Bijlage 1b - Bp Oudega - Waterfront - Regels met wijzigingen
Tekst van het document
Oudega - Waterfront
Oudega - Waterfront
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten
4 4 14
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
BESTEMMINGSREGELS Gemengd Groen Horeca - 2 Recreatie - 1 Recreatie - 2 Recreatie - 3 Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen - 1 Wonen - 3 Wonen - Woonboerderij Waarde - Archeologisch/cultuurhistorisch waardevol gebied
16 16 19 20 22 24 26 28 30 32 35 39 42
Hoofdstuk 3 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20
ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
44 44 45 46 48 49 50
Hoofdstuk 4 Artikel 21 Artikel 22
OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel
51 51 52
2
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
Regels
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
3
Oudega - Waterfront
Hoofdstuk 1 Artikel 1
INLEIDENDE REGELS
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan Oudega Waterfront NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401 van de gemeente Smallingerland; 1.2
met
identificatienummer
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aan- of uitbouw:
een toevoeging dan wel een vergroting van een ruimte aan een hoofdgebouw, die in directe verbinding staat met het hoofdgebouw en qua afmetingen ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw; 1.6
achtergevel:
de gevel aan de achterzijde van een (hoofd)gebouw; 1.7
ander bouwwerk:
een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde; 1.8
archeologische waarden:
waarden van in de bodem aanwezige voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen, die door hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische betekenis van algemeen belang zijn; 1.9
bar:
een horecabedrijf waar de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van dranken, met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, waarbij de bedrijvigheid zich voornamelijk binnen de lokaliteit voltrekt; 1.10
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
4
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
1.11
bêd en brochje:
het bieden door de bewoner van recreatief nachtverblijf in de vorm van logies en ontbijt in of bij een woning, waarbij de ruimte die gebruikt wordt voor bêd en brochje een onzelfstandige woonruimte is en waarbij de bewoning afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte 1.12
bedrijfsmatige exploitatie:
het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/exploitatie dat in de recreatiearken/verblijven– wisselende - recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden; 1.13
beperkt kwetsbaar object:
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.14
bestaand(e) (situatie):
a. ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht legale aanwezige bouwwerken en werkzaamheden: 1. bestaand ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan; b. ten aanzien van het overige gebruik: 1. bestaand ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan; 1.15
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.16
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17
bevoegd gezag:
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.18
bijgebouw:
een opzichzelfstaand, al dan niet vrijstaand, gebouw behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw die qua afmetingen ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw; 1.19
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen van een standplaats; 1.20
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
5
Oudega - Waterfront
1.21
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijkebouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping; 1.22
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.23
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.24
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.25
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.26
café:
een horecabedrijf waar de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van dranken, met een in het algemeen gespreide bezoekersfrequentie gedurende de dag en een hoge bezoekersfre-quentie gedurende de avond, waarbij de bedrijvigheid zich voornamelijk binnen de lokaliteit voltrekt; 1.27
cultuurhistorische waarden:
waarden van een gebied en/of de daarin voorkomende bebouwing, elementen en structuren, die uitdrukking geven aan de beschavingsgeschiedenis en/of het gebruik door de mens in de loop van die geschiedenis; 1.28
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.29
dienstverlening:
met detailhandel vergelijkbare activiteiten voor het bedrijfsmatig verlenen van commerciële en niet-commerciële en maatschappelijke diensten aan of ten gerieve van het publiek, zoals een wasserette, kapsalon, makelaarskantoor of reisbureau, zulks met uitzondering van horecabedrijven; 1.30
erker:
een hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, bouwkundig bestaande uit een "lichte" constructie met een overwegend transparante uitstraling;
6
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
1.31
erotisch getinte vermaaksfunctie:
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaats vinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.32
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.33
gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden:
de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.34
geluidsbelasting:
de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg; 1.35
geluidsgevoelige functies:
in een gebouw of op een terrein aanwezige functies die maken dat een gebouw of terrein als geluidsgevoelig object wordt aangemerkt; 1.36
geluidsgevoelige objecten:
gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder; 1.37
hogere grenswaarde:
een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.38
hoofdgebouw:
een gebouw dat, gelet op de bestemming, de functie en de bouwmassa als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.39
horecabedrijf en/of -instelling:
een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.40
horecabedrijf categorie 1:
een complementair horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige etenswaren aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals een automatiek, broodjeszaak, cafetaria, croissanterie, koffiebar, lunchroom, ijssalon, petit-restaurant, snackbar, snack-kiosk, tearoom, traiteur en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf;
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
7
Oudega - Waterfront
1.41
horecabedrijf categorie 2:
een horecabedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, dat voornamelijk is gericht op het verstrekken van maal-tijden en/of (alcoholische) dranken, zoals een bar, (grand)café, eetcafé, restaurant, café-restaurant en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf, al dan niet in combinatie met logiesvertrekking of een zalencentrum; 1.42
inrichtingsplan:
een inrichtingstekening, al dan niet voorzien van een beschrijving, waarbij minimaal aandacht dient te worden besteed aan de begrenzing van het (beoogde) bouwperceel, de ligging van erfverhardingen, de plaatsing van bouwwerken, de erfbeplanting en de mate waarin lichthinder voor omwonenden wordt beperkt en waarbij de aanwijzingen uit Bijlage 1 (Masterplan) bij deze regels zijn gevolgd; 1.43
jachthaven:
haven met de daarbij behorende grond waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van recreatie- of pleziervaartuigen; 1.44
kampeermiddel:
een mobiel en/of demontabel kampeermiddel en/of vast kampeermiddel dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.45
kampeerplaats:
een al dan niet afgescheiden gedeelte van een kampeerterrein, bedoeld voor de plaatsing van een kampeermiddel al dan niet met een bijzettentje; 1.46
kampeerterrein:
een terrein ter beschikking gesteld voor het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen; 1.47
kap:
een dakafdekking van een gebouw met een geheel of gedeeltelijk hellend dakvlak; 1.48
kleinschalig kampeerterrein
een kampeerterrein waar maximaal 15 of 25 kampeerplaatsen (afhankelijk van de bestemming) voor mobiele kampeermiddelen worden verhuurd als toeristische standplaatsen, uitsluitend ten tijde van het toeristisch seizoen dat loopt van 1 april tot 1 oktober; 1.49
kunstobject:
voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde;
8
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
1.50
kunstwerk:
een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde, ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening; 1.51
kwetsbaar object:
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.52
ligplaats:
een ruimte voor het afmeren en doen of laten liggen van een vaartuig; 1.53
logiesverstrekking:
een horecabedrijfsactiviteit, die enkel of in hoofdzaak is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van logies en waarbij de logieseenheden zijn ingericht als nachtverblijf, zoals een hotel, pension of kampeerboerderij; 1.54
maatschappelijke voorzieningen:
educatieve, medische, religieuze, sociale, culturele en voorzieningen op het gebied van openbare dienstverlening; 1.55
maatvoering:
de regels met betrekking tot de toegestane goothoogte en/of bouwhoogte en/of dakhelling en/of het bebouwingspercentage; 1.56
meetverschil:
een door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een op de kaart aangegeven bestemmings- of bouwgrens; 1.57
milieuafstand:
de grootste voor een bepaald bedrijfstype in acht te nemen (richtlijn)afstand ten opzichte van een milieugevoelige functie in verband met door dat bedrijfstype veroorzaakte hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling; 1.58
milieusituatie:
de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkómen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling; 1.59
mobiel kampeermiddel:
een tent, tentwagen, kampeerauto, toercaravan of enig ander onderkomen, geen stacaravan zijnde, met de bedoeling deze te plaatsen op een kampeerterrein gedurende maximaal drie aansluitende maanden;
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
9
Oudega - Waterfront
1.60
natuurtoets:
een toets waarbij is onderzocht of op voorhand redelijkerwijs te verwachten is dat een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming, indien vereist, kan worden verleend; 1.61
natuurwaarden:
geologische, bodemkundige en biologische waarden; 1.62
nevenactiviteiten:
activiteiten die uitsluitend uitgeoefend kunnen worden naast een feitelijk aanwezige hoofdfunctie en binnen bestaande bebouwing, waarvan parkeren op eigen erf plaatsvindt, en wat betreft vloeroppervlak en inkomingsvorming ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie, waaronder wordt verstaan: a. b. c. d. e.
een paardenhouderij; productiegebonden detailhandel; overdekte stalling van vaartuigen of kampeermiddelen; ondergeschikte horecabedrijf categorie - 1 activiteiten; verblijfsrecreatie (inpandig), met dien verstande dat er maximaal vijftien recreatieappartementen per (agrarisch)bedrijf of woonboerderij zijn toegestaan; f. groepsaccommodatie; g. maatschappelijke en zorgactiviteiten; h. therapeutische dagbesteding; i. ambachtelijke bedrijven; j. internetwinkel; 1.63
ondergeschikte horeca-activiteiten
horeca die qua oppervlakte en qua gebruik ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit van een niet-horecabedrijf en/of instelling; 1.64
ontspanning en vermaak:
het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op spel, vermaak en ontspanning, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie en functies gericht op kansspelen; 1.65
oorspronkelijke achtergevel:
de ligging of situering van de achtergevel van het hoofdgebouw zoals het in eerste instantie is gebouwd; 1.66
overkapping:
elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met maximaal één wand; 1.67
peil:
het peil overeenkomstig de bouwverordening, dan wel indien geen peil overeenkomstig de bouwverordening is vast te stellen, de bouwhoogte van het afgewerkte bouwterrein;
10
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
1.68
pension:
een horecabedrijf dat als hoofddoel heeft het verstrekken van logies voor langere of kortere tijd met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten, een en ander zonder vermaaksfunctie; 1.69
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.70
recreatieark
een ark die naar de aard en inrichting bedoeld is voor recreatieve bewoning; 1.71
recreatieve bewoning:
de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie; 1.72
recreatiewoning:
een gebouw dat naar de aard en inrichting bedoeld is voor recreatieve bewoning; 1.73
restauratieve voorziening:
voorziening ten dienste van een bedrijf of instelling, gericht op het verstrekken van (eenvoudige) spijzen en dranken aan de reguliere gebruikers van dat bedrijf of die instelling, zoals een kantine of mensa; 1.74
risicovolle inrichting:
een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.75
risicogevoelig bouwwerk c.q. object:
een bouwwerk c.q. object als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, dat kan worden aangemerkt in de zin van dat besluit als een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object; 1.76
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.77
straat- en bebouwingsbeeld:
de waarde van een gebied in stedebouwkundige zin die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede bouwhoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is;
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
11
Oudega - Waterfront
1.78
toeristisch verhuur:
de verhuur van een vast kampeermiddel voor toeristisch gebruik voor een periode van maximaal drie maanden door één gezelschap; 1.79
trekkershut:
een klein gebouw, zonder eigen sanitaire voorzieningen, bestemd voor verblijfsrecreatie; 1.80
uitponden:
het opdelen van een terrein in kavels, waarbij de opgedeelde kavels afzonderlijk worden verkocht; 1.81
vast kampeermiddel:
een stacaravan of ander recreatief verblijf op een kampeerterrein, dat naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en niet direct steun vindt in of op de grond en daardoor als bouwwerk is aan te merken; 1.82
verkeersveiligheid:
de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; 1.83
voorgevel:
de naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.84
voorgevelbouwgrens:
de naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde bouwgrens, met dien verstande dat indien een bouwvlak gericht is op meerdere wegen of is gericht op meerdere openbare ruimtes, de bouwgrens die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.85
voorkeursgrenswaarde:
de bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.86
vuurwerkbedrijf:
een bedrijf dat is gericht op de vervaardiging of assemblage van vuurwerk of de (detail)handel in vuurwerk, niet bedoeld periodieke verkoop in consumentenvuurwerk, c.q. de opslag van vuurwerk en/of de daarvoor benodigde stoffen; 1.87
watersportgebonden bedrijf:
een bedrijf dat goederen en/of diensten levert gericht op de watersport;
12
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
1.88
werk aan huis:
beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, waaronder begrepen persoonlijke dienstverlening en webwinkels, of hiermee naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning en bijbehorende bebouwing zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; 1.89
winkel:
een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor detailhandel; 1.90
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.91
woonhuis:
een gebouw van maximaal drie bouwlagen met in beginsel één woning (of meerdere woningen met een eigen toegang op de verdiepingsvloer(en)), dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.92
woonschip:
een zich in het water bevindend object, dat dient als woning; 1.93
woonsituatie:
de waarde van een gebied voor de woonfunctie die wordt bepaald door de situering van om die woonfunctie liggende functies en bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op de daglichttoetreding, het uitzicht, de mate van privacy en het voorkómen of beperken van hinder; 1.94
zij- en/of achtererf:
het gedeelte van een bouwperceel binnen een (woon)bestemming dat ligt achter (het verlengde van) de voorgevel, met uitzondering van de oppervlakte van het hoofdgebouw.
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
13
Oudega - Waterfront
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2
de bebouwde oppervlakte:
de optelsom van de oppervlakte van alle bouwwerken op een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein; 2.3
de bedrijfsvloeroppervlakte (b.v.o.):
wordt gemeten binnenwerks, met dien verstande dat de totale vloeroppervlakte van de bouwlagen ten dienste van kantoren en overige bedrijfsruimten met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten wordt opgeteld; 2.4
de breedte van een gebouw:
tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels; 2.5
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.10
meetverschillen:
Bij de toepassing van het bepaalde in het plan ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden afwijkingen ten gevolge van meetverschillen buiten beschouwing gelaten, mits dat meetverschil, mede gelet op de aard en omvang van hierdoor toegelaten of toe te laten (bouw)werken of werkzaamheden, als van zeer beperkte betekenis moet worden aangemerkt.
14
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
2.11
uitzonderingsregel:
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de oppervlakte en de inhoud van een bouwwerk worden ten aanzien van de plaatsing ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits deze bouwdelen niet meer dan 1 meter buiten het gevel- of dakvlak uitsteken.
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
15
Oudega - Waterfront
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
BEST EM M INGSREGELS
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
detailhandel en dienstverlening zover het de eerste bouwlaag betreft; horecabedrijven categorie 1 en 2 zover het eerste bouwlaag betreft; maatschappelijke voorzieningen zover het de eerste bouwlaag betreft; wonen, eventueel in combinatie met werk aan huis en/of bêd en brochje, voor zover het de tweede en derde bouwlaag betreft.
maar ook voor de daarbij behorende: e. f. g. h. i. j. k.
groenvoorzieningen en water; parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; wegen, straten en paden; openbare nutsvoorzieningen; kunstobjecten; tuinen en erven.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Toegelaten bouwwerken
Op de gronden, bedoeld in lid 3.1, mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. gebouwen ten dienste van de bestemming zoals genoemd in artikel 3.1; b. andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen en kunstobjecten. 3.2.2
Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de gebouwen en overkappingen mogen alleen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. de bouwhoogte van een gebouw in een bouwvlak mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; c. het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is weergegeven; d. het aantal woningen mag maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven maximum aantal bedragen; e. de oppervlakte van een woning bedraagt minimaal 70 vierkante meter. 3.2.3
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. erf- en terreinafscheidingen en pergola's mogen alleen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter zijn, maar als een erf- of terreinafscheiding achter (het verlengde van) de aan de kant van de weg gelegen gevel wordt gebouwd, mag deze maximaal 2 meter zijn; c. de bouwhoogte van palen en masten mag maximaal 8 meter zijn; d. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag maximaal 5 meter zijn. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Afwijkingsbevoegdheden
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van:
16
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
a. de regel van lid 3.2.2, sub b, en toestaan dat het maximum bebouwingspercentage wordt vergroot tot 100 procent; b. de regel van lid 3.2.3, sub a, en toestaan dat erf- en terreinafscheidingen aan de zuidzijde van het gebouw buiten de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd; c. de regel van lid 3.1, sub b, en lid 3.2.2, sub c, en toestaan dat er twee extra woningen, eventueel in combinatie met werk aan huis en/of bêd en brochje, worden gerealiseerd op de eerste bouwlaag. 3.3.2
Beoordelingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e.
de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
3.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor wonen op de begane grond; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel, dienstverlening, horeca categorie 1 en 2 en maatschappelijke voorzieningen op de tweede en derde bouwlaag; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor wonen als bedrijf, anders dan alleen voor werk aan huis; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor kantoordoeleinden op de eerste bouwlaag; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen voor werk aan huis en/of bêd en brochje, waarvan: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte meer is dan 30 procent van de totale gezamenlijke begane grondvloeroppervlakte van de bebouwing op het perceel; 2. de bedrijfsvloeroppervlakte meer is dan 50 vierkante meter; 3. de activiteiten op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omgevingsvergunningsplichtig zijn, dan wel op grond van de Wet milieubeheer meldingsplichtig zijn; 4. de activiteiten worden uitgeoefend door een ander dan de hoofdbewoner van het perceel; 5. de hoofdbewoner personeel in dienst heeft; 6. omwonenden onevenredig veel hinder kunnen ondervinden; 7. detailhandel onderdeel vormt, waarbij goederen worden verhandeld die ergens anders worden gemaakt of verwerkt, hieronder niet begrepen webwinkels; 8.
verkeers- of parkeersoverlast kan worden ondervonden; 9. het aantal kamers voor bêd en brochje per adres meer dan twee bedraagt en de kamers niet in een hoofdgebouw, dan wel niet in een karakteristiek bijgebouw dat een ruimtelijke samenhang met het hoofdgebouw vertoont, worden gerealiseerd. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Afwijkingsbevoegdheden
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. de regel van lid 3.4, sub a, en toestaan dat de begane grond wordt gebruikt voor wonen; b. de regel van lid 3.4, sub b, en toestaan dat de tweede of hogere bouwlaag wordt gebruikt voor dienstverlening. 3.5.2 Beoordelingscriteria a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.5.1, sub a en b, kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. de woonsituatie; 2. het straat- en bebouwingsbeeld;
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
17
Oudega - Waterfront
3. de milieusituatie; 4. de verkeersveiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.5.1, sub b, kan alleen worden verleend als hierdoor geen strijd ontstaat met het gemeentelijke en provinciale kantorenbeleid.
18
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
groenvoorzieningen; bermen en beplanting; speelvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; waterlopen en waterpartijen; voet- en fietspaden; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats', mede het innemen van een ligplaats met een permanent bewoond woonschip;
maar ook voor de daarbij behorende: h. kunstobjecten; i. verhardingen; j. parkeervoorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Toegelaten bouwwerken
Op de gronden, bedoeld in lid 4.1, mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen; b. andere bouwwerken, zoals kunstobjecten; c. woonschepen ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats' met bijbehorende bouwwerken. 4.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de inhoud van een gebouw ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen mag maximaal 75 kubieke meter zijn; b. de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen mag maximaal 4 meter zijn; c. ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats' bedraagt het aantal woonschepen niet meer dan 1; d. de oppervlakte, inclusief de aan het woonschip bevestigde al dan niet drijvende constructie(s) ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats' bedraagt maximaal 100 vierkante meter; e. de oppervlakte van de onderste of basis woonlaag per woonschip ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats' bedraagt maximaal 100 vierkante meter; f. de oppervlakte van een verdieping per woonschip ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats' bedraagt maximaal 70 procent van de onderste woonlaag;een woonschip is, ongeacht op welke bouwlaag, voorzien van minimaal 10 vierkante meter aan buitenruimte; g. de hoogte, gemeten vanaf de waterlijn, van een woonschip ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats' mag niet meer mag zijn dan 4,20 meter; h. de bouwhoogte en oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken per woonschip mag respectievelijk niet meer dan 3 meter en 25 vierkante meter bedragen. 4.2.3
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d.
de bouwhoogte van palen en masten mag maximaal 8 meter zijn; de bouwhoogte van kunstobjecten mag maximaal 12 meter zijn; de bouwhoogte van de overige andere bouwwerken mag maximaal 5 meter zijn; per woonschip is één boothuis toegestaan met een maximale oppervlakte van 30 vierkante meter waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,50 meter vanaf de waterlijn mag bedragen.
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
19
Oudega - Waterfront
Artikel 5 5.1
Horeca - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Horeca - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horecabedrijven categorie 1 en 2; maar ook voor de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g. h.
restauratieve voorzieningen; groenvoorzieningen en water; parkeervoorzieningen; wegen, straten en paden; openbare nutsvoorzieningen; kunstobjecten; tuinen en erven.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Toegelaten bouwwerken
Op de gronden, bedoeld in lid 5.1, mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. gebouwen ten dienste van de bestemming zoals een bar, een eetcafe en een cafe-restaurant; b. andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen en kunstobjecten. 5.2.2
Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de gebouwen en overkappingen mogen alleen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. de afstand van een gebouw tot de zijgrens van het bouwperceel moet minimaal 3 meter zijn, tenzij de bestaande afstand kleiner is in welk geval de bestaande afstand van toepassing blijft; c. de goot- en bouwhoogte van een gebouw en het bebouwingspercentage van een bouwvlak mogen maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven hoogten respectievelijk het aangegeven percentage bedragen. 5.2.3
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. erf- en terreinafscheidingen en pergola's mogen alleen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter zijn, maar als een erf- of terreinafscheiding achter (het verlengde van) de aan de kant van de weg gelegen gevel wordt gebouwd, mag deze maximaal 2 meter zijn; c. de bouwhoogte van palen en masten mag maximaal 8 meter zijn; d. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag maximaal 5 meter zijn. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Afwijkingsbevoegdheden
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regel van lid 5.2.3, sub a, en toestaan dat erf- en terreinafscheidingen buiten de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd. 5.3.2
Beoordelingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld;
20
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
c. de milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel, anders dan detailhandel in ondergeschikte, aan de horecafunctie gerelateerde producten; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden, anders dan als horecabedrijf categorie 1 en 2.
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
21
Oudega - Waterfront
Artikel 6 6.1
Recreatie - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. dagrecreatieve doeleinden, in de vorm van dagrecreatieterreinen en dagrecreatieve voorzieningen; b. water; maar ook voor de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i.
groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; wegen, straten en paden; openbare nutsvoorzieningen; kunstobjecten; aanleggelegenheid.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Toegelaten bouwwerken
Op de gronden, bedoeld in lid 6.1, mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. gebouwen ten dienste van de bestemming zoals gebouwen voor sportieve recreatie, gebouwen voor onderhoud en beheer en toiletgebouwen; b. andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen, kunstobjecten en kunstwerken. 6.2.2
Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte bedraagt ten maximaal 5 meter; b. de oppervlakte van de gebouwen gezamenlijk bedraagt in totaal ten hoogste 50 m². 6.2.3
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter zijn, maar als een erf- of terreinafscheiding achter (het verlengde van) de aan de kant van de weg gelegen gevel wordt gebouwd, mag deze maximaal 2 meter zijn; b. de bouwhoogte van palen en masten mag maximaal 8 meter zijn; c. de bouwhoogte van kunstobjecten mag maximaal 12 meter zijn; d. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag maximaal 3 meter zijn. 6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Afwijkingsbevoegdheden
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. de regel van lid 6.1 en toestaan dat ter plaatse van de aanduiding 'horeca' een horecavoorziening wordt gerealiseerd mits: 1. er sprake is van horecabedrijven categorie 1 en 2; 2. de goot- en bouwhoogte van een gebouw ter plaatse van de aanduiding 'horeca' bedragen respectievelijk maximaal 5 meter en 9 meter; b. de regel van lid 6.2.3, sub d, en toestaan dat de bouwhoogte van overige bouwwerken maximaal 5 meter mag bedragen. 6.3.2
Beoordelingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.3.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
22
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
a. b. c. d. 6.4
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidsveroorzakende functies; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
23
Oudega - Waterfront
Artikel 7 7.1
Recreatie - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dagrecreatieve doeleinden, in de vorm van dagrecreatieterreinen en dagrecreatieve voorzieningen; b. verblijfsrecreatieve doeleinden in de vorm van camperplaatsten voor toeristisch verhuur ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - campers'; c. verblijfsrecreatieve doeleinden in de vorm van trekkershutten, chalets en andere vaste kampeermiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieve onderkomens'; d. ter plaatse van de aanduiding 'erf', mede voor erf bij een recreatieark; e. water. maar ook voor de daarbij behorende: f. g. h. i. j. k. l.
groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; wegen, straten en paden; openbare nutsvoorzieningen; kunstobjecten; aanleggelegenheid.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Toegelaten bouwwerken
Op de gronden, bedoeld in lid 7.1, mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. gebouwen ten dienste van de bestemming zoals gebouwen voor sportieve recreatie, gebouwen voor onderhoud en beheer en toiletgebouwen; b. trekkershutten, chalets en andere vaste kampeermiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieve onderkomens'; c. bijbehorende bouwwerken voor nabijgelegen recreatie-arken; d. andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen en kunstobjecten. 7.2.2
Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van gebouwen voor sportieve recreatie en gebouwen voor onderhoud en beheer en toiletgebouwen bedraagt maximaal 5 meter; b. de oppervlakte van de gebouwen voor sportieve recreatie en gebouwen voor onderhoud en beheer en toiletgebouwen gezamenlijk bedraagt in totaal ten hoogste 50 m²; c. het aantal verblijfsrecreatieve doeleinden in de vorm van trekkershutten, chalets en andere vaste kampeermiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieve onderkomens' bedraagt maximaal zes; d. de oppervlakte van verblijfsrecreatieve doeleinden in de vorm van trekkershutten, chalets en andere vaste kampeermiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieve onderkomens' bedraagt maximaal 40 vierkante meter per trekkershut, chalet of ander vast kampeermiddel; e. de inhoud van verblijfsrecreatieve doeleinden in de vorm van trekkershutten, chalets en andere vaste kampeermiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieve onderkomens' bedraagt maximaal 200 kubieke meter per trekkershut, chalet of ander vast kampeermiddel; f.
de bouwhoogte van verblijfsrecreatieve doeleinden in de vorm van trekkershutten, chalets en andere vaste kampeermiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieve onderkomens' bedraagt maximaal 6 meter;
24
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
g. de bouwhoogte en oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een recreatieark ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag respectievelijk maximaal 3 meter en 25 vierkante meter bedragen. 7.2.3
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van palen en masten mag maximaal 8 meter zijn; b. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag maximaal 5 meter zijn. 7.3
Afwijken van de bouwregels
7.3.1
Afwijkingsbevoegdheden
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. de regel van lid 7.2.2, sub c, en toestaan dat de oppervlakte van verblijfsrecreatieve doeleinden in de vorm van trekkershutten, chalets en andere vaste kampeermiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieve onderkomens' maximaal 50 vierkante meter per trekkershut, chalet of ander vast kampeermiddel bedraagt mits deze uitbreiding past binnen de landschappelijke inpassing. 7.3.2
Beoordelingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.3.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
7.4
Specifieke gebruiksregels
7.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidsveroorzakende functies; b. het gebruik van andere gebouwen dan de bedrijfswoning voor permanente bewoning; c. het gebruik van gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - campers' voor meer dan tien camperplekken; d. het gebruik van de gronden anders dan door middel van bedrijfsmatige exploitatie; e. het uitponden of laten uitponden van de gronden en bouwwerken. 7.5
Afwijken van de gebruiksregels
7.5.1
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regel in lid 7.4.1, sub e, en toestaan dat er sprake is het uitponden van het terrein op voorwaarde dat: a. de exploitant van het terrein kan aantonen dat uitponding van het terrein vanuit de exploitatie noodzakelijk is.
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
25
Oudega - Waterfront
Artikel 8 8.1
Recreatie - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bijzondere recreatieve doeleinden in de vorm van een jachthaven met maximaal negentig ligplaatsen; maar ook voor de daarbij behorende: b. groenvoorzieningen; c. waterlopen en waterpartijen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'water' minimaal 90 prcent moet worden ingericht als oppervlaktewater; d. speelvoorzieningen; e. wegen, straten en paden; f. openbare nutsvoorzieningen; g. kunstobjecten. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Toegelaten bouwwerken
Op de gronden, bedoeld in lid 8.1, mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. gebouwen ten dienste van de bestemming; b. andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen en kunstobjecten. 8.2.2
Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de gebouwen en overkappingen mogen alleen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. de minimale en maximale goot- en bouwhoogte en dakhelling van een gebouw mag respectievelijk minimaal en maximaal de in de aanduiding 'minimale-maximale goot-, bouwhoogte (m), dakhelling (graden) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven minimale en maximale goot- en bouwhoogte en dakhelling bedragen; c. het bebouwingspercentage van een bouwvlak mag maximaal het in de aanduiding 'minimale-maximale goot-, bouwhoogte (m), dakhelling (graden) en maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage bedragen. 8.2.3
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. erf- en terreinafscheidingen en pergola's mogen alleen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter zijn, maar als een erf- of terreinafscheiding achter (het verlengde van) de aan de kant van de weg gelegen gevel wordt gebouwd, mag deze maximaal 2 meter zijn; c. de bouwhoogte van palen en masten mag maximaal 8 meter zijn; d. de bouwhoogte van kunstobjecten mag maximaal 12 meter zijn; e. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag maximaal 5 meter zijn. 8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1
Afwijkingsbevoegdheden
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regel van lid 8.2.3, sub a, en toestaan dat erf- en terreinafscheidingen buiten de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd.
26
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
8.3.2
Beoordelingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.3.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d.
het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
8.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidsveroorzakende functies; b. het gebruik van de gronden anders dan door middel van bedrijfsmatige exploitatie; c. het uitponden of laten uitponden van de gronden en bouwwerken. 8.5
Afwijken van de gebruiksregels
8.5.1
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regel in lid 8.4, sub c, en toestaan dat er sprake is het uitponden van het terrein op voorwaarde dat: a. de exploitant van het terrein kan aantonen dat uitponding van het terrein vanuit de exploitatie noodzakelijk is.
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
27
Oudega - Waterfront
Artikel 9 9.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. wegen, straten en pleinen; b. parkeervoorzieningen; c. voet- en rijwielpaden; maar ook voor de daarbij behorende: d. e. f. g.
groenvoorzieningen en water; speelvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; kunstobjecten.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Toegelaten bouwwerken
Op de gronden, bedoeld in lid 9.1, mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. gebouwen ten dienste van de bestemming zoals gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen; b. andere bouwwerken, waaronder andere bouwwerken voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, kunstobjecten en kunstwerken. 9.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de inhoud van een gebouw mag maximaal 60 kubieke meter zijn; b. de bouwhoogte van een gebouw mag maximaal 3 meter zijn. 9.2.3
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van andere bouwwerken voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag maximaal 10 meter zijn; b. de bouwhoogte van palen en masten mag maximaal 8 meter zijn; c. de bouwhoogte van kunstobjecten mag maximaal 12 meter zijn; d. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, waaronder kunstwerken, mag maximaal 5 meter zijn. 9.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor terrassen ten behoeve van horecabedrijven. 9.4
Afwijken van de gebruiksregels
9.4.1
Afwijkingsbevoegdheden
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.3, sub a, voor het toestaan van terrassen ten behoeve van horecabedrijven ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - horeca B', mits: a. de hoogte van terrasafschermingen maximaal 1,50 meter bedraagt; b. de hoogte van parasols maximaal 3 meter bedraagt. 9.4.2
Beoordelingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.4.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
28
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
a. b. c. d. e.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het uitzicht van woningen; de milieusituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid.
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
29
Oudega - Waterfront
Artikel 10 10.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
waterlopen waterpartijen; bermen en beplanting; ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats', mede het innemen van een ligplaats met een recreatieark; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - boothuis', mede voor een boothuis;
maar ook voor de daarbij behorende: e. f. g. h.
aanleggelegenheid; waterhuishoudkundige voorzieningen; kunstobjecten; nutsvoorzieningen.
10.2
Bouwregels
10.2.1 Toegelaten bouwwerken Op de gronden, bedoeld in lid 10.1, mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen; b. recreatiearken; c. andere bouwwerken, zoals kunstobjecten en kunstwerken. 10.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de inhoud van een gebouw ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen mag maximaal 75 kubieke meter zijn; b. de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen mag maximaal 4 meter zijn; c. ter plaatse van de aanduiding 'aantal', is het maximaal op de verbeelding aangegeven aantal recreatiearken toegestaan; d. de maximale oppervlakte, inclusief de aan de woonark bevestigde al dan niet drijvende constructie(s), van de onderste woonlaag per recreatieark ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats' mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' aangegeven maximale oppervlakte bedragen exclusief damwand; e. een recreatieark is, ongeacht op welke bouwlaag, voorzien van minimaal 10 vierkante meter aan buitenruimte; f. de hoogte, gemeten vanaf de waterlijn, van een recreatieark ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats' mag niet meer mag zijn dan 4,20 meter. 10.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van kunstobjecten mag maximaal 12 meter zijn; b.
de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, waaronder kunstwerken, mag maximaal 2,50 meter zijn; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - boothuis' mag een boothuis van niet meer dan 30 vierkante meter worden opgericht waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,50 meter vanaf de waterlijn mag bedragen. 10.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor permanente bewoning;
30
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
b. het gebruik van de gronden met de aanduiding 'ligplaats' anders dan door middel van bedrijfsmatigexploitatie. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of 10.4 van werkzaamheden 10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Vergunningplicht Het is verboden om op de gronden, bedoeld in lid 10.1 zonder vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) of anders dan in zo'n vergunning is vastgelegd, de volgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: het vergraven, dempen, ondertunnelen of overkluizen van watergangen en waterpartijen. 10.4.2 Uitzondering vergunningplicht Lid 10.4.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden die: a. plaatsvinden in het kader van het normale onderhoud; b. al in uitvoering waren op het moment van het van kracht worden van het plan. 10.4.3 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.4.1 kan alleen worden verleend als: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishoudkundige belangen; b. hierover advies is gevraagd aan het waterschap.
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
31
Oudega - Waterfront
Artikel 11 11.1
Wonen - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. wonen, eventueel in combinatie met werk aan huis en/of bêd en brochje; maar ook voor de daarbij behorende: b. tuinen en erven, geen erven zijnde als bedoeld in Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woonhuizen; c. groenvoorzieningen en waterpartijen; d. parkeervoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. wegen, straten en paden; g. openbare nutsvoorzieningen. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Toegelaten bouwwerken Op de gronden, bedoeld in lid 11.1, mogen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. woonhuizen en daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, zoals bergingen, garages en praktijkruimten; b. andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen, palen en masten. 11.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen alleen vrijstaande woonhuizen worden gebouwd; b. de hoofdgebouwen mogen alleen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; c. de maximale goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mogen maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven maximale goot- en bouwhoogte bedragen; d. binnen een bouwvlak mag maximaal één woonhuis worden gebouwd; e. de oppervlakte van een hoofdgebouw mag maximaal 60 procent van de oppervlakte van het bouwperceel en mag bovendien niet groter zijn dan 150 vierkante meter; f. de voorgevel van een hoofdgebouw moet in de voorgevelbouwgrens staan; g. de afstand van een hoofdgebouw tot de zijgrens van het bouwperceel moet minimaal 3 meter zijn; h. de diepte van een hoofdgebouw mag maximaal 15 meter zijn; i. wanneer de bestaande situering en maatvoering afwijkt van het bepaalde onder de regels a t/m h, dan blijft de afwijkende situering en maatvoering van toepassing.
11.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw mogen: 1. alleen binnen de op de kaart aangegeven bouwvlakken worden gebouwd en moeten op minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, maar: er mag per hoofdgebouw wel één erker tot 1,50 meter vóór die gevel worden gebouwd met een maximumbreedte van 90 procent van de voorgevel; er mag per hoofdgebouw wel één overkapping (carport) worden gebouwd op minimaal 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw; ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', mogen aan- en uitbouwen en bijgebouwen (ondanks regel a.1.) vóór de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, met een breedte van maximaal de halve voorgevel; 2. een gezamenlijke oppervlakte hebben van maximaal 50 procent van het bij het hoofdgebouw aansluitende zij- en/of achtererf (voorzover dat binnen het op de plankaart aangegeven bouwvlak
32
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
ligt) en mogen bovendien niet groter zijn dan 100 vierkante meter; 3. een goothoogte hebben van maximaal 3 meter; 4. in geval van overkappingen een bouwhoogte hebben van maximaal 3 meter; 5. in geval van aan- of uitbouwen en bijgebouwen een bouwhoogte hebben van maximaal 3 meter op de zijgrens van het bouwperceel en welkebouwhoogte vanaf de zijgrens van het bouwperceel onder een dakhelling van maximaal 45 graden rechtevenredig toe mag nemen tot: voor aan- en uitbouwen een bouwhoogte van maximaal 1 meter onder de bouwhoogte van het hoofdgebouw; voor bijgebouwen een bouwhoogte van maximaal 5 meter. 11.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. erf- en terreinafscheidingen en pergola's mogen alleen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter zijn, maar als een erf- of terreinafscheiding achter (het verlengde van) van de aan de kant van de weg gelegen gevel wordt gebouwd, mag deze maximaal 2 meter zijn; c. de bouwhoogte van palen en masten mag maximaal 8 meter zijn; d. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag maximaal 3 meter zijn. 11.3
Afwijken van de bouwregels
11.3.1 Afwijkingsbevoegdheden Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. de regel van lid 11.2.2, sub c, ten aanzien van de minimale dakhelling en toestaan dat de dakhelling van een hoofdgebouw wordt verlaagd of een hoofdgebouw geheel of gedeeltelijk wordt voorzien van een plat dak; b. de regel van lid 11.2.2, sub c, ten aanzien van de maximale dakhelling en toestaan dat de dakhelling van een hoofdgebouw wordt verhoogd tot maximaal 80 graden; c. de regel van lid 11.2.2, sub g, ten aanzien van afstand van een hoofdgebouw tot de zijgrens en toestaan dat tot op de zijgrens wordt gebouwd; d. de regel van lid 11.2.3, sub a, onder 1°, en toestaan dat een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits: 1. een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping op minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd; 2. de breedte van een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping gemeten vanaf de bouwgrens, maximaal 3 meter bedraagt; 3. de afstand van een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping tot de zij- en achtergrens van het bouwperceel minimaal 2 meter bedraagt; e.
de regel van lid 11.2.3, sub a, onder 5°, en toestaan dat de bouwhoogte van een in de zijgrens van het bouwperceel te bouwen aan- of uitbouw wordt verhoogd tot maximaal 1 meter onder de bouwhoogte van het hoofdgebouw; f. de regel van lid 11.2.3, sub a, onder 5°, en toestaan dat de bouwhoogte van een in de zijgrens van het bouwperceel te bouwen bijgebouw wordt verhoogd tot maximaal 5 meter; g. de regel van lid 11.2.4, sub a, en toestaan dat erf- en terreinafscheidingen buiten de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd; h. de regel van lid 11.2.4, sub b, en toestaan dat een erf- of terreinafscheiding met een bouwhoogte van maximaal 2 meter vóór (het verlengde van) de aan de kant van de weg gelegen gevel wordt gebouwd; i. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen en toestaan dat de oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen wordt vergroot. Hierbij gelden de volgende regels: 1. er mag niet meer dan 50 procent van het zij- en/of achtererf worden bebouwd, mits in het bouwvlak is gesitueerd; 2. de in de bestemmingsregels toegestane bebouwingsoppervlakte van een bouwperceel mag niet worden overschreden.
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
33
Oudega - Waterfront
11.3.2 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.3.1 kan alleen worden verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e.
de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
11.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken als bedrijf, anders dan alleen voor werk aan huis; c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor werk aan huis en/of bêd en brochje, waarvan: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte meer is dan 30 procent van de totale gezamenlijke begane grondvloeroppervlakte van de bebouwing op het perceel; 2. de bedrijfsvloeroppervlakte meer is dan 50 vierkante meter; 3. de activiteiten op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omgevingsvergunningsplichtig zijn, dan wel op grond van de Wet milieubeheer meldingsplichtig zijn; 4. de activiteiten worden uitgeoefend door een ander dan de hoofdbewoner van het perceel; 5. de hoofdbewoner personeel in dienst heeft; 6. omwonenden onevenredig veel hinder kunnen ondervinden; 7. detailhandel onderdeel vormt, waarbij goederen worden verhandeld die ergens anders worden gemaakt of verwerkt, hieronder niet begrepen webwinkels; 8. verkeers- of parkeersoverlast kan worden ondervonden; 9. het aantal kamers voor bêd en brochje per adres meer dan twee bedraagt en de kamers niet in een hoofdgebouw, dan wel niet in een karakteristiek bijgebouw dat een ruimtelijke samenhang met het hoofdgebouw vertoont, worden gerealiseerd. 11.5