CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Belastingverordeningen 2026

Het Debat 16 december 2025, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Belastingverordeningen 202631.417 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Besluit van de raad van de gemeente Smallingerland tot vaststelling van de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing Smallingerland 2026

De raad van de gemeente Smallingerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING AFVALSTOFFENHEFFING SMALLINGERLAND 2026 Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder 'gebruik maken': gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "Afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d.

een samenstel van twee of meer in onderdeel b genoemde roerende zaken of in onderdeel c genoemde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar omstandigheden beoordeeld, bij elkaar horen; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 en 2 tot en met 2.2 van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.3 en 2.4 en hoofdstuk 3 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 en 2 tot en met 2.2 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 en 2 tot en met 2.2 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5. Belastingaanslagen van minder dan € 10 worden niet opgelegd. 6. Voor toepassing van het bepaalde in het vijfde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. 7. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.3 en hoofdstuk 3 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de in artikel 6, eerste lid, bedoelde belasting worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.

In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen, mits het totaalbedrag van de aanslag meer bedraagt dan € 100,00. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. Indien de machtiging wordt ingetrokken, de rekening waarvoor de machtiging is afgegeven onvoldoende saldo bevat of als afschrijvingen worden geweigerd of gestorneerd, wordt het restant van de belastingschuld conform de termijnen genoemd onder 1, opeisbaar. 4. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6, tweede lid:

a. mondeling wordt gedaan, op het moment van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op van de uitreiking van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Overgangsrecht De "Verordening afvalstoffenheffing Smallingerland 2025", laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 17 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing Smallingerland 2026. Aldus vastgesteld door de raad voornoemd in zijn vergadering van 16 december 2025, griffier,

voorzitter,

Tarieventabel 2026 behorende bij de "Verordening afvalstoffenheffing Smallingerland 2026", Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing Hoofdstuk 1 Basistarief De belasting bedraagt: 1.1 per perceel, per belastingjaar 1.2 indien het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen wordt de belasting vermeerderd met 1.3 Woonboten (vanaf april t/m september)

€ 258,00 € 46,00 € 152,00

Hoofdstuk 2 Opslagen voor extra rolemmers De belasting als bedoeld onder 1.1 wordt vermeerderd voor het bij de aanvang van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht, extra (boven de twee rolemmers met een gezamenlijke inhoud van totaal 480 liter, waarvoor het basistarief geldt), in bruikleen hebben ontvangen van: 2.1 een gft-rolemmer met een inhoud van 240 liter € 114,00 2.2 een restafvalrolemmer € 190,00 2.3 indien de inzameling van afval geschiedt door middel van ondergrondse containers wordt de belasting als bedoeld in 1.1 vermeerderd, voor het aanbieden van meer € 0,70 dan vijf vuilniszakken per week.

Per vuilniszak een rolemmer uitsluitend bedoeld voor het kunnen aanbieden van extra 2.4 € 38,50 GFT-afval in de zomerperiode (grasroute) Hoofdstuk 3 Overige tarieven afvalstoffenheffing Onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken 1 en 2 bedraagt de belasting voor het: 3.1 na afspraak niet aan de weg plaatsen van de rolemmer(s) om deze te ruilen te repareren of te voorzien van een chip 3.2 voor het terughalen van een rolemmer die door gemeente Smallingerland is meegenomen omdat deze te lang op een clusterplaats is blijven staan 3.3 voor het terugbezorgen van een meegenomen rolemmer, als bedoeld onder 3.2 3.4 vervanging rolemmer door schade aan of diefstal van rolemmer 3.5 verstrekken compostvat (inclusief btw) 3.6 voor het aanbieden van zwarte grond, per kilo 3.7 vervangende pas/sleutel ondergrondse container ivm diefstal / verlies / onzorgvuldig gebruik Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2025. De griffier van de gemeente Smallingerland,

€ 32,00 € 25,50 €44,50 € 44,50 € 25,00 € 0,05 € 25,00

Besluit van de raad van de gemeente Smallingerland tot vaststelling van de verordening op de heffing en invordering van reinigingsrechten Smallingerland 2026

De raad van de gemeente Smallingerland; gelezen het voorstel van 11 november 2025; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN REINIGINGSRECHTEN SMALLINGERLAND 2026 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: 1. bedrijfsafval: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen, afvalwater, autowrakken of gevaarlijke afvalstoffen; 2. grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. 3. huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens; 4. route-inzameling: het periodiek op verschillende adressen ophalen van bedrijfsafval. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 5 Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing De rechten bedoeld in lid 1 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1. De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingsweg 1990 moeten de reinigingsrechten worden betaald in geval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b.

schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel 9 Overgangsrecht De “Verordening reinigingsrechten Smallingerland 2025", laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het artikel 10, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 10 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reinigingsrechten Smallingerland 2026. Aldus vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 16 december 2025, griffier,

voorzitter,

Tarieventabel 2026 behorende bij de “Verordening reinigingsrechten Smallingerland 2026”. Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn exclusief omzetbelasting. Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten Het recht voor de periodieke route-inzameling bedraag per belastingjaar voor: 1. voor een rolemmer met een inhoud van 240 liter 2. voor het verwijderen van bedrijfsafval door middel van een: a. ondergrondse container (met pas), vast recht b. per vuilniszak Eenmalig 3. borg voor de pas van een ondergrondse container (onbelast) 4. een vervangende pas bij verlies of diefstal van de pas voor een ondergrondse container (onbelast) Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2025. De griffier van de gemeente Smallingerland,

€ 187,00 € 160,40 € 0,70

€ 50,00 € 25,00

Besluit van de raad van de gemeente Smallingerland tot vaststelling van de Verordening op de heffing en invordering forensenbelasting Smallingerland 2026

De raad van de gemeente Smallingerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025; gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN EEN FORENSENBELASTNG SMALLINGERLAND 2026 Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam "forensenbelasting" wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 3 Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaf en het tarief opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 6a Ontstaan van de belastingschuld De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen

door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen, mits het totaalbedrag van de aanslag meer bedraagt dan € 100,00. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. Indien de machtiging wordt ingetrokken, de rekening waarvoor de machtiging is afgegeven onvoldoende saldo bevat of als afschrijvingen worden geweigerd of gestorneerd, wordt het restant van de belastingschuld conform de termijnen genoemd onder 1, opeisbaar. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Overgangsrecht De "Verordening forensenbelasting Smallingerland 2025", laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 9 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 10 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening forensenbelasting Smallingerland 2026. Aldus vastgesteld door de raad voornoemd in zijn vergadering van 16 december 2025, griffier,

voorzitter,

Tarieventabel 2026 behorende bij de “Verordening forensenbelasting Smallingerland 2026” Maatstaf en tarief forensenbelasting De belasting bedraagt per gemeubileerde woning

Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2025. De griffier van de gemeente Smallingerland,

€ 888,00

Besluit van de raad van de gemeente Smallingerland tot vaststelling van de Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting Smallingerland 2026 De raad van de gemeente Smallingerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN HONDENBELASTING SMALLINGERLAND 2026

Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van één of meer honden binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 3. Belastingplichtig is de houder van een hond. 4. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 5. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel 3 Vrijstellingen 1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimte bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen dan wel waar door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2. De belasting wordt niet geheven voor honden: a. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon wordt gehouden; b. die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon wordt gehouden; c. die verblijven in een hondenasiel; d.

die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; e. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; f. waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma der Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met een geleider, aan wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking

van de politie te stellen; e. waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is en de hond niet langer dan 90 dagen in het belastingjaar in de gemeente verblijft.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en het tarief opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van belastingheffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. 5. Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. 6. Voor de toepassing van het bepaalde in het vierde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen hondenbelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.

In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen, mits het totaalbedrag van de aanslag meer bedraagt dan € 100,00. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. Indien de machtiging wordt ingetrokken, de rekening waarvoor de machtiging is afgegeven onvoldoende saldo bevat of als afschrijvingen worden geweigerd of gestorneerd, wordt het restant van de belastingschuld conform de termijnen genoemd onder 1, opeisbaar. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden

gestelde termijnen. Artikel 9 Overgangsrecht De "Verordening hondenbelasting Smallingerland 2025", laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 10 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening hondenbelasting Smallingerland 2026. Aldus vastgesteld door de raad voornoemd in zijn vergadering van 16 december 2025, griffier,

voorzitter,

Tarieventabel 2026 behorende bij de “Verordening Hondenbelasting Smallingerland 2026” Maatstaven en tarieven hondenbelasting 1. De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond b. voor iedere hond boven het aantal van één 2. In afwijking van het voorgaande lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, per kennel 3. Het tweede lid blijft buiten toepassing als belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijk aantal honden als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van de tweede lid bepaalde bedrag. Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2025. De griffier van de gemeente Smallingerland,

€ 80,00 € 116,00 € 196,00

Besluit van de raad van de gemeente Smallingerland tot vaststelling van de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten Smallingerland 2026 De raad van de gemeente Smallingerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025 ; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; gelet op de Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(en) voor de Gemeente Smallingerland; besluit vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN LIJKBEZORGINGSRECHTEN SMALLINGERLAND 2026 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. begraafplaats de Zuiderbegraafplaats te Drachten, de begraafplaats "Slingehof" te Drachten, de begraafplaats "De Wâldhof" te Opeinde en begraafplaats "Jezus leeft" te Drachtstercompagnie b. graf een zandgraf of keldergraf c. particulier graf een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as. d. kindergraf een graf met een lengte van maximaal 200 cm en een breedte van maximaal 125 cm e.

grafkelder een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerder lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet f. particulier urnengraf een graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen, met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as. g. particuliere urnennis een nis, inclusief gedenkplaat, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen h. particuliere strooivak een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om daarop as te doen verstrooien i. particulier sierurnveld een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet houden van sierurnen j. strooiveld een plaats waarop as wordt verstrooid k. algemeen graf een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven lijken l. (sier)urn een voorwerp ter berging van één of meer asbussen

m. asbus n. gedenkteken

een bus ter berging van as van een overledene voorwerp op een graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken

Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 3. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in bij deze verordening behorende tarieventabel. 4. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 5 Belastingtijdvak 1. Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2. Met betrekking tot de rechten genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel 6 Wijze van heffing De in de bij deze verordening behorende tarieventabel genoemde rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan belastingschuldige bekend gemaakt.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld De in de bij deze verordening behorende tarieventabel genoemde rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 8 Termijnen van betaling De rechten moeten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10 Overgangsrecht 1. De "Verordening Lijkbezorgingsrechten Smallingerland 2025", laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 17 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt.

Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Lijkbezorgingsrechten Smallingerland 2026. Aldus vastgesteld door de raad voornoemd in zijn vergadering van 16 december 2025, griffier,

voorzitter,

Tarieventabel 2026 behorende bij de "Verordening lijkbezorgingsrechten Smallingerland 2026”. Maatstaven en tarieven lijkbezorgingsrechten Hoofdstuk 1 Verlenen van recht en onderhoud 1.1 Het onderhoud van op particuliere graven geplaatste gedenktekens wordt van gemeenteweg verricht tegen betaling. 1.2 Voor de huur en het onderhoud worden de volgende bedragen geheven: 5 jaar 10 jaar 20 jaar 40 jaar 1.2.1 voor een kindergraf € 549 € 908 € 1.482 € 2.467 1.2.2 voor een urnengraf € 634 € 1.047 € 1.710 € 2.845 1.2.3 voor een urnennis € 528 € 872 € 1.425 € 2.371 1.2.4 voor een enkelgraf € 1.220 € 2.085 € 3.554 € 6.127 1.2.5 voor een tweediepgraf € 1.597 € 2.812 € 4.875 € 8.755 1.2.6 voor een dubbelgraf € 2.066 € 3.552 € 5.993 € 10.484 1.2.7 voor een islamitisch graf € 1.597 € 2.812 € 4.875 € 8.755 1.2.8 voor een strooivak € 634 € 1.047 € 1.710 € 2.845 1.2.9 voor een sierurnveld € 316 € 523 € 855 € 1.422 1.3 De eerste grafhuurtermijn voor kindergraven, enkele graven, tweediep graven, dubbele graven en islamitische graven wordt afgesloten voor minimaal 10 jaar. De eerste grafhuurtermijn voor een enkel of dubbel graf op het veld voor natuurlijk begraven op De Wâldhôf wordt uitsluitend afgesloten voor 40 jaar. De eerste grafhuurtermijn voor een urnengraf, urnennis, strooivak of sierurnveld wordt afgesloten voor minimaal 5 jaar.

Voor een verlenging van de grafhuurtermijn wordt hetzelfde bedrag als genoemd in lid 2 in rekening gebracht. De verlenging van het grafrecht met 20 jaar voor de graven van de KNIL veteranen is hiervan vrijgesteld. 1.3.1 Indien een graf in eigendom is bij de nabestaanden wordt voor het onderhoud 65% van de in lid 2 genoemde leges in rekening gebracht. 1.3.2 Voor een algemeen graf geldt een tarief gelijk aan de helft van het tarief voor een tweediep graf. Hoofdstuk 2 Reserveren 2.1 Voor het gereserveerd houden van een graf worden de volgende bedragen per jaar geheven: 2.1.1 voor een kindergraf 2.2.2 voor een urnengraf 2.2.3 voor een urennis 2.2.4 voor een enkelgraf 2.2.5 voor een tweediepgraf 2.2.6 voor een dubbelgraf 2.2.7 voor een islamitisch graf 2.2.8 voor een strooivak 2.2.9 voor een sierurnveld

€ 59 € 68 € 56 € 135 € 182 € 230 € 182 € 68 € 34

Hoofdstuk 3 Begraven 3.1 Geheven wordt voor het op werkdagen: 3.1.1 begraven, opgraven of herbegraven van een lijk 3.1.2 plaatsen of opnemen van een urn of begraven, opgraven of herbegraven van een lijk in een kindergraf 3.1.3 verstrooien van as, plaatsen of opnemen van een bovengrondse sierurn 3.1.4 Verstrooien van as op een verstrooiingsplaats en het plaatsen van een naamplaatje 3.1.5 schudden van een graf (op verzoek van de rechthebbende)

€ 460 € 230 € 65 € 98 € 230

3.2 De in lid 3.1.1 en 3.1.2 genoemde rechten worden met 50% verhoogd indien het begraven, plaatsen, enz. geschiedt op een zaterdag, tenzij dit door de burgemeester is gelast. 3.3 De in lid 3.1.3 en 3.1.4 genoemde rechten zijn gelijk aan de in lid 3.1.2 genoemde rechten verhoogd met 50% indien het verstrooien geschiedt op een zaterdag, tenzij dit door de burgemeester is gelast. Hoofdstuk 4 Grafmonumenten en gedenkteken 4.1 Voor het recht tot het plaatsen van een gedenkteken, met uitzondering van een standaard gedenkplaat voor een urnennis en een boomschijf op een natuurgraf wordt geheven: 4.1.1 voor een graf 4.1.2 voor een kindergraf, urnengraf of particulier strooivak bedraagt het tarief de helft of

€ 88 € 44

Hoofdstuk 5 Overig 5.1 Voor het overboeken van gebruiksrechten van een grafruimte of urnengraf

€ 51

5.2 Voor het stichten van een grafkelder

€ 283

5.3 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot opgraving van een lijk

€ 88

Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2025. De griffier van de gemeente Smallingerland,

Besluit van de raad van de gemeente Smallingerland tot vaststelling van de Verordening op de heffing en invordering van straat-, kade- en havengelden Smallingerland 2026 De raad van de gemeente Smallingerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN STRAAT-, KADE- EN HAVENGELDEN SMALLINGERLAND 2026 Hoofdstuk I Straatgeld Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: 1. dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur of een gedeelte daarvan; 2. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; 3. maand: een kalendermaand; 4. jaar: een kalenderjaar; 5. vergunning/ontheffing: een door het gemeentebestuur verleende en in gemeentelijk registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; 6. openbare straat: alle bij de gemeente in onderhoud zijnde verharde straten, trottoirs, goten, stegen, pleinen, bermen, wegen of opslagplaatsen. Artikel 2 Aard van de heffing 1 Onder de naam "Straatgeld" wordt een recht geheven wegens het krachtens verleende vergunning of ontheffing tijdelijk in gebruik nemen van de openbare dienst bestemde gemeentegrond voor de volgende doeleinden: a.

het afschermen van gebouwen, muren of erven, of het plaatsen van steigers of steunen; b. de opslag van zand of bouwmaterialen met of zonder schuttingen daaromheen, die niet onder a vallen ; c. de opslag van andere grond of voorwerpen of uitstalling daarvan, van welke aard ook; d. het plaatsen van timmer-, kalk- of bergloodsen, voor het bouwen of veranderen van bouwwerken; e. het plaatsen van loodsen, geheel of gedeeltelijk bestemd voor het tijdelijke bewonen of voortzetting van nering of bedrijf; f. het uitvoeren van werkzaamheden of verrichten van arbeid, niet gepaard gaande met de opslag van voorwerpen of het plaatsen van getimmerten als hiervoor bedoeld. Artikel 3 Belastingplicht Het straatgeld wordt geheven van degene op wiens naam de in artikel 2, sub a - f bedoelde vergunning of ontheffing is gesteld of indien nog geen aanvraag is ingediend door wie of op wiens laste de gebruikmaking geschiedt. Artikel 4 Maatstaf van de heffing 1. Grondslag voor de berekening van het straatgeld is het aantal m2 ingenomen grondoppervlakte. 2. De opmeting van de ingenomen oppervlakte geschiedt door burgemeester en wethouders die van de opgemeten oppervlakte terstond kennis geven aan belanghebbenden. 3. Het straatgeld wordt geheven, van de dag af, waarop met het in gebruik nemen van de

openbare straat een aanvang is gemaakt, tot en met die, waarop de ingebruikneming is beëindigd. Artikel 5 Belastingtarief Het tarief is vermeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Vrijstellingen Geen recht wordt geheven wegens het tijdelijk in gebruik nemen van de openbare dienst bestemde gemeentegrond, indien dit geschiedt: a. voor de sociale woningbouw; b. voor het onderwijs als het zonder winstoogmerk wordt geëxploiteerd; c. voor de verkoop van geringe eetwaren op staanplaatsen die hiervoor van de gemeente zijn gepacht; d. voor de uitoefening van markthandel op de daarvoor aangewezen plaats(en). Artikel 7 Wijze van heffing De straatgelden worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, zoals een factuur, nota of andere schriftuur Artikel 8 Tijdstip van betaling Het straatgeld moet worden voldaan binnen 30 dagen na dagtekening van de factuur. Hoofdstuk II

Kadegeld

Artikel 9 Definities Deze verordening verstaat onder: 1. gemeentewallen: alle bij de gemeente in onderhoud of beheer zijnde wallen, straten, wegen en pleinen, grenzende aan voor de scheepvaart dienstbare vaarwateren. 2. Schepen: alle soorten vaartuigen. Artikel 10 Aard van de heffing Onder de naam "kadegeld" wordt een recht geheven voor alle schepen, die aan gemeentewallen in de gemeente gaan liggen om te laden of te lossen. Uitgesloten word de industriehaven Drachten zoals beschreven in de havenbeheersverordening gemeente Smallingerland 2021. Artikel 11 Belastingplicht Het kadegeld wordt geheven van de schipper, de eigenaar, de gebruiker of de geleider van het vaartuig. Artikel 12 Maatstaf van heffing Grondslag voor de berekening van het kadegeld is het aantal tonnage dat wordt gelost of geladen. Artikel 13 Belastingtarief Het tarief is vermeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 14 Wijze van heffing De kadegelden worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, zoals een factuur, nota of andere schriftuur.

Artikel 15 Tijdstip van betaling Het kadegeld moet worden betaald op het moment van de uitreiking van de kennisgeving. Hoofdstuk III Havengeld Artikel 16 Definities Deze verordening verstaat onder: 1. vaartuig : een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen; 2. woonschip : een vaartuig, hoe ook genaamd en van welke aard ook, uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd, ook indien het nog in aanbouw is; 3. passagiersschip : een vaartuig dat middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen; 4. beroepsvaartuig : een vaartuig dat is ingericht of bestemd om voor de uitoefening van een beroep of bedrijf te worden gebruikt en overeenkomstig die inrichting of bestemming wordt gebruikt; 5. historische schip : een historische vaartuig met de volgende criteria: - het schip is grotendeels nog gaaf, zowel qua totaalbeeld als samenstellende onderdelen; - het schip betreft een typologische zeldzaamheid; - het schip geeft een bijzondere uitdrukking aan een maatschappelijke ontwikkeling; - het ontwerp bezit esthetische kwaliteiten; 6.

camper : een motorvoertuig dat geschikt is om voor recreatieve doeleinden in te verblijven; 7. dag : een etmaal of gedeelte daarvan; 8. jaar : kalenderjaar; 9. wintermaanden : van 1 november tot 1 april 10. ton : een massa van 1.000 kilogram Artikel 17 Aard van de heffing, belastbaar feit Onder de naam "havengeld" wordt een recht geheven ter zake van het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van een woonschip, een passagiersschip, een beroepsvaartuig of een ander vaartuig aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud zijnde kade of wal, dan wel voor het met een camper nemen van een standplaats op de daartoe aangewezen camperplaatsen. Uitgesloten word de industriehaven Drachten zoals beschreven in de havenbeheersverordening gemeente Smallingerland 2021. Artikel 18 Belastingplicht Belastingplichtig is degene, die eigenaar, reder, schipper, huurder of gebruiker is van een woonschip, passagiersschip, beroepsvaartuig of ander vaartuig, of degene die het heeft gecharterd dan wel degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt, dat standof ligplaats neemt of voor anker gaat in de haven. Artikel 19 Vrijstelling Het havengeld wordt niet geheven van historische schepen die in de wintermaanden een winterligplaats innemen aan de steiger langs de kade aan het Moleneind.

Deze schepen voeren verlichting en dragen hiermee bij aan de aankleding van het centrum in de donkere wintermaanden.

Artikel 20 Heffingsgrondslag 1. Voor het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van een woonschip in de Passchier Bollemanhaven (onderdeel van de Drachtstervaart): een vast bedrag per woonschip. 2. Voor het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van een passagiersschip of een beroepsvaartuig aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud zijnde kade of wal in de industriehaven, Drachtstervaart en de gemeentelijke jachthavens: de oppervlakte van dit vaartuig uitgedrukt in vierkante meters, zoals deze blijken uit de meetbrief of ambtshalve worden vastgesteld. 3. Voor het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig niet zijnde een woonschip, passagiersschip of beroepsvaartuig aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud zijnde kade of wal in de Drachtstervaart en de passantenplekken/havens: de lengte van het vaartuig uitgedrukt in meters, zoals deze blijken uit de meetbrief of ambtshalve worden vastgesteld. 4. Voor het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig niet zijnde een woonschip, passagiersschip of beroepsvaartuig aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud zijnde kade of wal in de Hooidamsloot, Wijde Ee of Grietmansrak: per meter, per nacht. 5.

Het gebruik van een camperplaats op gemeentelijke overnachtingsplaats voor campers bij Parkhaven, Passantenhaven Moleneind en passantenhaven Oudega, per overnachting Artikel 21 Belastingtarieven Het tarief is vermeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 22 Wijze van heffing 1. De havengelden worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, zoals een factuur, kwitantie, nota of andere schriftuur. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid worden de havengelden bij de gemeentelijke passantenhavens bij voorkeur betaald via de "aanuit.net"-app. Artikel 23 Tijdstip van betaling a. De havengelden als bedoeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel , onderdeel 4 en 5c moeten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. b. Het havengeld als bedoeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel onderdeel 5 a en b, 6 en 7, moet worden betaald op het moment van de uitreiking van de kennisgeving. Artikel 24 Aanvang/beëindiging belastingplicht in de loop van het kalenderjaar 1. Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.

Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. Hoofdstuk IV Algemene bepalingen Artikel 25 Overgangsrecht De "Verordening straat-, kade- en havengeld Smallingerland 2025", laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het artikel 26, derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 26 Inwerkingtreding

1. Deze Verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. In afwijking van het in het voorgaande lid bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze Verordening ligt na de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken Verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 27 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening straat-, kade- en havengeld Smallingerland 2026. Aldus vastgesteld door de raad voornoemd in zijn vergadering van 16 december 2025. griffier,

voorzitter,

Tarieventabel 2025 behorende bij de "Verordening straat-, kade- en havengeld Smallingerland 2025”. Straatgeld 1. Het straatgeld, als bedoeld in artikel 2, bedraagt voor elke m² oppervlakte, die in gebruik wordt genomen voor de in artikel 1 genoemde doeleinden, per dag 2. Voor de bepaling van het recht wordt een gedeelte van een dag of van een m² voor vol gerekend.

€ 0,30

Kadegeld 3. Het kadegeld, als bedoeld in artikel 10, wordt geheven voor elke keer laden en lossen en bedraagt per ton, exclusief BTW 4. Het tarief bij aanleggen kade aan de Hooidamsloot bedraagt per meter

€ 0,25 € 0,40

Havengeld 5. Het havengeld vermeld in artikel 20, 1e lid, bedraagt per jaar 6. Het havengeld vermeld in artikel 20, 2e lid, bedraagt: a. gedurende de eerste drie maanden per m² oppervlakte per dag 0,05 b. €

daarna per m² oppervlakte per maand of een gedeelte daarvan 0,53

c. €

voor vaste ligplaatsen per m² oppervlakte per jaar 6,50

7. Het onder 5, sub a genoemde tarief wordt niet in rekening gebracht over de periode die benut wordt voor het laden en/of lossen van een vaartuig. 8. Het havengeld vermeld in artikel 20, 3e lid bedraagt: voor vaartuigen per strekkende meter 9. Het havengeld vermeld in artikel 20, 4e lid bedraagt per meter per nacht vanaf 17.00 uur (inclusief BTW) met een minimum tarief van 10. Het havengeld vermeld in artikel 20, 5e lid bedraagt per camperplaats, per overnachting 11. De genoemde tarieven voor havengelden (4, 5 en 7) zijn exclusief BTW Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2025. De griffier van de gemeente Smallingerland,

€ 1.142,00 €

€

1,10

€ €

0,42 4,50

€

13,00

Besluit van de raad van de gemeente Smallingerland tot vaststelling van de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting Smallingerland 2026

De raad van de gemeente Smallingerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de volgende

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2026

Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. mobiele parkeeronderkomens : tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; b. vakantieonderkomens

: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;

c. vaste jaarplaats

: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat gedurende die periode gebruikt wordt door dezelfde persoon of personen en dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd;

d. vaste seizoenplaats

: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat gedurende die periode gebruikt wordt door dezelfde persoon of personen en dat doorgaans na afloop van het

seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten;

e. seizoenplaats

: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst, dat gedurende die periode gebruikt wordt door dezelfde persoon of personen en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd;

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam toeristenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3. van degene die op de dag van de eerste overnachting, de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt; 4.

van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd; 5. op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd; 6. van scholieren vallend onder de Wet op het voortgezet (speciaal) onderwijs (WVO) die in het kader van het onderwijs in groepsverband deelnemen aan zeilkampen.

Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.

Artikel 6 Belastingtarief 1. Het tarief bedraagt per overnachting € 1,50. 2. In afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 5 en het eerste lid bedraagt het tarief voor mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans, gebezigd voor recreatief gebruik per mobiel kampeeronderkomen, vakantieonderkomen of stacaravan op een: • a. vaste jaarplaatsen per jaar € 135,00 • b. vaste seizoenplaatsen per jaar € 130,00 • c. seizoenplaatsen per jaar € 120,00 • d. niet-vaste jaar- of seizoenplaats, gedurende een periode van: - maximaal een maand € 70,00 - maximaal twee maanden € 95,00 - maximaal drie maanden € 120,00

Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 10,- worden niet opgelegd. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

Artikel 13 Overgangsrecht De "Verordening toeristenbelasting Smallingerland 2025", laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het artikel 14, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 15 Citeerregel Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening toeristenbelasting Smallingerland 2026. Aldus vastgesteld door de raad voornoemd in zijn vergadering van 16 december 2025, griffier,

voorzitter,

Besluit van de raad van de gemeente Smallingerland tot vaststelling van de verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting Smallingerland 2026 De raad van de gemeente Smallingerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de volgende

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN WATERTOERISTENBELASTING 2026

Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21:00 uur; lengte: de lengte over alles; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf; particulier verhuurde ligplaats of vaartuig: een ligplaats die of vaartuig dat door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf tegen een vergoeding in welke vorm dan ook; schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; vaartuig: een vaartuig, niet zijnde een woonark, dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een vaartuig en die ter beschikking wordt gesteld voor eenzelfde vaartuig gedurende een seizoen. woonarken: woonarken, die zijn bestemd of worden gebezigd voor vakantie of andere recreatieve doeleinden.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam watertoeristenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen of woonarken die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig: - de schipper, - de eigenaar of gebruiker van een vaartuig, of

- degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.

Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1. door degenen die verblijf houden aan boord van: a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt voor verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano's, roei- en volgboten; c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 3. 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet , en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3. van degene die bij aanvang van het eerste etmaal dat verblijf wordt gehouden de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt; 4. van scholieren vallend onder de Wet op het voortgezet (speciaal) onderwijs (WVO) die in het kader van het onderwijs in groepsverband deelnemen aan zeilkampen. Artikel 5 Maatstaf van de heffing De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak. Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden.

Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel 6 Belastingtarief 1. Het tarief bedraagt per verblijf € 1,50. 2. In afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 5 en het eerste lid van dit artikel bedraagt het tarief ter zake van: a. vaartuigen met een vaste ligplaats, per vaartuig, per jaar € 40,00; b. woonarken met een vaste ligplaats, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen, per woonark, per jaar € 135,00. Artikel 7 Opteren voor werkelijke aantallen verblijven In afwijking van het bepaalde in artikel 5 wordt, op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag, de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijk aantal verblijven Artikel 8 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van belastingheffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 10,- worden niet opgelegd.

Artikel 11 Termijnen van betaling 3. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 12 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 13 Kwijtschelding Bij de invordering van de watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 14 Overgangsrecht De "Verordening watertoeristenbelasting Smallingerland 2025", laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het artikel 15, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 15 Inwerkingtreding 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16225574/1