CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Veenweideprogramma-2021-2030-print-2-lr

Ronde Tafel 28 september 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Vaststellen Veenweideprogramma 2021-203021.721 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

35

Op basis van nu beschikbare middelen 2021-2022

• Gebiedsplan opstellen in ontwikkelgebieden. • Uitvoering starten op basis van beschikbare middelen • Experimenteren en verkennen in kansrijke gebieden • Inspelen op initiatieven uit overige gebieden

Bij voldoende beschikbare middelen

2023-2026

• Voortzetten uitvoering in ontwikkelgebieden • Een of meerdere kansrijke gebieden promoveren tot ontwikkelgebied • Opstarten nieuwe gebiedsprocessen in veengebied met dik veenpakket (>80cm) • Inspelen op initiatieven uit overige gebieden

Er zijn meer gebieden in het veenweidegebied interessant voor een integrale gebiedsaanpak dan alleen de in de Veenweidevisie aangewezen kansrijke gebieden. De zones rondom Natura-2000 gebieden zijn bijvoorbeeld interessant vanwege het stimuleren van soortenrijkdom (biodiversiteit) en het terugdringen van stikstof. En de overgang van hoge zandgronden naar diepe veenpolders is kansrijk voor meerdere doelen. Ook de problematiek van hoogwater­ sloten ten behoeve van bebouwing en andere kwets­bare functies leent zich voor een integrale gebieds­aanpak. Soms vallen deze ‘nieuwe’ gebieden samen met een kansrijk gebied. Dan worden ze onderdeel van het gebiedsproces. Daar waar die zones niet samenvallen met een kansrijk gebied, wordt een apart gebiedsproces gestart. De gebieden liggen dus niet op voorhand vast. Dit biedt flexibiliteit om nieuwe mogelijkheden van onderop optimaal te benutten.

Waar gaan we naartoe Vanwege de grote waarde ervan gaan we door met de integrale gebiedsaanpak. We verdelen de bestaande kans­ rijke gebieden in twee categorieën. We benoemen die kans­ rijke gebieden waar niet alleen inhoudelijke kansen liggen en maatschappelijke energie is maar ook al voldoende budget tot ontwikkelgebieden. Concreet gaat dat om Aldeboarn - De Deelen en Hege Warren. In deze gebieden gaan we over de volle breedte aan de slag. We combineren de acties die in de programmalijnen It Nije Buorkjen, Water­ beheer en klimaatadaptatie en Leefomgeving, natuur en bio­diversiteit zijn uitgewerkt met andere koppel­kansen om te komen tot een integraal en duurzaam gebieds­perspectief. In de overige kansrijke gebieden gaan we door met experimenten en onderzoek en vooral met de zoek­tocht naar middelen om deze gebieden zo snel mogelijk ook tot ontwikkelgebied te kunnen omdopen, met bij­behorende intensievere aanpak. Om de ambities voor 2030 te kunnen bereiken hopen we gedurende de looptijd van het programma naast de huidige kansrijke gebieden ook nog nieuwe veenweide-ontwikkel­ gebieden te kunnen toevoegen. We richten ons daarbij in eerste instantie vooral op het veenweidegebied met een veen­pakket dikker dan 80 cm. In alle gebieden zullen we keuzes samen met het gebied gaan voorbereiden en maken.

Ook zullen we de leerervaringen die al opgedaan zijn in de huidige gebieden benutten.

36

In het streven naar een duurzaam toekomstperspectief voor het veenweidegebied wordt, naast landbouw als economische drager, onderzocht welke andere economische dragers in het gebied versterkt of ontwikkeld kunnen worden. Nieuwe vormen van samenwerking kunnen een effectieve aanpak in een gebied verder bevorderen.

Integrale gebiedsaanpak is maatwerk De afgelopen jaren zijn de eerste ervaringen opgedaan met gebiedsgerichte aanpak. In deze aanpak staat het gebied centraal en worden de verschillende stakeholders nauw betrokken. Belangrijk onderdeel van deze aanpak is een gebieds­analyse. Hoe zit het gebied water­huishoud­ kundig en hydrologisch in elkaar, hoe is de landbouw­structuur, welke opgaven en knel­punten zijn er in het gebied, welke kansen en mogelijk­heden zijn er? De lokale omstandigheden bepalen voor een groot deel de (on)mogelijkheden voor oplossingen. In het ene gebied is bijvoor­beeld sprake van bijzondere hydrologische omstandig­heden die een andere aanpak of andere oplossingen vragen terwijl in een ander gebied juist de verkavelings­structuur voor de landbouw of de aanpak van de stikstof­ problematiek vraagt om extra aandacht. Samen en van onderop staat hierbij centraal, met de belanghebbenden en betrokkenen wordt gezocht naar oplossingen. Ook de financiering van de uitvoering is maatwerk. Afhankelijk van de doelstellingen die in een gebied gerealiseerd kunnen worden kan financiering worden gezocht. Voor het gebied Aldeboarn de Deelen bijvoorbeeld zijn al middelen toegezegd uit de klimaat­enveloppe 2019, de stimuleringsgelden van het klimaatakkoord, het Interbestuurlijk programma Vitaal Platteland en uit de regiodeal Natuurinclusieve landbouw Noord Nederland.

Belangrijk uitgangspunt bij de financiering is dat uitvoering pas kan starten als er dekking is voor de vereiste middelen.

Figuur 7.3: Overzicht van de ontwikkel- en kansrijke gebieden en hun ligging

Wat gaan we doen Actie: • Voortzetting van het gebiedsproces voor het ontwikkel­ gebied Hege Warren. Afhankelijk van de definitieve bestuurlijke besluitvorming over dit gebied zullen hier maatregelen worden uitgevoerd. • Voortzetting van het gebiedsproces voor het ontwikkel­ gebied Aldeboarn - De Deelen. Volgend jaar wordt hier­voor een gebiedsplan opgeleverd. Op basis daarvan kunnen maatregelen worden uitgevoerd. • Voortzetting van de gebiedsprocessen in de kansrijke gebieden Idzegea, Brekkenpolder, Groote Veenpolder en Grouster Leechlân. In deze gebieden wordt de komende jaren geexperimenteerd met vernieuwingen en veranderingen en worden voorbereidingen getroffen om het gebiedsproces te intensiveren. Mede op basis van deze ervaringen en meer zekerheden rondom CO2uitstoot en effectiviteit van maatregelen, en vooral de beschikbaarheid van de benodigde middelen, worden de processen in deze gebieden de komende jaren geïntensiveerd. • Tijdens de looptijd van dit Veenweideprogramma gaan we, in het ritme waarin onze financiële armslag vergroot wordt, de gebiedsaanpak uitbreiden naar andere gebieden waar sprake is van meerdere samenhangende doelstellingen en kansen om verschillende instrumenten elkaar te laten versterken. We richten ons daarbij vooral op het veengebied met een veenpakket van meer dan 80 cm. Als in de tussentijd in andere gebieden initiatieven

van onderop ontstaan kan dit leiden tot nieuwe gebieds­ processen. • Kansrijke initiatieven van onderop buiten de hier­voor genoemde gebiedsprocessen gaan we zoveel mogelijk ondersteunen. We bevorderen nieuwe samenwerkings­ vormen en kijken naar nieuwe economische dragers. • We stimuleren dat gemeenten landschapsbiografieën voor veenweide-ontwikkelgebieden opstellen. Deze kunnen als vertrekpunt en inspiratiebron dienen voor het in samenhang ontwerpen en presenteren van gewenste ontwikkelingen mét ruimtelijke kwaliteit.

Veelbelovende samenwerkingsvormen Naast vernieuwingen in waterbeheer, land­bouw en dergelijke, kunnen ook nieuwe vormen van samen­ werking bijdragen aan het bereiken van de doelen. Sommige vernieuwende samenwerkings­vormen bestaan al en kunnen worden uitgebreid; andere nieuwe samenwerkings­vormen kunnen ontwikkeld worden. Wij leggen deze vormen niet op, maar willen interessante initiatieven wel onder­steunen. Ter inspiratie schetsen we hier drie samenwerkings­ vormen voor het veenweidegebied. Andere zijn ook mogelijk. Gebiedscoöperaties In een gebiedscoöperatie werken ondernemers, onderwijs, maatschappelijke instellingen, natuur­ beheer­organisaties, kennisinstellingen en

37

burgers samen om het gebied waarin ze werken te versterken. Door de samenwerking via een coöperatie te structu­reren ontstaat een organisatie met slag- en daadkracht. Soms worden gebiedscoöperaties opgezet om zich met een thema bezig te houden (natuur leefbaar­ heid of lokale economie). Vaak houden gebieds­ coöperaties zich bezig met meerdere thema’s. Voordelen van gebiedscoöperaties zijn: • een gebiedscoöperatie maakt samenwerken makkelijker; • samen kan makkelijker ingeschreven worden op lokale opdrachten van overheden; • de economische baten blijven in het gebied; • de samenwerking versterkt de natuurlijke leef­ omgeving; • elkaars behoeften en belangen worden makkelijker gedeeld. Het landgoedmodel Landgoederen zijn van oudsher maatschappijen in het klein. Binnen een landgoed is landbouw in balans met natuur en landschap, wordt recreatie gecombineerd met houtproductie e.d. en is de bedrijfs­voering mede gericht op instandhouding van cultureel erfgoed. Het ‘landgoedmodel’ biedt ook mogelijkheden voor hedendaagse vraagstukken.

Er bestaan verschillende varianten, maar gemeenschappelijk is: • een combinatie van verschillende grondgebonden functies binnen een landschappelijke eenheid; • geen maximalisatie van één functie, maar optimalisatie van een combinatie van functies; • focus op lange termijn rendement: economisch, ecologisch, sociaal en cultureel; • economisch duurzaam en verantwoord beheer. Een landgoedmodel leidt tot risicospreiding over een breder geheel dan een individuele boer, gemeente of waterschap, en betere mogelijkheden functies elkaar wederzijds te laten versterken. Dit is een goed finan­cierbare en al beproefde vorm van breder organiseren. Veenweide Nationaal Park In de Nationale Parken deal uit 2015 wordt gestreefd naar minder, maar grotere Nationale Parken in Nederland met (inter)nationale betekenis en allure. Dat moeten grotere aaneengesloten gebieden zijn met natuurkernen binnen een groter land­schappelijk/ cultuurhistorisch en ruimtelijk ensemble. Ze vormen een visitekaartje voor de regio en Nederland, en dienen meer doelen dan alleen natuur­doelen. Ze worden gekenmerkt door een integraal duur­zaam toekomst­perspectief en functioneren organisatorisch als een netwerk­­organisatie. Het veenweide­gebied zou een interessante kandidaat kunnen zijn voor zo’n Nationaal Park ‘nieuwe stijl’.

Dit kan ook bijdragen aan het verdien­­model van het gebied, door het werven van (inter)­nationale subsidie-/sponsorbijdragen.

38

7.5 Programmalijn 6: Onderzoek en monitoring Analyse Er bestaan nog vraagstukken waarover meer kennis nodig is om definitief de beste oplossingen te kunnen bedenken en toepassen. Vragen als ‘hoe groot is de bodemdaling in het veenweidegebied nu precies?’ Welke alternatieve verdien­ modellen voor de landbouw werken en welke niet? In dit programma is het beperken van de uitstoot van broeikas­gassen uit het veen een belangrijk onderdeel. Deze CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door de afbraak van veen, onder invloed van zuurstof. Er leven nog diverse vragen rond dit proces. Hoe groot is deze CO2-uitstoot eigenlijk? Welke maatregelen kun je treffen en hoeveel vermindering van CO2-uitstoot levert dit uiteindelijk op?

Waar gaan we naartoe De komende jaren moeten er antwoorden op deze vragen komen. Dat stelt ons in staat om het effect van de beoogde maatregelen de komende jaren goed te kunnen monitoren. Een deel van deze vragen zullen we zelf (laten) beantwoorden. En we staan open voor nieuw onderzoek en actualisering van bestaand onderzoek (reviews) door andere partijen. Daarnaast is het Nationaal Kennisprogramma Bodem­ daling gestart. Dit programma werkt landelijk aan het ontwikkelen en delen van kennis op het gebied van bodem­daling. Onderdeel van dit programma is het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veen­weide (NOBV), waarin antwoord op de vragen rondom uitstoot van broeikasgassen wordt gezocht. Het NOBV werkt een meetprotocol uit voor een landelijk geoptimaliseerd meetnet (2021-2022). Dit meetsysteem zal nodig zijn voor het monitoren van de voortgang van de reductiedoelstellingen.

Wat gaan we doen Acties: • We ontwikkelen een monitoringssysteem om de bodemdaling te kunnen volgen. • We stimuleren en ondersteunen onderzoek naar alternatieven voor de landbouw. • We doen actief mee in het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling en in het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweide. We doen mee in het formuleren van de specifieke onderzoeksvragen en stellen onderzoekslocaties in Fryslân beschikbaar. • We gaan, op basis van de hiervoor landelijk te ontwikkelen richtlijnen, de broeikasgas-emissie en de bodemdaling in de veengebieden monitoren. Daarmee kunnen we ook ons aandeel in de vermindering van de landelijke broeikasgasemissie volgen.

39

8. Programmaorganisatie Samenwerking Samenwerking is het sleutelwoord bij de uitvoering van het Veenweideprogramma. Samenwerking tussen de verschillende overheidslagen maar ook vooral met maatschappelijke partijen. Dit is ook van belang voor een effectieve lobby om middelen van het Rijk en Europese middelen te verkrijgen. Met dit Veenweideprogramma vragen we om een meerjarig commitment van de verschillende partijen. Dit betekent niet dat we dit voor een lange periode gaan ‘dichttimmeren’. Tussentijds bijsturen en aanpassen blijft mogelijk, maar wel steeds met een focus op de lange termijn doelen.

Het Bestjoerlik Oerlis Feangreide De afgelopen jaren is in het gebied een vorm van netwerk­ samenwerking ontstaan waarbij het Bestjoerlik Oerlis Fean­greide (BOF) het centrale coördinatiepunt is. Dit BOF zorgt voor de bestuurlijke afstemming en aansturing. In het BOF zijn provincie, waterschap en gemeenten als verantwoordelijke overheidslagen vertegenwoordigd en de verschillende belangen zoals landbouw, natuur en milieu, landschap, cultuurhistorie, en recreatie. Het BOF geeft, binnen een afgesproken mandaat en ieder vanuit zijn eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid, sturing aan keuzes en aan de uitvoering van dit programma. Het BOF heeft sinds 2016 een belangrijke rol in de samen­ werking binnen Fryslân en houdt deze rol de komende uitvoeringsperiode. De rol van het BOF richt zich op een drietal aspecten: 1. Overleg: het komen tot overeenstemming over maatregelen die van belang zijn voor de toekomst van het Veenweidegebied. 2. Uitvoering: het monitoren van de uitvoering van de maatregelen van het Veenweideprogramma door de programmaorganisatie en de gebiedscommissies. 3. Advies: het adviseren van de betrokken overheden over beleid, maatregelen en instrumenten die van belang zijn voor de toekomst voor het Veenweidegebied.

Voor de uitvoering van de Veenweidevisie 2015 is een programma­­organisatie opgezet waarin provinciale, water­ schaps- en gemeentelijke medewerkers samenwerken en ook de landbouw-, en natuurorganisaties zijn vertegen­ woordigd. Omdat we ons met het Veenweideprogramma 2021-2030 meer gaan focussen op uitvoering, is het belangrijk dat er goede samenwerkingsafspraken gemaakt worden. Hier hoort een duidelijke governance16 bij. Dit is ook nodig omdat er met dit programma het nodige geld gemoeid zal zijn. Geld dat afkomstig is van verschillende partijen met elk hun eigen verantwoordingseisen.

Samenwerkingsovereenkomst Gezien de nieuwe fase van het Friese Veenweide­programma, worden er nieuwe afspraken gemaakt over de samen­­ werking. De basis van de samen­werking in Fryslân blijft

40

intact; publieke en maatschappelijke partijen die elkaar vinden binnen het BOF en de programma­organisatie. Om de samen­werkende partijen houvast te geven over ‘het hoe’ van de samen­werking zal na vaststelling van het Veenweide­ programma, het Samenwerkingsdocument ‘De Fryske fean­greide oanpak’ worden vastgesteld. Dit samenwerkings­­­ document geeft aan hoe de partijen, vertegenwoordigd in het BOF en/of de programma-organisatie, invulling geven aan de uitvoering van de Veenweide­­­opgave zoals beschreven in het Veenweide­programma. De looptijd van ‘De Fryske feangreide oanpak’ is gelijk aan het Veenweideprogramma: van 2021 tot eind 2030. De betrokken partijen committeren zich met de vaststelling van ‘De Fryske feangreide oanpak’ aan de uitvoering van het Veenweideprogramma. Dit betekent niet dat de partijen daarmee ook resultaatverantwoordelijk zijn voor de doelstelling. Met de ondertekening van ‘De Fryske feangreide oanpak’ spreken de partijen zich uit voor een inspannings­verplichting. In het document wordt ook aangegeven wat de financiële verantwoordelijkheid is voor de programma­organisatie. Daarbij worden de huidige financiële bijdragen van de betrokken partijen aan het Veenweide­programma als uitgangspunt genomen.

Het samenwerkingsdocument ‘De Fryske feangreide oanpak’ wordt aan de betrokken partijen aangeboden direct na vast­ stelling van het Veenweideprogramma, vanuit de filosofie eerst ‘het wat’, daarna ‘het hoe’. Aanvullend wordt er voor gekozen om te werken met een Samenwerkingsovereenkomst (SOK). Deze SOK is specifiek bedoeld voor de publieke partijen (Rijk, provincie, het Wetterskip en de zeven Veenweidegemeenten) om houvast geven over het bereiken van de beoogde resultaten en de verantwoording van de financiële middelen. Deze SOK is technisch en juridisch van aard en aanvullend aan ‘De Fryske feangreide oanpak’. In de SOK zullen ook afspraken worden opgenomen over de financiële verantwoordelijk­ heid voor de programmafinanciering. Hierin wordt bepaald dat de provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân ieder vanuit haar eigen rol en verantwoordelijkheid zorgt voor een financiële inbreng in de programma­financiering en daarmee gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor bekostiging van het programma en de instrumenten. Daar­bij wordt maximaal gebruik gemaakt van aanvullende financiering vanuit Europa en het Rijk. De SOK Veenweide vormt een kapstok voor nadere uit­ werking en deelovereenkomsten. Daar waar mogelijk wordt bijvoorbeeld bij gebiedsontwikkeling of opzet van innovatie­projecten met andere partijen, verwezen naar de SOK Veenweide.

Governance is het waarborgen van de onderlinge samenhang van de wijze van sturen, beheersen en toezicht houden van een organisatie, gericht op een efficiënte en effectieve realisatie van doelstellingen alsmede het daarover op een open wijze communiceren en verantwoording afleggen ten behoeve van belanghebbenden.

16

De Fryske Veenweide oanpak De belangrijkste onderwerpen die in de Fryske oanpak aan bod komen, zijn de volgende: 1. Verantwoordelijkheden, taken en rollen van partijen Hierbij komt o.m. aan de orde welke taken, rollen en verantwoordelijkheden de verschillende partijen hebben bij de uitvoering van het programma, het werken van onderop in specifieke gebieden, de uitgangspunten van één overheid en de samenhang tussen de Veenweide-opgave en andere sectorale opgaven zoals natuur, landschap, energie etc. 2. Bestjoerlik Oerlis Feangreide Bij dit onderdeel worden de taken en de doelstelling van het BOF-overleg beschreven. Ook wordt ingegaan op de specifieke rol van de publieke partijen hierbinnen, onder meer via een bestuurlijke stuurgroep. 3. Organisatie Hier wordt de rol en het functioneren van de programmaorganisatie beschreven, inclusief mandatering. 4. Gebiedsgerichte samenwerking Met dit thema wordt ingegaan op het belang van gebiedsprocessen en de status van het gebiedsplan. Ook worden de taken, samenstelling en mandaat van gebiedscommissies beschreven. 5. Financiën In dit hoofdstuk komen de uitgangspunten van de financiële governance aan bod. Ook worden de afspraken over de financiële betrokkenheid van gemeenten en maatschappelijke partijen bij de programmaorganisatie

vastgelegd. Specifieke onderdelen, zoals bijvoorbeeld de kassiersfunctie en de enkelvoudige financiële verantwoording (SISA), worden in de SOK verder uitgewerkt. 6. Communicatie In dit hoofdstuk worden afspraken gemaakt over de communicatie over de veenweidedoelstelling door de betrokken partijen. Ook komen operationele elementen aan bod, zoals het gebruik van een logo, de website, de nieuwsbrief en de gebiedscommunicatie.

Bestuurlijke stuurgroep Om tegemoet te komen aan de specifieke publieke verantwoordelijkheid van het Rijk, de Provincie, Wetterskip Fryslân en de zeven Veenweidegemeenten wordt er voorzien in een bestuurlijke stuurgroep. Deze stuurgroep gaat niet in de plaats van het BOF treden, maar is een additionele voorziening. De bestuurlijke stuurgroep is aanvullend aan de eerder genoemde drie kerndoelstellingen van het BOF en bestaat uit de vertegenwoordigers van de publieke partijen die in het BOF zitting hebben, mogelijk aan­gevuld met een vertegenwoordiger van het Rijk. De stuur­groep komt twee keer per jaar bijeen en heeft hoofd­zakelijk een controlerende taak. Het toetst of de publieke doelstellingen voldoende worden gerealiseerd en of de verantwoording naar de dagelijks besturen en vertegenwoordigende lichamen (Gemeenteraden, Algemeen Bestuur en Provinciale Staten) goed tot zijn recht komt.

41

9. Kosten en financiering 9.1 Kosten De totale kosten van dit Veenweideprogramma ramen we voorlopig op ruim 550 miljoen euro. Wat betreft landbouw zal veel geld gemoeid zijn met het afwaarderen van grond en het compenseren van opbrengstverliezen. Met deze compensatie worden tijd en ruimte gecreëerd voor de landbouw om zich aan te passen aan de veranderde omstandigheden. Het aanpassen van de waterbeheersing brengt flinke aanpassingen in de waterhuishouding met zich mee. Er zal maatwerk moeten worden geleverd om de gebruiksfuncties in het gebied te kunnen blijven bedienen. Door de hogere waterpeilen zal de waterberging in de polders afnemen. Ter compensatie zal er extra waterberging gerealiseerd moeten worden in combinatie met maat­ regelen voor klimaatadaptatie. Voor deze aanpassing van de waterhuishouding is vooralsnog uitgegaan van een bedrag van 102 miljoen. Tijdens de looptijd van het programma zullen we steeds nauwkeurig inzicht krijgen in de benodigde middelen. Naast landbouw en watertransitie zijn er ook middelen geraamd om andere effecten als gevolg van de bodem­ daling te verminderen. Lopende het programma zal meer duidelijk worden waarvoor de diverse geraamde middelen zullen worden benut; waar gewenst streven we naar een brede inzet voor een vitaal platteland. Een nadere onderbouwing van de kosten is te vinden in het Achtergronddocument Veenweideprogramma 2021-2030.

9.2 Financiering We gaan ervan uit dat alle partijen die zich gecommitteerd hebben aan het Klimaatakkoord hun verantwoordelijkheid nemen bij de uitvoering van dit programma. Het Rijk heeft in het Klimaatakkoord € 276 miljoen uitgetrokken voor de reductie van CO2-uitstoot in de veenweidegebieden. Van

deze € 276 miljoen is € 76 miljoen gereserveerd voor een onderzoeksprogramma voor de komende 10 jaar. Van de overgebleven € 200 miljoen wordt € 100 miljoen nu via de zogenaamde impulsregeling beschikbaar gesteld aan de provincies om op korte termijn (2020-2022) al maatregelen te kunnen nemen. Van deze € 100 miljoen is € 22 miljoen aan het Friese veenweidegebied toekend. De overige € 100 miljoen is voor maatregelen voor de periode tot 2030 beschikbaar.

Totaal zekere middelen

Met dit programma zetten wij, omdat Fryslân streeft naar een bijdrage van maar liefst 40% aan de landelijke doelen, in op een substantieel deel van de voor uitvoering van het Klimaatakkoord beschikbare middelen. In 2018 is door zowel provincie als waterschap € 12,5 miljoen gereserveerd voor het veenweidegebied voor de periode 2020-2030. Daarnaast heeft de provincie Fryslân in het bestuursakkoord ‘Geluk op 1’ nog eens € 10 miljoen beschikbaar gesteld voor de veenweideaanpak. Voor het kansrijke gebied Aldeboarn de Deelen is in 2019 vanuit de klimaatenvelop door het Rijk € 3,15 miljoen toegekend. Voor dit gebied is daarnaast in 2020 € 5 miljoen toegezegd vanuit het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland. Tenslotte is ook € 1,4 miljoen uit de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland gereserveerd voor dit gebied. Ook voor andere gebieden in het veenweide­gebied zijn er mogelijkheden om middelen uit de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland te benutten. Omdat dit Veenweideprogramma meerdere doelen dient en om nieuwe economische dragers te stimuleren zetten we in op medefinanciering vanuit andere doelen en programma’s Daarbij wordt gedacht aan koppeling met de stikstofaanpak, versterken van de biodiversiteit, bosstrategie, ontwikkelingen richting circulaire landbouw, de Regionale

Transitiekosten

42

Kosten aanpassingen landbouw (inclusief flankerende maatregelen)

€ 417 miljoen

Kosten aanpassingen water­ huishouding inclusief klimaat­ adaptatie

€ 102 miljoen

Overige aanpassingskosten

€ 20 miljoen

Programmakosten

€ 10 miljoen

Totaal

€ 549 miljoen

Provincie Fryslân (2021-2030)

12,5 miljoen

Provincie Fryslân (gelok op 1)

10 miljoen

Wetterskip Frsylân (2021-2030)

12,5 miljoen

Rijk, middelen klimaatakkoord

22 miljoen

Rijk, klimaatenveloppe 2019

3,15 miljoen

Rijk, IBP vitaal platteland Regiodeal Natuurinclusieve landbouw

Totaal

5 miljoen 1,4 miljoen

66,55 miljoen

Energie Strategie (RES), klimaatadaptatie, etc. Verder willen we middelen van het Europees Gemeenschappelijk Landbouw­beleid (GLB) en andere Europese fondsen benutten. De maatregelen in dit programma leiden niet alleen tot kosten: ze vermijden die deels ook. Kosten op het vlak van onderhouds­kosten voor wegen, riolering en transport­ leidingen of waterbeheer zullen minder hard oplopen door dit programma. De daarmee bespaarde kosten, die nog nader in beeld moeten worden gebracht naarmate maatregelen concreter worden, gaan we inzetten ten behoeve van dit programma

Acties: • We intensiveren de samenwerking met het Rijk en de andere provincies om afspraken te maken over financiering van het Veenweideprogramma 2021-2030. • We gaan actief private investeerders (bijvoorbeeld de bankensector) benaderen om te investeren in duurzame ontwikkelingen in het Friese veenweidegebied. • We zoeken en benutten financiële koppelkansen en medefinanciering van de specifieke veenweidedoelen vanuit andere doelen; • We bevorderen dat Europese- en rijkssubsidies worden ingezet voor de veranderopgaven in de veenweide­ gebieden.

43

COLOFON Uitgave: Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân, november 2020 Provincie Fryslân Postbus 20120 8900 HM LEEUWARDEN Tweebaksmarkt 52 (058) 292 59 25 www.fryslan.frl provincie@fryslan.frl Wetterskip Fryslân Fryslânplein 3 8914 BZ Leeuwarden Postbus 36, 8900 AA Leeuwarden (058) 292 22 22 www.wetterskipfryslan.nl Veenweideprogramma www.veenweidefryslan.frl veenweidevisie@fryslan.frl Vormgeving & opmaak GH+O communicatie & creatie, Leeuwarden Fotografie Daniël Hartog Projectteam Veenweideprogramma

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10545399/1