Bijlage 4 - Deelrapportage 2 Voorzieningen Jeugd, Wmo, Participatie
Tekst van het document
Jaarrapportage sociaal domein 2020 Deelrapportage 2
Voorzieningen Jeugd Wmo Participatie
1
Inhoud Jeugdwet .................................................................................................................................. 3 Inleiding ................................................................................................................................ 3 Algemene gegevens ............................................................................................................. 3 Verhoudingen PGB en ZIN ................................................................................................... 7 Specialistische jeugdhulp ..................................................................................................... 9 Hoogspecialistische jeugdhulp ........................................................................................... 11 Financiële toelichting jeugd ................................................................................................ 12 Beheersmaatregelen jeugd ................................................................................................. 13 Wmo ....................................................................................................................................... 16 Inleiding ..............................................................................................................................
16 Algemene gegevens ........................................................................................................... 16 Begeleiding ......................................................................................................................... 18 Hulp bij het huishouden ...................................................................................................... 20 Beschermd Wonen ............................................................................................................. 22 Financiële toelichting Wmo ................................................................................................. 23 Analyse ............................................................................................................................... 24 Beheersmaatregelen Wmo ................................................................................................. 24 Participatie: Werk ................................................................................................................... 26 Algemene gegevens ........................................................................................................... 26 Aantal uitkeringsgerechtigden op traject .............................................................................
27 Aantal uitkeringsgerechtigden niet op traject ...................................................................... 32 Financiële toelichting werk .................................................................................................. 34 Participatie: Inkomen .............................................................................................................. 35 Algemene gegevens ........................................................................................................... 35 Uitkeringsontwikkelingen .................................................................................................... 39 Financiële toelichting inkomen ............................................................................................ 42
2
Jeugdwet Inleiding De gemeente is sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. We organiseren ondersteuning en zorg. In de Jeugdwet is jeugdhulp als volgt gedefinieerd: Jeugdhulp is 1. Ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen; 2. Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en 3. Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht.
In dit hoofdstuk ligt de focus op jeugdhulp zoals in bovenstaande definitie is beschreven.
Algemene gegevens In de gemeente Smallingerland zijn twee vormen van jeugdhulp aanwezig. 1. Zorg in Natura (ZIN) 2. Persoons gebonden budget (PGB) Het grootste verschil is dat de inwoner met een PGB zelf bepaalt wie de zorgverlener is. Bij ZIN contracteert de gemeente een aanbod voor ondersteuning. De inwoners kan kiezen uit deze gecontracteerde aanbieders. Deze zorg in natura heeft de gemeente Smallingerland gezamenlijk ingekocht in de provincie met de inkooporganisatie Sociaal Domein Friesland. Er zijn verschillende ZIN voorzieningen ingekocht. De belangrijkste zijn: - Specialistische jeugdhulp: alle individuele voorzieningen van simpele opvoedondersteuning, begeleiding, dagbesteding, behandeling, met of zonder verblijf; - Hoogspecialistische jeugdhulp: Jeugdhulp met meervoudige problematiek voor complexe casussen; - Pleegzorg: een vervangende gezinssituatie bij pleegouders; - Dyslexie: begeleiding en ondersteuning bij dyslexie. Aantal unieke cliënten per jaar Wanneer we kijken naar het totaal aantal unieke cliënten dat instroomt voor de voorzieningen ZIN en PGB over afgelopen jaren, zien we een redelijk stabiel beeld. Onderstaande grafiek geeft het aantal unieke cliënten aan per jaar, gemeten op een peildatum van datzelfde jaar - dat wil zeggen gemeten op hetzelfde moment in het jaar (nl. begin Q1 in 2018, 2019, 2020).
Een combinatie van ZIN en PGB bij één cliënt is mogelijk.
3
Naar aanleiding van de extra inzet op vroegsignalering zou een stijging verwacht kunnen worden van het aantal unieke cliënten. Meer vroegsignalering zou mogelijk tot uiting kunnen komen in een hogere instroom van vroeggesignaleerde kinderen. Dit lijkt vooralsnog niet het geval te zijn. Dit beeld is in lijn met het landelijke beeld1 Tabel 1 Aantal unieke cliënten zorg in natura en PGB Jeugdwet
Aantal unieke cliënten ZIN + Pgb 2000 1800
1718
1759
1759
1600 1400 1200
Aantal cliënten 2018
1000
Aantal cliënten 2019
800
Aantal cliënten 2020
600 400 200 0 Aantal unieke cliënten
Tabel 2 Aantal unieke cliënten ZIN per jaar
Aantal unieke cliënten ZIN 2000 1800
1694
1742
1750
1600 1400 1200
Aantal cliënten 2018
1000
Aantal cliënten 2019
800
Aantal cliënten 2020
600 400 200 0 Aantal cliënten
In de bovenstaande tabel staat het totaal aantal cliënten met een ZIN voorziening. Cliënten met alleen een PGB zijn hierin niet meegenomen. Het aantal cliënten met een PGB voor jeugdhulp is laag, en zien we gestaag afnemen. De verhouding tussen de aantallen ZIN en PGB is te zien in tabel 6.
1
Stelsel in Groei (AEF, 2020) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/12/15/stelsel-in-groei
4
Cliënten kunnen ook gebruik maken van ZIN en voor andere diensten een PGB hebben. Een combinatie van verstrekkingsvormen is dus mogelijk.
Tabel 3 Aantal voorzieningen ZIN per type jeugdhulp
Aantal voorzieningen ZIN per categorie 3000 2500
2405 2260 2115
2000 Aantal besluiten 2018
1500
Aantal besluiten 2019 1000
Aantal besluiten 2020
500
130 139 160
69 49 57
137 208 198
Pleegzorg
Hoogspecialistisch
Dyslexie
0 Specialistische jeugdhulp
De bovenstaande tabel geeft het aantal verstrekte voorzieningen (ZIN) naar type in het kader van de Jeugdwet weer: -
Specialistische jeugdhulp: alle individuele voorzieningen van simpele opvoedondersteuning, begeleiding, dagbesteding, behandeling, met of zonder verblijf.
-
Hoog specialistische jeugdhulp: Jeugdhulp met meervoudige problematiek voor complexe casussen
-
Pleegzorg: een vervangende gezinssituatie bij pleegouders
-
Dyslexie: begeleiding en ondersteuning bij dyslexie
Daarnaast zijn er relatief kleine onderdelen landelijk ingekochte zorg en crisis. Die worden hier niet weergegeven. Elk type jeugdhulp valt onder een aparte contractovereenkomst met bijbehorende bepalingen en financiering. Zo heeft het type Specialistische jeugdhulp de welkbekende "resultaatfinanciering" en "70/30%-regel". Het type Specialistische jeugdhulp komt het meeste voor. Het is ook mogelijk ondersteuning te krijgen van een combinatie van types jeugdhulp, bijvoorbeeld kinderen in Pleegzorg die ook behandeling krijgen vanuit Specialistische jeugdhulp. De bovenstaande grafiek laat zien hoeveel inwoners er in totaal gebruik maken van een bepaald type voorziening (zowel unieke cliënten als reeds lopende trajecten). Er is een oplopend aantal inwoners die gebruik maken van een Specialistische Jeugdhulp voorziening. Deze toename is niet te verklaren door meer instroom van unieke cliënten maar door een achterblijvende uitstroom (bron: Stelsel in groei, AEF). Er zijn dus jaarlijks niet meer cliënten in zorg, maar de cliënten zijn langer in zorg.
5
Tabel 4 Aantal jeugdigen met een lopende indicatie in 2020 per gebiedsteam
Aantal jeugdigen met een voorziening per gebiedsteam 8000 6956
7000 6000
5290
5000 3887
4000
Totaal aantal jeugdigen 23-
3622
3001
Totaal aantal jeugdigen 18-
2818
3000
Aantal jeugdigen met een indicatie
2000 1000
750
447
455
168
0 Folgeren
Drait/Dorpen
Wiken
Buiten gemeente Smallingerland
In de bovenstaande grafiek wordt het aantal jeugdigen die gebruik maken van een individuele voorziening jeugdhulp in een gebied vergeleken met het totaal aantal jongeren (tot 23 jaar). Per gebied is er gelijknamig gebiedsteam operationeel bij Carins. Percentage jongeren met jeugdhulp Folgeren Drait/Dorpen Wiken
2020 11,5% 10,8% 12,6%
2019 11,7% 10,1 % 12,3%
De verhouding jeugdigen met jeugdhulp in Smallingerland is 11,5%,. Dit is landelijk in het eerste half jaar van 2020 9,6% (waarstaatjegemeente.nl).
Tabel 5 Aantal voorzieningen ZIN per perceel per verwijzer
Aantal voorzieningen per verwijzer per categorie 2020 1200 1000
1051
954
800 600 400 200
367
Arts/Specialist 33
92 3434
194 1
1
4 3715 1
0
1 3
1 38 3
Gecertificeerde instelling Integraal team Overig
6
In de bovenstaande tabel is te zien welke verwijzers naar welke vorm van jeugdhulp verwijzen. Huisartsen (Artsen/Specialisten) kennen nog de meeste voorzieningen van Specialistische Jeugdhulp toe, maar we zien hierin een kleiner verschil met de verwijzingen van het gebiedsteam dan in 2019. De verhouding tussen het aantal verwijzingen van de huisarts is minder sterk toegenomen door de inzet van de Gebiedsteam ondersteuners jeugd.
Verhoudingen PGB en ZIN Tabel 6 Verhouding PGB/ZIN
Verhouding ZIN/PGB obv unieke cliënten 2019
Verhouding ZIN/PGB obv unieke cliënten 2020
4%
2%
PGB
Pgb
ZIN
ZIN
96%
98%
De verhouding tussen het aantal unieke cliënten met een PGB ten opzichte van zorg in natura laat in de laatste drie jaren een afname zien van het aantal PGB's. In 2018 had 5% van de unieke cliënten een PGB, over 2019 was dit 4% en in 2020 2%. Dit beeld past bij het ingezette beleid waarbij inzet voor een Zorg in Natura voorziening voorkeur en voorrang heeft op een PGB. Tabel 7 Verhouding tussen directe verwijzer en gebiedsteam in aantallen en kosten 2020
Verhouding directe verwijzers/gebiedsteam o.b.v. aantallen 2020
Verhouding directe verwijzers/gebiedsteam o.b.v. een prognose van de kosten 2020
Directe verwijzer
35%
Directe verwijzer
46%
Gebiedsteam
54%
65%
7
Gebiedsteam
In bovenstaande tabel is af te leiden dat het grootste deel (65%) van jeugdhulpvoorzieningen is verwezen door een directe verwijzer. Een directe verwijzer heeft op basis van de Jeugdwet een zelfstandige bevoegdheid om jeugdhulp in te zetten – dus zonder tussenkomst van de gemeente met haar gebiedsteam. De meest bekende directe verwijzers zijn: (huis)artsen en gecertificeerde instellingen. Zij zijn verantwoordelijk voor 65% van verwezen jeugdhulp en draaien naar verwachting op voor 54% van de kosten. Dit laat zien dat de gemeente geen volledige invloed heeft op alle doorverwijzingen naar jeugdhulp. Hierbij moet worden opgemerkt dat er over 2020 is gewerkt met een praktijkondersteuner (POH) Jeugd (zie ook rapportage Carins). Indien de POH-jeugd na inzet alsnog doorverwijst naar een jeugdhulp voorziening wordt deze (oneigenlijk) geregistreerd onder de noemer huisarts. Tabel 8 specificatie van verhouding directe verwijzer en gebiedsteam 2019 en 2020
Verhouding verwijzers totaal o.b.v. aantallen 2019
Verhouding verwijzers totaal o.b.v. een prognose van de kosten 2019 4%
Arts/Specialist
Arts/Specialist
10% 42% 34%
22%
Gecertificeerde instelling Integraal team
Integraal team
47% 27%
Overig
14%
Overig
Verhouding verwijzers totaal o.b.v. aantallen 2020
Verhouding verwijzers totaal o.b.v. een prognose van de kosten 2020 4%
Arts/Specialist
9% 37% 35%
Arts/Specialist 21%
Gecertificeerde instelling
Gecertificeerde instelling
Integraal team 19%
Gecertificeerde instelling
46%
Integraal team 29%
Overig
Overig
Wanneer we het type verwijzer nader specificeren zien we dat de meeste jeugdhulp (nog steeds) wordt ingezet door een (huis)arts, namelijk 37%. Daarbij moet worden opgemerkt dat per 2020 de
8
huisartsen de beschikking kregen over een POH Jeugd. Er zijn over 2020 geen data beschikbaar over hoeveel van de 37% verwijzingen zijn gedaan door een huisarts of door een POH Jeugd.
Specialistische jeugdhulp Tabel 9 Aantal voorzieningen ZIN Specialistische jeugdhulp 2019 en 2020
Aantal voorzieningen ZIN specialistische jeugdhulp 1600 1370 1228
1400 1200 1000 800 600
734 574 338 266
400 200
1 19
Aantal besluiten 2019 Aantal besluiten 2020
32 75
17 11
0
Zoals eerder benoemd is Specialistische Jeugdhulp een categorie van jeugdhulp voor individuele voorzieningen van simpele opvoedondersteuning, begeleiding, dagbesteding, behandeling, met of zonder verblijf. In bovenstaande grafiek wordt Specialistische Jeugdhulp onderverdeeld in een aantal subcategorien. De meest voorkomende trajecten zijn Duurzaam, Herstel en Verblijf. Het beleidsuitgangspunt is dat het in te zetten traject gericht is op herstel. Zou er in het geheel geen perspectief zijn op herstel, dan is in de regel de Wet Langdurige Zorg van toepassing. Maar er is een accentverschil aan te brengen tussen 1) Herstel en 2) Duurzaam, te weten 1) zorg gericht op duidelijke ontwikkeldoelen waarbij voor het kind nog een uitgesproken ontwikkelperspectief is en 2) zorg gericht op consolideren, dat wil zeggen het behouden en versterken van de eigen zelfredzaamheid en het vergroten van sociale participatie, rekening houdend met eventuele beperkingen van het kind. Wanneer er sprake is van verblijf, verblijft de jongere (soms) bij een jeugdhulp aanbieder. Het gaat dan bijvoorbeeld om kinderen die 1 keer in de 4 weken een weekend naar een zorgboerderij gaan, maar ook om kinderen die tijdelijk bij een jeugdhulpaanbieder wonen. Kijkend naar de cijfers zijn er vooral in het begin van 2020 veel duurzame trajecten aangevraagd.
Dit hangt samen met de ingezette beheersmaatregel 'geen herstel op herstel' (zie ook de financiële toelichting). Deze beheersmaatregel maakte dat er sneller een duurzaam traject werd aangevraagd. In de loop van 2020 werd de bedoeling en voorwaarden van de beheersmaatregel duidelijker waardoor deze op een juiste wijze werd toegepast. De toename van duurzame trajecten kent een stijging in begin van het jaar en buigt af gedurende het jaar.
9
De toename van het aantal verblijf trajecten lijkt zich in de data niet gemakkelijk te verklaren. In tegenstelling tot 2019 is er geen daling te zien van Hoog specialistische zorg. Daarom gaan we ervan uit dat verblijf ingezet is waar nodig.
Tabel 10 Verhouding tussen duurzaam en herstel ZIN profielen 2020
Verhouding duurzaam/herstel ZIN 2020
37%
Duurzaam Herstel
63%
In de bovenstaande tabel is de verhouding te zien tussen de duurzame en herstel trajecten van het totaal. De verhouding is verschoven ten ongunste van de hersteltrajecten. Van 70% hersteltrajecten en 30% duurzaam in 2019 naar respectievelijk 63% en 37%. Dit heeft onder meer te maken met de beheersmatregel 'geen herstel op herstel'. Daarnaast hebben we in Smallingerland relatief veel jongeren, maar ook veel jongeren met een kwetsbare positie (waarstaatjegemeente.nl). Tabel 11 Verhouding diverse verwijzers specialistische jeugdhulp in aantal en kosten 2020
Verhouding verwijzers specialistische jeugdhulp obv aantallen 2020
Verhouding verwijzers specialistische jeugdhulp obv een prognose van de kosten 2020
1%
2%
Arts/Specialist
44%
40%
Arts/Specialist
Gecertificeerde instelling
24%
Integraal team
Integraal team
50% 15%
Gecertificeerde instelling
24%
Overig
Overig
10
Hierboven is de verhouding te zien tussen de verwijzer ten opzichte van het aantal voorzieningen en de kosten. We zien tov 2019 in de data geen grote wijzigingen in het verwijsgedrag van Artsen/Specialisten. Echter, de verwachting is dat de doorverwijzingen van de Arts/Specialist zijn afgenomen door de inzet van de POH Jeugd. Ten opzichte van 2019 hebben er meer verwijzingen plaatsgevonden door een GI's. Naar verwachting is dat mede te verklaren door de toename van verblijf trajecten. GI's verwijzen veelal naar die soortige jeugdhulptrajecten. Opgemerkt moet worden dat de GI's een wettelijke bevoegdheid tot verwijzen heeft. De ervaringen vanuit Carins zijn dat de GI's zich de inkoopwijze nog (steeds) niet goed eigen hebben gemaakt, waardoor er soms oneigenlijke of niet de juiste verwijzing naar jeugdhulp ontstaan. Hier is reeds aandacht voor in de beheersmaatregelen.
Hoogspecialistische jeugdhulp In de categorie hoogspecialistische jeugdhulp valt de meervoudige en complexe problematiek. Bij hoogspecialistische jeugdhulp is sprake van zeer complexe intensieve, specialistische jeugdhulp die structureel en continue beschikbaar is en een multidisciplinaire aanpak vereist. De multidisciplinaire aanpak is structureel georganiseerd. Deze aanbieders hebben een acceptatieplicht en er is geen wachtlijst. Deze cliënten worden dus direct geholpen. De intentie is om hoog specialistische jeugdhulp zo snel als mogelijk (en veilig) af te schalen naar Specialistische jeugdhulp. Het aantal cliënten die in 2020 gebruik hebben gemaakt van Hoog specialistische jeugdhulp (48) is nagenoeg onveranderd ten opzichte van 2019 (49). In 2018 waren dit er 69. Hoogspecialistische jeugdhulp wordt vooral ingezet door gecertificeerde instellingen. Dat is logisch; in gevallen waarbij ouders geen of deels gezag hebben is vaker sprake van complexe problematiek. De problematiek kent dan vaak al een langere geschiedenis. Het gaat om in absolute aantallen niet om een hoog aantal cliënten. Tegelijkertijd zijn er wel veel kosten mee gemoeid. Met name de verwijzingen door het Integraal team zijn toegenomen ten opzichte van 2019 (12%) in 2020 (26%) en de verwijzingen van de GI's zijn afgenomen, van 76% in 2019 naar 65% naar 2020. Dit is een gewenste beweging die we zien.
Tabel 11 verhouding diverse verwijzers hoogspecialistisch in aantal en kosten 2020
Verhouding verwijzers hoogspecialistisch obv aantallen 2020
Verhouding verwijzers hoogspecialistisch obv een prognose van de kosten 2020 0%
2% Arts/Specialist
7% 26%
65%
7% 12%
Arts/Specialist
Gecertificeerde instelling
Gecertificeerde instelling
Integraal team
Integraal team 81%
Overig
11
Overig
Financiële toelichting jeugd Algemeen In deze paragraaf komen de financiële ontwikkelingen rondom jeugdhulp aan de orde. Er is gewerkt met realisatie en prognosecijfers. Tabel 12 Financiën jeugd (bedragen in euro's x1000)
Jeugd Verplichting Verplichting vs begroting Realisatie/ obv beschikking 2020 in % Prognose 2020 Lasten specialistische jeugdzorg specialistische jeugdzorg herstel specialistische jeugdzorg duurzaam specialistische jeugdzorg verblijf specialistische jeugdzorg thuisplus hoogspecialistische jeugdzorg jeugdzorg dyslexie jeugdzorg pleegzorg jeugdzorg landelijk maatwerk jeugdhulp jeugdzorg overig omzetgarantie covid 19 Totaal gecontracteerde jeugdhulp Gecertificeerde instellingen Vrij inzetbare zorg Veiligheidsregio jeugdhulp Veilig thuis Spoed4Jeugd PGB jeugd kortdurend verblijf Totaal
Bijgestelde begroting 2020 na Primitieve Jaarrek CORAP II begroting 2020 2019
58 6.728 4.768 4.424 101 2.193 195 1.465 138 691
Norm: 100% 114% 113% 90% 95% 95% 100% 110% 89% 99% 126%
76 5.030 4.779 5.477 159 2.271 202 1.407 35 823
51 5.971 5.283 4.681 107 2.200 177 1.650 139 549
50 8.119 3.483 6.087 270 2.525 250 1.700 -
523 21.283
102%
523 20.783
20.808
22.484
21.142
1.540
1.540
1.618
1.618
1.634
551
551
551
488
440
562
562
850
850
641
23.937
23.436
23.827
25.439
23.857
18 7.299 3.654 5.145 274 2.501 225 1.319 114 39 554
In bovenstaande tabel zijn de lasten van de gecontracteerde Jeugdhulp opgenomen. De kosten zijn opgesplitst naar de verschillende types (specialistische jeugdhulp, hoogspecialistische jeugdhulp, dyslexie en pleegzorg). Ook worden de kosten, welke reeds beschikbaar zijn, weergegeven van zaken die aanvullend door de gemeente Smallingerland voor jeugdhulp worden bekostigd. Zoals onder andere Veilig thuis. Zodoende geeft bovenstaande een compleet overzicht van uitgaven aan (geïndiceerde) jeugdhulp. In de tabel wordt gewerkt met een realisatieprognose voor 2020 omdat nog niet alle kostenposten definitief zijn. De prognose wordt echter steeds stabieler en we verwachten geen grote afwijkingen. In 2020 hebben we de sterke stijging van de kosten voor jeugdhulp kunnen stoppen. De uitgaven zijn ongeveer lager dan in 2019. Er is ten opzichte van de begroting een onderschrijding van ongeveer €400.00. In de kosten voor jeugdhulp is een bedrag van € 0,5 miljoen betaald aan omzetgarantie covid 19. Deze uitbetaling is conform de richtlijnen vanuit de VNG verstrekt en wordt door de aanbieders verantwoord in hun jaarrekening.
12
De kosten voor verblijf zijn gedaald door een beheersmaatregel vanuit SDF. De kosten voor herstel en duurzame trajecten zijn in totaal ongeveer gelijk gebleven. We zien wel een verschuiving van herstel naar duurzaam. Het aantal maatwerkovereenkomsten is gestegen ten opzichte van 2019. Dit is een aandachtspunt maar blijft wel binnen de verwachting zoals die opgesteld is bij de inkoop van de specialistische jeugdhulp.
Beheersmaatregelen jeugd Hieronder geven we per beheersmaatregel de ontwikkelingen in 2020 weer. 1. Contractmanagement jeugd Bandbreedte: €550.000 – €1.175.000
Gemiddeld
2020 550.000
2021 675.000
2022 875.000
2023 en verder 1.775.000
Concrete acties zijn: Kosten (besparing tot €100.000) In 2020 heeft de contractmanager jeugdhulp een besparing gerealiseerd van circa € 272.603 op maatwerkaanvragen. Dit door middel van het verwijzen naar de reguliere tarieven en het sturen op afspraken uit de jeugdhulp-overeenkomsten. De contractmanager jeugdhulp beoordeelt en beantwoordt casus gerelateerde vragen vanuit Carins, zorgaanbieders en de gecertificeerde instellingen (GI's). Aanpassen verblijf (€200.000 tot €400.000) Al in 2019 heeft SDF een andere, verdeelde inschaling gehanteerd voor de aanbieders die verblijf aanbieden. Voor 2020 is het aantal cliënten met 8,5% toegenomen ten opzichte van 2019. Tegelijk zijn de totale kosten met 12% gedaald. De gemiddelde kosten per cliënt zijn dus lager. Afwegingskader dure trajecten (KDC/ BEC/ TEO) (€100.000 – €400.000) - Kinderdagcentrum (KDC) In lijn met de uitkomsten van gesprekken met aanbieders in 2019 over andere bekostigingsmogelijkheden loopt er sinds december 2020 tot eind 2021 een pilot voor de KDC's. In deze pilot wordt er proefgedraaid met een andere bekostigingssystematiek. In deze bekostiging wordt een dagdeeltarief gekoppeld aan de dagen dat een kind daadwerkelijk in het behandelcentrum verblijft en ambulante zorg waar nodig via een productcode wegzetten.
Dat doen we door: 1) proefdraaien met dagdeel-tarief gekoppeld aan de dagen dat een kind in het KDC verblijft; 2) ambulante zorg indien nodig via aparte productcode regelen; 3) onderzoeken welke (para)medische zorg geleverd wordt en of dit via ZVW kan lopen; 4) meer regie vanuit gebiedsteams; 5) aansluiting met voorliggend veld: onderwijs, Wlz, etc. Bij het opstarten van de pilot is de beheersmaatregel (namelijk de productiestop vanaf oktober 2019) ingetrokken. Dit ten behoeve van de samenwerking en omdat er geen alternatieve vergelijkbare voorzieningen beschikbaar waren. Wel blijven we de aanvragen voor KDC actief beoordelen en monitoren. In 2019 waren er 16 unieke cliënten met een KDC indicatie, in 2020 waren dit er 14.
13
- Behandelexpertisecentrum (BEC) De provinciale Werkgroep BEC, onder regie van SDF, oriënteert zich op een te starten pilot voor een dagdeelfinanciering. Er zijn in 2020 voorbereidingen getroffen om een intervisiegroep in te richten om als gemeenten onderling van elkaar te kunnen leren van het indiceren en regievoeren op de BEC trajecten. Intern blijven we de aanvragen voor BEC trajecten kritisch beoordelen. - Traject educatieve ontwikkeling (TEO) De evaluatie van Traject Educatieve Ontwikkeling (TEO) vindt op provinciaal niveau plaats. Er volgt in 2021 een advies hoe om te gaan met deze trajecten rekening houdend met de nieuwe inkoop per 2022. Duurste cliënten: integrale aanpak (Besparing €0 tot onbekend) Het in kaart brengen en analyseren van een selectie duurste cliënten wordt opgepakt in Q1 van 2021. Herstel op herstel (€250.000 – €400.000) Vanaf 2019 is er afgesproken om geen 'herstel op herstel'- trajecten meer af te geven. Dat betekent dat we controleren of er sprake is van de garantieperiode. We vragen aan aanbieders om in één keer een goede inschatting te maken. Aan de hand van de cijfers is te zien dat de instroom van nieuwe herstel trajecten gedaald is ten opzichte van januari 2019 (van 710 in 2019 naar 591 in 2020). Hiermee lijkt de beheersmaatregel richting te geven aan het gewenste effect.
Echter zijn er verhoudingsgewijs in 2020 meer duurzame indicaties afgegeven dan in 2019 waardoor er geen kostenbesparing is gerealiseerd.
2. Aanscherpen afspraken met GI's De GI's (gecertificeerde instellingen) voeren jeugdbescherming en jeugdreclassering uit. Zij zijn een zogenoemde 'wettelijke verwijzer' met een mandaat om jeugdhulp in te zetten. De GI's hebben een behoorlijk aandeel in de verwijzing van de duurste jeugdhulp cliënten uit Smallingerland. We kunnen in bepaalde mate sturen op uitvoeringspraktijk maar het is belangrijk om te benadrukken dat we als gemeente eerder een rol hebben als financier dan inhoudelijk opdrachtgever. 2019 Gemiddeld
2020 135.000
2021 162.000
2022 195.000
2023 ev 270.000
Concreet voorstel Ondersteuning door contractmanagement Tussen de GI's en de contractmanagers jeugd in de provincie wordt overleg gevoerd. In casussen die ingebracht worden, wordt door de contractmanager gestuurd op de ingezette jeugdhulp. Hierdoor wordt bespaard. De contractmanager werkt daarnaast met SDF aan het goed neerzetten van contractvoorwaarden. Dit alles leidt zeker tot besparing. Hier is echter momenteel geen besparingsbedrag over aan te geven, omdat er niet structureel op gemonitord wordt.
14
3. Opstellen van beleidsregels Jeugd Smallingerland 2019
2020 100.000
Gemiddeld
2021 305.000
2022 509.000
2023 ev 920.000
Concrete voorstellen: Beleidsregels -
Kostenbewustzijn, bewezen effectieve methoden en regie (€0 tot €402.000) Afwegingskader Jeugdhulp (€0 – €114.000)
Het uitvoerende beleid is continu aan verandering onderhevig. Dat betekent dat we zowel de verordening en het beleid in brede zin tegen het licht houden en aanscherpen. Een structureel en continu proces in deze is gewenst. In de praktijk zien we dat het invoeren van de diverse beheersmaatregelen en noodzakelijke verbeterontwikkelingen bij Carins niet allemaal tegelijktijdig doorgevoerd kunnen worden. Hiervoor is in 2021 meer ruimte en capaciteit. Dat maakt dat het opstellen van beleidsregels Jeugd en een afwegingskader in het volgende jaar zullen worden herstart.
4. Medische route
Gemiddeld
2019 50.000
2020 100.000
2021 150.000
2022 300.000
2023 ev 300.000
Concrete voorstellen: POH jeugd (voorheen GOH) Eind april 2020 is op basis van de evaluatie van de pilot besloten om de functie van gebiedsteamondersteuner huisarts (GOH) met ingang van 1 december 2020 om te zetten in een structurele voorziening. We noemen deze nu praktijkondersteuner huisartsen jeugd/ggz, afgekort POH-jeugd. De resultaten staan beschreven in deelrapportage 1 Preventie en Carins. ZorgDomein verwijsapplicatie Vanaf 1 mei 2019 zijn de POH Jeugd via ZorgDomein voor huisartsen te vinden. Wanneer een huisarts van ouders en/ of een jeugdige een hulpvraag krijgt kan hij/ zij hen verwijzen naar de POH Jeugd via deze applicatie. Het gebruik van deze applicatie sluit aan op de door de huisartsen gebruikte wijze om cliënten door te verwijzen naar vervolgzorg. Het aantal verwijzingen van huisartsen voor de POH Jeugd is als volgt: Mei 2019 – dec 2019 Jan 2020 – dec 2020
104 207
Daarnaast zijn we bezig met de doorontwikkeling van ZorgDomein. We proberen het systeem zo makkelijk mogelijk te maken voor huisartsen en kijken of we naast de POH Jeugd ook de gebiedsteams kunnen ontsluiten.
15
Wmo Inleiding Vanaf 1 januari 2015 is de gemeente op grond van de Wmo verantwoordelijk voor de ondersteuning van inwoners, met als doel dat ze zelfstandig kunnen (blijven) participeren in de maatschappij. Ook moet de gemeente passende ondersteuning bieden waarmee mensen in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden (zelfredzaamheid). In de wet is maatschappelijke ondersteuning als volgt gedefinieerd, maatschappelijke ondersteuning is: Bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld. Ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving bieden van beschermd wonen en opvang In dit hoofdstuk worden de cijfers van de Wmo maatwerkvoorzieningen inclusief Beschermd Wonen beschreven en toegelicht. In algemene zin zijn er zijn twee belangrijke ontwikkelingen die van invloed zijn op ondersteuningsvragen: vergrijzing en extramuralisering.
We zien dat het beroep op de Wmo groter wordt doordat mensen steeds langer zelfstandig blijven wonen en minder snel opgenomen worden in een instelling (extramuralisering). Meer mensen met een zwaardere ondersteuningsvraag vallen hierdoor onder de Wmo. Een recente ontwikkeling die van invloed is gebleken op de aantal cliënten is de afschaffing van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage per 1 januari 2019. Iedereen die een beroep doet op de Wmo betaalt een vast bedrag, het abonnementstarief. Er wordt niet meer gekeken naar inkomen en vermogen.
Algemene gegevens Tabel 1 Aantal unieke cliënten Wmo
16
De tabel geeft het aantal unieke cliënten Wmo aan. Een unieke klant is een klant die een lopende indicatie heeft gehad in het genoemde jaar. In deze paragraaf worden zowel de cliënten die zorg in natura krijgen als PGB weergegeven. Er is sprake van een lichte stijging van het aantal unieke klanten in 2020. Volgens het Centraal Bureau Statistiek (CBS) worden uitgegaan van een jaarlijkse stijging van het zorgvolume van 4%. Dit is een gemiddeld percentage van zorgtoename door vergrijzing.
Tabel 2 Aantal voorzieningen per categorie (aantal voorzieningen dat nog loopt of heeft gelopen in het genoemde jaar)
Ook is er in 2020 een toename van het aantal klanten hulp bij het huishouden te zien. Deze vlakt wel iets af. De stijging is niet meer zo groot als in 2019. We zien het effect van de verlaging van de eigen bijdrage nog niet terug in een stijging van de andere categorieën. De aantallen binnen de andere categorieën ontwikkelen zich zoals verwacht. De daling binnen de categorie Hulpmiddelen wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt door de Corona-pandemie. Klanten stellen het aanvragen en/of vervangen van mobiliteitshulpmiddelen uit.
Tabel 3 Verhouding PGB/Zorg in natura van hulp bij het huishouden en begeleiding. Op basis van het aantal unieke cliënten
17
Het percentage PGB neemt jaarlijks licht af. Dat komt onder andere door de manier waarop we ondersteuning hebben ingekocht. Voor de categorieën Hulp bij het Huishouden en Begeleiding zijn meerdere zorgaanbieders gecontracteerd. Gelet op de open-house aanbesteding kunnen aanbieders gedurende de looptijd van de aanbesteding gecontracteerd worden. Cliënten kunnen sinds 2018 kiezen tussen 15 aanbieders Hulp bij het Huishouden, 34 aanbieders voor Begeleiding Groep en 61 aanbieders voor Begeleiding Individueel en 14 voor Kortdurend Verblijf. De meeste PGB’s worden verstrekt voor informele hulp, dat wil zeggen hulp van familie of uit het eigen netwerk.
Begeleiding Tabel 4 Uitsplitsing begeleiding per soort (aantal voorzieningen dat nog loopt of heeft gelopen in het genoemde jaar).
In deze grafiek worden zowel de voorzieningen ZIN als PGB weergegeven. We zien een stijging bij Begeleiding individueel basis en een daling op de overige producten. Dit wordt veroorzaakt door het strikter indiceren van begeleiding individueel en de verschillende pilots waaronder de indicatieloze dagbesteding.
18
Tabel 5 Gemiddeld aantal geïndiceerde uren (begeleiding individueel) en dagdelen (begeleiding groep)
Er is ten opzichte van 2019, sprake van een daling in het gemiddeld aantal geïndiceerd uren Begeleiding Individueel. Het aantal geïndiceerde dagdelen Begeleiding Groep is stabiel.
Tabel 6 Verhouding tussen begeleiding groep en individueel
In de verhouding tussen begeleiding groep en individueel is de afgelopen jaren weinig veranderd. In 2020 is het aandeel Begeleiding Groep iets afgenomen. Begeleiding Groep biedt voor bepaalde doelgroepen een passende oplossing. We zien echter dat de diversiteit van de doelgroep Begeleiding veelal vraagt om individuele begeleiding. We streven ernaar om kritisch te blijven kijken welke vormen van begeleiding meer in collectief verband geboden kan worden en of hierbij het ingekochte aanbod voldoende te bieden heeft.
19
Hulp bij het huishouden Tabel 7 Uitsplitsing hulp bij het huishouden per soort (aantal voorzieningen dat nog loopt of heeft gelopen in het genoemde jaar)
Het totaal aantal cliënten met de voorziening "hulp bij het huishouden" neemt fors toe. Het gaat hierbij vooral om het product HH1. Dit betreft de overname van het meer reguliere schoonmaakwerk. Wanneer er problemen zijn in de regievoering of het thuis zorgen voor jonge kinderen wordt er HH2 ingezet. Deze hulp wordt geleverd door een meer gespecialiseerde medewerker. De forse toename van HH1 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de lage eigen bijdrage voor alle inkomensgroepen.
Tabel 8 Gemiddeld aantal geïndiceerde uren
Gemiddeld aantal uur per indicatie 4
4,5
3,7
4 3,5
3,6
3,9
3
3,0
3,3
2,5 2 1,5 1 0,5 0 2018
2019 HH1
2020 HH2
Het gemiddeld aantal geïndiceerde uren is in 2020 wederom afgenomen. In bovenstaande grafiek staat het totaal gemiddelde van alle indicaties. In 2020 zijn we gestart met de herindicatie Hulp bij het Huishouden conform het nieuwe indicatieprotocol van bureau HHM. Deze herindicatie zal in mei 2021 worden afgerond. Op basis van het nieuwe indicatieprotocol zal het aantal geïndiceerde uren lager uitvallen. In onderstaande tabellen wordt alvast inzage gegeven.
20
Tabel 8a Gemiddeld aantal geïndiceerde uren na herindicatie
Carins is vanaf juni 2020 gaan werken met het nieuwe indicatieprotocol. In onderstaande grafiek staan de gemiddelde aantal geïndiceerde uren met dit nieuwe protocol
Tabel 8b Gemiddeld aantal geïndiceerde uren met nieuwe protocol
Tabel 9 Verhouding tussen HH1 en HH2
21
Het aantal HH2-clienten neemt langzaam af. Dit heeft te maken met het feit dat het aantal HH2 cliënten gelijk blijft maar het aantal HH1 cliënten toeneemt. Dit komt logischerwijs in een andere verhouding tot elkaar te staan.
Beschermd Wonen Op peildatum 31 december 2019 waren er 206 cliënten uit Smallingerland met een lopende indicatie Beschermd Wonen. Op peildatum 31 december 2018 waren dit 217 cliënten. Op peildatum 31 december 2020 waren er 189 cliënten in zorg. De afname van het aantal cliënten is toe te schrijven aan de openstelling van de Wet Langdurige Zorg (WLZ) voor mensen met psychiatrische problematiek en een levenslange behoefte aan zorg. Hierdoor is een deel van de doelgroep over gegaan naar deze zorg. De verwachting is dat de afname van BW cliënten door uitstroom naar de WLZ verder toeneemt. Het CIZ had een achterstand met de indicaties. Deze achterstand wordt nu ingelopen. Dit blijkt ook uit de cijfers van maart 2021. Er zijn dan nog 104 unieke cliënten met een BW indicatie. Daarnaast is er geïnvesteerd in de lokale toegang bij Carins. Door deze deskundigheidsbevordering worden inwoners beter toe geleid naar de juiste zorg. Ook de inzet van het Expertise team van SDF, dat de indicatie afgeeft, heeft geleid tot een lager aantal Beschermd Wonen indicaties. SDF heeft aangegeven voor 2020 een positief resultaat te verwachten. Dit komt door de toestroom van BW cliënten naar de WLZ en doordat er voor 2020 een hoger budget is verstrekt door het Rijk.
22
Financiële toelichting Wmo In deze paragraaf beschrijven we de financiële resultaten van de Wmo in 2020. Net als bij jeugd wordt er gewerkt met prognoses omdat niet alle kosten verwerkt zijn. De tabel kan dus afwijken van de jaarrekening maar grote afwijkingen worden niet verwacht. Tabel 10 Financiën Wmo (bedragen in euro's x 1000) Wmo
Lasten ZIN Begeleiding Begeleiding individueel basis Begeleiding individueel speciaal Begeleiding groep basis Begeleiding groep speciaal Begeleiding vervoer Totaal begeleiding
BegrotingsPrognose uitputting 2020 2020 in % Norm: 100%
3.336 1.403 1.759 272 101 6.871
Huishoudelijke hulp HH 1 HH 2 Totaal huishoudelijke hulp
5.250 1.516 6.766
Rolstoelvoorzieningen Vervoersvoorzieningen Vervoerskostenvergoedingen Woonvoorzieningen Kortdurend verblijf Totaal
915 225 643 578 6 2.367
100,2%
Bijgestelde begroting 2020
Primitieve begroting Jaarrek 2020 2019
6.858
6.070
2.811 1.652 1.590 320 133 6.506
4.781 1.673 6.454
96,4%
7.020
6.350
73,6%
1.244
138,3%
1.244 300 712 418
88,5%
2.674
2.674
1.162 446 973 529 34 3.144
85,8%
1.012 418
PGB Huishoudelijke hulp Begeleiding PGB Totaal PGB
96 502 598
48,0% 83,7% 74,8%
200 600 800
200 600 800
117 424 541
Opvang en beschermd wonen
318
43,6%
730
830
467
16.920
93,6%
18.082
16.724
17.112
Norm: 100% 454 129,7% 408 408,0%
350 100
632 100
614 211
862
450
732
825
Baten Eigen bijdrage via CAK MO/VO
191,6%
23
Analyse Ten opzichte van de bijgestelde begroting verwachten we voor de Wmo een positief resultaat van €1,5 miljoen. Dit betreft €1,1 miljoen voordeel op de uitgaven voor zorg en circa €400.000 voordeel op de baten. Ten opzichte van de primitieve (oorspronkelijke) begroting is het resultaat per saldo ongeveer nihil. De begroting is bijgesteld omdat we verwachtten een aantal herschikkingen niet te realiseren. Door met name de corona pandemie hebben we op een aantal onderdelen toch minder uitgegeven dan verwacht. De kosten voor begeleiding zijn toegenomen. Met name de kosten voor Begeleiding Individueel Basis. Er zijn in 2020 ook meer klanten met een indicatie Begeleiding Individueel. De kosten van hulp bij het huishouden (HH1) zijn in 2020 toegenomen. Oorzaak is dat de stijging van het aantal klanten hoger is dan voorzien was bij de begroting. Sinds de invoering van de verlaging van de eigen bijdrage (abonnementstarief) met ingang van 1 januari 2019 is een forse stijging van het aantal klanten voor hulp bij het huishouden te zien. Er is een onderzoek gedaan naar het kunnen beperken van de tariefstijging door middel van het niet doorvoeren van de jaarlijkse indexatie op het tarief. Dit bleek juridisch niet mogelijk te zijn. De jaarlijks indexatie is vastgelegd in de overeenkomst en derhalve verplicht.
De tarieven voor Hulp bij het Huishouden wijken niet af van de tarieven in de overige gemeenten in Friesland. Er is sprake van een reëel tarief. In de overige maatwerkvoorzieningen, met uitzondering van opvang en beschermd wonen, zien we een afname van de uitgaven. De ontvangsten van het Centraal Administratie Kantoor (CAK) blijven achter op de begroting. Eén van de corona-maatregelen betreft het niet opleggen van een eigen bijdrage in de maanden april en mei 2020. Tevens zien we hier het gevolg van het abonnementstarief Centrumgemeente Leeuwarden ontvangt budget uit het gemeentefonds voor MO/VO. Vanuit deze middelen ontvangen Veilig Thuis en Fier een subsidie. Het resterende deel wordt aan de lokale gemeenten uitgekeerd. Gemeente Smallingerland zet deze middelen in voor opvang. In 2020 hebben we een bedrag van €300.000 ontvangen en een nabetaling van €100.000.
Beheersmaatregelen Wmo Voor wat betreft de Wmo zijn op een aantal onderdelen beheersmaatregelen voorgesteld. Deze maatregelen hebben betrekking op de onderdelen hulp bij het huishouden, begeleiding en vervoer. De voortgang en implementatie verloopt wisselend. Hieronder wordt een korte opsomming gegeven van de betreffende beheersmaatregel, de voortgang en eventuele realisatie. Hulp bij het huishouden Een nieuw normenkader is vastgesteld in oktober 2019. Dit normenkader gaat uit van een lage basisnorm voor de reguliere huishoudelijke werkzaamheden. Het is niet gelukt dit normenkader tijdig bij Carins te implementeren. Onderliggende oorzaken zijn de hoge werkdruk en capaciteitsproblemen bij Carins onder andere veroorzaakt door een verhoogde instroom van nieuwe cliënten. De besparing wordt voornamelijk pas in 2021 gerealiseerd. Echter door een grootschalig heronderzoeksproject kan de geplande besparing van 2022 ook al in 2021 gerealiseerd worden. De beperking van de stijging van de tarieven is in beperkte mate gerealiseerd. Het niet toepassen van de contractueel vastgestelde indexatiemethode en het indexatiemoment bleek juridisch niet haalbaar. De geïndexeerde tarieven zijn naar beneden afgerond in plaats van naar boven. Nieuw indicatieprotocol hulp bij het huishouden Deze besparing is in 2020 niet geheel gerealiseerd.
De verwachting is dat de structurele besparing van totaal 1,5 miljoen euro in de komende jaren wel gerealiseerd wordt. Het nieuwe normenkader voor huishoudelijke hulp is op 1 oktober 2019 vastgesteld. Gaandeweg is geconcludeerd dat binnen Carins niet in oktober gestart kon worden o.a. door hoge werkdruk en het feit dat medewerkers niet getraind
24
zijn om het nieuwe normenkader toe te passen. Ook 1 januari 2020 bleek niet haalbaar. In april 2020 zijn de consulenten van Carins getraind om het nieuwe normenkader toe te passen. Nieuwe instroom wordt vanaf 1 mei 2020 door Carins op basis van het nieuwe normenkader beoordeeld. De wachtlijstmeldingen over de periode september 2019 tot en met april 2020 zijn door een extern bureau beoordeeld op basis van het nieuwe normenkader. Vanaf 1 juni 2020 zijn alle overige 1.700 cliënten met een lopende indicatie opnieuw beoordeeld. Dit wordt door een externe partij projectmatig aangepakt. In mei 2021 is dit afgerond en de besparing wordt in 2021 gerealiseerd. De verwachte besparing in 2022 wordt door dit project een jaar naar voren gehaald Vervoer De nieuwe overeenkomst is op 1 januari 2020 ingegaan. Door de corona-maatregelen en de mogelijkheid voor de vervoerders om gebruik te kunnen maken van de continuïteitsmaatregel corona en de meerkostenregeling corona, is het beeld enigszins vertekend. Veel minder klanten hebben gebruikt gemaakt van het Wmo collectief vervoer. De continuïteitsmaatregel corona worden ook in 2021 voortgezet voor het doelgroepenvervoer. Studenten van de RUG hebben eind 2020 een onderzoek onder de Wmo collectief vervoer klanten gedaan naar de bekendheid van aangepaste openbaar vervoer en andere voorliggende vervoersmogelijkheden.
De resultaten en vervolgstappen worden in het eerste kwartaal van 2021 verder uitgewerkt. Begeleiding De beheersmaatregel betrof een beleidsmatige aanscherping op de onderdelen basis en specialistisch. De kaders zijn vrij ruim en dit heeft zich vertaald naar een ruime inkoop op dit onderdeel. Herdefiniëring van de begrippen en de uitwerking hiervan binnen de huidige contracten levert een besparing op. Voor basis wordt een lager tarief betaald dan voor specialistisch. Deze aanscherping heeft nog niet plaatsgevonden in 2020. Dit zal plaatsvinden in 2021. De indicatievrije dagbesteding (gemengd met geïndiceerde dagbesteding) is succesvol geïmplementeerd, maar heeft door de Corona-pandemie niet het gewenste resultaat opgeleverd. Er heeft een besparing plaatsgevonden op het Wmo-budget en op de uitvoeringskosten. Deze pilot zal in 2021 worden voorgezet. Hulpmiddelen Door het corona-virus zijn er veel minder aanvragen voor een Wmo hulpmiddel. Klanten uit deze doelgroep moeten zoveel mogelijk thuisblijven in verband met besmettingsgevaar en kunnen niet naar de Medipoint vestiging in Drachten. Het nieuwe werkproces zal worden ingevoerd in 2021 na de vaccinatie.
25
Participatie: Werk In dit hoofdstuk beschrijven wij de belangrijkste ontwikkelingen in de afgelopen jaren met betrekking tot in- en uitstroom van de bijstandspopulatie en de uitgevoerde re-integratieactiviteiten. Corona De uitstroom uit de bijstand is in gelijke tred met het landelijk beeld licht afgenomen. Een belangrijke oorzaak is vanzelfsprekend de teruggelopen werkgelegenheid en het minder inzetten van (leerwerk)trajecten op de werkplek. Meer impact van de crisis op de instroom verwachten wij in 2021 als gevolg van ondernemers die gedurende het jaar hebben ingeteerd op hun reserves en faillissement aanvragen en ontslagen werknemers die momenteel de ww-periode doorlopen en alvorens zij instromen. Ter bescherming van banen en inkomens van mensen heeft het kabinet een economisch herstel en steunpakket ingezet. Eén van de maatregelen is de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo). Deze regeling ondersteunt zelfstandige ondernemers, onder wie zzp'ers, met inkomensondersteuning en bedrijfskrediet, zodat zij een betere kans hebben om hun bedrijf voort te zetten. Na de eerste lockdown in het voorjaar heeft Caparis een weg gevonden in het continueren van de dienstverlening en het inrichten van een anderhalve-meterbedrijf. Door de crisis zijn de detacheringen en diensten in de markt teruggelopen.
Algemene gegevens Tabel 1 Totaal aantal unieke uitkeringsgerechtigden
Grafiek 1 toont dat in 2020 in totaal 2432 inwoners van de gemeente Smallingerland een uitkering voor levensonderhoud van de gemeente Smallingerland hebben ontvangen (PW, IOAW, IOAZ, Bbz). Sinds 2018 is een sterk dalende trend zichtbaar. Door afname van werkgelegenheid door corona, was de verwachting dat de dalende trend zou afvlakken. Dit effect zal waarschijnlijk in 2021 zichtbaar worden.
26
Zodra de aanvraag inkomensondersteuning (gedeeltelijk) is toegekend, wordt gestart met het bieden van de benodigde re-integratievoorzieningen. De inwoner wordt uitgenodigd door een consulent die hem bijstaat in diens traject. Samen wordt in één of meerdere gesprekken gekeken wat deze inwoner nodig heeft om aan het werk te kunnen. Hier wordt aangesloten op de kwaliteiten en wensen van de inwoner. In beginsel leidt het gesprek met de inwoner tot een re-integratietraject. Niet iedereen start met een traject, als er bijvoorbeeld sprake is van lichamelijke of psychische problemen, wordt een medisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek kan een tijdelijke ontheffing van de sollicitatieverplichting volgen. De re-integratieverplichting blijft altijd bestaan. Afhankelijk van de afstand tot de arbeidsmarkt worden cliënten zelf begeleid of worden gespecialiseerde reintegratiepartners ingeschakeld.
Aantal uitkeringsgerechtigden op traject Uitkeringsgerechtigden dichtbij en met grotere afstand tot de arbeidsmarkt Inwoners dichtbij de arbeidsmarkt staan ontvangen dienstverlening door een consulent van de gemeente (traject eigen begeleiding). De inwoner kan bij de consulent in principe met alle vragen terecht. Daarnaast is de ondersteuning gericht op het verbeteren van het sollicitatieproces en het stimuleren van de zoekinspanningen. In samenwerking met het werkgeversdienstverleningsteam worden uitkeringsgerechtigden ook bemiddeld naar openstaande vacatures bij werkgevers. Voor inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt zijn er trajecten die gericht zijn op werk, op scholing, of op het bieden van zorg. Bij de werktrajecten volgen mensen veelal een praktisch leerwerktraject bij een reguliere werkgever of bij Caparis. Deze trajecten zijn gericht op doorstroom naar een reguliere baan of naar een gesubsidieerde en/of beschutte baan. Scholingstrajecten zijn vooral bedoeld voor mensen die door het volgen van een vakgerichte opleiding hun kansen op banen waar vacatures voor zijn kunnen vergroten. Daarnaast worden specifieke scholingstrajecten aangeboden aan statushouders. Deze zijn gericht op het verhogen van het taal- en rekenniveau, dat nodig is om door te kunnen stromen naar een reguliere opleiding of naar werk.
Statushouders die door diverse problemen eerst zorg nodig hebben voordat zij toe geleid kunnen worden naar werk of een andere vorm van participatie, krijgen begeleiding naar de juiste hulpverlening. Tabel 2 Re-integratietrajecten per jaar naar soort
27
De grafiek toont dat in 2020 in totaal 283 trajecten zijn aangeboden. Dit is 93 trajecten minder dan vorig jaar. Allen trajecten zijn minder ingezet; maar komt vooral doordat scholingstrajecten niet ingezet konden worden. Wat verder opvalt is het aantal werktrajecten in 2018. Dit betrof een inhaalactie waarbij een groot aantal uitkeringsgerechtigden is uitgenodigd voor een gesprek, en vervolgens is gestart op een traject.
Tabel 3 Gestarte trajecten gericht op uitstroom naar werk
Bovenstaande grafiek toont de trend voor de startmaand van trajecten naar werk. De trend toont een normale cyclus met een winterdip vanwege seizoensgebonden werk zoals de bouw, infra en horeca. Wat opvalt is dat de aantallen gedurende het hele jaar lager waren dan 2019. Corona is de belangrijkste oorzaak hiervan. Een factor die niet meteen zichtbaar is, maar die hier wel op van invloed is, is de beperkt gebleven instroom in de bijstand. Tabel 4 Uitstroom naar werk als gevolg van traject
28
De grafiek geeft de uitstroom naar werk als gevolg van een traject weer, waarbij de inwoner volledig bijstandsonafhankelijk wordt. Tevens hebben in 2019 38 en in 2020 24 inwoners hun inkomenspositie verbeterd door parttime werk.
Tabel 5 Uitstroom uit de uitkering
In 2020 zijn in totaal 154 inwoners volledig uitgestroomd naar werk of een zelfstandig beroep of bedrijf. 20 jongeren zijn uitgestroomd naar een reguliere opleiding met studiefinanciering. De uitstroom is gedurende geheel 2020 lager dan in voorgaande jaren. Met name de sectoren industrie, handel en horeca zijn het meeste gevoelig voor de coronacrisis. Dit zijn juist de sectoren waar inwoners in de uitkering naartoe worden geleid. De bijstandspopulatie als geheel, wordt in toenemende mate moeilijker te bemiddelen naar werk als gevolg van de Participatiewet, waarbij de instroom in de Wsw en Wajong voor mensen met verdienvermogen is afgesloten. Dit laat onverlet het streven, om de uitstroom naar werk te blijven vergroten. Onder de categorie 'overig' vallen onder meer volgende uitstroomoorzaken: verhuizing (61), Aow (55), verandering inkomen partner (27), overlijden (13). Van 1 persoon is de uitkering beëindigd als gevolg van schending van de inlichtingenplicht.
29
Tabel 6 Trend in beëindiging uitkering
Bovenstaande grafiek toont de meerjarige vergelijking tussen Smallingerland met het gemiddelde van de Friese gemeenten en een groep landelijke gemeenten met een gelijk aantal inwoners. De trendlijnen van Smallingerland en Friesland ogen gelijker ten opzichte van elkaar dan die van de gemeentegrootte klasse. Dit komt doordat economische effecten landelijk eerder zichtbaar zijn dan in het economisch zwakkere Noorden.
Tabel 7 BAB (indicatie banenafspraak)
De grafiek toont het aantal inwoner dat een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, en beschikt over een indicatie banenafspraak (BAB). Een Indicatie banenafspraak is een verklaring die
30
mensen krijgen als zij door een ziekte of handicap niet het minimumloon kunnen verdienen. De gemeente ondersteunt deze mensen bij het vinden van een reguliere baan en zet daarvoor specifieke instrumenten in, waaronder loonkostensubsidie. Deze grafiek is exclusief inwoners met een Babindicatie met een Wajong-uitkering. Zij ontvangen ondersteuning bij re-integratie van het UWV. Jaarlijks neemt het aantal werkenden uit deze doelgroep toe. In 2020 werkten 131 van hen, in 2019 111 en 2018 86. Belangrijk te vermelden is dat deze doelgroep blijft groeien en aanspraak blijft maken op ondersteuning van het college. De gemeente blijft loonkostensubsidie verstrekken en bij ziekte of uitval is de gemeente re-integratieverantwoordelijk.
Tabel 8 Beschut werk
Op 31 december 2020 waren er in totaal 22 inwoners die beschikten over een indicatie Beschut Werk. Deze indicatie wordt verstrekt door het UWV aan inwoners die vanwege een lichamelijke of psychische beperking alleen in een beschutte werkomgeving kunnen werken. Dit is een werkplek waar structurele begeleiding en aanpassingen worden geboden. De gemeente moet een beschutte werkplek aanbieden aan inwoners met deze indicatie als zij dit willen. Van de 22 inwoners hebben 8 mensen een beschutte baan op een minimale doelstelling van 7. Hiermee is deze doelstelling behaald. De andere inwoners kregen ofwel een ontheffing, maakten gebruik van dagbesteding, of wilden geen gebruik maken van het re-integratieaanbod van de gemeente.
31
Aantal uitkeringsgerechtigden niet op traject Tabel 9 Aantal uitkeringsgerechtigden niet op traject Onderverdeeld in aantallen met een gehele, gedeeltelijke of geen ontheffing van de arbeidsverplichting
De grafiek laat een stijgende lijn zien in het aantal ontheffingen van de sollicitatieverplichting. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat de bijstandspopulatie als geheel, een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft als gevolg van het sluiten van de instroom in de Wsw en Wajong. Daarnaast heeft Smallingerland een bovengemiddelde concentratie van zorginstanties. Dit leidt ertoe dat kwetsbare inwoners uit de regio zich in onze gemeente vestigen. Het verlenen van gedeeltelijke ontheffingen neemt jaarlijks geleidelijk af. Bij gehele of gedeeltelijke ontheffingen gaat het om mensen die door zorgtaken niet of slechts ten dele kunnen werken en om uitkeringsgerechtigden die om medische of sociale redenen niet in staat zijn om te werken. Daarnaast waren er 165 uitkeringsgerechtigden die geen re-integratietraject hebben gevolgd, omdat zij al eerder hebben deelgenomen aan diverse trajecten, zonder dat dit heeft geleid tot succesvolle uitstroom uit de uitkering. Het totale aantal ontheffingen vertoont de afgelopen drie jaar een stabiele lijn.
32
Tabel 10 Aantal uitkeringsgerechtigden met een volledige of gedeeltelijke arbeidsplicht die beschikken over parttime werk of vrijwilligerswerk verrichten
In 2020 waren er 210 uitkeringsgerechtigden actief in een parttime baan. Daarnaast waren er 155 uitkeringsgerechtigden actief in het vrijwilligerswerk. De afname van het aantal parttime werkenden en mensen die vrijwilligerswerk verricht is vergelijkbaar en hangt samen met de algehele geleidelijk uitstroom van het totale aantal uitkeringsgerechtigden in de gemeente Smallingerland.
33
Financiële toelichting werk Tabel 11 Financiën participatie, onderdeel werk (bedragen in euro's x 1000) Werk
Lasten WSW Caparis Trajecten gericht op werk Trajecten gericht op participatie Trajecten inburgering Uitstroompremie en premie deeltijdwerk Trajecten schuldhulpverlening regioversterkersfunctie WIW banen Beschut werk Overig Totaal re-integratie
Baten ESF
BegrotingsBijgestelde Prognose uitputting 2020 begroting 2020 in % 2020 Norm: 100% 12.327 97,2% 12.678
Primitieve begroting 2020
Jaarrek 2019
11.812
12.039
837 265 28 185 0 40 51 147 103 1.656
90,5%
1.830
2.365
958 341 212 205 100 0 57 62 20 1.955
13.983
96,4%
14.508
14.177
13.994
0
Norm: 100% 0,0%
0
0
100
0
0,0%
0
0
100
De begrotingspost WSW Caparis betreft de loonkosten voor werknemers met een SW-indicatie bij Caparis. Er is €12,67 miljoen euro begroot. Op dit onderdeel hebben we een positief resultaat gerealiseerd van €300.000 door een voordelig rekeningresultaat van Caparis. Vanwege Corona heeft het Rijk ter ondersteuning van de SW-bedrijven een incidentele bijdrage van €806.000 gedaan. De resterende begrotingsposten vormen het participatiebudget. Het participatiebudget betreft de kosten de ondersteuning bij arbeidsinschakeling van mensen die een beroep doen op de Participatiewet. Deze begroting is exclusief de kosten voor loonkostensubsidie die de gemeente inzet voor uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking (beschutte banen en Afspraakbanen). Deze kosten zijn gemaakt ten behoeve van de arbeidsparticipatie van deze doelgroep. Loonkostensubsidie wordt betaald vanuit het BUIG-budget en is opgenomen in de begroting van het volgende hoofdstuk over Inkomen. Op het participatiebudget is een onderbesteding van €174.000 gerealiseerd. De onderbesteding is het gevolg van het feit dat scholings- en re-integratietrajecten vanwege Corona geen doorgang konden vinden. Ten tijde van de primitieve begroting is circa €2,36 miljoen begroot voor participatie. Deze begroting is met €535.000 verlaagd naar €1,86 miljoen.
34
Participatie: Inkomen In dit hoofdstuk gaan we in op de uitvoering van taken die betrekking hebben op het sociale vangnet ten aanzien van inkomensvoorzieningen. We geven een analyse van het bijstandsbestand en verklaren trends en ontwikkelingen. Eerst presenteren we algemene gegevens ten aanzien van alle bijstandsregelingen en inkomensvoorzieningen. Vervolgens zoomen we in op ontwikkelingen van uitkeringen op grond van de Participatiewet. In het laatste deel staat de cijfermatige weergave van begroting en realisatie.
Algemene gegevens Tabel 1 Huishoudens met een uitkering
In deze tabel tonen we het aantal huishoudens dat in 2020 een uitkering of inkomensvoorziening heeft ontvangen. Het betreft uitkeringen en inkomensvoorzieningen voor de kosten van het bestaan op grond van de Participatiewet, de Ioaw, de Ioaz en het Bbz 2004. We tonen het aantal huishoudens (uitkeringsdossiers) omdat dit aansluit bij de systematiek van de bijstandswetten. Dit aantal is dus niet gelijk aan het aantal personen dat bijstand heeft ontvangen. Die cijfers ziet u wel terug in het hoofdstuk Werk. De ondersteuning op het gebied van re-integratie is per individu inzichtelijk. Het aantal personen en (unieke) huishoudens dat een uitkering heeft ontvangen in 2020 is gedaald ten opzichte van 2019.
35
Tabel 2 Afhandeling aanvragen levensonderhoud Participatiewet
In deze tabellen tonen we het resultaat van de aanvragen voor een bijstandsuitkering. Dit zegt iets over de kwaliteit van het aanvraagproces en de beoordeling van het recht op bijstand. Toegekend en afgewezen spreken voor zich. Een intrekking doet zich voor als de aanvrager zelf besluit de aanvraag niet door te zetten. Niet in behandeling genomen doet zich voor als de gemeente zelf de aanvraag niet verder behandeld. Dit doet zich vooral voor wanneer de aanvrager onvoldoende gegevens levert en niet op verzoeken reageert. Dit laatste proberen we tot een minimum te beperken door actief in contact te treden met de aanvragers. Het percentage toegekende aanvragen levensonderhoud Participatiewet is in 2020 lager dan in 2019. Er is met name een verschil te zien bij het aantal ingetrokken aanvragen en het aantal aanvragen dat niet in behandeling is genomen. Enerzijds is dit effect te wijten aan de nieuwe aanpak poortwachter, waarbij vooraf kritischer gescreend wordt op een rechtmatig beroep bijstand én waarbij onmiddellijk ingezet wordt op begeleiding naar werk. Anderzijds is dit een effect van de coronacrisis waardoor meer aanvragen ingediend worden die uiteindelijk niet doorgezet of gecompleteerd worden door de aanvrager. Dit zien we vooral onder jongeren die in onze ervaring in coronatijd vaker aanvragen vanuit