CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bopa tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Het Debat 21 januari 2025, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: BOPA De Tuinen Drachten - Tijdelijk appartementengebouw23.954 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Inhoudsopgave

Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Projectgebied 1.3 Leeswijzer

7 7 7 8

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Ligging en historie projectgebied 2.2 Beschrijving bestaande situatie 2.3 Beschrijving nieuwe situatie 2.4 Geldende regeling in het omgevingsplan 2.5 Beschrijving strijdigheid

9 9 9 11 11 13

Hoofdstuk 3 Beleid en regelgeving 3.1 Rijksbeleid en Rijksregels 3.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

15 15 16 18 19

Hoofdstuk 4 Beperkingen fysieke leefomgeving 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Geluid door wegen 4.3 Ecologie 4.4 Activiteiten en milieuzonering 4.5 Water 4.6 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.7 Omgevingsveiligheid 4.8 Sociale veiligheid 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Bodem 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Duurzaamheid en gezondheid 4.13 Kabels en leidingen en privaatrechtelijke belemmeringen 4.14 M.e.r.-beoordeling

23 23 23 24 25 26 28 29 31 31 33 33 34 35 35

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

37 37 37

Hoofdstuk 6 Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties 6.1 Toetsingskader 6.2 Afweging 6.3 Conclusie

39 39 39 39

Bijlagen

41

Bijlage 1 Drachten

Akoestisch onderzoek wegverkeer tijdelijke woonunits Stationsweg te

Bijlage 2

Resultaat Wateradvies

89

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

95

43

3

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Bijlage 4

Notulen van infobijeenkomst 10 april 2024 met omwonenden

4

145

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Motivering

5

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

6

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op gemeentelijk verzoek bouwde Accolade in 2016 een tijdelijk appartementengebouw voor de doelgroep jongeren en jonge statushouders. De vergunning is verleend tot september 2026. Aanleiding hiervoor was de woningnood onder jongeren. Deze jongeren en jonge statushouders hebben weinig woonduur opgebouwd waardoor ze lastig aan een woning komen. Dit appartementengebouw fungeert als voorportaal van de reguliere woningmarkt. Jongeren wonen hier tijdelijk en bouwen woonduur op. Daarna stromen ze door in de reguliere woningmarkt. De gemiddelde woonduur is 2 jaar. Zowel de gemeente als Accolade verwachtten destijds dat in de periode 2016-2026 de woningnood zou verminderen. Helaas is het tegengestelde waar. Daarop heeft Accolade de bouwtechnische kwaliteit en de verplaatsbaarheid van dit gebouw onderzocht. Het gebouw is niet als verplaatsbaar gebouw neergezet. Het maakt verlenging van de woonduur van het gebouw wel mogelijk Daarmee blijven 24 wooneenheden behouden voor deze doelgroep tegen lage huurprijzen. Dit is met nieuwbouw op een andere locatie financieel niet meer te realiseren. Inmiddels is duidelijk sprake van een woningmarktcrisis. De woningnood is hoog. In 10 jaar is de situatie verergerd. Dit maakt de urgentie om de tijdelijkheid van het bestaande appartementengebouw aan de Tuinen te verlengen nog groter.

Gezien de aanhoudende woningnood en in overleg met de gemeente vroeg Accolade daarom een nieuwe vergunning voor de extra 10 jaar aan op 1 september 2022. Tijdens het participatietraject deed een deel van de buurt een beroep op de tijdelijkheid van dit gebouw tot en met 2026. Een verlengingsduur met nog eens tien jaar tot en met 2036 ging dit deel van de buurt te ver. Om tot een compromis te komen stelt Accolade voor om de omgevingsvergunning te verlenen voor vijf jaar. Het verzoek tot vergunning-verlenging voor 10 jaar is ingetrokken. Met de laatste verlening van 5 jaar blijven 24 wooneenheden behouden voor deze doelgroep tegen lage huurprijzen. Dit is met nieuwbouw op een andere locatie financieel niet meer te realiseren. Het compromis geeft Accolade de mogelijkheid de permanente plannen voor woningbouw op deze locatie verder uit te werken onder de nieuwe Omgevingswet. Na de periode van 5 jaar dienen de tijdelijke appartementen in 2031 te worden gesloopt. De gemeente borgt dit juridisch in de te verlenen omgevingsvergunning. Daarnaast mag Accolade uitsluitend beginnen met de "Woningbouwontwikkeling Stationsweg fase 2" nadat de tijdelijke appartementen zijn gesloopt. Middels voorliggend plan wordt wonen daarom tijdelijk nog een laatste termijn van 5 jaar mogelijk gemaakt in het gebouw. Op grond van het geldende planologisch-juridische kader is dit niet mogelijk.

Met een omgevingsvergunning voor een zogeheten buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna 'Bopa') kan worden afgeweken van het omgevingsplan om de verlenging mogelijk te maken. Bij een Bopa moet met een motivering worden aangetoond dat een ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ook wel afgekort tot 'etfal'). De voorliggende motivering voorziet daarin.

1.2

Projectgebied

Het projectgebied heeft betrekking op een locatie van het appartementengebouw aan de Tuinen in Drachten. Het projectgebied heeft betrekking op het gebouw dat is gevestigd op het kadastrale perceel DTN02-A-15799. Op onderstaande afbeelding is het betreffende perceel in rood omlijnd.

7

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Figuur 1. Globale ligging projectgebied. Rood: begrenzing perceel (bron: PDOK, 2024).

1.3

Leeswijzer

Deze motivering bestaat uit diverse hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 volgt een toetsing van het initiatief aan het geldende relevante beleid. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de relevante onderzoeks- en milieuaspecten aan de orde. Daarna behandelen hoofdstuk 5 en 6 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 7 sluit af met een eindconclusie over de evenwichtige toedeling van de nieuwe functie aan de locatie. Tot slot volgen de bijlagen.

8

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Ligging en historie projectgebied

Ligging Het projectgebied bevindt zich ten noorden van het centrum van Drachten, in de wijk de Swetten. De wijk De Swetten is gebouwd om het gebrek aan woonruimte op te vangen dat was ontstaan door de opkomende industrie in Drachten, voornamelijk door de komst van Philips. Daardoor heeft de wijk ook wel de benaming ‘Philipsbuurt’. De Swetten is een wijk met een rechte structuur met seriematige bebouwing in rijen (zie onderstaande figuur). Het projectgebied is omgeven door deze seriematige bebouwing. De locatie is ontsloten door de straten Paradijske en de Stationsweg.

Figuur 2. Ligging projectgebied. Rode contour: globale ligging projectgebied (bron: PDOK, 2024)

2.2

Beschrijving bestaande situatie

In het projectgebied is het woongebouw op dit moment al aanwezig. Verder is in het projectgebied nog een deel grasland aanwezig. Er zijn ook een aantal parkeerplaatsen aanwezig. Aanleiding voor de bouw van het gebouw was de extra druk op de woningmarkt vanuit verschillende doelgroepen. Aanvankelijk zou het gebouw voor een periode van 10 jaar blijven staan. Aan beide zijden van het gebouw, op het perceel aan de Stationsweg en aan De Tuinen zijn recent nieuwe woningen ontwikkeld. Deze zijn nog niet weergegeven op onderstaande afbeeldingen.

9

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Figuur 4. Overzicht projectgebied. Gezien vanaf de straat 'Paradijske

'

Figuur 5. Overzicht projectgebied. Gezien vanaf de straat 'Paradijske

10

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

2.3

Beschrijving nieuwe situatie

In de toekomstige situatie wordt het woongebouw nog voor 5 extra jaren bewoond. Het gebouw is nog in goede staat en kan langer blijven staan. Technisch is het niet mogelijk het tijdelijke woongebouw te verplaatsen. Uit de participatie, die in paragraaf 5.2 beschreven wordt, blijkt dat in de huidige situatie de buurt enige geluidsoverlast ondervindt. Om deze geluidsoverlast te verminderen, wordt geluidsabsorberend materiaal op de binnengevels onder de kap aangebracht. Dit vermindert de geluidsoverlast voor de buren en voor de bewoners van het complex.

2.4

Geldende regeling in het omgevingsplan

Het omgevingsplan van de gemeente Smallingerland is van toepassing op het projectvoornemen. Het omzetten van het oude naar het nieuwe stelsel kost tijd. Het omgevingsplan komt stapsgewijs tot stand. Zolang het definitieve omgevingsplan voor de gehele gemeente nog niet is vastgesteld, gelden nog de oude regels, zoals het oude bestemmingsplan. Die oude regels worden vanaf 1 januari 2024 aangeduid als 'het tijdelijke deel' van het omgevingsplan. In het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn de voormalig geldende bestemmingsplannen opgenomen. Voor het projectgebied zijn daarom de regels uit het voormalige bestemmingsplan nog van toepassing. Voor deze Bopa zijn de regels uit het op 20 december 2020 vastgestelde bestemmingsplan 'Stationsweg – de Tuinen' van toepassing. In het onderstaande is een uitsnede uit de juridische plankaart van dat bestemmingsplan weergegeven.

Figuur 7. Uitsnede bestemmingsplan 'Stationsweg - de Tuinen' (bron; ruimtelijkeplannen.nl)

Het deel van het projectgebied waar het tijdelijke woongebouw zich bevindt heeft de bestemming Wonen -

11

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Uit te werken en Wonen - 3. Deze gronden zijn bestemd voor de volgende doeleinden: wonen, eventueel in combinatie met werk aan huis en bed & brôchje; maar ook voor de daarbij behorende: tuinen en erven; groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen; parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; wegen, straten en paden; openbare nutsvoorzieningen. Tevens geldt het volgende artikel: 5.4 Uitwerkingsregels Burgemeester en Wethouders werken, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6. lid 1 sub b van de Wet ruimtelijke ordening, de in lid 4.1 omschreven bestemming uit met inachtneming van het gestelde in de volgende regels: ten hoogste 13 grondgebonden woningen mogen worden gebouwd; Los van het geldende bestemmingsplan zijn de regels uit een aantal andere bestemmingsplannen van toepassing op het projectgebied. In het onderstaande wordt het karakter van die plannen, evenals de aard van de van toepassing zijnde regelingen beschreven. Parapluplan parkeernormen In de 'Parkeernormennota 2015' heeft de gemeente Smallingerland overwogen dat het niet wenselijk is om in ieder bestemmingsplan apart normen op te nemen voor het parkeren, maar dat het logischer is om de parkeernormering en de wijze waarop die moet worden toegepast, op te nemen in een aparte 'Parkeernormennota'. In concrete bestemmingsplannen wordt gewerkt met het begrip 'voldoende parkeergelegenheid'.

De inhoud van dat begrip is uitgewerkt in de Parkeernormennota. Door nu in het bestemmingsplan steeds te verwijzen naar de Parkeernormennota, wordt het parkeerbeleid in ieder bestemmingsplan afgestemd op de normen uit deze nota. De regels uit dit parapluplan zijn van toepassing op het planvoornemen. Partiële herziening Wonen-werken en Werk aan huis Deze partiële herziening heeft als doel enerzijds de regeling voor werk aan huis te actualiseren. Anderzijds wordt de regeling voor de woon-werklocaties aangepast, in die zin dat er op deze locaties ook uitsluitend mag worden gewoond. De regels uit het parapluplan zijn van toepassing op het projectvoornemen. Echter hebben de regels geen gevolgen voor de uitvoerbaarheid van deze Bopa. Er is namelijk geen sprake van een woon-werklocatie. Paraplubestemmingsplan regeling aan- en uitbouwen en bijgebouwen In de bestemmingsplannen van de gemeente Smallingerland zijn binnen de woonbestemming maximaal toegestane bebouwingsoppervlaktes bepaald voor respectievelijk hoofdgebouwen en aan- en uitbouwen en bijgebouwen. Er komen regelmatig aanvragen om medewerking te verlenen om hiervan af te wijken, waarbij de toegestane totale bouwoppervlakte niet wordt overschreden. Het paraplubestemmingsplan voorziet in een regeling die ervoor zorgt dat niet al deze aanvragen los hoeven te worden afgewogen en beoordeeld.

De regels uit het parapluplan worden in acht genomen bij deze Bopa. Parapluplan terrassen Smallingerland Het parapluplan terrassen Smallingerland voorziet in een regeling die het mogelijk maakt om bij een horecabedrijf een terras mogelijk te maken in de openbare ruimte. Er is bij deze Bopa geen sprake van een horecabedrijf. De regels uit het parapluplan hebben dan ook geen gevolgen voor deze Bopa.

12

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Paraplubestemmingsplan wonen in Smallingerland Het paraplubestemmingsplan wonen in Smallingerland biedt handvatten waaraan kamerverhuur en appartementen op de verdieping getoetst kunnen worden. Hiermee wordt ook voorzien in een toetsingskader voor huisvesting studenten en arbeidsmigranten, evenals mantel- kangoeroewoningen. De regels uit het plan zijn in acht genomen bij deze Bopa.

2.5

Beschrijving strijdigheid

Binnen de regels van het bestemmingsplan 'Stationsweg – de Tuinen' is het projectgebied bestemd als "Wonen - Uit te werken". Binnen deze bestemmingen mogen ten hoogste 13 grondgebonden woningen worden gerealiseerd. De 24 wooneenheden in het appartementsblok is in planologisch-juridische zin dan ook niet mogelijk. Met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt tijdelijk afgeweken van de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan om de ontwikkeling mogelijk te maken.

13

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

14

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

3.1

Rijksbeleid en Rijksregels

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die sinds 1 januari 2024 in werking is getreden. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. In zijn totaliteit kent de NOVI 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt. Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld.

De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en, 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de afwegingsprincipes benut worden. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economisch sterk Nederland. Relatie met het planvoornemen Het projectvoornemen zoals genoemd in paragraaf 2.3 is niet strijdig met het beleid zoals genoemd in de NOVI.

15

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

3.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB's)

Het Rijk heeft instructieregels gegeven waar het omgevingsplan en een Bopa aan moeten voldoen. De regels zijn hoofdzakelijk opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Niet alle instructieregels zijn relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. In tabel 1 zijn daarom alleen instructieregels opgenomen die voor het planvoornemen van toepassing zijn. Tabel 1. Voor deze Bopa relevante Rijksinstructieregels

Thema

Paragraaf Bkl

Verwijzing paragraaf

Veiligheid

5.1.2

4.7

Waterbelangen

5.1.3

4.5

Luchtkwaliteit

5.1.4.1

4.9

Geluid door Activiteiten

5.1.4.2

4.4

Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen

5.1.4.2a

4.2

Bodemkwaliteit

5.1.4.5

4.10

Ladder voor duurzame verstedelijking

5.1.5.4

4.6

Cultureel erfgoed en werelderfgoed

5.1.5.5

4.1

3.1.3

Conclusie

Het planvoornemen is niet in strijd met de Rijksinstructieregels. In hoofdstuk 4 van deze motivering zijn de thema’s voor zover relevant voor dit wijzigingsbesluit nader uitgewerkt en wordt aangetoond waarom het voornemen niet in strijd is met de Rijksinstructieregels.

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

3.2.1

Omgevingsvisie Provincie Fryslân

De Omgevingsvisie is een van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele' geheten, staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma's, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. De provinciale omgevingsvisie heeft het strategisch beleid van de provincie vervangen dat eerder in het streekplan, milieubeleidsplan, waterhuishoudingsplan en het verkeer- en vervoerplan opgenomen was. In de provinciale omgevingsvisie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven, te weten: 1. 2. 3. 4.

Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptief inrichten; Versterken biodiversiteit.

Inzet ten aanzien van onder meer woningbouw is dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de verdeling van woningen over hun kernen. In de visies/plannen wordt bepaald waar dit gebeurt en in welke kwaliteit. Bij nieuwe inzichten en ontwikkelingen kan van afspraken worden afgeweken. Dit biedt de nodige flexibiliteit. De provincie stelt verder geen grenzen aan woningbouwprojecten op binnenstedelijke inbreidingslocaties.

16

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Conclusie De provinciale omgevingsvisie staat de uitvoerbaarheid van de voorliggende Bopa niet in de weg.

3.2.2

Omgevingsverordening Provincie Fryslân

Inleiding Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Omgevingsverordening Fryslân Op grond van artikel 2.1, lid 1 van de verordening wordt in een omgevingsplan aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de archeologische waarden en de archeologische verwachtingswaarden, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Friese archeologische monumentenkaart extra (FAMKE) of van een met de provincie afgestemde gemeentelijke verdiepingsslag. In paragraaf 4.1 wordt in het kader van erfgoed nader ingegaan op de archeologische verwachtingswaarden. Op basis van artikel 2.5 lid 1 bevat een omgevingsplan dat voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies, een onderbouwing van de wijze waarop effecten op de gezondheid en veiligheid zijn meegewogen in het plan. In paragraaf 4.12 is ingegaan op duurzaamheid en gezondheid in relatie tot dit plan. Hiermee voldoet het project aan artikel 2.5 lid 1.

Op grond van lid 2 van artikel 2.5 bevat een omgevingsplan zo nodig een onderbouwing van de wijze waarop het plan rekening houdt met het risico op wateroverlast of op overstroming vanuit de Friese boezem. Ook moet een omgevingsplan op basis van lid 3 van hetzelfde artikel, regels bevatten met oog op het borgen van waterrobuust bouwen indien door de lage ligging van gronden een risico bestaat op overstroming of wateroverlast. In het kader van de waterparagraaf is nader ingegaan op deze thema's in paragraaf 4.5. Hiermee wordt voldaan aan lid 2 en 3 van artikel 2.5. Voorts is artikel 2.7 Programmering woningbouw van toepassing. Een omgevingsplan kan nieuwe woningen bevatten, wanneer deze passen binnen de regionale woningbouwafspraken. Uit paragraaf 3.3 blijkt dat het aantal woningen van deze ontwikkeling regionaal afgestemd is. Het planvoornemen is dan ook niet in strijd met artikel 2.7. Conclusie De instructieregels uit de Omgevingsverordening Fryslân zitten de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg.

17

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

3.2.3

Provinciale woningbouw afspraken 2022 - 2030 Fryslân

Om iedereen passend onderdak te kunnen bieden wil het Rijk in 2030 ongeveer 900.000 extra woningen gerealiseerd hebben. Om helder te krijgen hoeveel woningen provincies kunnen bouwen, heeft het Rijk aan elke provincie gevraagd een reële inschatting te maken. Samen met de diverse gemeenten heeft de provincie een inventarisatie gedaan. In Fryslân kunnen de komende 8 jaar circa. 17.500 woningen worden gebouwd. De Friese gemeenten, de provincie Fryslân en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ondertekenden op 20 april 2022 de Friese regionale woondeals. De ondertekening is het startpunt van een langjarige samenwerking tussen gemeenten, provincie en het Rijk. In alle regio’s (Leeuwarden, Noordoost, Noordwest, Zuidoost, Zuidwest en de Friese Waddeneilanden) zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen en de verdeling daarvan per gemeente. Voor dit plan is de regionale woondeal van de Regio Zuidoost Fryslân relevant. In paragraaf 3.3.1 is daar nader op ingegaan.

3.2.4

Conclusie

Het provinciale beleid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze Bopa.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale woondeal 2022 - 2030 Regio Zuidoost Fryslân

De gemeenten Heerenveen, Opsterland, Ooststellingwerf, Smallingerland en Weststellingwerf werken in regioverband samen, gericht op het versterken van de economie en de aantrekkingskracht voor huishoudens binnen de regio en daarbuiten. De ambities vragen om een integraal programma voor alle functies die ruimte vragen. In de regionale woondeal wordt ingegaan op de ambities op het vlak van wonen die de diverse gemeenten hebben. In de regionale woondeal is de woonopgave per gemeente vastgelegd. Hieruit wordt duidelijk dat Smallingerland zich inzet voor de realisatie van 1.230 woningen tot en met 2030. 600-700 woningen hiervan worden mogelijk gemaakt volgens de ontwikkelstrategie van Smallingerland. De ontwikkelstrategie draagt bij aan de realisatie van de ambities van de gemeentelijke Woonvisie met locaties voor nieuwbouw. Recent is deze opgave geactualiseerd met het nieuwe coalitieakkoord. Hierin staat dat er boven op de 1230 woningen nog 500 woningen extra moeten worden gebouwd. Dit project valt niet onder nieuwbouw, maar draagt met het langer in stand houden van 24 betaalbare woningen wel binnen de opgave en woonbehoefte. Op basis van het voorgaande mag worden geconcludeerd dat de woonbehoefte regionaal is afgestemd.

3.3.2

Conclusie

Het planvoornemen is in lijn met het regionaal beleid.

18

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Smallingerland

Op 1 maart 2022 heeft de gemeenteraad van Smallingerland de Omgevingsvisie Smallingerland 2040 vastgesteld. De gemeente brengt in deze omgevingsvisie focus op de toekomst van Smallingerland aan. De visie bevat het integrale beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving. Het geeft richting aan de manier waarop de gemeente in samenspraak met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties de leefomgeving wil beheren, inrichten en ontwikkelen, waarbij de ontstaansgeschiedenis niet uit het oog wordt verloren. De visie geeft inzicht in de opgaven die er voor de toekomst liggen, op het gebied van leefbaarheid, economie en cultuur. De doelen voor 2040 zijn samen te vatten in vier begrippen, te weten: gezond, veilig, aantrekkelijk en economisch vitaal. De opgaven zijn concreet geformuleerd als het versterken van: Drachten als regionaal verzorgingsgebied. Drachten als stad voor innovatieve maakindustrie. Levendige en aantrekkelijke dorpen en wijken. Buitengebied met kwaliteit. Leidende principes in de realisatie van deze opgaven om de doelen te bereiken zijn duurzaam, inclusief en identiteit. Deze leidende principes worden door de gemeente toegepast op de eigen plannen maar ook van private partijen die worden ontwikkeld en betekent dat wordt vastgehouden aan het karakter van het gebied en dat er versterkt en vernieuwd wordt passend bij Smallingerland.

Het voornemen sluit aan op de derde opgave zoals hierboven beschreven: 'levendige en aantrekkelijke dorpen en wijken'. Een van de strategieën die hierbij hoort is 'woningen voor iedereen'. De gemeente geeft in de Omgevingsvisie aan dat zij er samen met haar partners voor wil zorgen dat er ruimte wordt gegeven voor nieuwbouw van woningen en verandering van functies naar wonen, en dat er veel verschillende woningen worden gebouwd, ook voor kwetsbare doelgroepen of mensen die minder te besteden hebben. Conclusie Het planvoornemen is in overeenstemming met de gemeentelijke omgevingsvisie.

3.4.2

Actualisatie gemeentelijk woonbeleid en woningbouwprogramma 2016 - 2025

De gemeente Smallingerland wil volgende generaties prettig laten wonen, leven, werken en recreëren. De afgelopen jaren is de woningmarkt sterk veranderd. Duurzaamheid en omgevingsgericht werken zijn steeds belangrijker geworden. Op 6 oktober 2020 heeft de gemeente Smallingerland in dat kader haar nieuwe omgevingsgerichte woonvisie met woningbouwprogramma vastgesteld. Met de woonvisie wordt inzicht en overzicht gegeven met betrekking tot de precieze ontwikkelingen om in een veranderende omgeving richting te geven aan de woningmarktontwikkelingen in de gemeente Smallingerland. Het woonbeleid van de gemeente is er voor iedereen en zet in op versnelling, specifieke doelgroepen en bovenal een sterke kwaliteit van de leefomgeving. Dit doet de gemeente door gericht aan het werk te gaan met vijf concrete ambities: 1. 2. 3. 4. 5.

Aantrekkelijke en gevarieerde nieuwbouw; Ruimte voor 1.000 woningen erbij in 5 jaar. Duurzame woningvoorraad. Op weg naar energieneutraal. Wijs met grijs; ruimte voor initiatieven gericht op senioren & woningaanpassing. 'Mienskipsin' en vitale dorpen en wijken. Sociaal wonen; betere beschikbaarheid van woningen voor kwetsbare doelgroepen.

Met oog op het planvoornemen is de eerstgenoemde ambitie relevant:

19

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

In 5 jaar tijd 1.000 woningen er bij bouwen. Deze ambitie is als volgt omschreven: "Smallingerland heeft een centrale ligging in Noord-Nederland en de gemeente heeft de ambitie om een uitvalsbasis te zijn voor mensen die werken in het noorden. Dit zijn mensen die actief zijn op de noordelijke arbeidsmarkt, een hogere woon-werkafstand accepteren en op zoek zijn naar een geschikte woning in het hart van het Noorden. De gemeente wil de woningvoorraad voortvarend uitbreiden, rekening houdend met de toekomstige vraag en woonwensen." Ook de vijfde ambitie is relevant. Deze ambitie is als volgt omschreven: In Smallingerland zijn er verschillende doelgroepen die het moeilijk hebben op de woningmarkt. We gaan ons als gemeente extra inzetten voor deze inwoners door tijdelijke en flexibele woonvormen te creëren. Hiermee kunnen we inspelen op de tijdelijke of korte termijnvraag van bijvoorbeeld jongeren, urgent woningzoekenden, statushouders of arbeidsmigranten. Hiervoor maken we prestatieafspraken met onze woningcorporaties WoonFriesland en Accolade en huurdersvereniging De Bewonersraad. Deze afspraken gaan over voorzien in huisvesting passend bij de woonbehoefte van de speciale doelgroepen, doorstroming vanuit maatschappelijke opvangen en het huisvesten van statushouders.

De voorgenomen ontwikkeling ziet op een tijdelijke verlenging van een bestaand woongebouw en draagt daarmee bij aan de vergroting van de gemeentelijke woningvoorraad en een betere beschikbaarheid van woningen voor kwetsbare doelgroepen. Het planvoornemen zorgt dat dit gebeurt op korte termijn. Het planvoornemen staat met bovengenoemde woningbouwprogramma voor de periode 2016-2025.

in lijn met het gemeentelijk woonbeleid en

Het woonbeleid en woningbouwprogramma zorgen niet voor beperkingen die de uitvoerbaarheid van het project in de weg zitten.

3.4.3

Convenant sociale huurwoningen Smallingerland

De gemeente Smallingerland zet in op betaalbare sociale huurwoningen. Op 19 mei 2022 ondertekenden de gemeente Smallingerland, Accolade en Woonfriesland het convenant voor de realisatie van circa 300 sociale huurwoningen in de gemeente Smallingerland voor 2030. In het convenant staan afspraken tussen de gemeente en de woningcorporaties. Ze gaan over de rolverdeling en wie waarvoor verantwoordelijk is, de toewijzing van locaties aan de woningcorporaties en de voorwaarden waaronder de gemeente die locaties beschikbaar stelt. Voorliggend initiatief houdt bestaande betaalbare woningen langer in stand. Deze Bopa sluit dan ook aan op het convenant voor sociale huurwoningen in de gemeente Smallingerland.

3.4.4

Klimaatadaptatie en biodiversiteit

Duurzaamheid is één van de zeven strategieën in de omgevingsvisie. Een van de opgaven binnen het principe duurzaamheid is: "Smallingerland klimaatbestendig maken". Om dit verder uit te werken, is een Klimaatadaptatieplan opgesteld waarbij zoveel mogelijk de andere strategieën zijn meegenomen en samenkomen in de openbare ruimte. Biodiversiteit is hier een voorbeeld van. Voor de klimaatveranderingen hanteert Smallingerland niveaus waarbinnen de gevolgen van klimaatveranderingen geaccepteerd worden. Deze zijn uitgewerkt voor de thema's wateroverlast, hittestress, droogte en biodiversiteit. Elke wijk is vervolgens per thema geanalyseerd. Op basis van deze analyse heeft de gemeente Smallingerland een klimaatadaptatiestrategie per wijk vastgelegd. Hieronder is de strategie voor de wijk De Swetten weergegeven. Tabel 2. Klimaatadaptatiestrategiewijk De Swetten

Vergroening

Waterberging

Aanpak droogte/grondwater

20

Versterken groenblauwe structuren

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Strategie B: middelhoge prioriteit

B: middelhoge prioriteit

D: aanpak en E: versterken onderzoek droogte en groenblauwe structuren grondwateroverlast

Uitleg

Scores zijn niet hoog maar wel acceptabel. Er worden binnen de planperiode geen maatregelen getroffen. Bij het volgende Klimaatadaptatieplan wordt de prioriteit opnieuw bepaald en worden maatregelen overwogen.

Er wordt een project Er wordt een project "Aanpak en "Versterken groenblauwe onderzoek droogte en structuren" gerealiseerd grondwateroverlast" en deze wijk wordt daarin gerealiseerd en deze meegenomen. wijk wordt daarin meegenomen.

Scores zijn niet hoog maar wel acceptabel. Er worden binnen de planperiode geen maatregelen getroffen. Bij het volgende Klimaatadaptatieplan wordt de prioriteit opnieuw bepaald en worden maatregelen overwogen.

Gezien de tijdelijkheid van het gebouw, het feit dat het gebouw reeds gerealiseerd is en dat het in gebruik is, maakt dat het niet realistisch is om nu nog klimaatadaptieve maatregelen te treffen. Het gebouw functioneert naar behoren en is technisch in goede staat.

3.4.5

Erfgoedverordening

Op 1 januari 2024 is de erfgoedverordening in werking getreden. In deze verordening zijn regels gesteld met oog op het behoud van cultureel erfgoed. In het projectgebied zijn geen beschermde cultuurhistorische monumenten aanwezig. Wel moet in het kader van de erfgoedverordening aandacht besteed worden aan de archeologische waarden. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning activiteiten te verrichten in en op gronden met archeologische waarden of een archeologische verwachting. In het tijdelijke omgevingsplan van Smallingerland zijn voor het projectgebied geen bepalingen opgenomen over archeologische monumentenzorg. Voor het aspect archeologie hanteert de gemeente Smallingerland daarom de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) als uitgangspunt. Op grond van de FAMKE wordt op basis van de periodekaart "IJzertijd - Middeleeuwen" een karterend booronderzoek geadviseerd bij ingrepen van 5.000 m2 . Op basis van de periodekaart "Steentijd - Bronstijd" wordt een karterend booronderzoek geadviseerd bij omvangrijke ingrepen van groter dan 2,5 ha. Het projectgebied heeft een oppervlakte van ongeveer 2.350 m2 en er vinden geen bodemingrepen plaats. Archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. In paragraaf 4.1 is nader ingegaan op het onderdeel archeologie.

3.4.6

Parkeerbeleid

Anders dan in het Parapluplan Parkeren van de gemeente Smallingerland, is voor de projectlocatie in het Woonconvenant sociale huurwoningen Smallingerland een parkeernorm vastgesteld. Voor sociale huurwoningen is deze vastgesteld op 0,9 parkeerplek per woning. Het voorgaande resulteert in een parkeerbehoefte van 0,9 parkeerplek per woning. In totaal komt de parkeerbehoefte daardoor uit op 24 X 0,9 parkeerplekken. In totaal dienen er derhalve 21,6 parkeerplekken beschikbaar te zijn. Bij het appartementengebouw zijn op dit moment 22 parkeerplaatsen aanwezig. Hiermee wordt voldaan aan de norm. Het project voldoet aan de gestelde parkeerbehoefte. Conclusie De Bopa is conform het gemeentelijke parkeerbeleid.

21

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

3.4.7

Welstand- en reclamenota 2018

De gemeente Smallingerland beschikt over de Welstand- en reclamenota 2018. In deze nota zijn voor verschillende typen gebiedscriteria vastgesteld omtrent plaatsen, hoofdvorm, aanzichten, opmaak en diversen. Het doel van het welstandstoezicht is om in alle openheid een bijdrage te leveren aan de belevingswaarde van de gemeente Smallingerland. Door het opstellen van welstandsbeleid wil de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht inrichten. Bij het ontwerp van de woningen zijn de welstandseisen voor de wijk De Swetten als uitgangspunt gebruikt. Het projectvoornemen voldoet aan de vereisten van de gemeentelijke welstand- en reclamenota.

3.4.8

Conclusie

Het planvoornemen staat in lijn met de geldende welstandscriteria voor de wijk De Swetten. Het gebouw is reeds gerealiseerd.

22

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

Hoofdstuk 4

Beperkingen fysieke leefomgeving

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

4.1.1

Toetsingskader

Voor de uitvoering van plannen en projecten moet onderzoek worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische en cultuurhistorische waarden. In het Europese beleid is namelijk vastgelegd dat plannen en projecten zoveel mogelijk rekening houden met het voornoemde. Daarmee is het behoud van archeologische resten in de bodem en bescherming van het cultureel erfgoed en landschap belangrijk. De beginselen uit het Bkl richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten.

4.1.2

Onderzoek

De gemeente Smallingerland hanteert de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) als uitgangspunt. Op grond van de FAMKE wordt op basis van de periodekaart "IJzertijd - Middeleeuwen" een karterend booronderzoek geadviseerd bij ingrepen van 5.000 m2 . Op basis van de periodekaart "Steentijd Bronstijd" wordt een karterend booronderzoek geadviseerd bij omvangrijke ingrepen van groter dan 2,5 ha. Het projectgebied heeft een oppervlakte van ongeveer 2.350 m2 en er vinden geen bodemingrepen plaats. Er wordt met het planvoornemen niets gebouwd of gesloopt. Hierom kan een archeologisch onderzoek achterwege blijven.

4.1.3

Conclusie

Wat het aspect archeologie betreft is het planvoornemen uitvoerbaar.

4.2

Geluid door wegen

4.2.1

Toetsingskader

Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over geluid van wegen (paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl). Het omgevingsplan moet ervoor zorgen dat het geluid van wegen op geluidsgevoelige gebouwen (zoals woningen) aanvaardbaar is. Bij het toelaten van nieuwe gemeentelijke wegen en bij het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen, moet worden voldaan aan specifieke waarden voor geluid.

4.2.2

Onderzoek

In paragraaf 3.26 van het Bkl is opgenomen dat geluid door gemeentewegen van toepassing is op verharde gemeentewegen met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde. Op de locatie worden geluidgevoelige gebouwen, te weten woningen, voor 5 jaar extra mogelijk gemaakt. Omdat het gaat om de voortzetting van een bestaande situatie gaan we uit van de eerdere onderzoeken die hebben plaatsgevonden in het kader van de destijds verleende vergunning en het onderliggende

23

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

vastgestelde bestemmingsplan 'Stationsweg - De Tuinen'. Destijds is op basis van het uitgevoerde onderzoek Bijlage 1 geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de tussentijd hebben er geen grote ontwikkelingen plaatsgevonden en kan er dus uitgegaan worden van deze cijfers. De ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden zijn verwaarloosbaar.

4.2.3

Conclusie

Wat het aspect geluid door wegen betreft is het planvoornemen uitvoerbaar.

4.3

Ecologie

4.3.1

Toetsingskader

De ecologische wet en regelgeving is in de Omgevingswet in grote lijnen onderverdeeld in Natura 2000-activiteit (gebiedsbescherming), flora- en fauna-activiteit (soortbescherming) en houtopstanden. De Omgevingswet regelt onder meer activiteiten die met natuur te maken hebben. Deze natuuractiviteiten gaan over dieren en planten in het wild en gebieden waarin ze leven. Het doel van de regels is onder meer het beschermen van soorten en gebieden. Binnen de Omgevingswet geldt, in tegenstelling tot de vorige Wet natuurbescherming, de specifieke zorgplicht. Onderdeel van de specifieke zorgplicht is dat de initiatiefnemer redelijkerwijs moet kunnen inschatten of een initiatief negatief effect kan hebben op Natura 2000-gebieden, beschermde flora en fauna en houtopstanden.

4.3.2

Onderzoek

Met voorliggende aanvraag wordt een termijn van 5 extra jaar voor de 24 wooneenheden aangevraagd in het bestaande gebouw. Er wordt met het planvoornemen niets gebouwd of gesloopt. Hierom kan een ecologisch onderzoek achterwege blijven.

4.3.3

Stikstofdepositie

In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Wat betreft stikstof zijn er geen negatieve effecten. Er is immers geen sprake van een 'aanlegfase' waarin stikstof vrij kan komen. Ook in de 'gebruiksfase' wijzigt niets, het appartementengebouw wordt immers zowel in de huidige als in de toekomstige situatie gebruikt voor bewoning. Er is in beide fases geen sprake van (een toename van) stikstofemissie.

4.3.4

Conclusie

Wat betreft het aspect ecologie is het planvoornemen uitvoerbaar.

24

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

4.4

Activiteiten en milieuzonering

4.4.1

Toetsingskader

In paragraaf 5.1 van het Bkl stelt het Rijk instructieregels voor een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Dit en andere milieuregels uit het Bkl hebben als doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder meer door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds verstaan. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: a. b.

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de VNG bezig is met de ontwikkeling van een nieuwe VNG uitgave die beter aansluit op de systematiek van de Omgevingswet. Het is echter nog niet bekend wanneer deze vernieuwde uitgave wordt gepubliceerd. Derhalve wordt voor deze motivering de bestaande publicatie uit 2009 gebruikt.

4.4.2

Onderzoek

Twee vragen spelen een rol bij de toetsing: 1. 2.

Past de functie in de omgeving? (externe werking); Laat de omgeving de functie toe? (interne werking)

Omgevingstype In de nabije omgeving van het projectgebied zijn diverse woon- en groenbestemmingen aanwezig. Op sommige plekken bevindt zich een maatschappelijke bestemming of lichte bedrijvigheid. Het gaat in die gevallen om bedrijvigheid die qua aard en schaal passend is binnen een woonmilieu of bedrijvigheid die met behulp van milieuvergunningen zodanig is ingeperkt dat de milieubelasting acceptabel is voor een woonmilieu. Al met al kan de omgeving van het projectgebied gekarakteriseerd worden als "rustige woonwijk". Interne werking In de omgeving van het plangebied zijn een aantal bedrijven aanwezig. Aan de noordwestzijde bevindt zich een locatie van jeugdzorg. Aan de zuidwestzijde, aan de Stationsweg geldt een gemengde bestemming, waar naast wonen ook dienstverlening en kantoren zijn toegestaan, en detailhandel en horeca waar dat specifiek in het bestemmingsplan is aangeduid. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich

25

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

enkel woningen aan de Stationsweg. Deze woningen leiden voor het voornemen niet tot een belemmering en/of potentiële milieuhinder. Aan de zuidzijde van het plangebied bevinden zich loodsen waar op grond van het geldende bestemmingsplan bedrijven zijn toegestaan van milieucategorie 2. In de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering wordt voor categorie 2 bedrijven een richtafstand aangehouden van 30 meter. Dit betreft een richtafstand, waar (gemotiveerd) afwijken van mogelijk is, afhankelijk van de situatie. Wanneer de afstand tussen het bouwvlak van de loodsen tot aan het tijdelijke appartementengebouw wordt aangehouden, dan ligt het gebouw op circa 25 meter afstand. Om meerdere redenen is het in deze situatie te onderbouwen dat er bij de tijdelijke woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In deze situatie worden de eerste meters van de percelen bij de loodsen gebruikt voor parkeren. Op deze gronden vinden geen of beperkt bedrijfsactiviteiten plaats, hooguit af en toe laden en lossen. De bedrijfsactiviteiten vinden met name inpandig in de loodsen plaats, en eventueel op het terrein naast de loodsen (achter de hekken) en dus op grotere afstand van de tijdelijke appartementen.

Daarnaast zijn de huidige bedrijfsactiviteiten, verkeersbewegingen en het geluid van laden en lossen zodanig van aard dat er geen reden is te oordelen dat er geen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat voor de bestaande tijdelijke appartementen woningen. Ten slotte blijkt dat er in de praktijk geen hinder wordt ondervonden. Dit geldt zowel voor interne werking als externe werking. Hoewel dit niet betekent dat dit ook in de toekomst zo zal zijn, is het aannemelijk dat dit, gezien de tijdelijkheid van het planvoornemen (de appartementen zullen tot uiterlijk 2031 aanwezig zijn), niet zal veranderen. Externe werking Met de tijdelijke vergunning voor 24 woningen in het reeds bestaande woongebouw, wordt niet voorzien in een nieuwe hinderveroorzakende functie. Wat betreft externe werking is dan ook geen sprake van beperkingen voor het projectvoornemen.

4.4.3

Conclusie

Ten aanzien van het aspect activiteiten en milieuzonering is het projectvoornemen uitvoerbaar. Zeker gelet op de feitelijke situatie en de tijdelijkheid van het planvoornemen van 5 jaar. Er is nu namelijk geen sprake van hinder met betrekking tot bedrijven en milieuzonering.

4.5

Water

4.5.1

Toetsingskader

Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: 1. 2. 3.

het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied.

Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming en de weging van het waterbelang worden betrokken. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Ten slotte zijn de regels van

26

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

artikel 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit de bruidsschat van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan. Gemeenten kunnen voor sommige lozingen specifieke regels stellen. In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat zijn opgenomen voldoende. Met de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften kan de gemeente voor specifieke bedrijven zo nodig aanvullende eisen stellen die passen bij de bedrijfssituatie.

4.5.2

Onderzoek

Per 1 januari is de term watertoets vervallen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In lijn met de principes van de Omgevingswet is nu sprake van "weging van het waterbelang" bij ruimtelijke plannen. Op 1 augustus 2024 is bij Wetterskip Fryslân advies opgevraagd in het kader van de weging van het waterbelang. Uit het wateradvies blijkt dat er geen sprake is van een waterschapsbelang. Dit betekent dat het wetterskip constateert uit de gegevens dat het plan geen invloed heeft op het water of de wateraspecten (zoals gemalen, stuwen of persleidingen) in de omgeving. In Bijlage 2 kan het digitaal vervaardigde advies worden geraadpleegd. In het onderstaande wordt ingegaan op de aspecten die het wetterskip belangrijk acht in zijn algemeenheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden.

Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: • Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; • Polder 10%, • Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Zie de ‘Leidraad watertoets’ voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met ons. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.

Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compenseren. Als je niet compenseert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het snel afvoeren van regenwater. Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien,periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Meer informatie hierover is te vinden op ‘De Friese klimaatatlas’: www.frieseklimaatatlas.nl

4.5.3

Conclusie

Het planvoornemen raakt geen waterschapsbelangen.

27

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

4.6

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.6.1

Wettelijk kader

Als een ruimtelijk plan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en (als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied) de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien (artikel 5.219g Bkl). Dit wordt de ‘Laddertoets’ genoemd. Voor het toetsen aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. 2. 3. 4. 5.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

4.6.2

Onderzoek

1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? In artikel 5.129g Bkl staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op grond van het Bkl is een stedelijke ontwikkeling als volgt gedefinieerd: "ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is." Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Als een plan met overige functies wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is de juridische lijn ten aanzien van de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijk uiteengezet (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Uit de uitspraak blijkt dat een bestemmingsplan dat voorziet in minder dan 11 woningen niet voorziet in een stedelijke ontwikkeling zoals deze in het toenmalige Besluit ruimtelijke ordening (Bro) was gedefinieerd. Voor wonen geldt dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De definitie van een stedelijke ontwikkeling uit het Bro is nagenoeg identiek aan de definitie uit het Bkl.

Voor deze Bopa wordt deze uitspraak daarom gebruikt om te beoordelen of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De voorliggende Bopa ziet op een extra termijn van 5 jaar voor het in stand houden van 24 woningen. Dit aantal is hoger dan 11 woningen. Doel van de Ladder is het voorkomen van leegstand en zorgvuldig ruimtegebruik. Binnen het huidige planologische kader heeft het projectgebied reeds een woonbestemming, daarmee wordt er in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik geen nieuwe woonbestemming toegevoegd. De vergunning voor het afwijken van het Omgevingsplan is nodig voor de aantallen en type woningen. Wanneer het gaat om het punt 'voorkomen van leegstand' gaat het om de behoefte naar de woningen. Zoals in hoofdstuk 1 is omschreven, is er eerder sprake van een verslechtering van de positie van deze doelgroep op de woningmarkt dan verbetering. Daarmee is juist de woningbehoefte toegenomen en zal er geen sprake zijn van leegstand. Daarnaast gaat het om een tijdelijke situatie van 5 jaar.

4.6.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

28

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

4.7

Omgevingsveiligheid

4.7.1

Toetsingskader

Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Het Plaatsgebonden Risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers. Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl).

Groepsrisico Het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen. Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brandof explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl).

Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen.

29

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

4.7.2

Onderzoek

Om na te gaan of er sprake is van risico's op het gebied van omgevingsveiligheid, is de signaleringskaart externe veiligheid geraadpleegd. Hieruit blijkt dat zich ten westen van het projectgebied een gasleiding bevindt. Het gaat om de gasleiding met het kenmerk N-505-60. Geen van de risicocontouren of aandachtsgebieden liggen over het projectgebied. De buisleiding leidt dan ook niet tot risico's op het vlak van omgevingsveiligheid in relatie tot het voornemen. Voor het onderliggende bestemmingsplan Stationsweg – de Tuinen uit december 2022 is een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de locatie wel binnen het invloedsgebied van Renewi ligt. Renewi is gevestigd aan De Lier 2 te Drachten. Aangezien in de voorliggende ruimtelijke motivering geen fysieke verandering in het gebied plaatsvindt, levert het voornemen geen wijziging van het groepsrisico op ten opzichte van de huidige situatie. Er is geen sprake van een toename van grootte van de populatie. Ten slotte voorziet onderhavige ontwikkeling niet in de totstandkoming van een nieuwe risicobron. Er is derhalve geen sprake van nieuwe risico's op het vlak van omgevingsveiligheid.

Figuur X. Omgevingsveiligheid (bron: EV-Signaleringskaart, 2024)

4.7.3

Conclusie

Het aspect omgevingsveiligheid zit de uitvoerbaarheid van het projectvoornemen niet in de weg.

30

Bopa Tijdelijke appartementen De Tuinen Drachten

4.8

Sociale veiligheid

Sociale veiligheid kan onder een evenwichtige toedeling van functies aan locaties vallen. Het kan zo zijn dat het college zelf het standpunt heeft ingenomen dat het aspect (sociale) veiligheid onder etfal valt. Etfal is immers een open norm en is dus vrij in te vullen. In deze Bopa wordt sociale veiligheid meegenomen. Gezien de doelgroep voor de woningen dient namelijk ook de sociale veiligheid van de bewoners van het complex evenals omwonenden belicht te worden. In de afgelopen vijf jaar zijn er enkele veranderingen doorgevoerd ten opzichte van de afgelopen tien jaar. De omwonenden zijn nauw betrokken geweest bij het participatieproces voorafgaand aan deze vergunningsaanvraag. Hierdoor is iedereen goed geïnformeerd en is er een compromis voor vijf jaar bereikt. Dit participatieproces was niet alleen nuttig voor de uitkomst, maar het heeft ook gezorgd voor een groter bewustzijn onder de bewoners, zodat zij weten waar ze terecht kunnen bij onveilige of hinderlijke situaties. Bovendien is Accolade nu volledig op de hoogte van het sentiment van de omwonenden en de buurt, wat hen helpt om overlast tegen te gaan. Zo is er bijvoorbeeld een wijkbeheerder aangesteld. Uit het participatietraject blijkt dat er enige overlast is door geluid, voornamelijk veroorzaakt door verkeer van aankomend en vertrekkend bezoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14959577/1