CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota omgevingskwaliteit Smallingerland

Het Debat 2 december 2025, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Vaststellen Nota Omgevingskwaliteit Smallingerland13.389 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland

17 oktober 2025

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2

Basisregels

5

2.1

Reikwijdte

5

2.2

Basisregel 1. Een bouwplan past in de bestaande omgeving

5

2.3

Basisregel 2. Een bouwplan is goed ontworpen

6

3

Regels voor monumenten

7

4

Regels voor reclame

8

4.1

Reikwijdte en toetsing

8

4.2

Verboden vormen van reclame

8

4.3

Reclame en bewegwijzering in de openbare ruimte

9

4.4

R1. Buitengebied

10

4.5

R2. Centrum Drachten en stedelijke lintbebouwing

11

4.6

R3. Stedelijke woonwijken

12

4.7

R4. Dorpen

14

4.8

R5. Bedrijventerreinen en kantorenparken

15

4.9

R6. Detailhandelscentrum Martin Luther Kingsingel

18

4.10

R7 Sport-, recreatie, groengebieden en begraafplaatsen

20

5

6

7

Beeldkwaliteitsplannen

23

5.1

Reikwijdte en toetsing

23

5.2

Geldende beeldkwaliteitsplannen in de gemeente Smallingerland

23

Regels voor eenvoudige bouwplannen

24

6.1

Reikwijdte en toetsing

24

6.2

E1. Kapverhogende dakopbouwen bij seriematige woningbouw

25

6.3

E2. Erfafscheidingen

26

6.4

E3. Technische installaties

29

6.5

E4. Kleine grondgebonden opstellingen voor zonnepanelen

30

6.6

E5. Eenvoudige waterbouwkundige werken

31

6.7

E6. Paardenbakken, paddocks, longeercirkels en trainingsmolens

31

Regels voor bijzondere bouwplannen

34

7.1

Reikwijdte en toetsing

34

7.2

Afwijken van de regels voor bijzondere plannen

35

7.3

Kwaliteitsniveau 0. Welstandsvrij

36

7.4

Kwaliteitsniveau 1. Voldoende kwaliteit

36

7.5

Kwaliteitsniveau 2. Goede kwaliteit

37

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

2

8

7.6

Kwaliteitsniveau 3. Hoge kwaliteit

38

7.7

G1. Buitengebied

40

7.8

G2. Centrum Drachten en assenkruis

43

7.9

G3. Linten

46

7.10

G4. Woongebieden

49

7.11

G5. Woonschepen, woonarken en recreatiearken

52

7.12

G6. Woonwagens

54

7.13

G7. Bedrijventerreinen

55

7.14

G8. Overige gebieden

58

Excessenregeling

61

8.1

Reikwijdte

61

8.2

Enkele voorbeelden van excessen

61

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

3

1

Inleiding Reikwijdte De Nota Omgevingskwaliteit Smallingerland (NOS) gaat over omgevingskwaliteit en geeft regels voor het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken. De toe te passen regels voor omgevingskwaliteit hangen af van het type bouwplan en de plek. De NOS bevat onderstaande regels voor omgevingskwaliteit. •

Regels voor monumenten

•

Regels voor (her)ontwikkelingsgebieden (beeldkwaliteitsplannen)

•

Regels voor reclame

•

Regels voor eenvoudige bouwplannen

•

Regels voor bijzondere bouwplannen

Afwijken van de regels De regels in de NOS maken het mogelijk om maatwerk te leveren per gebied. Afwijken van deze regels is soms mogelijk. Basisregels Twee basisregels liggen ten grondslag aan alle andere regels van de NOS. Voor monumenten wordt ook aan de basisregels getoetst. Bij onduidelijkheden in andere regels en wanneer het gewenst is om af te wijken van de regels wordt teruggegrepen op de basisregels. Excessenregeling Daarnaast is de excessenregeling onderdeel van de NOS. Deze kan toegepast worden als een bouwwerk te sterk afwijk van de omgeving, of als een bestaand gebouw in heel slechte staat is. Gebruiksvriendelijke webversie NOS De NOS geeft duidelijk regels, maar kan voor ingewikkeld zijn in gebruik. Met een website zijn de regels op een gebruiksvriendelijke manier toegankelijk gemaakt.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

4

2

Basisregels 2.1

Reikwijdte

Twee basisregels liggen ten grondslag aan alle andere regels van de NOS. Monumenten worden mede aan de basisregels getoetst. Bij onduidelijkheden in andere regels en wanneer het gewenst of noodzakelijk is om af te wijken van de regels, wordt teruggegrepen op de basisregels. De basisregels •

Een bouwplan past in de bestaande omgeving.

•

Een bouwplan is goed ontworpen.

2.2 1.

2.

3.

Basisregel 1. Een bouwplan past in de bestaande omgeving De manier waarop gebouwen op een erf zijn geplaatst past in de omgeving. •

De gebouwen staan in de bestaande gevelrooilijn(en) van omliggende gebouwen.

•

De bouwrichting van uw plan past in de omgeving.

•

Heldere indeling in een voor- en achtererf.

•

Duidelijk verschil tussen de plaats van het hoofdgebouw en ondergeschikte delen/functies.

•

Het hoofdgebouw bepaalt het aanzicht.

•

De bebouwing vormt één samenhangend geheel.

De hoofdopzet van de gebouwen op een erf past in de omgeving. •

De hoofdvorm past in de omgeving;

•

De kapvorm past in de omgeving;

•

De massaopbouw past in de omgeving;

•

De schaal en maat (korrelgrootte) passen in de omgeving;

•

Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt;

De vormgeving (ook wel ‘architectuur’ of ‘bouwstijl’ genoemd) van nieuwe gebouwen past in de omgeving.

4.

Het gebouw of gebouwdeel heeft een duidelijke expressie naar de openbare ruimte. Dit komt tot uitdrukking in de vormgeving van de gevels, de gevelopeningen en de indeling van de functies in het gebouw.

5.

Het kleurgebruik en de materialen passen in de omgeving.

6.

De erfafscheidingen grenzend aan openbare ruimte hebben een groen karakter en/of passen in de omgeving.

7.

Reclame-uitingen zijn ondergeschikt in de omgeving.

8.

Maatregelen voor duurzaamheid (bijvoorbeeld zonnepanelen) zijn ondergeschikt in de omgeving.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

5

2.3

Basisregel 2. Een bouwplan is goed ontworpen

1.

Het ontwerp past bij de functie waar het gebouw voor gebruikt wordt.

2.

Het ontwerp van de nieuwbouw past bij de bestaande bebouwing op het erf.

3.

Het hoofdgebouw bepaalt het aanzicht op het erf.

4.

Aan- en uitbouwen, en bijgebouwen zijn mee-ontworpen of ondergeschikt.

5.

Dakkapellen, dakopbouwen en/of risalieten (een soort erker van begane grond tot bovenste verdieping) zijn ondergeschikt.

6.

Gebouwde erfafscheidingen zijn ondergeschikt en/of meeontworpen met het hoofdgebouwbestaan uit heggen en/of begroeide schuttingen/raamwerken.

7.

De installaties (bijvoorbeeld een liftschacht of warmtepomp) zijn ondergeschikt aan het gebouw.

8.

Reclame-uitingen zijn ondergeschikt in het ontwerp van het gebouw.

9.

Maatregelen voor duurzaamheid (bijvoorbeeld zonnepanelen) zijn ondergeschikt in het ontwerp van het gebouw.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

6

3

Regels voor monumenten Reikwijdte en toetsing Bij een gemeentelijk monument of een rijksmonument gelden onderstaande 10 regels. Andere regels gelden niet. Een bouwplan wordt altijd door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit getoetst. Regels 1.

Plannen worden beoordeeld op basis van de basisregels (zie hoofdstuk 2).

2.

Behoud en herstel. Behoud en herstel (renovatie en restauratie) van het monument (en het erf) moet altijd de basis zijn voor een plan. Bij verbouw of functieverandering is het belangrijk de bijzondere kenmerken te behouden of herstellen.

3.

Unieke kenmerken behouden. Ieder monument is uniek, en heeft een aanwijzingsbesluit waarin de bijzondere en unieke kenmerken van het monument beschreven staan. Bij de meeste monumenten is niet alleen het gebouw bijzonder en waardevol, maar ook het erf eromheen. De inrichting van het terrein en de omgeving zijn vaak heel belangrijk voor de unieke uitstraling van het monument. Het aanwijzingsbesluit en de omgeving van het monument wordt meegenomen bij de toetsing van een plan.

4.

Duidelijk ontwerp. Bij toevoegingen of veranderingen aan, op of bij een monument (of het erf) wordt met zorg voor een hoog kwaliteitsniveau een duidelijke ontwerpkeuze gemaakt: •

Het ontwerp past bij de specifieke eigenschappen van het gebouw (qua stijl, tijdsbeeld, kleur en materiaalgebruik);

5.

•

Het (nieuwe) ontwerp valt niet op;

•

Het ontwerp is herkenbaar (eigentijds) met respect voor alle (stijl)kenmerken.

Passende kleuren, materialen en detaillering. Het kleurgebruik, de gebruikte materialen en de detaillering (de technische uitvoering) passen bij de ontwerpkeuze en zijn van hoge kwaliteit.

6.

Dakkappellen en dakramen ondergeschikt. Dakkapellen en dakramen zijn duidelijk ondergeschikt en doen geen afbreuk aan de herkenbaarheid van de kapvorm, het dakvlak en eventuele specifieke details van het dak of dakranden.

7.

Reclame ondergeschikt. Reclame-uitingen zijn duidelijk onderschikt en mee-ontworpen in stijl van het monument.

8.

Schuttingen en andere erfafscheidingen groen en ondergeschikt. Erfafscheidingen hebben een groen karakter of zijn mee-ontworpen in de stijl van het monument en/of oorspronkelijke erfinrichting.

9.

Technische installaties ondergeschikt. Installaties, zoals bijvoorbeeld een liftschacht, zijn duidelijk ondergeschikt in het beeld.

10. Zonnepanelen, groene daken en duurzaamheid ondergeschikt. Zonnepanelen of een groen dak zijn bij een monument mogelijk. Ook andere maatregelen ten behoeve van duurzaamheid zijn toegestaan. Maar, deze blijven altijd ondergeschikt in het beeld. Ze doen geen afbreuk aan de herkenbaarheid van de kapvorm, het dakvlak en andere specifieke kenmerken van het monument.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

7

4

Regels voor reclame 4.1

Reikwijdte en toetsing

De regels voor reclame gelden niet bij monumenten en niet in gebieden waarvoor een beeldkwaliteitsplan geldt (tenzij anders is aangegeven in het beeldkwaliteitsplan). Een aanvraag voor reclame wordt ambtelijk getoetst op basis van deze regels. De waarden en ambities worden betrokken in de beoordeling. Een bouwplan moet passen in de omgeving. Wanneer een aanvraag niet voldoet aan deze regels, wordt deze voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. De regels voor bijzondere bouwplannen worden dan toegepast. Verschillende regels voor reclame Voor reclame en bewegwijzering in de openbare ruimte gelden regels voor de hele gemeente. Voor andere vormen van reclame gelden verschillende regels per gebied (zie reclamekaart). •

R1. Buitengebied

•

R2. Centrum en stedelijke lintbebouwing

•

R3. Stedelijke woonwijken woonarken

•

R4. Dorpen

•

R5. Bedrijventerrein en kantorenparken

•

R6. Detailhandelscentrum Martin Luther Kingsingel woonarken

•

R7. Sport-, recreatie-, groengebieden en begraafplaatsen

4.2 •

Verboden vormen van reclame Reclame voor producten en diensten die niet in het pand verhandeld of uitgevoerd worden. Uitzondering hierop is reclame bij sportvelden, sporthallen en andere voor de beoefening van sport bedoelde gebouwen.

•

Reclame-uitingen die hinder veroorzaken en de (verkeers)veiligheid in gevaar brengen.

•

Reclame-uitingen die het uitzicht op de openbare ruimte en het landschap ernstig belemmeren.

•

Reclame-uitingen die afbreuk doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte en het landschap.

•

Reclame-uitingen die het straatbeeld ontsieren.

•

Vaste of verplaatsbare reclame op een onbebouwd perceel.

•

Reclame-uitingen op spandoeken en banieren.

•

Reclame-uitingen op doek/zeil in een spanframe. Uitzondering hierop is deelgebied 2, 3 en 4 van bedrijfsterreinen en bedrijvenparken (zie reclamekaart), in deze gebieden is deze vorm van reclame wel toegestaan.

•

Bewegende reclame en reclame met mechanische/bewegende delen.

•

Daglicht reflecterende reclame.

•

Lichtcouranten, bewegende lichtobjecten, ledschermen, etc.

•

Knipperde reclame-uitingen en lichtcouranten.

•

Beeldschermreclame aan de buitenzijde van een gebouw.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

8

4.3

Reclame en bewegwijzering in de openbare ruimte

Waarden en ambities RECLAME Reclame-uitingen richten we altijd in samen met het straatmeubilair. De gemeente heeft overeenkomsten met particuliere bedrijven voor reclame in de openbare ruimte. Een goed voorbeeld hiervan zijn de bushokjes. BEWEGWIJZERING Op bedrijfsterreinen is de bewegwijzering (naar bedrijven bijvoorbeeld) in openbare ruimte altijd eigendom van de gemeente. Verder kan de gemeente er voor kiezen bewegwijzering te plaatsen naar algemene voorzieningen, zoals de begraafplaats, de bibliotheek of het gemeentehuis. Deze zogenoemde ‘objectbewegwijzering’ is alleen mogelijk voor objecten die veel publiek aantrekken of een recreatief of toeristisch karakter hebben. Regels Soort Alle deelgebieden en objec-

•

ten

De gemeente Smallingerland werkt niet mee aan individuele aanvragen.

•

Voor reclames in abri's bij bijvoorbeeld bushaltes, billboards, aan lantaarnpalen en lichtmasten, op reclamezuilen en voorzieningen voor stads- en dorpsplattegronden en voor ‘individueel plakken’ bestaan overeenkomsten met particuliere bedrijven. Hierin zijn ook bepalingen voor onderhoud en vormgeving beschreven.

•

Reclame aanvragen gebaseerd op een integrale ruimtelijke afweging en uitgewerkt privaatrechtelijke overeenkomst zijn welstandsvrij, bijvoorbeeld zelfstandige reclamemasten.

Bewegwijzering op bedrijfs-

Bewegwijzering vormt per bedrijventerrein of kantorenpark een ‘fa-

terrein en kantorenpark

milie’ met één uitstraling. Individuele bewegwijzeringen zijn niet toegestaan.

Objectbewegwijzering

Objectbewegwijzering is alleen mogelijk voor objecten die veel publiek aantrekken of een recreatief of toeristisch karakter hebben. Voor objectbewegwijzering geldt beleid waaraan moet worden voldaan.

Plaats Objectbewegwijzering

•

Geen bewegwijzering die het zicht op de openbare ruimte ernstig belemmerd.

•

De plaats wordt in overleg met de gemeente bepaald.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

9

Afmetingen Objectbewegwijzering

•

Maximaal 0,23 meter hoog en 1,5 meter lang per paneel.

•

Maximaal 8 doelen op 1 punt objectbewegwijzering.

Vormgeving Objectbewegwijzering

Het college kan nadere eisen stellen aan de vorm en kleurstelling van de bewegwijzering.

4.4

R1. Buitengebied

Waarden en ambities Het buitengebied van Smallingerland heeft een hoge landschappelijke kwaliteit. Het landschap overheerst. Reclame-uitingen zijn ondergeschikt aan het landschap en de bebouwing. Bij niet-agrarische bedrijven in het buitengebied is enige reclame toegestaan voor de herkenbaarheid en vindbaarheid van het bedrijf. De reclame is beperkt tot de directe omgeving van het bedrijf en de weg waaraan dit bedrijf ligt. Regels Soort reclame Alleen (verwijs)reclame voor diensten en producten die in het pand plaatsvinden of worden verkocht Aantal Maximaal 2 reclame-uitingen per bedrijf Maximaal 3 (reclame)vlaggen(masten) per bedrijf (inclusief vergunningsvrije vlaggen(masten)) Plaats en afmetingen Aan de gevel maximaal 1 naamsaanduiding. Maximaal 3 m² per 10 meter gevelbreedte tot maximaal 5 m² Vrijstaand op het voorerf •

Maximale oppervlakte: 1 m²

•

Maximale breedte: 2 meter

•

Maximale hoogte: 1,5 meter boven maaiveld

Geen reclame-uitingen op bijgebouwen, mestsilo's etc. Reclamefolie beslaat maximaal 10% van het glasoppervlak (per raam) Vormgeving De reclame mag alleen bestaan uit het logo en/of de naamsaanduiding met eventueel een kleiner onderschrift Geen felle of contrastrijke kleuren Lichtreclames zijn niet toegestaan Losse reclamezuilen zijn niet toegestaan

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

10

4.5

R2. Centrum Drachten en stedelijke lintbebouwing

Waarden en ambities 1.

AANTREKKELIJK CENTRUM

De gemeente en de ondernemers vinden het belangrijk om de kwaliteiten van het centrum van Drachten beter zichtbaar te maken. Versterken van de (historische) identiteit van Drachten is het doel. Net als het aanpassen van de sfeer van het centrum aan de eisen van deze tijd. Denk aan ontspannen ‘shoppen’, gezellige straatjes en terrasjes. We streven naar een aantrekkelijk en gevarieerd centrum. 2.

RECLAME PAST IN DE OMGEVING EN OVERHEERST NIET EN BLOKKEERT DE LOOP NIET IN HET

WINKELGEBIED Reclame-uitingen bepalen voor een groot deel hoe het centrum van Drachten wordt ervaren. De gemeente en de ondernemers hebben daarom afspraken gemaakt over reclame. De winkel en het bestaande pand zijn het visitekaartje, niet de reclame. Reclame moet passen bij de bestaande bebouwing. Ook moet de reclame passen in het straatbeeld. Daarbij geldt dat overdaad schaadt. Reclame mag de loop in het winkelgebied niet blokkeren. 3.

HET RAADHUISPLEIN HEEFT EEN EIGEN IDENTITEIT EN EIGEN REGELS

Het Raadhuisplein is een gebied met een eigen identiteit. Het is ook een totaalontwerp waarin alle functies optimaal tot hun recht komen. Reclame heeft een eigen plek in het geheel. De reclamemogelijkheden voor dit gebied zijn vastgelegd in contracten met zogenaamde presentatiecriteria (zie ‘Presentatiecriteria winkelcentrum Raadhuisplein) voor de regels. Deze criteria zijn omgezet in regels voor omgevingskwaliteit. Regels Voor de gebieden in het centrum van Drachten (Raadhuisplein uitgezonderd) gelden onderstaande regels. Plaats Stedelijk lint

Uitsluitend aan de begane grondetage.

Centrum en winkelcentrum

Geen reclame op/aan bouwlagen met een woon- en/of bedrijfsbestemming zonder publieksfunctie.

Kantoorgebouwen

•

Reclame-uitingen koppelen aan de verdieping waar het bedrijf zich bevindt, in een gezamenlijke verticale of horizontale reclamezone.

•

De eerste reclame-uiting dient altijd aan de adviescommissie te worden voorgelegd en fungeert als trendsetter.

Alle deelgebieden en objecten

Het beplakken van glas met reclamefolie beperkt zich tot de voor publiek toegankelijke delen van de winkel of het bedrijf.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

11

Aantal Kantoorgebouwen

Maximaal 1 reclame-uiting per bedrijf

Stedelijk lint

Maximaal 1 reclame-uiting per gevel of 2 per gekoppelde gevels / samengevoegde panden

Centrum en winkelcentrum

Maximaal 2 reclame-uitingen per gevel of 3 per gekoppelde gevels / samengevoegde panden

Stedelijk lint en winkelcentrum

Maximaal 3 (reclame)vlaggen(masten) per bedrijf, inclusief vergunninsgvrije vlaggen(masten)

Afmetingen Stedelijk lint, centrum en win-

Gevelreclame

kelcentrum

•

Maximaal 60% van de gevelbreedte

•

Maximaal 0,5 meter hoog

•

Op zonwering maximaal 0,15 meter hoog en geen verhaling van teksten

• Kantoorgebouwen

Haaks op de gevel maximaal 0,8 m² per reclame-uiting

De afmetingen van de gevelreclame moet afgestemd worden op de gevelcompositie van het gebouw

Alle deelgebieden en objecten

Reclamefolie beslaat maximaal 25% van het glasoppervlak (per raam)

Vormgeving Stedelijk lint, centrum en win-

•

Reclame verstoort de indeling van de gevel niet

kelcentrum

•

Reclame verstoort de individuele herkenbaarheid van gebouwen niet

Kantoorgebouwen

De reclame mag uitsluitend bestaan uit het logo en/of de naamsaanduiding met eventueel een kleiner onderschrift

Kantoorgebouwen

Samenhang in plaatsing en afmetingen van alle reclame-uitingen op de totale gevel

Stedelijk lint, centrum, winkel-

Lichtreclame is niet groter dan noodzakelijk voor de leesbaarheid van de

centrum en kantoorgebouwen

naam van de onderneming

Alle deelgebieden en objecten

Reclamezuilen zijn niet toegestaan

4.6

R3. Stedelijke woonwijken

Waarden en ambities In de stedelijke woonwijken overheerst de woonfunctie. De gemeente staat geen reclame toe in de openbare ruimte van de woonwijken. Bij een beroep aan huis, woonwerk-combinaties en verspreide winkels en bedrijven is beperkt reclame mogelijk. Buurtwinkelcentra hebben ruimere reclamemogelijkheden.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

12

Regels Plaats Beroep aan huis

Uitsluitend reclame aan de gevel of in de voortuin

Wonen-werken

Uitsluitend reclame aan de begane grond etage

Verspreide winkels en buurt-

Geen reclame op/aan bouwlagen met een woon- en/of bedrijfsbestem-

winkelcentrum

ming zonder publieksfunctie

Kantoorgebouwen

•

Reclame-uitingen koppelen aan de verdieping waar het bedrijf zich bevindt, in een gezamenlijke verticale of horizontale reclamezone

•

De eerste reclame-uiting dient altijd aan de adviescommissie te worden voorgelegd en fungeert als trendsetter

Alle deelgebieden en objecten

Het beplakken van glas met reclamefolie beperkt zich tot de voor publiek toegankelijke delen van de winkel of het bedrijf

Aantal Beroep aan huis, wonen-wer-

Maximaal 1 reclame-uiting per bedrijf

ken en kantoorgebouwen Verspreide winkels

Maximaal 1 reclame- uiting per gevel, of 2 per gekoppelde gevels/samengevoegde panden

Buurtwinkelcentrum

Maximaal 2 reclame- uitingen per gevel, of 3 per gekoppelde gevels/samengevoegde panden

Verspreide winkels en buurt-

Maximaal 3 (reclame)vlaggen(masten) per bedrijf, inclusief vergunnings-

winkelcentrum

vrije vlaggen(masten)

Afmetingen Beroep aan huis

Maximaal 0,5 m²

Wonen-werken

Gevelreclame •

Maximaal 3 m² per 10 meter gevelbreedte, met een maximum van 10 m²

•

Maximaal 25% van de gevelbreedte

•

Maximaal 3 meter hoog

Verspreide winkels en buurt-

Gevelreclame

winkelcentrum

•

Maximaal 60% van de gevelbreedte

•

Maximaal 0,5 meter hoog

•

Indien haaks op de gevel maximaal. 0,8 m² per reclame-uiting

Kantoorgebouwen

De afmetingen van de gevelreclame moet afgestemd worden op de gevelcompositie van het gebouw

Alle deelgebieden en objecten

Reclamefolie beslaat maximaal 10% van het glasoppervlak (per raam)

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

13

Vormgeving Beroep aan huis Wonen-werken, winkels

en

Eenvoudig naambord verspreide

•

Reclame verstoort de indeling van de gevel niet

buurtwinkelcen-

•

Reclame verstoort de individuele herkenbaarheid van gebouwen

trum

niet

Kantoorgebouwen

•

De reclame mag alleen bestaan uit het logo en/of de naamsaanduiding met eventueel een kleiner onderschrift

•

Samenhang in plaatsing, afmetingen, vormgeving en materialisatie van alle reclame-uitingen op de hele gevel

Verspreide winkels, buurtwin-

Lichtreclame is niet groter dan noodzakelijk voor de leesbaarheid van de

kelcentrum en kantoorgebou-

naam van de onderneming

wen Alle deelgebieden en objecten

4.7

Reclamezuilen zijn niet toegestaan

R4. Dorpen

Waarden en ambities Alle dorpen in Smallingerland hebben oorspronkelijk een lintstructuur. Er is meestal geen duidelijk centrum. Woningen worden afgewisseld met een bedrijven en winkels. Het behouden en versterken van de lintbebouwing staat centraal. Reclame is ondergeschikt in het beeld. De mogelijkheden voor reclame worden bepaald door het pand en de functie. Bij een beroep aan huis en woonwerk-combinaties is beperkt reclame mogelijk. Winkels, publieksgerichte bedrijven en voorzieningen hebben ruimere reclamemogelijkheden. Regels

Plaats Alle deelgebieden en objecten

•

Reclame is evenwijdig en vlak aan de gevel

•

Het beplakken van glas met reclamefolie beperkt zich tot de voor publiek toegankelijke delen van de winkel of het bedrijf

Beroep aan huis

Uitsluitend reclame aan de gevel of in de voortuin

Wonen-werken

Uitsluitend reclame aan de begane grond etage

Winkels, publieksgerichte be-

Geen reclame op/aan bouwlagen met een woon- en/of bedrijfsbestem-

drijven en voorzieningen

ming zonder publieksfunctie

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

14

Aantal Beroep aan huis en wonen-

Maximaal 1 reclame-uiting

werken Winkels, publieksgerichte be-

Maximaal 1 reclame-uiting per gevel of 2 per gekoppelde gevels / samen-

drijven en voorzieningen

gevoegde panden

Winkels, publieksgerichte be-

Maximaal 3 (reclame)vlaggen(masten) per bedrijf, inclusief vergunnings-

drijven en voorzieningen

vrije vlaggen(masten)

Afmetingen Beroep aan huis

Maximaal 0,5 m²

Wonen-werken

Gevelreclame •

Maximaal 3 m² per 10 meter gevelbreedte met een maximum van 10 m²

Alle deelgebieden en objecten

•

Maximaal 25% van de gevelbreedte

•

Maximaal 3 meter hoog

Reclamefolie beslaat maximaal 10% van het glasoppervlak (per raam)

Vormgeving Beroep aan huis

Eenvoudig naambord

Wonen-werken, winkels, pu-

•

Reclame verstoort de indeling van de gevel niet

blieksgerichte

•

Reclame verstoort de individuele herkenbaarheid van gebouwen

bedrijven

en

voorzieningen

niet

Winkels, publieksgerichte be-

Lichtreclame is niet groter dan noodzakelijk voor de leesbaarheid van de

drijven en voorzieningen

naam van de onderneming

Alle deelgebieden en objecten

Reclamezuilen zijn niet toegestaan

4.8

R5. Bedrijventerreinen en kantorenparken

Waarden en ambities Bedrijventerreinen zijn vaak gericht op verschillende doelgroepen. Dat is terug te zien in de inrichting het gebied en de uitstraling van de bebouwing. Zo hebben bedrijven gericht op meer bezoekers vaak een hoogwaardige uitstraling. Deze bedrijven liggen vaak op zichtlocaties. Het erf en de gebouwen hebben vaak een nette, bijzondere uitstraling. Naarmate bedrijven meer op productie zijn gericht, neemt het functionele karakter toe. Dit geldt ook voor de gebouwen en de terreininrichting. Zulke bedrijven liggen vaak wat meer achteraf en wat minder in het zicht. De reclamemogelijkheden sluiten aan bij de sfeer en karakter van een gebied. In een kantorenpark zijn de eisen anders dan op een grootschalig terrein met zware industrie.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

15

Regels voor reclame op bedrijventerreinen en kantoorparken Op de bedrijventerreinen zijn (maximaal) vier deelgebieden onderscheiden. Per deelgebied gelden verschillende regels. De volgende indeling is gemaakt. 1.

Gebieden met hoge beeldkwaliteitseisen (rode lijn op kaart)

2.

Gebieden met bovengemiddelde beeldkwaliteitseisen (gele lijn op kaart)

3.

Gebieden met gemiddelde beeldkwaliteitseisen (blauwe lijn op kaart)

4.

Gebieden met lage beeldkwaliteitseisen (groene lijn op kaart)

Kijk op een van de onderstaande kaarten voor de indeling van bedrijventerreinen en kantorenparken. •

Deelgebieden Bedrijvenpark A7-Noord

•

Deelgebieden Bedrijvenpark Burmania

•

Deelgebieden Bedrijvenpark Nijtap

•

Deelgebieden Bedrijventerrein De Omloop De Lange West

•

Deelgebieden Industrieterrein De Haven_Tussendiepen

•

Deelgebieden Kantorenpark Drachten Plaats Beroep aan huis en wo-

Reclame uitsluitend aan de begane grondetage

nen-werken Bedrijfsverzamelgebouw

•

en kantoorgebouw

Reclame-uitingen koppelen aan de verdieping waar het bedrijf zich bevindt, in een gezamenlijke verticale of horizontale reclamezone

•

De eerste reclame-uiting dient altijd aan de adviescommissie te worden voorgelegd en fungeert als trendsetter

Alle deelgebieden en ob-

•

Evenwijdig en vlak aan de gevel

jecten

•

Het beplakken van glas met reclamefolie beperkt zich tot de voor publiek toegankelijke delen van de winkel of het bedrijf

Aantal Beroep aan huis, wonen-

Maximaal 1 reclame-uiting per bedrijf

werken en bedrijfsverzamelgebouw Deelgebied 1 en 2

Maximaal 1 reclame-uiting per gevel of 2 per gekoppelde gevels/samengevoegde panden

Deelgebied 3

Maximaal 2 reclame-uitingen per gevel of 3 per gekoppelde gevels/samengevoegde panden

Deelgebied 4

Maximaal 3 reclame-uitingen per gevel

Alle deelgebieden en ob-

Maximaal 3 (reclame)vlaggen(masten) per bedrijf, inclusief vergunnings-

jecten

vrije vlaggen(masten)

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

16

Afmetingen Beroep aan huis

Maximale grootte van gevelreclame is 0,5 m²

Bedrijfsverzamelgebouw

De afmetingen van de gevelreclame moet afgestemd worden op de gevelcompositie van het gebouw

Deelgebied 1 en wonen

Gevelreclame:

en werken

•

Maximaal 3 m² per 10 meter gevelbreedte met een maximum van 10 m²

Deelgebied 2

•

Maximaal 25% van de gevelbreedte

•

Maximaal 3 meter hoog

Gevelreclame: •

Maximaal 3 m² per 10 meter gevelbreedte met een maximum van 10 m²

Deelgebied 3 en 4

•

Maximaal 50% van de gevelbreedte

•

Maximaal 3 meter hoog

Gevelreclame: •

Maximaal 3 m² per 10 meter gevelbreedte met een maximum van 15 m²

Alle deelgebieden en ob-

•

Maximaal 80% van de gevelbreedte

•

Maximaal 3 meter hoog

Reclamefolie beslaat maximaal 25% van het glasoppervlak (per raam)

jecten Vormgeving Beroep aan huis

Eenvoudig naambord

Bedrijfsverzamelgebouw

•

en kantoorgebouw

De reclame mag alleen bestaan uit het logo en/of de naamsduiding met eventueel een kleiner onderschrift

•

Samenhang in plaatsing en afmetingen van alle reclame-uitingen op de totale gevel

Wonen en werken

•

Reclame verstoort de indeling van de gevel niet

•

Reclame verstoort de individuele herkenbaarheid van gebouwen niet

Deelgebied 2, 3 en 4

Reclame in spanframe is als reclamevorm toegestaan. Voor de maximale afmetingen, zie afmetingen gevelreclame

Deelgebied 1 t/m 4

•

De reclame mag alleen bestaan uit het logo en/of de naamsaanduiding met eventueel een kleiner onderschrift

•

Grote gevelvlakken schilderen of aanlichten in kleuren die reclame ondersteunen is niet toegestaan

Alle deelgebieden en ob-

Lichtreclame is niet groter dan noodzakelijk voor de leesbaarheid van de

jecten

naam van de onderneming

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

17

Reclamezuil De Haven

•

Maximaal 1 reclamezuil, verticaal uitgevoerd

•

Aan de Noorderhogeweg maximaal 3 meter hoog, bij de toegang van het bedrijf (bedrijfsverzamelgebouw) of terrein

•

In de overige gebieden maximaal 5 meter hoog bij de toegang van het bedrijf (bedrijfsverzamelgebouw) of terrein

Burmania

•

Maximaal 1 reclamezuil, verticaal uitgevoerd

•

Aan de Noorderhogeweg maximaal 5 meter hoog bij de toegang van het bedrijf (bedrijfsverzamelgebouw) of terrein

•

In de overige gebieden maximaal 3 meter hoog bij de toegang van het bedrijf (bedrijfsverzamelgebouw) of terrein

Overige terreinen

•

Maximaal 1 reclamezuil, verticaal uitgevoerd

•

Maximaal 3 meter hoog bij de toegang van het bedrijf (bedrijfsverzamelgebouw) of terrein

4.9

R6. Detailhandelscentrum Martin Luther Kingsingel

Waarden en ambities Dit gebied is een op zichzelf staand grootschalig detailhandelscentrum. Het complex wordt gekenmerkt door een samenhangend ontwerp. De reclame-uitingen zijn ondergeschikt aan de bebouwing en in samenhang met de architectuur. De zijde van de Martin Luther Kingsingel is de voorgevel. Hier is meer reclame mogelijk dan aan de achterkant (A7-zijde). Reclamezuilen zijn niet toegestaan. Regels Plaats •

Reclame uitsluitend evenwijdig en vlak aan de gevel

•

Het beplakken van glas met reclamefolie beperkt zich tot de voor publiek toegankelijke delen van de winkel of het bedrijf

Aantal Gevelreclame in de eerste bouwlaag; maximaal 1 per stramien en per winkel Gevelreclame boven de eerste bouwlaag; maximaal 1 per stramien en maximaal 2 stuks per winkel Gevelreclame op de achtergevel; maximaal 1 per stramien en per winkel Maximaal 3 (reclame)vlaggen(masten) per bedrijf, inclusief vergunningsvrije vlaggen(masten)

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

18

Afmetingen Gevelreclame in de eerste bouwlaag: •

Maximaal 7 meter breed

•

Maximaal 0,5 meter hoog

Gevelreclame boven de eerste bouwlaag: Maximaal 7 meter breed Maximaal 3 meter hoog Maximaal 7 meter hoog ter plaatse van op tekening aangegeven stramienen Gevelreclame in de achtergevel: •

Maximaal 7 meter breed

•

Maximaal 3 meter hoog aan de gevel

•

Maximaal 7 meter hoog ter plaatse van de (in de bouw meegenomen) staalconstructie

Reclamefolie beslaat maximaal 25% van het glasoppervlak (per raam) Vormgeving De reclame mag alleen bestaan uit de naam en/of het logo van het bedrijf of product met eventueel een kleiner onderschrift Grote gevelvlakken schilderen of aanlichten in kleuren die reclame ondersteunen is niet toegestaan Lichtreclame is niet groter dan noodzakelijk voor de leesbaarheid van de naam van de onderneming Reclamezuilen zijn niet toegestaan

Afbeelding boven, reclame voorzijde Afbeelding onder, reclame achterzijde

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

19

4.10 R7 Sport-, recreatie, groengebieden en begraafplaatsen Waarden en ambities RECREATIE-, GROENGEBIEDEN EN BEGRAAFPLAATSEN In recreatiegebieden, parken en groengebieden of op begraafplaatsen is in principe alleen een naamsvermelding mogelijk. Uitzondering is reclame op een brasserie of kleine horecagelegenheid in een groenvoorziening. Hier is meer mogelijk. De sfeer van het park of groenvoorziening mag niet worden aangetast. De adviescommissie adviseert in deze gevallen. SPORTVOORZIENINGEN EN SPORTPARKEN De verenigingen zelf zijn verantwoordelijk voor reclame. Reclame is vooral intern gericht. Er gelden geen regels voor reclame die op het eigen terrein is gericht. Naar buiten gerichte reclame is beperkt mogelijk. Hiervoor gelden regels. Een naamsvermelding is bij de ingang van een sportaccommodatie of sportpark mogelijk. Reclame-uitingen mogen niet worden geplaatst op parkeerterreinen en in groenstroken. Vlaggen en spandoeken zijn uitsluitend toegestaan tijdens sportactiviteiten. Regels voor reclame bij sport-, recreatie-, groengebieden en begraafplaatsen In de regels wordt een onderscheid gemaakt in sportaccommodaties en sportparken. •

Sportaccommodaties zijn sporthallen, kantines, kleedkamers en andere voor sport bedoelde gebouwen.

•

Sportparken zijn terreinen van één of meerdere sportvelden met de daarbij behorende voorzieningen met een eigen ingang. Soort Recreatiegebied,

groenge-

bied en begraafplaatsen

Reclame-uitingen zijn in beginsel niet toegestaan met uitzondering van in omvang beperkte reclame-uitingen bij een brasserie of kleine horecagelegenheid in een groenvoorziening. Deze aanvragen worden altijd voorgelegd aan de adviescommissie.

Sportpark en sportaccom-

Vlaggen en spandoeken zijn uitsluitend toegestaan tijdens sportac-

modatie

tiviteiten

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

20

Plaats Sportpark en sportaccom-

Reclame-uitingen die het zicht op de openbare ruimte ernstig be-

modatie

lemmeren zijn verboden

Sportaccommodatie

•

Reclame is evenwijdig en vlak aan de gevel

•

Het beplakken van glas met reclamefolie beperkt zich tot de voor publiek toegankelijke delen

Sportpark en sportaccom-

•

Geen reclame op/aan bouwlagen zonder publieksfunctie

modatie

•

Geen reclame op parkeerterreinen en in groenstroken

Sportpark

•

Intern gerichte reclame (op het sportpark gericht) vrij, mits op vaste objecten (kantine, kleedkamers etc.) en minimaal 5 meter van het openbaar gebied

•

Extern gerichte reclame (op het openbaargebied gericht) maximaal 4 meter boven het aansluitende maaiveld

Aantal Sportaccommodatie

Maximaal 1 reclame-uiting per gevel of 2 per gekoppelde gevels/samengevoegde panden

Sportpark en sportaccom-

Aantal intern gerichte (op het sportpark gericht of in de sportaccom-

modatie

modatie) aangebrachte reclame-uitingen is onbeperkt

Sportpark

Aantal extern aangebrachte/gerichte (op het openbaargebied gerichte) reclame-uitingen zeer beperkt

Afmetingen Sportaccommodatie

Sportaccommodatie

Gevelreclame •

Maximaal. 60% van de gevelbreedte

•

Maximaal. 0,5 meter hoog

•

Haaks op de gevel maximaal. 0,8 m² per uiting

Reclamefolie beslaat maximaal 10% van het glasoppervlak (per raam)

Sportpark

Afmetingen extern gerichte reclame-uitingen (op het openbaar gebied gericht):

Sportpark

•

Maximaal 10 m2 per sportpark

•

Maximaal 5 m2 per extern gerichte reclame-uiting

•

Maximaal 2 meter hoog

•

Reclame aan lichtmasten maximaal 1,5 x 1,5 meter

Welkomstbord nabij de ingang •

Maximaal 10 m2 met daarop maximaal 50 % reclame

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

21

Vormgeving Sportaccommodatie

•

Reclame verstoort de indeling van de gevel niet

•

Reclame verstoort de individuele herkenbaarheid van gebouwen niet

•

De reclame/naamsaanduiding mag alleen bestaan uit de naam en/of het logo van de accommodatie (al dan niet in combinatie met hoofdsponsor)

•

Grote gevelvlakken schilderen of aanlichten in kleuren die reclame ondersteunen is niet toegestaan

Sportpark en sportaccom-

Lichtreclame is niet groter dan noodzakelijk voor leesbaarheid van

modatie

de naam van de sportaccommodatie of sportpark

Sportpark

Lichtreclame wordt in principe niet toegestaan, mits gemotiveerd en onder voorwaarde dat de reclame uitsluitend brand tijdens sportactiviteiten en niet zichtbaar is vanuit het openbaar gebied

Alle deelgebieden

Losse reclamezuilen zijn niet toegestaan

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

22

5

Beeldkwaliteitsplannen 5.1

Reikwijdte en toetsing

In een aantal gebieden geldt een beeldkwaliteitsplan. Een beeldkwaliteitsplan is speciaal gemaakt voor een gebied en gaat boven alle andere regels voor omgevingskwaliteit (tenzij anders is aangegeven in het beeldkwaliteitsplan). Op de kaart zijn de gebieden geduid waarvoor een beeldkwaliteitsplan geldt. Bouwplannen worden getoetst door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit.

5.2

Geldende beeldkwaliteitsplannen in de gemeente Smallingerland

•

BKP In de Luwte 1 Drachtstervaart fase 3C 26102023

•

BKP Horecavoorzieningen Parkhaven Drachtstervaart 14022023

•

BKP Vrijburgh fase 3(240219)

•

G20J – Eilandkavel Saffier, De Burmaniakamers (Burmania)

•

G24g Wonen en werken Susterwei De Tike

•

G25 GB a-j Boornbergum Middelgeast

•

G25a Verlengde lint (Boornbergum Middelgeast)

•

G25b Wonen in de boskamer (Boornbergum Middelgeast)

•

G26 BKP Tussendiepen

•

G27 GBa-k Bedrijvenpark A7 Noord

•

G27a Waterpark (Bedrijvenpark A7 Noord)

•

G27b Hoofdvaarten (Bedrijvenpark A7 Noord)

•

G27c of h Bedrijvenpark A7 Noord (Wijken of Zijstraten)

•

G27 Wijken (Bedrijvenpark A7 Noord)

•

G27d of h Bedrijvenpark A7 Noord (Wegen in de verkavelingsrichting of Zijstraten)

•

G27d Wegen in de verkavelingsrichting (Bedrijvenpark A7 Noord)

•

G27e Werk-woonlocaties (Bedrijvenpark A7 Noord)

•

G27f Representatieve zone A7 (Bedrijvenpark A7 Noord)

•

G27g Representatieve zone N31 (Bedrijvenpark A7 Noord)

•

G27h Zijstraten (Bedrijvenpark A7 Noord)

•

G28 GB a-e Bedrijvenpark Nijtap

•

G28a Bedrijven langs de Noorderhogeweg (deelgebied 1) (Bedrijvenpark Nijtap)

•

G28b Bedrijven in het tussengebied (deelgebied 2) (Bedrijvenpark Nijtap)

•

G28c Bedrijven grenzend aan de bosstrook (deelgebied 3) (Bedrijvenpark Nijtap)

•

G28d Bijzonder gebouw (deelgebied 4) (Bedrijvenpark Nijtap)

•

G28e Bestaand bebouwing (deelgebied 5) (Bedrijvenpark Nijtap)

•

G32g Op 'e Wal 4 Oudega

•

G33 Vrijburgh 2 Beeldrichtlijnen

•

G34 Waterfront Oudega 01-06-2021

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

23

6

Regels voor eenvoudige bouwplannen 6.1

Reikwijdte en toetsing

De gemeente heeft voor plannen die veel voorkomen en geen grote veranderingen veroorzaken duidelijke, standaardregels opgesteld. Dit zijn de zogenaamde eenvoudige plannen. De regels voor eenvoudige plannen gelden niet bij monumenten en niet in gebieden waarvoor een beeldkwaliteitsplan geldt (tenzij anders is aangegeven in het beeldkwaliteitsplan). Een aanvraag voor een eenvoudig bouwplan wordt ambtelijk getoetst op basis van deze regels. De benoemde waarden en ambities worden hierbij betrokken. Een bouwplan moet passen in de omgeving. Een plan voldoet aan de regels als aan één van onderstaande voorwaarden wordt voldaan. •

Een plan betreft een vervanging van een vergund bestaand bouwwerk.

•

Een plan betreft een goedgekeurd ontwerp van het oorspronkelijk bouwproject.

•

Een plan sluit aan bij een trendsetter (een vergelijkbaar plan in de directe omgeving) die voldoet aan de regels voor eenvoudige plannen.

•

Een plan kan niet aansluiten bij een trendsetter, maar wel voldoet aan de overige regels voor eenvoudige bouwplannen.

Regels voor eenvoudige bouwplannen De regels voor vergunningplichtige dakkappelen staan in het ‘Omgevingsplan gemeente Smallingerland’. •

E1. Kapverhogende dakopbouwen bij seriematige woningbouw

•

E2. Erfafscheidingen

•

E3. Technische installaties

•

E4. Kleine grondgebonden zonnepanelenopstellingen

•

E5. Eenvoudige waterbouwkundige werken

•

E6. Paardenbakken, paddocks, longeercirkels en trainingsmolens

Afwijken Wanneer een aanvraag niet voldoet aan deze regel voor eenvoudige plannen, wordt eerst gekeken of maatwerk kan worden geleverd. Afwijken is mogelijk als er een functionele en/of bouwkundige noodzaak is. Dit kan alleen als duidelijk geen negatieve invloed is op de waarden en ambities of het bestaande gebouw. De gemeente beoordeelt of dit het geval is en geeft een gemotiveerd positief advies. Wanneer afwijken niet mogelijk is, wordt de aanvraag voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en worden de regels voor bijzondere bouwplannen toegepast.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

24

6.2

E1. Kapverhogende dakopbouwen bij seriematige woningbouw

Soms levert een plat afgedekte dakkapel in de nok onvoldoende stahoogte. De oplossing kan zijn om de nok te verhogen. Dat kan. Maar, deze regels gelden alleen voor een dakopbouw bij seriematige bebouwing zoals rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen. Waarden en ambities Een dakopbouw in combinatie met een verhoging van de daknok levert een behoorlijke verandering op van de vorm en het aanzicht van de bebouwing. De invloed op het straatbeeld kan groot zijn. Plaatsing aan de achterzijde heeft dan ook altijd de voorkeur. De dakopbouw en de nieuwe kapvorm moet passen in de omgeving en moet passen bij de bestaande bebouwing. De dakopbouw heeft daarom een kap met een gelijke dakhelling als het bestaande dak. De dakhelling van de oorspronkelijke kapvorm moet worden gehandhaafd. Vanwege de zichtbaarheid van dit type bouwplan wordt het trendsetter-principe gehanteerd. Dit betekent dat aangesloten moet worden op een vergelijkbaar plan in de directe omgeving. Regels MAATVOERING EN PLAATSING •

De dakopbouw ligt op minimaal 1,0 meter afstand van de kopgevel van de eindwoning, of ligt in de kopgevel van de eindwoning.

•

De dakopbouwen liggen op 2,0 meter afstand van elkaar of vormen een aaneengesloten geheel.

•

Plaatsing aan de achterkant heeft de voorkeur.

•

De dakopbouw heeft een dakvlak met een gelijke dakhelling als het bestaande dak.

•

De dakhelling van het bestaande dak blijft gelijk.

•

De goot van de opbouw is niet hoger dan de nok van de bestaande kap.

•

De hoogte van de onderzijde van de dakopbouw tot bovenzijde van de goot van de dakopbouw is kleiner dan 50% van de (geprojecteerde) hoogte van het dakvlak.

•

Bij bestaande schoorstenen: o

Schoorstenen bij voorkeur handhaven;

o

Voldoende afstand houden tot schoorstenen of over de volle breedte (tot aan het hart van de bouwmuur) zorgvuldig aansluiten op schoorstenen;

o •

De hoogte van de dakopbouw blijft onder de bovenkant van de schoorsteen;

Het trendsetter-principe wordt toegepast voor de maatvoering en plaatsing.

VORMGEVING •

Dakopbouwen in een dakvlak zijn identiek vormgegeven.

•

Bij plaatsing in de kopgevel is de dakopbouw in vormgeving zorgvuldig geïntegreerd in de bestaande kopgevel.

•

De gevelindeling van de dakopbouw in schaal en verhouding afstemmen op de onderliggende gevels.

•

De vormgeving van de goten en het lijstwerk is gelijk aan de detaillering van het hoofdgebouw.

•

De zijkant van de dakopbouw (wangen) is niet lichter dan de kleurstelling van het dakvlak.

•

Het trendsetter-principe wordt toegepast voor de vormgeving.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

25

VERBEELDING REGELS Onderstaande beelden laten zien hoe de regels uitgelegd moeten worden.

Verbeelding kapverhogende dakopbouw

6.3

E2. Erfafscheidingen

Erfafscheidingen zijn vaak vergunningsvrij, behalve als ze aan openbaar gebied grenzen. Onderstaande regels gelden voor erfafscheidingen die grenzen aan openbaar toegankelijk gebied. Wat is openbaar toegankelijk gebied? Het openbaar toegankelijk gebied kan bestaan uit wegen, parkeervakken, stoepen, paden, groen, water of combinaties hiervan. Het is ruimte die voor iedereen toegankelijk is. Waarden en ambities Erfafscheidingen aan openbaar toegankelijk gebied of openbaar groen zijn van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit. Door erfafscheidingen een (deels) open en groen karakter te geven, creëren we een openbaar gebied waar mensen zich veilig en prettig voelen. Dit kan door het toepassen van hagen of door hekwerken te laten begroeien. Het gebruik van duurzame en/of hoogwaardige materialen is belangrijk.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

26

Regels MAATVOERING EN PLAATSING •

De erfafscheiding ligt tenminste 1,0 meter achter de voorgevellijn.

•

Grenst een zij- of achtergrens aan openbaar groen? De erfafscheiding mag dan tegen de grens van het openbaar toegankelijk gebied liggen.

•

Grenst een zij- of achtergrens aan openbaar toegankelijk gebied? Bestaat dit gebied (deels) uit een weg of een pad? Is de breedte van dit gebied kleiner dan 4,5 meter? Of is deze gelijk aan 4,50 meter? De erfafscheiding ligt dan op minimaal 1,0 meter afstand van erfgrens.

•

Grenst een zij- of achtergrens aan openbaar toegankelijk gebied? Bestaat dit gebied (deels) uit een weg of een pad? Is de breedte van de openbare ruime groter dan 4,50 meter? De erfafscheiding mag dan tegen de erfgrens liggen.

•

Erfscheidingen staan in één lijn met de naastgelegen erfscheidingen.

•

De erfafscheiding is maximaal 2,0 meter hoog.

VORMGEVING •

De erfafscheiding heeft een open en groen karakter. Minimaal 60 % bestaat uit een haag of uit een open, begroeide constructie.

•

Duurzame en/of hoogwaardige materialen toepassen.

•

Gedekte kleuren (houtkleur, zwart, donkergrijs, groen, bruin, etc.) toepassen.

VERBEELDING REGELS Onderstaande beelden laten de regels zien.

Verbeelding erfafscheiding grenzend aan openbaar toegankelijk gebied van 4,5 meter breed of smaller

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

27

Verbeelding erfafscheiding grenzend aan openbaar toegankelijk gebied breder dan 4,5 meter

Verbeelding erfafscheiding grenzend aan openbaar groen

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

28

6.4

E3. Technische installaties

Het begrip ‘technische installaties’ is een verzamelterm voor bijvoorbeeld airco’s, luchtbehandelingsunits en warmtepompen. U heeft altijd een omgevingsvergunning nodig als een unit hoger is dan 1 meter, of een oppervlakte heeft van meer dan 2 m². Waarden en ambities Installaties zijn meestal niet een mooie toevoeging in het straatbeeld. Vooral aan de voorzijde kunnen technische installaties op een negatieve manier opvallen. We plaatsen technische installaties daarom liever uit het zicht (aan de achterzijde), of opgenomen in de bebouwing. Wanneer dit niet mogelijk is, dan moet de technische installatie worden mee-ontworpen (dat betekent passend bij het ontwerp van het gebouw waar de installatie bij hoort). Regels MAATVOERING EN PLAATSING •

Plaatsing bij voorkeur aan de achterzijde van de bebouwing of binnen de bebouwing.

•

Op een plat dak liggen technische installaties minimaal 1,5 meter terug ten opzichte van de dakrand.

•

Warmtepompschoorstenen vormen een ondergeschikte toevoeging aan het dak. Technische installaties liggen minimaal 1,0 meter terug ten opzichte van de voor- en zijgevel.

•

Technische installaties aan een zij- of voorgevel vormen een ondergeschikte toevoeging.

•

Bij meerdere elementen in het dak of gevel is sprake van een logische, regelmatige ordening.

•

Het trendsetter-principe wordt toegepast voor de maatvoering en plaatsing.

VORMGEVING •

Technische installaties op een bestaand voor- of zijdakvlak worden ingepast met een omkasting. De kleur van omkasting is afgestemd op de kleur van het dak.

•

Technische installaties aan een bestaande zij- of voorgevel worden ingepaste met een omkasting. De kleur van omkasting is afgestemd op de kleur van de gevel.

•

Het trendsetter-principe wordt toegepast voor de vormgeving.

VERBEELDING REGELS Onderstaande beelden geven voorbeelden van omkastingen.

Warmtepompschoorsteen (Bron: www.dhps.nl)

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

Omkasting warmtepomp (Bron: fenroy.nl)

29

6.5

E4. Kleine grondgebonden opstellingen voor zonnepanelen

Zonnepanelen voor eigen gebruik worden bij voorkeur op gebouwen geplaatst. Soms is dit niet mogelijk en moeten de zonnepanelen op de grond worden geplaatst. Waarden en ambities Zonnepaneelopstellingen hebben een technisch karakter en vallen door de glans en materiaalgebruik vaak erg op. De plaatsing van een zonnepaneelopstelling mag het karakter van de directe omgeving niet aantasten. Het is daarom van belang dat u zonnepanelen zorgvuldig inpast in de omgeving. Regels MAATVOERING EN PLAATSING •

De zonnepaneelopstelling ligt op het erf, of direct aansluitend op het erf.

•

De zonnepaneelopstelling ligt achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw.

•

De zonnepaneelopstelling ligt bij voorkeur achter het hoofdgebouw.

•

De panelen zijn opgesteld in een logische heldere vorm, in een aaneengesloten vlak of herkenbaar patroon.

•

De hoogte van het de zonnepaneelopstelling is maximaal 1,00 meter.

•

De oppervlakte van de zonnepaneelopstelling is maximaal 100 m2.

VORMGEVING •

Voor zonnepaneelopstelling die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte en/of het (open) landschap gelden de volgende eisen aan vormgeving: o

De zonnepaneelopstelling inpassen met een haag of andere beplanting. De hoogte van de haag of beplanting is gelijk aan of groter dan de hoogte van de zonnepanelen.

•

o

Egale panelen zonder frame, zonder (sterk zichtbare) streep of ruitpatroon.

o

Donkere, monokristal panelen met donkere randen.

Voor zonnepaneelopstellingen die niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte en/of het (open) landschap zijn geen verdere eisen aan vormgeving.

•

Voor zonnepaneelopstellingen op een bedrijventerrein kwaliteitsniveau 1 (zie kaart gebiedsindeling) zijn geen verdere eisen aan vormgeving.

VERBEELDING REGELS Onderstaande beelden laten zien hoe de regels uitgelegd moeten worden.

Donkere panelen met donkere randen (Greenglobal.nu)

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

30

6.6

E5. Eenvoudige waterbouwkundige werken

Eenvoudige waterbouwkundige werken zijn bijvoorbeeld steigers, kleine fiets- en loopbruggen en kades. Waarden en ambities Eenvoudige waterbouwkundige werken zijn ruimtelijk ondergeschikt. Dat betekent dat ze niet opvallen in het gebied waarin ze liggen. Een waterbouwkundig werk kan dus best groot zijn en toch maar een beperkte invloed hebben op het beeld. De waterbouwkundige werken moeten passen bij de schaal, maat en het karakter van de omgeving. Dat betekent dat in het stedelijk gebied een steiger of kleine brug er anders uit kan zien dan in het buitengebied. Een sobere en doelmatige vormgeving is uitgangspunt. Het kleur- en materiaalgebruik moet passen in de omgeving. De technisch aspecten zijn zeer belangrijk voor de materiaalkeuze. De functie, de levensduur en het onderhoud zijn hierin doorslaggevend. De keuze voor het materiaalgebruik wordt op basis van de technische aspecten gemotiveerd. Regels MAATVOERING EN PLAATSING •

De waterbouwkundige werken zijn onderschikt in het beeld.

•

Bij meerdere gelijke elementen is sprake van een logische en regelmatige ordening.

VORMGEVING •

De vormgeving is sober en doelmatig en past in de omgeving.

•

Het kleur- en materiaalgebruik past in de omgeving.

•

Het materiaalgebruik past bij de functie.

•

Het materiaalgebruik is geschikt voor de beoogde levensduur

•

Het materiaal is doelmatig te beheren.

6.7

E6. Paardenbakken, paddocks, longeercirkels en trainingsmolens

In het buitengebied neemt het aantal voorzieningen voor paarden toe. Deze voorzieningen, zoals paardenbakken, paddocks, longeercirkels en trainingsmolens, hebben door het aantal en de verschijningsvorm een steeds nadrukkelijkere impact op de omgevingskwaliteit.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

31

Paardenbakken kenmerken zich door een rechthoekige trainingsbodem van maximaal 800 m² met daaromheen een omheining. Paddocks zijn doorgaans eveneens rechthoekig en omheind en worden gebruikt voor het buiten stallen van paarden wanneer er geen wei aanwezig is of de wei (vooral in de herfst en winter) onbegaanbaar is. Longeercirkels en trainingsmolens zijn rond, met een diameter van 15 tot 20 meter. Ook deze trainingsfaciliteiten zijn omheind en hebben een trainingsbodem. De trainingsbodem is doorgaans opgebouwd uit diverse zandlagen, maar kan ook worden bedekt met kunststof materialen of houtvezels. Om ook in de avonduren te kunnen trainen hebben de voorzieningen vaak lichtmasten aan één of meerdere zijden. Waarden en ambities Het buitengebied van Smallingerland bestaat uit coulisselandschap en veengebied. Deze tweedeling is een belangrijke waarde van het buitengebied. De trainingsfaciliteiten/voorzieningen moeten de kenmerken van de landschapstypen respecteren en worden zorgvuldig ingepast. Het coulisselandschap heeft een besloten karakter. De strokenverkaveling en de elzensingels langs de kavels en wegen zijn kenmerkend. Het veengebied heeft een heel open karakter. De aanwezigheid van polders met polderdijken en de opstrekkende verkaveling zijn kenmerkend. In het buitengebied is het landschap dominant; bebouwing is ondergeschikt. Dit is een belangrijke waarde.

De trainingsfaciliteiten mogen het landschappelijke karakter niet aantasten en zijn ondergeschikt in het landschappelijke beeld. Regels MAATVOERING EN PLAATSING •

De trainingsfaciliteit ligt op het erf, of direct aansluitend op het erf.

•

De trainingsfaciliteit ligt achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw.

•

De richting van de paardenbak of paddock is afgestemd op de verkaveling.

VORMGEVING •

De afrastering van paardenbakken en paddocks is rechthoekig.

•

De afrastering van longeercirkels en trainingsmolens is rond.

•

De afrastering omsluit de faciliteit direct.

•

De afrastering is transparant en slank vormgegeven.

•

De afrastering vormgeven met natuurlijke materialen of kunststof.

•

De afrastering en lichtmasten in gedekte donkere kleurstelling of houttint vormgeven.

•

Kleuren afstemmen op de omringende landschappelijke elementen.

•

Felle en/of opvallende contrasterende kleuren zijn niet toegestaan.

•

Reflecterende materialen zijn niet toegestaan.

•

Streven naar landschappelijke inpassing van de trainingsfaciliteiten met streekeigen beplanting.

•

Verlichting is ondergeschikt (in hoogte en lichtsterkte) en is gericht op de voorzieningen. Lichtuitstraling naar de omgeving en/of openbaar gebied is niet toegestaan.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

32

VERBEELDING REGELS Onderstaande beelden laten zien hoe de regels uitgelegd moeten worden.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

33

7

Regels voor bijzondere bouwplannen 7.1

Reikwijdte en toetsing

De regels voor bijzondere bouwplannen gelden niet bij monumenten en niet in gebieden waarvoor een beeldkwaliteitsplan geldt (tenzij anders is aangegeven in het beeldkwaliteitsplan). Een aanvraag wordt altijd voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. De waarden en ambities zijn benoemd per gebied. Het geldende kwaliteitsniveau bepaalt welke regels moeten worden toegepast. De regels worden toegepast op basis van de waarden en ambities van het gebied waarin het bouwplan ligt. Een bouwplan moet passen in de omgeving. De adviescommissie kijkt bij het beoordelen van een bijzonder bouwplan dan ook altijd goed naar de omgeving. Passend bij wat er is Passen in de omgeving betekent dat een bouwplan moet passen bij de waarden van een gebied. Dit betekent dat aangesloten moet worden bij de meest voorkomende kenmerken van de omgeving. Het gaat hierbij niet om de uitzonderingen. Ook moet een plan passen bij de ambities voor een gebied. De gemeente heeft een bepaald beeld voor ogen met een gebied. Een bouwplan moet hierbij aansluiten. Deelgebieden bijzondere plannen De kaart geeft inzicht in de verschillende gebieden. •

Buitengebied (G1)

•

Centrum en assenkruis Drachten (G2)

•

Linten (G3)

•

Woongebieden (G4)

•

Woonschepen, woonarken en recreatiearken (G5)

•

Woonwagens (G6)

•

Bedrijventerrein (G7)

•

Overige gebieden (G8)

Kwaliteitsniveaus De kaart geeft inzicht in de verschillende kwaliteitsniveaus. •

Kwaliteitsniveau 0. Welstandsvrij

•

Kwaliteitsniveau 1. Voldoende kwaliteit

•

Kwaliteitsniveau 2. Goede kwaliteit

•

Kwaliteitsniveau 3. Hoge kwaliteit

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

34

7.2

Afwijken van de regels voor bijzondere plannen

De NOS is bedoeld om maatwerk te leveren per gebied. Daarom zijn er per gebied regels en ambities voor bouwplannen geformuleerd. Afwijken van deze regels is in onderstaande gevallen soms mogelijk. Dit is geen recht. Beperkte zichtbaarheid De adviescommissie mag afwijken van de regels als uw bouwplan niet of nauwelijks zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. De basisregels gelden wel. Deze vorm van afwijken wordt niet voorgelegd aan de college. Duurzaamheid Er is steeds meer aandacht voor duurzaamheid. Dat brengt veranderingen met zich mee in het bebouwingsbeeld. Vooral als het gaat om materiaalgebruik en bouwwijze. Zo wordt bijvoorbeeld circulair bouwen en het gebruik van bio-based materialen meer de norm. De veranderingen en vernieuwingen gaan zo snel, dat deze niet op voorhand te voorspellen zijn. De adviescommissie mag afwijken van de regels voor het gebruik van duurzame materialen of een duurzame manier van bouwen als er geen vergelijkbare, beter in het bebouwingsbeeld passende alternatieven zijn. Omdat er deels wordt afgeweken van de regels, wordt er op andere onderdelen een extra inspanning gevraagd. De adviescommissie past in dergelijke gevallen een hoger niveau regels toe. Deze vorm van afwijken wordt niet voorgelegd aan het college.

Eigenzinnig en hoog ontwerpniveau De adviescommissie mag afwijken van de regels, als uw bouwplan op een andere, doordachte, bijzondere of eigenzinnige manier rekening houdt met de waarden en ambities. Bijvoorbeeld door heel bewust op onderdelen een contrast vorm te geven. Of door onderdelen te overdrijven. In zo’n geval moet het niveau van het ontwerp hoog zijn. De adviescommissie zet in dergelijke gevallen in op een hoog kwaliteitsniveau. Deze vorm van afwijken wordt niet voorgelegd aan het college. Hardheidsclausule Het kan in uitzonderlijke gevallen voorkomen dat een bouwplan of een plek dusdanig vernieuwend is, dat de regels niet toereikend zijn. In dergelijke gevallen kan de adviescommissie het college adviseren af te wijken van de regels. Het ontwerp van een dergelijk bouwplan zal een hoge kwaliteit moeten hebben. Het is tenslotte redelijk dat er hogere eisen worden gesteld als een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. Of wanneer er veel waarde aan de omgeving wordt gehecht. Deze vorm van afwijken van de regels noemen we de hardheidsclausule.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

35

Het afwijken van de regels voor vernieuwende plannen wordt door de adviescommissie onderbouwd bij de vergunningaanvraag. Ook zal de adviescommissie het college van B&W het advies om af te wijken voorleggen. Burgemeester en wethouders beslissen bij het wel of niet verlenen van de bouwvergunning of zij willen afwijken van de regels en gebruik willen maken van de hardheidsclausule.

7.3

Kwaliteitsniveau 0. Welstandsvrij

Kwaliteitsniveau 0 staat voor welstandsvrij. Welstandsvrij betekent niet dat alles kan. De gemeente kan bij overtredingen en excessen de excessenregeling toepassen.

7.4

Kwaliteitsniveau 1. Voldoende kwaliteit

Kwaliteitsniveau 1 betekent dat een ontwerp van een bouwplan (minimaal) van voldoende kwaliteit moet zijn. Bouwplannen verstoren de omgeving niet doordat de waarden en ambities van een gebied moeten zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Beperkte veranderingen of beperkte contrasten zijn mogelijk. Omgeving 1.

De manier waarop gebouwen op een erf zijn geplaatst past in de omgeving (zie basisregels).

2.

De hoofdopzet van de gebouwen op een erf past in de omgeving (zie basisregels).

3.

De bouwstijl/architectuur is vrij, mits deze de waarden en ambities niet verstoort.

4.

Representatieve voorgevel(s)/gevels met expressie (en functies) naar de weg/openbare ruimte.

5.

Het kleur- en materiaalgebruik is vrij, mits deze de waarden en ambities niet verstoort.

6.

Erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied verstoren de omgeving niet.

7.

Installaties zijn ondergeschikt.

8.

Duurzaamheidsmaatregelen zijn ondergeschikt.

Vormgeving 1.

Het ontwerp past bij de functie.

2.

De bouwstijl/architectuur van nieuwbouw of verbouw past bij de bestaande bebouwing op het erf.

Reclame Past uw plan voor reclame niet binnen de regels van de snelle route voor reclame? Dan worden de volgende regels toegepast op uw plan: 1.

Sommige reclame is verboden (zie paragraaf 4.2).

2.

Reclame-uitingen passen in aantal en uitstraling bij het karakter van de omgeving.

3.

Reclame is ondergeschikt aan het gebouw en het perceel.

Nota omgevingskwaliteit Smallingerland - 17 oktober 2025

36

Waterbouwkundige werken •

De waterbouwkundige werken zijn in maatvoering en plaatsing onderschikt in het beeld.

•

Bij meerdere gelijke elementen is sprake van een logische en regelmatige ordening.

•

De vormgeving is sober en doelmatig.

•

Het kleur- en materiaalgebruik past in de omgeving.

•

Het materiaalgebruik past bij de functie.

•

Het materiaalgebruik is geschikt voor de beoogde levensduur

•

Het materiaal is doelmatig te beheren.

7.5

Kwaliteitsniveau 2. Goede kwaliteit

Kwaliteitsniveau 2 betekent dat een ontwerp van een bouwplan (minimaal) van goede kwaliteit moet zijn. Bouwplannen passen in de omgeving doordat de waarden en ambities van een gebied worden gerespecteerd. Grote veranderingen passen niet. Afwijkende oplossingen kunnen alleen als deze zorgvuldig zijn ontworpen met respect voor de waarden en ambities. Omgeving 1.

De manier waarop gebouwen op een erf zijn geplaatst past in de omgeving (zie basisregels).

2.

De hoofdopzet van de gebouwen op een erf past in de omgeving (zie basisregels)

3.

De bouwstijl/architectuur van een hoofdgebouw past in de omgeving, of vormt hiermee een zorgvuldig ontworpen contrast.

4.

Representatieve voorgevel(s)/gevels met expressie (en functies) naar de weg/openbare ruimte.

5.

Het kleur- en materiaalgebruik past in de omgeving of vormt hiermee een zorgvuldig ontworpen contrast.

6.

Erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied zijn mee-ontworpen en/of hebben een (overwegend) groen karakter.

7.

Installaties zijn ondergeschikt.

8.

Duurzaamheidsmaatregelen zijn ondergeschikt.

Vormgeving 1.

Het ontwerp past bij de functie.

2.

De bouwstijl/architectuur van nieuwbouw of verbouw past bij de bestaande bebouwing op het erf of vormt hiermee een zorgvuldig ontworpen contrast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16145650/1