CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan 'Drachten – Scholenlocatie Noorderhogeweg'

Ronde Tafel 5 april 2022, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Drachten - Scholenlocatie Noorderhogeweg' – S(B)O15.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Vluchtroutes van zowel de N369 als de N31 af te situeren om in het geval van een dreigende explosie bij een tankwagen veilig te kunnen vluchten; aan te sluiten bij de gestelde regels uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving uit hoofdstuk 4.2.14 brand- en explosievoorschriftengebied, om een bescherming binnenshuis en een veilige ontvluchting te bevorderen. Bij de nadere uitwerking van de plannen worden de hiervoor benoemde aspecten betrokken. Planologisch levert dit geen problemen op in het bestemmingsplan. In de fase van de omgevingsvergunning worden hier verdere afspraken over gemaakt en zal de brandweer worden betrokken bij de concrete uitwerking.

Bestrijdbaarheid Bij bestrijdbaarheid gaat het om de mogelijkheden tot voorbereiding van de bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit. Om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken, is het van belang dat de hulpverleningsdiensten niet worden belemmerd in de uitvoering van hun hulpverlenende taken. Om de bestrijdbaarheid goed te kunnen beoordelen, is gekeken naar: 1. Bereikbaarheid van het plangebied en de risicobronnen; 2. Bluswatervoorzieningen binnen het plangebied. 1. Bereikbaarheid Het plangebied en de risicobronnen zijn beoordeeld op de bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Om te bepalen of de hulpdiensten tijdens calamiteit voldoende snel kunnen optreden, is de opkomsttijd beoordeeld. Om te bepalen of het plangebied en de risicobron kunnen worden benaderd, is de tweezijdige bereikbaarheid beoordeeld. Hieruit blijkt het volgende: Uit het advies van Brandweer Fryslân blijkt evenwel dat de landelijke norm voor de opkomsttijd van 8 minuten op deze locatie niet haalbaar is. Volgens Dekkingsplan 2.0 van Brandweer Fryslân geldt een norm van 12 minuten als opkomsttijd. In de praktijk zal de brandweer binnen circa 11 minuten ter plaatse zijn. Omdat het een speciaalonderwijsfunctie betreft, geldt over het algemeen dat veel personen (de schoolgaande kinderen) niet goed zelfredzaam zijn.

Brandweer Fryslân adviseert daarom een goede BHV-organisatie, die ook zicht heeft op scenario's buiten het eigen gebouw. Daarnaast wordt geadviseerd om vluchtwegen en verzamelplaatsen van de risicobron af (dus van de weg af) te situeren. Het plangebied is tweezijdig bereikbaar. Naast de voorkeursroute moet een willekeurig adres vanaf een doorgaande verkeersader, in principe via een tweede onafhankelijke route bereikbaar zijn. Hier is sprake van. Dit levert dan ook geen direct knelpunt op. 2. Bluswatervoorzieningen Het plangebied is beoordeeld op de aanwezigheid en de beschikbaarheid van bluswatervoorzieningen. Om te bepalen of de brandweer snel kan beschikken over voldoende bluswater, is de beschikbaarheid van zowel primaire (brandkranen) als secundaire (open water) bluswatervoorzieningen beoordeeld. Hieruit blijkt het volgende: Op dit moment zijn er nog geen brandkranen in het plangebied. Er is open water in het plangebied. Daarnaast loopt er redelijk veel water door het plangebied. Dit open water kan dienen als bluswatervoorziening voor de brandweer als er een opstelplaats gecreëerd wordt voor de brandweerauto. Over dit aspect worden in het kader van de omgevingsvergunning afspraken gemaakt en bij de civiele inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met de gestelde eisen in het kader van de bluswatervoorzieningen.

In de fase van de omgevingsvergunning worden hier verdere afspraken over gemaakt en zal de brandweer Fryslân worden betrokken bij de concrete uitwerking. Met inachtneming van het advies van de brandweer zal het aspect externe veiligheid geen strijd met de geldende wetgeving opleveren.

26

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

Zelfredzaamheid Bij zelfredzaamheid gaat het om de mogelijkheden voor personen in het invloedsgebied van een risicobron, om zichzelf in veiligheid te brengen. Belangrijk aspect hierbij is, dat zij zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar zonder daadwerkelijke hulp van de hulpverleningsdiensten, bijvoorbeeld door te vluchten of te schuilen. Het is noodzakelijk dat mensen zich bewust zijn van de risico’s en handelingsperspectieven. De mate van zelfredzaamheid in het rampgebied is bepalend voor de omvang van de hulpverlening tijdens een ramp of een zwaar ongeval. Om de zelfredzaamheid van de aanwezige personen te beoordelen, is gekeken naar de volgende aspecten: 1. zelfredzaam vermogen; 2. mogelijkheden tot vluchten of schuilen 1. Zelfredzaam vermogen Het voorgenomen ruimtelijke besluit heeft deels betrekking op een doelgroep die moet worden beoordeeld als verminderd zelfredzaam (kinderen tot 12 jaar). Deze doelgroep wordt beoordeeld als een verminderd zelfredzame groep die niet in staat is om zelfstandig van een risicobron te vluchten. 2. Mogelijkheden tot vluchten of schuilen In geval van een calamiteit dient er van de risicobron af gevlucht te worden. De voorgenomen ontwikkeling maakt het voldoende mogelijk van de risicobron af te vluchten.

Aangezien het gaat om (speciaal) onderwijs is niet met zekerheid te stellen dat alle aanwezigen van zichzelf voldoende zelfredzaam zijn. Het is daarom van groot belang dat de BHV organisatie op orde is. Gezien de externe risico's is het daarbij van extra belang dat de BHV ook zicht heeft op de mogelijkheid van scenario's die zich buiten de eigen gebouwen voordoen. Geadviseerd wordt om binnen de (overkoepelende) organisatie voor de doelgroep van verminderd zelfredzame personen een ontruimingsplan op te stellen met een goede BHV-organisatie, die ook zicht heeft op scenario's buiten het eigen gebouw. Daarnaast wordt geadviseerd om vluchtwegen en verzamelplaatsen van de risicobron af (dus van de weg af) te situeren.

Brandweeradvies De veiligheidsregio (Brandweer Fryslân) heeft in het kader van vooroverleg gereageerd op het planvoornemen. In paragraaf 6.2 is de reactie van Brandweer Fryslân opgenomen en is aangegeven hoe met deze opmerkingen wordt omgegaan. Voor een deel refereert Brandweer Fryslân aan het hiervoor genoemde advies (Bijlage 10).

Conclusie Externe veiligheid is onder genoemde voorwaarden geen belemmering voor het plan. Het bevoegd gezag kan daarom de (resterende) externe veiligheidsrisico's accepteren en de verantwoording nemen voor het groepsrisico. Wat betreft externe veiligheid is het planvoornemen uitvoerbaar.

4.6

Luchtkwaliteit

Sinds 15 november 2007 zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen in titel 5.2 en bijlage 2 van de Wet Milieubeheer (Wm.). In artikel 5.16 van de Wm. is aangegeven hoe en onder welke voorwaarden bestuursorganen bevoegdheden kunnen uitoefenen in relatie tot de luchtkwaliteitseisen. Dit geldt dan vooral voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5. Indien aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of een combinatie van onderstaande voorwaarden wordt voldaan, is er geen belemmering meer voor het uitvoeren van een besluit. a. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; b. Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van een stof;

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

27

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

d. Een project is genoemd of past binnen het NSL of binnen een regionaal programma van maatregelen. Het Besluit gevoelige bestemmingen van 1 december 2008, gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer, richt zich op de bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Om die bescherming te regelenworden in het besluit langs wegen zones ingesteld waarbinnen onderzoek naar de luchtkwaliteit noodzakelijk is. Voor rijkswegen is er langs de rand van de weg aan weerszijden een zone van 300 m en voor provinciale wegen een onderzoekszone van 50 m. Binnen deze zone mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming' niet toenemen als de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden. Gebouwen ten behoeve van het basisonderwijs school valt in het kader van de luchtkwaliteit onder het Besluit gevoelige bestemmingen. Hoewel een gymzaal niet specifiek genoemd is in het besluit, kan het als functie ten behoeve van gebruik (overdag voor basisonderwijs) worden gezien als ‘gevoelige bestemming’ en is het besluit hierop van toepassing. Door de FUMO is een onderzoek luchtkwaliteit ten gevolge van wegverkeer uitgevoerd. Met de in het onderzoek uitgevoerde berekening kan aan de voorwaarde in artikel 5.16 lid 1 onder a.

van de Wm (geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde) worden voldaan. De uitkomst van het onderzoek naar de luchtkwaliteit is plausibel, want nergens in Noord-Nederland worden de grenswaarden ook maar benaderd. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 11 bijgevoegd.

Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.

4.7

Waterparagraaf

In de ruimtelijke ordeningspraktijk is het doorlopen van de wettelijk verplichte 'watertoets' bij de betrokken waterbeheerder (in dit geval Wetterskip Fryslân) van belang. De watertoets wordt gezien als procesinstrument dat moet waarborgen dat de gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen in een vroegtijdig stadium aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit en kwantiteit van het water.

Watertoets Op 8 december 2021 is de (digitale) watertoets doorlopen. Op basis van het planvoornemen heeft het Wetterskip Fryslân bepaald dat de normale procedure moet worden gevolgd. In het resultaat van de watertoets staat aangegeven waar per onderdeel rekening mee moet worden gehouden. Hieronder worden de gegeven onderdelen uit de watertoets weergegeven en wordt ingegaan hoe hier rekening mee is gehouden in het plan. Het volledige advies is als Bijlage 12 aan de toelichting toegevoegd.

Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is

28

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteert het Wetterskip de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.

Advies aanbrengen toename verharding Omdat het aantal vierkante meters toeneemt ten opzichte van de bestaande bebouwing en omdat deze toename meer dan 200 m2 in de bebouwde kom (stedelijk gebied) of 1500 m2 buiten de bebouwde kom (landelijk gebied) bedraagt dan geldt de vergunningsplicht.Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Er wordt totaal 26.000 m2 verharding toegevoegd aan het gebied. Daarvoor is conform het waterbeleid ter compensatie 2.600 m2 nieuw oppervlaktewater nodig. Het totaal aan verharding is door een berekening vanaf de inrichtingstekening tot stand gekomen. De vierkante meters voor de verschillende categorieën zijn: De verharding van het parkeerterrein en de wegen is ca. 17.700 m2 ; De verharding rondom de school is ca. 3.000 m2 ; Het bebouwingsoppervlakte van de school en de gymzalen is ca. 5.300 m2 . Over compensatie voor de toename van verharding die in het plangebied zal worden aangelegd is in 2013 al contact geweest met het Wetterskip. Er is toen afgesproken om meerdere problemen rond watergangen gecombineerd op te pakken. Voor de locatie waar de school gepland is zijn de volgende afspraken gemaakt: 1.

Voor wat betreft het gedeelte ter hoogte van de aanleg van de turborotonde aan de noordwestzijde nabij de N381. Bij slootverbreding wordt in eerste instantie dit deel van de rotonde nog niet meenemen om later dempen te voorkomen. Wel moet er de lange duiker onder de rotonde door fors worden vanwege te verwachten waterafvoer en –aanvoer; 2. Door het Wetterskip zal bij het verbreden van de sloot aan de Noorderhogeweg rekening worden gehouden met de oppervlakte van water ter compensatie voor compensatie voor het vergroten van het verharde oppervlakte; 3. De gemeente heeft ter hoogte van Vrijburgh opdracht gegeven voor het realiseren van een wandelpad op het strookje grond tussen de beide watergangen. Het waterschap wil deze watergangen bij elkaar voegen. Daarom is het schelpenpad verlegd; 4. Het waterschap zal in overleg met de gemeente de profielen meten van de watergangen langs de Noorderhogeweg; 5. Voor het waterschap moet het mogelijk zijn in het belang van het nodige onderhoud aan de hoofdwatergang minimaal eenzijdig machinaal kan plaatsvinden; 6. Uitgangspunten slootverbreding Noorderhogeweg tracé N381 tot rotonde Nijtap: insteek van de watergang 10 meter verschuiven. Daarbinnen de verbreding realiseren. Het hoogteverschil zorgt daarbij voor een variatie in waterbreedte/lengte talud.

Hierdoor verdwijnt het strakke karakter van de sloot zonder dat de insteek slingerend wordt aangelegd. Taludhelling 1:3. Bij bredere delen (vijverpartijen) flauwer talud van 1:5; 7. Uitgangspunten slootverbreding deel vanaf huidige stuw +0,35 m tot Burmaniasloot: verbreding 5 meter, talud 1:3. Waterpartij tegenover AH talud 1:5. In 2014 is de verbreding van de hoofdwatergang in opdracht van Wetterskip Fryslân uitgevoerd. Er is

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

29

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

totaal 4.200 m2 extra oppervlaktewater gerealiseerd. Binnen deze verbreding zit ook de compensatie van de de scholenlocatie Noorderhogeweg (zie punt 2 hiervoor). Het graven van extra oppervlaktewater ter compensatie van de toename van verharding is niet noodzakelijk.

Figuur 11. Watercompensatie

Advies hoofdwater Binnen het plangebied is een hoofdwater gelegen. De hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie en het Wetterskip verzoekt hier rekening mee te houden zie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter. De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Werkzaamheden binnen de beschermingszone van hoofdwatergangen betreffen een vergunningsplichtige activiteit. Het aanwezige hoofdwater is weliswaar gelegen binnen het plangebied maar hier vinden geen wijzigingen plaats. Er blijft voldoende ruimte open tussen het te realiseren gebouw en de watergang die behouden blijft. In de nadere planuitwerkingen zal hier rekening mee worden gehouden.

Conclusie Water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

30

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

4.8

Bedrijven- en milieuzonering

Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, als uitgangspunt van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is het waarborgen van voldoende afstand tussen hinderveroorzakende functies zoals bedrijven en voorzieningen, en hindergevoelige functies zoals woningen, noodzakelijk. Bij de ruimtelijk-functionele afstemming hiervan kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten in gebieden met functiescheiding (omgevingstype 1: rustige woonwijk dan wel rustig buitengebied). De grootst aangegeven afstand is bepalend. Als aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan, is op die punten sprake van een goede ruimtelijke ordening. De genoemde maten zijn evenwel richtinggevend en met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. De richtafstanden zijn overigens niet alleen gekoppeld aan de milieucategorie van een te beoordelen bedrijf/voorziening maar ook aan de karakterisering van de omgeving.

Zo kan in geval van een gemengd gebied (omgevingstype 2), waar sprake is van functiemenging in plaats van functiescheiding, bijvoorbeeld worden gewerkt met een verkleinde richt-afstand. Hiertoe kan de minimale richtafstand met één afstandsstap worden verkleind. Het geldend bestemmingsplan vormt het juridisch-planologisch kader van functies, bebouwing en werkzaamheden die in de verschillende op de verbeelding aangegeven bestemmingen zijn toegelaten. Een studie hiernaar vormt een goede toetsing van het aspect bedrijven- en milieuhinder. In de directe omgeving van de locatie zijn diverse functies gesitueerd. Vanuit het noorden met de klok mee komen de volgende functies voor, met tussen haakjes de richtafstand volgens de VNG-brochure vanaf de omliggende functie naar het beoogde scholencomplex: een carpoolplaats (50 m); woongebied oostzijde (125 m); bedrijvigheid van milieucategorieën 1 en 2 (125 m); een bedrijventerrein van milieucategorie 3.2 (150 m), waarbij het eerste deel van de bestemming geen bouwvlak heeft maar een waterpartij betreft, in verband met een woning (0 m) die direct aan het bedrijventerrein grenst. De eerste bebouwing kan feitelijk op een afstand van circa 250 meter worden gerealiseerd.

een melkveehouderijbedrijf (195 m); een horecagelegenheid (kippenrestaurant) (250 m); woning Noorderhogeweg (125 m) een crematorium (280 m) met in de huidige situatie hindergevoelige functies (wonen) op kortere afstand. Gelet op de locatie, de ligging nabij de entree van Drachten en de diverse functies rondom de locatie kan gesteld worden dat er geen sprake is van een rustig woongebied maar van functiemenging en dat er gewerkt kan worden met een verkleinde richtafstand. Hiertoe kan de minimale richtafstand met één afstandsstap worden verkleind. Een richtafstand van 100 meter wordt 50 meter, 30 meter wordt 10 meter en 10 meter wordt 0 meter. Aangenomen wordt namelijk dat een dergelijke omgeving al een hogere milieubelasting kent. Alle functies zijn op een grotere afstand gelegen dan de VNG-brochure voorschrijft in het geval van een gemengd gebied. Het te realiseren programma kan gerealiseerd worden zonder dat richtafstanden worden overschreden. Naast de richtafstanden en (mogelijke) invloed van omliggende functies op de locatie moet ook gekeken worden naar de richtafstand van de te realiseren schoolfunctie als hinderveroorzakende functie op de omgeving. In de VNG-brochure is bepaald dat voor een school een grootste richtafstand van 30 meter moet worden gehanteerd vanwege het geluidaspect. In een gemengd gebied bedraagt deze afstand 10 meter.

Er bevinden zich geen hindergevoelige functies binnen deze afstand van 10 meter. De dichtstbijzijnde woning (oostzijde) Noorderhogeweg en de woningbouw aan de oostzijde is op minimaal 125 meter gelegen. Gelet op de omvang van de locatie en de afstanden tot de bestaande gevoelige

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

31

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

functies (in dit geval wonen) is het mogelijk een school te realiseren zonder dat richtafstanden worden overschreden.

Conclusie Omdat het programma te realiseren is zonder dat er richtafstanden worden overschreden, is het plan uit het oogpunt van bedrijven- en milieuhinder inpasbaar.

4.9

Verkeerseffecten

Voor iedere ruimtelijke ontwikkeling geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid).

Verkeerskundig onderzoek Ten behoeve van het verkeersthema is een memo opgesteld omtrent de afwikkeling van het verkeer en ontsluiting van het scholencomplex. Dit memo is opgenomen als Bijlage 13 bij deze toelichting. Voor het onderzoek naar de verkeersafwikkeling zijn eerst tellingen gedaan, om het statische verkeersmodel bij te stellen. Vervolgens is op basis van het statische verkeersmodel een dynamisch verkeersmodel gemaakt, waarin verschillende varianten zijn gesimuleerd. Uit het verkeerskundig onderzoek zijn een aantal mogelijke maatregelen naar voren gekomen. Naar aanleiding van deze mogelijke maatregelen hebben gesprekken plaatsgevonden met Rijkswaterstaat om de benodigde aanpassingen van de infrastructuur te bespreken. Uit deze bespreking zijn diverse vragen naar voren gekomen die in een memo zijn toegelicht en waarover nader overleg met Rijkswaterstaat heeft plaatsgevonden op 27 mei 2021. Deze memo is opgenomen als Bijlage 14 bij deze toelichting. Na overleg met de provincie Fryslân is besloten om binnen het plangebied eenrichtingsverkeer in te stellen. Door eenrichtingsverkeer in te stellen kan het verkeer dat van de scholenlocatie komt, het terrein alleen via de ontsluiting aan de Nytap verlaten. Hiermee zal stagnatie in het verkeer en openbaar vervoer tijdens haal- en brengtijden voor de scholenlocatie op de rotonde aan de Noorderhogeweg, worden voorkomen.

De verwachting is dat hierdoor een eventuele aanpassing aan de rotonde aan de Noorderhogeweg op korte termijn wordt voorkomen.

Parkeeroplossing Ruimte om een parkeeroplossing op de locatie te vinden, is in ruim voldoende mate aanwezig. Afwenteling op de omliggende woonbuurt is niet aan de orde aangezien de locatie een eigenstandige plek betreft en woonbuurten op afstand zijn gesitueerd. Het aantal parkeerplaatsen heeft zich gericht op 750 leerlingen, in het voortraject is besloten om het hierop af te ronden. Het gebouw kan niet meer leerlingen dan 716 huisvesten. Er is dit dit geval gerekend met een overcapaciteit aan parkeerplaatsen.

Bereikbaarheid langzaam verkeer Voor fietsers, voetgangers en buspassagiers is er een goede mogelijkheid om de locatie te bereiken. De bus stopt bij de bushalte op de carpoolplek. Daarnaast is de locatie te voet en per fiets te bereiken vanuit woonwijk Vrijburgh via de carpoolplek. Tot slot is de locatie te bereiken via de ontsluiting op de Nijtap. Deze ontsluitingen staan los van de ontsluitingsmogelijkheden voor het gemotoriseerd verkeer. Er is goede mogelijkheid om een directe langzaamverkeersverbinding te maken tussen de woonwijk Vrijburgh en de Leisurestrooklocatie. Deze kan door het beoogde parkgebied leiden dat tussen de woonwijk en de locatie ligt.

32

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

Verkeersveiligheid Momenteel is een de Noorderhogeweg gelegen buiten de bebouwde kom en geldt een maximum snelheid van 80 km/u. De bebouwde kom begint op dit moment na de rotonde naar de Nytap. Dat houdt in dat, wanneer je vanaf de Nytap het gebied voor S(B)O in gaat, daar sprake is van de bebouwde kom en een 50 km/h regime en wanneer je het gebied vanaf de Noorderhogeweg bij de carpoolplaats ingaat er sprake is van een 80 km/u regime. Vanuit verkeer en verkeersveiligheid is het gewenst dat de Noorderhogeweg ook binnen de bebouwde kom komt te liggen. Gelijk oplopend met het bestemmingsplan zal de gemeente een verkeersbesluit nemen die erop ziet dat de bebouwde kom begint en eindigt net na de rotonde bij de carpoolplaats.

Conclusie: Voorliggend voornemen levert geen verkeerskundige problemen op en is wat betreft dit aspect uitvoerbaar.

4.10

M.e.r.-verantwoording

Een plan-m.e.r. is een in de Wet milieubeheer (Wm) vastgelegde procedure waarmee voor de m.e.r.-(beoordelings)plichtige onderdelen van een ruimtelijk plan de milieugevolgen op basis van een zekere bandbreedte worden beoordeeld. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De drempelwaarden waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.).

Onderzoek Op het planvoornemen is de drempelwaarde voor stedelijke ontwikkeling, D11.2 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., van toepassing.

Activiteiten D.11.2

Gevallen

De aanleg, wijziging In gevallen waarin de activiteit betrekking of uitbreiding van een heeft op: stedelijk 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, ontwikkelingsproject, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of met inbegrip van de meer woningen omvat, of bouw van 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 winkelcentra of m2 of meer. parkeerterreinen.

Besluit De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening --> het bestemmingsplan

Figuur 12. Onderdeel D (categorie D.11.2) v an bijlage II v an het Besluit mer

Deze drempelwaarde wordt met de ontwikkeling uit dit bestemmingsplan niet overschreden. Conform het gewijzigde Besluit m.e.r. dient voor activiteiten die wel in de D-lijst zijn opgenomen, maar niet aan de daar genoemde drempelwaarden voldoen, een toets aan 'Bijlage III van de Europese richtlijn milieubeoordeling projecten' te worden uitgevoerd, een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Aard, omvang en ligging zijn begrippen die bij deze beoordeling centraal staan. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet in de meeste gevallen worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie (artikel 2, vijfde lid, van het Besluit m.e.r.). Dit is niet het geval wanneer het bevoegd gezag tevens degene is die de activiteit onderneemt. De gemeente Smallingerland is initiatiefnemer voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan en is ook het bevoegd gezag. Er hoeft dan ook geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. In onderstaande tabel worden de mogelijke milieueffecten behandeld. Eerst wordt een beschrijving

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

33

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.

Criteria

Beschrijving van mogelijke effecten

Hoofdthema 1: Kenmerken van het project De omvang van het project.

De cumulatie projecten. Gebruik van hulpbronnen.

met

Het plangebied is circa 2,5 hectare groot en voorziet in de bouw van een scholencluster Speciaal (Basis)onderwijs (S(B)O). Totaal all-in (plein, parkeren, water, groen en footprint gebouw) is een oppervlakte nodig van 23.075 m2 tot 24.400 m2. Het project blijft ver onder de drempelwaarde van 100 hectare en 2.000 woningen. andere In de directe omgeving zijn geen andere ontwikkelingen voorzien. Er is in die zin dan ook geen sprake van cumulatie van effecten met andere projecten.

natuurlijke Voor de bouw worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal (beton, hout, grond).

De productie van afvalstoffen.

Enkel relevant tijdens de bouw

Verontreiniging en hinder.

Tijdens de aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouw- en sloopwerkzaamheden. Significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn echter niet aan de orde, hetgeen blijkt uit de natuurtoets en de uitgevoerde Aerius-berekening. Gebruiksfase: er vindt toename van verkeer als gevolg van het planvoornemen met consequenties voor geluid en luchtkwaliteit in de directe omgeving van de planlocatie plaats maar dit leidt, gelet op de afstand tot omliggende functies, niet tot relevante milieueffecten. Gelet op de omvang van het plan draagt het planvoornemen namelijk slechts in 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtkwaliteit. Een eventuele toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van het planvoornemen is middels een Aeriusberekening in beeld gebracht. Hieruit komt naar voren dat significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. De milieueffecten die vanuit de omgeving op het plangebied optreden (zoals geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai en functies in de directe omgeving) zijn bestudeerd. Schadelijke effecten hiervan worden voorkomen door rekening te houden met geldende richtafstanden bij het opstellen van het planontwerp.

Ten aanzien van de toekomstige gebruiksfase kan op basis van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken worden geconcludeerd dat er geen onevenredige verontreiniging en hinder zullen optreden. Zie voorgaande paragrafen in dit hoofdstuk

34

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

Het risico van zware ongevallen Binnen en nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen en/of rampen, waaronder rampen gelegen waarvan een plaatsgebonden risicocontour of door klimaatverandering. invloedsgebied van het groepsrisico over het plangebied gesitueerd is. Daarnaast is in de nabijheid geen sprake van transportroutes met vervoer van gevaarlijke stoffen die van invloed zijn op het plangebied. De meest nabijgelegen risicobronnen op ruime afstand en zijn daarmee niet van invloed op de planlocatie. Met het planvoornemen worden voorts geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Risico's voor gezondheid.

de

menselijke Het planvoornemen maakt geen ruimtelijke ontwikkeling mogelijk met effecten op de volksgezondheid (zoals hinderveroor-zakende objecten/activiteiten). Een goed ontwerp van de toekomstige woonen leefomgeving op de planlocatie kan juist in positieve zin bijdragen aan de gezondheid van toekomstige bewoners.

Hoofdthema 2: Plaats van het project Het bestaande grondgebruik

Het plangebied bestaat uit een groot onbebouwd gebied en hebben en agrarische bestemming.

Relatieve rijkdom aan en de Door middel van flora- en faunaonderzoek is beoordeeld of sprake is kwaliteit en het van beschermde natuurwaarden in het plangebied. Met regeneratievermogen van de inachtneming van de zorgplicht kan het plan worden uitgevoerd natuurlijke hulpbronnen van het zonder significant negatieve effecten op de flora en fauna. gebied. Het plangebied heeft door het huidige gebruik geen hoge ecologische waarde. Het Natura 2000-gebied die het dichtst bij het plangebied is gelegen, de Alde Feanen op een afstand van circa 7 kilometer. Geconstateerd kan worden dat gebieden met (hogere) natuurwaarden op een behoorlijke afstand van de planlocatie liggen en derhalve door het planvoornemen niet negatief zullen worden beïnvloed. Er bestaat namelijk geen directe ecologische relatie tussen de planlocatie, aard van het plan (bouwvoornemen met uitsluitend lokale effecten) en de soorten- en gebiedsbescherming van Natura 2000-gebieden in de regio. Het opnamevermogen van het Vanwege het huidige gebruik heeft het plangebied geen hoge natuurlijke milieu, met in het ecologische waarde. Het planvoornemen leidt niet tot significant bijzonder aandacht voor gevoelige negatieve effecten op bijvoorbeeld Natura 2000-gebieden, het NNN gebieden. of weidevogelleefgebied. De uitgevoerde ecologische toetsing bevestigt dit.

Op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek blijkt dat in het gehele plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Door middel van het opnemen van een dubbelbestemming is geborgd dat aanvullend onderzoek moet worden uitgevoerd voor de omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden verleend. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat er voor wat betreft archeologie geen belemmeringen zullen ontstaan. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt zijn voorts geen negatieve effecten te verwachten. Hoofdthema 3: Kenmerken van het potentiële effect

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

35

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

Bereik van het effect (geografische De potentiële negatieve effecten zijn beperkt en uitsluitend lokaal zone en grootte van de getroffen van aard. Daarnaast is een tijdelijk effect gedurende de aanlegfase bevolking) mogelijk. Gelet op de aard van de omgeving, waarbij gevoelige, waardevolle en woongebieden niet binnen het bereik van de potentiële effecten gelegen zijn, is het bereik van het potentiële effect zeer beperkt te noemen. Het grensoverschrijdende karakter Geen van het effect. De intensiteit en de complexiteit De potentieel aanzienlijke effecten op de directe woon- en van het effect. leefomgeving wijzigen niet significant als gevolg van de ontwikkeling van het plangebied. Het effect is beperkt tot het plangebied en nabije omgeving. De relevante milieuaspecten zijn onderzocht waaruit geen redenen blijken om aan te nemen dat sprake is van onoverkomelijke belemmeringen voor planontwikkeling op deze planlocatie. De waarschijnlijkheid effect.

van

het Van onevenredige negatieve effecten voor de omgeving is geen sprake

Duur, frequentie en de De bouwfase levert tijdelijke effecten op. Na de bouwfase verdwijnen omkeerbaarheid van het effect deze effecten. In de gebruiksfase treedt een permanent effect op ten aanzien van verkeer en luchtkwaliteit. De effecten van verkeer op de luchtkwaliteit en geluid zijn beperkt.

Conclusie De boordeling heeft plaatsgevonden aan de hand van de relevante criteria die staan opgenomen in de Wet milieubeheer en bijlage III bij Richtlijn 2014/52/EU (waarmee Richtlijn 2011/92/EU is gewijzigd). Dit betekent dat gekeken is naar de kenmerken van de activiteit, de locatie van de activiteit en de gevolgen van de activiteit voor het milieu. Het project is in zekere zin onomkeerbaar, maar heeft in vergelijking met de drempelwaarde van een stedelijk ontwikkelingsproject een relatief geringe omvang. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu, is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Gezien de te verwachten effecten kan worden geconcludeerd dat het gezien de aard van de activiteit en de zorgvuldigheid waarmee het plan kan worden ingepast en gerealiseerd, is uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen met zich mee zal brengen voor het milieu. Omdat er geen sprake is van relevante effecten, zijn er geen redenen gezien die het doorlopen van een m.e.r.- procedure zinvol maken. Nadere analyse in een MER/m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.

36

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische vormgeving

Toelichting op het juridische systeem

In de voorgaande hoofdstukken zijn de uitgangspunten voor de ruimtelijke en functionele situatie in het plangebied aangegeven. Deze uitgangspunten zijn getoetst aan de omgevingsaspecten. In dit hoofdstuk wordt de inhoud van de bestemmingen (de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden) toegelicht en wordt aangegeven hoe de uitgangspunten hun juridische vertaling in het eigenlijke plan hebben gekregen. De bepalingen die betrekking hebben op de te onderscheiden bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding. Het bestemmingsplan geeft aan voor welke doeleinden de gronden zijn bestemd. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) toegepast. De regels zijn zo opgesteld dat deze gebruikt kunnen worden in een analoog alsook in een digitaal raadpleegbaar bestemmingsplan. Het digitale plan verschaft de burger 'online' informatie over het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale plannen zijn per 01-01-2010 verplicht op grond van de Wro. Op basis van de Wro is het digitaal vastgestelde bestemmingsplan leidend.

Als er een verschil bestaat tussen het analoge en digitale bestemmingsplan, is de digitale versie bepalend qua vormgeving en inhoud.

5.2

Regels

5.2.1

Algemeen

De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier hoofdstukken: 1. In de Inleidende regels zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. 2. In de Bestemmingsregels zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. In paragraaf 5.2.2 volgt in het kort een nadere toelichting op de bestemmingen. 3. In de Algemene regels staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende algemene bouw- en gebruiksregels. De afwijkingsmogelijkheden in de verschillende bestemmingen en de algemene afwijkingsregels zorgen voor enige flexibiliteit van het plan. De algemene afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht, zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. 4. Tenslotte bevat het bestemmingsplan nog Overgangs- en slotregels.

Dit betreft artikelen onder het overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken en gebruik en de slotregel. 5.2.2

Gehanteerde bestemmingen

Groen Het openbaar groen is onder deze bestemming geregeld. Binnen de bestemming zijn gebouwen, anders dan gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen, niet toegestaan en voor bouwwerken (zoals speelvoorzieningen) gelden eveneens beperkingen.

Maatschappelijk De maatschappelijke voorzieningen in het plangebied, in dit geval het S(B)O zijn bestemd als 'Maatschappelijk'. Naast deze functies zijn meer maatschappelijke functies toegestaan. Dit biedt

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

37

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

flexibiliteit in het uitwisselen van functies wanneer dat noodzakelijk is.

Verkeer Het deel van Nijtap dat binnen het plangebied valt, heeft deze bestemming gekregen.

Verkeer - Verblijf De wegen en gebieden die vooral een ontsluitende functie en een verblijfsfunctie kennen, zijn bestemd als ‘Verkeer – Verblijf’.

Waarde - Archeologisch/cultuurhistorisch waardevol gebied Het plangebied heeft op basis van archeologisch onderzoek de dubbelbestemming 'Waarde Archeologisch/cultuurhistorisch waardevol gebied'. Voor bouwwerken en daaraan gerelateerde werkzaamheden dient vooraf een omgevingsvergunning te worden verkregen. Ter bescherming van de archeologische waarden is tevens een omgevingsvergunning vereist voor diverse werkzaamheden op en in de bodem.

38

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening maakt met het bepaalde in afdeling 6.4 het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten, wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in het bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan betreft geen ontwikkeling waarmee een aangewezen bouwplan mogelijk wordt gemaakt. Tevens is de gemeente eigenaar van de gronden en zijn er geen andere partijen betrokken waarop kosten verhaald zouden kunnen worden. Concluderend kan gesteld worden dat binnen dit bestemmingsplan geen sprake is van aangewezen bouwplannen, waardoor de gemeente niet in de mogelijkheid en verplicht is om eventuele kosten te verhalen en er derhalve geen verplichting is om tegelijkertijd met het nieuwe bestemmingsplan een exploitatieplan op te stellen.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak Voor het voorliggende bestemmingsplan is het voorontwerp stadium overgeslagen. De reden hiervoor is dat er diverse gesprekken zijn geweest met omwonenden. Bij de totstandkoming van het plan zijn informatiebijeenkomsten georganiseerd en hebben gesprekken plaatsgevonden waarbij omwonenden en belanghebbende waren uitgenodigd om mee te praten over deze ontwikkeling. De meest recente informatiebijeenkomst heeft plaatsgevonden op 8 december 2021. Gezien de gevoerde vorm van participatie heeft geen afzonderlijke inspraak plaatsgevonden over het bestemmingsplan.

Vooroverleg Het bestemmingsplan is onderwerp van overleg geweest zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het plan is hierbij voorgelegd aan de officiële overlegpartners met het verzoek om op het planvoornemen te reageren. Er heeft overleg plaatsgevonden met de provincie Fryslân en er is een overlegreactie ingediend door Brandweer Fryslân. Naar aanleiding van deze reacties is het bestemmingsplan aangepast. Hieronder wordt de inhoud van het overleg danwel de reactie samengevat en volgt indien nodig het gemeentelijke commentaar.

Provincie Fryslân Met de provincie is in 2019 overleg geweest over de keuze voor de huidige locatie. Aangegeven is dat de ligging ten opzichte van het stedelijke gebied niet als knelpunt wordt gezien. De provincie ziet de beoogde ontwikkeling aan de Noorderhogeweg als aansluiting op het stedelijke gebied. Gebieden van bestemmingsplannen die voorzien in uitbreiding van stedelijk gebied met nieuwe stedelijke functies zijn onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Met het verleggen van de bebouwde kom grens wordt dit nog meer zichtbaar. In een telefonisch overleg is akkoord gegeven over de uitkomsten van het geluidsonderzoek en de daarbij behorende maatregelen zoals het verleggen van de bebouwde kom grens. Ook is uitgelegd waarom een dubbelbestemming voor archeologie is opgenomen waardoor gegarandeerd wordt dat aanvullend archeologisch onderzoek zal plaatsvinden voor met de bouw van de school wordt begonnen.

Brandweer Fryslân (Bijlage 15). Brandweer Fryslân adviseert in overeenstemming met de punten in de overlegreactie om: Een weloverwogen beslissing te maken voor het al dan niet toestaan van dit plan binnen de invloedsgebieden van de diverse risicobronnen en bij het wel toestaan de adviezen van brandweer

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

39

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

Fryslân over te nemen; Een centraal punt in te richten waar de centrale ventilatie van het gebouw uit kan worden gezet, om te voorkomen dat een toxische wolk het gebouw binnen kan komen; Vluchtroutes van zowel de N369 als de N31 af te situeren om in het geval van een dreigende explosie bij een tankwagen veilig te kunnen vluchten; aan te sluiten bij de gestelde regels uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving uit hoofdstuk 4.2.14 brand- en explosievoorschriftengebied, om een bescherming binnenshuis en een veilige ontvluchting te bevorderen; voor de aspecten die van belang zijn voor de basisbrandweerzorg rekening te houden met de punten genoemd in het eerdere advies en brandweer Fryslân te betrekken bij een concrete invulling van het plangebied; Brandweer Fryslân ons op de hoogte te houden van de mate waarin ons advies is overgenomen. Reactie gemeente: Over dit aspect worden in het kader van de nadere planuitwerking en omgevingsvergunning afspraken gemaakt en bij de (civiele) inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met de adviezen. Planologisch levert dit geen problemen op in het bestemmingsplan. Brandweer Fryslân wordt worden betrokken bij de concrete uitwerking. Met inachtneming van het advies van de brandweer zal het aspect externe veiligheid geen strijd met de geldende wetgeving opleveren.

Ontwerp Het ontwerp bestemmingsplan heeft van donderdag 23 december 2021 gedurende een periode van zes weken ter visie gelegen voor zienswijzen. In deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om bij de gemeenteraad zienswijzen in te dienen.

Ambtshalve wijzigingen Er zijn diverse ambtshalve aanpassingen ten behoeve van de verbetering van de kwaliteit van de toelichting doorgevoerd. Op verzoek van het Wetterskip is de waterparagraaf uitgebreid. Daarnaast is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het uitvoeren en instandhouden van de landschappelijke inpassing.

Vaststelling Het bestemmingsplan is op PM gewijzigd vastgesteld. Het raadsbesluit is opgenomen in Bijlage 16 bij deze toelichting.

40

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11243353/1