CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b - Bp Oudega - Waterfront - Regels met wijzigingen

Het Debat 6 juli 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Oudega-Waterfront15.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Afwijken van de gebruiksregels

11.5.1 Afwijkingsbevoegdheden Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regel in lid 11.4, sub d, en toestaan dat de hoofdbewoner bij het uitoefenen van werk aan huisactiviteiten personeel in dienst heeft, op voorwaarde dat: a. omwonenden geen onevenredig veel hinder ondervinden van de activiteiten; b. geen verkeers- of parkeeroverlast kan worden ondervonden. 11.5.2 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.5.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de milieusituatie; b. de verkeersveiligheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

34

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

Artikel 12 12.1

Wonen - 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. wonen, eventueel in combinatie met werk aan huis, en/of bêd en brochje; maar ook voor de daarbij behorende: b. tuinen en erven, geen erven zijnde als bedoeld in Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woonhuizen; c. groenvoorzieningen en waterpartijen; d. parkeervoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. wegen, straten en paden; g. openbare nutsvoorzieningen. 12.2

Bouwregels

12.2.1 Toegelaten bouwwerken Op de gronden, bedoeld in lid 12.1, mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. woonhuizen en daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, zoals bergingen, garages en praktijkruimten; b. andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen, palen en masten. 12.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouwen mogen alleen woonhuizen in rijen (meer dan twee aaneengebouwd) worden gebouwd; b. de hoofdgebouwen mogen alleen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; c. de maximale goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mogen maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven maximale goot- en bouwhoogte bedragen; d. het aantal woonhuizen mag maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven maximum aantal bedragen; e. de oppervlakte van een hoofdgebouw mag maximaal 60 procent van de oppervlakte van het bouwperceel en mag bovendien niet groter zijn dan 100 vierkante meter; f. de voorgevel van een hoofdgebouw moet in de voorgevelbouwgrens staan; g. de afstand van een blok van aaneen gebouwde hoofdgebouwen tot de zijgrens van het bouwperceel moet minimaal 3 meter zijn; h.

wanneer de bestaande situering en maatvoering afwijkt van het bepaalde onder de regels a t/m h, dan blijft de afwijkende situering en maatvoering van toepassing. 12.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw mogen: 1. alleen binnen de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd en moeten op minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, maar: er mag per hoofdgebouw wel één overkapping (carport) worden gebouwd op minimaal 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw; ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', mogen aan- en uitbouwen en bijgebouwen (ondanks regel a.1.) vóór de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, met een breedte van maximaal de halve voorgevel; 2. in geval van een aan de achtergevel van een hoofdgebouw te bouwen aan- of uitbouw een diepte hebben van maximaal 4 meter uit de achtergevel van het hoofdgebouw;

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

35

Oudega - Waterfront

3. een gezamenlijke oppervlakte hebben van maximaal 50 procent van het bij het hoofdgebouw aansluitende zij- en/of achtererf (voorzover dat binnen het op de plankaart aangegeven bouwvlak ligt) en mogen bovendien niet groter zijn dan: 40 vierkante meter als het tussenwoningen betreft; 75 vierkante meter als het eindwoningen betreft; 4. een goothoogte hebben van maximaal 3 meter; 5. in geval van overkappingen een bouwhoogte hebben van maximaal 3 meter; 6. in geval van aan- of uitbouwen en bijgebouwen een bouwhoogte hebben van maximaal 3 meter op de zijgrens van het bouwperceel en welkebouwhoogte vanaf de zijgrens van het bouwperceel onder een dakhelling van maximaal 45 graden rechtevenredig toe mag nemen tot: voor aan- en uitbouwen een bouwhoogte van maximaal 1 meter onder de bouwhoogte van het hoofdgebouw; voor bijgebouwen een bouwhoogte van maximaal 5 meter. 12.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. erf- en terreinafscheidingen en pergola's mogen alleen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter zijn, maar als een erf- of terreinafscheiding achter (het verlengde van) van de aan de kant van de weg gelegen gevel wordt gebouwd, mag deze maximaal 2 meter zijn; c. de bouwhoogte van palen en masten mag maximaal 8 meter zijn; d.

de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag maximaal 3 meter zijn. 12.3

Afwijken van de bouwregels

12.3.1 Afwijkingsbevoegdheden Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. de regel van lid 12.2.2, sub c, ten aanzien van de minimale dakhelling en toestaan dat de dakhelling van een hoofdgebouw wordt verlaagd of een hoofdgebouw geheel of gedeeltelijk wordt voorzien van een plat dak; b. de regel van lid 12.2.2, sub c, ten aanzien van de maximale dakhelling en toestaan dat de dakhelling van een hoofdgebouw wordt verhoogd tot maximaal 80 graden; c. de regel van lid 12.2.3, sub a, onder 1 en toestaan dat een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits: 1. een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping op minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd; 2. de breedte van een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping gemeten vanaf de bouwgrens, maximaal 3 meter bedraagt; 3. de afstand van een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping tot de zij- en achtergrens van het bouwperceel minimaal 2 meter bedraagt; d. de regel van lid 12.2.3, sub a, onder 2°, en toestaan dat de diepte van een aan de achtergevel van een hoofdgebouw te bouwen aan- of uitbouw wordt vergroot, mits: 1. niet meer dan 50 procent van de oppervlakte van het achter de oorspronkelijke achtergevel gelegen erf wordt bebouwd; 2.

de afstand van een aan- of uitbouw tot aan de achterzijde van het bouwperceel minimaal 2 meter is; 3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het gebied, waarbij met name wordt uitgegaan van de oppervlakte en de ligging van de gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen; e. de regel van lid 12.2.3, sub a, onder 6°, en toestaan dat de bouwhoogte van een in de zijgrens van het bouwperceel te bouwen aan- of uitbouw wordt verhoogd tot maximaal 1 meter onder de bouwhoogte van het hoofdgebouw; f. de regel van lid 12.2.3, sub a, onder 6°, en toestaan dat de bouwhoogte van een in de zijgrens van het bouwperceel te bouwen bijgebouw wordt verhoogd tot maximaal 5 meter; g. de regel van lid 12.2.4 sub a en toestaan dat erf- en terreinafscheidingen buiten de aangegeven

36

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

bouwvlakken worden gebouwd; h. de regel van lid 12.2.4, sub b, en toestaan dat een erf- of terreinafscheiding met een bouwhoogte van maximaal 2 meter vóór (het verlengde van) de aan de kant van de weg gelegen gevel wordt gebouwd; i. het bevoegd gezag kan, voor zover sprake is van de in de bijlage bij deze regels genoemde bestemmingsplannen met bijbehorende artikelen, bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen en toestaan dat de oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen wordt vergroot. Hierbij gelden de volgende regels: 1. er mag niet meer dan 50 procent van het zij- en/of achtererf worden bebouwd, mits in het bouwvlak is gesitueerd; 2. de in de bestemmingsregels toegestane bebouwingsoppervlakte van een bouwperceel mag niet worden overschreden. 12.3.2 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.3.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e.

de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

12.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken als bedrijf, anders dan alleen voor werk aan huis, en/of bêd en brochje; c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor werk aan huis en/of bêd en brochje, waarvan: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte meer is dan 30 procent van de totale gezamenlijke begane grondvloeroppervlakte van de bebouwing op het perceel; 2. de bedrijfsvloeroppervlakte meer is dan 50 vierkante meter; 3. de activiteiten op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omgevingsvergunningsplichtig zijn, dan wel op grond van de Wet milieubeheer meldingsplichtig zijn; 4. de activiteiten worden uitgeoefend door een ander dan de hoofdbewoner van het perceel; 5. de hoofdbewoner personeel in dienst heeft; 6. omwonenden onevenredig veel hinder kunnen ondervinden; 7. detailhandel onderdeel vormt, waarbij goederen worden verhandeld die ergens anders worden gemaakt of verwerkt; 8. verkeers- of parkeersoverlast kan worden ondervonden; 9. het aantal kamers voor bêd en brochje per adres meer dan twee bedraagt en de kamers niet in een hoofdgebouw, dan wel niet in een karakteristiek bijgebouw dat een ruimtelijke samenhang met het hoofdgebouw vertoont, worden gerealiseerd. 12.5

Afwijken van de gebruiksregels

12.5.1 Afwijkingsbevoegdheden Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regel in lid 12.4, sub d, en toestaan dat de hoofdbewoner bij het uitoefenen van werk aan huisactiviteiten personeel in dienst heeft, op voorwaarde dat: a. omwonenden geen onevenredig veel hinder ondervinden van de activiteiten; b. geen verkeers- of parkeeroverlast kan worden ondervonden.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

37

Oudega - Waterfront

12.5.2 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.5.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de milieusituatie; b. de verkeersveiligheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

38

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

Artikel 13 13.1

Wonen - Woonboerderij

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Woonboerderij' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. wonen, eventueel in combinatie met: 1. nevenactiviteiten; 2. werk aan huis en/of bêd en brochje en/of een internetwinkel; b. tuinen en erven; maar ook voor de daarbij behorende: c. d. e. f. g.

parkeervoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; ontsluitingen en paden; tuinen en erven.

13.2

Bouwregels

13.2.1 Toegelaten bouwwerken Op de gronden, bedoeld in lid 13.1, mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. woonboerderijen en daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; b. andere bouwwerken. 13.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonboerderijen worden gebouwd; b. per bestemmingsvlak mag maximaal één hoofdgebouw worden gebouwd; c. de goot- en bouwhoogte van woonboerderijen mogen maximaal de bestaande goot- en bouwhoogte zijn; d. de oppervlakte van een hoofdgebouw mag maximaal de bestaande oppervlakte zijn. 13.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de goot- en bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen maximaal respectievelijk 3 meter en 6 meter zijn, dan wel maximaal de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer zijn; b. de bouwhoogte van een overkapping mag maximaal 3 meter zijn, dan wel maximaal de bestaande bouwhoogte indien deze meer is; c.

de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen per hoofdgebouw mag maximaal de bestaande oppervlakte zijn, met dien verstande dat, indien de bestaande gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen per hoofdgebouw minder is dan 100 vierkante meter, deze mag worden uitgebreid tot maximaal 100 vierkante meter. 13.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter zijn, maar als een erf- of terreinafscheiding achter (het verlengde van) van de aan de kant van de weg gelegen gevel wordt gebouwd, mag de bouwhoogte maximaal 2 meter zijn; b. de bouwhoogte van palen en masten mag maximaal 8 meter zijn; c. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag maximaal 3 meter zijn, dan wel maximaal de bestaande bouwhoogte indien deze meer is.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

39

Oudega - Waterfront

13.3

Afwijken van de bouwregels

13.3.1 Afwijkingsbevoegdheden Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 13.2.2, sub f, voor een goot- en bouwhoogte van maximaal respectievelijk 3,50 en 12 meter; b. het bepaalde in lid 13.2.3, sub c, voor een vergroting van het oppervlak van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met maximaal 50 vierkante meter per woning, uitsluitend ten behoeve van agrarische (neven)activiteiten mits: 1. de aanvrager minimaal twee hectare agrarische cultuurgrond in duurzaam bezit of pacht heeft, en; 2. deze gronden binnen een afstand van 1 kilometer tot het woonperceel zijn gelegen. 13.3.2 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.3.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e. f.

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het uitzicht van woningen; de milieusituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de cultuurhistorische, landschappelijke en/of natuurlijke waarden.

13.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor nevenactiviteiten, indien: 1. de oppervlakte die voor de uitoefening van de nevenactiviteit wordt gebruikt meer is dan 1/3 deel van de voormalige bedrijfsgebouwen met een maximum van 400 vierkante meter; 2. de oppervlakte die wordt gebruikt voor productiegebonden detailhandel en therapeutische dagbesteding meer is dan 50 vierkante meter; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor werk aan huis en/of bêd en brochje en/of een internetwinkel, waarvan: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte meer is dan 30 procent van de totale gezamenlijke begane grondvloeroppervlakte van de bebouwing op het perceel, met een maximum van 50 vierkante meter; 2. de activiteiten op grond van de Wet milieubeheer vergunnings- of meldingsplichtig zijn; 3. omwonenden onevenredig veel hinder kunnen ondervinden; 4. detailhandel onderdeel vormt, waarbij goederen worden verhandeld die ergens anders worden gemaakt of verwerkt; 5. verkeers- of parkeeroverlast kan worden ondervonden; 6. het aantal eenheden voor bêd en brochje per adres meer dan twee is en de eenheden niet in een hoofdgebouw worden gerealiseerd; c. het gebruik van andere gebouwen dan woonboerderijen voor bewoning; d. het gebruik c.q.

in gebruik geven van gebouwen voor het uitoefen van bedrijfsactiviteiten, die zijn genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen als Bijlage 3 bij deze regels, onder milieucategorie 1 en 2; e. het gebruik en/of inrichten ten behoeve van reclame-uitingen, anders dan omschreven in de gemeentelijke Nota Reclamebeleid, vastgesteld op 1 maart 2011; f. de stalling en/of opslag van machines, voer-, vaar- en vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan op onbebouwde terreinen; g. het plaatsen van en/of het gebruik van (sta)caravans en (zee)containers of naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen goederen op onbebouwde terreinen; h. het gebruik als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van voorwerpen, stoffen en materialen op onbebouwde terreinen;

40

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

i.

het gebruik van gronden als kampeerplaats voor kampeermiddelen.

13.5

Afwijken van de gebruiksregels

13.5.1 Afwijkingsbevoegdheden Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in 13.4, sub b, onder 6°, voor het toestaan van meer dan twee eenheden bêd en brochje per adres, mits deze eenheden in een hoofdgebouw worden gerealiseerd, dan wel in een bijgebouw; b. het bepaalde in lid 13.4, sub d, voor bedrijfsactiviteiten, die zijn genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen als Bijlage 3 bij deze regels onder milieucategorie 1 en 2 als ondergeschikte activiteit bij de woonboerderij. 13.5.2 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.5.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: c. d. e. f. g. h.

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het uitzicht van woningen; de milieusituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de cultuurhistorische, landschappelijke en/of natuurlijke waarden.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

41

Oudega - Waterfront

Artikel 14 14.1

Waarde - Archeologisch/cultuurhistorisch waardevol gebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologisch/cultuurhistorisch waardevol gebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud, versterking en/of herstel van de aan deze gronden eigen zijnde archeologische/cultuurhistorische waarde(n). 14.2

Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: Anders dan in de basisbestemming is bepaald mogen op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 50 vierkante meter wordt uitgebreid; b. bouwwerken ten behoeve van archeologische onderzoek en bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 50 vierkante meter ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemmingen. 14.2.1 Afwijkingsbevoegdheden Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regels van lid 14.2 en toestaan dat bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken worden gebouwd, waarbij de oppervlakte met meer dan 50 vierkante meter wordt uitgebreid dan wel bouwwerken worden gebouwd met een oppervlakte van meer dan 50 vierkante meter, mits: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of, b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad; of, c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1.

een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of, 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of, 3. een verplichting de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub c, wordt de provinciaal archeoloog om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend. 14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.3.1 Vergunningplicht Het is verboden om op de gronden, bedoeld in lid 14.1, zonder vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) of anders dan in zo'n vergunning is vastgelegd, de volgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur, met dien verstande dat het werken (geen bouwwerken) en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 50 vierkante meter en dieper dan 30 centimeter; b.

het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 30 centimeter, tenzij deze in het kader van onderzoek naar mogelijke historische vindplaatsen wordt uitgevoerd; c. het graven van watergangen;

42

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 30 centimeter; e. het verlagen van het waterpeil. 14.3.2 Uitzondering vergunningplicht Artikel 14.3.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.

plaatsvinden in het kader van het normale onderhoud; al in uitvoering waren op het moment van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd op grond van een al verleende vergunning; op archeologisch onderzoek gericht zijn.

14.3.3 Beoordelingscriteria Een vergunning als bedoeld in lid 14.3.1 kan alleen worden worden verleend als: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische en cultuurhistorische waarden aanwezig zijn; of, b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden geschaad; of, c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken (geen bouwwerken) en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatsregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of, 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of, 3. een verplichting de uitvoering van werken (geen bouwwerken) en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Een vergunning als bedoeld in lid 14.3.1 kan alleen worden verleend als: geen schade ontstaat aan de archeologische en cultuurhistorische waarde(n) van het gebied. Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub c, wordt de provinciaal archeoloog om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

43

Oudega - Waterfront

Hoofdstuk 3 Artikel 15

ALGEM ENE REGELS

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

44

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

Artikel 16 16.1

Algemene bouwregels

Bouwregels in verband met de Wet geluidhinder

a. De in het plan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden kunnen, indien daarbij het bouwen van nieuwe woningen is inbegrepen en voor zover het de toepassing van de Wet geluidhinder betreft: 1. alleen worden verleend in overeenstemming met een door het bevoegd gezag verleende hogere grenswaarde, indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde is. b. Bij reconstructie van wegen en de aanleg van plattelandswegen dienen de bepalingen van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder in acht genomen te worden. c. Bij het bouwen van woningen die dienen als vervanging van reeds bestaande woningen mag, indien de geluidsbelasting op de gevel van de bestaande woning meer dan de voorkeursgrenswaarde is, de afstand tot de weg met maximaal 10 procent worden verkleind. 16.2

Voorwaardelijke verplichting bouwwerken ten behoeve van verlichting/lichtmasten

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van andere bouwwerken ten behoeve van verlichting/lichtmasten kan, met uitzondering van de bestaande situatie, uitsluitend worden verleend wanneer de maatregelen voor verlichting/lichtmasten en de bijbehorende lichtuitstoot, als bedoeld in de Uitgebreide Natuurtoets die is opgenomen als Bijlage 2 bij deze regels, aangetoond door een ter zake kundige, zijn gerealiseerd/nageleefd en in stand worden gehouden dan wel dat de realisatie/naleving en de instandhouding van deze maatregelen voor verlichting/lichtmasten en de bijbehorende lichtuitstoot als bedoeld in Bijlage 2 (Uitgebreide Natuurtoets) bij deze regels krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning voldoende is verzekerd.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

45

Oudega - Waterfront

Artikel 17 17.1

Algemene gebruiksregels

Algemene gebruiksregels

17.1.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor meer dan 500 vierkante meter aan horeca ter uitbreiding van de reeds bestaande horeca; b. prostitutiedoeleinden en seksinrichtingen, behalve als dit duidelijk is toegestaan in de bestemmingsregels; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; e. het storten of het lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; f. het opslaan van gerede of ongerede materialen of goederen buiten gebouwen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voer- en vaartuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; g. het opslaan van onklare voer- en vaartuigen of onderdelen hiervan; h. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; i. het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in hoofdstuk 2 opgenomen bestemmingsomschrijvingen zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform de in Bijlage 1 (Masterplan) bij de regels opgenomen inrichtingsschets, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

In afwijking hiervan mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 10.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 5 jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, als bedoeld in 10.4, uitvoering is gegeven aan de aanleg én instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 (Masterplan) bij deze regels opgenomen inrichtingsschets, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. 17.1.2 Uitzonderingen Lid 17.1.1, sub a tot en met h geldt niet voor: a. het (tijdelijk) gebruik voor het realiseren of handhaven de bestemmingen, zoals bouwwerkzaamheden, of het normale onderhoud van de gronden; b. de opslag van goederen of materialen als onderdeel van de uitoefening van een bedrijf dat volgens het plan is toegestaan; c. het plaatsen van onderkomens volgens de gebruiksregels van de bestemmingsregels in hoofdstuk 2 van deze regels; d. het opslaan of storten van afval- en meststoffen, maar alleen als dit noodzakelijk is voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen. 17.2

Parkeerregeling gebruik

17.2.1 Specifieke gebruik sregels a. Gronden en bouwwerken mogen niet worden gebruikt ten behoeve van het veranderen en/of wijzigen van het gebruik van bouwwerken waardoor op het bijbehorende bouwperceel of in de directe omgeving niet in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. b. Deze regeling geldt niet voor het vergunde gebruik van gronden en bouwwerken op het moment van de inwerkingtreding van het plan. 17.2.2 Afwijken van de gebruiksregels a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 17.2.1, sub a, voor het toestaan van het veranderen van het gebruik van gronden en bouwwerken indien op het bijbehorend bouwperceel of in de directe omgeving in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. b. Voorafgaan aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de parkeercijfers

46

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

zoals opgenomen in de meest recente Parkeernormennota van de gemeente Smallingerland op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van hetgeen is beschreven in de aangevraagde omgevingsvergunning. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning dient: 1. voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in sub b wordt gerealiseerd; 2. voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in sub b in stand wordt gehouden. d. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaald in sub a en b en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden, mist dit geen onevenredig afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

47

Oudega - Waterfront

Artikel 18 18.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijkingsbevoegdheden

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. de bij recht in de bestemmingsregels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot maximaal 10 procent van die maten, afmetingen en percentages, maar alleen als dit om bouwtechnische redenen of om redenen van doelmatigheid van de bouw noodzakelijk is; b. het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor het plaatsen van zend-, ontvang- en/of sirenemasten tot een bouwhoogte van maximaal 40 meter; c. het bepaalde in het plan en toestaan dat bij agrarische bedrijven, voormalige agrarische bedrijven en woningen één recreatieappartement per adres wordt gerealiseerd in het hoofdgebouw dan wel in een bijgebouw dat een duidelijke ruimtelijke samenhang met het hoofdgebouw vertoont, mits de woonfunctie van het hoofdgebouw behouden blijft en het recreatieappartement op minimaal 10 meter uit de erfgrens wordt gerealiseerd; d. de bouwregels voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen en toestaan dat de oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen wordt vergroot. Hierbij gelden de volgende regels: 1. er mag niet meer dan 50 procent van het zij- en/of achtererf worden bebouwd, mits in het bouwvlak is gesitueerd; 2. de in de bestemmingsregels toegestane bebouwingsoppervlakte van een bouwperceel mag niet worden overschreden; e.

de bouwregels voor het bouwen van aan- en uitbouwen in de zijdelingse perceelgrens en toestaan dat de goothoogte van de aan- en uitbouwen wordt verhoogd tot maximaal 1 meter onder de bouwhoogte van het hoofdgebouw. Hierbij gelden de volgende regels: 1. de afwijkingsbevoegdheid wordt alleen toegepast voor aan- en uitbouwen bij woningen met de bestemmingen 'Wonen - 1' en bij aan- en uitbouwen bij eindwoningen met de bestemming 'Wonen - 3', waarbij de hogere goothoogte alleen is toegestaan in de zijdelingse perceelsgrens waar zich de niet-aaneengebouwde zijde van de woning zich bevindt; 2. de verhoging van de goothoogte van een aan- of uitbouw is maximaal toegestaan voor de in de bestemmingsregels toegestane diepte van het hoofdgebouw; 3. wanneer de goothoogte van de aan- of uitbouw hoger is dan één bouwlaag, moet de aan- of uitbouw geheel of deels met een kap worden afgedekt; 4. de aan- of uitbouw na toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid ondergeschikt is ten opzichte van het hoofdgebouw. 18.2

Beoordelingscriteria

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.1 kan slechts worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de woonsituatie, de landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de natuurwaarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

48

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

Artikel 19 19.1

Algemene wijzigingsregels

Wijzigingsbevoegdheden

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: a. de bestemming van gronden worden gewijzigd in de bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorzieningen' van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' (met identificatienummer NL.IMRO.0090.BP2013Buitengebied-0403) voor het oprichten van transformatorhuisjes en andere nutsgebouwtjes met een inhoud van maximaal 100 kubieke meter en een bouwhoogte van maximaal 4 meter, die in het kader van de nutsvoorzieningen nodig zijn; b. de oppervlakte van een aangegeven bouwvlak wordt vergroot, dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd. Hierbij geldt de volgende voorwaarde: 1. de vergroting mag maximaal 25 procent van de oppervlakte van het bouwvlak zijn; c. de in het plan vermelde maatvoeringen worden gewijzigd; d. de bestemming van gronden ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone-wijzigingsgebied 1' (deels) wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen - 1'. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. het aantal woningen bedraagt maximaal drie; 2. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de te bouwen woningen moeten qua aantallen, woningtype en doelgroep passen binnen het door gedeputeerde staten geaccordeerd gemeentelijk woonplan, zoals dat op het moment van wijziging geldt; 4.

de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten mag niet hoger zijn dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde; 5. als de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming Wonen - 1 zijn na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid voor de betreffende gronden de regels van artikel 11 van toepassing; e. bestemming van gronden ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone-wijzigingsgebied 2' wordt (deels) gewijzigd in de bestemming 'Wonen - 1'. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. het aantal woningen bedraagt maximaal twee in combinatie met commerciële, maatschappelijke en of horeca functies; 2. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de te bouwen woningen moeten qua aantallen, woningtype en doelgroep passen binnen het door gedeputeerde staten geaccordeerd gemeentelijk woonplan, zoals dat op het moment van wijziging geldt; 4. de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten mag niet hoger zijn dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde; 5. als de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming Wonen - 1 of zijn na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid voor de betreffende gronden de regels van artikel 11 van toepassing. 19.2

Beoordelingscriteria

Wijzigingen als bedoeld in artikel 19.1 kunnen alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de woonsituatie, de landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de natuurwaarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

49

Oudega - Waterfront

Artikel 20 20.1

Overige regels

Voldoende parkeergelegenheid

a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, mag niet worden gebouwd of verbouwd wanneer op het bijbehorende bouwperceel of in de directe omgeving niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. b. Voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de parkeercijfers zoals opgenomen in de meest recente Parkeernormennota van de gemeente Smallingerland op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van hetgeen is beschreven in de aangevraagde omgevingsvergunning. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning dient: 1. voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in sub b wordt gerealiseerd; 2. voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoel in sub b in stand wordt gehouden. d. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en b en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse.

50

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

Hoofdstuk 4 Artikel 21 21.1

OVERGANGS- EN SLOT REGELS

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 21.1, sub a, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 21.1, sub a, met maximaal 10 procent. c. Lid 21.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 21.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 21.2, sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 21.2, sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 21.2, sub a, is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

51

Oudega - Waterfront

Artikel 22

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:Regels van het bestemmingsplan 'Oudega - Waterfront' van de gemeente Smallingerland.

52

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10249921/1