Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing recreatieark Hegewarren te Oudega
Tekst van het document
Te benutten werktuigen
Tijdens de realisatie van het voornemen worden binnen het projectgebied werktuigen benut. Dergelijke werktuigen stoten tijdens het gebruik eveneens stikstof uit. Het gaat hierbij om tijdelijke uitstoot, hiervan is na de realisatie geen sprake meer. Voor het berekenen van het dieselverbruik is de volgende formule aangehouden: LBPJ =(0.095* Pmax +0.54)* D
1
Deze ervaringscijfers zijn gebaseerd op stikstofberekeningen waarbij input is vergaard van vooraanstaande bouw- en sloopbedrijven, projectontwikkelaars en aannemers.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
AERIUS-Berekening Oudega, Hegewarren Definitief LBPJ staat in de bovengenoemde formule voor literverbruik per jaar. Pmax is het maximale vermogen van het werktuig en D staat voor het aantal draaiuren. Daarnaast is er rekening gehouden met het gebruik van AdBlue. Ligterink et al 2021 2 constateert dat voor Stage IV en V werktuigen dit 6% van het totale dieselverbruik bedraagt. Hieronder is een overzicht opgenomen, waarin aan de hand van de uitgangspunten de emissie van de werktuigen is achterhaald. Het AdBlue verbruik geldt alleen voor machines die uitgerust zijn met een scrfilter. Machines die een vermogen hebben dat kleiner is dan 56 kW, worden niet uitgerust met een scr-filter. Ook benzine aangedreven werktuigen hebben geen scr-filter. Voor deze werktuigen is het AdBlue verbruik niet van belang. In AERIUS kunnen bij het dieselverbruik en AdBlue verbruik geen decimale getallen ingevoerd worden, daarom zijn alle getalen naar boven afgerond. Hieronder is in een tabel de uitgangspunten weergegeven. In onderstaand tabel zijn de uitgangspunten voor de inzet van de werktuigen voor het projectgebied weergegeven. Type werktuig
Aantal uren project
Vermogen (kW)
Stageklasse
Graafmachine 6 120 IV, 2014-2018 (uitbaggeren inham) Grondboor (realiseren 6 10 Benzine, 2 steiger en beschoeiing) takt Mini graafmachine 18 28 IV, 2014-2018 (realiseren steiger en beschoeiing) Bovenstaande gegevens zijn gebaseerd op ervaringscijfers van BJZ.nu. 3
3.2
Gebruiksfase
3.2.1
Algemeen
Diesel/benzine verbruik totaal (liter/j)
AdBlue verbruik 6% (liter/j)
72
5
9
n.v.t.
58
n.v.t
Binnen de gebruiksfase (gebruik voornemen) is in voorliggend geval sprake van de volgende activiteiten (bronnen) die bijdragen aan de emissie van stikstof: • • 3.2.2
Eventueel gasverbruik recreatieark; Verkeersgeneratie. Recreatieark
De nieuwe recreatieark wordt niet op het gasnet aangesloten en zal elektrisch verwarmd worden. Hierdoor is de recreatieark zelf geen NOx of NH3 emitterende bron. Deze is daarom neutraal (zonder emissies) gemodelleerd als oppervlaktebron in de AERIUS-berekening. 3.2.3
Verkeersgeneratie
Het voornemen brengt een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het aantal verkeersbewegingen heeft invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: •
Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk / gemeente Smallingerland (Bron: CBS Statline);
2 Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305 3 Deze ervaringscijfers zijn gebaseerd op stikstofberekeningen waarbij input is vergaard van vooraanstaande bouw- en sloopbedrijven, projectontwikkelaars en aannemers.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
AERIUS-Berekening Oudega, Hegewarren Definitief •
Stedelijke zone: buitengebied.
In de CROW publicatie wordt de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. Met betrekking tot de recreatieark wordt aansluiting gezocht bij de functie ‘Bungalowpark (huisjescomplex). Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie het volgende beeld. Functie Bungalowpark (huisjescomplex) Totaal
Verkeersbewegingen per bungalow per weekdag (gemiddeld) 2,7
Aantal 1
Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld) 2,7 3
De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woningen komt neer op gemiddeld 3 verkeersbewegingen per dag. In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het projectgebied, vanuit gegaan dat het gebruiksverkeer het projectgebied bereikt en verlaat via een zandpad dat vervolgens leidt naar de Hegewarren. Op de Hegewarren is het gebruiksverkeer qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden van het overige wegverkeer en zal het opgaan in het heersende verkeersbeeld.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
AERIUS-Berekening Oudega, Hegewarren Definitief
HOOFDSTUK 4
RESULTATEN & CONCLUSIE
De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de realisatie van een recreatieark in Oudega. In de aanleg- en gebruiksfase wordt inzicht gegeven in de te verwachten NOx en NH3 emissie. Voor de aanlegfases zijn de volgende activiteiten in de AERIUS-calculator ingevoerd: • •
Verkeersgeneratie bouwverkeer van en naar het projectgebied; Te benutten werktuigen binnen het projectgebied.
Voor de gebruiksfase zijn dit de volgende activiteiten: • •
Gasverbruik bebouwing; Verkeersgeneratie.
Uit de rekenresultaten blijkt dat zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichtig.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
AERIUS-Berekening Oudega, Hegewarren Definitief
BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING Bijlage 1
Rekenresultaten aanlegfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Aanlegfase - Beoogd
Resultaten
Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RQ2VcgBLPqSA (05 april 2023)
BJZ.nu Hegewarren, - Oudega Oudega, Hegewarren Aanlegfase recreatieark RQ2VcgBLPqSA 05 april 2023, 11:06 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2023 -
19,5 g/j
1,4 kg/j
2/6
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
RQ2VcgBLPqSA (05 april 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
17,8 g/j 1,8 g/j
1,4 kg/j 40,6 g/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RQ2VcgBLPqSA (05 april 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RQ2VcgBLPqSA (05 april 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Aanlegfase , Rekenjaar 2023 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
mobiele werktuigen X:192389,65 Y:568222,7 0,08 ha
NOₓ NH₃
Naam
Stageklasse
graafmachine
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 72 l/j SCR: ja
grondboor
1,4 kg/j 17,8 g/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
alle werktuigen op benzine, 2takt
6 u/j
5 l/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
9 l/j
NOₓ NH₃
mini graafmachine 2
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
58 l/j
verkeersgeneratie X:192257,66 Y:568596,44 846,20 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
NOₓ NH₃
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
18 u/j
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigen
40 p/jaar 8 p/jaar 8 p/jaar 0 p/jaar
0,1 kg/j 17,3 g/j 36,0 g/j 0,0 kg/j 1,3 kg/j 0,0 kg/j 40,6 g/j 10,4 g/j 1,8 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230315_cd85399aac Database versie 2022_cd85399aac Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ RQ2VcgBLPqSA (05 april 2023)
6/6
AERIUS-Berekening Oudega, Hegewarren Definitief
Bijlage 2
Rekenresultaten gebruiksfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Gebruiksfase - Beoogd
Resultaten
Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
Rv3GBz8pe9kT (05 april 2023)
BJZ.nu Hegewarren, - Oudega Oudega, Hegewarren Gebruiksfase recreatieark Rv3GBz8pe9kT 05 april 2023, 11:07 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2024 -
20,2 g/j
0,2 kg/j
2/6
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Recreatie | Recreatieark Verkeersnetwerk
Rv3GBz8pe9kT (05 april 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
20,2 g/j
0,2 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
Rv3GBz8pe9kT (05 april 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Rv3GBz8pe9kT (05 april 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2024 1
Wonen en Werken | Recreatie
Naam Recreatieark Uittreedhoogte Locatie X:192389,47 Warmteinhoud Y:568221,22 Spreiding Oppervlakte 0,08 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
1,0 m 0,000 MW 1m
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
verkeersgeneratie X:192256,14 Y:568594,03 829,63 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigen
3 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal
0,2 kg/j 39,2 g/j 20,2 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230315_cd85399aac Database versie 2022_cd85399aac Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rv3GBz8pe9kT (05 april 2023)
6/6
Quickscan natuurwaardenonderzoek Hegewarren (ongenummerd) De Veenhoop
Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000
Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Hegewarren (ongenummerd) De Veenhoop
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Opdrachtgever:
BJZ.NU
Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna
Projectnummer en versie: 4499
Status: definitief
Ligging plangebied: Hegewarren (ong.) De Veenhoop
Rapportdatum: 15-12-2022
Auteur: Ing. P. Leemreise & Benjamin Wagener
Veldwerk uitgevoerd door: Ing. P. Leemreise
2
SAMENVATTING .................................................................................................................................................. 4 HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................................................................... 6 HOOFDSTUK 2 HET PLANGEBIED ........................................................................................................................ 7 2.1 Situering .................................................................................................................................................... 7 2.2 Beschrijving van het plangebied ............................................................................................................... 7 HOOFDSTUK 3
VOORGENOMEN ACTIVITEITEN.............................................................................................. 9
3.1 Algemeen .................................................................................................................................................. 9 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................. 9 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ................................................................................................................ 9 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied ................................................................................................... 10 Hoofdstuk 4 TOETSINGSKADER ......................................................................................................................... 11 4.1 Algemeen ................................................................................................................................................ 11 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 ................................................................................................... 11 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ..................................................................................... 11 4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ..........................................................................
12 Hoofdstuk 5 GEBIEDSBESCHERMING ................................................................................................................ 13 5.1 Algemeen ................................................................................................................................................ 13 5.2 Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................... 13 5.3 Natura 2000 ............................................................................................................................................ 15 5.5 Slotconclusie ........................................................................................................................................... 16 HOOFDSTUK 6 SOORTENBESCHERMING........................................................................................................... 17 6.1 Verwachting en bureauonderzoek.......................................................................................................... 17 6.2 Methode ................................................................................................................................................. 17 6.3 Effectbeoordeling....................................................................................................................................
18 6.5 Historische gegevens en overige bronnen .............................................................................................. 22 6.6 Volledigheid van het onderzoek ............................................................................................................. 23 HOOFDSTUK 7
CONCLUSIES ........................................................................................................................ 24
3
SAMENVATTING Er zijn concrete plannen voor de plaatsing en bewoning van een woonark aan de Hegewarren, ter hoogte van De Veenhoop. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Op 16 mei 2022 is een verkennend onderzoek uitgevoerd in het plangebied. Daarbij is gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort tot het Natuurnetwerk Nederland, maar ligt buiten de begrenzing van Natura 2000.
Omdat sprake is van een nieuwe functie, mogelijk gemaakt middels een ruimtelijk plan, dient dit plan getoetst te worden aan de beleidsregels voor bescherming van het NNN. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan op voorhand worden uitgesloten, er is geen nader onderzoek vereist. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden eveneens uitgesloten. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten verschillende grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten er een vaste rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden.
Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Voor de meeste in het plangebied voorkomende amfibiesoorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van de vaste rust- en voortplantingsplaats’, maar niet voor de heikikker. Tevens mogen amfibieën niet gedood worden. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden, dient dienen de dieren weggejaagd te worden of gevangen te worden (om elders los te laten). Voor deze nietdodelijke vangmiddelen heeft de provincie een lijst met toegestane vangmiddelen opgesteld. Deze zijn opgenomen in de provinciale ruimtelijke verordening. De uitvoering van de aanlegwerkzaamheden dient afgestemd te worden op de ecologie van heikikkers, of uit nader onderzoek moet blijken dat de heikikker in het plangebied ontbreekt. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor beschermde dieren niet af. Wettelijke consequenties samengevat:
4
-
Geen beschermde amfibieën doden; Geen bezette vogelnesten verstoren, beschadigen of vernielen; Werkzaamheden afstemmen op de ecologie van de heikikker, of aanvullend onderzoek uitvoeren naar de functie van het plangebied voor heikikkers.
5
HOOFDSTUK 1 INLEIDING Er zijn concrete plannen voor de plaatsing en bewoning van een woonark aan de Hegewarren, ter hoogte van De Veenhoop. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura2000-gebied) en de Verordening Romte Fryslân 2014 (Natuurnetwerk Nederland).
Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.
6
HOOFDSTUK 2 HET PLANGEBIED 2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan het Grytmansrak, een watergang ten westen van De Veenhoop. Het plangebied is bereikbaar via een ontsluitingsweg vanaf de Hegewarren. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de pointer aangegeven (bron kaart: Ruimtelijkeplannen.nl)
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een onbebouwd perceel en bestaat uit open water, riet, ruigte en grasland. Het grenst aan de oostzijde aan open water, aan de zuidzijde aan een woonark en aan de overige zijden aan grasland en enkele opgaande bomen. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied weergegeven.
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
7
Detailfoto van het plangebied. Met de rode lijn wordt de grens van het plangebied aangeduid.
8
HOOFDSTUK 3
VOORGENOMEN ACTIVITEITEN
3.1 Algemeen Er zijn plannen een woonark in het plangebied te plaatsen en deze te bewonen. Langs de oever wordt een steiger geplaatst. Het landbiotoop wordt vervolgens gebruikt als tuin. Op onderstaande afbeelding wordt het wenselijke eindbeeld weergegeven.
Wenselijk eindbeeld (rechts de nieuwe woonark).
De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Plaatsen woonark; • Bewonen woonark; • Plaatsen en benutten steiger; • Inrichten buitenruimte en benutten buitenruimte als tuin;
3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals het plaatsen en bewonen van de woonark, plaatsen en benutten woonark en gebruiken buitenruimte als tuin. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In het voorliggend geval grenst het plangebied aan open water, woonark met tuin en agrarisch cultuurland. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is groter dan uitsluitend het plangebied.
Mogelijk zijn verstoringseffecten als licht, geluid en optische verstoring waarneembaar buiten het plangebied.
9
3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Om het effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde waarden vast te kunnen stellen, is het van belang buiten het plangebied te kijken. Vooral beschermde waarden van het naastgelegen open water, direct grenzend aan het plangebied, kan beïnvloed worden door de voorgenomen activiteiten. Op onderstaande luchtfoto wordt het onderzoeksgebied weergegeven. Indien in het vervolg van dit rapport gesproken wordt over plangebied, dan wordt onderstaand onderzoeksgebied bedoeld.
Begrenzing van het onderzoeksgebied (rode lijn) ten opzichte van het plangebied (gele lijn).
10
Hoofdstuk 4 TOETSINGSKADER 4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura2000gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.
In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.) o lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; o lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; o lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; o lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; o lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.) o lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; o lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; o lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; o lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; o lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) o lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden:
11
o
o o
onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wn een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.
4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Friesland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Friesland.
12
Hoofdstuk 5 GEBIEDSBESCHERMING 5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura-2000 gebied en het Natuurnetwerk Nederland. 5.2 Natuurnetwerk Nederland1 Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd). De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een ‘goede ruimtelijke ordening’ als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden.
Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’ waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: her-begrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het ‘nee, tenzij’-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Drenthe. Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt. Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het plangebied behoort tot Natuurnetwerk Nederland. Het westelijke deel (landbiotoop) behoort tot EHS Overige natuur.
Het oostelijke deel (open water) behoort tot EHS Water. Op de onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.
1 Verordening Romte Fryslân 2014 (versie 23-3-2021).
13
Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De begrenzing van het plangebied wordt met de gele lijn aangeduid. Gronden die tot Natuurnetwerk Nederland behoren, worden met de groene kleur aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
Beschermingsregime In de Verordening Romte Fryslân 2014 (versie 23-3-2021) heeft de provincie beleidsregels vastgesteld t.a.v. activiteiten of ontwikkelingen in gebieden die aangewezen zijn als Natuurnetwerk Nederland. De volgende beleidsregels zijn van toepassing op gebieden behorende tot het NNN: 1. Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur zoals begrensd op de van deze verordening deel uitmakende kaart Natuur voorziet in een passende bestemming met gebruiksregels gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gronden. 2. Een ruimtelijk plan voor gronden zoals bedoeld in het eerste lid maakt geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden, of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur. 3. Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gronden nabij de ecologische hoofdstructuur kan nieuwe, niet-agrarische activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, mits die niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur. Onder voorwaarden kan afgeweken worden van bovenstaande beleidsregels.
In paragraaf 7.1.3. van de Verordening Romte Fryslân 2014 wordt beschreven onder welke voorwaarden nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn. Toetsing aan provinciaal beleid Er is sprake van een nieuwe functie in een deel van het NNN. In een ruimtelijke onderbouwing dient voorgenomen initiatief nader getoetst te worden aan de beleidsregels voor bescherming van het NNN. Mits goed gemotiveerd kan sprake zijn van een uitzonderingssituatie, waarin de Verordening Romte Fryslân 2014 voorziet.
14
5.3 Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura2000gebied ligt op minimaal 450 meter afstand van het plangebied. Dit betreft Natura2000-gebied Alde Feanen. Op de onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura-2000 gebied weergegeven. Het plangebied wordt met een rode marker weergegeven.
Ligging van Natura2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode stip aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de groene kleur aangeduid (bron: www.natura2000.nl).
Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura2000-gebied en de invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal. Het is niet aannemelijk dat verstoringseffecten, zoals geluid, optische verstoring, kunstlicht een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied. Nader onderzoek of een effectenbeoordeling is niet nodig. Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Ten behoeve van de totale ontwikkeling, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de aanvoer de woonark en vervoer van materieel en personeel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, is het niet aannemelijk
15
dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening, wordt niet noodzakelijk geacht. Beoordeling stikstof (gebruiksfase) Er is sprake van het plaatsen van een nieuwe woonark in het plangebied. Daarmee neemt het aantal ‘woningen’ in het plangebied toe van nul naar één. De woonark krijgt geen aansluiting op het aardgasnet. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening, wordt niet noodzakelijk geacht.
5.5 Slotconclusie Het plangebied behoort tot het Natuurnetwerk Nederland, maar ligt buiten de begrenzing van Natura 2000. Omdat sprake is van een nieuwe functie, mogelijk gemaakt middels een ruimtelijk plan, dient dit plan getoetst te worden aan de beleidsregels voor bescherming van het NNN. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan op voorhand worden uitgesloten, er is geen nader onderzoek vereist. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden eveneens uitgesloten.
16
HOOFDSTUK 6 SOORTENBESCHERMING 6.1 Verwachting en bureauonderzoek Uit de bureaustudie (NDFF) zijn nauwelijks bruikbare veldbiologische gegevens naar voren gekomen. Zo ontbreken waarnemingen van vissen en vleermuizen en is slechts één waarneming van een otter in de buurt van het plangebied opgenomen in de database. Het plangebied bestaat uit een perceel gras en ruigte, open water en oeverzone. Het plangebied wordt niet bewoond of anderszins gebruikt. Gelet op de inrichting behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van sommige algemene en weinig kritische diersoorten uit onderstaande soortgroepen: • • • • • •
vogels vleermuizen grondgebonden zoogdieren amfibieën reptielen Vissen
Overige soorten Het onderzoeksgebied is niet onderzocht op het voorkomen van beschermde faunasoorten als libellen, vissen, dag- en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten.
6.2 Methode In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 16 mei 2022 tijdens de daglichtperiode (middag) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Swarovski 12x50) en zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. De onderzoeker beschikte tevens over een warmtebeeldcamera (Helion Pulsar xq28). Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • veldbezoek door ervaren ecoloog; • aanvullend bronnenonderzoek (o.a. internet); • NDFF; Specifieke relevante literatuurbronnen zijn o.a. • Atlas van de amfibieën en reptielen van Nederland; • Atlas van de zoogdieren van Nederland; • Nieuwe atlas van de Nederlandse flora;
17
6.3 Effectbeoordeling Vogels Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk nestelen er ook jaarlijks soorten. Vogels kunnen nestelen in struiken, dichte vegetatie en op water. Het plangebied vormt geen geschikte nestplaats voor vogelsoorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is. Als gevolg van het plaatsen van de woonark en het aanbrengen van de steiger tijdens de voortplantingsperiode, wordt mogelijk een bezet vogelnest verstoord, beschadigd en vernield. Als gevolg van het plaatsen van de woonark en het aanbrengen van de steiger, neemt de kwaliteit van het plangebied als foerageergebied af. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. De functie van het plangebied als foerageergebied, is voor de in het plangebied voorkomende soorten niet beschermd. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Woonark plaatsen buiten de voortplantingsperiode; - Steiger plaatsen buiten de voortplantingsperiode; Vleermuizen • Verblijfplaatsen Potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen ontbreken in het plangebied.
Zo ontbreken gebouwen, andere bouwwerken en bomen met holen of losse schors. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood worden en wordt geen verblijfplaats verstoord, beschadigd of vernield. Er is geen sprake van overtreding van een verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; • Essentieel foerageergebied Er is sprake van het plaatsen en bewonen van een woonark langs de oever van een watergang. Het open water en de oever worden mogelijk benut door vleermuizen als watervleermuis en meervleermuis. Deze soorten, maar ook vleermuizen in het algemeen, vliegen vele kilometers tijdens het foerageren. Het plangebied wordt niet beschouwd als essentieel foerageergebied. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast. Als gevolg hiervan wordt de duurzame instandhouding van een verblijfplaats van vleermuizen niet aangetast. Er is geen sprake van overtreding van een verbodsbepaling.
Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
18
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; • Essentiële Vliegroute Mogelijk benutten vleermuizen als meervleermuis en watervleermuis de watergang als vliegroute. Vanwege het verbindende karakter van deze watergang kan deze beschouwd worden als een (potentiële) essentiële vliegroute voor vleermuizen. Gelet de aanwezigheid van verschillende andere woonarken aan de westoever van de watergang, vormt het bewonen van een woonark geen belemmering voor vleermuizen die de watergang benutten als vliegroute. Het verstorend effect van de te plaatsen woonark is beperkt en wordt niet versterkt door de aanwezigheid van andere woonarken in de omgeving. Als gevolg van het bewonen van woonarken, vindt enige lichtvervuiling van de watergang plaats. Deze lichtvervuiling treedt hoofdzakelijk op in de periode van het jaar waarin zonlicht ontbreekt in de avond. Met uitzondering van enkele weken in het vroege najaar, zijn vleermuizen niet actief in die periode en worden ze niet beïnvloed. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes 1 van vleermuizen. Er is geen sprake van overtreding van een verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Geen; Grondgebonden zoogdieren Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende beschermde grondgebonden zoogdieren. Beschermde grondgebonden zoogdieren benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk bezetten sommige soorten er een vaste rust- en voortplantingsplaats. Soorten die mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten zijn aardmuis, bosmuis, dwergmuis en waterspitsmuis. Naast voorgenoemde soorten benutten soorten als haas en hermelijn het plangebied mogelijk als foerageergebied. In 2011 is een otter waargenomen op 340 meter afstand ten zuidoosten van het plangebied. Dit betrof vermoedelijk een zwervend dier, gelet op het ontbreken van vervolgwaarnemingen in en rond het plangebied.
Waarneming van een otter in 2011 (groene stip). Het plangebied wordt met de gele cirkel aangeduid. 1
Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute.
19
Door het plaatsen van de woonark en de steiger, wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier beschadigd en vernield. Er vindt immers geen grondverzet plaats. Als gevolg van het plaatsen van de steiger en de woonark en het bewonen van het perceel, neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige beschermde grondgebonden zoogdieren mogelijk af. dit effect is echter dusdanig gering, dat bestaande vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen niet aangetast worden. Er is geen sprake van overtreding van een verbodsbepaling. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen;
Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen, maar gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als functioneel leefgebied voor verschillende amfibieënsoorten zoals bruine kikker, kleine watersalamander, bastaardkikker, heikikker en gewone pad beschouwd. Deze soorten kunnen een (winter)rustplaats bezetten in de sliblaag en op het land. Er is geen geschikte voortplantingsplaats aanwezig in het plangebied. Bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander Voor de beschermde amfibieën die mogelijk gedood worden en waarvan mogelijk de vaste (winter)rustplaats beschadigd en/of vernield wordt, geldt een vrijstelling voor het beschadigen/vernielen van de vaste (winter)rustplaats, maar er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde dieren. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden, dienen ze verjaagd te worden, gevangen te worden of dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden, zodat de dieren zelfstandig verkassen. Mits geen beschermde dieren gedood worden, leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.
Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren (opzettelijk) gedood worden, als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een toepasbare en door de Minister goedgekeurde gedragscode. Heikikker Heikikkers zijn strikt beschermd. Heikikkers mogen niet gedood worden en het functionele leefgebied mag niet aantast worden zonder ontheffing. Mits de werkzaamheden afgestemd worden op de ecologie van de heikikker, kan voorkomen worden dat heikikkers gedood worden. Indien men volledig vrij wil zijn het uitvoeren van werkzaamheden, dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de functie van het plangebied voor heikikkers. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen amfibieën doden; - Werkzaamheden afstemmen op de ecologie van de heikikker, of aanvullend onderzoek uitvoeren; Reptielen Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen reptiel gedood en wordt geen winterrust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.
20
Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Tevens heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.
21
In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep
Functie
Beschermde soorten planlocatie
Verbodsbepalingen (Wet natuurbescherming)
Aandachtspunt
Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Vogels
Foerageergebied
Diverse soorten
Geen
Vaste rusten voortplantingsplaats Doden van dieren
Diverse soorten
Niet van toepassing; functie is niet beschermd Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing
Geen
Vogels
Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren
Niet aanwezig
Niet van toepassing; functie is niet beschermd Niet van toepassing
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Niet van toepassing Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Niet van toepassing
Geen
Niet aanwezig Niet aanwezig Niet van toepassing Diverse soorten
Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen Geen Geen
Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Art. 3.5 lid 4
Geen
Vogels Vogels Vleermuizen
Foerageergebied
Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen
Rustof voortplantingsplaats Foerageergebied Vliegroute Doden van dieren
Amfibieën
Foerageergebied
Amfibieën
Winterrustplaats
Amfibieën
Winterrustplaats
Amfibieën Amfibieën
Voortplantingsplaats Doden van dieren
Amfibieën Reptielen Reptielen
Doden van dieren Functioneel leefgebied Doden van dieren
Overige soorten
Dieren en functies
overige
Niet van toepassing Diverse soorten
Diverse soorten, m.u.v. heikikker Heikikker
Niet aanwezig Diverse soorten, m.u.v. heikikker Heikikker Niet aanwezig Niet van toepassing Niet aanwezig
Geen Geen
Geen
Geen
Niet van toepassing Art. 3.10 lid 1a
Werkzaamheden afstemmen op ecologie of aanvullend onderzoek uitvoeren Geen Geen dieren doden
Art. 3.5 lid 1 Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen dieren doden Geen Geen
Niet van toepassing
Geen
Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep
Grondgebonden zoogdieren Vogels Vleermuizen Amfibieën Reptielen
Vaste rust- Voortplanplaats tingsplaats
Vliegroute Essentieel (vleermuizen) foerageergebied
Wettelijke consequenties
Nader onderzoek vereist
Ja
Ja
n.v.t.
Nee
Ja
Nee
Nee Nee Ja Nee
Nee Nee Nee Nee
n.v.t. Nee n.v.t. n.v.t.
Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Ja Nee
Nee Nee Mogelijk Nee
Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep.
6.5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend.
22
Ontheffing vereist Nee, tenzij dieren gedood worden Nee Nee Mogelijk Nee
6.6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.
23