zijn juist lager dan verwacht op basis van de begroting, waardoor we hier ook een positief resultaat hebben van ongeveer €300.000. Ten opzichte van 2019 is er sprake van een beperkte stijging van de kosten. Per saldo lijkt de coronacrisis op dit onderdeel nog geen significant negatief effect te hebben. We verwachten in 2021 en 2022 een uitgesteld effect. In samenwerking met Leeuwarden geven wij uitvoering aan de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo). Voor deze regeling hebben we een voorschot ontvangen van €8,3 miljoen. Alle lasten omtrent de Tozo kunnen gedeclareerd worden bij het Rijk. Daarom is in bovenstaande tabel deze regeling budgetneutraal opgenomen. De kosten voor individuele bijzondere bijstand in 2020 zijn licht gestegen ten opzichte van 2019. In de kosten 2020 van de AV Frieso is de afrekening verwerkt over 2020. De herschikking op het Kindpakket is in 2020 gerealiseerd. De uitgaven zijn conform de raming in de begroting die uitging van

42

een totale lastenpost van €29.240.000. Hiervan was €25.751.000 toe te schrijven aan uitgaven met betrekking tot het inkomensdeel en €3.489.000 toe te schrijven aan uitgaven voor de bijzondere bijstand. De begroting 2020 ging uit van een totale batenpost van €25.551.000.

Schuldhulpverlening Gemeentelijke schulphulpverlening

Lasten Schuldhulpverlening

BegrotingsBijgestelde Prognose uitputting 2020 begroting 2020 in % 2020 Norm: 100%

Primitieve begroting 2020

Jaarrek 2019

285

109,2%

360

261

260

285

109,2%

360

261

260

Er was na bijstelling circa €360.000 beschikbaar voor schuldbemiddeling. Hiervan is €285.000 uitgegeven. Dit is minder dan begroot. Dit komt met name door de corona-crisis en de ingezette tijdelijke-maatregelen. Door Corona waren loketten waar inwoners met hun vragen omtrent schulden terecht komen, tijdelijk minder toegankelijk. Veel inloopspreekuren zijn vervangen door telefonische spreekuren, waardoor de stap voor inwoners groter is om hulp te vragen. Een tweede effect van de corona-maatregelen is dat er vanuit de rijksoverheid veel tijdelijke regelingen in het leven zijn geroepen om inwoners die te maken hadden met een teruggang in loon, te ondersteunen. Ook waren er bij bijvoorbeeld de belastingdienst en bij woningcorporaties coulanceregelingen, waardoor inwoners uitstel van betaling kregen. De noodzaak om schuldhulpverlening aan te vragen werd hierdoor minder gevoeld bij inwoners. Tot slot brengen deurwaarders nu minder huisbezoeken, waardoor de druk om schuldhulpverlening aan te vragen waarschijnlijk minder gevoeld werd. Let op: Zowel de coulanceregelingen als de ondersteuningsmaatregelen zijn tijdelijk en zeker bij de coulanceregelingen is het niet zo dat inwoners hun betalingsachterstanden niet meer hoeven te betalen. Zij mogen dit alleen later doen. Wij verwachten daarom in 2021 een stijging van het aantal aanvragen schuldhulpverlening.

Ook starten we in 2021 met de uitvoering van vroegsignalering van schulden. Wij verwachten dat ook hierdoor het aantal aanvragen schuldhulpverlening in eerste instantie toe zal nemen.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10459837/1