Bijlage 1 Bestemmingsplan Drachten Wetterwille
Tekst van het document
De plannen zijn voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Van Wetterskip Fryslân, Provincie Fryslân, Brandweer Fryslân en leidingbeheerder Liander zijn reacties ontvangen. Deze zijn hierna samengevat en beantwoord. Wetterskip Fryslân Het Wetterskip vraagt zich af over er betreffende het plan eerder contact met hen is geweest over de Watertoets. Als deze nog niet via de digitale watertoets is aangevraagd, dan het verzoek dit alsnog te doen. Inhoudelijk wordt opgemerkt dat het plangebied een hoofdwatergang raakt. Deze watergang is belangrijk voor de aan-, af-, en doorvoer van water in het gebied, deze aan-, af- en doorvoer moet in de plannen en visies gegarandeerd kunnen worden. Hoofdwatergangen kennen een beschermingszone van 5 meter aan weerszijden. Deze beschermingszone is nodig voor onderhoud en beheer van de hoofdwatergang en zorgt ervoor dat de watergang goed bereikbaar is. Voor werkzaamheden aan/in de watergang en in de beschermingszone is een watervergunning nodig. Verder ligt het plangebied ligt vrij voor de boezem. Dat wil zeggen dat het gebied niet beschermd is tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Het Wetterskip adviseert hierbij om rekening te houden met de drooglegging/aanleghoogtes. 28
Antwoord: De watertoets is aangevraagd en opgenomen in de bijlage bij deze toelichting. De adviezen over de hoofdwatergang en de drooglegging zijn verwerkt in de waterparagraaf in paragraaf 4.8. Provincie Fryslân Provincie Fryslân haalt aan dat uit de uitgevoerde ecologische quickscan blijkt dat voor bepaalde soorten nader onderzoek nodig is en merkt daarbij op dat wanneer dit onderzoek in de ontwerpfase nog niet gereed is, er een mogelijkheid is om in afstemming met de provincie een motivering op te nemen over de verwachting of een ontheffing mogelijk is.
In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door in het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Daarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld gevelstenen met openingen die geschikt zijn voor verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen. Antwoord: Natuurinclusief bouwen is een aspect dat niet in bestemmingsplan geregeld kan worden. Wel wordt in het plan een grote mate van groen ingebracht en worden waardevolle bomen beschermd. Verder wordt de ontwikkelaar op de ontwikkelaar op de hoogte gebracht van de, door de provincie aangehaalde checklist, met punten waarmee bij stedelijke ontwikkeling rekening gehouden kan worden. Voor de ontwikkeling worden geen aanvullende eisen gesteld op dit vlak. Brandweer Fryslân Brandweer Fryslân heeft geen bezwaar tegen de bestemmingswijzigingen. Wel voorzijn zij in het plangebied een knel-/ aandachtspunt met betrekking tot bluswatervoorziening en bereikbaarheid. Op dat vlak worden enkele adviezen gegeven ten aanzien van de uitvoering van het plan. Antwoord: De ontwikkelaar is op de hoogte gesteld van de adviezen. Bij de verdere uitwerking van de plannen wordt de brandweer meegenomen in de communicatie. Liander Vanuit Liander zijn er geen planologische opmerkingen op het bestemmingsplan.
Participatie De direct belanghebbenden zijn bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan op de hoogte gebracht en worden ook op de hoogte gehouden over de voortgang. Het plan wordt daarom niet ter inzage gelegd voor inspraak.
29
BESTEMMINGSPLAN DRACHTEN, DE WETTERWILLE
Antwoord: De gemeente stelt het aanbod op prijs. Inmiddels is het onderzoek naar vleermuizen afgrond en verwerkt in paragraaf 4.6. hieruit blijkt dat wel een ontheffing nodig is. Daarover zal afstemming plaatsvinden met de dienst van de provincie.
BESTEMMINGSPLAN DRACHTEN, DE WETTERWILLE
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is vervolgens gedurende zes weken, ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar maken. Er is één zienswijze ingediend door provincie Fryslân, waarin opmerkingen zijn geuit op de wijze van uitvoeren van het stikstofonderzoek. Naar aanleiding daarvan is het stikstofonderzoek aangepast. Dit heeft niet geleid tot andere conclusies. De provincie is hiervan op de hoogte gebracht. Vaststelling De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Voorgesteld wordt om het bestemmingsplan ongewijzigd vast te stellen. Tegen het besluit tot vaststelling is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.3 Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het initiatief betreft de bouw van een woningbouwplan met 60 woningen. De ontwikkelende partij zal de ontwikkelingskosten betalen uit de opbrengsten van de woningen. Op basis van de behoefte aan woningen is er voldoende zicht op de financiële haalbaarheid. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Omdat de gronden in eigendom van de gemeente zijn, is het niet nodig om het kostenverhaal te regelen. De kostenverdeling wordt bij de verkoop geregeld.
Tussen de gemeente en de ontwikkelaar is een anterieure overeenkomst gesloten, voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.
30
BIJLAGE 1
BOUWENVELOPPE DE WETTERWILLE Betekenis van plek:
• onderdeel van het landschappelijk casco • groene omlijsting naar de omgeving • royale waterpartij aan de Wetterwille • openbaar toegankelijk park als binnenruimte • mix van woningtypologien: gezinswoningen en seniorenwoningen • stedenbouwkundig hoogte accent op hoek richting het Noord
Eisen inrichting buitenruimte: In landschappelijk casco
visie op hoofdlijnen
Bouwenveloppe de Wetterwille, onderdeel van Koop- en realisatieovereenkomst / 09-2022 / gemeente Smallingerland
• Groene omlijsting naar omgeving: • Aan zuidelijke erfgrens langs bestaande sloot middels een onderhoudspad (min 5m breedte, waarvan max 1,5m verhard ten behoeve van achterontsluiting) • Aan oostzijde middels ontsluitingsstraat (6m breedte) met dichte houtwal op erfgrens (minimaal 2,5 m breedte) • Aan noordzijde middels groene oever / rietkraag tussen bebouwing en bestaande waterpartij • Aan parkzijde: middels open groen, met een heldere (in het architectuurbeeld opgenomen) afscheiding tussen privé buitenruimten en openbaar gebied (max 2,5m van gevel) • park met open groenkarakter met enig reliëf (maximale helling 1:3) en behoud waardevolle bomen; • ontsluitingsweg door het park van 3,5 meter breedte met eenrichtingsverkeer; • heldere entrees (accentuering dammen) vanaf Wetterwille • parkeren binnen plangebied. De parkeernormen die gelden zijn: Appartementen: 1,8 / Rijwoningen 1,9 Patio’s 1,9 • parkaren vindt plaats de aangewezen parkeerkoffers (zie visie op hoofdlijnen) of op eigen achtererf. Parkeren is niet mogelijk langs straat door park - dit dient fysiek, doch subtiel, onmogelijk gemaakt; • parkeren landschappelijk ingepast zodat deze vanuit het park minimaal zichtbaar is; • waterinfiltratie en waterberging in parkstructuur en reliëf oplossen; • afwaarderen profiel Wetterwille + doorgang richting het Noord ten behoeve van groen. pag.
1
STEDENBOUWKUNDIGE KADERS Eisen Hoofdgebouw:
DEELGEBIED 1
6
2
10
20 o / 45 o
principedoorsnede
legenda
11
4
14
20 o / 45 o
bouwvlak (wonen) rooilijn zone entree zijde
xx
water 6
2
10
X
7,5
2
7,5
0o
20 o / 45 o
X
7,5
6
2
10
20 o / 45 o
parkeren eigen erf
2 xx
A
7,5
0o
ontsluitingsweg
• plaatsing binnen bouwvlak; • maximaal 2 lagen met plat dak, met voldoende variatie in hoogte (minimaal 30% van gevel is 1 laag met plat dak om relatie met achterliggend park vanaf Wetterwille te leggen); • maximale bouwhoogte 7,5 meter; • bebouwing heeft een overhoekse uitstraling richting park; • entree geörienteerd op straat, representieve gevel aan achterzijde richting park/water, niet-repenterend binnen rooilijnzone; • terugliggende bouwvolumes aan achterzijden tussen de individuele woningen; • er is sprake van een evenwichtige en heldere massaopbouw; • gelaagde overgang tussen openbaar en privé ruimten; • voordeuren zijn in samenhang met private parkeervoorziening en bijgebouwen vormgegeven; • installaties of zonnepanelen niet zichtbaar vanaf de weg en/of park
Eisen Bijgebouwen:
• bijgebouw in één helder bouwvolume gecombineerd met naastliggende kavel • bijgebouw is eenvoudig, 1 laag met plat dak • maximale bouwhoogte 3 meter
X
7,5
2
7,5
0o
park nader in te vullen
X
7,5
2
7,5
0o
max. goothoogte 7 meter X
A 6
2
10
20 o / 45 o
7,5
2
7,5
0o
2 lagen met platdak
hellingshoek dak max. bouwhoogte 7,5 meter
6
2
10
20 o / 45 o
Bouwenveloppe de Wetterwille, onderdeel van Koop- en realisatieovereenkomst / 09-2022 / gemeente Smallingerland
Eisen Beeldkwaliteit:
• aanvullend tov Welstandsbeleid G19a • extra eisen met betrekking tot opmaak: gevels hebben een veel hout in zich, combinatie met steen (gedempte lichte kleur) is mogelijk mits niet overheersend. • extra eisen met betrekking tot bijgebouwen: vormgeving en opmaak in samenhang met hoofdgebouw • extra eisen met betrekking overgang privé en openbare ruimte: een heldere (in het architectuurbeeld opgenomen) afscheiding tussen privé buitenruimten en openbaar gebied (max 2,5m van gevel) • het overkappen van terrassen is niet toegestaan. pag.
2
STEDENBOUWKUNDIGE KADERS Eisen Hoofdgebouw:
DEELGEBIED 2
principedoorsnede AA
• maximaal 2 lagen met zadeldak, • maximale goothoogte 6 meter • maximale bouwhoogte 10 meter; • kapvorm met nokrichting parallel aan weg, incidenteel variatie mogelijk om entrees of plekken te benadrukken • bebouwing heeft een royale (minimaal 1,8 m) setback in de vorm van een veranda aan parkzijde; • entrees zijn geörienteerd op park • installaties of zonnepanelen zijn opgenomen in dakvolume
principedoorsnede BB
legenda bouwvlak (wonen)
bouwvlak (wonen)
rooilijn zone
rooilijn
entree zijde
min. 5 meter afstand tussen sloot en erf
water
nok richting 11
4
14
20 o / 45 o
entree zijde
parkeren eigen erf hagen
Eisen Bijgebouwen:
• bijgebouw in één helder bouwvolume gecombineerd met naastliggende kavel • bijgebouw is eenvoudig, 1 laag met plat dak • maximale bouwhoogte 3 meter,
ontsluitingsweg xx
X
7,5
2
7,5
0o
parkeren X
7,5 X
7,5
X
2
7,5
0o
7,5
2
7,5
0o
X
7,5
2
7,5
0o
A 6
2
10
20 o / 45 o
2
10
20 o / 45 o
2 xx
7,5
6
max. goothoogte 7 meter 2 lagen met platdak
B
0o
B
hellingshoek dak park nader in te vullen
max. bouwhoogte 7,5 meter
6
2
10
20 o / 45 o
6
2
10
20 o / 45 o
11
4
14
20 o / 45 o
Eisen Beeldkwaliteit:
• aanvullend tov Welstandsbeleid G19b ontsluitingsweg • extra eisen met betrekking tot opmaak: • gevelmateriaal: houtwerk in plint en veranda / basis = gemesteld wandel / fiets route • kleurgebruik gevel: lichte zandkleuren, beperkte kleur variatie max. goothoogte 6 meter tussen materiaalsoorten , 2 lagen met kap • zorgvuldige detaillering in harmonie met de park omgeving, • extra eisen met betrekking bijgebouwen: hellingshoek dak vormgeving en opmaak in samenhang met hoofdgebouw max. bouwhoogte 10 meter • extra eisen met betrekking overgang privé en openbare ruimte: privé buitenruimte aan gevel max. goothoogte 11 meter in samenhang met architectuur vormgegeven
parkeren eigen erf
4 lagen met kap
A
hellingshoek dak
Bouwenveloppe de Wetterwille, onderdeel van Koop- en realisatieovereenkomst / 09-2022 / gemeente Smallingerland
max. bouwhoogte 14meter
pag.
3
STEDENBOUWKUNDIGE KADERS 6
2
10
20 o / 45 o
Eisen Hoofdgebouw:
DEELGEBIED 3
principedoorsnede
bouwvlak (wonen)
legenda
rooilijn zone
entree zijde
A
bouwvlak (wonen)
6
water
rooilijn
20 o / 45 o
entree zijde
11
4
14
20 o / 45 o
water
parkeren eigen erf xx
ontsluitingsweg
A
X
7,5
X
2
7,5
0o X
7,5
6
2
10
20 o / 45 o
o
2 0o
X
7,5
7,5
0o
2
X
7,5
2
2 lagen met platdak
X
7,5
7,5
2 xx
7,5 0 max. goothoogte 7 meter
7,5
Eisen Beeldkwaliteit:
• aanvullend tov Welstandsbeleid G19c parkeren eigen erf min. 5 meter afstand tussen • extra eisen met betrekking tot hoofdvorm: sloot en erf ontsluitingsweg • balkons/buitenruimten en bergingen zijn inpandig opgelost en nok richting ondergeschikt aan hoofdvorm, entree zijde • alzijdige uitstraling max. goothoogte 7 meter hagen • extra eisen met betrekking tot opmaak: 2 lagen met platdak • gevelmateriaal: pm parkeren • kleurgebruik gevel: lichte zandkleuren, beperkte kleurvariatie hellingshoek dak parkeren eigen erf tussen materiaalsoorten max. bouwhoogte 7,5 meter ontsluitingsweg • zorgvuldige detaillering in harmonie met de parkomgeving
2 rooilijn zone
10
bouwvlak (wonen)
• plaatsing binnen bouwvlak / maximaal 50% gebouwd • gebouw presenteert zich als een duidelijk zelfstandig volume • er is sprake van een evenwichtige en heldere massaopbouw • bebouwing heeft een overhoekse uitstraling richting fietsroute • bebouwing heeft heldere entree gericht op het park • maximaal 4 lagen met zadeldak (maximaal 40 graden) • maximale goothoogte 11 meter • maximale bouwhoogte 14 meter • installaties of zonnepanelen opgenomen in dakvolume • bijgebouwen zijn opgenomen in hoofdgebouw
park nader in te vullen
7,5
0o 2
7,5
0o
wandel / fiets route hellingshoek dak max. bouwhoogte 7,5 meter 6
2
10
20 o / 45 o
6
2
10
20 o / 45 o
• extra eisen met betrekking overgang privé en openbare max. goothoogte 6 meter ruimte: plint heeft landschappelijk overgang naar 2 lagen met kap omgeving (rietkraag oever) met inpandige buitenruimten hellingshoek dak
6
2
10
20 o / 45 o
max. bouwhoogte 10 meter
max. goothoogte 11 meter 4 lagen met kap 11
4
14
20 o / 45 o
hellingshoek dak
Bouwenveloppe de Wetterwille, onderdeel van Koop- en realisatieovereenkomst / 09-2022 / gemeente Smallingerland
max. bouwhoogte 14meter
pag.
4
HANDREIKING BEELDKWALITEIT
referentiebeeld: stoepzone tussen park en voorgevel
royale setback in de vorm van een veranda aan het park
referentiebeeld: representatieve achterzijde gericht op water of park, verspringing in rooilijn zijn niet-repenterend Bouwenveloppe de Wetterwille, onderdeel van Koop- en realisatieovereenkomst / 09-2022 / gemeente Smallingerland
parkeren landschappelijk ingepast in koffers / op eigen erf
referentiebeeld park: open groenbeeld met kruidenmengesls en enig reliëf - paden ondergeschikt pag.
5
BIJLAGE 2
Concept aug 2022
Wetterwille De Folgeren
G19a-c
G19a-c WETTERWILLE DE FOLGEREN Gebiedsbeschrijving
De Folgeren is een projectmatig opgezette wijk met hoofdzakelijk rijenbouw, gebouwd in een zogenaamde bloemkoolachtige structuur. Aan de randen van de wijk komt ook wat individuelere bebouwing voor. De naam De Folgeren is afgeleid van de historische streek de Folgeren. De bebouwing is hoofdzakelijk één à twee bouwlagen met kap. De detaillering van de woningen is over het algemeen sober. De kleurstelling is traditioneel tot modern. Voor de transformatie van de school locaties aan de Wetterwille is een bouwenveloppe vastgesteld, waarbij drie deelgebieden rondom een nieuw openbaar park worden gesitueerd. Deze is de drager voor de stedenbouwkundige structuur. Belangrijke, kenmerkende onderdelen zijn: De oriëntatie op het nieuwe park, de groene randen en heldere entrees vanaf de Wetterwille.
Beleid, waardebepaling en ontwikkeling
Het beleid is gericht om de groene landschappelijke kwaliteiten langs de Wetterwille als woonkwaliteit te versterken. G19a richt zich daarbij op de ontwikkeling van een groene woonwijk die gericht is op wonen aan en om het groen. De wijk kent drie woningtypen (patiowoningen/ rij woningen en een appartemetengebouw). De beeldcriteria voor deze drie deelgebieden zijn beschreven in de bouwenveloppe. Voor de nieuwe invulling van deze deelgebieden zijn eigen beeldcriteria geformuleerd. De plannen zijn onder te verdelen in de volgende deelgebieden; • G19a De patiowoningen Op de overgang tussen Wetterwille en het nieuw te ontwikkelen park worden een twaalftal patiowoningen ontwikkeld. De woningen vormen een nieuwe entree voor het gebied. De woningen zijn via een nieuwe binnenstraat ontsloten en zijn georienteerde op en presenteren zich aan het landschap. De woningen hebben voldoende laagte om het achterliggende park vanaf de Wetterwille te ervaren. De beeldcriteria zijn beschreven in de bouwenveloppe.
• G19b De rijwoningen Aan de randen van het plangebied worden maximaal 33 rijwoningen gerealiseerd welke hun voordeur (via een stoepzone) aan het nieuwe park hebben. De rijwoningen hebben 2 lagen met een langskap, waarbij op bijzondere locaties de bebouwingswand wordt onderbroken met een dwarskap. De kappen hebben een royaal overstek, waarbinnen variatie in de gevelrooilijn individualiteit en privacy tussen de woningen wordt gewaarborgd. De beeldcriteria zijn beschreven in de bouwenveloppe. • G19c Het appartementengebouw Als accent in de hoek van de Wetterwille richting het cultuurhistorische lint van Het Noord en Stationsstraat is een markante markering gedacht in de vorm van een kleinschalig appartementengebouw. De beeldcriteria zijn beschreven in de bouwenveloppe.
Welstandsambitieniveau
De transformatie van de schoollocatie in de Folgeren en haar ligging aan het landschappelijk casco vraagt om extra aandacht om de gewenste en toekomstige ruimtelijke kwaliteit te kunnen realiseren c.q. waarborgen en is daarom aangemerkt als bijzonder welstandsgebied. De inzet bij verbouw van bestaande objecten is in hoofdzaak gericht op het handhaven en versterken van de bestaande basiskwaliteiten. Veranderingen en vernieuwingen dienen zorgvuldig te worden ingepast.
G19a Patiowoningen De Wetterwille, Folgeren Gebiedskenmerken en Criteria
Algemene Beleidsintentie
Plaatsing Variabele rooilijn
HH
Onregelmatig ritme op korte onderlinge afstand
HH
Voorgevel staat parallel aan en gericht op de ontsluitingsweg
HH
Hoofdvorm Eén tot 2 bouwlagen met plat dak, waarbij minimaal 30% 1 laags voor zicht op park vanaf Wetterwille
HH
Vormbehandeling is kantig. Gebouwen presenteren zich individueel, privé buitenruimten aan landschap zijn hier onderdeel van.
HH
Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdvorm
HH
Aanzichten Er is sprake van een sterke gerichtheid op de Wetterwille en parkje. Hoeken hebben een overhoekse uitstraling
HH
Geleding van het bouwwerk is horizontaal
RE
Opmaak Gevels bestaan uit metselwerk (niet overschilderd of gestuct) gecombineerd met hout
HH
Licht gedempte kleurstellingen met beperkte variatie in tinten
HH
Sobere moderne detailleringen van gevelopeningen en dakranden etc.
HH
Diversen
Extra eisen met betrekking overgang privé en openbare ruimte: • erfafscheiding aan landschap is helder afgebakend en in architectuur opgelost. Geen overkappingen toegestaan. • groene afscheiding van buitenruimten aan voorzijde woningen (straatzijde) waar eventueel parkeren op eigen terrein in is opgenomen
HH = Handhaven / RE = Respecteren / IV = Incidenteel Veranderbaar
G19b Rijwoningen De Wetterwille, Folgeren Gebiedskenmerken en Criteria
Algemene Beleidsintentie
Plaatsing Variabele rooilijn
HH
Regelmatig ritme op korte onderlinge afstand
HH
Voorgevel staat parallel aan en gericht op het park
HH
Hoofdvorm 2 bouwlagen met dak met royaal overstek en helling tussen 20 tot 45 graden. Dakvorm overwegend langskap, met incidenteel een dwarskap
HH
Vormbehandeling is kantig. Gebouwen presenteren zich individueel, privé buitenruimten aan landschap zijn hier onderdeel van.
HH
Aan- en uitbouwen alleen aan achterzijde toegestaan, in samenhang met de hoofdvorm vormgegeven
HH
Aanzichten Er is sprake van een sterke gerichtheid op de Wetterwille en parkje. Hoeken hebben een overhoekse uitstraling
HH
Geleding van het bouwwerk is verticaal
RE
Opmaak Gevels bestaan uit metselwerk (niet overschilderd of gestuct) gecombineerd met hout
HH
Licht gedempte kleurstellingen met beperkte variatie in tinten
HH
Sobere moderne detailleringen van gevelopeningen en dakranden etc.
HH
Diversen Extra eisen met betrekking overgang privé en openbare ruimte: • erfafscheiding aan parkzijde is helder afgebakend en in architectuur opgelost. Geen overkappingen toegestaan. • aan achterzijde groene afscheiding van buitenruimten waar eventueel parkeren op eigen terrein in is opgenomen
HH = Handhaven / RE = Respecteren / IV = Incidenteel Veranderbaar
G19c Appartementgebouw De Wetterwille, Folgeren Gebiedskenmerken en Criteria
Algemene Beleidsintentie
Plaatsing In rooilijn
HH
Gevel staat parallel aan de ontsluiting richting Het Noord, met heldere entree aan parkzijde
HH
Hoofdvorm 4 bouwlagen met dak met royaal overstek en helling tussen 20 tot 45 graden. Dakvorm is opgedeeld in verschillende kappen
HH
Vormbehandeling is kantig. Gebouw presenteert zich individueel, privé buitenruimten aan landschap zijn in het archtectuurbeeld opgenomen.
HH
Aan- en uitbouwen zijn niet toegestaan, maar opgenomen in het hoofvolume
HH
Aanzichten Er is sprake van een alzijdige uitstraling, waarbij de entree doorzicht biedt richting Wetterwille
HH
Geleding van het bouwwerk is verticaal
RE
Opmaak Gevels bestaan uit metselwerk (niet overschilderd of gestuct) gecombineerd met hout
HH
Licht gedempte kleurstellingen met beperkte variatie in tinten
HH
Sobere moderne detailleringen van gevelopeningen en dakranden etc.
HH
Diversen
Extra eisen met betrekking overgang privé en openbare ruimte: • privé buitenruimten op maaiveld zijn helder afgebakend en in architectuur opgelost. Geen overkappingen toegestaan. • parkeerplaats is landschappelijk goed ingepast
HH = Handhaven / RE = Respecteren / IV = Incidenteel Veranderbaar
BIJLAGE 3
STIKSTOFDEPOSITIE TRANSFORMATIE SCHOOLLOCATIE DE WETTERWILLE DRACHTEN
ONDERZOEK | VOORTOETS
ONDERZOEK | VOORTOETS Transformatie schoollocatie De Wetterwille Drachten
COLOFON Opdrachtgever
: Blue Banner
Auteur Projectnummer
: De heer E. Venema / T 06 308 434 38 : 22 / 726
Status Datum
: v1.2 : 30 juni 2023
INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding Aanleiding Beoogde ontwikkeling Dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitatten
1 1 1 2
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Toetsingskader stikstofdepositie Algemeen Beslisboom toestemmingsverlening Provinciale beleidsregels en saldering Mogelijkheid en procedure intern salderen Aanlegfase Cumulatie en ruimtelijke planvorming
3 3 3 3 4 4 4
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Uitgangspunten bepalen stikstofemissie Referentiesituatie Gebruiksfase Aanlegfase Cumulatie en ruimtelijke planvorming
5 5 5 5 7
4
Resultaten en conclusie
8
5
Bijlagen
9
1 Inleiding
1.1 Aanleiding Aan De Wetterwille in Drachten ligt een schoollocatie. Deze wordt getransformeerd ten behoeve van ongeveer 60 woningen.
In dit onderzoek wordt achtereenvolgend het toetsingskader voor de beoordeling en afweging van stikstofeffecten, de uitgangspunten voor de berekeningen, de resultaten en de conclusie beschreven. Het onderzoek is gebaseerd op het rekenprogramma AERIUS (versie 2022.1).
1.2 Beoogde ontwikkeling De aanvraag heeft betrekking een herontwikkeling van een schoollocatie, waarbij twee scholen worden gesloopt en een woongebied met 60 woningen en appartementen worden gerealiseerd. De locatie ligt in het noorden van Drachten. Een luchtfoto van de locatie is weergegeven in figuur 1.
figuur 1.
Luchtfoto projectlocatie 1
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
De gebruiks- en aanlegfase kunnen potentieel een effect hebben op de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Wanneer de kritische depositiewaarde al (bijna) wordt overschreden, heeft ieder toename van stikstof een potentieel negatief effect op het natuurgebied, waarmee een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming dan wel een passende beoordeling nodig is. Wanneer de kritische depositiewaarde al (bijna) wordt overschreden, heeft iedere toename van stikstof een potentieel negatief effect op de natuur, waarmee een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is.
1.3 Dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitatten De ontwikkeling ligt op ruim 7 kilometer vanaf het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn de Alde Feanen, Wijnjeterper Schar en Van Oordt’s Mersken. In deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats voor die (bijna) zijn overbelast.
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
De ligging van de Natura 2000-gebieden en daarin de gevoelige en zeer gevoelige habitatten zijn weergegeven in figuur 2. Het projectgebied is aangegeven met een ster.
figuur 2.
2
Nabijgelegen Natura 2000-gebieden
2 Toetsingskader stikstofdepositie
2.1 Algemeen In Nederland staan veel natuurgebied onder druk door een te hoge stikstofdepositie. Voor verschillende habitattypen is een ‘kritische depositiewaarde’ (KDW) bepaald. Deze waarde vormt de drempel waarbij significante negatieve effecten door eutrofiëring ontstaan. In de praktijk betekent dit vaak dat de gebiedseigen vegetaties worden overwoekerd door vegetaties die gedijen op een hoge stikstofbelasting, hetgeen de biodiversiteit kan verslechteren.
2.2 Beslisboom toestemmingsverlening Uit de op 12 oktober 2019 door de Rijkoverheid gepubliceerde beslisboom “Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten” volgt dat als de uitkomst van de berekening is dat er geen sprake is van stikstofdepositie (dat wil zeggen dat de op twee decimalen afgeronde bijdrage niet meer bedraagt dan 0,00 mol N/ha/jr) er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten en er geen passende beoordeling nodig is. Als de AERIUS-berekening aantoont (zie volgend) dat een plan leidt tot tijdelijke en/of zeer geringe stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden, kan het toch zo zijn dat significante negatieve effecten via een ecologische voortoets kunnen worden uitgesloten. Als dit niet het geval is, moet een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd.
2.3 Provinciale beleidsregels en saldering De provinciale beleidsregels ten aanzien van stikstof zijn opgenomen in de Beleidsregels Wet natuurbescherming provincie Drenthe (20 juli 2021). Op basis van de aanpak hieruit geldt dat als een aanvrager kan aantonen dat er als gevolg van een aanvraag geen significante effecten zijn op Natura 2000-gebieden, er vergunning kan worden verleend. Eventuele stikstofemissie kan worden beperkt door emissiebeperkende maatregelen of door in-/extern salderen.
3
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
Eerdere toetsingskaders die ruimte boden voor ontwikkelingen die een toename van stikstofdepositie tot gevolg hebben, zijn juridisch niet houdbaar gebleken. Iedere toename op een al overbelast gebied kan in principe een verslechtering tot gevolg hebben. Daarmee is een situatie ontstaan waarbij plannen, in elk geval per saldo, geen toename van stikstofdepositie op deze overbelaste habitats tot gevolg mogen hebben. In de Wet natuurbescherming is voorgeschreven dat voor de beoordeling van de stikstofdepositie het rekenprogramma AERIUS wordt gebruik.
Volgens de provinciale beleidsregel gelden de volgende definities: Salderen:
Extern salderen: Intern salderen:
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
Referentiesituatie:
inzetten van een activiteit met N-emissie op grond van een toestemming in de referentiesituatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning voor een nieuw of gewijzigd project, waarbij deze toestemming geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken of gewijzigd zodat de N-depositie op alle relevante hexagonen niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie; salderen met één of meer activiteiten buiten de begrenzing van één project of locatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning; salderen binnen de begrenzing van één project of locatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning; een natuurvergunning of bij gebrek daaraan een op de Europese referentiedatum aanwezige milieuvergunning of -melding, of een anderszins sindsdien toegestane onafgebroken aanwezige activiteit.
2.4 Mogelijkheid en procedure intern salderen Een uitspraak van de Raad van State van 20 januari 2021 heeft bevestigd dat voor interne saldering geen vergunningplicht geldt als de stikstofdepositie niet toeneemt met meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Hiervoor moet het aannemelijk zijn dat het perceel op en sinds de referentiedatum het bedoelde gebruik heeft. Op basis hiervan geldt als uitgangspunt dat wanneer de stikstofdepositie als gevolg van het gebruik en de aanleg van het project niet toeneemt, er geen sprake is van vergunningplicht of een noodzaak voor een passende beoordeling (voor wat betreft stikstof).
2.5 Aanlegfase Op grond van de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering is het niet nodig om de aanlegfase van het plan te beoordelen. Deze vrijstelling is na een uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2022 niet langer van toepassing. Voor deze fase is daarom van belang een reëel inzicht te geven in de tijdelijke stikstofdepositie als gevolg van mobiele werktuigen en transport van en naar de locatie.
2.6 Cumulatie en ruimtelijke planvorming Vanuit de Wet natuurbescherming moet worden getoetst of een project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. Dat betekent dat wanneer een project onderdeel is van een grotere ontwikkeling, ook moet worden beoordeeld of er sprake is van cumulatie. Daarom wordt in dit onderzoek ook beoordeeld of dit het geval is en zo ja, of er in het kader van de ruimtelijke planvorming al beoordeling is gemaakt.
4
3 Uitgangspunten bepalen stikstofemissie
3.1 Referentiesituatie De referentiesituatie voor dit project is de feitelijke en legale, situatie, zoals deze sinds de referentiedata voor de verschillende natuurgebieden, ononderbroken heeft plaatsgevonden. Voor De Alde Feanen is dit 10 juni 1994. Voor de andere gebieden in 2000 en 2004. Voor de onderhavige situatie kan gebruik worden gemaakt van interne saldering. Op de locatie zijn twee scholen aanwezig, die op de referentiedata al in gebruik waren.
3.2 Gebruiksfase In de nieuwe situatie is er alleen sprake van emissies als gevolg van de verkeersbewegingen van de 60 woningen en appartementen. Op basis van de CROW kentallen kan worden uitgegaan van ongeveer 6 à 7 mvt/etmaal per appartement of woning. Dit komt neer op ongeveer 400 mvt/etmaal. Dit aantal gaat in ieder geval op De Meer en de Kletserlaan op in het heersende verkeersbeeld.
3.3 Aanlegfase De aanlegfase leidt tijdelijk tot een emissie van stikstof vanuit mobiele werktuigen en transport. Er is nog geen aannemer gekozen voor het werk. Daarom kan de emissie uit de aanleg alleen op basis van reële uitgangspunten worden geschat. Hiervoor is op basis van een aantal referentieprojecten de invoer bepaald. Voor de verschillende fasen wordt uitgegaan van de volgende planning: • Sloop: Q2 2024 – Q3 2024 • Bouwrijp maken: Q4 2024 – Q2 2025 • Woningbouw: Q2 2025 – Q3 2026 • Woonrijp maken: Q4 2027 De input voor AERIUS bestaat uit het aantal transporten (zwaar/middel/licht) en de hoeveelheid diesel die op de bouwplaats wordt verbruikt gedurende de inzet van bepaalde typen machines. Daarbij zijn de draaiuren en AdBlue toevoegingen ook relevante parameters. Een hoog percentage AdBlue beperkt de NOx emissie van de machines. Voor het verbruik wordt uitgegaan van de vuistregel 0,1 liter/kW/uur. Uit praktijkcijfers onderzocht door TNO is dit gemiddeld overigens iets lager, circa 0,08 liter/kW/uur. Uitgaand van het meest voorkomende materieel is een splitsing gemaakt in licht materieel (<125 kW, 10 liter per uur) en zwaar materieel (>200 kW, 20 liter uur) Er wordt gebruik gemaakt van een machinepark van bouwjaar 2014 of jonger (Stage IV). Hierbij is een gemiddeld AdBlue verbruik van 6% is op basis van verschillende bronnen representatief.
Voor deze berekening is veiligheidshalve uitgegaan van 5% AdBlue.
5
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
Veiligheidshalve is er in dit onderzoek gekozen om niet te salderen met bijvoorbeeld verkeer en gasgebruik uit het verleden.
In de navolgende tabel wordt de geschatte inzet van materieel en het transport in de aanlegfase uiteengezet. Machine Inzet/woning Totale inzet* Totaal verbruik 2 grote kranen 456 u** 9120 l Zwaar transport 660 mvt / 330u 1650 l 2024 Totaal 786 u 10770 Bouwrijp maken Divers <125 kW 6 uren 360 u 3600 l Divers >200 kW 10 uren 600 u 12000 l Zwaar transport 10 mvt 600 mvt / 300u 1500 l 50% 2024, Totaal 1260 u 17100 l 50% 2025 Totaal per jaar 630 u 8550 l Woningbouw Graafmachine 2 uren 120 u 2400 l Hei-/boorstelling 3 uren 180 u 3600 l Hijskraan/verreiker 18 uren 1080 u 10800 l Divers <125 kW 10 uren 600 u 6000 l Zwaar transport 10 mvt 600 mvt / 300u 1500 l 50% 2025, Totaal 2280 u 24300 l 50% 2026 Totaal per jaar 1140 u 12150 l Woonrijp maken Divers <125 kW 10 uren 600 u 6000 l Zwaar transport 5 mvt 300 mvt / 150u 750 l 2026 Totaal 750 u 6750 l * Voor het zware transport is uitgegaan van gemiddeld 0,5 uur stationair draaien op locatie met een verbruik van 5 liter/uur. ** Voor de sloopfase wordt uitgegaan van 6 weken inzet van twee grote kranen. Er staat ongeveer 4400 m2 met een gemiddelde bouwhoogte van 6 meter. Van het staande volume blijft 25% over in sloopafval, wat neerkomt op 6.600 m3. Dat wordt vervoerd met 330*2 mvt/etmaal zwaar verkeer (20 m3 per transport).
Voor licht transport uitgaan van 49 werkweken, waarin dagelijks 10 auto’s van personeel en kleine leveringen komen en gaan. Dit komt neer op jaarlijks 4.900 mvt licht verkeer.
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
Fase Sloop
De totalen per jaar komen op basis van de voorgaande tabel uit op: 2024: 1416 uur inzet, 19320 liter diesel, 960 zware transporten; 2025: 1770 uur inzet, 20700 liter diesel, 600 zware transporten; 2026: 1890 uur inzet, 18900 liter diesel, 600 zware transporten; Voor de uitkomst van de berekening is het niet relevant of één grote machine of diverse kleine machines worden ingezet. 2025 is het maatgevende jaar. Dit betekent voor dat jaar een invoer van 20.700 liter diesel in 1770 draaiuren, met een AdBlue verbruik van 1.035 liter is berekend. Verder is uitgegaan van 960 zware transporten (voor maatgevende jaar 2024) en 4900 lichte transporten. 2024 en 2026 hebben een lagere invoer dan in de 2025. Daarom zal de emissie ook altijd lager zijn. Deze jaren zijn daarom niet cijfermatig beoordeeld.
6
3.4 Cumulatie en ruimtelijke planvorming Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van een ruimtelijk plan. In de directe omgeving vinden geen andere project plaats die voor relevante cumulatie zorgen.
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
7
4 Resultaten en conclusie
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
Voor het project zijn de effecten van stikstofdepositie beoordeeld. Hierbij is geen rekening gehouden met saldering. In de bijlage bij dit rapport is de berekening van de emissie van de aanlegfase (maatgevende jaar 2025) en de gebruiksfase (2028) opgenomen. De aanlegfase is hierin aangemerkt als ‘beoogd’, omdat de huidige AERIUS calculator geen tijdelijke situatie kan exporteren als PDF. Dit maakt voor de inhoud van de berekening geen verschil. Resultaten Uit de berekeningen volgt dat het project tijdens de aanlegfase en in de gebruiksfase nergens tot een bijdrage aan de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar leidt. Eindconclusie Omdat de toename van de stikstofdepositie is nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar op de stikstofgevoelige habitattype/leefgebieden met een (naderende) overschrijding van de KDW, zijn significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten ten gevolge van stikstofdepositie uitgesloten. Het is daarom niet noodzakelijk om een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming aan te vragen.
8
5 Bijlagen
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
9
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Interra De Wetterwille, - Drachten De Wetterwille Transformatie schoollocatie naar woningen.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RuNEJVFGhdwX 01 juli 2023, 20:06 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase (maatgevende jaar) - Beoogd Aanlegfase (maatgevende jaar) - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RuNEJVFGhdwX (01 juli 2023)
2025 -
5,2 kg/j
223,8 kg/j
2/6
Projectberekening
Aanlegfase (maatgevende jaar) (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Materieelinzet Verkeersnetwerk
RuNEJVFGhdwX (01 juli 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
5,0 kg/j 215,9 kg/j 0,3 kg/j 7,9 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RuNEJVFGhdwX (01 juli 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase (maatgevende jaar)" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RuNEJVFGhdwX (01 juli 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Aanlegfase (maatgevende jaar), Rekenjaar 2025 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Materieelinzet X:202218,05 Y:570520,92 2,21 ha
NOₓ NH₃
Naam
Stageklasse
Divers materieel
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
2
Brandstofverbruik
20700 l/j
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Transport X:202160,89 Y:570645,21 1.815,66 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Draaiuren AdBlue verbruik
1770 u/j 1035 l/j
215,9 kg/j 5,0 kg/j Stof Emissie
NOₓ
215,9 kg/j NH₃ 5,0 kg/j
Links Rechts NOₓ 7,9 kg/j Type scherm - NO₂ 2,6 kg/j Hoogte - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
4.900,0 p/jaar 0,0 p/jaar 960,0 p/jaar 0,0 p/jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230606_5e1adbf5a8 Database versie 2022.1_5e1adbf5a8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RuNEJVFGhdwX (01 juli 2023)
6/6
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Interra De Wetterwille, - Drachten De Wetterwille Transformatie schoollocatie naar woningen.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RhEtXyi3vTHK 01 juli 2023, 20:06 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RhEtXyi3vTHK (01 juli 2023)
2028 -
3,0 kg/j
47,1 kg/j
2/6
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2028 Emissiebronnen
RhEtXyi3vTHK (01 juli 2023)
Verkeersnetwerk
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
3,0 kg/j
47,1 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RhEtXyi3vTHK (01 juli 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RhEtXyi3vTHK (01 juli 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Gebruiksfase , Rekenjaar 2028 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Wegverkeer X:202164,9 Y:570632,38 1.841,42 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 47,1 kg/j Type scherm - NO₂ 10,3 kg/j Hoogte - NH₃ 3,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
400,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230606_5e1adbf5a8 Database versie 2022.1_5e1adbf5a8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RhEtXyi3vTHK (01 juli 2023)
6/6
BIJLAGE 4
Drachten, Wetterwille QuickScan
JM ecologie b.v., 2022
QuickScan Drachten, Wetterwille Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming Rapportnummer R22.016 Status 1.0 (definitief) Datum 2022-02-21 Opdrachtgever Interra Maatwerk LLP Oer de feart 163 8502 CV Joure Auteur Stef Kooijman Controle Henri Zomer Voorpagina Hoofdingang ROC Friese poort Te citeren als Kooijman, S., 2022. QuickScan Drachten, Wetterwille; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming. Rapport R22.016 JM ecologie b.v., Gorredijk.
JM ecologie b.v. Leitswei 12 8401 CL Gorredijk
Copyright © 2022 JM ecologie b.v.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Inhoud Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 1.1 Aanleiding.................................................................................................................................................... 2 1.2 Globale ligging ............................................................................................................................................. 2 1.3 Structuur natuurwetgeving in Nederland...................................................................................................... 2 1.4 Scope van de QuickScan ............................................................................................................................... 4 1.5 Werkwijze.................................................................................................................................................... 4 Beschrijving locatie en ingreep............................................................................................................................ 6 2.1 Locatie .........................................................................................................................................................
6 2.2 Ingreep ........................................................................................................................................................ 9 Resultaten veldbezoek en bureaustudie ............................................................................................................10 3.1 Vogels.........................................................................................................................................................10 3.2 Vleermuizen................................................................................................................................................12 3.3 Overige zoogdieren .....................................................................................................................................13 3.4 Libellen .......................................................................................................................................................13 3.5 Overige fauna .............................................................................................................................................13 3.6 Vaatplanten ................................................................................................................................................14 3.7 Zorgplicht
...................................................................................................................................................14 Effecten en gevolgen ..........................................................................................................................................15 4.1 Overzicht beschermde soorten....................................................................................................................15 4.2 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna .........................................................15 Mitigerende maatregelen ..................................................................................................................................17 5.1 Jaarrond beschermde nesten van vogels; nader onderzoek .........................................................................17 5.2 Algemene broedvogels; mitigatie ................................................................................................................18 5.3 Vleermuizen; mitigatie en nader onderzoek ................................................................................................19 5.4 Zorgplicht; mitigatie ....................................................................................................................................20
Conclusie............................................................................................................................................................21 Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................................23
Interra Maatwerk LLP QuickScan Drachten, Wetterwille
Inleiding 1.1
Aanleiding In opdracht van Interra Maatwerk LLP heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd aan de Wetterwille in Drachten, gemeente Smallingerland, provincie Friesland. De opdrachtgever is voornemens om op het bestaande terrein gebouwen te slopen en een woonwijk te realiseren.
1.2
Globale ligging Het plangebied is gelegen in Drachten, ten zuidoosten van Leeuwarden en ten noordoosten van Heerenveen. Ten westen van Drachten ligt het Natura-2000 gebied Nationaal Park De Alde Feanen. De ruime omgeving van het plangebied bestaat uit agrarisch en stedelijk gebied. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied (rode stip) (Bron achtergrond: Esri).
1.3
Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN.
Datum: 21 februari 2022 Rapport: R22.016, versie 1.0
blad 2 van 23
Interra Maatwerk LLP QuickScan Drachten, Wetterwille
Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis. Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. Soorten van de Vogelrichtlijn; 2. Soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘Andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving.
Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. In aanvulling op de Vogelrichtlijn, geldt er voor een aantal vogelsoorten die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren een jaarrond bescherming van de nesten. De meeste provincies en het Rijk hanteren de “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012”. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Voor deze laatste categorie geldt alleen een jaarrond beschermde status indien ecologisch zwaarwegende omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincies Overijssel, Flevoland en Limburg (en mogelijk vanaf ca. 2022 Friesland) geldt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten, waarin een andere categorisering is aangebracht.
Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B
Datum: 21 februari 2022 Rapport: R22.016, versie 1.0
blad 3 van 23
Interra Maatwerk LLP QuickScan Drachten, Wetterwille
geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen een of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.
1.4
Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande bouw- en isolatiewerkzaamheden, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland en overige provinciale gebiedsbescherming) en de bescherming Houtopstanden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande werkzaamheden meerdere jaren wordt, of indien de omstandigheden significant wijzigen, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.
1.5
Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecologen Stef Kooijman en Thijs de Haan van JM ecologie b.v. op 8 februari 2022. Het bezoek is uitgevoerd van 09:00 tot 10:45 uur, bij 8⁰C en 2Bft, op een bewolkte dag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied.
Datum: 21 februari 2022 Rapport: R22.016, versie 1.0
blad 4 van 23
Interra Maatwerk LLP QuickScan Drachten, Wetterwille
Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregel en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden. Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatsvinden.
Datum: 21 februari 2022 Rapport: R22.016, versie 1.0
blad 5 van 23
Interra Maatwerk LLP QuickScan Drachten, Wetterwille
Beschrijving locatie en ingreep 2.1
Locatie Het plangebied is gelegen aan de Wetterwille in Drachten, gemeente Smallingerland, provincie Friesland. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit woonwijken (zie afbeelding 2.1). Ten oosten van het plangebied bevindt zich een schoolgebouw met bakstenen muren en dakpannen daken. In het plangebied zelf bevindt zich een schoolgebouw met een plat dak met dakbedekking en bestaat voor het grootste deel uit muren zonder spouw en houten kozijnen. Het noordelijke deel van het gebouw bevat wel een spouw en open stootvoegen. Ten zuiden van het schoolgebouw bevindt zich een gymzaal met een plat dak en bestaat uit muren van golfplaten zonder spouw. De westkant van het plangebied bestaat uit een ruigte van bosschages, bomen en een watergang. Ten noorden van het plangebied bevindt zich ook een watergang. Op het terrein bevinden zich enkele bomen en ten zuiden van het plangebied is een houtwal. Zie afbeeldingen 2.2 tot en met 2.18 voor een impressie van het plangebied.
Afbeelding 2.1. Begrenzing van het plangebied (rood kader) (Bron achtergrond: Esri).
Afbeelding 2.2. Hoofdingang schoolgebouw
Datum: 21 februari 2022 Rapport: R22.016, versie 1.0
Afbeelding 2.3. Opening langs afwerking daklijst.
blad 6 van 23
Interra Maatwerk LLP QuickScan Drachten, Wetterwille
Afbeelding 2.4. Houten kozijnen.
Afbeelding 2.5. Open stootvoegen in noordelijke deel van schoolgebouw.
Afbeelding 2.6. Bakstenen muur met open stootvoegen.
Afbeelding 2.7. Houten kozijnen en open stootvoegen in muur op 1e verdieping.
Afbeelding 2.8. Bomen en bosschages op het terrein.
Afbeelding 2.9. Gebouw van gymzaal.
Datum: 21 februari 2022 Rapport: R22.016, versie 1.0
blad 7 van 23
Interra Maatwerk LLP QuickScan Drachten, Wetterwille
Afbeelding 2.10. Golfplaten muur van gymzaal.
Afbeelding 2.11. Binnenkant gymzaal.
Afbeelding 2.12. Houtwal ten zuiden van plangebied.
Afbeelding 2.13. Ruigte in westen van plangebied.