Bijlage 3 - Deelrapportage 1 Preventie en voorliggend veld - Rapportage 2020 Carins
Tekst van het document
3.4 Inzet Pedagogen De pedagogen leveren pedagogische ondersteuning aan ouders. Met deze laagdrempelige aanpak wordt voorkomen dat zwaardere en duurdere zorg nodig is. De pedagogen leveren zowel individuele als collectieve preventie inzet. Echter in verband met corona en omdat in de begroting geen ruimte gaf voor collectieve inzet hebben ze in 2020 alleen maar individuele ondersteuning geleverd. De individuele hulp bestaat uit pedagogische thuisbegeleiding en observatie. We zien dat het aantal meldingen in 2020 is verdubbeld ten opzichte van 2019: van 59 in 2019 naar 110 meldingen in 2020. In 2020 hebben de pedagogen een certificaat video hometraining behaald. Verder is er nauwe samenwerking met de M.O.S. en de GGD en is er kennis gemaakt met de vindplaatsen. Dit heeft nog niet geleid tot groepsactiviteiten in verband met de beperkingen als gevolg van corona.
3.5 Inzet POH De Praktijk Ondersteuners Huisartsen (POH, voorheen Gebiedsteam Ondersteuner Huisartsen) bieden hulp en zorgen dat zo licht en passend mogelijke zorg wordt ingezet. Zo wordt bespaard op dure geïndiceerde zorg. Dit is een pilot die in 2020 is geëvalueerd. Uit de evaluatie van de pilot is gebleken dat de inzet van de functie POH aan de verwachting heeft voldaan. Inhoudelijk gezien wordt de manier van werken van de POH'ers zeer gewaardeerd door zowel cliënten, huisartsen als ketenpartners. De POH'ers pakken de dossiers snel op, zijn betrokken bij de hulpvragers en deskundig op het vlak van kortdurende ondersteuning. Daarnaast kennen ze de huisartsen en het netwerk en wordt er op een constructieve manier samengewerkt. Cliënten voelen zich gesteund en in hun kracht gezet waardoor ze (nieuwe) voorkomende problemen beter zelf kunnen oplossen. Financieel gezien heeft de investering in de functie POH een positief effect op de zorguitgaven. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat de POH'ers 80% van de hulpvragen, die anders wellicht waren verwezen naar de specialistische zorg, zelf kunnen oppakken.
23
Afgelopen jaar zagen wij het aantal meldingen dat bij de POH-ers binnenkomt stijgen. Als gevolg van de eerste lockdown nam het aantal hulpvragen af. De verwachting was dat er na de zomer een inhaalslag gemaakt zou worden en dat de vraag mogelijk zou afvlakken, maar dat laatste zagen we niet gebeuren.
Figuur 3: aantal hulpvragen POH per maand
We vermoeden dat de stijging voor een deel kan worden verklaard door corona. Door middel van beeldbellen is het soms lastiger om de hulpvraag op tafel te krijgen en duurt dit langer. Ook nemen de meldingen met angst en depressie toe. Dit past in het landelijke beeld en is waarschijnlijk voor een deel het gevolg van de huidige crisis die veel beperkingen en onzekerheden voor jongeren met zich meebrengt. Een van de gevolgen van de extra meldingen is dat de caseload sinds de zomer is gestegen naar ongeveer 30 per persoon in plaats van 20-25 per persoon. Daarnaast betekent het een minder hoge doorlooptijd en dat nieuwe zaken niet binnen vijf werkdagen kunnen worden opgepakt. Op lange termijn zien wij het risico dat huisartsen niet doorverwijzen naar de POH-ers, maar naar de 2e lijn. De huisartsen hebben hun zorgen uitgesproken richting de POH-ers. Dit signaal is begin 2021 besproken met de gemeente en hier is adequaat op gereageerd door de uren van de POH-ers in 2021, eerst tijdelijk, uit te breiden om te voorkomen dat de doelstelling die we met de inzet van de POH-ers willen bereiken onder druk komt te staan.
3.6 Inzet schoolcontactpersonen Aan alle 44 scholen in Smallingerland is een medewerker uit een van de integrale teams van Carins verbonden. Dit gaat om primair, voortgezet en speciaal onderwijs en ROC De Friese Poort in Drachten. Deze schoolcontactpersonen zorgen voor een goede samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp bij de meest kwetsbare leerlingen. Dit doen ze door contact te onderhouden met de schoolprofessionals en door te zorgen dat leerlingen waar nodig tijdig adequate ondersteuning krijgen, zodat de schoolse en sociaal-emotionele en psychosociale ontwikkeling niet (langer) belemmerd wordt. Indien jeugdhulp nodig is dan pakt de schoolcontactpersoon of een collega uit het integrale team dat op. Afhankelijk van het soort school en de vraagstukken bij leerlingen is deze inzet intensiever of minder intensief.
24
Omdat er bij de begroting 2020 ingrijpende keuzes gemaakt moesten worden, zijn de uren voor de inzet van schoolcontactpersonen verminderd en vooral gericht op scholen met de meest kwetsbare populaties. Tijdens de lockdown waren de scholen en kinderopvang verantwoordelijk voor noodopvang. Deze noodopvang was beschikbaar voor kinderen van ouders met een vitaal beroep en voor kinderen in kwetsbare positie. Of een kind in aanmerking komt voor noodopvang omdat het zich bevindt in een kwetsbare positie werd besloten door de intern begeleider van de school, zo nodig, in overleg met de schoolcontactpersoon van Carins.
3.7 Inzet regisseur preventie en deelname aan diverse preventieprojecten Carins is betrokken bij allerlei uiteenlopende preventieprojecten. Sinds juni 2019 was er een regisseur preventie aangesteld bij Carins. In de praktijk zagen we dat vanwege de hoge werkdruk de werkzaamheden op het gebied van indicatiestelling, die zijn gebonden aan specifieke afspraken en termijn, vaak voorgaan. Bij het vaststellen van de begroting 2020 en 2021 is besloten om geen regisseur preventie meer aan te stellen en de belangrijkste regietaken op het gebied van preventie door teammanagers te laten uitvoeren. Carins is wel bij veel projecten en initiatieven betrokken die gericht zijn op preventie zoals bijvoorbeeld: - Kansrijke Start - Powerful Ageing - Proeftuin in De Wiken.
25
4. Speerpunt 2: Ik doe mee In dit hoofdstuk worden de werkzaamheden toegelicht die we in 2020 hebben verricht voor het onderdeel 'Ik doe mee'.
4.1 Meldingen aannemen door Front Office Naast het geven van informatie en advies heeft de frontoffice een belangrijke rol in het aannemen van meldingen. Daarbij vragen de medewerkers frontoffice door om de vraag zo scherp mogelijk te krijgen en waar nodig door te zetten aan het juiste team. Bij meldingen van (zorgwekkende) zorgmijders en casuïstiek omtrent veiligheid en/of verward gedrag vindt triage en eventuele actie dezelfde dag plaats. In de onderstaande grafiek is het totaal aantal ondersteuningsvragen per maand te zien. Vanaf maart zien we een aanzienlijke daling in het aantal ondersteuningsvragen. Dit heeft naar verwachting te maken met de coronapandemie. In het tweede halfjaar zien we het aantal ondersteuningsvragen weer redelijk in lijn met het aantal vragen in 2019.
Aantal ondersteuningsvragen per maand 600 500
509
475
400
432 405
400
437
316
300
515
481
475
462
418
435
330
339
463 426
446
415
393 365
287
272
248
200 100 0 Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun 2019
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
2020
Figuur 4: aantal ondersteuningsvragen per maand
In de onderstaande diagram is te zien hoe de binnenkomende vragen bij de Frontoffice worden afgehandeld. Een deel wordt door de Frontoffice zelf afgehandeld of verwezen naar de Sociale Kaart. De meeste vragen die binnen komen bij de frontoffice worden overgedragen naar de integrale teams.
26
Figuur 5: wijze van afhandeling van de ondersteuningsvragen
In de onderstaande figuur is te zien hoe de hulpvraag is onderverdeeld naar leeftijdscategorie.
Hulpvraag naar leeftijdscategorie
621
577
3175 18-
18+
Alle leeftijden
Figuur 6: hulpvraag naar leeftijdscategorie
4.2 Opstellen ondersteuningsplan Als een melding aan een van de integrale teams wordt doorgezet dan wordt deze onderzocht met onder meer een huisbezoek. Vervolgens wordt een ondersteuningsplan opgesteld waarin wordt vastgelegd welke doelen en resultaten we willen bereiken en wat daarvoor nodig is. Op basis daarvan wordt waar nodig door de gemeente een indicatie afgegeven op grond van de Wmo of Jeugdwet. In 2020 zijn er 3.545 ondersteuningsplannen opgesteld. Dit is een stijging van 10% ten opzichte van 2019. In 2020 zijn de herindicaties op het gebied van huishoudelijke hulp grotendeels gedaan door een extern bureau.
27
4.3 Indicaties BW voorbereiden i.s.m. SDF Bij Beschermd Wonen (BW) worden meldingen onderzocht in samenwerking met SDF, waar formeel de beschikkingen worden afgegeven. Door een combinatie van zware, complexe problematiek en ingewikkelde werkafspraken kost het afhandelen van BW indicaties relatief veel tijd. In 2020 zijn er 193 meldingen Beschermd Wonen afgehandeld. Dit is een stijging van 17% ten opzichte van 2019.
4.4 Casusregie voeren Het voeren van casusregie is een belangrijk onderdeel van het werk. Hierbij wordt gezorgd dat in kwetsbare situaties en bij een combinatie van verschillende soorten zorg en hulp, de situatie zo goed mogelijk blijft. De intensiteit van casusregie verschilt sterk per situatie. Er zijn gezinnen waar doorlopend met enige regelmaat contact nodig is, maar er zijn ook veel gevallen waar dit zich beperkt tot periodiek evaluatie van de ingezette hulp. Daarom hanteren we de categorieën licht, middel en intensief. We zien in 2020 minder procesregie middel dan ingeschat en ten opzichte van het jaar daarvoor. Daar tegenover staat een toename van intensieve procesregie. De lichte procesregie is veel lager dan het jaar daarvoor, maar wel conform de prognose.
Procesregie licht Procesregie middel Procesregie intensief
Werkelijk 2019 2.644 492 372
Verwacht 2020 1.078 510 372
Werkelijk 2020 1.085 443 391
Tabel 1: vergelijking aantallen procesregie
4.5 Zelf hulp verlenen Bij diverse vraagstukken kunnen medewerkers van Carins beter en goedkoper zelf helpen dan maatwerkvoorzieningen inzetten. Ook in crisissituaties en bijvoorbeeld huiselijk geweld moeten onze medewerkers zelf handelen om de situatie onder controle te brengen. Door de hoge werkdruk en efficiencymaatregelen wordt nu in beperkte mate zelf hulp verleend. Een van de efficiencymaatregelen in de begroting 2020 is dat er 5,3 fte aan eigen hulpverlening uit de begroting is gehaald. Er wordt alleen nog zelf hulp verleend in situaties waar de veiligheid in het geding is. Het is de vraag hoe efficiënt deze maatregel is, omdat we bij de pedagogen en bij de praktijkondersteuners van de huisartsen bijvoorbeeld zien dat we juist door zelf hulp te verlenen, duurdere zorg kunnen voorkomen. Omdat dit wel is onderdeel is van de Prestatieovereenkomst, wordt dit onderwerp van gesprek bij de begroting 2022 van Carins.
4.6 Inzet gedragswetenschappers voor inhoudelijke kwaliteit Bij met name complexe jeugdcasussen is het van belang en verplicht dat een gedragswetenschapper als inhoudelijk expert adviseert over de beste aanpak. De gedragswetenschappers zorgen ook dat de kennis en vaardigheden van medewerkers steeds worden bevorderd, onder meer door het organiseren van casuïstiek besprekingen en het aanbieden van methodieken.
28
4.7 Inzet praktijkbegeleiders voor proces- en inhoudelijke kwaliteit Naast gedragswetenschappers zijn er praktijkbegeleiders (voorheen procesbegeleiders genoemd) werkzaam bij Carins om de kwaliteit van wettelijke taken Jeugdwet en Wmo te bevorderen en te borgen. De praktijkbegeleiders leveren een belangrijke bijdrage aan proces-, inhoudelijk en juridische kwaliteitsontwikkeling, door medewerkers te coachen bij hun werk en zijn de spil tussen de uitvoerende medewerkers in de integrale teams en beleid, contractmanagers en kwaliteitsmedewerkers bij de gemeente. In 2020 hebben de praktijkbegeleiders samen met de gemeente veel tijd besteed aan inhoudelijke en juridische kwaliteitsontwikkeling. Ook de herindicaties die door een externe partij zijn uitgevoerd hebben veel inzet gevraagd van de praktijkbegeleiders.
4.8 Inzet Save Onderdeel van de werkzaamheden van de integrale teams is de Save aanpak. Door de inzet van Save-medewerkers borgen we dat we direct triage kunnen doen bij zaken die vanuit Veilig Thuis bij ons terecht komen. De Save-medewerkers hebben bureaudienst en fungeren daarnaast als vraagbaak voor medewerkers bij complexe problematiek. Dit gaat om situaties waar de veiligheid van kinderen in het geding is en we werken aan een veilige thuissituatie waarin de betrokken kinderen zich adequaat kunnen ontwikkelen. Dit is onderdeel van zware regievoering.
29
5. Speerpunt 3: Ik word gezien In dit hoofdstuk worden de werkzaamheden toegelicht die we in 2020 hebben verricht voor het onderdeel 'Ik word gezien'.
5.1 Inzet procesregisseurs Sociaal team en WvGGZ Voor de meest kwetsbare mensen, zoals zorgwekkende zorgmijders en mensen die uit huis gezet dreigen te worden, staat het sociaal team, oftewel OGGZ-team klaar. In 2020 zijn er 106 nieuwe meldingen behandeld binnen het OGGZ team. Ter vergelijking, dit waren er in 2019 62. De resultaten van de interventies van het OGGZ team worden nog geanalyseerd en uitgewerkt in het jaarverslag van het OOGZ team, evenals de doorlooptijd. Over het geheel kunnen we stellen dat er een toename is in het aantal behandelde meldingen en de complexiteit van de problematiek. Dit laatste aspect wordt in aanloop naar het jaarverslag middels een uitvraag onder netwerkpartners nog verder onderzocht. Daarnaast helpen de procesregisseurs van Carins zoeken naar passende zorg of oplossingen. Zij werken daarbij nauw samen met partners zoals de GGZ. Op alle lopende en nieuwe meldingen is door de procesregisseurs regie gevoerd. Naast de meldingen die behandeld zijn op de briefing van het netwerk zijn er 57 meldingen aangenomen door de regisseurs en regulier weggezet. Bij de afweging om een melding al dan niet in het netwerk te bespreken wordt steeds gekeken naar de subsidiariteit (minst ingrijpende maatregel), proportionaliteit (verhouding tussen maatregel en doel), en de doelmatigheid (meest geschikte maatregel).
Tot slot voeren de procesregisseurs werkzaamheden uit voor de Wet verplichte GGZ die op 1 januari 2020 in werking is gegaan. De regisseurs hebben 2020 een bijeenkomt georganiseerd samen met Fact GGZ voor het OGGZ team. De doelstelling hiervan was de netwerkpartners informeren over de nieuwe wet en de gevolgen hiervan voor ons werk en de doelgroep. De regisseurs nemen periodiek deel aan het provinciale overleg Crisismaatregel/Zorgmachtiging vanuit de GGD. De regisseurs zijn beschikbaar voor familie, inwoners, externe ketenpartners en Carins als regisseurs Zorgmachting voor de gemeente Smallingerland. In 2020 zijn uiteindelijk twee verzoeken tot verkennend onderzoek daadwerkelijk doorgezet.
5.2 Outreachende aanpak bij verward gedrag In maart 2019 is gestart met het project de Wijk GGD. De wijk GGD'er is in dienst bij Carins en ontvangt meldingen over personen met verward gedrag. Vijf dagen per week is er een medewerker van Carins die bureaudienst heeft en direct in staat is om er op af te gaan. De wijk GGD'er komt na een melding direct in actie om de zorgvraag helder te krijgen en de gevraagde zorg in te zetten. Het doel van de wijk GGD is het aantal politiemeldingen over personen met verward gedrag (de zogeheten E-33 meldingen) te verminderen. Over het melden van personen met verward gedrag zijn afspraken gemaakt met de woningcorporaties en politie. Daarnaast werkt de wijk GGD'er samen huisarts, GGD en andere zorgpartners. Met de pilot wordt een brug geslagen tussen de domeinen veiligheid en zorg. Na twee jaar ervaring met deze pilot is besloten dat deze aanpak na de eerste twee jaar is voortgezet en geborgd in de begroting voor 2020 en 2021 en dat er geen aanleiding is om de constructie te veranderen. Deze aanpak heeft ervoor gezorgd dat er korte lijnen zijn tussen ketenpartners zoals politie, gemeente, woningbouw, sociaal team en Carins waardoor zorgelijke signalen sneller worden opgepakt en dat er een snellere toeleiding is naar zorg. 30
6. Financieel 6.1 De cijfers Hieronder is het financiële resultaat van 2020 weergegeven.
Realisatie 2020
Begroting 2020
Verschil
890000 Opbrengsten gemeente 890000 Project GOH (miv december) 892000 DVO werkplek vergoeding TOTAAL OPBRENGSTEN
-7.099.600 -10.417 -200.000 -7.310.017
-7.100.000 0 -200.000 -7.300.000
400 -10.417 0 -10.017
410000 Salariskosten Carins 418000 Personeel NIL 423000 Overige personele kosten Totaal personele kosten
4.948.866 953.395 222.982 6.125.243
5.877.329 278.500 343.050 6.498.879
-928.463 674.895 -120.068 -373.636
430000 Voeding- en vergaderkosten 450000 Algemene kosten Totaal bedrijfskosten
31.202 149.839 181.041
70.500 186.500 257.000
-39.298 -36.661 -75.959
471000 Onderhoudskosten 472000 DVO werkplekkosten 473000 Energiekosten 486200 Huisvesting huur gebouw 486300 Huisvesting huur verbouw Totaal werkplek- en huisvestingskosten
0 200.000 0 126.429 95.539 421.968
1.000 206.500 60.000 126.204 150.000 543.704
-1.000 -6.500 -60.000 225 -54.461 -121.736
Kosten totaal
6.728.252
7.299.583
-571.331
Resultaat
-581.765
-417
-581.348
6.2 Toelichting bij de cijfers Omdat we tijdens het eerste halfjaar nog niet de zekerheid hadden dat de begroting zou worden vastgesteld, hebben we in het eerste halfjaar alleen de meest noodzakelijke kosten gemaakt. De goedgekeurde begroting 2020 omvat een totaalbudget van € 7,3 mln. Tot het moment van goedkeuring hield de gemeente nog vast aan het oorspronkelijke financiële kader - met als basis de begroting 2019 - wat gelijk stond aan een totaalbudget van € 5,3 mln. Daardoor sluit de jaarrekening af met een positief resultaat van € 581.348 dat is ontstaan in het eerste halfjaar.
31
Het positieve resultaat wordt grotendeels veroorzaakt doordat de personele lasten lager zijn dan begroot. De salariskosten zijn € 928.463 lager dan begroot, terwijl de kosten van personeel NIL € 674.895 hoger zijn dan begroot. De intentie hierbij was om de externe inhuur volledig af te bouwen. In februari zijn noodmaatregelen genomen en is bewust gekozen voor snelle opschaling. Het bleek niet mogelijk om op korte termijn goed gekwalificeerde medewerkers te werven die we vanwege de financiële situatie niet meer dan een halfjaarscontract konden bieden. In het derde kwartaal, na goedkeuring van de begroting op 30 juni 2020, was er pas voldoende budget beschikbaar om de formatie structureel op het benodigde niveau te brengen. Het verschil dat in het eerste halfjaar is ontstaan hebben we in het tweede halfjaar om verschillende redenen niet meer in kunnen lopen. Ten eerste omdat het lastig was om gekwalificeerde medewerkers te vinden. Ten tweede moest de opschaling beheersbaar blijven omdat het inwerken en het aansturen ook veel capaciteit vroeg en meer opschaling niet haalbaar was op dat moment. Daar komt bij dat corona een complicerende factor was om medewerkers in te werken en we de vraag naar hulp in de eerste instantie omlaag zagen gaan en het onzeker was hoe dit zich zou ontwikkelen.
In het derde kwartaal leek het erop dat de wachtlijst voor het einde van het jaar volledig weggewerkt zou zijn, maar vanaf september nam de vraag weer toe en nam de beschikbare capaciteit af als gevolg van ziekte. Al deze factoren tezamen hebben er voor gezorgd dat de personele lasten lager zijn dan geraamd en we het saldo dat in het eerste halfjaar is ontstaan niet meer in hebben kunnen lopen. Daarnaast zijn de overige personele kosten aanzienlijk lager dan begroot doordat opleidingskosten lager zijn vanwege corona en door lagere reiskosten woon-werkverkeer. Omdat er vanaf maart veel vanuit huis wordt gewerkt, is de vaste reiskostenvergoeding woon-werk met ingang van april stopgezet. De totale bedrijfskosten zijn ook lager dan begroot. Ook hier hebben de coronamaatregelen uitwerking gehad op de kosten doordat medewerkers veel thuis zijn gaan werken. Hierdoor zijn lagere bureaukosten, minder vergaderkosten en minder mogelijkheden voor teambuilding. Het 'vrij besteedbaar budget' van € 26.000 is nagenoeg niet aangewend. Reden dat in overleg met de gemeente wordt bekeken of het niet handiger is om dit budget m.i.v. 2022 (deels) bij de gemeente te positioneren. De werkplek- en huisvestingskosten zijn gunstiger dan begroot.
Het voordelig resultaat wordt name veroorzaakt doordat de energiekosten niet apart in rekening worden gebracht (onderdeel huur) en door lagere kosten huisvesting verbouw. In verband met de beoogde verbouw van het gemeentehuis is op basis van een quickscan onderzocht of Carins gehuisvest kan worden in het gemeentehuis. Uit deze quickscan blijkt dat er voldoende geschikte ruimte is voor inpassing van Carins. In het vierde kwartaal bleek dat de verbouwplannen van de gemeente niet volledig door kunnen gaan. Daardoor is er nog steeds veel onzekerheid en onduidelijkheid omtrent de huisvesting van Carins.
32