Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing Hotel Lavendelheide 4 te Drachten
Tekst van het document
2
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meest complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens. 3 Quickscanhulp.nl is een online applicatie waarmee een afgeleide van data uit de NDFF wordt weergegeven. Het is daarmee een hulpmiddel voor ervaren ecologen om te bepalen of een beschermde soort wel of niet in het plangebied kan voorkomen. Quickscanhulp.nl geeft aan op welke afstand waarnemingen van beschermde soorten zijn gedaan in relatie tot het plangebied. Voor Quickscanhulp.nl worden alleen gevalideerde waarnemingen gebruikt.. 4
Figuur 4. Locatie van mogelijke verblijfplaatsen van beschermde soorten die relevant voor het plan zijn (bron luchtfoto ESRI Nederland): 1 en 2 - bomen met bezette nesten van roek; 3 - mogelijke verblijfplaats vleermuizen; 4- mogelijk leefgebied van grote modderkruiper.
De aangetroffen soorten duiden op voedselrijke omstandigheden. Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen en ook niet bekend uit de omgeving van het plangebied (Quickscanhulp.nl). Gezien de aanwezigheid van bebouwing, de grote mate van verharding en de voedselrijkdom en het intensieve beheer van de groenstroken zijn beschermde planten ook niet te verwachten. Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen bekend van verschillende soorten vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw, roek en enkele soorten roofvogels en uilen (Quickscanhulp.nl). Tijdens het veldbezoek is de bebouwing grenzend aan de nieuwbouwlocatie en de entree van het hotelgebouw geïnspecteerd op geschiktheid voor huismus en gierzwaluw. Daarbij is vastgesteld dat het dak geen geschikte invliegopeningen voor gierzwaluw of nestplaatsen voor huismus biedt. In twee bomen in de zuidoosthoek van het plangebied zijn bezette nesten van roek aangetroffen. De locaties zijn aangegeven in figuur 2. Het betreft een boom met twee nesten op de locatie voor het nieuwe hotelgebouw, en een boom oostelijk hiervan, met vier nesten. Op circa 2 kilometer ten westen van het plangebied bevindt zich een grotere kolonie van roeken.
In het plangebied zelf zijn geen foeragerende roeken aangetroffen, wel vlogen veelvuldig roeken over naar het oosten, van de kolonie in het centrum naar het buitengebied van Drachten. Nestplaatsen van roofvogels of uilen zijn niet aangetroffen en worden evenmin verwacht. Het plangebied vormt hooguit een klein onderdeel van het foerageergebied van overige vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats, zoals de sperwer of ransuil. In de beplanting zijn verder enkele algemene tuinvogels aangetroffen zoals zwartkop, koolmees of tjiftjaf. Deze soorten kunnen hier ook tot broeden komen. Op het gazon waren eveneens twee scholeksters aanwezig, die mogelijk op het hoteldak broeden. Nesten van deze soorten zijn alleen in het broedseizoen beschermd. Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen van verschillende soorten vleermuizen bekend waaronder gewone dwergvleermuis en laatvlieger (Quickscanhulp.nl). De bomen in het te wijzigen deel van het plangebied bevatten geen holtes, spleten of scheuren die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. In de overkapping bij de entree van het hotelgebouw zijn 5
geen spleten of open voegen aanwezig die vleermuizen toegang tot verblijfplaatsen kunnen bieden. Het oostelijke huidige bijgebouw heeft in de oostgevel grenzend aan de nieuwbouwlocatie en in de nis waar deze gevel verspringt (locatie aangegeven in figuur 4), open stootvoegen en dilatatievoegen die vleermuizen mogelijk toegang tot verblijfplaatsen kunnen bieden. Ook langs de noord- en zuidrand van dit gebouw bevinden zich langs dakranden en houten aftimmering spleten die mogelijk toegang tot verblijfplaatsen kunnen bieden. Het centrale deel van het plangebied is door het bebouwde karakter en straatverlichting hooguit matig geschikt als foerageergebied van vleermuizen. De noord-, oost- en zuidrand met meer houtige beplanting, alsmede het oostelijke nevenperceel zijn hiervoor wel goed geschikt en sluiten aan op opgaande beplanting direct rond het plangebied, voornamelijk langs de wegen. De beplanting langs de noordrand van het hoofdperceel en de noord- en oostrand van het oostelijke perceel kunnen onderdeel vormen van een doorlopende groenstructuur die kan dienen als vliegroute. Er zijn 14 soorten beschermde grondgebonden zoogdieren bekend in de omgeving (Quickscanhulp.nl). Elf daarvan zijn in de provincie Fryslân bij ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de verbodsartikelen van de Wnb. De niet-vrijgestelde soorten betreffen boommarter, otter en eekhoorn.
Er zijn geen nesten, graafsporen, pootafdrukken of uitwerpselen van deze dieren aangetroffen. In het plangebied ontbreken wateren met moerassen en ruig begroeide oeverzones, waardoor het niet geschikt is als leefgebied voor otter. De opgaande beplanting in het zuidelijke deel van het plangebied heeft een kleine omvang en is nogal geïsoleerd van vergelijkbaar biotoop. Daardoor is dit deel van het plangebied weinig geschikt als foerageergebied voor boommarter en eekhoorn. De opgaande beplanting in het noordelijke deel van het hoofdperceel en langs de oostrand van het nevenperceel grenst aan wat meer houtige beplanting ten noorden en oosten van het plangebied, en is mogelijk wel geschikt als foerageergebied voor deze soorten. In het plangebied zijn verder enkele algemene, vrijgestelde zoogdiersoorten zoals huisspitsmuis, egel en konijn te verwachten. Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen bekend van vijf soorten amfibieën (Quickscanhulp.nl). Het betreft algemene soorten zoals bruine kikker en gewone pad waarvoor in de provincie Fryslân bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb geldt. In de wijdere omgeving (1-5 kilometer) is het voorkomen bekend van de nietvrijgestelde soorten heikikker en poelkikker.
Voor deze soorten is geen geschikt leefgebied aanwezig vanwege de hoge dichtheid van bebouwing en verharding in het plangebied en in de nabije omgeving. Ook voor de beschermde libellensoort groene glazenmaker, die in wateren met krabbenscheervegetaties leeft, ontbreekt geschikt leefgebied. In de wijdere omgeving
(1-5
kilometer)
is
het
voorkomen
van
de
vissoort
grote
modderkruiper bekend (Quickscanhulp.nl); de watergangen aan de oost- en zuidzijde van het hoofdperceel zijn mogelijk geschikt als leefgebied voor deze soort. 6
Beschermde dieren uit andere soortengroepen zijn niet bekend uit de omgeving en worden vanwege de aard van de inrichting ook niet verwacht.
TOETSING In verband met het voorgenomen plan moet een deel van de houtige beplanting worden verwijderd, waaronder twee nestbomen van roek. Het is noodzakelijk om voor verlies aan nestplaatsen van deze soort een ontheffing van de Wnb aan te vragen. Daarbij dient een activiteitenplan te worden uitgewerkt
hoe
negatieve
effecten
maximaal
worden
gemitigeerd
of
gecompenseerd. Gezien de geringe omvang van beschikbaar gazon of grasland en uitgebreide foerageermogelijkheden in de wijdere omgeving is negatief effect op het foerageergebied van roek verwaarloosbaar klein. Voor andere vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn geen geschikte nestplaatsen aangetroffen. Mogelijk gebruiken sommige van de beschermde soorten vogels het plangebied als foerageergebied. Het betreffende gebied betreft slechts een zeer klein onderdeel van eventueel foerageergebied, en de meest geschikte delen, namelijk de houtige beplanting in de randen blijven grotendeels behouden. Er treden, behalve ten aanzien van roek, geen negatieve effecten op ten aanzien van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Verwijdering van de overkapping bij de entree van het hoofdgebouw heeft geen negatief effect op vleermuizen. Met realisatie van de nieuwbouw van een hotelgebouw gaan mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen in het aangrenzende bestaande gebouw verloren. Dit betreft de nis in de oostzijde van het bestaande gebouw, waar deze met een brug op de eerste verdieping verbonden zal worden met het nieuwe gebouw. De overige delen van de oostgevel van dit gebouw blijven onaangetast.
De aanvliegroute voor vleermuizen die hier eventueel een nestplaats hebben blijft behouden, daar de nieuwe bebouwing (met uitzondering van de brug) op minimaal 5 meter afstand van het bestaande gebouw plaatsvindt, . Mogelijke verstoring bij het aanvliegen kan worden voorkomen door enkele aanvullende matregelen.
Dit betreft ten eerste geen werkzaamheden bij de bouw
verrichten in de schemering of in de nacht. Verder dient in de gebruiksfase met de verlichting rond de nieuwe bebouwing rekening te worden gehouden met vleermuizen, door inzet van gerichte armaturen of door amberkleurige verlichting. De beplantingen aan noord-, oost- en zuidrand alsmede het oostelijke nevenperceel kunnen onderdeel vormen van foerageergebied. De beplantingen blijven grotendeels behouden en vormen slechts een klein onderdeel van een foerageergebied. In de aangrenzende stadsrand en buitengebied is in ruime mate foerageergebied van goede kwaliteit aanwezig. De hoge beplanting aan de noordrand van het hoofdperceel en de noord- en oostrand van het oostelijke perceel kunnen onderdeel uitmaken van een vliegroute en blijven bij
de
ontwikkeling
behouden.
Negatieve
effecten
op
essentieel
foerageergebied of vliegroutes van vleermuizen treden niet op. 7
Mogelijk komt grote modderkruiper voor in enkele watergangen. Voor de te verleggen watergang tussen hoofdperceel en zuidelijk perceel (locatie aangegeven in figuur 4)
is nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van
deze soort noodzakelijk. Indien de soort hier aanwezig is, kan het nieuwe deel van de sloot het verlies van het oude deel compenseren mits de watergang natuurvriendelijk
wordt
ingericht.
Daarnaast
moet
bij
bij
de
graafwerkzaamheden zoveel mogelijk worden voorkomen dat dieren worden verstoord of gedood. Indien grote modderkruiper aanwezig is zal voor mitigatie en compensatie een ontheffing Wnb noodzakelijk zijn. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van vogels (andere dan de jaarrond beschermde) in de directe omgeving worden vernietigd of verstoord. Dit is bij wet verboden. Vernietiging en verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Door de beplanting die voor de nieuwe bebouwing moet wijken weg te halen vóór het broedseizoen kan verstoring van broedplaatsen in dit geval goed worden voorkomen. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen tot slot verblijfplaatsen van enkele algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden vernietigd en verstoord. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten beschermde soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân.
Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wet natuurbescherming.
Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wet natuurbescherming en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. PROVINCIAAL RUIMTELIJK NATUURBELEID Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het 8
natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Fryslân uitgewerkt in het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerd 8 augustus 2018, provinciaal ruimtelijk natuurbeleid). Natuur buiten het NNN Vanuit het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bestaande natuurgebieden en natuurwaarden in agrarisch gebied. In dit kader zijn op de kaart Weidevogelbieden gebieden aangewezen als Weidevogelkansgebieden of weidevogelparels. INVENTARISATIE Het plangebied ligt niet in of grenst niet aan een in het kader van de Wnb beschermd gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Wijnjeterper Schar op een afstand van circa 5 km ten zuidoosten van het plangebied. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 3,6 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied en het dichtstbijzijnde weidevogelgebied op 7 kilometer ten westen van plangebied. Het plangebied heeft geen ecologische relatie met de beschermde gebieden.
TOETSING Doordat de geplande ontwikkeling ver buiten het Natura 2000-gebied ligt, heeft het geen directe effecten op het gebied. Ook een indirect effect door invloed op waterhuishouding of verontreiniging, optische verstoring of verstoring door geluid, trilling of verlichting zijn vanwege de afstand uit te sluiten. Wel kan het plan leiden tot enige emissie van stikstof in de lucht wat bijdraagt aan verzuring en vermesting door N-depositie, tijdens de aanleg en tijdens de exploitatiefase. Echter gezien de grote afstand tot de Natura 2000gebieden en de omvang van de ontwikkelingen zal de toename van stikstofdepositie
gering
Aeriuscalculator
zal echter moeten uitwijzen of een negatief effect kan
zijn.
Een
berekening
met
de
vernieuwde
worden uitgesloten. Gezien de terreinomstandigheden, de tussenliggende afstand en de aard van de ontwikkeling zijn met betrekking tot het voorgenomen plan geen negatieve effecten op provinciaal beschermde natuurgebieden te verwachten. De ontwikkeling is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Conclusie Als gevolg van de ontwikkeling treedt verlies van nestplaatsen van roek op, een vogelsoort met jaarrond beschermde nesten. Het is noodzakelijk om hiervoor een ontheffing van de Wnb aan te vragen. Daarbij dient een activiteitenplan te worden uitgewerkt hoe negatieve effecten maximaal worden gemitigeerd of gecompenseerd. Mogelijk komen ook vleermuizen en grote modderkruiper voor in het plangebied. Nader onderzoek is nodig naar aan- of afwezigheid van deze
9
soorten. Aan de hand van het nader onderzoek kan bepaald worden of het aanvragen van een ontheffing van de Wnb nodig is. Nader onderzoek voor vleermuizen dient te worden gericht op de nis in de oostzijde van het bestaande gebouw, waar deze middels een brug met de nieuwbouw moet wordt verbonden. Het advies is om onafhankelijk van de resultaten van het nader onderzoek ook de volgende maatregelen te nemen om negatieve effecten op eventueel op andere plekken in het bestaande gebouw voorkomende vleermuizen te voorkomen:
de nieuwbouw minimaal 5 meter van de bestaande bebouwing te realiseren;
bij de bouw tijdens het zomerhalfjaar geen werkzaamheden te verrichten in de schemering of in de nacht;
in de gebruiksfase met de verlichting rond de nieuwe bebouwing rekening te worden gehouden met vleermuizen, door zoveel mogelijk de volgende maatregelen4 toe te passen: o
Pas buitenverlichting toe die automatisch uitgaat als deze niet nodig is, bv door gebruik van bewegingsmelders.
o
Verlicht gebouwen van boven naar beneden en niet van onderen naar boven.
o
Gebruik zo min mogelijk lichtpunten van zo zwak mogelijke sterkte.
o
Scherm de verstrooiing van verlichting af, bijvoorbeeld door gebruik van armatuur waarbij lichtschijnsel niet naar boven of.
o
Gebruik waar mogelijk hagen en bomen om verstrooiing van verlichting op verblijfplaatsen te voorkomen.
o
Gebruik een vleermuisvriendelijke kleur verlichting, amberkleurig (590 nm) en UV-vrij.
In verband met de soortbescherming van de Wnb is het verder nodig om bij de planning van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Ten aanzien van effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is nader onderzoek nodig om negatief effect uit te sluiten. Op basis hiervan kan worden bepaald of een vergunning van de Wnb voor beschermde gebieden nodig is. Ten aanzien van ander aspecten is nader onderzoek in het kader van gebiedsbescherming (Wnb en provinciaal ruimtelijk natuurbeleid) niet nodig. Het plan is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Verordening Romte Fryslân 2014.
4
Ontleend
aan
https://www.checklistgroenbouwen.nl/maatregelen/maatr-
details/?alias=vogel-vleermuisvriendelijke-verlichting-van-gebouwen en https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/imce/nieuwesite/Zoogdiersoorten/Vle ermuizen%20algemeen/downloads/Vleermuizen%20en%20licht_januari2017.pdf 10
Ruimtelijke onderbouw ing Hotel Lavendelheide 4 te Drachten
Bijlage 3 Stikstofberekening
NL.IMRO.0090.OV2019BKA006-0301
23
Notitie Stikstofberekening Opdrachtgever: Gemeente INBO
projectnummer: 232.44.50.00.00
Van:
BügelHajema Adviseurs
Onderwerp:
Berekening stikstofdepositie Hotel van der Valk te Drachten, gemeente Smallingerland
Datum:
16-10-2019
INLEIDING In het kader van het plan Hotel van der Valk in Drachten in de gemeente Smallingerland is de depositie van stikstof berekend. In het plan wordt rekening gehouden met het onderstaande programma met de volgende uitgangspunten:. Tabel 1. – Functies plangebied BVO 1)
Daggasten
Vergaderzalen/foyer
1596 m2
1197 m2
leisure
542 m2
Functie bowlingbaan
10
hotelkamers restaurant/brasserie
Aantal
158 1576 m2
788 m2
1
) BVO = de totale beschikbare vloeroppervlakte inclusief magazijn- of opslagruimte, loopruimte, sanitaire voorzieningen, kantoorruimte en verblijfsruimte voor personeel, buitenwerks gemeten
Uitgangspunten:
De primaire functie van het complex is een hotel met bijbehorende vergader- en horecafunctie. De vergader- en horecafaciliteiten worden deels gebruikt door hotelgasten en deels door passanten/daggasten. Gelet hierop is als uitgangspunt gehanteerd dat het hotel 100% bezet is;
Vergaderfaciliteiten worden door 25% gebruik door gasten die ook in het hotel slapen. De overige 75% (100-25%) is daggast. Om dubbeltelling te voorkomen wordt de verkeersgeneratie voor de vergaderzalen alleen met de daggasten berekend (hotel is al met 100% bezetting gerekend). Voorbeeld: De vergaderfaciliteiten worden voor 25% gebruikt door mensen die ook overnachten, dan rekenen we voor de verkeersgeneratie dus met 75% van het m² aan vergaderruimte.
Horecafaciliteiten worden door 50% gebruikt door gasten die ook in het hotel slapen. De overige 50% is daggast. Om dubbeltelling te voorkomen wordt de verkeersgeneratie voor de vergaderzalen alleen met de daggasten berekend (hotel is al met 100% bezetting gerekend).
Voor de bowlingbaan en de leisure wordt in de berekening uitgegaan van 100% daggasten;
De depositie van stikstof in natura 2000 gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 vanwege deze ontwikkelingen alsmede van het verkeer van en naar deze locatie is berekend met programmapakket Aerius (16 oktober 2019). Deze notitie vormt een toelichting op de berekeningen.
INVOERGEGEVENS AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen van de gebouwen en mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar het terrein in de berekeningen meegenomen te worden. Conform jurisprudentie dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat het gebouw gasloos wordt uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Ten behoeve van de werkzaamheden en de verkeersgeneratie van de uitbreiding van het hotel zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeelding 4). -
Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1) In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Deze gegevens zijn door de opdrachtgever verstrekt.
Tabel 2. – Emissie Nox in kg/jr Mobiel werktuig Hijskraan Hydr. hijskraan Betonstorter Aggregaat Heistelling Totaal
Vermogen in kW 450 kW 100 kW 200 kW 50 kW 100 kW
Belasting in % 50% 50% 50% 60% 50%
Draaiuren per jaar 700 80 80 40 80
Em.factor in gr/kWh 0.4 3.1 3.6 3.6 3.6
Emissie kg/jr 63,00 14,88 28,80 4,32 28,80 139,80
bouwjr mat. >= 2015 >= 2005 >= 2005 >= 2005 >= 2005
Afbeelding 1- Invoergegevens bron 1
datum 16-10-2019
projectnummer 232.44.50.00.00
2
-
Bouwverkeer (bron 2) Wat betreft het bouwverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per etmaal. Deze gegevens zijn door de opdrachtgever verstrekt. -
licht verkeer 20 ritten/etmaal (0,8 kg NOx/jr);
-
middelzwaar vrachtverkeer 10 ritten/etmaal (3,2 kg NOx/jr);
-
zwaar vrachtverkeer 1 ritten/etmaal (0,5 kg NOx/jr).
De totale emissie van het werkverkeer bedraagt ongeveer 4,5 kg NOx/jr.
Afbeelding 2- Invoergegevens bron 2
-
Verkeersgeneratie hotel (bron 3)
Ten behoeve van de verkeersgeneratie van het de uitbreiding van het hotel zijn de onderstaande invoergegevens in Aerius gebruikt. Het gebouw in het project wordt gasloos uitgevoerd. Dit is daarom niet opgenomen in het model. In het model is alleen het verkeer van en naar de locatie opgenomen. De berekening van het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie is met behulp van CROW publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren – Van parkeercijfers naar parkeernormen, december 2018 opgenomen in tabel 3. Dit komt neer op 1100 lichte ritten per etmaal. Tabel 3. - Verkeersgeneratie nieuwe situatie Functie aantal/opp
norm eenheid
bowlingbaan 10 vergaderzalen 1197 m2 100 leisure 542 m2 100 hotelkamers 158 10 restaurant nvt nvt restaurant passanten 788 m2 100 totaal 2 ) Schatting op basis van de benodigde parkeergelegenheid
datum 16-10-2019
projectnummer 232.44.50.00.00
baan m2 bvo m2 bvo kamers m2 bvo
min 13.5
kencijfers max 19.3
gem 16.4
14.8 19.4
17.3 22.3
16.1 20.9
ritten 164 2042) 88 329 nvt 3152) 1100
3
De totale emissie van de verkeersgeneratie van de uitbreiding van het bedraagt ongeveer 59,3 kg NOx/jr.
Afbeelding 3- Invoergegevens bron 3
De totale emissie van het project bedraagt ongeveer 203,6 kg NOx/jr. Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (16 oktober 2019). Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.
Afbeelding 4 – AERIUS model
datum 16-10-2019
projectnummer 232.44.50.00.00
4
REKENRESULTATEN EN CONCLUSIE De berekening met AERIUS genereert een gml bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen natuurgebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Hierbij is rekenig gehouden met een 450 kW hijskraan van stage klasse IV (materieel van globaal na 2015).
Afbeelding 5- Rekenresultaat
ECOLOGISCHE BEOORDELING Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig.
datum 16-10-2019
projectnummer 232.44.50.00.00
5
Ruimtelijke onderbouw ing Hotel Lavendelheide 4 te Drachten
Bijlage 4 Advies externe veiligheid
NL.IMRO.0090.OV2019BKA006-0301
29
Advies Externe Veiligheid inzake Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten Algemeen toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: - het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); - het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); - het gebruik van luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Hiertoe zijn risico’s gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Groepsrisico (GR) Dit is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving. De volgende besluiten zijn relevant: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Met het Bevi zijn risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. 2.
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op basis van het Bevb dienen plannen, vergelijkbaar met het Bevi, te worden getoetst aan de grens- en richtwaarde voor het PR en de oriëntatiewaarde voor het GR. 3. Basisnet Het basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over de weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Het basisnet is vastgelegd in onder andere de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.
Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten
1
4. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is het Bevt opgesteld. Hierin zijn de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet wettelijk vastgelegd. 5. Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) Het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende regeling is de opvolger van een groot aantal AMvB’s. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor verschillende milieuaspecten, zoals veiligheidsafstanden waaraan voldaan moet worden. Verantwoordingsplicht In het Bevi, Bevb en het Bevt is onder andere een verantwoordingsplicht GR opgenomen. Deze verantwoording houdt in dat in bepaalde gevallen planologische keuzes moeten worden onderbouwd en verantwoord door het bevoegd gezag.
Opsteller: Inge de Vries Telefoon: 06-46994259 Datum: 10 oktober 2019 Zaaknummer: 2019-FUMO-0033910 Organisatie: FUMO Status: DEFINITIEF
Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten
2
Risicobronnen ten aanzien van de Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten Aan de Lavendelheide 4 in Drachten is Van der Valk hotel Drachten (hierna: Van der Valk) gevestigd. Van der Valk heeft plannen om het bestaande hotel te vergroten. Aan de FUMO is gevraagd een advies externe veiligheid op te stellen op basis van het concept voorontwerp bestemmingsplan Drachten – Lavendelheide 4 van 13 mei 2019. Het gebied zal in het navolgende worden aangeduid als het plangebied. De ligging van het plangebied is in figuur 1 weergegeven. Een impressie van de toekomstige situatie is in figuur 2 weergegeven.
Figuur 1: begrenzing plangebied
Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten
3
Figuur 2: impressie nieuwe situatie
Voor de inventarisatie van de aanwezige risicobronnen met de daarbij behorende veiligheidszones is de professionele risicokaart (van 27 juni 2019) geraadpleegd. Uit de professionele Risicokaart blijkt dat in de directe nabijheid van het plangebied risicobronnen zijn gelegen, waarvan de risicocontouren of invloedsgebieden mogelijk over het plangebied vallen (zie figuur 3). De (mogelijk) relevante risicobron voor het plangebied is: - transport van gevaarlijke stoffen over de weg.
Figuur 3: risicobronnen
Verder zijn er geen risicobronnen aanwezig.
Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten
4
Transport van gevaarlijke stoffen over wegen Rijksweg N31 en A7 Ten noordoosten van het plangebied ligt de Rijksweg N31. Ten zuiden van het plangebied ligt de Rijksweg A7. Over beide wegen worden gevaarlijke stoffen getransporteerd. Zowel de N31 als de A7 zijn opgenomen in het Basisnet weg. De planlocatie ligt op meer dan 200 meter vanuit het midden van beide Rijkswegen. Het plangebied ligt echter wel binnen deze afstand van 200 meter vanaf de verbindingsboog tussen de Rijksweg A7 en Rijksweg N31. In artikel 8 van het Bevt staat dat wanneer een bestemmingsplan binnen een afstand van 200 meter van een transportroute gevaarlijke stoffen is gelegen, het GR dient te worden verantwoord. De afstand van 200 meter is in figuur 4 te herkennen aan de paarse contour.
Figuur 4: 200 meter zone van de verbindingsboog tussen de N31 en A7
Omdat de planlocatie binnen 200 meter vanaf een transportroute voor gevaarlijke stoffen ligt, zal het groepsrisico moeten worden verantwoord. Toetsingskader bij beoordeling van risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen bij ruimtelijke ordeningsbesluiten, is het Basisnet weg. Het basisnet is per 1 april 2015 van kracht. Voor het wettelijk vastleggen van de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het Basisnet geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (hierna: Bevt). Verder is de Regeling basisnet (hierna: Rbn) opgesteld. In de Rbn staat waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkeling. In de Rbn is aangegeven dat GR berekeningen voor basisnetroutes uitgevoerd dienen te worden overeenkomstig de Handleiding Risicoanalyse Transport (hierna: HART). In de HART staat uitvoerig beschreven op welke wijze de risicoberekening uitgevoerd moet worden. Daarbij wordt ook aangegeven welke gegevens (vervoer en populatie) daarbij ingevoerd moeten worden. Voor het PR dient voor een basisnetroute gekeken te worden Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten
5
naar de tabel basisnetroutes in de Rbn. In deze tabel is af te lezen dat voor de N31 en A7 geen basisnetafstand en daarmee PR 10-6 geldt. In de Nota van toelichting op het Bevt en de Nota van toelichting op de Beleidsregels EV is aangegeven dat in sommige gevallen de berekening van het PR en het GR achterwege kan blijven. Hiervoor zijn vuistregels in de vorm van drempelwaarden voor vervoersaantallen opgesteld die de gebruiker een indicatie geven van de hoogte van het PR of GR. Met de vuistregels kan ingeschat worden of de vervoersaantallen, bebouwingsafstanden en/of aanwezigheidsdichtheden te klein zijn om tot een overschrijding van grenswaarde of richtwaarde voor het PR dan wel tot een overschrijding van de oriëntatiewaarde of 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het GR kunnen leiden. De drempelwaarde voor 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het GR geeft een indicatie dat zeker een GR-berekening moet worden uitgevoerd. In vrijwel alle gevallen wordt het GR bepaald door GF3 (LPG). Voor de uitkomst van de GR-berekening is het dan voldoende nauwkeurig om de bevolkingsdichtheid te inventariseren tot circa 300 meter van de as van de weg.
Verantwoording GR Conform het Bevt dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om in verband met het GR advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied. Brandweer Fryslân heeft nog niet geadviseerd op onderhavig plan. Verbindingsboog tussen Rijksweg A7 en Rijksweg N31 De N31, de verbindingsboog en de A7 hebben ter hoogte van het plangebied grotendeels eenzijdige bebouwing. Voorts wordt de verbindingsboog als een weg buiten de bebouwde kom (geen autosnelweg) aangemerkt. De HART gaat dan uit van 80 km/uur. De dichtstbijzijnde bebouwing ligt op een afstand van circa 35 meter gemeten vanaf het midden van de verbindingsboog. Omdat in de HART geen gebruik wordt gemaakt van een afstand van 35 meter, wordt aangesloten bij de eerstopvolgende worst-case afstand. Deze afstand bedraagt 30 meter. De maximale dichtheid is 40 p/ha. Het aantal GF3 transporten over de N31 is in de Rbn gesteld op 1500. Omdat over de verbindingsboog alleen transporten plaatsvinden welke komen uit de richting van de N31 richting A7 wordt met dit aantal gerekend. In artikel 14 van de Rbn staat beschreven dat op verbindingsbogen rekening moet worden gehouden met de helft van de GF3 aantallen op de weg waarvan de boog aftakt.
Dit houdt in dat rekening wordt gehouden met 750 transporten.
Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten
6
Volgens de HART moet een RBM-II berekening uitgevoerd worden wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens stoffen bevat uit de categorieën LT31, GT42 of GT53. Hiervan is geen sprake. Wanneer GF3 minder is dan 10 maal de drempelwaarde uit tabel 1-5 van de HART, wordt de oriëntatiewaarde van het GR niet overschreden. Het aantal GF3 transporten bedraagt in casu 750. De minimale afstand tussen bebouwing en de weg is circa 30 meter, de maximale dichtheid is 40 p/ha. Wanneer GF3 minder is dan 10 maal de drempelwaarde uit tabel 1-5 van de HART, wordt de oriëntatiewaarde van het GR niet overschreden. Het aantal GF3 transporten bedraagt 750 voor de verbindingsboog tussen de N31 en A7. De minimale afstand tussen bebouwing en de weg is circa 30 meter, de maximale dichtheid van personen is 40 p/ha. Er zijn meer dan 5510 transporten GF3 nodig om 10% van de oriëntatiewaarde te overschrijden en 55.100 om de oriëntatiewaarde te overschrijden. Zoals gezegd is het aantal transporten gesteld op 750. Het aantal GF3 transporten is minder dan de drempelwaarde uit tabel 1.5 van de HART. De 10% van de oriëntatiewaarde wordt lang niet overschreden en daarmee de oriëntatiewaarde ook niet. Er is daarmee geen noodzaak om het GR nader te berekenen. Verantwoording GR Het gaat hier om een uitbreiding van het hotel Van der Valk. Het aantal personen zal toenemen.
Dit houdt in dat de uitbreiding van Van der Valk invloed heeft op de berekening van de hoogte van het GR. De oriëntatiewaarde van het GR zal echter niet overschreden worden. Op het moment van schrijven is het onbekend welke functies in het uitbreidingsdeel zullen worden gerealiseerd. Mogelijk is de zelfredzaamheid van personen een punt van aandacht. De zelfredzaamheid heeft betrekking op de mogelijkheden voor personen in het invloedsgebied om zichzelf in veiligheid te brengen (of in veiligheid gebracht te worden). Niet zelfredzame personen binnen een invloedsgebied van een risicobron zijn vanuit hulpverleningsperspectief onwenselijk. De gemeente zal een afweging moeten maken of het mogelijk maken van de uitbreiding binnen het invloedsgebied van de wegen wenselijk is. Conform artikel 9 van het Bevt dient het bestuur van de Veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om in verband met het GR advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied. 1
Toxische vloeistoffen, bijvoorbeeld acroleïne Toxische gassen, bijvoorbeeld zwaveldioxide 3 Toxische gassen, bijvoorbeeld chloor of stikstofdioxide 2
Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten
7
Vanuit externe veiligheidsoogpunt wordt geadviseerd om de uitbreiding buiten het invloedsgebied te realiseren. Indien er voor gekozen wordt om de uitbreiding binnen het invloedsgebied toe te staan, dan dient er rekening mee gehouden te worden dat de bereikbaarheid van hulpdiensten goed geborgd is en dienen er voldoende vluchtmogelijkheden aanwezig te zijn. Daarbij moet vluchten van de risicobron af mogelijk zijn. Advies Externe Veiligheid Geadviseerd wordt om: - de ontwikkelingen buiten het invloedsgebied te realiseren; - te onderzoeken of de ontwikkeling buiten het invloedsgebied van de wegen mogelijk kan worden gemaakt; - de ontwikkeling alleen binnen het invloedsgebied toe te staan, mits rekening wordt gehouden met de bereikbaarheid van hulpdiensten en er voldoende vluchtmogelijkheden aanwezig zijn. Vluchten moet van de risicobron af mogelijk zijn; - advies te vragen aan Brandweer Fryslan. Indien het bevoegd gezag vooralsnog mee wil werken aan het plan en het GR verantwoord wordt geacht en medewerking wordt verleend, wordt geadviseerd om: - functies in het gebouw waar weinig personen verblijven dichterbij de risicobron te realiseren dan de functies waar veel mensen verblijven; - vluchtmogelijkheden in gebouwen en op het terrein van de risicobron af te situeren.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het transport van gevaarlijke stoffen over de N31, de verbindingsboog en de A7 mogelijk een belemmering vormt voor onderhavig plan.
Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten
8
Advies Brandweer Fryslân Op 26 september 2019 is door Brandweer Fryslân een advies uitgebracht omtrent de externe veiligheid. Hieronder volgt een samenvatting. Bestrijding en beperking van rampen en zelfredzaamheid Onder bestrijdbaarheid van een (dreigende) calamiteit vallen alle maatregelen die invloed hebben op de bestrijdbaarheid van een calamiteit ten gevolge van een risicovolle activiteit. De zelfredzaamheid heeft betrekking op de mogelijkheden voor personen in het invloedsgebied om zichzelf in veiligheid te brengen (of in veiligheid gebracht te worden). Niet zelfredzame personen binnen een invloedsgebied van een risicobron zijn vanuit hulpverleningsperspectief onwenselijk. Zelfredzaamheid Brandweer Fryslân adviseert in haar advies om de uitbreiding van het hotel buiten het invloedsgebied te realiseren. Wanneer het gebouw toch binnen het invloedsgebied gesitueerd gaat worden, adviseert Brandweer Fryslân om de ontvluchting op het terrein dermate te situeren dat deze van de bron af is gelegen. De bedrijfshulpverlening dient hierop geoefend te zijn. Ook adviseert Brandweer Fryslân om de indeling van het gebouw zodanig in te richten, dat de grootst en langst aanwezige groep het meest ver van de bron af is gesitueerd. Repressief advies Brandweer Fryslân heeft de mogelijkheid een repressief advies te geven in het kader van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen.
In een dergelijk advies komen aspecten aan bod die van belang zijn voor de basisbrandweerzorg. Hierbij valt te denken aan onder meer bereikbaarheid, de beschikbaarheid van bluswater en de opkomsttijden. Hieronder volgt een opsomming. Bereikbaarheid Om de opstelplaats voor het pand te bereiken, dient de route op eigen terrein naar de opstelplaats voor de brandweer bruikbaar te zijn. Brandweer Fryslân geeft in haar advies eisen aan waar de route aan moet voldoen. Kortheidshalve wordt op deze plaats naar het advies van Brandweer Fryslân verwezen. Bluswatervoorziening Brandweer Fryslân adviseert in haar advies om een brandkraan aan te leggen die voldoet aan enkele voorwaarden. Kortheidshalve wordt op deze plaats naar het advies van Brandweer Fryslân verwezen.
Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten
9
Opkomsttijden De opkomsttijd bedraagt 13 minuten. Hiermee voldoet de opkomsttijd niet aan de norm van 12 minuten welke voor een dergelijk gebied geldt. Omdat het hier echter om overschrijding van 1 minuut gaat, voorziet Brandweer Fryslân geen knelpunten voor wat betreft de opkomsttijden. Nut en noodzaak van de ontwikkeling In te vullen door de gemeente.
Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten
10
Eindconclusie Ondanks maatregelen ter verhoging van de veiligheid kunnen risico’s nooit voor 100% worden weggenomen. Ook na het nemen van veiligheidsverhogende maatregelen zal een restrisico blijven bestaan. Met behulp van het uitvoeren van de verantwoordingsplicht voor het GR en het advies van Brandweer Fryslân, dient het bevoegd gezag zich uit te spreken over de aanvaardbaarheid van het restrisico. Voor de acceptatie van het restrisico dient ook het belang van de ontwikkeling meegewogen te worden. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid een aandachtspunt vormt voor de haalbaarheid van voorliggend plan. Geadviseerd wordt om: - de ontwikkelingen buiten het invloedsgebied te realiseren; - te onderzoeken of de ontwikkeling buiten het invloedsgebied van de wegen mogelijk kan worden gemaakt; - de ontwikkeling alleen binnen het invloedsgebied toe te staan, mits rekening wordt gehouden met de bereikbaarheid van hulpdiensten en er voldoende vluchtmogelijkheden aanwezig zijn.
Vluchten moet van de risicobron af mogelijk zijn; - een brandkraan aan te leggen volgens voorwaarden zoals in het advies van Brandweer Fryslân van 26 september 2019 staat beschreven; - de routes naar de opstelplaats voor de ingang van het gebouw bruikbaar te laten zijn voor de brandweer volgens voorwaarden zoals in het advies van Brandweer Fryslân van 26 september 2019 staat beschreven; - advies te vragen aan Brandweer Fryslan. Indien het bevoegd gezag vooralsnog mee wil werken aan het plan en het GR verantwoord wordt geacht en medewerking wordt verleend, wordt geadviseerd om: - functies in het gebouw waar weinig personen verblijven dichterbij de risicobron te realiseren dan de functies waar veel mensen verblijven; - vluchtmogelijkheden in gebouwen en op het terrein van de risicobron af te situeren; - de bedrijfshulpverlening voor te bereiden op de ontvluchting.
Uitbreiding Van der Valk hotel Drachten
11
Ruimtelijke onderbouw ing Hotel Lavendelheide 4 te Drachten
Bijlage 5 Advies brandweer Fryslân
NL.IMRO.0090.OV2019BKA006-0301
41
Ruimtelijke onderbouw ing Hotel Lavendelheide 4 te Drachten
Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek
NL.IMRO.0090.OV2019BKA006-0301
45
Projectnummer: Projectnaam:
369119 VO Van der Valk Drachten
Boring:
01
Boring:
02
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
0
0
braak
1 50
50
50
100
2 100
Zand, matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, beigebruin, Edelmanboor
3
gras GrasZand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten leem, sporen grind, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak oerhoudend, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
2 100
0
0
BraakZand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten leem, sporen grind, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
150
3
120
Leem, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
4
150 4
5 200
200
200 5
Leem, sterk zandig, zwak plantenhoudend, geen olie-water reactie, grijsgroen, Edelmanboor
6
250
Leem, sterk zandig, resten planten, sporen grind, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor
220
6 250 7
7
300
300
300
Leem, sterk zandig, zwak humeus, zwak plantenhoudend, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
8 8
350
350 9 400
400
400 420
Boring:
03
Boring:
04
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
0
waterbodem
20
3
WaterbodemZand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
4
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
0 2 1
50
100
0
0
gras
50
GrasZand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, resten leem, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1 50
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
2 100 3
5
130
150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, beigegrijs, Edelmanboor
4
6 5 200
250
200
250
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor 300
300
200
Projectnummer: Projectnaam:
369119 VO Van der Valk Drachten
Boring:
05
Boring:
06
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
0
0
gras
50
GrasZand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, matig Boomwortels, geen olie-water reactie, grijsbruin, Graafmachine
1 50 2 90
3
50 2 100 3
140
150 4 180
5 200
200
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, grijsblauw, Edelmanboor
150
160
200
200
07
Boring:
08
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
0
gras
50
50
0 8
0
GrasZand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten leem, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1
Veen, mineraalarm, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
5
Boring:
0
120
4 Zand, matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, beigebruin, Edelmanboor
braak BraakZand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
100
0
0
1 40
50
Zand, matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, beigebruin, Edelmanboor
klinker Klinker, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
2 90
Boring:
09
Boring:
10
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
0 8
0 1
40
50
klinker
bosgrond BosgrondZand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten Boomwortels, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
2
0
0
Klinker, Edelmanboor
50
50
90
Boring:
11
Boring:
12
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
0
0
gras
1 50
50
0
0
GrasZand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
50
50
13
Boring:
14
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
0 8
50
50
100
gras GrasZand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten leem, sporen grind, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1 50
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
2
0
0
Klinker, Edelmanboor Geen olie-water reactie, bruinrood, River, Repac/menggranulaat
1
100
klinker
GrasZand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten leem, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1
Boring:
0
gras
50
Projectnummer: Projectnaam:
369119 VO Van der Valk Drachten
Boring:
15
Boring:
16
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
0
0
gras
1 50
50
0
0
GrasZand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten leem, geen olie-water reactie, grijsbruin, River
50
50
17
Boring:
18
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
0
50
50
Boring:
19
Boormeester: Datum:
J. Ten Klooster 11-9-2019
0
0
BraakZand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten baksteen, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1 50
braak BraakZand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten baksteen, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1 50
braak
0
0
BraakZand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten baksteen, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1
50
braak
BraakZand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten baksteen, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
1
Boring:
0
braak
50
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
Projectnummer: Grind, siltig Projectnaam:
369119 VO Van der Valk Drachten
Grind, zwak zandig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters
Zand, uiterst siltig
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
Sweco Zwolle David I. Lindenberg Zuiderzeelaan 53 8017JV ZWOLLE
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 10
: VO Van der Valk Drachten : 369119 : 13102694, versienummer: 1 : 5A1BKGU3
Rotterdam, 18-09-2019
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 369119. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters en het project zijn overgenomen in dit analyserapport. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 10 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Sweco Zwolle David I. Lindenberg Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 10
Analyserapport VO Van der Valk Drachten 369119 13102694 - 1
Orderdatum Startdatum Rapportagedatum
11-09-2019 11-09-2019 18-09-2019
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
005
Grond (AS3000)
MMBG-01 MMBG-01 02 (0-50) 05 (0-50) 12 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) MMBG-02 MMBG-02 03 (0-20) 04 (0-50) 11 (0-50) MMBG-03 MMBG-03 06 (0-50) 16 (0-50) 17 (0-50) 18 (0-50) 19 (0-50) MMOG-01 MMOG-01 01 (100-150) 02 (100-120) 03 (50-100) 04 (100-130) 05 (50-90) 06 (100-120) 13 (50-100) MMOG-02 MMOG-02 01 (220-270) 02 (120-170) 05 (180-200)
Analyse
Eenheid
Q
001
002
003
004
005
droge stof
gew.-%
S
87.6
85.5
86.7
86.4
85.9
gewicht artefacten aard van de artefacten
g -
S S
<1 geen
<1 geen
<1 geen
<1 geen
<1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
5.1
2.3
4.1
3.1
0.9
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
4.7
2.9
1.1
<1
10
METALEN barium cadmium
mg/kgds mg/kgds
S S
27 <0.2
22 <0.2
27 <0.2
22 <0.2
<20 <0.2
kobalt koper kwik
mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S S S
<1.5 9.4 <0.05
<1.5 5.1 <0.05
<1.5 8.5 0.07
<1.5 6.8 <0.05
2.1 6.4 <0.05
lood molybdeen
mg/kgds mg/kgds
S S
18 <0.5
20 <0.5
36 <0.5
25 <0.5
<10 <0.5
nikkel zink
mg/kgds mg/kgds
S S
4.5 30
4.4 28
3.7 40
3.5 29
7.1 20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen fenantreen
mg/kgds mg/kgds
S S
<0.01 0.01
<0.01 0.12
<0.01 0.12
<0.01 0.06
<0.01 <0.01
antraceen fluoranteen benzo(a)antraceen
mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S S S
<0.01 0.05 0.03
0.06 0.28 0.16
0.04 0.31 0.17
0.03 0.17 0.09
<0.01 <0.01 <0.01
chryseen benzo(k)fluoranteen benzo(a)pyreen
mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S S S
0.03 0.02 0.03
0.12 0.07 0.13
0.16 0.12 0.18
0.10 0.06 0.09
<0.01 <0.01 <0.01
benzo(ghi)peryleen indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kgds mg/kgds
S S
0.03 0.03
0.08 0.07
0.14 0.14
0.07 0.07
<0.01 <0.01
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor)
mg/kgds
S
0.244
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds
S
<1
<1
<1
<1
<1
PCB 52 PCB 101
µg/kgds µg/kgds
S S
<1 <1
<1 <1
<1 <1
<1 <1
<1 <1
PCB 118 PCB 138 PCB 153
µg/kgds µg/kgds µg/kgds
S S S
<1 <1 <1
<1 <1 <1
<1 <1 2) 1.3
<1 <1 <1
<1 <1 <1
1)
1.097
1)
1.387
1)
0.747
1)
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
0.07
1)
Sweco Zwolle David I. Lindenberg Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 10
Analyserapport VO Van der Valk Drachten 369119 13102694 - 1
Orderdatum Startdatum Rapportagedatum
11-09-2019 11-09-2019 18-09-2019
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
005
Grond (AS3000)
MMBG-01 MMBG-01 02 (0-50) 05 (0-50) 12 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) MMBG-02 MMBG-02 03 (0-20) 04 (0-50) 11 (0-50) MMBG-03 MMBG-03 06 (0-50) 16 (0-50) 17 (0-50) 18 (0-50) 19 (0-50) MMOG-01 MMOG-01 01 (100-150) 02 (100-120) 03 (50-100) 04 (100-130) 05 (50-90) 06 (100-120) 13 (50-100) MMOG-02 MMOG-02 01 (220-270) 02 (120-170) 05 (180-200)
Analyse
Eenheid
Q
001
PCB 180
µg/kgds
S
<1
som PCB (7) (0.7 factor)
µg/kgds
S
4.9
002 <1
1)
4.9
003
004
<1 1)
5.5
<1 1)
4.9
005 <1
1)
4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12
mg/kgds
<5
<5
<5
<5
<5
fractie C12-C22 fractie C22-C30
mg/kgds mg/kgds
<5 7
8 6
<5 10
<5 <5
<5 <5
fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds
6 <20
7 20
13 20
6 <20
<5 <20
S
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
1)
Sweco Zwolle David I. Lindenberg Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 10
Analyserapport VO Van der Valk Drachten 369119 13102694 - 1
Orderdatum Startdatum Rapportagedatum
11-09-2019 11-09-2019 18-09-2019
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
004
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
005
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1 2
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Sweco Zwolle David I. Lindenberg Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 5 van 10
Analyserapport VO Van der Valk Drachten 369119 13102694 - 1
Orderdatum Startdatum Rapportagedatum
11-09-2019 11-09-2019 18-09-2019
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
Grond: Gelijkwaardig aan ISO 11465 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934 (monstervoorbehandeling conform NEN-EN 16179). Grond (AS3000): conform AS3010-2 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934 Conform AS3000 en conform NEN-EN 16179 Idem Grond: gelijkwaardig aan NEN 5754. Grond (AS3000): conform AS3010-3 Grond: eigen methode. Grond (AS3000): conform AS3010-4 Conform AS3010-5 en conform NEN 6950 (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform NEN-EN-ISO 17294-2) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
barium
Grond (AS3000)
cadmium
Grond (AS3000)
kobalt
Grond (AS3000)
koper
Grond (AS3000)
kwik
Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
molybdeen
Grond (AS3000)
nikkel
Grond (AS3000)
zink
Grond (AS3000)
naftaleen
Grond (AS3000)
fenantreen
Grond (AS3000)
antraceen
Grond (AS3000)
fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)antraceen
Grond (AS3000)
chryseen
Grond (AS3000)
benzo(k)fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)pyreen
Grond (AS3000)
benzo(ghi)peryleen
Grond (AS3000)
indeno(1,2,3-cd)pyreen
Grond (AS3000)
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor)
Grond (AS3000)
PCB 28
Grond (AS3000)
PCB 52
Grond (AS3000)
PCB 101
Grond (AS3000)
PCB 118
Grond (AS3000)
PCB 138
Grond (AS3000)
PCB 153
Grond (AS3000)
PCB 180
Grond (AS3000)
som PCB (7) (0.7 factor)
Grond (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grond (AS3000)
Conform AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3010-7 en conform NEN-EN-ISO 16703
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001 001 001
Y7209216 Y7209429 Y7209208 Y7209433 Y7209437
11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019
11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Sweco Zwolle David I. Lindenberg Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 6 van 10
Analyserapport VO Van der Valk Drachten 369119 13102694 - 1
Orderdatum Startdatum Rapportagedatum
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
002 002 002 003 003 003 003 003 004 004 004 004 004 004 004 005 005 005
Y7173968 Y7369305 Y7173981 Y7209448 Y7209517 Y6965284 Y7209511 Y6965280 Y7209218 Y7209422 Y7173976 Y7209206 Y7209425 Y7209508 Y7173982 Y7209213 Y7209209 Y7209423
11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019
11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019 11-09-2019
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
11-09-2019 11-09-2019 18-09-2019
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Sweco Zwolle David I. Lindenberg Projectnaam Projectnummer Rapportnummer