Bijlage 2 - Haalbaarheidsonderzoek Ondernemersfonds Smallingerland 11-2024-gecomprimeerd
Tekst van het document
AALBAARHEIDSONDERZOEK ONDERNEMERSFONDS
GEMEENTE SMALLINGERLAND Najaar 2024
INHOUD
1 2 3 4
INLEIDING P. 3
GRONDSLAGEN ONDERNEMERSFONDS P. 5 DRAAGLVLAK P. 12
WERKWIJZE EN ORGANISATIE P. 19
2
1
INLEIDING
Het is niet nieuw dat het voor de ontwikkeling van de lokale economie steeds belangrijker is dat het ondernemerschap goed georganiseerd is. Bedrijven staan in toenemende mate voor de opgave om een gezamenlijke verantwoordelijkheid te dragen voor een veilige, schone en goed onderhouden omgeving, voor mobiliteit en bereikbaarheid, voor goede promotie, voor een goed acquisitieklimaat, goede relaties met het onderwijs en voor talloze andere zaken. Een goede collectieve organisatie is verder nodig omdat: Het aantal free riders toeneemt (ondernemers en instellingen die niet meebetalen aan collectieve arrangementen, maar er wel van meeprofiteren). Bestedingspatronen van consumenten verschuiven (internet, beleving) en dat meer inspanningen van winkelgebieden vergt. Er meer concurrentie tussen steden en regio’s komt op ‘zachte’ vestigingsvoorwaarden als veiligheid, een inspirerende bedrijfsomgeving en organiserend vermogen Overheden steeds nadrukkelijker vragen aan het bedrijfsleven mede verantwoordelijkheid te nemen voor hun omgeving (niet alleen fysiek, maar bijvoorbeeld ook onderwijs- arbeidsmarkt).
Ook Smallingerland staat voor die opgaven. Diverse ondernemerscollectieven willen daarom activiteiten borgen en ontplooien die het ondernemersklimaat en het organiserend vermogen in de gemeente verder versterken. Gericht op bijvoorbeeld:
Het is al decennialang een echte uitdaging om ondernemers meer verantwoordelijkheid te laten dragen voor hun lokale vestigingsomgeving. De organisatiegraad is vaak laag, er is een permanente zoektocht naar financiële middelen, er wordt roofbouw gepleegd op een handjevol vrijwilligers, er zijn tal van ‘freeriding’ bedrijven die wel profiteren van collectieve afspraken maar geen energie of geld steken in het organiseren daarvan. De laatste 10 jaar neemt de bereidheid om vrijwillig financieel te participeren steeds verder af. Gemiddeld is 34% van de ondernemers lid van een vereniging. Dat was een decennium terug ruim 50%. Langzamerhand is de conclusie in beeld gekomen dat een oplossing voor het verschil tussen draaglast en draagkracht van de lokale ondernemers zo groot is geworden, dat vrijblijvende regelingen niet meer volstaan. Er zijn oplossingen nodig die een zekere continuïteit waarborgen, structuur bieden en professionalisering mogelijk maken. Daarom is nu in Smallingerland de vraag naar een ondernemersfonds aan de orde. Een ondernemersfonds dat wordt gevoed met een opslag op de OZB voor niet-woningen. Een fonds voor en door ondernemers, waarbij iedereen die OZB voor niet-woningen betaalt als ondernemer geldt. Dus ook de eigenaren van het vastgoed en ook de non-profit sectoren (onderwijs, zorg, sport, cultuur).
Via een systeem van trekkingsrechten naar gebied en sector komt het geld weer terug bij de gebieden/sectoren die het hebben opgebracht. Die gebieden/sectoren zijn vervolgens volledig vrij in het kiezen van hun eigen bestedingen, mits de besluiten maar democratisch en transparant genomen worden.
Investeren in de aantrekkelijkheid van het centrum. De doorontwikkeling van het parkmanagement op de bedrijventerreinen. Versterking van de (wijk)winkelcentra. Samenwerking tussen commerciële ondernemers en non-profit ondernemers (zorg, onderwijs, cultuur en sport).
3
Met het ondernemersfonds kan ondernemend Smallingerland nog beter haar aandeel aan een evenwichtige ontwikkeling van Smallingerland bijdragen, met veilige en vitale bedrijventerreinen, een aantrekkelijk centrum voor bewoners/recreanten en bloeiende winkelcentra en wijkeconomieën en een goed samenwerkingsklimaat met alle andere ondernemers in de gemeente. We spreken in dit rapport over een Ondernemersfonds. Deze term roept het gevoel op dat enkel ondernemers worden aangesproken. Echter, in het voorgaande wordt reeds kort gememoreerd aan het feit dat de keuze voor de techniek van de opslag op de OZB voor nietwoningen impliceert dat ook alle non-profit sectoren en alle vastgoedeigenaren van een niet-woning te maken krijgen met deze maatregel. Dat zijn niet direct de groepen waar we aan denken als we het hebben over ondernemers. Desondanks kiezen we voor het gebruik van de term Ondernemersfonds. In Nederland is dit namelijk dé geaccepteerde verzamelterm voor alle soorten initiatieven waar een belastingverordening ten grondslag ligt aan een gezamenlijke financiële positie van een groep. Deze groep bestaat in Smallingerland dus uit meer actoren dan enkel ondernemers waar we allemaal in eerste instantie aan denken (zoals winkeliers, horecaexploitanten, industriëlen, zakelijk en particulier dienstverleners et cetera).
Een tweede reden is dat de non-profit sectoren in aantallen individuen beduidend kleiner zijn dat de meer reguliere ondernemers groepen. Wat hen overigens niet belangrijk maakt. De kracht is juist de kansen om kruisbestuivingen en nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan.
Er zijn oplossingen nodig die een zekere continuïteit waarborgen, structuur bieden en professionalisering mogelijk maken.
4
2
GRONDSLAGEN ONDERNEMERSFONDS
In de kern is een OZB-ondernemersfonds het gevolg van een afspraak tussen ondernemers en lokale politiek: de gemeenteraad verhoogt de OZB voor niet-woningen met een vooraf afgesproken bedrag en stelt tegelijkertijd een subsidie in ter waarde van de OZB- verhoging voor de Stichting Ondernemersfonds Smallingerland. Er zijn geen wettelijke voorschriften voor hoe een fonds eruit moet zien en waar het zich aan moet houden: het is allemaal zelfbestuur van de ondernemers. Maar er zijn in de gemeenten waar al een fonds bestaat wel een aantal spelregels geïntroduceerd en die spelregels zijn ook in Smallingerland in de plannen betrokken. Dit hoofdstuk loopt ze langs.
PRINCIPE Voor en door ondernemers: gemeente faciliteert Besteding aan collectieve belangen, waarbij alles wat de ondernemers in de verenigingen/binnen sectoren zelf hun collectieve belang noemen, in aanmerking komt
TECHNIEK Opslag op OZB-tarief voor niet-woningen· Geldt voor hele gemeente Geldt voor gebruikers en eigenaren
Bestedingen zijn vervolgens geheel vrij: promotie, veiligheid, sparen voor investeringen, park- en centrummanagement, lobby, alles mag Alleen vormeis: democratische besluitvorming (vereniging). Gebiedsgerichte en/of sectorale organisatie (met eventueel sectorale accenten)
Geen wettelijke voorschriften of beperkingen Geen heffingskosten. Geen gevoeligheid voor bezwaar (want raad stelt tarieven vast en bezwaar kan alleen tegen de individuele WOZ-bepaling) Maximale bestedingsvrijheid Centrale beheersstichting voor administratie
Dit hoofdstuk behandelt de belangrijkste algemene organisatorische en ‘technische’ aspecten van een OZBondernemersfonds. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1. Wie dragen er bij 2. Voor en door ondernemers 3. Bestedingsvrijheid 4. Non-substitutie en samenwerking met de gemeente 5. Transparantie en democratie 6. Systematiek van trekkingsrechten 7. Een fonds is een middel, geen doel 8. Tarief: balans tussen opbrengst en draagkracht 9. De OZB als fiscaal instrument en het ondernemersfonds 10. De BTW plichtigheid
Trekkingsrechtensystematiek Geen herverdeling geld uit het fonds, maar ‘trekkingsrecht’ Hoogte is gerelateerd aan OZB-opbrengst in gebied, voorwaarde is democratische structuur Experiment voor vijf jaar, daarna evaluatie
5
2.1
WIE DRAGEN ER BIJ?
Het begrip ‘ondernemer’ valt in een ondernemersfonds samen met de OZB-categorie niet- woningen. Dat betekent dat niet alleen de commerciële bedrijven – winkels, horeca, kantoren, dienstverleners, werkplaatsen, fabrieken – meedoen, maar ook non-profit ondernemingen zoals overheid, het onderwijs, de culturele instellingen, de sector zorg, maatschappelijke instellingen en de sector sport. Alleen het wettelijk van OZB vrijgestelde vastgoed doet niet mee: kerken die voor de eredienst in gebruik zijn, waterstaatkundige werken, landbouwgrond et cetera. Het bij elkaar brengen van zoveel ongelijksoortige organisaties was ooit een probleem, maar past nu goed bij trends in het economisch proces: Non-profit’’ organisaties zijn zich steeds meer als onderneming gaan gedragen en zijn ook massaal lid geworden van ondernemersverenigingen. Er is veel meer begrip ontstaan voor de wederzijdse afhankelijkheid van profit en non- profit, bijvoorbeeld in de relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt Non-profit instellingen worden met name in de zorg, sport en cultuur nadrukkelijker afhankelijk van goede relaties met het bedrijfsleven (sponsoring, vrijwilligerswerk) en zijn vaak op zoek naar een breed netwerk en ontmoetingsplatform met het bedrijfsleven. De omgevingsbelangen van profit en non-profit – veiligheid, bereikbaarheid, promotie, herkenbaarheid – vallen vaak samen.
Het feit dat een ondernemersfonds op OZB-basis niet alleen voor een enkele sector (bijvoorbeeld winkels) en in een enkel gebied (bijvoorbeeld het centrum) wordt ingezet maar voor alle ondernemingen in de hele gemeente geldt, leek in de gemeenten die eerder een OZB-ondernemersfonds instelden in eerste instantie een complicatie. Maar na verloop van tijd wordt juist die veelheid als een grote verworvenheid van het fonds ervaren: de context waarbinnen ondernemingen hun positie bepalen wordt veel breder en rijker. En er vindt nieuwe marktschepping plaats, door het ontstaan van nieuwe relaties. Een belangrijk deel van de OZB wordt door eigenaren van het vastgoed opgebracht. De eigenaren zijn dus ook ondernemer. Niet alleen naar de letter: ze worden van harte uitgenodigd om zich als ondernemer te manifesteren, in de activiteiten die vanuit het fonds gefinancierd worden deel te nemen en invloed uit te oefenen op de bestedingen. Een ondernemersfonds kan bijdragen aan bestrijding van leegstand, aan promotie, veiligheid en andere zaken die bijdragen aan een duurzaam rendement voor eigenaren van vastgoed. In die zin is er ook tussen eigenaren en gebruikers van vastgoed een parallel in belangen.
2.2
EEN FONDS IS VOOR EN DOOR ONDERNEMERS
Bij de afspraak met de gemeenteraad hoort dat de gemeente de verantwoordelijkheid over de inrichting van en bestedingen uit het fonds neerlegt bij de ondernemers. Natuurlijk is er weldegelijk een controle mechanisme: het fonds dient zich te houden aan algemene normen voor gesubsidieerde instellingen die met publiek geld werken, zoals het overleggen van jaarstukken en het blijven binnen de grenzen van de wet. Maar het inhoudelijk debat hoort bij de ondernemers te liggen. In sommige gemeenten met een fonds heeft het de gemeente moeite gekost om aan die non-interventie te wennen. Maar de spelregel is wel overal geaccepteerd. Het rendement van een ondernemersorganisatie die eigen keuzes kan maken en zich in vrijheid kan organiseren is voor een gemeentebestuur op den duur veel groter dan zeggenschap over een geldbedrag. Juist door het fonds los te laten kan dynamiek ontstaan en krijgt de gemeente te maken met een goed georganiseerd ondernemerschap. Het is overigens omgekeerd ook even wennen. Veel ondernemers hebben de gewoonte om hun probleem steeds te definiëren in relatie tot de overheid. Dat er een vrije ruimte komt voor gezamenlijk ondernemerschap, met geld maar zonder regels, kost vaak tijd om te ontdekken. In het begin van een fonds vragen tal van verenigingen wat de voorschriften zijn waar ze zich aan moeten houden.
De kunst voor het bestuur van het fonds is natuurlijk om zo regelarm mogelijk op te trekken en de vrijheid om iets op te zetten zo maximaal mogelijk te houden.
6
2.3
BESTEDINGSVRIJHEID
We kunnen het beginsel ‘voor en door ondernemers’ in één volzin vertalen: een ondernemersfonds is er voor de financiering van de collectieve belangen van ondernemers, waarbij alles wat ondernemers langs democratische weg bestemmen als hun collectieve belang, een valide bestemming is. Hierin zit verpakt dat er geen inhoudelijke voorschriften zijn voor de bestedingen: het fonds is niet afhankelijk van politieke of publieke opinievorming. De beslissing over besteding uit het fonds is privaat: alleen de ondernemers (incl. vastgoedeigenaren en sector vertegenwoordigers) gaan erover. Sommige bestedingen kunnen raken aan de publieke taak van de gemeente (zoals beveiliging en onderhoud van de openbare ruimte), maar de beslissing om geld te besteden aan het oplossen van een publieke taak moet door de ondernemers in vrijheid worden genomen.
2.4
NON-SUBSTITUTIE EN SAMENWERKING MET DE GEMEENTE
Een volgende spelregel is dat de gemeente zich ervan weerhoudt om publieke taken bij het ondernemersfonds onder te brengen: het non-substitutiebeginsel. Her en der wordt in discussies over ondernemersfondsen de vrees geuit dat de komst van een fonds voor de gemeente een reden kan zijn om zelf te korten op gemeentelijke taken, met name in de sfeer van onderhoud. Natuurlijk blijft dat in theorie mogelijk. De komst van een ondernemersfonds verandert niets aan het budgetrecht van de gemeenteraad. Maar de praktijk in ‘ondernemersfondsgemeenten’ is anders. Er zijn veel voorbeelden van terreinen beschikbaar waar de gemeente de eigen inspanningen juist ging intensiveren. Omdat het lokale ondernemerschap beter georganiseerd wordt en over een eigen financiële positie beschikt, ontstaat de mogelijkheid samen meer te doen aan de kwaliteit van de omgeving.
Ondernemers zijn beter georganiseerd, hebben een onderhandelingspositie, kunnen veel beter zaken signaleren en voorstellen doen. Er komen kwaliteitsvragen aan de orde die eerst helemaal niet in beeld waren. Op het moment dat de ondernemers daar een financiële prikkel voor kunnen geven, wordt het voor de gemeente interessant om daar ook in te gaan participeren. De gemeente kan dan gelden en acties dankzij de goede belangenarticulatie door de ondernemers ook gerichter inzetten. Niettemin is het zaak om het beginsel van non-substitutie vast te leggen. Een mogelijke uitwerking van het non-substitutie beginsel zou kunnen het zijn het vastleggen van het minimale gemeentelijke onderhoudsniveau in een ‘service level agreement’. Probleem van zo’n ‘SLA’ is dat het niet meer is dan een momentopname en de dynamiek in een gebied niet goed kan weergeven. Er begint daarom op veel plaatsen een voorkeur te ontstaan om vooral procedurele afspraken of stappenplannen te maken. Die afspraken kunnen gaan over gemeentelijke transparantie in de beschikbaarheid van budgetten en kostprijzen, over een periodieke schouw en over de afdoening van klachten of over gezamenlijke planning van onderhoud. Toch pleit vrijwel iedereen die in het kader van dit haalbaarheidsonderzoek is gesproken voor het opstellen van zo’n SLA.
Er dienen zoveel mogelijk zekerheden te worden ingebouwd zodat de gemeentelijk taken niet worden afgebouwd en/of worden ondergebracht bij het ondernemersfonds. Een ondernemersfonds moet transparant zijn, in de zin dat alle bestedingen inzichtelijk zijn. Het fonds werkt met publiek geld, ook al is de besluitvorming privaat. Tenslotte moeten goede initiatieven bekend worden en anderen moeten zich erbij kunnen aansluiten. Het fonds draagt bij aan marktschepping en dat vergt kennisdeling en transparantie. Het democratisch gehalte is soms lastig vorm te geven. Uitgangspunt is dat elke OZB- betaler moet kunnen meepraten en meebeslissen over de besteding van het geld. Daarom is er een voorkeur voor de verenigingsstructuur: elke ondernemer moet lid kunnen worden van een vereniging.
Non-substitutie is de ene kant van de medaille als het gaat om de relatie tussen het ondernemersfonds en de gemeente, samenwerking is de andere kant van die medaille. En de praktijk elders leert dat die samenwerking met een ondernemersfonds beter vorm kan krijgen. Een belangrijke meerwaarde van de komst van een fonds voor de gemeente zit immers in de betere collectieve organisatie van ondernemers en in het beschikbaar komen van een stevige partner voor overleg en samenwerking. Dat lokt meer en betere gezamenlijke inspanningen uit.
7
2.5
SYSTEMATIEK VAN TREKKINGSRECHTEN Een ondernemersfonds is een instrument voor versterking van het handelend vermogen van het lokale ondernemerschap, het is geen doel op zich.
Bij de verdelingssystematiek in het fonds is het zoeken naar balans tussen twee uitgangspunten. Aan de ene kant is het zaak dat besluiten over geld zo dicht mogelijk bij de ondernemers genomen worden en dat de ondernemers het fonds als van hen zelf beschouwen (eigenaarschap). Aan de andere kant moeten ondernemers over de grenzen van hun eigen gebied en vereniging heen kunnen kijken, gebied overstijgende acties kunnen plannen en toewerken naar een gemeente brede verantwoordelijkheid van geldstromen, activiteiten en ideeën. Het systeem dat een deel van de middelen beschikbaar stelt via trekkingsrechten - tot nu toe toegepast bij OZB- ondernemersfondsen - blijkt die balans goed te kunnen treffen. In het vervolg gaat dit plan nader op de systematiek in.
2.6
EEN FONDS IS EEN INSTRUMENT, GEEN DOEL
Een ondernemersfonds is een instrument voor versterking van het handelend vermogen van het lokale ondernemerschap, het is geen doel op zich. Bij de eerste ronde – de periode na de oprichting van het fonds – geldt het fonds als een experiment, dat ook kan mislukken. Na die startperiode – het voorstel is om in Smallingerland vijf jaren te nemen – wordt het fonds geëvalueerd. Wanneer het fonds na die eerste evaluatie blijft bestaan, dan nog komt bijvoorbeeld elke drie of vier jaar bij weer een evaluatie de vraag aan de orde of het fonds nog naar behoren functioneert. Iedere periode levert nieuwe inzichten en het is natuurlijk mogelijk dat over een tijd weer betere oplossingen beschikbaar zijn voor het probleem waar het fonds zich op richt. Bijsturen is daarom belangrijk. Een eerste periode van vijf jaar betekent ook dat het fonds niet als een kant-en-klaar mechaniek moet worden gezien. Er moet ontwikkelruimte en experimenteerruimte zijn in het fonds, institutionalisering moet vermeden worden, grenzen van werkgebieden mogen flexibel blijven, bestedingen moeten permanent goed tegen het licht gehouden worden op hun nut en noodzaak. Een individuele onderneming verandert voortdurend en volgt de markt, de behoeftes van klanten. Een fonds moet als werktuig van diezelfde ondernemers ook voortdurend veranderen en met hun behoeftes meebewegen.
8
2.7 TARIEF: BALANS TUSSEN
OPBRENGST EN DRAAGKRACHT
De OZB voor niet-woningen voldoet aan het criterium van evenredigheid: de belastingdruk is gerelateerd aan de waarde van het bedrijfspand. In beginsel dragen de sterkere schouders de zwaardere lasten. De tarifering moet een balans treffen tussen twee uitgangspunten. De opbrengst van de verhoging moet voldoende substantieel zijn om ook echt iets te doen. Projecten kosten geld; beveiliging, feestverlichting, promotiecampagnes, parkmanagement, relaties onderwijs-arbeidsmarkt. Niet alles kan en niet alles hoeft tegelijkertijd, maar het fonds moet voldoende omvangrijk zijn om, ten eerste, acute noden en behoeftes te kunnen aanspreken en om, ten tweede, planontwikkeling en ondernemerschap aan te moedigen. De verhoging moet geen onevenredige pijn doen, moet niet meer dan een detail zijn in de kostenstructuur van bedrijven. Een collectieve bijdrage aan een fonds is geen lichtzinnige vraag. Maar door de bijdragen te verdelen over alle ondernemers, achten we bijdrage per ondernemer verantwoord. De keuze is gemaakt voor een bijdrage van € 37,50 per € 100.000,- WOZ-waarde van een pand voor de eigenaar en € 37,50 per € 100.000,- WOZ-waarde van een pand voor de gebruiker.
Dat is gebeurd zowel op basis van ervaringen van elders (de meeste gemeenten met een OZBfonds zitten op een opslag van tussen de € 30,- en € 60,- per € 100.000,- WOZwaarde), als op basis van lokale behoefteramingen voorkomende uit het draagvlakonderzoek. In Nederland zijn er circa 50 OZB-fondsen. De hoogte van de bijdrage hangt doorgaans samen met de mate van professionaliteit van het ondernemersfonds en de ambities. Gemiddeld genomen kan worden gesteld dat beide criteria zich ontwikkelen naar gelang een fonds langer bestaat.
Tabel: 2023 vergelijking bijdrage ondernemersfonds per € 100.000,WOZ-waarde
Gemeente
Totaal
Arnhem Helmond Groningen Assen Delft Alblasserdam Leeuwarden Utrecht
€ 28,00 € 35,00 € 61,00 € 36,00 € 55,00 € 30,00 € 48,00 € 86,00
Het opslagpercentage dient echter altijd in samenhang te worden bezien met de reguliere OZB-belastingdruk in de gemeente. Een lage opslag betekent namelijk niet dat er ook een lage reguliere OZB aanwezig is. We zien dat in de gemeente Smallingerland zowel het eigenarendeel van de OZB als het gebruikersdeel van de OZB rond het landelijk gemiddelde ligt.
9
Tabel: tarieven OZB naar eigenaar en gebruiker in % van WOZ in 2023
Gemeente
Eigenaar
Gebruikers
Totaal
Smallingerland Arnhem Helmond Groningen Assen Delft Alblasserdam Leeuwarden Utrecht Gem. Nederland
0,3881 % 0,6849 % 0,2440 % 0,5635 % 0,3866 % 0,2775 % 0,2972 % 0,4803 % 0,4270 % 0,2909 %
0,211344 % 0,1712 % 0,1934 % 0,4511 % 0,3117 % 0,2172 % 0,2392 % 0,3842 % 0,3449 % 0,2113 %
0,6899 % 0,8561 % 0,4374 % 1,01146 % 0,6983 % 0,4947 % 0,5364 % 0,8645 % 0,7719 % 0,5022 %
Bron: COELO 2023, overzicht gemeentelijke belastingen
Het voorstel is om voor wat betreft de opslag op de OZB de lasten evenredig te verdelen over de gebruikers en de eigenaar. Dat betekent dat van de € 37,50 wordt betaald door de eigenaar en € 37,50 door de gebruiker. Is een opslag van € 75 een draaglijke last? Een paar rekenvoorbeelden: Voor een pand met een WOZ-waarde van € 500.000,- bedraagt de opslag na de komst van het fonds € 187,50 per jaar voor de eigenaar en € 187,50 voor de gebruiker. Dit zal dus € 375,- totaal per jaar zijn. Een timmerman huurt als zzp-er een kleine hal voor opslag van gereedschappen. Bij een WOZwaarde van € 50.000,-, betaalt de timmerman jaarlijks € 18,75 mee aan het fonds. Een grote onderneming (of non-profit instelling) met een pand (in eigendom en gebruik) met een WOZ-waarde van € 4.000.000,- komt uit bij een opslag van € 3.000,- per jaar. Het gaat dus bij het overgrote deel van de belastingplichtigen om een beperkt of zelfs marginaal bedrag. Het is de ‘wet van de grote aantallen’ die tot een behoorlijke opbrengst leidt, niet de absolute druk per bedrijf. Iedereen doet mee, dat houdt de lasten licht. Slechts bij een kleine groep grotere bedrijven is de afdracht aan het fonds ook in absolute bedragen omvangrijk. Voor zowel grote als kleine bedrijven geldt natuurlijk dat elke lastenverzwaring er weer één is, hoe beperkt ook.
Er moet iets tegenover staan: zij moeten het fonds gaan ervaren als een versterking van hun bedrijfsomgeving, als ‘value for money’. De voorgestelde opslag van € 75,- per € 100.000,- WOZ-waarde leidt tot een opbrengst voor een eventueel Ondernemersfonds Smallingerland van ongeveer € 750.000,- (op basis van de WOZwaardering van 2023). In het vervolg wordt verder ingezoomd op de verdeling van dat bedrag over de verschillende gebieden en sectoren.
10
2.8
DE OZB ALS FISCAAL INSTRUMENT EN HET ONDERNEMERSFONDS
De OZB is een algemeen dekkingsmiddel voor gemeentebesturen en geen doelheffing. Wanneer we zeggen dat het ondernemersfonds betaald wordt uit een opslag op de OZB, dan is dat een metafoor die politiek wel klopt, maar wettelijk of juridisch onmogelijk is. Er loopt geen geldstroom direct van de OZB-incasso naar het ondernemersfonds. Er loopt wel een geldstroom van de algemene middelen van het gemeentebestuur naar het fonds. Formeel is het fonds een instelling die gesubsidieerd wordt vanuit die algemene middelen. De gemeenteraad heeft de vrijheid om de OZB-tarieven te verhogen ter verkrijging van meer algemene middelen. Dat de gemeenteraad vervolgens besluit om een subsidie toe te kennen ter hoogte van de opbrengst van een zekere OZB-verhoging, is een politieke metafoor. Praktisch en materieel is het natuurlijk een krachtige metafoor: ondernemers betalen hun eigen collectieve belangenbehartiging en gebruiken daarvoor de belastingincasso van de gemeente. Overigens heeft het tarievenbeleid van gemeentebesturen te maken met toezicht door rijk en provincie. De afspraak is thans dat gemeentebesturen vrij zijn in hun tarievenbeleid, maar dat achteraf kan worden ingegrepen wanneer die vrijheid leidt tot extreme tariefverhogingen. Er is nog een aspect van belang als het gaat om het belastinginstrument OZB als grondslag voor het ondernemersfonds.
Het fonds en de verenigingen die werken met het fonds moeten een beeld hebben van die structuur: welke opbrengsten (en trekkingsrechten) horen bij welke sectoren en welke gebieden? Het moet daarbij steeds gaan om een beeld op een zeker abstract niveau, belastinggegevens zijn immers vertrouwelijk. Het zal verder gaan om een beeld met een zekere flexibiliteit: de vastgoedwaarde ontwikkelt zich niet overal even snel en werkgebieden van ondernemersverenigingen kunnen veranderen. In de praktijk moet er tussen bestuur en management van het fonds enerzijds een gemeentelijke belastingafdeling anderzijds een praktijk groeien, waarin op basis van vertrouwelijke gegevens toch een adequaat beeld kan worden verschaft van het trekkingsrecht. Het fonds moet op het niveau van de individuele belastingbetaler wegblijven, dan wel discreet zijn.
2.9
DE BTW-PLICHTIGHEID
Het Ministerie van Financiën heeft de ondernemersfondsen btw-plichtig verklaard. Dat betekent dat de gelden die in een ondernemersfonds bewegen, praktisch netto bedragen zijn: de btw over de gefinancierde activiteiten kan grotendeels worden teruggevorderd. Er is nog wel enige discussie over de interpretatie van de ruling van het Ministerie. Om onaangename verrassingen te voorkomen (namelijk een onverhoopt en op zich aanvechtbaar oordeel van de inspecteur dat de btw-plicht - en daarmee de mogelijkheid om betaalde btw in vooraftrek te nemen - beperkt wordt tot het commerciële deel van het fonds dat ook werkelijk btw-plichtig is) is het daarom goed vooraf afspraken met de belastinginspecteur te maken.
11
3
DRAAGVLAK De verhoging van de OZB is formeel geen zaak van de ondernemers. De gemeenteraad kan in theorie gewoon besluiten om de tarieven te verhogen en de opbrengsten te bestemmen voor een ondernemersfonds, zonder ook maar enige raadpleging van belanghebbenden. Maar een belastingverhoging ligt politiek gevoelig. Het lokale lastenniveau maakt immers deel uit van de vestigingsvoorwaarden van bedrijven. Een gemeenteraad kan dat politieke risico zelf lopen, maar het het is logisch dat de raad het politieke risico (deels) verlegt naar de initiatiefnemers: die moeten met een voorstel komen wat draagvlak heeft. Het vertrouwen van de raad is ten eerste een kwestie van intrinsieke kwaliteit van het voorstel: de raad moet de mogelijke komst van een fonds gewoon een goed plan vinden. Het is ten tweede een kwestie van draagvlak: het moet duidelijk zijn dat er in ondernemend Smallingerland veel personen/organisaties zijn die er kansen in zien, dan wel bereid zijn er middelen en energie in te steken.
3.1 WAT IS DRAAGVLAK? Als het gaat om de definitie van draagvlak dan kunnen we de volgende zaken opmerken: 1. Er moet steun zijn onder de reeds georganiseerde ondernemers, de verenigingen. Het kan zijn dat op een bedrijventerrein daarmee slechts een deel van de ondernemers wordt bereikt, omdat de anderen niet lid zijn geworden van een vereniging en niet deelnemen aan het overleg aldaar. In dat geval heeft ´freeriding´ een prijs: je wordt gewoon niet gehoord. Het is redelijk dat de politiek de stem van de reeds georganiseerden honoreert. Het is in het land gebruikelijk om enig gezag toe te kennen aan de bedrijven die de verantwoordelijkheid voor hun omgeving al nemen. Het zijn allemaal vrijwilligers, die tijd, energie en geld investeren om samenhang en kwaliteit toe te voegen aan hun omgeving. 2. Er wordt gezocht naar steun onder de ´stakeholders´, de grotere OZB-betalers. Het gaat daarbij niet alleen om het gegeven dat zij in absolute bedragen toch een behoorlijke som aan het fonds bijdragen. Het gaat er ook om dat grote bedrijven belangrijk zijn in hun omgeving. Hun belangen en ambities moeten in het ondernemersfonds goed tot articulatie komen. 3. Er worden voldoende publicitaire uitingen gedaan om ook niet-georganiseerden die ook maar enigszins krant lezen of hun omgeving bezien toch te bereiken en in staat te stellen hun mening te ventileren.
12
Deze drie routes gezamenlijk leiden niet tot een uitgesproken ja of nee, maar tot een genuanceerd beeld. Er zullen altijd ondernemers zijn die nergens aan mee willen doen, hun isolement koesteren en zich verzetten tegen een lastenverhoging, hoe beperkt ook maar. Omgekeerd zullen er voorhoedespelers zijn met al uitgewerkte ideeën over hoe een fonds moet gaan werken. Door draagvlak op te vatten als een kwalitatief proces, worden die nuances zichtbaar, komen voorwaarden en prioriteiten in beeld. En er is een beeld van waar het enthousiasme zit, waar zorgen over zijn, waar al voldoende organiserend vermogen aanwezig is om snel te kunnen starten en waar nog geruime tijd ondersteuning nodig is. Daar komt nog iets bij. Bij de discussie over het wel of niet invoeren van een fonds draait het vaak om de tegenstelling tussen reeds georganiseerde bedrijven die hun verantwoordelijkheid willen nemen enerzijds en freeriders anderzijds. Maar wanneer een fonds eenmaal effectief is, begint zich een grote ´middengroep´ te manifesteren van ondernemers die best willen meebetalen en meewerken, zolang er maar een helder kader is en de discussies ook echt ergens over gaan. Er zijn voorbeelden van verenigingen waar de opkomst op vergaderingen binnen twee jaar vertienvoudigde, gewoon omdat er niet meer eindeloos gepraat werd over de hoogte van de contributie en er ruimte was gekomen voor de inhoud.
De verwachting is reëel dat dat ook in Smallingerland zal gebeuren. Na enkele jaren zal de organisatiegraad van het bedrijfsleven zeer versterkt zijn en zal de belangenbehartiging een veel professionelere gedaante aannemen.
3.2
VERSLAG DRAAGVLAKONDERZOEK
Zoals al eerder aangegeven leeft de wens om te komen tot een structurele financiering voor het organiserend vermogen van ondernemers al een geruime tijd in Smallingerland. Er is een sterke grondslag voor collectieve betaling van ondernemersactiviteiten aanwezig in een tweetal gebieden, het centrum en bedrijventerrein De Haven, maar ook daarbuiten is behoefte gekomen aan krachtenbundeling. Voorbeelden daarvan zijn de verschillende centra voor dagelijkse boodschappen en de onderwijssector. Maar het is ook zaak de kritische geluiden te onderkennen. In Smallingerland komen die vooral uit de hoek van de dorpen binnen de gemeente en uit de agrarische sector. De initiatiefnemers Ha&Ie en OVD hebben ter toetsing van het draagvlak gesprekken gevoerd met zoveel mogelijk ondernemersverenigingen in Smallingerland en met afvaardigingen van sectoren zoals zorg, onderwijs en sport. Dat heeft geleid tot het schriftelijk verzoek aan de gemeente Smallingerland om de invoering verder te onderzoeken. Het College van B&W waardeert het verzoek en heeft (zonder inhoudelijk positie te bepalen) het adviesbureau StadsKracht ingeschakeld om het draagvlak in de gemeente te verkennen. Het gevolg is dat door StadsKracht in het voorjaar van 2024 allerlei informatiemomenten naar sector/gebied heeft georganiseerd.
Via informatie per post en andere methoden zijn ondernemers uitgenodigd een positie te kiezen in het debat over een ondernemersfonds. We lopen de verschillende organisaties/sectoren in Smallingerland na op hun draagvlak voor een ondernemersfonds.
13
CENTRUM DRACHTEN Aantal objecten in afbakening: circa 415 Opkomst informatiebijeenkomst: 28 Reacties: Merendeel beschouwt ondernemersfonds als aantrekkelijk. Dit komt voornamelijk omdat het minder kost dan de reclamebelasting, maar meer oplevert. Geen animo voor verdubbeling kosten reclamebelasting, ondanks dat dit een grotere pot kan creëren voor het centrum. Vragen over hoe het tarief zal worden vastgesteld en hoe lang dit model zal gelden. Vragen over waar het geld heen gaat, hoe de stichting georganiseerd zal worden, en hoe/waar er verantwoording afgegeven zal worden. Naast vertegenwoording is het ook van belang dat er deskundigen in het ondernemersfonds zitten. Twijfel bij Schouwburg Lawei door forse bedragen. Aantal schriftelijke reacties: 4 2x geen interesse want productiebedrijf en maatschappelijke instelling. 1x geen interesse want kleine ondernemers hebben zware tijden. 1x geen interesse want de belastingdruk is al vrij hoog.
BEDRIJVENTERREIN DE HAVEN Aantal objecten in afbakening: circa 670 Opkomst informatiebijeenkomst: 14, waaronder afvaardiging bestuur BV Tussendiepen en Sociëteit De Haven Reacties: Besturen BV Tussendiepen en Sociëteit De Haven enthousiast. Camerabeveiliging en het helpen van startende ondernemers zijn wenselijke projecten. Diverse personen zijn enthousiast en willen de kansen zeker grijpen. Sociëteit de haven herstart loopt nu met als drijfveer ontwikkelprogramma Haven. Er zijn voornemens om kwartiermaker te benoemen en ondernemerschap verbinden. In de presentatie staat voornamelijk de methode centraal en de meerwaarde mist nu. Hier is wel behoefte aan want er moet rendement komen van het programma. De kleine ondernemer wil toegevoegde waarde zien. In het verleden een initiatief geweest voor parkmanagement, maar hier waren te weinig deelnemers voor. Een ondernemer was erg kritisch. Argumentatie: voor goede projecten is er geen fonds nodig. Dan komt het wel goed. Nu voelt het meer als een soort gedwongen pot en om er dan wat mee te gaan doen. Aantal schriftelijke reacties: 4 Schriftelijke reactie Sociëteit De Haven waarin zij de steun uitspreken voor het ondernemersfonds. 2x geen interesse want deelname aan een fonds moet altijd vrijwillig zijn. 1x enthousiasme en interesse in deelname bestuur ondernemersfonds
14
AZEVEN NOORD & ZUID Aantal objecten in afbakening: circa 270 Opkomst informatiebijeenkomst: 12 Reacties: Diverse ondernemers leveren al bijdragen aan het innovatiecluster en twijfelen over meerwaarde van een ondernemersfonds. In het verleden heeft de A7 al een samenwerking gehad, maar deze kwam niet van de grond. A7 is een relatief nieuw terrein met weinig problemen waardoor de weg van vrijwillige bijdragen niet werkt. Een deel van de aanwezigen stelt dat het goed is om een samenwerking te vormen. Een ondernemersfonds kan een drijfveer zijn tot meer vereniging omdat er ook geld beschikbaar komt. A7 is een groeiend terrein en nieuwe ondernemers vragen om nieuwe investeringen. Het is belangrijk om een gezamenlijk doel te zoeken: bijvoorbeeld de aansluiting van het terrein op het openbaar vervoer. Gedeelde conclusie is om zeker verder te gaan met het plan en het een kans te geven. Wel is het duidelijke dat er verschillende reacties uit deze groep komen. Aantal schriftelijke reacties: 1 1x begrip voor het initiatief maar dit kan slechts bereikt worden als eerst een sterkere organisatiegraad, zowel binnen als tussen de sectoren, gerealiseerd wordt.
KANTORENPARK Aantal objecten in afbakening: circa 65 Opkomst informatiebijeenkomst: 3 Reacties: Geen collectief actief op het kantorenpark. Een suggestie om het kantorenpark samen te voegen met A7 aangezien ze geografisch verbonden zijn. Daar tegenover staat wel dat het verschillende vormen van ondernemerschap zijn (kantoor vs. industrie). Een ondernemer uit dat een collectief niet nodig is op een kantorenpark. Als die wens er was dan was dit collectief al opgericht. Tijdens de bijeenkomst ontstond de wens om te beginnen met een collectief en het verenigen van ondernemers. Mogelijke projecten: investeren in laad infrastructuur, verduurzamingsadvies en profilering van het park. Aantal schriftelijke reacties: 1 1x inhoudelijke reactie dat minimaal 90% van het geld dat wordt opgehaald in het gebied ook terug moet vloeien naar het gebied. Daarnaast zo min mogelijk begeleiding van externe personen.
15
WIJKCENTRA & MLK Aantal objecten in afbakening: circa 65 Opkomst informatiebijeenkomst: 0 Reacties: Niet van toepassing Aantal schriftelijke reacties: 1 1x een steunverklaring vanuit bestuur Winkelcentrum Noorderpoort (18 ondernemers)
AGRARISCH EN AANVERWANT Aantal objecten in afbakening: 160 Opkomst informatiebijeenkomst: 2 Reacties: De verantwoordelijkheid om de pot met geld te beheren mag niet worden onderschat. Hulp bij projecten is zeer zeker nodig. Dit doet niemand er eventjes bij. Mogelijk opzetten van open dagen bij boeren of een boerenmarkt. Geen negatief sentiment maar officiële reactie LTO volgt. Aantal schriftelijke reacties: 1 Schriftelijke reactie LTO waarin zij oproepen om af te zien van invoering van het ondernemersfonds. Met verwijzing naar de onzekere tijden voor de agrarische sector en de stelling dat de sector via LTO al goed is georganiseerd.
ZORG EN AANVERWANT Aantal objecten in afbakening: circa 60 Opkomst informatiebijeenkomst: 0 Let op: enkele zorg instellingen zijn persoonlijk geconsulteerd (zie vervolg). Reacties: Niet van toepassing Aantal schriftelijke reacties: 1 1x verzoek tot aanvullende informatie
16
ONDERWIJS EN AANVERWANT Aantal objecten in afbakening: circa 60 Let op: in circa 10 gevallen is gemeente zelf eigenaar/gebruiker Opkomst informatiebijeenkomst: 2 Let op: enkele grote onderwijs instellingen zijn persoonlijk geconsulteerd (zie vervolg). Zij vertegenwoordigen grootste aantal objecten. Reacties: Het instellen van een fonds is positief. Dit biedt mogelijkheden om weer excursies en dergelijken te organiseren in samenwerking met bijvoorbeeld het innovatiecluster. Het raakt veel van wat grotere instellingen al doen. Dit is dus erg positief. Denk aan kruisbestuiving onderwijs-arbeidsmarkt. Subsidies zijn vaak tijdelijk, maar dit lijkt meer op een permanente vorm. Kan toegang bieden van bepaalde groepen voor onderwijs. Grote onderwijskracht in Smallingerland, zeker in het MBO, en dat moet worden uitgedragen. Aantal schriftelijke reacties: geen
SPORT EN AANVERWANT Aantal objecten in afbakening: circa 80 Let op: in 25 gevallen is gemeente zelf eigenaar/gebruiker Opkomst informatiebijeenkomst: 6, waaronder programmamanager/leden Kerngroep Sportakkoord Reacties: Voor commerciële sport is een ondernemersfonds niet interessant (zoals commerciële sportscholen). Voorzitter vv Drachten geeft aan dat een vereniging wordt aangeslagen als bedrijf dus hoge WOZ afdracht. Daarnaast moet er met het fonds een systeem worden gebouwd, terwijl het vinden van bestuursleden nu al lastig is. De voorzitter van ONT geeft aan dat een fonds meer gezien moet worden als een maatschappelijke impuls dan als een vorm van direct profijt voor de vereniging. Denk aan: jeugd laten sporten of hulp voor kleinere verenigingen Het Sportakkoord is al een collectief. Er is Euro 30.000 euro “gratis” beschikbaar en er zijn nauwelijks aanvragen. De kerngroep van het akkoord komt zelf met aanvragen. Het fonds kan een aanjager zijn voor budget Sportakkoord. Gedeelde reactie: de kar moet getrokken worden en er is weinig geld voor de sector dus echte impact kan er mogelijk niet gemaakt worden. Aantal schriftelijke reacties: geen
17
RESTGROEP Aantal objecten in afbakening: 430 Opkomst informatiebijeenkomst: 25 Reacties: Vastgoedeigenaar op de Haven meent er niks aan te hebben. Overgrote deel (20) voor invoer van een BIZ voor alleen het centrum. Weerstand omdat dorpen gevoel hebben te gaan betalen voor het centrum. Evenementen in het centrum zullen weinig bijdragen aan ondernemers in de buitengebieden ondanks dat ze hier dus wel aan mee zullen betalen. Vragen omtrent lage opkomst. Dit lijkt veel te zegen over het draagvlak. Er is aangegeven dat het lijkt alsof de gemeente extra fundingen voor algemene middelen wil. Wat is hun belang hierin? Aantal schriftelijke reacties: 4 Drie ondernemers zien lastenverzwaring niet zitten Eén ondernemer zet in op vrijwilligheid in plaats van verplichting Alle ondernemers halen aan dat de indruk ontstaat dat ze met dit initiatief bijdragen aan activiteiten in het centrum
GROTE OZB BETALERS Philips Lovenswaardig initiatief. Philips moet er een beetje de goodwill van inzien. Van mening dat je wel een pot geld kan creëren, maar als samenwerking moeilijk blijft is geld niet de oplossing. Het koppelen van middelen aan de Alliantie lijkt een betere oplossing aangezien daar al samengewerkt wordt en daar ideeën/projecten ontstaan. Firda: Voorzichtig zijn met weer een nieuwe overlegstructuur. Bovendien is het cumulatief gezien niet erg veel geld. Er is geen behoefte aan om met alle onderwijsniveaus in overleg te gaan over de besteding van relatief weinig middelen. Firda is actief op een ander speelveld met veel grotere subsidies. Sociaal-maatschappelijk is het een goed middel maar Firda doet al onwijs veel in de samenleving: sponsoring sport, musea etc. Daar is geen ondernemersfonds voor nodig Voor Firda lijkt het koppelen van middelen aan de Alliantie een betere oplossing. Daar wordt al samengewerkt en daar ontstaan ideeën/projecten. Kortom: voorzichtig/huiverig maar geef het een kans als middelen gekoppeld worden aan de Alliantie. CSG Liudger Splitting / Stichting Fierder: Besef van het belang van een toekomstbestendige samenwerking tussen ondernemers en andere sectoren. Belangrijk voor het vestigingsklimaat. Echter, de brief met initiatief gegeven vanuit typische ondernemers gebieden waar ze ook een BIZ kunnen starten.
Lijkt nu enigszins voor de makkelijke weg te gaan. Voor onderwijs een mooi initiatief, maar collectief is het eigenlijk niet voor geld voor een hele sector. Er wordt weer een overlegorgaan gecreëerd terwijl er al veel uitdagingen liggen. Zo krijgt het onderwijs steeds meer taken vanuit de gemeente. Voor een goed project is er altijd geld. Daar heb je geen fonds voor nodig. Ziekenhuis Nij Smellingh Er is al een samenwerking: Alliantie van Drachten. Dit heeft als doel om een club te vormen om Drachten economisch verder te brengen. Voorstander voor meer samenwerking, maar er staat al een samenwerking met de belangrijkste partners. Dit fonds voelt een beetje als "geef me geld en ga wat leuks doen". Er hoeft geen behoefte gecreëerd te worden als die er niet is. KPMG wordt jaarlijks ingehuurd om WOZ naar beneden te krijgen. Nu wordt er zorggeld uit de sector getrokken. ZuidOostZorg heeft te kennen gegeven niet in te gaan op de uitnodiging voor een gesprek.
18
4
WERKWIJZE & ORGANISATIE
4.1 DE GOVERNANCE IN GROTE LIJNEN Het ondernemersfonds financiert de omgevingsambities die ondernemers (conform brede definitie) gezamenlijk formuleren. Het verschaft de ondernemers een financiële positie, maar vult die niet voor hen in. Het is steeds aan de sectorale en/of gebiedsverenigingen om de bestedingsdoelen te bepalen, niet aan het ondernemersfonds zelf. Hier hoort een bescheiden en servicegerichte opstelling bij. Het fonds gaat niet op de stoel van de ondernemers zitten, neemt geen politieke standpunten in en is terughoudend met het voeren van een eigen communicatiestrategie. De communicatiestrategie beoogd enkel de mogelijkheden van het ondernemersfonds te promoten en verbindingen te leggen
Het voorstel luidt om een Stichting Ondernemersfonds Smallingerland op te richten als koepel. De meest praktische vorm voor het fonds is een centrale stichting vanwege de slagkracht die kan worden gerealiseerd. Deze stichting:
Het bestuur draagt, richting de gemeente, de eindverantwoordelijkheid voor een ordentelijke gang van zaken. Dat betekent dat het bestuur van het fonds alle bewegingen in het fonds moet kunnen zien en kunnen beoordelen en ook moet kunnen ingrijpen in geval van dreigende tekorten, verwaarlozing, enzovoort. Bovendien is zeker in het begin ook opbouwwerk nodig, de verwachtingen zijn hooggespannen, de kritische zin van de ondernemers ook. Het fonds heeft een eenvoudige, nietprominente maar wel effectieve bestuursstructuur nodig.
Neemt geen inhoudelijke beslissingen over bestedingen uit het fonds (daar gaan de trekkingsgerechtigde verenigingen/sectoren zelf over);
Zorgt voor afspraken met de gemeente; Beheert algemene middelen die gereserveerd worden (zoals voor brede marketing Smallingerland); Beheert trekkingsrechten van gebieden en/of sectoren;
Zorgt voor een jaarrekening, btw-afhandeling, et cetera; Neemt daarmee geen plek in onder de bestaande verenigingen/sectoren als het gaat om belangenbehartiging of activiteiten, maar is alleen een organisatorisch construct om het zo gemakkelijk mogelijk te maken.
Voor het bestuur wil de initiatiefgroep de voorzitters van de bestaande verenigingen/sectoren die trekkingsrecht uitoefenen uitnodigen. Dat zijn het centrum, bedrijventerrein De Haven, bedrijventerrein Azeven, Kantorenpark, de gezamenlijke wijkwinkelcentra incl. de woonboulevard. Aangevuld met de vertegenwoordigers van de sectoren sport onderwijs en agrarisch. Tot slot is er ook een zetel gereserveerd voor de Alliantie partners. In het vervolg meer hierover. Verder is er een vorm van management nodig. Dat wil zeggen uitvoerende capaciteit om het bestuur draaiende te houden en zodat het bestuur zich kan concentreren op haar hoofdtaken. Dat hoeft in Smallingerland geen nieuwe werkstructuren op te leveren. Het voorstel luidt om een fondsmanager en secretariaat te installeren. De fondsmanager draagt zorg voor de uitwisselingen van ervaringen tussen de gebieden/sectoren, is aanspreekpunt voor aanvragen en promoot het fonds. Een secretariaat is er voor het praktische reilen en zeilen van het fonds (voorbereidingen vergaderingen, notuleren, beantwoorden mail/telefoon, overige correspondentie et cetera).
19
4.2
TAKEN OVERKOEPELEND BESTUUR
Het bestuur van de Stichting Ondernemersfonds Smallingerland fungeert in de regel als beslissingsorgaan en heeft de volgende taken. Besluitvorming over alle aanvragen voor het gebruik van een trekkingsrecht/gereserveerd budget. In het overgrote deel van de gevallen zal die behandeling een routinehandeling zijn. De inhoudelijke afweging hoort immers bij de verenigingen/sectoren. Maar de bestuurlijke eindverantwoordelijkheid vergt dat het bestuur alles ziet en de besluitvorming controleert; Zorg dragen voor tijdige vaststelling en goedkeuring van de jaarrekening, verantwoording richting de gemeente; Bewaken van de goodwill richting de gemeente en de representatie van het fonds naar derde partijen (overheid, andere fondsen, andere ondernemersorganisaties); Zorgen dat ondernemers/sectoren overal in Smallingerland georganiseerd raken, zodat in de hele gemeente trekkingsrecht kan worden uitgeoefend; Zorg dragen voor transparantie in het hele netwerk: beschikbaar stellen van informatie over bestedingen, bevorderen van samenwerking tussen ondernemersorganisaties Signaleren van behoeftes en problemen, indien nodig beleid ontwikkelen; Leveren van praktische hulp bij conflicten en problemen, ingrijpen bij ontsporingen; Het in gang zetten van periodieke evaluaties van het fonds. Zoals op de vorige pagina geduid bestaat het bestuur uit negen vertegenwoordigers.
Het bestuur kiest uit haar midden een dagelijks en een algemeen bestuur. Eventueel kiest het bestuur voor een onafhankelijk voorzitter als extra bestuurslid, maar het is ook denkbaar dat uit de groep een voorzitter wordt gekozen.
4.3 FONDSMANAGEMENT Het fondsmanagement is het uitvoerend orgaan van de organisatie en heeft de volgende taken. Het soepel laten verlopen van het administratief proces: samen met de gemeente de hoogte van het trekkingsrecht per deelgebied/sector vast stellen, de verenigingen/sectoren daarover berichten, financieringsaanvragen begeleiden, facturen voldoen, administreren, zorgen voor een begroting en een jaarrekening; Het ‘opbouwwerk’: het ondersteunen van het tot stand komen van verenigingen en allianties in gebieden en binnen sectoren in de gemeente die nu nog een witte vlek zijn; Zorgen voor ‘zuurstof’ in het netwerk van verenigingen/sectoren, informatie verspreiden, goede praktijkvoorbeelden laten zien, mensen op ideeën brengen, ondernemers waar nodig helpen bij het formuleren van een project, contacten leggen, praktische problemen oplossen; het ondersteunen van het bestuur van het fonds.
20
4.4 TREKKINGSRECHTSYSTEMATIEK EN INDELING IN WERKGEBIEDEN EN SECTOREN Het Ondernemersfonds Smallingerland gaat werken met een systeem van trekkingsrechten - tot nu toe toegepast bij vrijwel alle OZB-ondernemersfondsen in het land. In dat systeem blijft al het geld in een centrale kas (het bestuur van de Stichting Ondernemersfonds). Er komt maar één jaarrekening en één goedkeuringsprocedure. Maar de verenigingen/sectoren kunnen een recht laten gelden op een deel van de eigen ‘inleg’ en kosten maken tot de hoogte van die inleg. Verenigingen/sectoren kunnen ook sparen. Ze kunnen dus ook een financiële positie opbouwen voor grotere investeringen. Ze moeten daarvoor wel binnen drie jaar een plan hebben ingediend. Verenigingen/sectoren hebben dus recht op een deel van de eigen inleg. Het deel waar zij geen recht op hebben wordt beheerd door de Stichting Ondernemersfonds. Dat deel is enerzijds gereserveerd voor de kosten van het fondsmanagement (7,5% van netto inkomsten), deels betreft het een reservering voor onvoorziene zaken (2,5% van netto inkomsten) maar het grootste deel betreft een reservering voor initiatieven die Smallingerland promoten. Een belangrijke aanleiding voor de start van het ondernemersfonds is namelijk meer inzet voor alles wat Smallingerland als gemeente te bieden heeft in de overtuiging dat alle ondernemers daar in enige mate van profiteren.
Hiervoor is 15% van de netto inkomsten gereserveerd. Zoals gezegd heeft het bestuur van de Stichting Ondernemersfonds een bescheiden en servicegerichte rol en gaat het niet op de stoel van de ondernemers zitten. De kunst voor het bestuur van het fonds is om zo regelarm mogelijk op te trekken en de vrijheid om iets op poten te zetten zo maximaal mogelijk te houden. Het enige echte criterium waaraan moet worden voldaan om aanspraak te maken op een trekkingsrecht is dat het gaat om een transparante en democratische alliantie of vereniging.
Het voorstel voor de werkgebieden in Smallingerland aan de hand van de trekkingsgerechtigde verenigingen/sectoren - is dan weergegeven in tabel 4.1, met per gebied de indicatie van de opbrengst van het ondernemersfonds bij een bijdrage van € 75,- per € 100.000,- WOZ- waarde (op basis van WOZwaardering 2023).
Tabel 4.1 Trekkingsrechten Ondernemersfonds Smallingerland (bedragen indicatief en na aftrek van algemene kosten)
Gebied/sector
Totaal
Centrum Bedrijventerrein De Haven Azeven Noord & Zuid Kantorenpark Wijkcentra & MLK Agrarisch en aanverwant Onderwijs en aanverwant Sport en aanverwant Rest groep Alliantie
€ 94.000,€ 127.000,€ 59.000,€ 22.000,€ 22.000,€ 35.000,€ 77.000,€ 20.000,€ 73.000,€ 54.000,-
Kosten fondsmanagement Onvoorziene zaken Gemeentebrede budget
€ 53.000,€ 17.500,€ 105.000,-
Het gaat om voorlopige bedragen. De opbrengst van het ondernemersfonds is gebaseerd op een bedrag van € 37,50 per € 100.000 WOZ-waarde voor de eigenaar én de gebruiker. Maar de opbrengst kan pas na afloop van een belastingjaar exact worden vastgesteld, omdat de totale WOZ-waarde kan fluctueren (onder meer als gevolg van bezwaarschriften tegen de taxatiewaarde). De opbrengst kan meevallen, maar ook tegenvallen. Om tegen dat laatste risico bestand te zijn is het zaak een weerstandsreserve op te bouwen. In tabel 4.1 is nog geen rekening gehouden met een weerstandsreserve. Tot slot: het is een weloverwogen keuze om aan de zorgsector geen zelfstandig trekkingsrecvht uit te keren. Het budget van ZuidOostZorg is gekoppeld aan de Alliantie (na bestuurlijke fusie met Nij Smellinghe), waardoor het resterende budget te beperkt is om een zelfstandig trekkingsrecht te legitimeren.
21
Grafiek 4.1 Trekkingsrechten Ondernemersfonds Smallingerland
140000
120000
100000
80000
60000
40000
20000
Ge me en te br ee d
On vo or zie n
Fo nd sm an ag em en t
Al lia nt ie
Re st gr oe p
Be Ce dr nt ijv ru en m te rr ein De Ha ve Az n ev en No or d& Zu id Ka nt or en pa rk Wi jkc en tr Ag a& ra ML ris K ch en aa nv On er de wa rw nt ijs en aa nv er wa Sp nt or te na an ve rw an t
0
Figuur 4.1 Organogram samenwerking Ondernemersfonds Smallingerland
Gemeente Smallingerland
STICHTING ONDERNEMERSFONDS SMALLINGERLAND
Kantorenpark
Onderwijs en aanverwant
Wijkcentra & MLK
Sport en aanverwant
Agrarisch en aanverwant
Bedrijventerrein De Haven
Azeven Noord & Zuid
Alliantie
Optioneel dagelijks bestuur
Centrum
Fondsmanagement
Secretariaat
22
Het voorstel is om de rest van het budget (dus na aftrek van algemene kosten) te reserveren voor verschillende gebieden, sectoren/groepen ondernemers. Dat zijn: Centrum; Bedrijventerrein De Haven; Azeven Noord & Zuid; Kantorenpark; Wijkcentra & MLK; Agrarisch en aanverwant; Onderwijs en aanverwant; Sport en aanverwant; Alliantie partners En tot slot een rest groep. We gaan in het vervolg kort in op de aandachtspunten per gebied/sector.
CENTRUM Het centrum wordt aangemerkt als een gebied met zelfstandig trekkingsrecht. Het is een duidelijk afgebakend gebied waarbinnen het in belangrijke mate draait om aantrekken van koopkracht voor het functioneren van de commerciële voorzieningen. Vanuit dit perspectief kan er ook een gezamenlijke agenda worden gevormd. Het gaat in totaal om ruim 400 WOZ-objecten. In 60% van de gevallen gaat het om een winkel. De categorie die volgt is horeca (17%) en daarna volgt de kantoorsector (15%). De overige WOZ-objecten zijn divers, onder andere cultuur, opslag/distributie, ateliers en parkeerplaatsen. Het centrum is afgebakend conform de vastgestelde centrumvisie. Een Stationsweg valt daar bijvoorbeeld buiten. Voor het centrum is het van belang te beseffen dat het voorstel is om gelijktijdig aan het invoeren van voorliggende Ondernemersfonds de reclamebelasting stop te zetten. Anders is er sprake van een stapeling van ondernemerslasten. Om desondanks budgetneutraal uit te komen - liefst nog te spreken over een stijging - is het belangrijk dat het centrum ook een deel van de gemeentebrede budgetten aan kan wenden. Dit ligt ook wel in de lijn der verwachting gezien de ervaringen op andere plekken in Nederland
BEDRIJVENTERREIN DE HAVEN Voor de besturen van de bestaande ondernemers collectieven op Bedrijventerrein De Haven is de start van een BIZ een grote wens. Sociëteit De Haven en BV Tussendiepen zien het BIZ instrument als dé kans om meer ondernemers te betrekken en de financiële basis voor projecten te versterken. Hiernaast is afgebeeld waarvoor de Sociëteit De Haven zich wil inzetten. Met een kleine 700 ondernemers is het een grote groep. 65% van deze ondernemers heeft een basis in de logistiek. Het bedrijventerrein De Haven is één van de grootste aaneengesloten bedrijventerreinen van Noord-Nederland (circa 350 hectare). Een nieuw perspectief voor dit industriegebied is nodig, want het terrein kent beperkingen in de bereikbaarheid, de ruimtelijke inrichting en de beschikbaarheid van elektriciteit. Maar ook op het gebied van duurzaamheid en circulariteit loopt het bedrijventerrein achter.
23
Daarom is in 2023 een Strategisch Ontwikkelplan vastgesteld. Gezien de ontsluiting aan weg en via water is er volop potentie op het terrein. In het Ontwikkelplan staan ook allerlei concrete acties genoemd die het gebied kunnen versterken. De BIZ is daarvoor een welkom instrument. Het enthousiasme van de collectieven wil niet automatisch betekenen dat alle individuele ondernemers een BIZ ziet zitten. Er blijft een groep ondernemers aanwezig die niets ziet in collectieve instrumenten.
AZEVEN NOORD & ZUID De urgentie op het bedrijventerrein Azeven Noord & Zuid is van een andere orde dan op bedrijventerrein De Haven. Dat heeft vooral te maken met de leeftijd van de terreinen. Azeven is vanaf de jaren ‘90 ontwikkeld. Het terrein is dus relatief nieuw en kent beperkt collectieve uitdagingen. Dat maakt dat de start van een Ondernemersfonds meer discussie oproept bij ondernemers. Daarnaast zijn er eerdere samenwerkingsinitiatieven geweest op het terrein die allemaal in schoonheid zijn gesneuveld. Echter, dat waren initiatieven zonder een drijfveer als een Ondernemersfonds. Een typische ‘kip ei discussie’. Helpt een verplichtende financiering bij het vormen van een collectief of moet het vrijwillig van ondernemers komen? Uit het draagvlakonderzoek filteren zich diverse beelden. Aan de andere kant: Azeven is een terrein wat nog altijd in ontwikkeling is. En dat zorgt voor wensen: zoals een betere ontsluiting van het gebied op openbaar vervoer, een aantrekkelijke openbare ruimte, goede zichtbaarheid van bestaande en nieuwe ondernemers et cetera. Onderwerpen die vragen om een collectief. In de huidige situatie is sprake van ruim 250 individuele ondernemers, waarvan driekwart van logistieke aard.
KANTORENPARK Het Kantorenpark grenst aan de locaties Azeven Noord & Zuid. Daardoor zou het een optie zijn om deze gebieden samen te voegen. Echter, het type bedrijvigheid (en daarmee het type projecten) is dusdanig anders dat daar niet voor is gekozen. Op het Kantorenpark gaat het om 85 gebouwen. Op een enkele functie na vrijwel enkel kantoren. Van een nauwe samenwerking tussen de gebruikers en eigenaren op het park is nog geen sprake. Het Ondernemersfonds kan als aanjager fungeren om een samenwerking te vormen. Er is echter tijd nodig om een collectief te vormen. Daarna kan het gesprek over projecten ontstaan. De eerste geluiden zijn gericht op de thema’s verduurzaming, laadfaciliteit en zichtbaarheid.
24
WIJKCENTRA & MLK In Smallingerland bevinden zich diverse winkelcentra gericht op de dagelijkse boodschappen dat zijn: Winkelcentrum De Drait; Woonboulevard Drachten; Winkelcentrum de Wiken; Winkelcentrum Noorderpoort. Voor de financiering van de activiteiten ter versterking van de economie op buurt- en wijkniveau wordt een zelfstandig trekkingsrecht gereserveerd. Dit wordt aangevuld met de MLK-Boulevard (woonboulevard). Alhoewel het karakter van boodschappencentra anders is dan een woonboulevard, is in essentie sprake van eenzelfde typologie. Het betreft een trekkingsrecht dat is opgebouwd door alle WOZ-objecten niet-woningen die onderdeel zijn van bovenstaande winkelcentra bij elkaar op te tellen. Uitgangspunt is dat ieder centrum aan financiering van projecten terugkrijgt wat het centrum ook bijdraagt aan het fonds. Een voorwaarde is wel dat er daarvoor een plan wordt ingediend. Dat wordt ingediend bij een nieuw te creëren overlegorgaan waar alle centra aan deelnemen. Dat is een bewuste keuze omdat de inhoudelijke wensen in deze centra gelijkwaardig zijn en vaak betrekking op promotie/marketing, aankleding/decoratie en bereikbaarheid/parkeren. Door het vormen van één pot ontstaan samenwerkingskansen en kansen op inkoopvoordelen. Opgeteld gaat het om ruim 60 individuele WOZ-objecten. Geld blijft voor gedurende drie jaar gereserveerd per centrum.
Tenzij de centra gezamenlijk tot een investeringsvoorstel komen. Dan vervallen vanzelfsprekend de reserveringen per centrum.
AGRARISCH EN AANVERWANT De agrarische sector vormt een sterke homogene groep. Bovendien van een behoorlijke omvang en deze argumenten legitimeren een zelfstandig trekkingsrecht voor de sector. Het gaat om circa 160 bedrijven, voor het overgrote gedeelte melkveebedrijven. De agrarische bedrijven liggen geografisch gezien vooral in de dorpen binnen de gemeente, zoals Nijega, De Veenhoop, De Wilgen, Drachtstercompagnie, Opeinde, Oudega en Rottevalle. We hebben bij het verslaglegging van het draagvlakonderzoek geconstateerd dat LTO (als vertegenwoordiger van de sector) kritisch staat tegenover het Ondernemersfonds. Vanwege de onzekere tijden en het feit dat de sector al sterk georganiseerd. Dat is juist een kans om tot projecten te komen die een toegevoegde waarde hebben. Waarbij opgemerkt dient te worden dat de spreiding van bedrijven over de gemeente een complicerende factor is.
ONDERWIJS EN AANVERWANT Objecten die vallen onder de onderwijssector hebben als groep een jaarlijks zelfstandig trekkingsrecht. Het betreft ruim 60 objecten. In meerdere gevallen is de gemeente Smallingerland eigenaar en/of gebruiker. De onderwijssector bestaat voor het grootste deel uit basisscholen. Daarnaast gaat het om beroepsonderwijs, crèches / peuterspeelzalen, dagverblijven, speciaal onderwijs, en de categorie ‘overig onderwijs’. Het idee achter het zelfstandige trekkingsrecht is dat de sector tot meer onderlinge samenwerking komt en bestedingsdoelen gaat benoemen waar de eigen sector van profiteert. Belangrijke kanttekening: het onderwijs collectief Firda is onderdeel van de Alliantie (zie verderop) en daardoor valt dit budget niet primair onder de onderwijssector.