CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Efterwei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Het Debat 11 februari 2025, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Bestemmingsplan Efterwei 22, 22a en 22b te Rottevalle28.164 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Efterwei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

6 6 6 7 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Landschappelijke inpassing 2.4 Stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitsplan

10 10 12 15 17

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie beleid

18 18 20 23 23 27

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Ecologie 4.3 Externe veiligheid 4.4 Bodemkwaliteit 4.5 Waterparagraaf 4.6 Geluidhinder 4.7 Hinder van bedrijven en voorzieningen 4.8 Lichthinder 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 M.e.r.-verantwoording

28 28 31 34 36 37 40 41 43 44 45 45

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Plansystematiek 5.2 Toelichting op de regels 5.3 Toelichting op de bestemmingen 5.4 Bestemmingsplanprocedure

47 47 47 48 49

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51 51 51

Bijlagen bij toelichting

55

Bijlage 1

Stedenbouwkundig ontwerp en inpassing

56

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

58

Bijlage 3

Beknopte natuurtoets sloop opstallen

66

Bijlage 4

Beknopte natuurtoets inrichting vier woonpercelen

93

Bijlage 5

AERIUS-berekening

112

2

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek

140

Bijlage 7

Digitale watertoets

207

Bijlage 8

Akoestisch rekenmodel wegverkeerslawaai

219

Bijlage 9

Akoestische onderbouwing

235

Bijlage 10

Overlegreacties

272

Regels

291

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten

292 292 303

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

BESTEMMINGSREGELS Agrarisch met waarden - Besloten gebied Verkeer - Verblijf Wonen Wonen - Woonboerderij Waarde - Archeologie

305 305 309 310 314 318

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

320 320 321 322 324 326 327

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel

329 329 330

Bijlagen bij regels

331

Bijlage 1

Staat van inrichtingen categorie 1 en 2

332

Bijlage 2

Beschrijving landschapswaarden per deelgebied - besloten gebied

338

Bijlage 3

Landschapskaart

342

Bijlage 4

Richtlijnen voor de inrichting van houtsingels

350

Bijlage 5

Richtlijnen voor het verwijderen van houtsingels

355

Bijlage 6

Landschappelijke inpassing

358

Bijlage 7

Locatie verkennend bodemonderzoek

360

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

3

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

4

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Toelichting

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

5

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Ter plaatse van het perceel Efterwei 22a in Rottevalle is in de huidige situatie een vleeskuiken- en schapenhouderij gevestigd. Dit bedrijf bevindt zich achter het adres Efterwei 22/22b, waarvan het in het verleden is gescheiden. Het bedrijf veroorzaakt tijdens aansluitende perioden van circa zes weken (wanneer de schuren zijn bezet met opgroeiende mestkuikens die na zo'n periode voor de slacht worden afgevoerd) een flinke geurbelasting voor de omgeving. Deze geurbelasting is hinderlijk, maar binnen de wettelijke geurnormen. De kippengeur is niet alleen hinderlijk voor de direct omwonenden, maar ook voor de bewoners die verderop in het dorp ten noorden van het bedrijf wonen. De geurhinder speelt voor hen met name wanneer de kippenmest na één of enkele perioden van zes weken over het perceel tussen het bedrijf en het dorp wordt uitgereden. Het gaat om droge kippenmest die niet noodzakelijkerwijs in de grond hoeft te worden ingewerkt, waardoor de mestgeur dagenlang kan blijven hangen.

Twee initiatiefnemers uit het dorp hebben de vleeskuiken- en schapenhouderij kunnen aankopen. Zij zijn van plan om het geheel te slopen en alle puin van verhardingen, gebouwen en mestkelders af te voeren, zodat de onderliggende grond voor een andere functie kan worden gebruikt. Daarmee zou het door de omwonenden ervaren geurprobleem voor altijd kunnen worden opgelost. De direct omwonenden en het dorp zijn begrijpelijkerwijs zeer content met dit voornemen, zo blijkt ook uit de gesprekken die de initiatiefnemers met de omwonenden hebben gehouden.

Het slopen van het bedrijf brengt aanzienlijke kosten met zich mee. De initiatiefnemers willen daarom beroep doen op een vorm van ruimte-voor-ruimte-beleid, waarbij zij vier woonpercelen voor evenzoveel woningen op het naastgelegen perceel met kadastraal nummer 5162 (gemeentecode RTV00, sectie B) willen realiseren. De verwachting is dat de gemaakte kosten door verkoop van ten minste vier woonpercelen kunnen worden terugverdiend.

Op het naastgelegen perceel Efterwei 22/22b bevindt zich echter een bedrijfsbestemming. Deze bestemming levert planologische beperkingen op voor de ontwikkeling van de vier woningen. De initiatiefnemers zijn daarom in gesprek gegaan met de bewoners van het perceel Efterwei 22/22b. In de praktijk blijkt dat de bedrijfsbestemming niet bedrijfsmatig wordt benut. De bewoners hebben aangegeven medewerking te willen verlenen aan de herbestemming van hun perceel van 'Bedrijf' naar 'Wonen - Woonboerderij', om daarmee bij te dragen aan de oplossing van het geurprobleem en bovendien verlost te zijn van het transportverkeer direct langs hun erf. In het verleden hebben de activiteiten van het agrarisch bedrijf en het daarmee samenhangend verkeer tot problemen geleid die zelfs aan de rechter zijn voorgelegd voor een gerechtelijk oordeel.

Op grond van het geldende bestemmingsplan zijn de hiervoor beschreven ontwikkelingen niet mogelijk. Een nieuw bestemmingsplan moet worden vastgesteld om de gronden te voorzien van de gewenste planologisch-juridische kaders en zo de ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend plan voorziet hierin.

1.2

Plangebied

Het plangebied heeft betrekking op Efterwei 22, 22a en 22b en de onbebouwde agrarische gronden ten oosten daarvan. Onderstaand fragment geeft de begrenzing van het plangebied weer.

6

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Figuur 1. Begrenzing plangebied

Het plangebied betreft de kadastrale percelen 3962 en 3963 behorende bij Efterwei 22/22b, en 3893, 5162, 5164 en een deel van 5161 behorende bij Efterwei 22a. Het plangebied is aan de westzijde begrensd door een bomenrij. Aan de zuidoostelijke zijde van het plangebied bevindt zich een karakteristieke houtsingel. Het perceel Efterwei 22a is ontsloten door middel van een smalle erftoegangsweg op de percelen Efterwei 22/22b. De (noord)oostelijke zijde van het plangebied is begrensd door een brede waterloop.

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het bestemmingsplan 'Buitengebied', zoals vastgesteld op 11 juni 2013, is op het plangebied van toepassing. Op het onderstaand fragment is een uitsnede van de bestemmingsplankaart weergegeven.

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

7

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Figuur 2. Uitsnede geldend bestemmingsplan

Uit de bovenstaande figuur wordt duidelijk dat het zuidwestelijke deel van het plangebied bestemd is als 'Bedrijf'. Deze gronden zijn bestemd voor bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 1 en 2. In het geldende bestemmingsplan is nader gespecificeerd wat voor bedrijvigheid dit binnen deze categorieën betreft. Binnen deze bedrijfsbestemming is tevens een bedrijfswoning mogelijk.

Het overige deel van het plangebied is bestemd als 'Agrarisch met waarden - Besloten gebied'. De als zodanig bestemde gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven, al dan niet met nevenactiviteiten of een ondergeschikte tak van intensieve veehouderij. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor het bedrijfswonen, eventueel in combinatie met werk aan huis, bêd en brochje en/of een internetwinkel. Tevens zijn de gronden bestemd voor agrarische cultuurgrond. Binnen deze bestemming geldt eveneens dat het uitoefenen van intensieve veehouderij, al dan niet met nevenactiviteiten, mogelijk is ter plaatse van de functieaanduiding "intensieve veehouderij". Deze aanduiding is van toepassing op het perceel Efterwei 22a. Hier bevindt zich in de bestaande situatie de vleeskuiken- en schapenhouderij. De gronden waar de woningen worden ontwikkeld (oostelijke perceel), hebben geen bouwvlak. Ter plaatse gelden slechts beperkte bouwmogelijkheden ten behoeve van nutsvoorzieningen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van het agrarisch gebruik.

Voorts dient opgemerkt te worden dat de als 'Agrarisch met waarden - Besloten gebied' bestemde gronden naast voorgaande ook bestemd zijn voor het behoud en herstel van cultuurhistorische en landschappelijke waarden, met dien verstande dat de gronden ter plaatse van de aanduiding "houtsingel", uitsluitend zijn bestemd voor het in stand houden van houtsingels.

Partiële herziening Wonen-werken en Werk aan huis De partiële herziening Wonen-Werken en Werk aan huis heeft tot doel enerzijds de regeling voor werk

8

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

aan huis te actualiseren en anderzijds de regeling voor woon-werklocaties aan te passen. Dit laatste heeft betrekking op een regeling die ervoor zorgt dat er op woon-werklocaties ook uitsluitend mag worden gewoond. Dit bestemmingsplan is van toepassing op het plangebied.

Parapluplan parkeernormen In de Parkeernormennota 2015 heeft de gemeente Smallingerland overwogen dat het niet wenselijk is om in ieder bestemmingsplan apart normen op te nemen voor het parkeren, maar dat het logischer is om de parkeernormering en de wijze waarop die moet worden toegepast, op te nemen in een aparte Parkeernormennota. In concrete bestemmingsplannen wordt gewerkt met het begrip "voldoende parkeergelegenheid". De inhoud van dat begrip is in de Parkeernormennota uitgewerkt. Door nu in het bestemmingsplan steeds te verwijzen naar de Parkeernormennota, wordt het parkeerbeleid in ieder bestemmingsplan afgestemd op de normen uit deze nota. Op voorliggend bestemmingsplan is dit parapluplan eveneens van toepassing

Paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland De plansystematiek van de bestaande bestemmingsplannen in Smallingerland maakte het voorheen onbedoeld mogelijk dat woningen konden worden gebruikt voor kamerverhuur of zelfs konden worden gesplitst. Dit is een ontwikkeling die de gemeente tegen wil gaan. De gemeente heeft aan de hand van het paraplubestemmingsplan Wonen in Smallingerland een juridische regeling gecreëerd die handvatten biedt waaraan kamerverhuur en appartementen op de verdieping kunnen worden getoetst. Ook voorziet het plan in een toetsingskader voor huisvesting van studenten, arbeidsmigranten en mantelzorg-/kangoeroewoningen. Het parapluplan is van toepassing op het plangebied.

1.4

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgedeeld in zes hoofdstukken. Na deze inleiding volgt een planbeschrijving. Hoofdstuk drie geeft een beschrijving van het huidige beleid dat op het plangebied van toepassing is. In hoofdstuk vier wordt verslag gedaan van het onderzoek naar de randvoorwaarden en belemmeringen die vanuit verschillende planologische en milieukundige toetsingkaders gelden. Hoofdstuk vijf bestaat uit een juridische toelichting op het bestemmingsplan en hoofdstuk zes gaat in op zowel de maatschappelijke als de economische uitvoerbaarheid van het plan.

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

9

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

De bestaande situatie betreft de bedrijfswoning op het perceel Efterwei 22 en de daarbijbehorende bedrijfsopslagen met Efterwei 22b als adres. Achter deze bedrijfsbebouwing bevindt zich de vleeskuiken- en schapenhouderij aan de Efterwei 22. Het perceel aan de Efterwei 22a kent een groene terreininrichting. Het perceel oostelijk is momenteel in gebruik als agrarische cultuurgrond. Hierlangs ligt een brede watergang die afgeschermd is met rietoevers. Op figuur 4 is te zien dat er ten zuiden van het oostelijke deel van het plangebied enkele bomengroepjes aanwezig zijn. In het geldende bestemmingsplan is deze bomengroep aangewezen als een houtsingel. In de bestaande situatie kan echter niet gesproken worden van een volwaardige houtsingel.

Figuur 3. Voorerf bestaande bedrijvigheid/bedrijfswoning Efterwei 22

10

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Figuur 4. Bestaande bomengroep ten zuiden van het oostelijke deel van het plangebied

Figuur 5. Het agrarische perceel oostelijk van Efterwei 22/22b en 22a met zicht op de brede watergang

Vleeskuiken- en schapenhouderij De vleeskuiken- en schapenhouderij bevindt zich aan de Efterwei 22a. Dit bedrijf bevindt zich achter het adres Efterwei 22/22b waarvan het in het verleden is gescheiden. In de bestaande situatie bestaat dit bedrijf uit vier langwerpige schuren met een totale oppervlakte van 3.000 m2. De drie zuidelijke schuren zijn tamelijk oud en technisch afgeschreven (bouwperiode 1965-1970); de noordelijk gelegen schuur is wat jonger (1975) en zou nog gebruikt kunnen worden. De daken van de drie zuidelijke schuren hebben een asbestdak. Voorts zijn de schuren voorzien van mestkelders. Rond de schuren bevindt zich erfverharding die grotendeels in beton is uitgevoerd. Voor het bedrijf is een omgevingsvergunning beperkte milieutoets verleend voor 30.000 vleeskuikens en 65 schapen.

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

11

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

2.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie zal de ontwikkeling van het plangebied leiden tot: de herbestemming van Efterwei 22/22b van 'Bedrijf' naar 'Wonen - Woonboerderij', waarbij het erf tevens wordt vergroot; het herbestemmen van de vleeskuiken- en schapenhouderij ter plaatse van Efterwei 22 in die zin dat de bouwmogelijkheden voor het bedrijf geheel worden verwijderd; de bestemming van vier grondgebonden woningen op het oostelijke perceel van het plangebied met bijbehorende ontsluiting, erven en groen- en parkeervoorzieningen; het borgen van de instandhouding van de bestaande houtsingel aan de zuidzijde van het perceel waar de vier woningen zullen worden gerealiseerd, waarbij bovendien wordt geborgd dat de houtsingel geheel wordt hersteld; het voorzien in een vergelijkbare borging voor het realiseren van diverse nieuwe houtsingels langs en achter de verschillende percelen; het verminderen van de oppervlakte bebouwd en verhard gebied, waardoor het waterinfiltrerend vermogen van de bodem toeneemt. Ruimtelijk niet relevant, maar de initiatiefnemers zijn met de aankoop van het bedrijf eigenaar geworden van een tamelijk omvangrijk stikstofemissierecht, dat zij – na het van kracht worden van dit bestemmingsplan – uit de markt zullen nemen. Daarmee draagt het plan ook bij aan een vermindering van de depositie van stikstof op gevoelig natuurgebied.

In de hiernavolgende paragraaf wordt verder ingegaan op de landschappelijke inpassing van het woongebied.

Inrichting vier woonpercelen Met het oog op het onderzoek naar de inrichting van de vier nieuwe woonpercelen is bezien of de gewenste vier woningen op het buurperceel tussen Efterwei 22 en het sportveld kunnen worden gerealiseerd. De beschikbare ruimte blijkt te krap te zijn om vier vrijstaande woningen op een rij direct aan de Efterwei te kunnen bouwen. Eigenlijk is er slechts plaats voor twee gebouwen/woningen, te meer omdat de houtsingel aan de westzijde van het perceel wat moet worden opgedikt en bovendien zal worden geflankeerd door een nog te graven slootje. Een oplossing zou kunnen worden gevonden in het bouwen van twee woningen achter de woningen direct aan de Efterwei, maar dat heeft vanuit cultuurhistorische overwegingen niet de voorkeur. Kenmerkend voor de bebouwingslinten in het Friese woudenlandschap is dat de bebouwing direct aan de weg is geplaatst en bij voorkeur niet in de 'tweede lijn' daarachter.

Daarom is bezien of het mogelijk lijkt om de kosten van de complete verwijdering van de kippenmesterij te kunnen terugverdienen door middel van de grondverkoop van twee royale bouwkavels voor twee vrijstaande woningen. De verwachte opbrengsten blijken in dat geval tekort te schieten. Er is vervolgens onderzocht of een alternatieve locatie(s) beschikbaar is (zijn) voor de bouw van alle vier woningen of voor een deel daarvan. Uit dat onderzoek is gebleken dat er potentieel weliswaar locaties zijn, maar omdat die locaties niet in eigendom bij de initiatiefnemers zijn en de vraagprijs van de betreffende gronden hoog is, bieden de onderzochte locaties geen oplossing.

Vervolgens is onderzocht op welke wijze de vier woningen toch op het buurperceel gebouwd kunnen worden. Daarbij zijn drie alternatieven beoordeeld: 1. een variant waarbij twee woningen rug-aan-rug binnen één gebouw gerealiseerd kunnen worden (de kopse voorgevel wordt in dat geval gesplitst over twee woningen). Door de woningen naast elkaar onder één kap te bouwen (waarbij de nok haaks op de Efterwei staat), staan alle vier woningen met

12

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

de voorgevel aan de Efterwei; 2. een tweede variant waarbij twee woningen aaneen worden gebouwd geschakeld via een garage of carport, waarbij het dak van woning en garage/carport doorloopt. In dat geval staan de woningen weliswaar achter elkaar, maar ze ogen als één gebouw met een doorlopende kap, waardoor het beeld in grote lijnen overeenstemt met de bestaande cultuurhistorische situatie; 3. een derde variant waarbij vier vrijstaande woningen worden gebouwd met twee direct aan de Efterwei en twee daarachter. In dat geval wordt in afwijking van de cultuurhistorische situatie in de tweede lijn gebouwd. Beoordeling van de drie varianten: 1. De variant met twee maal twee rug-aan-rug-woningen biedt het voordeel van het voorkomen van het bouwen in de tweede lijn, maar leidt vervolgens tot nadelen die niet tegen de voordelen opwegen: a. Om twee woningen tezamen in één gebouw te realiseren, zullen de woningen projectmatig moeten worden ontwikkeld. De initiatiefnemers zijn geen projectontwikkelaar en willen de percelen los verkopen, waarna de nieuwe eigenaren de bouw van hun woningen zelf kunnen organiseren. Dit verhoudt zich slecht met de wens om twee woningen in één gebouw te realiseren. b.

Als gevolg van de vier woningen in twee gebouwen zal het aantal uitritten moeten worden vergroot naar ten minste drie (waarvan één gezamenlijke), waardoor er niet veel van het herstel van de houtsingel langs de Efterwei terecht komt. c. Percelen ten behoeve van twee-onder-een-kap-woningen zullen leiden tot een lagere opbrengst dan percelen voor vrijstaande woningen. Daarmee komt de financiële uitvoerbaarheid van het plan onder druk te staan. 2. Bij het realiseren van de woningen in elkaars verlengde wordt er wel in de tweede lijn gewoond. Visueel zal dat niet hinderlijk zijn. Er zal dan een wat langer gebouw ontstaan, zeker wanneer de woningen via een overkapte carport of garage worden geschakeld. Dit kan overigens een aantrekkelijk beeld opleveren. Het nadeel van de gezamenlijke ontwikkeling speelt ook in dit geval. Vermoedelijk zal ook de opbrengst van de grondverkoop iets achterblijven ten opzichte van kavels voor vrijstaande woningen. Vooral het feit dat de voorste woningen geen achtertuin (met veel privacy) hebben, zal op de prijs van invloed zijn. 3. Het vasthouden aan het vrijstaand bouwen van de vier woningen staat haaks op het principe om niet in de tweede lijn te willen bouwen. Het komt evenwel geheel tegemoet aan de wens om percelen uit te kunnen geven die zelfstandig door de nieuwe eigenaren kunnen worden bebouwd. Dit komt de uitvoerbaarheid van het plan ten goede.

Om de derde variant toch zoveel mogelijk in overeenstemming met de cultuurhistorische kenmerken van het omringend landschap te realiseren, kunnen een aantal maatregelen worden genomen die het beeld verzachten: a. Door te bepalen dat de achterste woningen donkergekleurd moeten worden, kan het beeld van een agrarisch erf worden opgeroepen: woonhuis met vrijstaande schuur. Te denken valt aan schuurwoningen. b. Door ervoor te zorgen dat de noklijnen van de woningen haaks op de Efterwei komen te staan, kan een rommelig beeld worden voorkomen. c. Dit principe wordt nog eens versterkt door te bepalen dat géén vrijstaande bijgebouwen mogen worden gebouwd. Alle bergruimte en garages e.d. moeten dan inpandig of aangebouwd worden gerealiseerd. Wanneer de aanbouwen worden voorzien van een kap, dan moet de noklijn parallel aan de noklijn van het hoofdgebouw worden gebouwd. d. Door ervoor te zorgen dat de onderlinge afstand tussen de woningen niet te groot mag worden, wordt het effect van het bouwen in de tweede lijn verminderd. e. Door ervoor te zorgen dat de houtsingel slechts eenmaal ten behoeve van een (gezamenlijke) uitrit mag worden doorbroken. In dit bestemmingsplan is omwille van de uitvoerbaarheid gekozen voor het realiseren van de derde variant, waarbij alle genoemde verzachtende voorwaarden voor zover mogelijk in de regels zijn vertaald.

Voor zover de voorwaarden niet via de regels van dit plan zijn vertaald, worden deze geborgd in een beeldkwaliteitsplan en een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers.

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

13

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Figuur 6. Voorkeursvariant bij het ontwerp bestemmingsplan in 2023 met voorgenomen inrichting van het plangebied

Aanvullend aan de hiervoor opgenomen voorwaarden is eveneens het volgende in dit plan geborgd: De houtsingel tussen de Efterwei en het toekomstig woonperceel wordt in ere hersteld. Het gaat hier om een houtsingel die in het bestemmingsplan Buitengebied is aangewezen als te handhaven; tussen de houtsingel en het woonperceel wordt een slootje gegraven, waardoor de houtsingel zich optimaal kan ontwikkelen en waardoor er een heldere grens ontstaat tussen het erf bij de woningen en de houtsingel. Tussen het bestaande erf van Efterwei 22/22b en het beoogde woningbouwperceel wordt een strook van 2,5 m toegevoegd aan het perceel van Efterwei 22/22b. Op deze strook staat een houtsingel. Als gevolg daarvan wordt deze singel eigendom van de eigenaren van Efterwei 22/22b. Deze eigenaren hebben aangegeven de houtsingel in volle luister te willen herstellen onder meer door het bijplanten van een onderbeplanting (zoals hulst en meidoorn). Tussen deze houtsingel en het beoogde woonperceel wordt ook een slootje gegraven; de eigendomsgrens zal in het midden van deze sloot worden bepaald. De nieuwe situatie biedt de mogelijkheid om de voorkanten van de voorste woningen optimaal op de Efterwei te richten. De woningen aan de achterzijde zullen worden georiënteerd op het achterliggend agrarisch perceel; schuttingen ter afscherming van de percelen en tuinen zijn uitgesloten.

Stroken langs de hoofdwatergang ten oosten van het perceel met de vier nieuwe woningen blijven conform de keur van Wetterskip Fryslân vrij van bebouwing en andere obstakels. Via dit plan wordt de vrije ligging van de al bestaande persleiding van het Wetterskip geborgd. In tegenstelling tot eerder gedacht bij de uitwerking van de voorkeursvariant zullen de vier te realiseren woningen gezamenlijk worden ontsloten tussen de voorste twee woningen door. Dit is de uiteindelijke uitkomst geweest na participatie met de omgeving. Iedere woning zal daarnaast worden voorzien van twee parkeerplekken op eigen terrein.

14

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Inrichting Efterwei 22 Efterwei 22/22b wordt aan de achterzijde voorzien van een groter achtererf. Op de achtergrens daarvan wordt een nieuwe houtsingel aangeplant die dwars op de lengterichting van de opstrek wordt gerealiseerd. Daarmee wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke wens om de langgerekte doorzichten tussen agrarische percelen door houtsingels te onderbreken.

Figuur 7. Aangepaste schetsvariant ten behoeve van gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan in 2024

2.3

Landschappelijke inpassing

Bij het stedenbouwkundig ontwerp is de opstrekkende verkavelingsrichting gehandhaafd doordat de woningen in de lijn van de verkavelingsrichting worden gepositioneerd. Daarnaast worden er extra houtsingels gerealiseerd. Dit versterkt het karakter van het Friese singellandschap. Het woongebied heeft een besloten karakter door de perceelsbeplanting aan de randen en in het midden. Wel blijft het open karakter van het singellandschap behouden aan de noordzijde.

Relatie met het landschap Uit de landschapsbiografie van de gemeente Smallingerland ("Het verhaal van Smallingerland: Landschapsbiografie - Atlas Kernkwaliteiten"; Rijksuniversiteit Groningen/Kenniscentrum Landschap)

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

15

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

blijkt dat Rottevalle op de grens ligt van het Friese woudenlandschap en het veenkoloniale landschap. Het plangebied bevindt zich echter in het Friese woudenlandschap. Voor het Friese woudenlandschap zijn de elzen- en houtsingels kenmerkend. Dit blijkt ook uit de gemeentelijke landschapskaart. Hieronder is een uitsnede daarvan weergegeven.

Figuur 8. Fragment landschapskaart Smallingerland met in geel de globale ligging van het plangebied.

Uit het hiervoor weergegeven kaartfragment blijkt dat er (beeldbepalende) houtsingels aanwezig zijn in en langs het plangebied. Bovendien is de beeldbepalende houtsingel in het zuiden van het plangebied in het geldende bestemmingsplan aangeduid als houtsingel. In de huidige situatie betreft dit slechts enkele losse bomengroepen waardoor er niet gesproken kan worden van een volwaardige houtsingel. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de houtsingel in het plangebied hersteld en worden er tevens nieuwe houtsingels in het plangebied gerealiseerd. Bovendien blijft de 'overige houtsingel' in het midden van het plangebied gehandhaafd. Het planvoornemen staat derhalve in lijn met de karakteristieken van het Friese woudenlandschap.

De te realiseren woningen worden evenwijdig aan de karakteristieke strokenverkavelingsrichting van het veenontginningslandschap gesitueerd. De voorgenomen positionering van de woningen waarbij deze 2 aan 2 achter elkaar komen te staan op hetzelfde perceel, is niet kenmerkend voor het Friese woudenlandschap, maar sluit in tegenstelling daarop meer aan bij het heideontginningslandschap. In de heideontginningen komt het namelijk regelmatig voor dat woningen achter elkaar zijn gesitueerd op hetzelfde perceel. In het Friese woudenlandschap komt dit vrijwel niet voor en zijn woningen/functies gesitueerd aan een weg. Ten westen van het plangebied is echter ook al bebouwing aanwezig die iets meer noordwaarts op het perceel is gesitueerd. De woningen in het plangebied worden min of meer op dezelfde 'hoogte' als deze bebouwing gepositioneerd. Als reeds uiteengezet in paragraaf 2.2 (toekomstige situatie) m.b.t. de beoordeling van de drie verschillende varianten onder punt 2 en 3 worden een aantal maatregelen toegepast in het planontwerp die het landschappelijk beeld en inpassing daarin verzachten.

16

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

2.4

Stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitsplan

Aan dit bestemmingsplan ligt een stedenbouwkundig ontwerp ten grondslag die in navolgende figuur is weergegeven. Een grotere kaart hiervan is in Bijlage 1 opgenomen.

Figuur 9. Stedenbouwkundig ontwerp en inpassing in het landschap

Het stedenbouwkundig ontwerp, evenals de aspecten met betrekking tot de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit, is uitgewerkt in een beeldkwaliteitsplan dat is opgesteld ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling. Dit beeldkwaliteitsplan is als Bijlage 2 bij deze plantoelichting opgenomen en geeft het toekomstig kader voor de welstandstoetsing door de commissie ruimtelijke kwaliteit.

Het beeldkwaliteitsplan geeft beeldkwaliteitscriteria voor de vormgeving van de nieuwe woningen, de vormgeving van de erfafscheidingen en de inrichting van de openbare ruimte in het plangebied. In woord en beeld is de na te streven ruimtelijke kwaliteit van de eindsituatie vastgelegd. De toekomstige woningen moeten ontworpen worden op basis van de in het beeldkwaliteitsplan beschreven beeldkwaliteitscriteria. Het beeldkwaliteitsplan geeft middels referentiebeelden duidelijkheid en zekerheid over het te realiseren bebouwingsbeeld.

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

17

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen van Nederland hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed.

Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt.

De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treedt. De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de SVIR, het Barro en het Bro. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win-situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt de rijksoverheid naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst.

18

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De beoogde ontwikkeling zoals beschreven in paragraaf 2.2 en 2.3 heeft geen raakvlakken met het beleid zoals benoemd in de NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011)

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend onder de naam Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn de nationale belangen voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het plangebied voor het overige geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Het planvoornemen is niet in strijd met de regels uit het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is een motiveringseis die in de SVIR is geïntroduceerd. In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat bij ruimtelijke projecten voorzien moet worden in duurzame verstedelijking. In geval van nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan die ontwikkeling en wanneer deze plaatsvindt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het plangebied valt binnen de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied, zoals aangegeven door de provincie Fryslân. Als definitie voor stedelijke ontwikkeling is in het Bro opgenomen: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Er is in de wetgeving geen ondergrens bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. In een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2017:1724) wordt de juridische lijn ten aanzien van de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking uiteengezet (overzichtsuitspraak ladder voor duurzame verstedelijking, gepubliceerd op 28 juni 2017).

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Uit het bovenstaande wordt duidelijk dat de Ladder voor duurzame verstedelijking alleen geldt voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Uit de overzichtsuitspraak kan worden afgeleid dat een bestemmingsplan die in minder dan 11 woningen voorziet geen stedelijke ontwikkeling betreft zoals deze op basis van het Bro is gedefinieerd. Voorliggend bestemmingsplan leidt per saldo tot de realisatie van vier nieuwe woningen. Het planvoornemen is daarom niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling. Nu er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, hoeft de laddertoets dan ook niet te worden doorlopen. In kader van de uitvoerbaarheid van het planvoornemen moet overigens wel worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In Hoofdstuk 4 is hier nader op ingegaan.

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

19

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Fryslân

De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele' geheten, staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. Een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat zijn de ambities van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving bedoelt de provincie: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Voor het onderhavige plan is met name de ambitie 'vitaal' van belang.

De ambitie vitaal richt zich op het leefbaar houden van Friese steden, dorpen en het platteland. Dit betekent dat er voldoende woningen, voorzieningen en bedrijvigheid zijn en dat de bereikbaarheid goed is. Het planvoornemen van dit bestemmingsplan leidt tot vier nieuwe woningen in Rottevalle en sluit aan op deze provinciale ambitie.

Naast de integrale opgaven hanteert de Omgevingsvisie een aantal inhoudelijke principes. Deze principes staan voor de manier van werken, en geven richting aan keuzes, projecten en plannen voor de fysieke leefomgeving. Een inhoudelijk principe dat nauw aansluit op het planvoornemen is 'Omgevingskwaliteit als ontwerpbasis'. Dit principe richt zich erop dat nieuwe ontwikkelingen voortbouwen op bestaande omgevingskwaliteiten. Daarbij is aandacht voor eigenheid en identiteit. In dit principe vormen omgevingskwaliteiten het vertrekpunt voor de inpassing van ontwikkelingen. Dit betekent dat ontwikkelingen voortbouwen op bestaande kwaliteiten en deze waar mogelijk versterken of doorontwikkelen. Het principe gaat uit van maatwerk. Elke plek is anders en heeft andere kwaliteiten. Op basis van de omgevingskwaliteiten van gebieden wordt gezocht naar juiste plekken. Zo kan, afhankelijk van de aard en schaal van een ontwikkeling bijvoorbeeld sprake zijn van: inpassen, waarbij de kenmerken van een gebied in stand blijven en nieuwe ontwikkelingen zich daarin voegen.

Uit 2.3 blijkt dat bij de landschappelijke inpassing van het planvoornemen rekening is gehouden met bestaande omgevingskwaliteiten en kenmerken. Dit onder andere door het herstel en de realisatie van houtsingels die kenmerkend zijn voor de omgeving van het plangebied. Ook worden de woningen evenwijdig aan de aanwezige strokenverkavelingsstructuur gesitueerd. Zodoende zorgt het planvoornemen enerzijds voor het herstel van bestaande omgevingskwaliteiten en anderzijds voor het voortbouwen op de bestaande omgevingskwaliteiten. Het planvoornemen is dan ook in lijn met het inhoudelijke principe 'Omgevingskwaliteit als ontwerpbasis'.

Natuurinclusief bouwen In de provinciale omgevingsvisie wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door bij het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Bij de uitwerking van de woningen en inrichting van de erven zal rekening worden gehouden met natuurinclusief bouwen. De inrichting van de openbare ruimte is zo groen mogelijk. De beplanting is gevarieerd qua sortiment en richt zich op vogels en insecten.

Conclusie Het planvoornemen past binnen het beleid zoals beschreven in de Omgevingsvisie Fryslân.

20

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

3.2.2

Verordening Romte Fryslân 2014

In de Verordening Romte Fryslân zijn concrete regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onder meer de grens tussen het bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied vastgelegd. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het landelijk gebied. Het plangebied bevindt zich volledig buiten de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied, zoals dit door de provincie is aangegeven. Dit betekent dat het plangebied zich in het landelijk gebied bevindt.

Op grond van artikel 1.1.1, lid 1 uit de verordening mag een ruimtelijk plan in landelijk gebied niet tot bouwmogelijkheden en gebruiksmogelijkheden leiden voor nieuwe stedelijke functies. Een stedelijke functie wordt door de provincie gedefinieerd als functie die gekoppeld is aan het functioneren van kernen (dorpen en steden). Uit de begripsbeschrijving wordt duidelijk dat woningen onder deze definitie vallen.

In afwijking van artikel 1.1.1 kunnen op grond van artikel 1.2.1 nieuwe stedelijke functies in landelijk gebied worden toegestaan indien sprake is van hergebruik, verbouw of vervanging van vrijkomende gebouwen. Bij hergebruik kunnen op het perceel de volgende functies worden toegestaan: wonen en zorg, met dien verstande dat woningen - voor zover deze geen verband houden met zorgverlening - slechts zijn toegestaan in de voormalige bedrijfswoning en in aanwezige karakteristieke gebouwen; dagrecreatie, verblijfsrecreatie met inachtneming van artikel 5.5.1, functies op het gebied van natuuren landschapsbeheer, cultuur, kunst, educatie, restaurants, logies of daarmee vergelijkbare horecavormen; detailhandel, voor zover deze verband houdt met de hoofdfunctie van het perceel en daaraan bedrijfsmatig en wat betreft omvang ondergeschikt is; dienstverlening en niet-industriële bedrijven behorende tot de milieucategorieën 1, 2 en 3 of naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbare bedrijven, mits ruimtelijk en functioneel passend in de karakteristiek van de omgeving. Voor de omzetting van de bedrijfsbestemming ter plaatse van de Efterwei 22A naar 'Wonen Woonboerderij', is het eerst aangehaalde met betrekking tot 'wonen en zorg' van toepassing. Er is sprake van reguliere bewoning in een voormalige bedrijfswoning.

Dit onderdeel van het planvoornemen is dan ook conform de Verordening Romte Fryslân.

Op grond van artikel 1.3.1 kan een nieuwe stedelijke functie in of aansluitend op een bestaand bebouwingslint of een bestaande bebouwingscluster worden toegestaan met inachtneming van een aantal voorwaarden: a. de nieuwe stedelijke functie leidt tot een landschappelijk aanvaardbare afronding of verdichting van een bebouwingslint of bebouwingscluster en doet geen afbreuk aan de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten; b. een nieuw bedrijf behoort tot de milieucategorieën 1 of 2, tenzij aangetoond kan worden dat het bedrijf wat betreft aard, schaal, milieuhinder, en fysieke uitstraling past in de omgeving; c. detailhandel houdt verband met de hoofdfunctie van het perceel en is daaraan bedrijfsmatig en wat betreft omvang ondergeschikt; d. in geval van woningbouw gaat het per lint of cluster om één of enkele woningen, waarvan de oppervlakte per woning inclusief bijgebouwen niet meer bedraagt dan 300 m², of de maat die het bestemmingsplan buitengebied als algemene regel hanteert voor bestaande burgerwoningen. Artikel 3.1.1 is mede van toepassing.

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

21

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Voor het planvoornemen is lid d van belang. In dit geval gaat het om het bebouwingscluster Rottevalle waar vier woningen aan worden toegevoegd. In het geldende bestemmingsplan buitengebied mogen woonhuizen en de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen overkappingen niet meer dan 250 m2 bedragen, dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer is. De met voorliggend bestemmingsplan te realiseren woningen voldoen aan deze oppervlakte. Gelet op voorgaande is het toevoegen van enkele woningen aan het bebouwingscluster Rottevalle op grond van artikel 1.3.1 uit de verordening dan ook mogelijk. Echter dient ook toetsing plaats te vinden aan artikel 3.1.1. Op grond van dit artikel kan een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Uit de paragrafen 3.3.1 en 3.4.2 blijkt dat het planvoornemen in overeenstemming is met zowel het regionale als het gemeentelijke woonbeleid. Hieruit blijkt dat het planvoornemen conform de gemeentelijke en provinciale afspraken is. Daarnaast wordt het planvoornemen door het toepassen van kwalitatief passend maatwerk, als een uitbreiding aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied.

Het plan voldoet daarmee aan de regels uit de Verordening Romte Fryslân en past in voldoende mate binnen het gevoerde provinciaal beleid.

Conclusie Het beleid zoals beschreven in de Verordening Romte Fryslân staat de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 3.2.3

Structuurvisie Grutsk op 'e Romte

In de Verordening Romte wordt diverse keren verwezen naar de structuurvisie Grutsk op 'e romte. In deze thematische structuurvisie zijn landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. Uit de structuurvisie blijkt dat het plangebied gelegen is in het deelgebied 'Noordelijke Wouden'. De provinciale belangen zijn in dit deelgebied onder andere gericht op de kleinschaligheid van het gebied met hoge dichtheid aan opstrekkende percelen, overgangen van dichte verkavelingsstructuren van elzensingels en houtwallen op de zandgronden naar het open veenweidegebied en het kleigebied en tevens de rijkere schakeringen aan wegbeplanting in verschillende vormen (singels, bomen, hagen).

Relatie tot het planvoornemen Met het planvoornemen blijft de kleinschaligheid van de noordelijke wouden behouden doordat er op een opstrekkend perceel een nieuwe woonfunctie wordt ingepast. Het opstrekkende, rechte verkavelingspatroon is hierbij als ontwerpbasis gebruikt. Daarnaast is het plangebied een uitstekend voorbeeld van een overgangszone tussen de dichte verkavelingsstructuren met elzensingels naar het open veenweidegebied. Dit is in het ontwerp benut door houtsingels in ere te herstellen, nieuwe houtsingels in te passen in het woongebied en door de achterste twee woningen aan de openheid van het veenweidelandschap te situeren. Het herstel en de toevoeging van houtsingels in het plangebied zorgt tevens voor een versterking van karakteristieke landschapselementen in de noordelijke wouden.

Conclusie Het planvoornemen is in lijn met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden als gesteld in de structuurvisie Grutsk op 'e Romte.

22

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale afspraken Wonen 2016 - 2026 Woonregio Zuidoost Fryslân

De gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Smallingerland, Smallingerland, Heerenveen en Opsterland vormen gezamenlijk de woonregio Zuidoost. Provincie Fryslân heeft gezamenlijk met deze gemeenten afspraken op het vlak van woningbouw vastgelegd op regionaal niveau. De provincie heeft op 5 februari 2019 een brief gestuurd aan de woonregio Zuidoost met daarin de woningbouwafspraken voor de periode 2016 - 2026. Per gemeente zijn hiermee afspraken vastgelegd over de maximale woningbouwruimte, zowel in binnenstedelijk als buitenstedelijk gebied.

Voor Smallingerland bedraagt de maximale woningbouwruimte 1.251 woningen voor 2016 tot 2026. Dit aantal is verdeeld in 40% binnenstedelijk en 60% buitenstedelijk. Uit het omgevingsgerichte woningbouwprogramma van de gemeente Smallingerland (zie 3.4.2) blijkt dat in de periode 2016 t/m 2019 er in totaal 430 woningen netto zijn toegevoegd. De resterende reguliere woningbouwopgave tot 2026 komt daarmee uit op 820 woningen. Met de provincie is afgesproken om maximaal 250 woningen over te programmeren voor het binnenstedelijk gebied. Dit biedt de mogelijkheid om planologisch 1.070 woningen te plannen. In de 'harde' woningbouwplannen voor de periode 2020 - 2025 zitten op dit moment 642 woningen. Er is dus nog voldoende ruimte voor het realiseren van nieuwe woningbouwprojecten.

Conclusie Binnen de beschikbare buitenstedelijke plancapaciteit is voldoende ruimte beschikbaar om de vier woningen van het planvoornemen van voorliggend bestemmingsplan op te nemen. Er kan dan ook gesteld worden dat het planvoornemen binnen de regionale woningbouwafspraken valt.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Smallingerland

Op 1 maart 2022 heeft de gemeenteraad van Smallingerland de Omgevingsvisie Smallingerland 2040 vastgesteld. De gemeente brengt in deze omgevingsvisie focus op de toekomst van Smallingerland aan. De visie bevat het integrale beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving. Het geeft richting aan de manier waarop de gemeente in samenspraak met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties de leefomgeving wil beheren, inrichten en ontwikkelen, waarbij de ontstaansgeschiedenis niet uit het oog wordt verloren.

De omgevingsvisie geeft inzicht in de opgaven die er voor de toekomst liggen, op het gebied van leefbaarheid, economie en cultuur. De doelen voor 2040 zijn samen te vatten in vier begrippen, te weten: gezond, veilig, aantrekkelijk en economisch vitaal. De opgaven zijn concreet geformuleerd als het versterken van: 1. 2. 3. 4.

Drachten als regionaal verzorgingsgebied; Drachten als stad voor innovatieve maakindustrie; Levendige en aantrekkelijke dorpen en wijken; Buitengebied met kwaliteit.

Leidende principes in de realisatie van deze opgaven om de doelen te bereiken zijn duurzaam, inclusief en identiteit. Deze leidende principes worden door de gemeente toegepast op de eigen plannen maar ook op die van private partijen en betekent dat wordt vastgehouden aan het karakter van het gebied en dat er versterkt en vernieuwd wordt passend bij Smallingerland.

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

23

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Het planvoornemen sluit aan op de derde opgave zoals hierboven beschreven: 'levendige en aantrekkelijke dorpen en wijken'. Eén van de strategiën die hierbij hoort is 'woningen voor iedereen'. De gemeente geeft in de omgevingsvisie aan dat zij er samen met haar partners voor wil zorgen dat er ruimte worden gegeven voor nieuwbouw van woningen en verandering van functies naar wonen, en dat er veel verschillende woningen worden gebouwd, ook voor kwetsbare doelgroepen of mensen die minder te besteden hebben.

Dit bestemmingsplan sluit op twee manieren aan op de hiervoor genoemde strategie. Enerzijds voorziet het onderhavige bestemmingsplan in een functiewijziging van 'Bedrijf' naar 'Wonen - Woonboerderij', wat in lijn staat met het feit dat de gemeente in wil zetten op verandering van functies naar wonen. Anderzijds biedt dit bestemmingsplan ruimte voor de nieuwbouw van vier nieuwe woningen. Dit sluit aan op het feit dat Smallingerland ruimte wil gegeven voor nieuwbouw van woningen.

Conclusie Het planvoornemen is in overeenstemming met de gemeentelijke omgevingsvisie. 3.4.2

Actualisatie gemeentelijk woonbeleid en woningbouwprogramma 2016 - 2025

De gemeente Smallingerland wil volgende generaties prettig laten wonen, leven, werken en recreëren. De afgelopen jaren is de woningmarkt sterk veranderd. Duurzaamheid en omgevingsgericht werken zijn steeds belangrijker geworden. Op 6 oktober 2020 heeft de gemeente Smallingerland in dat kader haar nieuwe omgevingsgerichte woonvisie met woningbouwprogramma vastgesteld. Met de woonvisie wordt inzicht en overzicht gegeven met betrekking tot de precieze ontwikkelingen om in een veranderende omgeving richting te geven aan de woningmarktontwikkelingen in de gemeente Smallingerland. Het woonbeleid van de gemeente is er voor iedereen en zet in op versnelling, specifieke doelgroepen en bovenal een sterke kwaliteit van de leefomgeving. Dit doet de gemeente door gericht aan het werk te gaan met vijf concrete ambities: 1. 2. 3. 4. 5.

Aantrekkelijke en gevarieerde nieuwbouw; Ruimte voor 1.000 woningen erbij in vijf jaar; Duurzame woningvoorraad. Op weg naar energieneutraal; Wijs met grijs; ruimte voor initiatieven gericht op senioren & woningaanpassing; 'Mienskipssin' en vitale dorpen en wijken; Sociaal wonen; betere beschikbaarheid van woningen voor kwetsbare doelgroepen.

Met betrekking tot het planvoornemen van dit bestemmingsplan is vooral de eerstgenoemde ambitie relevant: in 5 jaar tijd 1.000 woningen er bij bouwen. Deze ambitie is als volgt omschreven: "Smallingerland heeft een centrale ligging in Noord-Nederland en de gemeente heeft de ambitie om een uitvalsbasis te zijn voor mensen die werken in het noorden. Dit zijn mensen die actief zijn op de noordelijke arbeidsmarkt, een hogere woon-werkafstand accepteren en op zoek zijn naar een geschikte woning in het hart van het Noorden. De gemeente wil de woningvoorraad voortvarend uitbreiden, rekening houdend met de toekomstige vraag en woonwensen."

Het planvoornemen ziet op een uitbreiding van de gemeentelijke woningvoorraad en sluit aan op de landelijk grote vraag naar woningen. Het plan staat dan ook in lijn met het gemeentelijk woonbeleid en woningbouwprogramma voor de periode 2016 - 2025.

Conclusie Dit bestemmingsplan is conform het (geactualiseerd) gemeentelijk woonbeleid.

24

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

3.4.3

Welstand- en reclamenota 2018

De gemeente Smallingerland beschikt over de Welstand- en reclamenota 2018. In deze nota zijn voor verschillende typen gebied criteria vastgesteld omtrent plaatsen, hoofdvorm, aanzichten, opmaak en diversen. Het welstandsbeleid van Smallingerland is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving dient te behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen met de openbare ruimte de dagelijkse leefomgeving van de mensen in Smallingerland. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Het doel van het welstandstoezicht is om in alle openheid een bijdrage te leveren aan de belevingswaarde van de gemeente Smallingerland. Door het opstellen van welstandsbeleid wil de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht inrichten.

De te realiseren woningen aan de Efterwei moeten voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de Welstandsnota Smallingerland. Op grond van de welstand- en reclamenota bevindt het plangebied zich in het Welstandsdeelgebied 'Buitengebied besloten (Coulisselandschap)'. Het beleid is in dit welstandsgebied gericht op het beheer van de bestaande situatie. Ingrijpende ontwikkelingen worden niet verwacht voor het buitengebied. Wel zullen als gevolg van de schaalvergroting in de landbouw, steeds meer boerderijen hun agrarische functie verliezen. Het beleid van de gemeenten is erop gericht om nieuwe functies (onder voorwaarden) mogelijk te maken, mits dit geen afbreuk zal doen aan de verschijningsvorm van het boerenerf. Gezien de schaal en maat van sommige woningen in het gebied ligt het voor de hand dat een aantal hiervan nog zal worden uitgebreid. Deze uitbreidingen dienen dan wel met respect voor en in de juiste verhoudingen ten aanzien van het bestaande gebouw te worden uitgevoerd.

Voor het deelgebied 'Buitengebied besloten (Coulisselandschap)' gelden op grond van de gemeentelijke welstandsnota specifieke welstandscriteria. Deze zijn in de onderstaande tabel weergegeven.

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

25

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Figuur 10. Welstandscriteria gebiedstype 'Buitengebied besloten (Coulisselandschap)'

De geldende welstandscriteria zijn niet passend bij het planvoornemen dat met dit bestemmingsplan voorligt. Hierom zijn middels een speciaal voor het planvoornemen opgesteld beeldkwaliteitsplan zelfstandige, specifiek op het planvoornemen criteria geformuleerd die als Bijlage 2 bij dit bestemmingsplan zijn gevoegd.

Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als onderdeel van de Welstandsnota. De borging van de ruimtelijke kwaliteit vindt plaats door de toetsing van de aanvraag omgevingsvergunning aan redelijke eisen van welstand. Dit gebeurt door de ruimtelijke kwaliteitscommissie aan de hand van de criteria uit het beeldkwaliteitsplan. 3.4.4

Parapluplan parkeernormen

In de Parkeernormennota 2015 heeft de gemeente Smallingerland overwogen dat het niet wenselijk is om in ieder bestemmingsplan apart normen op te nemen voor het parkeren, maar dat het logischer is om de parkeernormering en de wijze waarop die moet worden toegepast, op te nemen in een aparte Parkeernormennota. Door nu in het bestemmingsplan steeds te verwijzen naar de Parkeernormennota, wordt het parkeerbeleid in ieder bestemmingsplan afgestemd op de normen uit deze nota.

Gelet op het voorgaande is de parkeerbehoefte voor de beoogde ontwikkeling bepaald aan de hand van de Parkeernormennota 2015. Voor het plangebied is de parkeernorm voor het buitengebied in de locatiecatgorie 'Dorpen en buitengebied' gehanteerd. Hierbij is gekeken naar de functie 'Koop, vrijstaand'. Hiermee komt de parkeernorm uit op 2,4 parkeerplekken per woning. In totaal worden er 4 woningen gerealiseerd in het plangebied. De totale parkeerbehoefte voor het plangebied komt daarmee uit op 4 X 2,4 = 9,6. Dit betekent dat er minimaal 10 parkeerplekken benodigd binnen het plangebied van dit bestemmingsplan voor het planvoornemen. Per woning worden er 2 parkeerplaatsen gerealiseerd. De resterende 2 parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd langs de ontsluitingsweg van het woningbouwplan.

Conclusie Al met al kan aan de parkeernorm worden voldaan. Het planvoornemen is conform het parapluplan parkeernormen. 3.4.5

Nota parkeernormen (concept]

De gemeenteraad heeft in 2015 de huidige nota parkeernormen vastgesteld om betere parkeerfaciliteiten te borgen bij ontwikkelingen waar een aanvraag omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) voor nodig is. Door transformaties van functies en de benodigde versnelling van de woningbouwopgave met bijbehorende verdichting neemt de druk op de (openbare) ruimte verder toe. Als gevolg daarvan kan bij een aantal ontwikkelingen de parkeeropgave niet altijd meer volledig op eigen terrein worden opgelost. Voor de mobiliteitstransitie bood de huidige nota onvoldoende instrumenten om te sturen op alternatieve mobiliteitsoplossingen. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat het daadwerkelijk autobezit, bij woningen in de sociale sector bijvoorbeeld, significant lager is ten opzichte van de theoretische uitgangspunten. Dit leidde tot stagnatie van bouwplannen. De nota parkeernormen is met dit document herzien om enerzijds bij ontwikkelingen een betere balans te krijgen tussen theorie en praktijk in relatie tot de bijbehorende (auto)mobiliteit en anderzijds meer ruimte te creëren om samen tot betere oplossingen te komen voor het parkeervraagstuk.

26

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

3.5

Conclusie beleid

Het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.

NL.IMRO.0090.BP2023BGB102-0401

27

Efterw ei 22, 22a en 22b te Rottevalle

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Erfgoed

Toetsingskader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Voor het onderzoek naar erfgoed wordt uitgegaan van de Cultuurhistorische Kaart 2 (CHK2) van de Provinsje Fryslân, waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt.

Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. 4.1.1

Archeologie

Toetsing In het geldende bestemmingsplan is geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. Om de archeologische verwachtingswaarde van het plangebied te kunnen bepalen, is daarom getoetst aan de FAMKE. De FAMKE biedt informatie over in de provincie bekende of te verwachten archeologische waarden in het plangebied. De FAMKE maakt onderscheid in twee periodes: de steentijd - bronstijd en de ijzertijd - middeleeuwen. In het onderstaande wordt ingegaan op de adviezen die de provincie op basis van de FAMKE geeft voor het plangebied.

Steentijd - Bronstijd Voor wat betreft de onderzoeksperiode steentijd - bronstijd adviseert de provincie om alleen onderzoek te doen bij grote ingrepen. Van deze gebieden wordt vermoed, op basis van eerder onderzoek dat eventuele aanwezige archeologische resten uit de steentijd al ernstig verstoord zijn. De provincie adviseert om alleen bij zeer omvangrijke ingrepen van meer dan 2,5 hectare (en dieper dan -0,3 m beneden maaiveld) een karterend onderzoek uit te voeren. Het planvoornemen heeft geen betrekking op ingrepen die groter zijn dan 2,5 hectare. Archeologisch onderzoek in het kader van de steentijd bronstijd is dan ook niet nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14968472/1