Bijlage 2 - NRD ROP Smallingerland (Notitite Reikwijdte en Detailniveau)
Tekst van het document
RAPPORT Notitie Reikwijdte en Detailniveau Mer-procedure bij ROP Smallingerland Klant:
Gemeente Smallingerland
Referentie:
BK5190-MI-RP-250604-1158
Status:
Definitief/02
Datum:
15 oktober 2025
Projectgerelateerd
HASKONING NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 E-mail: info@haskoning.com Website: haskoning.com
Titel document: Ondertitel: Referentie: Uw kenmerk Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):
Notitie Reikwijdte en Detailniveau Mer-procedure bij ROP Smallingerland BK5190-MI-RP-250604-1158 Click or tap here to enter text. Definitief/02 15 oktober 2025 Mer ROP Smallingerland BK5190 Haskoning
Opgesteld door:
Haskoning
Gecontroleerd door:
Haskoning
Datum:
01 oktober 2025
Goedgekeurd door:
Haskoning
Datum:
01 oktober 2025
Classificatie:
Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 15 oktober 2025
BK5190-MI-RP-250604-1158
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Waarom een mer-procedure?
1
1.3
Rol van de NRD in de mer-procedure
2
1.4
Terinzagelegging van de NRD
2
1.5
Commissie voor de mer
2
1.6
Leeswijzer
2
2
Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief Smallingerland
3
2.1
Probleemstelling
3
2.2
Geschiedenis van het ROP
5
2.3
Doel van het ROP
5
2.4
De gemeente Smallingerland
5
2.5
Participatie
7
3
Onderzoeksmethode
8
3.1
Wonen
8
3.2
Werken
10
3.3
Energie
10
3.4
Gevoeligheidsanalyse
16
4
Effectbeoordeling
17
4.1
Toetsing doelbereik
17
4.2
Toetsing omgevingseffecten
17
4.3
Beoordelingsmethode
20
4.4
Inhoud van het OER
22
4.5
Passende beoordeling
22
5
Vervolgprocedure
23
5.1
Proces en tijdspad ROP Smallingerland
23
5.2
Proces en tijdspad mer-procedure
23
Bronnen
25
Bijlagen Bijlage 1: Begrippenlijst
15 oktober 2025
BK5190-MI-RP-250604-1158
iii
Projectgerelateerd
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Gemeente Smallingerland staat voor een aantal grote ruimtelijke opgaven. In haar Omgevingsvisie, die in 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld, heeft de gemeente hier al over nagedacht, maar de ruimtelijke invulling daarvan miste nog. De ruimtelijke opgaven kunnen met elkaar botsen of elkaar juist versterken. Om te bepalen waar de ruimtelijke opgaven het beste kunnen worden gerealiseerd, is gemeente Smallingerland in 2023 begonnen met het opstellen van een Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief (ROP). In het ROP wordt specifiek aandacht besteed aan drie grote ruimtevragende thema’s, namelijk wonen, werken en energieopwekking. De gemeente wil hiermee over een concreet ruimtelijk kader beschikken met heldere keuzes en denklijnen, in het verlengde van en als verdieping van de Omgevingsvisie. Binnen dit kader kunnen locatiekeuzes worden gemaakt voor de diverse ontwikkelingen. Bij het opstellen van het ROP wordt de procedure voor de milieueffectrapportage (mer) doorlopen en een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Het doel van de mer is om het belang van het milieu op een volwaardige manier mee te wegen bij de besluitvorming over in dit geval het ROP Smallingerland. Wat is mer, wat is MER en wat is OER? Mer staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure volgens de Omgevingswet waarin een MER wordt opgesteld.
MER staat voor ‘milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten van een mer. Als naast milieueffecten ook economische en sociale effecten worden meegenomen, wordt ook wel gesproken van een ‘omgevingseffectrapport’, ofwel OER.
1.2 Waarom een mer-procedure? Het ROP Smallingerland vormt een ruimtelijke uitwerking van de Omgevingsvisie Smallingerland en zal als Omgevingsprogramma, zoals bedoeld in artikel 3.4 Omgevingswet, worden vastgesteld. Het college is bevoegd om dit programma vast te stellen en het bindt ook alleen het college. In het kader van de voorbereiding van dit programma dient een planMER te worden opgesteld. De reden hiervoor is dat het programma kaderstellend is voor te nemen besluiten voor de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen: circa 3.000 woningen boven op de lokale behoefte/autonome groei, het uitbreiden van een bedrijventerrein met 44 ha en het realiseren van zonne- en windenergie. Uit de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit volgt dat in die situatie een planMER moet worden opgesteld (artikel 16.34, tweede lid en artikel 16.36, eerste lid Omgevingswet in combinatie met artikel 11.6 Omgevingsbesluit en kolom 1, onder J10 en J11 en mogelijk ook C2 van Bijlage V Omgevingsbesluit.) Daarnaast volgt de planmer-verplichting ook uit het gegeven dat er voor het ROP een Passende Beoordeling moet worden opgesteld (zie paragraaf 4.5). Dit blijkt uit artikel 16.36, tweede lid Omgevingswet. Gemeente Smallingerland wil de mer-procedure breder inzetten.
Ze wil niet alleen ingaan op milieueffecten, maar ook de sociale effecten (zoals gezondheids- en economische effecten en sociale verdeeldheid) in beeld brengen. Daarom wordt in het vervolg van deze notitie gesproken van een omgevingseffectrapport (OER) in plaats van een MER. Het OER geldt ook als een planMER nu aan de inhoudelijke eisen hiervoor uit de afdeling 16.4 Omgevingswet en afdeling 11.1 Omgevingsbesluit wordt voldaan.
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
1
Projectgerelateerd
1.3 Rol van de NRD in de mer-procedure Deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is de eerste stap in de mer-procedure. De NRD beschrijft wat in het OER onderzocht gaat worden, namelijk: 1 Welke alternatieven en beoordelingsaspecten onderzocht gaan worden (‘reikwijdte’), en; 2 Op welke manier de effecten van de gebiedsontwikkeling onderzocht gaan worden en met welke diepgang (‘detailniveau’).
1.4 Terinzagelegging van de NRD Van woensdag 29 oktober 2025 tot en met dinsdag 9 december 2025 ligt deze NRD ter inzage. Tijdens deze periode kan eenieder reageren op de aanpak van het OER ROP Smallingerland, zoals beschreven in deze NRD. Reacties in de vorm van zienswijzen kunnen op de volgende manieren bij de gemeente Smallingerland ingeleverd worden:
• Digitaal: per e-mail, naar ez@smallingerland.nl. Vermeld op uw zienswijze dat deze betrekking heeft op de NRD bij het ROP.
• Schriftelijk: mocht het niet lukken uw zienswijze online in te dienen, dan kunt u dit ook schriftelijk of mondeling doen. Uw schriftelijke zienswijze kunt u richten aan: het College van burgemeester en wethouders van Smallingerland, Postbus 10.000, 9200 HA te Drachten. Een schriftelijke zienswijze moet de volgende informatie bevatten: naam, handtekening en adres van de indiener, datum en redenen van de zienswijze.
• Mondeling: wanneer u niet in staat bent om per e-mail of schriftelijk uw zienswijze te geven, dan kunt u een voor mondelinge reactie een afspraak maken met de projectleider NRD bij het ROP, telefoonnummer 0512-581234. Zienswijzen worden gebruikt bij de verdere uitwerking van het OER. De zienswijzen worden beantwoord in een Nota van Beantwoording (zie paragraaf 5.2) en zullen worden betrokken bij de vaststelling van de NRD door het college van burgemeesters en wethouders.
1.5 Commissie voor de mer Bij de onafhankelijk Commissie voor de mer wordt advies over de reikwijdte en het detailniveau (ofwel: deze NRD) ingewonnen. Dit advies wordt, net als de zienswijzen, gebruikt bij de verdere uitwerking van het OER. Na het opstellen van het OER vraagt de gemeente ook een toetsingsadvies bij de Commissie voor de mer. Daarbij beoordeelt de Commissie of er aan de mer-vereisten voldaan wordt, en het voldoende informatie bevat om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming over het ROP. Zie hoofdstuk 5 voor meer informatie over de vervolgprocedure van het ROP en de mer.
1.6 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van het programma. In hoofdstuk 3 wordt de onderzoeksmethode beschreven, inclusief een beschrijving van de alternatieven die onderzocht zullen worden. In hoofdstuk 4 wordt beschreven hoe de effectbeoordeling gedaan wordt. In hoofdstuk 5 wordt het vervolg van de procedure beschreven.
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
2
Projectgerelateerd
2 Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief Smallingerland 2.1 Probleemstelling Gemeente Smallingerland staat voor de uitdaging om de noodzakelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, bedrijvigheid en energie een plek te geven. Vaak blijkt dat ruimteclaims zich veelvuldig concentreren in dezelfde gebieden en concurreren met elkaar om dezelfde plek. Met het ROP Smallingerland wil de gemeente een afgewogen keuze maken in de ruimtelijke verdeling. Het ROP kijkt naar drie thema’s: wonen, werken en energie. Voor deze drie thema’s zijn regionale afspraken gemaakt. Het ROP geeft de ruimtelijke invulling van deze regionale afspraken en, voor zover de afspraken niet tot 2050 lopen, de opgaven die de gemeente voorziet tot 2050. Ook zijn deze drie thema's de grootste ruimtevragers. Het ligt dan ook voor de hand om juist hiervoor locaties aan te wijzen. Dat schept duidelijkheid in het ruimtegebruik. Wonen Gemeente Smallingerland staat voor de uitdaging om haar ambitieuze woningbouwopgave te realiseren. De woningbouwopgave is opgenomen in de huidige woonvisie en het coalitieakkoord van het college. De woonvisie loopt dit jaar af en de gemeente is nu bezig om een Volkshuisvestingsprogramma te schrijven. In 2023 heeft de gemeente de Regionale Woondeal Zuidoost Fryslân 2022-2030 afgesloten met de andere gemeenten in de regio Zuidoost Fryslân.
Gemeenten Smallingerland, Heereveen, Opsterland, Weststellingwerf en Ooststellingwerf hebben samen afspraken gemaakt over het realiseren van nieuwe woningen. Drachten is aangewezen als één van de stedelijke kernen in deze regio. In juli 2025 is de opgave herijkt. Na de herijking van de woondeal is de opgave voor gemeente Smallingerland vastgesteld op het realiseren van ongeveer 1.780 woningen van 2022 tot en met 2030. Dit aantal woningen ligt hoger dan de lokale behoefte, welke door onderzoeksbureau Companen in beeld is gebracht in het woningmarktonderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat de lokale woningbehoefte voor de gehele gemeente tussen 2024 en 2040 circa 1.100 woningen bedraagt. De gemeente vindt het echter wenselijk om, onder meer met het oog op het verminderen van het verwachte effect van de 'dubbele vergrijzing' (zie onderstaand kader), maar ook in verband met de ambitie om als stedelijke kern in het Fries Stedelijk Netwerk van betekenis te blijven, het aantal te realiseren woningen verder op te plussen. In het ROP is de ambitie opgenomen om in de periode tussen 2040 en 2050 circa 3.000 woningen in de gemeente te realiseren, boven op de lokale behoefte. Dubbele vergrijzing 'Dubbele vergrijzing' ontstaat doordat veel jongeren de gemeente vanwege studie verlaten en doordat ouderen steeds ouder worden. Hierdoor stijgt de gemiddelde leeftijd.
Deze ontwikkeling leidt ertoe dat het aantal werkenden afneemt, waardoor er arbeidstekorten ontstaan in de bedrijven en instellingen in de gemeente. Om een duurzaam economisch toekomstperspectief te creëren zijn aantrekkelijke woonmilieus en het inspelen op de woonbehoeften van iedereen nodig. Het woonprogramma en de gebiedsontwikkeling zullen er dan ook voor moeten zorgen dat de gemeente aantrekkelijk blijft voor (jongere) alleenstaanden, stellen en jonge gezinnen met het oog op voldoende beroepsbevolking en draagkracht.
De opgave omvat het bouwen van een gedifferentieerd aanbod, waaronder voldoende betaalbare woningen voor starters, geschikte woningen voor ouderen en hoogopgeleide werknemers en het creëren van een exclusiever woonmilieu. Tegelijkertijd moet er rekening worden gehouden met de leefbaarheid, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en duurzame energieopwekking. Deze opgave moet worden uitgevoerd binnen de beperkingen van de beschikbare ruimte. Daarnaast is er de noodzaak om zowel binnenstedelijk
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
3
Projectgerelateerd
te intensiveren als uit te breiden naar omliggende dorpen, waarbij toekomstbestendigheid centraal staan.
ruimtelijke kwaliteit en
Werken In 2022 heeft gemeente Smallingerland aanvullende programmeringsafspraken gemaakt in Programmering bedrijventerreinen Zuidoost-Friesland met gemeenten Heereveen, Opsterland, Weststellingwerf en Ooststellingwerf. Deze programmeringsafspraken zijn nodig omdat het uitgiftetempo van de bedrijventerreinen in de regio erg hoog ligt en niet kan worden voldaan aan verschillende vragen uit de markt. De afspraken zijn een aanvulling op de afspraken in 2019 en geven een herijking van de vraagprognose naar bedrijventerreinen. Voor gemeente Smallingerland betekenen de afspraken dat er vanaf 2026 tot en met 2035 44 hectare aan bedrijventerreinen worden gerealiseerd. In de programmeringsafspraken is ook al vastgelegd op welke locaties de ontwikkelingen plaats zullen vinden, namelijk in aansluiting op het bestaande bedrijventerrein Azeven-Noord (zie Figuur 1). De gemeente heeft de daarvoor benodigde gronden inmiddels vrijwel geheel aangekocht. Voor de eerste 10 ha is een bestemmingsplan vastgesteld. De gemeente is van plan om voor de resterende grond een wijziging in het gemeentelijk omgevingsplan door te voeren, mits uit het OER blijkt dat er geen overwegende bezwaren zijn tegen de locatie. In verband met programmeringsafspraken zal dit wijzigingsplan pas na 2026 worden opgesteld.
In de programmeringsafspraken is rekening gehouden met verduurzaming, vergroening en de transitie naar een circulaire economie, waarbij bedrijven elkaar kunnen versterken door kennisdeling en het benutten van reststromen. Daarnaast is daar behoefte aan schuifruimte voor herstructurering en ruilverkaveling. Deze opgave vereist een integrale aanpak waarbij kwaliteit en toekomstbestendigheid centraal staan. Energie Ook staat gemeente Smallingerland voor de uitdaging om haar energiedoelen te realiseren binnen de beperkingen van het elektriciteitsnet. In 2021 is de Regionale Energie Strategie (RES) Fryslân 1.0 afgesloten tussen alle Friese overheden, met inbreng van de Friese Energie Alliantie (FEA) en regionale netbeheerder Liander. De RES beschrijft de bijdrage van de RES-regio Fryslân aan de onderdelen Elektriciteit en Gebouwde Omgeving uit het Klimaatakkoord. Met de RES bouwt de RES-regio Fryslân verder aan de energietransitie. Gemeente Smallingerland heeft vanuit de RES een ambitie van het opwekken 0,104 TWh duurzame energie in 2030. Uit de voortgangsrapportage van 2025 blijkt dat er voor de gemeente een (rest)opgave van 0,059 TWh is. De opgave omvat het combineren van opwekking en verbruik van energie, het stimuleren van energieopslag en het multifunctioneel inzetten van ruimte voor duurzame energieopwekking.
In het buitengebied wordt duurzame energie gecombineerd met landschapsherstel en -ontwikkeling en met recreatieve ontwikkeling, waarbij de locatiekeuze gebaseerd is op een integrale visie. De verwachting is dat de opgave voor duurzame energie na 2030 verder groeit. De geschatte gemeentelijke elektriciteitsvraag tussen 2030 en 2050 varieert tussen de 472 GWh en 722 GWh in 2050 (Quintel Strategy Consulting, 2024). De energievraag bestaat naast een elektriciteitsvraag ook uit een warmtevraag. De warmtevraag is de vraag naar warmte voor industrie en de gebouwde omgeving. Quintel Strategy Consulting (2024) berekende ook de jaarlijkse warmtevraag voor gemeente Smallingerland in het jaar 2050 op 0,8 PJ (= 200 GWh of 2 miljoen m3 gas). De ambitie van de gemeente is om in 2050 energieneutraal te zijn.
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
4
Projectgerelateerd
2.2 Geschiedenis van het ROP De ruimtelijke opgaven voor wonen, werken en energie zijn niet nieuw. Gemeente Smallingerland is in recente jaren ook al bezig geweest met het geven van een invulling aan de opgaven. In 2022 heeft de gemeente haar Omgevingsvisie vastgesteld met daarin alle gemeentelijke ambities, zo ook voor wonen, werken en energie, en wat de gemeente daarvoor nodig heeft. In 2023 heeft de gemeente het concept-ROP gepubliceerd. Hiervoor is eerst informatie verzameld over de regionale afspraken die de gemeente met de buurgemeenten en de provincie heeft gemaakt over wonen, werken en energie. Ook is onderzoek gedaan naar de vraag die bestaat voor de thema’s wonen, werken en energie vanuit investeerders, projectontwikkelaars en andere partijen. Er is gekeken naar mogelijke trends en ontwikkelingen die de gemeente de komende jaren kan verwachten, zoals de mogelijke komst van de Lelylijn en een eventuele verhoging van het polder- en grondwaterpeil in het veengebied in de gemeente Smallingerland. Op basis van al deze informatie is het concept-ROP Smallingerland opgesteld.
2.3 Doel van het ROP Het ROP Smallingerland wordt een Omgevingsprogramma onder de Omgevingswet en een ruimtelijke invulling van de Omgevingsvisie Smallingerland. Het doel van het ROP is tweeledig. Allereerst moet het zicht bieden op de omvang van de grote ruimtelijke vraagstukken die de komende jaren in de gemeente zullen spelen. Daarnaast moet het een kader vormen voor de komende periode, aan de hand waarvan kan worden afgewogen welke ruimtelijke ontwikkelingen waar in de gemeente moeten landen. Wat is geen onderdeel van het ROP? Naast de ruimtelijke ontwikkelingen voor wonen, werken en energie zijn er ook andere opgaven die een ruimtelijke component hebben. Het gaat dan om landbouw, waterbeheer, natuur en mobiliteit. Deze ontwikkelingen zijn geen onderdeel van het ROP, maar worden mogelijk op termijn opgepakt. Deze ontwikkelingen zijn namelijk ook afhankelijk van de keuzes die de provincie en Wetterskip Fryslân maken, zoals bijvoorbeeld het polder- en grondwaterpeil in het veengebied. Wel wordt in het ROP gekeken waar koppelkansen mogelijk zijn. Mochten er koppelkansen zijn, dan wordt in het OER hier ook op ingegaan. Er wordt dan beschouwd wat hiervan de mogelijke gevolgen hiervan zijn voor het milieu.
2.4 De gemeente Smallingerland De gemeente Smallingerland is een gemeente in het zuidoosten van de provincie Fryslân. De gemeente wordt omgeven door de gemeenten Achtkarspelen, Tytsjerksteradiel, Leeuwarden, Heerenveen, Opsterland en Westerkwartier (Groningen). De meeste inwoners in de gemeente, meer dan 80%, wonen Drachten. Drachten is gerekend in bewonersaantallen de tweede stad van de provincie Fryslân. Verder liggen de dorpen Boornbergum, De Tike, De Veenhoop, De Wilgen Drachtstercompagnie, Goëngahuizen, Houtigehage, Kortehemmen, Nijega, Opeinde, Oudega, Rottevalle en Smalle Ee in de gemeente (zie Figuur 1). In totaal wonen ongeveer 55.000 inwoners in de gemeente.
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
5
Projectgerelateerd
Figuur 1: Gemeente Smallingerland en haar dorpen
In de gemeente is een toename van het aantal huishoudens te zien. De gemiddelde huishoudensgrootte neemt af en tegelijkertijd neemt de vergrijzing toe. Dit leidt tot een grotere behoefte aan diverse woningtypen, waaronder meer woningen voor een- en tweepersoonshuishouders, zoals starterswoningen, sociale huurwoningen en levensloopbestendige woningen. In de dorpen speelt daarnaast de wens om jongeren en ouderen in het eigen dorp te kunnen laten wonen, wat vraagt om maatwerk en behoud van voorzieningen. De gemeente heeft ook een opdracht om te voorzien in huisvesting voor specifieke doelgroepen, zoals onconventioneel wonen en groepswonen (beschermd wonen), of dit mogelijk te maken. Wat betreft werken is Drachten het economische hart van de gemeente. De stad huisvest vele bedrijven, met een sterke vertegenwoordiging van de innovatieve maakindustrie. Dit heeft te maken met de ligging van Drachten en de goede bereikbaarheid via de A7 en N31 (en via het water). Er is een groeiende behoefte aan uitbreiding van bedrijventerreinen, waarbij duurzaamheid, bereikbaarheid en ruimte voor innovatie centraal staan. In de gemeente wordt momenteel 0,042 TWh aan zonne-energie opgewekt. Een deel van de opwekking vindt plaats door middel van twee zonneparken: in Opeinde met een vermogen van 13 MW en in Drachten met een vermogen van 1,41 MW. De rest wordt opgewekt met zon op dak.
In de gemeente ligt een deel van het Natura 2000-gebied Alde Feanen. Het is een deels vergraven en ontgonnen laagveengebied. Het is één van de weinige overgebleven restanten van een omvangrijk complex van laagveenmoerassen en petgatenlandschappen. Landschappelijk wordt het gebied gekenmerkt door moerasvegetaties, omgeven door zomerpolders en boezemlanden en doorsneden door tal van watergangen. Daarnaast zijn er nog een aantal Natuur Netwerk Nederland (NNN)-gebieden in de gemeente.
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
6
Projectgerelateerd
Stukken van deze natuurgebieden zijn aangewezen als stiltegebieden. Ook zijn er gebieden aangewezen voor de bescherming van weidevogels. De opgaven die in het ROP Smallingerland ruimtelijk uitgewerkt worden, omvatten de gehele gemeente. Het onderzoeksgebied in het OER is daarom ook de gehele gemeente.
2.5 Participatie Omdat de ruimtelijke ontwikkelingen invloed hebben op elkaar en op inwoners, heeft gemeente Smallingerland voor het concept-ROP Smallingerland een uitgebreid participatieproces opgezet. De gemeente hecht grote waarde aan de betrokkenheid van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Daarom wordt het ROP niet alleen top-down ontwikkeld, maar ook gevoed door gesprekken, bijeenkomsten en digitale participatie. Tussen mei en september 2025 zijn bijeenkomsten gehouden verspreid over de gemeente, zodat aan alle inwoners de kans is gegeven om hun stem te laten horen. Tijdens de bijeenkomsten zijn zij gevraagd naar wat voor hen het meest waardevol is aan hun dorp of wijk en dus behouden of versterkt moet worden, wat zij vinden van de gemaakte keuzes in het concept-ROP, en welke voorwaarden zij de gemeente willen meegeven voor het ontwikkelen van hun woon- en werkgebied. Omdat de ruimtelijke opgaven vooral in Oudega en Boornbergum vrij groot zijn, organiseerde de gemeente daar twee bijeenkomsten. De eerste bijeenkomst was hierbij informatief en de tweede bijeenkomst was meer verdiepend van aard. Van de verschillende bijeenkomsten zijn verslagen gemaakt en het college heeft in een aparte notitie op de uitkomsten gereageerd.
De resultaten uit het participatieproces zullen worden gebruikt bij het opstellen van het ROP zoals dat uiteindelijk door het college zal worden vastgesteld. In het concept-ROP, zoals dat in januari 2025 is gepubliceerd, is sprake van één invulling van de woonopgave, namelijk het concentreren van de woonopgave in Drachten, Boornbergum en Oudega. Naar aanleiding van de bijeenkomsten in verschillende dorpen is besloten om ook te kijken naar een alternatief waarin de woonopgave meer verdeeld wordt over de gemeente (zie paragraaf 3.1). Participatie in de mer-procedure Er zijn al diverse bijeenkomsten gehouden in het kader van het ROP. Ook over het op te stellen OER zullen bijeenkomsten worden gehouden. Deze NRD zal, als opmaat naar het OER, in november 2025 gedurende zes weken ter inzage worden gelegd én gepresenteerd worden tijdens een informatieavond voor alle raadsleden en een openbare informatieavond in De Lawei. In die zes weken heeft iedereen de mogelijkheid om zijn of haar zienswijze op de NRD te geven. Worden er bepaalde te onderzoeken alternatieven gemist? Worden bepaalde milieuaspecten of sociale indicatoren gemist? Schiet de voorgestelde aanpak tekort? Tegelijkertijd vindt ook een consultatie plaats van de Commissie voor de mer. Het college zal de NRD uiteindelijk vaststellen op basis van de zienswijzen en het commissie-advies.
Vervolgens zal aan de hand van de vastgestelde NRD het OER opgesteld worden. Wanneer het OER gereed is, worden de uitkomsten verwerkt in het ontwerp-ROP. Het OER en het ontwerp-ROP zullen vervolgens tezamen ter inzage worden gelegd. Op die manier kan iedereen lezen wat de onderzoeksresultaten zijn en hoe die in het ROP zijn verwerkt. Tijdens de periode van terinzagelegging kan iedereen reageren op de uitkomsten van het onderzoek en het resultaat in het ROP. Hoe de procedure er dan precies uit zal zien, wordt bij de presentatie van het ontwerp-ROP en het OER gepubliceerd.
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
7
Projectgerelateerd
3 Onderzoeksmethode In het OER zal een effectbeoordeling worden gedaan voor de programma-invulling van de thema’s wonen, werken en energie. Hieronder wordt beschreven wat er per thema beoordeeld gaat worden. Voor het thema wonen zijn er twee alternatieven. Voor de thema’s werken en energie is er één invulling. Hieronder wordt ook beschreven waarom dat is. De invulling van de thema’s is gevisualiseerd in Figuur 3 en Figuur 4.
3.1 Wonen Voor het thema wonen worden in het OER twee alternatieven beoordeeld die de “hoeken van het speelveld” vertegenwoordigen. Deze twee alternatieven worden Concentreren en Verspreiden genoemd en geven een ruimtelijke invulling aan de woonopgave voor gemeente Smallingerland (zie paragraaf 2.1). De alternatieven zijn bepaald op basis van het concept-ROP, dat in januari 2025 is gepubliceerd, en de bewonersavonden die in 2025 zijn gehouden als onderdeel van de participatie voor het ROP (zie paragraaf 2.5). In de alternatieven is gewerkt met zoekgebieden rond de dorpen. In de effectbeoordeling wordt gekeken welke delen van de zoekgebieden het meest haalbaar zijn voor de verschillende thema’s. De effectbeoordeling van de alternatieven wordt door de gemeente gebruikt om een voorkeursalternatief op te stellen. Het voorkeursalternatief kan één van de twee alternatieven zijn, maar kan ook een combinatie zijn van elementen uit de twee alternatieven. Het voorkeursalternatief vormt de basis voor het ontwerpROP. Van het voorkeursalternatief wordt een kwalitatieve effectbeoordeling gedaan op basis van de resultaten van de effectbeoordeling van de alternatieven. Zoals in paragraaf 2.1 uiteen gezet is, is de gemeentelijke woonopgave tot 2050 gebaseerd op:
• Het woningmarktonderzoek, waaruit de lokale woningbehoefte blijkt, en; • De ambitie voor 3.000 extra woningen. 3.1.1 Alternatief 1: Concentreren In dit alternatief worden de woningen die voortvloeien uit het lokale woningbehoefteonderzoek conform de berekening aan Drachten en de dorpen toebedeeld. De 3.000 extra woningen worden geconcentreerd in Drachten, Boornbergum en Oudega. De verdeling is te zien in Tabel 1. Om het alternatief Concentreren te realiseren, is er relatief veel ruimte nodig rond de twee dorpen Boornbergum en Oudega. In Figuur 3 is aangegeven waar gezocht wordt naar geschikte ruimte voor woningbouw. In het OER wordt ook gekeken hoeveel ruimte er daadwerkelijk nodig is om invulling te kunnen geven aan de opgave en welke locatie of locaties binnen het zoekgebied het meest in aanmerkingen komen (zie paragraaf 4.1).
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
8
Projectgerelateerd
Tabel 1: Verdeling van de woningen over de gemeente Smallingerland in het alternatief Concentreren
Lokale behoefte tot 2040
Autonome ontwikkeling1 tot 2040
Restopgave (afgerond) tot 2040
Extra ambitie tot 2050
Woningbouwopgave (afgerond) tot 2050
Drachten
905
667
240
2.150
2.390
Boornbergum
35
16
20
580
600
Oudega
35
7
30
270
300
Drachtstercompagnie
20
1
20
0
20
Houtigehage
15
23
0
0
0
Opeinde
35
2
35
0
35
Rottevalle
30
6
25
0
25
De Tike
10
1
10
0
10
Nijega
10
0
10
0
10
Overige dorpen
20
0
20
0
20
1.115
723
410
3.000
3.410
Totaal
3.1.2 Alternatief 2: Verspreiden In dit alternatief worden de woningen die in het alternatief Concentreren zijn toebedeeld aan Boornbergum en Oudega verspreid meer dorpen. Dit wordt gedaan aan de hand van het huidige aantal inwoners van de dorpen Boornbergum, Oudega, Drachtstercompagnie, Houtigehage, Opeinde en Rottevalle. In deze dorpen zijn voorzieningen aanwezig die baat hebben bij een toename van het aantal woningen in het dorp. In dit alternatief worden circa 2.390 woningen gebouwd in Drachten. De overige circa 1.020 worden verspreid over de genoemde dorpen (zie Tabel 2 en Figuur 4). In vergelijking met het alternatief Concentreren is er relatief minder ruimte nodig rond de dorpen Boornbergum en Oudega en meer rond de overige dorpen. In het OER wordt gekeken hoeveel ruimte er daadwerkelijk nodig is om invulling te kunnen geven aan de opgave en welke locatie of locaties binnen het zoekgebied het meest in aanmerkingen komen (zie paragraaf 4.1).
1
Dit zijn de al gerealiseerde woningen inclusief de woningen die op basis van een vastgesteld omgevingsplan gebouwd kunnen worden. 15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
9
Projectgerelateerd
Tabel 2: Verdeling van de woningen over de gemeente Smallingerland in het alternatief Verspreiden
Lokale behoefte tot 2040
Autonome ontwikkeling2 tot 2040
Restopgave (afgerond) tot 2040
Extra ambitie tot 2050
Woningbouwopgave (afgerond) tot 2050
Drachten
905
667
240
2.150
2.390
Boornbergum
35
16
20
174
200
Oudega
35
7
30
159
190
Drachtstercompagnie
20
1
20
121
140
Houtigehage
15
23
0
90
90
Opeinde
35
2
35
171
200
Rottevalle
30
6
25
136
160
De Tike
10
1
10
0
10
Nijega
10
0
10
0
10
Overige dorpen
20
0
20
0
20
1.115
723
410
3.000
3.410
Totaal
3.2 Werken Gemeente Smallingerland heeft een opgave om voor 2036 de bedrijvigheid uit te breiden met 44 hectare bedrijventerrein en de bestaande bedrijventerreinen te verduurzamen. De uitbreiding zal plaatsvinden in aansluiting op het bedrijventerrein Azeven-Noord. De herstructurering vindt vooral plaats op bedrijventerrein De Haven. Om de gewenste transformatie van De Haven en eventuele andere terreinen vorm te geven is schuifruimte nodig zodat een herstructurering en ruilverkaveling op gang kan komen. Bedrijventerrein Nijtap moet die ruimte bieden. Deze locatie houdt daarom de functie werken en zal daarom ook worden meegenomen in het voornemen als derde locatie. De enige plek waar echt een uitbreiding komt is bij bedrijventerrein Azeven-Noord. Hier moet een combinatie van de functies werken en energie komen. Ook ligt hier een verduurzamingsopgave. De opgave voor werken wordt in Figuur 2 en Figuur 3 aangemerkt met roze (uitbreiding) en paarse (herstructurering) icoontjes. De opgave na 2035 is nog niet bekend. De opgave en de locaties voor de invulling van het thema werken zijn vastgelegd in programmeringsafspraken voor de regio Zuidoost Friesland. Daarom zijn er voor het thema werken geen alternatieve locaties.
3.3 Energie Gemeente Smallingerland heeft vanuit de RES een restopgave van 0,059 TWh tot 2030. De geschatte gemeentelijke elektriciteitsvraag tussen 2030 en 2050 varieert tussen de 472 GWh en 722 GWh in 2050. Deze vraag kan op verschillende manieren worden ingevuld, bijvoorbeeld een kwart aandeel zonne-energie en drie kwart windenergie óf de helft zonne-energie en de andere helft windenergie. Afhankelijk van de wijze van opwekking variëren de aantallen windturbines en hectares zonne-energie die nodig zijn om deze 2
Dit zijn de al gerealiseerde woningen inclusief de woningen die op basis van een vastgesteld omgevingsplan gebouwd kunnen worden. 15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
10
Projectgerelateerd
elektriciteitsvraag in te vullen, tussen 14 tot 27 turbines van 240 meter (tiphoogte) in combinatie met tussen de 155 en 265 ha zon. Voor het invullen van de opgave voor energie zijn naast de ruimtelijke opgave verschillende uitdagingen (zie kader Wat maakt de energieopgave zo ingewikkeld?). Voor windenergie is gebleken dat de haalbaarheid voor kleine turbines vaak niet toereikend is, omdat het opwekpotentieel voor windturbines exponentieel stijgt met de hoogte. Hierdoor is de verwachting dat er in geval van een keuze voor opwekking met wind gekozen wordt voor grote turbines. Netbeheerders hebben een voorkeur voor een hoger aandeel windenergie in de energiemix omdat de levering van elektriciteit ook tijdens het donker doorgaat. Daarom ligt een scenario met een hoog aandeel windenergie meer voor de hand dan een scenario met veel zonne-energie. Voor de invulling van de opgave voor de opwekking met behulp van zonnepanelen en windturbines heeft Ekwadraat eerder in opdracht van gemeente Smallingerland een inventariserende locatiestudie uitgevoerd (Ekwadraat, 2024). Daarin is in de eerste plaats gekeken naar beperkingen die voortvloeien uit wetgeving en beleid van hogere overheden, zoals afstanden die moeten worden aangehouden tot woningen en het vermijden van zonneparken in weidevogelkansgebied en ganzenfoerageergebied. Deze beperkingen zijn weergegeven op Figuur 2.
Figuur 2: Uitsluitingen en beperkingen in het opwekken van duurzame energie in de gemeente Smallingerland
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
11
Projectgerelateerd
Verder hanteert de gemeente de volgende leidende principes:
• De wens om de energie zoveel mogelijk op te wekken in de nabijheid van de afnemers; • De wens om de opwekking van zonne- en windenergie zoveel mogelijk te combineren. Zonne-energie en windenergie vullen elkaar goed aan omdat de opwerkprofielen complementair zijn aan elkaar (als de zon schijnt, waait het meestal minder, en andersom);
• De wens om bij locaties voor zonne-energie de keuzemogelijkheid open te houden om te kiezen voor zonthermie (warmte) of zon-PV (elektriciteit)3, waarvoor het voor zonthermie van belang is dat de afstand tussen opwekking en afnemers niet te groot mag zijn (volgens Ekwadraat ligt de uiterste rand van een opweklocatie bij voorkeur niet verder van 300 meter van afnemers); Vanuit deze invalshoeken zijn er drie soorten zoekgebieden: 1 Zones van circa 500 meter (voor zon-PV) rond de stad en de dorpen waarbij wordt opgewekt voor eigen gebruik; 2 Zones van circa 500 meter rond de bedrijventerreinen Azeven-Noord en De Haven en ook binnen deze bedrijventerreinen waar de grootste energievragers zitten. Rondom Azeven-Noord is met name plaats voor zonne-energie. Op bedrijventerrein De Haven is mogelijk plek voor windenergie; 3 Energielandschappen. Dit zijn gebieden op enige afstand van Drachten en de dorpen, waar grootschalig zonne-energie (alleen zon-PV) in combinatie met windenergie kan worden opgewekt. In Figuur 3 en Figuur 4 zijn de gebieden weergegeven die op basis van bovenstaande criteria kunnen worden geselecteerd. Omdat er geen alternatieven zijn voor energie is het zoekgebied in beide figuren gelijk.
Op basis van deze gebieden kunnen verschillende gebieden worden geselecteerd die in aanmerking komen voor het realiseren van een 'energielandschap', een gebied waar zowel met windturbines als met zonnepanelen elektriciteit kan worden opgewekt. Drie gebieden daarvan hebben de meeste potentie omdat hier naast de opwekking van zonne-energie ten minste vier windturbines kunnen worden gerealiseerd. In het OER worden locaties onder de loep genomen. In het kader van het OER zullen tevens de omgevingseffecten van energieopwekking in de randzones rond Drachten en de dorpen, rond en op de bedrijventerreinen in beeld worden gebracht. De warmtevraag van de gemeente Smallingerland Naast een elektriciteitsvraagstuk is er voor het thema energie ook een warmtevraagstuk. De gemeente Smallingerland is momenteel bezig met het uitwerken van het gemeentelijk warmteprogramma. Hoewel de warmtetransitie een ruimtelijk component heeft, botst dit niet met de opgaven voor wonen, werken en energieopwekking. Daarom wordt dit niet meegenomen in het ROP en het OER. Voor de invulling van deze warmtevraag wordt allereerst gekeken naar de inzet van duurzame warmtebronnen, zoals warmte uit water (aquathermie), bodemwarmte en restwarmte.
In gemeente Smallingerland is hiervoor niet veel potentie, waardoor ervan uit wordt gegaan dat een groot deel van de warmtevraag ingevuld zal worden met elektriciteit (elektrificatie van industrie en gebouwde omgeving). Naast de opwekking met behulp van zon en wind kan ook gebruik worden gemaakt van mestvergisting. Uit onderzoek blijkt dat er in potentie 4,5 miljoen m3 groen gas is in de gemeente. In het gemeentelijk warmteprogramma wordt in beperkte mate ruimte gezien voor de toepassing van groen gas en andere duurzame warmtebronnen. In hoeverre de industrie voor verduurzaming van processen gebruik zal maken van groen gas is onzeker. In de Friese Energievisie wordt uitgegaan van 2,1 TWh aan groen gas of biomassa in 2050. Vertaald naar de situatie van de gemeente Smallingerland zou dit neerkomen op circa 1,5 miljoen m3. Dit is een derde van de theoretische potentie.
3
Zonnecollectoren die warmte opwekken hebben een veel hoger rendement dan zonnepanelen (zon-PV), omdat ze 90% van de zonnestraling omzetten in bruikbare warmte, terwijl PV-panelen slechts ongeveer 20% omzetten in elektriciteit. Hierdoor kunnen zonnecollectoren, of hybride PVT-panelen, drie tot vijf keer zoveel energie opwekken per vierkante meter dan PV-panelen. 15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
12
Projectgerelateerd
Wat maakt de energieopgave zo ingewikkeld? Het vinden van geschikte locaties voor de opwekking van duurzame energie is uitdagend. Los van beperkingen die voortvloeien uit wetgeving, gelden ook beleidsmatige beperking. Zo is het op dit moment niet mogelijk grote windturbines (tot 240 meter tiphoogte) te plaatsen in Smallingerland. Dit komt omdat de provincie het plaatsen van dit soort windmolens in de hele provincie vooralsnog tegenhoudt. Verder hanteert de provincie randvoorwaarden voor het aanleggen van zonneweides. Het gaat dan bijvoorbeeld om een maximale oppervlakte per zonnepark en de nabijheid tot woningen. Deze beleidsmatige restricties staan op gespannen voet met de klimaat- en energieafspraken uit het nationale Klimaatakkoord. Om aan de afspraken voor het jaar 2050 te kunnen voldoen zijn forse oppervlakten aan zonneweiden én een flink aantal grote windturbines vereist. Voor de gemeente Smallingerland betekent dit (grofweg) 155 en 265 hectare aan zonneweiden en 14 tot 27 grote windturbines. Ter vergelijking, op dit moment staan er geen grote windturbines in Smallingerland en is er circa elf hectare aan zonneweiden (10 hectare bij de Peinder Mieden en één hectare bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie). Hierdoorheen speelt ook nog de problematiek van de netcongestie en het 'volraken' van het elektriciteitsnet.
Het toevoegen van zonneweiden vergroot (zonder tegenmaatregelen) de druk op het elektriciteitsnet. Het is voor de gemeente Smallingerland bijzonder lastig om van onder andere de netbeheerder de benodigde informatie te krijgen om te bepalen waar zonneweides met het oog op die netcongestie het beste kunnen worden geplaatst. De hierboven beschreven uitdadingen voor het realiseren van duurzame opwek van energie kunnen niet binnen het ROP, noch binnen de NRD en het OER, opgelost worden. De gemeente acht het echter wel van belang om middels het OER zicht te krijgen op de effecten van verschillende manieren om de duurzaamheidsdoelstellingen in te vullen. Daarom is voor het thema energie een aanpak gekozen die gevoel geeft voor de reikwijdte van mogelijke effecten. Daarvoor is een beperkt aantal zeer onderscheidende opweklocaties geselecteerd. Met de informatie die het OER oplevert, kan de gemeente in de toekomst een betere afweging maken bij het kiezen van locaties voor zon en/of wind. Ten overvloede merkt de gemeente op dat de gekozen opweklocaties op dit moment nog geen enkele status hebben. De vraag wat haalbaar en wenselijk is ten aanzien van locaties voor zon en wind kan pas beantwoord worden nadat effecten via onderzoek (in onder meer het OER) zijn verkend.
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
13
Projectgerelateerd
Figuur 3: Visualisatie van alternatief concentreren 15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
14
Projectgerelateerd
Figuur 4: Visualisatie van alternatief verspreiden 15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
15
Projectgerelateerd
3.4 Gevoeligheidsanalyse Gemeente Smallingerland heeft te maken met twee mogelijke ontwikkelingen die een groot effect kunnen hebben op de gemeente. Het gaat om de komst van de Lelylijn en het aanleggen van een 380 kV hoogspanningsverbinding door TenneT. Over beide is nog geen besluitvorming, dus deze kunnen niet meegenomen worden als autonome ontwikkeling. Omdat de ontwikkelingen een groot effect kunnen hebben als ze doorgaan, worden ze toch beschouwd in het OER door middel van een gevoeligheidsanalyse. De analyse moet duidelijkheid geven over mogelijke effecten van de ontwikkelingen. Hieronder worden beide ontwikkelingen toegelicht. Lelylijn De Lelylijn is een treinverbinding tussen het Noorden (startend in Leeuwarden en Groningen) en de Randstad die mogelijk gerealiseerd wordt. Bij de komst van deze verbinding wordt een station gerealiseerd in Drachten, dat momenteel niet aan het spoornet ligt. Er is op dit moment nog geen geld beschikbaar voor de realisatie van de Lelylijn en het is onduidelijk wanneer en of dat er wel komt. De komst van de Lelylijn zorgt voor veel verandering voor de drie thema’s:
• Wonen: De komst van de Lelylijn kan er voor zorgen dat de woningbouwopgave oploopt naar 15.000 woningen bij Drachten. Die opgave zal zo veel mogelijk worden gerealiseerd binnen Drachten en waar mogelijk naar aard en schaal bij de dorpen. Als er meer dan 4.000 woningen gebouwd moeten worden, kan er een nieuwe wijk worden gebouwd aan de zuidzijde van de A7 met een eigen voorzieningenaanbod.
• Werken: De komst van de Lelylijn kan er voor zorgen dat er nieuwe locaties gezocht worden voor bedrijvigheid. Het stationsgebied geeft mogelijkheden voor kantoorlocaties. Ook Campus Drachten kan verder ontwikkeld worden.
• Energie: De opgave voor het thema energie is gekoppeld aan de RES. In de RES wordt geen rekening met de komst van de Lelylijn gehouden, maar de gemeente verwacht een groei in de vraag naar elektriciteit bij de komst van de Lelylijn. 380 kV Vierverlaten – Ens TenneT wil een 380 kV-hoogspanningsverbinding realiseren tussen de hoogspanningsstations Vierverlaten en Ens. De nieuwe verbinding is nodig om de energietransitie te kunnen faciliteren en knelpunten in het elektriciteitsnet te voorkomen, die vanaf 2025 optreden en na 2030 sterk in risico toenemen. In de NRD voor deze hoogspanningsverbinding, gepubliceerd in 2023, zijn meerdere tracés aangewezen, waarvan één langs de A7 en door de gemeente Smallingerland loopt. De verwachting is dat in het eerste kwartaal van 2026 de ministers van Klimaat en Groene Groei en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een voorkeurstracé (de voorkeursroute voor de hoogspanningsverbinding) kiezen.
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
16
Projectgerelateerd
4 Effectbeoordeling 4.1 Toetsing doelbereik In het OER zal gekeken worden of de alternatieven en daarna het voorkeursalternatief voldoende invulling geven aan de verschillende opgaven uit de regionale afspraken en de verwachte opgave tot 2050 (zie paragraaf 2.1). De opgaven vanuit deze afspraken staan in Tabel 3. Tabel 3: Toetsing doelbereik
Opgave Thema Wonen • •
410 woningen realiseren tot 2040 Circa 3.000 extra woningen, waarvan 2.150 in Drachten en 850 in de dorpen tot 2050
Thema Werken • • • •
44 ha realiseren tot 2036 (waarvan het grootste deel van de vraag zal zijn bij de sectoren distributie en industrie en naar kavels kleiner dan 0,5 ha) Verduurzamen van bedrijventerreinen Na 2035 is de opgave onbekend Energieneutraal in 2050
Thema Energie • • •
15-20% van de woningen (4.000-5.000 woningen) aardgas vrij maken tot 2030 en alle woningen aardgasvrij in 2050 0,104 TWh extra duurzame energie opwekken in 2030 (waarvan 0,042 TWh al gerealiseerd en 0,007 TWh in de pijplijn) Groei van de energievraag (0,26 TWh naar 0,72 TWh) tot 2050
4.2 Toetsing omgevingseffecten De effecten van het ROP Smallingerland worden in beeld gebracht aan de hand van een beoordelingskader met leefomgevingsthema’s (zie Tabel 4). Effecten op de beoordelingsaspecten kunnen zowel in de gebruiksfase als de aanlegfase voorkomen. In het OER wordt hier onderscheid in gemaakt. Tabel 4: Beoordelingskader
Beoordelingscriteria
Wijze van beoordelen
Water
Invloed op (grond- en oppervlakte)waterkwaliteit (KRW), kwantiteit (KRW), -overlast, -veiligheid.
Kwalitatief
Bodem
Invloed op bodemkwaliteit, bodemgesteldheid (opbouw, dichtheid, verzakking), bodemgebruik (ondergrondse infra).
Kwalitatief
Natuur
Effecten op beschermde gebieden (Natura 2000/NNN, inclusief stikstofdepositie), beschermde soorten en biodiversiteit.
Kwalitatief
Mate waarin advieswaarden stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2.5) worden overschreden
Semi-kwantitatief
Beoordelingsaspect Klimaat
Leefomgeving Luchtkwaliteit
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
17
Projectgerelateerd
Beoordelingsaspect
Beoordelingscriteria
Wijze van beoordelen
Geluid
Geluidbelasting en gehinderden vanwege wegverkeer en industrie, toetsen aan wettelijke grenswaarden (Bkl) en gezondheidsadvieswaarden (WHO).
Kwantitatief
Geur
Effect op geurhinder.
Kwalitatief op basis van geurcontouren
Slagschaduw
Mate van hinder door slagschaduw.
Kwalitatief
Archeologische en aardkundige waarden
Mate van verstoring van archeologische waarden en aardkundige waarden.
Kwalitatief
Cultuurhistorie en landschappelijke kwaliteit
Mate waarin cultuurhistorische waarden worden beschermd en versterkt en de mate waarin landschappelijke waarden worden beschermd en versterkt.
Kwalitatief
Verbondenheid (sociale samenhang) en identiteit
Mate waarin het programma bijdraagt aan (behoud van) lokale identiteit en saamhorigheid en (potentie voor) sociale netwerken.
Kwalitatief
Gezonde leefomgeving
Mate waarin het programma bijdraagt aan de kernwaarden voor een gezonde leefomgeving (GGD)
Kwalitatief
Veilige leefomgeving
De mate waarin omgevingsveiligheidsrisico’s effect hebben op (de omgeving van) het programma.
Kwalitatief
Sociale veiligheid
Gevoel van veiligheid dat mensen ervaren binnen hun sociale omgeving
Kwalitatief
Verkeersdoorstroming
Effecten op de verkeersdoorstroming.
Kwantitatief
Bereikbaarheid
Effecten op de bereikbaarheid.
Kwantitatief
Verkeersveiligheid
Mate van optreden verkeersongevallen.
Kwantitatief
Woningvraag/-aanbod
Mate van vraag en aanbod woningen.
Kwantitatief
Werkgelegenheid
Mate van vraag en aanbod banen.
Kwantitatief
Maatschappelijke basisvoorzieningen
Mate van aanbod van de (nabijheid van de) maatschappelijke basisvoorzieningen (gezondheidszorg, cultuur, basis- en voortgezet onderwijs, sport, recreatie en ontmoetingsfunctie).
Kwantitatief
Circulariteit
Mate van circulair bouwen en verduurzaming van bestaand vastgoed.
Kwalitatief
Sociaal
Mobiliteit
Economie en circulariteit
Klimaat Onder het thema klimaat wordt gekeken naar de beoordelingsaspecten water, bodem en natuur. Voor water wordt nagegaan wat de invloed is van de realisatie van woningen, bedrijventerreinen en duurzame energie op de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit en -kwantiteit. Dit wordt gedaan op basis van de beoordelingen vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW), Europese wetgeving voor oppervlaktewater en grondwater. Ook wordt nagegaan of er gevolgen zijn qua wateroverlast en de waterveiligheid in het gebied. Hierbij wordt gebruik gemaakt van openbare data zoals de Klimaateffectatlas.
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
18
Projectgerelateerd
Ook voor bodem wordt op basis van openbare data, zoals de Bodemkaart, inzicht gegeven in de effecten op de bodemkwaliteit. Mogelijk is sprake van verzakking of bodemdaling als gevolg van de beoogde ontwikkelingen of zijn er raakvlakken met ondergrondse infrastructuur. Dit wordt in beeld gebracht bij bodemgesteldheid en bodemgebruik. Voor natuur wordt onderzoek gedaan naar natuurknelpunten in beschermde gebieden, beschermde soorten en biodiversiteit. Onder beschermde gebieden worden effecten op Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland in beeld gebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van informatie van de provincie, zoals Natuurdoelanalyses en beheerplannen, en de gemeente, zoals groenstructuren en de Nationale Databank Flora en Fauna. Voor indirecte effecten op Natura 2000-gebieden wordt ook de mate van stikstofdepositie bepaald. Hiervoor wordt voor de alternatieven een inschatting gemaakt van de effecten op basis van expertise en indien nodig door middel van achtergrondberekeningen. Dit omdat de opgave in beide alternatieven even groot en daarmee niet onderscheidend genoeg is voor het maken van een keuze op basis van stikstofberekeningen. Voor de Passende Beoordeling wordt wel een AERIUS-berekening uitgevoerd (zie paragraaf 4.5).
Leefomgeving Onder het thema leefomgeving wordt gekeken naar de beoordelingsaspecten luchtkwaliteit, geluid, geur, archeologische en aardkundige waarden en cultuurhistorie en landschappelijke kwaliteit. Voor het beoordelingsaspect luchtkwaliteit wordt voor de alternatieven een semi-kwantitatieve effectbeoordeling gedaan. Dit betekent dat voor de beoordeling gebruik wordt gemaakt van kengetallen van het CIMLK en expertise. Hiervoor geldt hetzelfde als voor de beoordeling van de stikstofdepositie. De alternatieven verschillen enkel in de ruimtelijke invulling en met gedetailleerde berekeningen geeft dit niet genoeg informatie voor het maken van een afweging tussen de alternatieven. Voor het beoordelingsaspect geluid wordt een kwalitatieve beoordeling gedaan van de geluidseffecten op huidige en toekomstige woningen op basis van de resultaten uit het verkeersmodel, zoals de verkeersbelasting (zie hieronder). Naast wegverkeersgeluid wordt er ook een beoordeling gemaakt van industriegeluid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de geluidcontouren van de industrie. Voor het beoordelingsaspect geur wordt gekeken naar de geurcontouren en waar mogelijk nog ontwikkelingen zitten binnen de geurcontouren. Deze worden vergeleken met de locaties waar woningbouw is voorzien. Voor het beoordelingsaspect slagschaduw wordt gekeken naar de mate van hinder door slagschaduw van windturbines.
Er wordt gekeken naar hinder voor huidige en toekomstige woningen. Voor de beoordelingsaspecten archeologische en aardkundige waarden en cultuurhistorie en landschappelijke kwaliteit wordt op basis van expertise een beoordeling gemaakt van de effecten van het ROP. Er wordt gebruik gemaakt van de kaarten van de provincie en de gemeente. Sociaal Voor het thema sociaal wordt gekeken naar verbondenheid en identiteit, gezonde en veilige leefomgeving, Het beoordelingsaspect verbondenheid en identiteit is van groot belang in een gemeente als Smallingerland. Er wordt veel waarde gehecht aan verbondenheid en identiteit; het ontwikkelen van grote hoeveelheden woningen kan dit aantasten. De beoordeling gaat in op condities die noodzakelijk zijn voor
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
19
Projectgerelateerd
het duurzaam in stand houden van een gemeenschap, die gekenmerkt wordt door omvang van de groep, mate van (culturele) homogeniteit, een gedeelde (idee van) oorsprong/identiteit van de gemeenschap, en voldoende draagvlak voor/ beschikbaarheid van lokale voorzieningen (en woningen) en een gedeelde plek die die dagelijkse activiteiten ondersteunen. Er wordt een beschouwing gegeven van hoe een groep nieuwe bewoners deze condities beïnvloedt en hoe dit uitwerkt op de lokale identiteit en saamhorigheid. Ook wordt een beoordeling gedaan van het draagvlak voor verschillende sociale netwerken (sport, onderwijs, levensbeschouwing, etc.) Onder het beoordelingsaspect gezonde leefomgeving wordt gekeken in welke mate het ROP Smallingerland bijdraagt aan de kernwaarden van een gezonde leefomgeving. Deze kernwaarden zijn bedacht door de GGD. Kernwaarden zijn, onder andere, aantrekkelijke plekken, wonen en druk verkeer en voorzieningen dichtbij. Alleen de relevante kernwaarden worden beoordeeld. Onder het beoordelingsaspect veilige leefomgeving wordt gekeken naar de omgevingsveiligheidsrisico’s.
Hieronder vallen gewonden die vallen door een ongewone gebeurtenis bij een risicovolle activiteit of bij een incident/ groot ongeval/ ramp, het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden (externe veiligheid) en scenario’s met de bijbehorende kans van optreden voor een ramp/crisis op de locatie van het planvoornemen (bijvoorbeeld overstromingen, (natuur)branden met grote rookontwikkeling en het uitvallen van vitale infrastructuur). Mobiliteit Voor het beoordelen van de effecten op mobiliteit wordt gebruik gemaakt van het verkeersmodel van gemeente Smallingerland. Hierin zit informatie over de huidige verkeersstromen en hoe de verkeersstromen zich gaan ontwikkelen in de tijd op basis van vastgestelde (autonome) ontwikkelingen. Om inzicht te krijgen in de verkeerseffecten die de alternatieven kunnen veroorzaken, wordt gekeken welke aantallen woningen en bedrijvigheid er bij komen in de alternatieven. Deze informatie wordt in het verkeersmodel gemodelleerd, wat vervolgens aangeeft welke verkeersstromen ontstaan en op welke plek. De resultaten worden vergeleken met de referentiesituatie (de huidige situatie plus de autonome ontwikkelingen). In de verkeersanalyse wordt vervolgens beoordeeld of die verkeerseffecten leiden tot knelpunten met betrekking tot de verkeersdoorstroming, bereikbaarheid en verkeersveiligheid.
De wegen waar een significante wijziging is in de verkeersintensiteit of waar de wenselijke verkeersintensiteit wordt overschreden krijgen de focus. Economie en circulariteit Voor dit thema wordt gekeken naar de beoordelingsaspecten woningvraag/-aanbod, werkgelegenheid, maatschappelijke basisvoorzieningen en circulariteit. De beoordelingen van de beoordelingsaspecten woningvraag/-aanbod en werkgelegenheid worden gemaakt op basis van eerder gedane onderzoeken naar de verwachte woningvraag en de werkgelegenheid. Voor het beoordelingsaspect maatschappelijke basisvoorzieningen wordt gekeken naar het huidige aanbod van voorzieningen in de dorpen en of dit toereikend is als de plannen uit het ROP worden gerealiseerd. Voor het beoordelingsaspect circulariteit wordt gekeken in hoeverre de plannen uit het ROP bijdragen aan circulair bouwen en de verduurzaming van bestaand vastgoed.
4.3 Beoordelingsmethode Zichtjaar Als zichtjaar wordt 2050 aangehouden, gelijk aan het ROP Smallingerland.
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
20
Projectgerelateerd
Schaallat doelbereik Voor elk van de thema’s in het ROP is een regionale opgave die behaald moet worden. Voor de alternatieven en het voorkeursalternatief wordt gekeken of deze opgaven ook daadwerkelijk behaald kunnen worden. Dit wordt gedaan op basis van een vijfpuntschaal (zie Tabel 5), waarbij gekeken wordt in hoeverre de plannen bijdragen aan het doelbereik. Tabel 5: Vijfpuntschaal effectbeoordeling doelbereik
Score
Toelichting
😊😊😊
Zeer goede doelbijdrage
😊😊
Goede doelbijdrage
😊
Voldoende doelbijdrage
😐
Geen/onvoldoende doelbijdrage
☹
Negatieve doelbijdrage
Schaallat omgevingseffecten De effecten van het ROP Smallingerland worden aan de hand van het beoordelingskader in beeld gebracht. Het gaat om de effecten ten opzichte van de referentiesituatie (de huidige situatie plus de autonome ontwikkelingen). De referentiesituatie voor elk van de beoordelingsaspecten wordt beschreven in het OER. Per beoordelingscriterium wordt voor de effecten van het ROP Smallingerland een score gegeven op basis van een zevenpuntschaal (zie Tabel 6). Deze wordt voor elk beoordelingscriterium specifiek gemaakt, zodat de beoordeling traceerbaar gebeurt. Tabel 6: Zevenpuntschaal effectbeoordeling omgevingseffecten
Score
Toelichting
++
Sterk positief effect
+
Positief effect
0/+
Beperkt positief effect
0
Geen of verwaarloosbaar effect
0/-
Beperkt negatief effect
-
Negatief effect
--
Sterk negatief effect
Mitigerende maatregelen In het geval van geconstateerde negatieve effecten worden in het OER mitigerende maatregelen opgenomen, waarmee de negatieve effecten voorkomen of verminderd kunnen worden. Koppelkansen Zoals beschreven in paragraaf 2.3 focust het ROP Smallingerland zich op de thema’s wonen, werken en energie. De gemeente is met het ROP ook op zoek naar koppelkansen, zoals bijvoorbeeld natuur, landbouw en mobiliteit. Mochten er koppelkansen naar voren komen, dan worden deze onderdeel van de effectbeoordeling.
15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
21
Projectgerelateerd
4.4 Inhoud van het OER Volgens Artikel 11.3 van het Omgevingsbesluit bevat het planMER (of OER) in ieder geval de volgende informatie:
• Een beschrijving van de inhoud van het plan of programma en de redelijke alternatieven, de belangrijkste doelstellingen van het plan of programma en het verband met andere relevante plannen en programma’s;
• De relevante aspecten van de bestaande staat of kwaliteit van het milieu en de mogelijke ontwikkeling daarvan als het plan of programma niet wordt uitgevoerd;
• De milieukenmerken van gebieden waarvoor de effecten van het plan of programma aanzienlijk kunnen zijn;
• Alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma, in het bijzonder de problemen in gebieden waar het belang van het beschermen van het milieu een belangrijke rol speelt;
• Een beschrijving van de wijze waarop de doelstellingen ter bescherming van het milieu die zijn vastgesteld op internationaal, communautair of nationaal niveau en andere milieuoverwegingen zijn betrokken bij het plan of programma, voor zover zij relevant zijn voor het plan of programma;
• Een beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van de uitvoering van het plan of programma en van de redelijke alternatieven, met inbegrip van een beoordeling van die milieueffecten;
• De voorgenomen maatregelen om de aanzienlijke nadelige milieueffecten van de uitvoering van het plan of programma te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk te compenseren;
• Een motivering van de selectie van de onderzochte alternatieven en een beschrijving van de wijze waarop de milieueffecten zijn vastgesteld en beoordeeld, met inbegrip van de moeilijkheden die bij het verzamelen van de vereiste informatie zijn ondervonden, zoals technische tekortkomingen of ontbrekende kennis;
• Een beschrijving van de voorgenomen monitoringsmaatregelen, en; • Een niet-technische samenvatting van de verstrekte informatie.
4.5 Passende beoordeling Volgens artikel 16.53c van de Omgevingswet moet een Passende Beoordeling worden opgesteld als een plan of project invloed kan hebben op een Natura 2000-gebied. Met behulp van een Passende Beoordeling wordt onderzocht of een plan of project de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied niet aantast. Aantasting kan op verschillende manieren, zoals verstoring en verzuring en vermesting bijvoorbeeld als gevolg van stikstof. In gemeente Smallingerland ligt een deel van het Natura 2000-gebied Alde Feanen. Verder zijn er binnen een straal van 25 km nog twaalf Natura 2000-gebieden4 aanwezig. Deze gebieden moeten ook meegenomen worden omdat hier stikstof uit de gemeente kan neerslaan. Effecten op de Natura 2000-gebieden kunnen niet worden uitgesloten. Daarom wordt er een Passende Beoordeling opgesteld voor het voorkeursalternatief. Deze vormt een bijlage bij het OER. Mochten negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten, dan zullen mitigerende maatregelen worden beschreven die als randvoorwaarden mee dienen te gaan in het vervolg en bij de verdere planvorming betrokken moeten worden.
4
Bakkeveense duinen, Deelen, Drents-Friese Wold & Leggelderveld, Fochteloërveen, Groote Wielen, Leekstermeergebied (Groningen), Norgerholt (Drenthe), Rottige Meenthe & Brandemeer, Sneekermeergebied, Van Oordt’s Mersken, Wijnjeterper Schar en Witte en Zwarte Brekken 15 oktober 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK5190-MI-RP-250604-1158
22
Projectgerelateerd
5 Vervolgprocedure 5.1 Proces en tijdspad ROP Smallingerland De doorlooptijd van onderzoek naar de omgevingseffecten van het ROP, conform de in deze notitie beschreven reikwijdte en detailniveau, wordt vooralsnog ingeschat op ruim een half jaar. Gelijktijdig met het onderzoek naar de omgevingseffecten zullen in voornoemde periode ook een drietal verdiepende stedenbouwkundige toekomstscenario’s voor het deelgebied Boornbergum en omstreken worden uitgewerkt. Op basis van de uitkomsten van beide sporen, aangevuld met beleidsmatige ruimtelijke kaders die vanuit Rijk en provincie worden aangereikt (denk aan de Nota Ruimte en de Provinciale Omgevingsvisie) en praktische overwegingen zoals grondposities, fasering en doorlooptijden formuleert de gemeente het voorkeursalternatief en stelt zij het ontwerp-ROP op. Het voorkeursalternatief zal globaal begrensde locaties voor wonen, werken en zoekgebieden voor de opwek van duurzame energie bevatten. Het ontwerp-ROP wordt (conform de Omgevingswet) na besluitvorming in het College ter inzage gelegd. Conform de huidige planning zal deze besluitvorming rond de zomer van 2026 kunnen plaatsvinden. In de daaropvolgende periode van terinzagelegging wordt de gemeenteraad om een reactie op het ontwerpROP gevraagd, net als de inwoners van Smallingerland en overige belanghebbenden.