CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bp Oudega - Waterfront - Bijlagen bij de toelichting

Het Debat 6 juli 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Oudega-Waterfront27.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

- Prioriteit ligt bij verbouw/herontwikkeling van panden/locaties die hun oorspronkelijke functie hebben verloren. - Nieuwbouw moet vooral een aanvulling zijn op de woningvoorraad qua doelgroep, type en prijs en inspelen op maatschappelijke en demografische ontwikkelingen (vergrijzing, langer thuis wonen, verduurzaming). - Het college heeft in februari 2018 een update van het woningbouwprogramma vastgesteld. Na inspraak moet dit nog door de raad worden vastgesteld. Hierin creëert het college meer ruimte en flexibiliteit in het programma om in te kunnen spelen op concrete initiatieven. Initiatieven beoordelen we integraal op ruimtelijke en volkshuisvestelijke/maatschappelijke wenselijkheid, en gevolgen voor andere projecten (financieel of volkshuisvestelijk).

2. Feitelijke gegevens vraag-aanbod Oudega Onderstaand een schets van de bevolking en het woningaanbod in Oudega, op basis van gegevens uit de Wijkatlas 2018 (zie tevens bijlage 2) en Funda. Inwoners Het dorp Oudega heeft 1.695 inwoners en 710 huishoudens. De opbouw van de bevolking naar leeftijd is in grote lijn vergelijkbaar met de gemeente totaal. Het aandeel inwoners tot 24 jaar ligt 2% hoger dan gemiddeld, 30% t.o.v. 28%. In de huishoudenssamenstelling zien we grotere verschillen met de gemeente totaal. In Oudega wonen minder alleenstaanden dan gemiddeld in Smallingerland, respectievelijk 30% en 43%. Het aandeel tweepersoonshuishoudens is hoger, respectievelijk 32% en 26%. Ook het aandeel gezinnen met kinderen is groter, resp. 38% en 31%. Woningvoorraad De totale woningvoorraad bestaat uit 720 woningen, 82% particuliere woningen en 18% huurwoningen. Het aandeel eigen woningbezit is hoger dan gemiddeld in de gemeente (62%). De woningvoorraad bestaat voor 52% uit vrijstaande woningen, t.o.v. 21% gemiddeld in de gemeente. Het percentage twee-onder-een-kap is vergelijkbaar met gemiddeld (22%). Het aandeel rijwoningen is met 4% aanzienlijk lager dan gemiddeld (38%). De economische waarde van de woningvoorraad ligt gemiddeld op € 221.000, t.o.v. circa € 200.000 gemiddeld. Bewoners in Oudega zijn bovengemiddeld tevreden met hun eigen woningen (8,3) en hun woonbuurt (7,8).

Sociale huurvoorraad Er zijn 134 sociale huurwoningen in Oudega, in bezit van Accolade. Het merendeel (94%) van de huurwoningen behoort tot het goedkope / betaalbare segment (huurprijs tot € 593). Accolade heeft rijwoningen en 2^1 kapwoningen (zie bijlage 1). Huurprijs tot € 414 (in %) [aantal] € 414-503 (in %) [aantal] € 503-593 (in %) [aantal] vanaf € 593 (in %) [aantal] (bron: Wijkatlas, 2018)

Oudega 11% (15 won.) 30% (40 won.) 53% (71 won.) 6% (8 won.)

Gemeente totaal 19% 27% 32% 21%

Accolade ziet op dit moment voor Oudega als wenselijke richting een min of meer stabiele sociale huurvoorraad. Accolade heeft geen plannen om het aantal huurwoningen in Oudega uit te breiden. Ook zijn er op dit moment geen voornemens om woningen in Oudega bij mutatie te verkopen. Accolade monitort de verhuurbaarheid van haar woningbezit. Wanneer woningen niet langer goed verhuurbaar zijn, dan zal de corporatie nadenken over een wenselijke strategie. Dat kan verkoop zijn of sloop en (deels) vervangende nieuwbouw, afhankelijk van de vraagdruk en marktsituatie. Corporaties geven aan dat er in het algemeen vanuit dorpen zelf beperkt belangstelling is wanneer een sociale huurwoning vrijkomt in een dorp. Niet alle woningzoekenden behoren tot de doelgroep van de corporatie (inkomensgrens). De doelgroep van de corporaties heeft over het algemeen een voorkeur voor grotere kernen vanwege de voorzieningen (bijvoorbeeld goedkope supermarkten, winkels met lage prijzen, zorg). Uit mutatiecijfers voor alle dorpen blijkt dat bij Accolade de vrijkomende woningen voor 20% tot 25% naar inwoners uit het eigen dorp gaan. Accolade merkt op dat haar ervaring is dat dorpsbewoners in het algemeen weinig belangstelling hebben voor gestapelde woningbouw in de sociale sector.

Aanbod te koop Op dit moment staan in Oudega drie woningen te koop: Woningtype Woonopp. Vrijstaand (onder bod) 140 m² Vrijstaand 174 m² Vrijstaand 230 m² (bron: Funda, 19 september 2018)

Prijs € 275.000 € 349.000 € 439.000

Looptijd 6+ maanden Sinds sept. 2018 2 maanden

Verkochte woningen De afgelopen 12 maanden zijn elf woningen in Oudega van eigenaar gewisseld. Vier woningen zijn in prijs verlaagd voordat ze verkocht werden. Woningtype Vraagprijs Twee-onder-een-kap < € 200.000 0 € 200.000 – 250.000 3 € 250.000 – 300.000 1 > € 300.000 0 (bron: Funda, 19 september 2018)

Vrijstaand 1 2 0 4

3. Informatie makelaars Op 18 juni 2018 vond een gesprek plaats over de woningbouwkansen in Oudega. Hierbij waren een drietal makelaars, leden van de initiatiefgroep, DorpsBelang en de gemeente aanwezig. In het gesprek is 'met de benen op tafel' gesproken over de markt in Oudega en kansen voor woningbouw in het dorp. De volgende adviezen zijn in het gesprek naar voren gekomen. Algemeen volgens makelaars "Woningvraag komt vanuit het dorp en vanuit omliggende regio – de klant komt voornamelijk van dichtbij. Nieuwbouw is wenselijk in kleine aantallen, gefaseerd op de markt te brengen (verspreid over een aantal jaar). In diverse prijssegmenten over de volle breedte. Inzetten op diversiteit en aanvullend aanbod. Waken voor overaanbod, de markt is niet zo ruim". Verdieping woningbehoefte volgens makelaars/dorpsbelang: -

-

-

Segment € 2-2,5 ton / twee-onder-een-kap (projectmatig): daar is behoefte aan vanuit jonge gezinnen in het dorp. Het bestaand aanbod dat vrijkomt is veelal duurder / vrijstaand. Vrijkomend aanbod twee-onder-een-kap is beperkt. Hoge segment (vanaf € 3-3,5 ton) / vrijstaand (vrije kavels): kan voorzien in vraag van buitenaf. Betreft kleine aantallen. Wonen aan het water biedt kansen. Er is echter op veel locaties in Friesland aanbod. Aandachtspunt is prijs/kwaliteit verhouding nieuwbouw in relatie tot bestaande bouw. Geschikt aanbod voor ouderen in het dorp is beperkt. Het gaat daarbij echter niet alleen om wonen, maar ook om beschikbaarheid zorg. Voormalige bejaardenwoningen in sociale huur zijn niet meer courant. Behoefte aan sociale huur: voor starters en senioren. Kanttekening is of deze groep wel in aanmerking komt voor dit segment gelet op regels passend toewijzen voor de corporatiewoningen (inkomensgrenzen). Mogelijk is beperkte toevoeging in de particuliere huursector een optie voor deze doelgroepen?

4. Woonwensenenquête DorpsBelang Oudega Van de 955 verzonden enquêtes zijn er 305 teruggestuurd (respons van 31%). De belangrijkste punten zijn samengevat in bijlage 3. Ruim eenderde van de respons was afkomstig uit de leeftijdscategorie 40-59 jaar. Ongeveer een kwart van de respons is van inwoners tussen de 60-74 jaar en iets minder dan een kwart is tussen de 25-39 jaar. Het zijn vooral doorstromers (1-2 persoonshuishoudens zonder kinderen) die hebben gereageerd. De meeste inwoners (43%) hebben geen verhuiswens. Zij zijn tevreden met de huidige woning en woonomgeving. Ongeveer 22% wil graag binnen drie jaar verhuizen. De meeste inwoners hebben een voorkeur voor een vrijstaande woning / 2^1 kap. Rijwoningen en appartementen zonder lift zijn minder gewenst. Een groep 1-2 persoonshuishoudens heeft een voorkeur voor een appartement met lift, deels gaat het om senioren die kleiner en gelijkvloers willen wonen. Deze groep is divers, een aantal wil in Oudega blijven wonen maar een deel wil liever naar een andere plaats verhuizen. De meeste inwoners willen een woning in de koopsector. In de prijsklasse gaat de voorkeur uit naar € 250.000 - € 400.000, gevolgd door de prijsklasse € 200.000 - € 250.000. Voor goedkopere woningen of woningen boven de vier ton is minder belangstelling. De belangstelling voor een huurwoning in Oudega is beperkt. Negentien inwoners zoeken een huurwoning.

Van deze negentien zoekt ongeveer de helft een huurwoning in Oudega, de rest wil een huurwoning in een andere plaats of weet het nog niet. Inwoners die een huurwoning zoeken, zijn vooral starters en 1-2 persoonshuishoudens. De voorkeurslocatie van de meeste mensen is het gebied rond de haven (41%), gevolgd door een woning buiten de bebouwde kom (30%). De overige inwoners (29%) hebben een voorkeur voor een bestaande woning of nieuwbouw in de bebouwde kom.

5. Conclusies Vanuit het gemeentelijk woonbeleid is het voorstel om nieuwbouw van woningen in Oudega in de koopsector in kleine aantallen en gefaseerd over meerdere jaren plaats te laten vinden. Dit sluit aan op het advies van de makelaars. Vanuit duurzaam ruimtegebruik komen hiervoor eerst inbreidings- en/of herbestemmingslocaties aan bod. Daarnaast is het voorstel om een beperkt aantal huurwoningen toe te voegen. Wanneer blijkt dat woningen van Accolade daarna lastiger te verhuren zijn, dan kan het betekenen dat Accolade gaat ingrijpen in haar woningvoorraad in Oudega, bijvoorbeeld door verkoop. Leegstand van sociale huurwoningen is niet wenselijk (verpaupering). Verkoop van deze woningen biedt kansen voor starters of inwoners met een laag inkomen omdat voormalige huurwoningen meestal in het betaalbare segment te koop worden aangeboden. Toelichting Wanneer nieuwbouw van koopwoningen in te grote aantallen plaatsvindt, dan bestaat de kans op overaanbod. Gevolg hiervan is dalende prijzen en mogelijk onverkoopbare woningen. Dit kan de doorstroming belemmeren. Ook moeten we rekening houden met de demografische veranderingen waaronder een afnemende huishoudensgroei / andere samenstelling. De belangstelling voor huurwoningen in Oudega is beperkt.

De wenselijke verhouding op basis van de enquête is lager dan de werkelijke verhouding in de woningvoorraad: gewenst 14% huur, huidig 18% huur. Dit sluit aan op cijfers van Accolade die in het algemeen vanuit de dorpen zelf weinig belangstelling ziet voor haar huurwoningen. Kwalitatief is er mogelijk wel vraag omdat bijvoorbeeld 'bejaardenwoningen' niet aansluiten op de wensen van de huidige senioren die een huurwoning zoeken. Ook kunnen inwoners een te hoog inkomen hebben om voor een corporatiewoning in aanmerking te komen.

Bijlage 1 – Sociale huurwoningen van Accolade in Oudega

Kern Oudega

Gariperwei Oudega

Bijlage 2 Gebiedsanalyse Oudega – Wijkatlas 2018

Respons op enquêtes Er zijn 955 enquêtes verzonden waarvan 305 zijn teruggestuurd (31%).  53% is ingevuld door doorstromers zonder kinderen (1-2 personen)  37% is ingevuld door doorstromers met kinderen  10% is ingevuld door starters (thuiswonende jongeren) Verhuiswens  Ongeveer 1 op de 5 personen die de enquête hebben teruggestuurd, wil binnen drie jaar verhuizen (22%).  130 personen (43%) hebben geen verhuiswens.  De rest (35%) weet het niet of wil misschien verhuizen. Waarheen verhuizen  112 personen (37%) willen in Oudega blijven wonen.  De rest (63%) wil niet verhuizen, weet het niet of wil naar een andere plaats verhuizen. Huur of koop  Huren: een beperkt aantal personen heeft een voorkeur voor een huurwoning, dit zijn vooral starters en doorstromers zonder kinderen.  Kopen: de meeste mensen hebben een voorkeur voor een koopwoning, deze groep bestaat voor 90% uit doorstromers met/zonder kinderen. De rest (10%) bestaat uit starters. Type woning  De meeste inwoners hebben een voorkeur voor een vrijstaande woning, gevolgd door een 2^1 kap. Een relatief groot aantal 1-2 persoonshuishoudens zonder kinderen zoeken een appartement met lift. Rijwoningen en appartementen zonder lift zijn minder gewenst. Prijsklasse  In de huur gaat de voorkeur uit naar een huurprijs tussen de € 417 - € 640. Een aantal mensen is bereid hogere huren (€ 640 - € 711) te betalen.

Een klein deel is bereid een huurprijs in de vrije sector (> € 711) te betalen.  Starters/doorstromers zonder kinderen hebben belangstelling voor woningen in de prijsklasse tot € 200.000.  Doorstromers (zowel zonder als met kinderen) hebben vooral belangstelling voor woningen tussen de € 200.000 en € 400.000.  Gezinnen met kinderen zijn vooral op zoek naar woningen tussen de € 250.000 en € 400.000.  Voor duurdere woningen boven de vier ton is minder belangstelling. Wonen en zorg  Wanneer mensen afhankelijk worden van zorg dan geeft een deel aan dat ze de eigen woning willen aanpassen. Maar een deel wil in dat geval liever verhuizen naar een zorggeschikte woning. Waarom verhuizen  Voor starters (inwonende jongeren) is de belangrijkste reden om te verhuizen de 'samenstelling' (waarschijnlijk samenwonen). Een aantal wil verhuizen vanwege studie/werk, vermoedelijk zoekt deze groep geen huis in Oudega.  Bij doorstromers (1-2 personen) zijn de belangrijkste redenen om te verhuizen: kleiner wonen / minder ruimte, energie (duurzaamheid) en gelijkvloers willen wonen. Dit zijn deels senioren / gezinnen waarvan de kinderen de deur uit zijn en nu willen

verhuizen van hun gezinswoning naar een kleinere, duurzame en gelijkvloerse woning / appartement. Bij doorstromers met kinderen zijn de belangrijkste redenen: ruimer willen wonen / meer ruimte rondom huis. Ook 'energie' en nieuwbouw scoren hoog als verhuisredenen.

Locatie  Starters hebben een voorkeur voor een woning buiten de bebouwde kom / in het groen.  Doorstromers (met en zonder kinderen) hebben een voorkeur voor een woning aan de haven. Bij gezinnen met kinderen gevolgd door een woning buiten de bebouwde kom.  Totaal van alle groepen is de voorkeur: 1) Haven, 2) Buiten bebouwde kom, 3) Bestaande woning, 4) Nieuwbouw in bebouwde kom.  Belangrijkste redenen om in Oudega te blijven wonen, is tevredenheid met de huidige woning en de huidige woonomgeving.

Enquêteresultaten woningbouw Oudega – september 2018

Respons

31% Gereageerd Niet gereageerd 69%

Respons naar leeftijd 5% 11% < 24 jaar 26%

25-39 jaar 23%

40-59 jaar 60-74 jaar >75 jaar

35%

Respons naar type huishouden 10%

37%

Doorstromers (1-2 persoonshuishouden) 53%

Doorstromers (gezinnen met kinderen) Starters (inwonend)

Verhuizen (periode)

22% 35%

Binnen drie jaar Ik wil niet verhuizen Weet niet/misschien

43%

Verhuizen (locatie)

Binnen Oudega

37%

Niet verhuizen of andere plaats

63%

Koop- of huurwoning 100%

86%

82%

50% 18%

14% 0% Voorkeur via enquête

Huidige samenstelling

Huurwoning

Koopwoning

Woningtype 60%

52% 47%

50% 40% 30% 20% 10%

19%

18%

22%

9% 0%

4%

0% appartement

rijwoning

2^1 kap woning

Voorkeur enquête

Huidige samenstelling

vrijstaand

Gewenste prijsklasse 8%

10%

< € 150.000 17%

€ 150.000 - € 200.000 € 200.000 - € 250.000

38%

€ 250.000 - € 400.000 27%

> € 400.000

Voorkeur locatie 14% Nabij water/haven 41%

15%

Buiten bebouwde kom Bestaande woning Binnen bebouwde kom

30%

Oudega - Waterfront

Bijlage 6 Uitgebreide natuurtoets

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

77

Ui tg eb re id e N atu u r t o et s O u d e ga a an h et W at er

D EF IN I TI EF

Ui tg eb re id e N atu u r t o et s O u d e ga a an h et W at er

D EF IN I TI EF

Inhoud

Rapport + bijlagen

15 september 2020 Projectnummer 232.00.71.01.00

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Eerdere ecologische onderzoeken

3

1.3

Doel

4

1.4

Opzet van het rapport

4

Plangebied en plannen

5

2.1

Ligging

5

2.2

Het plan

7

Soortenbescherming

8

3.1

Planten

9

3.2

Vogels

10

3.3

Zoogdieren - vleermuizen

11

3.4

Grondgebonden zoogdieren

12

3.5

Amfibieën

13

3.6

Overige soortengroepen (reptielen, vissen en ongewervelden)

14

Effecten op beschermde natuurgebieden

16

4.1

Natura 2000-gebieden

16

4.1.1

Inventarisatie

16

4.1.2

Toetsing

17

4.2

5

6

Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid

19

4.2.1

Inventarisatie

19

4.2.2

Toetsing

20

Conclusie en consequenties

21

5.1

Beschermde soorten

21

5.2

Beschermde gebieden

21

5.3

Advies voor versterking van natuurwaarden

22

Veldbezoek en bronnen

Bijlagen

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

23

1

Inleiding 1.1

Aanleiding

De gemeente Smallingerland heeft plannen om waterrecreatie in en rond Oudega te bevorderen in combinatie met natuurontwikkeling. Voor de ontwikkeling zijn twee bestemmingsplannen in voorbereiding: het plangebied Oudega aan het Water dat voorziet in diverse aanpassingen aan de haven, de nabij gelegen bebouwing, en aangrenzend een klein water- en recreatiegebied, en het plan Oudega waterontwikkeling De Gealanden dat voorziet in de aanleg van een nieuw meer met natuurelementen tussen het dorp Oudega en de Mûntsegroppe. In dit kader is het noodzakelijk om een onderzoek naar de effecten op de beschermde natuurwaarden uit te voeren.

1.2

Eerdere ecologische onderzoeken

Gedurende de planvorming zijn al verschillende ecologische onderzoeken uitgevoerd, waarvan de meeste betrekking hebben op het totaal van de bovengenoemde twee plannen. Een belangrijk basisdocument is de Ecologische quickscan Oudega aan het water (Altenburg en Wymenga 2016). Deze studie heeft alleen betrekking op het plangebied buiten de bebouwde kom en buiten de haven. Als vervolg hierop is in 2017 nader onderzoek naar een aantal beschermde soorten uitgevoerd, inclusief het effect op het foerageergebied voor ganzen (Altenburg & Wymenga, 2018). Voor het plangebied binnen de bebouwde kom heeft onderzoek plaatsgevonden naar voormalige zuivelfabriek It Miensker en de voormalige kunstmestloods aan Op ‘e Wâl 7. Voor It Miensker, gelegen in de noordpunt van het plangebied, is in verband met de vastgestelde verblijfplaatsen van vleermuizen een activiteitenplan opgesteld en ontheffing aangevraagd en verleend (Bureau FaunaX, 2020 en Gemeente Smallingerland, 2020). Voor de verbouwing van de kunstmestloods heeft ecologisch onderzoek plaatsgevonden en is op 14 juli 2020 een omgevingsvergunning verleend. Tevens zijn enkele onderzoeken uitgevoerd om eventuele effecten van de twee plannen samen op het Natura 2000-gebied Alde Feanen te kunnen vaststellen of uit te sluiten: -

geohydrologische effecten ( Willems, 2017);

-

effect van een toename van watertoerisme op de Natura 2000-gebied Aldefeanen (BügelHajema 2020a).

-

een AERIUS-berekening om eventuele effecten van stikstofdepositie als gevolg van het plan op Natura 2000-gebieden vast te stellen (BügelHajema, 2020b).

Sinds de uitvoering van sommige van deze onderzoeken is de begrenzing van het plangebied gewijzigd, is de natuurwetgeving op sommige aspecten gewijzigd en zijn sommige gebruikte veldgegeven verouderd. Daarom is een bundeling van deze onderzoeken en - waar nodig - actualisatie uitgevoerd.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

3

1.3

Doel

Het voorliggende onderzoek heeft als hoofddoel na te gaan of het plan Oudega aan het Water uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Het natuuronderzoek beschrijft de ecologische beoordeling van het voornemen. De effecten op natuurwaarden worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. De soortenbescherming is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en de gebiedsbescherming in de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebieden) en de Verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerd 2018), ten aanzien van NNN en overige beschermde natuur. Het nevendoel is bijdragen aan de nadere uitwerking van het plan om negatieve effecten op natuurwaarden te voorkomen, en kansen voor versterking van natuurwaarden te benutten. Het voorliggende rapport beschrijft de resultaten van dit onderzoek voor het plan Oudega aan het Water. Voor het plan Oudega - waterontwikkeling De Gealanden is een afzonderlijk rapport opgesteld.

1.4

Opzet van het rapport

Het rapport bestaat uit de volgende onderdelen: -

Hoofdstuk 2: beschrijving van het plangebied en de voorgenomen plannen

-

Hoofdstuk 3: beschrijving van de effecten op beschermde soorten flora en fauna

-

Hoofdstuk 4: beschrijving van de effecten op beschermde natuurgebieden

-

Hoofdstuk 5: conclusies en consequenties ten aanzien van beschermde natuurwaarden; advies voor versterking natuurwaarden

-

Hoofdstuk 6: beschrijving van het veldbezoek en de bronnen.

Informatie De beschrijving van de relevante te beschermen natuurwaarden is gebaseerd op: -

bovengenoemd ecologisch onderzoek in het gebied;

-

bestaande

bronnen

zoals

databanken,

verspreidingsatlassen,

waarnemingsoverzichten,

rapporten en websites; -

verkennend veldbezoek waarbij vooral is gekeken naar kritische en/of beschermde soorten, zowel wat betreft hun aanwezigheid als potenties.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

4

2

Plangebied en plannen 2.1

Ligging

Het plangebied ligt op enkele kilometers ten westen van Drachten, in het zuiden van het dorp Oudega en aangrenzend buitengebied (figuren 1 en 4), ingeklemd tussen de Gealânswei (westzijde) en de Eastersânning (oostzijde). Het noordelijk deel is bebouwde kom met woningen en enkele bedrijven, het middendeel de haven en het zuiddeel bestaat in de huidige situatie uit agrarische percelen. In het noordelijke deel is bebouwing aanwezig van diverse bedrijfsgebouwen en woningen, met daartussen tuinen en wegen met stroken openbaar groen (gras, plantsoen en laanbomen). De haven heeft beschoeide oevers en houten steigers naar extra aanlegplaatsen. Vanuit de haven naar het zuiden loopt het Alddjip door het plangebied, een 20 m brede watergang die de verbinding is van de haven met andere vaarwateren. Ten zuiden van de haven bevinden zich enkele percelen grasland met rondom smalle sloten. Het Alddjip is een circa 20 m brede watergang met daarlangs opgaande rietbegroeiing. De belangrijkste houtige begroeiing in het plangebied is een smalle bosstrook langs de oostzijde van de haven. Verder staan verspreid in de bebouwde kom bomen in de tuinen en langs de wegen. Buiten de bebouwde kom staan vrijwel alleen bomen langs de randen van het plangebied: langs de Gealânswei en de Eastersânning, en aan de zuidrand juist buiten het plangebied bevindt zich een doorlopende houtsingel.

Figuur 4 in paragraaf 4.2 geeft een overzicht van de ligging van het plangebied. De onderstaande figuur 1 geeft de details van de begrenzing en voorgenomen bestemming.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

5

Figuur 1. Verbeelding van het plangebied (ligging en voorgenomen bestemming (bron kaartbeeld: IMRO))

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

6

Figuur 2. Impressie van het plangebied op 15 juli 2020, van boven naar onder: noordelijk deel met bebouwing, middendeel met jachthaven en aangrenzend bosje, zuidelijk deel agrarisch gebied met op de achtergrond het Alddjip

2.2

Het plan

Het plan voorziet in het realiseren van nieuwe woonruimte, een horecavoorziening en een gemende bestemming in het noordelijke deel (zie ook figuur 1). Daarbij is verbouw en sloop voorzien van voormalige zuivelfabriek It Miensker en de voormalige kunstmestloods. De overige bebouwing blijft behouden. Er wordt een ontwerp gemaakt voor de openbare ruimte dat kan leiden tot aanpassingen in de groenstructuur. Er zijn geen grote veranderingen in de bestrating en beplanting voorzien. De haven wordt qua oppervlakte niet uitgebreid, wel worden nieuwe steigers aangelegd en wordt het aantal passantenplaatsen uitgebreid. Ten zuiden van de haven wordt het Alddjip verbreed tot een kleine plas. De gronden daaromheen krijgen een recreatiebestemming waarbij aanleg van recreatiewoningen aan het water en recreatieve voorzieningen mogelijk wordt. Hiertoe wordt vegetatie verwijderd en grond vergraven, en een deel van de watergangen gedempt. Hier wordt geen bebouwing of houtige beplanting verwijderd. Mogelijk leidt het plan, in samenhang met het plan De Gealanden tot een toename van vaarrecreatie. Hiernaar is een apart onderzoek gedaan door BügelHajema (2020a), als bijlage 4 toegevoegd. Volgens dit onderzoek ligt op basis van de schattingen van het bestaande aantal vaarbewegingen van 50.000 87.500 per jaar de maximale toename van het aantal vaarbewegingen tussen circa 0,9 tot 1,6%.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

7

3

Soortenbescherming Wet- en regelgeving Relevante wetgeving op het gebied van de soortenbescherming is uitgewerkt in de Wet natuurbescherming (Wnb). De bescherming van flora- en faunasoorten is in de Wnb opgedeeld in twee beschermingscategorieën: -

-

Strikt beschermde soorten: -

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);

-

soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5).

Overige beschermde soorten: -

nationaal beschermde soorten (artikel 3.10).

Beschermingsregime Voor beide categorieën geldt dat het verboden is opzettelijk exemplaren te doden, vangen of plukken, en voortplantingsverblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of te beschadigen. Een belangrijk verschil tussen beide beschermingsregimes is dat voor de strikt beschermde soorten ook het opzettelijk verontrusten verboden is, terwijl dit voor de overige beschermde soorten niet het geval is. Voor vogels geldt daarnaast dat het opzettelijk storen niet verboden is in geval de storing niet van wezenlijk invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Echter, voor vogels die staan in bijlage II van de Conventie van Bern geldt deze uitzondering niet. Daarnaast is er een lijst met jaarrond beschermde broedvogelnesten. Dat houdt in dat voor de op deze lijst genoemde vogelsoorten de nestplaats ook buiten het broedseizoen beschermd is. Het beschermingsregime van de overige (nationaal) beschermde soorten is voor elke soort gelijk. Wel kunnen provincies bij ruimtelijke ontwikkelingen vrijstelling van de verbodsbepalingen in artikel 3.10 verlenen voor deze soorten. Deze zogenaamde vrijstellingslijsten zijn opgenomen in de provinciale verordeningen en komen tussen de provincies grotendeels overeen. Voor de provincie Fryslân betreft dit 25 soorten (zie bijlage 3).

Veldbezoek Het plangebied is op 15 juli 2020 bezocht om een indruk te krijgen van de terreinomstandigheden van het plangebied, de omgeving en de voorkomende flora en fauna. Wat betreft de bebouwing zijn de locaties voormalige zuivelfabriek It Miensker en de voormalige kunstmestloods al voldoende ecologisch onderzocht (FaunaX 2018 en 2019), en de overige bebouwing blijft behouden. Beschrijving van de resultaten De beschrijving van de natuurwaarden is gebaseerd op eerdere ecologische onderzoeken, met een update door raadpleging van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en een veldbezoek. Waar nodig wordt extra informatie over soorten aangehaald op basis van bronnen- en veldonderzoek, bekende ecologische principes en expert judgement. Voor de effecten van de ontwikkeling van de perce-

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

8

len van de voormalige zuivelfabriek It Miensker, en de voormalige kunstmestloods is gebruikgemaakt van de specifieke deelonderzoeken die hiervoor al hebben plaatsgevonden. Op 3 september 2020 is het uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd en een uittreksel van de NDFF aangemaakt voor in en rond het plangebied voorkomende beschermd soorten (0 - 1 km). Dit uittreksel (© NDFF 3 september 2020 08:43:49) is opgenomen als bijlage 1 in dit rapport. De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Gegevens uit de geraadpleegde bronnen worden bij het bespreken van de verschillende soortengroepen alleen genoemd indien ze een meerwaarde voor het onderzoek hebben.

3.1

Planten

Inventarisatie In het noordelijke en middendeel van het plangebied is nauwelijks natuurlijke vegetatie aanwezig. De tuinen, groenstroken langs de wegen en de havenranden zijn intensief beheerd. Het enige meer natuurlijke element is het bosje aan de oostoever van de haven, dat bestaat uit voornamelijk tot 18 m hoge schietwilgen, waarvan twee aan de noordrand geknot zijn. Verder is in het bosje zwarte els en es aanwezig, en veel ondergroei met struiken zoals gewone vlier en braam. Het zuidelijke deel van het plangebied is in gebruik voor agrarische productie, voornamelijk grasland en een enkel perceel maïs. Het grasland wordt intensief gebruikt en wordt gedomineerd door grassen zoals Engels raaigras, veldbeemdgras en grote vossenstaart. Verspreid staan wat kruiden zoals vogelmuur en paardenbloem. Langs de smalle slootkanten staan verspreid wat kruiden zoals kruipende boterbloem en veldzuring en plaatselijk wat riet. Ten tijde van het veldbezoek stond er weinig water in de meeste sloten. Langs de slootkanten langs de Eastersânning is wat begroeiing met opgaande grasachtigen aanwezig, met soorten zoals riet en grote egelskop. In plaatselijke verbredingen van het water grenzend aan het bosje bij de haven groeien ook soorten als pijlkruid en witte waterlelie. De soortensamenstelling van graslanden en watergangen duidt op voedselrijke tot zeer voedselrijke omstandigheden.

Langs het Alddjip zijn de oevers beschoeid waardoor er geen vanuit het water oplopende oeverbegroeiing is. Ten tijde van het veldbezoek waren grote delen van de waterkant kort gemaaid. In en rond het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen tijdens het veldbezoek in 2020 en tijdens de in 2016 en 2018 uitgevoerde ecologische onderzoeken (Heijden, 2016 en 2018). Er zijn ook geen beschermde plantensoorten bekend volgens de NDFF. Toetsing Op basis van het veldbezoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van de soortengroep vaatplanten ontstaan. Er zijn geen wettelijk beschermde soorten aangetroffen en deze zijn ook niet te verwachten gelet op de inrichting en de voedselrijkdom. Negatieve effecten ten aanzien van wettelijk beschermde plantensoorten kunnen worden uitgesloten.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

9

3.2

Vogels

Inventarisatie In de omgeving is het voorkomen bekend van verschillende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (NDFF). Dit betreft soorten die in gebouwen of bomen broeden, zoals huismus, gierzwaluw en verschillende soorten roofvogels en uilen. Volgens de rapporten over de locaties voormalige zuivelfabriek It Miensker en de voormalige kunstmestloods (Bureau FaunaX 2018 en 2019a) komen hier geen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten voor. In de haven zijn geen nesten of nestplaatsen aangetroffen in bomen of gebouwtjes die geschikt zijn voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. In het zuidelijk deel van het plangebied ontbreekt bebouwing. In de schaars aanwezige bomen zijn geen nesten aangetroffen die geschikt zijn voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Het plangebied is wel geschikt als foerageergebied voor enkele van deze soorten, zoals buizerd en sperwer. Wel kunnen in het plangebied algemene soorten van stedelijk groen, tuinen en oevers voorkomen en tot broeden komen, zoals kauw, merel, koolmees en meerkoet. De oevers van het Alddjip zijn weinig geschikt voor rietvogels zoals rietzanger en kleine karekiet, omdat deze grotendeels al in de zomer tot op de waterkant worden gemaaid. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen weidevogels waargenomen.

Het in het plangebied gelegen buitengebied is weinig geschikt voor weidevogels door de ligging nabij de bebouwde kom en de houtige beplantingen rond de randen. Een enkel exemplaar van soorten zoals scholekster of graspieper kan hier tot broeden komen. De nesten van bovengenoemde algemene vogelsoorten zijn uitsluitend tijdens de broedtijd beschermd. Toetsing Op basis van het veldbezoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van de soortengroep vogels ontstaan. Er zijn buiten de te behouden bebouwing geen geschikte nesten of broedplaatsen van soorten met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Het plangebied, met name het zuidelijke deel, zal van karakter veranderen als foerageergebied voor soorten als buizerd en sperwer, maar niet verloren gaan. Het plangebied zal hooguit een klein deel van het foerageergebied van individuen van deze soorten uitmaken. Daarnaast is in het aangrenzend landelijk gebied veel foerageergebied van hoge kwaliteit beschikbaar. Negatieve effecten ten aanzien van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten kunnen worden uitgesloten. Met betrekking tot algemene broedvogelsoorten kan ervan uitgegaan worden dat geen verbodsbepalingen worden overtreden als buiten het broedseizoen wordt gewerkt of als de werkzaamheden voor het broedseizoen worden opgestart en continu worden doorgevoerd.

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt evenwel dat het broedseizoen van ongeveer 15 maart tot 15 juli loopt.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

10

3.3

Zoogdieren - vleermuizen

Inventarisatie Uit de gegevens van NDFF blijkt dat in en rond het plangebied verschillende soorten vleermuizen bekend zijn, zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. In de voormalige zuivelfabriek It Miensker zijn in 2019 twee verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en één van gewone grootoorvleermuis aangetroffen (Bureau FaunaX, 2019b). De voormalige kunstmestloods is niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen (Bureau FaunaX, 2019a). De overige gebouwen en beplanting op de erven in het plangebied zijn niet volledig onderzocht op geschiktheid voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Wel is in 2019 vlak buiten het plangebied, in de woning aan Fabrykswei 9, een kraamverblijf van de gewone dwergvleermuis aangetroffen (Bureau FaunaX, 2019b). In de in het plangebied aanwezige bomen bij de haven en langs wegen zijn geen naar boven toe doorlopende holtes, spleten en loszittende schors aangetroffen die kunnen leiden tot potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Het plangebied vormt mogelijk foerageergebied voor vleermuizen. Het noordelijk deel heeft een lage kwaliteit als foerageergebied vanwege het overwegend stenige karakter en de aanwezige verlichting.

In het middengedeelte (haven) en zuidelijke gedeelte (buitengebied) zijn de bosrand bij de haven, de oevers van het Alddjip, de wegen met laanbomen en de houtsingel langs de zuidrand van hoge kwaliteit als foerageergebied voor soorten zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. De agrarische percelen zelf vormen door de inrichting en het grotendeels intensieve gebruik geen hoogwaardig foerageergebied. De haven en het Alddjip zijn daarnaast geschikt als foerageergebied voor de aan water gebonden soorten water- en meervleermuis, die eveneens uit de omgeving bekend zijn. Het Alddjip, de wegen met laanbomen (Gealânswei aan de westrand en de Eastersânning aan de oostrand), en de houtsingel langs de zuidrand van het plangebied maken deel uit van een doorgaande lijnvormige structuur die mogelijk fungeert als essentiële (onmisbare) vliegroute voor vleermuizen; het Alddjip is daarbij ook geschikt is als vliegroute voor water- en meervleermuis. Toetsing Voor het gebouw op de locatie It Miensker treden negatieve effecten ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen op; hiervoor zijn al mitigerende maatregelen uitgewerkt in een activiteitenplan en is ontheffing van de Wnb aangevraagd en verleend.

Buiten deze locatie worden ten gevolge van de ontwikkeling geen (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen aangetast en treden wat dit betreft geen negatieve effecten op. Het noordelijke en middendeel van het plangebied veranderen als gevolg van het voornemen in kwaliteit als foerageergebied, maar gaan niet als zodanig verloren. De elementen met hoge kwaliteit foerageergebied voor vleermuizen blijven behouden. In het zuidelijke deel kan de kwaliteit naar verwachting zelfs toenemen doordat meer oeverzone ontstaat en aansluitend op het bosje bij de haven de houtige beplanting wordt uitgebreid. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied zijn niet te verwachten. Doordat de lijnvormige structuren van watergangen (haven en Alddjip), de wegen met laanbomen (Gealânswei aan westrand en de Eastersânning aan de oostrand), en de houtsingel langs de zuidrand

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

11

net buiten het plangebied blijven behouden, is geen negatief effect ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen te verwachten. Om negatieve effecten op foerageergebied en potentiele vliegroutes uit te sluiten is het wel noodzakelijk dat verstoring door (extra) verlichting tijdens zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van de ontwikkelingen wordt voorkomen. Verlichting van wateren die als vliegroute dienen, is zeer verstorend voor de in de omgeving voorkomende meer- en watervleermuis. De houtige structuren zijn van belang voor andere soorten zoals gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Ook ten gevolge van het plan voor de verbouwing van de kunstmestloods is verstoring van de mogelijke vliegroute door de haven naar het Alddjip door lichtbronnen benoemd als mogelijk negatief effect (FaunaX, 2019a). Hier is geadviseerd te zorgen dat geen licht uitstraalt naar de haven bij de bouw- en gebruiksfase van de voormalige kunstmestloods. Negatieve effecten op foerageergebied en potentiële vliegroutes kunnen worden uitgesloten door voorwaarden ten aanzien van vleermuisvriendelijke verlichting op te nemen in het bestemmingsplan.

Dit is van belang voor die locaties waar nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien: de haven en het recreatiegebied direct ten zuiden hiervan, alsmede de straat Op ’e Wâl en de randen van de haven die de locatie It Miensker kunnen verbinden met en deze lijnvormige structuren. Daarnaast is het advies op andere locaties die van belang zijn voor vleermuizen maar niet veranderen ten gevolge van het plan, verstoring door verlichting te beperken en de inrichting vleermuisvriendelijk te maken. Dit betreft het Alddjip, de wegen met laanbomen (Gealânswei aan westrand en de Eastersânning aan de oostrand), en de houtsingel langs de zuidrand net buiten het plangebied. Dit is mogelijk door bijvoorbeeld het toepassen van aangepaste armaturen die uitstraling naar de omgeving beperken, toepassing van amberkleurig licht en aanplant van laanbomen. Samengevat treden ten aanzien van vleermuizen geen negatieve effecten op voorwaarde dat het activiteitenplan voor It Miensker wordt uitgevoerd en dat dat verstoring door verlichting langs foerageergebied en potentiële vliegroutes van vleermuizen wordt voorkomen.

3.4

Grondgebonden zoogdieren

Inventarisatie Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving het voorkomen van de beschermde grondgebonden zoogdiersoorten bekend is. Dit betreft de niet-vrijgestelde soorten otter en waterspitsmuis. Deze soorten hebben wateren en oevers met uitgebreide begroeiing van ruigtes en riet als leefgebied. Altenburg en Wymenga (Heijden, 2016) geven aan dat met name de oevers van de Mûntsegroppe geschikt zijn als leefgebied voor waterspitsmuis en otter. Dat geldt ook voor de in de wijdere omgeving voorkomende noordse woelmuis. In nader onderzoek in een groter onderzoeksgebied (Heijden, 2018) is van deze soorten uitsluitend waterspitsmuis aangetroffen. Dit betrof enkele sloten nabij de Mûntsegroppe in het zuidelijk deel van het onderzoeksgebied, op meer dan 1 km afstand van het onderhavige plangebied. De oevers van het Alddjip binnen het plangebied zijn beschoeid en ruige oeverbegroeiing ontbreekt. Mogelijk is het slootje langs de oostrand van het bosje bij de haven geschikt als leefgebied

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

12

voor waterspitsmuis. Het betreft echter leefgebied van matige kwaliteit en het ligt geïsoleerd van ander (beter) leefgebied. In het Natura 2000-gebied Alde Feanen is otter in 2011 geherintroduceerd en heeft zich vandaaruit ook verbreid over meer gebieden. Via Mûntsegroppe kunnen otters ook in het Alddjip komen, echter het noordelijk deel dat in het plangebied ligt is weinig geschikt als leefgebied doordat er weinig oeverbegroeiing aanwezig is en verstoring is door bewoning en activiteiten in en rond de haven. De haven zelf is met steile beschoeide oevers geheel niet geschikt als leefgebied voor otter. Daarnaast is het plangebied op basis van de aanwezige habitats en bekende verspreiding deels geschikt als leefgebied voor een aantal algemenere soorten, zoals de uit de omgeving bekende haas, vos, veldmuis en bunzing (NDFF). Voor deze algemene soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Toetsing Het plangebied is niet geschikt als verblijfplaats voor otter en niet geschikt als permanent leefgebied. Otter is slechts incidenteel te verwachten in het plangebied vanwege de lage kwaliteit van de oevers en de verstorend invloed van wonen en vaarrecreatie. Het plangebied verandert van karakter maar zal in kwaliteit niet achteruit gaan voor otter.

De kwaliteit kan zelfs verbeteren, omdat er een extra water wordt aangelegd in verbinding met het Alddjip en de oeverlengte langer wordt. Een negatief effect op otter is niet te verwachten. Voor waterspitsmuis is potentieel leefgebied van matige kwaliteit aanwezig langs de oostrand van het bosje bij de haven, deze sloot blijft behouden. Net als voor otter kan mogelijk nieuw leefgebied ontstaan bij aanleg van natuurvriendelijke oevers bij het nieuw te graven water. Ten aanzien van andere niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten zijn geen negatieve effecten te verwachten. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen tenslotte verblijfplaatsen van enkele algemene beschermde zoogdieren worden verstoord en/of vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de provincie Fryslân onder de vrijstellingsregeling van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.

3.5

Amfibieën

Inventarisatie Niet-vrijgestelde amfibieënsoorten zijn niet bekend in het plangebied en in de naaste omgeving (0 – 1 km, NDFF). Volgens Heijden (2016) komt de beschermde niet-vrijgestelde heikikker voor op een aantal locaties in de Alde Feanen. Deze soort komt voor in natte veenweiden, verlandingszones van grotere wateren en in (elzen)broekbossen. Het intensieve beheer en het lage waterpeil maken het agrarische gebied binnen het plangebied ongeschikt voor de soort, deze is hier niet te verwachten.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

13

Wel zijn in het plangebied enkele algemene soorten te verwachten zoals bruine kikker, bastaardkikker en kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. De watergangen vormen voor deze soorten geschikt voortplantingswater. De oevers en het bosje bij de haven zijn tevens geschikt als landbiotoop; de agrarische percelen zijn geschikt, maar van lage kwaliteit. Toetsing Beschermde niet-vrijgestelde amfibieënsoorten zijn niet bekend in het plangebied en niet te verwachten. Negatieve effecten op deze soorten kunnen worden uitgesloten. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen van enkele algemene beschermde amfibieën worden verstoord en/of vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de provincie Fryslân onder de vrijstellingsregeling van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.

3.6

Overige soortengroepen (reptielen, vissen en ongewervelden)

Inventarisatie Recente waarnemingen van reptielen zijn niet bekend uit het plangebied en naaste omgeving (0 - 1 km, NDFF). Geschikt leefgebied voor reptielen is niet aanwezig in het plangebied. Uit de omgeving is wel grote modderkruiper bekend. In 2018 is onderzoek naar vissen gedaan in een groter onderzoeksgebied waar het onderhavige plangebied deel van uitmaakt (Heijden, 2018). Op 24 relatief kansrijke plaatsen in het onderzoeksgebied is de vissenpopulatie onderzocht, dit betreft watergangen met uitgebreidere water- en oevervegetatie. Op geen van deze locaties is grote modderkruiper is aangetroffen, ook niet op de twee die op korte afstand (100 tot 200 m) van het plangebied liggen. De watergangen in het plangebied zijn qua kwaliteit minder geschikt dan de onderzochte locaties omdat ze in intensiever gebruikt agrarisch gebied liggen, met intensiever slootonderhoud. In hetzelfde onderzoek zijn ook twee soorten beschermde ongewervelden opgenomen, namelijk de platte schijfhoren en de gestreepte waterroofkever. Deze soorten zijn niet aangetroffen. Tot slot is in de omgeving ook groene glazenmaker bekend (NDFF). Deze libellensoort heeft als leefgebied wateren met een begroeiing van krabbenscheer. Tijdens het veldbezoek is in het plangebied geen krabbenscheer aangetroffen; de aanwezige sloten zijn ook te smal zijn, en het Alddjip te diep en te druk bevaren voor deze plantensoort.

In het onderzoek van Altenburg en Wymenga (Heijden, 2018) in een groot onderzoeksgebied is krabbenscheer uitsluitend aangetroffen in enkele sloten op circa 1,5 km afstand van het plangebied. Voor andere beschermde soorten uit de overige soortengroepen is in het intensief agrarisch gebruikte deel van het plangebied geen geschikt leefgebied aanwezig.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

14

Toetsing Op basis van het veldbezoek en gebruikte bronnen is een voldoende beeld van de overige soorten van de soortgroepen reptielen, vissen en ongewervelden ontstaan. Beschermde soorten vissen, reptielen en ongewervelden zijn niet bekend in het plangebied en niet te verwachten. Het plan leidt niet tot negatieve effecten voor beschermde soorten reptielen, vissen en ongewervelden.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

15

4

Effecten op beschermde natuurgebieden 4.1

Natura 2000-gebieden

In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. 4.1.1 Inventarisatie Het plangebied is geen onderdeel van een in het kader van de Wnb beschermd gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Alde Feanen en ligt op circa 1,7 km ten westen en zuidwesten van het plangebied (figuur 3). Tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied ligt agrarisch gebied.

Figuur 3. Ligging van het plangebied (rode lijn plan Oudega aan het Water, oranje lijn plan Gealanden), ten opzichte van Natura 2000-gebied Alde Feanen (groen) (bron: www.natura2000.nl)

De Oude Venen (Alde Feanen) (ministerie van LNV, 2020a) is een deels vergraven en ontgonnen laagveengebied. Het is één van de weinige overgebleven restanten van een omvangrijk complex van laagveenmoerassen en petgatenlandschappen. Het gebied is deels kleinschalig (petgaten en legakkers) en deels grootschalig (plassen) verveend. De huidige situatie is vooral het resultaat van het na de vervening opgetreden verlandingsproces. Landschappelijk wordt het gebied gekenmerkt door moerasvegetaties, omgeven door zomerpolders en boezemlanden en doorsneden door tal van watergangen. Het

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

16

gebied bestaat uit open water, rietlanden, laagveenverlandingsmoeras, moerasbos en schrale graslanden op restveen. De petgaten, die vaak verscholen liggen tussen riet en moerasbossen, verkeren in diverse stadia van verlanding. In deze petgaten komt dikwijls drijftilvorming voor. Op andere plaatsen is de verlanding wat verder voortgeschreden in de richting van een trilveen of blauwgrasland. In de meeste petgaten is na beëindiging van het rietmaaibeheer een elzenbroekbos tot ontwikkeling gekomen. Het Natura 2000-gebied beslaat circa 2.100 ha. Het heeft instandhoudingsdoelen voor verschillende habitattypen, habitatsoorten, broedvogels en niet-broedvogels (zie tabel 1 in bijlage 4). 4.1.2 Toetsing Voor een overzicht van mogelijke verstoringsfactoren op Natura 2000-gebied Alde Feanen als gevolg van de activiteit is de Effectenindicator (Ministerie LNV, 2020b) geraadpleegd. De effectenindicator is een hulpmiddel bij de toetsing op grond van de Wnb en geeft informatie over de gevoeligheid van soorten en habitattypen voor de meest voorkomende storende factoren, gebaseerd op absolute getallen voor biotische randvoorwaarden en kennis van ruimtelijke randvoorwaarden. De resultaten zijn per gebied te raadplegen. Effecten worden beschreven aan de hand van 19 storingsfactoren.

Voor het Natura 2000-gebied Alde Feanen zijn 11 van deze storingsfactoren relevant, zoals blijkt uit de effectindicator opgenomen in bijlage 2. Mogelijke effecten van deze storingsfactoren op basis van de planontwikkeling worden hieronder in beeld gebracht. Doordat de geplande ontwikkeling buiten het Natura 2000-gebied plaatsvindt, heeft deze geen invloed op de factoren oppervlakteverlies (storingsfactor 1), versnippering (2) of mechanische effecten (17). Het plangebied ligt in een ander peilvak dan het Natura 2000-gebied en ligt tevens op 1,7 km afstand. Negatieve effecten op de waterhuishouding zijn daarom niet te verwachten. Voor de plangebieden Oudega aan het Water en De Gealanden samen is een hydrologisch onderzoek door Tauw uitgevoerd (Willems, 2017). De conclusie van dit onderzoek is dat er geen negatieve effecten ten aanzien van hydrologie van het Natura 2000-gebied optreden. Als gevolg van het plan De Gealanden is juist een positief effect te verwachten doordat vernatting zal optreden. Derhalve tredengeen negatieve effecten op gerelateerd aan hydrologische storingsfactoren zoals verdroging (8) en vernatting (9). Optische verstoring naar het Natura 2000-gebied (storingsfactor 16) door aanwezigheid van mensen of machines treedt niet op door de afstand tot het Natura 2000-gebied.

Vanwege de afstand tot het Natura 200-gebied is verstoring door licht, geluid en trilling niet aan de orde (storingsfactoren 14, 13 en 15). Tijdens zowel aanleg- als gebruiksfase vindt komen geen verontreinigende stoffen vrij anders dan stikstof (wat separaat behandeld wordt). De milieuwetgeving waarborgt dat hierdoor, zeker over een afstand van 1,7 km, geen negatieve effecten op het Natura 2000-gebied optreden (storingsfactor 7). Ten aanzien van effecten van recreatie en stikstofdepositie zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd voor de plangebieden Oudega aan het Water en de Gealanden samen. Deze zijn als bijlage 4 en 5 aan deze natuurtoets toegevoegd en worden hieronder kort besproken.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

17

Effecten van recreatie Volgens het onderzoek naar effecten van recreatie (BügelHajema, 2020a) zijn circa 800 extra vaarbewegingen per jaar, dat is maximaal 1,6% extra ten opzichte van de huidige situatie, te verwachten in de Alde Feanen als gevolg van de realisatie van het totaalplan. Deze vaartochten vinden voor het overgrote deel in de periode mei - september plaats en voor het overgrote deel langs een beperkt aantal grotere vaarroutes die door het gebied lopen. De toename van waterrecreatie vindt grotendeels plaats op andere locaties dan waar zich habitats en soorten met instandhoudingsdoelen bevinden, en op andere tijdstippen dan wanneer gevoelige soorten (met name niet-broedvogels) zich hier ophouden. Daarbij is waarschijnlijk het vaargedrag meer bepalend voor de verstoring dan het aantal vaarbewegingen. Negatieve effecten op instandhoudingsdoelen worden niet verwacht. Daarnaast is de verwachting dat de autonome ontwikkeling in de waterrecreatie leidt tot een afname van het aantal vaartochten in 2050 met 25%, heel globaal 1% per jaar. De kans is groot dat een eventuele toename van recreatiedruk ten gevolge van het plan in een periode van enkele jaren gecompenseerd wordt door de afname ten gevolge van de autonome ontwikkeling.

Mogelijke uitzondering betreft de zwarte-sternenkolonie vlak naast de vaarroute van de Nije Mûntsegroppe, en ook vlakbij bij de eventueel te ontwikkelen nevenvaarroute Alde Mûntsegroppe. Deze kolonie bevindt zicht weliswaar buiten het Natura 2000-gebied, maar de kolonie maakt wel deel uit van de populatie in en rond de Alde Feanen en zal ook foerageren in het Natura 2000-gebied. Voor deze soort geldt een instandhoudingsdoelstelling, terwijl de staat van instandhouding ongunstig is. De Mûntsegroppe vormt de belangrijkste vaarverbinding van Oudega naar andere Friese vaarwateren. Hier kan extra golfslag door te snel varen leiden tot verlies van nesten. Mogelijk kan hier een negatief effect optreden ten aanzien van een soort met instandhoudingsdoel. Maar dit effect is sterk afhankelijk van de afstand van de vaarroute tot de kolonie en eventuele aanvullende beschermingsmaatregelen. Ook de recreatie op land in het Natura 2000-gebied Alde Feanen zal ten gevolge van het plan naar verwachting maximaal met 1,6% toenemen. Recreatie vanaf land vindt plaats vanaf nu al beschikbare aanlegplaatsen in het natuurgebied en langs bestaande wegen en paden, die nu al gelegen zijn op locaties waar natuur minder gevoelig is voor recreatie. Negatieve effecten op instandhoudingsdoelen worden niet verwacht.

Samengevat is er als gevolg van het plan sprake van een zeer geringe toename van water- en landrecreatie in de Alde Feanen, maar zal dit niet leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied, behalve mogelijk op zwarte stern indien extra verstoring van de kolonie naast de vaarroute van de Nije Mûntsegroppe (buiten het plangebied) optreedt. Dit effect zal nader getoetst moeten worden als het plan voor deze locatie meer is uitgewerkt. Effecten van stikstofdepositie Vanwege de kleine afstand tot het Natura 2000-gebied Alde Feanen is een stijging van de stikstofdepositie, met name in de aanlegfase, niet uitgesloten. Daarom is AERIUS-berekening uitgevoerd. Het plan leidt in de aanleg- en gebruiksfase niet tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn beschermd. Voor dit onderdeel van het project is dan ook geen vergunning van de Wnb nodig.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

18

4.2

Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in beleidsdocumenten van de provincie Fryslân vaak Ecologische Hoofdstructuur - EHS - genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Fryslân uitgewerkt in het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerd 2018). Natuur buiten het NNN Vanuit het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 wordt buiten de NNNgebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bestaande natuurgebieden en natuurwaarden in agrarisch gebied. Hiervoor zijn kleine natuurgebieden aangewezen als ‘natuur buiten het NNN’. Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op natuurgebieden buiten de ecologische hoofdstructuur moet voorzien in een passende bestemming met gebruiksregels gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van natuurwaarden. Tevens zijn op grond van de Verordening Romte Fryslân 2014 grotere agrarische gebieden aangewezen als weidevogelkansgebieden of weidevogelparels.

De verordening voorziet in een regeling waarmee voldoende openheid en rust van die weidevogelgebieden wordt gehandhaafd, met dien verstande dat de agrarische productiefunctie inclusief de ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven zijn toegestaan. 4.2.1 Inventarisatie De ligging ten opzicht van provinciaal beschermde natuurgebieden is aangegeven in figuur 4. Het hiervoor besproken Natura 2000-gebied Alde Feanen is tevens begrensd als NNN en vormt het grootste natuurgebied in de omgeving, op circa 1,7 km

van het plangebied. Hiermee verbonden zijn de

Mûntsegroppe, eveneens NNN, en weidevogelkansgebied in en bij de Gealanden, op circa 1 km van het plangebied. Dan zijn er diverse kleinere terreinen aangewezen als ‘Natuur buiten het NNN’, waarvan er een grenst aan de zuidoostpunt van het plangebied, ervan gescheiden door een weg. Dit betreft kleine houtige elementen.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

19

Figuur 4. Ligging van het plangebied (rode lijn plan Oudega aan het Water, oranje lijn plan Gealanden), ten opzichte van provinciaal beschermde natuurgebieden; NNN donkergroen, natuur buiten NNN lichtgroen, weidevogelkansgebied blauwgroen (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

4.2.2 Toetsing Gezien de ligging van het plangebied en de aard van de ontwikkeling kunnen negatieve effecten op het NNN en weidevogelgebieden worden uitgesloten. Het plangebied grenst vrijwel aan een ‘Natuurgebied buiten NNN’ maar is hiervan gescheiden door een weg. Gezien de aard van dit natuurgebied (houtig element in agrarisch gebied) en de aard van de ontwikkeling kunnen ook hier negatieve effecten worden uitgesloten.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

20

5

Conclusie en consequenties 5.1

Beschermde soorten

Op basis van het veldbezoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van beschermde soorten dieren en planten ontstaan. Voor het gebouw op de locatie It Miensker treden negatieve effecten ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen op; hiervoor zijn al mitigerende maatregelen uitgewerkt in een activiteitenplan en is ontheffing Wnb aangevraagd en verleend. Negatieve effecten op foerageergebied en potentiële vliegroutes kunnen worden uitgesloten door voorwaarden ten aanzien van vleermuisvriendelijke verlichting op te nemen in het bestemmingsplan. Dit is van belang voor die locaties waar nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien: de haven en het recreatiegebied direct ten zuiden hiervan, alsmede de straat Op ’e Wâl en de randen van de haven die de locatie It Miensker kunnen verbinden met en deze lijnvormige structuren. Negatieve effecten ten aanzien van andere diergroepen en planten kunnen worden uitgesloten. Indien het plan wijzigt waarbij sloop of verbouwing van gebouwen (anders dan de voormalige zuivelfabriek It Miensker en de voormalige kunstmestloods) toch onderdeel worden van het plan, zal nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van mogelijke nest- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen en vleermuizen noodzakelijk zijn om te bepalen of negatieve effecten optreden en een ontheffing Wnb noodzakelijk is.

Daarnaast moeten het broedseizoen van vogels en de zorgplicht van de Wnb voor zoogdieren en amfibieën die vallen onder de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân in acht worden genomen bij de aanlegwerkzaamheden.

5.2

Beschermde gebieden

Wnb beschermde gebieden Op basis van de stikstofberekening kan worden bepaald of een vergunning van de Wnb nodig is voor de uitvoering van het plan. Als gevolg van het plan is sprake van een zeer geringe toename van water- en landrecreatie in de Alde Feanen, maar zal dit niet leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied, behalve mogelijk op zwarte stern indien extra verstoring van de kolonie naast de vaarroute van de Nije Mûntsegroppe (buiten het plangebied) optreedt. Dit effect zal nader getoetst moeten worden als het plan voor deze locatie meer is uitgewerkt. Ten aanzien van andere aspecten is voldoende beeld ontstaan van effecten op Wnb beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden) en treden geen significant negatieve effecten op.

Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020

21

Beschermde gebieden in het kader van provinciaal ruimtelijk beleid Er is voldoende beeld ontstaan van effecten op in het kader van provinciaal ruimtelijk beleid beschermde natuurgebieden. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Verordening Romte Fryslân.

5.3

Advies voor versterking van natuurwaarden

Tijdens het opstellen van dit rapport komen twee aandachtspunten voor natuurwaarden naar voren: 1. Vliegroutes en foerageergebieden voor vleermuizen beschermen en verbeteren De zorg voor vliegroutes en foerageergebieden voor vleermuizen is belangrijk en kansrijk, in verband met verblijfplaatsen in en nabij het noordelijk deel van het plangebied (gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis) en het vóórkomen van meer- en watervleermuis in de omgeving. In paragraaf 5.1 is al aangegeven dat het wenselijk is om regels op te nemen in het bestemmingsplan om verstoring van foerageergebied en potentiële vliegroutes van vleermuizen door verlichting te voorkomen. Daarnaast kunnen foerageergebied en vliegroutes ook actief verbeterd worden door los van het bestemmingsplan de verlichting en de beplanting vleermuisvriendelijker te maken. Dit is zinvol en kansrijk voor de genoemde potentiële vliegroutes (haven en Alddjip, en de wegen met laanbomen (Gealânswei aan westrand en de Eastersânning aan de oostrand)). Vleermuisvriendelijker inrichting is mogelijk door bijvoorbeeld de verlichting te beperken, de uitstraling naar de omgeving te voorkomen met aangepaste armaturen en/of toepassing van amberkleurige alsmede de aanplant van laanbomen. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10228422/1