CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 Bijlagenboek bij Plan-projectMER Oudega Het Meer

Het Debat 19 september 2023, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Bestemmingsplan en Milieueffectrapport (MER) Oudega – Nije Aldegeaster Sânning27.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

PLAN- EN PROJECTMER HET MEER Oudega aan het water 17 maart 2023

1/140

DATUM KENMERK

17 maart 2023 20211649.01_MERv0.1

PROJECTLEIDER

ir. T.B.J. Bremer

OPDRACHTGEVER Gemeente Smallingerland PROJECTNUMMER 20211649.001 AUTEUR STATUS

2/140

H.M. Smit Definitief

Bijlage 1 Ontwerp Meer bij Oudega

ontwerp MEER BIJ OUDEGA

Versie | juni 2021

ontwerp MEER BIJ OUDEGA Gemeente Smallingerland Werkgroep Doarsplein oan it wetter Dorpsbelang Oudega Provinsje Fryslân

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding

6

1.1. | Achtergrond 1.2 | Het Meer bij Oudega

6

1.3 | Proces en totstandkoming

6

1.4 | Leeswijzer

6

2. Landschap en historie

8

2.1 | Historie 2.2 | Landschap

8

3. Naar een nieuw meer

10

3.1 | Uitgangspunten voor een nieuw meer 3.2 | Denklijn voor het nieuwe meer

10

3.3 | Het idee

13

4. Schetsontwerp het Meer

14

4.1 | Hoofdopzet 4.2 | Bijzondere plekken

14

4.3 | De oevers

23

4.4 | Relatie met het meer bij het dorp (Masterplan Waterfront Oudega)

23

6

8

12

15

1

INLEIDING 1.1. | Achtergrond De gemeente Smallingerland en de provincie Fryslân werken er sinds een aantal jaar aan om de ligging van Oudega aan het water te versterken. Dit bestaat uit twee delen: Waterfront Oudega: het gebied direct ten zuiden van het dorp, rond de haven, waar een klein meer wordt aangelegd met daaraan gekoppelde recreatie en woningen. Hiervoor is in 2020 het Ontwerp Masterplan Waterfront Oudega vastgesteld. De uitvoering is gestart met de sloop van de voormalige zuivelfabriek. In de herfst van 2021 start het graafwerk. Het Meer bij Oudega: een groot gebied, iets op afstand van het dorp, dat omgevormd wordt naar een meer met recreatieve en natuurlijke waarden.

1.2 | Het Meer bij Oudega Dit document gaat in op het Meer bij Oudega. We laten zien wat de kansen en kwaliteiten zijn van het gebied en hoe het Meer vorm zal krijgen. Daarbij geven we ook aandacht aan de bijzondere plekken die met de aanleg van het meer ontstaan en worden gemaakt. Het projectgebied voor het grote meer omvat globaal genomen de gronden ten zuiden en oosten van het voormalige baggerdepot tot aan het Alddjip en de Wide Ie. Op de kaart hiernaast is het gebied te zien.

1.3 | Proces en totstandkoming Bij het maken van de plannen voor het grote meer zijn veel inwoners en organisaties betrokken geweest. Een vaste klankbordgroep met een vertegenwoordiging vanuit de recreatiesector, de landbouw, de natuur en het dorp. Tijdens digitale inloopavonden op 24 november en 1 december 2020 is alle inwoners van Oudega de gelegenheid geboden om te reageren. In diezelfde periode is het ontwerp via internet raadpleegbaar geweest. Via een prikbord en e-mailformulier konden

Plangebied Meer bij Oudega

ook reacties worden achtergelaten. Alle input heeft uiteindelijk geleid tot een schetsontwerp voor het Meer bij Oudega.

1.4 | Leeswijzer Allereerst gaan we in op het landschap en de historie. Wat vertellen zij ons over het gebied en hoe kunnen we daar aan verder bouwen? Dan geven we inzicht in de wensen voor de ontwikkeling van het gebied in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt het schetsontwerp voor het Meer van Oudega toegelicht.

6

ontwerp Meer van Oudega | 2021

ontwerp Meer van Oudega | 2021

7

2

LANDSCHAP EN HISTORIE 2.1 | Historie De Aldegeaster Sânning legt de basis voor het huidige landschap. Op oude kaarten is te zien hoe het meer tot aan de zandrug reikt waar het dorp Oudega ligt. Het meer wordt in de jaren ‘20 ingepolderd. De rafelranden van het meer blijven wel herkenbaar in het landschap door hoogteverschillen en het beloop van sloten. Om Oudega wel via het water bereikbaar te houden wordt met de inpoldering ook het Alddjip gegraven. Nog steeds een markante lijn in het landschap die mee knikt met de dijk van de polder. Aan de rand van Oudega ligt sindsdien de haven van het dorp. In de afgelopen decennia heeft ruilverkaveling in het gebied plaatsgevonden. De smalle percelen zijn breder geworden en houtsingels zijn verdwenen. Bij de recentelijke herinrichting van het baggerdepot zijn veel van deze singels weer herplant.

Kaartbeeld hoogteverschil Oudega

BESLOTEN

kaartbeeld 1925

kaartbeeld 1955

Kaartbeeld overgang landschap Oudega

HALFOPEN

OPEN

kaartbeeld 2018

2.2 | Landschap Oudega ligt op de overgang van de Friese Wouden naar het waterrijke en weidse veengebied. Dat is goed te zien in het landschap. Van noord naar zuid gaat het landschap over van een hoger liggend, besloten gebied met houtsingels op oude zandruggen naar een steeds minder beplant, laag gelegen en onbebouwd

Landschappelijke opzet: van een besloten landschap in het noorden naar een open en weids landschap in

veenweidelandschap in het zuiden. Met daartussen een oude droogmakerij, die heel kenmerkend

het zuidelijk deel van het gebied.

als polder is verkaveld met rechte lijnen en verspreid liggende erven. Deze verschillen op zo’n korte afstand maken het gebied aantrekkelijk en bijzonder.

8

ontwerp Meer van Oudega | 2021

ontwerp Meer van Oudega | 2021

9

3

NAAR EEN NIEUW MEER 3.1 | Uitgangspunten voor een nieuw meer

Maak voldoende aanlegplekken (minimaal 25) die verschillen. Marrekriteplekken die meer

Bij het ontwikkelen van het Meer bij Oudega is er vanuit de toekomstige gebruikersgroepen in

Laat wandel- en fietsroutes langs het meer lopen;

beeld gebracht wat zij van belang vinden bij het ontwerp van het nieuwe meer. In diverse sessies

Zoek een plek voor een uitzichtpunt;

is deze inbreng bij elkaar gelegd en gezocht naar koppelkansen en mogelijkheden om elkaar te

Maak ruimte voor hengelsporters en overstappunten voor kanoërs.

vrij liggen, juist aan een grasoever of aanlegplekken aan een boei in het water;

versterken.

Beheer en onderhoud Landschap

We hebben meteen vanaf de start ook de aandachtspunten rond beheer en onderhoud van het

Vanuit de landschappelijke kenmerken en cultuurhistorische waarden hebben we een aantal

meer meegenomen. De belangrijkste daarvan zijn:

uitgangspunten benoemd voor het vormgeven van het nieuwe meer:

Bescherm de dijk langs de polder voor golfslag van het water van het meer met het oog op

Houd de oorspronkelijke oost-westrichting van het water (Wide Ie, Wide Mûntsjegroppe,

de overheersende zuidwestenwind;

Smelle Ie) zichtbaar;

Maak oevers met natuurlijke middelen.

Zorg dat de opvaart herkenbaar blijft door voldoende lengte van de vaart te houden; Houd de polder scherp en herkenbaar met de huidige dijk als rand aan het water; Maak nieuwe natuurlijke oevers als contrast; Doseer en kies een aantal recreatieve punten, zodat het nieuwe meer zich heel natuurlijk voegt in het landschap (alsof het altijd al zo was); Verbind het informele netwerk van wandelen, varen en fietsen: dat geeft meerwaarde voor de beleving van het gebied.

Natuur De aanleg van een nieuw meer kan ook veel betekenen voor de natuur en biodiversiteit in het gebied. We hebben nagedacht welke kansen het nieuwe meer kan bieden voor de inrichting van het gebied: Maak natuurvriendelijke oevers en varieer daar ook in, waarbij de westzijde een luwe oever kan zijn; Denk aan enkele eilanden speciaal voor de natuur; Onderzoek of er ruimte is voor de aanleg van enkele petgaten die interessant zijn voor vooral insecten en specifiek libellen.

Recreatie De wens om Oudega meer onderdeel uit te laten maken van het oostelijke Friese Merengebied is de aanleiding om het meer aan te leggen. Het meer moet dan ook zeker ruimte geven aan de watersport. Vanuit de recreatie- en watersportsector hebben we de volgende uitgangspunten geformuleerd: Zorg voor een groot open water waar ook zeilwedstrijden mogelijk zijn (minimaal 500 bij 500 meter water zonder obstakels); Zorg voor een voldoende diepe vaargeul richting Oudega (min 1.75m diep); Bestaande situatie

10

ontwerp Meer van Oudega | 2021

Toekomstige situatie

ontwerp Meer van Oudega | 2021

11

3.2 | Denklijn voor het nieuwe meer

3.3 | Het idee

Belangrijk is dat het Meer bij Oudega zich op een logische manier in het landschap en de

De twee principes hebben we vertaald tot een basisidee voor het Meer bij Oudega. De continuïteit

omgeving voegt: alsof het nooit anders is geweest. Om dat beeld te kunnen bewerkstelligen

zoeken we in het doorlopende beeld van de oevers van oost naar west. Het unieke geven we on-

kijken we op een hoger schaalniveau naar de plek van het meer in de omgeving.

der andere vorm door de overgang van het besloten, ‘smûke’ noorden naar het ‘iepen’ zuiden te versterken. Niet alleen in de inrichting op het land, maar ook in de beleving vanaf het water. Smal,

Het nieuwe meer vormt een verbreding, een diepe inham, van de oost-west lopende wateren

ingeklemd water in het noordelijk deel op het bestaande Alddjip dat breder wordt op de overgang

Wide Ie, Wide Mûntsjegroppe en Smelle Ie. Hoewel het Meer groter wordt, lijkt de verbreding wel

en weids en uitgestrekt in het open veenweidegebied.

op de verbreding bij het Stobbegat. Ook prikt het nieuwe meer ver naar het noorden en raakt het Meer daar de beslotenheid van de oude zandruggen. Voor de logische inpassing van het meer in het landschap betekent dat twee belangrijke principes: 1. Continuïteit: Zorgen dat de continue oost-westlijn van het water beleefbaar blijft; 2. Uniciteit: Zorgen dat de randen van het Meer verder bouwen aan het contrast van het omliggende landschap: besloten in het noorden en weids in het zuiden, zodat het meer ook uniek wordt voor en van Oudega.

OUDEGA AAN HET WATER – OMGEVING

OUDEGA AAN HET WATER – OMGEVING

SMAL

SMÛK BREED OUDEGA AAN HET WATER – CONCEPT Twee basisprincipes: 1. Meer als onderdeel van de grotere lijn Grou – Drachten: continuïteit 2. Meer als unieke plek van Oudega: uniciteit

SMAL

BREED

SMAL

IEPEN

Hoog en besloten

WEIDS

Laag en open

Denklijn voor het grote meer

12

ontwerp Meer van Oudega | 2021

Principe opzet voor het grote meer

ontwerp Meer van Oudega | 2021

13

4

SCHETSONTWERP HET MEER 4.1 | Hoofdopzet

4.2 | Bijzondere plekken

Het zuidelijk deel van het Meer is open en ruim zodat er flink gezeild kan worden.

Op en rond het meer ontstaan verschillende bijzondere plekken. Deze plekken maken het Meer

Het noordelijk deel van het Meer is meer besloten. Daar zijn ook de meeste ligplaatsen. Door deze

uniek in de omgeving en zorgen voor extra gebruiks- en belevingswaarde van het Meer, zowel

tweedeling ontstaat er een mooie geleding van weids naar meer besloten richting Oudega.

voor de mens als voor de natuur.

Dit landschappelijke verschil wordt versterkt door een bomenrij langs het noordelijk deel van het meer. De bomenrij loopt langs het fietspad dat de Gealânswei met de Geasten zal verbinden.

1. Het noordelijke deel Het noordelijke deel is de plek waar het Alddjip zich voor het eerst verbreed. Tussen de eilanden

De westzijde van het Meer is gevarieerd. Hier is de mogelijkheid om aan wal te gaan en het varen

en de oevers door is een eerste glimp van het grote meer te zien. En omgekeerd: vanaf het grote

te combineren met wandelen of fietsen. Er is een plek voor een trailerhelling en een

meer is te zien dat er voorbij de eilanden nog meer te beleven is.

informatiepunt. Aan deze kant zijn veel aanlegplekken, brede natuuroevers en in de noordelijke

In de noordelijke kromming van het meer komt een hondenlosloopstrandje. Dat was een van de

punt een hondenlosloopstrandje. Langs het zuidelijk deel van de westoever van het meer wordt

wensen van de inwoners van Oudega. Het strandje ligt verscholen achter een brede, deels

ook een ‘strúnpaad’ aangelegd.

beplante oever, waar het fijn wandelen is. De fietsers rijden achter de dijk, op de rand van het landbouwgebied en beschut door de bomenrij. De beplanting op de oever is zo gekozen dat ze

Aan de zuidzijde scheidt een eiland het Meer van de doorgaande vaarroute Drachten - Earnewâld.

aantrekkelijk is voor vlinders, bijen en insecten.

Dit eiland kan ook bij zeilwedstrijden worden gebruikt door de wedstrijdleiding. Langs de noordzijde van het Meer, voor de polder, liggen drie eilanden. Deze eilanden beschermen de polderdijk door te zorgen dat golfslag op het meer als gevolg van de zuidwestenwind wordt gebroken. Aan de oostzijde ligt een rietzone met erachter aanlegplekken in de luwte. Deze rietzone en de eilanden markeren bovendien de loop van het Alddjip. Langs de zuidzijde van De Geasten liggen agrarische gronden. Een deel hiervan wordt omgevormd tot het Meer. De overgebleven gronden (ongeveer 20 ha) worden naar verwachting ingericht als weidevogelgebied met agrarisch natuurbeheer. In de zuidelijke punt, waar het meer en de Wide Mûntsjegroppe elkaar raken, komt een uitzichtpunt. Hier kun je de zon zien opkomen in het oosten en zien ondergaan in het westen. Langs het weidevogelgebied en het water aan de zuidzijde komt een fietswandelpad richting de Skeane Heawei.

14

ontwerp Meer van Oudega | 2021

ontwerp Meer van Oudega | 2021

15

ontwerp MEER BIJ OUDEGA

2. De poort naar het water Waar de Geasten het meer bijna raakt, is de ‘poort naar het water’. Op deze plek komt een trailerhelling met parkeerplaats. Ook het nieuwe gemaal krijgt hier een plek en een informatiebord over (de ontwikkeling van) het gebied. Er is ruimte om op de oever een natuurlijke tribune te maken, vanwaar je alle zicht hebt op het meer en eventuele wedstrijden op het meer. Ook is het een geschikte plek voor een vissteiger die ook voor fysiek beperkten goed toegankelijk is. Ten noorden van de trailerhelling ligt een lange strook met aanlegplekken. Hier komt ook een kanosteiger. De boten liggen mooi beschut aan de oever, achter de dijk en een fraaie bomenrij.

16

ontwerp Meer van Oudega | 2021

ontwerp Meer van Oudega | 2021

17

3. Het uitkijkpunt

4. De eilanden

Vanaf de parkeerplaats bij ‘de poort naar het water’ kun je wandelen naar het uitkijkpunt op de

Langs de polderdijk liggen drie eilanden. De eilanden zorgen voor bescherming van de dijk, maar

zuidpunt van de oever. Het wandelpad loopt over de dijk, aan de voet van de dijk is ook een

bieden ook ruimte voor recreatie en natuur. Het middelste eiland wordt een voor mensen

struin- en beleefpad waar het water en de natuur binnen handbereik zijn.

ontoegankelijk natuureiland. Hier krijgt de natuur alle ruimte om zich te ontwikkelen. Het

Het uitkijkpunt moet het landmark van Oudega worden: een baken dat iedereen op afstand

noordelijke eiland is een eiland met enkele aanlegplekken en een grasveld voor sport en spel.

herkent en verbindt met Oudega. Het ontwerp van het uitkijkpunt is een aparte opgave. De plek

Langs de zuidelijke rand komt beplanting, waardoor de aanlegplekken en het speelveld in de

van het uitkijkpunt maakt het mogelijk om de loop van de zon te volgen: van opgaan in het

luwte van de zuidwestenwind liggen.

oosten tot ondergaan in het westen.

Het oostelijke eiland is een plek om te pionieren. Hier kan ook de natuur meer de ruimte krijgen,

Vanaf het uitkijkpunt is er een prachtig zicht over het nieuwe meer, over de Wide Ie, Wide

maar is er ook plek om te klimmen, te klauteren of te spelen in de natuur. Er is een enkele

Mûntsjegroppe en Smelle Ie. Maar ook zicht op de Alde Feanen, het houtsingellandschap bij

aanlegplek aan de zijkant van het eiland.

Oudega en de weilanden richting Nij Beets.

Natuurlijke laagtes maken het mogelijk om de eilanden met de kano te doorkruisen. Dat geldt ook voor het stukje Alddjip ter hoogte van het natuureiland. Hier wordt het water ondieper, waardoor er een mooie natuurzone kan ontstaan die alleen nog met de kano toegankelijk is. Ten zuiden van de drie eilanden is een rietzone gedacht met ligplaaten. De rietzone beschermt de oever en de ligplaatsen.

18

ontwerp Meer van Oudega | 2021

ontwerp Meer van Oudega | 2021

19

DWARSDOORSNEDE TER HOOGTE VAN HET HONDENSTRAND

20

DWARSDOORSNEDE TER HOOGTE VAN DE AANLEGSTEIGER

DWARSDOORSNEDE TER HOOGTE VAN DE EILANDEN

DWARSDOORSNEDE TER HOOGTE VAN DE ECOLOGISCHE WATERZONE

DWARSDOORSNEDE TER HOOGTE VAN DE OOSTELIJKE OEVER

ontwerp Meer van Oudega | 2021

ontwerp Meer van Oudega | 2021

21

5. Het fûgeltsjelân - weidevogelgebied De gronden ten zuiden van de Geasten worden optimaal ingericht als fugeltsjelan. De bestaande,

4.3 | De oevers

oude zetsloot blijft liggen, maar wordt meer open gemaakt. Het gebied krijgt een natuurlijk agra-

De oevers van het meer verschillen aan beide zijden. De oostelijke oever is de bestaande kering

risch beheer, gericht op het ontwikkelen en in standhouden van het gebied als weidevogelgebied,

langs het Alddjip. Deze oever is een heldere lijn en bestaat uit een grasdijk. Deze meer rechtlijnige

vooral voor soorten als grutto en kievit.

oever vormt een mooi contrast met de westelijke oever. De westelijke oever is juist een grotendeels natuurlijke oever. Alleen bij de aanlegplekken is er een rechte kering. De natuurlijke oevers hebben een geleidelijk en gevarieerd talud. De dijk zelf is vrij van bomen. Vanaf de teen van de dijk worden diverse bloeiende en vruchtdragende heesters en struiken aangeplant. Langs het zuidelijk deel van de westoever wordt ook aandacht besteed aan een passende onderwatervegetatie met soorten die onder water blijven, deels boven water zichtbaar zijn en drijvende vegetatie. Te denken valt aan gele plomp, lisdodde, krabbenscheer en fonteinkruid. De ondiepe zone voor onderwatervegetatie wordt gemarkeerd voor de recreatieve vaart.

4.4 | Relatie met het meer bij het dorp (Masterplan Waterfront Oudega) Naast het grote meer wordt bij het dorp Oudega, ten zuiden van de haven, ook een kleiner meer gegraven. De aanleg van dit meer is onderdeel van het Masterplan Waterfront Oudega. Het masterplan zet in op een nieuwe koppeling van Oudega met het open water. Een nieuw meer bij het dorp biedt kansen voor een dorpsplein aan het water, geeft ruimte voor recreatieve activiteit bij het dorp en zet in op nieuwe horeca, wonen en verblijfsrecreatie. De insteek is dat beide meren elkaar aanvullen en versterken. Bij het meer bij het dorp ligt het accent daarom op reuring en dynamiek. Het grote meer richt zich op ruimte en rust met beperkte voorzieningen en activiteiten. Watersport en natuurbeleving staan hier voorop.Colofon

22

ontwerp Meer van Oudega | 2021

ontwerp Meer van Oudega | 2021

23

COLOFON

Totstandkoming ontwerp Meer bij Oudega Dit ontwerp is tot stand gekomen in samenwerking met vertegenwoordigers van dorpsbelang Oudega, It Fryske Gea, LTO, de Marrekrite, het Watersportverbond, Watersportvereniging Oudega, de Vogelwacht Oudega en De Veenhoop. Uitgave Gemeente Smallingerland en provincie Fryslân Tekst BügelHajema Vormgeving Provincie Fryslân Foto’s en illustraties BügelHajema

Juni 2021

Bijlage 2 Notitie locatie gemaal

Rapport peilwijziging

Definitief Documentnummer …………………………………….. Leeuwarden, 24 december 2019

ONTMANTELING BAGGERDEPOT OUDEGA LIFE EUROPESE DUURZAME PROJECTEN

IN OPDRACHT VAN

Opgesteld door: Dhr. H. Vries

Projectleider opgave Infrastructuur

Project ontmanteling baggerdepot Oudega

De Nederlandse laagveengebieden zijn belangrijk voor de waterrijke ecosystemen. De Alde Feanen en It Wiid te Earnewâld behoren tot deze zogenoemde N2000gebieden. In het kader van het LIFE project Booming Business is er in het gebied Alde Feanen grootschalig gebaggerd. De vrijkomende baggerspecie is geplaatst op een landdepot aan de Gealânswei en de Geasten onder Oudega (Smallingerland). Nu de rijping van de baggerspecie heeft plaatsgevonden is het van belang om in de eindtoepassing te voorzien. Een belangrijk uitgangspunt daarin is de waterbodemkwaliteitskaart. Hierin is de kwaliteit van de sliblaag binnen het beheergebied inzichtelijk gemaakt. De Regeling bodemkwaliteit stelt dat voorafgaand aan onderhoudsbaggerwerkzaamheden de milieu hygiënische kwaliteit van de baggerspecie bekend moet zijn. De waterbodemkwaliteitskaart mag hiervoor als bewijsmiddel dienen. Dit zorgt ook voor bredere toepassingsmogelijkheden van de baggerspecie. In dit specifieke geval verspreid baar op landbodem. Inventariseren In de voorbereiding is onderzocht op welke (circulaire)wijze de verwerking van de baggerspecie mogelijk is. Daaruit komt naar voren dat er voor de mogelijkheden een belangrijke integraliteit is met het project Oudega aan het water. Vanwege de onderlinge relatie is het watersysteem zo veel mogelijk als één geheel benaderd.

Het ontmantelen van het baggerdepot heeft een relatie met: - Watergebiedsplan Alde Feanen e.o. (figuur 1) - Oudega aan het water “Rood”, dorpsplein ontwikkeling (figuur 2) “Blauw”, water recreatie Figuur 1 (bron: Wetterskip Fryslân) Watergebiedsplan Alde Feanen e.o.

Figuur 2 (bron: Gebiedsvisie OPFM) Schets Oudega aan het water In het watergebiedsplan Alde Feanen e.o. staat benoemd dat het Wetterskip Fryslân concrete waterbeheersingsmaatregelen wil integreren in de uitvoeringsplannen van Oudega aan het Water. Grondeigenaren binnen de doelrealisatie van dit project hebben aangegeven te willen beschikken over ruilgronden. Daarmee is de realisatie van het project volledig afhankelijk van de beschikking over de grondpositie welke in de huidige situatie in gebruik is als baggerdepot. De ontmanteling van het baggerdepot biedt tevens mogelijkheden voor herinrichting en waarbij er gelijktijdig naar een eerste optimalisatie in het watersysteem kan worden gekeken. Het overgrote deel van het plangebied ligt zodanig laag dat de waterafvoer, vanuit vele kleine peilvakken, uiteindelijk via bemaling op de boezem plaatsvindt.

Plangebied Het plangebied ligt in centraal Friesland en is binnen de watersysteem bekend als het watergebiedsplan Alde Feanen e.o.. Waarin het betrekking heeft op het bemalingsgebied Oosterzanding. In het landschapstype gelegen op de begrenzing tussen het zandgebied en het laagveengebied (figuur 3).

Figuur 3, Vereenvoudigde bodemkaart, overeen komend met de verschillende landschapstypen binnen het plangebied (bron watergebiedsplan Alde Feanen e.o. |Wetterskip Fryslân).

Koppelkansen Voor de toepassingsmogelijkheden van de baggerspecie zijn in het voortraject een aantal mogelijkheden verkent. In de vorm van een bijdrage aan verbetering van het watersysteem of een koppelkans, te weten: 1. Ophoging van landerijen 2. Demping watergang t.b.v. kadestabiliteit 3. Toepassen als kernvulling bij kade reconstructie in afwijking op de afkeurhoogte Ten tijde van het concretiseren van de maatregelen is er voortdurend afstemming geweest met Nynke Vellinga (hydroloog), Jan Anema (grondstromen coördinator), André Seinstra (ontwerpcoördinator) en Libbe Zijlstra (projectleider) binnen Wetterskip Fryslân. Laatst genoemde is eveneens betrokken bij het project oahw.

1. Ophoging landerijen De aanwezige peilen hebben een belangrijke invloed op de mate van ophoging van de landerijen. Rekening houdend met de droogleggingsnormen en de inpassing van een recreatie water “Oudega blauw” (oahw). Waarbij uiteindelijk een groot deel, circa 50 hectare, van het peilgebied en haar watersysteem zal komen te vervallen. Vanuit het project oahw is bekent dat er een polder gehandhaafd blijft en bemaling daarvoor noodzakelijk is. Besluitvorming hier omtrent heeft inmiddels plaatsgevonden dat dit d.m.v. een nieuw te bouwen gemaal zal plaatsvinden. Om de bemalingscapaciteit van de nieuwbouw (gemaal) zo laag mogelijk te houden is er in het herinrichtingsgebied onderscheidt gemaakt in twee vlakken en de mate van ophoging daarvan: 1. Een geringe ophoging van 0-20cm. Dit is mogelijk voor 16 hectare van het gebied. Wat daarmee kan aansluiten op het vaste peil (-0.45), zie figuur 4. 2. Een maximale ophoging van 0-55cm. Dit is mogelijk voor 21,5 hectare van het gebied. De afvoer hiervan via het nieuwe gemaal zijn, zie figuur 5.

Figuur 4, ophoging tot 20cm

Figuur 5, ophoging tot 55cm

Voor de maximale ophoging (punt 2) zijn er twee opties om aan te sluiten op het watersysteem: A. Koppelen op een hoger gelegen peil van -0,80 zp / -1,00 wp B. Toepassen als een (natuurlijk)tussenpeil A. Koppelen op het hoger gelegen peil van -0,80 zp -1,00 wp De ophoging vindt plaats in het peilvak -1,30 zp / -1,65 wp. Bij een koppeling op het peil -0,80 zp / 1,00 wp kan de ophoging gelijk aan de verhoging van het waterpeil (50cm) zijn. De drooglegging is daarmee gelijkblijvend. Een aandachtspunt is het winterpeil dit sluit niet op elkaar aan. Hier zou er voor gekozen kunnen worden om een tussengelegen waarde te hanteren. Het winterpeil zou dan met 7cm stijgen. Uit de leggerkaart (figuur 6) blijkt een koppeling mogelijk. Bij nadere detaillering en veldonderzoek komt naar voren dat de benodigd watergang voor de verbinding onlangs vergund is om te dempen. Een directe verbinding op het peil -0,80 zp / -1,00 wp is daardoor niet (meer) mogelijk en de mogelijkheid voor creëren van een robuuster peilvak.

B. Toepassen van een (natuurlijk)tussenpeil Vanuit het perspectief van de ontmanteling van het baggerdepot heeft deze toepassing de voorkeur. De wijzigingen hebben geen invloed heeft op de bebouwde omgeving dan wel belanghebbenden buiten het herinrichtingsgebied.

Benodigde verbinding

Doormiddel van een stuw kan de aansluiting worden gemaakt op het peil -0,40 zp / -0,65 wp. Het waterpeil (figuur 5) kan evenredig met de ophoging omhoog naar -0,80 zp / - 1,15 wp. Aandachtspunt richting de realisatie oahw: i. Uiteindelijk stagneert de afvoer van het peil -1,40 zp / -1,65 wp omdat natuurlijke afwatering via het peil van -1,60 zp / -1,85 wp richting de huidige onderleider (rond 700mm) is niet meer mogelijk. Hiervoor figuur 6, leggerkaart Wetterskip Fryslân staat een nieuwe onderleider (rond 300mm) gepland bij realisatie van het plan oahw. ii. Verder heeft het invloed op het peil -0,80 zp / -1,00 wp hiervoor zijn twee alternatieven. - Koppelen op de onderleider via het natuurlijk verloop. Dit heeft invloed op de dimensionering van de onderleider, voorlopig vastgesteld op rond 300mm. - Of koppelen op het peil -0,40 zp / -0,65 wp. In dat geval zal een tussengelegen peil van -0,80 wp gehanteerd moeten worden. Figuren 7 en 8 laten de invloed op de drooglegging zien.

figuur 7, bestaande drooglegging

figuur 8, drooglegging nieuw peil -0.80wp

Het optimale landbouwpeil (berekend met grondsoort, drooglegging, doelrealisatie) is voor het noordelijke deel -0,93 m. Er kan overwegen worden om het naar -0,9 te brengen. Overigens maakt dit de drooglegging in het hoogste peilvak dan net te groot, dit vergt afstemming met stakeholders. Het is voor de handliggender om de peilen te koppelen en o.b.v. natuurlijk verloop via een onderleider af te voeren richting het gemaal Oosterzanding. In dat geval heeft het geen enkele invloed op het huidige watersysteem of haar stakeholders. Aandachtspunt is dan of de berekende dimensionering van de onderleider, van rond 300mm, volstaat.

2. Demping watergang t.b.v. kadestabilteit Buiten het plangebied van Oudega aan het water blijft een gedeelte van circa 1500 meter regionale kering bestaan. Ten behoeve van de stabiliteit is het gewenst om de achterliggende watergang te dempen. De opvulgrond moet van hetzelfde materiaal zijn als de grond in de aangrenzende percelen. De kwaliteit van de baggerspecie is hiervoor niet toereikend. Op een later moment, bij de uitvoeringsfase van Oudega aan het water, kan met gebiedseigen grond invulling aan deze doelstelling worden gegeven. Er wordt binnen het gedeelte waar de ontmanteling in combinatie met de herinrichting plaatsvindt hier al op voorgesorteerd. Door geen watergang achter de kade langs gesitueerd. 3. Toepassen als kernvulling bij kade reconstructie in afwijking op de afkeurhoogte Jan Annema geeft aan dat het beleid venig materiaal, hoewel niet benoemd ook niet uitsluit. Uit de analyse van de geotechnisch van Wetterskip Fryslân en vanuit de ervaringen van de Burd is geconcludeerd dat dit niet aansluit op de beleidskaders en dat het te behalen voordeel niet opweegt tegen de neven effecten. Concretisering wijzigingen Het bemalingsgebied van de Oosterzanding kenmerkt zich door vele (kleine) peilvakken. Uit de verkenning van de koppelkansen blijkt t.a.v. de ontmanteling baggerdepot enkel punt 1 realiseerbaar.

De optimalisering zit in het vergroten van het gebied wat aansluit op het vaste peil. Het geen wat uiteindelijk ook een positieve invloed heeft op de noodzakelijke capaciteit van het niet te bouwen gemaal. In een later stadium (bij realisatie van oahw) zou daar nog aan toegevoegd kunnen worden het streven naar het vergroten van het peilvak. Er is een mogelijkheid om het (tussengelegen)peil -0,80 zp / -1,00 te koppelen op de twee noordelijke peilvakken. Zo kan aanvullend nog invulling gegeven worden aan het voorkomen van versnippering in waterpeilen. Om een zo robuust mogelijk watersysteem te verkrijgen. De wijzigingen / aanpassingen in de waterhuishouding hebben geen intensivering van inzet van medewerkers dan wel hogere kosten voor Wetterskip Fryslân tot gevolg. Ten aanzien van de assets beperkt de ingreep zich tot onderstaande wijzigingen: - KDU-F4225 peil scheidende duiker > wijzigen naar de functie van een reguliere duiker - KST-L189 Stuw met schuif kan vervallen - KST-L184 Stuw met schuif verplaatsen Op verzoek van de grondeigenaren wordt binnen de herinrichting enkele lengte watergangen gedempt. De nieuw te graven watergangen worden conform het leggerprofiel gerealiseerd en waar nodig vindt aanvullende compensatie plaats d.m.v. het verbreden van bestaande watergangen.

De wijzigingen van de huidige situatie naar de toekomstige situatie zijn weergegeven op een separate bijlage > oahw-046.A_VERG_Peilgebiedenkaarten. Hiermee kan er voor de tijdelijke en in de toekomstige situatie met beperkte maatregelen in het watersysteem het baggerdepot op een duurzaam en verantwoorde wijze worden ontmantelt. Daarnaast wordt rekening gehouden met het gewenste ontwerp en de waterhuishoudkundige inrichting/doelstellingen in het project Oudega aan het water.

Afstemming stakeholders Om overeenstemming over de herinrichting te bereiken zijn de grondeigenaar vanuit de doelrealisatie oahw nauw betrokken. Verder is grondeigenaar van der Velde wiens percelen als een “badkuip” ingesloten liggen in depot erbij betrokken (figuur 9). Zonder zijn medewerking zouden optimalisaties in het watersysteem niet reëel zijn. Daarnaast is er voor het bepalen van de hoogteligging, bewerkingen, toepasbare organisch stof gehalte en de gewenste drooglegging, op verzoek van de toekomstige eigenaren, door de onafhankelijke bodemkundige dhr. K. Kooistra, geadviseerd. In dit rapport wordt een optimale drooglegging van 1,00 meter benoemd. Dit gegeven kan meegenomen worden voor het eventueel bijstelling van het definitieve peil. Het betreffende rapport en de afspraken t.a.v. de herinrichting (waterhuishouding) zijn vastgelegd in de ruilovereenkomsten. Waarop reeds door alle stakeholders mondeling akkoord is gegeven. Eind januari 2020 wordt het concept ruilovereenkomst ondertekend Figuur 9, ingesloten percelen v.d. Velde

Betrokken stakeholders zijn: ▪ M. Boonstra ▪ J. Kooistra ▪ R. Tolboom ▪ R. Dorenbos ▪ B. van der Velde ▪ Beleidsafdeling

Eibertsgeasten 5, Oudega Sanbuorren 42, Oudega Opperbuorren-East 1A, Oudega Eastersanning 16, Oudega Skieppekampen 24, Oudega Gemeente Smallingerland

Bijlage 3 Altenburg en Wymenga advies inrichting natuurwaarden

De Gealannen bij de Mar fan Aldegea Advies m.b.t. inrichting en beheer van het weidevogelgebied en van een natuureiland A&W-rapport 21-389

in opdracht van

De Gealannen bij de Mar fan Aldegea Advies m.b.t. inrichting en beheer van het weidevogelgebied en van een natuureiland A&W-rapport 21-389

M. Sikkema E. Wymenga

Foto Voorplaat Versterking van de kade bij de Gealannen, maart 2022. Op de achtergrond de Zetsloot met grazende reeen in het grasland, foto: M. Sikkema (A&W)

M. Sikkema, E. Wymenga 2022 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea. Advies m.b.t. inrichting en beheer van het weidevogelgebied en van een natuureiland. A&W-rapport 21-389. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden

Opdrachtgever Gemeente Smallingerland Gauke Boelensstraat 2 9203 RM Drachten Telefoon 0512 581234 gemeente@smallingerland.nl

Uitvoerder Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv Suderwei 2 9269 TZ Feanwâlden Telefoon 0511 47 47 64 info@altwym.nl www.altwym.nl

©

Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv. Overname van gegevens uit dit rapport is toegestaan met bronvermelding.

Projectnummer 21-389

Projectleider M. Sikkema

Status Concept

Autorisatie Goedgekeurd

Paraaf M. Koopmans

Datum 17 maart 2022

Kwaliteitscontrole

Paraaf

<<Naam>>

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

Inhoud 1 2

3

4

5

6

7

Inleiding Aldegea oan it wetter in een notendop 2.1 Situatieschets en plannen 2.2 Ligging in het landschap 2.3 Plangebied Weidevogels en recreatie in de Gealanden 3.1 Weidevogels en recreatie 3.2 Verwachte effecten van een fiets- en wandelpad langs de boezemkade 3.3 Alternatieve mogelijkheden Inrichting en beheer De Gealannen 4.1 Toekomstperspectief De Gealannen als weidevogelgebied 4.2 Opgehoogd perceel 4.3 Inrichting van De Gealannen 4.4 Beheer van De Gealannen Inrichting natuureiland 5.1 Aanleg van een natuureiland 5.2 Doelen en functie van het natuureiland 5.3 Gewenste inrichting en beheer 5.4 Risico’s en onzekerheden Aanbevelingen 6.1 Monitoring en periodiek evaluatie 6.2 Overige aanbevelingen Literatuur

1 3 3 4 6 7 7 7 11 13 13 14 15 16 20 20 20 21 23 25 25 25 26

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

1

1 Inleiding Aanleiding Het voornemen bestaat om ten zuiden van Oudega (Small.) een nieuw meer aan te leggen dat een open vaarverbinding krijgt met de Wide Ie: Aldegea oan it wetter. De besluitvorming daarover is afgerond. Inmiddels zijn de planvoorbereidingen voor het meer en daaraan gelieerde zaken in volle gang. Het nieuwe meer wordt gerealiseerd in het oostelijke deel van Polder de Gealannen. In het westelijk deel van dit poldergebied was tot voor kort een baggerdepot gevestigd. Het voornemen bestaat om een deel van dit gebied, ten zuiden van ontsluitingsweg De Geasten, in te richten en te gaan beheren als weidevogelgebied. Voor het optimaal inrichten van dit gebied en het al dan niet inpassen van recreatie in de vorm van fiets- en wandelpaden leven verschillende vragen. Dat geldt ook voor de inrichting van een aan te leggen natuureiland. Deze rapportage gaat in op deze vragen. Polder de Gealannen wordt bevolkt door weidevogels en het zuidelijke deel van de polder moet een inrichting en beheer krijgen dat daar optimaal op is afgestemd. Tegelijkertijd wordt de boezemkade rond de polder op hoogte gebracht. Het voornemen bestaat om een fiets- en wandelpad langs de kade aan te leggen (figuur 1.1).

Aangezien weidevogels een voorkeur hebben voor open en rustige gebieden, is de vraag of dit voornemen past bij de functie voor weidevogels, en zo niet, wat dan mogelijk alternatieven zijn om de functie recreatie een volwaardige plaats in de plannen te geven. Naast het vraagstuk rond het fietspad zijn er vragen omtrent de optimale inrichting en het beheer van het toekomstig weidevogeldeel van Polder de Gealannen. Dit betreft bijvoorbeeld vragen rond de openheid (al dan niet verwijderen van opslag), het waterhuishoudkundige beheer en het landgebruik. De gemeente Smallingerland heeft behoefte aan advies daaromtrent en hoe de inrichting en het beheer kunnen worden geoptimaliseerd met aandacht voor biodiversiteit, landsschappelijke structuur van het gebied en gebruik door mensen uit de omgeving. Daarnaast is in de zuidwesthoek van de polder een perceel abusievelijk met grond opgehoogd. Dit perceel ligt in een hoek waar sprake is van kwel van grondwater, met in de sloten bijzondere vegetaties die van dat grondwater afhankelijk zijn. De vraag is of het zinvol is om het perceel weer in de oorspronkelijke staat te herstellen. Tenslotte bestaat het voornemen om in de noordoosthoek van het meer een reeks eilanden aan te leggen (figuur 1.1).

Deze hebben als voornaamste functie om de golfoploop te remmen en de achterliggende kade te beschermen, de eilanden zijn op het zuidwesten georiënteerd. Eén van die eilanden moet een natuureiland worden. De vraag is op welke manier het eiland het best een bijdrage kan leveren aan de natuur in de omgeving. Doel en vraagstelling De hierboven genoemde onderwerpen zijn onderdeel van deze rapportage. Het doel van deze rapportage kan derhalve als volgt worden samengevat: •

•

•

advisering over het voornemen een fietspad langs de kade aan te leggen langs het toekomstig weidevogelgebied in Polder Gealannen, en zo nodig alternatieven aandragen; advisering over de optimale inrichting en het beheer van het toekomstig weidevogelgebied in Polder de Gealannen, met aandacht voor het abusievelijk opgehoogde perceel; advisering over de optimale inrichting en het beheer van het toekomstig natuureiland.

2

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

Bestaande situatie

Toekomstige situatie

Oudega

Oudega

Figuur 1.1. Beeld van Aldegea oan it Wetter, met links de bestaande situatie en rechts de toekomstige situatie. Daarin is de inrichting aangegeven met de nieuwe waterpartijen.

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

3

2 Aldegea oan it wetter in een notendop Aldegea oan it wetter is een belangrijke ontwikkeling in de streek waarvoor de voorbereidingen al lange tijd in gang zijn. In dit hoofdstuk benoemen we deze plannen kort, maar gaan vervolgens vooral in op het gedeelte van Polder de Gealannen dat na realisatie van de Mar fan Aldegea verder ingericht moet worden. We doen dat aan de hand van een beknopte schets van de ligging in het landschap.

2.1

Situatieschets en plannen

Mar fan Aldegea In figuur 2.1 is een plantekening van het ontwerp van de Mar fan Aldegea opgenomen. Daarin is te zien, dat het oostelijk deel van Polder de Gealannen wordt ontpolderd. Langs de noordoostoever komen eilanden te liggen, zodat bij de overheersende zuidwestenwind golven worden gedempt en oeverafslag wordt voorkomen. Plangebied Het plangebied voor deze rapportage is naast het natuureiland in de Mar fan Aldegea, het voorgenomen weidevogelgebied. Dat is gelegen ten zuiden van de landbouwontsluitingsweg De Geasten met westelijk van het weidevogelgebied een deel waar moerasnatuur is beoogd. De boezemkade langs de zuidrand wordt door Wetterskip Fryslân verhoogd en verstevigd. Op de plankaart is met een rode stippellijn het fiets- en wandelpad aangegeven dat gepland is langs de boezemkade. Aan de westrand van het nieuwe meer zijn verschillende voorzieningen zichtbaar, waaronder een parkeerplaats, botenhelling (voor kleine bootjes) en een visplek.

Figuur 2.1 Plantekening van de ‘Mar fan Aldegea’. Bron projectdocumenten gemeente Smallingerland. Met de rode stip is het per abuis opgehoogde perceel aangegeven (zie vragen in de Inleiding, en paragraaf 4.2).

4

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

Plannen in de omgeving De ontwikkeling van de Mar fan Aldegea vindt plaats in een omgeving waarin meerdere gebiedsprocessen spelen. In de eerste plaats is sprake van herontwikkeling van het havengebied Aldegea. Naast een nieuwe haven, worden hier o.a. enkele nieuwe woningen en een nieuw strand aangelegd. De werkzaamheden zijn reeds gestart. In de tweede plaats spelen - op ruimere afstand van het plangebied - vraagstukken rond de herinrichting van polder de Hege Warren in het kader van de veenweideproblematiek en de Vaarweg Drachten. Beide hebben geen invloed op de inrichting van het weidevogelgebied en omgeving, maar dragen wel bij aan de activiteiten in de omgeving.

2.2

Ligging in het landschap

Het plangebied ligt op de overgang van twee landschappen. Aan de noordkant bevinden zich wat hogere zandgronden met elzensingels. Aan de zuid- en oostzijde bevinden zich open en lagergelegen graslanden. Het plangebied is past bij het Noordoost Friese landschap. Dat wordt gekenmerkt door een besloten coulisselandschap van elzensingels en houtwallen, met overgangen naar lagere gelegen gronden. Het besloten landschap wordt min of meer begrensd door de 0-meter NAP lijn, waarboven de elzensingels zich bevinden. Onder de 0-meter NP lijn verdwijnen elzensingels en wordt het landschap opener. Deze grens geeft niet enkel een verschil in een open en meer gesloten landschap, het betekent ook een verschil in hoger gelegen zandgronden en lager gelegen veen- en moerige gronden (figuur 2.2), die vervolgens ook resp. droger en natter zijn. Opvallend hier is de scherpe overgang tussen beide landschappen.

De Geasten

De Gealannen

Figuur 2.2 Hoogtekaart van het plangebied (https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/) en omgeving. De blauwe kleur betreft een hoogte van rond 1 tot 1,20 m -NAP, groen 50-70 cm -NAP, geel 20-30 cm _NAP en oranje NAP of hoger.

De Geasten De Geasten betreft het hogere, drogere en meer besloten deel aan de noodkant van het plangebied. Het betreft een uitloper van de dekzandrug waar het dorp Oudega op ligt, en wordt

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

5

gekenmerkt door leemarm, fijn zand (bodemdata.nl). Dit fijne zand is in de naam van het gebied terug te vinden. Het toponiem ‘Geasten’ verwijst naar hoger gelegen zandkoppen. Op de bodemkaart van Nederland (pdok.nl) staat het gebied aangegeven als laar- en veldpodzolgrond. Deze bodemtypen duiden op een oude ontginning met een lange geschiedenis van bemesting. Het gebied is vroeger nat geweest met hoge grondwaterstanden in de winter. Het landgebruik is er vanouds een combinatie van weiland en bouwland geweest (HisGIS.nl). Op dit moment wordt het gebied gebruikt voor veehouderij en bestaat het landgebruik uit matig intensief gebruikt weiland en voor een klein deel uit intensief gebruikt raaigrasland. De graslanden aan noordwestkant van het gebied, met zware elzensingels en kleine percelen, worden relatief extensief gebruikt. Het vormt daarmee een klein stukje ‘ouderwets’ elzensingelgebied dat typisch is voor de Noardlike Fryske Wâlden. De Gealannen of ’t Gealân Tussen de Geasten en de Wiide Ie liggen de Gealannen, op oude topografische kaarten ook wel aangegeven als ’t Gealân (topotijdreis.nl). Dit is het lager gelegen, opener deel van het plangebied. De bodem bestaat er uit koopveengrond met zand ondieper dan 1,2 m. Dit veelvoorkomende bodemtype heeft een dikke veraarde (voedselrijke) bovengrond bestaande uit kleiig veen of venige klei.

De dikte van de veenlaag varieert van noord naar zuid van ca. 60 cm tot maximaal 125 cm (bodemdata.nl). Het historisch landgebruik betreft hooilanden. Opvallend in dit deelgebied is de oude zetsloot, een voormalige vaarverbinding tussen de Wiide Ie en de vroege Oudegaaster zanding, het meer waarop het huidige plan is geïnspireerd (figuur 2.3). De Zetsloot is in de loop der tijd dichtgegroeid en is tegenwoordig een ruig, ongemaaid rietland. De vegetatie in de sloten in de Gealannen is goed ontwikkeld met veel bijzondere soorten. Dankzij duidelijke kwelinvloeden van grondwater is er een goede waterkwaliteit. Er komen veel soorten voor typisch zijn voor de overgang van zand naar veen. Voorbeelden zijn klein fonteinkruid, waterviolier, holpijp en vissoorten als kroeskarper, grote modderkruiper en in zekere zin ook waterspitsmuis (van der Heijden 2018, Olthuis 2021). Het open landschap van de Gealannen is ook waar de weidevogels broeden.

Figuur 2.3. Topografische en Militaire Kaart (TMK, 1850 – 1864), met daarop in rood aangegeven de ligging van de toekomstige ‘Mar fan Aldegea’ (www.topotijdreis.nl).

6

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

Wiide Ie Aan de zuidkant van het gebied bevindt zich de Wiide Ie, een onderdeel van het voormalige stroomdal van de Ie (figuur 2.4). De Ie heeft verschillende benamingen, van oost naar west achtereenvolgens: Smalle Eesterzanding, Nieuwe Monnikegreppel, Monnike Ee en Wijde Ee. Langs de Mûntjsegroppe ligt ter hoogte van het plangebied een brede strook gemaaide rietlanden, met her en der opslag van zwarte elzen en grauwe wilgen. Botanisch gezien zijn deze rietlanden plaatselijk goed ontwikkeld met soorten als gewone dotterbloem, rietorchis en grote boterbloem (van der Heijden 2018). In de brede rietzomen broeden veel water- en moerasvogels. Aan de westkant van het gebied bevindt zich de Stobbehoek, op deze plek bevond zich vroeger eveneens een ‘zanding’, een klein meertje. Op dit moment is het een uitloper van de Friese boezem, omgeven met rietlanden en een klein moerasbosje.

Figuur 2.4. ‘Stroomdal’ van de Ie, met daarin de verschillende benamingen van west naar oost. De zwarte lijn geeft de boezemkade aan. Achtergrond is een hoogtekaart.

2.3

Plangebied

Dit rapport heeft vooral betrekking op Polder de Gealannen, het open en lage deel van het plangebied dat resteert na realisatie van de Mar fan Aldegea. Dit is het deel waar het fiets- en wandelpad is voorzien, het weidevogelbeheer zal plaatsvinden en waar het opgehoogde perceel ligt. Het natuureiland wordt ontwikkeld in het oostelijke deel (figuur 2.1). De Gealannen bestaan op dit moment uit relatief extensief gebruikte graslanden. Een groot deel van de graslanden worden gebruikt voor ruwvoerwinning (kuil en hooi) en nabeweiding. Door de lange duur van de planvorming rondom de Mar fan Aldegea, zijn de percelen reeds jaren geleden aangekocht en in pacht uitgegeven aan lokale veehouders. Vanwege de onzekerheden rondom duur van het gebruik van de gronden, zijn investeringen in grond- en graslandverbetering en bemesting uitgebleven. Het grasland is daardoor naar moderne maatstaven tamelijk schraal van karakter. Dit heeft een gunstige uitgangssituatie met kruidenrijke graslanden voor weidevogelbeheer gecreëerd.

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

7

3 Weidevogels en recreatie in de Gealanden Het plan voor de ontwikkeling van de Mar van Aldegea voorziet in verschillende recreatieve voorzieningen, waaronder een fiets- en wandelpad langs de boezemkade langs de Wiide Ie. Het doel is evenwel om de percelen tussen de boezemkade en De Geasten in te richten en te beheren voor weidevogels. Dit roept de vraag op of deze twee ambities elkaar niet bijten. Wat we niet precies weten hoe intensief het pad gebruikt gaat worden, maar naar verwachting is dat intensief door fietsers en wandelaars, zoals dat ook geldt voor De Geasten.

3.1

Weidevogels en recreatie

Weidevogels broeden overwegend in open, vochtige en rustige graslandgebieden. Ze staan in zijn algemeenheid te boek als verstoringsgevoelig, althans, tijdens het broedseizoen. Vanwege de landbouwkundige activiteiten hebben ze dan geregeld te maken met storende activiteiten. Maar vaak is dat kortstondig en niet dagelijks terugkerend. Wat weidevogels nodig hebben is rust in de vestigingsfase (april) en de periode dat ze nestelen, broeden en hun jongen grootbrengen. Als er rust heerst is er ook minder predatie. Bovenstaande betekent tegelijkertijd dat gedurende een groot deel van het jaar het broedgebied niet gebruikt door weidevogels, althans, niet als broedvogel. Wel kunnen weidevogels als kievit, kemphaan, grutto en wulp dan in groepen foerageren in gemaaide en beweide graslanden. Ze zijn dan echter niet gebonden aan de nestplaats of de locatie waar de jongen op dat moment zijn. Daardoor zijn ze buiten het broedseizoen veel minder gevoelig voor verstoring. Verstoring ten gevolge van menselijk handelen treedt op als een vogel niet toekomt aan zijn natuurlijke gedrag. In de meest milde vorm is dat een kortstondigs onderbreking van het natuurlijke gedrag, in de meest ingrijpende vorm leidt het tot de dood van een individu of tot permanente ongeschiktheid van het leefgebied.

Verstoring vertoont een gradueel verloop, dicht bij een verstoringsbron is de invloed groot en naarmate de afstand groter wordt neemt deze invloed geleidelijk af (Krijgsveld et al. 2004, 2008). Belangrijke factoren zijn gewenning en facilitatie (waarbij individuen na herhaaldelijk verstoring juist een versterkte reactie vertonen). Overigens geldt verstoring zoals hierboven genoemd niet alleen voor weidevogels maar ook voor moeras- en watervogels. Recreatieve voorzieningen in weidevogelgebieden zijn over het algemeen wandelpaden, fietspaden, uitkijkposten, zitbankjes etc. Het gaat over het algemeen om relatief kleine ingrepen, maar de continue aanwezigheid van geringe verstoring in de vestigings- en broedfase leidt aantoonbaar tot een effect op de aanwezige vogelpopulatie (o.a. Bötsch et al. 2017, van der Zande et al. 1984). Zo kan verstoring in deze periode leiden tot een andere nestplaatskeuze, waardoor er minder broedparen in het verstoorde gebied aanwezig zijn. Ook kan er een verminderd broedsucces optreden als vogels hun nesten verlaten ten gevolge van de verstoring (Krijgsveld et al. 2008). Vrijwel altijd broeden de vogels op enige afstand van dergelijke objecten, waarbij de afstand afhankelijk is van de aard van het object en de intensiteit van het gebruik.

3.2

Verwachte effecten van een fiets- en wandelpad langs de boezemkade

Het beoogde fiets- en wandelpad is gepland langs de waterkering, de boezemkaden, die thans (februari – maart 2022) verstevigd wordt. Op veel plaatsen zijn en worden paden over

8

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

boezemkaden, langs de waterrand aangelegd (figuur 3.1). Vanuit recreatief perspectief is dat aantrekkelijk, vanwege de variatie in het landschap, de verhoogde ligging en het feit dat de kade geen particulier eigendom is. Vanuit ecologisch perspectief is dat evenwel vaak minder wenselijk.

Figuur 3.1. Vereenvoudigde schets van het beoogde fietspad op de hoger gelegen boezemkade, waarbij zowel naar de polder als naar de buitenkaadse gronden er een zekere verstorende invloed is. Toelichting tekst.

De boezemkade ligt vrijwel altijd aan het voeteneind van de polder en dus vaak het verst weg van eventuele activiteiten zoals boerderijen, wegen, wandel- en fietspaden. Vrijwel altijd is dat het meest rustige deel van de polder, vaak met veldkavels die ook wat minder intensief worden gebruikt. Vanaf de andere kant, de waterzijde, ligt de boezemkade ook aan de ‘achterkant’ (lees rustige en onverstoorde zijde) van de flankerende rietlanden. Dat geldt zeker ook hier, waar de Wiide Ie druk bevaren wordt. Weliswaar vooral in hoogzomer, maar ook vanaf Pinksteren wanneer het seizoen voor broedvogels volop gaande is. Fietspaden over boezemkaden lopen daarmee precies over de zone die het meest rustig is, en waar vogels en dieren zich vaak terugtrekken omdat ze drukte en storing mijden. Daarnaast werkt het pad als ontsluiting voor predatoren als vos en huiskatten die ’s nachts rondstruinen. In welke mate dat doorwerkt is onbekend. Voor het inschatten van de mogelijke effecten van een eventueel wandel- en fietspad langs de kade kijken we hier naar de verstoringseffecten. Het gaat het daarbij niet alleen om weidevogels maar speelt ook de moerasfauna langs de Wijde Ie een rol. Dat gaat om broedvogels en om de otter.

Effect op het weidevogelgebied De meeste weidevogels – maar vooral soorten als kievit, grutto, tureluur en veldleeuwerik hebben een grote voorkeur voor vochtige-natte, open graslandgebieden met weinig tot geen verstoring en kruidenrijke graslanden. Ze broeden meestal op afstand van infrastructuur en opgaande objecten als wegen, woningen, boerderijen en opgaande begroeiing. De afstanden die weidevogels aanhouden ten opzichte van fietspaden varieert (individuele variatie, variatie tussen soorten, gebiedsspecifieke omstandigheden), maar over het algemeen wordt voor fietsen wandelpaden een verstoringsafstand aangehouden van 50-100 m (Bruinzeel & Schotman 2011). De werkelijke verstoring hangt samen met de lokale situatie, de aantallen fietsers e.d., en bijvoorbeeld of de paden ook worden gebruikt voor het uitlaten van honden. In sommige gevallen kan de verstoring nog verder reiken. Voor gemeentelijke wegen zoals het weggetje De Geasten, wordt een verstoringsafstand gehanteerd van 100 m. Hiervoor gelden dezelfde opmerkingen. De inschatting voor het fiets- en wandelpad door de Gealannen is, dat de verstoring in deze situatie tenminste 50 m aan weerszijden van het pad bedraagt (maximaal 100 m). Dat wil niet zeggen dat binnen die afstand geen weide- of moerasvogels meer gaan broeden, maar aanmerkelijk minder dan in een situatie zonder fietspad.

In de praktijk blijkt dan ook vaak, dat ze een broedplaats kiezen die op enige afstand ligt van de verstoringsbron. Dat maakt ook dat het vaak enkele jaren duurt voor een effect op broedvogels in volle omvang zichtbaar wordt.

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

9

Figuur 3.2. Verstoringscontouren van het fiets- en wandelpad en De Geasten in het plangebied. Ter vergelijking is ook de verspreiding van een aantal soorten vogels weergegeven, die in de graslanden en rietlanden broeden in het gebied in 2017 (Bron: van der Heijden 2018).

10

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

Wat er in deze situatie bij komt, is dat het belangrijkste deel van het open weidevogelgebied verdwijnt door de aanleg van het meer (figuur 3.2). De vogels die daar nu nog broeden – in het deel waar het meer komt - zullen moeten verplaatsen, en dus in het jaar na de herinrichting zich opnieuw moeten vestigen. Daarnaast zal er in de aanlegfase ook veel verstoring zijn (daarom: zoveel mogelijk buiten het broedseizoen). Ook in de huidige situatie is niet sprake van een volledig open landschap en geldt het weggetje De Geasten als verstoringsbron, in die zin dat weidevogels liever op enige afstand daarvan broeden. Het weggetje wordt veelvuldig gebruikt door fietsers en wandelaars. In figuur 3.2 in de nieuwe situatie ruimtelijk weergegeven, met inbegrip van de verspreiding van broedvogels (gebaseerd op een kartering in 2017). Daarbij moet worden opgemerkt dat in 2017 nog een maïsperceel aanwezig was ten noorden van De Geasten, waar een kleine concentratie van Kievit aanwezig was. Inmiddels is daar enige jaren een baggerdepot aanwezig geweest en bevindt zich er nu een intensief beheerd grasland. De huidige verspreiding van met name Kievit zal daarom niet meer overeenkomen met die in figuur 3.2. Uit de figuur blijkt dat in de afgelopen jaren de weidevogels vooral ten noorden en oosten van het nu in te richten weidevogelgebied broeden.

De verstoringscontour van het te ontwikkelen fiets- en wandelpad laat zien, dat juist aan het voeteneind van de polder – normaal gesproken het meest rustige deel van de polder - een nieuwe verstoringszone ontstaat. Deze verstoringszone beslaat 7,2 ha, dat is 31.8% van de totale oppervlakte (22,6 ha) van het open gebied zoals weergegeven in figuur 3.2. Wanneer ook de verstoringscontour van de weg De Geasten (21,9% van het gebied) meegenomen wordt, dan komt met aanleg van het fiets- en wandelpad in totaal 53,7% van de oppervlakte van het gebied binnen een verstoringscontour. Dus ook al gaat het absolute zin niet om een grote oppervlakte wat verstoord raakt, het heeft wel een negatief effect op het functioneren van een substantieel deel van het toekomstige weidevogelgebied. Effecten op de buitenkaadse riet- en moeraszone Langs de buitenkant van de boezemkade ligt een relatief brede zone aan riet- en moeraslanden aan de oevers van de Mûntsjegroppe. Zoals te zien in figuur 2.4 zijn dit ook op de schaal van de Ie van de Headammen tot Drachten vrij brede rietlanden omdat elders – buiten de Ossekop – buitenkaads grotendeels smalle rietzomen liggen of buitendijkse gronden ontbreken. Daar komt bij, dat dit nu een hele rustige omgeving is, op afstand van wegen en paden. Om die reden zijn ze een belangrijk leefgebied voor moerasvogels en moerasfauna (van der Heijden 2018).

Aanleg van een fiets- en wandelpad langs de kade heeft, evenals voor weidevogels, ook voor moerasvogels een verstorende werking (vergelijkbare verstoringszone). Dat geldt vooral voor de soorten met een wat groter territorium, zoals Roerdomp en Bruine kiekendief (o.a. Garniel et al. 2007), waarbij de verstoringszone 200-300 m bedraagt. De laatstgenoemde broedt in het rietland aan de westkant van het gebied. De Roerdomp maakt jaarrond gebruik van het gebied, deze is zeer recent nog vastgesteld in het rietland m.b.v. cameravallen (med. F. Jelsma). Door de aanleg van het fiets- en wandelpad treedt verstoring op van moerasvogels waardoor het gebied in het bijzonder voor de meer schaarse soorten (vaak kritisch met betrekking tot vestiging) minder geschikt wordt. Tot slot geldt, dat de omgeving leefgebied is van de otter. De aanwezigheid van de otter was al bekend (van der Heijden 2018, BügelHajema 2020), en ook tijdens veldbezoeken in het kader van deze rapportage zijn op meerdere locaties sporen (spraints) van otters gevonden. De boezemkade en aanpalende rietlanden zijn door de ligging (zie boven: voeteneind polder, ‘achterkant’ waterrand) bij uitstek geschikt als rustgebied voor de otter, en in potentie een aantrekkelijke voortplantingsplaats (med. otterdeskundige H. Bosma).

Otters zijn vooral nachtactief en zoeken overdag rustige plekken op, waar ze zich kunnen terugtrekken (vaak onder

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

11

dekking van vegetatie, takken e.d.). Aangezien otters gevoelig voor verstoring zijn, zeker ook als er honden kunnen komen, is in het plangebied de buitenrand de meest geschikte plaats voor dergelijke locaties. Met de aanleg van een fiets- en wandelpad op die plaats, door het hart van het rustgebied, ligt verstoring in de rede en neemt de geschiktheid van het gebied voor otters af. Conclusies Aanleg van een fiets- en wandelpad langs de boezemkade in de Gealannen leidt tot verstoring van het aangrenzende weidegebied en het buitenkaadse moerasgebied. Naar verwachting is sprake van een verstoringszone van tenminste 50 m, waardoor de geschiktheid van het gebied voor zowel weidevogels als moerasvogels afneemt. Ook verstoring van otters is mogelijk. Vanuit ecologisch perspectief is het daarom niet wenselijk dit fiets- en wandelpad aan te leggen, ook al gaat het hier niet om een weidevogelkansgebied waar hoge weidevogeldichtheden op korte termijn te verwachten zijn (zie volgende hoofdstuk).

3.3

Alternatieve mogelijkheden

In het totale plan van Aldegea oan it wetter is ook buiten de haven bij Aldegea een aantal recreatieve voorzieningen opgenomen (figuur 2.1), variërend van visstekken, wandelpaden, strandjes en uitkijkpunten. Na de herinrichting van de polder tot nieuw meer is het mogelijk om aan de westkant langs de meeroevers te wandelen of te fietsen, tot aan de huidige ontsluitingsweg De Geasten. Als de plannen van het beoogde fietspad langs de kade niet doorgaan, kan nog steeds een rondwandeling of doorgaande fietsroute worden genomen, omdat dan over De Geasten de weg kan worden vervolgd. Bovendien is voor wandelaars halverwege nog een tweede optie voorzien, door halverwege De Gealanden over te steken (figuur 2.1). Ook nu al wordt De Geasten intensief gebruikt door zowel fietsers als wandelaars, en dat voldoet uitstekend. Een zinvolle en interessante aanvulling zou kunnen zijn, om halverwege het landschap van de Geasten, tussen de elzensingels, een verkorte route op te nemen naar de Wolwarren. Dat is vanwege de grondposities nu niet mogelijk, maar op termijn mogelijk wel. Dat biedt dan ook de optie om te evalueren of het echt nodig is om deze verkorting richting Wolwarren op te nemen, of dat de aanwezige paden reeds voldoen.

Eén van de opties die vaak overwogen wordt om de effecten van wandel- en fietspaden op broedvogels te mitigeren is om deze gedurende het broedseizoen (begin maart tot eind juni) af te sluiten. De praktijk leert echter, dat handhaving er niet van komt en het pad dan toch gebruikt wordt. Afsluiting is daarom geen effectieve maatregel. Dat geldt zeker ook in dit geval, omdat een soort als de otter jaarrond van het gebied gebruik maakt.

12

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

Kruidenrijk grasland in polder De Gealannen, juni 2017 (M. Sikkema).

A&W-rapport 21-389 De Gealannen bij de Mar fan Aldegea

13

4 Inrichting en beheer De Gealannen In dit hoofdstuk gaan we op in het toekomstperspectief van De Gealannen, in het bijzonder voor het oostelijk deel dat na herinrichting zal worden bestemd voor weidevogels en het westelijk deel waar vooral schraallanden en moerassige habitats domineren. We schetsen het perspectief als weidevogelgebied en gaan in op vragen ten aanzien van inrichting en beheer.

4.1

Toekomstperspectief De Gealannen als weidevogelgebied

Zoals in de schets van landschap en ecologie van het gebied in hoofdstuk 2 al naar voren kwam, ligt het plangebied op een overgang van hogere, besloten zandgronden naar lager gelegen, natte en open moerige en veengronden. Die gradiënten in landschap, hoogteligging, bodem en water maken het gebied bijzonder. De genoemde overgang komt het best naar voren in een doorsnede van noordwest naar zuidoost (figuur 4.1). Het open gebied voor weidevogels ligt dan in de zuidoosthoek en wordt met de herinrichting een stuk kleiner dan het nu is. Het besloten gebied blijft na de herinrichting bestaan, en daar vinden geen maatregelen plaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13012823/1