CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing recreatieark Hegewarren te Oudega

Ronde Tafel 3 september 2024, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen recreatieark Hegewarren te Oudega24.494 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019

Juni 2024

Status: Vastgesteld

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019

Plannaam: Plantype: Datum:

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning voor het onderdeel handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Juni 2024

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 3 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 3 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 4 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 5

HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING ....................................................................... 6 2.1 2.2 2.3

HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED................................................................................................................... 6 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 7 VERKEER EN PARKEREN ................................................................................................................................. 8

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ............................................................................. 9 3.1 3.2 3.3

RIJKSBELEID ................................................................................................................................................ 9 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 10 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 16

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 18 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

GELUID .................................................................................................................................................... 18 BODEM.................................................................................................................................................... 18 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 19 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 20 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 21 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 23 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 26 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 27 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 29

HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 32 HOOFDSTUK 6 VOOROVERLEG EN PARTICIPATIE ..................................................... 33 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

HET RIJK .................................................................................................................................................. 33 PROVINCIE FRYSLÂN ................................................................................................................................... 33 WETTERSKIP FRYSLÂN................................................................................................................................. 33 OVERIGE PARTNERS .................................................................................................................................... 33 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 34

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 35 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5

CAROLA BEREKENING ....................................................................................................................... 35 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 35 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 35 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 35 ZIENSWIJZENNOTITIE .......................................................................................................................... 35

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Deze ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op de ontwikkeling op het perceel ODG00-E-2018/2019, aan de Hegewarren in Oudega. Initiatiefnemers willen hier een recreatieark realiseren die qua aard en omvang vergelijkbaar met de omliggende recreatiepercelen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan “Buitengebied”, aangezien de benodigde bouw- en gebruiksregels ontbreken. In voorliggend geval kan van het geldende bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking aan de ontwikkeling worden verleend via een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt in Oudega. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Oudega, sectie E, nummers 2018 en 2019. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de directe omgeving met de rode ster en de rode omlijning indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied”. Dit plan is op 11 juni 2013 door de gemeenteraad van de gemeente Smallingerland vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan opgenomen. Met de rode omlijning is de begrenzing van het projectgebied indicatief aangegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen

Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn de gronden binnen het bestemmingsplan voorzien van de enkelbestemming ‘Water’. Bestemming ‘Water’ De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor water, oeverstroken en eilanden, met een functie voor het scheepvaartverkeer, de waterhuishouding en waterkering, natuur en landschap en de waterrecreatie. Ligplaatsen voor recreatiearken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van water – recreatieark’. 1.3.3

Strijdigheid

Het plaatsen van een recreatieark past qua gebruiksmogelijkheden niet binnen de geldende bestemming. De aanduiding ‘specifieke vorm van water – recreatieark’ ontbreekt immers. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het project rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.9; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 6.5 ‘inspraak’. Verder wordt het ontwerpbesluit voor een ieder ter inzage gelegd. Er is gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 5.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.

9.

1.5

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 4.7. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige en gewenste situatie ter plaatse van het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Fryslân en de gemeente Smallingerland beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 staat in het teken van de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

PLANBESCHRIJVING

Huidige situatie projectgebied

Het projectgebied ligt aan de Hegewarren, ten zuidwesten van het dorp Oudega, in het buitengebied van de gemeente Smallingerland. De directe omgeving wordt, vanwege de ligging in het laagveengebied, voornamelijk gekenmerkt door strokenverkaveling met hier en daar onregelmatige blokverkaveling, verspreide bebouwing langs wegen, soms lintvorming en - enkele wegen, deels doodlopend. De locatie zelf betreft een onbebouwde oever met een inham aan het Grytmansrak. Ten zuiden en ten oosten, aan de overzijde van het water, van het projectgebied liggen recreatiearken. Aan de overzijde van het Grytmansrak bevinden zich eveneens recreatiearken en een jachthaven. De huidige situatie ter plaatse van het projectgebied (rode omlijningen) wordt in afbeelding 2.1 en 2.2 met vogelvluchtfoto’s weergegeven.

Afbeelding 2.1

Ligging projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.2

2.2

Ligging projectgebied (Bron: PDOK)

Gewenste situatie

De wens bestaat om het perceel in te richten voor recreatiedoeleinden. Concreet gaat het om het plaatsen van een recreatieark die qua aard en omvang vergelijkbaar is met de woon/recreatiearken op de omliggende percelen (zie afbeelding 2.1 en 2.2). Initiatiefnemer wil op de locatie een recreatieark voor enerzijds eigen recreatief gebruik en anderzijds om een rustplek te creëren voor gezinsleden. Het idee is grofweg om het perceel op soortgelijke manier in te richten als het perceel van de buren. In afbeelding 2.3 is dit indicatief gevisualiseerd.

Afbeelding 2.3

Huidige en gewenste situatie (indicatief) (Bron: initiatiefnemer)

Daar komt bij dat de bestaande walbeschoeiing aan de oostzijde langs het kanaal, alsook in de inham (‘insteekhaven’) aan de zuidkant naast de woonboot van het naastgelegen perceel, aan vervanging toe is. Onderdeel van het plan is om deze te vervangen en dan tevens te voorzien van loopsteigers langs de oostzijde en de noordzijde van de inham. Als onderdeel van deze werkzaamheden is het de wens om de inham te laten uitbaggeren en de bagger die hiermee vrijkomt te gebruiken om het land op te hogen. De afmetingen van de inham zijn 12 meter breed van noord naar zuid en 16 meter diep van oost naar west. Dit gebeurt met behoud van een groot deel van de bosschages aan de zuidzijde tussen het projectgebied en het naastgelegen perceel. De recreatieark wordt geheel zelfvoorzienend. Dit door middel van zonnepanelen, elektrisch verwarmen, met uitzondering van de al bestaande wateraansluiting. Die blijft behouden. Afvalwater wordt niet aangesloten op BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing de riolering. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een compost toilet voorziening, of een voorziening van vergelijkbare aard.

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat. De gemeente Smallingerland heeft op 17 februari 2015 de ‘Parkeernormennota 2015’ vastgesteld. Hierin heeft de gemeente ervoor gekozen om de CROW-normen te volgen door deze door te vertalen in het gemeentelijk parkeerbeleid, als vastgesteld in de parkeernormennota. In de nota is een parkeerregeling opgenomen waarin is geregeld hoeveel en waar parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn. De nota gaat uit van het gemiddelde tussen het minimum en maximum kencijfer zoals opgenomen in de publicatie van het CROW (publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'). 2.3.2

Parkeren

In het gemeentelijk parkeerbeleid wordt een recreatieark niet expliciet genoemd. Daarom wordt aangesloten bij een vergelijkebar functie: een bungalow op een huisjescomplex. Voor een bungalow geldt in het buitengebied een norm van 2,1pp/eenheid. In het projectgebied is voldoende ruimte om dit in te vullen. Bovendien is de recreatieark voor persoonlijk gebruik. Doorgaans komen de eigenaren met één auto. Hiermee kan worden voldaan aan de norm. 2.3.3

Verkeersgeneratie

Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de normen het de CROW-publicatie. Op basis hiervan geldt voor een bungalow op een huisjescomplex een verkeersgeneratie van 2,7 verkeerbewegingen per weekdagetmaal. Het omliggende wegennetwerk is van voldoende omvang om deze zeer beperkte toename eenvoudig en op verkeersveilige wijze af te wikkelen. 2.3.4

Conclusie

Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. 2. 3.

4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; in 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust; Duurzaam economisch groeipotentieel; Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050; Sterke en gezonde steden en regio’s; er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken, waarbij wordt ingezet op ontwikkelingen binnen de bestaande stadsgrenzen; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

3.1.3

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

3.1.4

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in paragraaf 3.1.1. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1. als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921).

In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien geen sprake is van nieuwvestiging of nieuwbouw en het slechts gaat om het toevoegen 1 recreatieark in buitengebied. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.5

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Fryslân

3.2.1.1 Algemeen De provinciale Omgevingsvisie, De Romte Diele, is op 23 september 2020 door Provinciale Staten vastgesteld. De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. Veel provinciaal beleid, programma’s en projecten raken de Friese leefomgeving waarin mensen wonen, werken, zich verplaatsen, elkaar ontmoeten en recreëren. In de Omgevingsvisie staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. Het is geen blauwdruk voor hoe Fryslân er over 20 à 30 jaar bij ligt. Wel geeft de visie de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Samen met verschillende organisaties, inwoners en ondernemers in Fryslân geeft de provincie nu invulling aan deze visie. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. Vier Opgaven BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing De provinciale Omgevingsvisie vervangt het strategisch beleid van de provincie in het Streekplan, Milieubeleidsplan, Waterhuishoudingsplan en het Verkeer- en vervoerplan. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven: • • • •

Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptief inrichten; Versterken biodiversiteit.

3.2.1.2 Toetsing Het concrete voornemen voorziet in het vergunnen van de planologische mogelijkheid voor het realiseren van een recreatieark. Een recreatieark is, vanwege de bestaande recreatieve functies in de directe nabijheid, passend in de omgeving van het projectgebied. Daarnaast heeft de ontwikkeling geen onevenredige invloed op het landschap en brengt het geen extra belemmeringen met zich mee ten aanzien van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven. Hiervoor wordt ook verwezen naar hoofdstuk 4, waar nader wordt ingegaan op diverse milieu- en omgevingsaspecten. Deze ontwikkeling past goed bij de ambitie Fryslân vitaal en leefbaar te houden. Het voornemen is dan ook in overeenstemming met de Omgevingsvisie Fryslân. 3.2.2

Verordening Romte Fryslân 2014

3.2.2.1 Algemeen In de Verordening Romte Fryslân (vastgesteld op 25 juni 2014) stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Deze regels moeten in gemeentelijke plannen worden vertaald. Voor dit plan zijn de volgende bepalingen uit de verordening relevant. Het projectgebied ligt volgens de begrenzing van het landelijk gebied buiten het 'bestaand stedelijk gebied'. Buiten bestaand stedelijk gebied mogen in beginsel geen bouw- en gebruiksmogelijkheden voor stedelijke functies worden geboden. De beoogde functies betreffen recreatieve functies die horen in het buitengebied. 3.2.2.2 Ruimtelijke kwaliteit Artikel 2 van de verordening bevat regels ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit. Hierin is opgenomen dat in een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf opgenomen moet worden, waarin voor zover nodig wordt aangegeven op welke wijze: •

•

het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen; het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde de structuren van provinciaal belang zoals die, met inbegrip van een richtinggevend advies, per deelgebied of gebiedsoverschrijdend zijn omschreven in de structuurvisie Grutsk op 'e Romte.

Recreatie en toerisme Artikel 5 van de verordening stelt regels aan recreatie en toerisme. In een ruimtelijk plan kunnen nieuwe dagrecreatieve inrichting worden toegestaan (artikel 5.4) in, aansluitend aan of nabij een recreatiekern, tot een maximaal aantal van 150.000 bezoekers per jaar. In het projectgebied worden geen dagrecreatieve voorzieningen gerealiseerd. Het gaat uitsluitend om een recreatieark voor persoonlijk recreatief gebruik. Voor nieuwe recreatieve voorzieningen geldt dat in de toelichting van het plan onderbouwd moet worden dat de inrichting milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar is in de omgeving en wat betreft schaal en verschijningsvorm inpasbaar is binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Tevens moet worden onderbouwd dat de ontwikkeling bijdraagt aan verbreding of kwaliteitsverbetering van het toeristischrecreatieve aanbod in de regio. Op alle hiervoor genoemde aspecten wordt in deze ruimtelijke onderbouwing

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing ingegaan. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling is overeenstemming is met artikel 5.4 van de provinciale verordening. 3.2.2.3 Natuurnetwerk Nederland De locatie van de nieuwe recreatieark valt binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie hiervoor afbeelding 3.1 waarop het NNN is aangegeven met de groene arcering. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in beleidsdocumenten van de provincie Fryslân nog vaak Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Fryslân uitgewerkt in het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerd 2018).

Afbeelding 3.2:

Ligging projectgebied in NNN (Bron: Natuurbank Overijssel)

Ten aanzien van ontwikkelingen in het NNN hanteert de provincie op grond van artikel 7.1 van de provinciale verordening het ‘nee, tenzij’ principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. In afwijking hiervan is voortzetting van het bestaande gebruik inclusief de bijbehorende bestemmingsregeling mogelijk, voor zover gronden binnen de ecologische hoofdstructuur nog niet zijn verworven voor natuurontwikkeling. Ook kan worden afgeweken van het nee, tenzij’ principe indien: a. b. c. d.

sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven voor de beoogde ontwikkeling zijn, schade door mitigerende maatregelen zoveel wordt beperkt als fysiekruimtelijk en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is, en resterende schade wordt gecompenseerd door het treffen van zodanige maatregelen dat geen netto verlies optreedt van wezenlijke kenmerken en waarden in termen van areaal, kwaliteit en samenhang van de ecologische hoofdstructuur.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing In de Verordening Romte Fryslân 2014 (versie 23-3-2021) heeft de provincie beleidsregels vastgesteld ten aanzien van activiteiten of ontwikkelingen in gebieden die aangewezen zijn als Natuurnetwerk Nederland. De volgende beleidsregels zijn van toepassing op gebieden behorende tot het NNN: 1.

2.

3.

Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur zoals begrensd op de van deze verordening deel uitmakende kaart Natuur voorziet in een passende bestemming met gebruiksregels gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gronden; Een ruimtelijk plan voor gronden zoals bedoeld in het eerste lid maakt geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden, of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur; Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gronden nabij de ecologische hoofdstructuur kan nieuwe, niet-agrarische activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, mits die niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur.

Afbeelding 4.2:

Uitsnede Natuurbeheerplan 2022 provincie Friesland (Bron: provincie Friesland)

3.2.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Verordening Romte Met voorliggend initiatief is geen sprake van een groot openbaar belang. In dit geval is het echter wel een logische locatie om een recreatieark te plaatsen. De ontwikkeling vindt plaats aansluitend op percelen die expliciet zijn bestemd voor recreatiearken. De locatie zou qua ligging logischerwijs deel kunnen uitmaken van de oever met woonarken. Het ruimtelijke beleid voor het NNN is gericht op behoud en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden. De belangrijkste motivering voor het NNN is dan ook het streven naar behoud van de Nederlandse biodiversiteit. De wezenlijke kenmerken en waarden zijn de actuele en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen van het gebied. In dit hoofdstuk wordt beschreven wat voor het projectgebied de wezenlijke kenmerken en waarden zijn, wat de mogelijke effecten op het NNN zijn en of het noodzakelijk is om mitigerende of compenserende maatregelen te treffen. Externe werking wordt in de beoordeling voor het NNN niet meegenomen, alleen de effecten die zich voordoen door activiteiten binnen de begrenzing worden beoordeeld (dit is conform het NNN-toetsingskader).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing Om de wezenlijke kenmerken te bepalen is uitgegaan van het Natuurbeheerplan 2022 van provincie Friesland. In afbeelding 3.2 in een uitsnede van dit beheerplan ter plekke van het projectgebied weergeven. De locatie waar de recreatieark is voorzien behoort grotendeels tot de beheertype N05.04 – Dynamisch moeras en voor een klein deel tot beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Daarnaast behoort het projectgebied voor een klein deel tot het beheertype N04.02 – zoete plas, maar dat is geen onderdeel van het NNN. Wezenlijke kenmerken en waarden NNN Het projectgebied ligt in een gebied waar veel waterrecreatie plaatsvindt (recreatiearken, jachthaven, vaarroute). In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit grasland en een inham met bosschages en riet. Rondom het projectgebied zijn aanlegsteigers en recreatiearken aanwezig die in het vaarseizoen druk bezocht wordt door waterrecreanten. Ook op het land wordt door deze recreanten veelvuldig gerecreëerd, met name op de percelen met de overige recreatiearken. Langs deze percelen loopt bovendien een weg voor gemotoriseerd verkeer, waar regelmatig verkeer overheen rijdt.

In de huidige toestand is door de hoge recreatiedruk reeds sprake van aantasting van oevervegetaties en verstoring van aanwezige fauna binnen het projectgebied en aangrenzende terreinen. Daarnaast vindt aantasting plaats van watervegetatie door bewegingen van de motorschroef en verstoring van de onderwaterfauna door geluid en trilling (vissen, amfibieën). Tevens treedt reeds geluidsverstoring en optische verstoring op van hiervoor gevoelige diersoorten in, langs en naast het water. Het projectgebied heeft in de huidige toestand dan ook een beperkte ecologische waarde. Effecten op NNN Bij uitvoering van de voorgenomen plannen vindt een ingreep plaats in een gebied dat is aangeduid als NNNgebied. De mogelijke effecten die zouden kunnen optreden zijn: • • •

oppervlakteverlies; versnippering; verstoring door geluid, licht, trilling en/of optische verstoring.

Oppervlakteverlies De te plaatsen recreatieark zal geen significant negatief effect hebben op beheertypen. Het oppervlakteverlies zal eveneens klein zijn; in de huidige situatie zijn (in de omgeving van) het projectgebied reeds recreatieve functies aanwezig. Negatieve ecologische effecten zullen dan ook verwaarloosbaar zijn. Bij de ark zal een tuin worden gerealiseerd op het land. In de huidige toestand bestaat dat gedeelte NNN uit (gemaaid) grasland en een oever. Het projectgebied heeft ter plaatse van de voorgenomen tuin geen bijzondere ecologische waarde. De wens bestaat om een groot deel van de bosschages aan de zuidzijde tussen het projectgebied en het naastgelegen perceel te behouden. Na de inrichting van de private tuin zal de inrichting vrijwel gelijk zijn aan de huidige inrichting. Het oppervlakteverlies van het NNN is verwaarloosbaar klein. De voorgenomen plannen hebben geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden en functioneren van het NNN. Versnippering Versnippering is niet aan de orde in het water; voor dieren en planten in het water vormen de steigers en ark geen barrière. De oevers met riet in het water blijven behouden. Versnippering is niet aan de orde op het land; de tuin vormt geen barrière voor plant- en diersoorten in het gebied. De aanwezigheid van de tuin vormt eveneens geen belemmering voor de uitwisseling van soorten binnen het NNN.

Verstoring door geluid Aanlegfase Het aanleggen van de recreatieark en realiseren van de noodzakelijke steiger leidt naar verwachting niet tot lokale verstoring van diersoorten door geluid gedurende de aanlegfase, aangezien de werkzaamheden binnen een zeer kort tijdsbestek zullen worden uitgevoerd. Werkzaamheden zullen overdag plaatsvinden. Als gevolg van geluid van de werkzaamheden vindt naar verwachting geen aantasting plaats van het ecologisch functioneren van de beheertypen die in het projectgebied aanwezig zijn. Geluid van vrijkomt bij de inrichting van de tuin zal ook een verwaarloosbaar klein effect hebben op de omgeving, aangezien de werkzaamheden gedurende een korte periode plaatsvinden en overdag worden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing uitgevoerd. Er zijn geen significante effecten te verwachten door geluid in de aanlegfase op de wezenlijke kenmerken en waarden en het functioneren van het NNN. Gebruiksfase In de gebruiksfase zal bij normaal recreatief gebruik geluid van binnen de recreatieark geen verstoring plaatsvinden van de beheertypen. Op het land zal gebruik van de tuin die binnen het NNN gesitueerd is mogelijk een negatief effect hebben op het voorkomen van verstoringsgevoelige fauna in de nabijheid. Echter, in de huidige situatie zijn de dieren in de omgeving reeds gewend aan verstoring door geluid van recreanten op de naastgelegen recreatiearken en de vaarders in het vaarseizoen. Er zijn geen significante effecten te verwachten door geluid in de gebruiksfase op de wezenlijke kenmerken en waarden en het functioneren van het NNN. Verstoring door licht Met verstoring door licht wordt bedoeld; kunstmatige lichtbronnen, zoals licht uit woonwijken en industrieterreinen, glastuinbouw etc. Voorgenomen plannen omvatten plaatsing van één recreatieark binnen het projectgebied. Aanlegfase Het plaatsen van de ark en het aanleggen van de tuin zal overdag gebeuren. De locatie zal tijdens de werkzaamheden ’s nachts niet verlicht worden. Gebruiksfase De te plaatsen recreatieark zal alleen recreatief worden gebruikt door de eigenaar.

In de huidige toestand zijn in de omgeving het projectgebied meerdere recreatiearken aanwezig met aanlegsteigers die in het vaarseizoen druk bezocht worden door recreanten met een boot. In de nieuwe situatie wordt één nieuwe ark aangelegd in het projectgebied. Er zal lichtverstrooiing plaatsvinden vanuit de ark. Deze lichtverstrooiing zal minimaal zijn. In het vaarseizoen zal de uitstoot van licht door de ark geen onevenredig effect hebben op de lichtverstrooiing, gelet op de aanwezigheid van meerder recreatiearken in de omgeving. Daarnaast kan verstoring door licht optreden wanneer buitenverlichting wordt aangebracht aan de recreatieark of indien de tuin verlicht wordt. Om verstoring door licht binnen het NNN te voorkomen mag geen buitenverlichting worden geplaatst bij de ark, of er dient speciale verlichting te worden aangebracht die geen verstoring kan veroorzaken, zoals afgeschermde armaturen. Verstoring door trilling Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij heien, draaien van rotorbladen en dergelijke. Doordat de recreatieark stilligt, zullen er in de nieuwe situatie nauwelijks trillingen plaatsvinden in het water. Bovendien is er in de huidige situatie reeds sprake van een komen en gaan van boten op het water.

Optische verstoring Door de aanwezigheid van mensen bij de ark en in de tuin kan optische verstoring optreden van de omgeving van het projectgebied. In de huidige situatie is ook sprake van optische verstoring door recreanten rondom het projectgebied. Door de bestaande beplanting (struiken/riet) waar mogelijk te behouden, zal geen sprake zijn van significante negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden en het functioneren van het NNN. Mitigatie en compensatie De gronden naast de recreatieark hebben het beheertype N05.04 – Dynamisch moeras zal worden ingericht als tuin. Het betreft de locatie van de private tuin aan de noordzijde van het projectgebied, die in de huidige situatie bestaat uit gemaaid grasland. Als gevolg van de voorgenomen plannen vindt geen aantasting plaats van het ecologisch functioneren van het NNN. De oevers met riet en het riet in het water zullen behouden blijven. Faunasoorten kunnen de gehele oever ten noorden van het projectgebied en ook de tuinen buiten het NNN gebruiken als leefgebied en migratieroute. In de huidige toestand bestaat het projectgebied binnen het NNN niet uit voedselrijke ruigte en rietland en dergelijke. Door de bosschages op de grens tussen het projectgebied en het zuidelijke perceel zoveel mogelijk te behouden blijft het verlies van het functioneren van het NNN beperkt.

Het is daarom van belang afspraken te maken met de eigenaren van de recreatieark over inrichting, beheer en onderhoud van de tuinen. Om verstoring door licht binnen het NNN te voorkomen zal geen standaard buitenverlichting moeten worden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing geplaatst, of er dient speciale verlichting te worden aangebracht die geen verstoring kan veroorzaken, zoals afgeschermde armaturen. Weidevogelgebieden Vanuit het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bestaande natuurgebieden en natuurwaarden in agrarisch gebied, zoals weidevogelkansgebieden. Het projectgebied ligt in een gebied dat door de provincie is aangeven als ‘weidevogelkansgebieden’, maar ook binnen NNN-gebied. Gelet op de kleinschalige aard van de ontwikkeling is er met het planvoornemen geen sprake van extra verstoring in weidevogelkansgebieden. Er is reeds sprake van bestaande verstoringsbronnen (bestaande wegen, opgaande begroeiing en de bestaande recreatiearken). Het toevoegen van de recreatieark zorgt niet extra verstoring. Dit heeft de provincie bevestigd in haar reactie op deze ruimtelijke onderbouwing. 3.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid. De voorgenomen ontwikkeling zal niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN ter plaatse.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Smallingerland

3.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van de gemeente Smallingerland heeft op 1 maart 2022 de Omgevingsvisie Smallingerland vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de leidende principes en doelen van de gemeente Smallingerland voor de inrichting, ontwikkeling en het beheer van de fysieke leefomgeving met het oog op de toekomst. De basisdoelen voor de toekomst zijn gericht op: de gezondheid van inwoners, de veiligheid in de omgeving, een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en een gemeente die inspeelt op de economische vitaliteit. De kwaliteit van het buitengebied staat centraal Dorpen en wijken worden versterkt op het gebied van levendigheid en aantrekkelijkheid, door passende woningbouw, ontmoetingsplekken en het behouden en het realiseren van faciliteiten. De gemeente Smallingerland zet ook in op het versterken van de kwaliteit van het buitengebied door het versterken van de diverse belangrijke functies die het buitenbied vervult, zoals landbouw, natuur en recreatie. De hoofdkeuze voor de opgave van het platteland is een gezond, aantrekkelijk, veilig en economisch vitaal buitengebied. Dat betekent een gezonde bodem, gezonde lucht, een gezonde waterkwaliteit, dierenwelzijn en aandacht voor biodiversiteit. En dat in een afwisselend en toegankelijk landschap. Het buitengebied heeft een groot aantal functies zoals landbouw, natuur en recreatie.

Daarnaast is het buitengebied ons landschap. Een landschap waarin de geschiedenis afleesbaar is. En een aantrekkelijk landschap om in te wonen, werken of te verblijven. De druk op het buitengebied neemt toe. We merken dat door intensief gebruik van ons buitengebied waarden achteruit gaan. We zien dat aan de bodem, de lucht, de biodiversiteit en aan het landschap. Zo zijn in het oosten van de gemeente veel boomsingels verdwenen of in waarde achteruitgegaan. En spelen in het westen van de gemeente problemen als bodemdaling en het langzaam verdwijnen van het veen. In de landbouw zijn tegelijkertijd al veel ontwikkelingen aan de gang. Dit zijn ontwikkelingen die gericht zijn op een meer omgevingsbewuste bedrijfsvoering. Op het niveau van de omgevingsvisie worden drie landschappelijke deelgebieden onderscheiden. Het gaat om de openheid en waterrijkdom in het westen, de beslotenheid en rijkdom aan singelbeplanting in het noordoosten en de overgang naar het landschap van bos en buitenplaatsen in het zuiden. De gemeente wil er samen met haar partners er o.a. voor zorgen dat:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing • •

goede mogelijkheden worden geboden voor alternatieve invulling op locaties van stoppende agrarische bedrijven; de gemeente zich blijft inzetten voor de kwaliteiten en de ontwikkelkansen van de Noardlike Fryske Wâlden.

3.3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Smallingerland’ De ontwikkeling voorziet in een toevoeging van een recreatiefunctie. Het initiatief past binnen de ambities van gemeente op het gebied van een leefbaar buitengebied en recreatie. Geconcludeerd wordt dat dit project in overeenstemming is met de uitgangspunten zoals verwoord in de omgevingsvisie. 3.3.2

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend initiatief past binnen de gemeentelijke beleidskaders.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het project zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, Besluit milieueffectrapportage en water.

4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het project een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het project een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. 4.1.2

Situatie projectgebied

Voorliggend project voorziet niet in het toevoegen van een geluidgevoelig object in het kader van de Wgh. Een recreatiewoning wordt niet aangemerkt als een geluidgevoelig object. Nadere toetsing kan achterwege blijven. Wat betreft de geluidbelasting van het initiatief op de omgeving wordt verwezen naar paragraaf 4.5 ‘milieuzonering’. 4.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 4.2.2

Situatie projectgebied

Omdat de bodem niet wordt geroerd en de woonark zelf de bodem niet raakt is bodemonderzoek niet nodig. Overigens wordt het beoogde gebruik niet belemmerd door de bodemsituatie en de bodemkwaliteit wordt niet bedreigd door de nieuwe functie. Op basis van het bodemloket zijn de gronden voldoende onderzocht. De baggerspecie die vrijkomt bij het uitbaggeren van de inham dient te worden onderzocht conform het Besluit bodemkwaliteit. 4.2.3

Conclusie

Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.3.2

Situatie projectgebied

Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden gesteld dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen 4.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing

4.4

Externe veiligheid

4.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Per 1 januari 2010 moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2

Situatie in en bij het projectgebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het projectgebied en omgeving weergegeven. Het projectgebied is hierin aangeduid met de blauwe ster. Uit de inventarisatie blijkt verder dat het projectgebied: • • • • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich wel bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; wel ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Er zich geen hoogspanningsmasten in het projectgebied bevinden.

In de nabijheid van het projectgebied liggen gasleidingen van de Gasunie (A-541 en A-652). Hierna wordt op deze risicobronnen ingegaan. Buisleiding Volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen worden gemeenten verplicht om bij het nemen van een ruimtelijk besluit rekening te houden met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op grond waarvan de aanleg van een buisleiding of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object bij een buisleiding wordt toegelaten, wordt een waarde in acht genomen van 10-6 per jaar met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten. Aan de oostzijde van het projectgebied ligt een aardgasleiding van de Gasunie. In dit geval is met behulp van het programma Carola bepaald of voor wat betreft de buisleidingen voldaan wordt aan de risiconormen voor

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing de Externe Veiligheid, zoals die zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. De volledige berekening is opgenomen in bijlage 1 van deze ruimtelijke onderbouwing. Onderzoeksresultaten De CAROLA-berekening toont aan dat het groepsrisico kleiner is dan 0.1 van de oriëntatiewaarde (GR < 0.1). het groepsrisico neemt met minder dan 10% toe ten opzichte van de bestaande situatie. Daarnaast blijkt uit de beperkte groepsrisicoverantwoording dat er geen sprake is van een onverantwoorde situatie. Met andere woorden: de uitvoering van het project is op basis het CAROLA-onderzoek in het kader van het groepsrisico aanvaardbaar. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat met betrekking tot het aspect ‘externe veiligheid’ ten aanzien van buisleidingen, het project past binnen een ‘goede ruimtelijke ordening’.

Afbeelding 4.1: Uitsnede Risicokaart (Bron: Signaleringskaart/Gemeente Smallingerland)

4.4.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het initiatief in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

4.5

Milieuzonering

4.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Omgevingsvergunning Hegewarren, perceel ODG00-E-2018/2019 Ruimtelijke onderbouwing Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Hoewel de richtafstanden in 'Bedrijven en milieuzonering' indicatief zijn, worden deze afstanden wel als harde eis gezien door de Raad van State bij de beoordeling of milieubelastende functies op een passende afstand van milieugevoelige functies (zoals woningen) worden gesitueerd. 4.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het project maakt geen woning mogelijk als bedoeld in het VNG-uitgave. Het gaat in dit geval om een recreatiewoning. In dit geval wordt uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. In de onderstaande tabel is te zien welke richtafstanden per milieucategorie gelden tot onder andere het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14384400/1