Bijlage 1 - Nota omgevingskwaliteit Smallingerland
Tekst van het document
3.
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen, dakkapellen, dakopbouwen en/of risalieten zijn mee-ontworpen of ondergeschikt. Mee-ontworpen kan ook betekenen dat gekozen wordt voor een zorgvuldig ontworpen contrast.
4.
Het kleur- en materiaalgebruik is beperkt in aantal.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
37
Reclame Past uw plan voor reclame niet binnen de regels van de snelle route voor reclame? Dan worden de volgende regels toegepast op uw plan: 1.
Sommige reclame is verboden (zie paragraaf 4.2).
2.
Reclame-uitingen passen in aantal en uitstraling bij het karakter van de omgeving.
3.
Reclame is ondergeschikt aan het gebouw en het perceel.
4.
Een reclame-uiting aan de gevel dient loodrecht op, of evenwijdig aan en vlak tegen de gevel geplaatst te worden.
5.
Reclame-uitingen staan in verhouding tot elkaar, de grootte en architectuur van het bedrijfspand. Het totaal aan reclame-uitingen is in balans.
6.
Reclame op bedrijfsgebouwen wordt op elkaar afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest.
Waterbouwkundige werken •
De waterbouwkundige werken zijn in maatvoering en plaatsing onderschikt in het beeld.
•
Bij meerdere gelijke elementen is sprake van een logische en regelmatige ordening.
•
De vormgeving is sober en doelmatig en past in de omgeving.
•
Het kleur- en materiaalgebruik past in de omgeving.
•
Het materiaalgebruik past bij de functie.
•
Het materiaalgebruik is geschikt voor de beoogde levensduur
•
Het materiaal is doelmatig te beheren.
7.6
Kwaliteitsniveau 3. Hoge kwaliteit
Kwaliteitsniveau 3 betekent dat een ontwerp van een bouwplan (minimaal) van hoge kwaliteit moet zijn. Bouwplannen passen voegen zich in de hoge kwaliteit van de omgeving of versterken de omgeving doordat de waarden en ambities van een gebied worden gehandhaafd. Afwijkende oplossingen kunnen alleen als deze zorgvuldig zijn ontworpen met respect voor de waarden en ambities, èn kwaliteit toevoegen aan de omgeving. Omgeving 1.
De manier waarop gebouwen op een erf zijn geplaatst past zorgvuldig in de omgeving (zie basisregels).
2.
De hoofdopzet van de gebouwen op een erf past zeer zorgvuldig in de omgeving (zie basisregels).
3.
De bouwstijl/architectuur van een hoofdgebouw past zeer zorgvuldig in de omgeving, of vormt hiermee een zorgvuldig ontworpen contrast.
4.
Representatieve voorgevel(s)/gevels met expressie (en functies) naar de weg/openbare ruimte.
5.
Het kleur- en materiaalgebruik past in de omgeving of vormt hiermee een zorgvuldig ontworpen contrast.
6.
Erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied zijn mee-ontworpen en/of hebben een (overwegend) groen karakter.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
38
7.
Installaties zijn ondergeschikt.
8.
Duurzaamheidsmaatregelen zijn ondergeschikt en verstoren de omgeving niet.
Vormgeving 1.
Het ontwerp past bij de functie.
2.
De bouwstijl/architectuur van nieuwbouw of verbouw past zeer zorgvuldig bij de bestaande bebouwing op het erf of vormt hiermee een zeer zorgvuldig ontworpen contrast.
3.
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen, dakkapellen, dakopbouwen en/of risalieten zijn mee-ontworpen. Mee-ontworpen kan ook betekenen dat gekozen wordt voor een zorgvuldig ontworpen contrast.
4.
Het kleur- en materiaalgebruik versterkt de bouwstijl/architectuur.
5.
Erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied zijn mee-ontworpen en/of hebben een (overwegend) groen karakter.
6.
Installaties zijn ondergeschikt of mee-ontworpen in de bouwstijl/architectuur.
7.
Duurzaamheidsmaatregelen zijn mee-ontworpen en doen geen afbreuk aan de bouwstijl/architectuur.
Waterbouwkundige werken •
De waterbouwkundige werken zijn in maatvoering en plaatsing onderschikt in het beeld.
•
Bij meerdere gelijke elementen is sprake van een logische en regelmatige ordening.
•
De vormgeving past in de omgeving.
•
Het kleur- en materiaalgebruik past in de omgeving.
•
Het materiaalgebruik past bij de functie.
•
Het materiaalgebruik is geschikt voor de beoogde levensduur
•
Het materiaal is doelmatig te beheren.
Details 1.
De bouwstijl/architectuur is zorgvuldig afgestemd op de omgeving, met aandacht voor karakteristieke kenmerken.
2.
Karakteristieke kenmerken van de bestaande bebouwing worden behouden en versterkt.
3.
De bouwstijl/architectuur is consequent uitgewerkt in alle vanuit de openbare ruimte zichtbare gevels. Denk hierbij aan de vormgeving van raamopeningen, dichte vlakken, kleurvlakken, etc.
4.
De detaillering (kozijnen, ramen, deuren, boeiplanken, dakranden, daklijsten, daktrimmen, metselverbanden, ornamenten, etc.) versterkt de bouwstijl/architectuur.
5.
Aan- en uitbouwen zijn mee-ontworpen.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
39
Reclame Past uw plan voor reclame niet binnen de regels van de snelle route voor reclame? Dan worden de volgende regels toegepast op uw plan: 1.
Sommige reclame is verboden (zie paragraaf 4.2).
2.
Reclame-uitingen passen in aantal en uitstraling bij het karakter van de omgeving.
3.
Reclame is ondergeschikt aan het gebouw en het perceel.
4.
Een reclame-uiting aan de gevel dient loodrecht op, of evenwijdig aan en vlak tegen de gevel geplaatst te worden.
5.
Reclame-uitingen staan in verhouding tot elkaar, de grootte en architectuur van het bedrijfspand. Het totaal aan reclame-uitingen is in balans.
6.
Reclame op bedrijfsgebouwen wordt op elkaar afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest.
7.7
G1. Buitengebied
Het buitengebied omvat grofweg het gebied rondom de dorpen en Drachten. Het gebied wordt gekenmerkt door twee landschapstypen, het coulisselandschap en het veengebied. De bebouwing heeft een landelijk karakter en bestaat overwegend uit agrarische bedrijven, woonboerderijen en woningen. Waarden en ambities 1.
HET LANDSCHAP OVERHEERST
In het buitengebied overheerst het landschap. De bebouwing is in schaal en uitstraling ondergeschikt aan het landschappelijk beeld. De bebouwing heeft in principe een hellend dak. Het kleur- en materiaalgebruik van de bebouwing is traditioneel tot modern en niet opvallend. 2.
DE KENMERKEN VAN DE TWEE LANDSCHAPSTYPEN ZIJN BEPALEND
Het buitengebied bestaat uit coulisselandschap en veengebied. De kenmerken van de landschapstypen bepalen de plaatsing en de vormgeving van de bebouwing. De situering van de gebouwen heeft een sterke relatie met de verkaveling en/of ondergrond. Erven hebben groene erfranden en groene erfafscheidingen passend bij het landschapstype. Coulisselandschap Het coulisselandschap heeft een besloten karakter. De strokenverkaveling en de elzensingels langs de kavels en wegen zijn kenmerkend. Boerenerven en erven van woningen liggen vaak tussen singels. De erven zijn hierdoor sterk verbonden met het landschap. Veengebied Het veengebied heeft een open karakter. De polders met polderdijken en de opstrekkende verkaveling zijn kenmerkend. Boerenerven en erven van woningen zijn vaak beplant. Deze zijn daardoor besloten groene plekken in het open veengebied.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
40
Bent u benieuwd naar het ontstaan, de kenmerken en de kwaliteiten van het landschap van Smallingerland? De landschapsbiografie ‘Het verhaal van Smallingerland’ geeft u meer informatie. 3.
DE GEVARIEERDE GROENE LANDELIJKE LINTEN ZIJN KENMERKEND
Het buitengebied wordt gekenmerkt door lintbebouwing. De linten hebben een groen aanzicht en de relatie met het landschap is voelbaar. De dichtheid van de bebouwing in de linten varieert. De bebouwing bestaat vooral uit vrijstaande woningen, afgewisseld met boerderijen. De woningen zijn in vormgeving vrijwel allemaal verschillend. Ook is er sprake van variatie in de situering. De woningen staan soms in de richting van de verkaveling en in andere gevallen juist haaks op de weg. Ook de afstand tot de weg verschilt. Deze kenmerken geven de linten een gevarieerd aanzicht. 4.
BOERENERVEN HEBBEN EEN VOOR– EN ACHTERERF
Boerenerven hebben van oorsprong altijd een voor- en een achtererf. Bij schaalvergroting van bedrijven wordt dit principe ook gehanteerd. Bent u van plan uw bedrijf uit te breiden? Dan gelden onderstaande principes bij schaalvergroting: •
Boerenerven zijn zo compact mogelijk vormgegeven. De vorm is vaak rechthoekig. De rechthoek is in vorm afgestemd op de verkavelingsstructuur.
•
De vormgeving van de erfranden is passend bij het landschapstype.
•
Het voorerf is vooral het woondeel van het erf. De woning of (historische) boerderij en de voortuin bepalen het beeld. Sierbeplanting (bomen, heesters en hagen) draagt bij aan een fraai aanzicht.
•
Het achtererf is het werkdeel van het erf. Het achtererf heeft verschillende zones. De schuren en stallen staan meestal op het voorste deel van het achtererf. Eventuele mestvergistingsinstallaties zijn geclusterd en in samenhang met de aanwezige schuren en stallen. Meer naar achteren is ruimte voor lagere delen zoals sleufsilo’s. En ook opslag is vaak achter op het erf.
De ‘Handleiding Erfinrichting Buitengebied’ geeft informatie en aanwijzingen voor de inpassing van ontwikkelingen in het landschap. 5.
HISTORISCHE (WOON)BOERDERIJEN
De historische boerderijen zijn cultuurhistorisch waardevol en zeer bepalend voor het beeld van het buitengebied. Ze staan symbool voor de agrarische oorsprong van de gemeente. Behoud van de boerderijen is wezenlijk voor de uitstraling van het buitengebied. Bij verbouw is behoud van het bestaande karakter het vertrekpunt. Regels •
De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities.
•
Voor dit gebied gelden verschillende kwaliteitsniveaus.
•
Kijk op de kaart welk niveau geldt voor uw plan.
•
Voor monumenten gelden eigen regels.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
41
Foto’s van het deelgebied
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
42
7.8
G2. Centrum Drachten en assenkruis
Dit gebied omvat het centrum van Drachten en het zogenaamde ‘assenkruis’. Dit is het voetgangersgebied Noorderbuurt-Zuiderbuurt-Moleneind-Kades. Het centrumgebied is ontstaan op de kruising van de weg met de gegraven compagnievaart. Deze vaart markeerde de veenkolonie. Doordat de vaart een rechte hoek met de weg maakte ontstond de karakteristieke kruisplattegrond (het assenkruis), waarlangs bebouwing aan het water ontstond. Waarden en ambities 1.
DE STRUCTUUR EN HET KLEINSCHALIGE, GEVARIEERDE KARAKTER VAN HET ASSENKRUIS
Het assenkruis is beelddrager van het centrum en geeft een goede weergave van de historische groei. De structuur van het assenstelsel is nog grotendeels gaaf. De kleinschaligheid, de historische rooilijnen en de variatie in architectuur geven het gebied een sterke eigen identiteit. De stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit van de nieuwe plannen is hoog.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
43
2.
DE STRUCTUUR VAN DE PLEINEN EN WANDEN
In de hoeken van het assenkruis en in het zuidelijk deel van het assenkruis wordt het beeld vooral bepaald door pleinen en wanden. De bebouwing heeft een meer complexmatig karakter. In deze gebieden is extra aandacht gewenst voor de schaal en maat van de bebouwing en de oriëntatie op de openbare ruimte. 3.
COMPLEXMATIGE EN GROTERE BEBOUWING HEEFT BETEKENIS VOOR DE OPENBARE RUIMTE
In het gebied komen meerdere bijzondere functies en grotere gebouwen voor. Grote winkels, De Lawei, het gemeentehuis en het museum zijn voorbeelden. Bij complexmatige bebouwing wordt rekening gehouden met de schaal en maat van de omgeving en menselijke maat. De bebouwing heeft een sterke relatie met de openbare ruimte. Voor de begane grond geldt dit extra. De functies zijn herkenbaar in het ontwerp. Grote gebouwen mogen niet te vlak en strak zijn. 4.
WINKELPUIEN PASSEN IN HET GEVEL- EN STRAATBEELD
In het gebied komen veel winkels voor. Winkelpuien passen in het gevelbeeld. De architectuur, de pandbreedte, de verdiepingshoogte, de gevelritmiek en het kleur en materiaalgebruik van het betreffende pand wordt nauwkeurig gerespecteerd. Winkelpuien hebben een transparante uitstraling en hebben een sterke relatie met de straat/openbare ruimte. 5.
ROLLUIKEN TASTEN HET STRAATBEELD NIET (TE VEEL) AAN
In verband met de veiligheid worden vaak rolluiken toegepast. De negatieve invloed van rolluiken op het straatbeeld wordt beperkt. De rolluiken worden op een zorgvuldige manier op of in de gevel aangebracht. De kleur mag niet opvallen en de rolluiken moeten een visueel open karakter hebben. 6.
ZONWERINGEN ZIJN ONDERGESCHIKT IN HET STRAATBEELD
Zonweringen zijn ondergeschikt en mogen het straatbeeld niet verstoren. Zonweringen zijn afgestemd op de architectuur van het gebouw. Zonwering mag niet een zeer gesloten gevelbeeld opleveren. 7.
LUIFELS ZIJN EEN INTEGRAAL ONDERDEEL VAN DE ARCHITECTUUR EN ONDERGESCHIKT IN HET STRAATBEELD
Nieuwe luifels zijn ontworpen als integraal onderdeel van de architectuur van de bebouwing. Nieuwe luifels zijn ondergeschikt in het straatbeeld of transparant. Nieuwe luifels mogen de gevels niet in twee delen verdelen en mogen de bovenbouw niet onzichtbaar maken. Regels •
De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities.
•
Voor het hele gebied Centrum en assenkruisen, geldt kwaliteitsniveau 3.
•
Voor monumenten gelden eigen regels.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
44
Foto’s van het deelgebied
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
45
7.9
G3. Linten
Linten komen voor in de dorpen en in Drachten. In de linten is de bebouwing sterk gerelateerd aan het beloop van de historische vaarten en wegen. De bebouwingsdichtheid varieert. Vaak is het, hoe verder van de ‘dorpskern’ verwijderd, hoe groter de ruimte tussen de bebouwing is. Het bebouwingsbeeld varieert van dorps tot stedelijk. Waarden en ambities l 1.
HISTORISCHE KLEINSCHALIGE DORPSE LINTEN
Wonen is de hoofdfunctie in de dorpse linten, maar ook (historische) (woon)boerderijen, bedrijven en winkels komen voor. De linten in de dorpen hebben een historisch karakter. Dit geldt ook voor linten van de Oudeweg, de Dwarsvaarten en deels de Folgeralaan in Drachten. Deze linten volgen het beloop van historische vaarten en wegen. De dorpse linten hebben een kleinschalig, traditioneel tot historisch karakter. Nieuwe ontwikkelingen passen bij dit karakter of vormen hiermee een zorgvuldig contrast.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
46
2.
GEVARIEERDE STEDELIJKE LINTEN
De Burgemeester Wuiteweg en de Stationsweg zijn de stedelijke linten. Woningen en voorzieningen wisselen elkaar af. In de Stationsweg is een driedeling herkenbaar (noord, midden en zuid). Nieuwbouw of veranderingen mogen geen afbreuk doen aan deze indeling. De stedelijke linten hebben een gevarieerd straatbeeld. Er is variatie in schaal, maat, en vormgeving. Nieuwe ontwikkelingen versterken de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit van de linten. 3.
PARELS IN DE LINTEN
In de linten komen verschillende parels voor. Dit zijn panden (en soms ook de erven) met een bijzondere waarde of bijzondere vormgeving. Dit zijn in ieder geval de monumenten en de historische (woon)boerderijen op (voormalige) boerenerven. Op enkele plekken komen ook groepen bijzondere gebouwen voor uit een dezelfde tijdsperiode. Deze zogenaamde ‘ensembles’ zijn ruimtelijk zeer waardevol. Vaak is het voor iedereen duidelijk dat het om bijzondere panden gaat. Het kan ook voorkomen dat de adviescommissie van oordeel is dat een pand bijzonder is. Bijvoorbeeld als een gebouw kenmerkend is voor de bouwperiode of details heel bijzonder zijn. Bij verbouw van de parels is behoud van het waardevolle beeld uitgangspunt 4.
ROLLUIKEN TASTEN HET STRAATBEELD NIET (TE VEEL) AAN
In verband met de veiligheid worden vaak rolluiken toegepast. De negatieve invloed van rolluiken op het straatbeeld wordt beperkt. De rolluiken worden op een zorgvuldige manier op of in de gevel aangebracht. De kleur mag niet opvallen en de rolluiken moeten een visueel open karakter hebben. 5.
ZONWERINGEN ZIJN ONDERGESCHIKT IN HET STRAATBEELD
Zonweringen zijn ondergeschikt en mogen het straatbeeld niet verstoren. Zonweringen zijn afgestemd op de architectuur van het gebouw. Zonwering mag niet een zeer gesloten gevelbeeld opleveren. 6.
LUIFELS ZIJN EEN INTEGRAAL ONDERDEEL VAN DE ARCHITECTUUR EN ONDERGESCHIKT IN HET STRAATBEELD
Nieuwe luifels zijn ontworpen als integraal onderdeel van de architectuur van de bebouwing. Nieuwe luifels zijn ondergeschikt in het straatbeeld. Regels •
De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities.
•
Voor het hele gebied geldt kwaliteitsniveau 3.
•
Voor monumenten gelden eigen regels.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
47
Foto’s van het deelgebied
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
48
7.10 G4. Woongebieden Woongebieden komen in de dorpen en in Drachten voor. In deze gebieden woont het overgrote deel van de inwoners van de gemeente. Waarden en ambities woongebieden 1.
HERKENBAAR TIJDSBEELD
Bijzonder kenmerk van de woongebieden is dat ze gebouwd zijn volgens een van tevoren bedacht plan. In Smallingerland is het eerste woongebied zelfs al in 1916 ontworpen. In het ontwerp van de woongebieden is te zien wanneer deze zijn ontwikkeld. Dit is een belangrijke waarde. De ideeën over wonen zijn veranderd in de loop van de tijd en dit is terug te zien op straat. Het ontwerp van de openbare ruimte, zoals de straten, het groen en het water, verschilt per wijk. Dit geldt ook voor de positie van de woningen op de kavels en de hoofdopzet van de woningen. Er zijn dan ook grote verschillen tussen de buurten. Vaak liggen de woningen met een duidelijke voorgevel naar de weg. De aan- en uitbouwen en bijgebouwen liggen vaak achter de voorgevel. In andere buurten kan een erker in de voorgevel juist heel kenmerkend zijn.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
49
Elke tijd heeft zijn eigen bouwstijl en dat is aan het ontwerp van de woningen en woongebouwen te zien. Door de projectmatige bouw is er veel samenhang in de architectuur en het kleur- en materiaalgebruik. Het behouden van de stijlkenmerken en de architectonische samenhang is belangrijk voor het aanzicht van een woongebied. Veranderingen moeten passen in het straatbeeld en bij de bestaande bebouwing. Ondergeschikte onderdelen mogen afwijken van wat ‘gewoon’ is in een buurt. 2.
SAMENHANG IN PROJECTMATIGE BEBOUWING
Doordat de woongebieden vooral in projecten zijn gebouwd, zijn er veel straten met dezelfde woningen. Vooral twee-onder-één-kap-, rijwoningen of gestapelde bouw zijn als deelprojecten gebouwd. De opzet met meerdere dezelfde woningen geeft eenheid en rust in het straatbeeld. Ook is er vaak veel samenhang in de vorm en grootte van de bebouwing. Ook de kleinere onderdelen kennen veel samenhang. Vaak is er eenheid in aan- en uitbouwen, bijgebouw en dakkappelen. De samenhang is een belangrijke waarde van de woongebieden. Veranderingen moeten passen in het straatbeeld en bij de bestaande bebouwing. Ondergeschikte onderdelen mogen afwijken van wat ‘gewoon’ is in een buurt. 3.
VARIATIE IN WONINGEN
In de woongebieden liggen ook straten met vrijstaande woningen. Deze woningen zijn meestal verschillend van elkaar. Deze woningen geven door de lossere structuur variatie in de woonbuurten. Behoud van de variatie in deze gebieden is uitgangspunt. Veranderingen moeten passen in het straatbeeld en bij de bestaande bebouwing. Ondergeschikte onderdelen mogen afwijken van wat ‘gewoon’ is in een buurt. 4.
GROTE(RE) GEBOUWEN GEVEN AFWISSELING
In de (grotere) woongebieden komen ook grotere gebouwen en voorzieningen voor. Voorbeelden zijn woonzorggebouwen, sportgebouwen, winkels en appartementengebouwen. Deze gebouwen staan vaak op een bijzondere plek. Door de grootte (en soms ook de functie) zijn ze bepalend voor de sfeer van de directe omgeving. In de vormgeving is de functie herkenbaar. De vormgeving heeft een relatie met de plek. Regels •
De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities.
•
Voor dit gebied gelden verschillende kwaliteitsniveaus. Kijk op de deelgebiedenkaart welk kwaliteitsniveau geldt voor uw plan.
•
Voor monumenten gelden eigen regels.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
50
Foto’s van het deelgebied
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
51
7.11 G5. Woonschepen, woonarken en recreatiearken Op enkele plekken in de gemeente komen woonschepen, woonarken en recreatiearken voor. Deze bouwwerken zijn water- en oevergebonden en hebben een geheel eigen verschijningsvorm. Waarden en ambities 1.
HET LANDSCHAP, HET WATER EN DE GROENE OEVERS ZIJN DOMINANT
Een aantal arken ligt in het buitengebied. In het buitengebied zijn de arken ondergeschikt aan het landschap en het water. De arken mogen niet te veel opvallen. De vormgeving en het kleur- en materiaalgebruik geven hier vorm aan. De oever bij een recreatie- of woonark of woonschip wordt vaak gebruikt door de bewoners. De oevers hebben overwegend een groene, landschappelijke uitstraling. Schuurtjes, parkeerplaatsen en tuintjes zijn ondergeschikt in het beeld. De inrichting van de oevers draagt bij aan de landschappelijke inpassing van de arken.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
52
2.
DE ARKEN IN PASSCHIER BOLLEMANHAVEN VALLEN NIET OP
De arken aan de Passchier Bollemanhaven zijn zichtbaar vanaf de Drachtstervaart, de weg en het fietspad. De arken hebben een ingetogen vormgeving en vallen door het kleur- en materiaalgebruik niet op. De arken hebben een tuin aan de weg. Met groene erfafscheidingen langs de weg wordt de overgang van openbare ruimte naar tuin vormgegeven. De arken hebben een schuur in de tuin. De schuren worden uitgevoerd in hout in een gedekte kleurtint. 3.
EEN RECREATIE – OF WOONARK IS EEN UNIEKE DRIJVENDE (RECRATIE)WONING
Een recreatie- of woonark is te omschrijven als een drijvende (recreatie)woning. De vormgeving is ingetogen, waarbij de relatie met het water en de oever centraal staan. 4.
EEN WOONSCHIP IS HERKENBAAR ALS SCHIP
Een woonschip is een schip waarin wordt gewoond. Het schip is nog goed herkenbaar. Woonschepen moeten ook in de toekomst als schip herkenbaar blijven. Het kleurgebruik is onopvallend, passend bij het schip en passend in de omgeving. Regels •
De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities.
•
Voor dit gebied geldt kwaliteitsniveau 1.
Foto’s van het deelgebied
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
53
7.12 G6. Woonwagens Op enkele plekken in de gemeente komen woonwagens voor. Woonwagenlocaties zijn qua bebouwingtypologie niet te vergelijken met reguliere woonwijken. Een woonwagen is een unieke woonvorm. Waarden en ambities 1.
WOONWAGENS ZIJN EEN UNIEKE WOONVORM
Een woonwagen, een verplaatsbaar huis, is een unieke woonvorm. Woonwagens staan van oorsprong op wielen. De vorm is vaak rechthoekig en er is één woonlaag. Het dak heeft meestal een flauwe dakhelling. In de loop van de tijd worden de woonwagens steeds meer een ‘gewone’ woning. De wielen zijn vaak niet meer zichtbaar of zelfs verdwenen. En ook wordt de kap steeds hoger om meer woonruimte te maken. De herkenbaarheid van de woonwagens is een belangrijke waarde. 2.
WOONWAGENS PASSEN IN VORMGEVING BIJ ELKAAR
Een woonwagen is in de basis een verrijdbaar huis. Hierdoor lijken woonwagens op elkaar. De gevels worden vaak met wit hout of steenstrips afgewerkt. Dit geeft eenheid. De samenhang is een belangrijke waarde. Aanbouwen of uitbouwen en schuurtjes zijn ondergeschikt in het beeld. 3.
WOONWAGENWONINGEN AAN DE KROMME WYK
Aan de Kromme Wijk in Drachtstercompagnie zijn woonwagenwoningen gebouwd. Deze woonwagenwoningen wijken af van de reguliere woonwagens doordat deze projectmatig zijn ontwikkeld. Ook de gevels in naturel hout en donkergrijze accenten zijn afwijkend. Er zijn twee typen woonwagenwoningen. De twee typen vertonen een sterke mate van samenhang. De bijhorende schuurtjes zijn allemaal gelijk. De aanwezige samenhang moet worden behouden.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
54
Regels •
De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities.
•
Voor dit gebied geldt kwaliteitsniveau 1.
Foto’s van het deelgebied
7.13 G7. Bedrijventerreinen In Drachten komen grote bedrijventerreinen voor. In de dorpen is sprake van enkele kleinere bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen zijn van groot belang voor de economische vitaliteit van de gemeente.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
55
Waarden en ambities 1.
DE UITSTRALING VAN EEN GEBIED PAST BIJ DE FUNCTIE
De verschillende bedrijventerreinen bedienen verschillende doelgroepen. De inrichting van de kavels en de vormgeving van de bebouwing weerspiegelen dit. De publieksgerichte bedrijven hebben een hoogwaardige uitstraling. Dit geldt voor de gebouwen en een terreininrichting. Deze bedrijven liggen vaak ook op zichtlocaties. Naarmate de bedrijven meer op productie zijn gericht, neemt het functionele karakter toe. Dit geldt ook voor de gebouwen en de terreininrichting. Deze bedrijven liggen vaak ook wat meer ‘achteraf’. Het karakter van het bedrijventerrein is daarmee bepalend voor de vormgeving van nieuwbouw. 2.
EENHEID IN BEBOUWING PER STRAAT OF PER GEBIED
Per straat of groter gebied is er sprake van een zekere eenheid. Deze moeten worden gerespecteerd. De mate van eenheid verschilt en hangt vaak af van het karakter van het bedrijventerrein. De vorm van de bebouwing heeft vaak samenhang. De basis hiervoor ligt in het omgevingsplan. De mate van samenhang in vormgeving en het kleur- en materiaalgebruik en architectuur verschilt per gebied. Ook de mate waarin een gebouw een relatie heeft met de openbare ruimte verschilt. 3.
ELK PAND IS ANDERS
Ondernemers kiezen vaak voor een eigen uitstraling. De meeste bedrijfspanden verschillen hierdoor van elkaar. Binnen de samenhang van een gebied wordt ruimte geboden voor het vormgeven van de een eigen uitstraling. 4.
ZONERING IN DE INRICHTING VAN DE KAVELS
In gebieden met niveau 2 en 3 heeft de inrichting van de percelen een heldere zonering. In gebieden met niveau 1 is dit gewenst, maar niet verplicht. Langs openbare ruimte is een aantrekkelijke, zo groen mogelijke inrichting uitgangspunt. Parkeerplaatsen liggen zoveel mogelijk) achter de voorgevel van de bebouwing of zijn ingepast met hagen. Opslag ligt in ieder geval achter de voorgevel, maar ligt bij voorkeur helemaal achter de bebouwing. Op representatieve locaties is buitenopslag uitgesloten. 5.
RECLAME MAG HET BEELD NIET OVERHEERSEN
Reclame mag het beeld niet overheersen. Reclame is een ondergeschikt element aan de gebouwen en op de terreinen. Op zichtlocaties (niveau 3) is de reclame duidelijk mee-ontworpen met de bebouwing. Regels •
Voor dit gebied gelden verschillende kwaliteitsniveaus. Kijk op de deelgebiedenkaart welk kwaliteitsniveau geldt voor uw plan.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
56
Foto’s van het deelgebied
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
57
7.14 G8. Overige gebieden De overige gebieden bestaan uit sportgebieden, parken en groengebieden, begraafplaatsen en campings en recreatieparken. Ook de bijzondere functies crematorium en uitvaartcentrum Wâldhôf, het Leerpark Drachten, het Ziekenhuis Nij Smellinghe en Samen Kansrijk Noorderhogeweg (SBO) vallen binnen dit gebied. Waarden en ambities 1.
BEBOUWING LIGT IN/AAN GROEN EN/OF WATER OF IS HIERMEE OMKADERD
In de overige gebieden speelt groen en/of water een belangrijke rol. Bebouwing ligt in het groen en/of is hiermee omkaderd. De groene en/of waterrijke omgeving wordt gehandhaafd en versterkt. Bebouwing is ondergeschikt aan het groen en/of water of heeft hiermee juist een sterke relatie. 2.
DE FUNCTIE EN DE PLEK BEPALEN DE VORMGEG
In de overige gebieden liggen ook gebouwen met bijzondere functies zoals scholen en het ziekenhuis. De vormgeving van de bebouwing past bij de bijzondere functie. Regionale voorzieningen hebben een hoogwaardige uitstraling. Eenvoudige en/of ondergeschikte functie zoals bijvoorbeeld kleedruimten mogen sober worden vormgegeven, maar mogen geen sociaal onveilig situatie opleveren.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
58
3.
BIJZONDERE PLEKKEN EN ZICHTLOCATIES VRAGEN EEN ZORGVULDIGE VORMGEVING
Op bijzondere en/of goed zichtbare plekken heeft de bebouwing een sterke relatie met de openbare ruimte. Gebouwen die minder goed, of niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, mogen eenvoudig worden vormgegeven. 4.
COMPLEXMATIGE BEBOUWING WORDT ZORGVULDIG VORMGEGEVEN
In de overige gebieden ligt ook grote complexmatige bebouwing. Bij complexmatige bebouwing wordt rekening gehouden met de menselijke maat. De bebouwing heeft een sterke relatie met de openbare ruimte. Voor de begane grond geldt dit extra. De functies zijn herkenbaar in het ontwerp. Grote gebouwen mogen niet te vlak en strak zijn. Regels •
De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities.
•
Voor dit gebied gelden verschillende kwaliteitsniveaus. Kijk op de deelgebiedenkaart welk kwaliteitsniveau geldt voor uw plan.
Foto’s van het deelgebied
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
59
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
60
8
Excessenregeling 8.1
Reikwijdte
De excessenregeling betekent dat het uiterlijk van een bouwwerk of standplaats niet in ernstige mate in strijd mag zijn (in overtreding) met de regels voor omgevingskwaliteit uit de NOS. De excessenregeling geldt voor alle bouwwerken, dus ook (vergunningsvrije) overkappingen, schuren, bijgebouwen, erfafscheidingen en reclame. De gemeente gebruikt de excessenregeling alleen in ernstige gevallen, waarin het ook voor niet-deskundigen duidelijk is dat er gehandhaafd moet worden. Er zijn twee redenen om op de rem te trappen. •
Zeer afwijkende vormgeving. Een bouwwerk wijkt deels of geheel enorm (buitensporig) af van de omgeving en/of het oorspronkelijk ontwerp.
•
8.2
Ernstige verwaarlozing. Een bouwwerk is deels of geheel ernstig verwaarloosd (verpauperd).
Enkele voorbeelden van excessen
•
Het materiaalgebruik of de kleur van een bouwwerk is armoedig.
•
Het materiaalgebruik of de kleur van een bouwwerk heeft een sterk negatieve invloed op de omgeving (bijvoorbeeld een te felle kleur).
•
De reclame-uiting komt voor op de lijst van verboden vormen van reclame.
•
De reclame-uiting is zeer opvallend, te opdringerig, te groot, wordt te veelvuldig herhaald, of is te zien op plekken die daarvoor niet geschikt zijn.
•
Een bouwwerk of een deel van een bouwwerk is zodanig van de omgeving afgesloten, dat de relatie tussen het bouwwerk en de omgeving ernstig is verstoord of opgeheven.
•
Architectonische bijzonderheden zijn bij aanpassing van een bouwwerk vernietigd of vernield.
•
Het gevelbeeld is ernstig verstoord doordat veranderingen aan de gevel overduidelijk niet zijn afgestemd op het oorspronkelijk gevelbeeld, zodat er onderscheid bestaat in voegwerk, schilderwerk, kleurstelling, materiaalgebruik en details.
•
Een luifel deelt de gevel sterk op, waardoor de bovenverdieping vanaf de straat niet meer zichtbaar is.
•
Een bouwwerk is gedeeltelijk afgebroken, gesloopt, ingestort, verwaarloosd, of aan de buitenzijde geheel of gedeeltelijk in grote mate beschadigd.
•
Een bouwwerk vertoont zeer grote afwijkingen of maakt te grote inbreuk maakt op wat gebruikelijk is.
Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025
61
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058-21 52 515 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort