CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - 240612 Gebiedsprogramma centrum Drachten deel 1

Ronde Tafel 3 september 2024, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Uitwerking Gebiedsprogramma centrum en Quick wins27.658 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Drachten Bloeit! Naar een herkenbaar en verbonden stadshart Deel I Gebiedsprogramma Centrum Drachten 12-06-2024

02

03

Deel I

AAN CEN PAK T RU M

04

05

Museumplein Raadhuisplein

Noorderbuurt

Vogelzang

N Afbeelding 1: Visiediagram

Sander Israëlplein

06

07

Inleiding

1

6

WAAROM DOEN WE DIT? 11 VAN CENTRUMVISIE NAAR UITVOERING 1.1 Centrumvisie 11 1.2 Van visie naar uitvoering 12 1.3 Gebiedsprogramma Centrum 13 1.4 We kijken 15 jaar vooruit 14 1.5 Integraal, zorgvuldig en duurzaam 14 1.6 Actieve rol gemeente 16 1.7 Opbouw in 4 delen 16

OPGAVE MOBILITEIT 83 VAN VIER KWADRANTEN NAAR EEN VERBONDEN CENTRUM 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

2

7

WAT IS DE AMBITIE?

21

3

Mobiliteitsbeleid 83 Wandelen 84 Fietsen 86 Openbaar vervoer 89 Bereikbaarheid gemotoriseerd vervoer 89 Parkeren 90

OPGAVE OPENBARE RUIMTE VAN EEN VERROMMELD CENTRUM NAAR EEN HERKENBAAR DRACHTEN

95

ANALYSE VAN DE HUIDIGE SITUATIE 35 3.1 Historie 35 3.2 Functioneel 38 3.3 Bebouwing 42 3.4 Mobiliteit 46 3.5 Openbare ruimte 51

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8

4

8

WAT IS DE OPGAVE? 61 NAAR EEN HERKENBAAR, VERBONDEN STADSHART!

INSTRUMENTARIUM STIMULEREN INITIATIEVEN VAN DERDEN 109

5

8.1 8.2

OPGAVE PROGRAMMA EN BEBOUWING 65 VAN WINKELGEBIED NAAR STADSHART 5.1 Visie op de doelstelling ‘intenser en veelzijdiger’ 65 5.2 De toegevoegde waarde en beschrijving van functiemix 66 5.3 Gebiedsprofielen 73 5.4 Visie op Bebouwing 74 5.5 De aanpak in 10 punten 79

Inspiratie en samenhang 95 Pleinen en plekken 96 Straten 98 Stegen 99 Groen en verblijf 101 Klimaataddeptatie 102 Materialisatie 103 Relatie met de ondergrond 104

Procesmanagement 109 Subsidies 111

BIJLAGEN Bijlage I | Samenvatting aanvullende inzichten op Centrumvisie Bijlage II | Functionele analyse huidige situatie Bijlage III | Parkeren Bijlage IV | Warmtetransitie voor Gebiedsprogramma Centrum Bijlage V | Wonen in het Centrum

08

09

Waarom doen we dit? Van Centrumvisie naar uitvoering

Afbeelding 2: Stationgebied Hilversum - DZH.

1

010

011

1. Waarom doen we dit? | Van Centrumvisie naar uitvoering

1.1 Centrumvisie Stedelijke centrumgebieden zijn steeds in beweging en verschillende trends en ontwikkelingen vragen om een aanzienlijke transitie. In heel Nederland denken gemeentes over hun centrumgebieden na door veranderend consumentengedrag dat leidt tot een andere oriëntatie op een centrum. Om te winkelen is een bezoek aan het centrum geen noodzaak meer. Het online verkoopkanaal is aan een stevige opmars bezig en de detailhandel staat hiermee onder druk, waardoor de vraag rijst hoe centrumgebieden economisch aantrekkelijk kunnen blijven. Daarnaast is er het effect van grote externe ontwikkelingen zoals de noodzaak tot verduurzaming en transities in mobiliteit. Voor de gemeente Smallingerland was dit aanleiding om een Centrumvisie op te stellen, die in augustus 2022 is vastgesteld. Het product is tot stand gekomen na zorgvuldige analyses en brede participatie onder inwoners, ondernemers, vastgoedeigenaren en andere betrokkenen. In bijlage I is een samenvatting van de Centrumvisie opgenomen. De Centrumvisie is vooral gericht op de vraag aan welke knoppen gedraaid kan of moet worden om een aantrekkelijker centrum te bereiken. Het is niet primair een stedenbouwkundige visie. Er is voortgeborduurd op de principes die zijn vastgelegd in het Masterplan Centrum van bureau Mecanoo uit 2003.

Het gebiedsprogramma inspireert! Afbeelding 3: Referentiebeeld Brusselplein Leidsche Rijn, Utrecht.

We streven naar een centrum met andere kwaliteiten. We willen de positie van Drachten als regionaal verzorgingscentrum versterken. Voor het centrum betekent dit een transformatie naar een centrumgebied dat minder als ‘dorp’ en meer als ‘stad’ zal worden ervaren. Er komen meer mensen naar het centrum van Drachten. Het centrum wordt intenser bebouwd en het wordt drukker op straat. Er komen meer woningen en andere functies waardoor mensen vaker naar het centrum komen en langer blijven. In het centrum vinden meer activiteiten en evenementen plaats voor een bredere doelgroep. Er is voor elke doelgroep altijd wat te doen en ‘voor elk wat wils’. We maken het centrum veelzijdiger. Naast detailhandel zetten we in op meer diversiteit in functies, meer wonen en meer werken. De sociale functie van het centrum versterken we. Het centrum wordt meer en meer de plek waar mensen elkaar ontmoeten. Betere pleinen en versterking van cultuur, leisure en daghoreca dragen hier aan bij. En bovenal wordt het centrum aantrekkelijker voor bezoekers, ondernemers en investeerders: verblijf en beleving staan centraal. Meer groen, meer verblijfsplekken, levendige gevels en aansprekende architectuur; mensen komen niet meer alleen voor een boodschap maar willen straks langer in het centrum blijven. Dit alles helpt het centrum van Drachten gezond en levendig te houden.

Door de detailhandelstructuur compacter te maken, wint de detailhandel aan kracht en blijft de concurrentiepositie van Drachten op peil.

De Centrumvisie staat niet op zichzelf. In de Omgevingsvisie staan de opgaven binnen de gemeente met een planhorizon voor het jaar 2040, waar ook het toekomstige centrum van Drachten beschreven staat. Het stadshart moet als versterkt regionaal verzorgingsgebied een voltooide transitie van een ‘place to buy’ naar een ‘place to be/meet’ hebben ondergaan en bijdragen aan de uitstraling van een hightech industriestad aan het water. Hiermee is het centrum bij uitstek de plek voor de kruisbestuiving tussen het economische, fysieke en sociale domein. Deze ambities voor het stadshart in 2040 zijn in lijn met de doelstellingen zoals hierboven omschreven.

012

013

1.2 Van visie naar uitvoering Bij het vaststellen van de Centrumvisie was al duidelijk dat de transformatie naar een levendig, vitaal en toekomstbestendige centrum zich geleidelijk en stapsgewijs zal ontwikkelen. Veel partijen, vastgoedeigenaren, ondernemers en projectontwikkelaars zullen hier hun rol in hebben. Dat geldt ook voor de gemeente. Zonder een aanjagende, stimulerende, ontwikkelende, ondersteunende en regisserende rol van de gemeente zal de transformatie onvoldoende op gang komen. Hoe ziet het proces er na het vaststellen van de visie uit? Zie hiervoor afbeelding 4. De Centrumvisie vertalen we nu in een Gebiedsprogramma met gebiedsplannen en concrete maatregelen. Besluitvorming over de inzet van middelen ligt bij de Raad. Tegelijkertijd moeten we handelen en zijn we gestart met het uitvoeren van voor de hand liggende maatregelen die geen langdurige voorbereiding vergen. Deze activiteiten noemen we in dit Gebiedsprogramma Centrum de ‘quick wins’.

1.3 Gebiedsprogramma Centrum De Centrumvisie omvat een opsomming van gewenste resultaten rond acht hoofdthema’s. Maar hóe gaan we aan realisatie werken? Daarvoor vindt in dit Gebiedsprogramma Centrum verdere economische, stedenbouwkundige en verkeerskundige uitwerking plaats en geven we thema’s als duurzaamheid, verblijfskwaliteit en het beheer van de openbare ruimte een herkenbare plek. We vertalen hierbij de Centrumvisie en het programma van een thematische beschrijving naar een gebiedsgerichte aanpak met concrete en kwantificeerbare maatregelen en activiteiten. Daarnaast werken we aan een communicatiestrategie, een samenwerkingsstrategie, een financiële strategie en een faseringsstrategie.

Programma uitwerking tot gebiedsplannen en concrete maatregelen

Centrumvisie

Raadsbesluit

Raadsbesluit

Lopende initiatieven + Quickwins

Afbeelding 4: Komende fase vooral concretiseren van programma.

Uitvoering

Het Gebiedsprogramma Centrum bevat een vertaling van de Centrumvisie in projecten, activiteiten en strategieën in de komende 15 jaar. Daarmee maakt het Gebiedsprogramma de Centrumvisie specifiek en concreet. Het Gebiedsprogramma werkt zowel intern als extern. Voor de gemeente zelf vormt dit een belangrijke richtlijn voor de stappen die we vanaf nu zetten. Tegelijkertijd willen we met dit Gebiedsprogramma ondernemers, eigenaren, projectontwikkelaars en betrokkenen inspireren om vooral samen de vervolgstappen te zetten. Het Gebiedsprogramma is een programma in ontwikkeling. Gezocht is naar een niveau van uitwerking dat inspireert, maar juist ook ruimte en flexibiliteit geeft om deelontwikkelingen met eigenaren, projectontwikkelaars en andere betrokkenen verder op te pakken. In meerdere gevallen beschrijven we daarom een palet aan keuzemogelijkheden.

Het kaartmateriaal en de ontwerpideeën in het Gebiedsprogramma zijn aan de ene kant bedoeld om te verbeelden welke ingrepen we willen doen en aan de andere kant om te kunnen berekenen wat de kosten van de ingrepen zijn. Op een later moment worden de deelprojecten binnen deze richtinggevende inhoudelijke en financiële kaders daadwerkelijk uitgewerkt, natuurlijk ook met de bijhorende communicatie, participatie en samenwerkingen. Dit betekent ook dat het nodig zal zijn de uitwerking en voortgang van het Gebiedsprogramma te monitoren. Jaarlijks brengen we verslag uit van de voortgang, waarbij ook aangegeven wordt of er aanleiding is onderdelen aan te vullen of juist te schrappen.

014

015

1.4 We kijken 15 jaar vooruit De Centrumvisie heeft een scope van ongeveer 15 jaar. Daar sluiten we bij dit Gebiedsprogramma op aan. Maar in feite is het centrum nooit af. Ook na de looptijd van dit Gebiedsprogramma zullen er redenen zijn om verder te sleutelen aan het centrum. Het Gebiedsprogramma stelt zich tot doel een zo groot mogelijk deel van de visie en programma de komende 15 jaar te realiseren.

Dit heeft ook te maken met de inzet van financiële middelen. We streven ernaar dat middelen effectief worden besteed en op lange termijn vruchten blijven afwerpen.

1.5 Integraal, zorgvuldig en duurzaam

•

verantwoord We gaan in de verdere aanpak van de centrumontwikkeling integraal te werk en streven daarbij naar duurzame oplossingen. Bij het opstellen van dit Gebiedsprogramma vond er ten opzichte van de visie rond bepaalde thema’s een verdiepingsslag plaats. Deze verdiepingsslag is belangrijk om te voorkomen dat we de transitie van het centrum gefragmenteerd aanpakken en verschillende maatregelen elkaar tegenwerken of (nog erger) maatregelen na verloop van tijd moeten worden teruggedraaid.

Lange termijn strategie : We streven er naar dat de ingrepen een duurzame verbetering geven. We kijken 15 jaar vooruit en we zijn ons er van bewust dat het centrum zich daarna verder zal doorontwikkelen. We willen voorkomen dat we investeren in verbeteringen die na een paar jaar al weer worden opgeruimd. We investeren liever in blijvende structuurveranderingen dan ‘tijdelijke cosmetische ingrepen’. Wat we doen, willen we goed en duurzaam verantwoord doen.

•

Korte termijn aanpakken: We geven uitwerking aan maatregelen, ingrepen of activiteiten die al op korte termijn nodig zijn en resultaat geven. Denk aan de tijdelijke invulling van het Raadhuisplein en een aantal quick wins in de openbare ruimte. Hiermee maken we onze intenties snel zichtbaar en vergroten we het vertrouwen dat er ook daadwerkelijk in de centrumontwikkeling wordt geïnvesteerd.

•

•

Hieronder vatten we kort enkele achterliggende opvattingen samen die een rol hebben gespeeld bij het vertalen en uitwerken van de Centrumvisie in het Gebiedsprogramma: Gebiedsgerichte aanpak: We hebben een thematische opbouw van de Centrumvisie vertaald naar een gebiedsgerichte aanpak. Thema’s als programma, functioneel gebruik, architectuur, openbare ruimte en verkeer werken op gebiedsniveau integraal op elkaar in. Hoewel een gebiedsgerichte aanpak complexer oogt, laat de praktijk zien dat een gebiedsgerichte aanpak sneller tot resultaten leidt en zeker ook tot betere. We willen hiermee voorkomen dat we ‘gefragmenteerd’ aan het centrum sleutelen en tijd, geld en energie verliezen. Het centrum hebben we ingedeeld in tien deelgebieden. Deze staan aangegeven in de afbeelding 5.

Legenda

Afbeelding 5: Verdeling 10 gebiedsgerichte ontwikkelingen

•

•

Ontwikkelstrategieën op hoofdlijn: Integrale gebiedsontwikkeling houdt ook in dat overheid en markt hun inspanningen op elkaar afstemmen. Door de ontwikkelstrategie van deelgebieden op hoofdlijnen in het Gebiedsprogramma op te nemen brengen we het gesprek hierover op gang. Daarbij leert de ervaring dat een gefixeerd eindbeeld voor de langere termijn geen recht doet aan de complexiteit van gebiedsontwikkelingen en de wendbaarheid die nodig is om ontwikkelingen daadwerkelijk van de grond te krijgen. Juist het denken vanuit projectdoelen in plaats van randvoorwaarden en oplossingen geeft perspectief en flexibiliteit. Gezocht is naar een niveau van uitwerking dat aan de ene kant voldoende inspireert en aan de andere kant ruimte en flexibiliteit geeft om deelontwikkelingen met de markt verder op te pakken. In meerdere gevallen beschrijven we een palet aan keuzemogelijkheden.

Open planproces en samenwerken: We streven naar gedeeld eigenaarschap met ondernemers, bewoners en andere gebruikers. Door hen bij de planvorming te betrekken creëren we meer logica in de plannen en vergroten we de impact. Het moet duidelijk en logisch zijn wat we doen en waarom we het doen, juist om gedeeld eigenaarschap te bereiken en er samen de schouders onder te zetten.

•

Versnellers toevoegen: De praktijk leert dat gewenste ontwikkelingen soms onvoldoende door de markt worden opgepakt. We hebben voorstellen voor gemeentelijke investeringen in het Gebiedsprogramma opgenomen die tot een noodzakelijke versnelling van een ontwikkeling zullen leiden. De gemeente heeft ook een aanjagende functie. Soms kan een gemeente met een gerichte investering een grotere transitie versnellen.

Kansen vergroten door inspirerende ontwikkelmogelijkheden te laten zien: Door te verbeelden welke (ruimtelijke) ontwikkelmogelijkheden er zijn, willen we bereiken dat ontwikkelende partijen, vastgoedeigenaren en ondernemers kansen gaan zien en over deze kansen met de gemeente in gesprek willen gaan. Ook hebben we plannen nodig om subsidies te verwerven. Het Gebiedsprogramma dient dus ook als onderlegger voor gesprekken met provincie, Rijk en Europa.

•

Faseringsstrategie: Niet alles kan tegelijk en de ene actie bouwt voort op de andere. Het Gebiedsprogramma bevat een eerste aanzet voor de volgorde waarin we de deelplannen tot uitvoering willen en kunnen brengen.

016

017

1.6 Actieve rol van de gemeente

1.7 Opbouw in vier delen

Samenwerking tussen alle betrokken partijen vormt de basis van een succesvolle ontwikkeling. Samen bereik je immers veel meer dan alleen. We kunnen voortbouwen op een professioneel centrummanagement, een sterke ondernemersvereniging en een in opbouw zijnde samenwerking van vastgoedeigenaren. En we willen bewoners en gebruikers van het centrum nadrukkelijk bij de verdere uitwerking van de plannen betrekken. Iedereen heeft er baat bij dat het centrum van Drachten zich verder ontwikkelt. Dat vraagt om een gecoördineerde aanpak van overheid en private partijen.

Het Gebiedsprogramma hebben we in vier delen opgebouwd:

Binnen deze samenwerking hebben we zelf veel verantwoordelijkheid. We zijn verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. We zijn als vastgoedeigenaar van panden en parkeergarages (privaatrechtelijk)verantwoordelijk voor onderhoud en veiligheid. Publiekrechtelijk zijn we verantwoordelijk voor onder andere bestemmingsplannen, vergunningen en handhaving. We willen als gemeente actief bijdragen. Afhankelijk van de vraag en de noodzaak kruipen we in een passende rol, bijvoorbeeld als aanjager, ondersteuner, partner of regisseur. In het vervolg van dit Gebiedsprogramma schetsen we welke rol(len) we als gemeente voor ons zien.

•

Algemeen: vertaling van de thematisch opgebouwde Centrumvisie naar een gebiedsgerichte benadering.

•

Gebieden : concretisering van de verschillende deelgebieden. Vanuit een beschrijving van de huidige situatie beschrijven we de ambities voor het betreffende gebied. Vervolgens laten we aan de hand van schetsen en beelden zien hoe we de ambities in een deelproject vorm willen geven.

•

Financieel : we maken per deelgebied/ deelproject een inschatting van de kosten.

•

Strategie, fasering en prioritering : we plaatsen het totale overzicht aan projecten (en kosten) in tijd en maken inzichtelijk in welke volgorde we het centrum van Drachten willen gaan aanpakken.

Medio 2024 presenteren we het eerste en tweede deel aan de Raad. We verwachten in het najaar het derde en vierde deel te kunnen aanbieden. Parallel werken we door aan verschillende deelprojecten, waar we versneld mee in uitvoering willen (Raadhuisplein en verschillende Quickwins).

Ideeënfestival Raadhuisplein

018

019

Wat is de ambitie?

2

020

021

2. Wat is de ambitie?

Het Gebiedsprogramma Centrum heeft betrekking op het realiseren van de doelstellingen uit de Centrumvisie. De doelstellingen zijn in de Centrumvisie samengevat in 8 punten en 5 thema’s:

Compact detailhandelscentrum & transformeren winkelvastgoed

Vergroten functiemix, gebiedsprofielen en meer wonen

Identiteit zichtbaar maken

Veelzijdiger

Optimaliseren boodschappenaanbod

Centrum goed bereikbaar en eenvoudig parkeren

Verblijfskwaliteit vergroten

Vergroening en klimaatadaptatie

Samenwerking vergroten

Intenser bebouwd

Aantrekkelijker

Inspiratiebeeld Noorderbuurt/Vogelzang: Een herkenbaar, intens, veelzijdig, sociaal en aantrekkelijk entreegebied voor het centrum

Afbeelding 6: Stationkwartier, CF Moller - Arhus Denemarken

Herkenbaar Socialer

022

023 In voorliggende Gebiedsprogramma zijn deze vijf thema’s uit de Centrumvisie uitgewerkt:

Het centrum kent een intensere opbouw:

•

•

•

Afbeelding 7: MO*Town Amsterdam - DZH

Uitgangspunt is ‘minder dorp en meer stad’. Er worden meer woningen toegevoegd aan het centrumgebied en hogere en intensievere bebouwing wordt toegestaan op verschillende plekken. Dit is globaal duidelijk gemaakt met volumekaarten (zie hoofdstuk 5). Het Gebiedsprogramma kent verschillende locaties voor een gebiedsontwikkeling onder gemeentelijke regie. Onder andere in deze gebieden vindt verdichting plaats. • Omdat de omvang van deze locaties samen te klein is om alle gewenste nieuwe functies (vooral woningen) een plek te geven, zal er ook op andere locaties gebouwd worden. In de Centrumvisie wordt intensere bebouwing gekoppeld aan een compacter centrum voor detailhandel. Door een afbakening van functies (zie hoofdstuk 5) willen we richting geven aan

functieverandering. Bij verplaatsing van functies geven we ruimte aan herontwikkeling (verandering functie) en in veel gevallen kunnen we ook ruimte maken voor een intensere bebouwing (meer bouwlagen). Dit stimuleert de herontwikkelingsmogelijkheden en de haalbaarheid van herontwikkeling (zoals van winkel naar kantoor of naar wonen). Als middel voor intensivering bieden we actieve ondersteuning bij herontwikkeling van particulier bezit door derden.

1

024

025

Het centrum wordt socialer (ontmoeten):

• •

•

Het centrum wordt meer dan nu een ‘huiskamer’ waar elkaar ontmoeten centraal staat. Een florerend stadscentrum wordt niet alleen gemaakt door de winkels of andere commerciële voorzieningen. Juist de sociale functies van verblijven en ontmoeten zijn van groot belang. In Drachten is daar nu nog onvoldoende ruimte voor: het centrum mist een hart en meerdere (centrale) verblijfsplekken. De gemeente realiseert daarom meer en betere verblijfsplekken in de openbare ruimte. Het investeren in de verblijfskwaliteit zal ertoe leiden dat ook de horecafunctie ondersteunend aan het winkelen een impuls krijgt. Daghoreca – en een spreiding van daghoreca naar plekken waar die nu niet

2

•

of onvoldoende aanwezig is – willen we stimuleren. Op meerdere plekken willen we actief meewerken aan het vormen of verbeteren van de kwaliteit van terrassen voor horecaondernemingen. Er worden functies toegevoegd of versterkt waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waarbij gedacht kan worden aan een bibliotheek, museum, leisure, bioscoop of een ondernemershuis.

Afbeelding 8: Tulip - Your place at the table - Montreal - ADHOC Architects

026

027

Het centrum wordt veelzijdiger :

•

•

Afbeelding 9: .Bibliotheek en parkeergarage in Alphen aan de Rijn - Common Affairs

In het centrum vinden meer dan nu allerlei activiteiten plaats. Je vindt er ‘voor elk wat wils’. Er is altijd wat te doen. We stimuleren en sturen aan op een bredere mix aan functies, zodat er meer bezoekmotieven aan het centrum worden toegevoegd. Daarbij geven we met gebiedsprofielen richting aan plekken en gebieden waar we functies willen veranderen of mengen: – Wonen voor bijvoorbeeld starters en wonen voor 50+ – Werken/ kantoor/ zakelijke dienstverlening – Versterking boodschappenfunctie – Concentratie publieksgerichte functies in het centrum: cultuur en leisure, brede bibliotheek, groter museum, bioscoop, fitness, evenementenplekken buiten – Onderwijsfuncties, meer voorzieningen voor jeugd, studentenhuisvesting – Zorgfuncties

3

028

029

Het centrum wordt aantrekkelijker voor bezoekers, ondernemers en investeerders :

•

• •

•

Verblijf en beleving staan in de centrumplannen centraal. Er zijn meer voorzieningen aanwezig in de openbare ruimte en het is groener. Verbeteren circuitvorming voor voetgangers. De openbare ruimte krijgt een upgrading: meer verblijfskwaliteit en vergroening. De upgrading pakken we aan vanuit één concept (inspiratieboek ), passend bij Drachten, waarmee de herkenbaarheid wordt vergroot. Parkeergemak en eenvoudig te bereiken: – Minder versnipperd parkeren, concentratie rond Raadhuisplein (zuidoost), Markt (west) en Vogelzang (noord) en Kiryat Onoplein (zuidwest). – Uitbreiding gebouwd parkeren – toekomstbestendige totaaloplossing ook voor toekomstige parkeervraag. – Overtollige maaiveldparkeerplaatsen worden getransformeerd naar aantrekkelijke openbare ruimte of bieden ruimte voor ontwikkeling.

•

•

•

•

•

4

Verbetering oriëntatie voor autobezoekers: – Bebording en parkeersignalering. – Versterken herkenbaarheid kettingstructuur. – Voorkomen van zoekverkeer en stagnatie op drukke momenten. – Aantrekkelijke, veilige en duidelijke looproutes vanaf de parkeerplaatsen. Fietsen als gezonde en schone vorm van mobiliteit wordt aangemoedigd door verbeterde fietsverbindingen met uitnodigende routes tot in het centrum en verspreid liggende mogelijkheden voor fietsparkeren. Daarnaast wordt het autoluwe gebied stapsgewijs uitgebreid. Aanpak onaantrekkelijke gevels stimuleren met gevelsubsidies en vergroenen van gebouwen en blinde gevels met vergroeningssubsidies . Aandacht voor een heldere stedenbouwkundige structuur en uitstraling waar de bronpunten van het centrumgebied het autogebied de ‘ketting’ raken (Vogelzang, Torenlaan, de Drift, van Knobeldorffsplein, Laweiplein). Het voorkomen van nieuwe en het wegwerken van bestaande achterkantsituaties.

Afbeelding 10: Tweede winkelstraat van Alkmaar - B+B stedebouw en landschapsarchitectuur

030

031

Het toekomstige centrum wordt herkenbaar :

•

•

Afbeelding 11: MENU Utrecht - MEI Architecten

Het centrum werkt aan een eigen identiteit door het lokale DNA zichtbaar te maken en daarnaast worden fysieke entrees en verbindingen versterkt. Moderne en eigentijdse architectuur en een goed verzorgde openbare ruimte die de volgende thema’s verbeelden: – Innovatieve maakindustrie – Gezond en duurzaam woon-werkklimaat – Open samenleving, ontmoeten, transparant

5

032

033

Analyse van de huidige situatie

3

034

035

3 Analyse van de huidige situatie In dit hoofdstuk analyseren we de huidige situatie van het centrum van Drachten op verschillende thema’s: functioneel, bebouwing, mobiliteit en openbare ruimte. Hiermee is dit hoofdstuk een aanvulling op de Centrumvisie uit 2022, die voornamelijk vanuit thematisch perspectief geschreven is. In dit Gebiedsprogramma maken we de omslag naar een gebiedsgerichte benadering. Een uitgebreide analyse is nodig om scherp te krijgen waar we rekening mee moeten houden in de concrete uitvoeringsplannen die later in dit Gebiedsprogramma uitgebreid worden toegelicht.

3.1 Historie Drachten kent een bijzondere ontwikkeling als relatief nieuwe stad zonder stadsrechten op de fundamenten van twee oude dorpen. Het centrum is in allerlei opzichten onvergelijkbaar met de oude kernen van grotere steden als Groningen, Leeuwarden, maar ook kleinere plaatsen als Dokkum en Sneek. Drachten is daarmee een vreemde eend in de bijt. De historische context is bepalend voor het karakter van een stad en kan een aantal huidige kwaliteiten en zwaktes van het centrum verklaren. Om de huidige situatie in het centrum van Drachten beter te begrijpen, is het daarom van belang om de historie van deze stad nader toe te lichten. De ontwikkeling van het centrum van Drachten is nauw verbonden met de historische ontwikkeling van het landschap en de economie. De groei van nederzettingen werd beïnvloed door bodem- en wateromstandigheden, waarbij moerasachtige gebieden ongeschikt waren voor bewoning. De vraag naar turf als brandstof stimuleerde de vervening en de vestiging van veenarbeiders. Ook in de van oorsprong middeleeuwse veenontginningsnederzettingen Noorder- en Zuiderdrachten vestigden zich de veenarbeiders, waarna beide nederzettingen tot één dorp uitgroeide.

Het nieuwe Van Knobelsdorffplein als voorbeeld van een succesvolle kwaliteitsverbetering in de openbare ruimte!

Drachten heeft zijn ontstaan en sterke groei vooral te danken aan het graven van de vaart in 1641. Winkeliers, handelaren, ambachtelijke en vroeg-industriële bedrijven zagen kansen en kwamen op de bevolkingsimpuls af. Langs de vaarten ontstond een belangrijk handels- en nijverheidscentrum, zoals een bloeiende scheepvaart. Toch bleef de welvaart niet groeien. De turfwinning was zeer lucratief en transformeerde het landschap, maar toen de turfwinning op zijn retour ging in de 19e eeuw, ontstond er grote armoede. Omstreeks 1900 nam de bedrijvigheid echt weer toe met de opkomst van nijverheid en industrie, met een toenemend aantal bedrijven en woningen. Aan het begin van de 20ste eeuw verrezen aan het Moleneind een zuivelfabriek en een betonfabriek. Na de Tweede Wereldoorlog versnelde de groei, mede dankzij de vestiging van grote bedrijven zoals Philips. Het betekende een sterke impuls voor het bedrijvige Drachten, waar jaar op jaar fabriekshallen bijkwamen. Al deze werknemers en die van toeleveringsbedrijven en andere bedrijven die op het dynamische Drachten afkwamen, moesten worden gehuisvest.

Afbeelding 12: Historisch beeld van Drachten Centrum (bron: www.fotos.serc.nl)

036

De gemeente maakte uitbreidingsplan na uitbreidingsplan. Vooral de woningbouwcorporaties vulden de wijken met woningen. Zij deelden in de dynamiek van de ‘boomtown’ Drachten. Voor cultuur en ontspanning werd De Lawei voor Drachten en wijde omgeving een belangrijk centrum. Ook belangrijke infrastructuurontwikkelingen, zoals de ontwikkeling van de A7 tussen 1958 en 1979, hebben de verdere groei van Drachten bevorderd. De sterke economische groei van Drachten na de Tweede Wereldoorlog is vanuit stedenbouwkundig perspectief nog steeds duidelijk in het centrumgebied te herkennen. De ruimte voor uitbreiding werd in het tweede deel van de twintigste eeuw vooral in de tweede lijn achter het lint gezocht, in de zogenaamde kwadranten. Dit heeft geleid tot een diffuse zone tussen het oorspronkelijke lint en de achterliggende woonwijken bestaande uit expeditieterreinen, parkeervelden, toegangswegen en stegen. Bovendien heeft de wijze van uitbreiden ervoor gezorgd dat de wijken aan weerszijden van het lint vaak niet goed op elkaar aansluiten. Hierdoor ontbreekt het aan een logisch verloop van routes en laten de radiale verbindingen vaak te wensen over.

Afbeelding 13: Het centrum van Drachten in 1958

037

In afbeelding 13 en 14 zijn verschillende ruimtelijke ontwikkelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw geïllustreerd. Links onderin afbeelding 13 is laagbouw, een school en een grasveld te vinden in 1958 (de omgeving van het huidige Raadhuisplein), met aan de rechterkant de Hervormde kerk. Ook de eerste contouren van De Drift zijn hier te vinden. In afbeelding 14 uit 1971 is uiterst rechts alleen de kerk nog duidelijk te herkennen. De eerste contouren van het huidige Raadhuisplein, die direct achter de oude linten verrezen is, zijn hier te ontdekken

waardoor goed te zien is welke transitie het hart van het centrum (het gebied rond het huidige carillon) in iets meer dan een eeuw tijd heeft doorgemaakt. Waar rond 1900 de Drachtstercompagnonsvaart nog een duidelijke hoofdrol opeiste, was in de tweede helft van de jaren 60 daar geen sprake meer van; de vaart werd opgeheven ten behoeve van een knooppunt voor gemotoriseerd verkeer. Alleen sommige gevels maken duidelijk dat het dezelfde locatie betreft. In de jaren 70 werd het hart een voetgangersgebied, waarbij voor de eeuwwisseling het kenmerkende carillon werd geplaatst.

Een ander voorbeeld voor de tijdsgeest waarin Drachten haar grootste ontwikkeling doormaakte, kan verduidelijkt worden op mobiliteitsgebied. Na de komst van Philips is een groot deel van het centrumgebied ontstaan na de Tweede Wereldoorlog, in een tijd dat een auto voor meer mensen financieel bereikbaar werd. Het dorp Drachten ontwikkelde zich in sneltreinvaart: het centrum breidde snel uit, de openbare ruimte werd rigoureus heringericht en de auto eiste een prominente plek op. Afbeelding 15 en 16 geven hier een illustratie vanuit exact hetzelfde perspectief,

Afbeelding 14: Het centrum van Drachten in 1971

Afbeelding 15: Het Assenkruis in 1971

Afbeelding 16: Het Assenkruis in 2010

038

039

3.2 Functioneel Om in deel 2 van dit Gebiedsprogramma maatwerk per deelgebied te kunnen leveren, is een functionele analyse van het centrumgebied essentieel.

aanhoudende druk op het winkelaanbod (internet en beperkte bedrijfsopvolging) is de verwachting dat de winkelfunctie verder zal inkrimpen.

Van oudsher zijn binnensteden multifunctioneel. Dat geldt ook voor Drachten, waar zich in het verleden allerlei bedrijven aan en rond de Drachtster Compagnonsvaart gevestigd hebben. In de loop van de tijd zijn in de binnensteden echter veel centrum-stedelijke functies vertrokken om zich op goedkopere en beter bereikbare locaties aan de stadsrand te vestigen. Tegelijkertijd heeft de detailhandel zich in de binnensteden versterkt. In Drachten vinden we dit beeld voornamelijk terug aan de Noorder- en Zuiderbuurt, waar veelal kledingwinkels zeer dominant en geconcentreerd zijn. Ook in andere steden en dorpskernen heeft zich een vergelijkbaar proces voorgedaan. Nu de winkelfunctie in toenemende mate onder druk staat, blijkt door de substantiële leegstand hoe kwetsbaar deze eenzijdige oriëntatie op winkels is. Onder invloed van de

De functie ‘werken’ is in het centrum ondervertegenwoordigd. Het centrum kent enkele werklocaties, voornamelijk in het zuiden van het centrum rond het Laweiplein. Daarnaast zijn er verspreid een aantal kleinschalige locaties die onder diensten en kantoren vallen. Dit betreft bijvoorbeeld vrijetijdsvoorzieningen, maatschappelijke en zorgvoorzieningen, (kleinschalige) kantoren en bedrijven die geen hinder veroorzaken voor bewoners. Er bevinden zich nu ongeveer 900 woningen binnen de plangrens van het project. Aan de randen van het centrumgebied wordt veel gewoond, zoals in de vooroorlogse woonwijk aan de zuidwestzijde en op de verdiepingen aan het Raadhuisplein en De Marke aan de zuid-oostzijde van het centrum. Ook in het assenkruis zijn op de verdieping her en der woningen te vinden. In het centrum van Drachten wonen diverse doelgroepen, van

jongeren tot ouderen. Door het ontbreken van een hogeschool of universiteit wonen er weinig studenten in de stad. Daarnaast is er een grote vraag naar sociale huurwoningen, zowel nu als in de toekomst. De (dag-, avond- en nacht-) horeca is dominant en geconcentreerd in het buiten het directe centrum gelegen gebied De Kaden (oostelijk gebied van Noord- en Zuidkade). Hier bevindt zich het overgrote deel discotheken, bars en groot en kleinschalige horeca. In de analyse van Colliers komt naar voren dat drukke loopstromen zich daardoor ‘s avonds voornamelijk voordoen op De Kaden en niet meer rond het hart van het Assenkruis. Daarnaast is horeca op De Kaden ook vaak eenzijdig van aard (fastservice). Het aantal nachthorecazaken staat onder druk en neemt af. Deze ontwikkeling past in de landelijke trend, waarin het aantal discotheken sterk afneemt en ook traditionele cafés het moeilijk hebben. Culturele instellingen concentreren zich in het zuidelijk deel van het centrum. Het cultuurcluster omvat het gebied tussen het

Legenda Horeca gebies Woongebied Dagelijkse boodschappen Winkelgebied Werken Cultuurgebied Afbeelding 17: Analyse functionele gebieden

Afbeelding 18: Horeca De Kaden

Museumplein en het Laweiplein, waar het Museum Dr8888, de bibliotheek en De Lawei hun plek gevonden hebben. Vooral De Lawei is een grote publiekstrekker, maar de excentrische ligging en de afstand tot ondersteunende dag-, avond- en nachthoreca leidt ertoe dat het assenkruis ‘s avonds desondanks stil is. Daarnaast is aan de rand aan de Oliemolenstraat Poppodium Iduna gevestigd. Naast horeca zijn in het deelgebied De Kaden verschillende functies voor leisure en ontspanning te vinden, zoals een bowling en een bioscoop.

040

041

Bezoekersanalyse

Leegstandsontwikkeling

Het aantal passanten in het centrum van Drachten is sinds mei 2019 gestegen, met fluctuaties als gevolg van coronamaatregelen en weersomstandigheden. Het grootste deel van de bezoekers komt uit de gemeente Smallingerland zelf: 59 procent van het totaal. Bezoekers verblijven gemiddeld iets langer dan twee uur in het centrum, met een aanzienlijk deel dat maximaal een kwartier blijft. De meeste bezoekers komen maandelijks naar het centrum, vooral voor recreatieve doeleinden. De loopstromen in het centrum tonen een concentratie van passanten rond bepaalde gebieden, zoals de Noordkade en het Raadhuisplein.

Leegstand is een veelgenoemd aandachtspunt geweest in de Centrumvisie. In afbeelding 20 is te zien dat het leegstandspercentage in het centrumgebied van Drachten momenteel relatief laag is, ongeveer vier procent in 2023, een positieve score vergeleken met soortgelijke stadscentra. Het leegstandspercentage schommelde in eerdere jaren tussen de tien en twaalf procent. Het lage leegstandspercentage kan deels worden verklaard door coronasteun voor veel detailhandelaren, hoewel velen nog een coronaschuld hebben bij de overheid. Een kentering lijkt aanstaande: Sinds begin 2023 zijn er echter meer faillissementen in de retail sector.

Afbeelding 19: Analyse loopstromen centrumgebied Colliers Research & Consultancy (sep. 2023)

De leegstandsontwikkeling heeft zijn weerslag op het functioneren van bedrijven in het centrum. Het noordelijk gedeelte van het centrum functioneert wisselend. De Noorderbuurt is levendig, maar verderop richting Vogelzang domineren leegstand en modeketens uit het lagere segment. Het zuidelijk gedeelte functioneert overwegend goed met zeer lage leegstand, vooral in de Zuiderbuurt. Het oostelijk deel van het centrum heeft ondanks investeringen in de openbare ruimte nog niet het gewenste economische niveau bereikt, met substantiële leegstand aan onder andere de Markt. In het westelijke deel is er daarentegen een grote diversiteit aan functies, maar ook daar zijn relatief grote panden structureel leeg.

Afbeelding 20: onderzoek leegstandsontwikkeling Colliers Research & Consultancy (sep. 2023)

042

043

3.3 Bebouwing De bebouwing in het centrum kent veel verschillende gezichten en oogt in het algemeen wat rommelig. Dit komt deels door de positionering ten opzichte van de openbare ruimte met veel achterkanten en door de soms sleetse gebouwen. We zien daarentegen ook heel waardevolle architectuur, zoals de Papegaaienbuurt en een herkenbaar assenkruis met gebouwen uit verschillende tijdslagen. Achterkanten Door de oorsprong van Drachten als lintdorp kent Drachten een sterke adressering van bebouwing aan het assenkruis. Aan de achterkant van deze bebouwing is in de loop van tijd echter een vage zone tussen het oorspronkelijke lint en de achterliggende woonwijken ontstaan bestaande uit expeditieterreinen, parkeervelden, toegangswegen en stegen, met een beperkte ruimtelijke kwaliteit. De ligging van de parkeerterreinen aan de achterzijde van het lint heeft er in sommige situaties voor gezorgd dat de voorzieningen in de plint ervoor hebben gekozen het assenkruis de rug toe te keren en hun entree aan de achterkant te situeren. Dit zorgt voor blinde gevels aan

het assenkruis, daar waar deze plek in potentie de sterkste identiteitsdrager van Drachten zou moeten zijn. Ontsluitingsstegen Legenda

Tenslotte moet er kritisch gekeken worden naar het netwerk van logistieke ontsluitingsstegen. Dit zijn potentieel hoogwaardige routes die het centrum beter toegankelijk maken voor fietsers en voetgangers. Echter ontbreekt het aan enige verblijfskwaliteit en is er een gebrek aan sociale veiligheid. Bouwhoogten Het herkenbare assenkruis van Drachten kent van oudsher een relatief lage opbouw van 2 à 3 bouwlagen met eventueel een kap. Latere ontwikkelingen in de kwadranten zoals de bebouwing uit 2015 bij het Raadhuisplein hebben een meer stedelijk karakter met hoogtes aan de oostzijde van 5 lagen en zelfs een toren van 13 bouwlagen. De oudere bebouwing aan de westzijde van het plein is echter weer een stuk lager met slechts 2 verdiepingen. Afbeelding 24: Analyse bouwhoogte

Legenda Achterkantsituaties Afbeelding 21: Analyse achterkanten

Afbeelding 22: Situatie met achterkanten aan het Sander Israëlplein

Afbeelding 23: Situatie met Noorderbuurt

044

045

Architectuur Drachten heeft geen middeleeuwse binnenstad. Dit wil niet zeggen dat er geen monumenten en andere belangrijke beeldbepalende gebouwen zijn. De Papegaaienbuurt met de museumwoning van Doesburg-Rinsema en het Museum Dr8888 aan het Museumplein zijn hier goede voorbeelden van. Deze monumentale gebouwen zijn niet altijd even goed zichtbaar. Dit komt vooral door de aangrenzende openbare ruimte. In het geval van de museumwoning is de aangrenzende openbare ruimte (Oosterstraat) rommelig en duidt niets op een plek van belangrijke culturele waarde. Van oudsher werden belangrijke gebouwen in tweede lijn aan het historische lint gepositioneerd. Een voorbeeld hiervan is het voormalige klooster en huidige Museum Dr8888. Het plein is nu zo ingericht dat het juist het zicht op het museum wegneemt in plaats van dat het de architectuur versterkt en in de schijnwerpers zet. Naast beeldbepalende gebouwen kent Drachten ook een aantal locaties met gebouwen in slechte staat of met weinig architectonische kwaliteit. Een voorbeeld hiervan is het pand op de hoek van de Noorderbuurt en Vogelzang. De slechte staat van dit pand doet afbreuk aan de directe omgeving.

Open rondleidingen tentoonstelling ‘Made in Fryslan’. Afbeelding 25: Papegaaienbuurt met de museumwoning van Doesburg-Rinsema.

Afbeelding 26: Bebouwing in slechte staat op de hoek van Vogelzang en de Noorderbuurt.

046

047

3.4 Mobiliteit Mobiliteit gaat niet over een plek, maar heeft betrekking op een structuur. Door de ontwikkelingen in de vorige eeuw zoals besproken in paragraaf 3.1 bezit de auto haar vooraanstaande positie in het huidige Drachten nog steeds. Het centrum is uitstekend ontsloten en het parkeeraanbod is uitgebreid en relatief goedkoop. Wandelen Binnen de parkeerring is een groot gebied toegankelijk voor voetgangers en gedeeltelijk voor fietsers. Er is een fijnmazig netwerk aan wandelroutes (afbeelding 27) waarmee alle functies in het centrum voor voetgangers goed bereikbaar zijn. De beleving en ruimtelijke kwaliteit van deze routes zijn echter lang niet allemaal op orde.

Als gekeken wordt naar de fietsroutes en in het centrum (afbeelding 30): Fietsend van oost naar west zijn er drie hoofdroutes beschikbaar : • Noord: De Lange West - Vogelzang • Midden: Moleneind – de Kaden • Zuid: Gauke Boelenstraat – Berglaan Fietsend van noord naar zuid: Oost: Torenstraat en Drift Midden: buiten openingstijden winkels is de Noorderbuurt en Zuiderbuurt beschikbaar als route. • West: langs de westelijke zijde van het centrum is er geen eenduidige noordzuid verbinding • •

Fietsen Vrijwel alle inwoners van de plaats Drachten wonen binnen vijf kilometer van het centrum, oftewel binnen 15 minuten fietsen. Desondanks zien we dat de auto nog altijd het dominante vervoermiddel is van en naar het centrum: 50% van alle centrumbezoeken is met de auto (bron: Koopstromenonderzoek 2017).

Voor fietsparkeren zijn op verschillende plekken fietsnietjes te vinden. Echter worden deze niet optimaal benut en wordt er vaak direct voor de winkel in de straat geparkeerd. Verder bevindt zich nog een gebouwde fietsenstalling bij het busstation Van Knobelsdorffplein.

Legenda Fietsroutes

Afbeelding 30: Fietsroutes in en naar het centrum

Legenda Parkeerbronpunt Centrum Afbeelding 27: Voetgangersroutes

Functioneel

Afbeelding 28: Huidige situatie voor fietsers bij Sander israëlsplein plein

Afbeelding 29: Fietsparkeren Knobelsdorffplein

048

Openbaar vervoer Ten zuiden en ten noorden van het centrum zijn bushaltes, waarbij vooral aan het busstation van het Van Knobelsdorffplein veel verschillende buslijnen samenkomen. Door de omliggende wijken liggen (regionale) buslijnen, maar wijken als De Trisken en Himsterhout verdienen aandacht. Bussen rijden gemiddeld met een frequentie van 10-15 minuten. Bereikbaarheid gemotoriseerd vervoer Het centrum is voor gemotoriseerd verkeer goed bereikbaar tot aan de ring/ ketting (zie afbeelding 32). Vanaf de ring rond het centrum worden voertuigen met bebording geleid naar de belangrijkste parkeerlocaties. De parkeerring (de ‘ketting’) rond het centrum (Gauke Boelensstraat/Berglaan, Drift/Torenstraat en de Vogelzang/Langewest) zorgt enerzijds voor een duidelijke afbakening van het centrum en het voetgangersgebied, anderzijds heeft het ook een verbindende functie tussen het centrum en de omringende buurten.

049

in kwadrant zuidoost. Mede hierdoor zijn de meeste parkeerplaatsen in het centrum in dit kwadrant terug te vinden. Dit is gevisualiseerd in de bijgevoegde grafiek. De parkeertellingen zijn ten opzichte van de Centrumvisie geactualiseerd. In het centrum zijn in de binnenring ca. 1.900 parkeerplaatsen aanwezig die in de pieksituatie (zaterdagmiddag) voor 67% procent bezet zijn. Idealiter komt de bezettingsgraad in het centrum niet boven de 85% à 90% op het piekmoment. Een hogere bezettingsgraad zorgt voor exponentiële toename van zoekverkeer. Dit is gebaseerd op een onderzoek uit 2022: inclusief ca. 100 parkeerplaatsen op het Raadhuisplein en exclusief het Kiryat Onoplein. Deze restcapaciteit is scheef verdeeld over het centrum.

Uitgaande van een maximale bezettingsgraad van 85% is er op het piekmoment nog een restcapaciteit van ruim 300 parkeerplaatsen beschikbaar in het centrum.

Bevoorrading en venstertijden Het centrum is in de huidige situatie te eenvoudig en onbeperkt toegankelijk voor bevoorrading en pakketbezorging. De dynamische afsluiting functioneert niet en het systeem van ontheffingen verdient actualisatie. Parkeren In totaal zijn er 1.890 parkeerplaatsen gesitueerd in het centrum van Drachten. Het centrumgebied is gedefinieerd als het gebied binnen de huidige centrumring: het gebied tussen de Gauke Boelenstraat, de Drift, Torenstraat, Vogelzang en ten westen langs het Thalenpark richting Gemeentehuis. Het parkeerregime in dit gebied is bijna overal betaald parkeren. Er zijn enkele vergunninghoudersen gehandicaptenparkeerplaatsen. In het centrum is ongeveer de helft van de parkeerplaatsen beschikbaar in een van de twee parkeergarages. Dit zijn er in totaal 927, namelijk 718 parkeerplaatsen in de Raadhuispleingarage en 209 parkeerplaatsen in de Knobelsdorffgarage. De andere helft betreft straatparkeren, verdeeld over het centrum. Beide garages bevinden zich

Afbeelding 31: Verdeling aantal parkeerplaatsen

In de kwadranten noordoost en zuidwest is minder restcapaciteit beschikbaar dan in de kwadranten noordwest en zuidoost. Met name in de garages in het kwadrant zuidoost is absoluut gezien veel restcapaciteit beschikbaar.

Legenda

Afbeelding 32: Ontsluiting gewenste situatie

050

051

3.5 Openbare ruimte In de Centrumvisie is het doel gesteld om de openbare ruimte sterk te vergroenen en verblijf te stimuleren. Deze paragraaf beschrijft het vertrekpunt vanuit de openbare ruimte. Een groot deel van de openbare ruimte in het centrum nodigt niet uit tot verblijf. Er is weinig groen aanwezig en er zijn niet veel zitplekken of andere aanleidingen voor het verlengen van je bezoek aan het centrum. Met recente projecten in de openbare ruimte, zoals het vernieuwde busstation, is een andere weg ingeslagen en zien we een groener en aantrekkelijker centrum met meer mogelijkheden voor verblijf. Deze investeringen in de openbare ruimte hebben er echter niet voor gezorgd dat er ook door pandeigenaren en ontwikkelaars de gewenste investeringen in vastgoed zijn gedaan en functies zich ontwikkeld hebben. Bij dergelijke investeringen is een goede samenwerking tussen publiek en private partijen essentieel, want een gemeente kan het niet alleen.

Afbeelding 35: Steeg tussen Sander Israëlsplein en Moleneind

Pleinen en plekken Het centrum van Drachten heeft van oudsher niet veel pleinen. Dit komt door de lineaire lintstructuur van Drachten langs het assenkruis. De pleinen en plekken die er wel zijn functioneren daarom als belangrijke markeringen in het weefsel van het centrum. De diverse pleinen en plekken kennen hun oorsprong in verschillende tijdslagen en hebben verschillende functies. Maar de functie van verblijfs- en ontmoetingsplek ontbreekt. Vaker zijn ze functioneel ingericht zoals ook het redelijk recent aangelegde Raadhuisplein.

Afbeelding 33: Huidige inrichting Museumplein

Straten

Sfeervolle parken in en rond het centrum!

Naast het assenkruis heeft het centrum ook een aantal aanloopstraten. Een aantal van deze straten zijn onderdeel van het winkelcircuit, zoals de Kerkstraat, Oudeweg (tussen Noorderbuurt en Markt), een deel van de Oosterstraat en een deel van de Houtlaan. De herkenbare bestrating voor het centrumgebied ligt gedeeltelijk ook in deze aanloopstraten ter plaatse van de aanhechting op het assenkruis. In het geval van bijvoorbeeld de Oosterstraat en de Houtlaan stopt deze bestrating halverwege en wordt het vervolgens rommelig. Dit komt niet alleen door een ander type steen, maar ook door onduidelijke straatprofielen, met een overmaat aan auto’s en veel losse parkeerplaatsen.

Afbeelding 34: Raadhuisplein (2022)

052

Stegen Er zijn in het centrum van Drachten relatief veel stegen. Een groot deel van deze stegen wordt als onaantrekkelijk en onveilig ervaren door sleetse en dichte aangrenzende gevels. De stegen vormen wel belangrijke verbindingen tussen winkelgebieden zoals het Raadhuisplein en de Zuiderbuurt of De Kaden en de Oosterstraat.

053

in combinatie met geïntegreerde zitelementen verhoogt de verblijfskwaliteit en daarmee ook de verblijfsduur van bezoekers van het centrum. Ook is hier groen ingezet om routes te maken die voetgangers het centrum in begeleiden. Deze kwaliteit zet zich echter nog niet door, waardoor deze plekken nu voornamelijk als losstaande elementen functioneren en nog niet deel uitmaken van een groter geheel. Bomen

Groen en verblijven De openbare ruimte is bij uitstek de plek waar verschillende mensen elkaar ontmoeten en waar ruimte is om vrij te verblijven, te bewegen en te spelen. Rondom het centrum van Drachten is veel en kwalitatief groen te vinden. Het Reidingpark, Singelpark en het Thalenpark liggen op steenworpafstand van het centrum, waarbij het Thalenpark zelfs een rijksmonumentale status heeft. Ook de aangrenzende woongebieden worden gekenmerkt door veel en goed onderhouden voortuinen waardoor de straatprofielen groen en aantrekkelijk ogen. In het centrum zelf is echter weinig groen op ooghoogte te vinden. Hierdoor wordt het centrum als kaal en stenig ervaren, mist het verblijfskwaliteit en doet het weinig op het vlak van klimaatadaptatie. In een aantal recente projecten is een flinke vergroeningslag gemaakt met zowel aantrekkelijk groen op ooghoogte en diverse struiken en bomen. Denk aan het gebied rond het busstation aan het Van Knobelsdorffplein en de nieuwe inrichting van het parkeerterrein op de Markt. Het groen

Er zijn her en der bomen te vinden in het centrumgebied. In afbeelding 38 is de status van elke boom in het centrum aangeduid. Te zien is dat er in het centrumgebied veel bomen in goede staat zijn. Bomen zoals aan De Kaden en de oude plantaan op het Frans pleintje aan de Noorderbuurt worden door bezoekers als zeer waardevol beschouwd. In het hoofdwinkelgebied bevinden zich bomen die in slechte staat zijn. We onderzoeken wat dit betekent voor de toekomstige inrichting van het profiel. Prioriteit ligt op dit moment bij de Zuider- en Noorderbuurt. Hier zijn de bomen in het verleden aangeplant met beperkte groeiruimte, zowel ondergronds als bovengronds. Doordat ze relatief dicht aan de gevel staan wordt de kroon jaarlijks gesnoeid waardoor ze over een relatief korte levensduur beschikken. Dit betekent dat we bij eventuele herinrichting ook moeten kijken naar een verplaatsing van het groeivak naar een plek in de straat waar de boom meer ruimte heeft. Verblijf en kwaliteit We zien nu weinig plekken in de openbare ruimte van het centrum om te verblijven en andere mensen te ontmoeten. De enkele Legenda

Afbeelding 36: Bomen in slechte staat in de Zuiderbuurt

Afbeelding 37: Raadhuisplein, veel verharding en weinig verblijfskwaliteit

Afbeelding 38: Bomen huidige situatie

054

055

verblijfsplekken met bankjes die er wel zijn, zoals de stalen banken op het Museumplein en de houten bankjes rondom de markante boom in de Noorderbuurt hebben allemaal een verschillende uitstraling en dragen niet bij aan de herkenbaarheid van het centrum. Ook bij de opstelling van de bankjes zien we nog ruimte voor verbetering. Met name de bankjes op het Museumplein missen een duidelijke oriëntatie op een mooi en/of interessant uitzicht en staan ten opzichte van elkaar zo dat er weinig sociale interactie mogelijk is. Los van bankjes zijn er weinig andere aanleidingen om langer in de openbare ruimte te verblijven. Er zijn geen speelplekken voor kinderen of bijvoorbeeld interactieve kunstwerken en waterelementen die het verblijf aantrekkelijke maken en beweging stimuleren. Daarnaast oogt de openbare ruimte in het centrum rommelig door gebruik van verschillende materialen en straatmeubilair, de overmaat aan commerciële uitingen, zoals onder andere uitstalling op straat, grote hoeveelheid bebording (zowel commercieel als niet commercieel), paaltjes en bloembakken.

Op bijgaand kaartje is te zien dat de gevoelstemperatuur hoger wordt in een steenachtige omgeving en lager wordt daar waar zich bomen bevinden. Een herkenbaar beeld voor veel winkeleigenaren zijn de lege winkelstraten bij zomers weer. Door de veelal volledig verharde winkelstraten en het gebrek aan grote bomen is de verblijfskwaliteit met zomers weer in deze gebieden zeer minimaal en blijven mensen weg. Een andere consequentie van klimaatverandering is extremer weer zoals stortregens of juist lange droge periodes. Dit kan in het centrum voor overbelasting van het riool zorgen of juist het uitdrogen van met name kleine plantvakken en bomen met minimale boomspiegels. De bodem in het centrum laat weinig water door en is daarmee niet geschikt voor watersystemen zoals wadi’s.

Klimaatadaptatie

gevoelstemperatuur Door de klimaatopwarming wordt het huidig in Nederland steeds warmer. De belevingswaarde van binnensteden wordt op warme dagen mede bepaald door de gevoelstemperatuur.

Afbeelding 39: Gevoelstemperatuurtijdens hete zomermiddag 2021 (Bron: www.klimaateffectenatlas.nl)

De grote platanen aan de Noord- en Zuidkade zorgen voor een aangename verblijfskwaliteit in de warme zomermaanden

056

057

Bestrating

Riolering

Binnen het centrumgebied maken we onderscheid tussen verschillende stijlen bestrating (zie afbeelding 40). Hierin zijn de volgende twee stijlen dominant:

Het overgrote deel van de riolering in het centrum is aangelegd in de jaren 60 van de vorige eeuw. Rioleringsbuizen hebben een levensduur van zo’n 55 jaar en worden gemiddeld na 55 jaar vervangen. Veel riolering in het centrum is inmiddels 60 jaar oud. Het gaat dan onder andere om de Noorder- en Zuiderbuurt, rondom het Museumplein en het Carillon, Noord- en Zuidkade, Oosterstraat, Sander Israëlsplein en Houtlaan. In deze straten is er ook geen regenwaterriool (een gescheiden stelsel).

•

•

De geel/oranje Engelse steen is een strengperssteen in keiformaat. Deze bevindt zich voornamelijk op de Noorder- en Zuiderbuurt en op het Moleneind en ligt er alweer bijna 30 jaar. Door de structuur en samenstelling wordt deze steen sneller glad. Ondanks dat de steen nog wel aan de stroefheidseisen voldoet wordt de steen vanwege de gladheid niet meer toegepast in nieuwe projecten en is het wenselijk dat deze op termijn wordt vervangen. De gebakken rode klinker in met grijze natuurstenen band langs de gevels. Deze steen is de afgelopen decennia gebruikt bij de aanleg van nieuwe profielen in Drachten. Hij is terug te vinden op de Ketting (ontsluitingsweg aan noord-, oost- en zuidzijde van het centrum) van Vogelzang , in de omgeving van het Raadhuisplein en rondom de omgeving van het Moleneind en De Markt.

Ten slotte is in het centrum nog een groot palet aan stenen in verschillende formaten te vinden wat een rommelig beeld geeft van de openbare ruimte.

Geen gescheiden rioolstelsel Al het regenwater van straten en gebouwen en al het (huishoudelijk)afvalwater komt in één riool. Dat is tegenwoordig niet meer wenselijk. Regenwater moet afgekoppeld worden en zoveel mogelijk geloosd worden op het oppervlaktewater of, waar dat kan, infiltreren in de bodem. Een aantal straten en pleinen in het centrum is in de afgelopen 20 jaar wel voorzien van nieuwe riolering. In deze straten is het regenwater afgekoppeld door naast het vuilwater rioolstelsel een los hemelwater rioolstelsel aan te brengen. Dit geldt voor de omgeving parkeerterrein Vogelzang, Moleneind (langs de Drachtstervaart), Raadhuisplein, de steeg tussen de Oosterstraat en Noordkade, en de Drift.

Herkenbare en aantrekkelijke inrichting Markt

Legenda

Afbeelding 40: Bestaande situatie materialising

058

059

Wat is de opgave?

Naar een herkenbaar, verbonden stadshart!

Afbeelding 41: Pancras Square London - Townshend Landscape Architects

4

060

061

4 Wat is de opgave? | Naar een herkenbaar, verbonden stadshart! Voortbordurend op de Centrumvisie en de ruimtelijke analyses hebben we thema’s socialer, intenser, veelzijdiger, aantrekkelijker en herkenbaarder vertaald naar 3 ruimtelijke hoofdopgaves. Deze opgaves lichten we verder toe in de hoofdstukken 5, 6 en 7. Hiermee vormen de aankomende hoofdstukken een brug tussen de Centrumvisie en de verschillende gebiedsgerichte projecten.

Van winkelgebied naar Stadshart. | Programma en bebouwing

van winkelgebied

naar stadshart

Het huidige centrum heeft een monotoon, maar functioneel karakter. Door het toevoegen van een aanvullend divers programma, zoals wonen, werken en horeca werken we toe naar een intenser aantrekkelijker en veelzijdig stadshart. Het nieuwe stadshart biedt naast winkelen ruimte aan sociale interactie door ontmoeting en doet mensen langer verblijven. Hiermee zorgen we onder andere dat Drachten herkenbaar als tweede stad van Friesland op de kaart komt. Van vier kwadranten naar een verbonden centrum | Mobiliteit Oorspronkelijk bedoeld als verbinder splitst het assenkruis het centrum van Drachten op in vier kwadranten. We verbinden de kwadranten door het aantrekkelijk maken van onderlinge routes en stimuleren daarmee het lopen en fietsen in het centrum. Daarnaast zetten we in op een goede aanhechting van het centrum op zowel de directe omgeving zoals het Thalen- en Reidingpark en op het buitengebied.

van vier kwadranten

naar een verbonden centrum

Van een verrommeld centrum naar een herkenbaar Drachten | Openbare ruimte Het centrum van Drachten kent vele gezichten. Het is een ratjetoe aan materialen en het ontbreekt aan een eenduidige beeldtaal. Wij bouwen voort op wat al goed gaat, zoeken nieuwe en versterken bestaande identiteitsdragers en geven daarmee het centrum een herkenbare en aantrekkelijke uitstraling.

van een verrommeld centrum

naar een herkenbaar Drachten

062

063

Opgave programma en bebouwing van winkelgebied naar stadshart

Afbeelding 42: Vogelvlucht van de nieuwe ontwikkeling aan de rand van Willem de Zwijgerlaan te Leiden ( DELVA)

5

064

065

5 Wat is de opgave? | Programma en bebouwing Functies zijn van essentieel belang in een moderne, dynamische en aantrekkelijke stad. Het creëert een reden om naar een plek toe te gaan en te verblijven. Een grote diversiteit aan programma’s moet daarmee zorgen voor een intensiever en gevarieerder gebruik van het stadscentrum. Architectuur speelt een cruciale rol in het verhogen van de belevingswaarde en aantrekkelijkheid van het centrum. In dit hoofdstuk komt de opgave wat betreft de programma en bebouwing in het centrumgebied van Drachten aan de orde en overstijgt daarmee de gebiedsgerichte aanpak vanaf Deel II.

5.1 Visie op de doelstellingen ‘intenser en veelzijdiger’ Voor een duurzame vernieuwing van het winkelgebied is afname van het totale winkelmetrage cruciaal. Dit kunnen we realiseren door een verkleining van het kernwinkelgebied in combinatie met een versterking van het multifunctionele karakter. Centrumstedelijke voorzieningen die nu verspreid zijn over het stedelijk gebied, dienen weer zo veel mogelijk gecentreerd te worden. Anderzijds is het versterken van de woonfunctie zeer gewenst. Dit draagt bij aan de leefbaarheid en het draagvlak voor de zojuist genoemde voorzieningen, waardoor het centrumgebied aantrekkelijk, goed functionerend en multifunctioneel wordt. In feite keert het hierdoor weer terug naar de oorspronkelijke situatie.

drie ontwikkellocaties onvoldoende is om de uitbreiding in volume een plaats te geven. Dat betekent dat we ook moeten zoeken naar uitbreiding van volume op andere locaties in de bestaande bebouwing. Zo is de gemiddelde bouwhoogte van het centrum nu laag in vergelijking met andere steden. Op enkele uitzonderingen na is een groot deel van de bebouwing twee of drie lagen. Uitbreiding van bouwvolume is altijd maatwerk vanuit de ambitie een echte stap in groei te zetten.

Dit streven achten we niet haalbaar in een periode van 15 jaar. Dergelijke transformaties kosten veel tijd en zijn afhankelijk van de bereidheid van de vastgoedeigenaar. Desondanks vinden wij het belangrijk over de ontwikkeling van het centrum Concreet betekent dit dat de kern van het centrum wordt te blijven nadenken, partijen te inspireren en uit te dagen en gevormd door de Zuiderbuurt, het Raadhuisplein, De Marke, ook voor de verdere toekomt ruimte te blijven bieden voor het eerste/oostelijke deel van De Kaden en de Noorderbuurt. ontwikkelingen (dus ook na de eerstkomende 15 jaar). Een commerciële functie van de begane grond is hierbij zeer gewenst. In de andere straten en straatdelen is een Een doelstelling van een toename met 100.000 m² kan terugloop van de winkelfunctie te verwachten en wordt bijvoorbeeld bestaan uit de volgende functiemix: ruimte geboden voor verkleuring naar andere commerciële • Woningen 40.000 m2 (400 woningen) functies en wonen. Dit betekent in de praktijk dat op diverse • Werken en diensten 20.000 m2 locaties (met name buiten het centrum) de winkelfunctie • Cultuur en leisure 10.000 m2 moet inkrimpen. • Zorg 5.000 m2 • Onderwijs 5.000 m2 Er moet meer ruimte komen voor horeca, cultuur, diensten • Parkeergebouwen 15.000 m2 en leisure. Het centrum loopt op deze ontwikkeling • Overig 5.000 m2 achter.

Deze functies verbeteren het verblijfsklimaat van winkelgebieden. Investeerders voegen daarom vaker cultuur en leisure toe aan nieuwbouwprojecten. Ondanks de lagere huurprijs verbeteren deze voorzieningen de levendigheid van het gehele gebied. Het intenser bebouwen van het centrum betekent ook dat we moeten zoeken naar plekken waar dit kan. Om een meer bruisend centrum te creëren – passend bij de tweede stad van Friesland – kunnen we ons een toevoeging van 100.000 m² boven op het huidig bouwvolume goed voorstellen. Het is een forse ambitie – juist ook bedoeld om te prikkelen en inspireren – in de wetenschap dat leegstand op dit moment nog beperkt is en de ruimte op de

Een intenser en veelzijdig centrum, met leven op straat ! Afbeelding 43: .Mecado in Groningen - DZH

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14388677/1