CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan Oudega - Waterfront Toelichting met wijzigingen

Het Debat 6 juli 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Oudega-Waterfront17.411 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Oudega - Waterfront

Oudega - Waterfront

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Juridisch planologisch kader 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 6

Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving 2.1 Masterplan Waterfront Oudega 2.2 Programma 2.3 Landschappelijke en stedenbouwkundige motivering 2.4 Welstandscriteria

7 7 8 9 17

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

18 18 19 23 24

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Ecologie 4.3 Externe veiligheid 4.4 Bodemkwaliteit 4.5 Waterparagraaf 4.6 Geluidhinder 4.7 Bedrijven- en milieuzonering 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 M.e.r.-verantwoording

27 27 32 35 36 37 40 41 43 44

Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Toelichting op het juridische systeem 5.2 Regels 5.3 Overige aspecten 5.4 Procedure

45 45 45 47 47

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

49 49 49

2

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

Toelichting

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

3

Oudega - Waterfront

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Oudega is met ongeveer 1.700 inwoners één van de grootste kernen in Smallingerland. Het is een dorp met een levendig en actief karakter waarbij de mensen die er wonen én werken nauw zijn betrokken. Toch wordt het steeds lastiger het niveau aan voorzieningen op peil te houden. Oudega (eigenlijk heel Smallingerland) ontleent haar betekenis vanuit het verleden vooral aan de ligging aan het open en bevaarbare water. In de loop van de tijd zijn Oudega en Drachten steeds verder van dit water af komen te liggen en veranderden de waterzijdes in achterkanten. De gemeente Smallingerland en de provincie Fryslân willen Smallingerland weer dichterbij de Friese Meren brengen. De kansen op versterking van de omgeving van Oudega zijn te vinden in het gebied zelf. Oudega ligt op een uniek kruispunt van landschappen: De Alde Feanen, De Friese Meren en De Noardlike Fryske Wâlden. Hierin liggen mogelijkheden die verder gaan dan alleen het vergroten van het wateroppervlak. Het gaat dan in eerste instantie om het onderkennen van die potentiële kwaliteit, het creëren van kansen en het benutten hiervan wanneer deze zich voordoen. Gemeente en provincie hebben daarom samen voor deze omgeving een gebiedsvisie (Bijlage 1) geschreven. De visie is in twee delen opgesplitst: een blauw-groen deel met de ontwikkeling van water en natuur en een meer rode ontwikkeling van een waterfront bij het dorp.

De gebiedsvisie is vertaald in het Masterplan Waterfront Oudega (zie paragraaf 2.1). In dit masterplan wordt een vervolg gegeven voor het rood (bebouwing); de ontwikkeling van het dorp en het gebied rond de haven. Het masterplan biedt een samenhangend toetsingskader voor de verdere ontwikkelingen per deelgebied en wordt juridisch verder uitgewerkt en vastgelegd in voorliggend bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van het initiatief planologisch mogelijk. Voor blauw-groen wordt te zijner tijd een eigen ruimtelijke procedure doorlopen.

1.2

Plangebied

Het plangebied heeft betrekking op de bestaande haven en de vergroting daarvan, de omliggende bebouwing om de haven en een deel van de agrarische gronden ten zuiden van Oudega. De ligging en begrenzing van het plangebied blijken uit de verbeelding van dit bestemmingsplan en uit onderstaand figuur 1.

4

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

Figuur 1. Plangebied

1.3

Juridisch planologisch kader

In het plangebied zijn diverse bestemmingsplannen van toepassing, te weten: Bestemmingsplan Buitengebied, 2013-06-11; Bestemmingsplan kleine kernen noord, 2012-04-13; Buitengebied 2013, 2e herziening, 2018-07-10; Het uitgewerkte planvoornemen in het masterplan is niet passend in bovengenoemde bestemmingsplannen omdat niet alle gewenste functies zijn toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan moet de gewenste functies mogelijk maken. Er wordt aangesloten bij de uniforme regeling uit de plansystematiek van de gemeente Smallingerland.

Het bestemmingsplan is globaal van opzet zonder dat dit ten koste gaat van de rechtszekerheid van de omgeving. Het globale karakter is gewenst om in te kunnen spelen op actuele behoeftes en omdat sommige delen van het plan nog niet in detail zijn uitgewerkt.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

5

Oudega - Waterfront

1.4

Leeswijzer

Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 nader op het plan ingegaan. Relevant overheidsbeleid is daaropvolgend in hoofdstuk 3 uiteengezet. Een omschrijving van de omgevingsaspecten betreffende de planologische en milieukundige randvoorwaarden is opgenomen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 betreft de toelichting op de juridische vormgeving van het bestemmingsplan en de hiervoor te volgen procedure. Als laatste is in hoofdstuk 6 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet. Bij dit bestemmingsplan zijn verder enkele bijlagen opgenomen waarnaar in deze toelichting wordt verwezen.

6

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

Hoofdstuk 2 2.1

Projectbeschrijving

Masterplan Waterfront Oudega

De gemeenteraad heeft op 10 maart 2020 het Masterplan Waterfront Oudega vastgesteld. Het waterfront Oudega is onderdeel van de gebiedsaanpak Oostelijke Poort Friese Meren. Het doel is om economische groei en leefbaarheid te stimuleren en land- en waterrecreatie met elkaar te verbinden. De aanpak is erop gericht om de Friese Wouden en de Friese Meren te verbinden, de watersportstructuur te versterken en de beroeps- en recreatievaart veiliger te maken door scheiding van vaarwegen. Het zijn de hoofdingrediënten waarmee de gebiedsaanpak Oostelijke Friese Meren (OPFM) het gebied tussen De Veenhoop en Drachten aantrekkelijk en leefbaar houdt en maakt. In 2013 is in opdracht van de gemeente een visie opgesteld waarin de beoogde verbeteringen zijn benoemd. In deze visie is het dorp Oudega de ontvangstlocatie voor bezoekers die aankomt over water en land. De nadruk ligt op blauw (water) en groen (natuur). De visie "Oudega aan het water" is gericht op het verbeteren en handhaven van de leefbaarheid en de toeristische ontwikkeling van het gebied. De realisatie tussen het water en het dorp wordt sterker en het aantal bezoekers vanaf het water en over land zal hierdoor toenemen. In de visie worden voor het gebied rondom de haven diverse suggesties gedaan.

In het Masterplan Waterfront Oudega is een invulling gegeven voor het rood (bebouwing); ontwikkeling van het dorp en het gebied rondom de haven. De doelstelling van het masterplan is om een adequate en concreet kader te bieden om het havengebied te herontwikkelen. Zodanig dat het een fraai en sfeervol onderdeel wordt van en voor het dorp en bijdraagt aan de versterking van het toeristisch product voor de watersporter, maar ook voor de andere recreanten. Onderstaande schets geeft aan hoe het kan worden. Deze schets zal niet letterlijk worden gerealiseerd, omdat de ontwerpen voor de diverse deellocaties nog moeten worden gemaakt. De schets is bedoeld als sfeerimpressie en is de basis voor het op te stellen bestemmingsplan. De schets is opgenomen als Bijlage 2. Het volledige masterplan is opgenomen als Bijlage 3. In het masterplan wordt in paragraaf 4.4 per deellocatie de hoofdlijn van de beoogde of mogelijke ontwikkeling aangegeven. Er worden referentiebeelden gepresenteerd die laten zien wat de gewenste uitstraling is. Tot slot wordt in het masterplan beschreven hoe en wanneer de realisatie gestalte zal (kunnen) krijgen.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

7

Oudega - Waterfront

Figuur 3. Impressie nieuwe situatie

2.2

Programma

Zoals in paragraaf 2.1 staat omschreven is de ambitie van "Oudega aan het water" gericht op het verbeteren en handhaven van de leefbaarheid en de toeristische ontwikkeling van het gebied. Om deze ambitie te realiseren worden voor het dorp en het gebied rondom de haven diverse functies toegevoegd. Het plan voorziet, naast het realiseren van 2,8 ha aan water in het volgende programma:

8

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

20 woningen (inclusief 5 drijvende woningen); maximaal 500 m2 horeca; maximaal 6 trekkershutten, chalets en andere vaste kampeermiddelen; 10 camperplekken; 2 recreatiearken; maximaal 375 m2 aan commerciële ruimte; Diverse kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van strandje en speelvoorzieningen; Herinrichting van de jachthaven (met oog voor voldoende plekken voor passanten en opbergplekken met een courante maatvoering). Hoe dit te realiseren programma landschappelijk en stedenbouwkundig is ingepast blijkt uit paragraaf 2.3.

2.3

Landschappelijke en stedenbouwkundige motivering

Het masterplan omvat een flink programma aan functies in en rond Oudega. Om deze functies op een goede manier in te passen in de omgeving is er gewerkt aan een landschappelijke en stedenbouwkundige doorvertaling van het masterplan. Op basis van een ruimtelijke analyse is er als eerste een ruimtelijk concept ontwikkeld. Dit ruimtelijk concept is vervolgens vertaald in een hoofdopzet voor de uitwerking van het masterplan. In het navolgende wordt hierop ingegaan.

Ruimtelijke analyse Uit een analyse van de historie en het landschap van het gebied blijkt dat er rond de haven verschillende ontwikkelingslijnen van het dorp bij elkaar komen als gevolg van de landschappelijke verschillen (zie onderstaande kaart).

Figuur 4. Landschapsty pen rond Oudega

Onderstaande afbeelding laat zien dat rond de haven verschillende landschappen (woudontginning, veenweide, beekdal en droogmakerij) samenkomen. Aan de westkant van de haven is sprake van een woudontginning, waaraan het dorp Oudega haar hoofdstructuur aan ontleent. Aan de oostzijde liggen de veenweidegebieden en daartussen als een wig een droogmakerij, die als polder nog steeds herkenbaar is in het landschap. Ten zuidwesten van de haven, langs de westrand van de droogmakerij is een nog een uitloper van het beekdal herkenbaar (de vroegere overgang naar/rand van de Oudgaster Zanding).

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

9

Oudega - Waterfront

Figuur 5. Landschapsty pen in en directe rond Oudega

Bebouwingsstructuur De genoemde landschappelijke verschillen zijn ook zichtbaar in de bebouwing (zie kaartje bebouwingsstructuur) en de hoofdopzet van het gebied en vormen daarmee ook een goede drager voor de inpassing van nieuwe ontwikkelingen rond de haven.

Figuur 6. Bebouwingsstructuur

De Fabrykswei (in rood) is een van de uitlopers van het woudontginningsdorp dat Oudega is. De weg ligt in de lijn van de verkavelingsstructuur van de woudontginning. In blauw is de bebouwing te zien in het gebied dat we 'Op 'e Wâl' noemen. Deze bebouwing ligt nu aan de kop van de polder, maar was vroeger op de Oudgaster Zanding gericht. Vroeger liep tussen deze bebouwing een informeel pad van west naar oost. De richting van deze bebouwing is in lijn met de verkavelingsstructuur van het veenweidegebied en staat hieronder onder een hoek met de bebouwing aan de Fabrykswei. Op de kaart is in donkergrijs de recentere bebouwing aangegeven. Deze bebouwing volgt niet meer het landschappelijk patroon, maar

10

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

kent een eigen stedenbouwkundige opzet waarbij de bebouwing vrijwel in alle gevallen haaks of evenwijdig aan de weg staat. Als gevolg hiervan zijn om de haven verschillende richtingen herkenbaar in de bebouwing. Bij nieuwe ontwikkelingen is het gewenst om de binding met landschappelijke onderlegger te versterken om de samenhang in de bebouwing te vergroten en de binding met het landschap te versterken.

Zichtlijnen In en om het plangebied is een aantal waardevolle zichtlijnen aanwezig en op een aantal plekken is de ervaring van de verschillende landschapstypen heel sterk. Voor een goede inbedding van het plan in de omgeving, is het noodzakelijk deze in te passen in het plan.

Figuur 7. Behoud zichtlijn v anaf de Fabry kswei op de hav en/buitengebied

Figuur 8. Doorzicht en zicht v anaf de pier ov er het Alddjip behouden

Qua zichtlijnen gaat het vooral om het zicht over Fabrykswei naar haven en het zicht vanaf de pier over het Alddjip. Vanaf de Gealânswei is het zicht op twee landschappen sterk voelbaar en vanaf de Eastersânning (17) en vanuit het hart van het plangebied is de ervaring van het open landschap in oostelijke richting heel sterk.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

11

Oudega - Waterfront

Figuur 9. Uitzicht en transparantie in oostelijke richting behouden

Ruimtelijk concept Het ruimtelijk concept heeft als hoofdprincipe dat de inpassing van de functies in het gebied geen uitbreiding van het dorp vormt, maar dat de functies een goede en logische overgang maken van dorp naar landschap (zie onderstaande afbeelding). Voor de hoofdopzet van het gebied wordt er ingezet op drie speerpunten. 1. Het koppelen van dorpse functies aan het dorp en het inrichten van het openbaar gebied in aansluiting op het dorpse karakter. 2. Het in het landschap laten opgaan van andere functies en deze inbedden in de landschappelijke context/structuren. 3. Het beleefbaar houden van het (open) landschap (voorkomen moet worden dat het hele gebied als het ware 'dichtslibt' met programma), mede door het inzetten van bestaande zichtlijnen.

Figuur 10. Verbeelding ruimtelijk concept

Functies in en bij het dorp Op 'e Wâl is van oorsprong een gebied met eigen karakter. In de loop van de tijd is het karakter wat verwaterd, maar met de nieuwe ontwikkelingen bestaat de kans om de eigenheid van het gebied te vergroten, zowel in bebouwing als in inrichting van de (openbare) ruimte. Voor de bebouwing wordt nadrukkelijk ingezet op bebouwing die past bij de haven en/of een agrarisch of (licht)industrieel karakter. De herontwikkeling van de kunstmestloods is hiervan een sterk begin. De hoofdrichting van het veenweidegebied is leidend voor de inpassing/situering van nieuwe bebouwing in het gebied Op 'e Wâl. Voor de inrichting van de openbare ruimte wordt ingezet op eigenheid en beslotenheid. Een duidelijk contrast tussen de beschutting/beslotenheid van dorp en het open landschap is kenmerkend voor Friese dorpen in open tot halfopen landschappen.

Functies in het landschap Nieuwe functies en bebouwing in het landschap worden zoveel mogelijk gekoppeld aan bestaande landschappelijke elementen en/of zijn ondergeschikt in het beeld. De Gealânswei en de beplante noordrand van de polder zijn voorbeelden van structuren waaraan programma gekoppeld kan worden. Midden in het gebied wordt de sfeer van het water dominant. Water, natuurlijke oevers met gras en/of riet, ruig gras en struiken met een incidentele boom bepalen het beeld. Bebouwing en functies zijn hieraan ondergeschikt.

12

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

Zichtlijnen De bestaande waardevolle zichtlijnen vanuit het dorp op het landschap worden gerespecteerd en ingepast. Het gaat hierbij allereerst om het zicht vanuit het dorp (over de Fabrykswei) richting de haven en vanuit de haven over het Alddjip naar het landelijk gebied. Een belangrijke landschappelijke ervaringslijn is het zicht vanaf de Eastersânning (en vanuit het hart van het gebied), vooral naar het oosten toe. Dit weidse vergezicht is waardevol. Vanaf de Gealânswei is het zicht op twee landschappen kenmerkend.

Hoofdopzet uitwerking masterplan De hoofdopzet voor de inrichting van het gebied is op het ruimtelijke concept en de genoemde speerpunten gebaseerd. In onderstaande toelichting worden de verschillende onderdelen toegelicht, waarbij verwezen wordt naar de nummers op de kaart.

Figuur 11. Hoof dopzet Oudega aan het water (v ersie 07-12-2020)

Functies in en bij het dorp De grens tussen dorp en landschap wordt zo scherp mogelijk vormgegeven (1), door de functies die horen bij het dorp zo compact mogelijk te clusteren en in aard en sfeer zo dorps mogelijk vorm te geven, passend bij het eigen karakter van Op 'e Wâl. Ook de inrichting van het dorpsplein en de aansluitende openbare ruimte krijgt een eigen karakter (2). Nieuwe bebouwing Op 'e Wâl heeft een agrarisch of 'industrieel' karakter en wordt gebouwd in de oorspronkelijke bouw-/verkavelingsrichting. De nieuwe 'fabriek'/het appartementengebouw (3) en de mogelijke (schuur)woning(en) op het achtererf van de bestaande boerderij (4) zijn hiervan voorbeelden. Met deze typologieën wordt tevens aangesloten op

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

13

Oudega - Waterfront

de herontwikkelde kunstmestloods met bijbehorende vrijstaande nieuwbouwwoning. De haven wordt herontwikkeld (5) met veel aandacht voor een soepele overgang van dorp naar landschap

Het dorp krijgt een nieuwe afronding met een dorpsplein aan het water. Dit plein wordt aan de zuidzijde begrensd door de haven en aan de noordzijde door nieuwe bebouwing op de plek van de oude fabriek. Aan de oostzijde van het plein is het mogelijk om nieuwbouw te plegen op achtererf van de naastgelegen boerderij. Deze bebouwing draagt dan bij aan de wandvorming van het plein. De nieuwe bebouwing rond het dorpsplein volgt de oorspronkelijke historische opzet van het dorp met woningen in de lijn van de oorspronkelijke landschappelijke verkaveling. Dit gebied 'op 'e Wâl' heeft van oudsher al een andere opzet gekend. De nieuwe bebouwing op de plek van de melkfabriek heeft daarom een kantige opzet en is in vormgeving geïnspireerd op de oude melkfabriek (3). De bebouwing wordt in hoofdvorm en situering aangehecht op de bestaande kleinschalige bebouwing van de Fabrykswei en heeft tegelijkertijd een duidelijk gezicht en front naar het nieuwe dorpsplein en de haven. Door de alzijdige oriëntatie van de bebouwing vraagt ook de vormgeving van de noordkant de nodige zorgvuldigheid. Met de keuze voor een schuurwoning op het achtererf van de bestaande boerdering (4) kan de sfeer van Op 'e Wâl verder versterkt worden.

Het dorpsplein heft een eigen karakter (2) en loopt informeel rond de nieuwe bebouwing en hecht zich aan de haven. Hierdoor ligt de haven echt in het dorp. Voor de inrichting van de openbare ruimte wordt ingezet op een eenduidig vormgegeven stenige ruimte die de nieuwe en bestaande bebouwing en de haven met elkaar verbinden. Het bestaande hoogteverschil wordt gehandhaafd en benut in de vormgeving van deze openbare ruimte. Bomen worden ingezet als verbindende elementen, bieden beschutting en dragen bij aan het vormgeven van het gewenste contrast tussen het beschutte/besloten dorp en het open landschap. Onder de bomen door bestaat er zicht op de haven en het landschap (zie referentiebeeld). Het beeld van de stenig ruimte wordt nog verder verzacht door de inpassing van groene elementen zoals hagen (zie referentiebeelden).

Figuur 12. Ref erentiebeeld v oor zicht op het landschap onder bomen door

14

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

Figuur 13. Ref erentiebeelden inf ormele dorpse inrichting en combinatie v erharding, bomen en groene elementen

De haven wordt vergroot om ruimte te maken voor courante ligplekken en goed toegankelijke passantenplekken (5). In vormgeving van de haven is een duidelijke overgang herkenbaar van dorp naar landschap. Het zuidelijk deel van de haven gaat langzaam over in het landelijke karakter van het gebied, onder andere door riet en ruigte een plek te geven in de haven.

Functies in het landschap Het landschappelijke deel van het plan bestaat voor een groot deel uit nieuw water te graven water met aan de oost- en zuidzijde brede gras-/ruigteranden en een lineair karakter (6). In het nieuwe water ligt een recreatie-eiland (7) met een (landschaps)strand, speelvoorzieningen en enkele passantenplekken (14).

Figuur 14. Ref erentiebeeld landschapsstrandje

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

15

Oudega - Waterfront

Aan de oostzijde van het meer worden vijf woonarken (geclusterd) ingepast langs een natuurlijk vormgegeven oever (8). Langs de westoever van het Alddjip worden twee recreatiearken ingepast evenwijdig langs de oever (10). Langs de Gealânswei worden ten noorden van de recreatiearken camperplekken ingepast (11). Deze zijn gekoppeld aan het pad en het water door een plaatsing haaks op de oever en/of het pad. Langs de oever wordt een steiger (met visplekken) aangelegd ten behoeve van kleine bootjes. Aan de zuidzijde van het nieuwe meer is een horecapaviljoen mogelijk in het water en/of tussen het riet (9). De bestaande beplante noordrand van de polder wordt 'opgedikt' (12). In en langs deze rand is ruimte voor bijzondere, kleinschalige recreatieverblijven en kunnen ook de parkeerplaatsen voor de horecavoorziening worden ingepast. Langs de randen, in het water en op overgangen van landschappelijke eenheden worden wandelpaden ingepast (13). Een vlonderpad (met brug) tussen de haven, het eiland en het horecapaviljoen vormt een verbijzondering in de routes.

Figuur 15. Ref erentiebeelden wandelroutes

De vijf woonarken langs de oostzijde van het gebied vragen bijzondere aandacht. De woonarken voegen zich op een natuurlijke wijze in het open, waterrijke landschap. De oriëntatie en ligging van de arken is zodanig gekozen dat er optimaal uitzicht is vanaf de boten naar de omgeving (zowel land- als waterzijde) en ook voldoende doorzicht is vanaf de Eastersânning tussen de boten door naar het water. Het kleur- en materiaalgebruik is passend bij de landschappelijke/natuurlijke omgeving en de arken hebben in de vormgeving een sterke binding met het water. De bouwvorm is maximaal 1,5 bouwlaag (plat afgedekt) ten opzichte van het water. De buitenruimte wordt vormgegeven als vlonder of terras boven het water of op het dak. De oever is publiek domein. Hier is alleen ruimte voor parkeerplekken en een berging in de lijn van de woonark. De bergingen worden gelijk vormgegeven om een rustig, aantrekkelijk beeld te realiseren. Eventuele overkappingen voor kleine bootjes zijn mogelijk, maar zijn ondergeschikt in het beeld. Ook voor de overkappingen wordt een gelijke uitstraling in vorm en materialisatie verwacht.

Figuur 16. Ref erentiebeelden woonark

Zichtlijnen Vanuit het dorp zijn er enkele waardevolle zichtlijnen ter herkennen. De zichtlijn vanaf de Fabrykswei op de haven (15) en het doorzicht en zicht vanaf de pier over het Alddjip (16) worden behouden in het plan.

16

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

Het uitzicht vanaf de pier verandert natuurlijk wel, maar de pier is en blijft het markante uitzichtpunt in de haven. Vanaf dit punt is er nog steeds uitzicht over het Alddjip, maar is er straks ook zicht richting het eiland en richting het landelijke gebied aan de oostzijde doordat een deel van de beplanting langs de haven wordt weggenomen. Vanaf de Eastersânning (17) en vanuit het hart van het plangebied is de ervaring van het open landschap in oostelijke richting heel sterk. In het ontwerp van het plan wordt de transparantie in oostelijke richting behouden. De inrichting van het gebied (open en natuurlijk) en de situering van de woonarken (grote tussenruimte) zijn hierop afgestemd.

Vanaf de Gealânswei is er zicht op twee landschappen, in het plan wordt hier op een nieuwe wijze vorm aan gegeven (18). Tussen de camperplekken en twee recreatieve arken voor de verhuur is er zicht vanaf de weg over het water en naar het westen toe. Het camperterrein wordt groen ingericht met een minimum aan verharding (en bebouwing) om de groene, landschappelijke kwaliteit van de plek te behouden. Ook met de inpassing van de recreatieve arken wordt rekening gehouden met behoud van bestaande kwaliteiten. Langs de weg wordt een brede groenzone gehandhaafd en de terreininrichting is groen zodat de arken en de bijbehorende erven zo ondergeschikt mogelijk zijn in het beeld en het landschappelijke karakter van de Gealânswei wordt gehandhaafd.

2.4

Welstandscriteria

Ingevolge het masterplan Waterfront Oudega en de hierin genoemde wenselijke ontwikkelingen en ambities, is het nodig de criteria voor dit gebied te herzien en te verfijnen in kleinere onderdelen. Een deel van de criteria vervangt de criteria van G4, lintbebouwing; een deel vervangt G2 buitengebied open (veen)landschap. Buiten het plangebied blijven de criteria ongewijzigd van toepassing. Daar waar nodig worden naast de gebiedsgerichte criteria tevens objectgerichte criteria van toepassing verklaard. Ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw is een beeldkwaliteitskader opgesteld (Bijlage 4). Het beeldkwaliteitskader vormt, samen met het voorliggende bestemmingsplan, na de uiteindelijke vaststelling door de gemeenteraad, de basis voor de aan te vragen (eventueel collectieve) omgevingsvergunning(en) voor het bouwen. Het beeldkwaliteitskader doorloopt een eigen procedure en wordt apart van het bestemmingsplan vastgesteld.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

17

Oudega - Waterfront

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Het beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente geeft uitgangspunten voor bestemmingsplannen. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van het relevante beleid voor het planvoornemen.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Het rijk heeft het beleid inzake de ruimtelijke inrichting en het mobiliteitsbeleid van Nederland tot 2040 vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Deze visie is vastgesteld op 13 maart 2012. De regering maakt ruimte voor groei en beweging en kiest ervoor de invulling van het ruimtelijk beleid voor een belangrijk deel over te laten aan provincies en gemeenten. Daardoor kan het Rijk zich richten op het behartigen van belangen die van nationale en internationale betekenis zijn. De minister vermindert stevig het aantal procedures en brengt eenheid in het stelsel van regels voor infrastructuur, water, wonen, milieu, natuur en monumenten. De ruimtelijke ordening wordt zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat gebracht (burgers en bedrijven) en er wordt meer overgelaten aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…'). Dit betekent minder nationale belangen en eenvoudigere regelgeving. Daarbij verwacht het Rijk dat medeoverheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en verdere integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. De gemeente is de overheid die het dichtst bij de burger staat en zorg draagt voor een veilige en leefbare woon- en werkomgeving.

In het ruimtelijk domein gaat het om de ruimtelijke ontwikkeling van stad en platteland in brede zin, waarbij onder meer belangen ten aanzien van mobiliteit, milieu, natuur, water, economie en wonen worden afgewogen. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028) en verbindt hier dertien nationale belangen aan. De drie hoofddoelstellingen van het Rijk zijn: 1. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor wat betreft nationale belangen ligt de nadruk op het verbeteren van milieukwaliteit en bereikbaarheid om zo de drie hoofddoelstellingen te dienen. De nationale belangen verzetten zich niet tegen het planvoornemen. 3.1.2

AmvB Ruimte (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Voor Smallingerland hebben deze regels geen gevolgen.

18

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte is het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, looptijd bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Voor uitwerkings- en wijzigingsplannen kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering van deze behoefte wordt doorgeschoven naar de toelichting behorende bij het uitwerkings- of wijzigingsplan. Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is.

Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt.

Op 18 juli 2012 hebben Provinciale Staten van Fryslân besloten om te stoppen met de planontwikkeling voor de spoorlijn Heerenveen – Groningen, maar wel een motie aangenomen, waarin het college van Gedeputeerde Staten is verzocht om te komen met een investeringsplan voor de gemeenten Smallingerland en Heerenveen om hen te compenseren voor het niet doorgaan van de spoorlijn. Provinciale Staten hebben op 3 juli 2013 de Investeringsagenda Drachten Heerenveen vastgesteld. Op 1 juli 2014 hebben uiteindelijk de gemeente Smallingerland, de gemeente Heerenveen en de provincie Fryslân de overeenkomst Investeringsagenda Drachten Heerenveen (IDH) ondertekend, daarmee is in totaal € 91,55 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan € 75,9 miljoen vanuit de provincie. Onderdeel van de Investeringsagenda Drachten Heerenveen is het project Oudega aan het Water, als onderdeel van Oostelijke Poort Merengebied. De doelstelling is om de kleinschalige toeristische en recreatieve bedrijvigheid te versterken en ontwikkelen in Oudega. Deels zal dit leiden tot versterking van de bestaande bedrijvigheid. Deels tot toevoegingen die de economische structuur versterken. Deze insteek wordt gedeeld door de bestaande bedrijvigheid in het dorp. Een aantal ondernemers is ook voornemens of overweegt om actief te gaan participeren in de plannen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Streekplan Fryslân

Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Het provinciaal beleid is onder meer neergelegd in het Streekplan Fryslân 2007 'Om de kwaliteit fan de romte', vastgesteld op 13 december 2006. De provincie Fryslân zet in op de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit bij veranderingen in het gebruik en de inrichting van de ruimte. Ruimtelijke kwaliteit dient zowel voor economische, sociale als culturele belangen en is daarmee voor alle functies in Fryslân essentieel. In paragraaf 2.5 van het Streekplan wordt ingegaan op recreatie en toerisme. De provincie heeft recreatiekernen aangewezen (m.u.v. de Waddeneilanden), bedoeld voor concentratie van de grotere recreatieve voorzieningen (verblijfs-, dag-, en vaarrecreatie). Oudega is aangewezen als recreatiekern. Buiten recreatiekernen, zijn kleinschalige ontwikkelingen mogelijk. Aan deze kleinschalige

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

19

Oudega - Waterfront

ontwikkelingen zijn voorwaarden gekoppeld met betrekking tot de omvang van voorzieningen dag-, vaaren verblijfsrecreatie. De nadruk ligt op recreatieve kwaliteitsverbetering met een verhoogde aandacht voor landschappelijke inpassing en verantwoordelijkheid van sector voor beheer natuur, landschap en erfgoed. De herkenbaarheid van landschappelijke kernkwaliteiten is randvoorwaarde. Voorliggend plan voorziet in de behoefte aan een aanbod van recreatievoorzieningen met toekomstperspectief. De kwaliteitsverbetering blijkt uit (Bijlage 3). Het planvoornemen is landschappelijk ingepast (zie paragraaf 2.3) en past binnen de uitgangspunten van het Streekplan. Bij de nieuwbouw voor stedelijke functies wordt aansluiting gezocht bij de Ladder duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.1.3 is hier op ingegaan. 3.2.2

Omgevingsvisie Fryslân

Op 21 oktober 2020 is de omgevingsvisie Fryslân vastgesteld. In wat voor Fryslân wilt u in 2025-2030 wonen, werken, recreëren, kortom: leven? Deze vraag stond centraal bij het maken van de nieuwe Omgevingsvisie van de provincie Fryslân. In het plan komt al het provinciale beleid voor de fysieke leefruimte te staan. Het gaat om de hoofdlijnen voor de ruimtelijke inrichting van Fryslân, de provinciale waterhuishouding, infrastructuur, natuur, landschap en milieu.

Bij de toepassing van de Ladder duurzame verstedelijking is aangegeven dat rekening moet worden gehouden met nieuwe ontwikkelingen en inzichten, w.o. ruimte voor klimaatadaptatie en duurzame energie. In onderbouwing van ruimtelijke plannen moet dit worden meegenomen. Sluit aan op principe ‘zuinig en meervoudig ruimtegebruik’. Geen indicaties meer in Omgevingsvisie voor woningtoename in bestaand bebouwd gebied en minimale woningdichtheden.

In de omgevingsvsie is het beleid met betrekking tot recreatie versoepeld. De concentratie en inpassing van recreatie wordt ingevuld via de inhoudelijke principes ‘zuinig en meervoudig ruimtegebruik’, ‘omgevingskwaliteiten als ontwerpbasis’, ‘koppelen en verbinden’. Van belang zijn kwaliteit en inpassing via de Nije Pleats aanpak. Er wordt nadruk gelegd op procesvoorwaarden, met als aandachtspunten: (markt)potenties, aansluiten bij bestaande voorzieningen (concentratievoordelen benutten), draagvlak omgeving, versterking cultuur- en natuurerfgoed en leefbaarheid in dorpen en steden.

Deze insteek sluit aan bij de behoefte aan revitalisering, modernisering en kwaliteitsverbetering van recreatievoorzieningen met toekomstperspectief. Een aantal daarvan, zoals onderhavige locatie, ligt buiten de recreatiekernen. Bij ontwikkelingen is flexibiliteit voor maatwerk gewenst. Zo moet per locatie via een Nije Pleats aanpak vervolgens de ontwikkelmogelijkheden worden bepalen. Deze werkwijze past in een integrale gebiedsgerichte aanpak en binnen de principes ‘omgevingskwaliteiten als ontwerpbasis’, ‘koppelen en verbinden’, ‘ja, mits’ en ‘ruim op inhoud, sturen op proces’. In algemene zin blijft de concentratie van recreatieve voorzieningen blijft wel van belang. Het plan is vormgegeven in samenspraak met gemeente, provincie en het dorp.

Het uitgangspunt 'De nadruk ligt op recreatieve kwaliteitsverbetering met een verhoogde aandacht voor landschappelijke inpassing en verantwoordelijkheid van sector voor beheer natuur, landschap en erfgoed. De herkenbaarheid van landschappelijke kernkwaliteiten is randvoorwaarde' wordt gehandhaafd. Er moet sprake zijn van een slimme groei van Friese Gastvrijheidseconomie. Versterking van cultuurtoerisme; geen massa en piekbezoeken, maar kwaliteit en spreiding in na- en laagseizoen en spreiding over de provincie, met accenten per regio. Behoefte aan modernisering en kwaliteitsverbetering van logiesaccommodaties met toekomstperspectief. Niet meer van hetzelfde, maar aanvullingen die het aanbod completeren. Uit onderzoek1 is gebleken dat deze nadruk nog steeds terecht is: niet meer van hetzelfde, maar aanvullingen die het aanbod completeren met aandacht voor inpassing in omgeving. 1 Onderzoek Verblijf srecreatie in Fry slân, Bureau v oor Ruimte en Vrije Tijd, april 2013, onderzoek t.b.v . ruimtelijk en toeristisch beleid. Position Paper Friese Gastv rijheidseconomie 2018.

20

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

De omgevingsvisie Fryslân staat, mits voldaan wordt aan de hiervoor genoemde uitgangspunten, de ontwikkeling niet in de weg. 3.2.3

Verordening Romte

In de Verordening Romte Fryslân (vastgesteld op 25 juni 2014) stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Deze regels moeten in gemeentelijke plannen worden vertaald. Voor dit plan zijn de volgende bepalingen uit de verordening relevant:

Bundeling Het plangebied ligt volgens de begrenzing van het landelijk gebied deels binnen het 'bestaand stedelijk gebied' (rode arcering) waar het gaat om de ontwikkelingen in het dorp en ten noorden van de aanwezige jachthaven en deels buiten het 'bestaand stedelijk gebied'. Buiten bestaand stedelijk gebied mogen in beginsel geen bouw- en gebruiksmogelijkheden voor stedelijke functies worden geboden. Een complex van recreatiewoningen is in de Verordening niet aangewezen als stedelijke functie en kan dus in het landelijk gebied worden toegestaan. Daarnaast maakt het planvoornemen het mogelijk om 5 drijvende woningen bedoeld voor permanente bewoning te realiseren. In een vooroverleg tussen de gemeente Smallingerland en provincie Fryslân op 2 mei 2019 heeft de provincie aangegeven dat permanente woningbouw min of meer grenzend aan het dorp overeenkomstig de gepresenteerde beelden acceptabel is en past binnen het beleid.

Figuur 8. Grens bestaand stedelijk gebied.

Ruimtelijke kwaliteit Hoofdstuk 2 van de verordening bevat regels ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit. Hierin is opgenomen dat in een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf opgenomen moet worden, waarin voor zover nodig wordt aangegeven op welke wijze:

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

21

Oudega - Waterfront

het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen; het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde de structuren van provinciaal belang zoals die, met inbegrip van een richtinggevend advies, per deelgebied of gebiedsoverschrijdend zijn omschreven in de structuurvisie Grutsk op 'e Romte. De ruimtelijke kwaliteitsparagraaf is verwoord in paragraaf 2.3 en in Bijlage 3. Hiermee is invulling gegeven aan de voorwaarden uit hoofdstuk 2 van de verordening.

Recreatie en toerisme Hoofdstuk 5 van de verordening stelt regels aan recreatieve voorzieningen, zoals recreatiewoningen en kampeerterreinen. Er kan een nieuw complex van recreatiewoningen worden toegestaan uitsluitend aan of nabij een recreatiekern, tot een maximum van 50 recreatiewoningen (artikel 5.1.2 van de verordening). Het planvoornemen voorziet in maximaal 6 vaste kampeermiddelen direct grenzend aan de recreatiekern Oudega.

Daarnaast kan in een ruimtelijk plan een nieuw kampeerterrein uitsluitend worden toegestaan in, aansluitend aan of nabij een recreatiekern, tot een maximum aantal van 200 standplaatsen (artikel 5.2.2 van de verordening). Het plan maakt maximaal 10 camperplekken mogelijk.

Op basis van artikel 5.3.1 van de verordening kan een uitbreiding van bestaande jachthaven worden toegestaan in, aansluitend aan of nabij een recreatiekern , waarbij het aantal ligplaatsen mag toenemen tot 250, dan wel het bestaande aantal ligplaatsen met 100 mag toenemen. De bestaande jachthaven heeft 92 ligplaatsen. Het planvoornemen maakt een uitbreiding tot 120 ligplaatsen mogelijk.

Tot slot kan in een ruimtelijk plan nieuwe dagrecreatieve inrichting worden toegestaan in, aansluitend aan of nabij een recreatiekern, tot een maximaal aantal van 150.000 bezoekers per jaar. In het plangebied worden diverse dagrecreatieve voorzieningen gerealiseerd in de vorm van een strandje en speelvoorzieningen. Gelet op de omvang van deze voorzieningen zal het aantal bezoekers Er is sprake van een nieuw, aansluitend complex van recreatiewoningen, camperplekken, jachthaven en dagrecreatieve voorzieningen, direct aansluitend aan een recreatiekern binnen de gestelde criteria die de verordening stelt. Voor nieuwe recreatieve voorzieningen geldt dat in de toelichting van het plan onderbouwd moet worden dat de inrichting milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar is in de omgeving en wat betreft schaal en verschijningsvorm inpasbaar is binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten.

Tevens moet worden onderbouwd dat de ontwikkeling bijdraagt aan verbreding of kwaliteitsverbetering van het toeristisch-recreatieve aanbod in de regio. Op alle hiervoor genoemde aspecten is in hoofdstuk 2 en daarbij behorende bijlagen van deze toelichting ingegaan.

Conclusie Het plan is in overeenstemming met de regels uit de Verordening Romte Fryslân.

22

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

3.2.4

Ontgrondingenverordening

Voor bepaalde werkzaamheden is op basis van de Ontgrondingenverordening Friesland een ontgrondingsvergunning nodig. In verband met de beoogde inrichting wordt een waterpartij van 32.000 m2 boezemwater gegraven. Uit artikel 2, eerste lid onder f van de Ontgrondingenverordening Friesland blijkt dat een een ontgrondingsvergunning niet vereist is voor ontgrondingen, die noodzakelijk zijn voor de verwerkelijking van een in een niet langer dan 10 jaar geleden onherroepelijk geworden bestemmingsplan aan de grond gegeven bestemming, mits: 4. in de bij het bestemmingsplan behorende planvoorschriften (beschrijving in hoofdlijnen) uitdrukkelijk is aangegeven dat de verwerkelijking van het plan een ontgronding inhoudt of insluit; 5. de diepte van de ontgronding niet meer bedraagt dan 2,00 m beneden het maaiveld of, wanneer de ontgronding plaatsvindt ten behoeve van de aanleg van een haven 2,00 m beneden het oppervlaktewaterpeil; 6. bij de ontgronding niet meer dan 10.000 m3 bodemmateriaal naar elders wordt afgevoerd of in depot wordt gezet; Uit de nadere uitwerking van de plannen blijkt dat er sprake is van een gesloten grondbalans en voldaan wordt aan de overige voorwaarden. Een ontgrondingenvergunning is in dit geval dan ook niet vereist.

Van de aanvang van ontgrondingsactiviteiten waarvoor geen vergunning ingevolge deze de ontgrondingen verordening is vereist dient veertien dagen tevoren schriftelijk melding te worden gedaan aan gedeputeerde staten. De benodigde melding wordt voorbereid en tijdig ingediend.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale afspraken Wonen 2016 - 2026, Woonregio Zuidoost Fryslân

Op regionaal niveau zijn afspraken ten aanzien van woningbouw vastgelegd door gemeenten en provincie. De gemeenten Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf vormen samen de regio Zuidoost. Op 5 februari 2019 heeft de provincie een brief gestuurd aan de regio Zuidoost met woningbouwafspraken voor de periode 2016 tot 2026. Hierin zijn per gemeente afspraken gemaakt over de maximale binnenstedelijke en buitenstedelijke woningbouwruimte.

Voor de gemeente Smallingerland is er een maximale woningbouwruimte van 1.251 woningen voor 2016 tot 2026, met een aandeel van 40% binnenstedelijk en 60% buitenstedelijk. Daarnaast geldt er binnenstedelijk een extra planologische ruimte van 250 woningen ten behoeve van uitval of vertraging van binnenstedelijke projecten. De woningen die mogelijk worden gemaakt met dit bestemmingsplan, passen binnen de beschikbare woningbouwruimte. Daarmee is de behoefte aan de woningen aangetoond en past het voornemen binnen de woningbouwafspraken van regio Zuidoost Fryslân.

In een vooroverleg tussen de gemeente Smallingerland en provincie Fryslân op 2 mei 2019 heeft de provincie aangegeven dat permanente woningbouw min of meer grenzend aan het dorp overeenkomstig de gepresenteerde beelden acceptabel is en past binnen het beleid mits het wonen aan/om de noordelijke plas wordt gesitueerd. Permanente woningen aan de zuidkant van de plas ligt te los van Oudega en zijn niet wenselijk.

Overigens is de gemeente Smallingerland bezig met een nieuwe gemeentelijke woonvisie, als opvolger van het woonbeleid en woningbouwprogramma uit 2016 (zie paragraaf 3.4.2). Deze wordt medio mei/juni 2020 vastgesteld. Hierin zal een geactualiseerd woningbouwprogramma worden opgenomen, waarin ook de woningen in Oudega zijn opgenomen.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

23

Oudega - Waterfront

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie gemeente Smallingerland

De gemeenteraad heeft in 2013 de Structuurvisie gemeente Smallingerland opgesteld als ruimtelijke vertaling van de Integrale Visie Smallingerland. Deze visie geeft een verkenning van de ontwikkeling van de gemeente Smallingerland voor een langere periode.

Voor de structuurvisie wordt de lijn van de integrale visie gevolgd. Het beleid van de gemeente richt zich op een aantal pijlers; werken, wonen, sport en recreatie, cultuur, onderwijs en wijken. Binnen deze pijlers wordt een aantal doelen geformuleerd. Voor dit plan zijn de pijlers 'wonen' en 'sport en recreatie' van belang.

Wonen Binnen deze pijler worden de volgende doelstellingen geformuleerd: eigen identiteit van buurten, wijken en dorpen behouden en waar mogelijk versterken; geslaagde initiatieven als milieuvriendelijk of energie neutraal wonen mogen niet ten onder gaan aan de wet van de remmende voorsprong; als gekozen wordt voor nieuwe woningbouw ontwikkelingen, dan kunnen deze alleen worden gerechtvaardigd vanuit een kwalitatieve aanvulling op het bestaande; meer dan gemiddelde aandacht voor het wonen in het centrum van Drachten. Het voornemen is om 20 woningen in Oudega te realiseren. De woningen zullen qua vorm en uitstraling in overeenstemming met de omgeving worden gerealiseerd, door te voldoen aan de geldende welstandsnormen. Daarmee blijft de identiteit van het gebied behouden. De woningen zullen een kwalitatieve toevoeging op de bestaande woonvoorraad in het gebied vormen. Daarmee is het voornemen in overeenstemming met de structuurvisie van de gemeente Smallingerland.

Sport en recreatie Binnen deze pijler worden de volgende doelstellingen geformuleerd: Gevarieerde voorzieningenaanbod handhaven en versterken, zoals onder meer zwemvoorziening “De Welle”, een wielerbaan, een rugbyaccommodatie, een atletiekcentrum, een honkbalstadion, een 'up to date' hockeycomplex, verschillende voetbalcomplexen, een groot sportcentrum naast twee sporthallen, waarvan één in gemeentelijk eigendom; De gemeente zal in samenwerking met de georganiseerde sport op de bres blijven staan voor de aanwezigheid en brede toegankelijkheid van een breed scala aan sportvoorzieningen, zowel gericht op topsport als breedtesport; Waterfront; de ligging van Drachten op het schakelpunt van land en water wordt met de Drachtstervaart weer meer tastbaar. Ook jachthaven De Drait (de grootste binnenhaven van het noorden) en de (industrie) Haven zijn bepalende elementen in de beleving van het water in de stad. Hier liggen de kansen om Drachten als oostelijke poort naar de Friesche meren beter op de kaart te zetten; De recreatieve sector in economisch opzicht maximale kansen geven.

Het beleid rond sport, cultuur, middenstand, horeca en centrumontwikkeling is hiermee annex; Dit geldt in niet mindere mate voor infrastructurele voorzieningen (zoals de vaarweg naar het Westerkwartier, het uitgraven van de Drachtstervaart, het openstellen van het Polderhoofdkanaal), maar ook veel aandacht voor wandel-, fiets- en ruitervoorzieningen; Houden van de regie op de recreatieve kwaliteit van de stadsranden ten behoeve van recreatie dicht bij huis.

24

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

In Hoofdstuk 2 is uiteengezet dat het waterfront Oudega onderdeel is van de gebiedsaanpak Oostelijke Poort Friese Meren. Het doel is om economische groei en leefbaarheid te stimuleren en land- en waterrecreatie met elkaar te verbinden. De aanpak is erop gericht om de Friese Wouden en de Friese Meren te verbinden, de watersportstructuur te versterken en de beroeps- en recreatievaart veiliger te maken door scheiding van vaarwegen. Het zijn de hoofdingrediënten waarmee de gebiedsaanpak Oostelijke Friese Meren (OPFM) het gebied tussen De Veenhoop en Drachten aantrekkelijk en leefbaar houdt en maakt. het planvoornemen leidt tot een kwalitatieve recreatieve toevoeging in lijn met de doelstellingen. Daarmee is het voornemen in overeenstemming met het woonbeleid van de gemeente Smallingerland. 3.4.2

Woonvisie Smallingerland

Een leefbare en vitale gemeente met aantrekkelijke en toekomstbestendige woningen. Dát wil gemeente Smallingerland graag zijn en blijven. Vernieuwing van het gemeentelijk woonbeleid is nodig, omdat de woningmarkt in de afgelopen jaren erg veranderd is. De gemeente Smallingerland ziet druk op de woningmarkt en een veranderende vraag van verschillende doelgroepen. Ook verandert de bevolkingssamenstelling en vraagt de energietransitie om een nieuwe aanpak. De gemeente heeft in het kader hiervan een nieuwe, voor de lange termijn en gedragen, Woonvisie opgesteld. Met de Woonvisie wordt inzicht verkregen in de precieze ontwikkelingen op de woningmarkt zodat de gemeente goed kan inspelen op de veranderende woningmarkt. Een nieuwe visie is gewenst omdat de woningmarkt de laatste jaren veranderd is. Ook is er nieuwe wetgeving, er zijn nieuwe huishoudensprognoses en duurzaamheid is steeds belangrijker. Op al deze ontwikkelingen wil de gemeente op tijd reageren en de toekomstige woningbouw op aanpassen. Ook investeringen in de bestaande woningvoorraad en een leefbare woonomgeving zijn belangrijk. In het woningbouwprogramma dat onderdeel uitmaakt van de Woonvisie zijn de 10 woningen op de locatie zuivelfabriek, 5 woonarken en de 5 woningen op de locatie van de kunstmestloods opgenomen. 3.4.3

Woningbouwprogramma 2018 - 2025

Betaalbaar, prettig en duurzaam wonen moet overal in de gemeente Smallingerland mogelijk zijn, ook in de dorpen. Het Woningbouwprogramma 2018 - 2025 biedt meer mogelijkheden om flexibel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen op de woningmarkt. Nieuwe woningen moeten inspelen op maatschappelijke en demografische ontwikkelingen. De gemeente stimuleert flexibele bouwconcepten. De gemeente Smallingerland werkt aan een nieuw woonbeleid dat inzet op versnelling, bouwen voor de toenemende vraag en specifieke doelgroepen. In de dorpen moet maatwerk mogelijk zijn. Initiatieven in dorpen die passen binnen de aard en structuur van het dorp, worden positief benaderd. Het woningbouwprogramma wordt op basis van dit beleid aangepast. Voor Oudega is een woningbouwnotitie opgesteld met de uitgangspunten van het gemeentelijk woonbeleid, een analyse van de woningvoorraad in het dorp en de resulaten van een enquête door Dorpsbelang Oudega naar woonbehoefte. De notitie woningbouwnotitie Oudega is als Bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. In het woningbouwprogramma is een woningbehoefte berekend van 900 woningen voor de periode 2015-2025. Dit komt neer op 90 woningen per jaar. Daarnaast zet de gemeente in om particulier opdrachtgeverschap te stimuleren en maatwerk te bieden in overleg met de aanvragers. In het woningbouwprogramma is Oudega opgenomen.

Omdat er reeds ruimte is opgenomen in het woningbouwprogramma past het plan binnen de gestelde kaders.

Conclusies notitie woningbouwnotitie Oudega Vanuit het gemeentelijk woonbeleid is het voorstel om nieuwbouw van woningen in Oudega in de koopsector in kleine aantallen en gefaseerd over meerdere jaren plaats te laten vinden. Dit sluit aan op

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

25

Oudega - Waterfront

het advies van de makelaars. Vanuit duurzaam ruimtegebruik komen hiervoor eerst inbreidings- en/of herbestemmingslocaties aan bod. Daarnaast is het voorstel om een beperkt aantal huurwoningen toe te voegen. Wanneer blijkt dat woningen van de corporatie daarna lastiger te verhuren zijn, dan kan het betekenen dat de corporatie gaat ingrijpen in haar woningvoorraad in Oudega, bijvoorbeeld door verkoop. Leegstand van sociale huurwoningen is niet wenselijk (verpaupering). Verkoop van deze woningen biedt kansen voor starters of inwoners met een laag inkomen omdat voormalige huurwoningen meestal in het betaalbare segment te koop worden aangeboden.

Wanneer nieuwbouw van koopwoningen in te grote aantallen plaatsvindt, dan bestaat de kans op overaanbod. Gevolg hiervan is dalende prijzen en mogelijk onverkoopbare woningen. Dit kan de doorstroming belemmeren. Ook moeten we rekening houden met de demografische veranderingen waaronder een afnemende huishoudensgroei / andere bevolkingssamenstelling. De belangstelling voor huurwoningen in Oudega is beperkt. De wenselijke verhouding op basis van de enquête is lager dan de werkelijke verhouding in de woningvoorraad: gewenst 14% huur, huidig 18% huur. Dit sluit aan op cijfers van de corporatie die in het algemeen vanuit de dorpen zelf weinig belangstelling ziet voor haar huurwoningen. Kwalitatief is er mogelijk wel vraag omdat bijvoorbeeld 'bejaardenwoningen' niet aansluiten op de wensen van de huidige senioren die een huurwoning zoeken. Ook kunnen inwoners een te hoog inkomen hebben om voor een corporatiewoning in aanmerking te komen. 3.4.4

Bestemmingsplan Parapluplan Terrassen Smallingerland

Op 4 mei 2016 is het bestemmingsplan "Parapluplan Terrassen Smallingerland" vastgesteld door de gemeenteraad. Dit paraplubestemmingsplan is van toepassing op een groot aantal bestemmingsplannen in de gemeente. De geldende bestemmingsplannen, voor zover het de openbare ruimte betreft, voorzien niet in het mogelijk maken van een terras bij een horecabedrijf. In voorliggend bestemmingsplan is de regeling uit dit parapluplan opgenomen. 3.4.5

Parkeernormennota 2015

De gemeente Smallingerland heeft op 17 februari 2015 de "Parkeernormennota 2015" vastgesteld. In dit bestemmingsplan is rekening gehouden met het parkeerbeleid zoals dat in de "Parkeernormennota 2015" is vastgelegd. 3.4.6

Welstands- en reclamenota 2014

Het welstandsbeleid van Smallingerland is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving dient te behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen met de openbare ruimte de dagelijkse leefomgeving van de mensen in Smallingerland. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Het doel van het welstandstoezicht is om, in alle openheid, een bijdrage te leveren aan de belevingswaarde van de gemeente Smallingerland. Door het opstellen van welstandsbeleid wil de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht inrichten.

In alle gevallen moet een aanvraag voor een omgevingsvergunning, waar het gaat om bouwen, voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de Welstandsnota Smallingerland. Zoals in paragraaf 2.4 reeds is aangegeven, wordt ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw een beeldkwaliteitskader opgesteld. Het beeldkwaliteitskader vormt, samen met het voorliggende bestemmingsplan, na de uiteindelijke vaststelling door de gemeenteraad, de basis voor de aan te vragen (eventueel collectieve) omgevingsvergunning(en) voor het bouwen. Het beeldkwaliteitskader doorloopt een eigen procedure en wordt apart van het bestemmingsplan vastgesteld.

26

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

Oudega - Waterfront

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

In het hiernavolgende is kort ingegaan op de diverse omgevingsaspecten in het plangebied. Het gaat hierbij om verschillende wettelijk verplicht te beschouwen aspecten en sectoraal beleid uit oogpunt van ruimtelijke ordening/planologie dan wel milieu bezien. De uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan stuit niet op belemmeringen met betrekking tot onderstaande omgevingsaspecten. Er is dan ook volstaan met het voor zover noodzakelijk ingaan op het wettelijk kader en het eventueel benoemen van relevante aspecten met betrekking tot het plangebied.

4.1

Erfgoed

De belangrijkste wettelijke basis voor het behoud van erfgoed is per 1 juli 2016 de Erfgoedwet. De kern van deze wet is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan vanwege de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) een analyse van cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient vanwege voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.1.1

Archeologie

Voor het plangebied is op basis van de provinciale archeologische beleidskaart (FAMKE) onderzocht welke archeologische waarden aanwezig zijn. Op deze kaart is op basis van zowel de aanwezige archeologische monumenten als de te verwachten archeologische waarden een advies aangegeven. De FAMKE bestaat uit twee provinciedekkende advieskaarten, één voor de periode Steentijd - Bronstijd, en één voor de periode IJzertijd - Middeleeuwen. Voor het betreffende plangebied kan op basis van de kaarten uit de twee verschillende perioden tot de volgende conclusies worden gekomen.

Steentijd - Bronstijd De advieskaart “Steentijd - Bronstijd” geeft aan dat voor een deel van het plangebied onderzoek nodig is bij grote ingrepen (donkergroen). Van deze gebieden wordt vermoed, op basis van eerder onderzoek dat eventuele aanwezige archeologische resten uit de steentijd al ernstig verstoord zijn. Voor de meeste kleine ingrepen is hier dan ook geen verder onderzoek noodzakelijk. Diepere sporen en vondsten kunnen evenwel nog intact zijn. Een uitzondering geldt voor zeer omvangrijke ingrepen van meer dan 2,5 hectare. Voor dergelijke grote ingrepen adviseert de provincie een karterend proefsleuvenonderzoek. Het te realiseren programma binnen het advies 'onderzoek bij grote ingrepen' is kleiner dan de door de provincie gestelde ondergrens van 2,5 hectare m², zodat een karterend proefsleuvenonderzoek niet vereist is.

De overige gronden (lichtgroen) hebben het advies geen onderzoek noodzakelijk. Dit advies wordt gegeven als op basis van eerder onderzoek is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of wanneer de archeologische verwachting op gefundeerde gronden zeer laag is, en waar eventuele resten uit de steentijd zich vermoedelijk zodanig diep onder het maaiveld bevinden dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is.

NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401

27

Oudega - Waterfront

Figuur 9. Fragment Famke periode Steentijd - Bronstijd

IJzertijd - Middeleeuwen Volgens de advieskaart “IJzertijd - Middeleeuwen” geldt voor een deel van het perceel het advies “Streven naar behoud” (rood weergegeven). Van deze terreinen is bekend dat zij waardevolle archeologische resten uit de periode bronstijd en later kunnen bevatten. Van deze terreinen is bekend dat zij waardevolle archeologische resten uit de periode bronstijd en later bevatten. Binnen deze gebieden wordt afgeraden ingrepen te verrichten, die het bodemarchief kunnen schaden. Ter bescherming van deze archeologische waarden is in het plangebied een dubbelbestemming "Waarde Archeologisch/cultuurhistorisch waardevol gebied" met daaraan gekoppeld een beschermende regeling opgenomen. Dit houdt in dat voor het uitvoeren van bepaalde (grond)werkzaamheden een omgevingsvergunning benodigd is. In het geldende bestemmingsplan is het betreffende gebied eerder al beschermd. In het nieuwe plan is dit gebied overgenomen.

Voor de locatie van de voormalige zuivelfabriek is een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (Bijlage 7). Uit het booronderzoek blijkt dat in het plangebied tussen de verstoorde toplaag en de top van het dekzand een ophogings-/bewoningslaag uit de Nieuwe tijd voorkomt. De oorspronkelijke top van het dekzand is waarschijnlijk niet meer intact. Intacte bewoningssporen uit de Steentijd worden daarom niet meer verwacht. De kans is groot dat dieper ingegraven grondsporen (zoals paalgaten, waterputten enfunderingen) uit latere perioden (Bronstijd Nieuwe Tijd), en dan vooral de Nieuwe tijd, in het dekzand en/of in de ophogings-/bewoningslaag voorkomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied aanwijzingen voor een archeologische vindplaats voorkomen. Daarom wordt geadviseerd om archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren. Een archeologisch vervolgonderzoek is in beginsel niet nodig als er voor gekozen wordt om archeologisch vriendelijk te bouwen. Er zijn diverse mogelijkheden om

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10228418/4