CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - De Steven 57, Industrieterrein de Haven Bijlagen bij toelichting

Ronde Tafel 12 oktober 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan De Steven 57 industrieterrein De Haven te Drachten21.085 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

De Steven 57, Industrieterrein de Haven

De Steven 57, Industrieterrein de Haven

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Natuurtoets

4

Bijlage 2

Activiteitenplan Buizerd

32

Bijlage 3

Ontheffing Wet natuurbescherming

51

Bijlage 4

Onderzoek stikstofdepositie aanlegfase

62

Bijlage 5

Bijlage aeriusberekening aanlegfase

73

Bijlage 6

Onderzoek stikstofdepositie gebruiksfase

83

Bijlage 7

Bijlage aeriusberekening gebruiksfase

93

Bijlage 8

Verkennend bodemonderzoek

103

Bijlage 9

Landschappelijke inpassing

179

Bijlage 10

Nader onderzoek waterhuishouding

196

2 ld)

"De Steven 57, Industrieterrein de Haven" (vastgeste

De Steven 57, Industrieterrein de Haven

Bijlagen bij toelichting

"De Steven 57, Industrieterrein de Haven" (vastgesteld) 3

De Steven 57, Industrieterrein de Haven

Bijlage 1 Natuurtoets

4 ld)

"De Steven 57, Industrieterrein de Haven" (vastgeste

RAPPORT Natuurtoets uitbreiding Sterk Heiwerken Drachten In het kader van de Wet natuurbescherming en Ecologische Hoofdstructuur Klant:

Sterk Heiwerken

Referentie: BH1057WATRP2004221136 Status:

Definitief/1.0

Datum:

28 april 2020

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Chopinlaan 12 9722 KE GRONINGEN Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 53 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Natuurtoets uitbreiding Sterk Heiwerken Drachten Ondertitel: In kader van de Wet natuurbescherming Referentie: BH1057WATRP2004221136 Status: 1.0/Definitief Datum: 28 april 2020 Projectnaam: Sterk Drachten Projectnummer: BH1057 Auteur(s): Jerry Olthuis

Opgesteld door: Jerry Olthuis Gecontroleerd door: Arne kijk in de Vegte Datum/paraaf: 24 april 2020/ AKIDV Goedgekeurd door: Jitze Terpstra Datum/paraaf: 29 april 2020/ JT

Classificatie Projectgerelateerd

Disclaimer Niets uit deze specificaties/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van HaskoningDHV Nederland B.V.; noch mogen zij zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor deze specificaties/drukwerk ten opzichte van anderen dan de personen door wie zij in opdracht is gegeven en zoals deze zijn vastgesteld in het kader van deze Opdracht. Het geïntegreerde QHSE-managementsysteem van HaskoningDHV Nederland B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 en ISO 45001:2018. 28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Doelstelling

1

1.3

Leeswijzer

1

2

Juridisch kader

2

2.1

Inleiding Wet natuurbescherming

2

2.2

Natura 2000

2

2.3

Beschermde soorten

3

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4

Verbodsbepalingen Ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden Mitigerende maatregelen Zorgplicht soortenbescherming

3 4 5 5

2.4

Ecologische hoofdstructuur

6

3

Plangebied en voorgenomen ingreep

8

3.1

Beschrijving plangebied

8

3.2

Voorgenomen ingreep

10

4

Methodiek

12

5

Toets Soortenbescherming

13

5.1

Vaatplanten

13

5.2

Grondgebonden zoogdieren

13

5.2.1 5.2.2

Eekhoorn Otter

13 13

5.3

Vleermuizen

14

5.4

Broedvogels

15

5.5

Amfibieën

16

5.6

Reptielen

17

5.7

Vissen

17

5.8

Ongewervelden

17

5.8.1 5.8.2 5.8.3

Groene glazenmaker Grote vos Noordse winterjuffer

17 17 18

5.9

Algemene zorgplicht

18

6

Toets gebiedsbescherming

18

6.1

Natura-2000

18

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

ii

Projectgerelateerd

6.2

Natuurnetwerk Nederland

20

7

Conclusie en aanbevelingen

21

7.1

Soortbescherming

21

7.2

Gebiedsbescherming

21

8

Bronvermelding

23

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

iii

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Sterk Heiwerken is bezig met het plannen van een uitbreiding van hun bedrijfsterrein aan de Steven in Drachten. Op dit moment ligt hier een groenstrook in eigendom van de Gemeente Smallingerland. De groene afscheiding zorgt ervoor dat de bedrijvigheid vanaf de waterzijde niet als zodanig wordt ervaren. Wanneer de plannen voor nieuwbouw gerealiseerd worden komt een gedeelte van de groenstrook te vervallen. De uitbreiding van Sterk Heiwerken bestaat uit een nieuw te bouwen loods (620 m²) en een nieuw te bouwen kantoor (748 m²). Sterk Heiwerken heeft Royal HaskoningDHV (hierna RHDHV) verzocht een natuurtoets uit te voeren om de mogelijke effecten op beschermde dier- en plantensoorten en beschermde natuurgebieden in kaart te brengen.

1.2

Doelstelling

Het doel van deze natuurtoets is om de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten in kaart te brengen. Ook worden de mogelijke effecten op deze soorten bepaald. Op basis daarvan wordt bepaald of overtredingen van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) te verwachten zijn en of dit voorkomen kan worden door het treffen van gerichte (mitigerende) maatregelen of dat een ontheffing in het kader van de Wnb noodzakelijk is. Naast de soortenbescherming is er ook getoetst aan de gebiedsbescherming uit de Wnb (Natura 2000) en de kaders geldend voor de Ecologische Hoofdstructuur (hierna EHS). De onderzoeksvragen van deze natuurtoets omvatten: • Welke beschermde soorten kunnen voorkomen binnen het uitwerkingsplangebied? • Welke negatieve effecten zijn te verwachten op deze soorten? • Zijn er mitigerende maatregelen te treffen om effecten te voorkomen? • Is er aanvullend onderzoek nodig? • Kan het voorgenomen plan tot negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en EHS-gebieden leiden? • Is het noodzakelijk om een ontheffing/vergunning in het kader van de Wnb aan te vragen?

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het juridisch en beleidskader weergegeven waarin de wet- en regelgeving van de Wnb en het beleid van de Ecologische Hoofdstructuur (hierna EHS) wordt beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de voorgenomen ingreep en het plangebied met de directe omgeving besproken. In hoofdstuk 4 is de werkwijze van de toetsing beschreven. In hoofdstuk 5 en 6 is de toetsing aan de soortbescherming en gebiedsbescherming beschreven. Hoofdstuk 7 bevat de conclusies en aanbevelingen van de toetsingen. Het rapport eindigt met een overzicht van de gebruikte literatuur.

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

1

Projectgerelateerd

2

Juridisch kader

2.1

Inleiding Wet natuurbescherming

De Wnb is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Naast de bescherming van natuur en biodiversiteit voorziet de Wnb in de decentralisatie van taken en bevoegdheden en de vereenvoudiging van regelgeving. De Europese regelgeving, met name de Vogel- en habitatrichtlijn, vormt het kader en het uitgangspunt van deze wet. Het instrumentarium van de Wnb sluit aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. De uitwerking van de wet is vastgelegd in de regeling en het besluit natuurbescherming 1.

2.2

Natura 2000

Natuurwaarden zijn op verschillende manieren beschermd, via het wettelijk spoor en via de ruimtelijke ordening. Internationale richtlijnen, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn, hebben een vertaling gekregen naar Nederlandse wetten. Sinds 1-1-2017 vormt de Wnb het wettelijk kader voor bescherming van zowel natuurgebieden (Natura 2000) als soorten en houtopstanden. De Wnb beschrijft in hoofdstuk 2 de juridische basis voor de aanwijzing van Natura 2000-gebieden en stelt de kaders voor de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden. Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn moeten Natura 2000−gebieden 2 aangewezen worden om habitats en soorten van Europees belang te beschermen. De provincie heeft de vrijheid om gebieden buiten de EHS aan te wijzen als bijzondere provinciale natuurgebieden. Hiervoor gelden vooralsnog niet de verbodsbepalingen uit de wet maar zal de provincie zelf kaders moeten stellen in beleidsregels of verordening. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is geregeld onder Wnb art. 2.7 Artikel 2.7 1.

Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid. 2. Het is verboden, zonder vergunning van Gedeputeerde Staten, projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit betekent dat er een passende beoordeling opgesteld dient te worden en dat het bestuursorgaan de vergunning alleen af mag geven als de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000 gebied niet aangetast worden. Mochten er significante gevolgen zijn dan dient een ADC (alternatieve oplossingen, dwingende redenen van groot openbaart belang en compensatie) toetsing doorlopen te

1

http://wetten.overheid.nl/BWBR0038662/2017-01-01 Per 1-1-2017 is de status ‘Beschermd natuurmonument’ vervallen. Deze gebieden vallen nu onder de ruimtelijke bescherming van Natuurnetwerk Nederland 2

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

2

Projectgerelateerd

worden en kan vergunning alleen verleend worden als aan alle voorwaarden wordt voldaan (geen alternatieve oplossingen, dwingende reden van groot openbaar belang en compensatie). De voorwaarden staan vermeld in art 2.8 van de wet. Conform de EU-richtlijn kan gewerkt worden met een Voortoets in de oriëntatiefase. Een Voortoets kan drie mogelijke uitkomsten hebben: • Er is zeker geen negatief effect. Er is geen vergunning op grond van de Wnb nodig. • Negatieve effecten kunnen niet worden uitgesloten, maar deze zijn zeker niet significant. Dit betekent dat vergunningverlening aan de orde is. Omdat het effect zeker niet significant is, maar wel meetbaar en merkbaar, dient daarvoor mogelijk een zogenoemde Verslechterings- en Verstoringstoets uitgevoerd te worden, aanvullend op de Voortoets. • Significant negatieve effecten kunnen niet worden uitgesloten. Dit betekent dat vergunningverlening aan de orde is. Omdat er een kans op een significant negatief effect bestaat, is een Passende beoordeling vereist, aanvullend op de Voortoets. Ook ontwikkelingen buiten Natura 2000-gebieden kunnen onder deze wet vergunningplichtig zijn; de wet kent namelijk de zogenoemde externe werking. Hierdoor moet ook worden bekeken of ontwikkelingen buiten een Natura 2000-gebied negatieve effecten kunnen hebben op de daarbinnen vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen.

De Wnb kent voor wat betreft externe werking géén grenzen en schrijft voor dat alle gebieden die mogelijk beïnvloed worden door een activiteit in de toetsing moeten worden meegenomen. Aanwijzingsbesluiten en de Natura 2000-beheerplannen vormen naast de wet het toetsingskader bij de vergunningverlening.

2.3

Beschermde soorten

De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes voor soorten waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming nodig hebben. Het gaat om de volgende beschermingsregimes (verwezen wordt naar de paragrafen van de wet): •

•

•

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1) Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (paragraaf 3.2) Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, Bijlage I of II bij het Verdrag van Bern en Bijlage II bij het Verdrag van Bonn. Beschermingsregime andere soorten (paragraaf 3.3). Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A en B van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.

2.3.1

Verbodsbepalingen

Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De verbodsbepalingen in de paragrafen 3.1 en 3.2 (van de wet) zijn een-opeen overgenomen uit de genoemde richtlijnen (zie tabel 2-1) en verdragen en zijn uitsluitend van toepassing op de in deze richtlijnen en verdragen genoemde soorten. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien toe op de

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

3

Projectgerelateerd

‘nationale’ andere soorten die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Hiervoor geldt een kleiner aantal verbodsbepalingen. Tabel 2-1 Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1

Beschermingsregime Habitatrichtlijn § 3.2

soorten Beschermingsregime andere soorten § 3.3

Art. 3.1 lid 1 Art. 3.5 lid 1 Art. 3.10 lid 1a Het is verboden in het wild levende vogels Het is verboden soorten in hun natuurlijk Het is verboden soorten opzettelijk te verspreidingsgebied opzettelijk te doden doden of te vangen. opzettelijk te doden of te vangen. of te vangen. Art. 3.1 lid 2 Art. 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de voortplantingsplaatsen rustplaatsen en eieren van vogels te of rustplaatsen van dieren te beschadigen vernielen of te beschadigen, of nesten van of te vernielen vogels weg te nemen.

Art. 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art. 3.1 lid 3 Art. 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren te rapen en deze Het is verboden eieren van dieren in de onder zich te hebben. natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art. 3.1 lid 4 en lid 5 Art. 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren. wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing

Art. 3.5 lid 5 Art. 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. te ontwortelen of te vernielen.

Bij de toetsing aan het soortbeschermingsdeel van de Wnb wordt bepaald of er beschermde dier- en plantensoorten kunnen voorkomen in het plangebied en of de functionaliteit van het leefgebied van deze soorten aangetast wordt als gevolg van het project, waardoor de gunstige staat van instandhouding in gevaar komt.

2.3.2

Ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden

In beginsel moet met mitigerende maatregelen ervoor worden gezorgd dat de functionaliteit van het leefgebied niet wordt aangetast. Lukt dat niet en worden dus verbodsbepalingen overtreden, dan is een ontheffing nodig. Het beschermingsregime van de soort bepaalt de mogelijkheid tot het verkrijgen van een ontheffing. Artikelen 3.3, 3.8 en 3.11 van de Wnb bevatten de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden van de genoemde verboden. Voor soorten van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan alleen vrijstelling worden verleend op basis van de in deze richtlijnen genoemde belangen (bijvoorbeeld openbare veiligheid of dwingende reden van groot openbaar belang). Onder de Wnb geldt voor deze soorten een ontheffingsplicht, behalve als het bevoegd gezag door middel van een zogenoemde vrijstelling anders besluit 3. Voor de ‘andere soorten’ van artikel 3.10 kunnen provincies en het ministerie van LNV een algemene vrijstelling van de ontheffingsplicht vaststellen middels een verordening. In specifieke gevallen geldt een

3 Met uitzondering van een aantal in art 1.3 van de Wnb genoemde projecten (van nationaal belang)

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

4

Projectgerelateerd

vrijstelling van ontheffingsplicht als ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd worden volgens een goedgekeurde gedragscode. De provincies zijn het bevoegd gezag voor het al dan niet verlenen van vergunningen en ontheffingen in het kader van de Wnb. Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het rijk in de vorm van de minister van EZ bevoegd gezag 4. Het bevoegd gezag voor dit project is de provincie Friesland.

2.3.3

Mitigerende maatregelen

Indien door mitigerende (verzachtende) maatregelen de negatieve effecten volledig kunnen worden opgeheven, waardoor overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Het gaat erom dat de functionaliteit van voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van de aanwezige beschermde soort wordt behouden. De mitigerende maatregelen moeten als randvoorwaarde meegegeven worden aan de aannemer. Indien dit niet wenselijk of mogelijk is moet voor het overtreden van de verbodsbepalingen een ontheffing worden aangevraagd

2.3.4

Zorgplicht soortenbescherming

Voor alle planten en dieren (dus ook voor soorten, die niet zijn opgenomen in de Wnb) geldt de algemene zorgplicht conform Wnb art. 1.11. Deze plicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Veelal komt de zorgplicht erop neer dat tijdens werkzaamheden negatieve effecten op planten en dieren zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen en dat bij de inrichting aandacht moet worden besteed aan de realisatie van geschikt habitat voor plant en dier. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht betekent niet dat er geen effecten mogen optreden, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat de verstoring en eventueel lijden zo beperkt mogelijk is.

4

Besluit Wnb 11 oktober 2016

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

5

Projectgerelateerd

Opzettelijkheid In de Wnb is voor veel verbodsbepalingen de term opzettelijk van toepassing. Niet-opzettelijke handelingen waarbij verbodsbepalingen overtreden worden zijn niet verboden. Daarbij is van belang dat het Europese Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant”. Wezenlijke invloed Met de term ‘wezenlijke invloed’ wordt gedoeld op een wezenlijk negatieve invloed op een soort of populatie. Om te bepalen of er sprake is van een wezenlijk (negatieve) invloed dienen de effecten van de activiteiten of werkzaamheden op de populatie te worden onderzocht. Of hiervan sprake is hangt af van de lokale, regionale, landelijke en Europese stand van de soort. Op welk van deze niveaus de effecten op een soort moeten worden onderzocht, hangt af van de soort (zie voorbeelden). Er is geen sprake van een wezenlijke invloed wanneer de populatie de mogelijke negatieve effecten van de activiteiten of werkzaamheden zélf op een zodanige wijze (bijvoorbeeld doordat er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders) teniet kan doen dat er geen invloed is op de gunstige staat van instandhouding van de soort.

In alle gevallen geldt proportionaliteit. Effecten op een zeer zeldzame soort zullen op een lager niveau moeten worden bezien dan een zeer algemene soort. Bij soorten die zich niet over grote afstanden kunnen verplaatsen, zoals amfibieën, reptielen, planten en veel soorten insecten, is eerder sprake van een wezenlijk negatieve invloed dan bij soorten die zich over grotere afstanden kunnen verplaatsen. Verder is van belang of het effect van tijdelijke of permanente aard is. Van tijdelijke effecten kan een populatie van een soort zich over het algemeen gemakkelijker herstellen dan wanneer het om een aanhoudend negatief effect gaat. Werkwijze bij ruimtelijke ingrepen Bij ruimtelijke ingrepen dient beoordeeld te worden welke negatieve gevolgen de ingrepen zullen hebben voor de eventueel aanwezig beschermde inheemse soorten.

Hierbij is het van belang dat de volgende aspecten duidelijk worden: • welke beschermde dier- en plantensoorten komen in en rondom het gebied voor? • leidt het realiseren van de plannen of de uitvoering van de geplande werkzaamheden tot handelingen die strijdig zijn met de verbodsbepalingen van de Wnb betreffende planten op hun groeiplaats of dieren in hun natuurlijke leefomgeving? • kunnen de plannen of de voorgenomen werkzaamheden zodanig aangepast worden dat dergelijke handelingen niet of in mindere mate gepleegd worden? • is om de plannen te kunnen uitvoeren of de werkzaamheden te kunnen verrichten ontheffing (ex. art. 3.3, 3.8 of 3.11 van de Wnb) van de verbodsbepalingen van de Wnb vereist?

2.4

Ecologische hoofdstructuur

De provincie Friesland zorgt binnen haar gebied voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend ecologisch netwerk en vormt daarmee onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Binnen de Provincie Friesland wordt dit netwerk echter nog steeds EHS genoemd (in tegenstelling tot alle andere provincies). De provincie heeft daartoe gebieden aangewezen die tot dit netwerk behoren. Tevens wijst de provincie aan deze gebieden natuurdoelen met specifieke wezenlijke kenmerken en waarden toe. Gedeputeerde staten kunnen daarnaast gebieden gelegen buiten het EHS aanwijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken. Deze gebieden worden aangeduid als ‘’bijzondere provinciale 28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

6

Projectgerelateerd

natuurgebieden’’ en ‘’bijzondere provinciale landschappen’’. In geval van directe negatieve effecten op de aangewezen wezenlijke kenmerken en waarden van gebieden die onder het EHS vallen, geldt een compensatieplicht.

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

7

Projectgerelateerd

3

Plangebied en voorgenomen ingreep

3.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied bevindt zich in de zuidwesthoek van een industrieterrein gelegen ten noordwesten van Drachten. Het plangebied wordt ten noorden, westen en zuiden begrenst door bosschage. Ten oosten wordt het plangebied begrenst door industrieterrein. Enkele tientallen meters ten zuiden en westen van het plangebied is een open water en het Nieuwe Kanaal gesitueerd. Het plangebied bestaat uit een bosperceel. Het bosperceel is dicht begroeid en bestaat voornamelijk uit zwarte els met plaatselijk enkele berken, populieren, esdoorn en wilg. De struiklaag in het bosperceel bestaat uit vlier en meidoorn. Verder bestaat de kruidlaag voornamelijk uit speenkruid. In figuur 3-1, 3-2 en 3-3 is de ligging van het plangebied weergegeven. In figuur 3-4 is een impressie van het plangebied weergegeven.

Figuur 3-1: Luchtfoto met de ligging van het plangebied (rode lijn), Bron: Cyclomedia.

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

8

Projectgerelateerd

Figuur 3-2: Luchtfoto met globale ligging van het plangebied (rode cirkel), Bron: Cyclomedia.

Figuur 3-3 Plangebied (lichtblauw gearceerd). Bron: Sterk Heiwerken

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

9

Projectgerelateerd

Figuur 3-4: Impressie van het plangebied en omgeving. Linksboven: Terrein van Sterk Heiwerken met rechts het plangebied. Rechtsboven en rechtsonder: Bos ter hoogte van het plangebied. Linksonder: Grote waterpartij enkele tientallen meters ten westen van het plangebied (foto’s RHDHV).

3.2

Voorgenomen ingreep

Sterk Heiwerken is bezig met het plannen van een uitbreiding van hun bedrijfsterrein aan de Steven in Drachten. De uitbreiding van Sterk Heiwerken bestaat uit een nieuw te bouwen loods (620 m²) en een nieuw te bouwen kantoor (748 m²). Voor de nieuwbouw van een kantoor en een loods moet een gedeelte van de groenstrook worden gekapt. De locatie wordt zoveel mogelijk landschappelijk ingepast. Dit betekent dat zoveel mogelijk karakteristieke bomen gespaard blijven en nieuwe bomen worden aangeplant (zie figuur 35). Er worden geen watergangen/waterpartijen gedempt. Ten behoeve van de werkzaamheden wordt groot materieel ingezet zoals graafmachines, hijskranen en dumpers. Vooralsnog is onbekend wanneer de uitbreiding gaat starten.

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

10

Projectgerelateerd

Figuur 3-5 Schets toekomstige inrichting met bestaande en nieuw aan te planten bomen.

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

11

Projectgerelateerd

4

Methodiek

Om na te gaan wat het belang is van het plangebied voor de wettelijk beschermde soorten en gebieden is het volgende stappenplan gevolgd, zie Tabel 4-1. Tabel 4-1 Stappenplan gevolgde werkwijze

Stap

Toelichting

1)

Inventarisatie van beschermde soorten en gebieden

Er zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (hierna NDFF) voor het plangebied en de nabije omgeving van de afgelopen 10 jaar. De straal van de opgevraagde gegevens verschilt per soort(groep). Dit is onder andere afhankelijk van de mobiliteit van een soort(groep). Vervolgens is een veldbezoek uitgevoerd op 6 april 2020, gericht op geschiktheid van de biotopen voor de in de regio voorkomende soorten. Dit veldbezoek is uitgevoerd door dhr. A. Kijk in de Vegte, ecoloog van Royal HaskoningDHV. Tijdens het veldbezoek was het 21 ºC, zonnig met windkracht 1-2.

2)

Effectbeoordeling soorten

Beknopte analyse van het project in relatie tot de habitat/biotoopeisen van de beschermde soorten uit het gebied.

3)

Effectbeoordeling gebiedsbescherming

Beschrijving van de effecten op Natura 2000 en de Ecologische Hoofdstructuur.

4)

Conclusie

Beschrijven van de conclusies, vervolgstappen en voorstellen voor mitigerende maatregelen.

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

12

Projectgerelateerd

5

Toets Soortenbescherming

5.1

Vaatplanten

In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten (NDFF). Het bosperceel is dicht begroeid en bestaat voornamelijk uit zwarte els, met plaatselijk berk, zwarte populier, gewone esdoorn en wilgensoorten. De struiklaag bestaat uit gewone vlier en éénstijlige meidoorn. Verder bestaat de kruidlaag voornamelijk uit speenkruid, met plaatselijk dagkoekoeksbloem, stekelvaren spec., braam en paarse dovennetel. Beschermde soorten komen vooral voor op extensief beheerde en bemeste akkers en kalkrijke standplaatsen. Daarnaast komen ze voor in (natuur)gebieden met zeer schrale, zwak zure standplaatsen. Dergelijke omstandigheden zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Omdat het plangebied is gelegen in een gebied met redelijk voedselrijke en plaatselijk verstoorde omstandigheden worden geen beschermde vaatplanten in het plangebied verwacht en kan een overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb worden uitgesloten. Conclusie: Binnen het plangebied zijn beschermde vaatplanten afwezig. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. vaatplanten is uitgesloten.

5.2

Grondgebonden zoogdieren

Uit de NDFF blijkt dat in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van eekhoorn (categorie Andere soorten) en otter (categorie Habitatrichtlijnsoort). Verder kunnen meer algemene grondgebonden zoogdieren voorkomen zoals steenmarter, bunzing, egel, huisspitsmuis en rosse woelmuis. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen en geldt alleen de algemene zorgplicht (zie paragraaf 5.9).

5.2.1

Eekhoorn

In de omgeving van het plangebied is een waarneming bekend van de eekhoorn, ten noorden van het plangebied (NDFF). Eekhoorns komen voor in allerlei typen bos, maar ook in tuinen en bebouwd gebied als daar genoeg voedsel te vinden is (bron: zoogdiervereniging.nl). In het plangebied ontbreekt het aan voldoende voedselbomen (o.a. hazelaar, beuk, tamme kastanje, fijnspar, grove den en zomer- en wintereik) voor eekhoorn, waardoor (essentieel) foerageergebied voor eekhoorn kan worden uitgesloten. Verder is het bosperceel geïnspecteerd op eekhoornnesten, deze zijn ten tijde van het veldbezoek niet waargenomen. Gelet op het ontbreken van geschikte voedselbomen is het niet aannemelijk dat eekhoorns hun nest bouwen in het bosperceel. Eekhoorns komen hoogstens passerend en (sporadisch) foeragerend voor in het plangebied. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. de eekhoorn is niet aan de orde. Conclusie: Binnen het plangebied is geen essentieel leefgebied van eekhoorn aanwezig. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. eekhoorn is uitgesloten.

5.2.2

Otter

De otter is een schuw dier en over het algemeen ’s nachts actief en foerageert in allerlei typen wateren. Overdag verblijft de otter in een dagrustplaats die zich bevindt op oevers in dichte vegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages, maar ook in kunstmatige holten (bron: zoogdiervereniging.nl).

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

13

Projectgerelateerd

In de omgeving van het plangebied zijn meerdere waarnemingen bekend van de otter. De meeste waarnemingen zijn gedaan in een bosje langs de westelijke oever van het open water ten westen van het plangebied (NDFF). Vanwege het ontbreken van een natuurlijke oever (harde overgang door beschoeiing van water naar wandelpad en vervolgens naar het bosje) en de aanwezigheid van industrie is het niet aannemelijk dat rust- en voortplantingsplaatsen van de otter aanwezig zijn binnen het plangebied. In het plangebied is gezocht naar spraints (otter-uitwerpselen), deze zijn (zoals verwacht) niet waargenomen. Ook is er in de omgeving geschikter leefgebied aanwezig voor de otter, bijvoorbeeld de Smalle Eesterzanding, ten westen van het plangebied. Hierdoor zijn rust- en voortplantingsplaatsen van otter in het plangebied uitgesloten. De otter kan sporadisch foeragerend voorkomen in het water ten westen van het plangebied. Aannemelijk is dat de otter voornamelijk gebruik maakt van de westelijke zijde, omdat daar voldoende rust- en dekking aanwezig is met natuurlijke oevers. Binnen de invloedsfeer van het plangebied is geen essentieel leefgebied van de otter aanwezig. Conclusie: Binnen de invloedsfeer van het plangebied is geen essentieel leefgebied aanwezig van de otter. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. otter is uitgesloten.

5.3

Vleermuizen

In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van verschillende soorten vleermuizen, zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis en laatvlieger (NDFF). Alle vleermuizen vallen in de categorie Habitatrichtlijnsoorten. Vleermuizen worden in vrijwel het gehele land waargenomen. Vleermuizen maken gedurende een jaar gebruik van meerdere type verblijfplaatsen (zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen). Ze kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouwbewonende soorten zoals de laatvlieger. Er zijn ook soorten die zowel gebouwen als bomen bewonen, zoals ruige dwergvleermuis. Vleermuizen foerageren over het algemeen boven windluwe plaatsen zoals tuinen en langs bosranden. Om van de verblijfplaats naar foerageergebied te komen (en andersom) wordt gebruikt gemaakt van zogenaamde vliegroutes die bestaan uit lijnvormige elementen zoals bomenrijen en watergangen. Tijdens het veldbezoek is het bosperceel gecontroleerd op geschikte ruimten die kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen, zoals holtes en spleten achter de bast, deze zijn niet waargenomen. Plaatselijk werd een enkele spleet of (dood)lopende holte gezien, maar ontbrak een goede invlieg/uitvlieg mogelijkheid voor vleermuizen doordat deze holten/spleten overgroeid waren met takken.

Doordat het om een zeer dicht bosperceel gaat en geen potentiele verblijfplaatsen zijn waargenomen zijn verblijfplaatsen van vleermuizen uitgesloten. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied is uitgesloten. Het dichte bos waar de loods en kantoorruimte zijn voorzien is zeer matig geschikt als foerageergebied. Wel kan boven het bosperceel worden gefoerageerd. De randen van het bosje en het open water ten westen van het plangebied zijn zeer geschikt als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Deze locaties blijven volledig gehandhaafd, waardoor geschikt foerageergebied en vliegroutes niet verloren gaan. Omdat de toekomstige loods en kantoorruimte afgeschermd blijven door bos, zal ook eventuele uitstraling van verlichting niet reiken tot het geschikte foerageergebied/vliegroute.

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

14

Projectgerelateerd

Er is geen sprake van verlies van de functionaliteit van leefgebied van vleermuizen door het voorgenomen uitbreidingsproject. In het kader van de zorgplicht worden mitigerende maatregelen aanbevolen om verstoring van vleermuizen te minimaliseren tijdens de aanlegfase, zie paragraaf 5.9. Conclusie: Binnen het plangebied zijn rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen afwezig. Daarnaast gaan bij de werkzaamheden en in de eindsituatie geen essentieel leefgebied (vliegroutes en foerageergebied) verloren. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. vleermuizen is uitgesloten.

5.4

Broedvogels

Tijdens het velbezoek zijn de tjiftjaf en zwartkop gehoord. Verder zijn sporen van grote bonte specht en een (oude) nest, vermoedelijk van een houtduif waargenomen. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen verschillende broedvogels voorkomen. In het bosje kunnen bijvoorbeeld houtduif, zwartkop en merel broeden. Wanneer tijdens het broedseizoen wordt gewerkt, kunnen tijdens de aanlegfase nesten van broedvogels worden beschadigd/vernield, hetgeen een overtreding is van de Wnb. Daarnaast kunnen vogels worden gedood. Om een overtreding van de Wnb met zekerheid te voorkomen moeten de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van 1 maart t/m 1 september (afhankelijk per soort en klimatologische omstandigheden). Daarnaast is tijdens het veldbezoek een (vervallen) horst waargenomen (zie figuur 5-1). Hierbij is extra gelet op verse twijgen die duiden op recent gebruik van het horst. Deze zijn niet waargenomen). Het is echter niet uitgesloten dat deze toch weer wordt omgebouwd tot volwaardig nest voor buizerd, ransuil of sperwer. Voor deze soorten geldt dat ze moeilijk in staat zijn een nieuw nest te bouwen en meerdere jaren achtereenvolgend op dezelfde plek kunnen broeden. Van deze soorten zijn nesten daarom jaarrond beschermd en mag ook buiten het broedseizoen de nestlocatie niet ongeschikt raken.

De locatie van het nest is weergegeven in figuur 5-2.

Figuur 5-1: Potentieel jaarrond beschermd nest van mogelijk buizerd, sperwer of ransuil (foto RHDHV).

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

15

Projectgerelateerd

Figuur 5-2: Locatie potentieel jaarrond beschermd nest (weergegeven in rood), bron: Cyclomedia.

De horst bevindt zich binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Door de werkzaamheden kan het nest zijn functionaliteit verliezen. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. jaarrond beschermde nesten is op voorhand niet uitgesloten. Om uit te sluiten of vast te stellen of vast te stellen dat het nest in gebruik is door een soort waarvan het nest jaarrond beschermd is (buizerd, sperwer of ransuil worden mogelijk verwacht) is nader onderzoek nodig. Dit onderzoek moet plaatsvinden in het broedseizoen van deze soorten dat globaal loopt van 1 maart t/m 1 augustus. Conclusie: De werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen (15 maart t/m 15 augustus) worden uitgevoerd. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. jaarrond beschermde nesten is op voorhand niet uitgesloten. Er is nader onderzoek nodig naar het gebruik van de aangetroffen horst in het bosperceel.

5.5

Amfibieën

Uit de NDFF blijkt dat in de nabijheid van het plangebied verschillende amfibieën voorkomen. Het gaat hierbij om: gewone pad, kleine watersalamander, bruine kikker en bastaardkikker. Voor deze soorten geldt een vrijstelling voor ruimtelijke ingrepen op basis van de ‘Verordening Natuurbescherming Provincie Fryslân 2017’. De algemene zorgplicht is wel van toepassing voor deze soorten. Dit betekent dat de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nagelaten worden of maatregelen genomen worden om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen soorten (voor maatregelen zie paragraaf 5.9). Het voorkomen van beschermde amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt is op basis van verspreidingsgegevens en habitatgeschiktheid uitgesloten. Conclusie: Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. amfibieën is uitgesloten.

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

16

Projectgerelateerd

5.6

Reptielen

De NDFF bevat geen waarnemingen van reptielen binnen en nabij het plangebied. De meeste reptielen komen voor in (vochtige) heidevegetaties met pijpenstro velden en vennen op veen- en zandgronden en eikenhakhout- en ruigtebosjes langs bosranden. Dergelijk biotoop ontbreekt binnen het plangebied. Daarnaast ontbreken geschikte voortplantingsplaatsen (broeihopen) voor ringslangen. Het voorkomen van beschermde reptielen wordt o.b.v. verspreidingsgegevens en habitatgeschiktheid uitgesloten. Conclusie: Binnen het plangebied komen geen reptielen voor. Overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb t.a.v. reptielen is uitgesloten.

5.7

Vissen

In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissen. Beschermde vissoorten zijn in het nieuwe kanaal en het water ten westen van het plangebied niet te verwachten. De meeste beschermde vissoorten zijn namelijk soorten uit beken (elrits, beekdonderpad, beekprik), snelstromende rivieren (gestippelde alver), verlande watergangen met een sliblaag en rijke onderwatervegetatie (grote modderkruiper), watergangen met koel en zuurstofrijk water (kwabaal) of vissoorten (houting, steur) die in rivieren of zijarmen hun paaiplaatsen hebben. Dergelijk biotoop ontbreekt in het plangebied. Hierdoor is het voorkomen van (beschermde) vissoorten uitgesloten. Bovendien worden in het plangebied geen werkzaamheden aan wateren verricht. Conclusie: Binnen het plangebied komen geen (beschermde) vissen voor. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. vissen is uitgesloten.

5.8

Ongewervelden

Uit de NDFF blijkt dat er in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van groene glazenmaker, noordse winterjuffer (categorie Habitatrichtlijn) en grote vos (categorie Andere soorten).

5.8.1

Groene glazenmaker

In de omgeving van het plangebied zijn in Drachten enkele waarnemingen gedaan van de groene glazenmaker. De groene glazenmaker komt voor in stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden, zoals in plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden (Vlinderstichting.nl). In het plangebied is geen van de hierboven genoemde geschikte habitattypen aanwezig voor de groene glazenmaker en het voorkomen van deze soort kan op voorhand worden uitgesloten. Conclusie: Binnen het plangebied komt de groene glazenmaker niet voor. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. groene glazenmaker is uitgesloten.

5.8.2

Grote vos

In de omgeving van het plangebied zijn in Drachten enkele waarnemingen gedaan van de grote vos. De grote vos komt voor in vochtige open bossen, langs bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen (Vlinderstichting.nl). Er zijn geen openbossen, boomgaarden of andere plekken met grote vrijstaande bomen aanwezig in het plangebied. Het voorkomen van grote vos binnen het plangebied is uitgesloten.

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

17

Projectgerelateerd

Conclusie: Binnen het plangebied komt de grote vos niet voor. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. grote vos is uitgesloten.

5.8.3

Noordse winterjuffer

In de omgeving van het plangebied zijn in Drachten enkele waarnemingen gedaan van de noordse winterjuffer. De noordse winterjuffer komt voor in petgaten en sloten in laagveenmoerassen, meestal met lisdodde en riet. Daarnaast ook in plassen met brede rietkraag of andere laagveenachtige vegetatie (Vlinderstichting.nl). Het plangebied bestaat uit bos en niet uit petgaten of sloten. Het voorkomen van de noordse winterjuffer binnen het plangebied is uitgesloten. Conclusie: Binnen het plangebied komt de noordse winterjuffer niet voor. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. noordse winterjuffer is uitgesloten.

5.9

Algemene zorgplicht

Voor alle soorten geldt de algemene zorgplicht. Onderstaand wordt een aantal maatregelen beschreven om aan de algemene zorgplicht te voldoen: • De werkzaamheden worden bij voorkeur alleen overdag, tussen zonsopgang en zonsondergang uitgevoerd. Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht; • Na zonsondergang wordt het gebruik van kunstlicht zoveel mogelijk beperkt en uitstraling van licht naar de omgeving voorkomen; • Er wordt één richting opgewerkt, zodat kleine (zoog)dieren van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten. Houd hierbij rekening met vluchtwegen (werk dus niet richting een doodlopende hoek) en zorg dat de dieren voldoende vrije ruimte hebben; • De aannemer maakt enkel gebruik van de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Zo wordt onnodige verstoring van dieren en planten voorkomen; • Wanneer de werkzaamheden gedurende langere tijd stilliggen, dient het terrein vóór herstart van de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een erkend ecoloog.

6

Toets gebiedsbescherming

6.1

Natura-2000

Het plangebied ligt op circa 4,6 kilometer afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Alde Feanen. Verder ligt op 5,8 km het Natura 2000-gebied Van Oordt’s Merksen en op 8,1 km het Natura 2000-gebied Wijnjeterper Schar. Door de grote afstand en de aard van de ingreep zijn vrijwel alle negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de ingreep op voorhand uit te sluiten. Alleen stikstofuitstoot kan mogelijk een effect hebben op Natura 2000-gebieden.

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

18

Projectgerelateerd

Figuur 6-1 Ligging plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (geel) (www.natura2000.nl).

De stikstofdepositie binnen dit project is afkomstig van (groot) materieel dat wordt ingezet gedurende de aanlegwerkzaamheden. Daarnaast kunnen er effecten optreden in de eindsituatie door het gebruik van het kantoor en de loods. De effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen bestaan uit verruiging van habitattypen of leefgebieden van soorten. Een AERIUS-berekening is noodzakelijk om de effecten van stikstofdepositie te kunnen duiden.

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

19

Projectgerelateerd

6.2

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied maakt geen deel uit van de EHS en grenst niet aan percelen die deel uitmaken van het EHS. De EHS ligt op meer dan 500 meter afstand tot het plangebied. Gelet op de relatief kleine ingreep en de relatief grote afstand tot het dichtstbijzijnde gebeid dat deel uitmaakt van de EHS zijn negatieve effecten uitgesloten. De ingreep heeft geen effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied dat onderdeel is van EHS. Het plangebied is echter wel volledig aangewezen als beheergebied en natuur buiten EHS. Voor beheergebied en Natuur buiten de EHS geldt dat de ruimtelijke ingreep afgewogen moet worden ten opzichte van de natuurwaarden en dat schade aan natuurwaarden door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt als fysiek-ruimtelijk en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is. Daarnaast moet de resterende schade aan natuurwaarden zoveel mogelijk worden gecompenseerd als fysiek-ruimtelijk en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is. Het voorgenomen plan wordt zoveel mogelijk landschappelijk ingepast en er wordt rekening gehouden met de aanwezige natuurwaarden. Daarnaast vindt er aanplant plaats van nieuwe bomen, mede om het industrieterrein of te schermen van de omgeving.

Geadviseerd wordt om met de provincie Friesland (bevoegd gezag) af te stemmen of de inrichting zoals beschreven in het landschappelijke inpassingsplan voldoende is om de ontwikkeling mogelijk te maken.

Figuur 6-2 Ligging plangebied (rode arcering) ten opzichte van EHS (Provincie Friesland, 2020).

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

20

Projectgerelateerd

7

Conclusie en aanbevelingen

7.1

Soortbescherming

Broedvogels Tijdens de aanlegfase kunnen beschermde nesten van broedvogels worden beschadigd/ vernield, hetgeen een overtreding is van de Wnb. Om een overtreding van de Wnb met zekerheid te voorkomen moeten de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van 1 maart tot 1 september (afhankelijk per soort en klimatologische omstandigheden). Daarnaast is tijdens het veldbezoek een horst waargenomen. Het is niet uitgesloten dat deze wordt omgebouwd tot volwaardig nest voor buizerd, ransuil of sperwer. Door de werkzaamheden kan het nest zijn functie verliezen. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. jaarrond beschermde nesten is op voorhand niet uitgesloten. Om uit te sluiten of vast te stellen of vast te stellen dat het nest in gebruik is door een soort waarvan het nest jaarrond beschermd is (buizerd, sperwer of ransuil worden mogelijk verwacht) is nader onderzoek nodig. Dit onderzoek moet plaatsvinden in het broedseizoen van deze soorten dat globaal loopt van 1 maart t/m 1 augustus. Overige soortgroepen Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. andere soortgroepen is uitgesloten. Een ontheffing in het kader van de Wnb hoeft voor deze soortgroepen niet aangevraagd te worden.

Om aan de zorgplicht te voldoen kunnen de volgende maatregelen worden genomen: • De werkzaamheden worden bij voorkeur alleen overdag, tussen zonsopgang en zonsondergang uitgevoerd. Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht; • Na zonsondergang wordt het gebruik van kunstlicht zoveel mogelijk beperkt en uitstraling van licht naar de omgeving voorkomen; • Er wordt één richting opgewerkt, zodat kleine (zoog)dieren van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten. Houd hierbij rekening met vluchtwegen (werk dus niet richting een doodlopende hoek) en zorg dat de dieren voldoende vrije ruimte hebben; • De aannemer maakt enkel gebruik van de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Zo wordt onnodige verstoring van dieren en planten voorkomen; • Wanneer de werkzaamheden gedurende langere tijd stilliggen, dient het terrein vóór herstart van de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een erkend ecoloog. Door bovenstaande maatregelen op te volgen wordt invulling gegeven aan de algemene zorgplicht uit de Wnb.

7.2

Gebiedsbescherming

Natura 2000-gebieden Alleen stikstofdepositie kan mogelijk een effect hebben op Natura 2000-gebieden in de omgeving van het project. Een AERIUS-berekening is noodzakelijk om de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden te kunnen duiden. Op basis van de berekening kan worden beoordeeld of voor de werkzaamheden een vergunning nodig is in het kader van de Wnb. Ecologische hoofdstructuur De werkzaamheden hebben geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van gebied dat onderdeel is van de EHS. Het plangebied is echter wel volledig aangewezen als beheergebied en natuur buiten EHS. Voor beheergebied en Natuur buiten de EHS geldt dat de ruimtelijke ingreep afgewogen moet 28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

21

Projectgerelateerd

worden ten opzichte van de natuurwaarden en dat schade aan natuurwaarden door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt als fysiek-ruimtelijk en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is. Daarnaast moet de resterende schade aan natuurwaarden zoveel mogelijk worden gecompenseerd als fysiek-ruimtelijk en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is. Het voorgenomen plan wordt zoveel mogelijk landschappelijk ingepast en er wordt rekening gehouden met de aanwezige natuurwaarden. Daarnaast vindt er aanplant plaats van nieuwe bomen, mede om het industrieterrein of te schermen van de omgeving. Geadviseerd wordt om met de provincie Friesland (bevoegd gezag) af te stemmen of de inrichting zoals beschreven in het landschappelijke inpassingsplan voldoende is om de ontwikkeling mogelijk te maken.

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

22

Projectgerelateerd

8

Bronvermelding

https://globespotter.cyclomedia.com. https://ndff-ecogrid.nl/ https://www.vleermuisnet.nl https://www.vlinderstichting.nl https://www.zoogdiervereniging.nl https://www.natura2000.nl http://www.geaflecht.nl/warf

28 april 2020

IN KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING

BH1057WATRP2004221136

23

De Steven 57, Industrieterrein de Haven

Bijlage 2 Activiteitenplan Buizerd

32 ld)

"De Steven 57, Industrieterrein de Haven" (vastgeste

RAPPORT Activiteitenplan Buizerd uitbreiding Sterk Heiwerken In het kader van de Wnb Klant:

Sterk Heiwerken

Referentie: BH1057WATRP2006021038 Status:

S0/P01.01

Datum:

10 juni 2020

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Chopinlaan 12 9722 KE GRONINGEN Netherlands Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 53 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Activiteitenplan Buizerd uitbreiding Sterk Heiwerken Ondertitel: In het kader van de Wnb Referentie: BH1057WATRP2006021038 Status: P01.01/S0 Datum: 10 juni 2020 Projectnaam: Sterk Drachten Projectnummer: BH1057 Auteur(s): Jerry Olthuis

Opgesteld door: Jerry Olthuis Gecontroleerd door: Arne Kijk in de Vegte Datum/paraaf: Juni 2020 Goedgekeurd door: Jitze Terpstra Datum/paraaf: Juni 2020

Classificatie Projectgerelateerd

Disclaimer Niets uit deze specificaties/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van HaskoningDHV Nederland B.V.; noch mogen zij zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor deze specificaties/drukwerk ten opzichte van anderen dan de personen door wie zij in opdracht is gegeven en zoals deze zijn vastgesteld in het kader van deze Opdracht. Het geïntegreerde QHSE-managementsysteem van HaskoningDHV Nederland B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 en ISO 45001:2018. 10 juni 2020

IN HET KADER VAN DE WNB

BH1057WATRP2006021038

ii

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Algemene informatie

1

2

Werkzaamheden en planning

2

2.1

Huidige situatie

2

2.2

Doel van de activiteiten

4

2.3

Beschrijving van de werkzaamheden

4

2.4

Planning

5

3

Verbodsbepalingen

6

3.1

Beschermingsregime Vogelrichtlijnsoorten

6

3.1.1 Opzettelijk doden of vangen van Vogelrichtlijnsoorten 3.1.2 Opzettelijk vernielen, wegnemen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van Vogelrichtlijnsoorten 3.1.3 Rapen van eieren en deze onder zich te hebben van Vogelrichtlijnsoorten 3.1.4 Opzettelijk storen van Vogelrichtlijnsoorten

6

4

Ecologische inventarisatie: achtergrond en resultaten

7

5

Effecten

10

5.1

Effect werkzaamheden: kwaliteit

10

5.1.1

Buizerd

10

5.2

Effect werkzaamheden: kwantiteit

10

5.2.1

Buizerd

10

5.3

Effect werkzaamheden: monitoring

10

6

Belangenafweging

11

6.1

Wettelijke belangen uit de wet natuurbescherming

11

7

Alternatievenafweging

12

8

Gunstige staat van instandhouding

13

8.1

Staat van instandhouding

13

8.2

Afbreuk gunstige staat van instandhouding

13

8.3

Zorgvuldig handelen

13

9

Mitigerende maatregelen

14

9.1

Voorgestelde mitigerende maatregelen

14

9.2

Doel maatregelen

14

10 juni 2020

IN HET KADER VAN DE WNB

BH1057WATRP2006021038

iii

6 6 6

Projectgerelateerd

9.3

Effectiviteit maatregelen

14

9.4

Afhankelijk

14

9.5

Uitvoering maatregel: monitoren

14

10 juni 2020

IN HET KADER VAN DE WNB

BH1057WATRP2006021038

iv

Projectgerelateerd

1

Algemene informatie

Projectnaam: Uitbreiding Sterk Drachten Naam aanvrager: Sterk Heiwerken

10 juni 2020

IN HET KADER VAN DE WNB

BH1057WATRP2006021038

1

Projectgerelateerd

2

Werkzaamheden en planning

2.1

Huidige situatie

Sterk Heiwerken is bezig met het plannen van een uitbreiding van hun bedrijfsterrein aan de Steven in Drachten. Op dit moment ligt hier een groenstrook in eigendom van de Gemeente Smallingerland. De groene afscheiding zorgt ervoor dat de bedrijvigheid vanaf de waterzijde niet als zodanig wordt ervaren. Wanneer de plannen voor nieuwbouw gerealiseerd worden komt een gedeelte van de groenstrook te vervallen. De uitbreiding van Sterk Heiwerken bestaat uit een nieuw te bouwen loods (620 m²) en een nieuw te bouwen kantoor (748 m²). Het plangebied bevindt zich in de zuidwesthoek van een industrieterrein gelegen ten noordwesten van Drachten. Het plangebied wordt ten noorden, westen en zuiden begrenst door bosschage. Ten oosten wordt het plangebied begrenst door industrieterrein. Het plangebied bestaat uit een bosperceel. Het bosperceel is dicht begroeid en bestaat voornamelijk uit zwarte els met plaatselijk enkele berken, populieren, esdoorn en wilg. In figuur 2-1, 2-2 en 2-3 is de ligging van het plangebied weergegeven. In figuur 2-4 is een impressie van het plangebied weergegeven.

Figuur 2-1: Luchtfoto met de ligging van het plangebied (rode lijn), Bron: Cyclomedia.

10 juni 2020

IN HET KADER VAN DE WNB

BH1057WATRP2006021038

2

Projectgerelateerd

Figuur 2-2: Luchtfoto met globale ligging van het plangebied (rode cirkel), Bron: Cyclomedia.

Figuur 2-3 Plangebied (lichtblauw gearceerd). Bron: Sterk Heiwerken

10 juni 2020

IN HET KADER VAN DE WNB

BH1057WATRP2006021038

3

Projectgerelateerd

Figuur 2-4: Impressie van het plangebied en omgeving. Linksboven: Terrein van Sterk Heiwerken met rechts het plangebied. Rechtsboven en rechtsonder: Bos ter hoogte van het plangebied. Linksonder: Grote waterpartij enkele tientallen meters ten westen van het plangebied (foto’s RHDHV).

2.2

Doel van de activiteiten

Het project heeft tot doel om het bestaande bedrijfsterrein van Sterk Heiwerken uit te breiden met een nieuwe loods en kantoor en waarbij deze zo landschappelijk mogelijk wordt ingepast.

2.3

Beschrijving van de werkzaamheden

Sterk Heiwerken is bezig met het plannen van een uitbreiding van hun bedrijfsterrein aan de Steven in Drachten. De uitbreiding van Sterk Heiwerken bestaat uit een nieuw te bouwen loods (620 m²) en een nieuw te bouwen kantoor (748 m²). Voor de nieuwbouw van een kantoor en een loods moet een gedeelte van de groenstrook worden gekapt. De locatie wordt zoveel mogelijk landschappelijk ingepast. Dit betekent dat zoveel mogelijk karakteristieke bomen gespaard blijven en nieuwe bomen worden aangeplant (zie figuur 2-5). Er worden geen watergangen/waterpartijen gedempt. Ten behoeve van de werkzaamheden wordt groot materieel ingezet zoals graafmachines, hijskranen en dumpers. Vooralsnog is onbekend wanneer de uitbreiding gaat starten.

10 juni 2020

IN HET KADER VAN DE WNB

BH1057WATRP2006021038

4

Projectgerelateerd

Figuur 2-5 Schets toekomstige inrichting met bestaande en nieuw aan te planten bomen.

2.4

Planning

Vooralsnog is onbekend wanneer de uitbreiding gaat starten.

10 juni 2020

IN HET KADER VAN DE WNB

BH1057WATRP2006021038

5

Projectgerelateerd

3

Verbodsbepalingen

3.1

Beschermingsregime Vogelrichtlijnsoorten

3.1.1

Opzettelijk doden of vangen van Vogelrichtlijnsoorten

Niet van toepassing omdat er mitigerende maatregelen worden getroffen, waarmee voorkomen wordt dat beschermde vogels opzettelijk worden gedood of gevangen.

3.1.2

Opzettelijk vernielen, wegnemen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van Vogelrichtlijnsoorten

De horst bevindt zich binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Door de nieuwe situatie kan het nest zijn functionaliteit verliezen. Hiermee is sprake van overtreding van deze verbodsbepaling en hiervoor wordt ontheffing aangevraagd. De overige werkzaamheden leiden door toepassing van mitigerende maatregelen niet tot opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren.

3.1.3

Rapen van eieren en deze onder zich te hebben van Vogelrichtlijnsoorten

Niet van toepassing.

3.1.4

Opzettelijk storen van Vogelrichtlijnsoorten

Het bosje waaraan gewerkt wordt vormen slecht een klein deel van het leefgebied van de buizerd. In de omgeving blijven voldoende (agrarische) graslanden aanwezig voor de buizerd om te foerageren. Er is dus geen sprake van verstoring en deze zal zeker geen wezenlijke invloed hebben op de staat van instandhouding van de buizerd waardoor geen sprake is bovenstaande verbodsovertreding uit de Wet natuurbescherming.

10 juni 2020

IN HET KADER VAN DE WNB

BH1057WATRP2006021038

6

Projectgerelateerd

4

Ecologische inventarisatie: achtergrond en resultaten

In 2020 is een natuurtoets opgesteld door Royal HaskoningDHV voor dit project (zie losse bijlage meegestuurd bij de aanvraag). Uit deze natuurtoets bleek dat binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden een horst aanwezig was. De locatie van het nest is weergegeven in Figuur 4-1. Door de nieuwe situatie kan het nest zijn functionaliteit verliezen. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. jaarrond beschermde nesten is op voorhand niet uitgesloten. Om uit te sluiten of vast te stellen of vast te stellen dat het nest in gebruik is door een soort waarvan het nest jaarrond beschermd is (buizerd, sperwer of ransuil werden mogelijk verwacht) is nader onderzoek gedaan. Op 6 mei is een aanvullend veldbezoek verricht door Arne kijk in de Vegte, ecoloog van RHDHV.

Figuur 4-1: Locatie buizerdhorst (weergegeven in rood), bron: Cyclomedia.

10 juni 2020

IN HET KADER VAN DE WNB

BH1057WATRP2006021038

7

Projectgerelateerd

Figuur 4-2 Situering buizerdhorst ten opzichte van de nieuwe situatie

10 juni 2020

IN HET KADER VAN DE WNB

BH1057WATRP2006021038

8

Projectgerelateerd

Tijdens het aanvullend veldbezoek is een buizerd aangetroffen op het nest. Na het betreden van het bosje vloog de buizerd op van het nest. Dit concludeert dat het nest in gebruikt is door de buizerd. De buizerd is de talrijkste broedende roofvogel in Nederland en ook rond het onderzoeksgebied vrij algemeen. De totale populatie in Nederland wordt geschat op 10.000 - 17.000 broedparen 1. Uitgegaan mag worden dat de buizerd deel uitmaakt van de gehele populatie en er uitwisseling plaats vindt tussen verschillende territoria.

1

https://www.sovon.nl/nl/soort/2870

10 juni 2020

IN HET KADER VAN DE WNB

BH1057WATRP2006021038

9

Projectgerelateerd

5

Effecten

In de directe omgeving staan voor zover bekend geen andere projecten op de planning die effecten hebben op de buizerd. Er is daarom geen sprake van cumulatieve effecten.

5.1

Effect werkzaamheden: kwaliteit

5.1.1

Buizerd

Bij het kappen van een deel van het bosje voor de uitbreiding van het bedrijfsterrein kan de functionaliteit van een buizerdnest verloren gaan. De nieuwe te realiseren loods en het kantoor bevinden zich binnen zeer waarschijnlijk binnen de verstoringsafstand van de buizerd, waardoor deze ongeschikt kan worden als nestplaats. Nesten van buizerd zijn jaarrond beschermd. In de directe omgeving zijn echter voldoende alternatieven aanwezig. In het noordelijk deel van het bosje zijn voldoende alternatieve nestplaatsen aanwezig, met voldoende grote bomen die nog niet bezet zijn door andere broedparen, zie Figuur 5-1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10603673/1