Bijlage 2 Vastgesteld BP Toelichting
Tekst van het document
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Opzet van het bestemmingsplan Leeswijzer
3 3 3 5 7 7
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Beschrijving van het plan Bestaande situatie Toekomstige situatie
8 8 9
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
13 13 14 16
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
Milieu- en omgevingsaspecten Algemeen Bodem Water Erfgoed Ecologie Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Verkeer en parkeren Kabels en leidingen MER-toets
18 18 18 18 20 22 24 26 28 31 34 36 37
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische plantoelichting Plansystematiek Toelichting op de regels
38 38 38
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
41
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Inspraak, overleg en zienswijzen Vooroverleg Zienswijzen
42 42 43
2
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
In het zuiden van Drachten, aan de Eikesingel, ligt het Eikekwartier. Gelegen aan de Eikesingel en nabij de Zuiderhogeweg vormt het Eikekwartier een belangrijke entree voor de stad. In de bestaande situatie kent de locatie een gemengd gebruik door basisschool 'De Parel', het voormalige Marathon-hotel en de voormalige kerk/ontmoetingsplek 'Ichtushuis'. De Parel verhuist in 2023 naar een nieuw gebouw, het Marathon-hotel en Ichtushuis zijn niet meer als zodanig in gebruik. Het Eikekwartier is vanwege de leegstand en het vrijkomen van de bebouwing aangemerkt als ontwikkelingslocatie. Het vrijkomen van de bebouwing van het Eikekwartier, de bijkomende ontwikkelingsmogelijkheden en de ambitie van de gemeente om 1.100 woningen te bouwen tussen 2020 en 2025, maken het Eikekwartier tot een geschikte locatie voor een integrale gebiedsontwikkeling. Initiatiefnemer is daarom voornemens de bestaande bebouwing te slopen en hiervoor in de plaats woningen en zorg te realiseren voor verschillende doelgroepen, verdeeld over vier gestapelde woongebouwen. Bij de ontwikkeling wordt sterk de nadruk gelegd op het verbeteren van het Eikekwartier als entree van de stad met aandacht voor doorzichten, stedenbouwkundige inpassing met variëteit en een collectief landschap met de nadrukkelijke aanwezigheid van groen en water. Dit komt de plaatselijke ruimtelijke kwaliteit ten goede.
De beoogde ontwikkeling is binnen het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk, derhalve is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet daarmee in een passend juridisch-planologisch kader waarbinnen de ontwikkeling mogelijk is.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Ligging Het Eikekwartier is gelegen tussen de Eikesingel en de Bouriciuslaan, ten zuidwesten van het centrum van Drachten in de wijk 'De Singels'. Eikesingel 64 (Marathon-hotel), Burmanialaan 100 (Ichtushuis) en Eikesingel 62 (De Parel) bevinden zich in het plangebied. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een woonwijk, ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van de Eikesingel, zijn verschillende sportverenigingen en -velden gesitueerd. De Eikesingel betreft een belangrijke verkeersader voor de ontsluiting van het zuiden van de stad. Verder ten zuiden ligt de A7 welke Sneek en Groningen met elkaar verbindt. Figuur 1.1 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving.
3
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Figuur 1.1 ligging plangebied ten opzichte van de omgeving
Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergeven. Voor de begrenzing van het plangebied zijn de kadastrale percelen van de gemeente Drachten, sectie C, nummers 7379 (ged.), 8457 (ged.), 9856 (ged.), 10077 (ged.), 10195 en 10520 (ged.) aangehouden. Het plangebied heeft een gezamenlijke oppervlakte van circa 11.700 m2. Voor de exacte begrenzing van voorliggend bestemmingsplan wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit plan.
4
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Figuur 1.2 begrenzing plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Bestemmingsplan 'Bestemmingsplan De Singels' Het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied betreft het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan De Singels' welke onherroepelijk is vastgesteld op 18-09-2018. Figuur 1.3 toont het bestemmingsplan ten opzichte van het plangebied. De van toepassing zijnde enkelbestemmingen en maatvoeringen zijn van links naar rechts weergeven in de legenda. Het Eikekwartier kent de bestemming 'Horeca - 4' ter plaatse van het voormalige hotel en de bestemming 'Maatschappelijk - 1' ter plaatse van de voormalige kerk en de basisschool. In de bestemmingen liggen bouwvlakken met maatvoeringen. Op het plangebied zijn geen dubbelbestemmingen of aanduidingen van toepassing.
5
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Figuur 1.3 uitsnede bestemmingsplan 'Bestemmingsplan De Singels'
Horeca - 1 De verschillende horecagelegenheden in het bestemmingsplan zijn bestemd als ‘Horeca – 1’ of ‘Horeca – 4’. Het betreft de snackbar, het hotel en het congrescentrum. Deze tweedeling is gemaakt op basis van het type horecabedrijf dat ter plaatse wenselijk wordt geacht. Maatschappelijk - 1 De maatschappelijke voorzieningen in het bestemmingsplan, zoals onderwijsinstellingen, welzijnsinstellingen, religieuze instellingen, tandartsen- en huisartsenpraktijken en het politiebureau zijn bestemd als ‘Maatschappelijk – 1’ of ‘Maatschappelijk – 2’. Deze tweedeling is gemaakt op basis van de indeling in milieucategorieën uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Binnen deze bestemmingen is een zekere uitwisselbaarheid van de verschillende maatschappelijke functies mogelijk waarmee de nodige flexibiliteit geboden wordt. Verkeer - Verblijf De wegen die vooral een ontsluitende functie en een verblijfsfunctie kennen, zijn bestemd als ‘Verkeer – Verblijf’. De Burmanialaan is in het plangebied gesitueerd. De vigerende regels zijn in voorliggend bestemmingsplan overgenomen. Groen Het noordwestelijke deel van het plangebied kent de bestemming groen. Ter plaatse zijn onder andere groenvoorzieningen, watervoorzieningen, wegen, paden en daarbijbehorende verhardingen toegestaan. Wegens de sanering van parkeervoorzieningen aan de Eikesingel zijn nieuwe parkeerplaatsen noodzakelijk.
Een deel van deze compensatie wordt hier aan de Bouriciuslaan mogelijk gemaakt.
Strijdigheid De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van vier woon(zorg)gebouwen. Het gebruik van de gronden ten behoeve van woondoeleinden is niet mogelijk conform de bestemmingsomschrijvingen van 'Horeca - 1' en 'Maatschappelijk - 1'. Ook het realiseren van parkeerplaatsen ter plaatse van de groenbestemming aan de Bouriciuslaan is in strijd met het bestemmingsplan
6
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
omdat 'het parkeren' geen onderdeel is van de doeleindenomschrijving.
Bestemmingsplan 'Parapluplanbestemmingsplan Wonen in Smallingerland' Op 6 juli 2021 is het bestemmingsplan 'Parapluplanbestemmingsplan Wonen in Smallingerland' vastgesteld. Aanleiding voor het bestemmingsplan was dat het onbedoeld mogelijk was woningen te gebruiken voor kamerverhuur of splitsing. Het bestemmingsplan biedt de juridische regeling om dit tegen te gaan. Het bestemmingsplan heeft betrekking op wonen en is derhalve relevant voor voorliggend plan. In voorliggend bestemmingsplan is voor zover mogelijk aangesloten bij de in dit bestemmingsplan opgenomen begrippen en bepalingen.
1.4
Opzet van het bestemmingsplan
Het bestemmingsplan "Drachten - Eikekwartier" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij de toelichting; verbeelding; regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding is de bestemming van de in het plangebied inbegrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemming zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van voorliggende toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij weergave en motivering van het bestemmingsplan en bij uitleg van verbeelding en planregels.
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied en de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende van invloed zijnde milieu- en omgevingsaspecten zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie en water die bij de totstandkoming van het bestemmingsplan zijn betrokken en beoordeeld. In Hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Hier wordt de juridische procedure tot vaststelling beschreven en verantwoord. In Hoofdstuk 6 worden de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan toegelicht, waarna tot slot in Hoofdstuk 7 de procedurele aspecten worden beschreven aan de hand van de onderwerpen vooroverleg, inspraak, zienswijzen en beroep.
7
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van het plan
Bestaande situatie
Historie De wijk De Singels werd gebouwd in de jaren 60 en 70 van de 20e eeuw en ligt ingeklemd tussen de Zuiderhogeweg, Eikesingel, Burgemeester Wuiteweg en de Gauke Boelensstraat. De structuur is vrij gevarieerd wat mede veroorzaakt is door de geleidelijke ontwikkeling en groei van de wijk. In de wijk was ooit een drafbaan gevestigd met de naam 'drafbaan Drachten'. Door bezuinigingen van de Stichting Nederlandse Draf- en Rensport is deze baan in de jaren 90 opgegeven en kwam de grond in eigendom van de gemeente Smallingerland. De gemeente heeft dit gebied in het begin van de 21e eeuw samen met een projectontwikkelaar herontwikkeld tot een combinatie van wonen en recreëren. Het gebied is omgevormd tot een stadspark met woningen. Verder zijn er waterpartijen en een (zwem)vijver gecreëerd.
Figuur 2.1 historisch gebruik plangebied Hedendaags De Singels is een wijk aan de zuidwestzijde van het centrum van Drachten. De wijk werd in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw gebouwd en ligt ingeklemd tussen de Zuiderhogeweg, Eikesingel, Burgemeester Wuiteweg en de Gauke Boelenstraat. De Eikesingel is onderdeel van de historische ontwikkelingslijnen van Drachten en wordt gekenmerkt door een brede groene laanstructuur die de kern verbindt aan het landelijk gebied. De Eikesingel fungeert, als afrit vanaf de Westelijke rondweg, als een belangrijke stadsentree vanaf de A7. Langs de Eikesingel is enerzijds de parkwijkstructuur met rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen zichtbaar, maar ook appartementen en het sportpark. In het Eikekwartier is in de bestaande situatie sterk verouderde bebouwing aanwezig. Onderstaande figuur 2.2 toont een luchtfoto van de bestaande situatie. Het voormalige Marathonhotel is sinds omstreeks 2010 niet meer als zodanig in gebruik en in vervallen staat. Ook het Ichtushuis is niet meer als zodanig in gebruik, het gebouw is in redelijke staat. Beide gebouwen hebben twee bouwlagen en een bouwhoogte van circa 8 meter. In het oostelijk deel van het plangebied is basisschool De Parel gevestigd. Het gebouw heeft drie bouwlagen met een bouwhoogte van circa 11 meter.
De grond rondom het gebouw is ingericht als schoolplein met parkeerplaatsen en is in grote mate verhard. Samen vormen de drie bouwmassa's een bijna aaneengesloten stuk bebouwing welke een onaantrekkelijke barrière vormen tussen het sportpark en de achterliggende woonwijk. Dit is duidelijk zichtbaar in figuur 2.3.
8
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Figuur 2.2 luchtfoto bestaande situatie
Figuur 2.3 inrichting bestaande situatie
2.2
Toekomstige situatie
Woongebouwen Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van vier gebouwen mogelijk. De bouwmassa's zijn vastgelegd in de verbeelding en planregels behorende bij het bestemmingsplan. Het definitieve aantal woningen dat wordt gerealiseerd is aan verandering onderhevig. Er moet daarom worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Op basis van de maximale planologische mogelijkheden en in de planfase beoogde doelgroepen (starters, senioren en (woon)zorgbehoevenden) betreft een representatief scenario de realisatie van 113 wooneenheden. Waarbij een afwijking naar boven tot 122 wooneenheden mogelijk is middels een afwijkingsbevoegdheid. Onderstaande figuur 2.4 toont een impressie van de beoogde stedenbouwkundige- en groene inpassing van de ontwikkeling. Figuur 2.5 toont een impressie van de
9
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
bouwvolumes en groenblauwe inrichting van het geheel. In Bijlage 1 Bouwenveloppe behorend bij de toelichting is het plan verder weergegeven.
Figuur 2.4 impressie stedenbouwkundige inrichting
Figuur 2.5 impressie stedenbouwkundige inpassing en volumes
Beeldkwaliteit bebouwing Voorliggend plan maakt de realisatie van vier gebouwen mogelijk. Ten behoeve van de herontwikkeling wordt, parallel aan onderhavig bestemmingsplan, nieuwe welstandseisen vastgesteld voor De Singels (stadsentree Eikekwartier). Bij de realisatie wordt rekening gehouden met dit welstandsbeleid en de handreiking beeldkwaliteit. Onderstaand figuur geeft een impressie van de nagestreefde beeldkwaliteit.
10
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Figuur 2.6 impressie stedenbouwkundige beeldkwaliteit Groen en water Het plangebied is opgenomen in het landschappelijk casco. Concreet betekent dit dat bij de ontwikkeling met enkele uitgangspunten rekening moet worden gehouden. De locatie ligt op de overgang tussen het centrum en de westelijke rondweg van Drachten. De locatie vormt reeds een belangrijke groene stadsentree vanwege de aanwezige laanbeplanting. Woningen zijn bewust georiënteerd op het groen. Met voorliggend plan worden deze kwaliteiten verder versterkt. Bij voorliggend plan wordt nadruk gelegd op het versterken van de laanstructuur Eikesingel. Het plan voorziet in geclusterd wonen verdeeld over vier woongebouwen. Het omliggende groen en water zal hierbij fungeren als collectief landschap en tuin. Aan de Eikesingel wordt een strook van enkele meters vrijgehouden voor groene inrichting gereserveerd met een opgaande groenstructuur van eiken. In aansluiting op de Burmanialaan wordt de realisatie van groen gecombineerd met de aanleg van nieuw oppervlaktewater. Dit oppervlaktewater wordt gerealiseerd in lijn met de bestaande watergang ten noorden en zuiden van het plangebied. De combinatie van groen en water voorziet hiermee in ruimtelijke kwaliteit. Met de investering in meer groen en de realisatie van nieuw oppervlaktewater wordt bovendien voorzien in waterbergingscapaciteit.
Vanwege klimaatverandering en het frequenter optreden van extreme regenbuien is het van belang dat hemelwater zo min mogelijk versneld wordt afgevoerd op bijvoorbeeld het riool. In de bestaande situatie is het plangebied grotendeels verhard. Als gevolg van voorliggend initiatief neemt de verharding af. De mate van versnelde afvoer neemt hierdoor ook af. Hemelwater infiltreert zoveel mogelijk op natuurlijke wijze in de bodem. Hemelwater van bebouwing wordt afgevoerd op het nieuwe oppervlaktewater.
11
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Figuur 2.7 impressie groenblauwe ruimtelijke kwaliteit Parkeren De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van nieuwe woon(zorg)eenheden. Als gevolg hiervan neemt de parkeerbehoefte toe. De haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling moet worden verantwoord. Daarbij moet rekening worden gehouden met het aspect parkeren en de realisatie van voldoende parkeerplaatsen. In de planregels zijn parkeerregels voor het bouwen opgenomen (lid 5.3.1 en lid 9.1). Hiermee is geborgd dat bij de realisatie van de individuele gebouwen zal worden voorzien in afdoende parkeerplaatsen. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening wordt in 4.10.2.2 Parkeren ingegaan op het aspect parkeren. In het kader van de beoogde ontwikkeling is een parkeeronderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt dat er voldoende ruimte aanwezig is om te voorzien in de parkeerbehoefte. Het plan voldoet hiermee aan het van toepassing zijnde parkeerbeleid.
12
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.
In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherpere keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In dit geval is geen sprake van een lokale ontwikkeling waarmee Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid is beschreven dat wanneer een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt dit plan een beschrijving omvat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het invullen van de vraag naar de behoefte en locatie zijn de volgende begrippen uit artikel 1.1.1. Bro van toepassing: 1. Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. 2. Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen.
Er moet daarom beoordeeld worden of er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Conform jurisprudentie is bij 11 woningen geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) en bij 12 woningen wel sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).
13
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Doorwerking in het onderhavige plan Toets aan begripsbepalingen 1.1.1. Bro Voordat de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt doorlopen, moet de vraag worden beantwoord of er wel sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van vier woon(zorg)gebouwen mogelijk. Gelet op de begripsomschrijvingen is daarmee sprake van een woningbouwlocatie en derhalve een stedelijke ontwikkeling. Vervolgens moet worden bepaald of de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Wanneer een ontwikkeling voorziet in de reducering of verplaatsing van bebouwing wordt dit niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. In de bestaande situatie zijn in het plangebied een hotel, een religieus c.q. ontmoetingsgebouw en een basisschool gesitueerd.
Op basis van de maximale planologische mogelijkheden en in de planfase beoogde doelgroepen (starters, senioren en (woon)zorgbehoevenden) betreft een representatief scenario de realisatie van 113 eenheden. Hierbij is een afwijking naar boven tot 122 woningen mogelijk middels een afwijkingsbevoegdheid. Er is daarmee sprake van de ontwikkeling, ofwel toevoeging, van minimaal 113 eenheden. Dit is meer dan 12 woningen en er is derhalve sprake van een stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee van toepassing op het plan en de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden beschreven. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. Behoeftebepaling De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voor wonen kan dit schaalniveau de gemeentegrens overstijgen. Verhuisbewegingen geven hiervoor een goede indicatie. De Ladder verplicht niet in alle gevallen tot regionale afstemming. Op basis van de aard en de omvang van het woningbouwplan moet bepaald worden of regionale afstemming nodig is. Bij kleinschalige ontwikkelingen die geen gemeentegrens overstijgend effect hebben, is bovengemeentelijke afstemming niet nodig. In de bestaande situatie zijn in het plangebied geen woningen aanwezig.
Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van vier gebouwen mogelijk. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van een gevarieerd woonassortiment met als doelgroepen starters, senioren en (woon)zorgbehoevenden. In de woonvisie en het woningbouwprogramma van de gemeente Smallingerland is opgenomen dat behoefte bestaat aan een gevarieerd woningaanbod. De behoefte aan de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningen is onderbouwd in 3.3.2. Uit deze beoordeling volgt dat er zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin behoefte bestaat aan de ontwikkeling. Bestaand stedelijk gebied Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. In de provinciale omgevingsverordening is het plangebied aangeduid als bestaand stedelijk gebied. Bovendien kan, op basis van de begripsbepaling voor 'bestaand stedelijk gebied', worden gesteld dat met de bestaande inrichting van het plangebied, de vigerende planregels en bouwmogelijkheden, sprake is van bestaand stedelijk gebied. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan - het ruimtelijke besluit - maakt meer bebouwing mogelijk dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Derhalve is sprake van een nieuw beslag op de ruimte en dus is de Laddertoets van toepassing.
Uit het bovenstaande volgt dat aantoonbaar sprake is van behoefte aan de beoogde stedelijke ontwikkeling. Daarbij vindt de ontwikkeling plaats binnen bestaand stedelijk gebied door middel van de herontwikkeling van een verouderde locatie. Het plan voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele
Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is vertaald in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt onder andere voor leefbaarheid en dat leegstand en verpaupering van bebouwing wordt teruggedrongen. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit, en voor een gezonde leefomgeving.
14
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Voorliggend bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van het Eikekwartier mogelijk. In de bestaande situatie kent het plangebied verouderde bebouwing, waaronder een hotel en een religieus c.q. ontmoetingsgebouw, welke niet meer als zodanig in gebruik zijn. Het plan maakt de realisatie van vier moderne woongebouwen mogelijk nabij één van de stedelijke entrees van Drachten. Daarbij wordt voorzien in stedenbouwkundige en groenblauwe inpassing. Ook voorziet het plan in een gevarieerd woningbouwprogramma. Het plan gaat daarmee leegstand en verpaupering tegen en draagt in brede zin bij aan de woningvoorraad. Het plan ligt daarmee in lijn ligt met de omgevingsvisie.
3.2.2
Omgevingsverordening Friesland
Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. Met de verordening zijn concrete beleidsregels vastgelegd die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen (uit de Structuurvisie) doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijk plannen. Beleidsregels die van toepassing zijn op het voorliggende plan: Artikel 2.5.1 Reclame-uitingen 1. Een ruimtelijk plan voor landelijk gebied of voor gronden binnen een afstand van 400 meter gemeten vanaf de grens van de bestemming verkeersdoeleinden of een vergelijkbare bestemming voor een autosnelweg of een autoweg, bevat geen bouwmogelijkheid voor een reclamemast met een hoogte van meer dan 6 meter. Toets Voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in een dergelijke bouwmogelijkheid.
Artikel 3.1.2 Woonplan 3.1.1 1. Een ruimtelijk plan kan mogelijkheden voor woningbouw bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. 2. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan een woningbouwproject bevatten dat niet is opgenomen in een woonplan, indien: a. het woningbouwproject niet meer dan 3 woningen bevat dan wel, voor zover gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, niet meer dan 11 woningen bevat, en b. in de plantoelichting is gemotiveerd dat en op welke wijze overschrijding van het woningbouwprogramma van het woonplan kan worden voorkomen door uitwisseling of fasering van projecten. Toets 1. Op 20 april 2023 is de Regionale woondeal Zuidoost Fryslân ondertekend (gemeenten, provincie en Rijk). Hierin heeft de gemeente Smallingerland getekend voor de realisatie van 1.230 woningen tot en met 2030. Het Eikekwartier maakt onderdeel uit van de Ontwikkelstrategie. Geconcludeerd wordt dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met een woonplan dat schriftelijke instemming heeft van Gedeputeerde Staten. 2. Omdat wordt voldaan aan lid 1 is dit lid niet van toepassing op het onderhavige plan.
3.1.2 In afwijking van artikel 3.1.1 kan een ruimtelijk plan een woningbouwproject bevatten dat niet past in een woonplan, met inachtneming van de volgende voorwaarden: 1. de woningbouwcapaciteit van het ruimtelijk plan wordt ingepast in het regionale woningbouwprogramma, via uitwisseling van woningbouwcapaciteit op gemeentelijk of regionaal niveau, of door fasering van plannen; 2. indien het gaat om een Waddeneiland, wordt de woningbouwcapaciteit van het ruimtelijk plan ingepast in het gemeentelijke woningbouwprogramma, via uitwisseling van woningbouwcapaciteit op gemeentelijk niveau of door fasering van plannen; 3. de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw passen bij aard en schaal van de overige, het regionaal centrum of het stedelijk centrum; 4. voorafgaand aan het voorgeschreven wettelijk overleg over het ruimtelijk plan, is met Gedeputeerde Staten overleg gevoerd over de noodzaak van toevoeging van het project aan het woningaanbod in de gemeente. Toets Omdat wordt voldaan aan artikel 3.1.1 lid 1 is dit artikel niet van toepassing op het onderhavige plan.
Artikel 2.2.1 Archeologie 1. In de plantoelichting van een ruimtelijk plan wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de wijze van onderzoek naar en bescherming van archeologische waarden en verwachtingswaarden zoals aangegeven op de FAMKE. 2. Indien in een ruimtelijk plan wordt afgeweken van het bepaalde in het eerste lid wordt onderbouwd op welke wijze in een
15
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
vergelijkbare bescherming van archeologische waarden is voorzien. Toets 1. In het kader van onderhavig plan is een beoordeling van archeologische waarden ter plaatse van het plangebied gemaakt. Deze beoordeling is bijgevoegd in Bijlage 4 Archeologisch advies. In de beoordeling wordt geconcludeerd dat de archeologische verwachtingswaarde ter plaatse van het plangebied naar beneden kan worden bijgesteld. Hiermee is voldoende rekening gehouden met de ter plaatse geldende archeologische verwachtingswaarde op basis van de FAMKE. 2. Omdat wordt voldaan aan lid 1 is dit lid niet van toepassing op het onderhavige plan.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Smallingerland
De gemeenteraad van Smallingerland heeft op 1 maart 2022 de Omgevingsvisie Smallingerland vastgesteld. Hierin staan de principes en doelen die de gemeente Smallingerland heeft voor de inrichting, ontwikkeling en het beheer van de fysieke leefomgeving. De visie schets een toekomstbeeld voor 2040 en beschrijft vier opgaven om dit te realiseren. Het gaat om de volgende opgaven: 1. Actief inzetten op de versterking van Drachten als regionaal verzorgingsgebied. 2. Actief inzetten op de versterking van de innovatieve maakindustrie in Drachten. 3. Versterken van dorpen en wijken op het gebied van levendigheid en aantrekkelijkheid. 4. Versterken van de kwaliteit van het buitengebied. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Onderhavig plan heeft voornamelijk betrekking op de derde opgave, het versterken van de levendigheid en aantrekkelijkheid van Drachten. Deze opgave gaat over het behoud van al het moois wat er al is. En om het versterken van de omgevingskwaliteit. Maar vooral ook over het slim inspelen op de trends en ontwikkelingen in de gemeente. Voor wonen leidt dit tot de uitwerking 'Woningen voor iedereen'. De gemeente wil ervoor zorgen dat ruimte wordt gegeven aan het volgende: nieuwbouw van woningen en verandering van functies naar wonen, bouw van veel verschillende woningen, woningen voor kwetsbare doelgroepen of mensen die minder te besteden hebben.
Bestaande gebieden worden opgeknapt en nieuwe woongebieden worden gemaakt en er wordt ingezet op woonmilieus met een onderscheidende kwaliteit. Zowel voor woningbouw tot en met 2025 als daarna wordt de nadruk gelegd op bouw binnen bestaand stedelijk gebied en herontwikkeling van locaties. Daarbij dient focus te liggen op kwalitatieve eisen zoals ook verwoord in de woonvisie. Het plan is aan deze ambities getoetst in 3.3.2. Het plan voorziet in een toevoeging aan de woningvoorraad, dit is in lijn met de woningbouwplannen van de gemeente Smallingerland. Geconcludeerd wordt dat het plan bijdraagt aan het in de omgevingsvisie verwoordde.
3.3.2
Omgevingsgerichte woonvisie met woningbouwprogramma 2020 - 2025
In oktober 2020 heeft de gemeente Smallingerland haar omgevingsgerichte woonvisie met woningbouwprogramma vastgesteld. Smallingerland is nu en in de toekomst een aantrekkelijke gemeente om te wonen en leven. Een passende en prettige woning voor iedereen is daarbij cruciaal. In de woonvisie heeft de gemeente de volgende ambities geformuleerd: 1. Aantrekkelijke en gevarieerde nieuwbouw; Ruimte voor 1.000 woningen erbij in vijf jaar. 2. Duurzame woningvoorraad. Op weg naar energieneutraal. 3. Wijs met grijs; ruimte voor initiatieven gericht op senioren & woningaanpassing 4. We gaan voor 'mienskipssin' en vitale dorpen en wijken 5. Sociaal wonen; betere beschikbaarheid van woningen voor kwetsbare doelgroepen Door een in 2021 in opdracht van de gemeente door Companen uitgevoerde woningmarktverkenning is de woningbehoefte nader onderbouwd. Die behoefte ligt vooral bij sociale huurwoningen voor de lagere inkomens, geschikte woningen voor ouderen (levensloopbestendige woningen, vooral appartementen) en betaalbare woningen voor jonge huishoudens. De realisering van deze programmatische doelstelling is alleen mogelijk wanneer nieuwe locaties in ontwikkeling worden genomen.
De Ontwikkelstrategie definieert op welke wijze door de herontwikkeling van braakliggende gronden en vastgoedlocaties, die hun bestaande (maatschappelijke) functie hebben verloren of zullen verliezen, een bijdrage aan deze doelstelling kan worden geleverd. Uitgangspunt bij de herontwikkeling van al deze locaties is woningbouw. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Dit woningbouwinitiatief sluit aan bij de eerste en de derde ambitie van de woonvisie. De gemeente streeft naar een aantrekkelijke mix van woningtypen. In Drachten is een grote behoefte aan geschikte woningen voor ouderen. Levensloopgeschikte woningen en appartementen worden zoveel mogelijk bij voorzieningen geprogrammeerd. Het beoogde
16
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
woonprogramma, met deels levensloopwoningen en appartementen op korte afstand van het centrumgebied past daarmee naadloos in de omgevingsgerichte woonvisie en het woningbouwprogramma.
3.3.3
Regionale woningbouwafspraken 2020 - 2030, regio Zuidoost Fryslân
Op regionaal niveau zijn afspraken ten aanzien van woningbouw vastgelegd door gemeenten en provincie. De gemeenten Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf vormen samen de regio Zuidoost Fryslân. In 2022 zijn de regionale woningafspraken voor de periode 2020 - 2030 vastgelegd. Deze afspraken zijn gebaseerd op de bevolkings- en huishoudensprognoses voor de periode 2020 - 2050 die in 2020 zijn uitgebracht. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Op 20 april 2023 is de Regionale woondeal Zuidoost Fryslân ondertekend. Hierin zijn afspraken tussen gemeenten, provincie en het Rijk vastgelegd over woningaantallen. De gemeenten Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf vormen samen de regio Zuidoost Fryslân. Met de regionale woondeals bundelen de verschillende overheden hun krachten om de woningbouw in de regio te versnellen. De gemeente Smallingerland heeft in de regionale woondeal getekend voor minimaal 1230 woningen tot en met 2030. De locaties van de Ontwikkelstrategie, waaronder de locatie Eikekwartier, maken onderdeel uit van deze afspraken.
3.3.4
Welstand
Het welstandsbeleid van Smallingerland is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving dient te behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen met de openbare ruimte de dagelijkse leefomgeving van de mensen in Smallingerland. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Het doel van het welstandstoezicht is om, in alle openheid, een bijdrage te leveren aan de belevingswaarde van de gemeente Smallingerland. Door het opstellen van welstandsbeleid wil de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht inrichten. Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur van Smallingerland. Deze criteria zijn gebaseerd op de identiteit van Smallingerland en het architectonische vakmanschap en de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie worden aangetroffen. Op grond van de ruimtelijke ontwikkeling van Smallingerland en op basis van veldwaarnemingen is een indeling gemaakt naar ruimtelijk en functioneel samenhangende gebiedsdelen.
In Smallingerland zijn verschillende typen welstandsgebieden onderscheiden. Door de bouwplannen voor de woningen hieraan te toetsen, wordt een passende beeldkwaliteit geborgd. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De gemeente Smallingerland beschikt over uitgebreid welstandsbeleid. Per locatie zijn (objectgebonden) richtlijnen en uitgangspunten vastgelegd. Voorliggend bestemmingsplan respecteert het wensbeeld, maar past niet binnen de welstandscriteria. Hiervoor worden daarom, parallel aan dit bestemmingsplan, nieuwe welstandseisen vastgesteld.
17
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Algemeen
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten. Op basis van de maximale planologische mogelijkheden en in de planfase beoogde doelgroepen (starters, senioren en (woon)zorgbehoevenden) betreft een representatief scenario de realisatie van 113 woon(zorg)eenheden. Hierbij is middels een afwijkingsbevoegdheid de maximale realisatie van 122 wooneenheden onder voorwaarden mogelijk. In de milieuonderzoeken is derhalve het uitgangspunt dat 122 eenheden worden gerealiseerd aangehouden.
4.2
Bodem
4.2.1
Algemeen
Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Bovendien dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden indien gebouwen worden gerealiseerd voor menselijk verblijf.
4.2.2
Onderzoek
In het kader van de beoogde woningbouwontwikkeling heeft Enviso Ingenieursbureau in opdracht van de initiatiefnemer een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. De bij het onderzoek behorende rapportage is bijgevoegd als Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek. In het onderzoek wordt gesteld dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen bestaan voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Alleen bij afvoer van overtollige bovengrond dient rekening te worden gehouden met de bestemming, deze grond dient naar een erkende verwerker te worden afgevoerd.
4.2.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied geschikt is voor de beoogde herontwikkeling. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.3
Water
4.3.1
Algemeen
Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Beleidskader Europees- en rijksbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlakte waterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Op Rijksniveau is het Nationaal Waterplan het voornaamste beleidsplan. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiervoor worden genomen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.
18
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherpen van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; verbetering van de waterkwaliteit. Kaderrichtlijn Water (KRW) Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRWwaterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld.
De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-still principe, dit betekent dat de toestand van de wateren er niet op achteruit mag gaan. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen. Wetterskip Fryslan Het van toepassing zijnde beleid is vastgelegd in het waterbeheerprogramma 2022-2027. Dit programma is in samenwerking met de Provincie Fryslân opgesteld. De provincie is verantwoordelijk voor het Regionaal Waterprogramma 2022-2027 dat het kader is voor het waterbeheerprogramma. Het programma richt zich op het versterken van dijken, de aanleg van waterbergingsgebieden, het langer vasthouden van zoet water en de verbetering van de waterkwaliteit. Om de effecten van de klimaatverandering op te kunnen vangen zijn maatregelen en ruimtelijke keuzes onvermijdelijk.
4.3.2
Onderzoek
In het kader van de beoogde ontwikkeling is op 3 oktober 2022 de digitale watertoets uitgevoerd. Hiermee is het waterschap Wetterskip Fryslan over de beoogde ontwikkeling geïnformeerd. Het toetsingsdocument is bijgevoegd als Bijlage 3 Digitale Watertoets. Uit de watertoets is gebleken dat de normale procedure van toepassing is. In het kader van de beoogde ontwikkeling heeft vooroverleg plaatsgevonden met het waterschap. Aan de hand van dit vooroverleg zijn uitgangspunten opgesteld welke in het plan zijn verwerkt, ook wel de waterparagraaf. Waterparagraaf Toename verharding Het waterschap verzoekt initiatiefnemers inzichtelijk te maken in hoeverre het plan leidt tot een toename van verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater.
Bij het graven van extra oppervlaktewater worden de volgende compensatienormen gehanteerd: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Het plangebied is in de bestaande situatie in grote mate verhard, voorliggend plan leidt tot een afname van verharding. Daarbij wordt een nieuw oppervlaktewater gerealiseerd ten behoeve van hemelwaterberging en ruimtelijke kwaliteit. De realisatie van dit oppervlaktewater is geborgd in de planregels van de bestemmingen 'Groen' en 'Wonen - Woongebouw' van dit bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting. Het oppervlaktewater heeft een oppervlakte van circa 250 m2. Het waterbergend vermogen neemt hiermee in grote mate toe. Het plan voorziet daarmee in waterbergende maatregelen. Om het waterlichaam watervoerend te krijgen wordt deze verbonden met de bestaande waterlichamen ten noorden en zuiden van het plangebied middels duikers. Hemelwater van bebouwing wordt afgekoppeld op de nieuw te realiseren waterpartij. Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming.
Bovenstaande gevolgen van klimaatveranderingen hebben ook betrekking op het onderhavige plan. Bij extreme neerslag kan wateroverlast optreden, het is daarom van belang dat het plangebied een dergelijke regenbui kan verwerken. Ten behoeve van
19
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
waterberging wordt nieuw oppervlaktewater gerealiseerd in het plangebied. Water dat versnelt wordt afgevoerd (vanaf bestrating, bebouwing, verharding, etc.) wordt afgekoppeld op dit oppervlaktewater. Overige hemelwater infiltreert ter plaatse op natuurlijke wijze in de ondergrond. Het vertraagd afvoeren van hemelwater (middels riolering) heeft tot gevolg dat hemelwater beter in de ondergrond kan infiltreren. Dit komt de grondwaterstand ten goede wat de locatie minder kwetsbaar maakt ten tijde van droogte. Met het behouden en de realisatie van groen krijgt het plangebied een kwalitatieve impuls. Daarbij draagt groen bij aan de verkoeling van een locatie ten tijde van extreme hitte. Tot slot wordt toekomstbestendig gebouwd in die zin dat de gebouwen voldoende hoog worden gebouwd om eventuele schade bij een overstroming te beperken en minimaliseren.
4.3.3
Conclusie
In het informeel vooroverleg met het waterschap is het te realiseren waterlichaam besproken om mogelijke meekoppelkansen te identificeren. Het waterschap staat in de basis positief tegenover het plan en de wijze waarop met water wordt omgegaan. Bij de verdere planuitwerking wordt bepaald hoe de daadwerkelijke waterhuishoudkundige inrichting wordt gerealiseerd. Het plan is in lijn met het waterbeheerprogramma en schaadt geen waterbelangen. Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.4
Erfgoed
4.4.1
Archeologie
Algemeen In de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: "de veroorzaker betaalt". Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief "in situ" (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologie vriendelijke alternatieven. Sinds 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Zolang de Omgevingswet nog niet in werking is getreden, vallen de artikelen waarin de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zijn vastgelegd, nog in de overgangsregeling van de Erfgoedwet.
Onderzoek In het kader van onderhavige bestemmingsplanherziening is een archeologisch advies uitgebracht door Steunpunt Monumentenzorg Fryslân, dit advies is bijgevoegd als Bijlage 4 Archeologisch advies. Onderstaand worden de bevindingen beknopt toegelicht. Het aantal archeologische resten in en om het plangebied is zeer beperkt en werd uitsluitend aangetroffen in contexten waar ook nog veen resteert. In een straal van 500 meter is ten zuiden van het plangebied in 1965 één relevant complex aangetroffen. Dit gaat om de resten van een podium met resten van een leemvoer, waarbij ook gebruiksaardewerk uit de vroege tot Late Middeleeuwen (vanaf 725 n. Chr.) is aangetroffen. Wanneer het onderzoeksgebied wordt uitgebreid naar 1.000 meter, ligt op een kilometer ten westzuidwesten van het plangebied de resten van een kerk uit de Late middeleeuwen. Het feit dat voor beide complexen een podium werd aangelegd in het hoogveen, tegenover het humus houdend zanddek dat op dit moment slechts lokaal resteert, kan het grootschalig ingrijpen van de mens in dit gebied in het afgelopen millennium goed worden gereconstrueerd. De afstand tot archeologische vondsten alsmede het ontbreken van resterend veen in en om het plangebied, doen vermoeden dat er geen goed geconserveerde archeologische resten meer in het plangebied aanwezig kunnen zijn.
De huidige lage grondwaterstand, speelt hierbij ook een rol. Indien anorganisch materiaal aanwezig is geweest en resteert in het plangebied, moet bovendien rekening worden gehouden met de impact van egalisatie en de gevolgen van aanleg van moderne bebouwing in het vorige decennia, waarbij het behoud van archeologische resten geen criterium is geweest. De informatie- en essemblewaarde van hypothetische resten wordt in dat geval verondersteld zeer laag te zijn en zijn vergelijkbaar met een secundaire context. Conclusie De archeologische verwachting voor het Eikekwartier kan op basis van de bovengenoemde landschappelijke - en historische context naar beneden worden bijgesteld en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het opnemen van een archeologische
20
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
dubbelbestemming in het onderhavige bestemmingsplan wordt niet noodzakelijk geacht. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.4.2
Cultuurhistorie
Algemeen In de visie erfgoed en ruimte 'Kiezen voor karakter' (juni 2011) zet het Rijk uiteen hoe cultureel erfgoed wordt geborgd in de ruimtelijke ordening voor de periode 2011-2015. De moderne monumentenzorg is ontwikkelings- en gebiedsgericht. Bovendien vindt het Kabinet samenwerking met publieke en private partijen van belang. In de visie wordt het karakter van Nederland gevat in vier kenmerkende eigenschappen: waterland, stedenland, kavelland en vrij land. De gebiedsgerichte omgang met erfgoed vergt dat deze karakteristieken worden verbonden met opgaven uit andere sectoren en dat de economische, sociaal-culturele en ecologische kracht van het erfgoed beter wordt uitgebaat. Veranderingen in de monumentenzorg en de ruimtelijke ordening geven burgers en bedrijven meer ruimte en geven decentrale overheden meer vrijheden en verantwoordelijkheden. Iedere overheidslaag staat voor de taak zijn belangen zo veel mogelijk vooraf kenbaar te maken en waar nodig met regels te borgen. Het rijk is daarnaast verantwoordelijk voor een goed functionerend stelsel. Provincies krijgen een centrale rol in de gebiedsgerichte belangenafweging en gemeenten verbinden gevolgen aan een gebiedsgerichte analyse van erfgoedwaarden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het Rijk heeft gekozen voor vier prioriteiten van het gebiedsgerichte erfgoedbeleid in de komende jaren: 1.
werelderfgoed: de samenhang borgen en de uitstraling vergroten; 2. eigenheid en veiligheid: zee, kust en rivieren; 3. herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: met focus op groei en krimp; 4. levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie en ecologie; Onderzoek Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Onderstaand is een uitsnede van de kaartlagen opgenomen. Op basis van het hieronder opgenomen kaartbeeld zijn in de bestaande situatie in het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen of monumenten aanwezig. De met paars aangeduide gronden zijn aangewezen als "wederopbouwwijken" uit de periode 1960-1970. Hoewel de in het plangebied aanwezige bebouwing niet met paars is aangeduid, kan vanwege de samenhang en het kenmerkende karakter van het schoolgebouw worden gesteld dat dit gebouw wel degelijk onderdeel is van de wederopbouwwijk. De waarde van de Wederopbouwarchitectuur ligt vooral in de stedenbouwkundige structuren en de ruimtelijke opbouw van de wijk en de positie van de woonblokken en de ruime groenaanleg hierbinnen.
De wederopbouw is groot qua omvang en spreiding, en complex qua ontwerpkwaliteit, cultuurhistorisch belang en waardering. Het behoud of hergebruik van het schoolgebouw zou bijdragen aan de instandhouding van de cultuurhistorie van de wederopbouwwijk. Het schoolgebouw werd gebouwd in 1967 en is daarmee ruim 55 jaar oud. Het pand heeft een oppervlakte van circa 3.562 m2. Gelet op de beschikbare oppervlakte, de bouwtechnische -energetische staat van het gebouw en de beoogde nieuwbouw is het behoud of hergebruik van het gebouw niet mogelijk. Gelet op het gewenste eindbeeld is het vanuit kostentechnisch perspectief niet mogelijk om het bestaande gebouw te hergebruiken. Er is daarom gekozen voor sloop en nieuwbouw. Gesteld wordt dat het belang van gerealiseerde woningbouw (3.3.2 en 3.3.3) zwaarder weegt dan de beperkte afbreuk aan de cultuurhistorische waarde van de wederopbouwwijk.
21
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
Figuur 4.1 uitsnede cultuurhistorische beleidskaart
Conclusie Het bestaande schoolgebouw wordt geacht onderdeel uit te maken van de wederopbouwwijk en derhalve cultuurhistorische waarde te hebben. Vanwege het gewenste eindbeeld is het hergebruik van het bestaande gebouw niet rendabel en dus niet mogelijk. De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningbouw weegt zwaarder dan de afbreuk van cultuurhistorische waarde. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.5
Ecologie
4.5.1
Algemeen
Wet natuurbescherming De natuurwetgeving voor Nederland is per 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Binnen de wet zijn de beschermingsregimes voor Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden opgenomen als afzonderlijke hoofdstukken, waardoor de wet via duidelijke en eenvoudige regels voorziet in een heldere implementatie van de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen. Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Natura 2000 De wetgeving met betrekking tot Natura 2000-gebieden is vastgelegd in Hoofdstuk 2 van de Wet Natuurbescherming. Natura 2000-is de overkoepelende naam voor gebieden die op Europees niveau worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Vanuit deze richtlijnen worden specifieke diersoorten en hun habitat beschermd om de biodiversiteit te behouden, te herstellen of uit te breiden. Het ondernemen van projecten, plannen of activiteiten in en in de omgeving van een Natura 2000-gebied kan mogelijkerwijs leiden tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Indien het niet mogelijk is om negatieve effecten op voorhand uit te sluiten, dan is er sprake van een vergunningsplicht en moet een habitattoets uitgevoerd worden.
In een habitattoets worden de projecten, plannen of activiteiten getoetst op hun invloed op de instandhoudingsdoelstellingen en of (onder bepaalde voorwaarden) toestemming voor de uitvoering kan worden verleend. Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent naast het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden drie beschermingscategorieën
22
bestemmingsplan Drachten - Eikekwartier
onder het hoofdstuk 'soortbescherming': 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels op grond van de Vogelrichtlijn (art 3.1). 2. Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn (art. 3.5). 3. Nationaal beschermde 'andere soorten' (art.3.10) als vermeld in Bijlage A van de Wet Natuurbescherming alsmede alle de vaatplanten van de soorten genoemd in bijlage B van de Wet Natuurbescherming. De Soortbescherming is alleen (met uitzondering van de zorgplicht) van toepassing op soorten genoemd onder deze drie beschermingscategorieën. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Het NNN is ruimtelijk in de Provinciale Structuurvisie vastgelegd. Het vormt een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen deze gebieden. Ook de beheersgebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot het NNN. De planologische verankering van het NNN vindt plaats in (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Wanneer bij ruimtelijke ontwikkelingen een bestemmingsplan wijziging moet worden doorgevoerd dient altijd een 'Nee, tenzij'- toets te worden uitgevoerd.
Hierin wordt beoordeeld of er als gevolg van de voorgenomen maatregelen significante effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk optreden.
4.5.2
Onderzoek
Het plan voorziet in de sloop van de bestaande in het plangebied aanwezige bebouwing. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming optreden. In het kader van de beoogde ontwikkeling is derhalve in juli 2022 ecologisch onderzoek uitgevoerd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. Het bij het onderzoek behorende rapport is bijgevoegd als Bijlage 5 Quickscan Flora en Fauna. Onderstaand worden de bevindingen beknopt toegelicht. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied. De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Daarnaast hebben voorgenomen activiteiten een lokale invloedsfeer en geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Weidevogelgebied. Er hoeft dan ook niet getoetst te worden aan provinciaal beleid. Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties ten aanzien van provinciaal beleid. Het plangebied betreft tevens geen Natura 2000-gebied, echter geldt wel een externe werking. Om de wettelijke consequenties te kunnen vaststellen is een stikstofberekening uitgevoerd welke is bijgevoegd als Bijlage 7 Stikstofdepositieberekening.